Circulaire 2020/C/88 FAQ betreffende BEPS13

FAQ betreffende BEPS13.

FOD Financiën, 30.06.2020

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting

Inhoudstafel

1. Verplichting tot indienen en indieningstermijnen

FAQ BEPS13 1.01: boekjaren, indieningstermijnen en local filing
FAQ BEPS13 1.02: overname/fusie/splitsing
FAQ BEPS13 1.03: overname/fusie/splitsing
FAQ BEPS13 1.04: verkort of verlengd boekjaar
FAQ BEPS13 1.05: verschillende boekjaren binnen groep
FAQ BEPS13 1.06: vereffening
FAQ BEPS13 1.07: indieningstermijn en ultieme moederentiteit
FAQ BEPS13 1.08: groep
FAQ BEPS13 1.09: consortium
FAQ BEPS13 1.10: joint venture
FAQ BEPS13 1.11: partnership
FAQ BEPS13 1.12: transacties

2. Drempelwaarden

FAQ BEPS13 2.01: drempel grensoverschrijdende intragroepsverrichtingen
FAQ BEPS13 2.02: transacties
FAQ BEPS13 2.03: voltijdse equivalenten
FAQ BEPS13 2.04: uitzonderlijke (niet-recurrente) opbrengsten
FAQ BEPS13 2.05: drempel op afzonderlijke transactie
FAQ BEPS13 2.06: kredietinstelling of verzekeringsinstelling
FAQ BEPS13 2.07: vaste inrichting

3. Bestaande entiteiten die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting

FAQ BEPS13 3.01: commerciële activiteit
FAQ BEPS13 3.02: non-profit
FAQ BEPS13 3.03: onderworpen aan de rechtspersonenbelasting of de vennootschapsbelasting

4. Vaste inrichtingen

FAQ BEPS13 4.01: één geheel
FAQ BEPS13 4.02: beoordeling vaste inrichting
FAQ BEPS13 4.03: beoordeling vaste inrichting
FAQ BEPS13 4.04: drempels
FAQ BEPS13 4.05: groepsdossier en lokaal dossier
FAQ BEPS13 4.06: intragroepsactiviteiten
FAQ BEPS13 4.07: btw-registratie
FAQ BEPS13 4.08: buitenlandse vaste inrichting
FAQ BEPS13 4.09: geen vaste inrichting

5. Notificatie (275 CBCNOT, notification)

FAQ BEPS13 5.01: geen gezamenlijke notificatie
FAQ BEPS13 5.02: indiening bij wijziging

6. Groepsdossier (275 MF, master file)

FAQ BEPS13 6.01: Belgische groep
FAQ BEPS13 6.02: diensten en financiële transacties
FAQ BEPS13 6.03: bijlagen
FAQ BEPS13 6.04: groepsdossier voor elke groepsonderneming
FAQ BEPS13 6.05: diensten en financiële transacties
FAQ BEPS13 6.06: wettelijke verplichting
FAQ BEPS13 6.07: indieningswijze

7. Lokaal Dossier (275LF, local file)

FAQ BEPS13 7.01: vak A1
FAQ BEPS13 7.02: vak A2-A3
FAQ BEPS13 7.03: vak A4
FAQ BEPS13 7.04: vak A4
FAQ BEPS13 7.05: vak A4
FAQ BEPS13 7.06: vak A6
FAQ BEPS13 7.07: vak A7
FAQ BEPS13 7.08: vak A7
FAQ BEPS13 7.09: vak A7
FAQ BEPS13 7.10: vak A7
FAQ BEPS13 7.11: vak A7
FAQ BEPS13 7.12: vak A7
FAQ BEPS13 7.13: vak A8
FAQ BEPS13 7.14: vak A8
FAQ BEPS13 7.15: vak A8
FAQ BEPS13 7.16: vak B1
FAQ BEPS13 7.17: vak B1
FAQ BEPS13 7.18: vak B1
FAQ BEPS13 7.19: vak B1
FAQ BEPS13 7.20: vak B1
FAQ BEPS13 7.21: vak B1
FAQ BEPS13 7.22: vak B1
FAQ BEPS13 7.23: vak B1
FAQ BEPS13 7.24: vak B1
FAQ BEPS13 7.25: vak B1
FAQ BEPS13 7.26: vak B
FAQ BEPS13 7.27: vak B
FAQ BEPS13 7.28: vak B2
FAQ BEPS13 7.29: vak B2
FAQ BEPS13 7.30: vak B2
FAQ BEPS13 7.31: vak B2
FAQ BEPS13 7.32: vak B2
FAQ BEPS13 7.33: vak B2
FAQ BEPS13 7.34: vak B3
FAQ BEPS13 7.35: vak B3
FAQ BEPS13 7.36: vak B3-B6
FAQ BEPS13 7.37: vak B3-B6
FAQ BEPS13 7.38: vak B3-B6
FAQ BEPS13 7.39: vak B3-B9
FAQ BEPS13 7.40: vak B3-B9
FAQ BEPS13 7.41: vak B4/B5
FAQ BEPS13 7.42: vak B5
FAQ BEPS13 7.43: vak B5
FAQ BEPS13 7.44: vak B5/B7
FAQ BEPS13 7.45: vak B6
FAQ BEPS13 7.46: vak B6
FAQ BEPS13 7.47: vak B6/B9
FAQ BEPS13 7.48: vak B7-B9
FAQ BEPS13 7.49: vak B7-B9
FAQ BEPS13 7.50: vak B9
FAQ BEPS13 7.51: vak B10
FAQ BEPS13 7.52: vak B10
FAQ BEPS13 7.53: vak B10
FAQ BEPS13 7.54: vak B10
FAQ BEPS13 7.55: vak B10
FAQ BEPS13 7.56: vak B10
FAQ BEPS13 7.57: vak B10
FAQ BEPS13 7.58: vak B10
FAQ BEPS13 7.59: vak B11
FAQ BEPS13 7.60: vak B12
FAQ BEPS13 7.61: vak B12
FAQ BEPS13 7.62: vak B12
FAQ BEPS13 7.63: vak B12

8. Landenrapport (275CBC, Country-by-Country reporting)

FAQ BEPS13 8.01: gereserveerde winst
FAQ BEPS13 8.02: activa
FAQ BEPS13 8.03: deelneming andere onderneming binnen de groep
FAQ BEPS13 8.04: belangrijkste bedrijfsactiviteiten per entiteit
FAQ BEPS13 8.05: gevolgen niet-tijdige automatische uitwisseling
FAQ BEPS13 8.06: minderheidsparticipaties
FAQ BEPS13 8.07: joint venture

Deze FAQ is van toepassing vanaf 01.01.2020.

1. Verplichting tot indienen en indieningstermijnen

FAQ BEPS13 1.01: boekjaren, indieningstermijnen en local filing

Hoe moet een Belgische groepsentiteit omgaan met verschillen tussen haar boekjaren, rapporteringsverplichtingen en indieningstermijnen en die van een buitenlandse moederentiteit? Stel, bijvoorbeeld, dat de moederentiteit van de multinationale groep gevestigd is in Japan en dat de moederentiteit haar boekjaar afsluit op 31.03.2017. De Belgische groepsentiteit sluit haar boekjaar af op 31.12.2016. De Japanse Country-by-Country-wetgeving geldt pas voor rapporteringsperiodes die starten vanaf 01.04.2017. Voor het eerste jaar (het Belgische boekjaar sluit af op 31.12.2016), is de Country-by-Country-rapportering (het landenrapport) dus nog niet verplicht in Japan.

a. Op welke wijze moet de Belgische groepsentiteit tijdens het eerste jaar voldoen aan haar rapporteringsverplichtingen?

Aangezien de moederentiteit in het land van vestiging niet verplicht is om een landenrapport in te dienen voor de eerste rapporteringsperiode die begint vanaf 01.01.2016, is de Belgische groepsentiteit in principe verplicht om in België een landenrapport in te dienen op basis van de regelgeving inzake local filing (1). In het landenrapport dat de Belgische entiteit indient, kent zij zichzelf de Reporting Role 'Local Filing' toe (zo aan te duiden in het in te dienen XML-bestand).

(1) Het indienen van het landenrapport op het niveau van het lokale rechtsgebied (België in dit geval) wanneer de uiteindelijke moederentiteit/surrogaatmoeder niet verplicht is het eigen rechtsgebied een landenrapport in te dienen 'Local filling' mag niet verward met het lokaal dossier.

De multinationale groep kan deze plicht inzake local filing door de Belgische groepsentiteit voorkomen door tijdig een surrogaatmoederentiteit aan te wijzen. Een surrogaatmoederentiteit is een groepsentiteit van een multinationale groep die door die multinationale groep wordt aangewezen als enige plaatsvervanger voor de uiteindelijke moederentiteit om namens die multinationale groep het landenrapport in te dienen in de staat waarvan die surrogaatmoederentiteit fiscaal inwoner is. Hierbij kan de multinationale groep bijvoorbeeld de Belgische groepsentiteit aanwijzen als enige plaatsvervanger voor de uiteindelijke moederentiteit om namens die multinationale groep het landenrapport in te dienen bij de FOD Financiën. De FOD Financiën zal het landenrapport na ontvangst internationaal automatisch uitwisselen met de andere verdragspartners die in het rapport vermeld worden. Indien de uiteindelijke moederentiteit geen surrogaatmoederentiteit aangeduid heeft, is tijdens het eerste jaar local filing van toepassing. Een groepsentiteit kan enkel aangeduid worden als surrogaatmoederentiteit wanneer zij in staat is alle informatie te verkrijgen.

Indien er in meer dan één EU-lidstaat een vestiging is, kan men, voor zover dit nog mogelijk is voor boekjaar 2016, gebruik maken van de optie tot local filing in toepassing van Bijlage III, Deel II, punt 1, b, §§ 4-5 van de richtlijn (EU) 2016/881 van de raad van 25.05.2016 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied. Richtlijn 2016/881/EU stelt dat wanneer er in meerdere EU-lidstaten vestigingen zijn, de MNO-Groep één van die groepsentiteiten kan aanduiden om in één EU-lidstaat het landenrapport in te dienen, op voorwaarde dat het rapport volledig is. Dit vermijdt dat local filing moet worden toegepast in elke EU lidstaat waar de MNO-Groep (groep van multinationale ondernemingen) een groepsentiteit heeft.

b. Wat moet de Belgische groepsentiteit doen indien het buitenlands moederbedrijf de nodige data niet ter beschikking stelt?

Wanneer een groepsentiteit niet in staat is alle informatie te verkrijgen, kan deze niet aangeduid worden als surrogaatmoederentiteit. De Belgische entiteit(en) moet(en) bijgevolg individueel in België een landenrapport via local filing indienen, met als Reporting Role 'Local Filing' (zo aan te duiden in het XML-formulier).

De Belgische groepsentiteit zal haar ultieme moederentiteit verzoeken om haar al de nodige informatie te verschaffen teneinde te voldoen aan haar verplichtingen om een landenrapport in te dienen. Indien een Belgische groepsentiteit desondanks niet alle vereiste informatie verkregen of verworven heeft om voor de multinationale groep te rapporteren, zal de Belgische groepsentiteit een landenrapport indienen met alle verkregen of verworven informatie waarover zij beschikt, en zal zij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen ervan in kennis stellen dat de uiteindelijke moederentiteit geweigerd heeft om de vereiste informatie beschikbaar te stellen.

De indiener stelt de FOD Financiën hiervan in kennis door bij indiening in MyMinfinPro het vakje 'Onvolledige aangifte' aan te vinken. De Belgische administratie zal alle lidstaten van de Europese Unie, alsook de Europese Commissie, op de hoogte brengen van die weigering.

De regel voor indiening in één EU-lidstaat die in het antwoord op vraag a. beschreven werd, is in dit geval geen optie, aangezien de indiener niet kan voldoen aan de voorwaarde dat het rapport volledig is.

c. Een jaar later, in dezelfde groep met Japanse moederentiteit als hierboven beschreven, sluit de Japans moederentiteit haar boekjaar af op 31.03.2018 en de Belgische groepsentiteit op 31.12.2017. In lijn met de Country-by-Country-wetgeving in Japan, moet de moederentiteit haar Country-by-Country rapport (landenrapport, 275CBC) indienen tegen 31.03.2019.

(i) Moet de Country-by-Country-notificatie (275CBC NOT) in België gebeuren tegen 31.12.2017? Of kan dit tegen 31.03.2018?

31.03.2018

(ii) Moet de master file (groepsdossier, 275MF) ingediend worden tegen 31.03.2019 wegens alineëring met het boekjaar van de moederentiteit, of moet de master file alsnog voor 31.12.2018 ingediend worden?

31.03.2019

d. Stel dat de moederentiteit van de groep haar boekjaar afsluit op 31.12.2017, terwijl de Belgische groepsentiteit haar boekjaar al op 30.06.2017 afsluit. Moeten de financiële gegevens dan geprorateerd te worden in het landenrapport (275CBC), of mogen de financiële gegevens van het boekjaar dat op 30.06.2017 afgesloten werd als zodanig opgenomen worden in het landenrapport, samen met de financiële data van de moederentiteit met einde boekjaar per december 2017?

Het landenrapport heeft betrekking op de rapporteringsperiode van de multinationale groep. Voor groepsentiteiten moet het landenrapport op een consistente basis, naar goeddunken van de rapporterende entiteit de volgende informatie weergeven:

(i) informatie over de boekjaren van de relevante groepsentiteiten die eindigen op dezelfde datum als de rapporteringsperiode van de multinationale groep of die eindigen binnen de periode van 12 maanden die voorafgaat aan die datum,

OF

(ii) informatie over alle relevante groepsentiteiten waarover gerapporteerd wordt voor de rapporteringsperiode van de rapporterende entiteit.

Pro-rateren is in dit geval bijgevolg niet toegestaan.

FAQ BEPS13 1.02: overname/fusie/splitsing

Overname/fusie/splitsing gedurende het boekjaar – hoe rapporteren?

a. Landenrapport (275 CBC):

Overeenkomstig de bepalingen in de OESO implementatierichtlijnen omtrent landenrapportering moeten de geldende boekhoudkundige regels gevolgd worden. Indien de multinationale groep voor de overname, fusie of splitsing een geconsolideerde jaarrekening opmaakt, dan zal voor die periode een landenrapport moeten opgemaakt worden met daarin alle groepsentiteiten die mee werden opgenomen in de consolidatiekring.

Het maakt in dit opzicht niet uit of de Belgische groepsentiteit zijn boekjaar al dan niet afsluit, men moet enkel kijken op groepsniveau.

b. Notificatie (275 CBC NOT):

De Belgische groepsentiteit brengt de Belgische administratie op de hoogte van de rapporterende entiteit van de multinationale groep waartoe zij behoort op het einde van de rapporteringsperiode van die multinationale groep.

c. Groepsdossier (275 MF):

De Belgische groepsentiteit moet 12 maanden na het einde van de rapporteringsperiode van de multinationale groep waartoe zij behoort een groepsdossier indienen met betrekking tot die multinationale groep.

d. Lokaal dossier (275 LF):

De Belgische groepsentiteit moet samen met haar aangifte een lokaal dossier indienen. In dat formulier moet men alle transacties opnemen die betrekking hebben tot de multinationale groepen waarvan de Belgische groepsentiteit deel uitmaakt of heeft uitgemaakt gedurende haar boekjaar.

Voor de bepaling van de drempel van 1 miljoen euro aan grensoverschrijdende transacties moet rekening gehouden worden met de transacties naar alle verbonden ondernemingen.

FAQ BEPS13 1.03: overname/fusie/splitsing

Overname/fusie/splitsing gedurende het boekjaar

Het groepsdossier is in te dienen 12 maanden na het einde van de rapporteringsperiode van de multinationale groep. De Belgische groepsentiteit moet 12 maanden na het einde van de rapporteringsperiode van de multinationale groep waartoe zij behoort een groepsdossier indienen met betrekking tot die multinationale groep.

Voorbeeld: Overname van een onderneming van de groep X tijdens het boekjaar, een Belgische entiteit maakt onderdeel uit van Groep X gedurende 2017 en het merendeel van 2018, maar wordt in Q4 van 2018 overgenomen door Groep Y.

Het groepsdossier voor boekjaar 2017 is in te dienen voor 31.12.2018.

Vraag: Moet het groepsdossier van Groep X of van Groep Y worden ingediend?

Het groepsdossier voor het boekjaar 2017 is in te dienen door Groep X vóór de overname door Groep Y in 2018. De termijn voor het indienen van een aanvraag is inderdaad maximaal 12 maanden na de afsluitdatum, maar de ondernemingen hebben de mogelijkheid om sneller een aangifte in te dienen.

Het groepsdossier voor de rapporteringsperiode 2018 is in te dienen door de Groep X wanneer op het moment van de overname de vennootschap van Groep X zijn boekhouding afsluit. Wanneer er geen afsluiting is van de boekhouding moet Groep Y het groepsdossier voor de rapporteringsperiode 2018 indienen (idem voor de periode dat de onderneming deel uitmaakte van Groep X).

FAQ BEPS13 1.04: verkort of verlengd boekjaar

Korte/lange boekjaren of rapporteringsperiodes

Indien een multinationale groep of een Belgische groepsentiteit een rapporteringsperiode of respectievelijk boekjaar heeft dat korter of langer is dan 12 maanden, moet de omzet geprorateerd worden naar een periode van 12 maanden om te bepalen of deze multinationale groep of respectievelijk Belgische groepsentiteit de verschillende drempelwaarden waarvan sprake in artikelen 321/2 WIB 92, respectievelijk 321/4 en 321/5 WIB 92, heeft overschreden.

Het balanstotaal en jaargemiddelde van het personeelsbestand van de Belgische groepsentiteit moeten niet geprorateerd worden om de drempelwaarden in artikelen 321/4 en 321/5 WIB 92, af te toetsen.

De proratering is enkel van toepassing om te bepalen of een multinationale groep of Belgische groepsentiteit onderworpen is aan de rapporterings- en documentatieverplichtingen ingevolge van artikelen 321/1 – 321/7 WIB 92. De gerapporteerde cijfers in de formulieren moeten niet verder geprorateerd worden.

Met betrekking tot het landenrapport geldt deze regeling evenwel enkel voor multinationale groepen die een landenrapport rechtstreeks aan de Belgische belastingadministratie overmaken.

Multinationale groepen die een landenrapport aan een andere buitenlandse belastingadministratie overmaken kunnen onderworpen zijn aan andere regels (bijvoorbeeld dat zij de omzet niet moeten prorateren). In dat geval zal de Belgische belastingadministratie rekening houden met de buitenlandse regelgeving.

FAQ BEPS13 1.05: verschillende boekjaren binnen groep

Uiteindelijke moederentiteit in land A, vaste inrichting in België met een boekjaar dat eindigt op 31.12.2017 en de notificatie (275CBC NOT) in te dienen op 31.03.2018 (rekening houdend met de administratieve tolerantie voor 2017, België heeft geopteerd voor het indienen van de notificaties op de einddatum van het boekjaar van de groep). Er kan een verschil zijn tussen de indieningstermijnen van de notificaties in de verschillende landen.

Onderneming X (in land C) is aangeduid als surrogaatmoederentiteit om het landenrapport (275CBC) in te dienen en was opgenomen in de notificatie als rapporterende entiteit. In september 2018 beslist de groep dat de uiteindelijke moederentiteit het landenrapport (275CBC) zal indienen.

a. Wat zijn de gevolgen hiervan?

Geen gevolgen

b. Zal de Belgische onderneming worden beschouwd als een ten onrechte indiener?

Neen

FAQ BEPS13 1.06: vereffening

Een entiteit is vereffend na de notificatie en vervolgens wijzigt de rapporterende entiteit. Moet deze wijziging in het jaar waarin de onderneming (vaste inrichting) is vereffend worden behandeld? Zo ja, hoe?

Geen actie vereist

FAQ BEPS13 1.07: indieningstermijn en ultieme moederentiteit

Is de limietdatum voor indiening van het Landenrapport (275 CBC), het groepsdossier (275 MF) en het notificatieformulier (275 CBCNOT) gebaseerd op het einde van de aangifteperiode van de ultieme moederentiteit (in de officiële richtlijnen wordt verwezen naar het einde van de aangifteperiode van de 'multinationale groep')?

Ja

FAQ BEPS13 1.08: groep

Het groepsdossier (275MF) en lokaal dossier (275LF) moet enkel opgemaakt en ingediend worden wanneer de groep minstens één buitenlandse entiteit of vaste inrichting bevat. Indien de groep enkel uit Belgische entiteiten bestaat, is het dan niet nodig om aan de rapporteringsverplichting te voldoen?

Zodra drempel overschreden is en de onderneming deel uitmaakt van een multinationale groep ontstaat de verplichting tot indiening 275MF en 275LF.

FAQ BEPS13 1.09: consortium

Is de verplichting om de verrekenprijsdocumentatie ook van toepassing op een consortium?

Ja, voor een consortium bedoeld in artikel 10 W.Venn (Art. 1:19. Nieuw W.Venn) tenzij de vermogensmutatiemethode wordt gebruikt.

FAQ BEPS13 1.10: joint venture

De Belgische groepsentiteit is een 50/50 joint venture: wie moet wat rapporteren in dit geval?

a. Landenrapport (275 CBC):

Overeenkomstig de bepalingen in de OESO implementatierichtlijnen omtrent landenrapportering moeten de geldende boekhoudkundige regels gevolgd worden. Wanneer een groepsentiteit volgens de geldende boekhoudkundige regels mee in de consolidatiekring opgenomen werd volgens de methode van integrale consolidatie, dan moeten de cijfers van deze groepsentiteit voor 100 % opgenomen worden in het landenrapport van de multinationale groep. Indien de groepsentiteit onder een evenredige consolidatie werd opgenomen in de consolidatiekring van de multinationale groep, dan moeten de cijfers die betrekking hebben op deze groepsentiteit evenredig naar het percentage waarvoor ze geconsolideerd werden worden opgenomen in het landenrapport van de multinationale groep.

Het kan dus voorkomen dat een entiteit in meer dan één landenrapport voorkomt.

b. Notificatie (275 CBC NOT):

De Belgische groepsentiteit moet slechts één notificatieformulier insturen.

In het geval dat de Belgische groepsentiteit een joint venture is, wordt de voorkeur eraan gegeven om de Belgische administratie op de hoogte te brengen van de rapporterende entiteit van de multinationale groep waarbinnen de Belgische groepsentiteit volgens de methode van integrale consolidatie werd opgenomen in de consolidatiekring.

Indien de Belgische groepsentiteit enkel door middel van evenredige consolidatie werd opgenomen in de consolidatiekring van verschillende multinationale groepen, dan moet men de rapporterende entiteit notificeren van de multinationale groep die de grootste controle uitoefent over de Belgische groepsentiteit.

Indien dit onderscheid niet kan gemaakt worden, dan moet men de rapporterende entiteit van de multinationale groep notificeren van de multinationale groep die de grootste omzet heeft zoals blijkt uit de geconsolideerde jaarrekeningen van de multinationale groepen waarbinnen de Belgische groepsentiteit werd opgenomen in de consolidatiekring.

c. Groepsdossier (275 MF):

De groepsentiteit moet een groepsdossier indienen van de groep zoals opgenomen in het formulier 275 CBC NOT.

d. Lokaal dossier (275 LF):

De Belgische groepsentiteit moet één lokaal dossier indienen. In dat formulier moet men alle transacties opnemen die betrekking hebben tot de verbonden ondernemingen van de groepen waarvan de Belgische groepsentiteit deel uitmaakt.

FAQ BEPS13 1.11: partnership

In het geval van een partnerschap (vb.: een internationaal advocatenkantoor) waarvan de activiteiten niet worden gedefinieerd door een profiel of detailprofiel, is het aanvaardbaar om 'Andere' te vermelden en uit te leggen in de bijlage (betreft vak B2 van het lokaal dossier)?

Ja

FAQ BEPS13 1.12: transacties

Beleid inzake kostentoewijzing: moeten transacties tussen buitenlandse ondernemingen (niet onderworpen aan verrekenprijsdocumentatie in hun land) opgenomen worden?

Ja, indien het transacties betreft tussen de Belgische entiteit en buitenlandse ondernemingen (niet onderworpen aan verrekenprijsdocumentatie in hun land).

2. Drempelwaarden

FAQ BEPS13 2.01: drempel grensoverschrijdende intragroepsverrichtingen

De Belgische entiteit overschrijdt de criteria van het lokaal dossier en het groepsdossier niet, maar de entiteit heeft bepaalde grensoverschrijdende intragroepsverrichtingen die de drempel van 1.000.000 euro overschrijden. Moet het deel B van het lokaal dossier worden ingevuld?

Neen

FAQ BEPS13 2.02: transacties

Het luik B van het lokaal dossier moet enkel vervolledigd worden ingeval de vennootschap in kwestie over een business unit beschikt dewelke de grens van 1.000.000 euro aan grensoverschrijdende transacties met groepsentiteiten overschrijdt. Welke transacties zitten hierin vervat?

Een voorbeeld ter illustratie:

- Vennootschap A voldoet aan de algemene criteria voor de indiening van een groepsdossier en lokaal dossier.

- Voorts kocht zij gedurende het boekjaar ten belope van 600.000 euro goederen aan bij een zustervennootschap in Frankrijk.

- Daarnaast heeft zij een lening toegekend van 2.000.000 euro aan een zustervennootschap in Nederland. Op deze lening werden gedurende het boekjaar 100.000 euro intresten betaald.

Is in bovenstaand geval de grens van 1.000.000 euro aan grensoverschrijdende transacties met groepsentiteiten overschreden (waardoor dus ook luik B van het lokaal dossier moet ingediend moeten worden). Hoeveel bedraagt het bedrag aan grensoverschrijdende transacties met groepsentiteiten?

De correcte berekening van de materialiteitsdrempel in bovenstaand voorbeeld bedraagt 700.000 euro (600.000 euro goederentransactie + 100.000 euro intresten). De drempelwaarde is in dit voorbeeld dus niet overschreden.

Inzake de verificatie van de drempelwaarde dient rekening gehouden te worden met de volgende elementen:

- enkel de grensoverschrijdende transacties met groepsentiteiten komen in aanmerking d.w.z. dat transacties tussen Belgische groepsentiteiten niet opgenomen moeten worden;

- het bedrag dat moet vergeleken worden met de drempelwaarde is de som van de volgende grensoverschrijdende transacties met groepsentiteiten = goederentransacties (B3) + dienstverleningstransacties (B4) + financiële transacties (B5) + andere transacties (B6).

Het gaat hier concreet om vak B5 dat enkel het bedrag aan intresten omvat, het bedrag van de lening zelf staat in vak B7 en komt niet in aanmerking voor de formule.

FAQ BEPS13 2.03: voltijdse equivalenten

Welke balanscode moet in aanmerking worden genomen om het aantal voltijdse equivalenten te bepalen voor de drempel van het lokaal dossier en het groepsdossier?

Code[1003] van de statutaire jaarrekening neergelegd bij de NBB. Deze code is bestemd voor elke activiteit van de onderneming (zelfs voor een interimkantoor).

FAQ BEPS13 2.04: uitzonderlijke (niet-recurrente) opbrengsten

Moeten uitzonderlijke (niet-recurrente) opbrengsten mee in aanmerking genomen worden voor de bepaling van de drempel in artikel 321/2 WIB 92 (zie formulier 275 CBC NOT)?

Ja, in tegenstelling tot bij de drempels zoals bepaald in artikelen 321/4 (275 MF) en 321/5 (275 LF) WIB 92, moeten de uitzonderlijke opbrengsten mee opgenomen worden in de totale geconsolideerde bedrijfsopbrengsten om te bepalen of de drempelwaarde in artikel 321/2 WIB 92 werd overschreden.

Deze regeling geldt evenwel enkel voor multinationale groepen die een landenrapport rechtstreeks aan de Belgische belastingadministratie overmaken. Multinationale groepen die een landenrapport aan een andere buitenlandse belastingadministratie overmaken kunnen onderworpen zijn aan andere regels (bijvoorbeeld dat zij niet eisen dat deze uitzonderlijke opbrengsten mee opgenomen worden). In dat geval zal de Belgische belastingadministratie rekening houden met deze buitenlandse regels.

FAQ BEPS13 2.05: drempel op afzonderlijke transactie

Stel dat een bedrijfseenheid een goederentransactie heeft met een verbonden entiteit in land Y van 20.000 euro en met een verbonden entiteit in land Z van 7.000 euro (sectie B3 van het lokaal dossier).

Moet de materialiteitsvereiste van 25.000 euro toegepast worden op elke afzonderlijke transactie, of op het geaggregeerd bedrag van alle transacties samen?

De boordeling is transactie per transactie uit voeren. Opgelet, de materialiteitsvereiste is enkel toegelaten voor activiteiten die niet behoren tot de 'core business'. Met de term “core business” wordt bedoeld behorende tot de kernactiviteiten van een onderneming, die nauw aansluiten met de algemene groepsstrategie.

FAQ BEPS13 2.06: kredietinstelling of verzekeringsinstelling

Hoe moet een kredietinstelling of een verzekeringsinstelling de grensbedragen voor het lokaal dossier (275LF) volgens artikel 321/5 WIB92 berekenen ?

Kredietinstellingen

Het totaal van de volgende rekening moet in aanmerking worden genomen: 40100 + 40300 + 40400 + 40600 (indien winst) + 41400

- 40100 Rente-opbrengsten en soortgelijke opbrengsten

- 40300 Opbrengsten uit niet-vastrentende effecten

- 40400 Ontvangen provisies

- 40600 Winst uit financiële transacties

- 41400 Overige bedrijfsopbrengsten

Verzekeringsinstellingen

Enkel het totaal van de verzekeringspremies moet in aanmerking te worden genomen zijnde:

- Technische rekening niet-levensverzekering: verdiende premies, onder aftrek van herverzekering.

- Technische rekening levensverzekering: premies, onder aftrek van herverzekering.

- Niet technische verzekering.

Het gaat om de volgende rekeningen:

- Technische rekening niet-levensverzekering:

* 710 Verdiende premies, onder aftrek van herverzekering

* 711 Toegerekende opbrengst van beleggingen

* 712 Opbrengsten van beleggingen

* 714 Overige technische opbrengsten, onder aftrek van herverzekering

- Technische rekening levensverzekering:

* 720 Premies, onder aftrek van herverzekering

* 722 Opbrengsten van beleggingen

* 723 Waardecorrectie op beleggingen

* 724 Overige technische opbrengsten, onder aftrek van herverzekering

- Niet-technische rekening:

* 730 Opbrengsten van beleggingen

* 731 Toegerekende opbrengst van beleggingen.

FAQ BEPS13 2.07: vaste inrichting

Moet in het geval van een Belgische vaste inrichting van een buitenlands hoofdkantoor alleen de financiële informatie en VTE's van de Belgische vaste inrichting in aanmerking genomen worden bij de beoordeling van de drempels voor het indienen van de formulieren lokaal dossier (275LF) en groepsdossier (275MF)?

Ja

3. Bestaande entiteiten die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting

FAQ BEPS13 3.01: commerciële activiteit

Voor de toepassing van de BEPS13-verplichtingen impliceert het begrip onderneming noodzakelijkerwijs de uitoefening van een commerciële activiteit?

Nee. 'Commerciële activiteit' kan niet zodanig worden geïnterpreteerd dat het een reden wordt voor uitsluiting van de verrekenprijsdocumentatieverplichtingen. 'Commerciële activiteit' moet worden geïnterpreteerd als een economische activiteit. In richtlijn 2016/881 EU van 25.05.2016 (bijlage III, deel 1, punt 2) wordt het begrip economische activiteit gebruikt om de term 'onderneming' te definiëren. Op internationaal niveau is er geen verschil in fiscale behandeling tussen activiteiten met en zonder winstoogmerk. De landenrapportreglementering maakt geen onderscheid tussen beide. De 'commerciële activiteit' kan geen doorslaggevend criterium zijn voor de toepassing of niet-toepassing van rapportageverplichtingen inzake verrekenprijzen.

FAQ BEPS13 3.02: non-profit

Is de non-profitsector uitgesloten van de verplichting voor indiening van de verrekenprijsdocumentatie?

Nee, de non-profitsector is niet uitgesloten en er is geen andere behandeling inzake de BEPS13-verplichtingen.

FAQ BEPS13 3.03: onderworpen aan de rechtspersonenbelasting of de vennootschapsbelasting

Moet er een onderscheid gemaakt worden tussen verenigingen met en zonder winstoogmerk onderworpen aan de rechtspersonenbelasting of de vennootschapsbelasting?

Nee, de OESO maakt geen onderscheid en België past de richtlijnen van de OESO toe.

4. Vaste inrichtingen

FAQ BEPS13 4.01: één geheel

Moeten een vaste inrichting en de moederentiteit van die vaste inrichting voor de rapportage van intragroeptransacties als twee verschillende entiteiten worden beschouwd?

Neen. De vaste inrichting en de moedermaatschappij juridisch vormen één geheel en zijn daarom verplicht de transacties van beide actoren in het lokaal dossier op te nemen.

FAQ BEPS13 4.02: beoordeling vaste inrichting

Hoe moet worden beoordeeld of een entiteit een vaste inrichting is met het oog op de rapportageverplichting inzake verrekenprijzen?

Een entiteit die deel uitmaakt van een multinationale groep is een vaste inrichting indien zij voldoet aan de definitie van het dubbelbelastingverdrag tussen België en de jurisdictie van de moederentiteit.

Bij afwezigheid van een verdrag dat van kracht is tussen België en de jurisdictie van de moederentiteit is de definitie van een vaste inrichting zoals voorzien in de Belgische wetgeving van toepassing.

Punt 4°, c, van artikel 321/1, WIB 92, stelt dat elke vaste inrichting een afzonderlijke entiteit is op voorwaarde dat de entiteit voor die vaste inrichting een afzonderlijke jaarrekening opmaakt met het oog op de financiële verslaggeving, op het naleven van de reglementering, op het aangeven van de belastingen of op interne beheerscontrole. Het is derhalve niet noodzakelijkerwijs nodig deze afzonderlijke rekeningen te publiceren; het is voldoende dat ze worden gebruikt voor de fiscale aangifte, interne controle of eenvoudigweg voor de financiële verslaggeving.

Het standpunt van de administratie is dat de wettelijke verplichting om een afzonderlijke jaarrekening op te stellen en te publiceren niet uitsluit dat om te bepalen of een vaste inrichting voldoet aan de definitie van een afzonderlijke entiteit van een multinationale groep.

Bij gebrek aan een overeenkomst tussen België en het rechtsgebied van de moederentiteit is de definitie van vaste inrichting zoals voorzien in de Belgische wetgeving van toepassing.

FAQ BEPS13 4.03: beoordeling vaste inrichting

Verschillende scenario's: hoe kan worden beoordeeld of een vaste inrichting in België BEPS13-documenten moet indienen?

a. Een Belgische vaste inrichting in het kader van het Verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing: is onderworpen aan de verplichting om BEPS-formulieren13 in te dienen indien de drempels van artikel 321/1-4 WIB 92, worden overschreden.

b. Een Belgische inrichting die geen vaste inrichting vormt in de zin van het dubbelbelastingverdrag: hoeft geen BEPS13-formulieren in te dienen.

c. Een Belgische vaste inrichting die is vrijgesteld op basis van het dubbelbelastingverdrag: moet geen groepsdossier en geen lokaal dossier indienen (formulieren 275MF en 275LF), maar is wel verplicht om, in voorkomend geval, de notificatie in te dienen (formulier 275CBCNOT).

d. Een vaste inrichting in België naar Belgisch recht met hoofdhuis gelegen in een land zonder dubbelbelastingverdrag met België: alle verplichtingen met betrekking tot de BEPS13-formulieren zijn van toepassing (indien de drempels worden overschreden).

e. Een vaste inrichting in België volgens Belgisch recht, maar geen vaste inrichting in de zin van het dubbelbelastingverdrag tussen België en de andere staat die de woonstaat is van de buitenlandse rechtspersoon: hoeft geen BEPS13-formulieren in te dienen, want het dubbelbelastingverdrag heeft voorrang. Zie punt d. hierboven als er geen dubbelbelastingverdrag is tussen beide staten en er is voldaan aan de Belgische definitie van vaste inrichting.

FAQ BEPS13 4.04: drempels

Hoe moeten de drempels voor het groepsdossier (275MF) en lokaal dossier (275LF) worden berekend in het geval van een vaste inrichting?

a. vaste inrichting in België: de drempels voorzien in de artikelen 321/4-5, WIB 92 worden berekend op basis van de individuele cijfers van de vaste inrichting;

b. vaste inrichting in het buitenland en moederentiteit in België: de drempels voor de Belgische onderneming worden berekend op globale basis (gecumuleerde bedragen van de moederentiteit en de vaste inrichting).

FAQ BEPS13 4.05: groepsdossier en lokaal dossier

Welke bedragen moeten worden vermeld in het groepsdossier (275MF) en/of lokaal dossier (275LF) wanneer de in België gevestigde vaste inrichting verplicht is deze documenten in te dienen?

De informatie, indien beschikbaar, is op individueel niveau van de vaste inrichting in te dienen.

[A1][A2]FAQ BEPS13 4.06: intragroepsactiviteiten

Moet een Belgische onderneming in deel B van haar lokaal dossier alle intragroepsverrichtingen van haar vaste inrichtingen aangeven?

Ja, alle transacties/dealings van de vaste inrichting met andere verbonden vennootschappen van de groep moeten worden opgenomen in het lokaal dossier van de Belgische vennootschap.

FAQ BEPS13 4.07: btw-registratie

Een vennootschap voert in 2016 constructiewerkzaamheden uit en heeft hierdoor een vaste inrichting en btw-nummer in België. De operationele activiteiten stoppen in 2016. In 2017 zijn er geen operationele activiteiten in België maar wordt de btw-registratie behouden. Bijgevolg wordt voor 2017 een 'nihil' aangifte belasting niet-inwoners/vennootschappen ingediend voor de vaste inrichting.

a. Moet deze vaste inrichting nog vermeld worden in het landenrapport (275CBC) van 2017, aangezien er wel een btw-nummer is, ook al is de operationele activiteit van de vaste inrichting stopgezet?

Aangezien de vaste inrichting geen inkomsten meer heeft, maakt ze ook geen afzonderlijke jaarrekening op met het oog op de financiële verslaggeving, op het naleven van de reglementering, op het aangeven van de belastingen of op interne beheerscontrole. Bijgevolg is de vaste inrichting geen groepsentiteit, waardoor deze ons inziens niet moet opgenomen worden in het landenrapport (275CBC).

Akkoord

b. Moet in dit geval nog een notificatie (275CBC NOT) ingediend worden in België voor 2017?

Neen

FAQ BEPS13 4.08: buitenlandse vaste inrichting

Een multinationale groep heeft haar hoofdhuis in België. Daarnaast heeft de groep ook een andere Belgische vennootschap met buitenlandse vaste inrichting, die dienst doet als financieringsvennootschap van de groep.

a. Moeten alle financieringstransacties met andere buitenlandse groepsentiteiten (i.e. niet het Belgische hoofdhuis) mee opgenomen worden in het lokaal dossier van de financieringsvennootschap?

Ja

b. De transacties tussen de vaste inrichting en België worden opgenomen, maar hoe moeten we omgaan met de rapportering van de andere intercompany transacties tussen de vaste inrichting en verbonden partijen buiten België?

Alle grensoverschrijdende transacties dealings moeten opgenomen worden zowel van het hoofdhuis als deze van de vaste inrichting.

FAQ BEPS13 4.09: geen vaste inrichting

Indien er een Belgische vestiging is die geen vaste inrichting is (volgens de definitie van het dubbelbelastingverdrag), maar wel als belastbare aanwezigheid kan worden aangemerkt, moet deze dan worden opgenomen in het organigram van de groep?

Ja, deze is mee op te nemen in het groepsdossier.

5. Notificatie (275 CBCNOT, notification)

FAQ BEPS13 5.01: geen gezamenlijke notificatie

Is het mogelijk om een gezamenlijke CbC notificatie (275CBC NOT) in te dienen voor alle Belgische entiteiten van dezelfde groep?

Neen

FAQ BEPS13 5.02: indiening bij wijziging

Waarom moet jaarlijks opnieuw een notificatie worden ingediend als er jaar na jaar zich geen wijziging voordoet?

De notificatie (275 CBCNOT) moet niet meer elk jaar opnieuw worden ingediend, maar enkel wanneer er zich een wijziging voordoet. Deze aanpassing is van toepassing voor rapporteringsperiodes die eindigen op 31.12.2019 of later.

6. Groepsdossier (275 MF, master file)

FAQ BEPS13 6.01: Belgische groep

Het groepsdossier (275MF) en lokaal dossier (275LF) moet enkel opgemaakt en ingediend worden wanneer de groep minstens één entiteit of vaste inrichting bevat. Indien de groep enkel uit Belgische entiteiten bestaat, is het dan niet nodig om aan de nieuwe rapporteringsverplichting te voldoen?

Zodra drempel overschreden en die deel uitmaakt van een multinationale groep ontstaat de verplichting tot indiening 275MF en 275LF.

FAQ BEPS13 6.02: diensten en financiële transacties

Moet het groepsdossier (275MF) ook diensten en financiële transacties bevatten tussen twee Belgische entiteiten?

Ja

FAQ BEPS13 6.03: bijlagen

Mogen de rubrieken in het groepsdossier (275MF) worden samengevat, gevolgd door een verwijzing naar het groepsdossier in bijlage voor meer details of kan het formulier ook worden ingevuld door enkel door te verwijzen naar het groepsdossier in bijlage?

Ja, een samenvatting is toegestaan mits een nauwkeurige verwijzing naar de bijlage is opgenomen.

FAQ BEPS13 6.04: groepsdossier voor elke groepsonderneming

Met betrekking tot de indiening van het groepsdossier voor groepsondernemingen, dient momenteel voor elke kwalificerende groepsonderneming eenzelfde groepsdossier (bestaande uit exact dezelfde documenten) te worden ingediend. Zou het niet mogelijk zijn dat 1 Belgische vertegenwoordiger van de groep het groepsdossier indient, met aanduiding van de andere kwalificerende groepsvennootschappen?

Neen, de wet voorziet niet in deze mogelijkheid.

FAQ BEPS13 6.05: diensten en financiële transacties

Diensten en financiële transacties tussen twee Belgische entiteiten: graag willen we bevestiging dat het niet de intentie is van de administratie om verder te gaan dan wat er door de OESO vooropgesteld wordt (en tevens wordt opgenomen in de toelichting van het groepsdossier). Met andere woorden, kan u bevestigen dat diensten en financiële transacties tussen twee Belgische entiteiten enkel moeten worden opgenomen indien deze volgens de algemene richtlijnen inzake het groepsdossier zou moeten worden opgenomen.

Akkoord

FAQ BEPS13 6.06: wettelijke verplichting

Waarom is het indienen van het groepsdossier verplicht, terwijl de meeste OESO-landen alleen maar eisen dat het groepsdossier op verzoek beschikbaar wordt gesteld?

Het is een wettelijke verplichting.

FAQ BEPS13 6.07: indieningswijze

Waarom een specifieke procedure opleggen voor het indienen van het groepsdossier via MyMinfinPro, terwijl het veel gemakkelijker zou zijn geweest om hiervoor Biztax te gebruiken (dezelfde opmerkingen als bij het Landenrapport en het Lokaal Dossier)?

Het doel was om alle documenten samen te brengen op hetzelfde platform.

7. Lokaal Dossier (275LF, local file)

FAQ BEPS13 7.01: vak A1

A1: Moeten de namen van de managers van elke afdeling/divisie/dienst worden vermeld of is een omschrijving van elke afdeling/divisie/dienst en leidinggevende functie voldoende?

De functietitel van de managers of een omschrijving van hun functie volstaat. Duid aan wanneer dezelfde persoon meerdere functies heeft in het organigram heeft.

FAQ BEPS13 7.02: vak A2-A3

A2 en A3: Belgische organisatiestructuur (aandeelhouders of maatschappelijke zetel en deelnemingen): Is het juist om zich te baseren op de situatie aan het eind van het jaar?

Ja.

FAQ BEPS13 7.03: vak A4

A4: Het koninklijk besluit van 28.10.2016 (BS 02.12.2016) stelt dat minstens het kaderniveau beschreven moet worden. Daarnaast stelt dit koninklijk besluit dat enkel de structuur voor fiscale doeleinden opgenomen moet worden.

a. Is het voldoende om enkel de fiscale rapporteringslijn toe te lichten?

Ja, de fiscale rapporteringslijn volstaat. Zie ook FAQ BEPS13 7.05.

b. Indien deze functie niet aanwezig is in België, moeten dan enkel de vijf hoogstgeplaatste werknemers vermeld te worden met betrekking tot fiscale aspecten?

Ja

FAQ BEPS13 7.04: vak A4

A4: Als de hiërarchische rapporteringsstructuur voor fiscale doeleinden minder dan 5 personen (cf. toelichting 275LF) bevat, moeten dan andere niet-fiscale gerelateerde functies worden opgenomen om 5 personen te bereiken?

Nee, enkel de gevraagde informatie in veld A4 moet worden ingevuld. Opgelet: de 5-persoonsregel is enkel van toepassing wanneer alle fiscale rapportering wordt uitgevoerd door een in het buitenland gevestigde groepsonderneming.

FAQ BEPS13 7.05: vak A4

A4: Belgische rapporteringsstructuur: welke zijn de hiërarchische lijnen voor fiscale doeleinden?

Dit is afhankelijk van de omstandigheden binnen elke onderneming. Onder rapporteringsstructuur verstaan we o.a. de organisationele procedures, interne controles en/of goedkeuringsprocedures met betrekking tot het fiscale proces in de algemene zin en het verrekenprijsproces in het bijzonder; deze structuur volgt de bevoegdheden, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de betrokken medewerkers.

FAQ BEPS13 7.06: vak A6

A6: Concurrenten : als er geen Belgische concurrenten zijn, kan dit gedeelte dan worden ingevuld als 'N.V.T.' of moeten we dan de concurrenten van over de wereld opgeven? Voor bedrijven die niet betrokken zijn bij de hoofdactiviteiten van de groep (bv. shared service centers, treasury centers), moet het veld dan worden aangevuld met 'N.V.T.' of kunnen de concurrenten van de groep worden opgenomen?

Concurrenten van over heel de wereld mogen worden opgenomen.

FAQ BEPS13 7.07: vak A7

A7: Rapporteringsstructuur - interpretatie van functies: mag de segmentatie gebeuren op basis van bestaande management accounts, of moet verdere opdeling van kosten gemaakt worden op transactioneel niveau? Welk niveau van detail wordt hier beoogd door de Belgische administratie?

Segmentatie o.b.v. het bestaande jaarverslag volstaat.

FAQ BEPS13 7.08: vak A7

A7: Rapporteringsstructuur: wanneer geen gegevens per bedrijfseenheid beschikbaar zijn, zal de Belgische entiteit dan als één bedrijfseenheid worden beschouwd?

Ja.

FAQ BEPS13 7.09: vak A7

A7: Rapporteringsstructuur: Moeten we het financieel centrum als een aparte bedrijfseenheid beschouwen?

Ja indien dit zo in de rapportering wordt vermeld.

FAQ BEPS13 7.10: vak A7

A7: Herstructureringen - hoe moet de volgende verklaring worden geïnterpreteerd?

'uw onderneming heeft tijdens het huidige aanslagjaar wijzigingen gekend in haar aandeelhoudersstructuur binnen de groep'?

Waar moet worden naar gekeken:

i) elke wijziging in het organigram van de gehele groep,

(ii) elke wijziging in de aandeelhoudersstructuur van de Belgische entiteit (d.w.z. het houden van aandelen van de Belgische entiteit), en/of

(iii) elke wijziging (rechtstreeks en/of onrechtstreeks) van de dochterondernemingen van de Belgische entiteiten (d.w.z. de Belgische entiteit heeft belangen in andere entiteiten - zowel rechtstreekse als onrechtstreekse - in andere entiteiten?

(ii) en (iii).

FAQ BEPS13 7.11: vak A7

A7: Herstructureringen: Sectie: 'uw onderneming heeft tijdens het huidige aanslagjaar wijzigingen gekend in haar aandeelhoudersstructuur binnen de groep'. Betekent dit dat elke wijziging moet worden gesignaleerd?

Zie hoofdstuk IX 'OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen voor multinationale ondernemingen en fiscale administraties (juli 2017)' + het antwoord op de vorige vraag (FAQ BEPS13 7.10).

FAQ BEPS13 7.12: vak A7

A7: Herstructureringen - het formulier 275LF verwijst naar hoofdstuk IX van de OESO-richtlijnen voor verrekenprijzen voor multinationale ondernemingen en belastingdiensten (juli 2017). Deel A7 lijkt echter niet alle soorten bedrijfsherstructureringen te bestrijken die onder de OESO-richtsnoeren vallen. Bijvoorbeeld, in het geval van de omvorming van een Belgische 'full-fledged manufacturer' (volwaardige fabrikant) tot een 'toller' met grensoverschrijdende impact, welk vakje moet hier dan worden aangekruist?

In het formulier is deze situatie niet apart opgenomen en worden zowel de zuiver juridische evenals de economische benadering samen vermeld. Het tweede vakje is het relevante vakje in deze situatie.

FAQ BEPS13 7.13: vak A8

A8: wanneer een onderneming geen jaarrekening volgens het volledig schema moet neerleggen bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België, zijn de in te vullen gegevens deze van de geconsolideerde jaarrekening of van de jaarrekening van de vennootschap zelf?

De gegevens van de jaarrekening van de vennootschap zelf moeten ingevuld worden.

FAQ BEPS13 7.14: vak A8

A8: Welke gegevens moet een bank of een verzekeringsinstelling invullen in het vak A8?

Kredietinstellingen

Omzet = 40100 + 40300 + 40400 + 40600 (indien winst) + 41400

Handelsgoederen = 40200 + 40500

Brutowinst = omzet – handelsgoederen

Operationele kosten = 40600 (indien verlies) + 40700 + 40800 + 40900 + 41000 + 41100 + 41200 + 41300 + 41500

EBIT = 41600.

Verzekeringsinstellingen

Omzet = som van de drie volgende componenten:

Technische rekening niet-leven = 710 + 711 + 712 + 714

Technische rekening leven = 720 + 722 + 723 + 724

Niet technische rekening = 730 + 731

Handelsgoederen = som van de drie volgende componenten:

Technische rekening niet-leven = 610 + 611 + 612

Technische rekening leven = 620 + 621 + 622

Niet technische rekening = 630 + 631

Brutowinst = omzet – handelsgoederen

Operationele kosten = som van de drie volgende componenten:

Technische rekening niet-leven = 613 + 614 + 616 + 619

Technische rekening leven = 623 + 624 + 625 + 626 + 627 + 628

Niet technische rekening = 632 - 732

EBIT = 710/632 (winst) of 632/710 (verlies)

FAQ BEPS13 7.15: vak A8

A8: Document 'Bericht toelichting formulieren'.

De definities van de betrokken elementen stemmen overeen met de boekhoudwetgeving:

- omzet: rekening 70 + 71

- handelsgoederen, grond- en hulpstoffen: rekening 60

- brutowinst: rekening 70 plus 71 min rekening 60

- andere operationele kosten: rekeningen 61 t.e.m. 64

- bedrijfswinst (-verlies): code 9901 van de jaarrekening (volledig model).

Interpreteren wij de toepassing van deze definities op de in vraag B2 gevraagde financiële cijfers correct?

Ja. We merken op dat de som alvast niet steeds correct is aangezien code 9901 ook de niet-recurrente resultaten omvat. We verwijzen naar de toelichting hierna in 7.31.

FAQ BEPS13 7.16: vak B1

B1: Interpretatie van functies: kan de segmentatie worden gebaseerd op bestaande jaarverslagen of moet er een grondige uitsplitsing van de kosten op transactieniveau zijn? Welke niveau van detail vraagt de Belgische overheid?

Een segmentatie op basis van de jaarverslagen is voldoende.

FAQ BEPS13 7.17: vak B1

B1: Moet elke transactie met alle dochterondernemingen in de wereld worden gedetailleerd of enkel deze die de drempel van 1 miljoen euro overschrijden?

De materialiteitsdrempel moet per transactie worden onderzocht, maar de aandacht voor het materialiteitsvereiste is alleen toegestaan voor activiteiten die niet tot de kernactiviteiten behoren. Daarom moeten alle transacties met betrekking tot de kernactiviteiten worden gerapporteerd en in aanmerking worden genomen voor de berekening van de drempel van 1.000.000 euro per bedrijfseenheid, ongeacht het bedrag ervan. Voor elke bedrijfseenheid zijn totale transactiecijfers vereist (een totaal per lijn/per bedrijfseenheid).

FAQ BEPS13 7.18: vak B1

B1: Is het mogelijk om meerdere lijnen per bedrijfseenheid te creëren, afhankelijk van het soort transactie?

Voor elke bedrijfseenheid moeten de totale cijfers in het lokaal dossier worden opgegeven (één regel per bedrijfseenheid). Een detail kan worden bijgevoegd via 'andere documenten' in deel C van het lokaal dossier, maar dit is niet verplicht.

FAQ BEPS13 7.19: vak B1

B1: In het geval van een maatschap (bv. een internationaal advocatenkantoor) waarvan de activiteiten niet worden gedefinieerd door een profiel of detailprofiel, is het aanvaardbaar om 'Andere' te vermelden en dit uit te leggen in de bijlage?

Ja

FAQ BEPS13 7.20: vak B1

B1: Als een bedrijfseenheid, meerdere profielen heeft, zoals productie en distributie, kunnen we dan 'andere' vermelden en meer in detail uitleggen in de bijgevoegde documenten?

U kunt 'productie of distributie' toevoegen wanneer één van beide het meest doorweegt en nadere uitleg geven in het veld 'omschrijving' van het vak B1 en/of eventueel in de bijlage van deel C. (Zie ook 7.22: B1)

FAQ BEPS13 7.21: vak B1

B1: Aard van de activiteiten per bedrijfseenheid – veronderstelling: een entiteit heeft slechts één bedrijfseenheid (vanuit boekhoudkundig en bedrijfsperspectief) en fungeert als een 'limited risk' voor het merendeel van de activiteiten (80 %). Daarnaast fungeert zij ook als een 'fully-fledged' voor een minderheid van haar activiteiten (20 %). Vermelden we alleen het beperkte risicoprofiel van de entiteit (die 80 % van haar activiteiten dekt) of voegen we een aparte lijn toe voor de resterende 20 % van de activiteiten wanneer de entiteit slechts één enkele boekhoudkundige operationele eenheid heeft? En wat bij een 51 % tot 49 % verdeling?

Per bedrijfseenheid moet slechts één profiel worden geselecteerd, namelijk het belangrijkste profiel. Voor elke bedrijfseenheid moeten de totale cijfers in het lokaal dossier worden opgegeven (één regel per bedrijfseenheid). Een detail kan worden bijgevoegd via 'andere documenten' in deel C van het lokaal dossier, maar dit is niet verplicht.

FAQ BEPS13 7.22: vak B1

B1: Detailprofiel/profiel (XML-tool):

a. Indien meer dan één (detail)profiel kan worden toegewezen aan de ondernemingen binnen één bedrijfseenheid zonder duidelijk onderscheid welk (detail)profiel van bovengeschikte orde is, is het dan aangewezen om 'Andere' te selecteren?

b. Indien 'Andere' wordt geselecteerd voor het (detail) profiel, begrijpen we dat de onderneming geen extra uitleg moet opnemen in deel C1 - Andere documenten.

a. Zie FAQ BEPS13 7.21
b. Andere: gelieve uit te leggen in deel C.

FAQ BEPS13 7.23: vak B1

B1: Wat wordt bedoeld met 'profiel' en 'detailprofiel'?

Het specifieke functieprofiel van de activiteit met intragroepsverrichtingen zoals gedefinieerd door de interne verrekenprijsafdeling van de rapporterende onderneming (zie ook de toelichting bij formulier 275LF en de Toelichting bij de formulieren 275 CBC, 275 MF en 275 LF). Wanneer geen van de concepten van toepassing is, is het mogelijk om in de XML-tool 'Andere' te selecteren en aanvullende uitleg te geven in deel C van het lokale bestand (via een bijgevoegd PDF-document).

FAQ BEPS13 7.24: vak B1

B1: Holding: Wat moet bij een holding zonder activiteit worden vermeld onder 'profiel' en 'detailprofiel'?

Gebruik de volgende waarden in de keuzemenu’s:

- Profiel: Holding or Managing Intellectual Property (P2)

- Detailprofiel: Other (D7)

Bijkomende uitleg is op te nemen in vak C om de aard van de activiteiten te specifiëren.

FAQ BEPS13 7.25: vak B1

B1: Moeten we het financieel centrum als een aparte bedrijfseenheid worden beschouwd?

Ja indien dit zo in het jaarverslag wordt vermeld.

FAQ BEPS13 7.26: vak B1

Hoe rapporteren we de rekeningen van een joint venture? Volgens de FAQ met betrekking tot 275CBC, mogen we de 'tie breaker rule' toepassen om de onderneming op te nemen voor 275LF-doeleinden. Maken we de totale bedragen (inclusief transacties met andere groepen of ondernemingen) in de 275LF bekend of enkel een bepaald deel dat op die specifieke groep van toepassing is? We gaan ervan uit dat de eerste het juiste antwoord is.

Verklaring van alle bedragen.

FAQ BEPS13 7.27: vak B

Deel B van het lokaaldossier moet op transactiebasis worden ingevuld. Hoe moeten vooruitbetalingen worden verwerkt?

Boekhouding op transactiebasis is de norm, dus vooruitbetalingen hebben geen impact (= cash-gerelateerd).

FAQ BEPS13 7.28: vak B2

B2: Moet de opdeling van de resultatenrekening per bedrijfseenheid exact aansluiten bij de resultatenrekeningen (omzet/kostprijs van verkochte goederen/operationele kosten/operationele winst) van de lokale jaarrekening (segmentatie moet opgemaakt worden volgens de lokale GAAP en niet volgens jaarrekening GAAP/IFRS)?

Als het jaarverslag niet op basis van BE-GAAP/IFRS gebeurt, mag de resultatenrekening zo gerapporteerd worden in deel B2 mits dit duidelijk wordt vermeld in de kolom van de gebruikte boekhoudstandaard.

In de overige tabellen B moet dezelfde standaard worden gebruikt.

FAQ BEPS13 7.29: vak B2

B2: Rekening houdend met de toelichting wordt de volgende formule op basis van de jaarrekening van de NBB niet geverifieerd: (70 + 71) - 60 - (61 - 64). Is dat de bedoeling van de administratie?

De NBB-rekeningen die in de toelichting van het lokale dossier worden vermeld, moeten worden gebruikt, ongeacht of de bovenstaande berekening werd geverifieerd in de toepassing.

FAQ BEPS13 7.30: vak B2

B2: Transactiegegevens, al dan niet gerelateerd, per bedrijfseenheid : hoe moeten de financiële overzichten worden gerapporteerd omdat sommige operationele rekeningen, op basis van de toelichting, hier niet moeten worden opgenomen (bv. rekening 72 moet niet worden opgenomen)?

B2 omvat niet de financiële staten.

FAQ BEPS13 7.31: vak B2

B2: De definities van de betrokken elementen stemmen overeen met de boekhoudwetgeving:

- omzet: rekeningen 70 + 71

- goederen, grond- en hulpstoffen: rekening 60

- brutowinst: rekening 70 plus 71 min rekening 60

- andere operationele bedrijfskosten: rekeningen 61 tot en met 64

- bedrijfswinst (-verlies): code 9901 van de jaarrekening (volledig model)

Interpreteren wij correct om deze definities mutatis mutandis ook toe te passen op de gevraagde financiële cijfers in vraag B2?

Ja

FAQ BEPS13 7.32: vak B2

B2: Voor de bedrijfswinst wordt er verwijzing gemaakt naar de code 9901 van de jaarrekening, met inbegrip van de niet-recurrente bedrijfsopbrengsten en niet-recurrente bedrijfskosten. De som van bovenstaande gegevens komt niet overeen met het uiteindelijke bedrijfsresultaat.

Ja, dit is een bewuste keuze.

FAQ BEPS13 7.33: vak B2

B2: Transactiegegevens, gerelateerd en niet-gerelateerd, per bedrijfseenheid: als we meer dan één bedrijfseenheid moeten rapporteren, hoe moeten we dat dan rapporteren? Kunt u dit verduidelijken?

Eén lijn per bedrijfseenheid.

FAQ BEPS13 7.34: vak B3

B3: Stel dat een rapporterende eenheid een grondstoffentransactie heeft met een gelieerde entiteit in land Y voor 20.000 euro en voor 7.000 euro met een gelieerde entiteit in land Z.

a. Moeten deze transacties in hun geheel op één enkele lijn van de tabel worden gerapporteerd?

Ja.

b. Geldt de materialiteitsvereiste van 25 000 euro voor elke transactie afzonderlijk of voor het totale bedrag van alle transacties?

Deze wordt toegepast transactie per transactie, maar het gebruik van de materialiteitsvereiste is enkel toegestaan met betrekking tot activiteiten die niet tot de 'core business' behoren. Zie ook FAQ BEPS13 2.05.

FAQ BEPS13 7.35: vak B3

B3: Immateriële, materiële en financiële vaste activa. Moeten de aan- of verkopen van deze activa in rekening worden gebracht voor het bepalen van de drempel van 1.000.000 euro? In veel gevallen zijn dit geen recurrente verrichtingen, maar hebben ze wel een impact op de drempel.

Ja.

FAQ BEPS13 7.36: vak B3-B6

B3-B6: Als een transactie geen gebruik maakt van een van de methoden voor bepaling van de verrekenprijzen die in de XML-tool beschikbaar zijn (d.w.z. CUP, Cost plus, Resale Price, Profit split, TNNM) en door de OESO zijn goedgekeurd, wat is dan de aanpak?

Er zijn slechts vijf overeengekomen methoden (CUP, Cost plus, Resale price, Profit split, TNNM) voor het bepalen van verrekenprijzen ten behoeve van de BEPS13-documentatie. Eén van de vijf beschikbare methoden moet worden toegepast en geselecteerd.

FAQ BEPS13 7.37: vak B3-B6

B3-B6: Moeten de in deel B3 en volgende van het lokaal dossier te rapporteren transacties op basis van de betaalde en/of ontvangen bedragen worden gerapporteerd?

Nee. De te rapporteren transacties zijn bedragen 'on an accrual basis' (transactiebasis) en niet op 'cashbasis' (kasbasis).

FAQ BEPS13 7.38: vak B3-B6

B3-B6: Wat betekent de term 'Transacties'?

Alle in de resultatenrekening opgenomen bedragen tussen de Belgische bedrijfseenheid en de buitenlandse entiteiten (één regel per bedrijfseenheid) bestaande uit de totale transacties 'on an accrual basis' (transactiebasis) die aan deze bedrijfseenheid zijn toegewezen.

FAQ BEPS13 7.39: vak B3-B9

B3-B9: Worden dividenduitkeringen beschouwd als transacties en moeten ze in aanmerking worden genomen bij de berekening van de drempel van 1.000.000 euro aan grensoverschrijdende transacties met groepsentiteiten?

Het bedrag dat moet worden vergeleken met de drempel is de som van de volgende grensoverschrijdende bedragen: transacties met groepsentiteiten = goederentransacties (B3) + dienstverleningstransacties (B4) + financiële transacties (B5) + andere transacties (B6).

Dividenduitkeringen worden nergens verstrekt en moeten daarom niet in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de drempel van 1.000.000 euro.

FAQ BEPS13 7.40: vak B3-B9

B3-B9: Moeten de door de Belgische entiteit uitgekeerde dividenden in het lokaal dossier worden vermeld en waar?

Dividenden uitgekeerd door de Belgische entiteit mogen nergens in het lokaal dossier worden vermeld.

FAQ BEPS13 7.41: vak B4/B5

B4/B5: Eigen (her-)verzekeringspremies: moet een eigen herverzekeringspremie opgenomen worden opgenomen in de vakken B4 en B5 van het lokaal dossier of is de opname in één van beide voldoende?

De opname in één van beide is voldoende.

FAQ BEPS13 7.42: vak B5

B5: Verbonden grensoverschrijdende financiële transacties: hoe moet de betaalde of ontvangen interest op een rekening-courant worden gerapporteerd? Moet de balanspositie ook worden meegedeeld? Zo ja, in welke tabel?

Indien de rekening-courant wordt gebruikt voor grensoverschrijdende transacties (B3 tot en met B6), dan moet de positie ervan worden opgenomen in B5 (financiële transacties). De interesten op de rekening-courant worden behandeld als interesten op handelsvorderingen of -schulden voor de verrekenprijzendocumentatie. De balanspositie wordt vermeld in tabel B9.

FAQ BEPS13 7.43: vak B5

B5: Een onderneming met verschillende bedrijfseenheden segmenteert vaak de profit en loss statement tot op het niveau van de bedrijfswinst. Aan welke bedrijfseenheid moet de lening, die wordt toegekend aan de volledige vennootschap, dan toegekend worden en bijgevolg bij welke bedrijfseenheid moeten de interesten voor deze lening genoteerd worden?

Als deze niet aan een specifieke bedrijfseenheid kan worden toegewezen, dan moet een aparte bedrijfseenheid 'andere' worden gemaakt en moet de lening aan deze bedrijfseenheid worden toegerekend.

FAQ BEPS13 7.44: vak B5/B7

B5/B7: Hebben de leningen binnen de groep en de interest op deze leningen een impact op de drempel van 1.000.000 euro?

Voor de berekening van de drempel van 1.000.000 euro voor intragroepstransacties wordt enkel het interestgedeelte (vak B5) mee in aanmerking genomen.

FAQ BEPS13 7.45: vak B6

B6: Moeten de doorberekeningskosten ('pass-through costs') in het lokaal dossier worden opgenomen?

Ja, het bedrag moet worden vermeld in deel B3-6 (keuze van de 'cost+'-methode). Nadere uitleg over de kosten kunnen worden toegevoegd in deel C van het lokaal dossier.

FAQ BEPS13 7.46: vak B6

B6: Andere verbonden grensoverschrijdende transacties: in het algemeen, in geval van herfacturering tegen kostprijs, moet u altijd in vak B6 van het lokaal dossier rapporteren? Als de kostentransactie bijvoorbeeld betrekking heeft op een verkoop van goederen, kan worden gezegd dat deze onder vak B3 valt? Dezelfde logica is van toepassing op diensten (en daarom, of ze moeten worden geclassificeerd onder B4 of B6).

Het hoofddoel is over de jaren heen consistent te zijn: de exacte inhoud van de definitie is ter beoordeling van de onderneming.

FAQ BEPS13 7.47: vak B6/B9

B6/B9: Zijn de honoraria en interne saldi van een partnerschap 'andere transacties' of kunnen zij worden beschouwd als diensten binnen een groep (B4)? Moeten zij ook worden opgenomen in tabel B9 (handelsvorderingen en -schulden)?

Ja, dit zijn intragroepsdiensten (B4) en handelsvorderingen en -schulden (B9).

FAQ BEPS13 7.48: vak B7-B9

B7-B9: Moeten alleen grensoverschrijdende transacties tussen ondernemingen van verbonden leningen, cash pooling (kasbeheer) en handelsvorderingen en -schulden per bedrijfseenheid worden opgenomen?

Ja.

FAQ BEPS13 7.49: vak B7-B9

B7-B9: Verbonden leningen/cash pooling (kasbeheer)/handelsvorderingen en -schulden: moeten alleen grensoverschrijdende handelsvorderingen, handelsschulden, leningen binnen de groep en kasmiddelen worden gerapporteerd voor de begin-/eindtoestand?

Ja

FAQ BEPS13 7.50: vak B9

B9: Waarover gaat het vak B9?

Alle handelsvorderingen en -schulden met betrekking tot de andere entiteiten binnen de groep (verbonden ondernemingen).

FAQ BEPS13 7.51: vak B10

B10: Zijn het alleen de details van de transacties tussen de Belgische bedrijfseenheid en de buitenlandse entiteiten of ook de transacties binnen de Belgische eenheid?

Alleen tussen elke bedrijfseenheid en de buitenlandse entiteiten.

FAQ BEPS13 7.52: vak B10

B10: Is dit een samenvatting van de transacties in de vakken B3 tot en met B9?

Ja.

FAQ BEPS13 7.53: vak B10

B10: Is het in de kolom 'Methodologie of gedragslijn' voldoende een vakje aan te vinken als één van de 5 verrekenprijsmethoden wordt toegepast?

Ja. Details hierover kunnen worden verstrekt via de bijlagen van deel C van het lokaal dossier.

FAQ BEPS13 7.54: vak B10

B10: Is het verplicht om minstens 1 van de voorgestelde opties aan te vinken?

Het aanvinken van 0 tot 3 vakken moet met de realiteit overeenstemmen.

FAQ BEPS13 7.55: vak B10

B10: Methodologie en verrekenprijsstudies per bedrijfseenheid en per aard transactie: zijn de transacties die zijn opgenomen in de vragen (B3) tot en met (B6) of (B3) tot en met (B9) per 'transactie' te begrijpen?

Dit betreft de onderdelen B3 tot en met B9. Punt B10 is slechts een samenvatting van alle bedrijfseenheden en aard van transacties van de onderneming.

FAQ BEPS13 7.56: vak B10

B10: Wanneer een 'vakje' is aangekruist, moeten er dan bijlagen in C1 worden bijgevoegd?

Neen, het is niet verplicht om enige bijlage (zoals een verrekenprijsstudie) in te dienen, ook al is het vakje in B10 aangevinkt.

FAQ BEPS13 7.57: vak B10

B10: Moet onder 'verrekenprijsstudie' worden verstaan dat een benchmark een verrekenprijsstudie is waarbij het noodzakelijk is om een lokaal dossier (volgens OESO-normen) te hebben om dit vakje te kunnen aanvinken?

Ja, de verrekenprijsstudie verwijst naar de vergelijkbaarheids- en functionele analyse conform de OESO-normen zoals aangegeven in de bijlage II bij hoofdstuk V inzake verrekenprijsdocumentatie onder de rubriek 'controlled transactions' (punten 5 tot en met 13.)

FAQ BEPS13 7.58: vak B10

B10: door 'functionele analyse', wat moeten we daaronder begrijpen? In de verklarende nota waarin wordt verwezen naar de OESO-normen, hebben we begrepen dat een lokaal dossier vereist is dat is opgesteld in overeenstemming met de OESO-normen. Kunt u ons dit bevestigen?

Ja, het lokaal dossier moet worden ingevuld volgens de OESO-normen. De definitie van functionele analyse op het niveau van de Belgische overheid is dezelfde als die op het niveau van de OESO zoals aangegeven in de bijlage II bij hoofdstuk V inzake verrekenprijsdocumentatie onder de rubriek 'controlled transactions' (punten 5 tot en met 13).

FAQ BEPS13 7.59: vak B11

B11: Winstverdeling ingeval van aanwezigheid van vaste inrichtingen: Er wordt verwezen naar code 1431 PN van de belastingaangifte. Hoewel in het formulier de aan vaste inrichtingen toegerekende winstbedragen moeten worden uitgesplitst per vaste inrichting, worden in de belastingaangifte alleen de totale winsten vermeld die bij verdrag zijn vrijgesteld of niet. Voorstel tot afstemming met de belastingaangifte.

In B11 moet elke vaste inrichting op een aparte lijn vermeld worden waarbij het totaal van de resterende resultaten in overeenstemming dient te zijn met code 1431 PN.

FAQ BEPS13 7.60: vak B12

B12: 'cost contribution overeenkomsten', 'advance pricing overeenkomsten' en 'in huis (her-) verzekeringen': In deze vraag moet de rapporterende onderneming een ondernemingsnummer van een Belgische onderneming en de bedrijfsnaam invullen. Naar welke Belgische onderneming verwijst dit? Het ondernemingsnummer van de betrokken Belgische entiteit (met name het nummer dat is vermeld op het formulier 275LF) is al opgenomen.

Het is niet noodzakelijkerwijs een Belgische onderneming: het zijn de verbonden ondernemingen waarmee een overeenkomst is gesloten of waarop de overeenkomsten betrekking hebben.

FAQ BEPS13 7.61: vak B12

B12: De naam en het ondernemingsnummer worden gevraagd. Als de 'cost contribution overeenkomsten' of 'advance pricing overeenkomsten' betrekking heeft op verschillende leden/landen, hoe moet dit dan worden gemeld?

Het is mogelijk om meerdere ondernemingsnummers en namen te vermelden in B12.

FAQ BEPS13 7.62: vak B12

B12: Omvatten de gevraagde overeenkomsten in B12 alle overeenkomsten vermeld in vak B10?

De overeenkomsten die in deel B10 en B12 moeten worden vermeld, zijn eerder verschillende overeenkomsten. In het kader B10 zijn dit de verrekenprijsovereenkomsten die betrekking hebben op de verrekenprijsmethodologie omtrent de grensoverschrijdende transacties vermeld in de rubrieken B3-B9 terwijl het in het kader B12 gaat om specifieke overeenkomsten die niet noodzakelijk betrekking hebben op de rubrieken B3-B9.

FAQ BEPS13 7.63: vak B12

B12: Wat moet worden verstaan onder 'cost contribution overeenkomsten', 'advance pricing overeenkomsten' en 'in huis (her)-verzekeringen'?

Het OESO-rapport over verrekenprijsdocumentatie (https://read.oecd-ilibrary.org/taxation/oecd-transfer-pricing-guidelines-for-multinational-enterprises-and-tax-administrations-2017_tpg-2017-en) verklaart de termen 'cost contribution overeenkomsten' en 'advance pricing overeenkomsten'. Met 'in huis (her-)verzekeringen' is het noodzakelijk om 'captive insurance' te begrijpen.

8. Landenrapport (275CBC, Country-by-Country reporting)

FAQ BEPS13 8.01: gereserveerde winst

Wat moet worden verstaan onder gereserveerde winst?

Voor de Belgische entiteit is dit de som van de rekeningen 13 en 14 van de balans.

FAQ BEPS13 8.02: activa

Wat moet worden verstaan onder 'Activa (andere dan liquiditeiten, geldbeleggingen, immateriële vaste activa en aandelen binnen financiële vaste activa)'?

Enkel de materiële vaste activa moeten worden aangegeven (code 22/27 van de jaarrekening) conform de toelichting: 'In de elfde kolom van Tabel 1 van het landenrapport vermeldt de rapporterende entiteit de som van de netto boekwaarden van de materiële activa van alle groepsentiteiten die fiscaal inwoner zijn van het relevante rechtsgebied. Voor vaste inrichtingen worden activa opgegeven onder verwijzing naar het rechtsgebied waarin de vaste inrichtingen gevestigd zijn. Materiële activa omvatten dan ook geen kasmiddelen en kasequivalenten, immateriële of financiële activa.'

FAQ BEPS13 8.03: deelneming andere onderneming binnen de groep

De rapporterende entiteit bezit 50 % van een andere onderneming binnen de groep. Moet dan enkel 50 % van haar omzet worden gerapporteerd?

Neen. Op vlak van het landenrapport zijn er geen voorwaarden verbonden met betrekking tot participatiepercentages in een andere onderneming van de groep. De beslissing om het al dan niet op te nemen in het landenrapport is gebaseerd op het statuut als groepsentiteit van deze entiteit, dat wordt bepaald in overeenstemming met artikel 321/1, 4°, a, b en c, van het WIB 92. Wanneer de onderneming een groepsentiteit is, moet 'de som van de producten van alle groepsentiteiten van de multinationale groep in de betrokken rechtsgebieden' (zie meer details in de kolom met betrekking tot de 'producten' van de toelichting) worden vermeld.

FAQ BEPS13 8.04: belangrijkste bedrijfsactiviteiten per entiteit

Tabel 2: Hoe de belangrijkste bedrijfsactiviteiten per entiteit bepalen en hoeveel mogen er maximaal aangekruist worden?

De rapporterende entiteit is vrij te bepalen wat de belangrijkste bedrijfsactiviteit(en) is (zijn) van haar groepsentiteiten. In principe kunnen alle kollommen in tabel 2 aangeduid worden. De rapporterende entiteit kan hieromtrent desgewenst een toelichting opnemen in tabel 3 'Aanvullende gegevens' van het formulier.

FAQ BEPS13 8.05: gevolgen niet-tijdige automatische uitwisseling

Kan een niet-tijdige automatische uitwisseling van een landenrapport (275CBC) door een partnerland negatieve gevolgen hebben voor een betrokken belastingplichtige of een rapporterende entiteit?

Het OESO-rapport met betrekking tot BEPS Actieplan 13 maakt melding van indiening onder local filing indien er sprake is van systematische nalatigheid bij de bevoegde autoriteiten van een partnerland.

FAQ BEPS13 8.06: minderheidsparticipaties

Behandeling van minderheidsparticipaties

Overeenkomstig de bepalingen in de OESO implementatierichtlijnen omtrent landenrapportering wordt een entiteit die in de consolidatiekring van de multinationale groep wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode niet aangemerkt als zijnde een groepsentiteit. Deze entiteit is bijgevolg vrijgesteld van alle rapporterings- en documentatieverplichtingen ingevolge van artikelen 321/1 - 321/7 WIB 92.

FAQ BEPS13 8.07: joint venture

Moet een joint venture een landenrapport indienen?

Ja, de entiteit van de multinationale groep die de drempels overschrijdt moet een landenrapport indienen van een groep naar keuze conform de regels van het formulier 275 CBC.

Interne ref.: 723.672


[A1]Suggestie aan te vullen met: “in zoverre dat toepasselijk (bvb. ten aanzien van drempelwaardes)”

[A2]Deze vraag maakt dubbel gebruik uit met BEPS 13 4.07 (nieuw 4.06) en is geschrapt.