05.09.2024 - Circulaire 2024/C/55 betreffende Belgische strijdkrachten en het gebruik van het formulier 302 (NAVO/EU)

D.I. 517.10 – formulier 302 EU, formulier 302 NAVO; Belgische strijdkrachten; tijdelijke invoer; tijdelijke uitvoer; wederinvoer; uitvoer; wederuitvoer; in het vrije verkeer brengen; definitieve vrijstelling van de invoerrechten; vrijstelling van de btw; vrijstelling van de accijns; douanestempel; militaire stempel.

FOD Financiën, 05.09.2024,
Algemene Administratie van Douane en Accijnzen

Inhoudsopgave

Circulaire 2024/C/55 betreffende Belgische strijdkrachten en het gebruik van het formulier 302 (NAVO/EU).

1. Inleiding

2. Wettelijke basis

3. Definities

4. Principiële regels van toepassing op de Belgische strijdkrachten in het kader van hun invoer, uitvoer en andere goederenbewegingen

4.1. Invoer

4.1.1. Principe

4.1.2. Betalingstermijn

4.1.3. Procedure

4.2. Uitvoer

4.3. Luchtmanoeuvres

4.4. Officiële correspondentie en geheim materieel

4.5. Motorvoertuigen

4.6. Levering van militair materieel in het kader van het akkoord inzake hulpverlening voor wederzijdse verdediging

4.7. Varia

5. Creatie van het EU-formulier 302 en uitbreiding van het gebruik van formulier 302 in de EU-douanewetgeving

5.1. Context en redenen voor deze wijzigingen

5.2. Voordelen voor de strijdkrachten

5.3. Gebruik van het formulier 302

5.4. Procedure en bestemming van de exemplaren van het formulier 302

5.5. Het formulier 302 op papier of elektronisch

5.6. Centralisatiekantoor voor de formulieren 302

5.7. Procedure bij het vertrek van de goederen

5.8. Procedure bij aankomst van de goederen

5.9. Aangifte 302 = Overschrijding van de grens door een andere handeling

5.10. Gevolgen voor de Belgische strijdkrachten: veralgemeend gebruik van het formulier 302

5.11. Afgifte van de (NAVO- of EU-) formulieren 302

6. Verkeer van goederen tussen de EU en derde landen

6.1. Procedures van toepassing bij invoer

a) Invoer in België

b) Invoer in een andere lidstaat met doorvoer naar België

c) Goederen onderworpen aan accijnzen

6.2. Procedures van toepassing bij uitvoer

6.3. Procedures van toepassing bij doorvoer

6.4. Procedures van toepassing bij opdrachten buiten de EU voor Uniegoederen

7. Verkeer van goederen binnen de Europese Unie

7.1. Niet-Uniegoederen

7.2. Uniegoederen

a) Niet aan accijnzen onderworpen Uniegoederen

b) Uniegoederen onderworpen aan accijnzen

c) Uniegoederen met vrijstelling van btw en/of accijnzen

d). Eenheden die zich verplaatsen

8. Opheffingen

9. Overzicht van de wijzigingen

BIJLAGEN

BIJLAGE I - Overzichtstabellen

1. Verkeer tussen de EU en derde landen

2. Verkeer van goederen binnen de EU

BIJLAGE II – NAVO ZENDINGSBEVEL

BIJLAGE III – DOUANEVERKLARING voor pakketten vervoerd door de officiële koerier

BIJLAGE IV – EU Formulier 302

BIJLAGE V – NAVO Formulier 302

1. Inleiding

1. Deze circulaire bevat de principiële regels die van toepassing zijn op de Belgische strijdkrachten in het kader van hun invoer, uitvoer en bewegingen, een overzicht van de relevante documenten die deze goederenbewegingen moeten vergezellen, alsook de bepalingen die van toepassing zijn op de formulieren 302 (EU of NAVO) die door alle strijdkrachten van België worden uitgereikt. Sommige bepalingen uit de Instructie Belgische strijdkrachten van 1988 (D.I. 517.21) die van kracht blijven, werden integraal overgenomen in deze circulaire. De Instructie Belgische strijdkrachten van 1988 is volledig vervangen door deze circulaire. Deze circulaire werd opgesteld in samenwerking met de diensten van Defensie die zijn belast met de inklaring van militaire goederen en troepenbewegingen.

2. Formulieren 302 zijn specifieke douaneaangiften die zijn voorbehouden aan de strijdkrachten. Ze worden gebruikt voor goederenbewegingen die rechtstreeks door of voor rekening van de Belgische strijdkrachten worden uitgevoerd. Het formulier 302 heeft een dubbel doel. Het kan gebruikt worden als douaneaangifte en militair vervoerdocument, of enkel als militair vervoerdocument zonder geldigheid voor de douane. Voor het formulier 302 als douaneaangifte, vormt de EU overeenkomstig artikel 228 van het DWU één douanegebied (maar bepaalde lidstaten blijven een afzonderlijk formulier 302 eisen voor het doorkruisen van hun eigen grondgebied).

3. Deze circulaire bevat ook sommige algemene relevante bepalingen voor de Belgische strijdkrachten. In deze context verwijst de benaming ‘goederen onderworpen aan accijnzen’ naar accijnsgoederen (alcohol en alcoholhoudende dranken, tabaksfabricaten, energieproducten en elektriciteit) die op Europees niveau zijn gereglementeerd. Nationale accijnsproducten (alcoholvrije dranken, koffie en thee) waarvoor de procedures die zijn bepaald door de Europese richtlijnen niet van toepassing zijn, zoals de vereiste van een e-AD-aangifte of plaatsing in een belastingentrepot, vallen bijgevolg niet onder deze benaming.

4. Nog steeds met betrekking tot de accijnzen wordt, om de lezing en het begrip van deze circulaire te vergemakkelijken, de voorkeur gegeven aan de term ‘opschortende regeling inzake accijnzen’ om te verwijzen naar de ‘accijnsschorsingsregeling’ zoals in artikel 5, § 1, 6° van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen gedefinieerd als ‘belastingregeling die geldt voor het produceren, verwerken, voorhanden hebben, opslaan en overbrengen van accijnsgoederen waarbij de accijns is geschorst’.

5. Worden in deze circulaire niet bedoeld : de buitenlandse strijdkrachten die permanent in België zijn gelegerd, de organisaties of militaire instellingen van de NAVO die hun zetel in België hebben zoals SHAPE of de Internationale Militaire Staf (IMS). Daarop zijn speciale regels van toepassing die zijn uiteengezet in specifieke instructies en omzendbrieven (D.I. 517.20 en 517.30).

2. Wettelijke basis

6. Met betrekking tot het formulier 302 zijn er twee wetgevingen van toepassing: die van de NAVO en die van de Europese Unie.

De NAVO-wetgeving is van toepassing op het NAVO-formulier 302 en op de strijdkrachten van alle bij de NAVO aangesloten staten of partnerstaten van de NAVO (meer dan 90 staten wereldwijd, waaronder 25 EU-lidstaten die volwaardig lid zijn van de NAVO).

De Europese douanewetgeving is uitsluitend van toepassing op het EU-formulier 302:

- Dit EU-formulier 302 kan worden gebruikt als NAVO-formulier 302 door strijdkrachten van de lidstaten van de NAVO (zelfs als ze geen EU-lid zijn), maar;

- Het gebruik ervan als EU-formulier wordt uitsluitend opgelegd aan de EU-lidstaten die geen NAVO-lid[1] zijn tenzij een ander binationaal akkoord is gesloten;

- De staten die zowel lid zijn van de EU als van de NAVO, kunnen het NAVO-formulier 302 eveneens blijven gebruiken op basis van het Verdrag van Londen.

NAVO-wetgeving:

- Overeenkomst tussen de staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag inzake het statuut van hun strijdkrachten, ondertekend te Londen op 19 juni 1995 (het zogenaamde ‘Verdrag van Londen’ of ‘NAVO-SOFA’), in het bijzonder het artikel XI, § 4 ervan.

EU-wetgeving:

- Artikelen 226 (§ 3, punt e) en 227 (§ 2, punt e) van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (DWU);

- Artikelen 1 (punten 49, 50 en 51), 127, 138 (punt i) en 139 (§§ 3 tot 5), 140 (punt f), 141 (§ 1, d), iv) en v) en §§ 6) en 7)), 142 (punt d), 235 bis, 237 (§ 3), 245 (§ 1, punten i) en l)) en de nieuwe Bijlage 51-02 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (DWU-DA);

- Artikelen 104 (§ 1, punt h), 207, 218, 220 bis, 220 ter, 286 tot 287 bis, 323bis van de Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 (DWU-IA).

Nationale wetgeving:

- Artikelen 19/9, § 1, 1° en 20, § 1, 11° (a), b), c)) van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977;

- Artikel 42, § 3, 4°, 4 bis, 4 ter, 5° en 6° van het Btw-Wetboek;

- Artikelen 1, 7° en 6 § 2 d) van het koninklijk besluit van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen.

3. Definities

7. Voor de toepassing van deze circulaire wordt verstaan onder[CV1][JD2]:

- Belgische strijdkrachten:

  • De Landcomponent;
  • De Luchtcomponent;
  • De Marinecomponent;
  • De Medische component;
  • De Cyber Command;
  • Elke andere dienst (administratief, logistiek, etc.) van het Ministerie van Defensie.

Merk op dat enkele diensten die voorheen werden opgenomen, niet meer onder de definitie vallen van “Belgische strijdkrachten” voor deze circulaire. Noch de Rijkswacht, noch de organismen en instellingen van de burgerlijke component bij de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland, noch de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland (BSD) op zich nog bestaan. Voortaan worden de Belgische strijdkrachten aan Duitsland toegewezen in het kader van de NAVO en niet langer als Belgische bezettingsstrijdkrachten (BSD). Het Nationaal Geografisch Instituut en de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie (CDSCA) van Defensie zijn parastatale organisaties geworden en maken niet langer deel uit van de strijdkrachten. Bovendien houdt de CDSCA zich niet langer bezig met de levering van tabak of alcohol aan de troepen.

- In de zin van het NAVO-SOFA:

NAVO-formulier 302: ingesteld bij het Verdrag van Londen. Dit is een papieren formulier waarvan het model dateert uit 1951 en dat uit meerdere vellen bestaat (dikwijls in verschillende kleuren en met een formaat dat van land tot land verschilt) en wordt gebruikt als douaneaangifte en militair vervoerdocument voor NAVO-strijdkrachten. Het is niet opgenomen in de douanereglementering van de EU, maar in de interne wetgeving van de NAVO.

- In de zin van het DWU:

‘NAVO-formulier 302’ in artikel 1 (50) van het DWU-DA gedefinieerd als ’een document voor douanedoeleinden dat is voorgeschreven in de procedures voor de uitvoering van het op 19 juni 1951 te Londen ondertekende Verdrag tussen de staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten’;

’EU-formulier 302’ in artikel 1 (51) van het DWU-DA gedefinieerd als ‘een document voor douanedoeleinden dat is vastgelegd in bijlage 52-01 en wordt verstrekt door of voor rekening van de nationale bevoegde militaire autoriteiten van een lidstaat voor goederen die in het kader van militaire activiteiten worden vervoerd of gebruikt’;

Goederen die in het kader van militaire activiteiten worden vervoerd of gebruikt’ in artikel 1 (49) van het DWU-DA gedefinieerd als ‘goederen die worden vervoerd of gebruikt:

a) Voor activiteiten die zijn georganiseerd door of onder toezicht vallen van de militaire autoriteiten van een of meer lidstaten of van een derde land waarmee een of meer lidstaten een overeenkomst hebben gesloten om militaire activiteiten te verrichten binnen het douanegebied van de Unie, of

b) In het kader van ondernomen militaire activiteiten:

- op grond van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Europese Unie (GVDB), of

- op grond van het Noord-Atlantisch Verdrag, ondertekend op 4 april 1949 te Washington D.C.’;

- Op grond van een overeenkomst tussen de AAD en Defensie, wordt het volgende beschouwd als ‘specifiek materieel voor de strijdkrachten’: ’materieel voor militair gebruik zoals bewapening, uitrusting van de troepen, veldmaterieel, materieel voor dagelijks burgerlijk gebruik maar gebruikt door de strijdkrachten, zoals radio’s, televisies, huishoudartikelen, kleding en accessoires, ... Voedingswaren die in militaire kantines worden geserveerd of verkocht, zijn hierbij inbegrepen’. Dit laatste punt vloeit voort uit de toepassing van artikel 323bis van het DWU-IA.

8. De definities van de douaneregelingen die van toepassing zijn, zijn die van het DWU, zoals de definitie van de bijzondere regeling van de tijdelijke invoer in artikel 250 van het DWU.

9. Merk op dat EU-formulier 302 of NAVO-formulier 302 taalkundig de correcte formuleringen zijn die tot nu toe in het Nederlands zijn gebruikt. De formuleringen ‘EU 302’ en ‘NAVO 302’ in het DWU zijn letterlijke vertalingen uit het Engels.

4. Principiële regels van toepassing op de Belgische strijdkrachten in het kader van hun invoer, uitvoer en andere goederenbewegingen

10. De huidige bepalingen, overgenomen uit de vroegere Instructie, zijn nog steeds van kracht. Ze zijn in overeenstemming met de administratieve douaneprocedure (met inbegrip van de vereenvoudigde formaliteiten) die al tientallen jaren voor de Belgische strijdkrachten worden gebruikt, in volledige overeenstemming met het huidige gemeenschappelijk Europees defensie- en veiligheidsbeleid (met name deze gericht op het vergemakkelijken van de militaire mobiliteit binnen de Unie).

4.1. Invoer

4.1.1. Principe

11. Goederen (of ze nu bestemd zijn om in het vrije verkeer te worden gebracht of om onder een opschortende regeling te worden geplaatst inzake rechten en/of btw) die bestemd zijn voor de Belgische strijdkrachten in België, kunnen op voorlegging van een (NAVO- of EU-) formulier 302, voor militaire activiteiten worden ingevoerd zonder dat een vergunning aan de douane moet worden voorgelegd.

Dit principe werd op Europees niveau bevestigd, aangezien goederen die onder dekking van een formulier 302 worden vervoerd of gebruikt in het kader van militaire activiteiten, als aangegeven worden beschouwd voor het vrije verkeer, de tijdelijke invoer, de uitvoer of de wederuitvoer (al dan niet tijdelijk) door ze eenvoudigweg bij de douane aan te brengen (artikel 141 van het DWU-DA, § 6).

Bovendien vormen deze goederen onder dekking van een formulier 302, één van de uitzonderingen die in artikel 142 van hetzelfde DWU-DA worden erkend op de uitsluitingen van het gebruik van mondelinge aangiften ((artikelen 135 tot 140 van hetzelfde DWU-DA) en aangiften overeenkomstig artikel 141 DWU-DA voor goederen die onderworpen zijn aan enige andere bijzondere formaliteit waarin de EU-wetgeving voorziet (met inbegrip van vergunningen). Een formulier 302 is dus een aangifte door een andere handeling in de zin van dit artikel 141.

Behalve wanneer een douane- en/of belastingvrijstelling van toepassing is (met inbegrip van de schorsing van rechten in het kader van de bijzondere bestemming overeenkomstig Verordening 150/2003), zijn de goederen die zijn bestemd voor de Belgische strijdkrachten, bij het binnenbrengen/invoeren onderworpen aan de betaling van rechten en/of btw en/of accijnzen en bijgevolg aan overlegging van vergunningen door de leverancier.

Deze betaling van rechten en belastingen impliceert de voorlegging van een schriftelijke douaneaangifte (een formulier 302 is uitgesloten) en dus de verplichting om aan de douane de vergunningen en andere certificaten die zijn vereist door de niet-fiscale wetgeving voor te leggen.

12. Vrijstelling of schorsing van de rechten en de btw kan worden toegestaan:

a) voor goederen die worden aangegeven in doorvoer of onder een bijzondere opschortende douaneregeling, zoals de tijdelijke invoer, met name met het oog op de herverzending/ wederuitvoer ervan naar Belgische strijdkrachten in het buitenland;

b) voor het materieel dat wordt geleverd binnen het Akkoord inzake Hulp voor de Onderlinge Verdediging dat is gesloten met de regering van de Verenigde Staten van Amerika (zie §§ 25 tot 28);

De voorwaarden van de douane- en belastingvrijstellingen die specifiek zijn voor het onder a) of b) bovenbedoelde geval van vrijstelling, worden niet uit het oog verloren:

c) voor de goederen (met inbegrip van de verpakkingen) die, na in het vrije verkeer te zijn uitgevoerd, in ongewijzigde staat opnieuw worden binnengebracht/wederingevoerd (bijvoorbeeld het militair materieel dat naar Noorwegen wordt gezonden om te worden gebruikt voor de manoeuvres en opnieuw in België wordt wederingevoerd).

Deze vrijstelling van de btw wordt slechts verleend voor de terugkerende goederen voor zover de wederingevoerde goederen eigendom zijn gebleven van de persoon die er eigenaar van was op het ogenblik van de uitvoer en zij bovendien, overeenkomstig de artikelen 39 en 40 § 1, 1° en 3° van het BTW-Wetboek, niet met vrijstelling van de btw werden verworven.

d) voor de consumptiegoederen die nodig zijn voor de onmiddellijke behoeften van de eenheden die zich verplaatsen (met inbegrip van de operationele brandstofreserve).

13. Bovendien, zijn vrijgesteld van de btw bij het definitief binnenbrengen of de definitieve invoer door de Belgische Strijdkrachten (onafhankelijk van de opschorting of niet van de rechten bij invoer):

- oorlogsschepen en luchtvaartuigen, bestemd om te worden gebruikt door de genoemde strijdkrachten;

- goederen die bestemd zijn voor de bouw, de uitrusting, het onderhoud of de reparatie van deze machines;

- grondmateriaal specifiek bestemd voor de bouw, het onderhoud, de herstelling en de revisie van luchtvaartuigen;

- materieel voor technische en operationele bijstand in de luchthavens, voor zover het slechts kan dienen voor die bovenvermelde luchtvaartuigen.

14. De vrijstelling inzake btw voorzien in §13 wordt toegestaan op zicht van de douaneaangifte bij binnenbrengen/invoer opgesteld voor deze in vrij verkeer-/inverbruikstelling, waarin al dan niet beroep gedaan wordt op de regeling bijzondere bestemming. Deze aangifte moet de volgende vermelding bevatten: « Vrijstelling van de btw – Toepassing van artikel 42, §1 of §2 van het Wetboek ».

4.1.2. Betalingstermijn

15. In afwijking van de bepalingen van de circulaire 2020/C/12 van 12 april 2020, (D.I. 533.0) betreffende de douaneschuld, mag uitstel van betaling van de invoerrechten, de accijnzen en de BTW worden verleend voor een termijn van drie maanden vanaf de datum van de boeking van deze belastingen.

Ingeval deze betalingstermijn wordt overschreden, zijn de nalatigheidsinteresten verschuldigd.

Daarentegen zal de boete inzake btw in geval van laattijdige betaling (§27 van de Omzendbrief Afhandeling van de misdrijven inzake btw van 2002 – C.D. 857.01) niet worden opgelegd.

Verder zijn de Belgische Strijdkrachten vrijgesteld van het voorzien van een waarborg, overeenkomstig §7 van artikel 89 DWU.

4.1.3. Procedure

16. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 150/2003 van de Raad van 21 januari 2003 inzake schorsing van douanerechten op bepaalde wapens en militaire uitrusting, komen wapens en militaire uitrusting, met inbegrip van hun delen, componenten, subassemblages en losse onderdelen, al dan niet afzonderlijk ingevoerd, in aanmerking voor schorsing van invoerrechten bij invoer vanuit derde landen door of namens de met de militaire defensie belaste autoriteiten van de lidstaten van de EU. De lijst van deze goederen is opgenomen in de bijlagen I en II van voorgenoemde verordening. Voor deze wapens en militaire uitrusting moet een schriftelijke aangifte voor het in het vrije verkeer brengen worden opgesteld en ze moeten voldoen aan de voorwaarden van de bijzondere regeling “bijzondere bestemming” die van toepassing is op de Europese defensies. Voor de goederen die onder de genoemde verordening vallen, moet deze aangifte vergezeld gaan van een door de Belgische defensie verstrekt certificaat voor de goederen die zijn verworven door of bestemd zijn voor de Belgische strijdkrachten.

Naast militaire uitrusting die onder Verordening (EG) nr. 150/2003 valt, kunnen de onderstaande reserveonderdelen voor vliegtuigen, indien rechtstreeks ingevoerd zonder tussenpersoon door de Belgische strijdkrachten (in het bijzonder de luchtcomponent), onder de volgende codes van het douanetarief worden ingedeeld:

Zuigermotoren met vonkontsteking, wankelmotoren daaronder begrepen:

8407

- luchtvaartuigmotoren

8407 10 00

Delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor motoren bedoeld bij post 8407 of 8408:

8409

- voor luchtvaartuigmotoren

8409 10 00

Turbinestraalmotoren ; schroefturbines en andere gasturbines :

8411

- turbinestraalmotoren :

- - met een stuwkracht van niet meer dan 25 kN

8411 11 00

- - met een stuwkracht van meer dan 25 kN:

8411 12

- - - met een stuwkracht van meer dan 25 kN doch niet meer dan 44 kN

8411 12 10

- - - met een stuwkracht van meer dan 44 kN doch niet meer dan 132 kN

8411 12 30

- - - met een stuwkracht van meer dan 132 kN

8411 12 80

- schroefturbines:

- - met een vermogen van niet meer dan 1 100 kW

8411 21 00

- - met een vermogen van meer dan 1 100 kW:

8411 22

- - - met een vermogen van meer dan 1 100 kW doch niet meer dan 3 730 kW

8411 22 20

- - - met een vermogen van meer dan 3 730 kW

8411 22 80

- andere gasturbines:

- - met een vermogen van niet meer dan 5 000 kW

8411 81 00

- - met een vermogen meer dan 5 000 kW:

8411 82

- - - met een vermogen van meer dan 5 000 kW doch niet meer dan 20 000 kW

8411 82 20

- - - met een vermogen van meer dan 20 000 kW doch niet meer dan 50 000 kW

8411 82 60

- - - met een vermogen van meer dan 50 000 kW

8411 82 80

Andere motoren en andere krachtmachines :

- straalmotoren (reactiemotoren), andere dan turbinestraalmotoren

8412 10 00

- hydraulische motoren en hydraulische krachtmachines:

- - rechtlijnig werkend (cilinders):

8412 21

- - - hydraulische systemen

8412 21 20

- - - andere

8412 21 80

- - andere:

8412 29

- - - hydraulische systemen

8412 29 20

- - - andere:

- - - - hydraulische motoren

8412 29 81

- - - - andere

8412 29 89

- pneumatische motoren en pneumatische krachtmachines:

- - rechtlijnig werkend (cilinders)

8412 31 00

- - andere

8412 39 00

- andere:

8412 80

- - stoommachines en krachtwerktuigen voor andere dampen

8412 80 10

- - andere

8412 80 80

- delen:

8412 90

- - van straalmotoren (reactiemotoren), andere dan turbinestraalmotoren

8412 90 20

- - van hydraulische motoren en hydraulische krachtmachines

8412 90 40

Delen van de toestellen bedoeld bij de posten 8801, 8802 en 8806:

8807

- propellers en rotors, alsmede delen daarvan

8807 10 00

- landingsgestellen en delen daarvan

8807 20 00

- andere delen van liegtuigen (andere dan zweefvliegtuigen), hefschroefvliegtuigen of onbemande luchtvaartuigen

8807 30 00

- andere:

8807 90

- - van kabelvliegers

8807 90 10

- - van ruimtevaartuigen (satellieten daaronder begrepen):

- - - van telecommunicatiesatellieten

8807 90 21

- - - andere

8807 90 29

- - van draagraketten voor ruimtevaartuigen en suborbitale voertuigen

8807 90 30

- - andere

8807 90 90

17. Onder tariefpost 88.07 mogen eveneens worden ingedeeld:

a) uitrustingen bestemd om aan boord van vliegtuigen te worden bevestigd (radartoestellen, kabels, sommige valschermen, fototoestellen, enz.), alsmede piloothelmen;

b) gereedschap voor het onderhoud en de herstelling van vliegtuigen, ongeacht of het al dan niet aan boord wordt geplaatst (b.v. tangen en sleutels).

18. Het bepaalde in §16 is niet van toepassing op toestellen en materieel voor de uitrusting van burgerluchtvaartterreinen.

19. De voertuigonderdelen, die zonder tussenpersonen rechtstreeks door het Ministerie van Defensie in het buitenland worden gekocht, mogen onder de volgende posten van het douanetarief worden aangegeven:

Zuigermotoren met vonkontsteking, wankelmotoren daaronder begrepen

8407

Zuigermotoren met zelfontsteking (diesel- en semi-dieselmotoren)

8408

Delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor motoren bedoeld bij post 8407 of 8408

8409

- zendtoestellen met ingebouwd ontvangsttoestel

8525 60 00

Delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de toestellen bedoeld bij de posten 8524 tot en met 8528

8529

Delen en toebehoren van motorvoertuigen bedoeld bij de posten 8701 tot en met 8705

8708

Gevechtswagens en pantserauto’s, ook indien met bewapening; delen daarvan

8710 00 00

Lasers, andere dan laserdioden; andere optische instrumenten, apparaten en toestellen, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk

9013

- - van oorlogswapens bedoeld bij post 9301

9305 91 00

20. Ten slotte, in het geval van doorvoer per spoor zonder Formulier 302, zijn, tot de uitrol van het NCTS Fase 5, de reglementaire bepalingen van artikel 24 van het DWU-TDA van toepassing wanneer een papier document wordt gebruikt voor een doorvoerprocedure van goederen die per spoor worden vervoerd.

4.2. Uitvoer

21. De goederen (het betreft goederen in vrij verkeer of die zich bevinden onder een opschortende regeling inzake rechten en/of btw), met inbegrip van producten uitgevoerd met schorsing van accijns, bestemd voor de Belgische Strijdkrachten in het buitenland, mogen zonder het voorleggen van enige vergunning aan de Douane worden uitgevoerd, voor zover gebruik gemaakt wordt van een formulier 302.

4.3. Luchtmanoeuvres

22. Luchtmanoeuvres en vliegopdrachten in het buitenland uitgevoerd door de Belgische strijdkrachten (niet enkel door de luchtcomponent) vinden plaats zonder douaneformaliteiten wanneer de militaire luchtvaartuigen van een NAVO-strijdkracht landen en opstijgen in militaire NAVO-luchtmachtbases. Voor dergelijke luchtbewegingen moet geen formulier 302 worden uitgereikt, behalve wanneer goederen aanwezig zijn of worden vervoerd door het toestel. Voor deze goederen moet altijd een douaneaangifte worden opgemaakt, wat doorgaans een formulier 302 zal zijn.

Maar voor elk goederenvervoer over land (ook door landvoertuigen van de Luchtcomponent), zelfs tussen twee militaire NAVO-luchthavens in België, moet steeds een verplicht formulier 302 worden opgesteld indien deze goederen aan Belgische of buitenlandse strijdkrachten toebehoren.

In het algemeen, of er nu een douaneaangifte is vereist of niet, wordt ieder vliegtuig dat uit een derde land komt onderworpen aan een douanevisitatie.

Militaire vliegtuigen of vliegtuigen die worden gebruikt voor rekening van strijdkrachten die zich naar een derde land begeven of op doortocht zijn, in het bijzonder wanneer ze tussen de militaire NAVO-luchtmachtbases vliegen, worden enkel door de douane gevisiteerd bij vermoeden van fraude of aanwezigheid van verboden goederen.

In dergelijk geval bepaalt het plaatselijke hoofd van de douanedienst die bevoegd is voor de (militaire of burgerlijke) luchthaven de nodige richtlijnen. De uitgevoerde controles worden genoteerd in een carnet voor operaties (of een ander register waarvan gebruikt gemaakt wordt), met vermelding van het vluchtnummer, de identiteit en graad van de instrumenterende ambtenaren en het resultaat van de controle.

4.4. Officiële correspondentie en geheim materieel

23. Officiële correspondentie van de Belgische strijdkrachten is niet onderworpen aan fysieke douanecontrole op voorwaarde dat ze zich in omslagen of zakken bevindt waarop de officiële stempel van Defensie is aangebracht. De koerier die de correspondentie vervoert, moet ongeacht zijn graad in het bezit zijn van een NAVO-zendingsbevel of een marsbevel (bijlage II) of een aangifte 445 (bijlage III). Deze documenten worden aan de koerier teruggegeven.

Deze paragraaf is enkel van toepassing op echte correspondentie in de algemene zin van het woord en niet op colli/postpakketten die goederen bevatten die niet meer voldoen aan de kenmerken van correspondentie, waarvoor een formulier 302 is vereist.

Het geheim materieel van de Belgische strijdkrachten onder militaire begeleiding dat met gemotoriseerde voertuigen van de strijdkrachten of met spoorwagons of boten wordt vervoerd, is niet onderworpen aan douanecontrole op voorwaarde dat op het aanwezige formulier 302 de door Defensie vastgestelde vermelding ‘matériel secret’ is aangebracht of, indien vrijstelling van formulier 302, op de verpakking de vermelding ‘matériel secret’ is aangebracht. Wanneer de verpakking van het geheim materieel omwille van veiligheidsredenen van geen vermelding ‘matériel secret’ kan worden voorzien, is het noodzakelijk dat in deze eerste verpakking een tweede verpakking zit waarop de vermelding ‘matériel secret’ wel werd aangebracht.

Wanneer de douaneambtenaren twijfels hebben over de inhoud van de omslagen, zakken of andere verpakkingen, moeten ze contact opnemen met het hoofd van het dichtstbijzijnde militaire postkantoor of, indien nodig, met de Centrale Administratie (dienst Douanewetgeving).

4.5. Motorvoertuigen

24. Er zijn geen douanedocumenten vereist voor motorvoertuigen die door de Belgische Strijdkrachten op naam van de Belgische Strijdkrachten zijn geregistreerd.

Om na te gaan of het inderdaad om dergelijke voertuigen gaat, kunnen de ambtenaren, zo zij het nodig achten, het “Toezichtboekje” of een ander document laten overleggen, zoals het registratiebewijs.

4.6. Levering van militair materieel in het kader van het akkoord inzake hulpverlening voor wederzijdse verdediging

25. In het kader van het Akkoord inzake Hulp voor de Onderlinge Verdediging tussen België en de Verenigde Staten van Amerika (wet van 29 juni 1951 - Belgisch Staatsblad van 20 oktober 1951) ontvangen de Belgische strijdkrachten (in het bijzonder de Land- en Luchtcomponenten) gratis militair materieel (wapens, munitie, explosieven, vliegtuigen, enz.) uit de Verenigde Staten of andere landen. Het gebeurt ook dat een deel van dit materieel vervolgens gratis wordt overgedragen aan de strijdkrachten van andere staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag.

26. De invoerformaliteiten kunnen in elk douanekantoor worden vervuld.

De inklaring van munitie en explosieven daarentegen gebeurt uitsluitend in de haven van Antwerpen-Brugge of bij kantoren die bevoegd zijn voor het vervoer van explosieven en munitie.

27. De invoer en de eventuele wederuitvoer hebben plaats met verklaringen 302 die de volgende melding dragen:

“Materieel door in het kader van het Akkoord inzake Hulpverlening voor Wederzijdse Verdediging”.

28. Onder voorbehoud van het bepaalde in §26, 2e lid, voor munitie en explosieven, kan de fysieke verificatie bij invoer uitgesteld worden tot de plaats van bestemming, overeenkomstig de door de bevoegde plaatselijke douanedienst vastgestelde procedures, voor zover het vervoer van de zending plaatsvindt hetzij per spoor, hetzij langs de weg met vrachtwagens die op afdoende wijze kunnen worden verzegeld.

4.7. Varia

29. De bevoorrading van de Belgische Strijdkrachten van benzine en gasolie geschiedt over het algemeen via de NAVO-pijpleiding. De omzendbrief van 1 juli 1982, nr. D.L. 1/69.550, D.I. 517.21, evenals de bijzondere beslissingen gericht aan de betrokken diensten zijn terzake van toepassing.

30. De douanevisitatie van de schepen van de Belgische Marinecomponent is geregeld door een bijzondere beslissing.

31. De Belgische Strijdkrachten gestationeerd in de Bondsrepubliek Duitsland of in andere lidstaten van de Europese Unie of de NAVO die ter plaatse gereformeerd militair materieel moeten verkopen (banden, schroot, dekzeilen, lompen, voertuigen, teruggewonnen oliën, enz.), volgen de regels die van toepassing zijn op de NAVO buitenlandse strijdkrachten in dat land.

32. Indien van toepassing vragen de strijdkrachten aan de bevoegde douanedienst in België of in de betrokken EU-lidstaat het visum voor T2L-documenten of een ander bewijs van de Uniestatus (waaronder de NAVO- of EU-formulieren 302) zodat de kopers in hun eigen land de vrijstelling van douanerechten kunnen krijgen bij de invoer.

5. Creatie van het EU-formulier 302 en uitbreiding van het gebruik van formulier 302 in de EU-douanewetgeving

5.1. Context en redenen voor deze wijzigingen

33. Tot 2020 erkende de Europese douanewetgeving het NAVO-formulier 302 enkel formeel als een aangifte inzake douanevervoer, terwijl het Verdrag van Londen het formulier erkent als douaneaangifte inzake douanevervoer en/of tijdelijke invoer en/of (in bepaalde gevallen) inverbruikstelling.

Deze juridische discrepantie leidde tot verschillen in interpretatie en toepassing tussen de lidstaten van de EU en/of de NAVO, vooral omdat het Verdrag van Londen een internationaal verdrag is dat dateert van vóór het Verdrag van Rome van 1957. Bijgevolg heeft de toepassing ervan voorrang op de Europese regelgevingen (zie artikel 351 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie). Individueel bekrachtigd door de Europese staten wordt het bijgevolg individueel (en verschillend) geïmplementeerd door elke NAVO-lidstaat.

34. Sinds juli 2020 werd de betreffende Europese douanewetgeving aangepast en is nu in overeenstemming met het Verdrag van Londen. Ze erkent het formulier 302 ook als douaneaangifte voor tijdelijke invoer, wederuitvoer, uitvoer en het in het vrije verkeer brengen/inverbruikstelling en niet langer uitsluitend als aangifte inzake intern of extern douanevervoer.

35. Deze wijzigingen in de regelgeving werden doorgevoerd in het kader van het Europees actieprogramma inzake de mobiliteit van militaire eenheden binnen de EU. Deze mobiliteit wordt immers afgeremd door de complexiteit en diversiteit van de wetgevingen die van toepassing zijn bij het overschrijden van nationale grenzen binnen de EU. Om deze mobiliteit te verbeteren, heeft de EU de douaneprocedures die van toepassing zijn op de activiteiten en bewegingen van de Europese strijdkrachten geüniformeerd (bij voorbeeld: artikel 1, punt 51, van het DWU-DA definieert ‘goederen die in het kader van militaire activiteiten worden vervoerd of gebruikt’; het DWU verduidelijkt de bestemmingen van de verschillende exemplaren van formulier 302, zowel van de NAVO als van de EU, en hun aanzuiveringsmodaliteiten).

5.2. Voordelen voor de strijdkrachten

36. Er wordt een nieuw Europees douanedocument aangemaakt. Namelijk het EU-formulier 302, dat gedefinieerd is in artikel 1 (51) van het DWU-DA, overeenkomstig het model in bijlage 52-01 DWU-DA, opgenomen in bijlage IV bij deze circulaire.

37. Dit EU-formulier is gebaseerd op het NAVO-formulier 302, waarvan het de gegevens en talen identiek overneemt (namelijk de twee officiële talen van de NAVO, het Frans en het Engels), teneinde het leven van onze strijdkrachten te vergemakkelijken door uniformering van de douaneaangiften voor hun vervoer- en inklaringsdiensten en tevens om de NAVO en NAVO-lidstaten (die geen EU-landen zijn) aan te moedigen om zelf dit model van het EU-formulier 302 te gebruiken. Het creëren van dit EU-formulier 302 is ook bedoeld om de bewegingen van de NAVO- en EU-strijdkrachten in Cyprus te vergemakkelijken.

38. Naast dit EU-formulier 302, bestaat nog steeds het NAVO-formulier 302, gedefinieerd in artikel 1, punt 49 van het DWU-DA.

39. Net zoals het NAVO-formulier 302 bestaat het EU-formulier 302 uit meerdere exemplaren, elk bestemd voor een specifiek gebruik/een specifieke bestemmeling.

40. Overeenkomstig artikel 127 van het DWU-DA kan het EU-formulier 302 worden gebruikt als bewijs van de Unie of niet-Unie douanestatus.

41. Dit EU-formulier 302 kan worden voorgelegd door de strijdkrachten van een EU-lidstaat en door die van een derde land dat lid of partner is van de NAVO.

Er moet echter worden opgemerkt dat, hoewel de bepalingen van het DWU bindend zijn voor de legers van de EU-lidstaten, ze niet bindend zijn voor NAVO-landen die geen lid zijn van de EU en die het NAVO-formulier 302 kunnen blijven gebruiken zoals voorheen. Dit betekent niet dat de EU-lidstaten altijd verplicht zijn om het EU-formulier 302 te gebruiken.

Evenzo zal een strijdmacht van een EU-lidstaat, indien vereist door de NAVO-regels, een NAVO-formulier 302 gebruiken en geen EU-formulier 302, zonder enige straf of sanctie.

5.3. Gebruik van het formulier 302

42. Overeenkomstig de artikelen 138 tot 141 van het DWU-DA en 218 van het DWU-IA, kunnen zowel het EU-formulier 302 als het NAVO-formulier 302 voortaan worden gebruikt als douaneaangifte voor de plaatsing en aanzuivering van de regeling douanevervoer, de regeling tijdelijke invoer, de regeling uitvoer (en wederuitvoer) en de regeling in het vrije verkeer brengen (in het algemeen vrij van rechten en btw bij de invoer, hetzij op grond van de vrijstelling die wordt toegekend aan de buitenlandse NAVO-strijdkrachten, hetzij op grond van de vrijstelling voor de terugkerende goederen).

Bijgevolg wordt door artikel 235bis van het DWU-DA een nieuw geval van tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van rechten en belastingen bij de invoer gecreëerd, namelijk dat van ’goederen die worden vervoerd of gebruikt in het kader van militaire activiteiten onder dekking van een NAVO-formulier 302 of een EU-formulier 302’, waarvan de houder zowel binnen als buiten de EU kan gevestigd zijn.

Bij het binnenbrengen/invoeren van goederen waarvoor rechten en/of btw verschuldigd zijn en moeten worden betaald, kan het formulier 302 worden gebruikt als aangifte inzake douanevervoer of een andere opschortende toegelaten regeling. Het formulier 302 wordt dan aangezuiverd door de inverbruikstelling met betaling van rechten en/of btw en voor deze inverbruikstelling zal een enig document worden opgemaakt. Wanneer bijvoorbeeld de op missie in Afrika verworven uitrusting door militaire A400-vliegtuigen naar Duitsland wordt geëxporteerd, wordt een formulier 302 opgesteld als doorvoerdocument naar België en vervolgens door een IM4 goedgekeurd.

43. De maximale verblijfsduur voor goederen onder de regeling tijdelijke invoer die wordt bepaald door artikel 237, § 3 van het DWU-DA is 24 maanden, tenzij internationale overeenkomsten een langere termijn bepalen. Concreet betekent dit dat wanneer tijdelijke invoer wordt toegestaan op basis van het Verdrag van Londen of andere toepasselijke verdragen (bv: bilaterale verdragen tussen België en een derde land, zoals het EUFOR- en het Mali-Verdrag of het Verdrag van België-Benin inzake militaire samenwerking want België installeert een militaire hub in Benin), deze maximale termijn van 24 maanden niet van toepassing is en de verblijfsduur voor goederen onder de regeling tijdelijke invoer de termijn is die nodig is voor de correcte voltooiing van de militaire activiteit.

44. Overeenkomstig artikel 323 bis van het DWU-IA wordt de vereenvoudigde aanzuivering van de regeling tijdelijke invoer door de ingebruikstelling, beschouwd als equivalent aan de wederuitvoer uit de EU, uitgebreid naar de goederen die door de strijdkrachten worden verbruikt in het kader van hun NAVO- of EU-opdrachten. Dit geldt ook voor de goederen die beschikbaar zijn in militaire NAVO-kantines.

45. Op grond van artikel 104, § 1, punt h) van het DWU-DA en artikel 245 § 1 punt i) van het DWU-DA zijn de goederen die in het kader van militaire activiteiten onder dekking van een NAVO- of EU-formulier 302 worden vervoerd of gebruikt, vrijgesteld van de verplichting om een summiere aangifte bij binnenkomst en een aangifte vóór vertrek in te dienen, ook in de vorm van ICS2. Deze niet-toepassing van ICS2 op militaire zendingen (inclusief postzendingen) is gebaseerd op de algemene vrijstelling van summiere aangifte bij invoer (artikel 104, § 1, punt h) van het DWU-DA) en bij uitvoer (artikel 245, § 1, punt (i) van het DWU-DA) van kracht voor goederen onder formulier 302.

Ook, in het kader van een vervoer van geheim materieel, is dit materieel niet onderworpen aan douanecontrole wanneer aan deze drie voorwaarden wordt voldaan:

- Een geldig formulier 302 wordt aan de douane voorgelegd;

- Op het formulier 302 is de vermelding ‘matériel secret/secret material’ aangebracht

- Op de verpakking is de vermelding ‘matériel secret’ aangebracht. Wanneer de verpakking van het geheim materieel omwille van veiligheidsredenen niet van de vermelding ‘matériel secret’ kan worden voorzien, is het noodzakelijk dat in deze eerste verpakking een tweede verpakking zit waarop de vermelding ‘matériel secret’ wel werd aangebracht.

Het is ook nuttig om op te merken dat voor officiële briefwisseling, en dus wanneer het werkelijk gaat om briefwisseling en niet om colli, geen formulier 302 nodig is.

5.4. Procedure en bestemming van de exemplaren van het formulier 302

46. De te volgen procedure en de bestemmingen van de verschillende exemplaren van het formulier 302, zowel van de EU als van de NAVO, zijn identiek aan de huidige procedure voor de NAVO-formulieren 302, ongeacht of het gaat om doorvoer of tijdelijke invoer.

Deze procedure staat vermeld in de artikelen 220ter, 221, §§ 5 en 6, 286, 286 bis en 287, 287bis van het DWU-IA.

De bestemmingen van de 5 exemplaren van het formulier 302 (zowel dat van de EU als dat van de NAVO) zijn altijd de volgende, ongeacht de gebruikte douaneregeling:

Bij vertrek:

De exemplaren 1, 2, 3, 4 en 5 worden door de militaire eenheid van verzending voorgelegd aan het bevoegde douanekantoor in dit land. De douaneautoriteiten van het land van vertrek vullen het formulier 302 in en viseren het. Dit formulier 302 geldt als douaneaangifte voor doorvoer, tijdelijke invoer en uitvoer.

Exemplaar 3 wordt door de douaneautoriteiten van vertrek bewaard in hun archieven.

Exemplaar 5 wordt bewaard door de uitreikende militaire eenheid.

De exemplaren 1, 2 en 4 vergezellen de goederen tijdens hun transport tot de bestemming.

Ter bestemming:

De exemplaren 1, 2 en 4 worden voorgelegd aan de douaneautoriteiten van bestemming, ingevuld en geviseerd nadat of wanneer het formulier 302 voor ontvangst werd getekend door de militaire eenheid van bestemming in het land van bestemming/gebruik van de goederen.

Exemplaar 4 wordt door de douaneautoriteiten van bestemming bewaard in hun archieven. In geval van doorvoer worden voor de douanediensten van de betrokken doorvoerlanden bijkomende exemplaren opgemaakt, genummerd 4a, 4b, enz., om er te worden bewaard.

Exemplaar 2 wordt door de militaire eenheid van bestemming teruggestuurd naar de douaneautoriteiten van het land van verzending, die de exemplaren 2 en 3 kunnen vergelijken.

Exemplaar 1 wordt door de militaire eenheid van bestemming bewaard als ontvangstbevestiging.

47. Alle exemplaren van het formulier 302 moeten worden aangeboden op het douanekantoor van vertrek. Na de verificatie van de goederen brengt de douane de nodige vermeldingen aan in de vakken ad hoc op de rugzijde van de exemplaren van het formulier 302.

In geval van doorvoer door Staten die de voorlegging van doorvoerexemplaren aan hun grenzen vereisen of in geval van noodzaak voor de Belgische strijdkrachten worden bijkomende exemplaren genummerd 4a, 4b, enz. opgesteld voor de douanediensten van de betrokken doorvoerlanden om daar te worden bewaard of voor de andere douanekantoren die bij de beweging zijn betrokken (opmerking: vroeger waren de bijkomende exemplaren de exemplaren nr. 2. Om de Belgische procedures te harmoniseren met die van de NAVO en de EU, werd de rol van de bijkomende exemplaren nr. 2 toegekend aan exemplaar nr. 4 van het formulier 302).

5.5. Het formulier 302 op papier of elektronisch

48. Op grond van de artikelen 220bis, 220ter, 287 en 287bis van het DWU-IA kunnen de strijdkrachten kiezen voor het gebruik van:

- ofwel het elektronische formulier 302 en de invoering ervan in het militaire digitale douanesysteem (nog te creëren) bij het douanekantoor van vertrek wanneer het een doorvoerdocument is, of bij het kantoor van plaatsing wanneer het een document voor tijdelijke invoer of vrij verkeer is (nu een theoretische optie via de huidige elektronische douanesystemen gezien de eisen op het vlak van militaire veiligheid en het wetgevende kader van de NAVO);

- ofwel het formulier 302 op papier zoals nu, maar volgens het verplicht model van bijlage 52-01 uitsluitend voor het EU-formulier 302. Het NAVO-formulier 302 kan dit Europese model volgen, maar dit model is enkel facultatief voor de NAVO-strijdkrachten die optreden in het kader van militaire activiteiten van de NAVO. Het NAVO-model van het formulier 302 blijft geldig, ongeacht de NAVO-strijdkracht die het opstelt.

5.6. Centralisatiekantoor voor de formulieren 302

49. Artikel 221, §§ 5 en 6 van het DWU-IA bevestigt het beginsel van de aanwijzing door de lidstaten (waar de betrokken strijdkrachten zijn gelegerd) van de kantoren die bevoegd zijn voor de douaneformaliteiten en -controles met betrekking tot de goederen onder formulier 302 en de rol van een centralisatiekantoor in elke staat waar de strijdkrachten die het (NAVO- of EU-) formulier 302 mogen gebruiken, zijn gelegerd.

50. Overeenkomstig de artikelen 220bis, 220ter, 287 en 287bis van het DWU-IA, levert dit centralisatiekantoor aan de strijdkrachten van de NAVO (of van de lidstaat) NAVO-of EU- formulieren 302 die:

a) vooraf zijn gewaarmerkt met het stempel en de handtekening van een ambtenaar van dat kantoor;

b) worden verwezen met een serienummer;

c) het volledige adres van het centraliserende kantoor vermelden, met het oog op de terugzending van het exemplaar van het NAVO/EU-formulier.

In België blijft dit 302-centralisatiekantoor het douanekantoor bij de SHAPE en de buitenlandse strijdkrachten van de NAVO. Dit kantoor overlegt met de Movement Control Group (Mov Ctl Gp) in Peutie, de militaire dienst betrokken met de inklaring van de Belgische strijdkrachten.

5.7. Procedure bij het vertrek van de goederen

51. Op het tijdstip van verzending van de goederen, doen de strijdkrachten van de NAVO of van een EU-lidstaat het volgende:

- Ofwel voeren ze de gegevens van het NAVO-/EU-formulier 302 elektronisch in bij het douanekantoor dat is aangewezen door de staat waar ze zijn gelegerd (momenteel niet van toepassing bij gebrek aan een militair elektronisch douanesysteem);

- Ofwel verklaren zij op het NAVO-/EU-formulier 302 dat de goederen onder hun toezicht worden vervoerd en waarmerken zij deze verklaring met hun handtekening, stempel en datum.

Nadat het formulier 302 is ingevuld en de verschillende exemplaren zijn afgestempeld, behouden de strijdkrachten van het land van vertrek exemplaar nr. 5 en bezorgen zij onverwijld een exemplaar nr. 3 van het formulier 302 aan het douanekantoor dat werd aangewezen als bevoegd voor de douaneformaliteiten en -controles die van toepassing zijn op de NAVO- of EU-strijdkrachten die de goederen verzenden of voor rekening waarvan de goederen worden verzonden.

De drie andere exemplaren van het NAVO/EU-formulier 302 vergezellen de zending naar de NAVO/EU-strijdkrachten van bestemming, die ze viseren en ondertekenen bij aankomst van de goederen (na de douane, zie punt 5.8).

5.8. Procedure bij aankomst van de goederen

52. Bij aankomst van de goederen worden de exemplaren nr. 1, 2 en 4 van het formulier 302 bezorgd aan het douanekantoor dat werd aangewezen als bevoegd voor de douaneformaliteiten en -controles die van toepassing zijn op de NAVO- of EU-strijdkrachten van bestemming.

Dit aangewezen douanekantoor behoudt het exemplaar nr. 4 en bezorgt het exemplaar nr. 1 en 2 aan de strijdkracht van bestemming: deze strijdkracht stuurt exemplaar nr. 2 met ontvangstbevestiging terug naar het douanekantoor van het land van verzending. Aan de hand van dit exemplaar nr. 2 controleert het centralisatiekantoor de overeenstemming met het exemplaar nr. 3. Wanneer het exemplaar nr. 2 niet wordt teruggestuurd, stelt dit centralisatiekantoor de niet-aanzuivering vast van het formulier 302 en start het de geschilprocedure op.

5.9. Aangifte 302 = Overschrijding van de grens door een andere handeling

53. Naast deze procedure, die nu in de hele EU geüniformeerd is, wordt het goederenverkeer onder dekking van het (NAVO- of EU-) formulier 302 vergemakkelijkt door het feit dat voor de plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer, wederuitvoer of doorvoer, het EU- of NAVO-formulier 302 wordt gelijkgesteld met een aangifte ‘door een andere handeling’ in de zin van artikel 141 DWU-DA.

Overeenkomstig de reeds genoemde artikelen 138 tot 141 DWU-DA en 218 DWU-IA, zijn er dus geen andere douaneformaliteiten vereist bij het overschrijden van een binnen- of buitengrens van de EU.

Bijgevolg moet, in geval van het gebruik van een formulier 302 geen vergunning ingediend worden bij de douane voor goederen in het vrije verkeer die binnen het grondgebied van de Unie worden vervoerd, voor consumptiegoederen die nodig zijn voor de onmiddellijke behoeften van de eenheden die zich verplaatsen (met inbegrip van de operationele brandstofreserve) en, ten slotte, voor terugkerende goederen die voldoen aan de voorwaarden van circulaire 2020/C/141 betreffende terugkerende goederen. Deze vrijstelling van vergunning voor de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen geldt voor alle Uniegoederen of niet-Uniegoederen die onder dekking van een formulier 302 worden vervoerd of gebruikt.

Bovendien, zoals aangegeven in §§ 155/19, c) en 155/44, c) van de Instructie Vergunningen van 1992 (D.I. 591.00), zijn in België wapens die door leden van in het buitenland gestationeerde Belgische strijdkrachten worden vervoerd bij de uitoefening van hun dienst vrijgesteld van een invoervergunning en zijn wapens die door leden van hier te lande gestationeerde buitenlandse strijdkrachten worden vervoerd bij de uitoefening van hun dienst vrijgesteld van een uitvoervergunning.

Dit komt overeen met het artikel 3, c) van Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-protocol inzake vuurwapens), en tot vaststelling van uitvoervergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en maatregelen betreffende de invoer en doorvoer ervan. Dit artikel bepaalt dat deze verordening niet van toepassing is ’op vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie die bestemd zijn voor het leger, de politie of de overheidsinstanties van de lidstaten’.

Tot slot behoren de Unie- of niet-Uniegoederen die door een formulier 302 worden aangegeven tot de uitzonderingen op de uitzonderingen van artikel 142 van het DWU-DA: concreet betekent dit dat zelfs wanneer zij onderworpen zijn aan verboden of beperkingen of aan enige andere bijzondere formaliteit waarin de Uniewetgeving voorziet en die de douaneautoriteiten moeten toepassen, de goederen die onder dekking van een formulier 302 worden vervoerd of gebruikt, in aanmerking blijven komen voor de faciliteit van artikel 141 van het DWU-DA. Gevolg: de douane eist niet dat een vergunning wordt voorgelegd voor goederen die aan de hand van een formulier 302 worden aangegeven. Zelfs wanneer de Belgische militaire eenheid een vergunning zou moeten voorleggen (omdat dit wordt vereist door andere wetgeving dan douanewetgeving), zal de optredende douanebeambte met betrekking tot de vergunning geen actie ondernemen.

Deze voordelen in verband met het gebruik van formulier 302 zijn onlangs uitgebreid door de CBAM-verordening (Verordening (EU) 2023/956 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot instelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie). De CBAM-regels zijn niet van toepassing op militaire activiteiten en bewegingen, voor zover een geldig formulier 302 dergelijke activiteiten of bewegingen dekt.

Zoals bepaald in artikel 2, lid 3, punt c), van de CBAM-verordening, is het CBAM niet van toepassing op goederen die worden vervoerd of gebruikt in het kader van militaire activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 49, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie (UCC-DA). Dit sluit het verkeer van commerciële goederen uit, zoals goederen die worden geproduceerd, gerepareerd of verwerkt door in de EU gevestigde commerciële ondernemingen en vervolgens worden verkocht aan strijdkrachten van de EU (voor deze commerciële goederen is de CBAM-verordening van toepassing).

In het geval van grensoverschrijdend verkeer van militaire goederen die bestemd zijn voor verkeer of gebruik in het kader van militaire activiteiten in het kader van NAVO- of EU-formulier 302, is het duidelijk dat zij niet onder CBAM vallen. Indien zij worden aangegeven door middel van een andere douaneaangifte dan een formulier 302, moet de invoerder in de douaneaangifte vermelden dat de goederen niet onderworpen zijn aan CBAM als gevolg van artikel 2, lid 3, punt c), van de CBAM-verordening, hetgeen aanvullende formaliteiten met zich meebrengt, met het risico dat deze maatregelen nog steeds worden toegepast : in dit geval moet de invoerder feitelijk (en eerst) bewijzen dat de goederen zullen worden vervoerd of gebruikt in het kader van militaire activiteiten, terwijl het gebruik van formulier 302 hem daarvan vrijstelt.

5.10. Gevolgen voor de Belgische strijdkrachten: veralgemeend gebruik van het formulier 302

54. Sinds 2003 was het gebruik van het formulier 302 voor de Belgische strijdkrachten strikt beperkt tot het extern douanevervoer van goederen onder een douaneregeling wanneer ze optraden als strijdkrachten van een EU-lidstaat; de Belgische strijdkrachten moesten dus de gebruikelijke douaneprocedures voor internationaal handelsverkeer volgen (gebruik van het enig document) wanneer ze niet optraden in het kader van een overeenkomst of internationaal verdrag van vóór het Verdrag van Rome.

Sinds juli 2020 is dit niet langer het geval met de creatie van EU-formulier 302. Zij mogen het formulier 302 gebruiken voor alle toegelaten douaneregelingen.

Bijgevolg hebben de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen en de Belgische strijdkrachten hun wederzijds begrip van de volgende principes bevestigd.

55. De Belgische strijdkrachten gebruiken het (EU- of NAVO-) formulier 302 als douaneaangifte voor de plaatsing en aanzuivering van de regeling

- douanevervoer,

- tijdelijke invoer,

- uitvoer (en wederuitvoer),

- in het vrije verkeer brengen (in het algemeen vrij van rechten en btw bij de invoer, hetzij op grond van de vrijstelling van rechten toegepast overeenkomstig artikel 323bis van DWU-IA, hetzij op grond van een andere vrijstelling van belasting waarop de strijdkrachten aanspraak maken, hetzij op grond van de vrijstelling voor de terugkerende goederen).

En dit voor alle goederen die worden vervoerd of gebruikt:

a) In het kader van alle militaire activiteiten die

- Ofwel worden georganiseerd door de Belgische militaire autoriteiten, alleen of met andere militaire autoriteiten van een andere EU-lidstaat of van een derde land waarmee een overeenkomst is gesloten om militaire activiteiten te verrichten op het grondgebied van de EU;

- Ofwel worden verricht onder toezicht van genoemde militaire autoriteiten.

b) In het kader van alle militaire activiteiten die worden ondernomen

- Ofwel op grond van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de EU (GVDB);

- Ofwel op grond van het Noord-Atlantisch Verdrag, ondertekend op 4 april 1949 te Washington D.C.

Er moet worden opgemerkt dat wanneer de Belgische strijdkrachten controle hebben over goederen, ze een Formulier 302 kunnen uitgeven als ze dat nodig achten, maar ze hoeven niet noodzakelijk eigenaar te zijn van de goederen.

Kortom, wanneer de Belgische strijdkrachten dergelijke militaire activiteiten uitvoeren, zijn ze geen marktdeelnemer en ontsnappen ze dus aan de douaneprocedures en -formaliteiten die gebruikelijk zijn bij handel.

OPGELET: Wanneer zij de rechten en belastingen moeten betalen bij de aankoop van goederen op de internationale of binnenlandse markt, is het gebruik van de elektronische douaneaangifte in de vorm van een enig document of gegevenselement 2/3 van Bijlage B van de Gedelegeerde Verordening 2015/2446 (DWU-DA) en Bijlage B van de Uitvoeringsverordening 2015/2447 (DWU-IA) verplicht. Wanneer de strijdkrachten aanspraak maken op de douanevrijstelling van de rechten bij invoer voor het militair materieel op grond van Verordening (EG) nr. 150/2003 van de Raad van 21 januari 2003 inzake schorsing van douanerechten op bepaalde wapens en militaire uitrusting, kunnen zij het formulier 302 dus ook gebruiken voor de invoer, maar niet voor de betaling van de verschuldigde btw (of het percentage van de btw).

56. Zoals voorheen zal het formulier 302 ook in de volgende gevallen als douaneaangifte worden gebruikt:

- Wanneer het Belgisch leger optreedt als NAVO- of EU-strijdkracht bij opdrachten binnen of buiten het douanegebied van de EU;

- Wanneer het Belgisch leger humanitaire opdrachten, operaties, manoeuvres, oefeningen uitvoert binnen of buiten het grondgebied van de EU in het kader van andere verdragen dan dat van de NAVO (zoals bijvoorbeeld het Eurocorps of andere strijdkrachten van de EU en dit onder controle van de Europese Generale Staf te Brussel).

57. Voorbeelden:

- De landcomponent voert tijdelijk Amerikaanse tanks in voor interne militaire oefeningen bij het Belgische leger: deze tijdelijke invoer en de wederuitvoer gebeuren onder dekking van een EU-formulier 302.

- De Marinecomponent voert in het kader van een Europese operatie ondersteunend materieel voor de troepen uit naar Afrika: deze (tijdelijke of definitieve) uitvoer en de wederinvoer van de goederen die in ongewijzigde staat terugkeren, gebeuren onder dekking van een EU-formulier 302.

- De luchtcomponent voert via het Belgische grondgebied Amerikaans materieel door naar Polen dat de Amerikaanse strijdkrachten hen toevertrouwden in het kader van een NAVO-partnerschap: deze doorvoer gebeurt onder dekking van een NAVO-formulier 302.

- Om in Nevada deel te nemen aan NAVO-oefeningen voert de luchtcomponent tijdelijk gevechtsvliegtuigen uit naar de VS net als onderdelen voor het onderhoud ervan: deze tijdelijke uitvoer gebeurt onder dekking van EU- of NAVO-formulieren 302. De wederinvoer ervan in België (of in een andere EU-lidstaat) gebeurt onder dekking van een EU- of NAVO-formulier 302 met toepassing van de douanevrijstelling voor terugkerende goederen wanneer aan de voorwaarden van genoemde vrijstelling is voldaan.

- De luchtcomponent voert in het kader van de NAVO voor hun nieuwe Amerikaanse gevechtsvliegtuigen uit de VS computeronderdelen in ter vervanging van identieke onderdelen die kapot zijn gegaan: deze tijdelijke invoer met het oog op de vervanging gebeurt onder dekking van een NAVO-formulier 302.

- De luchtcomponent verzendt in het kader van het GVDB gevechtsvliegtuigen (Unie) en hun gronduitrusting (niet-Unie) naar Corsica (Frankrijk) om deel te nemen aan Europese oefeningen: dit materieel wordt vervoerd onder dekking van een EU-formulier 302.

- Om te kunnen optreden bij een grenscrisis met een derde land, geven de Belgische strijdkrachten aan de Griekse strijdkrachten niet-Unie humanitair materieel uit hun douane-entrepot: dit materieel wordt verzonden naar Griekenland onder dekking van een EU- of NAVO-formulier 302.

- De luchtcomponent leent, in opdracht van de Belgische regering, een van zijn transportvliegtuigen (met brandbestrijdingsmaterieel) uit om Marokko te helpen bij de bestrijding van bosbranden: het materieel dat door dit vliegtuig wordt vervoerd, wordt tijdelijk uitgevoerd onder dekking van een EU-formulier 302.

- De Amerikaanse luchtmacht voert tijdelijk in België elektronische kits in om te worden getest op de nieuwe F35 jachtbommenwerpers van de Belgische strijdkrachten: dit Amerikaanse materieel wordt onder de regeling tijdelijke invoer geplaatst onder dekking van een NAVO-formulier 302 dat wordt uitgereikt door de USAAF (en dus op basis van het NAVO-SOFA).

- Tijdens internationale manoeuvres van de NAVO-landen in Europa voeren eenheden van de Amerikaanse strijdkrachten hun materieel en proviand via België in met de hulp van Belgische militairen en onder hun begeleiding: deze invoer gebeurt onder dekking van NAVO-formulieren 302 (NAVO-SOFA).

- De Britse strijdkrachten voeren tijdelijk hun militaire uitrusting en materieel in om in België deel te nemen aan gezamenlijke NAVO-manoeuvres: deze tijdelijke invoer gebeurt onder dekking van NAVO-formulieren 302 (NAVO-SOFA). Het Verenigd Koninkrijk kan er in het kader van manoeuvres die worden uitgevoerd op grond van het Noord-Atlantisch Verdrag, ondertekend op 4 april 1949 te Washington D.C of een bilaterale veiligheidsovereenkomst met (bijvoorbeeld) Frankrijk, voor kiezen om met dezelfde bedoeling EU-formulieren 302 te gebruiken, ook al is het geen EU-lidstaat.

5.11. Afgifte van de (NAVO- of EU-) formulieren 302

58. Enkel de strijdkrachten zijn gemachtigd om formulieren 302 uit te geven. Elk formulier 302 dat is uitgegeven door een andere instantie dan een krijgsmacht of een orgaan van Defensie moet worden afgewezen en in beslag genomen voor onderzoek.

De officiële militaire aangevers moeten op de formulieren 302 een stempel aanbrengen ter ‘geldigmaking’. Deze stempels, vervaardigd door de Belgische strijdkrachten en erkend door de

Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen, worden enkel ter beschikking gesteld van de onderafdelingen van de MOV CTL GP en dragen de vermelding:

MCU WEST (ZEEBRUGGE) (4 stempels genummerd van 100 tot 103);

MCU CENTRE (MELSBROEK) (6 stempels genummerd van 200 tot 205);

MCU NORTH (LEOPOLDSBURG) (4 stempels genummerd van 300 tot 303);

MCU SOUTH (M-e-F) (4 stempels genummerd van 304 tot 307);

STAF – S4 PEUTIE (14 stempels genummerd van 400 tot 413).

Deze eenheden zijn als enigen gemachtigd om de formulieren 302 van de Belgische strijdkrachten (alle componenten) te viseren. De exemplaren van deze formulieren 302 volgen zoals voorzien in § 72 van deze circulaire dezelfde bestemmingen als elk ‘normaal’ formulier 302.

Op de voorzijde van alle exemplaren moet steeds de vermelding ‘Belgisch militair transport’ worden aangebracht. Alle exemplaren moeten genummerd zijn en door de verantwoordelijke officier te zijn ondertekend. Wijzigingen van deze formulieren 302 (verwijderen, toevoegen, overschrijven, schrappen van gegevens) die niet door een MOV CTL GP werden geviseerd, hebben ambtshalve hun nietigheid tot gevolg.

59. De geldigheidsduur van de Belgische formulieren 302 van doorvoer mag de periode van drie maanden vanaf de datum van afgifte niet overschrijden. De geldigheidsduur van de (NAVO- of EU-) formulieren 302 voor de andere douaneregelingen dan doorvoer is de periode die nodig is om de militaire activiteit uit te voeren, behalve in het geval van tijdelijke invoer met behulp van het EU 302-formulier, dat maximaal 24 maanden geldig is.

60. Indien de strijdkrachten dit wensen, kan in het vak voor de identificatie van de goederen worden verwezen naar een lijst die als bijlage bij formulier OTAN 302 is gevoegd. Deze lijst moet na de laatste inschrijving worden gedateerd, ondertekend en gestempeld door de militaire dienst. Op het EU-formulier 302 bestaat de beschrijving van de goederen uit een verwijzing naar de lijst van goederen die er werd bij gevoegd of naar het vervoerdocument dat ze identificeert. Indien deze lijst is opgesteld door een burgerlijke leverancier, dient deze onder de laatste inschrijving de lijst af te sluiten en zijn identiteit te vermelden.

61. De ambtenaren van de douane dienen na de verificatie de formulieren 302 te ondertekenen, hun naam en graad voluit geschreven te vermelden en het kantoorstempel aan te brengen. In uitzonderlijke gevallen om veiligheidsredenen mag de naam echter niet worden vermeld.

6. Verkeer van goederen tussen de EU en derde landen

6.1. Procedures van toepassing bij invoer

a) Invoer in België

62. Bij invoer in België worden niet-Uniegoederen onder een douaneregeling geplaatst met volledige of gedeeltelijke vrijstelling van rechten en btw, door geldigmaking van een (NAVO- of EU-) formulier 302 op naam van de Belgische strijdkrachten.

Naargelang het gebruik van de goederen (definitieve verwerving door het leger, tijdelijk gebruik in België vóór wederuitvoer, opslag in douane-entrepot, verbruik of vernietiging van de ingevoerde producten naar aanleiding van het gebruik ervan om het doel van de aangegeven tijdelijke invoer te bereiken, ...) zullen de goederen:

- Ofwel in verbruik worden gesteld zonder betaling van de rechten op grond van Verordening (EG) 150/2003 onder dekking van een (facultatief) EU-formulier 302 maar onder dekking van een aangifte ten verbruik IM/EU4 (regeling 40) (altijd) voor de betaling van de verschuldigde btw; deze aangifte IM/EU4 kan ook afzonderlijk worden ingediend zonder formulier 302 maar met verwijzing naar de toepassing van Verordening 150/2003 voor de vrijstelling van de douanerechten;

- Ofwel in verbruik worden gesteld ter aanzuivering van de regeling van tijdelijke invoer overeenkomstig artikel 323 bis van het DWU-IA zonder andere formaliteiten dan de aanzuivering van het formulier 302 door de lokale douane (die in het voor de douane voorbehouden gedeelte het volgende vermeldt: ‘Toepassing artikel 323 bis DWU-IA toegestaan door de douane’) en de naleving van de door het plaatselijke hoofd noodzakelijk geachte controlemaatregelen en maatregelen tot vaststelling;

- ofwel onder een bijzondere douaneregeling worden geplaatst onder schorsing van rechten en belastingen, onder dekking van een formulier 302 voor de plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer of doorvoer (intern of extern) of de regeling douane-entrepot ( in dit geval, gevolgd door, hetzij een inschrijving van de referenties van dit formulier 302 in de administratie van het douane-entrepot van de Belgische strijdkrachten, hetzij een aangifte IM/EU7 (regeling 71) voor de plaatsing in een douane-entrepot van een burger marktdeelnemer.

Overeenkomstig artikel 89, § 7 van het DWU wordt door de douane aan de Belgische strijdkrachten systematisch vrijstelling van zekerheidstelling verleend.

63. Bij wederinvoer in het douanegebied van de EU van Uniegoederen die eerder uit de EU werden uitgevoerd, moet op naam van de Belgische strijdkrachten een EU-formulier 302 als douaneaangifte voor het vrije verkeer worden opgesteld voor alle goederen die door de Belgische strijdkrachten worden uitgevoerd in het kader van militaire activiteiten, ongeacht of ze al dan niet tot het leger behoren. Deze inverbruikstelling gebeurt met vrijstelling van de rechten en belastingen wanneer deze eerder uitgevoerde Uniegoederen, die zich voordien binnen de EU in het vrij verkeer bevonden, voldoen aan de voorwaarden van de regeling terugkerende goederen bepaald in de artikelen 203 tot 205 van het DWU (zie circulaire 2020/C/141 betreffende terugkerende goederen). Per definitie kunnen Uniegoederen niet onder een andere douaneregeling worden geplaatst dan het in het vrije verkeer brengen, aangezien zij zich eerder al in het vrije verkeer bevonden. Voor de betrokken btw gaat dit in het vrije verkeer brengen gepaard met een inverbruikstelling met volledige vrijstelling van de btw, wanneer deze terugkeer voldoet aan de voorwaarden van de btw-vrijstelling die van toepassing zijn op de terugkerende goederen (naast de douanevoorwaarden vereist de btw-vrijstelling een terugkeer zonder verandering van eigenaar of zonder vorige vrijstelling bij uitvoer).

b) Invoer in een andere lidstaat met doorvoer naar België

64. Wanneer deze invoer- of wederinvoerformaliteiten van plaatsing onder een andere douaneregeling dan tijdelijke invoer of doorvoer, gebeuren in de eerste haven of luchthaven van binnenkomen in het douanegebied van de EU, die is gelegen in een andere lidstaat dan België, moet geen doorvoerdocument worden opgesteld voor zover er een vergunning van plaatsing onder een bijzondere douaneregeling (douane-entrepot, actieve veredeling, passieve veredeling) werd afgeleverd die de strijdkrachten kunnen toepassen en waarin de plaatsing van deze goederen voorzien is op de kantoren gelegen in die eerste haven of luchthaven.

Wanneer de goederen aankomen in een andere lidstaat dan België en de Belgische strijdkrachten niet over een dergelijke vergunning actieve veredeling/passieve veredeling/douane-entrepot beschikken die geldig is voor de betrokken lidstaten, moet een (NAVO- of EU-)formulier 302 als doorvoerdocument worden opgesteld ter dekking van het vervoer van de goederen naar het kantoor van invoer in België, wanneer het vervoer gebeurt door het leger zelf of door een niet-militaire vervoerder voor zijn rekening en onder zijn bevel. Worden de goederen daarentegen vervoerd door een burger vervoerder zonder opdracht van de Belgische strijdkrachten, moet een elektronische aangifte inzake extern douanevervoer (NCTS-T1) worden gevalideerd.

Voor de goederen die onder de bijzondere regeling van de tijdelijke invoer zijn geplaatst in de lidstaat van binnenkomst in de EU, niet zijnde België, moet geen doorvoerdocument worden voorgelegd, maar volstaat een formulier 302 van plaatsing onder tijdelijke invoer, tenzij de lidstaat van binnenkomst van de goederen een formulier 302 van doorvoer naar België vereist. Alleen in dit geval zal laatstgenoemde in België worden aangezuiverd door een formulier 302 van tijdelijke invoer.

c) Goederen onderworpen aan accijnzen

65. Wanneer goederen onderworpen aan accijnzen bestemd zijn voor gebruik of verbruik door de Belgische strijdkrachten in België, zijn de aan accijnzen onderworpen niet-Uniegoederen die zijn ingevoerd uit derde landen onderworpen aan de betaling van rechten en belastingen (inclusief de accijnzen) bij invoer. Zij volgen dan de algemene regels van § 62 wanneer ze in België in verbruik worden gesteld. Wanneer de Belgische strijdkrachten deze accijnsgoederen met volledige vrijstelling van rechten en belastingen in een militair douane-entrepot plaatsen, wordt een formulier 302 toegestaan ter dekking van de doorvoer tot het douane-entrepot en de plaatsing ervan.

Aan accijnzen onderworpen Uniegoederen die tijdelijk naar een derde land worden uitgevoerd, komen in aanmerking voor de vrijstelling van invoerrechten en btw die van toepassing is op de terugkerende goederen en volgen de algemene regels van § 62 wanneer zij in België in verbruik worden gesteld. De aan accijnzen onderworpen Uniegoederen mogen ook onder dekking van een formulier 302 door de Belgische strijdkrachten onder schorsing van de accijnsrechten en de btw in een belastingentrepot worden geplaatst, wanneer die goederen eigendom bleven van de Belgische Strijdkrachten en het belastingentrepot in kwestie toebehoort aan de Belgische Strijdkrachten. In principe (dit zal altijd het geval zijn als het belastingentrepot dat van een marktdeelnemer is) moet na de douaneaangifte tot wederinvoer een e-AD voor import worden opgesteld voor het vervoer van het invoerkantoor naar het belastingentrepot en de binnenkomst van accijnsproducten naar dit belastingentrepot.

6.2. Procedures van toepassing bij uitvoer

66. Wanneer Uniegoederen definitief worden uitgevoerd buiten het douanegebied van de EU, moet op naam van de Belgische strijdkrachten een aangifte voor definitieve uitvoer worden opgesteld :

-in de vorm van een EU- of NAVO-formulier 302 wanneer de uitvoer gebeurt in het kader van militaire activiteiten, waarvoor een handmatige controle tussen het opgestelde e-AD (in geval van goederen onderworpen aan accijnzen) en het formulier 302 vereist is (tenzij er een gewone uitvoeraangifte is opgesteld), of

-in de vorm van een aangifte EX/EU1 op een enig document of in de vorm van gegevenselementen van de Bijlagen B van het DWU-DA en IA wanneer de uitvoer gebeurt buiten het kader van militaire activiteiten. Die uitvoeraangifte zal al dan niet vergezeld van een aangifte voor douanevervoer (in het NCTS-systeem) voor het vervoer van de goederen naar de plaats van uitgang uit het grondgebied.

Wanneer in het kader van militaire activiteiten Uniegoederen tijdelijk worden uitgevoerd buiten het douanegebied van de EU, waarvan de wederinvoer in België is voorzien, moet op een EU- of NAVO-formulier 302 op naam van de Belgische strijdkrachten een aangifte voor tijdelijke uitvoer worden opgesteld. Buiten het kader van militaire activiteiten, is voor deze tijdelijke uitvoer een aangifte tijdelijke uitvoer (EX/EU2) vereist in de vorm van een enig document of in de vorm van gegevenselementen van de Bijlagen B van het DWU-DA en IA. Aangezien het Uniegoederen betreft die zijn bestemd voor wederinvoer, moet voor de uitvoer geen extern doorvoerdocument worden opgesteld.

Zoals bepaald in artikel 221 § 2 a) tot c) van het DWU-IA, moeten deze uitvoerformaliteiten worden vervuld op het douanekantoor dat bevoegd is voor het toezicht over het gebied waar de uitvoerder is gevestigd of waar de goederen zijn verpakt of geladen op een vervoermiddel met het oog op de uitvoer (het moment waarop de goederen de bestemming ‘uitvoer’ krijgen, is bepalend) of elk ander douanekantoor van de betrokken lidstaat dat om redenen van administratieve organisatie bevoegd is voor de betrokken verrichting.

Ongeacht of dit kantoor nu wel of niet het kantoor van uitgang is uit het douanegebied van de EU, hoeft er geen doorvoerdocument te worden opgesteld, maar een elektronische bevestiging bij het kantoor van uitvoer van de fysieke uitgang van de goederen op het punt waar het grondgebied van de EU wordt verlaten is verplicht, terwijl op dit punt een controle van de goederen mogelijk is.

67. Wanneer in de EU tijdelijk ingevoerde niet-Uniegoederen definitief worden wederuitgevoerd buiten het douanegebied van de EU, moet een aangifte inzake definitieve wederuitvoer op naam van de Belgische strijdkrachten worden opgesteld, in de vorm van een EU- of NAVO-formulier 302 wanneer de wederuitvoer gebeurt in het kader van militaire activiteiten of een aangifte EX/EU3 op een enig document of in de vorm van gegevenselementen van de Bijlagen B van het DWU-DA en IA wanneer de uitvoer gebeurt buiten het militaire kader. Deze aangifte inzake wederuitvoer zuivert de bijzondere douaneregeling aan waaronder de niet-Uniegoederen waren geplaatst (tijdelijke invoer, doorvoer, douane-entrepot of actieve veredeling).

Wanneer de aangifte inzake wederuitvoer een formulier 302 is, dekt dit het vervoer tussen het kantoor van uitvoer en het kantoor van uitgang uit het douanegebied van de Unie en dient het de facto als aangifte inzake douanevervoer wanneer dit door een douane van een andere lidstaat wordt vereist. Dit alles moet worden voorgelegd op de plaats van uitgang in geval van controle.

Tenzij de vergunning inzake de ingeroepen bijzondere douaneregeling de overbrenging van de goederen tot het douanekantoor van uitgang uit het douanegebied van de EU voorziet onder dekking van de douaneaangifte ten uitvoer (en dus zonder dat een aangifte inzake douanevervoer dient te worden opgesteld), moet het vervoer van de uitgevoerde goederen zonder formulier 302 tot het kantoor van uitgang uit het douanegebied van de EU plaatsvinden onder dekking van een extern doorvoerdocument. In geen geval hoeft een doorvoerdocument te worden opgesteld wanneer het kantoor van uitvoer hetzelfde is als het kantoor van uitgang.

68. Dit belet niet dat de Belgische strijdkrachten het voor intern gebruik nodig kunnen achten (bijvoorbeeld wanneer het derde land van bestemming het eist), een formulier 302 te gebruiken dat noch in België noch in de EU de waarde van een douaneaangifte zal hebben. In dit geval hoeft het exemplaar 3, bestemd voor het kantoor van vertrek, niet te worden gevalideerd. De douane van het kantoor van vertrek mag evenwel, op uitdrukkelijke vraag van de Belgische strijdkrachten, al de exemplaren viseren van de formulieren 302 (dit wordt soms vereist door de douane in bepaalde Oost-Europese landen zoals Roemenië). In dit geval zal het worden gebruikt als douaneaangifte waar staten het nuttig achten.

69. Wanneer de uit te voeren goederen uitsluitend accijnsgoederen zijn die op de Belgische binnenlandse markt zijn verworven en waarop alle accijnzen zijn betaald, geeft de uitvoer geen recht op terugbetaling van de betaalde accijnzen en zijn de douaneformaliteiten bedoeld in de §§ 66 tot 68 dus van toepassing, behalve wanneer deze goederen vóór de uitvoer opnieuw worden ingeslagen in een belastingentrepot, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 9, § 1, g), van de wet van 22 december 2009.

Wanneer accijnsgoederen op het ogenblik van de uitvoer ervan onder een opschortende regeling inzake accijnzen vallen, aangezien ze zijn uitgeslagen uit een belastingentrepot, is de normale accijnsregeling van toepassing. Er moet altijd een e-AD-aangifte ‘uitvoer’ worden opgesteld vanaf het belastingentrepot tot het kantoor van uitvoer of het kantoor van vertrek van het extern douanevervoer. Vervolgens vereist de uitvoer de validering van een aangifte (definitieve of tijdelijke) uitvoer op naam van de Belgische strijdkrachten :

-in de vorm van een EU- of NAVO-formulier 302 wanneer de uitvoer gebeurt in het kader van militaire activiteiten, of

- in de vorm van een aangifte EX/EU1 (definitieve uitvoer) of EX/EU2 (tijdelijke uitvoer) op een enig document of in de vorm van gegevenselementen van de Bijlagen B van het DWU-DA en IA wanneer de uitvoer gebeurt buiten het kader van militaire activiteiten, uitvoeraangifte al dan niet vergezeld van een aangifte inzake douanevervoer (in het NCTS-systeem) om het vervoer van de goederen te dekken tot de plaats van uitgang uit het douanegebied van de EU.

6.3. Procedures van toepassing bij doorvoer

70. Bij de doorvoer over het douanegebied van de EU van niet-Uniegoederen, ter bestemming van een derde land, worden de goederen onder de doorvoerregeling geplaatst door geldigmaking van een doorvoeraangifte op het kantoor van binnenkomen in dit douanegebied. Deze aangifte is ofwel een formulier 302 wanneer het vervoer wordt uitgevoerd door het leger zelf of door een niet-militaire vervoerder die hiervoor in het kader van militaire activiteiten de opdracht kreeg van het leger, ofwel een aangifte extern Unie douanevervoer (NCTS) wanneer het vervoer wordt uitgevoerd door een niet-militaire vervoerder die niet optreedt voor rekening van het leger.

71. Sinds 1 januari 1993 overschrijden de goederen die onder de doorvoerregeling zijn geplaatst alle binnengrenzen van het gehele EU-douanegebied onder dekking van een doorvoerdocument zonder andere formaliteiten dan het eventueel vertonen van voormeld document aan de douane bij een eventuele douanecontrole onderweg.

72. De Belgische strijdkrachten gebruiken een NAVO/EU-formulier 302 als aangifte voor intern of extern Unie douanevervoer. Dit formulier 302 bestaat uit meerdere exemplaren, opgesomd van 1 tot 5 (zie punt 5.4).

73. De geldigheidsduur van de Belgische formulieren 302 van doorvoer mag de periode van drie maanden vanaf de datum van afgifte niet overschrijden. Aangebrachte wijzigingen (verwijderen, toevoegen, overschrijven, schrappen van gegevens) die niet door een MOV CTL GP werden geviseerd, hebben ambtshalve hun nietigheid tot gevolg.

74. Exemplaren 4 en 5 van de formulieren 302 van de Belgische strijdkrachten moeten worden verzonden naar de Douane Shape, het centralisatiekantoor voor alle formulieren 302 in België (Belgische strijdkrachten en buitenlandse NAVO-strijdkrachten). Het centralisatiekantoor rangschikt deze exemplaren volgens nummer en gescheiden naargelang de doorvoer wordt gevolgd door een in- of een uitvoer. De andere kantoren dan de douane Shape die een dergelijk formulier 302 zouden ontvangen, moeten dit voor beschikking toezenden aan de douane Shape (het centralisatiekantoor).

75. De regeling doorvoer wordt gezuiverd door elke geoorloofde douanebestemming, zoals het in vrije verkeer brengen of de plaatsing onder een andere douaneregeling (zie de §§ 62 tot 65) of onder een andere doorvoerregeling.

6.4. Procedures van toepassing bij opdrachten buiten de EU voor Uniegoederen

76. Er bestaan speciale procedures om het operationeel karakter van de Belgische strijdkrachten te waarborgen voor opdrachten, operaties, manoeuvres en oefeningen buiten de Europese Unie in het kader van internationale opdrachten waarmee zij door de Belgische regering worden belast.

Het gaat dus om militaire activiteiten in de zin van het DWU. Hiermee worden zowel zendingen bedoeld in het kader van de NAVO als in het kader van bilaterale overeenkomsten en van Europese defensieakkoorden. Het begrip ‘opdracht’ dekt zowel de zuiver militaire oefeningen als de dringende humanitaire interventies.

77. Voor de haar toebehorende Uniegoederen zal het Belgisch leger in dat kader bij de tijdelijke uitvoer en de wederinvoer gebruik maken van vereenvoudigde douaneaangiften, in dit geval, NAVO-/EU-formulieren 302.

78. Bij de tijdelijke uitvoer zal een formulier 302 worden geldig gemaakt gestaafd door een lijst met alle uit te voeren goederen dewelke integrerend deel uitmaakt van de aangifte. Op elk exemplaar van het formulier 302 moet in het midden van het bovenste vak de vermelding ‘tijdelijke uitvoer (EX2)’ worden aangebracht. Na verificatie van de identiteit van de goederen viseert de optredende douaneambtenaar dit formulier.

79. Bij de wederinvoer zal een formulier 302 met in het midden van het bovenste vak van het formulier de vermelding ‘terugkerende goederen (IM6)’ worden geldig gemaakt. Op het formulier 302 voor wederinvoer zal eveneens verwezen worden naar de refertes van het formulier 302 voor tijdelijke uitvoer, waarvan een kopie moet worden bijgevoegd. Zonder die kopie moet de lijst van de terugkerende goederen worden bijgevoegd. Wanneer de identiteit van de goederen op dergelijke wijze kan worden vastgesteld, wordt vrijstelling van de rechten en belastingen verleend voor de Uniegoederen die eerder werden uitgevoerd en voldoen aan de voorwaarden van de regeling voor terugkerende goederen, voorzien in de artikelen 203 tot 205 van het DWU (zie de circulaire over de terugkerende goederen 2020/C/141).

In geval van vermoeden van onregelmatigheden of wanneer de bewijsstukken om de terugkeer aan te tonen ontoereikend zijn, zullen de Belgische strijdkrachten uitgenodigd worden om de alternatieve bewijsstukken voor te leggen die in de Europese regelgeving zijn bepaald (zie voornoemde circulaire f 2020/C/141).

80. Deze vereenvoudigde procedure geldt enkel voor Uniegoederen, met uitzondering van accijnsgoederen die bestemd zijn voor menselijke consumptie (tabaksfabricaten (sigaren, sigaretten, rooktabak en vanaf 1 januari 2024: e-liquids voor e-sigaretten), alcohol en alcoholische dranken).

7. Verkeer van goederen binnen de Europese Unie

7.1. Niet-Uniegoederen

81. Niet-Uniegoederen die eigendom zijn van de Belgische strijdkrachten, of die zich onder hun bewaking bevinden, blijven omwille van hun douanestatus, tot op het ogenblik dat zij met of zonder betaling van de rechten en belastingen bij invoer in het vrij verkeer worden gebracht, onder een douaneregeling en dus onderworpen aan de douane- en fiscale regels, die van toepassing zijn op het verkeer tussen de EU en de derde landen. Wanneer deze goederen worden uitgevoerd naar een derde land zijn ze onderworpen aan dezelfde principes en volgen zij de regels en procedures bedoeld in de §§ 66 tot 69 van deze circulaire.

82. De goederen in kwestie worden van het ene punt naar het andere punt in de EU vervoerd in overeenstemming met de regels van de regeling extern Unie douanevervoer en onder dekking van een formulier 302, wanneer het vervoer wordt verricht door de strijdkrachten zelf of voor hun rekening, door een door hen aangestelde niet-militaire vervoerder of onder dekking van een aangifte inzake douanevervoer (NCTS), in de andere gevallen. Hierbij zijn de bepalingen uiteengezet in de §§ 70 tot 75 van toepassing.

7.2. Uniegoederen

a) Niet aan accijnzen onderworpen Uniegoederen

83. Uniegoederen mogen vrij in het gehele douane- en fiscaal gebied van de EU worden vervoerd zonder dat enige douaneformaliteit is vereist, wanneer de rechten en belastingen op die goederen werden betaald en er geen vrijstelling of de teruggave van die rechten en belastingen opeisbaar is, noch wordt gevraagd.

Er wordt op gewezen dat er geen vrijstelling bestaat voor goederen die door het Belgische leger worden gebruikt tijdens manoeuvres in België of elders in de Europese Unie wanneer het Belgische leger er als dusdanig optreedt en niet als NAVO-strijdkracht of EU-strijdkracht in het kader van het GVDB.

Voorbeeld: de Belgische luchtcomponent organiseert een overlevingsoefening in Corsica voor zijn piloten en stuurt enkele alcoholische en niet-alcoholische dranken om het succes van de oefening ter plaatse te vieren. Wanneer dit een oefening is in het kader van de NAVO of het GVDB, kunnen deze Unieproducten worden vrijgesteld van accijnzen en btw als Frankrijk daarmee instemt. De Belgische luchtcomponent moet een Certificaat 151 laten valideren door de Franse douaneautoriteiten en dit, behoorlijk geviseerd, voorleggen aan hun leverancier, die ze dan onder een opschortende regeling naar Corsica kan (laten) verzenden.

Wanneer dit een nationale defensieoefening is, is er geen wettelijke basis voor een vrijstelling en circuleren de goederen, alle belastingen inbegrepen, vrij.

84. Goederen van alle aard die door het Belgische leger met betaling van alle belastingen werden verworven op de interne markt in België of in een andere lidstaat van de EU, mogen dus in het gehele gebied van de EU worden gebruikt, verbruikt of vervoerd zonder enige douane- of fiscale formaliteit.

Een gewone aankoopfactuur volstaat om de verwerving onder de voorwaarden van de interne markt aan te tonen.

85. De Belgische strijdkrachten moeten zich steeds houden aan de voorschriften van economische, sanitaire, fysiopathologische en andere aard, tenzij zij uitdrukkelijk aanspraak maken op een afwijking die wordt toegestaan door de ter zake bevoegde autoriteiten of ministeries.

86. Dit betekent dat een douaneaangifte in de vorm van een formulier 302 kan worden opgesteld voor Uniegoederen die zich in het vrije verkeer bevinden, maar door niet-fiscale regelgeving (bv. wapens, munitie, enz.) zijn onderworpen aan beperkingen of verboden met betrekking tot het vervoer ervan. Het vervoer onder dekking van een formulier 302 stelt vrij van bepaalde douaneformaliteiten.

b) Uniegoederen onderworpen aan accijnzen

87. Wanneer accijnsgoederen niet door particulieren zijn verkregen, zelfs wanneer de accijns in een EU-lidstaat is betaald door de Belgische strijdkrachten en er geen vrijstelling van accijns kan worden gevraagd, mogen accijnsgoederen niet vrij circuleren tussen EU-lidstaten. Het algemene principe van de accijnswetgeving blijft in dit geval van toepassing: de accijns is verschuldigd in de lidstaat van verbruik. Tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen moeten de regels volgen van Hoofdstuk 5, Afdeling 2 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen (Hoofdstuk V, Afdeling 2 van Richtlijn 2020/262), dit wil zeggen dat er een e-VAD moet worden opgesteld voor België.

c) Uniegoederen met vrijstelling van btw en/of accijnzen

88. De Belgische strijdkrachten kunnen in België of in een andere lidstaat met vrijstelling van de btw en/of de accijns Unieproducten verwerven die al dan niet zijn onderworpen aan accijns, op voorwaarde dat ze rechtstreeks in een belastingentrepot worden geplaatst wanneer deze producten bestemd zijn om in een andere lidstaat dan België te worden gebruikt.

Het gaat dus om producten bestemd voor het officieel gebruik van de Belgische strijdkrachten die optreden als NAVO-/EU-strijdkrachten en die door hen in het kader van deze manoeuvres of oefeningen worden verbruikt of gebruikt in een andere lidstaat van de EU dan België. Wanneer Belgische strijdkrachten optreden als nationale strijdkracht en niet als buitenlandse strijdkracht van de NAVO of in het kader van het GVDB, mogen deze vrijstellingen niet worden toegepast, tenzij ze uitdrukkelijk worden vermeld in een bilateraal akkoord.

In elk geval is alleen de lidstaat van bestemming waar de oefening plaatsvindt bevoegd om deze ontheffing te verlenen.

89. De principes en details van deze vrijstellingen worden hierna uiteengezet.

Op het stuk van douanerechten wordt overeenkomstig artikel 19/9, 1° van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977, vrijstelling verleend bij de invoer van uitrusting, redelijke hoeveelheden bevoorradingsgoederen, het materieel en de andere goederen uitsluitend bestemd voor de buitenlandse NAVO-strijdkrachten, met uitsluiting van de Nederlandse strijdkrachten.

Op het stuk van accijnzen wordt in België vrijstelling verleend voor redelijke hoeveelheden bevoorradingsgoederen uitsluitend bestemd voor de buitenlandse NAVO-strijdkrachten, met uitsluiting van de Nederlandse strijdkrachten, voor wat betreft de gemeenschappelijke accijns vastgesteld in het kader van de Benelux Economische Unie, overeenkomstig artikel 20, § 1, 11°, a) van voormelde algemene wet.

Overeenkomstig artikel 20, § 1, 11°, b) van voormelde algemene wet, wordt in België eveneens vrijstelling verleend voor redelijke hoeveelheden goederen onderworpen aan accijnzen uitsluitend bestemd voor de buitenlandse strijdkrachten van de andere lidstaten of van het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines, voor zover die buitenlandse EU-strijdkrachten deelnemen aan een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

Wanneer op deze goederen douanerechten van toepassing zijn, is dit een toepassingsgeval van artikel 323bis van het DWU-IA.

Artikel 13 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen (omzetting van artikel 12 van de Richtlijn 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (herschikking)), bepaalt dat de strijdkrachten, bedoeld in artikel 20 van de algemene wet inzake douane en accijnzen gemachtigd zijn om accijnsgoederen afkomstig uit andere lidstaten met schorsing van accijnzen te ontvangen onder dekking van een e-AD op voorwaarde dat dit document vergezeld gaat van een certificaat van vrijstelling.

Op het stuk van de btw worden overeenkomstig artikel 42, § 3, 4°, 4 bis, 4 ter, 5° en 6° van het Btw-Wetboek respectievelijk van de btw vrijgesteld:

- de leveringen en de invoeren van goederen en diensten verricht, hetzij voor het officieel gebruik van de krijgsmachten van vreemde staten toegetreden tot het Noord-Atlantisch Verdrag of van het hen begeleidende burgerpersoneel, hetzij voor de bevoorrading van de messes en kantines van die krijgsmachten, voor zover de betreffende krijgsmachten deelnemen aan een gemeenschappelijke defensie-inspanning;

- de leveringen van goederen en diensten naar een andere lidstaat en bestemd voor de strijdkrachten van een andere lidstaat toegetreden tot het Noord-Atlantisch Verdrag dan de lidstaat van bestemming zelf, voor het officieel gebruik van die strijdkrachten of van het hen begeleidende burgerpersoneel, voor zover de betreffende krijgsmachten deelnemen aan een gemeenschappelijke defensie-inspanning.

- de leveringen van goederen en diensten verricht in een lidstaat en bestemd voor de strijdkrachten van andere lidstaten, ten behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines, voor zover die strijdkrachten deelnemen aan een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid;

- de leveringen van goederen en diensten verricht voor een andere lidstaat en bestemd voor de strijdkrachten van andere lidstaten dan de lidstaat van bestemming zelf, ten behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines, voor zover die strijdkrachten deelnemen aan een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

Zowel inzake accijnzen als btw bestaan er sinds 2022 binnen de EU twee vrijwel identieke vrijstellingen. Voornoemde Richtlijn 2020/262 van de Raad nam de bepalingen over van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns, die Richtlijn 92/12/EEG introk en werd gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2019/2235 van de Raad die deze nieuwe vrijstelling van de betaling van btw en accijnzen invoerde voor defensie-inspanningen die binnen de Unie worden geleverd.

De EU heeft daarom een vrijstelling van accijns (bij aankoop in de EU) en/of btw (bij invoer of aankoop in de EU) ingesteld voor de strijdkrachten van de staten van de Europese Unie (ongeacht of zij lid zijn van de NAVO) wanneer zij zich buiten hun lidstaat van oorsprong bevinden. Dit is overeenkomstig de bestaande vrijstelling voor de buitenlandse strijdkrachten van de NAVO.

Deze vrijstelling is van toepassing op de invoer van goederen en de leveringen van goederen en diensten aan een EU-strijdkracht actief in een andere lidstaat dan zijn eigen lidstaat. De Belgische strijdkrachten in België zijn bijgevolg uitgesloten van het voordeel van deze vrijstelling, evenals elke nationale strijdkracht in zijn eigen land.

Deze richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG (btw) en Richtlijn 2008/118/EG (accijnzen) creëert geen aanvullende rechten voor het personeel van deze strijdkrachten. Die richtlijn creëert enkel een vrijstelling voor het officiële gebruik van de EU-strijdkrachten in het Europese kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

Deze richtlijn is op 1 juli 2022 in werking getreden. In België is deze richtlijn bij wet van 20 december 2021 omgezet in het Btw-Wetboek (aanvulling aan artikel 42 § 3) en bij wet van 5 juli 2022 in de AWDA (artikel 20 § 1, 11° aangevuld met de toevoeging van een nieuw punt c)).

90. Wanneer in het kader van de NAVO of het GVDB in een andere lidstaat van de EU-manoeuvres of oefeningen worden georganiseerd, moet de betrokken Belgische krijgsmacht voorafgaand aan de aankoop van goederen met vrijstelling van de btw in België, een certificaat van vrijstelling van accijnzen en/of btw invullen (het zogenaamde certificaat ‘15.10’). Voor de toekenning van vrijstelling van accijns en/of btw moeten de betrokken accijnsproducten zich onder een opschortende regeling bevinden (in een belastingentrepot): het certificaat van vrijstelling van accijnzen en/of btw (het zogenaamde ‘Certificaat 151’) is ook het Europese document voor het aanvragen en verlenen van deze vrijstellingen van accijnzen. Het werd aangevuld met deze bijkomende vrijstellingen (accijnzen en btw) door toevoeging in vak 3, na de bestaande vermelding 'de strijdkrachten van een staat die partij is bij het Noord-Atlantische Verdrag (NAVO-strijdkracht)', van de volgende aanvullende vermelding: 'de strijdkrachten van een lidstaat die deelneemt aan een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB)'.

Voor de volledigheid is het certificaat Accijnzen gewijzigd door de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2022/829 van de Commissie van 25 mei 2022 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 31/96 van de Commissie betreffende de organisaties die in aanmerking komen voor vrijstelling van accijnzen. Wat de btw-vrijstelling betreft, wordt deze wijziging ingevoegd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2022/432 van de Raad van 15 maart 2022 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 wat betreft het certificaat van vrijstelling van btw en/of accijnzen (‘gemengd’ certificaat).

België geeft de voorkeur aan het gebruik van dit laatste certificaat als het enige Certificaat 151 in België.

91. Wanneer het is ingevuld, laten de Belgische strijdkrachten dit certificaat viseren door de bevoegde fiscale of douaneautoriteiten van de lidstaat van ontvangst waar het manoeuvre of de oefening doorgaat. Dit certificaat moet vergezeld gaan van de bestelbon of van een pro-formafactuur.

Nadat dit certificaat werd gevalideerd door de douane van deze lidstaat, wordt het voorgelegd aan de leverancier in België die op die manier aan de Belgische strijdkrachten een taksvrije verkoop (btw en/of accijnzen) kan rechtvaardigen.

Met het oog op het vervullen van deze formaliteiten, kan men via de volgende link de adressen raadplegen van de algemene directies van de douaneadministraties van de zevenentwintig lidstaten van de EU, waar men in principe meer informatie kan geven over de bevoegde autoriteiten inzake vrijstellingen: MS contact points Article 3 TDA update 03August2022docx.pdf (europa.eu)

92. De goederen die zijn onderworpen aan accijnzen waarvoor een certificaat 151 werd geviseerd, bevinden zich vanaf het tijdstip van uitslag uit het belastingentrepot van de leverancier onder een opschortende regeling inzake accijnzen. Ze moeten worden vervoerd naar de lidstaat die genoemde vrijstelling heeft verleend, onder dekking van een e-AD (administratief document) dat vergezeld gaat van een exemplaar van het certificaat 151.

93. Tot slot, wanneer de Belgische strijdkrachten in een andere lidstaat accijnsgoederen hebben aangekocht onder een opschortende regeling inzake accijnzen, worden deze producten onder dekking van een e-AD vervoerd naar hun bestemming :

-ofwel naar een andere lidstaat dan België indien, en uitsluitend indien, een certificaat van vrijstelling 151 werd geviseerd wanneer deze goederen er zullen worden verbruikt,

-ofwel naar België, maar enkel wanneer deze producten er in een in België gelegen belastingentrepot worden geplaatst.

94. Er wordt aan herinnerd dat geen enkele vrijstelling mag worden verleend voor goederen bestemd om door de Belgische strijdkrachten op Belgisch grondgebied te worden gebruikt. Er mag nooit een certificaat 151 voor de Belgische strijdkrachten in België worden geviseerd. Aan de andere kant mag een certificaat 151 opgesteld door een Buitenlandse strijdkracht maar voorgelegd door de Belgische strijdkrachten ten gunste van deze Buitenlandse Strijdmacht die deelneemt aan NAVO-oefeningen of manoeuvres georganiseerd door de Belgische strijdkrachten in België wel geviseerd worden.

Er wordt opgemerkt dat het in België de douanediensten bij Shape zijn, die bevoegd zijn om certificaten 151 van de buitenlandse strijdkrachten te viseren.

De regels voor het gebruik van het certificaat van vrijstelling 151 voor buitenlandse strijdkrachten zijn uiteengezet in de omzendbrief van 11 juli 1997, nr. D.D. 108.641 (D.I. 517.20) betreffende het ‘Certificaat van vrijstelling van btw en accijnzen – Shape en Buitenlandse strijdkrachten’ gewijzigd door de omzendbrief van 30 juli 1999, nr. D.D. 205.466 (D.I. 517.20).

In België wordt vrijstelling om het genoemde certificaat vooraf te laten viseren nooit toegestaan met betrekking tot accijnsrechten.

d). Eenheden die zich verplaatsen

95. Eenheden die zich binnen België of in het kader van nationale defensie manoeuvres of oefeningen (buiten NAVO of GVDB) verplaatsen, moeten binnen België geen douaneaangifte Formulier 302 voorleggen voor:

a) hun materieel en producten van de Unie (in het verbruik gesteld met vrijstelling of inclusief belastingen) die organiek zijn voorzien in de dotatietabellen: bewapening - uitrusting - materieel - veldmaterieel (militaire zenders - ontvangers, culinair materiaal, kampmateriaal, enz.) - militaire muziekinstrumenten - schrijfmachines of rekenmachines, enz.;

Materieel voor alledaags civiel gebruik dat geen duidelijk militair karakter heeft (bv. radio- of televisietoestellen) kan vergezeld gaan van een bewijs van de Uniestatus ervan of van de aankoop ervan inclusief btw, dat wordt voorgelegd bij een eventuele douane- of belastingcontrole.

b) de Uniegoederen voor consumptie die nodig zijn voor de onmiddellijke behoeften van de eenheden die zich verplaatsen (met inbegrip van de operationele brandstofreserve).

Volledigheidshalve (tijdens een douanecontrole onderweg) moet de verantwoordelijke officier aan de douane een attest overhandigen waarop het volgende wordt vermeld:

“Ik ondergetekende ………………………………………………………………………………….. (naam, voornamen, graad, eenheid) verklaar dat alle passende maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat noch de eenheid noch haar leden goederen vervoeren die zijn onderworpen aan rechten en taksen.

Te ………………., op …………………. 20

(handtekening)”

Als voor dergelijke Uniegoederen geen douaneaangifte (of vergunning) moet worden voorgelegd aan de Belgische douane, belet niets de eenheid om het formulier 302 te gebruiken als militair vervoerdocument voor strikt intern gebruik voor de strijdkrachten. Dit formulier 302 wordt in dat geval niet gevalideerd door de douane, maar wordt bij vertrek en aankomst enkel door de betrokken militaire eenheden geviseerd.

Deze faciliteit ontslaat de eenheid niet van de verplichting om te voldoen aan de vereisten van andere wetgevingen die van toepassing zijn op de bewegingen en de goederen van militaire aard.

8. Opheffingen

96. Deze circulaire trekt de inleiding en de §§ 4, 5, 12, 13, 14, 15, 17 tot 28, 29/1 tot 29/5, 30, 33, 38, 40, 41 tot 46, 50 en 51 van de Instructie Belgische strijdkrachten – 1988 (D.I. 517.10) in; de inhoud van de andere paragrafen van deze Instructie

die nog steeds geldig is, is opgenomen in Hoofdstuk 4 van deze circulaire. De Instructie van 1988 wordt op die manier dus integraal vervangen door deze circulaire.

Worden eveneens opgeheven:

- de omzendbrief van 30 mei 1997 ‘Belgische strijdkrachten - Nieuw formulier 302’, nr. D.D. 98.884 (D.I. 517.21) betreffende het ‘Nieuw formulier 302’.

- de omzendbrief van 20 november 2003 nr. D.D. 237.581 (D.I. 517.10) betreffende de ’Toepasselijke douaneprocedures – Te gebruiken documenten en nieuw centralisatiekantoor voor formulieren 302’ en het addendum van 30 april 2004 (D.I. 252.711) en het supplement 1 van 23 september 2008 (D.D. 283.673).

9. Overzicht van de wijzigingen

97. De douaneformaliteiten voor militaire goederen zijn geüniformiseerd.

- Eén enkel douanedocument, het (NAVO- of EU-) formulier 302 waarvan de gegevens overal identiek zijn, maar waarvan de presentatie verschilt (meerdere modellen en formaten indien NAVO, één verplicht model van Bijlage 52-01 DWU-DA indien EU).

- Aantal en bestemmingen van de exemplaren gemeenschappelijk voor de Formulieren NAVO en de EU.

- Identieke regels voor gebruik tussen de EU en de NAVO: tijdelijke invoer, tijdelijke uitvoer, uitvoer, wederinvoer, wederuitvoer, doorvoer en in het vrije verkeer brengen zijn steeds toegestaan.

- Formulier 302 in papieren of gedigitaliseerde vorm (bv. papieren formulier verzonden in pdf-formaat), maar niet elektronisch tot de implementatie van een militair elektronisch Europees douanesysteem (NCTS of PLDA zijn uitgesloten omwille van beperkingen met betrekking tot de toegang tot militaire informatie).

98. In bijlage I bij deze circulaire staat een samenvattende tabel van de hiervoor uiteengezette procedures.

Voor de administrateur-generaal van de Douane en Accijnzen,


Jo LEMAIRE
Adviseur-generaal

Ref: D.I. 517.10/OEO/DD 016.219

BIJLAGEN

BIJLAGE I - Overzichtstabellen

1. Verkeer tussen de EU en derde landen

Niet-EU-goederen

EU-goederen (buiten militaire activiteiten)

EU-goederen

(militaire activiteiten)

Niet onderworpen aan accijnzen

rechten

Onder-worpen aan accijnzen

Rechten

Niet onderworpen aan accijnzen

rechten

Onder-

Worpen aan

accijnzen

rechten

Uit België

Douane

aangifte

302

EX/EU 1

(definitief)

EX/EU 2

(tijdelijk)

EX/EU 1

EX/EU 2

302

EX/EU 1

EX/EU 2

Vervoers

document

302 (1)

NCTS (2)

Nee

(302 (1) op verzoek door het leger)

302 (1)

NCTS (2)

e-AD voor uitvoer of

Geen e-AD indien reeds uitgeslagen tot verbruik

302

302 (1)

NCTS (2)

e-AD voor uitvoer of

Geen e-AD indien reeds uitgeslagen tot verbruik

Naar België

Douane

aangifte

302 (vrijgestelde invoer)

of IM 4 (Invoer met btw-betaling)

302 (wederinvoer)

302 (tijdelijke invoer)

IM 6

IM 6

302

302

Vervoers

document

302 (1)

NCTS (2)

302 (1)

NCTS (2)

302 (1)

NCTS (2)

e-AD opgericht door een geregistreerde afzender.

302

302 (1)

NCTS (2)

e-AD opgericht door een geregistreerde afzender.

2. Verkeer van goederen binnen de EU

Niet-EU-goederen (3)

EU-goederen

Alle belastingen inbegrepen

Vrijgesteld en

niet onderworpen aan accijnzenrechten

Vrijgesteld maar

onderworpen aan accijnzenrechten

Uit België

Douaneaangifte

302 (1)

NCTS (2)

Nee

Certificaat 15.10

Certificaat 15.10 voor het laatste vervoer

Vervoers

document

302 (1)

NCTS (2)

e-SAD voor accijnsgoederen

Nee

e-AD

302 (T2)

Naar België

Douaneaangifte

302 (1)

NCTS (2)

Nee

Certificaat 15.10

Certificaat 15.10 voor het laatste vervoer

Vervoers

document

302 (1)

NCTS (2)

e-SAD voor accijnzengoederen

Nee

e-AD

302 (T2) en ander document indien vereist door de Staat van vertrek

___

(1) Indien het vervoer wordt uitgevoerd door militairen zelfs of door een civiele vervoerder op rekeinging van de strijdkrachten.

(2) Indien het vervoer wordt uitgevoerd door een civiel bedrijf zonder mandaat van de strijdkrachten en met uitzondering van militaire activiteiten (voorheen bekend als T1- aangifte voor douanevervoer).

(3) Op bestemming zijn de regels van tabel I van toepassing op het einde van deze doorvoer binnen de EU.

BIJLAGE II – NAVO ZENDINGSBEVEL

BIJLAGE III DOUANEVERKLARING voor pakketten vervoerd door de officiële koerier

BIJLAGE IV EU Formulier 302

Annexe 52-01 DA : Formulaire UE 302

(1) Le formulaire UE 302 doit être conforme au modèle figurant dans la présente annexe.

(2) Le formulaire UE 302 est établi en anglais ou en français.

(3) S’il est rempli à la main, il doit être parfaitement lisible.

(4) Chaque formulaire UE 302 est revêtu d’un numéro de série, imprimé ou non, destiné à l’individualiser.

Annex 52-01 UCC-DA : EU Form 302

(1) The EU form 302 must conform to the specimen set out in this Annex.

(2) The EU form 302 shall be made out in English or French.

(3) If completed by hand, entries must be clearly readable.

(4) Each EU form 302 shall bear a serial number, printed or otherwise, by which it can be identified

EU FORM 302/FORMULAIRE UE 302

Document for customs purposes for goods used for military activity only and not for commercial gain.

Document à usage douanier relatif à des marchandises utilisées exclusivement pour des activités militaires et sans intention commerciale

Copy n°:

Exemplaire n°:

Serial N°

Numéro

Mission/Exercise/Transport :

Mission/Exercice/Transport :

Mode of transport :

Mode de transport :

Temporary Admission (yes/no):

Admission temporaire (oui/non):

Name and address of transporter:

Nom et adresse du transporteur :

Name and address of consignor:

Nom et adresse de l’expéditeur :

Name and address of consignee:

Nom et adresse du destinataire :

Final destination/Destination finale:

Sealed/not sealed (*): when sealed: seal numbers, quantity and sealing authority will be show below.

Scellé/sans scellé (*) : si l’envoi a été scellé, indiquer ci-dessous l’espèce, le numéro et le nombre des scellés et l’autorité qui les a apposés.

Remarks: See attached shipping documents

Observations : Voir documents d’expédition en annexe

Seal numbers

Numéros des scellés

(Stamp/Cachet)

I (name in full) certify that the shipment described herein is transported under the authority of the military and contains only goods for their use without any commercial intent.

Je (nom et prénom) certifie que l’envoi décrit ci-dessus est transporté avec l’autorisation des forces militaires et contient uniquement des marchandises destinées à leur usage et sans intention commerciale.

Signature............ Rank and unit-address/Grade et adresse de l’unité : …….

Date :

______________________________________________________________

Certificate of receipt/Certificat de réception

I (name in full) certify that the goods listed above have been received as described.

Je (nom et prénom) certifie que les marchandises indiquées ci-dessus ont été reçues et sont conformes.

Signature............ Rank and unit-address/Grade et adresse de l’unité : …….

Date :

______________________________________________________________

This is an accountable document which constitutes both an official certificate of import/export autorisation and a customs declaration/Ce document est un document officiel engageant votre responsabilité, servant à la fois de licence d’importation et d’exportation ainsi que de déclaration en douane.

For instructions for use of this document see overleaf/Voir au verso les instructions pour l’utilisation de ce document.

Delete where inapplicable/Biffer la mention inutile.

EU FORM 302/FORMULAIRE UE 302

I undertake

1. to present this import/export notification to the appropriate customs authorities together with such goods as have not been accepted by the EU forces entity led to receive goods.

2. not to hand such goods to any third party or parties without due observance of the current customs and other requisition of the land which delivery of the goods has been refused.

3. to present my credentials to the customs authorities on demand.

4. This form is not to be used for commercial intent (i.e. the buying or selling of products).

Je m’engage

1. à présenter aux autorités douanières compétentes cette déclaration d’importation/d’exportation, avec les marchandises qui ne seraient pas acceptées par l’unité des Forces UE.

2. à ne céder ces marchandises à de tierces personnes sans accomplir les formalités douanières et autres prévues par la réglementation en vigueur dans le pays où les marchandises ont été refusées.

3. à présenter mes papiers d’identité sur demande aux autorités douanières.

4. Ce formulaire ne peut pas être utilisé à des fins commerciales (par exemple, pour acheter ou vendre des marchandises).

Signature, name and address of person presenting the goods to customs

Signature, nom et adresse de la personne qui présente les marchandises à la douane

==============================================================

Goods presented to customs authorities (on/at place)

Marchandises présentées aux autorités douanières (date et lieu)

FOR CUSTOMS ONLY/PARTIE RÉSERVÉE À LA DOUANE

Country

Pays

Customs Office

Bureau de douanes

Date of crossing

Date du passage

Signature of customs

officer and remarks

Signature du douanier

et obs

Official customs stamp

Cachet de la douane

Exit Sortie

Entry Entrée

Exit Sortie

Entry Entrée

INSTRUCTIONS FOR THE CONSIGNOR/INSTRUCTION POUR L’EXPÉDITEUR

THE CONSIGNOR will present all copies of the shipment to the transporter. Tampering with the forms by means of erasures of addition there to by the consignor and/or the transporter of their employees will void this declaration.

L’EXPÉDITEUR doit remettre tous les exemplaires au transporteur en même temps que l’envoi. L’altération des documents (suppressions ou additions) par l’expéditeur, le transporteur ou leurs employés entraîne automatiquement la nullité de cette déclaration.

DISTRIBUTION OF COPIES

Copy n° 1

Will be handed over to the consignee together with the shipment by the transporter after customs officials have processed and stamped this copy.

Copy n° 2

Should be returned by recipient to the despatching agency together with an acknowledgment of receipt.

Copy n° 3

Is intended for processing and retention by customs officials of origin.

Copy n° 4

Is intended for retention by customs officials of destination. For transit purposes further copies as necessary, to be marked 4a, 4b, etc. are intended for retention by customs officials of transit countries concerned.

Copy no 5

Is intended for retention by the issuing organisation.

DESTINATION DES EXEMPLAIRES

Exemplaire n° 1

Doit être remis au destinataire avec les marchandises, par le transporteur après avoir été complété et visé par les autorités douanières

Exemplaire n° 2

Doit être renvoyé par le destinataire au service d’expédition avec un accusé de réception.

Exemplaire n° 3

Destiné au service des douanes du pays d’expédition qui le complète et le conserve dans ses archives.

Exemplaire n° 4

Destiné au service des douanes du pays destinataire pour le conserver dans ses archives. En cas de transit, seront établis des exemplaires supplémentaires numérotés 4a, 4b, etc. destinés aux services des douanes des pays de transit concernés pour y être conservés.

Exemplaire n° 5

Destiné à l’unité militaire qui a établi ce document pour le conserver dans ses archives.

BIJLAGE V – NAVO Formulier 302

Formulaire 302 OTAN

(1) Le formulaire OTAN 302 doit être conforme au modèle figurant dans la présente annexe.

(2) Le formulaire OTAN 302 est établi en anglais ou en français.

(3) S’il est rempli à la main, il doit être parfaitement lisible.

(4) Chaque formulaire OTAN 302 est revêtu d’un numéro de série, imprimé ou non, destiné à l’individualiser.

NATO Form 302

(1) The NATO form 302 must conform to the specimen set out in this Annex.

(2) The NATO form 302 shall be made out in English or French.

(3) If completed by hand, entries must be clearly readable.

(4) Each NATO form 302 shall bear a serial number, printed or otherwise, by which it can be identified

NATO FORM 302/FORMULAIRE 302 OTAN

Document for customs purposes for goods used for military activity only and not for commercial gain.

Document à usage douanier relatif à des marchandises utilisées exclusivement pour des activités militaires et sans intention commerciale

Copy n°:

Exemplaire n°:

Serial N°

Numéro

Mission/Exercise/Transport :

Mission/Exercice/Transport :

Mode of transport :

Mode de transport :

Name and address of transporter:

Nom et adresse du transporteur :

Name and address of consignor:

Nom et adresse de l’expéditeur :

Name and address of consignee:

Nom et adresse du destinataire :

Final destination/Destination finale:

Sealed/not sealed (*): when sealed: seal numbers, quantity and sealing authority will be show below.

Scellé/sans scellé (*) : si l’envoi a été scellé, indiquer ci-dessous l’espèce, le numéro et le nombre des scellés et l’autorité qui les a apposés.

Remarks: See attached shipping documents

Observations : Voir documents d’expédition en annexe

Seal numbers

Numéros des scellés

(Stamp/Cachet)

I (name in full) certify that the shipment described herein is transported under the authority of the military and contains only goods for their use without any commercial intent.

Je (nom et prénom) certifie que l’envoi décrit ci-dessus est transporté avec l’autorisation des forces militaires et contient uniquement des marchandises destinées à leur usage et sans intention commerciale.

Signature............ Rank and unit-address/Grade et adresse de l’unité : …….

Date :

______________________________________________________________

Certificate of receipt/Certificat de réception

I (name in full) certify that the goods listed above have been received as described.

Je (nom et prénom) certifie que les marchandises indiquées ci-dessus ont été reçues et sont conformes.

Signature............ Rank and unit-address/Grade et adresse de l’unité : …….

Date :

______________________________________________________________

This is an accountable document which constitutes both an official certificate of import/export autorisation and a customs declaration/Ce document est un document officiel engageant votre responsabilité, servant à la fois de licence d’importation et d’exportation ainsi que de déclaration en douane.

For instructions for use of this document see overleaf/Voir au verso les instructions pour l’utilisation de ce document.

Delete where inapplicable/Biffer la mention inutile.

NATOFORM 302/FORMULAIRE 302 OTAN

I undertake

1. to present this import/export notification to the appropriate customs authorities together with such goods as have not been accepted by the NATO forces entity led to receive goods.

2. not to hand such goods to any third party or parties without due observance of the current customs and other requisition of the land which delivery of the goods has been refused.

3. to present my credentials to the customs authorities on demand.

4. This form is not to be used for commercial intent (i.e. the buying or selling of products).

Je m’engage

1. à présenter aux autorités douanières compétentes cette déclaration d’importation/d’exportation, avec les marchandises qui ne seraient pas acceptées par l’unité des Forces OTAN.

2. à ne céder ces marchandises à de tierces personnes sans accomplir les formalités douanières et autres prévues par la réglementation en vigueur dans le pays où les marchandises ont été refusées.

3. à présenter mes papiers d’identité sur demande aux autorités douanières.

4. Ce formulaire ne peut pas être utilisé à des fins commerciales (par exemple, pour acheter ou vendre des marchandises).

Signature, name and address of person presenting the goods to customs

Signature, nom et adresse de la personne qui présente les marchandises à la douane

==============================================================

Goods presented to customs authorities (on/at place)

Marchandises présentées aux autorités douanières (date et lieu)

FOR CUSTOMS ONLY/PARTIE RÉSERVÉE À LA DOUANE

Country

Pays

Customs Office

Bureau de douanes

Date of crossing

Date du passage

Signature of customs

officer and remarks

Signature du douanier

et obs

Official customs stamp

Cachet de la douane

Exit Sortie

Entry Entrée

Exit Sortie

Entry Entrée

INSTRUCTIONS FOR THE CONSIGNOR/INSTRUCTION POUR L’EXPÉDITEUR

THE CONSIGNOR will present all copies of the shipment to the transporter. Tampering with the forms by means of erasures of addition there to by the consignor and/or the transporter of their employees will void this declaration.

L’EXPÉDITEUR doit remettre tous les exemplaires au transporteur en même temps que l’envoi. L’altération des documents (suppressions ou additions) par l’expéditeur, le transporteur ou leurs employés entraîne automatiquement la nullité de cette déclaration.

DISTRIBUTION OF COPIES

Copy n° 1

Will be handed over to the consignee together with the shipment by the transporter after customs officials have processed and stamped this copy.

Copy n° 2

Should be returned by recipient to the despatching agency together with an acknowledgment of receipt.

Copy n° 3

Is intended for processing and retention by customs officials of origin.

Copy n° 4

Is intended for retention by customs officials of destination. For transit purposes further copies as necessary, to be marked 4a, 4b, etc. are intended for retention by customs officials of transit countries concerned.

Copy no 5

Is intended for retention by the issuing organisation.

DESTINATION DES EXEMPLAIRES

Exemplaire n° 1

Doit être remis au destinataire avec les marchandises, par le transporteur après avoir été complété et visé par les autorités douanières

Exemplaire n° 2

Doit être renvoyé par le destinataire au service d’expédition avec un accusé de réception.

Exemplaire n° 3

Destiné au service des douanes du pays d’expédition qui le complète et le conserve dans ses archives.

Exemplaire n° 4

Destiné au service des douanes du pays destinataire pour le conserver dans ses archives. En cas de transit, seront établis des exemplaires supplémentaires numérotés 4a, 4b, etc. destinés aux services des douanes des pays de transit concernés pour y être conservés.

Exemplaire n° 5

Destiné à l’unité militaire qui a établi ce document pour le conserver dans ses archives.


[1] Vier lidstaten van de EU zijn geen lid van de NAVO: Oostenrijk, Cyprus, Ierland en Malta (Finland (in 2023) en Zweden (in 2024) zijn inmiddels volwaardig lid van de NAVO geworden). Dit belet hen niet om partnerstaten te zijn van de NAVO en dus voor bepaalde douaneprocedures te worden gelijkgesteld met NAVO-leden.