Circulaire 2020/C/7 betreffende het stelsel van Algemene Tariefpreferenties (SAP)

Algemene principes met betrekking tot oorsprongsregels; stelsel Algemene Tariefpreferenties; toegelaten exporteur; systeem van geregistreerd exporteur (REX)

FOD Financiën, 09.01.2020
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Inhoudstafel

Deel I. Algemeenheden

1. Inleiding

2. Wettelijke basis en documentatie

3. Definities

4. Algemene principes

4.1. Producten van oorsprong

4.2. Territorialiteitsbeginsel

4.3. Geheel en al verkregen producten.

4.4. Toereikende be- of verwerking.

4.5. Ontoereikende be- of verwerkingen.

4.6. Algemene tolerantie.

4.7. Determinerende eenheid – toebehoren, reserveonderdelen en gereedschappen – stellen en assortimenten

4.8. Neutrale elementen.

4.9. Regels voor cumulatie.

4.10. Gescheiden boekhouding en voorraden van EU-exporteurs.

DEEL II: Regels en procedures vóór de invoering van REX

1. Procedures bij uitvoer uit een APS-land

1.1. Procedures voor afgifte van een certificaat van oorsprong, formulier A

1.2. Voorwaarden voor de afgifte van een certificaat van oorsprong, formulier A, in geval van cumulatie

2. Procedures bij het in het vrije verkeer brengen in de Unie

2.1. Indiening en geldigheid van certificaten van oorsprong en verlate overlegging

2.2. Invoer in deelzendingen van certificaten van oorsprong

2.3. Vrijstellingen van de verplichting om een certificaat van oorsprong voor te leggen

2.4. Verschillen en vormfouten in certificaten van oorsprong

3. Controle van oorsprong

3.1. Controle achteraf van certificaten van oorsprong

Deel III: Regels en procedures van toepassing onder REX

1. Procedures bij uitvoer uit begunstigde landen en uit de Unie

1.1. Verplichting voor exporteurs om te worden geregistreerd en ontheffing

1.2. Geregistreerde exporteur-databank

1.3. Automatische registratie van exporteurs voor een land dat een begunstigd land van het SAP-stelsel van de Unie wordt

1.4. Schrapping uit het register van geregistreerde exporteurs

1.5. Automatische schrapping uit het register van geregistreerde exporteurs wanneer een land van de lijst van begunstigde landen is geschrapt

1.6. Verplichtingen van exporteurs

2. Procedures bij het in het vrije verkeer brengen

2.1. Geldigheid van het attest van oorsprong

2.2. Toelaatbaarheid van het attest van oorsprong

2.3. Vervanging van attesten van oorsprong

2.4. Algemene beginselen en door de aangever te treffen voorzorgsmaatregelen

2.5. Vrijstellingen van de verplichting om een attest van oorsprong voor te leggen

2.6. Verschillen en vormfouten in attesten van oorsprong: verlate indiening van attesten van oorsprong

2.7. Invoer in deelzendingen met behulp van attesten van oorsprong

2.8. Schorsing van de toepassing van de preferentie

2.9. Weigering om de tariefpreferentie toe te kennen

3. Verplichtingen van begunstigde landen in het kader van het SAP-stelsel van de Unie

3.1. Verplichting tot administratieve samenwerking in het kader van het REX-systeem

3.2. Kennisgevingsverplichtingen die van toepassing zijn tot en na de datum van toepassing van het systeem van geregistreerde exporteurs (REX)

4. Controle van oorsprong

4.1. Verplichtingen van de bevoegde autoriteiten die verband houden met de controle van de oorsprong na de datum van toepassing van het systeem van geregistreerde exporteurs

4.2. Controle achteraf van attesten van oorsprong en vervangende attesten van oorsprong

5. Overige bepalingen betreffende attesten van oorsprong

5.1. Algemene bepalingen betreffende het attest van oorsprong

5.2. Attest van oorsprong in het geval van cumulatie

6. Overgangsmaatregelen

6.1. Registratieprocedure in de begunstigde landen en procedures bij uitvoer die van toepassing zijn gedurende de overgangsperiode tot het systeem van geregistreerde exporteurs van toepassing is

6.2. Datum van toepassing van een aantal bepalingen

7. Andere bepalingen

7.1. Ceuta en Melilla

Bijlagen

Deel I. Algemeenheden

1. Inleiding

§ 1. Sinds 1971 kent de Europese Unie in het kader van het stelsel van Algemene Tariefpreferenties (SAP) handelspreferenties toe ten gunste van ontwikkelingslanden, in de vorm van een vermindering of een vrijstelling van invoerrechten voor bepaalde producten.

Het stelsel is geregeld in Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties. Dit schema is geldig tot en met 31 december 2023.

Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1063/2010 en Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 530/2013 en nr. 2015/428, voorziet in een hervorming van de manier waarop de oorsprong van goederen wordt gecertificeerd voor de toepassing van het stelsel van algemene preferenties van de Unie. Met deze hervorming is een systeem ingevoerd van zelfcertificering van de oorsprong van goederen door exporteurs die voor dat doel door de begunstigde landen of door de lidstaten geregistreerd zijn. Deze uitvoering is in werking getreden op 1 januari 2017.

Het achterliggende idee is dat exporteurs, aangezien zij in de beste positie verkeren om de oorsprong van hun producten te kennen, hun afnemers rechtstreeks voorzien van attesten van oorsprong. De Commissie stelt daarom een elektronisch systeem van geregistreerde exporteurs ter beschikking (“het REX-systeem”), zodat begunstigde landen en lidstaten exporteurs zich kunnen registreren.

Er is voorzien in overgangsmaatregelen en een gefaseerde aanpak tot en met 31 december 2019, met een mogelijke verlenging van zes maanden. Met ingang van 30 juni 2020 zullen alle zendingen die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde hoger is dan 6 000 EUR, vergezeld moeten gaan van een attest van oorsprong dat is opgesteld door een geregistreerd exporteur, om in aanmerking te komen voor de preferentiële behandeling in het kader van het SAP.

Hierdoor zal het gebruik van het certificaat van oorsprong formulier A gefaseerd verdwijnen.

Vanaf 1 januari 2017 dienden de in de Europese Unie gevestigde exporteurs, voor wat de handel in het kader van SAP betreft, geregistreerd te zijn.

De douaneautoriteiten in alle lidstaten geven vanaf 1 januari 2018 geen certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 met het oog op cumulatie op grond van artikel 53 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 meer af.

Vanaf 1 mei 2016 werd Verordening 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek en zijn wijzigingen ingetrokken en vervangen door:

Verordening (EU) Nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (“DWU”),

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (“DA”),

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (“IA”),

Deze omzendbrief past het hoofdstuk betreffende SAP “Hoofdstuk VII Algemene preferenties verleend aan de ontwikkelingslanden en –gebieden (APS)” uit de Instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999 aan de situatie vanaf 1 januari 2017 aan, en haalt ze uit de Instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999.

De bijgevoegde omzendbrief is onderverdeeld in delen I, II en III;

Deel I Algemeenheden;

Deel II Regels en procedures voor REX en

Deel III Regels en procedures van toepassing onder REX

Als gevolg van deze omzendbrief vervalt het hoofdstuk “HOOFDSTUK VII ALGEMENE PREFERENTIES VERLEEND AAN DE ONTWIKKELINGSLANDEN EN -GEBIEDEN (APS)” in de Instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999.

De omzendbrief zal later opgenomen worden in de aanpassing van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999 aan het DWU, DA en IA.

2. Wettelijke basis en documentatie

Wettelijke basis

§ 2. Sinds 1 juli 1971 verleent de Europese Unie tariefpreferenties voor bepaalde producten van oorsprong uit de ontwikkelingslanden en –gebieden, namelijk het stelsel van algemene preferenties (SAP). Het SAP is een unilaterale concessie van de Europese Unie ten gunste van de ontwikkelingslanden, in de vorm van een vermindering of vrijstelling van invoerrechten voor bepaalde producten.

Het stelsel is geregeld in Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties. Dit schema is geldig tot en met 31 december 2023. Ter zake wordt verwezen naar de instructie “ALGEMENE TARIEFPREFERENTIES 2014” van 1 januari 2014 nr. D.T. 00.000.826 – D.I. 618.

Voor de toepassing van die preferenties werden het begrip “producten van oorsprong” en de methoden van administratieve samenwerking van toepassing tussen de EU en de landen die het stelsel van de algemene preferenties genieten, bepaald door Verordening 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek en zijn wijzigingen.

Vanaf 1 mei 2016 werden Verordening 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek, en zijn wijzigingen, en Verordening 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, en zijn wijzigingen, ingetrokken en vervangen door:

- Verordening (EU) Nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (“DWU”);

- Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (“DA”);

- Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (“IA”).

De voor deze omzendbrief relevante artikelen zijn:

artikelen 64 tot en met 68 DWU;

artikelen 37 tot en met 58 DA;

en artikelen 70 tot en met 112 IA.

Richtlijnen REX

§ 3. Hoewel uit een rechtskundig oogpunt niet dwingend, vor­men de door de Europese Commissie gepubliceerde richtlijnen be­treffende een geregistreerd exporteur (REX) een werktuig dat een bruikbare interpretatie en toepassing van voormelde wettelijke basis vergemakkelijkt. Waar nodig werden deze richtlijnen opgenomen in onderhavige instructie.

3. Definities

§ 4. Voor de toepassing van deze omzendbrief betekent:

Begunstigd land: een in de lijst in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad[1] opgenomen land dat in aanmerking komt voor het stelsel van algemene preferenties (SAP).

Vervaardiging: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage.

Materiaal: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen, enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt.

Product: het product dat wordt vervaardigd, zelfs indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt.

Goederen: zowel materialen als producten.

Bilaterale cumulatie: een systeem op grond waarvan producten van oorsprong uit de Unie kunnen worden beschouwd als materialen van oorsprong uit een begunstigd land wanneer zij in dat begunstigde land verder worden bewerkt of in een product opgenomen.

Cumulatie met Noorwegen, Turkije of Zwitserland: een systeem op grond waarvan producten van oorsprong uit Noorwegen, Turkije of Zwitserland kunnen worden beschouwd als materialen van oorsprong uit een begunstigd land wanneer zij in dat begunstigde land verder worden bewerkt of in een product opgenomen en in de Unie worden ingevoerd.

Regionale cumulatie: een systeem op grond waarvan producten die overeenkomstig deze afdeling van oorsprong zijn uit een land dat lid is van een regionale groep, worden beschouwd als van oorsprong uit een ander land van dezelfde regionale groep (of een land van een andere regionale groep wanneer cumulatie tussen groepen mogelijk is) wanneer zij aldaar verder worden bewerkt of in een aldaar vervaardigd product opgenomen.

Uitgebreide cumulatie: een systeem dat van toepassing is na inwilliging door de Commissie van een daartoe strekkend verzoek van een begunstigd land, op grond waarvan bepaalde materialen, van oorsprong uit een land waarmee de Unie een vrijhandelsovereenkomst heeft overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT), worden beschouwd als materialen van oorsprong uit het betrokken begunstigde land wanneer zij in dat land verder worden bewerkt of in een in dat land vervaardigd product worden opgenomen.

10°Onderling vervangbare materialen: materialen van dezelfde soort en handelskwaliteit, met dezelfde technische en fysieke kenmerken en waartussen geen onderscheid mogelijk is zodra zij in het eindproduct zijn opgenomen.

11°Regionale groep: een groep landen waartussen regionale cumulatie van toepassing is.

12° Douanewaarde: de waarde zoals bepaald volgens de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel van 1994 (WTO-overeenkomst inzake douanewaarde).

13° Waarde van de materialen: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in het land van productie is betaald; wanneer de waarde van de gebruikte materialen van oorsprong moet worden vastgesteld, is dit punt van overeenkomstige toepassing.

14° Prijs af fabriek: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen en alle andere aan de vervaardiging verbonden kosten, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd.

Wanneer de werkelijk betaalde prijs niet alle kosten omvat die verbonden zijn aan de vervaardiging van het product in het land van productie, is de prijs af fabriek de som van al die kosten, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd.

Wanneer de laatste be- of verwerking aan een fabrikant is uitbesteed, kan de in de eerste alinea gebruikte term „fabrikant” verwijzen naar het bedrijf dat de be- of verwerking heeft uitbesteed.

15° Maximuminhoud van niet van oorsprong zijnde materialen: de maximale hoeveelheid niet van oorsprong zijnde materialen die is toegestaan om een vervaardiging te beschouwen als een toereikende be- of verwerking om de oorsprong te verlenen. Deze hoeveelheid kan worden uitgedrukt in procenten van de prijs af fabriek van het product of in procenten van het nettogewicht van de gebruikte materialen van een bepaalde groep hoofdstukken, een hoofdstuk, post of onderverdeling.

16° Nettogewicht: het gewicht van de goederen zelf zonder verpakkingsmateriaal en verpakkingsrecipiënten van welke soort dan ook.

17° Hoofdstukken, posten en onderverdelingen: de hoofdstukken, posten en onderverdelingen (vier- of zescijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem vormt met de wijzigingen ingevolge de aanbeveling van de Internationale Douaneraad van 26 juni 2004.

18° Ingedeeld: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post of onderverdeling van het geharmoniseerde systeem.

19° Zending: producten die ofwel:

a) gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden gezonden; of

b) vergezeld gaan van één enkel vervoersdocument vanaf de verzending bij de exporteur tot de aankomst bij de geadresseerde of, in afwezigheid van een dergelijk document, van één enkele factuur.

20° Exporteur: een persoon die goederen naar de Unie of naar een begunstigd land uitvoert en die de oorsprong van de goederen kan aantonen, ongeacht of hij de fabrikant ervan is of niet en ongeacht of hij zelf de uitvoerformaliteiten verricht of niet.

21° Geregistreerde exporteur:

a) een exporteur die in een begunstigd land is gevestigd en bij de bevoegde autoriteiten van dat begunstigde land staat geregistreerd voor de uitvoer van producten in het kader van het stelsel, zowel naar de Unie als naar een ander begunstigd land waarmee regionale cumulatie mogelijk is; of

b) een exporteur die in een lidstaat is gevestigd en bij de douaneautoriteiten van die lidstaat staat geregistreerd voor de uitvoer van producten van oorsprong uit de Unie die in het begunstigde land in het kader van bilaterale cumulatie als materialen zullen worden gebruikt; of

c) een wederverzender van goederen die in een lidstaat is gevestigd en bij de douaneautoriteiten van die lidstaat staat geregistreerd in verband met het opstellen van vervangende attesten van oorsprong om producten van oorsprong opnieuw te verzenden naar elders in het douanegebied van de Unie of, in voorkomend geval, naar Noorwegen, Turkije of Zwitserland (een geregistreerde wederverzender).

21° Attest van oorsprong: een door de exporteur of de wederverzender van de goederen opgestelde verklaring dat de producten waarop het attest betrekking heeft, aan de oorsprongsregels van het stelsel voldoen.

4. Algemene principes

4.1. Producten van oorsprong

§ 5. In alle preferentiële regelingen wordt het begrip oorsprong gedefinieerd. De algemene regel is neergeschreven in art. 41 DA. Goederen worden geacht van oorsprong te zijn uit een begunstigd land, als zij:

a) geheel en al in dat land verkregen zijn (zie art. 44 DA);

b) in dat land verkregen werden, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan (zie art. 45 DA).

4.2. Territorialiteitsbeginsel

§ 6. Het territorialiteitsbeginsel, zoals omschreven in artikel 42 DA, houdt in dat de be- of verwerking in principe zonder onderbreking op het grondgebied van de bij de betreffende overeenkomst betrokken partijen moet plaatsvinden. Indien de producten van oorsprong uit een begunstigd land naar een ander land zijn uitgevoerd en vervolgens terugkeren, worden zij als niet van oorsprong beschouwd tenzij ten aanzien van de bevoegde autoriteiten kan worden aangetoond dat de volgende voorwaarden zijn vervuld:

a) de teruggekeerde producten zijn dezelfde als de eerder uitgevoerde producten, én

b) zij hebben tijdens de periode dat ze in dat land waren of waren uitgevoerd geen andere behandelingen ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren. Verdere precisering van het begrip ‘geen behandeling’ is beschreven in artikel 43 DA. Het bewijs van geen behandeling wordt, indien daarom wordt verzocht, aangebracht door de economisch operator en bekrachtigd door de douane.

4.3. Geheel en al verkregen producten.

§ 7. Volgende producten worden als geheel en al te zijn verkregen in een begunstigd land beschouwd, zoals voorzien in art. 44 DA:

a) uit de zeebodem of de ondergrond ervan gewonnen minerale producten;

b) aldaar gekweekte of geoogste producten van het plantenrijk;

c) aldaar geboren en gehouden levende dieren;

d) producten afkomstig van aldaar gehouden levende dieren;

e) producten afkomstig van aldaar geboren en gehouden geslachte dieren;

f) producten van de aldaar bedreven jacht en visserij;

g) producten van de aquacultuur wanneer de vis-, schaal- en weekdieren aldaar zijn geboren en gekweekt;

h) producten van de zeevisserij en andere buiten een territoriale zee door zijn schepen uit de zee gewonnen producten;

i) uitsluitend uit de onder h) bedoelde producten aan boord van zijn fabrieksschepen vervaardigde producten;

j) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen;

k) resten en afval afkomstig van aldaar vereiste fabricagehandelingen;

l) producten gewonnen uit de buiten een territoriale zee gelegen zeebodem of de ondergrond ervan, mits het begunstigde land exclusieve rechten heeft op de exploitatie van deze zeebodem of de ondergrond ervan;

m) goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a) tot en met l) bedoelde producten zijn vervaardigd.

§ 8. De termen “zijn schepen” en “zijn fabrieksschepen” in de vorige alinea, onder h) en i) zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen die aan elk van de volgende vereisten voldoen:

a) zij zijn in het begunstigd land of in een lidstaat geregistreerd;

b) zij voeren de vlag van het begunstigde land of van een lidstaat;

c) zij voldoen aan een van de volgende voorwaarden:

zij behoren voor ten minste 50 % toe aan onderdanen van het begunstigde land of van de lidstaten; of

zij behoren toe aan vennootschappen:

  • die hun hoofdkantoor en hun belangrijkste activiteiten in het begunstigde land of in de lidstaten hebben, EN
  • die voor ten minste 50 % toebehoren aan het begunstigde land of de lidstaten, of aan openbare lichamen of onderdanen van het begunstigde land of van de lidstaten.

§ 9. Aan iedere voorwaarde van voorgaande alinea kan in lidstaten in verschillende begunstigde landen worden voldaan, indien alle betrokken begunstigde landen vallen onder regionale cumulatie overeenkomstig het bepaalde in 4.9.3. In dat geval worden de producten geacht de oorsprong te hebben van het begunstigde land waarvan het schip of fabrieksschip de vlag voert overeenkomstig vorige alinea.

De eerste alinea onder 4.3. is uitsluitend van toepassing indien aan de voorwaarden in 4.9.3, 2e alinea, onder a), c) en d), is voldaan.

4.4. Toereikende be- of verwerking.

§ 10. Producten die niet geheel en al verkregen zijn in het begunstigd land, afgezien van deze omschreven in 4.5 en 4.6, worden geacht van oorsprong te zijn, indien ze voldoen aan de in bijlage 1 genoemde voorwaarden.

Indien een product dat overeenkomstig vorige alinea de oorsprong van een land heeft verkregen, in dat land verder wordt be- of verwerkt en gebruikt als materiaal bij de vervaardiging van een ander product, wordt geen rekening gehouden met de niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan kunnen zijn gebruikt.

4.5. Ontoereikende be- of verwerkingen.

§ 11. Bepaalde be- en verwerkingen verlenen echter geen oorsprong, zelfs al is het nog mogelijk dat er aan de oorsprongscriteria is voldaan zoals vermeld in bijlage 1 bij deze omzendbrief. Deze be- en verwerkingen worden als ontoereikend omschreven. Het product is dan bijgevolg niet van oorsprong. Er dient gekeken te worden naar de lijst van ontoereikende bewerkingen, zoals hieronder weergeven (art. 47 DA), alvorens over te gaan op de lijstregels van bijlage 1.

De volgende handelingen worden beschouwd als ontoereikend om de oorsprong te verlenen, ongeacht of er aan de voorwaarden onder 4.4 wordt voldaan:

a) behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren;

b) splitsen en samenvoegen van colli;

c) wassen, schoonmaken: stofvrij maken, verwijderen van roest, olie, verf of dergelijke;

d) strijken of persen van textiel en artikelen van textiel;

e) eenvoudig schilderen en polijsten;

f) ontvliezen of doppen en geheel en gedeeltelijk vermalen van rijst; polijsten en glanzen van granen en rijst;

g) kleuren of aromatiseren van suiker of vormen van suikerklonten; geheel of gedeeltelijk vermalen van kristalsuiker;

h) pellen, ontpitten en schillen van noten, vruchten en groeten;

i) aanscherpen, eenvoudig vermalen of versnijden;

j) zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van stellen of assortimenten van artikelen);

k) eenvoudig plaatsen in flessen, flacons, blikken, zakken, kratten of dozen, bevestigen op kaarten of platen en alle andere eenvoudige handelingen in verband met de opmaak;

l) aanbrengen of opdrukken van merken, etiketten, beeldmerken of andere soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op de verpakking;

m) eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten; mengen van suiker met enige stof;

n) eenvoudig toevoegen van water of verdunnen, drogen of denatureren van producten;

o) eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen tot een volledig artikel en het uit elkaar nemen van producten;

p) slachten van dieren;

q) twee of meer van de onder a) tot en met p) genoemde handelingen tezamen.

§ 12. De behandelingen op zich worden als eenvoudig beschouwd indien er voor het uitvoeren daarvan geen bijzondere vaardigheden nodig zijn noch speciaal daarvoor gemaakte of geïnstalleerde machines, apparaten of gereedschappen. Daarenboven worden alle behandelingen die het product in een begunstigd land heeft ondergaan tezamen genomen om te bepalen of het al dan niet een ontoereikende bewerking is.

4.6. Algemene tolerantie.

§ 13. In artikel 48 DA wordt het begrip tolerantie uiteengezet, die zowel een waarde- als een gewichtstolerantie kan inhouden. Onder bepaalde voorwaarden kunnen niet-oorsprongsmaterialen die volgens de lijsten van toereikende be- of verwerkingen eigenlijk niet mogen worden gebruikt, het verkrijgen van de betreffende preferentiële oorsprong niet beletten.

a) Voor de gewichtstolerantie geldt dat het totale nettogewicht niet hoger is dan 15% van het gewicht van het product voor producten die onder de hoofdstukken 2 en 4 tot en met 24 van het geharmoniseerd systeem vallen, met uitzondering van verwerkte visserijproducten van hoofdstuk 16;

b) Voor de waardetolerantie geldt dat de totale waarde niet hoger is dan 15 % van de prijs af fabriek van het product voor andere producten, behalve voor producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerde systeem vallen, waarvoor de afwijkingen gelden die in de aantekeningen 6 en 7 van deel I van bijlage 1 vermeld zijn.

Dit percentage mag er evenwel niet toe leiden dat de vermelde percentages voor het maximumgewicht van niet van oorsprong zijnde materialen door deze tolerantie worden overschreden zoals vastgelegd in de regels in bijlage 1.

4.7. Determinerende eenheid – toebehoren, reserveonderdelen en gereedschappen – stellen en assortimenten

§ 14. De determinerende eenheid, zoals verder gedefinieerd in artikel 49 DA, is het product dat bij vaststelling van de tariefindeling op basis de indelingsregels van het Geharmoniseerd Systeem als basiseenheid geldt.

Wanneer een zending uit een aantal identieke producten bestaat die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, moet elk product voor de toepassing afzonderlijk worden genomen.

Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.

§ 15. Toebehoren, reserveonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden verzonden en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs af fabriek zijn begrepen, worden geacht één geheel te vormen met het materieel respectievelijk de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

§ 16. Stellen of assortimenten worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt toch als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn, niet hoger is dan 15 % van de prijs af fabriek van het stel of assortiment.

4.8. Neutrale elementen.

§ 17. Voor de oorsprongsbepaling van een product wordt er in de loop van de be- of verwerking van een product geen rekening gehouden met de zogenaamde neutrale elementen uit artikel 52 DA, met name:

a) energie en brandstof;

b) fabrieksuitrusting;

c) machines en werktuigen;

d) goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en waarvan het ook niet de bedoeling is dat zij daarin voorkomen.

4.9. Regels voor cumulatie.

4.9.1. Bilaterale cumulatie

§ 18. Bilaterale cumulatie geldt in de handel tussen de EU en een welbepaald land. Door bilaterale cumulatie kunnen producten van oorsprong uit de Unie worden beschouwd als materialen van oorsprong uit een begunstigd land wanneer zij in een in dat land vervaardigd product worden opgenomen, mits de aldaar uitgevoerde be- of verwerkingen een meer dan ontoereikende handelingen zijn. De bilaterale cumulatie tussen de EU en APS is evenwel niet wederzijds.

4.9.2. Cumulatie met Noorwegen, Turkije of Zwitserland

§ 19. Door de cumulatie met Noorwegen, Turkije of Zwitserland kunnen producten van oorsprong uit deze landen worden beschouwd als materialen van oorsprong uit een begunstigd land, mits de aldaar uitgevoerde be- of verwerkingen meer dan ontoereikend zijn. Echter, deze is niet van toepassing op de producten die onder de hoofdstukken 1 tot en met 24 van het geharmoniseerd systeem vallen.

4.9.3. Regionale cumulatie

§20. Onder artikel 55 DA valt de regionale cumulatie. Deze is van toepassing op de volgende vier afzonderlijke regionale groepen:

a) groep I: Cambodja, Filipijnen, Indonesië, Laos, Myanmar/Birma, Thailand en Vietnam;

b) groep II: Bolivia;

c) groep III: Bangladesh, Bhutan, India, Nepal, Pakistan en Sri Lanka;

d) groep IV: Paraguay.

Opgelet: groepen II en IV bevatten elk maar één land. Regionale cumulatie is dus onmogelijk.

§ 21. Onderstaande voorwaarden dienen voldaan te worden bij regionale cumulatie tussen landen van dezelfde groep:

a) de bij de cumulatie betrokken landen zijn, op het moment van de uitvoer van het product naar de Unie, begunstigde landen waarvoor de preferentiële regeling niet tijdelijk is ingetrokken overeenkomstig Verordening (EU) nr. 978/2012;

b) de in 4.1 tot en met 4.8 opgenomen oorsprongsregels zijn van toepassing op de regionale cumulatie tussen de landen van een regionale groep;

c) de landen van de regionale groep hebben zich ertoe verbonden:

aan de in 4.1. tot en met 4.8 geciteerde oorsprongsregels te voldoen of ervoor te zorgen dat daaraan wordt voldaan, en

de nodige administratieve samenwerking te verlenen om de juiste toepassing van deze onderafdeling te waarborgen zowel met de Unie als tussen hen onderling;

d) het secretariaat van de betrokken regionale groep of een ander bevoegd gemeenschappelijk orgaan dat alle leden van die groep vertegenwoordigt, heeft de Commissie de onder c) bedoelde verbintenissen toegezonden.

Voor de toepassing van de in 4.1 tot en met 4.8 opgenomen oorsprongsregels geldt, dat wanneer de determinerende behandeling volgens deel II van bijlage 1 niet dezelfde is voor alle bij de cumulatie betrokken landen, de oorsprong van producten die van het ene naar het andere land van de regionale groep worden uitgevoerd met het oog op regionale cumulatie, wordt bepaald op basis van de regel die van toepassing zou zijn indien de producten naar de Unie werden uitgevoerd.

Indien landen in een regionale groep reeds vóór 1 januari 2011 aan de in vorige alinea, onder c) en d), gestelde eisen voldeden, is geen nieuwe verbintenis vereist.

§ 22. De in bijlage 2 vermelde materialen zijn uitgesloten van de in de 2e alinea bedoelde regionale cumulatie wanneer:

a) de tariefpreferentie die in de Unie van toepassing is, niet dezelfde is voor alle bij de cumulatie betrokken landen, en

b) de betrokken materialen door cumulatie voor een gunstiger tariefbehandeling in aanmerking zouden komen dan bij rechtstreekse uitvoer naar de Unie.

§ 23. Regionale cumulatie tussen begunstigde landen van dezelfde regionale groep is slechts toegestaan wanneer de be- of verwerkingen in het begunstigde land, waar de materialen verder worden verwerkt of in een product opgenomen, meer inhouden dan de in 4.5 alinea 1, beschreven handelingen en, in het geval van textielproducten, ook meer dan de in bijlage 3 beschreven behandelingen.

Wanneer niet aan de in de vorige alinea vastgestelde voorwaarde wordt voldaan en de materialen een of meer van de in 4.5 alinea 1, onder b) tot en met q), beschreven behandelingen hebben ondergaan, moet als land van oorsprong op het bewijs van oorsprong dat wordt afgegeven of opgesteld voor de uitvoer van de producten naar de Unie, het land van de regionale groep worden vermeld met het grootste aandeel in de gebruikte materialen van oorsprong uit landen van de regionale groep, gemeten naar de waarde van die materialen.

Wanneer de producten zonder verdere be- of verwerking worden uitgevoerd of uitsluitend in de in 4.5 alinea 1, onder a), beschreven behandelingen hebben ondergaan, moet als land van oorsprong op het bewijs van oorsprong dat wordt afgegeven of opgesteld voor de uitvoer van de producten naar de Unie, het begunstigde land worden vermeld dat voorkomt op de bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven of opgesteld in het begunstigde land waar de producten werden vervaardigd.

§ 24. Op verzoek van de autoriteiten van een begunstigd land uit groep I of groep III kan de Commissie regionale cumulatie tussen landen van deze groepen toestaan, mits haar genoegen is aangetoond dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) aan de voorwaarden onder 4.9.3, alinea 2, onder a) en b), is voldaan. En

b) de bij een dergelijke regionale cumulatie betrokken landen hebben zich ertoe verbonden en hebben de Commissie gezamenlijk in kennis gesteld van hun verbintenis om:

aan het bepaalde in 4.9.3, alsook in 4.1 tot en met 4.8 en alle andere bepalingen betreffende de toepassing van de oorsprongsregels te voldoen of ervoor te zorgen dat daaraan wordt voldaan. En

de nodige administratieve samenwerking te verlenen om de juiste toepassing van de in 4.9.3 alsook in 4.1 tot en met 4.8 te waarborgen, zowel met de Unie als tussen hen onderling.

Het in de 4.9.4, tweede alinea bedoelde verzoek, dient bewijsmateriaal te bevatten dat aan de voorwaarden van die alinea is voldaan. Dit wordt de Commissie toegezonden. De Commissie neemt een besluit over het verzoek, rekening houdende met alle voor de cumulatie relevant geachte gegevens, waaronder de bij de cumulatie te gebruiken materialen.

§ 25. Door regionale cumulatie tussen begunstigde landen van groep I of groep III, wanneer deze is toegestaan, kunnen materialen van oorsprong uit een land van de ene regionale groep worden beschouwd als materialen van oorsprong uit een land van de andere regionale groep wanneer zij in een aldaar verkregen product worden opgenomen, mits de be- of verwerkingen in laatstgenoemd begunstigd land meer inhouden dan de in 4.5, 1e alinea, beschreven behandelingen en, in het geval van textielproducten, ook meer dan de in bijlage 3 beschreven behandelingen.

Wanneer niet aan de in de vorige alinea vastgestelde voorwaarde wordt voldaan en de materialen één of meer van de in 4.5, 1e alinea, onder b) tot en met q), beschreven behandelingen hebben ondergaan, moet als land van oorsprong op het bewijs van oorsprong voor de uitvoer van de producten naar de Unie, het bij de cumulatie betrokken land worden vermeld met het grootste aandeel in de gebruikte materialen van oorsprong uit bij de cumulatie betrokken landen, gemeten naar de waarde van die materialen.

Wanneer de producten zonder verdere be- of verwerking worden uitgevoerd of uitsluitend in de in 4.5, 1e alinea, onder a), beschreven behandelingen hebben ondergaan, moet als land van oorsprong op het bewijs van oorsprong dat wordt afgegeven of opgesteld voor de uitvoer van de producten naar de Unie, het begunstigde land worden vermeld dat voorkomt op de bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven of opgesteld in het begunstigde land waar de producten werden vervaardigd.

§ 26. De Commissie zal in het Publicatieblad van de Europese Unie (C-reeks) de datum bekend maken waarop de cumulatie tussen landen van groep I en groep III overeenkomstig 4.9, alinea 5 van kracht wordt, de bij die cumulatie betrokken landen en, in voorkomend geval, de lijst van materialen waarop die cumulatie van toepassing is.

§ 27. Onder 4.1 tot en met 4.8 van deze omzendbrief, worden de bepalingen betreffende de afgifte of de opstelling van bewijzen van oorsprong en de bepalingen betreffende de controle achteraf van bewijzen van oorsprong van overeenkomstige toepassing op uitvoer uit het ene begunstigde land naar een ander met het oog op regionale cumulatie.

4.9.4. Uitgebreide cumulatie

§ 28. Op verzoek van de autoriteiten van een begunstigd land kan de Commissie uitgebreide cumulatie toestaan tussen een begunstigd land en een land waarmee de Unie een vrijhandelsovereenkomst heeft gesloten overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT), mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de bij de cumulatie betrokken landen hebben zich ertoe verbonden om aan in deze omzendbrief 4.9 alsook het bepaalde vanaf 4.1 tot en met 4.8 en alle bepalingen betreffende de toepassing van de oorsprongsregels te voldoen of ervoor te zorgen dat daaraan wordt voldaan, en de nodige administratieve samenwerking te verlenen om de juiste toepassing van de in de omzendbrief 4.9 alsook de vanaf 4.1 tot en met 4.8 te waarborgen, zowel met de Unie als tussen hen onderling.

b) het betrokken begunstigde land heeft de Commissie de onder a) bedoelde verbintenis toegezonden.

Het in vorig alinea bedoelde verzoek dient een lijst te bevatten van bij de cumulatie betrokken materialen en bewijsmateriaal dat aan de in de eerste alinea, onder a) en b), vastgestelde voorwaarden is voldaan. Dit wordt de Commissie toegezonden. Indien de lijst van betrokken materialen wordt gewijzigd, dient een ander verzoek te worden ingediend.

Materialen die onder de hoofdstukken 1 tot en met 24 van het geharmoniseerd systeem vallen, zijn van de uitgebreide cumulatie uitgesloten.

§ 29. In gevallen van de in §28, lid 1 bedoelde uitgebreide cumulatie worden de oorsprong van de gebruikte materialen en het toepasselijke documentaire bewijs van oorsprong bepaald overeenkomstig de regels die in de betrokken vrijhandelsovereenkomst zijn vastgesteld. De oorsprong van de naar de Unie uit te voeren producten wordt bepaald overeenkomstig de in 4.1 tot en met 4.8 in deze omzendbrief vastgestelde oorsprongsregels.

Materialen van oorsprong uit een land waarmee de Unie een vrijhandelsovereenkomst heeft en die in een begunstigd land worden gebruikt bij de vervaardiging van naar de Unie uit te voeren producten, behoeven geen toereikende be- of verwerkingen te hebben ondergaan om de verkregen producten de status van oorsprong te verlenen, mits de be- of verwerkingen in het betrokken begunstigde land meer inhouden dan de in de omzendbrief 4.6, alinea 1, beschreven behandelingen.

§ 30. De Commissie zal in het Publicatieblad van de Europese Unie (C-reeks) de datum bekend maken waarop de uitgebreide cumulatie van kracht wordt, de bij die cumulatie betrokken landen en de lijst van materialen waarop die cumulatie van toepassing is.

4.9.5. Toepassing van bilaterale cumulatie of cumulatie met Noorwegen, Turkije of Zwitserland in combinatie met regionale cumulatie

§ 31. Wanneer bilaterale cumulatie of cumulatie met Noorwegen, Turkije of Zwitserland wordt gecombineerd met regionale cumulatie, verwerft het verkregen product de oorsprong van een van de landen van de betrokken regionale groep.

4.10. Gescheiden boekhouding en voorraden van EU-exporteurs.

§ 32. Zoals voorzien in artikel 58 DA kan zowel van oorsprong als niet van oorsprong zijnde onderling vervangbare materialen worden gebruikt bij de be- of verwerking van een product. Onze douaneautoriteiten kunnen, op schriftelijk verzoek van in de Unie gevestigde marktdeelnemers, een vergunning verlenen voor het beheer van die materialen in de Unie met behulp van een gescheiden boekhouding met het oog op de latere uitvoer ervan naar een begunstigd land in het kader van bilaterale cumulatie, zonder dat die materialen apart moeten worden opgeslagen. Bij het verlenen van bedoelde vergunningen kunnen onze diensten alle voor hen passend geachte voorwaarden stellen.

§ 33. Er kan echter slechts een vergunning verleend worden indien door het gebruik van de in de eerste alinea bedoelde methode steeds kan worden vastgesteld dat de hoeveelheid verkregen producten die als van oorsprong uit de Unie kunnen worden beschouwd dezelfde is als de hoeveelheid die zou zijn verkregen bij een fysieke scheiding van de voorraden.

Indien vergunning wordt verleend, wordt de methode van de gescheiden boekhouding toegepast en de toepassing van die methode geregistreerd overeenkomstig de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen die in de Unie van toepassing zijn.

§ 34. De gebruiker stelt oorsprongsbewijzen op voor de hoeveelheid producten die als van oorsprong uit de Unie kunnen worden beschouwd, of vraagt om de afgifte van zulke oorsprongsbewijzen. De gebruiker geeft op ons verzoek een verklaring af over de wijze waarop de hoeveelheden zijn beheerd.

§ 35. De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de bedoelde vergunning. Zij kunnen de vergunning in de bepaalde gevallen zelfs intrekken. Enerzijds indien de vergunninghouder zijn vergunning verkeerdelijk toepast en anderzijds indien is vastgesteld dat de vergunninghouder niet meer aan de voorwaarden of aan alle andere bepalingen betreffende de toepassing van de oorsprongsregels voldoet.

DEEL II: Regels en procedures vóór de invoering van REX

1. Procedures bij uitvoer uit een APS-land

1.1. Procedures voor afgifte van een certificaat van oorsprong, formulier A

§ 36. De procedure voor de afgifte van een certificaat van oorsprong, formulier A, staat omschreven in artikel 74 IA en de certificaten zelf worden afgegeven op schriftelijk verzoek van de exporteur of diens vertegenwoordiger, samen met alle andere documenten waaruit blijkt dat de uit te voeren goederen voor de afgifte in aanmerking komen. De certificaten worden afgegeven met gebruikmaking van het formulier in bijlage 4.

§ 37. De bevoegde autoriteiten van de begunstigde landen stellen het certificaat van oorsprong, formulier A, aan de exporteur ter beschikking zodra de uitvoer heeft plaatsgevonden of het zeker is dat deze zal plaatsvinden. De bevoegde autoriteiten van de begunstigde landen kunnen echter tevens een certificaat van oorsprong, formulier A, afgeven na de uitvoer van de producten waarop dit betrekking heeft, indien:

a) dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd; of

b) wordt aangetoond dat het certificaat van oorsprong, formulier A, is afgegeven, maar bij invoer om technische redenen niet is aanvaard; of

c) de eindbestemming van de betrokken producten pas werd bepaald tijdens het vervoer of de opslag en na een mogelijke splitsing van een zending.

§ 38. De bevoegde autoriteiten van de begunstigde landen kunnen slechts tot afgifte achteraf van een certificaat overgaan na te hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur voor de afgifte achteraf van een certificaat van oorsprong, formulier A, met die in het desbetreffende uitvoerdossier overeenstemmen en dat bij de uitvoer van de betrokken producten geen certificaat van oorsprong, formulier A, was afgegeven, behalve wanneer het certificaat van oorsprong, formulier A, om technische reden niet is aanvaard. De woorden ‘Issued retrospectively’, ‘Délivré a posteriori’, of ‘Emitido a posteriori’ worden vermeld in vak 4 van het achteraf afgegeven certificaat van oorsprong, formulier A.

§ 39. In geval van diefstal, verlies of vernietiging kan de exporteur de bevoegde autoriteiten die dit certificaat hebben afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken. De woorden ‘Duplicate’, ‘Duplicata’ of ‘Duplicado’, de datum van afgifte en het volgnummer van het oorspronkelijke certificaat worden vermeld in vak 4 van het duplicaat van het certificaat van oorsprong, formulier A. Het duplicaat is geldig vanaf de datum van het oorspronkelijke certificaat.

§ 40. De bevoegde overheidsinstanties hebben steeds het recht om alle bewijsstukken op te vragen en alle controles te verrichten die zij nodig achten om te kijken of er voldaan is aan alle oorsprongsregels.

§ 41. Het certificaat formulier A moet in vak 12, onder de rubriek “naam van het land van invoer”, de EU of de naam van een van de lidstaten vermelden. Vakken 2 en 10, hoeven niet verplicht ingevuld te worden. De datum van afgifte van het certificaat van oorsprong, formulier A, wordt in vak 11 vermeld. Dat vak, dat bestemd is voor de overheidsinstantie die bevoegd is het certificaat af te geven, moet met de hand worden ondertekend, evenals vak 12 waarin de handtekening van de gemachtigde ondertekenaar van de exporteur moet worden geplaatst.

1.2. Voorwaarden voor de afgifte van een certificaat van oorsprong, formulier A, in geval van cumulatie

§ 42. Wanneer cumulatie op grond van artikel 53, 54, 55 of 56 van DA van toepassing is, gaan de bevoegde overheidsinstanties van het begunstigde land, waaraan wordt gevraagd certificaten van oorsprong, formulier A, af te geven voor producten bij de vervaardiging waarvan materialen zijn gebruikt van oorsprong uit een partij waarmee cumulatie mogelijk is, zoals voorzien in artikel 76 IA, uit van het volgende:

a) bij bilaterale cumulatie: van de leverancier van de exporteur afkomstige bewijs van oorsprong;

b) bij cumulatie met Noorwegen, Turkije en Zwitserland: van het van de leverancier van de exporteur afkomstige bewijs van oorsprong dat overeenkomstig de oorsprongsregels van Noorwegen, Turkije en Zwitserland, naargelang het geval is afgegeven;

c) bij regionale cumulatie van het van de leverancier van de exporteur afkomstige bewijs van oorsprong, namelijk een certificaat van oorsprong, formulier A, afgegeven met gebruikmaking van het formulier in bijlage 4 of, in voorkomend geval, een factuurverklaring, waarvan de tekst in bijlage 5;

d) bij uitgebreide cumulatie ; van het van de leverancier van de exporteur afkomstige bewijs van oorsprong dat overeenkomstig de bepalingen van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Unie en het betrokken land is afgegeven.

In de gevallen zoals bedoeld onder a), b), c) en d), eerste alinea, bevat vak 4 van het certificaat van oorsprong, formulier A, in voorkomend geval, de vermelding:

- “EU cumulation”, “Norway cumulation”, “Switzerland cumulation”, “Turkey cumulation”, “regional cumulation”, extended cumulation with country x” of

- “cumul UE”, “cumul Norvège”, “cumul Suisse”, “cumul Turquie”, “cumul régional”, “cumul étendu avec le pays x” of

- “Acumulación UE”, “Acumulación Noruega”, “Acumulación Suiza”, “Acumulación Turquía”, “Acumulación regional”, “Acumulación ampliada con els pais x”.

2. Procedures bij het in het vrije verkeer brengen in de Unie

2.1. Indiening en geldigheid van certificaten van oorsprong en verlate overlegging

§ 43. Onder toepassing van artikel 94 IA dienen de certificaten van oorsprong, formulier A, of factuurverklaringen worden voorgelegd bij de douaneautoriteiten van de lidstaten van invoer in overeenstemming met de procedures betreffende de douaneaangifte.

§ 44. De geldigheidsduur voor bewijzen van oorsprong bedraagt tien maanden vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer en moeten binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van hun geldigheidsduur bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de tariefpreferenties worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van buitengewone omstandigheden.

In andere gevallen van verlate overlegging kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de bewijzen van oorsprong aanvaarden wanneer de producten vóór het verstrijken van de termijn bij de douane zijn aangebracht.

2.2. Invoer in deelzendingen van certificaten van oorsprong

§ 45. Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van de lidstaat van invoer vastgestelde voorwaarden, niet – gemonteerde of gedemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerde systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, kan voor dergelijke producten één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten worden ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

§ 46. De hierboven omschreven methode, zoals ook omschreven in artikel 96 IA, laat dus toe één enkel bewijs van oorsprong in te dienen bij de invoer van de eerste zending, wanneer de goederen:

a) in het kader van regelmatige en voortdurende transacties die een aanzienlijke handelswaarde vertegenwoordigen, worden ingevoerd;

b) het voorwerp van eenzelfde koopcontract vormen, waarbij de partijen in het land van uitvoer of in de lidsta(a)t(en) zijn gevestigd;

c) onder dezelfde achtcijfercode van de gecombineerde nomenclatuur zijn ingedeeld;

d) van eenzelfde exporteur afkomstig zijn, voor eenzelfde importeur zijn bestemd en waarvoor de invoerformaliteiten bij hetzelfde douanekantoor van dezelfde lidstaat worden vervuld.

Deze procedure is van toepassing gedurende een door onze bevoegde douaneautoriteiten vastgestelde periode.

2.3. Vrijstellingen van de verplichting om een certificaat van oorsprong voor te leggen

§ 47. Voor producten die in kleine zendingen door particulieren worden verzonden of deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers geldt er een vrijstelling van de verplichting om een certificaat van oorsprong, formulier A, of een factuurverklaring voor te leggen (artikel 97 IA).

§ 48. Echter moet er voldaan worden aan de volgende voorwaarden:

De goederen moeten voldoen aan de voorwaarden om voor het SAP-stelsel in aanmerking te komen;

Er mag geen twijfel bestaan over de oorsprong en de juistheid van de verklaring van de voorgaande voorwaarde;

Het betreft een invoer van incidentele aard van producten die uitsluitend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de ontvanger of de reiziger of de leden van diens gezin, worden niet als invoer van handelsgoederen aangemerkt indien noch de aard, noch de hoeveelheid van de producten op commerciële doeleinden wijst.

§ 49. De totale waarde mag daarenboven niet hoger zijn dan 500 EUR voor kleine zendingen of 1.200 EUR voor producten van de reizigersbagage.

2.4. Verschillen en vormfouten in certificaten van oorsprong

§ 50. Bij het voorkomen van geringe verschillen tussen de gegevens op het certificaat van oorsprong formulier A of op de factuurverklaring en de ingevulde documenten die voor het vervullen van de douaneformaliteiten bij het douanekantoor moeten worden ingediend, leidt dit niet automatisch tot een nietigverklaring of ongeldigmaking van het document indien blijkt dat het wel degelijk overeenstemt met de aangebrachte producten, (artikel 98, lid 1 IA).

Ook kennelijke vormfouten op een certificaat van oorsprong formulier A of op een factuurverklaring leiden er niet automatisch toe dat dit document wordt geweigerd zolang deze vormfouten geen twijfel doen rijzen over de juistheid van de gegevens op het document, (artikel 98, lid 2 IA).

3. Controle van oorsprong

3.1. Controle achteraf van certificaten van oorsprong

§ 51. De certificaten van oorsprong, formulier A, en factuurverklaringen worden achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd (artikel 110 IA) en telkens wanneer de douaneautoriteiten van de lidstaten redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de naleving van de eisen van het bepaalde in deze omzendbrief conform DA.

§ 52. Wanneer zij een verzoek om controle achteraf indienen, zenden de douaneautoriteiten van de lidstaten het certificaat van oorsprong, formulier A, en de factuur, indien deze is overgelegd, de factuurverklaring of een kopie van deze documenten aan de bevoegde overheidsinstanties van het begunstigde land van uitvoer terug, indien van toepassing onder vermelding van de redenen van het verzoek. Zij verstrekken bij dit verzoek om controle alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het bewijs van oorsprong onjuist zijn.

Indien de douaneautoriteiten van de lidstaten besluiten de tariefpreferenties in afwachting van de resultaten van de controle niet toe te kennen, bieden zij de importeur aan de producten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.

§ 53. Binnen zes maanden nadat het verzoek daartoe is ingediend, wordt deze controle achteraf uitgevoerd en worden de resultaten meegedeeld aan de douaneautoriteiten van de lidstaten of binnen de acht maanden nadat een verzoek aan Noorwegen, Turkije en Zwitserland is verzonden in verband met de controle van vervangende oorsprongsbewijzen die op hun grondgebied zijn opgesteld op basis van certificaten van oorsprong, formulier A, of op basis van in een begunstigd land opgestelde factuurverklaringen. Aan de hand van deze resultaten moet kunnen worden vastgesteld of het betrokken bewijs van oorsprong op de werkelijk uitgevoerde producten betrekking heeft en of deze producten als producten van oorsprong uit het begunstigde land kunnen worden beschouwd.

§ 54. Voor certificaten van oorsprong, formulier A, die in het kader van bilaterale cumulatie zijn afgegeven, wordt of worden bij het antwoord een kopie of kopieën gevoegd van het certificaat of de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of van de bijbehorende factuurverklaring of – verklaringen.

§ 55. Wanneer bij gegronde twijfel binnen de bedoelde termijn van zes maanden geen antwoord is ontvangen of het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de oorsprong van de producten vast te stellen, wordt aan de bevoegde autoriteiten een tweede schrijven gezonden. Wanneer de resultaten van de controle na dit tweede schrijven niet binnen vier maanden na de verzending van het tweede schrijven aan de verzoekende autoriteiten zijn meegedeeld of wanneer deze resultaten geen uitsluitsel bieden over de echtheid van het betreffende document of over de vast te stellen oorsprong van de producten, kennen de verzoekende autoriteiten de tariefpreferenties niet toe, behalve in uitzonderlijke omstandigheden.

§ 56. Wanneer er bij controle of op grond van andere beschikbare gegevens aanwijzingen zijn dat inbreuk wordt gemaakt op de oorsprongsregels, stelt het begunstigde land van uitvoer op eigen initiatief of op verzoek van de douaneautoriteiten van de lidstaten met de nodige spoed een onderzoek in of laat het een onderzoek instellen om dergelijke inbreuken vast te stellen en een herhaling ervan te voorkomen. De Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten kunnen hiertoe aan dit onderzoek deelnemen.

§ 57. Om een controle achteraf van de certificaten van oorsprong, formulier A, mogelijk te maken, bewaren de exporteurs alle documenten waaruit de oorsprong van de producten blijkt en bewaren de bevoegde overheidsinstanties van het begunstigde land van uitvoer kopieën van de certificaten en van alle daarmee verband houdende uitvoerdocumenten. Deze documenten worden ten minste drie jaar bewaard vanaf het einde van het jaar waarin het certificaat van oorsprong, formulier A, is afgegeven.

Deel III: Regels en procedures van toepassing onder REX

1. Procedures bij uitvoer uit begunstigde landen en uit de Unie

1.1. Verplichting voor exporteurs om te worden geregistreerd en ontheffing

§ 58. Het SAP-stelsel is, conform artikel 78 IA, in de volgende gevallen van toepassing:

a) voor goederen die voldoen aan de voorwaarden van deze afdeling, de onderafdelingen 3 tot en met 9 van deze afdeling en onderverdelingen 2 en 3 van titel II, hoofdstuk 1, afdeling 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 en zijn uitgevoerd door een geregistreerde exporteur;

b) voor zendingen bestaande uit een of meer colli die producten van oorsprong bevatten die zijn uitgevoerd door een willekeurige exporteur, wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong niet hoger is dan 6 000 EUR.

§ 59. De waarde van de producten van oorsprong in een zending is de waarde van alle producten van oorsprong binnen één zending die vermeld zijn in een in het land van uitvoer opgesteld attest van oorsprong.

1.2. Geregistreerde exporteur-databank

1.2.1. Verplichtingen van de autoriteiten

§ 60. In artikel 80 IA, stelt men de verplichtingen van de autoriteiten. Het is de Commissie die een systeem opgezet heeft, beschikbaar sinds 1 januari 2017, voor de registratie van exporteurs die bevoegd zijn om een verklaring inzake de oorsprong van goederen af te geven (het REX-systeem).

§ 61. Het is de dienst Operationele Expertise – douane 1 (Oorsprong) van de Administratie Operaties CC (da.ops.douane1@minfin.fed.be) dat bevoegd is voor de ontvangst van het ingevulde aanvraagformulier zoals bedoeld in bijlage 8 en zodoende onverwijld het nummer van geregistreerde exporteur aan de exporteur toekennen of in voorkomend geval de wederverzender van goederen, en het nummer van geregistreerde exporteur, de registratiegegevens en de datum vanaf wanneer de registratie geldig is, overeenkomstig deel III – 1.2.4. betreffende deze omzendbrief in het REX – systeem in te vullen. Zij zullen de exporteur of, in voorkomend geval, de wederverzender van goederen, in kennis stellen van het nummer van geregistreerde exporteur dat aan deze exporteur of wederverzender van goederen is toegekend en van de datum vanaf wanneer de registratie geldig is.

§ 62. Wanneer de bevoegde diensten van mening zijn dat de informatie in de aanvraag onvolledig is, stellen zij de exporteur onmiddellijk in kennis.

§ 63. De bevoegde autoriteiten van de begunstigde landen en de douaneautoriteiten van de lidstaten werken de door hen geregistreerde gegevens bij. Zij passen deze gegevens aan zodra zij in kennis zijn gesteld door de geregistreerde exporteur.

1.2.2. Toegangsrechten tot de databank

§ 64. Zoals voorzien in artikel 82 IA, zorgt de Commissie voor toegang tot het REX-systeem en heeft toegang om alle gegevens te raadplegen.

§ 65. De bevoegde autoriteiten van een begunstigd land kunnen de gegevens van de door hen geregistreerde exporteurs raadplegen.

§ 66. Bovendien hebben ook de douaneautoriteiten van de lidstaten toegang om de door hen, door de douaneautoriteiten van andere lidstaten en door de bevoegde autoriteiten van begunstigde landen evenals door Noorwegen, Zwitserland of Turkije geregistreerde gegevens te raadplegen. Deze toegang tot de gegevens dient voor de verificatie van douaneaangiften op grond van artikel 188 van het wetboek of voor de controle na vrijgave op grond van artikel 48 van het wetboek.

§ 67. De Commissie biedt de bevoegde autoriteiten van begunstigde landen veilige toegang tot het REX-systeem.

§ 68. Wanneer een land of gebied uit bijlage II bij Verordening (EU) nr. 978/2012 is geschrapt, blijven de bevoegde autoriten van dit begunstigde land zolang als nodig toegang houden tot het REX-systeem om hun verplichtingen op grond van artikel 70 van deze Verordening te kunnen nakomen.

§ 69. De Commissie stelt met toestemming van de exporteur, die dit aangeeft door vak 6 in het formulier in bijlage 6 op deze omzendbrief te ondertekenen, de volgende gegevens beschikbaar aan het publiek;

a) de naam van de geregistreerde exporteur;

b) het adres van de plaats van vestiging;

c) de contactgegevens zoals vermeld in vak 2 van het formulier;

d) een indicatieve beschrijving van de goederen die in aanmerking komen voor preferentiële behandeling, inclusief een indicatieve lijst van posten of hoofdstukken van het geharmoniseerde systeem, zoals vermeld in vak 4 van het formulier;

e) het EORI – nummer of TIN – nummer (identificatienummer handelaar) van de geregistreerde exporteur.

De weigering om vak 6 te ondertekenen, is evenwel geen reden om de registratie van de exporteur te weigeren

§ 70. De volgende gegevens moeten altijd publiekelijk toegankelijk zijn;

a) het nummer van de geregistreerde exporteur;

b) de datum vanaf wanneer de registratie geldig is;

c) de datum van de intrekking van de registratie, in voorkomend geval;

d) informatie of de registratie ook van toepassing is op uitvoer naar Noorwegen, Turkije of Zwitserland;

e) de datum van de laatste synchronisatie tussen het REX-systeem en de openbare website.

1.2.3. Gegevensbescherming

§ 71. Artikel 83 IA geeft weer welke gegevens beschikbaar worden gesteld. De gegevens in het REX – systeem worden uitsluitend verwerkt met het oog op de toepassing van het vastgestelde SAP – stelsel. De geregistreerd exporteur wordt ook ingelicht over de rechtsgrondslag van de verwerkingen waarvoor de gegevens bestemd zijn, alsook de bewaringstermijn. Deze informatie wordt verstrekt via een kennisgeving bij de in bijlage 6 op deze omzendbrief vermelde aanvraag tot registratie als geregistreerde exporteur.

§ 72. Zowel onze douaneautoriteiten, de bevoegde autoriteiten van een begunstigd land of een andere lidstaat wordt net als de Commissie verantwoordelijk beschouwd voor de verwerking van alle gegevens waardoor de geregistreerd exporteur zijn rechten steeds kan laten gelden. Dit alles overeenkomstig de wetgeving inzake gegevensbescherming tot uitvoering van Richtlijn 93/46/EG uitgeoefend door de lidstaat die hun gegevens opslaat.

§ 73. Elk verzoek van een geregistreerde exporteur om het recht op toegang, rectificatie, uitwissen of afschermen van gegevens overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001, wordt ingediend bij en verwerkt door de voor de gegevens verantwoordelijke autoriteit.

Wanneer een geregistreerde exporteur een dergelijk verzoek bij de Commissie indient zonder een poging te hebben gedaan zijn rechten bij de voor de gegevens verantwoordelijke te doen gelden, stuurt de Commissie dat verzoek door naar de voor de gegevens van de geregistreerde exporteur verantwoordelijke.

Wanneer de geregistreerde exporteur er niet in slaagt zijn rechten te doen gelden bij de voor de gegevens verantwoordelijke, dient de geregistreerde exporteur een dergelijk verzoek in bij de Commissie, die dan als voor de gegevens verantwoordelijke optreedt. De Commissie mag de gegevens rectificeren, wissen of blokkeren.

§ 74. De nationale toezichthoudende gegevensbeschermingsautoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werken, elk binnen de grenzen van hun eigen bevoegdheden, samen en zorgen voor een gecoördineerd toezicht op de registratiegegevens.

Zij wisselen elk binnen de grenzen van hun eigen bevoegdheden, relevante informatie uit, staan elkaar bij in de uitvoering van controles en inspecties, behandelen problemen bij de uitlegging of toepassing van deze omzendbrief, buigen zich over problemen bij de uitoefening van het onafhankelijk toezicht of bij de uitoefening van het onafhankelijk toezicht of bij de uitoefening van de rechten van betrokkenen, stellen geharmoniseerde voorstellen van gemeenschappelijke oplossingen voor problemen op en bevorderen het bewustzijn over gegevensbeschermingsrechten, zulks naar behoefte.

1.2.4. Aanvraag tot registratie als geregistreerde exporteur

§ 75. De aanvraag voor registratie tot het bekomen van het statuut van geregistreerd exporteur, beschreven in artikel 86 IA, dient:

Voor een exporteur aangevraagd te worden in een bij de bevoegde autoriteiten van het begunstigde land waar hij zijn hoofdzetel heeft of waar hij permanent is gevestigd;

Voor een in het douanegebied van de Unie gevestigde exporteur of een wederverzender van goederen aangevraagd te worden bij de douaneautoriteiten van die lidstaten.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier in bijlage 6 van deze omzendbrief. Deze moet toegestuurd worden aan de dienst Operationele Expertise – douane 1 (Oorsprong) van de Administratie Operaties CC (da.ops.douane1@minfin.fed.be).

§ 76. Ten behoeve van de uitvoer in het kader van het SAP en de stelsels van algemene tariefpreferenties van Noorwegen, Zwitserland of Turkije, hoeven exporteurs zich maar één keer te registreren.

De bevoegde autoriteiten van het begunstigde land kennen de exporteur voor de uitvoer in het kader van de SAP-stelsels van de Unie, Noorwegen, Zwitserland en Turkije, een nummer van geregistreerde exporteur toe, voor zover deze landen het land waarin de registratie heeft plaatsgevonden als begunstigd land hebben erkend.

§ 77. De registratie is geldig vanaf de datum waarop de bevoegde autoriteiten van een begunstigd land of de douaneautoriteiten van een lidstaat een ingevulde aanvraag voor registratie ontvangen.

§ 78. Wanneer de exporteur wordt vertegenwoordigd in verband met het vervullen van uitvoerformaliteiten en de vertegenwoordiger van de exporteur eveneens een geregistreerde exporteur is, gebruikt deze vertegenwoordiger niet zijn eigen nummer van geregistreerde exporteur.

1.2.5. Bekendmaking

§ 79. Voor de toepassing maakt de Commissie op haar website de datum bekend waarop de begunstigde landen het systeem van geregistreerde exporteurs gaan toepassen, artikel 87 IA. De Commissie werkt de informatie bij op haar website en is voor ieder raadpleegbaar:

https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/calculation-customs-duties/rules-origin/general-aspects-preferential-origin/arrangements-list/generalised-system-preferences/the_register_exporter_system_en#heading_4

1.3. Automatische registratie van exporteurs voor een land dat een begunstigd land van het SAP-stelsel van de Unie wordt

§ 80. Volgens artikel 88 IA, wanneer een land aan de lijst met begunstigde landen in bijlage II bij Verordening (EU) 978/2012 wordt toegevoegd, activeert de Commissie voor haar SAP – stelsel automatisch de registratie van alle in dat land geregistreerde exporteurs, op voorwaarde dat de registratiegegevens van de exporteurs in het REX-systeem beschikbaar zijn en ten minste geldig zijn voor het SAP-stelsel van Noorwegen, Zwitserland of Turkije, geen aanvraag in te dienen bij zijn bevoegde autoriteiten om voor het SAP-stelsel van de Unie te worden geregistreerd.

1.4. Schrapping uit het register van geregistreerde exporteurs

§ 81. De geregistreerde exporteurs zijn verplicht, zoals voorzien in artikel 89 IA, om alle wijzigingen in zijn geregistreerde gegevens door te geven aan de bevoegde autoriteiten. Dit verzoek moet gebeuren bij de bevoegde autoriteiten die belast zijn met de wijzigingen van de registraties. Voor het indienen van wijzigingen is er geen model voorzien. De exporteurs kunnen hiervoor het aanvraagformulier gebruiken om het verzoek door te geven aan de bevoegde autoriteiten.

§ 82. Indien zij niet meer voldoen aan de voorwaarden om goederen in het kader van het SAP-stelsel uit te voeren, of niet langer goederen uitvoeren in dit kader, dan stellen zij de bevoegde autoriteiten in het begunstigde land of de bevoegde lidstaat in kennis.

§ 83. De bevoegde autoriteiten in een begunstigd land of de douaneautoriteiten in een lidstaat trekken de registratie in indien de geregistreerde exporteur:

a) niet meer bestaat;

b) niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de uitvoer van goederen in het kader van het SAP – stelsel;

c) de bevoegde autoriteit van het begunstigde land of de douaneautoriteiten van de lidstaat ervan in kennis heeft gesteld dat hij niet langer voornemens is goederen in het kader van het SAP – stelsel uit te voeren;

d) met opzet of uit nalatigheid een attest van oorsprong opstelt of laat opstellen dat onjuiste informatie bevat en leidt tot het ten onrechte verkrijgen van een preferentiële behandeling.

§ 84. De bevoegde autoriteiten van een begunstigd land of de douaneautoriteiten van een lidstaat kunnen de registratie intrekken indien de geregistreerde exporteur verzuimt de gegevens betreffende zijn registratie bij te werken. Het intrekken van registraties heeft gevolgen voor de toekomst, dat wil zeggen voor attesten van oorsprong die na de datum van intrekking worden opgesteld. De intrekking van een registratie heeft geen gevolgen voor de geldigheid van attesten van oorsprong die zijn opgesteld voordat de geregistreerde exporteur van de intrekking in kennis is gesteld.

Men stelt de geregistreerde exporteur in kennis van de intrekking en van de datum waarop de intrekking van kracht wordt.

§ 85. De exporteur kan in geval van intrekking een administratief beroep aantekenen. Dienaangaande zijn de bepalingen van de omzendbrief “Recht van administratief beroep Dwangbevel” nr. D.C. 89.500 D.I. 800.50 van 22 november 2000, aangepast met D.C. 248.132 van 01 augustus 2011 van toepassing. Indien deze foutief is gebeurd, kan de intrekking worden geannuleerd. De exporteur kan dan hetzelfde (ingetrokken) registratienummer opnieuw in gebruik nemen.

§ 86. Indien een exporteur die eerder geregistreerd was en van wie de registratie was ingetrokken, opnieuw een aanvraag doet om te worden geregistreerd, kennen de bevoegde autoriteiten hem een nieuw registratienummer toe en wordt het oude ingetrokken registratienummer niet gebruikt. In dit geval registreren de bevoegde autoriteiten de exporteur alleen indien hij verklaart dat de situatie die tot de intrekking heeft geleid is hersteld en indien hij de juiste gegevens heeft verstrekt.

§ 87. De gegevens aangaande een ingetrokken registratie worden door de bevoegde autoriteiten gedurende maximaal tien kalenderjaren na het kalenderjaar waarin de intrekking plaatsvond in het REX-systeem bewaard. Na deze tien kalenderjaren worden de gegevens gewist.

1.5. Automatische schrapping uit het register van geregistreerde exporteurs wanneer een land van de lijst van begunstigde landen is geschrapt

§ 88. In navolging van artikel 90 IA, kan de Commissie de registratie van alle geregistreerde exporteurs in een begunstigd land intrekken indien het begunstigde land uit de lijst van begunstigde landen in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 978/2012 wordt verwijderd of indien aan het begunstigde land verleende tariefpreferenties tijdelijk zijn ingetrokken overeenkomstig vermelde Verordening.

§ 89. Wanneer dat land opnieuw in de lijst wordt opgenomen of wanneer de tijdelijke intrekking van de aan het begunstigde land verleende tariefpreferenties wordt beëindigd, activeert de Commissie opnieuw de registratie van allen in dat land geregistreerde exporteurs, op voorwaarde dat de registratiegegevens van de exporteurs in het systeem beschikbaar zijn en ten minste geldig zijn gebleven voor het SAP – stelsel van Noorwegen, Zwitserland of Turkije. Anders dienen de exporteurs opnieuw te worden geregistreerd.

§ 90. In het geval dat de registratie van alle geregistreerde exporteurs in een begunstigde land wordt ingetrokken, blijven de gegevens van de ingetrokken registraties ten minste tien kalenderjaren na het kalenderjaar waarin de intrekking plaatsvond in het REX-systeem bewaard. Na afloop van deze tienjarige periode en wanneer het begunstigde land gedurende meer dan tien jaar geen begunstigd land is geweest in het kader van het SAP-stelsel van Noorwegen, Zwitserland of Turkije verwijdert de Commissie de gegevens van de ingetrokken registraties uit het REX-systeem.

1.6. Verplichtingen van exporteurs

§ 91. Exporteurs en geregistreerde exporteurs moeten, conform artikel 91 IA, voldoen aan de volgende verplichtingen:

a) zij voeren een passende boekhouding met betrekking tot de vervaardiging en levering van goederen die voor preferentiële behandeling in aanmerking komen;

b) zij bewaren alle bewijsstukken in verband met de materialen die zij bij de vervaardiging gebruiken;

c) zij bewaren alle douanedocumenten in verband met de materialen die zij bij de vervaardiging gebruiken;

d) zij bewaren ten minste drie jaar vanaf het einde van het kalenderjaar waarin het attest van oorsprong werd opgesteld, administratie in verband met;

de attesten van oorsprong die zij hebben opgesteld;

de rekeningen in verband met de van oorsprong zijnde en niet van oorsprong zijnde materialen, vervaardiging van voorraden.

Deze administratie en deze attesten van oorsprong kunnen in elektronisch formaat worden bewaard, zolang het aan de hand daarvan mogelijk is de materialen die bij de vervaardiging van de uitgevoerde producten zijn gebruikt te traceren en hun oorsprong te bevestigen. De attesten van oorsprong dienen tevens ingeschreven te worden in een register.

§ 92. Deze verplichtingen zijn ook van toepassing op de leveranciersverklaringen betreffende de oorsprong van de goederen die door de leveranciers aan exporteurs worden afgegeven.

§ 93. De al dan niet geregistreerde wederverzenders van goederen die vervangende attesten van oorsprong opstellen behouden de oorspronkelijke attesten van oorsprong die zij vervangen voor een periode van ten minste drie jaar vanaf het eind van het kalenderjaar waarin het vervangende attest van oorsprong is opgesteld.

2. Procedures bij het in het vrije verkeer brengen

2.1. Geldigheid van het attest van oorsprong

§ 94. Voor elke zending wordt een attest van oorsprong opgesteld en deze is twaalf maanden geldig vanaf de datum van opstelling, zie artikel 99 IA.

§ 95. Een enkel attest van oorsprong kan gaan over verschillende zendingen indien de goederen aan de volgende voorwaarden voldoen:

a) zij zijn niet-gemonteerd of gedemonteerd aangebracht in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem;

b) zij zijn ingedeeld onder de afdelingen XVI of XVII of post 7308 of 9406 van het geharmoniseerde systeem, en

c) zij zijn bedoeld om in deelzendingen te worden ingevoerd.

2.2. Toelaatbaarheid van het attest van oorsprong

§ 96. Het attest van oorsprong is toelaatbaar, zoals voorzien in artikel 100 IA, als de goederen zijn uitgevoerd op of na de datum waarop het begunstigde land waaruit de goederen zijn uitgevoerd van start is gegaan met de registratie van exporteurs.

Wanneer een land (opnieuw) wordt toegelaten als begunstigd land komen de goederen van oorsprong uit dat land voor de voordelen van dit stelsel in aanmerking op voorwaarde dat zij uit het begunstigde land zijn uitgevoerd op of na de datum waarop dit begunstigde land begonnen is met de toepassing van het systeem van geregistreerde exporteurs.

2.3. Vervanging van attesten van oorsprong

§ 97. Overeenkomstig artikel 101 van het IA kunnen wederverzenders in de EU (geregistreerd of niet) vervangende attesten van oorsprong opstellen ter vervanging van attesten van oorsprong die opgesteld zijn in SAP-begunstigde landen.

Het vervangende attest wordt in overeenstemming met de eisen in bijlage 7 opgesteld.

Vervangende attesten van oorsprong mogen alleen worden opgesteld als het oorspronkelijke attest van oorsprong overeenkomstig de artikelen 92, 93, 99 en 100 IA en bijlage 7 van deze omzendbrief is opgesteld.

§ 98. Wederverzenders dienen geregistreerd te zijn voor het opstellen van vervangende attesten van oorsprong voor producten van oorsprong die naar een andere plaats binnen het grondgebied van de Unie worden verzonden wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de op te splitsen oorspronkelijke zending hoger is dan 6 000 EUR.

Niet geregistreerde wederverzenders kunnen echter vervangende attesten van oorsprong opstellen wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de op te splitsen oorspronkelijke zending hoger is dan 6 000 EUR, indien zij een kopie van het in het begunstigde land opgestelde oorspronkelijke attest van oorsprong bijvoegen.

§ 99. Uitsluitend in het REX-systeem geregistreerde wederverzenders kunnen vervangende attesten van oorsprong opstellen voor producten die worden verzonden naar Noorwegen of Zwitserland.

§ 100. De geldigheidsduur van een vervangend attest van oorsprong is twaalf maanden vanaf de datum van opstelling van het oorspronkelijke attest van oorsprong.

2.4. Algemene beginselen en door de aangever te treffen voorzorgsmaatregelen

§ 101. Volgens artikel 102 IA, zal een aangever die om een preferentiële behandeling in het kader van het SAP-stelsel verzoekt:

verwijzen naar het attest van oorsprong in de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen door de datum van afgifte volgens het format jjjj/mm/dd te vermelden, waarbij jjjj het jaartal, mm de maand en dd de dag is. Wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de zending hoger is dan 6 000 EUR, vermeldt de aangever tevens het nummer van geregistreerde exporteur.

zonder ten tijde van de aanvaarding van de douaneaangifte voor het vrije verkeer in het bezit te zijn van een attest van oorsprong, deze aangifte als onvolledig beschouwd worden en dienovereenkomstig behandeld.

§ 102. Voordat goederen voor het vrije verkeer worden aangegeven, ziet de aangever erop toe dat:

a) De exporteur is opgenomen in het REX-systeem door dit na te gaan op de openbare website, wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de zending hoger is dan 6 000 EUR, en

b) het attest van oorsprong conform de geldende regels is opgesteld.

2.5. Vrijstellingen van de verplichting om een attest van oorsprong voor te leggen

§ 103. Overeenkomstig artikel 103 IA hoeft er geen attest van oorsprong te worden opgesteld en voorgelegd in volgende situaties:

a) bij kleine zendingen tussen particulieren waarvan de totale waarde niet meer dan 500 EUR bedraagt;

b) bij goederen in de persoonlijke bagage van reizigers waarvan de totale waarde niet meer dan 1.200 EUR bedraagt.

§ 104. De in § 103 bedoelde producten moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

a) de goederen moeten aangegeven zijn als van oorsprong om in aanmerking te komen voor het SAP-stelsel;

b) er kan geen twijfel bestaan over die oorsprong;

c) het gaat om invoer waaraan elk handelskarakter ontbreekt;

Onder invoer waaraan elk handelskarakter ontbreekt, verstaat men:

a) incidentele invoer;

b) goederen bestemd voor het persoonlijk gebruik van de ontvangers, de reizigers of de leden van het gezin;

c) de aard, noch de hoeveelheid van de producten mogen op commerciële doeleinden wijzen.

2.6. Verschillen en vormfouten in attesten van oorsprong: verlate indiening van attesten van oorsprong

§ 105. Artikel 104 IA stelt dat geringe verschillen tussen gegevens op een attest en de gegevens op invoerdocumenten, het attest van oorsprong niet automatisch nietig en ongeldig maakt, indien uit het document blijkt dat het degelijk overeenstemt met de goederen.

§ 106. Kennelijke vormfouten, zoals typefouten op een attest van oorsprong, leiden niet tot weigering van het document indien de fouten niet van aard zijn om te twijfelen aangaande de juistheid van de gegevens in dat document.

§ 107. Attesten van oorsprong die worden overgelegd na afloop van de in artikel 99 IA genoemde geldigheidstermijn (12 maanden) met het oog op het bekomen van een preferentiële regeling worden aanvaard indien de verlate indiening het gevolg is van buitengewone omstandigheden. In andere gevallen van verlate overlegging kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer attesten van oorsprong aanvaarden wanneer de producten voor het aflopen van de termijn bij de douane zijn aangebracht.

2.7. Invoer in deelzendingen met behulp van attesten van oorsprong

§ 108. De in artikel 99, lid 3 IA bedoelde procedure is van toepassing gedurende een door de douaneautoriteiten vastgestelde periode.

§ 109. De douaneautoriteiten van invoer houden toezicht op de achtereenvolgende zendingen die deel uitmaken van de niet-gemonteerde of gedemonteerde producten waarvoor het attest is opgesteld, zie artikel 105 IA.

2.8. Schorsing van de toepassing van de preferentie

§ 110. Wanneer de douaneautoriteiten twijfelen aan de oorsprong van de producten kunnen zij de aangever verzoeken om binnen een door hen te bepalen redelijke termijn bewijsstukken aan hen over te leggen, zoals voorzien in artikel 106 IA, zodat zij de juistheid van de vermelding van de oorsprong in de aangifte kunnen controleren of dat aan de voorwaarden van artikel 43 DA (geen behandeling) is voldaan.

§ 111. De douaneautoriteiten kunnen de toepassing van de preferentiële tariefmaatregel schorsen voor de duur van de in artikel 109 IA (controle achteraf van zowel vervangende als gewone attesten van oorsprong) wanneer:

a) de door de aangever verstrekte informatie niet voldoende is om de oorsprong van de producten of de naleving van de voorwaarden van artikel 42 DA (territorialiteitsbeginsel) of van artikel 43 DA (geen behandeling) te bevestigen;

b) de aangever niet antwoordt binnen de termijn voor het verstrekken van de in §110 bedoelde informatie.

2.9. Weigering om de tariefpreferentie toe te kennen

§ 112. Overeenkomstig artikel 107 IA, weigeren de douaneautoriteiten van de lidstaat van invoer tariefpreferenties toe te kennen zonder verplicht te zijn aanvullende bewijsstukken op te vragen of een verzoek om controle naar het begunstigde land te zenden, wanneer:

a) de aangebrachte goederen niet dezelfde zijn als op het attest van oorsprong;

b) de aangever geen vereist attest van oorsprong voor de betrokken producten overlegt;

c) onverminderd artikel 78, lid 1, onder b), en artikel 79, lid 3, van het IA het attest van oorsprong dat in het bezit van de aangever is, niet is opgesteld is door een geregistreerd exporteur in het begunstigde land;

d) het attest van oorsprong niet conform bijlage 7 is opgesteld;

e) niet aan de voorwaarden van artikel 43 DA is voldaan.

§ 113. De douaneautoriteiten van de lidstaat van invoer weigeren tariefpreferenties toe te kennen na het verzenden van een verzoek om controle in de zin van artikel 109 IA aan de bevoegde douaneautoriteiten van het begunstigde land, wanneer zij:

a) het antwoord hebben ontvangen dat de exporteur niet bevoegd was het attest van oorsprong op te stellen;

b) het antwoord hebben ontvangen dat de betrokken producten niet van oorsprong zijn uit een begunstigd land of dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 42 DA;

c) redenen hebben om te twijfelen aan de geldigheid van het door de aangever opgestelde attest van oorsprong of de juistheid van de door de aangever verstrekte informatie over de werkelijke oorsprong van de betrokken producten, wanneer zij:

binnen de in artikel 109 IA bedoelde termijn geen antwoord hebben ontvangen; of

een antwoord ontvangen dat de in het verzoek gestelde vragen niet afdoende beantwoordt.

3. Verplichtingen van begunstigde landen in het kader van het SAP-stelsel van de Unie

3.1. Verplichting tot administratieve samenwerking in het kader van het REX-systeem

§ 114. Voor de goede werking van het SAP-stelsel zijn de begunstigde landen, conform artikel 70 IA, verplicht:

a) de administratieve structuren en systemen op te zetten die nodig zijn voor de toepassing en het beheer in dat land van de in dit punt vermelde regels en procedures, zo nodig met inbegrip van regelingen voor de toepassing van cumulatie;

b) erop toe te zien dat hun bevoegde autoriteiten met de Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten samenwerken.

§ 115. De in §114, onder b) bedoelde samenwerking bestaat uit:

a) het verlenen van alle nodige bijstand, op verzoek van de Commissie, bij het toezicht van de Commissie op het beheer van het SAP-stelsel in het betrokken land, met inbegrip van controles ter plaatse door de Commissie of de douaneautoriteiten van de lidstaten;

b) het controleren van de oorsprong van producten en nagaan of alle voorwaarden van het DA met inbegrip van controles ter plaatse indien door de Commissie of de douaneautoriteiten van de lidstaten.

§ 116. Om in aanmerking te komen voor de toepassing van het systeem van geregistreerde exporteurs komen de begunstigde landen de in §114 bedoelde verbintenis aan de Commissie na ten minste drie maanden vóór de datum waarop zij voornemens zijn van start te gaan met de registratie van exporteurs.

Indien een land of gebied uit bijlage II bij Verordening (EU) nr. 978/2012 is geschrapt, blijven de in artikel 55, lid 8 DA vastgestelde regels en procedures en de in artikelen 72, 80 en 108 IA vastgestelde verplichtingen van toepassing voor dat land of gebied voor een periode van drie jaar vanaf de datum waarop het uit die bijlage is geschrapt.

3.2. Kennisgevingsverplichtingen die van toepassing zijn tot en na de datum van toepassing van het systeem van geregistreerde exporteurs (REX)

3.2.1. Verplichtingen na de datum van toepassing van het systeem REX

§ 117. Overeenkomstig artikel 72 IA, moeten de begunstigde landen de Commissie in kennis stellen van de namen en adressen en contactgegevens van de autoriteiten op hun grondgebied die enerzijds bevoegd zijn om de exporteurs te registreren, te wijzigen of te schrappen, en anderzijds verantwoordelijk zijn voor de administratieve samenwerking anderzijds. Deze kennisgeving moet uiterlijk 3 maanden voor de datum waarop de begunstigde landen van start zijn gegaan met de registraties van exporteurs aan de Commissie worden verzonden. Wijzigingen dienen onmiddellijk te worden medegedeeld.

3.2.2. Verplichtingen tot de datum van toepassing van het systeem REX

§ 118. Zoals voorzien in artikel 73 IA, stellen de begunstigde landen de Commissie op de hoogte van de overheidsinstanties die bevoegd zijn voor de afgifte van certificaten van oorsprong, Form A, specimens van afdrukken van de gebruikte stempels en alle gegevens van de bevoegde overheidsinstanties die belast zijn met de controles van voornoemde certificaten en factuurverklaringen. Alle wijzigingen in gegevens, zoals ook gebruikte stempels, dienen aan de Commissie te worden medegedeeld. Bij nieuwe stempels wordt de datum van ingang van geldigheid vermeld.

4. Controle van oorsprong

4.1. Verplichtingen van de bevoegde autoriteiten die verband houden met de controle van de oorsprong na de datum van toepassing van het systeem van geregistreerde exporteurs

§ 119. Om erop toe te zien dat aan de oorsprongsregels is voldaan, verrichten de bevoegde autoriteiten van het begunstigde land, overeenkomstig artikel 108 IA:

a) controles van de oorsprong van de producten op verzoek van de douaneautoriteiten van de lidstaten;

b) regelmatige controles bij exporteurs op eigen initiatief.

Het in § 119, a) bepaalde is eveneens van toepassing op de verzoeken aan de autoriteiten van Noorwegen en Zwitserland voor de controle van de op hun grondgebied opgestelde vervangende attesten van oorsprong, waarbij deze autoriteiten worden verzocht contact op te nemen met de bevoegde autoriteiten in het begunstigde land.

§ 120. De onder § 119, b) bedoelde controles worden verricht om erop toe te zien dat de exporteurs hun verplichtingen blijven nakomen. Controles worden bij tussenpozen verricht aan de hand van risicoanalysecriteria. Daartoe eisen de bevoegde autoriteiten van de begunstigde landen dat exporteurs hun kopieën of een lijst van de oorsprongsverklaringen verstrekken die ze hebben opgesteld.

§ 121. De bevoegde autoriteiten van de begunstigde landen hebben het recht alle bewijsstukken op te vragen en alle administratieve controles te verrichten bij de exporteurs en zo nodig bij hun toeleveranciers, ook ter plaatse, en andere controles te verrichten die zij nodig achten.

4.2. Controle achteraf van attesten van oorsprong en vervangende attesten van oorsprong

§ 122. Attesten van oorsprong en vervangende attesten van oorsprong worden achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd, zoals voorzien in artikel 109 IA, en tevens wanneer er redenen zijn om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten en de naleving van de voorschriften in het IA en DA.

De autoriteiten van de lidstaten kunnen om de medewerking verzoeken van de bevoegde autoriteiten van een begunstigd land om de geldigheid van attesten van oorsprong of de oorsprong van producten, of beide, te controleren. Ze vermelden in hun verzoek, indien van toepassing, de reden waarom zij twijfelen aan de geldigheid van het attest van oorsprong of aan de oorsprong van de producten.

Een kopie van het attest van oorsprong of het vervangende attest van oorsprong en eventuele aanvullende gegevens of documenten die erop wijzen dat de gegevens op dat attest of dat vervangende attest onjuist zijn, kunnen ter ondersteuning van het verzoek om controle worden toegezonden.

De verzoekende lidstaat stelt een termijn van zes maanden vast voor de mededeling van de resultaten van de controle achteraf. Voor verzoeken aan Noorwegen en Zwitserland om een controle van een vervangend attest van oorsprong dat op hun grondgebied is opgesteld aan de hand van een attest van oorsprong dat in een begunstigd land is opgesteld, bedraagt de termijn echter acht maanden.

§ 123. Wanneer bij gegronde twijfel binnen de in §122 bedoelde termijn:

geen antwoord is ontvangen, of

het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de oorsprong van de producten vast te stellen, wordt aan de bevoegde autoriteiten een tweede schrijven gezonden.

De bij dit schrijven meegedeelde verlenging van de termijn kan echter niet meer dan zes maanden bedragen.

Indien ook deze laatste termijn niet nageleefd wordt of wanneer het resultaat geen uitsluitsel biedt over de echtheid van het betreffende document of over de vast te stellen oorsprong van de producten, kennen de verzoekende autoriteiten de tariefpreferenties niet toe

§ 124. Wanneer er bij de in § 122 voorziene controle of op grond van andere beschikbare gegevens aanwijzingen zijn dat inbreuk wordt gemaakt op de oorsprongsregels, stelt het begunstigde land van uitvoer, op eigen initiatief of op verzoek van de douaneautoriteiten van de lidstaten of de Commissie, met de nodige spoed een onderzoek in of laat het een onderzoek instellen om dergelijke inbreuken vast te stellen en een herhaling ervan te voorkomen. De Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten kunnen hiertoe aan dit onderzoek deelnemen.

5. Overige bepalingen betreffende attesten van oorsprong

5.1. Algemene bepalingen betreffende het attest van oorsprong

§ 125. Een attest van oorsprong kan, conform artikel 92 IA, worden opgesteld:

op het moment van uitvoer naar de Unie, of

wanneer de uitvoer naar de Unie is gewaarborgd.

Wanneer de betrokken producten worden beschouwd als van oorsprong uit het begunstigde land van uitvoer of uit een ander begunstigd land in overeenstemming met artikel 55, lid 4, tweede alinea, of artikel 55, lid 6, tweede alinea, DA, wordt het attest van oorsprong opgesteld door de exporteur in het begunstigde land van uitvoer.

Wanneer de betrokken producten zonder verdere be- of verwerking worden uitgevoerd of uitsluitend na de in artikel 47, lid 1, onder a), van DA beschreven behandelingen te hebben ondergaan, en daarom hun oorsprong hebben behouden in overeenstemming met artikel 55, lid 4, derde alinea, en artikel 55, lid 6, derde alinea van die verordening, wordt het attest van oorsprong opgesteld door de exporteur in het begunstigde land van oorsprong.

§ 126. Een attest van oorsprong kan ook na uitvoer worden opgesteld („attest achteraf”). Een dergelijk attest van oorsprong achteraf is toegestaan indien dit ten laatste twee jaar na de datum van invoer in de Unie aan de douaneautoriteiten wordt voorgelegd.

Wanneer een zending overeenkomstig artikel 43 van DA wordt gesplitst en op voorwaarde dat de termijn van twee jaar wordt gerespecteerd, kan het attest van oorsprong achteraf door de exporteur van het land van uitvoer van de producten worden opgesteld. Dit is van overeenkomstige toepassing indien de splitsing van een zending plaatsvindt in een ander begunstigd land of in Noorwegen, Zwitserland of Turkije.

§ 127. Het attest van oorsprong wordt conform de bijlage 7 opgesteld in het Engels, het Frans of het Spaans.

Het kan op elk handelsdocument worden opgesteld waaruit de identiteit van de betrokken exporteur blijkt en waaruit blijkt om welke goederen het gaat.

§ 128. De §§ 125 tot 127 zijn overeenkomstig van toepassing op attesten van oorsprong die in de Unie zijn opgesteld in het kader van bilaterale cumulatie.

5.2. Attest van oorsprong in het geval van cumulatie

§ 129. Bij bilaterale of regionale cumulatie wordt om de oorsprong vast te stellen van de gebruikte materialen uit een land waarmee de cumulatie is toegestaan uitgegaan van een door de leverancier van deze materialen verstrekt attest van oorsprong, zie ook artikel 93 IA.

In deze gevallen bevat het door de exporteur opgestelde attest de volgende vermelding „EU cumulation”, „regional cumulation”, „Cumul UE”, „Cumul regional”, of „Acumulación UE”, „Acumulación regional”.

§ 130. Wat betreft de cumulatie met Noorwegen, Zwitserland of Turkije, op basis van artikel 54 DA, gaat de leverancier een bewijs van oorsprong verstrekken om de oorsprong van de gebruikte materialen uit deze landen vast te stellen in overeenstemming met de bepalingen van de SAP-oorsprongsregels.

In dit geval bevat het door de exporteur opgestelde attest de vermelding „Norway cumulation”, „Switzerland cumulation”, „Turkey cumulation”, „Cumul Norvège”, „Cumul Suisse”, „Cumul Turquie” of „Acumulación Noruega”, „Acumulación Suiza”, „Acumulación Turquía”.

§ 131. In het kader van artikel 56 DA, de uitgebreide cumulatie, gaat de leverancier een bewijs van oorsprong verstrekken in overeenstemming met de bepalingen van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Unie en de betrokken partij om de oorsprong van de gebruikte materialen uit de partij waarmee de uitgebreide cumulatie is toegestaan vast te stellen.

In dit geval bevat het door de exporteur opgestelde attest een van volgende vermeldingen „extended cumulation with country x”, „cumul étendu avec le pays x” of „Acumulación ampliada con el país x”.

6. Overgangsmaatregelen

6.1. Registratieprocedure in de begunstigde landen en procedures bij uitvoer die van toepassing zijn gedurende de overgangsperiode tot het systeem van geregistreerde exporteurs van toepassing is

§ 132. Overeenkomstig artikel 79 IA, zijn de begunstigde landen op 1 januari 2017 van start gegaan met de registratie van exporteurs.

Indien het begunstigde land niet in staat was om op die datum van start te gaan met de registratie, werd de Commissie uiterlijk 1 juli 2016 schriftelijk hiervan in kennis gesteld. Er werd voor die landen bijgevolg uitstel van de registratie van exporteurs toegestaan tot 1 januari 2018 of 1 januari 2019.

§ 133. Gedurende een periode van twaalf maanden, volgend op de datum waarop men overgaat tot de registratie van exporteurs, blijven de bevoegde autoriteiten in dat begunstigde land certificaten van oorsprong formulier A afgeven op verzoek van exporteurs die op het moment van de aanvraag om het certificaat te viseren niet zijn geregistreerd.

Onverminderd artikel 94, lid 2 IA zal de Unie de in voorgaande alinea afgegeven certificaten formulier A aanvaarden indien zij zijn afgegeven vóór de datum van registratie van de betrokken exporteur.

De bevoegde autoriteiten van een begunstigd land die problemen ondervinden om het registratieproces binnen de termijn van twaalf maanden te voltooien, kunnen bij de Commissie om een verlenging vragen. Een dergelijke verlenging bedraagt niet meer dan zes maanden.

§ 134. Vanaf de datum dat het begunstigde land voornemens is van start te gaan met de registratie van exporteurs, stellen de exporteurs attesten van oorsprong op voor zendingen van producten van oorsprong wanneer de totale waarde ervan niet hoger is dan 6 000 EUR, en dit ongeacht of deze exporteurs zijn geregistreerd of niet.

Exporteurs die zich laten registreren, stellen vanaf de datum waarop hun registratie overeenkomstig artikel 86, lid 4, IA geldig is, attesten van oorsprong op voor producten van oorsprong die worden verzonden, wanneer de totale waarde ervan hoger is dan 6 000 EUR.

§ 135. Er zijn momenteel verscheidene soorten oorsprongsbewijzen ontvankelijk in de Unie naargelang de situatie van het begunstigd land in de context van REX:

a) Het begunstigd land bevindt zich in de transitieperiode en is nog niet begonnen met de toepassing van het REX-systeem:

Een certificaat van oorsprong formulier A mag door de bevoegde autoriteiten van het begunstigd land gedurende de transitieperiode nog worden afgeleverd aan exporteurs aangezien zij zich niet kunnen registreren tot het begunstigd land het REX-systeem toepast, (zie modelformulier in bijlage 22-08 IA); of

Een oorsprongsverklaring op factuur moet door de exporteur worden opgesteld voor een verzending met een waarde kleiner of gelijk aan 6.000 EUR, (zie modelformulier in bijlage 22-09 IA).

b) Het begunstigd land bevindt zich in de transitieperiode en is begonnen met de toepassing van het REX-systeem:

Een certificaat van oorsprong formulier A mag door de bevoegde autoriteiten van het begunstigd land gedurende de transitieperiode nog worden afgeleverd aan exporteurs die nog niet geregistreerd zijn, (zie modelformulier in bijlage 22-08 IA); of

Een attest van oorsprong moet door de geregistreerde exporteur worden opgesteld wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong hoger is dan 6.000 EUR. Dit attest moet opgesteld worden op een handelsdocument met vermelding van de naam en het volledige adres van de exporteur en de geadresseerde, alsook de omschrijving van de goederen, de datum waarop het attest is opgesteld en het registratienummer in REX van de geregistreerde exporteur, (zie modelattest in bijlage 22-07 IA); of

Een attest van oorsprong, voor een zending waarvan de totale waarde kleiner of gelijk is aan 6.000 EUR, opgesteld door een al dan niet geregistreerde exporteur; dit attest moet opgesteld worden op een handelsdocument met vermelding van de naam en het volledige adres van de exporteur en van de bestemmeling, alsook de omschrijving van de goederen en de datum waarop het attest is opgesteld, (zie modelattest in bijlage 22-07 IA).

c) Het begunstigd land is begonnen met de effectieve toepassing van het REX-systeem en de transitieperiode is geëindigd:

Een attest van oorsprong moet worden opgesteld door de geregistreerde exporteur wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong hoger is dan 6.000 EUR. Dit attest moet opgesteld worden op een handelsdocument met vermelding van de naam en het volledige adres van de exporteur en de geadresseerde, alsook de omschrijving van de goederen, de datum waarop het attest is opgesteld en het registratienummer van de geregistreerde exporteur in REX, (zie modelattest in bijlage 22-07 IA); of

Een attest van oorsprong moet worden opgesteld door een al dan niet-geregistreerde exporteur voor een zending waarvan de totale waarde kleiner of gelijk is aan 6.000 EUR. Dit attest moet opgesteld worden op een handelsdocument met vermelding van de naam en het volledige adres van de exporteur en van de bestemmeling, alsook de omschrijving van de goederen en de datum waarop het attest is opgesteld, (zie modelattest in bijlage 22-07 IA).

De certificaten van oorsprong formulier A die uitgereikt werden aan een exporteur die voor het einde van de transitieperiode op het moment van uitreiking nog niet geregistreerd was, mogen nog aanvaard worden. De certificaten van oorsprong formulier A die werden opgesteld na het einde van de transitieperiode mogen niet weer worden aanvaard. Het verzoek tot preferentiële tariefbehandeling wordt dan in zijn geheel geweigerd. De importeur kan, in overeenstemming met artikel 56, lid 2 DWU wel nog terugbetaling van de rechten vragen indien hij een attest van oorsprong kan voorleggen dat achteraf werd opgesteld door de geregistreerde exporteur in het begunstigde land van export.

d) De transitieperiode van het begunstigd land is afgelopen en het REX-systeem wordt niet effectief toegepast door het begunstigd land:

De certificaten van oorsprong formulier A die nog zijn afgeleverd en factuurverklaringen die nog werden opgesteld door de niet-geregistreerde exporteur voor het einde van de transitieperiode kunnen worden aanvaard voor de preferentiële tariefbehandeling in kader van het Algemeen Preferentieel Stelsel voor zendingen die nadien worden ingevoerd.

De certificaten van oorsprong formulier A en factuurverklaringen die zijn uitgereikt na het einde van de transitieperiode mogen niet meer worden aanvaard voor de preferentiële tariefbehandeling in kader van het Algemeen Preferentieel Stelsel. De begunstigde landen die zich in deze situatie bevinden, kunnen ook geen gebruik maken van attesten van oorsprong. Zij kunnen dus bijgevolg geen preferentiële tariefbehandeling meer krijgen tot ze het REX-systeem effectief toepassen.

§ 136. In overeenstemming met artikel 92, lid 2 IA kunnen geregistreerde exporteurs attesten van oorsprong achteraf opstellen voor geëxporteerde zendingen voordat ze geregistreerd waren en dit tot de begindatum waarop het begunstigd land is begonnen met de toepassing van het REX-systeem.

§ 137. Artikel 81, lid 2 IA lijst de artikels op die van toepassing zijn wanneer een exporteur niet geregistreerd is. De voorwaarden voor het verkrijgen van een certificaat van oorsprong formulier A zoals bepaald in artikel 74 IA zijn hierdoor sowieso van toepassing op niet-geregistreerde exporteurs in de transitieperiode.

Dit heeft ook als gevolg dat geregistreerde exporteurs ingevolge artikel 74, lid 3 IA kunnen verzoeken om een afgifte achteraf van certificaten van oorsprong formulier A die betrekking hebben op zendingen uit de periode voordat het begunstigd land is begonnen met de toepassing van het REX-systeem. Een geregistreerd exporteur mag immers geen attest van oorsprong afleveren voor zendingen die zijn geëxporteerd voordat het begunstigd land is gestart met de toepassing van het REX-systeem.

Daarop aansluitend kunnen geregistreerde exporteurs factuurverklaringen achteraf opstellen voor zendingen uit de periode voordat het begunstigd land is begonnen met de toepassing van het REX-systeem.

Een geregistreerd exporteur mag ook attesten van oorsprong achteraf opstellen voor de zendingen die zijn geëxporteerd vanaf de datum dat het begunstigd land in kwestie van start is gegaan met de toepassing van het REX-systeem, maar voordat deze exporteur was geregistreerd.

§ 138. Naar analogie met § 137 kunnen de bevoegde autoriteiten ingevolge artikel 74, lid 4 IA duplicaten van certificaten van oorsprong formulier A uitreiken aan geregistreerde exporteurs indien de oorspronkelijke certificaten zijn uitgereikt voordat deze exporteurs waren geregistreerd.

De geldigheidstermijn voor deze duplicaten is dezelfde als die van de originele certificaten, met name 10 maanden vanaf de afgiftedatum. De certificaten moeten ook worden gebruikt binnen de 2 jaar na invoer.

Geregistreerde exporteurs mogen ook attesten van oorsprong opstellen om certificaten van oorsprong formulier A te vervangen, zij het enkel voor de zendingen die zijn geëxporteerd vanaf de datum dat het begunstigd land is gestart met de toepassing van het REX-systeem. In dat geval moet ook de invoeraangifte worden aangepast.

§ 139. De termijnen voor de transitieperiodes en de data waarop de begunstigde landen het REX-systeem effectief zijn beginnen toepassen, kunnen geraadpleegd worden op de pagina “REX – Registered Exporter system” van de Europese Commissie op volgend webadres:

https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/calculation-customs-duties/rules-origin/general-aspects-preferential-origin/arrangements-list/generalised-system-preferences/the_register_exporter_system_en

§ 140. Alle begunstigde landen passen uiterlijk vanaf 30 juni 2020 het systeem van geregistreerde exporteur toe.

6.2. Datum van toepassing van een aantal bepalingen

§ 141. De artikelen 70, 72, 78 t/m 80, 82 t/m 93, 99 t/m 107, 108, 109 en 112 IA zijn van toepassing voor exporteurs die in het REX-systeem zijn geregistreerd vanaf de datum dat begunstigde land van start gaat met de registratie van dat systeem. Voor de exporteurs in de Unie zijn deze artikelen sinds 1 januari 2017 van toepassing.

§ 142. De artikelen 71, 73, 74 t/m 77, 94 t/m 98 en 110 t/m 112 IA zijn van toepassing voor exporteurs die niet zijn geregistreerd in het REX-systeem in een begunstigd land. Voor zover het exporteurs in de Unie betreft, zijn deze artikelen tot en met 31 december 2017 van toepassing.

7. Andere bepalingen

7.1. Ceuta en Melilla

§ 143. De artikelen 41 t/m 58 DA zijn van toepassing om te bepalen of producten bij uitvoer naar Ceuta en Melilla als van oorsprong uit een begunstigd land kunnen worden beschouwd

OF

bij uitvoer naar een begunstigd land, als van oorsprong uit Ceuta en Melilla kunnen worden beschouwd met het oog op bilaterale cumulatie.

§ 144. De artikelen 74 t/m 79 en de artikelen 84 t/m 93 IA zijn van toepassing op producten die vanuit een begunstigd land naar Ceuta en Melilla worden uitgevoerd en op producten die vanuit Ceuta en Melilla naar een begunstigd land worden uitgevoerd met het oog op bilaterale cumulatie.

§ 145. Voor de toepassing van de voorgaande §143 en §144 worden Ceuta en Melilla als één grondgebied beschouwd.


Bijlage 1

Inleidende aantekeningen en lijst van oorsprongverlenende be- of verwerkingen (Bijlage 22-03 DA)

Dit werd gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (L343/339) op 29 december 2015.

Het is raadpleegbaar via de volgende link: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32015R2446

Bijlage 2

Materialen die van regionale cumulatie zijn uitgesloten (Bijlage 22-04 DA)

Dit werd gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (L343/396) op 29 december 2015.

Het is raadpleegbaar via de volgende link: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32015R2446

Bijlage 3

Bewerkingen die zijn uitgesloten van regionale cumulatie in het kader van het sap (textielproducten) (Bijlage 22-05 DA, P.B. L343/400 van 29.12.2015)

Bewerkingen zoals

- het bevestigen van knopen en/of andere sluitsystemen,

- het maken van knoopsgaten,

- het zomen van broeken, mouwen, rokken, japonnen, enz.,

- het zomen van zakdoeken, tafellinnen, enz.,

- het aanbrengen van garnituren en toebehoren zoals zakken, etiketten, insignes, enz.,

- het strijken en het op andere wijze klaarmaken van kledingstukken voor de verkoop van confectie,

- combinaties van dergelijke bewerkingen.

Bijlage 4

Certificaat van oorsprong, formulier A (Bijlage 22-08 DA)

Dit werd gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (L343/822) op 29 december 2015.

Het is raadpleegbaar via de volgende link: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32015R2446

Bijlage 5

Factuurverklaring (Bijlage 22-09, P.B. L343/822 van 29.12.2015)

Bij het opmaken van de factuurverklaring, waarvan de tekst hieronder is weergegeven, moet met de voetnoten rekening worden gehouden. De voetnoten hoeven echter niet te worden overgenomen.

Franse versie

L’exportateur des produits couverts par le présent document [autorisation douanière no … (1)] déclare que, sauf indication claire du contraire, ces produits ont l’origine préférentielle … (2) au sens des règles d’origine du Système des préférences tarifaires généralisées de l’Union européenne et … (3).

Engelse versie

The exporter of the products covered by this document (customs authorization No … (1)) declares that, except where otherwise clearly indicated, these products are of … preferential origin (2) according to rules of origin of the Generalized System of Preferences of the European Union and … (3).

Spaanse versie

El exportador de los productos incluidos en el presente documento (autorización aduanera no … (1)) declara que, salvo indicación en sentido contrario, estos productos gozan de un origen preferencial … (2) en el sentido de las normas de origen del Sistema de preferencias generalizado de la Unión europea y que el criterio de origen satisfecho es … (3)

(Plaats en datum) (4)

(Handtekening van de exporteur; en diens naam in blokletters) (5)

----------------------------------

(1) Wanneer de factuurverklaring wordt opgemaakt door een toegelaten exporteur van de Europese Unie in de zin van artikel 77, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 (Zie bladzijde 558 van dit Publicatieblad.) moet het nummer van zijn vergunning hier worden ingevuld. Wanneer de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgemaakt (wat altijd het geval zal zijn voor factuurverklaringen die in begunstigde landen worden opgemaakt), hoeft hier niets te worden ingevuld.

(2) Aanduiding van het land van oorsprong van de producten. Wanneer de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 112 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 moet de exporteur deze duidelijk aangeven met de letters „CM” op het document waarop het attest wordt opgemaakt.

(3) In voorkomend geval moet één van de volgende vermeldingen worden ingevuld: „EU cumulation”, „Norway cumulation”, „Switzerland cumulation”, „Turkey cumulation”, „regional cumulation”, „extended cumulation with country x” of „Cumul UE”, „Cumul Norvège”, „Cumul Suisse”, „Cumul Turquie”, „cumul regional”, „cumul étendu avec le pays x” of „Acumulación UE”, „Acumulación Noruega”, „Acumulación Suiza”, „Acumulación Turquía”, „Acumulación regional”, „Acumulación ampliada con en país x”.

(4) Deze gegevens kunnen worden weggelaten als ze in het document zelf al voorkomen.

(5) Zie artikel 77, lid 7, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 (betreft uitsluitend toegelaten exporteurs van de Europese Unie). Indien de exporteur niet hoeft te ondertekenen, hoeft evenmin diens naam te worden vermeld.

Bijlage 6

Aanvraag tot registratie als geregistreerde exporteur ten behoeve van de stelsels van de algemene tariefpreferenties van de Europese Unie, Zwitserland, Noorwegen en Turkije

(bijlage 22-06 IA)

AANVRAAG TOT REGISTRATIE ALS GEREGISTREERDE EXPORTEUR

ten behoeve van de stelsels van algemene tariefpreferenties van de Europese Unie, Noorwegen, Zwitserland en Turkije (1)

of

in het kader van CETA (of andere vrijhandelsakkoorden door de EU afgesloten en voorzien op de REX zelfcertificering)

1. Naam van de exporteur, volledig adres en land, contactgegevens, EORI-nummer of TIN (2).

2. Aanvullende contactgegevens, zoals telefoon- en faxnummer, en e-mailadres voor zover beschikbaar (facultatief).

3. Vermeld of u in de eerste plaats producent of handelaar bent.

4. Indicatieve omschrijving van de goederen waarvoor de preferentiële behandeling wordt aangevraagd, onder opgave van een indicatieve lijst van posten van het geharmoniseerd systeem (of de hoofdstukken wanneer bedoelde goederen onder meer dan twintig posten van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld).

5. Verbintenissen van de exporteur

Ondergetekende verklaart:

  • dat bovenstaande gegevens juist zijn;
  • dat een eerdere registratie niet werd ingetrokken of, als dit wel het geval is geweest, dat de omstandigheden die tot deze intrekking hebben geleid, zijn verholpen;
  • zich ertoe te verbinden slechts attesten van oorsprong op te stellen voor goederen die voor de preferentiële behandeling in aanmerking komen en die aan de oorsprongsregels van het stelsel van algemene preferenties voldoen;
  • zich ertoe te verbinden een passende boekhouding te voeren over de productie/levering van goederen die voor de preferentiële behandeling in aanmerking komen en deze boekhouding ten minste drie jaar te bewaren vanaf het eind van het kalenderjaar waarin het attest van oorsprong is opgemaakt;
  • zich ertoe te verbinden de bevoegde autoriteit na verkrijging van het nummer van geregistreerde exporteur onmiddellijk in kennis te stellen van eventuele wijzigingen in zijn registratiegegevens;
  • zich ertoe verbinden samen te werken met de bevoegde autoriteit;
  • zich ertoe te verbinden te aanvaarden dat de door hem opgestelde attesten van oorsprong worden gecontroleerd, onder meer door administratieve controles en bezoeken aan zijn bedrijfsruimten door de Europese Commissie of de autoriteiten van de lidstaten en de autoriteiten van Noorwegen, Zwitserland en Turkije (alleen van toepassing op exporteurs in begunstigde landen);
  • zich ertoe te verbinden om om de intrekking van zijn registratie in het systeem te verzoeken, zodra hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om goederen in het kader van het stelsel uit te voeren;
  • zich ertoe te verbinden om om de intrekking van zijn registratie in het systeem te verzoeken, zodra hij niet langer voornemens is deze goederen in het kader van het stelsel uit te voeren.

Plaats, datum en handtekening van de gemachtigde ondertekenaar, naam en functie (3)

6. Toestemming van de exporteur voor de bekendmaking van de door hem verstrekte gegevens op de openbare website

De ondergetekende wordt hierbij meegedeeld dat de in zijn aanvraag verstrekte gegevens op de openbare website aan het publiek kunnen worden bekendgemaakt. De ondergetekende aanvaardt de bekendmaking van deze gegevens op de openbare website. De ondergetekende kan zijn toestemming om deze gegevens op de openbare website bekend te maken, intrekken door een verzoek te sturen naar de voor de registratie verantwoordelijke bevoegde autoriteiten.

Plaats, datum en handtekening van de gemachtigde ondertekenaar, naam en functie (3)

7. Vak bestemd voor de bevoegde autoriteit

De aanvrager is geregistreerd onder het volgende nummer:

Registratienummer: --------------

Datum van registratie --------------

Datum vanaf wanneer de registratie geldig is -------------

Handtekening en stempel (3) --------------

(1) Dit aanvraagformulier is gemeenschappelijk voor de SAP-stelsels van vier entiteiten: de Unie (EU), Noorwegen, Zwitserland en Turkije („de entiteiten”). Opgemerkt zij dat de landen en producten in de respectieve SAP-stelsels van deze entiteiten kunnen verschillen. Daarom is een afgegeven registratie alleen te gebruiken voor uitvoer in het kader van het SAP-stelsel of de SAP-stelsels waarin uw land als een begunstigd land wordt beschouwd.

(2) De vermelding van het EORI-nummer is verplicht voor EU-exporteurs en wederverzenders. Voor exporteurs in begunstigde landen, Noorwegen, Zwitserland en Turkije is de vermelding van het TIN verplicht.

(3)Wanneer aanvragen tot registratie als geregistreerde exporteur of andere uitwisselingen van informatie tussen geregistreerde exporteurs en bevoegde autoriteiten in begunstigde landen of douaneautoriteiten in de lidstaten worden gedaan door elektronischegegevensverwerkingstechnieken te gebruiken, wordt de in de vakken 5, 6 en 7 genoemde handtekening en stempel vervangen door een elektronische authenticatie.

Bijlage 7

Attest van Oorsprong (Bijlage 22-07 IA)

Op te maken op een handelsdocument waarop de naam en het volledig adres van de exporteur en de geadresseerde zijn vermeld en dat een omschrijving van de producten bevat. Het attest moet worden gedateerd (1)

Franse versie

L’exportateur … (Numéro d’exportateur (2), (3), (4)) des produits couverts par le présent document déclare que, sauf indication claire du contraire, ces produits ont l’origine préférentielle. … (5) au sens des règles d’origine du Système des préférences tarifaires généralisées de l’Union européenne et que le critère d’origine satisfait est … … (6).

Engelse versie

The exporter … (Number of Registered Exporter (2), (3), (4)) of the products covered by this document declares that, except where otherwise clearly indicated, these products are of. … preferential origin (5) according to rules of origin of the Generalized System of Preferences of the European Union and that the origin criterion met is … … (6).

Spaanse versie

El exportador … (Número de exportador registrado (2), (3), (4)) de los productos incluidos en el presente documento declara que, salvo indicación en sentido contrario, estos productos gozan de un origen preferencial. … (5) en el sentido de las normas de origen del Sistema de preferencias generalizado de la Unión europea y que el criterio de origen satisfecho es … … (6)

----------------------------

(1) Wanneer het attest van oorsprong overeenkomstig artikel 101, leden 2 en 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 (Zie bladzijde 558 van dit Publicatieblad.) een ander attest vervangt, is het vervangende attest van oorsprong voorzien van de vermelding „Replacement statement” of „Attestation de remplacement” of „Comunicación de sustitución”. Het vervangende attest is ook voorzien van de datum waarop het oorspronkelijke attest is opgesteld en alle andere noodzakelijke gegevens overeenkomstig artikel 82, lid 6, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.

(2) Wanneer het attest van oorsprong overeenkomstig artikel 101, lid 2, eerste alinea, en artikel 101, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 een ander attest vervangt, vermeldt de wederverzender van de goederen die een dergelijk attest opstelt zijn naam en volledige adres, gevolgd door zijn nummer van geregistreerd exporteur.

(3) Wanneer het attest van oorsprong overeenkomstig artikel 101, lid 2, tweede alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 een ander attest vervangt, vermeldt de wederverzender van de goederen die een dergelijk attest opstelt zijn naam en volledige adres gevolgd door de vermelding (Franse versie) „agissant sur la base de l’attestation d’origine établie par [nom et adresse complète de l’exportateur dans le pays bénéficiaire] enregistré sous le numéro suivant [Numéro d’exportateur enregistré dans le pays bénéficiaire]”, (Engelse versie) „acting on the basis of the statement on origin made out by [name and complete address of the exporter in the beneficiary country] registered under the following number [Number of Registered Exporter of the exporter in the beneficiary country]”, (Spaanse versie) „actuando sobre la base de la comunicación extendida por [nombre y dirección completa del exportador en el país beneficiario], registrado con el número siguiente [Número de exportador registrado del exportador en el país beneficiario]”..

(4) Wanneer het attest van oorsprong overeenkomstig artikel 101, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 een ander attest vervangt, vermeldt de wederverzender van de goederen het nummer van geregistreerd exporteur uitsluitend als de waarde van de producten van oorsprong in de oorspronkelijke zending hoger is dan 6 000 EUR.

(5) Aanduiding van het land van oorsprong van de producten. Wanneer het attest van oorsprong geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 112 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 moet de exporteur deze duidelijk aangeven met de letters „XC/XL” op het document waarop het attest wordt opgemaakt.

(6) Geheel en al verkregen producten: vermeld de letter „P”; producten die een voldoende be- of verwerking hebben ondergaan: vermeld de letter „W” gevolgd door een post van het geharmoniseerde systeem (voorbeeld „W”9618).

In voorkomend geval wordt bovengenoemde vermelding vervangen door één van de volgende vermeldingen:

a) in het geval van bilaterale cumulatie: „EU cumulation”, „Cumul UE” of „Acumulación UE”;

b) in het geval van cumulatie met Noorwegen, Zwitserland of Turkije: „Norway cumulation”, „Switzerland cumulation”, „Turkey cumulation”, „Cumul Norvège”, „Cumul Suisse”, „Cumul Turquie” of „Acumulación Noruega”, „Acumulación Suiza”, of „Acumulación Turquía”;

c) in het geval van regionale cumulatie: „regional cumulation”, „cumul regional” of „Acumulación regional”;

d) in het geval van uitgebreide cumulatie: „extended cumulation with country x”, „cumul étendu avec le pays x” of „Acumulación ampliada con el país x”.


[1] Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad (PB L 303 van 31.10.2012, blz. 1).