Circulaire 2021/C/109 over tariefcontingenten “eerst komt, eerst maalt”

D.I.625.0 ; tariefcontingent ; kritiek contingent; uitgeput contingent; douaneaangifte ; TAO ; regularisatie ; TARIC ; TARBEL;

FOD Financiën, 15.12.2021

Algemene Administratie van Douane en Accijnzen

Inhoudsopgave

Circulaire C/2021/109 over tariefcontingenten “eerst komt, eerst maalt”

I. Algemene bepalingen

I.1. Voorwoord

I.2. Lijst van de afkortingen

I.2. Definitie

I.3. Wettelijke basis

I.4. Beheer

I.5. Rechthebbenden

II. Procedure

II.1. Bevoegde hulpkantoren

II.2. Aangifte

II.3. Afhandeling van de aanvraag en toewijzing van de contingenten

II.4. Zekerheid

II.5. Wijziging en ongeldigmaking van een douaneaangifte die een contingentaanvraag bevat

III. Terugboekingen, regularisatie en heropeningen

III.1. Terugboekingen

III.2. Regularisaties

III.2.1. Regularisatie van de aangifte vóór de toewijzing van het contingent door de Europese Commissie

III.2.1.1. Regularisatie op de dag van aanvaarding van de aangifte

III.2.1.2. Regularisatie tijdens de twee werkdagen voor de toewijzing van het tariefcontingent

III.2.2. Regularisatie van de aangifte na de toewijzing van het contingent

III.2.2.1. 0 % toegewezen

III.2.2.2. 100 % toegewezen

III.2.2.3. Gedeeltelijke toewijzing

III.3. Heropeningen

IV. Bijzondere gevallen

IV.1. Vereenvoudigde douaneaangifte

IV.2. Douaneaangifte in de vorm van een inschrijving in de administratie

IV.3. Regeling Bijzondere bestemming

IV.4. Douane-entrepots

IV.5. Actieve veredeling

IV.6. Antidumpingrechten en compenserende rechten

IV.7. Globalisatie

IV.8. Tariefcontingenten voor de staalproducten

IV.9. Tariefcontingenten voor suiker met een rendement aan witte suiker van 92%

BIJLAGEN

Bijlage 1: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie

Bijlage 2: Tariefcontingenten in de Tarbel-applicatie

I. Algemene bepalingen

I.1. Voorwoord

1. In deze circulaire zijn alle bepalingen bijeengebracht die betrekking hebben op tariefcontingenten die worden beheerd volgens het beginsel "eerst komt, eerst maalt". Ze heft de instructie Tariefcontingenten (D.I.625 - D.T.00.003.496) van 6 oktober 2016 op en vervangt deze, alsook andere daarmee verband houdende nota's en mededelingen, waaronder Tariefbericht 541 "PLDA - Tariefcontingenten "Eerst komt, eerst maalt" van 7 januari 2016, Tariefbericht 680 (rectificatie) "Aanvullende rechten (vrijwaring) - Tariefcontingenten" van 19 juli 2018 en de mededeling "Wijziging en ongeldigmaking van een douaneaangifte die een contingentaanvraag bevat" van 4 juli 2019.

Deze circulaire moest vernieuwd worden om verschillende redenen. Onder meer voor het actualiseren van de terminologie in de circulaire, het toevoegen van opmerkingen over de wijziging en ongeldigmaking van een douaneaangifte die een aanvraag voor een contingent bevat, het verduidelijken van de verschillende gevallen van regularisatie en het toelichten van de werking van de tariefcontingenten die van toepassing zijn op staalproducten. Ook nieuw is de tekst van bijlage 2, waarin enige informatie over deze tariefcontingenten wordt gegeven in onze Tarbel-applicatie, alsmede in de Taric-webapplicatie.

I.2. Lijst van de afkortingen

1) DG TAXUD: Directoraat Generaal Belastingen en Douane-Unie van de Europese Commissie;

2) DWU: Douanewetboek van de Unie of Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269, 10.10.2013, p. 1–101);

3) DWU DA: Gedelegeerde Verordening van het Douanewetboek van de Unie of Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343, 29.12.2015, p. 1–557);

4) DWU IA: Uitvoeringsverordening van het Douanewetboek van de Unie of Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343, 29.12.2015, p. 558–893);

5) EU: Europese Unie;

6) FCFS: “First come, first served” of het principe “eerst komt, eerst maalt (=EKEM)“;

7) GATT: General Agreement of Tariffs and Trade;

8) GDT: Gemeenschappelijk Douanetarief;

9) PLDA: PaperLess Douane en Accijnzen;

10) TAO: Team aangifte opvolging binnen de Administratie Operaties;

11) TARIC: het geïntegreerd douanetarief van de Europese Unie;

12) WHO: Wereldhandelsorganisatie.

I.2. Definitie

2. Het stelsel van de tariefcontingenten vormt een afwijking van het gemeenschappelijk douanetarief (GDT). In dit stelsel worden goederen voor een bepaalde hoeveelheid of bepaalde waarde gedurende een vastgestelde periode ingevoerd tegen een verlaagd recht of tegen een nulrecht.

Het tariefcontingent is geen kwantitatieve beperking van invoer. Goederen mogen bij het bereiken van een hoeveelheidsgrens of het einde van een vastgestelde periode tegen het gewone tarief van het GDT ingevoerd worden.

Het merendeel van de tariefcontingenten van de Unie wordt beheerd door het directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie van de Europese Commissie (DG TAXUD), in samenwerking met de douane-administraties van de lidstaten, volgens het principe “eerst komt, eerst maalt”, zonder onderscheid te maken waar de goederen in de EU werden ingevoerd.

Een aantal tariefcontingenten wordt echter door DG Landbouw beheerd door middel van invoercertificaten. Deze laatste contingenten worden niet besproken in deze circulaire.

I.3. Wettelijke basis

3. De tariefcontingenten worden toegekend door de bevoegde instellingen van de Europese Unie (EU) voor uit derde landen in te voeren goederen die aan invoerrechten zijn onderworpen.

Zij zijn onder andere het gevolg van:

autonome maatregelen gebaseerd op artikel 31 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en dit om de ondernemingen in de Unie in staat te stellen grondstoffen, halffabricaten of onderdelen - die binnen de Unie onvoldoende beschikbaar zijn - met een volledige of gedeeltelijke schorsing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief in de EU in te voeren; met als hoofddoel de Europese activiteiten van verwerking en assemblage te bevorderen en daarmee de concurrentiepositie van deze economische sectoren te stimuleren;

aangegane verbintenissen in het kader van de GATT (thans Wereldhandelsorganisatie, afgekort WHO);

preferentiële stelsels toegestaan door de EU aan bepaalde derde landen of groepen van landen in het kader van handelsakkoorden tussen de Europese Unie en deze laatste, of als unilaterale autonome overeenkomsten.

4. De tariefcontingenten vinden hun wettelijke grondslag in verordeningen of besluiten van de Raad of van de Commissie die rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat.

I.4. Beheer

5. De regels betreffende het uniforme beheer van tariefcontingenten “eerst komt, eerst maalt” hebben als wettelijke basis de artikelen 49 tot en met 54 DWU IA. Deze artikelen worden weergegeven in bijlage 1.

6. De tariefcontingenten zijn beschikbaar voor alle lidstaten. Zij worden beheerd overeenkomstig de chronologische volgorde van de data van aanvaarding van de aangiften voor vrij verkeer brengen.

7. Elk tariefcontingent wordt in de Uniewetgeving vastgesteld door een uit zes cijfers bestaand volgnummer beginnend met “09” gevolgd door een reeks van 4 cijfers (09.xxxx) om de identificatie te vergemakkelijken.

De landbouwcontingenten onderscheiden zich van de tariefcontingenten “eerst komt, eerst maalt” door het cijfer 4 in het begin van de reeks (09.4xxx).

De periode waarbinnen een tariefcontingent tot uitputting kan worden opgenomen, bedraagt meestal 12 maanden met ingang van 1 januari van een jaar.

Sommige contingenten volgen deze regel niet, dit is bijvoorbeeld het geval bij seizoens­gebonden soorten groenten en fruit of de staalproducten.

8. De toestand van de tariefcontingenten (saldo, kritieke toestand, uitputting) is kosteloos beschikbaar op Tarbel en op de Internet site van de Europese Commissie op volgend adres:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/taric/quota_consultation.jsp?Lang=nl

Een eventueel saldo op het einde van de periode waarvoor een contingent geldt, kan niet worden overgedragen.

Hoe de informatie over de quota moet worden opgezocht en hoe de verschillende Tarbel-schermen en -saldi moeten worden geïnterpreteerd, wordt toegelicht in bijlage 2 bij deze circulaire.

I.5. Rechthebbenden

9. Elke importeur uit de Europese Unie kan aanspraak maken op het stelsel van de tariefcontingenten mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.

II. Procedure

II.1. Bevoegde hulpkantoren

10. De invoer onder het stelsel van de tariefcontingenten mag geschieden over alle hulpkantoren.

II.2. Aangifte

Contingentaanvraag

11. Indien een importeur van een partij goederen in aanmerking wenst te komen voor een tariefcontingent, dient deze zijn aanvraag in te dienen op de aangifte voor het vrij verkeer.

De aanvraag tot opneming uit het tariefcontingent wordt gelijktijdig met de PLDA aangifte opgesteld en het aanbrengen van het volgnummer van het contingent in vak 39 betekent de aanvraag.

Het geldig maken van de aangifte in PLDA geldt als bewijs voor de aanvraag van het tariefcontingent.

In de praktijk gebeurt het echter dat PLDA soms niet onmiddellijk kan worden aangepast aan nieuwe tariefmaatregelen van de Europese Commissie.

Bij wijze van uitzondering kan de aangever een manuele aangifte indienen (na eerst een callnummer te hebben verkregen via de PLDA helpdesk) dewelke door het hulpkantoor onmiddellijk wordt overgemaakt aan de Dienst Wetgeving-Tarief (e-mailadres: vb.quota@minfin.fed.be).

12. De goederen waarvoor de invoerder aanspraak maakt op een tariefcontingent, moeten het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke aangifte.

De aangever moet in vak 36 van de aangifte voor het vrije verkeer het soort contin­gent, waarvan hij gebruikt maakt bij invoer, opgeven door middel van één van de hierna vermelde codes:

Code 120: Niet-preferentieel tariefcontingent zonder bijzondere voorwaarden;

Code 123: Niet-preferentieel tariefcontingent op vertoon van een vergunning bijzondere bestemming;

Code 125: Niet-preferentieel tariefcontingent op vertoon van een bepaald certificaat (handicrafts, handlooms, stamboekcertificaten, enz.);

Code 128: Tariefcontingent erga omnes na passieve veredeling;

Code 220: SAP- (stelsel van algemene preferenties) tariefcontingent;

Code 223: SAP-tariefcontingent afhankelijk van de bijzondere bestemming;

Code 225: SAP-tariefcontingent op vertoon van een bepaald certificaat;

Code 320: Preferentieel tariefcontingent;

Code 323: Preferentieel tariefcontingent voor goederen met een bijzondere bestemming;

Code 325: Preferentieel tariefcontingent op vertoon van een bepaald certificaat;

Code 420: Contingent in het geval van een douane-unie.

13. Voor de tariefcontingenten die van toepassing zijn voor producten van oorsprong uit landen die van preferentiële stelsels genieten, blijven de oorsprongsregels (cumulatie, rechtstreeks vervoer, certificaat, enz.) zoals gedefinieerd in elke toepasselijke overeenkomst, besluit of verordening van kracht.

Begeleidende documenten

14. In toepassing van artikel 50 van DWU IA kunnen de douaneautoriteiten enkel een verzoek om toepassing van een tariefcontingent aan de Europese Commissie doorsturen indien de aanvraag bij de aangifte voor het vrije verkeer geldig is en alle nodige bewijsstukken voor de toekenning van een tariefcontingent aan de douane­autoriteiten zijn verstrekt.

Onder bewijsstuk wordt verstaan: "ieder document zoals oorsprongscertificaat, vervoer­bewijs, echtheidscertificaat, enz. waaraan het toekennen van een contingent is onder­worpen".

De operatoren/aangevers moeten bijgevolg de desbetreffende bewijsstukken van de aangiften voor het vrije verkeer met een contingentaanvraag zo spoedig mogelijk (op het zelfde ogenblik als de aangifte) verzenden per e-mail aan de douane via vb.quota@minfin.fed.be.

Iedere e-mail moet de bewijsstukken bevatten voor één enkele aangifte met duidelijke vermelding van het nummer van de betrokken aangifte, de datum van aanvaarding (vak A) alsook het volgnummer van het contingent.

Wanneer het bewijsstuk verwijst naar meerdere douaneaangiften volstaat één e-mail mits vermelding van de desbetreffende aangiften met hun datum van aanvaarding en het volg­nummer van de betrokken tariefcontingenten.

Aandacht: Alle niet‑gegronde contingentaanvragen - wegens te laat of niet‑verstrekte bewijsstukken - zullen niet worden doorgestuurd met de aanvragen van de dag aan de Europese Commissie en zullen bijgevolg niet deelnemen aan de toewijzing van het tariefcontingent met de mogelijke gevolgen indien de status van het contingent kritiek is.

15. Bij een standaard douaneaangifte dienen de begeleidende documenten die vereist zijn voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor de douaneregeling waarvoor de goederen worden aangegeven, op het tijdstip van de indiening van de douaneaangifte in het bezit zijn van de aangever en ter beschikking te zijn van de douaneautoriteiten. Deze begeleidende documenten worden aan de douaneautoriteiten verstrekt wanneer dit door de EU-wetgeving wordt voorgeschreven of voor douanecontroles noodzakelijk is (artikel 163, leden 1 en 2, van DWU).

16. Wanneer de aanvraag voor de toekenning van een tariefcontingent plaats vond met een vereenvoudigde aangifte, moeten de documenten worden voorgelegd voordat de goederen worden vrijgegeven (artikelen 223 en 224 van DWU IA) en overgelegd in overeenstemming met punt 14 hierboven (zie echter ook punt 49 hieronder).

17. Wanneer het tariefcontingent wordt gevraagd met een aanvullende aangifte, moeten de vereiste bewijsstukken die ontbraken op het moment van de vereenvoudigde aangifte of bij de inschrijving in de administratie van de aangever, in het bezit zijn van de aangever op het moment van het indienen van de aanvullende aangifte (artikel 147 DWU DA) en aan de douaneautoriteiten worden overgelegd in overeenstemming met punt 14 hierboven.

18. Geen enkele contingentaanvraag kan in PLDA ingevoerd worden, zolang de aangever niet in het bezit is van de vereiste documenten waarvan de toekenning van een verlaagd of nulcontingent afhankelijk is.

Indien de aangever de vereiste bewijsstukken niet in zijn bezit heeft op het ogenblik dat hij de douaneaangifte indient, moet de aangifte zonder contingentaanvraag worden gedaan.

Zodra de documenten beschikbaar zijn kan een regularisatie van deze aangifte worden ingediend binnen de wettelijke termijnen, met een contingentaanvraag en een aanvraag tot terugbetaling van de betaalde rechten buiten contingent, voor zover het tariefcontingent ondertussen nog niet is uitgeput.

II.3. Afhandeling van de aanvraag en toewijzing van de contingenten

19. Iedere werkdag, stuurt de Dienst Wetgeving-Tarief alle ontvangen contingentaanvragen naar de Europese Commissie via de applicatie Quota, op voorwaarde dat deze aanvragen geldig zijn en alle vereiste bewijsstukken nodig voor de toekenning van het tariefcontingent zijn verstrekt.

20. De Commissie verricht dagelijks de toewijzing vanaf 14 uur. De Commissie kan echter beslissen om de toewijzing uit te stellen of niet te laten doorgaan op voorwaarde dat de lidstaten hiervan op voorhand op de hoogte werden gesteld.

Een dergelijke situatie kan zich voordoen wanneer een lidstaat een technische storing of communicatieproblemen kent.

21. De Commissie houdt bij de toewijzing rekening met alle niet beantwoorde aanvragen om tariefcontingenten toe te passen op basis van douaneaangiften die zijn aanvaard tot en met de tweede werkdag voorafgaand aan de dag van toewijzing.

Normaal worden de hoeveelheden in het kader van de tariefcontingenten behandeld op de tweede werkdag na de datum van aanvaarding van de douaneaangifte.

De aangiften die op een zaterdag of een zondag zijn aanvaard, worden behandeld in dezelfde toewijzing als aangiften die op de daaropvolgende maandag zijn aanvaard.

Overeenkomstig artikelen 49, § 1 en 51, § 3 van DWU IA wordt de voorrang evenwel bepaald volgens de chronologische volgorde van de data van aan­vaarding van de aangiften.

Verzoeken van de lidstaten die meer dan twee werkdagen na de aanvaarding van de douaneaangifte worden doorgegeven, worden op de dag dat zij door de Europese Commissie worden ontvan­gen met voorrang behandeld, met inachtneming van de chronologische volgorde ten opzichte van andere verzoeken.

22. De aangiften voor het vrije verkeer die op 1, 2 of 3 januari zijn aanvaard, worden geacht op 3 januari van hetzelfde jaar te zijn aanvaard. Wanneer een van deze dagen echter op een zaterdag of op een zondag valt, worden de aangiften geacht op 4 januari van dat jaar te zijn aanvaard.

23. Wanneer de som van de hoeveelheden van alle aanvragen voor het toepassen van een tariefcontingent voor aangiften die op dezelfde datum zijn aanvaard groter is dan het resterend saldo van het tariefcontingent, wijst de Commissie de hoeveelheden voor deze aanvragen toe in evenredigheid met de aangevraagde hoeveelheden.

24. Wanneer een nieuw tariefcontingent wordt geopend, wijst de Commissie geen hoeveelheden toe vóór de elfde werkdag volgende op de datum van publicatie van het besluit van de Unie waarbij het tariefcontingent werd geopend. (zie ook punt 41 over heropeningen).

25. Na de dagelijkse toewijzing van de contingenten, worden de resultaten in de applicatie Quota meegedeeld. Deze applicatie is verbonden met PLDA die de eventuele borg bij een volledige toewijzing automatisch vrijgeeft.

Bij een gedeeltelijke toewijzing of een 0% toegewezen contingent, stuurt de dienst Dienst Wetgeving-Tarief een e-mail naar de aangever alsook aan het betrokken team aangifte-opvolging (TAO) om hen te verwittigen dat de toekenning niet volledig was en vraagt hen de aangifte te regulariseren alsook de verschuldigde rechten te betalen (voor de regularisatie van aangiften met contingentaanvragen zie punten 30 tot en met 40 hierna).

II.4. Zekerheid

26. Wanneer een tariefcontingent wordt geacht kritiek te zijn vóór de vrijgave van de goederen dient een zekerheid te worden gesteld om het verschil te dekken tussen het volledige recht en het recht van het contingent.

27. De kritieke status van elk tariefcontingent wordt in elke toewijzing opnieuw bekeken en wordt met de resultaten van de dagelijkse toekenningen aan de lidstaten meegedeeld.

Deze kritieke status wordt automatisch weergegeven in TARBEL en PLDA, evenals in de applicatie Quota. Aangezien de toewijzing van de tariefcontingenten vanaf 14.00 uur begint, worden de nieuwe saldi pas op de avond van de toewijzing, gewoonlijk tussen 19.00 en 21.00 uur, aan de lidstaten meegedeeld. Pas dan worden de kritieke status en de nieuwe saldi in Tarbel bijgewerkt.

Een tariefcontingent is kritiek wanneer het saldo minder dan 10 % bedraagt van het oorspronkelijke volume en in de volgende gevallen:

wanneer het voor minder dan drie maanden wordt geopend;

wanneer in de afgelopen twee jaar geen tariefcontingenten zijn geopend voor dezelfde producten van dezelfde oorsprong en met een gelijkwaardige geldigheidsduur (“gelijkwaardige tariefcontingenten”);

wanneer een in de afgelopen twee jaar geopend gelijkwaardig tariefcontingent op de laatste dag van de derde maand van de vastgestelde duur van het contingent was uitgeput of een grotere aanvankelijke omvang had dan het betrokken tariefcontingent.

II.5. Wijziging en ongeldigmaking van een douaneaangifte die een contingentaanvraag bevat

28. De maatregelen van artikel 173 van het DWU[i] met betrekking tot wijziging van de douaneaangifte zijn van toepassing op elke douaneaangifte, ook degene die een contingentaanvraag bevat:

Artikel 173 van DWU:

  1. De aangever wordt, op zijn verzoek, toegestaan een of meer gegevens in de douaneaangifte te wijzigen nadat deze door de douane is aanvaard. De wijziging mag niet tot gevolg hebben dat de douaneaangifte betrekking heeft op andere goederen dan die waarop zij oorspronkelijk betrekking had.
  2. Dergelijke wijzigingen worden niet toegestaan als het verzoek daartoe wordt gedaan na een van de volgende gebeurtenissen:
    1. de douaneautoriteiten hebben de aangever in kennis gesteld van hun voornemen de goederen aan een onderzoek te onderwerpen;
    2. de douaneautoriteiten hebben geconstateerd dat de gegevens van de douaneaangifte onjuist zijn;
    3. de douaneautoriteiten hebben de goederen vrijgegeven.
  3. Op verzoek van de aangever kan, binnen drie jaar na de datum van aanvaarding van de douaneaangifte, worden toegestaan dat de douaneaangifte wordt gewijzigd na vrijgave van de goederen, zodat de aangever zijn verplichtingen inzake het plaatsen van goederen onder de desbetreffende douaneregeling kan nakomen.

Dit artikel stelt dat geen enkele wijziging aan de aangifte toegestaan is na vrijgave, behalve om de aangever zijn verplichtingen inzake het plaatsen van goederen onder de desbetreffende douaneregeling te laten nakomen. In het kader van de tariefcontingenten, mag de aangever zijn aangifte regulariseren, indien het contingent niet voor 100% werd toegekend, om zo de inning van de invoerrechten mogelijk te maken die verschuldigd zijn op het gedeelte waarvoor het contingent niet verkregen werd.

De economische operatoren moeten zich bewust zijn van het mogelijke risico dat de tariefpreferentie verbonden aan een contingent niet toegewezen zou kunnen worden, indien ze een aanvraag indienen voor een contingent dat bijna uitgeput is. Aangezien de saldi van de tariefcontingenten dagelijks geüpdatet worden en door iedereen raadpleegbaar zijn op de website van de Europese Commissie of op Tarbel, kunnen ze ervoor kiezen om de goederen niet aan te geven voor het vrije verkeer.

Om deze reden is het belangrijk te benadrukken dat wanneer een aangever een aangifte indient voor het vrije verkeer met een contingentaanvraag, het niet toegestaan is de douaneregeling waaronder de goederen geplaatst werden te veranderen, noch te vragen de resterende hoeveelheid welke niet kon genieten van het contingent, in entrepot te plaatsen. Ten allen tijde zullen de douanerechten die van toepassing zijn op deze resterende hoeveelheid die in het vrije verkeer werd gebracht en voor welke het contingent niet werd verkregen, verschuldigd zijn.

29. Evenzeer is de ongeldigmaking van een douaneaangifte na vrijgave op basis van artikel 148 DWU DA, niet toegestaan wanneer een tariefcontingent niet of gedeeltelijk werd toegewezen, indien één van de opgegeven redenen berust op het feit dat de bestemmeling de goederen weigert omdat het contingent niet volledig werd bekomen.

III. Terugboekingen, regularisatie en heropeningen

III.1. Terugboekingen

30. Wanneer een douaneaangifte, waarvoor een hoeveelheid in het kader van een tariefcontingent reeds werd toegewezen, wordt geannuleerd of gewijzigd, moeten de douaneautoriteiten onmiddellijk deze ontvangen hoeveelheid die niet meer nodig is of die niet had mogen toegewezen worden, terugstorten aan de Europese Commissie. Deze terugstorting gebeurt door de Dienst Wetgeving- Tarief.

31. Overeenkomstig artikel 103 § 1 van het DWU vindt de mededeling van een douaneschuld aan de schuldenaar plaats binnen drie jaar nadat de douaneschuld is ontstaan.

Dit principe geldt eveneens wanneer een douaneschuld ontstaat bij een volledige of gedeeltelijke annulering van een reeds toegewezen tariefcontingent.

Een dergelijke situatie zou zich kunnen voordoen na een audit door de Europese Commissie of een tweedelijnscontrole door onze diensten.

Overeenkomstig artikel 52 § 1 van het DWU IA dienen de toegewezen maar niet-gebruikte hoeveelheden onmiddellijk te worden teruggestort aan de Commissie.

32. In tegenstelling tot een douaneschuld die kan ontstaan (zie punt 31), zal volgens artikel 121 van het DWU een terugbetaling of een kwijtschelding van rechten bij invoer worden verleend, indien vóór het verstrijken van een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de datum waarop genoemde rechten aan de schuldenaar zijn medegedeeld, een daartoe strekkend verzoek wordt ingediend.Dit principe is eveneens van toepassing indien deze terugbetaling of die kwijtschelding het gevolg is van het naar boven wijzigen van een vroegere toewijzing uit een tariefcontingent of het indienen van een contingentaanvraag a posteriori.

Dit gebeurt meestal op initiatief van de aangever die bijvoorbeeld een contingent heeft vergeten aan te vragen en bijgevolg verzoekt om terugbetaling van rechten of na een tweedelijnscontrole.

Aanvragen tot opneming uit een vroeger geopend tariefcontingent kunnen samen met de normale dagelijkse verzoeken aan de Commissie doorgezonden worden.

III.2. Regularisaties

33. Elke regularisatieaangifte, waarvoor er een integrale, gedeeltelijke of een nultoewijzing was voor een tariefcontingent of waarvoor nog geen toewijzing plaatsvond, moet in PLDA worden ingevoerd.

Wanneer de goederen voor een controle werden geselecteerd, kan de aanvraag voor regularisatie enkel na het afsluiten van deze controle in PLDA worden ingebracht.

34. Hierbij dient een duidelijk onderscheid tussen de verschillende gevallen te worden gemaakt.

Ongeacht het tijdstip waarop de aangifte wordt geregulariseerd, het wordt ten zeerste aanbevolen om contact op te nemen met de dienst Wetgeving-Tarief via het emailadres vb.quota@minfin.fed.be, om ervoor te zorgen dat de meest geschikte procedure wordt gevolgd en dat de reeds verkregen en nog te behouden hoeveelheden van de contingenten worden gehandhaafd.

III.2.1. Regularisatie van de aangifte vóór de toewijzing van het contingent door de Europese Commissie

35. De eerste twee gevallen vinden plaats vóór de toewijzing van de tariefcontingenten, dus tijdens de twee dagen vóór de toewijzing van het betrokken tariefcontingent door de Commissie.

Er moet altijd rekening worden gehouden met de in punt 21 uiteengezette tijdsvolgorde, dat wil zeggen dat een contingentaanvraag pas ten vroegste de tweede werkdag na de datum van aanvaarding van de betrokken aangifte door de Commissie wordt toegewezen.

III.2.1.1. Regularisatie op de dag van aanvaarding van de aangifte

36. In dit geval werd de contingentaanvraag normaal nog niet naar de Europese Commissie doorgestuurd. Om dit te controleren, moet u altijd contact opnemen met de dienst Wetgeving-Tarief via het emailadres: vb.quota@minfin.fed.be. Indien deze reeds is verzonden, ga dan verder met punt III.2.1.2 hierna.

Indien de regularisatie van de aangifte plaatsvindt op dezelfde dag als de datum van aanvaarding van de aangifte, moet die worden ingegeven in PLDA zoals gewoonlijk. De applicatie QUOTA zal de oorspronkelijke aangifte annuleren en die vervangen door de nieuwe.

Er dient geen speciale code in vak 44 van de douaneaangifte ingevuld te worden, alleen moet de aangever voor artikel 1, in het tabblad "Documenten" als Bijzondere vermelding, het type en het nummer van de initiële aangifte aanbrengen en dit door gebruik te maken van de volgende regularisatievermelding: "44- PLDA - REGU- 2 + Nummer van de aangifte" zoals in de screenshot hieronder:

III.2.1.2. Regularisatie tijdens de twee werkdagen vóór de toewijzing van het tariefcontingent

37. In dit geval is de contingentaanvraag normaal al naar de Europese Commissie gestuurd (mits de aanvraag geldig is en alle bewijsstukken zijn ingediend en geldig zijn) en bestaat er al een referentienummer voor de betrokken contingentaanvraag.

Indien de regularisatie van de aangifte plaatsvindt binnen de twee werkdagen na de datum van aanvaarding van de aangifte, maar vóór de toewijzing van het contingent door de Commissie, met andere woorden vóór 14u van de tweede werkdag na de datum van aanvaarding van de aangifte, dient de regularisatieaangifte te worden ingebracht in PLDA, rekening houdend met de hierna vermelde bijzonderheden. Zonder die zouden de reeds aangevraagde contingenthoeveelheden, die zullen worden hergebruikt door de regularisatieaangifte, niet worden herkend door de applicatie Quota.

a) Voor artikel 1, in het tabblad "Documenten" moet de aangever als Bijzondere vermelding, het type en het nummer van de initiële aangifte aanbrengen en dit door gebruik te maken van de code 44-PLDA-REGU-2:

b) Voor elk artikel van de regularisatieaangifte overeenkomstig het artikel van de initiële aangifte, waarvoor een contingent werd aangevraagd, dient de aangever in het tabblad "Documenten" als Bijzondere vermelding het referentienummer van de contingentaanvraag aan te brengen met de code 44-QUOTA-REF:

alsook het nummer van het overeenkomstige artikel van de initiële aangifte met de code 44-QUOTA-ART:

Het bovenvermelde referentienummer van de contingentaanvraag (in het voorbeeld: 201500000099) moet vooraf per e-mail worden aangevraagd aan de Dienst Wetgeving-Tarief op het volgende adres: vb.quota@minfin.fed.be, met vermelding van het nummer van de te regulariseren aangifte.

De teams aangifte-opvolging (TAO), verantwoordelijk voor het centraliseren en aanvaarden van dergelijke regularisatieaanvragen, moeten erop toezien dat alle bovenstaande codes en referenties duidelijk en correct aangebracht zijn in vak 44 van de regularisatieaangifte. Zonder die zouden de reeds gevraagde hoeveelheden van de contingenten automatisch worden teruggestort aan de Europese Commissie, hetgeen problematisch zou kunnen zijn bij een contingent dat kritiek is.

III.2.2. Regularisatie van de aangifte na de toewijzing van het contingent

III.2.2.1. 0 % toegewezen

38. Na de toewijzing van het contingent, stuurt de dienst Dienst Wetgeving-Tarief een e-mail naar de aangever alsook aan het betrokken team aangifte-opvolging (TAO) om de regularisatie van de aangifte te vragen.

De regularisatieaangifte moet, zoals gebruikelijk, in PLDA worden ingebracht, met betaling van de eventueel verschuldigde rechten, zonder vermelding van het volgnummer van het contingent in vak 39.

De regularisatievermelding "44-PLDA-REGU2 + nummer van de initiële aangifte" moet als bijzondere vermelding worden opgenomen in het tabblad "Documenten" van artikel 1 van de regularisatieaangifte.

Overeenkomstig artikel 105, § 3 van het DWU, moet het verschuldigde bedrag aan rechten uiterlijk veertien dagen na de dag waarop de douaneautoriteiten in staat zijn het bedrag aan rechten vast te stellen en een beschikking af te geven, worden geboekt.

Daarom dient de regularisatieaangifte binnen de gestelde periode te worden ingediend. De teams aangifte‑opvolging (TAO) verantwoordelijk voor het centraliseren en het aanvaarden van dergelijke regularisatieaanvragen en/of de douanediensten bevoegd voor het aanvaarden van dergelijke regularisaties dienen er op toe te zien dat deze termijn wordt gerespecteerd.

III.2.2.2. 100 % toegewezen

39. Ondanks dat het contingent 100 % werd toegewezen, kan het gebeuren dat de aangifte moet worden gewijzigd om redenen die geen verband houden met het contingent (bijvoorbeeld een waarde of btw-nummer dat verkeerd is).

De regularisatieaangifte moet worden ingebracht in PLDA, rekening houdend met de hierna vermelde bijzonderheden. Dit om te vermijden dat de eerder reeds toegekende hoeveelheden, die zullen worden hergebruikt door de regularisatieaangifte, niet zouden worden herkend door de applicatie Quota.

a) Voor artikel 1, in het tabblad "Documenten" moet de aangever als bijzondere vermelding, het type en het nummer van de initiële aangifte aanbrengen en dit door gebruik te maken van de regularisatiecode 44-PLDA-REGU-2:

b) Voor elk artikel van de regularisatieaangifte overeenkomstig het artikel van de initiële aangifte, waarvoor de hoeveelheid 100 % werd toegewezen, dient de aangever in het tabblad "Documenten" als Bijzondere vermelding het referentienummer van de tariefcontingentaanvraag aan te brengen met de code 44-QUOTA-REF:

alsook het nummer van het overeenkomstige artikel van de initiële aangifte met de code 44-QUOTA-ART:

Het bovenvermelde referentienummer van de tariefcontingentaanvraag (in het voorbeeld: 201500000099) moet vooraf per e-mail worden aangevraagd aan de dienst Dienst Wetgeving-Tarief op het volgende adres: vb.quota@minfin.fed.be, met vermelding van het nummer van de te regulariseren aangifte.

Er dient te worden opgemerkt dat bij de regularisatie geen ander volgnummer van het contingent (vak 39 van de aangifte) mag worden aangebracht evenmin dat een grotere hoeveelheid zou worden aangevraagd dan dewelke die was toegekend. Dergelijke wijzigingen zullen automatisch door PLDA worden afgewezen.

De teams aangifte-opvolging (TAO) verantwoordelijk voor het centraliseren van de aanvragen en/of de douanediensten die een regularisatieaangifte aanvaarden, moeten erop toezien dat alle bovenstaande codes en referenties duidelijk en correct aangebracht zijn in vak 44 van de aangifte. Zonder die zouden de toegestane hoeveelheden van de contingenten automatisch worden teruggestort aan de Europese Commissie.

III.2.2.3. Gedeeltelijke toewijzing

40. Na de toewijzing van het contingent, stuurt de dienst Dienst Wetgeving-Tarief een e-mail naar de aangever alsook naar het betrokken team aangifte-opvolging (TAO) om de regularisatie van de aangifte te vragen. Deze e- mail vermeldt het nummer van de te regulariseren aangifte, de toegekende hoeveelheid en het referentienummer van de contingentaanvraag.

Overeenkomstig artikel 105 § 3 van het DWU, moet het verschuldigde bedrag aan rechten uiterlijk veertien dagen na de dag waarop de douaneautoriteiten in staat zijn het bedrag aan rechten vast te stellen en een beschikking af te geven, worden geboekt.

Daarom dient de regularisatieaangifte binnen de gestelde periode te worden ingediend. De teams aangifte‑opvolging (TAO) verantwoordelijk voor het centraliseren van dergelijke regularisatieaanvragen en/of de douanediensten bevoegd voor het aanvaarden van dergelijke regularisaties dienen er op toe te zien dat deze termijn wordt gerespecteerd.

De regularisatieaangifte moet worden ingebracht in PLDA, rekening houdend met de hierna vermelde bijzonderheden. Dit om te vermijden dat de eerder reeds toegekende hoeveelheden, die zullen worden hergebruikt door de regularisatieaangifte, niet zouden worden herkend door PLDA:

a) Voor artikel 1, in het tabblad "Documenten" moet de aangever als bijzondere vermelding, het type en het nummer van de initiële aangifte aanbrengen en dit door gebruik te maken van de code 44-PLDA-REGU-2:

b) Voor elk artikel van de initiële aangifte, waarvoor het contingent gedeeltelijk werd toegewezen, is het nodig om twee artikelen in de regularisatieaangifte op te stellen:

In het eerste artikel moet dezelfde tariefcode voorkomen als bij de initiële aangifte, met vermelding van het volgnummer van het contingent in vak 39. De hoeveelheid die vermeld moet worden is de toegewezen hoeveelheid meegedeeld door de dienst Wetgeving-Tarief (met een verplichte nauwkeurigheid van drie cijfers na de komma).

Daarenboven dient de aangever in het tabblad “Documenten” van dit artikel, als bijzondere vermeldingen aan te brengen:

het referentienummer van de contingentaanvraag met de volgende code:"44- QUOTA- REF" en

het nummer van het overeenkomstige artikel van de geregulariseerde aangifte met de volgende code: "44-QUOTA-ART".

Het tweede artikel moet dezelfde tariefcode vermelden als de te regulariseren initiële aangifte. In dit artikel wordt de hoeveelheid opgenomen die niet werd toegewezen. Dit betekent dat in vak 39 geen volgnummer van het contingent kan worden vermeld en dat de eventueel verschuldigde rechten worden berekend door PLDA.

Daarenboven dient de aangever in het tabblad 'Documenten' van dit artikel, als bijzondere vermeldingen aan te brengen:

het referentienummer van de contingentaanvraag met de volgende code:

"44-noquota-REF"; dit referentienummer is hetzelfde als bij het eerste artikel; en

het nummer van het overeenkomstige artikel van de geregulariseerde aangifte, met de volgende code: "44-noquota-ART".

Door deze code "NOQUOTA" kan PLDA de initiële contingentaanvraag achterhalen waaraan de regularisatieaangifte dient te worden gekoppeld en aantonen dat de hoeveelheid van dit artikel overeenkomt met de niet-toegewezen hoeveelheid.

Indien bij de regularisatie, na een gedeeltelijke toewijzing, de hoeveelheid van het gevraagde contingent minder is dan de toegewezen hoeveelheid, zal PLDA automatisch de procentuele toewijzing verlenen van de initiële aanvraag.

De teams aangifte-opvolging (TAO) verantwoordelijk voor het centraliseren van dergelijke regularisatieaanvragen moeten erop toezien dat alle bovenstaande codes en referenties duidelijk en correct aangebracht zijn in vak 44 van de regularisatieaangifte. Zonder die zouden de toegestane hoeveelheden van de contingenten automatisch worden teruggestort aan de Europese Commissie.

III.3. Heropeningen

41. Met het oog op een gelijke behandeling van de importeurs, kunnen bepaalde tariefcontingenten door de Commissie worden geblokkeerd, in het bijzonder in de volgende gevallen:

de heropening van een uitgeput tariefcontingent ingevolge een terugstorting,

de verhoging van het volume van een tariefcontingent dat is uitgeput of bijna is uitgeput,

de opening van een nieuw tariefcontingent door een verordening die met terugwerkende kracht van toepassing is,

de vervanging van een bestaand tariefcontingent door een nieuw contingent dat een verschillende toepassingsperiode heeft.

In die gevallen kan het tariefcontingent worden geblokkeerd voor een periode van ten minste tien werkdagen die begint nadat de nodige gegevens werden ingebracht zowel in de webapplicaties TARIC/Tarbel als in de applicatie Quota.

Het contingent bevindt zich in de "geblokkeerde" status, wat betekent dat aanvragen voor dit contingent in PLDA kunnen worden ingebracht en aan de Commissie kunnen worden toegezonden. De toewijzing van dit contingent vindt echter pas plaats op de elfde dag na de blokkering van het contingent, waarbij altijd rekening wordt gehouden met de chronologische volgorde van de aanvragen (beginsel "eerst komt, het eerst maalt") die tijdens de blokkeringstermijn zijn ingediend.

42. Een terugboeking in een uitgeput tariefcontingent heeft de heropening van dat contingent tot gevolg.

Indien de teruggeboekte hoeveelheid (of het totaal van een aantal teruggeboekte hoeveelheden) aanzienlijk is (5 % of meer van het oorspronkelijke volume), komt de nieuwe hoeveelheid tien werkdagen na de mededeling van de Europese Commissie van de terugboeking beschikbaar voor opneming.

Indien de terugboeking naar een tariefcontingent (dat tijdens de contingentperiode uitgeput is) gering is, wordt het contingent slechts heropend wanneer de som van deze geringe terugboekingen ten minste 5 % bedraagt van het oorspronkelijke volume van het tariefcontingent.

43. Indien de som van de geringe terugboekingen tijdens de contingentperiode niet ten minste 5 % van het oorspronkelijke volume van het tariefcontingent bereikt, wordt het tariefcontingent vijftien werkdagen voor het einde van de contingentperiode toch heropend. De nieuwe hoeveelheid komt binnen tien dagen na heropening voor opneming beschikbaar.

44. Een terugboeking die in de laatste vijftien werkdagen van de contingentperiode of na de contingentperiode plaatsvindt, zal binnen tien werkdagen na mededeling van de terugboeking voor opnemingen beschikbaar komen, ongeacht de teruggeboekte hoeveelheid.

Naar aanleiding van bijzondere situaties die zich op dit gebied mochten voordoen, kan de Commissie in overleg met de lidstaten echter besluiten om nieuwe hoeveelheden later dan na tien werkdagen opnieuw beschikbaar te stellen.

In bepaalde gevallen worden tariefcontingenten die in de loop van hun toepassingstijdvak uitgeput raken, heropend als gevolg van een verhoging van het aanvankelijke volume.

Indien het om een bij verordening vastgestelde verhoging gaat, is die nieuwe hoeveelheid, ongeacht de grootte ervan, beschikbaar vanaf de tiende werkdag na de publicatie van de betrokken verordening.

45. Wanneer bekend is dat het volume van een tariefcontingent zal worden verhoogd en indien het totaal van de verzoeken tot opneming groter is dan het op dat ogenblik beschikbare saldo, zal het betrokken tariefcontingent worden geblokkeerd in plaats van te worden uitgeput. De Commissie deelt dit mede aan de lidstaten. Het tariefcontingent zal slechts worden vrijgemaakt nadat de bijkomende hoeveelheid aan het tariefcontingent is toegevoegd.

46. Contingenten worden eveneens geblokkeerd wanneer:

die worden geopend bij een verordening die met terugwerkende kracht van toepassing is, of

die worden vervangen tijdens hun toepassingsperiode door andere tariefcontingenten die een deel van dezelfde periode omvatten.

Bij deze gevallen geeft de Commissie de lidstaten vanaf de publicatie van de verordening ten minste tien werkdagen de tijd om verzoeken tot opneming door te zenden, vóór zij de eerste toewijzing voor deze nieuwe tariefcontingenten verricht.

47. Marktdeelnemers die geen volledige toekenning van het contingent verkregen voor hun oorspronkelijke aanvraag dienen zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Dienst Wetgeving-Tarief indien zij wensen in aanmerking te komen voor de toewijzing van de teruggeboekte bedragen.

Nochtans dienen, indien mogelijk, de lidstaten het aantal verzoeken dat zij bij heropening van een tariefcontingent indienen, te beperken, door de opnieuw beschikbare hoeveelheden in acht te nemen en voorrang te geven aan invoerdata die vroeg in de betrokken contingentperiode vallen.

IV. Bijzondere gevallen

IV.1. Vereenvoudigde douaneaangifte

48. In toepassing van artikel 223 van het DWU IA kan de aangever vragen om gebruik te mogen maken van een tariefcontingent met een vereenvoudigde aangifte, uitsluitend wanneer de vereiste gegevens in de vereenvoudigde aangifte beschikbaar zijn. Bovendien moeten alle nodige bewijsstukken volgens de geldende wetgeving van de Unie aan de douaneautoriteiten zijn verstrekt voordat de goederen worden vrijgegeven (zie punten 14-16 hiervoor).

Indien alle gegevens die nodig zijn voor de toepassing van een tariefcontingent niet beschikbaar zijn bij het indienen van de vereenvoudigde aangifte, dient het tariefcontingent te worden aangevraagd met de aanvullende aangifte.

Voor de toewijzing van het tariefcontingent wordt rekening gehouden met de datum van aanvaarding van de vereenvoudigde aangifte.

Voor wat betreft de termijn voor indiening van bewijsstukken in het geval van een aanvullende aangifte, zie punt 16 hierboven.

Het gebruik van vereenvoudigde aangiften en aanvullende aangiften is echter technisch nog niet mogelijk in PLDA. Daarom moet altijd een standaard douaneaangifte worden gebruikt.

IV.2. Douaneaangifte in de vorm van een inschrijving in de administratie

49. Wanneer, in toepassing van artikel 226 van het DWU IA, een douaneaangifte wordt ingediend in de vorm van een inschrijving in de administratie van de aangever voor het in het vrije verkeer brengen van goederen die zijn onderworpen aan een tariefcontingent, verzoekt de vergunninghouder die een douaneaangifte in die vorm indient, in een aanvullende aangifte om gebruik te mogen maken van het tariefcontingent.

Voor de toewijzing van het tariefcontingent wordt echter rekening gehouden met de datum waarop de goederen in de administratie van de aangever zijn ingeschreven.

Voor wat betreft de termijn voor indiening van bewijsstukken in het geval van een aanvullende aangifte, zie punt 17 hierboven.

Er dient te worden opgemerkt dat de toewijzing van de tariefcontingenten gebaseerd is op het principe "eerst komt, eerst maalt". Daarom is het soms voordeliger en aanbevolen, om bij een kritiek of zeer gevraagd contingent onmiddellijk een standaard douaneaangifte die een contingentaanvraag bevat, in te dienen, in plaats van een aangifte in de vorm van een inschrijving in de administratie en te wachten op het moment van de aanvullende aangifte om het contingent aan te vragen, dat intussen volledig uitgeput kan zijn. Deze beslissing blijft echter de verantwoordelijkheid van de importeur en/of de aangever.

IV.3. Regeling bijzondere bestemming

50. Bij sommige tariefcontingenten die geopend worden, zijn de goederen onderworpen aan de voorwaarden van de regeling bijzondere bestemming opgenomen in Circulaire 2020/C/6 aangaande de gunstige tariefbehandelingen.

In het algemeen geldt de algemene regelgeving betreffende de regeling bijzondere bestemming en is dus een vergunning vereist om te kunnen gebruik maken van deze regeling.

Meestal gaat het om contingenten die onderworpen zijn aan een jaarlijkse verlenging. Bijgevolg, kunnen de aangevers een vergunning bijzondere bestemming die aan hen is verleend meerdere opeenvolgende jaren (maximaal 5 jaar) gebruiken.

IV.4. Douane-entrepots

51. Goederen die uitgeslagen worden uit het douane-entrepot om in het vrije verkeer te worden gebracht, kunnen het voordeel genieten van het stelsel van de tariefcontingenten.

De contingentaanvraag dient in een afzonderlijke aangifte te gebeuren en kan nooit worden aangevraagd met een globalisatie aangifte.

IV.5. Actieve veredeling

52. Bij het in het vrije verkeer brengen met gebruikmaking van het stelsel van de tariefcontingenten van goederen onder regeling actieve veredeling dienen de voorwaarden waarvan sprake in cijfer 194 van de Circulaire 2019/C/120 betreffende actieve veredeling te worden nageleefd:

de invoergoederen voldoen, op het tijdstip van de aanvaarding van de douaneaangifte tot plaatsing onder de regeling actieve veredeling, aan de voorwaarden om te kunnen genieten van een preferentiële tariefbehandeling in het kader van een tariefcontingent en

op het moment van de aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer, is het contingent niet uitgeput.

Als deze contingenten uitsluitend geopend zijn in het kader van de regeling bijzondere bestemming, is een vergunning bijzondere bestemming niet vereist en worden de rechten berekend volgens het tarief dat overeenkomt met deze bestemming. Het gebruik van een dergelijke berekening is toegestaan mits de vergunning ten aanzien van de bijzondere bestemming zou kunnen worden verleend en mits voldaan is aan de voorwaarden voor de toekenning van het voordeel van de gunstige tariefbehandeling.

IV.6. Antidumpingrechten en compenserende rechten

53. Goederen waarvoor antidumpingrechten en/of compenserende rechten gelden alsook goederen die onderworpen zijn aan verbodsbepalingen of beperkingen bij invoer komen meestal niet in aanmerking voor de toekenning van tariefcontingenten.

Anderzijds betekent het stelsel van de tariefcontingenten geen vrijstelling van eventuele antidumpingrechten of compenserende rechten.

IV.7. Globalisatie

54. Goederen die worden ingevoerd onder het stelsel van tariefcontingenten kunnen niet worden aangegeven door middel van globale aangiften omdat een tariefcontingentaanvraag dient te gebeuren met een afzonderlijke aangifte (zie punt 12).

IV.8. Tariefcontingenten voor de staalproducten

55. Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten, laatst gewijzigd bij Verordening (EU) 2021/1091, heeft de Europese Commissie definitieve vrijwaringsmaatregelen ingesteld ten aanzien van bepaalde staalproducten. Deze maatregelen bestaan uit tariefcontingenten die van toepassing zijn voor bepaalde staalproducten (die ingedeeld worden volgens 26 categorieën staalproducten). Wanneer de contingenten uitgeput zijn, geldt een aanvullend douanerecht van 25%.

De vrijwaringsmaatregel werd aanvankelijk ingesteld voor een periode van drie jaar, dit wil zeggen tot 30 juni 2021. Deze is verlengd tot 30 juni 2024.

56. Het contingentjaar voor deze contingenten loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar.

Aan elk van de 26 productcategorieën is een tariefcontingent toegewezen. Voor elke categorie wordt dit contingent onderverdeeld volgens de belangrijkste landen van oorsprong die dit product naar de Europese Unie uitvoeren; het resterende deel van het contingent wordt toegewezen aan alle andere landen waarop de vrijwaringsmaatregelen van toepassing zijn; behalve voor de categorieën 8 en 25a, waar het volledige contingent wordt toegewezen aan alle landen van oorsprong waarop de maatregelen van toepassing zijn.

Binnen een productcategorie heeft elk deel van het contingent dat aan een bepaald land van oorsprong of aan alle andere landen is toegewezen een afzonderlijk volgnummer. Elk contingent wordt op kwartaalbasis beheerd, dit wil zeggen dat per kwartaal een hoeveelheid vooraf wordt vastgesteld. Wanneer de hoeveelheid in een kwartaal is uitgeput, is het aanvullend recht van 25% verschuldigd. Bij het begin van het volgende kwartaal is er weer een hoeveelheid beschikbaar, enzovoort.

Voor productcategorie 7, bijvoorbeeld, is het contingent onderverdeeld in 7 delen, naar gelang van de landen van oorsprong Oekraïne, Republiek Korea, Russische Federatie, India, Verenigd Koninkrijk en andere landen. Elk deel heeft een verschillend volgnummer (zie laatste kolom van de tabel) en zijn eigen beschikbare hoeveelheden per kwartaal.

Uittreksel uit Verordening 2019/159, bijlage IV, categorie 7:

57. Op het einde van het kwartaal wordt, op voorwaarde dat het tariefcontingent niet is uitgeput, de opneming stopgezet op de twintigste werkdag van de Europese Commissie na het einde van het kwartaal en wordt het saldo van het tariefcontingent automatisch overgedragen naar het tariefcontingent van het volgende kwartaal. Dit betekent dat na deze datum het contingent van het vorige kwartaal niet meer kan worden gebruikt.

Het resterende saldo van het laatste kwartaal (1 april tot en met 30 juni) wordt evenwel niet overgedragen naar het tariefcontingent van het volgende toepassingsjaar.

58. Wanneer een specifiek contingent voor een land van oorsprong is uitgeput, kan de invoer van producten uit dat land worden vervolgd door gebruik te maken van het contingent dat voor alle andere landen geldt. Dit is echter alleen toegestaan gedurende het laatste kwartaal van elk toepassingsjaar, dit wil zeggen van 1 april tot en met 30 juni.

Voor sommige productcategorieën is het gebruik van het contingent dat voor alle andere landen geldt echter niet toegestaan, terwijl voor andere het contingent dat voor andere landen geldt slechts gedeeltelijk of in zijn geheel door de specifieke landen mag worden gebruikt. De beschikbare hoeveelheden worden rechtstreeks in Tarbel geïntegreerd.

Pas wanneer het landspecifieke contingent uitgeput is, kan het voor andere landen geopende contingent worden gebruikt; vervolgens wordt een ander contingentnummer toegekend voor de specifieke landen door gebruik te maken van het resterende contingent. Deze aantallen worden ook rechtstreeks in Tarbel opgenomen zodra het specifieke tariefcontingent is uitgeput.

59. Bepaalde staalproducten zijn ook onderworpen aan antidumpingrechten en/of compenserende rechten. Zolang het contingent in het kader van de vrijwaringsmaatregelen beschikbaar is, is het aanvullende recht van 25% niet verschuldigd.

Wanneer het contingent uitgeput is, is het aanvullende recht van 25% verschuldigd. Het is derhalve mogelijk dat aanvullende rechten en antidumpingrechten en/of compenserende rechten tezamen zullen worden toegepast.

Indien ook op deze staalproducten een antidumpingrecht en/of een compenserend recht van toepassing zou zijn, zou de combinatie van aanvullende rechten en antidumpingrechten/compenserende rechten in feite grotere gevolgen hebben dan verwacht of wenselijk is in termen van het handelsbeschermingsbeleid en de handelsdoelstellingen van de Unie.

De Commissie heeft daarom maatregelen genomen om te voorkomen dat antidumping- en/of compenserende maatregelen en het aanvullend recht gelijktijdig worden toegepast wanneer het contingent is uitgeput.

Deze maatregelen zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1382 met betrekking tot de in bijlage 2 bij die verordening genoemde antidumping- en antisubsidieverordeningen.

Er zijn twee mogelijke scenario's:

Wanneer het aanvullende recht van 25% op grond van artikel 1, lid 6, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 verschuldigd is, omdat het contingent is uitgeput, wordt dit aanvullende recht alleen toegepast wanneer het hoger is dan het overeenkomstige ad-valoremantidumpingrecht dan wel ad-valoremantisubsidierecht als vermeld in bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening 2019/1382.

Indien het antidumpingrecht bijvoorbeeld 6,8% bedraagt, is slechts het aanvullende recht van 25% verschuldigd. De inning van het antidumpingrecht wordt geschorst gedurende de periode waarin het contingent is uitgeput.

Wanneer het aanvullende recht van 25% overeenkomstig artikel 1, lid 6, van de Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 verschuldigd is, omdat het contingent is uitgeput, en lager is dan het overeenkomstige ad-valoremantidumpingrecht dan wel ad-valoremantisubsidierecht, wordt dit aanvullende recht geïnd, vermeerderd met het verschil tussen dat recht en het overeenkomstige ad-valoremantidumpingrecht dan wel ad-valoremantisubsidierecht (het hoogste van de twee).

Bijvoorbeeld, wanneer het aanvullende recht bij contingentoverschrijding 25% bedraagt en het equivalent van het hoogste van de twee antidumpingrechten en/of compenserende rechten van toepassing op dezelfde productcategorieën 32% is, is het aanvullend recht van 25% verschuldigd en moet dit worden aangevuld met het verschil van 7% tussen het aanvullend recht en het equivalente recht van de twee antidumpingrechten en/of compenserende rechten die van toepassing zijn. De inning van het niet-geïnde deel van het antidumping- dan wel antisubsidierecht wordt geschorst.

Zodra het contingent opnieuw wordt geopend of een nieuwe hoeveelheid in een nieuw kwartaal beschikbaar is, zijn de antidumping- en/of compenserende maatregelen op een normaal niveau van toepassing.

IV.9. Tariefcontingenten voor suiker met een rendement aan witte suiker van 92%

60. Verschillende tariefcontingenten voor suikerproducten van oorsprong uit bepaalde Midden- en Zuid-Amerikaanse landen — 09.7226, 09.7235, 09.7307 en 09.7311 — moeten worden aangevraagd in de meeteenheid KGM S, d.w.z. in kilogram suiker met een rendement aan witte suiker van 92 %. De gevraagde hoeveelheid contingent, uitgedrukt in deze meeteenheid, moet worden vermeld in vak 41 (aanvullende eenheden) van de douaneaangifte.

a) Voor de goederencodes 1701 13, 1701 14, 1704 91 en 1701 9990 wordt de aangevraagde hoeveelheid contingent overeenkomstig punt B.III.3 van bijlage III „Standaardkwaliteit van ruwe suiker” bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 als volgt berekend:

[(P x 2-100): 92] x W, waarbij

P = graad van suikerpolarisatie

W= nettogewicht van het ingevoerde product.

b) Voor goederencode 1702 9910 (witte suiker) is de toe te passen formule:

Nettogewicht x (100/92)

Voor de invoer van 100 kg witte suiker moet bijvoorbeeld de in vak 41 gevraagde hoeveelheid KGM S het volgende zijn: 100 kg x (100/92) = 108,695 KGM S.

c) Voor de goederencodes 1702, 1704, 1806, 1901, 2006, 2007, 2009, 2101, 2106 en 3302 moet de hoeveelheid equivalent witte suiker op basis van het suikergehalte berekend worden.

Bijvoorbeeld, voor een invoer van 100 kg product van goederencode 1806 10 90 (cacaopoeder, waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte berekend als sacharose, van 80 of meer gewichtspercenten), wordt de in vak 41 gevraagde hoeveelheid tariefcontingent als volgt berekend:

Nettogewicht x suikergehalte = 100 x 0,8 = 80 KGM S


BIJLAGEN

Bijlage 1: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie

Artikel 49

Algemene regels betreffende het uniforme beheer van tariefcontingenten

(Artikel 56, lid 4, van het wetboek)

1. Tariefcontingenten die zijn geopend in overeenstemming met de Uniewetgeving met betrekking tot de methode van administratie in dit artikel en in de artikelen 50 tot en met 54 van deze verordening worden beheerd overeenkomstig de chronologische volgorde van de data van aanvaarding van de douaneaangiften voor het in het vrije verkeer brengen.

2. Elk tariefcontingent wordt in de Uniewetgeving vastgesteld door een volgnummer dat het beheer ervan vergemakkelijkt.

3. Voor de toepassing van deze afdeling worden aangiften voor het vrije verkeer die door de douaneautoriteiten op 1, 2 of 3 januari zijn aanvaard, geacht op 3 januari van het­zelfde jaar te zijn geaccepteerd. Wanneer een van deze dagen echter op een zaterdag of op een zondag valt, worden de aangiften geacht op 4 januari van dat jaar te zijn aanvaard.

4. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder werkdagen verstaan de dagen die geen feestdagen bij de instellingen van de Unie in Brussel zijn.

Artikel 50

Verantwoordelijkheden van de douaneautoriteiten van de lidstaten voor het uniforme beheer van tariefcontingenten

(Artikel 56, lid 4, van het wetboek)

1. De douaneautoriteiten onderzoeken of een door de aangever in een douane­aangifte voor het in het vrije verkeer brengen gedaan verzoek om toepassing van een tariefcontingent geldig is overeenkomstig de Uniewetgeving betreffende het openen van tariefcontingenten.

2. Wanneer een douaneaangifte voor het vrije verkeer met een geldige aanvraag voor toepassing van een tariefcontingent wordt aanvaard en alle bewijsstukken voor het toepassen van het tariefcontingent door de douaneautoriteiten zijn verstrekt, sturen de douaneautoriteiten dat verzoek onmiddellijk naar de Commissie door onder vermelding van de datum van aanvaarding van de douaneaangifte en de exacte hoeveelheid waarvoor dit verzoek wordt gedaan.

Artikel 51

Toewijzing van hoeveelheden in het kader van de tariefcontingenten

(Artikel 56, lid 4, van het wetboek)

1. De Commissie wijst elke werkdag hoeveelheden toe, maar de Commissie kan op een bepaalde werkdag besluiten geen hoeveelheden toe te wijzen op voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten hierover van tevoren zijn geïnformeerd.

2. De hoeveelheden in het kader van de tariefcontingenten kunnen niet eerder worden toegewezen dan op de tweede werkdag na de datum van aanvaarding van de douane­aangifte waarin de aanvrager om toepassing van het tariefcontingent heeft gevraagd.

De Commissie houdt bij elke toewijzing rekening met alle niet beantwoorde aanvragen om tariefcontingenten toe te passen op basis van douaneaangiften die zijn aanvaard tot en met de tweede werkdag voorafgaand aan de dag van toewijzing en die door de douane­autoriteiten zijn doorgestuurd naar het systeem zoals bedoeld in artikel 54 van deze verordening.

3. De Commissie wijst, in chronologische volgorde van de data van aanvaarding van de betreffende douaneaangiften en voor zover het resterende saldo van het tariefcontingent dit toestaat, voor elk tariefcontingent hoeveelheden toe op basis van de door haar ontvangen aanvragen om dat tariefcontingent toe te passen.

4. Wanneer op de dag van de toewijzing de som van de hoeveelheden van alle aan­vragen voor het toepassen van een tariefcontingent voor aangiften die op dezelfde datum zijn aanvaard groter is dan het resterende saldo van het tariefcontingent, wijst de Com­missie de hoeveelheden voor deze aanvragen toe in evenredigheid met de aangevraagde hoeveel­heden.

5. Wanneer een nieuw tariefcontingent wordt geopend, wijst de Commissie daaruit geen hoeveelheden toe vóór de elfde werkdag volgende op de datum van publicatie van het besluit van de Unie waarbij dat tariefcontingent werd geopend.

Artikel 52

Annulering van aanvragen en terugstortingen van ongebruikte toegewezen hoeveelheden in het kader van de tariefcontingenten

(Artikel 56, lid 4, van het wetboek)

1. De douaneautoriteiten storten een hoeveelheid die bij vergissing is toegewezen onmiddellijk terug naar het elektronische systeem zoals bedoeld in artikel 54 van deze verordening. Deze verplichting is echter niet van toepassing wanneer na de eerste maand volgende op het einde van de geldigheidsduur van het betreffende tariefcontingent een onjuiste toewijzing van een douaneschuld van minder dan 10 EUR wordt ontdekt.

2. Wanneer de douaneautoriteiten een douaneaangifte voor goederen die zijn onder­worpen aan een aanvraag om een tariefcontingent toe te passen ongeldig maakt voordat de Commissie de gevraagde hoeveelheid heeft toegewezen, annuleren de douaneautoriteiten de gehele aanvraag om het tariefcontingent toe te passen.

Wanneer de Commissie de gevraagde hoeveelheid al heeft toegewezen op basis van een ongeldige douaneaangifte, stort de douaneautoriteit de toegewezen hoeveelheid onmiddellijk terug naar het elektronische systeem zoals bedoeld in artikel 54 van deze ver­ordening.

Artikel 53

De kritieke status van tariefcontingenten

(Artikel 56, lid 4, van het wetboek)

1. Voor de toepassing van artikel 153 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/2446, wordt een tariefcontingent als kritiek beschouwd zodra 90 % van de volledige omvang van het tariefcontingent is opgebruikt.

2. In afwijking van lid 1 wordt een tariefcontingent in een van de volgende gevallen vanaf de dag van de opening ervan als kritiek beschouwd:

a) het tariefcontingent wordt voor minder dan drie maanden geopend;

b) in de afgelopen twee jaar zijn geen tariefcontingenten geopend voor dezelfde pro­ducten van dezelfde oorsprong en met een gelijkwaardige geldigheidsduur („gelijkwaardige tariefcontingenten”);

c) een in de afgelopen twee jaar geopend gelijkwaardig tariefcontingent was op de laatste dag van de derde maand van de vastgestelde duur van het contingent uitgeput of had een grotere aanvankelijke omvang dan het betrokken tariefcontingent.

3. Een tariefcontingent waarvan het enige doel de toepassing is van een vrijwarings­maatregel of een maatregel die voortvloeit uit een schorsing van concessies zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 654/2014 van het Europees Parlement en de Raad (1) wordt als kritiek beschouwd zodra 90 % van de volledige omvang is opgebruikt, ongeacht of in de laatste twee jaar gelijkwaardige tariefcontingenten zijn geopend of niet.

______

Verordening (EU) nr. 654/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de uitoefening van de rechten van de Unie voor de toepassing en handhaving van de internationale handelsregels en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3286/94 van de Raad.

Artikel 54

Elektronisch systeem voor het beheer van tariefcontingenten

(Artikel 16, lid 1, en artikel 56, lid 4, van het wetboek)

1. Voor het beheer van tariefcontingenten wordt een elektronisch systeem gebruikt dat overeenkomstig artikel 16, lid 1, van het wetboek voor deze doeleinden is opgezet ten be­hoeve van:

a) de uitwisseling van informatie tussen de douaneautoriteiten en de Commissie in het kader van aanvragen om tariefcontingenten toe te passen en terug te storten en in het kader van de status van tariefcontingenten en de opslag van deze informatie;

b) het beheer door de Commissie van de aanvragen om tariefcontingenten toe te passen en terug te storten;

c) de uitwisseling van informatie tussen de douaneautoriteiten en de Commissie betref­fende de toewijzing van de hoeveelheden in het kader van de tariefcontingenten en de opslag van deze informatie;

d) de registratie van eventuele verdere gebeurtenissen of handelingen die van invloed kunnen zijn op de oorspronkelijke opnemingen of terugstortingen van tariefcontingenten of de toewijzing ervan.

2. De Commissie stelt de informatie over de toewijzingsresultaten via dat systeem beschikbaar.

Bijlage 2: Tariefcontingenten in de Tarbel-applicatie

De informatie over de tariefcontingenten “eerst komt, eerst maalt” is consulteerbaar in de Tarbel- en in de Taric-webapplicatie.

Tarbel bevat alle gegevens van het Geïntegreerd douanetarief van de Europese Unie (Taric) die door dagelijkse insturingen van de Europese Commissie automatisch worden bijgewerkt én alle nationale gegevens die worden ingestuurd door de Dienst Tarief van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën. Dit Belgisch douanetarief bevat de goederennomenclatuur (goederencodes + goederenomschrijving) en de Unie- en nationale maatregelen (niet-tarifaire maatregelen, tarifaire maatregelen en nationale belastingen). Dit douanetarief vormt de basis van het Belgisch aangifte-en dedouaneringssysteem PLDA (Paperless Douane en Accijnzen).

De Taric-applicatie wordt beheerd door de Europese Commissie en bevat alle gegevens van het Geïntegreerd Douanetarief en alle Uniemaatregelen (niet-tarifaire maatregelen en tarifaire maatregelen).

Deze bijlage verzamelt alle informatie over tariefcontingenten beheerd volgens het principe “eerst komt, eerst maalt” die zowel in de webapplicatie Tarbel van de Belgische douane als in Taric opgenomen zijn. De bedoeling is om weer te geven waar alle recente publicaties over dit onderwerp terug te vinden zijn, welke tariefcontingenten er bestaan en welke mogelijkheden er zijn om de status van een tariefcontingent op te zoeken evenals de beschikbare saldi per dag.

1. Publicaties over tariefcontingenten in de Tarbel-applicatie

De publicaties over tariefcontingenten zijn raadpleegbaar via de onderstaande adressen:

interne Tarbel: https://www.finbel.intra/intTariffBrowser/ ;

externe Tarbel: https://eservices.minfin.fgov.be/extTariffBrowser/

Door in de horizontale taakbalk op “Home” te klikken”, “Specifieke tariefmaatregelen” verschijnt een keuzemenu met 3 rechthoekige blokken, waarvan de meest linkse rechthoek “Tariefcontingenten (quota)” van belang is:

Bovenaan deze pagina staat wat meer informatie over het beheer van tariefcontingenten en wordt er een link gelegd naar de website van de Europese Commissie. Op deze pagina worden ook de meest recente publicaties over tariefcontingenten (met name de circulaire, belangrijke berichten) bijgehouden. Onderaan de pagina is ook het emailadres (vb.quota@minfin.fed.be) opgenomen waar informatie kan gevraagd worden en naar waar de contingentaanvragen en de begeleidende documenten dienen opgestuurd te worden.

In de horizontale taakbalk is er ook een help-functie en een lijst met de meest voorkomende vragen (FAQ) aanwezig. In deze rubrieken is er ook informatie opgenomen over deze tariefcontingenten.

2. Diverse maatregeltypes in de Tarbel applicatie

Het bestaan van een tariefcontingent is in de webapplicatie Tarbel (via ”tariefconsultatie” van Tarbel online consulteerbaar) aangeduid in de kolom “Maatregeltype” (=omschrijving van de maatregel) van het scherm “Maatregelen”. De volgende maatregeltypes zijn opgenomen:

Niet–preferentieel tariefcontingent;

Niet-preferentieel tariefcontingent dat onderworpen is aan een bijzondere bestemming;

Preferentieel tariefcontingent;

Preferentieel tariefcontingent dat onderworpen is aan een bijzondere bestemming;

Contingent in het kader van de Douane-Unie;

gevolgd door het binnen dit contingent geldend invoerrecht. Vervolgens wordt het aan het contingent toegewezen volgnummer vermeld.

Hieronder worden de verschillende maatregeltypes weergegeven aan de hand van een concreet voorbeeld (=momentopname).

2.1. Niet-preferentieel tariefcontingent:

Samenvatting van de informatie over het goed in het eerste deel van het scherm "Maatregelen":

Naast de van toepassing zijnde Taric-code 0714 10 00 00 (datum simulatie 25-06-2021), is er een samenvatting terug te vinden van de omschrijving van het goed, de nomenclatuurgroepen, land van oorsprong/bestemming en het handelstype (invoer/uitvoer). Indien er informatie uit het verleden/de toekomst op het scherm dient te komen, dan kunt u dit doen door de simulatiedatum aan te passen naar de gewenste datum en op “OK” te klikken. Het is tevens belangrijk te kijken onder de balk “Actualiteit/Help/FAQ” welke dag de laatste bijwerking gebeurd is.

Tarifaire maatregelen en informatie over de verschillende kolommen, toegepast op dit voorbeeld:

De informatie in de eerste kolom “EU/BE” toont aan of het een Uniemaatregel is (=Europese vlag) of een nationale maatregel (=Belgische vlag). In dit geval gaat het om een Uniemaatregel.

In de tweede kolom “Geografisch gebied” is de 2-letterige isoalpha code voor het land van oorsprong of het land van bestemming opgenomen samen met de voluit geschreven naam van het land. In dit geval is het land van oorsprong “CN-China”.

In de derde kolom is het “Maatregeltype” of “de omschrijving van de maatregel” weergegeven. In dit geval gaat het om een “Niet-preferentieel tariefcontingent”.

In de vierde kolom “Tarief” is het toepasselijke recht of belasting (enkel bij tarifaire maatregelen en nationale belastingen) terug te vinden. In casu 6 %.

In de vijfde kolom “Tariefcontingenten” zijn het volgnummer en de einddatum van het tariefcontingent (enkel voor tarifaire maatregelen) opgenomen. Door op het volgnummer te klikken, opent een nieuwe pagina waarop een uitgebreid overzicht wordt gegeven van de toestand van het betrokken tariefcontingent (zie punt 3 van bijlage 2 "opzoeken van gedetailleerde informatie per tariefcontingent"). Dit voorbeeld geeft informatie weer over tariefcontingent met volgnummer 09.0127.

De “C” in de zesde kolom verwijst naar de condities/acties die gekoppeld zijn aan de maatregel. Door het aanklikken van “C”, opent een nieuwe pagina “maatregelcondities” met vermelding van de Taric-code en de omschrijving van de condities en de acties. De certificaten worden na de conditie vermeld, gevolgd door de toe te passen “actie”. Héél concreet voor dit tariefcontingent betekent dit dat er een oorsprongscertificaat overeenkomstig artikel 57 van het DWU IA dient overgelegd te worden (de code U004 is de code die in vak 44 van de douaneaangifte moet worden ingevuld om het certificaat aan te geven). Indien niet voldaan wordt aan deze voorwaarde, dan kan het betrokken tariefcontingent niet gebruikt worden door de economische operator.

In de zevende kolom worden de “Aanvullende codes” weergegeven. Er bestaat een onderscheid tussen een “aanvullende Taric-code” (vak 33, derde en vierde deelvak van het Enig Document) en “een nationale aanvullende code” (vak 33, vijfde deelvak van het Enig Document). De aanvullende codes met nummers 0000 tot en met 1999, 5000 tot en met 5999 en deze beginnend met letters Q, R, S, T, U, V, W en X zijn nationale aanvullende codes. Alle andere aanvullende codes zijn aanvullende Taric-codes. In dit voorbeeld is er geen nationale aanvullende code of aanvullende Taric-code nodig.

In de achtste kolom “Voetnoten” is er bijkomende informatie in verband met de betrokken maatregel weergegeven. Door te klikken op de voetnoot, opent een pop-up venster met de verklarende tekst. In het kader van het tariefcontingent met volgnummer 09.0127 dient er dus een certificaat van oorsprong overeenkomstig artikel 57 van het DWU IA overgelegd te worden.

In de negende kolom “Verordening” staat er een vermelding met de wettelijke basis met mogelijkheid tot consultatie via de link in de geopende pop-up (enkel bij Uniemaatregelen).

2.2. Niet-preferentieel tariefcontingent dat onderworpen is aan een bijzondere bestemming;

Samenvatting van de informatie over het goed:

Taric-code 0102 29 10 40 (momentopname op 25/06/2021)

Maatregellijn in tarifaire maatregelen toegepast op dit maatregeltype:

Niet-preferentieel tariefcontingent met volgnummer 09.0114 dat onderworpen is aan een bijzondere bestemming. Het toepasselijke douanerecht binnen het contingent is 6%.

Maatregelcondities:

Om gebruik te maken van dit contingent, is een vergunning voor het gebruik van de regeling bijzondere bestemming (=N990) vereist. Indien de economische operator niet over een dergelijke vergunning beschikt, kan geen gebruik worden gemaakt van het tariefcontingent met volgnummer 09.0114 en is het “tarief derde landen” van toepassing.

Voetnoot:

De betrokken EU001 voetnoot (=Unievoetnoot) bepaalt dat de goederen, ingevoerd onder het betrokken tariefcontingent, onderworpen zijn aan het douanetoezicht vereist in het kader van een bijzondere bestemming.

Verordening:

2.3. Preferentieel tariefcontingent

Samenvatting van de informatie over het goed:

Taric-code 7607 11 90 78 (momentopname 25/06/2021)

Maatregellijn in tarifaire maatregelen toegepast op dit maatregeltype:

“Preferentieel tariefcontingent” met volgnummer 09.6006 waarbij binnen het tariefcontingent een douanerecht van 0% van toepassing is.

Maatregelcondities:

Om gebruik te maken van dit contingent, is een bewijs van oorsprong bevattende de volgende verklaring in het Engels “origin quotas- product originating in accordance with Annex ORIG-2A”(=U178) vereist. Indien de economische operator niet over een dergelijk bewijs van oorsprong beschikt, kan geen gebruik gemaakt worden van het tariefcontingent met volgnummer 09.6006 en is het “tarief derde landen” van toepassing.

Voetnoot:

Verordening:

2.4. Preferentieel tariefcontingent dat onderworpen is aan een bijzondere bestemming;

Samenvatting van de informatie over het goed:

Taric-code 0711 20 10 00 (momentopname 25/06/2021)

Maatregellijn in tarifaire maatregelen toegepast op dit maatregeltype:

Preferentieel tariefcontingent met volgnummer 09.1178 dat onderworpen is aan een bijzondere bestemming waarbij een douanerecht van 0% van toepassing is binnen het contingent.

Maatregelcondities:

Om gebruik te maken van dit contingent, is een vergunning voor het gebruik van de regeling bijzondere bestemming (=N990) vereist. Indien de economische operator niet over een dergelijke vergunning beschikt, kan geen gebruik gemaakt worden van het tariefcontingent met volgnummer 09.1178 en is het “tarief derde landen” van toepassing.

Voetnoot:

De betrokken EU001 voetnoot (=Unievoetnoot) bepaalt dat de goederen, ingevoerd onder het betrokken tariefcontingent, onderworpen zijn aan het douanetoezicht vereist in het kader van een bijzondere bestemming.

Verordening:

2.5. Contingent in het kader van de Douane-Unie;

Samenvatting van de informatie over het goed:

Taric-code 2106 90 98 26 (momentopname 25/06/2021)

Maatregellijn in tarifaire maatregelen toegepast op dit maatregeltype:

Contingent in het kader van Douane-Unie met volgnummer 09.0242 waarbinnen een douanerecht van 0% van toepassing is.

Verordening:

3. Opzoeken van gedetailleerde informatie per tariefcontingent

In de webapplicaties Tarbel (website van de AAD) en Taric (website van de Europese Commissie) is er héél wat gedetailleerde en dagelijks geüpdatete informatie (uitgeputte tariefcontingenten, openstaand saldo, …) beschikbaar per tariefcontingent. Deze details kunnen op de onderstaande manieren worden geraadpleegd.

3.1. In de webapplicatie van Tarbel

Door vanuit de “homepagina” van de webapplicatie Tarbel, “Tariefconsultatie” in de horizontale taakbalk en “TARIFF QUOTAS” aan te klikken, verschijnt het volgende scherm:

De webapplicatie van Tarbel laat toe om op verschillende manieren te zoeken:

via het contingentnummer (resultaat: alle details per tariefcontingent, waaronder ook de mogelijkheid om per dag te zien welk saldo er nog beschikbaar is);

via land van oorsprong (resultaat: alle toepasselijke tariefcontingenten voor een bepaald land van oorsprong);

via kritieke status met filter “---", "N-no" of "Y-yes” (resultaat: naargelang de keuze voor een lijst met alle kritieke of niet-kritieke tariefcontingenten);

via bepaalde statussen: “verandering kritieke status”, “niet geschorst”, “heropend”, “uitgeput”, “gesloten en overgedragen”, “geschorst”, “geblokkeerd”, “gedeblokkeerd” en “geopend” (resultaat: lijsten van tariefcontingenten per status).

Indien de operator meer gedetailleerde informatie wenst over het tariefcontingent met volgnummer 09.0047, dan kan door “090047” (zonder punt!) naast “tariefcontingentnummer” in te tikken en vervolgens op “zoeken” te klikken meer informatie over het tariefcontingent verkregen worden. In eerste instantie verschijnt dit onderstaande scherm:

Door vervolgens op “details” in bovenstaand scherm te klikken, verschijnt in tweede instantie de onderstaande informatie:

Een eerste punt dat moet worden opgemerkt is dat voor de rubriek "Status" de data tussen "Datum event" en "Wijzig de datum" verschillen. Op de laatste regel van deze rubriek wordt vermeld dat het tariefcontingent op 29/04/2021 is uitgeput voor aangiften met als uiterste datum van aanvaarding 27/04/2021. Het verschil van deze twee (werk)dagen wordt verklaard door het feit dat de toewijzing van de contingentaanvragen door de Europese Commissie pas twee werkdagen na de aanvaarding van de aangifte met de contingentaanvraag plaatsvindt (mits de aangifte geldig is en alle begeleidende documenten bij de douane zijn ingediend en geldig zijn).

Een tweede belangrijk punt is dat de marktdeelnemer onder de rubriek "Saldo" dagelijks informatie aantreft over de ingevoerde volume/startwaarde en het nieuw saldo. Het "nieuw saldo" is de beschikbare hoeveelheid (474 000 000 kg in dit voorbeeld) aan het begin van de geldigheidsperiode van het tariefcontingent (van 01/01/2021 tot en met 31/12/2021). Naarmate van het contingent meer en meer wordt toegewezen, daalt het saldo. Onder "nieuw saldo" wordt verstaan het niet-toegewezen saldo of het resterende saldo van het tariefcontingent. Met "ingevoerde hoeveelheid/startwaarde" wordt de hoeveelheid bedoeld die in het kader van het tariefcontingent is toegewezen in de onder "Tijdstip verrichting" vermelde dagtoewijzing. Naarmate de dagen vorderen, worden de ingevoerde en de toegewezen hoeveelheden gecumuleerd. Wanneer het contingent is uitgeput, komt het totale ingevoerde volume overeen met het oorspronkelijke contingentvolume.

Bijvoorbeeld, in bovenstaand scherm bedroeg, na de toewijzing op 15/01/2021, de totale hoeveelheid die in het kader van contingent 09.0047 was toegewezen, 36.288,000 kg en het resterende saldo 437.712,000 kg.

Een derde punt om in gedachten te houden is de "datum laatste bijwerking" van Tarbel in de rechterbovenhoek van het scherm. Het is mogelijk dat door technische problemen sommige integraties niet op tijd zijn uitgevoerd, hetgeen aan de hand van deze datum kan worden vastgesteld.

Normaal wijst de Europese Commissie het contingent toe in de namiddag van elke werkdag, vanaf 14.00 uur. 's Avonds tussen 19.00 en 21.00 uur worden alle wijzigingen in de webapplicatie Taric (het geïntegreerde douanetarief van de Europese Unie), met inbegrip van nieuwe statussen van contingenten en hun nieuwe saldi, doorgegeven aan de lidstaten, zodat zij hun nationale applicatie kunnen bijwerken (Tarbel in België).

Dit betekent dat de Tarbel-webtoepassing vanaf dit tijdstip alleen tussen 19.00 en 21.00 uur wordt bijgewerkt. Indien Tarbel 's avonds na 21.00 uur wordt geraadpleegd, is de 'Datum laatste bijwerking" de datum van de dag zelf. Indien Tarbel 's morgens of 's middags wordt geraadpleegd, is de datum van de laatste bijwerking steeds die van de dag voordien.

Als de "Datum laatste bijwerking" die op het scherm verschijnt niet een van deze twee data is, maar een eerdere datum, moet u eerst proberen de webpagina te vernieuwen door op het logo "Huidige pagina vernieuwen" (of Ctrl-+R) te klikken. Als dit niet werkt, betekent dit dat er een technisch probleem is en dat de gegevens op het scherm niet overeenstemmen met de laatste update. In dat geval kan contact worden opgenomen met de dienst Tarief op het volgende e-mailadres: da.lex.tariff@minfin.fed.be.

3.2. In de webapplicatie van Taric

In de webapplicatie Taric kan gedetailleerde informatie per tariefcontingent opgezocht worden door gebruik te maken van één van de volgende zoekvelden:

via land van oorsprong: te kiezen tussen land van oorsprong of "------------------";

via volgnummer:

  • het volgnummer van het tariefcontingent EKEM kan zonder punt ingegeven worden + vervolgens klikken op "zoeken"; of;
  • er kan op "lijst" geklikt worden, dan op het specifieke volgnummer van het tariefcontingent EKEM en vervolgens klikken op "zoeken";

via kritiek: te kiezen tussen "niet gespecifieerd", "ja" en "neen";

via status: te kiezen tussen "geen", "geblokkeerd", "uitgeput", "niet geblokkeerd" en "niet uitgeput".

Er kan ook gezocht worden in een bepaalde periode door het jaartal na "geldigheidsperiode" aan te vinken.

Wanneer u de website van de Commissie bezoekt, moet u ook letten op de bijwerkingsdatum in de rechterbovenhoek van het scherm. De Taric-update vindt, zoals hierboven vermeld, plaats tussen 19.00 en 21.00 uur. Net als bij Tarbel geldt dat wanneer Taric 's avonds na 21.00 uur wordt geraadpleegd, de laatste bijwerkingsdatum dezelfde dag is. Indien Taric 's morgens of 's middags wordt geraadpleegd, is de datum van de laatste bijwerking altijd die van de vorige dag.

Om een idee te krijgen van de hoeveelheden die nog moeten worden toegewezen, kan de rubriek "totale hoeveelheid wachtend op toewijzing" worden geraadpleegd, maar dit is slechts een indicatie. De weergegeven hoeveelheid in afwachting van toewijzing komt overeen met de door de Commissie voor dit contingent ontvangen aanvragen die nog niet zijn toegewezen.

Enerzijds is het belangrijk op te merken dat dit alleen de aanvragen zijn die vóór 19.00-21.00 uur (vóór de Taric-update) zijn ontvangen, wat betekent dat in dit cijfer geen rekening is gehouden met de aanvragen die na deze update zullen worden ontvangen. Anderzijds gaat het om aanvragen die dezelfde dag of de volgende dag zullen worden toegewezen. Indien deze rubriek wordt geraadpleegd voor een aangifte die op dezelfde dag moet worden ingediend, moet er ook rekening mee worden gehouden dat deze aangifte ten vroegste twee werkdagen later de toewijzing zal ontvangen en niet dezelfde dag of de toewijzing van de volgende dag (zie punt 21 van deze circulaire).

Als het totale bedrag dat nog in behandeling is het bedrag van het saldo nadert of zelfs overschrijdt, betekent dit dus dat het contingent bij de volgende toewijzing zeker zal uitgeput zijn. Het is dan ook onverstandig om op dezelfde dag een aanvraag in te dienen voor een contingent dat twee dagen later zal worden toegewezen, wanneer het contingent op de dag van de aanvraag reeds zal zijn uitgeput.

Voorbeelden:

1. Contingent 09.8847 (geldigheidsduur van 01/07/2021 tot en met 30/09/2021): situatie op 23/09/2021:

Uit de Taric-applicatie blijkt dat dit contingent geblokkeerd is voor de periode van 10 september 2021 tot en met 30 september 2021. Gedurende deze periode kunnen de marktdeelnemers aanvragen voor dit contingent indienen. Deze aanvragen worden aan de Europese Commissie doorgegeven naarmate zij door de lidstaten worden ontvangen. Op de datum van Taric's raadpleging, 23 september 2021, wacht reeds een totale hoeveelheid van 169.997 kg op toewijzing. Deze hoeveelheid heeft echter alleen betrekking op de aanvragen die al aan de Europese Commissie zijn doorgegeven en is dus slechts indicatief. Er kan echter worden vastgesteld dat deze hoeveelheid veel groter is dan het saldo van 3.299,957 kg.

Indien een marktdeelnemer een contingentaanvraag wil indienen met als datum van aanvaarding 23 september 2021, moet hij beseffen dat hij, gezien de hoeveelheid in afwachting van toewijzing, geen enkele kans maakt om een deel van het contingent te krijgen.

Indien een marktdeelnemer daarentegen een aangifte wenst te regulariseren met als datum van aanvaarding 15 juli 2021 (omdat hij vergeten is het contingent aan te vragen), heeft hij een grote kans om een deel van het contingent te krijgen, aangezien de toewijzing van het contingent gebaseerd is op het beginsel "wie het eerst komt, het eerst maalt", dit wil zeggen op de chronologische volgorde van de data van aanvaarding van de aangiften met de contingentaanvragen.

2. Contingent 09.8938 (geldigheidsduur van 01/07/2021 tot en met 30/09/2021): situatie op 23/09/2021

Uit de Taric-applicatie blijkt dat contingent 09.8938 kritiek is. Er wordt geen hoeveelheid vermeld in de rubriek "Totale hoeveelheid wachtend op toewijzing". Dit betekent echter niet noodzakelijkerwijs dat er geen aanvragen voor dit contingent zijn. Het is mogelijk dat er aanvragen bestaan, maar dat deze nog niet door de douaneautoriteiten van de Lidstaten aan de Europese Commissie zijn toegezonden.

Om te beoordelen of het opportuun is om op 23 september 2021 een aanvraag in te dienen voor dit contingent (dat slechts twee werkdagen later, dat wil zeggen op 27 september 2021, zal worden toegewezen), kan het interessant zijn om tegelijkertijd de frequentie en de omvang van de toewijzingen van de laatste dagen te raadplegen op de webapplicatie Tarbel:

Uit deze hoeveelheden blijkt dat, afgezien van de toewijzing van 22/09/2021 waarbij de toegewezen hoeveelheid vrij laag is (22.000 kg= 108.954 - 86.954), de andere per dag toegewezen hoeveelheden variëren tussen 50.000 kg en 450.000 kg. In de wetenschap dat in de laatste dagen voordat een contingent is uitgeput, de vraag altijd toeneemt, is het aan de marktdeelnemer om te beslissen of hij al dan niet het risico wil nemen om een aanvraag in te dienen die pas twee werkdagen later zal worden toegewezen, wanneer de kans groot is dat het contingent bij de toewijzing van 23 september 2021 zal zijn uitgeput.