Circulaire nr. Ci.R.14/464.892 dd. 08.03.1995

Bull. nr. 749, pag. 1197

INVORDERING
Beslag op goederen van publiekrechtelijke rechtspersonen.


Aan alle ambtenaren van niveaus 1 en 2.

I. WETTEKST

1. Art. 1 van de W 30.6.1994 (BS 21.7.1994) heeft een nieuw art. 1412bis ingevoerd in het Ger.W :

Artikel 1412bis. § 1. De goederen die toebehoren aan de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de instellingen van openbaar nut en, in het algemeen, aan alle publiekrechtelijke rechtspersonen, zijn niet vatbaar voor beslag.

§ 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 8, tweede lid, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, zijn echter wel vatbaar voor beslag :



de goederen ten aanzien waarvan de in § 1 bedoelde publiekrechtelijke rechtspersonen verklaard hebben dat ze in beslag genomen kunnen worden. Deze verklaring moet uitgaan van de bevoegde organen. Ze moet worden neergelegd op de plaatsen die door artikel 42 zijn bepaald voor de betekening van de gerechtelijke akten.

De Koning bepaalt de wijze waarop deze neerlegging geschiedt;
bij gebreke van een dergelijke verklaring of wanneer de tegeldemaking van de erin opgenomen goederen niet volstaat tot voldoening van de schuldeiser, de goederen die voor deze rechtspersonen kennelijk niet nuttig zijn voor de uitoefening van hun taak of voor de continuïteit van de openbare dienst.
§ 3. De in § 1 bedoelde publiekrechtelijke rechtspersonen wier goederen overeenkomstig § 2, 2°, in beslag genomen worden, kunnen verzet doen. Ze kunnen aan de beslagleggende schuldeiser andere goederen ter beslagneming aanbieden. Het aanbod is bindend voor de beslagleggende schuldeiser indien het goed op het Belgisch grondgebied gelegen is en de tegeldemaking volstaat tot voldoening van de schuldeiser.

Indien de beslagleggende schuldeiser aanvoert dat niet is voldaan aan de in het vorige lid bedoelde voorwaarden inzake de vervanging van het in beslag genomen goed, wendt de meest gerede partij zich tot de rechter onder de in artikel 1395 gestelde voorwaarden.

§ 4. Verzet kan alleen worden gedaan bij exploot te betekenen aan de beslaglegger, samen met een dagvaarding om te verschijnen voor de beslagrechter. De eis schorst de tenuitvoerlegging en moet, op straffe van verval, worden ingesteld binnen een maand te rekenen van het beslagexploot betekend aan de schuldenaar.

Het vonnis kan niet bij voorraad ten uitvoer worden gelegd. Het is niet vatbaar voor verzet.

De termijn om hoger beroep in te stellen is een maand te rekenen van de betekening van het vonnis. De rechter in hoger beroep doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken. Tegen een bij verstek gewezen arrest kan geen verzet worden gedaan.

II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGING

2. § 1 van het nieuwe art. 1412bis, Ger.W stelt als regel voorop dat de goederen van publiekrechtelijke rechtspersonen niet vatbaar zijn voor beslag.

3. § 2 bevat evenwel een belangrijke uitzondering op die regel. Daardoor zullen schuldeisers van publiekrechtelijke rechtspersonen in de toekomst beslag kunnen leggen op de goederen van publiekrechtelijke rechtspersonen waarvan die rechtspersonen hebben verklaard dat ze vatbaar zijn voor beslag en, indien de aldus aangeduide goederen niet volstaan, op andere goederen die kennelijk niet nuttig zijn voor de uitoefening van hun taak of voor de continuïteit van de openbare dienst.

4. Tot nog toe was de heersende mening binnen de rechtspraak dat de publiekrechtelijke rechtspersonen absolute uitvoeringsimmuniteit genieten. Na de inwerkingtreding van art. 1412bis, Ger.W zullen de publiekrechtelijke rechtspersonen alleen nog uitvoeringsimmuniteit genieten ten aanzien van de goederen die ze nodig hebben om hun taak te kunnen uitoefenen en om de continuïteit van de openbare dienst te verzekeren.

III. INWERKINGTREDING

5. Art. 1412bis, Ger.W treedt in werking op de datum door de Koning bepaald en uiterlijk zes maanden na de bekendmaking van de W 30.6.1994 in het Belgisch Staatsblad.

Aangezien de Koning geen vroegere datum heeft bepaald, is art. 1412bis, Ger.W in werking getreden op 21.1.1995.

6. Na de inwerkingtreding van art. 1412bis, Ger.W zal de Ontv. de invorderingsmogelijkheden die dat artikel biedt, ook kunnen benutten voor belastingschulden van publiekrechtelijke rechtspersonen die dateren van voor de datum van inwerkingtreding.

IV. TOEPASSINGSGEBIED



7. Art. 1412bis, Ger.W betreft de goederen die toebehoren aan :
  • de Staat,
  • de Gewesten,
  • de Gemeenschappen,
  • de provincies,
  • de gemeenten,
  • de instellingen van openbaar nut,
  • en, in het algemeen, aan alle publiekrechtelijke rechtspersonen.


V. VOOR BESLAG VATBARE GOEDEREN

A. Algemene regel

8. De goederen van een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn in beginsel niet voor beslag vatbaar.

9. De publiekrechtelijke rechtspersoon kan evenwel in een verklaring goederen aanwijzen die in beslag genomen kunnen worden. De verklaring moet worden neergelegd op de plaatsen die door art. 42, Ger.W zijn bepaald voor de betekening van de gerechtelijke akten.

De schuldeiser van een publiekrechtelijke rechtspersoon die zulke verklaring heeft afgelegd, moet, wanneer hij tot dwanguitvoering wil overgaan, beslag leggen op de door de rechtspersoon aangeduide goederen (of bepaalde daarvan). Indien de tegeldemaking van de door de publiekrechtelijke rechtspersoon aangeduide goederen niet volstaat om de schuldeiser te voldoen, mag de schuldeiser evenwel andere goederen van de rechtspersoon in beslag nemen die kennelijk niet nuttig zijn voor de uitoefening van de taak van de rechtspersoon of voor de continuïteit van de openbare dienst.

10. Indien de publiekrechtelijke rechtspersoon geen verklaring heeft afgelegd waarin de voor beslag vatbare goederen worden aangeduid, mag de schuldeiser van die rechtspersoon goederen van de rechtspersoon in beslag nemen die kennelijk niet nuttig zijn voor de uitoefening van de taak van de rechtspersoon of voor de continuïteit van de openbare dienst.

B. Bijzondere regel voor sommige economische overheidsbedrijven

11. Art. 1412bis doet geen afbreuk aan het bepaalde in art. 8, tweede lid, van de wet van 21.3.1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.

Krachtens die wetsbepaling genieten de autonome overheidsbedrijven immuniteit van tenuitvoerlegging voor de goederen die geheel of gedeeltelijk zijn bestemd voor de uitvoering van hun taken van openbare dienst. A contrario zijn de goederen die niet tot de uitvoering van taken van openbare dienst bestemd zijn, wel vatbaar voor gedwongen tenuitvoerlegging.

De autonome overheidsbedrijven zijn op dit ogenblik BELGACOM, DE POST en de N.M.B.S.

Vanaf de inwerkingtreding van het eerste beheerscontract met de Staat, zal ook de NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER LUCHTWEGEN (N.M.L.W.) tot de autonome overheidsbedrijven behoren.

VI. VERZET DOOR DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON

A. Inleiding

12. Telkens een schuldeiser van een publiekrechtelijke rechtspersoon beslag legt op goederen waarvan de rechtspersoon niet heeft verklaard dat ze in beslag kunnen genomen worden, kan de publiekrechtelijke rechtspersoon voor de beslagrechter verzet doen tegen het beslag (art. 1412bis, § 3, Ger.W). De beslagrechter zal de opheffing van het beslag bevelen indien de in beslag genomen goederen nuttig zijn voor de uitoefening van de taak van de beslagen publiekrechtelijke rechtspersoon of voor de continuïteit van de openbare dienst. Die verzetmogelijkheid bestaat niet wanneer beslag wordt gelegd op goederen waarvan de beslagen rechtspersoon zelf heeft verklaard dat ze in beslag kunnen worden genomen.

13. De beslagen rechtspersoon kan aan de beslaglegger andere goederen ter beslagneming aanbieden. De beslaglegger is gebonden door dat aanbod op voorwaarde dat de aangeboden goederen in België gelegen zijn en dat de tegeldemaking ervan volstaat om hem te voldoen. Indien de beslaglegger aanvoert dat aan die dubbele voorwaarde niet is voldaan, wendt de meest gerede partij zich tot de beslagrechter onder de in art. 1395, Ger.W gestelde voorwaarden, dus bij dagvaarding.

B. Vorm

14. De publiekrechtelijke rechtspersoon kan het verzet alleen doen bij exploot te betekenen aan de beslaglegger, samen met een dagvaarding om te verschijnen voor de beslagrechter (art. 1412bis, § 4, Ger.W).

C. Termijn

15. De eis tot verzet moet, op straffe van verval, worden ingesteld binnen een maand te rekenen van het beslagexploot betekend aan de schuldenaar.

D. Gevolg

16. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging tot aan de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing. Het vonnis van de beslagrechter kan immers niet bij voorraad ten uitvoer worden gelegd (art. 1412bis, § 4, Ger.W).

Gelet op art. 300, § 2, WIB 92 schorst het verzet van een publiekrechtelijke rechtspersoon tegen een beslag van de Ontv. de tenuitvoerlegging tot aan het verstrijken van de cassatietermijn. Indien een voorziening in cassatie wordt ingesteld duurt de schorsing voort tot aan het arrest van het Hof van Cassatie dat de voorziening verwerpt of tot aan de beslissing van het verwijzingshof.

E. Verhaal tegen het vonnis van de beslagrechter

17. Het vonnis waarbij de beslagrechter uitspraak doet over het verzet van de publiekrechtelijke rechtspersoon, is niet vatbaar voor verzet.

De termijn om hoger beroep in te stellen is een maand te rekenen van de betekening van het vonnis.

F. Beslissing in hoger beroep

18. De rechter in hoger beroep doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken. Tegen een bij verstek gewezen arrest kan geen verzet worden gedaan.

VII. ART. 1412BIS, GER.W HEFT KB NR. 201 NIET OP

19. Gelet op het bijzondere karakter van het KB nr. 201 en op het ontbreken van enige uitdrukkelijke opheffingsbepaling, gaat de administratie er van uit dat bedoeld KB niet is opgeheven door art. 1412bis, Ger.W.

De commentaar op bedoeld KB in de nrs. 17 tot 28, Handl.Inv., Deel X, Titel I, blijft dan ook gelden na de inwerkingtreding van bedoeld art. 1412bis.

Voor de Directeur-generaal :
De Eerste auditeur,


R. VERSLUYS