Aanschrijving nr. 1 dd. 26.10.1979

AANSCHRIJVING 79/001

Aanschrijving nr. 1 dd. 26.10.1979


Rechtbank
Gerechtelijk wetboek
Vrederechter
Aanleg
Geding
Verzoekschrift
Bevoegdheid van de vrederechter
Bevoegdheid
Bevoegdheid van de rechtbank
Verzoekschrift op tegenspraak
Gerechtelijke procedure


Het Belgisch Staatsblad van 31 augustus 1992 heeft de wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek bekendgemaakt (1).

(1) Z. BTW-Rev. 102/78.

De voor de Administratie belangrijkste wijzigingen worden hierna opgesomd.

A. Volstrekte bevoegdheid en aanleg.

1. In principe neemt de vrederechter kennis van alle vorderingen waarvan het bedrag 75.000 frank (voorheen 50.000 frank) niet te boven gaat (art. 7 van de wet - wijziging van art. 590 Ger. Wb.; z. ook artikelen 5, 6 en 58 van de wet).

2. Wanneer de vrederechter uitspraak doet over een vordering waarvan het bedrag 50.000 frank (voorheen 15.000 frank) niet overschrijdt, geldt deze uitspraak als in laatste aanleg gewezen (art. 8 van de wet - wijziging van art. 617, eerste lid, Ger. Wb.).

3. De vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg waarbij uitspraak wordt gedaan over een vordering waarvan het bedrag 75.000 frank (voorheen 15.000 frank) niet overschrijdt, gelden eveneens als in laatste aanleg gewezen (art. 8 van de wet - wijziging van art. 617, eerste lid, Ger. Wb.).

B. Het geding.

4. Elk jaar wordt door de voorzitters van de hoven en rechtbanken een oproeping gehouden van alle zaken die op de rol zijn ingeschreven en die sinds meer dan 3 jaar zonder enige revolutie zijn gebleven. Deze zaken worden op een lijst ingeschreven en bekendgemaakt. Alle zaken waarvan geen verzoek tot handhaving op de rol wordt gedaan binnen de maand van deze bekendmaking, worden ambtshalve doorgehaald (art. 14 van de wet - wijziging van art. 730 Ger. Wb.).

5. De vorderingen inzake belastingen moesten in het verleden op straffe van nietigheid aan het openbaar ministerie worden meegedeeld. Deze mededelingsplicht is afgeschaft (z. art. 29 van de wet - wijziging van art. 764 Ger. Wb.).

C. Het verzoekschrift op tegenspraak.

6. Die vorm van rechtsingang (z. art. 40 van de wet) kan enkel worden gebruikt in de gevallen waarin de wet het toelaat of oplegt (z. onder meer inzake wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten - art. 214, 215, 216, 221, ... 1420, enz. B.Wb.). in de huidige stand van de wetgeving kunnen gedingen betrekkelijk de toepassing van de fiscale wetboeken derhalve niet bij verzoekschrift op tegenspraak ingeleid worden.

N.B. De inleiding bij éénzijdig verzoekschrift blijft ongewijzigd bestaan (art. 1025 tot 1034 Ger. Wb.).

D. Het beroep.

7. De rechter in hoger beroep kan een schadevergoeding toekennen wegens tergend en roekeloos hoger beroep. Daarnaast kan hij voortaan ook nog een geldboete van 5.000 tot 100.000 frank uitspreken. Het betreft een burgerlijke boete die door de Administratie van de BTW, registratie en domeinen wordt geïnd (art. 52 van de wet - nieuw art. 1072bis Ger. Wb.).

E. Griffierechten.

8. Het verminderd rolrecht van 900 frank bedoeld in artikel 2691, tweede lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten is op alle procedures in laatste aanleg voor de vrederechter van toepassing rekening houdend met het nieuw bedrag van 50.000 frank.

9. De nieuwe inschrijving op de rol na de ambtshalve doorhaling voorzien bij artikel 730 Ger. Wb. (z. nr. 4) geeft aanleiding tot een nieuwe heffing van het rolrecht bedoeld in artikel 2691 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

10. De procedures ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak zijn eveneens aan het rolrecht onderworpen. Deze zaken worden op de algemene rol ingeschreven. Het betreft onder meer deze waarvan sprake onder nr. 6. Er werd beslist dat een vordering gegrond op artikel 220 van het Burgerlijk Wetboek daarentegen in het register van de (eenzijdige) verzoekschriften moet worden ingeschreven. Deze inschrijving is onderworpen aan het recht voorzien in artikel 2692 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

F. Inwerkingtreding.

11. De wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek treedt in werking op 1 januari 1993.

De vrijstelling van de registratieformaliteit bedoeld in artikel 162, 13, van het voornoemd Wetboek der registratierechten is niet van toepassing op de dagvaardingen betreffende vorderingen waarvan het bedrag zich situeert tussen 15.000 en 50.000 frank, wanneer die dagvaardingen dagtekenen van vóór 1 januari 1993 maar pas na die datum op de rol worden gebracht.

Wat de akten houdende uitvoering van vonnissen van vrederechters betreft, wordt het bedrag van de laatste aanleg bepaald in functie van de datum van het vonnis. Hieruit volgt dat de akte van betekening of van uitvoering van een vonnis van een vrederechter dat op 28 december 1992 werd gewezen betreffende een vordering van 40.000 frank, niet valt onder de vrijstelling van genoemd artikel 162, wat ook de datum van die akte moge zijn.