Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 28e afl. dd. 10.08.1992
CIRC 10.08.92/1
Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 28e afl. dd. 10.08.1992
Bull. nr. 720, pag. 2566
AANDELENOPTIE
Verkrijging van eigen aandelen
FISCALE BEPALINGEN 1989
Verdeling van het maatschappelijk vermogen
Verkrijging van eigen aandelen
ROERENDE VOORHEFFING
Vrijstelling
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Grondslag
Verdeling van het maatschappelijk vermogen
Verkrijging van eigen aandelen
VERDELING VAN HET MAATSCHAPPELIJK VERMOGEN
Gedeeltelijke verdeling
Uitgekeerde winst
VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN
Aandelenoptie
Uitgekeerde winst
Commentaar op de art. 269, 270, 284, 1° en 2°, en 296, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen en op art. 3, I, 1°, en J, W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.7.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen.
VERKRIJGING DOOR EEN VENNOOTSCHAP VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN GEDEELTELIJK
VERDELING VAN HET MAATSCHAPPELIJK VERMOGEN VAN EEN VENNOOTSCHAP
Inhoudstabel Nrs. I. WETTEKSTEN II/101 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE II/102-II/104 III. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN A. ALGEMENE REGEL II/105-II/106 B. VERKRIJGINGEN OVEREENKOMSTIG DE GECOORDINEERDE WETTEN OP DE HANDELSVENNOOTSCHAPPEN (S.W.H.V.) 1. Bepalingen van de S.W.H.V. II/107 2. Fiscale regels II/108-II/109 C. WEERSLAG OP HET KAPITAAL II/110-II/111 D. ROERENDE VOORHEFFING II/112-II/114 E. WEERSLAG OP DE BELASTBARE WINST II/115-II/116 F. VOORBEELD II/117-II/221 G. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN MET HET OOG OP DE UITKERING ERVAN AAN HET PERSONEEL II/122-II/223 H. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN ONDER ALGEMENE TITEL II/124-II/125 IV. GEDEELTELIJKE VERDELING VAN HET MAATSCHAPPELIJK VERMOGEN VAN EEN VENNOOTSCHAP A. PRINCIPES II/126-II/128 B. VOORBEELDEN II/129-II/130 V. INWERKINGTREDING II/131 I. WETTEKSTEN
II/101
De art. 269 en 270, W. 22.12.1989 hebben de volgende teksten in het WIB ingelast :
Onderafdeling IV. - Verkrijging van eigen aandelen of delen - Gedeeltelijke verdeling van vermogen.
art. 103. - § 1. wanneer een vennootschap op enige wijze eigen aandelen of delen verkrijgt, wordt als een uitgekeerde winst aangemerkt als bedoeld in de artikelen 98 of 100 het verschil in meer tussen de verkrijgingsprijs of, bij ontstentenis daarvan, de waarde van die aandelen of delen, en het gedeelte van het nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal dat door de verkregen aandelen of delen wordt vertegenwoordigd, waarbij dat gedeelte vooraf wordt gerevaloriseerd overeenkomstig artikel 119.
In de gevallen waarin, voor de ontbinding of invereffeningstelling van de vennootschap, de aandelen of delen worden verkregen onder de voorwaarden opgenomen in gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, is het eerste lid slechts van toepassing wanneer :
a) op de verkregen aandelen of delen waardeverminderingen worden geboekt;
b) de aandelen of delen worden vervreemd;
c) de aandelen of delen worden vernietigd of rechtens van onwaarde worden;
d) en uiterlijk bij de ontbinding of de invereffeningstelling van de vennootschap.
In de gevallen bedoeld in het tweede lid, a, is het eerste lid enkel van toepassing tot beloop van de geboekte waardeverminderingen.
In de gevallen bedoeld in het tweede lid, b, is het eerste lid enkel van toepassing tot het beloop van het verschil in min tussen de verkoopprijs en de verkrijgingsprijs of de waarde, bedoeld in dat eerste lid.
In de gevallen bedoeld in het tweede lid, b, c, en d, wordt de winst in voorkomend geval verminderd met de in a van dat lid bedoelde reeds belaste waardeverminderingen.
§ 2. Wanneer het maatschappelijk vermogen van een vennootschap gedeeltelijk wordt verdeeld ten gevolge van overlijden, uittreding of uitsluiting van een vennoot wordt als een uitgekeerde winst aangemerkt als bedoeld in de artikelen 98 of 100, het verschil in meer tussen de uitkeringen of toekenningen in geld, in effecten of in enige andere vorm aan de belanghebbende of zijn rechthebbenden en zijn aandeel in het nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal, eventueel gerevaloriseerd overeenkomstig artikel 119.
§ 3. In geval van toepassing van de §§ 1 of 2 blijven d e opnemingen van winsten van het boekjaar of van gereserveerde winsten die reeds aan de vennootschapsbelasting werden onderworpen, zonder invloed op de vaststelling van de ten name van de vennootschap belastbare winst tot beloop van de in artikel 122, 2°, bedoelde vermindering van werkelijk gestort kapitaal die geen aanleiding heeft gegeven tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal.
Art. 284, 1° en 2°, W. 22.12.1989 heeft bovendien art. 122, WIB, als volgt aangepast :
.....
2* wordt, in de in artikel 103 bedoelde gevallen, het nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal verminderd met het gedeelte ervan dat door de verkregen aandelen wordt vertegenwoordigd of met het aandeel van de overleden, uitgetreden of uitgesloten vennoot in dat kapitaal;
.....
Art. 3, I, 1°, W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.07.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen (V.2143 - B.712, afgekort : W. 23.10.1991), heeft art. 169, 1e lid, 2°, WIB, opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
De roerende voorheffing is niet verschuldigd op het gedeelte van de inkomsten uit aandelen of delen of uit belegde kapitalen, met inbegrip van die welke bedoeld zijn in de artikelen 12, § 1, 3°, en 15, lid 2 :
.....
2° dat overeenstemt met de uitgekeerde winst bedoeld in de artikelen 103 en 118;
.....
Art. 296, W. 22.12.1989, had art. 171, WIB, aangevuld met een zesde lid, dat evenwel door art. 3, J, W. 23;10.1991 werd opgeheven. Dat art. 171, zesde lid, luidde als volgt :
De in artikel 103, § 1, bedoelde inkomsten worden, voor de toepassing van de roerende voorheffing, geacht te zijn toegekend op het ogenblik dat ze op grond van die bepaling belastbaar worden in de vennootschapsbelasting.
Al de voormelde bepalingen - met inbegrip van de opheffing van het zesde lid van art. 171, WIB, - zijn van toepassing op de verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsgrijpen.
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
II/102
Voorheen werd, wanneer een vennootschap op aandelen eigen aandelen inkocht, een bijzondere aanslag gevestigd - tegen het tarief van 43 % - op het verschil in meer tussen de inkoopprijs en het eventueel gerevaloriseerde nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal dat door de ingekochte aandelen was vertegenwoordigd;
Bovendien werd, wanneer een personenvennootschap, ingevolge het overlijden, de uitsluiting of het ontslag van een vennoot, overging tot een gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen, eveneens een bijzondere aanslag gevestigd op het verschil in meer tussen de aan de vennoot (of zijn rechthebbenden) uitgekeerde bedragen en zijn aandeel in het eventueel gerevaloriseerde nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal. Het gedeelte van dat verschil dat overeenstemde met het bedrag van de vroeger gereserveerde winsten werd belast tegen het tarief van 43 % en het overige gedeelte werd onderworpen aan het tarief van 21,5 %.
II/103
In het nieuwe stelsel worden de voormelde verschillen als uitgekeerde winst (dividend of inkomen van belegd kapitaal) aangemerkt, maar dan enkel - wat de verkrijging van eigen aandelen overeenkomstig de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen (S.W.h.V.) betreft - op het ogenblik en in de mate dat kan geacht worden dat een gedeelte van het vermogen van de vennootschap is verdwenen. Op deze uitgekeerde winst is geen roerende voorheffing verschuldigd.
Dit nieuwe stelsel, dat van toepassing is op verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsgrijpen, is vervat in de art. 103, 122, 2° en 169, 1e lid, 2°, WIB, die de vroegere art. 116, 117, 120, 121 en 122, 2°, WIB vervangen (1).
(1) Enerzijds hebben de nieuwe art. 116 en 117, WIB, zoals vervangen door de art. 281 en 282, W. 22.12.1989, geen betrekking meer op de hier behandelde materie, en anderzijds werden de art. 120 en 121, WIB, opgeheven door art. 309, 14° en 15°, W. 22.12.1989.
II/104
Andere wijzigingen die de W. 22.12.1989 aan het WIB heeft aangebracht en die o.m. het gevolg zijn van dit nieuwe concept, vindt men in de volgende artikelen (2) :
(2) Indien nodig wordt op deze wijzigingen verder commentaar verstrekt in afzonderlijke afleveringen.
III. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN
A. ALGEMENE REGEL
II/105
Art. 103, § 1, 1e lid, WIB, stelt als principe dat wanneer een vennootschap op enige wijze eigen aandelen of delen verkrijgt, het verschil in meer tussen :
op het ogenblik van de verkrijging wordt aangemerkt als een uitgekeerde winst.
Overeenkomstig art. 169, 1e lid, 2°, WIB, is op die uitgekeerde winst geen R.V. verschuldigd.
II/106
In tegenstelling met wat het geval was voor de vroegere bijzondere aanslag, is het nieuwe stelsel van toepassing :
Voor het overige gebeurt de berekening van de uitgekeerde winst in de regel op dezelfde wijze als die van de grondslag van de vroegere bijzondere aanslag, zodat kan worden verwezen naar de bestaande commentaar wat betreft het kapitaal dat door de eigen aandelen wordt vertegenwoordigd (zie Com.I.B. 116/10 en 11 en 118/13 tot 24) en de eventuele revalorisatie van dat kapitaal (zie Com.I.B. 118/31 e.v.).
Tenslotte weze vermeld dat :
B. VERKRIJGINGEN OVEREENKOMSTIG DE GECOORDINEERDE WETTEN OP DE HANDELSVENNOOTSCHAPPEN (S.W.H.V.)
1. Bepalingen van de S.W.H.V.
II/107
Art. 52bis (1), S.W.H.V., dat van toepassing is op de N.V. (en, op grond van art. 107, S.W.H.V., eveneens op de C.V.A.), luidt als volgt : (1) Zoals laatst gewijzigd door de art. 7 tot 9, W.18.07.1991 tot wijziging van de wetten betreffende de handelsvennootschappen gecoördineerd op 30.11.1935 in het kader van een doorzichtige organisatie van de markt van de ondernemingen en van de openbare overnameaanbiedingen (B.S. 26.07.1991 -V.2163).
"Art. 52bis
§ 1. Een naamloze vennootschap kan haar eigen aandelen of winstbewijzen slechts verkrijgen door aankoop of ruil, rechtstreeks of door een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap, na een besluit van een algemene vergadering genomen met inachtneming van de in artikel 70bis bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid.
De algemene vergadering of de statuten bepalen inzonderheid het maximum aantal te verkrijgen aandelen of winstbewijzen, de duur waarvoor de bevoegdheid wordt toegekend en die achttien maanden niet mag te boven gaan, alsook de minimum en maximumwaarde van de vergoeding.
De statuten kunnen evenwel bepalen dat geen besluit van de algemene vergadering is vereist wanneer de verkrijging van eigen aandelen of winstbewijzen noodzakelijk is om te voorkomen dat de vennootschap een ernstig en dringend nadeel zou lijden.
In dat geval moet de eerstvolgende algemene vergadering door de raad van bestuur ingelicht worden over de redenen en het doel van de verkrijgingen, het aantal en de nominale waarde of, bij gebreke ervan, de fractiewaarde van de verkregen effecten, het aandeel van het geplaatste kapitaal dat zij vertegenwoordigen en hun vergoeding.
De in het vorige lid bedoelde mogelijkheid is slechts drie jaar geldig, te rekenen van de bekendmaking van de oprichtingsakte of van de wijziging van de statuten; zij kan door de algemene vergadering voor dezelfde termijnen worden verlengd met inachtneming van de in artikel 70bis bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid.
De besluiten van de algemene vergadering op grond van het eerste en vierde lid worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 10.
Wanneer de vennootschap haar eigen aandelen of winstbewijzen verkrijgt met het oog deze aan te bieden aan haar personeel, is geen besluit van de algemene vergadering vereist;
De verkrijging kan slechts onder de volgende voorwaarden geschieden :
1° de nominale waarde of, bij gebreke ervan, de fractie waarde van de verkregen aandelen of winstbewijzen, met inbegrip van die welke de vennootschap eerder heeft verkregen en die zij in portefeuille houdt, alsook van die verkregen door een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van deze vennootschap, mag niet hoger zijn dan tien percent van het geplaatste kapitaal;
2° de verkrijging van aandelen en winstbewijzen is slechts toegestaan voor zover het bedrag uitgetrokken voor die verkrijgingen overeenkomstig artikel 77bis voor uitkering vatbaar is;
3° de verrichting kan slechts betrekking hebben op volgestorte aandelen;
4° het voorstel tot verkrijging van den aandelen of winstbewijzen moet ten aanzien van alle aandeelhouders en, in voorkomend geval, ten aanzien van de houders van winstbewijzen, onder dezelfde voorwaarden geschieden, behalve indien eenparig tot de verkrijging besloten is door een algemene vergadering waarop alle aandeelhouders aanwezig of vertegenwoordigd waren, en onder de voorwaarden die eenparig door die vergadering zijn vastgelegd.
De vennootschappen waarvan de aandelen zijn opgenomen in de officiële notering van een effectenbeurs gelegen in een Lidstaat van de Europese Gemeenschap, kunnen hun eigen aandelen ter beurze opkopen zonder dat er een aanbod tot verkrijging moet worden gedaan aan de aandeelhouders.
De aandelen of winstbewijzen die met overtreding van deze paragraaf verkregen zijn, zijn van rechtswege nietig. De raad van bestuur vernietigt de effecten die krachtens deze bepaling nietig zijn en legt de lijst ervan neer op de griffie van de Rechtbank van Koophandel.
§ 2. Zolang de aandelen en winstbewijzen opgenomen zijn onder de activa van de balans, moet een onbeschikbare reserve worden gevormd, gelijk aan de waarde waarvoor de verkregen aandelen en winstbewijzen in de inventaris zijn ingeschreven.
§ 3. De vennootschap kan de aldus verkregen aandelen of winstbewijzen vervreemden op grond van een besluit van een algemene vergadering genomen met inachtneming van de in artikel 70bis bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid en op de door die vergadering vastgestelde voorwaarden.
De aandelen of winstbewijzen die krachtens § 1, zevende lid, zijn verkregen, moeten aan het personeel worden aangeboden binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen van de verkrijging van de effecten.
Zolang die aandelen of winstbewijzen tot het vermogen van de vennootschap behoren, worden de daaraan verbonden stemrechten geschorst.
Indien de raad besluit het recht op dividenden te schorsen en die effecten tot het vermogen van de vennootschap blijven behoren, blijven de dividendbewijzen eraan gehecht; in dat geval wordt de uitkeerbare winst verminderd, rekening houdend met het aantal in bezit gehouden effecten, en worden de bedragen die uitgekeerd hadden moeten worden, in bewaring gehouden tot de verkoop van de effecten, het dividendbewijs inbegrepen. Het is de vennootschap ook toegestaan de uitkeerbare winst onverkort uit te delen ten behoeven van de effecten waarvan de rechten niet zijn geschorst. In dit laatste geval worden de dividendbewijzen van de in bezit gehouden effecten vernietigd.
§ 4. § 1 is niet van toepassing :
1. op aandelen verkregen met het oog op hun onmiddellijke vernietiging ter uitvoering van een besluit van de algemene vergadering tot kapitaalvermindering overeenkomstig artikel 72;
2. op aandelen en winstbewijzen die op de vennootschap overgaan onder algemene titel;
3. op volgestorte aandelen en op winstbewijzen verkregen bij een verkoop die overeenkomstig de artikelen 1494 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek plaatsvindt ter voldoening van een schuld van de eigenaar van die aandelen aan de vennootschap.
Aandelen die verkregen zijn in de gevallen bedoeld in 2° en 3°, moeten binnen een termijn van 12 maanden te rekenen van hun verkrijging worden vervreemd ten belope van het aantal aandelen dat nodig is opdat de nominale waarde of, bij gebreke hiervan, de fractiewaarde van de verkregen aandelen, met inbegrip van de aandelen die de vennootschap kan hebben verkregen door een persoon die in eigen naam, maar voor rekening van de vennootschap handelt niet meer dan 10 % van het bij het verstrijken van die termijn van 12 maanden geplaatste kapitaal bedraagt.
Aandelen die krachtens het tweede lid moesten worden vervreemd en die niet vervreemd zijn binnen de gestelde termijn zijn rechtens van onwaarde. De raad van bestuur vernietigt de effecten die krachtens deze bepaling van onwaarde zijn en legt de lijst ervan neer op de griffie van de Rechtbank van Koophandel.
§ 5. Wanneer een vennootschap om niet eigenaar wordt van eigen aandelen of winstbewijzen, zijn die effecten rechtens van onwaarde. De raad van bestuur vernietigt de effecten die krachtens deze bepaling van onwaarde zijn en legt de lijst ervan neer op de griffie van de rechtbank van koophandel.
§ 6. In geval van intrekking van aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, wordt de in § 2 bedoelde onbeschikbare reserve opgeheven. Indien, met overtreding van § 2, geen onbeschikbare reserve is aangelegd, moeten de beschikbare reserves ten belope van dat bedrag worden verminderd en, bij gebreke van dergelijke reserves, wordt het kapitaal verminderd door de algemene vergadering die uiterlijk voor de afsluiting van het lopende boekjaar wordt bijeengeroepen.
§ 7. De vennootschappen waarvan de effecten met stemrecht geheel of gedeeltelijk zijn opgenomen in de officiële notering van een effectenbeurs gelegen in een Lidstaat van de Europese Gemeenschap, moeten de Commissie voor het Bank- en Financiewezen kennis geven van de verrichtingen die zij met toepassing van § 1 overwegen.
De Commissie voor het Bank- en Financiewezen gaat na of de verrichtingen tot wederinkoop in overeenstemming zijn met het besluit van de algemene vergadering; indien zij van oordeel is dat zij niet in overeenstemming zijn, maakt zij haar advies openbaar."
Art. 128bis, S.W.H;V., dat van toepassing is op de B.V.B.A., luidt als volgt :
"Art; 128bis. § 1. Niettegenstaande andersluidende bepalingen in de statuten, mag de vennootschap, hetzij zelf, hetzij door personen die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelen, door inkoop of ruiling geen eigen aandelen verkrijgen dan op grond van een besluit van de algemene vergadering van de vennoten.
Behoudens strengere bepalingen in de statuten is het besluit van de algemene vergadering alleen dan aangenomen wanneer het de instemming verkrijgt van ten miste de helft van de vennoten die ten minste drie vierden van het kapitaal bezitten, na aftrek van de rechten waarvan de verwerving wordt voorgesteld.
De algemene vergadering bepaalt met name het maximum aantal te verkrijgen aandelen, de duur waarvoor de toestemming tot verkrijging is verleend, welke achttien maanden niet te boven mag gaan, alsmede de minimum- en maximumwaarde van de vergoeding.
De verkrijging kan enkel plaatsvinden indien de volgende voorwaarden zijn in acht genomen :
1° de nominale waarde van de verkregen aandelen, met inbegrip van die welke de vennootschap eerder heeft verkregen en in portefeuille houdt, alsmede van die welke zijn verkregen door een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelt, mag niet meer dan 10 % van het geplaatste kapitaal bedragen;
2° de verkrijging van aandelen kan slechts geschieden voor zover de voor die verkrijging bestemde bedragen overeenkomstig artikel 77bis uitgekeerd kunnen worden;
3° alleen volgestorte aandelen komen voor verkrijging door de vennootschap in aanmerking;
4° het aanbod tot verkrijging van de aandelen moet onder dezelfde voorwaarden worden gedaan aan alle vennoten, tenzij dat tot de verkrijging eenparig is besloten door een algemene vergadering waarop alle vennoten aanwezig of vertegenwoordigd waren en onder de door die vergadering eenparig vastgestelde voorwaarden.
Aandelen die in strijd met het voorschrift van deze paragraaf zijn verkregen, zijn rechtens van onwaarde. Het college van zaakvoerders of de zaakvoerder, indien er slechts één is, maakt van deze nietigheid uitdrukkelijk melding in het register van vennoten.
§ 2. Zolang de verkregen aandelen opgenomen zijn in het actief van de balans, moet een onbeschikbare reserve worden gevormd, gelijk aan de waarde waarvoor de aandelen in de inventaris zijn ingeschreven.
§ 3. De vennootschap moet de aldus verkregen aandelen binnen twee jaar na de verkrijging vervreemden op grond van een besluit van een algemene vergadering die beslist met inachtneming van de in § 1 bepaalde voorschriften. De vervreemding heeft plaats op de door diezelfde vergadering bepaalde wijze.
De aandelen die niet binnen de hierboven gestelde termijn zijn vervreemd, zijn rechtens van onwaarde. Het college van zaakvoerders of de zaakvoerder, indien er slechts één is, maakt van deze nietigheid uitdrukkelijk melding in het register van vennoten.
De aan deze aandelen verbonden rechten blijven geschorst totdat ze vervreemd zijn of rechtens van onwaarde zijn.
Zolang deze aandelen tot het vermogen van de vennootschap behoren, deelt deze de uitkeerbare winst onverkort uit ten behoeve van de aandelen waarvan de rechten niet zijn geschorst.
§ 4. De §§ 1 en 3, eerste lid, zijn niet van toepassing :
1° op aandelen verkregen met het oog op hun onmiddellijke vernietiging ter uitvoering van een besluit van de algemene vergadering tot kapitaalvermindering overeenkomstig artikel 122ter;
2° op aandelen die op de vennootschap overgaan onder algemene titel;
3° op volgestorte aandelen verkregen bij een verkoop die overeenkomstig artikel 1494 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek plaatsvindt ter voldoening van een schuld van de eigenaar van die aandelen aan de vennootschap.
Aandelen die verkregen zijn in de gevallen bedoeld in 2° en 3°, moeten binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen van hun verkrijging worden vervreemd ten belope van het aantal aandelen dat nodig is opdat de nominale waarde van de verkregen aandelen, met inbegrip van den aandelen die de vennootschap kan hebben verkregen door een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelt, niet meer dan 10 % van het bij het verstrijken van die termijn van 12 maanden geplaatste kapitaal bedraagt.
Aandelen die krachtens het tweede lid moesten worden vervreemd en die niet vervreemd zijn binnen de gestelde termijn, zijn rechtens van onwaarde. Het college van zaakvoerders of de zaakvoerder, indien er slechts één is, maakt van deze nietigheid uitdrukkelijk melding in het register van vennoten.
§ 5. Wanneer een vennootschap om niet eigenaar wordt van eigen aandelen, zijn die aandelen rechtens van onwaarde. Het college van zaakvoerders of de zaakvoerder, indien er slechts één is, maakt van deze nietigheid uitdrukkelijk melding in het register van vennoten.
§ 6. In geval van intrekking van aandelen wordt de in paragraaf 2 bedoelde onbeschikbare reserve afgeschaft. Indien met overtreding van paragraaf 2, geen onbeschikbare reserve was aangelegd, moeten de beschikbare reserves ten belope van dat bedrag worden verminderd en, bij gebreke van dergelijke reserves, wordt het kapitaal verminderd door de algemene vergadering die uiterlijk voor de sluiting van het boekjaar wordt bijeengeroepen."
2. Fiscale regels
II/108
Art. 103, § 1, 2e lid, WIB, bepaalt dat, wanneer een vennootschap, voor haar ontbinding of invereffeningstelling, eigen aandelen of delen verkrijgt onder de voorwaarden van de S.W.H.V., en uit hoofde van die verkrijging en in afwijking van de hiervoor besproken algemene regel slechts een uitgekeerde winst in aanmerking wordt genomen op het ogenblik dat :
a) op de verkregen eigen aandelen of delen waardeverminderingen worden geboekt; b) de aandelen of delen worden vervreemd; c) de aandelen of delen worden vernietigd of rechtens van onwaarde worden; d) de vennootschap wordt ontbonden of in vereffening wordt gesteld.
II/109
De leden 3 tot 5 van die § 1 voegen daaraan toe dat het bedrag van de uitgekeerde winst wordt beperkt :
a) in de gevallen bedoeld onder a) hiervoor, tot het bedrag van de geboekte waardeverminderingen;
b) in de gevallen bedoeld onder b) hiervoor, tot het eventueel verlies, d.w.z. tot het verschil in min tussen de vervreemdingsprijs en de verkrijgingsprijs of de waarde en rekening houdend met de eventueel reeds belaste waardeverminderingen bedoeld onder a).
Enkel in de gevallen bedoeld onder c) en d) wordt de uitgekeerde winst berekend op de in II/105 voorgeschreven wijze en dan nog met dien verstande dat ook hier die winst in voorkomend geval wordt verminderd met de reeds belaste waardeverminderingen.
C. WEERSLAG OP HET KAPITAAL
II/110
Overeenkomstig art. 122, 2°, WIB, wordt tot beloop van het gedeelte van het nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal dat door de verkregen eigen aandelen wordt vertegenwoordigd, geacht een kapitaal vermindering te hebben plaatsgehad op het ogenblik van de verkrijging van de eigen aandelen.
Bovendien bepaalt art. 103, § 3, WIB, dat, in geval van toepassing van § 1 (en dit dan inzonderheid bij vernietiging van de verkregen aandelen), de opnemingen van winsten van het boekjaar of van belaste reserves zonder invloed moeten blijven op het vaststellen van de belastbare winst van de vennootschap, en dit tot beloop van de hiervoor bedoelde vermindering van het werkelijk gestort kapitaal die geen aanleiding heeft gegeven tot een werkelijke vermindering van het maatschappelijk kapitaal.
II/111
Om die dubbele doelstelling te bereiken moet de opgave 328 D als volgt worden bijgewerkt (vgl. met de huidige commentaar op de art. 117 en 118, WIB;) :
a) op het ogenblik van de verkrijging van de eigen aandelen wordt het werkelijk gestort kapitaal in kol. 4 verminderd met het gedeelte ervan dat door de verkregen eigen aandelen wordt vertegenwoordigd en wordt ditzelfde bedrag ingeschreven in kol. 8 onder de rubriek "eigen aandelen in portefeuille";
b) de onder a) vermelde inschrijvingen worden ongedaan gemaakt bij latere vervreemding van de eigen aandelen;
c) wanneer daarentegen de aandelen worden vernietigd, wordt de inschrijving in kol. 8 vervangen door een inschrijving in kol. 6 of in kol. 7 naargelang en in de mate dat de vernietiging werd aangerekend op belaste reserves (of de resultatenrekening) of op vrijgestelde reserves (in de mate dat de vernietiging zou worden aangerekend op het maatschappelijk kapitaal gaat de vermindering in kol. 8 gepaard met een vermindering van het totaal in kol. 10).
De onder a) en c) vermelde inschrijvingen mogen uiteraard worden samengetrokken wanneer de verkregen aandelen onmiddellijk worden vernietigd.
D. ROERENDE VOORHEFFING
II/112
Op het bedrag dat overeenkomstig art. 103, § 1, WIB, als een uitgekeerde winst wordt aangemerkt is zoals gezegd geen R.V. verschuldigd (zie art. 169, 1e lid, 2°, WIB).
Zulks impliceert dat, ten name van de verkrijgers van dergelijke inkomsten, in geen geval een R.V. mag worden verrekend. Evenmin mag een R.V. worden toegevoegd om het belastbare inkomen of, bij vennootschappen, het basisbedrag van de D.B.I. te bepalen.
Wanneer een vennootschap die eigen aandelen heeft verkregen in verband met die verrichting R.V. zou hebben gestort, kan die R.V. slechts aan die vennootschap worden teruggegeven door een directoriale beslissing.
II/113
Wanneer op het einde van een belastbaar tijdperk een vermindering van het totale bedrag van de reserves wordt vastgesteld, wordt de ermede overeenstemmende opneming luidens art. 72, KB/WIB, achtereenvolgens aangerekend :
Die opnemingen worden, luidens art. 73 KB/WIB geacht in de voormelde volgorde te hebben gediend :
II/114
De voormelde regels zijn in voorkomend geval mede van toepassing wanneer de opneming va reserves haar oorzaak vindt in de hier besproken verrichtingen. De bijzondere regels die zijn opgenomen in Com.I.B. 110/85 zijn daarentegen niet meer geldig voor de verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsvinden.
Wanneer in de belastbare grondslag van de Ven.B uitgekeerde winsten zijn opgenomen waarvan sommige aan de R.V.zijn onderworpen en andere niet, moet, voor de berekening van die R.V., een eventuele opneming van reserves geacht worden te hebben gediend tot betaling van de verschillende categorieën uitgekeerde winst in verhouding tot het nettobedrag van elk van die categorieën.
E. WEERSLAG OP DE BELASTBARE WINST
II/115
Uit wat voorafgaat valt te besluiten dat het verkrijgen door een vennootschap, voor haar ontbinding, van haar eigen aandelen overeenkomstig de bepalingen van de S.W.H.V. geen enkele weerslag heeft op het bedrag van haar in de Ven.B belastbare inkomsten.
Die belastbare inkomsten worden bovendien ook niet verhoogd in de gevallen waarin op verkregen eigen aandelen waardeverminderingen worden geboekt of waarin die aandelen met verlies worden verkocht. De alsdan in de belastbare grondslag op te nemen uitgekeerde winst wordt inderdaad gecompenseerd door de vermindering van het boekhoudkundig resultaat die uit de boeking van de waardeverminderingen of verliezen voortvloeit.
Tenslotte heeft ook de vernietiging van de eigen aandelen geen verhoging van de belastbare inkomsten tot gevolg in de mate dat de vernietiging wordt geboekt door een vermindering van de belaste reserves (en/of van het werkelijk gestort kapitaal). De alsdan in aanmerking te nemen uitgekeerde winst stemt namelijk in de regel overeen met het verschil tussen de vermindering van de reserverekening en het gedeelte van de belaste reserves dat geacht wordt in het kapitaal te zijn opgenomen. Meer zelfs, wanneer het door de verkregen aandelen vertegenwoordigd kapitaal kan worden gerevaloriseerd, is de uitgekeerde winst kleiner dan de uit de verrichting voortvloeiende vermindering van de reserves.
II/116
Daarentegen is er wel een verhoging van het belastbare inkomen wanneer de vernietiging van de verkregen aandelen wordt geboekt door een vermindering van voorheen vrijgestelde reserves, aangezien de in aanmerking te nemen uitgekeerde winst alsdan niet door een vermindering van de belastbare reserves wordt gecompenseerd.
Hetzelfde is het geval wanneer :
F. VOORBEELD
II/117
Een N.V., die per kalenderjaar boekhoudt, werd in 1953 opgericht met een kapitaal van 10 Miljoen, vertegenwoordigd door 1000 aandelen van 10.000 F.
In het jaar 1990 koopt de vennootschap, onder naleving van de in de S.W.H.V. gestelde voorwaarden, 100 eigen aandelen in voor 3.000.000 F. (d.w.z. 30.000 F per aandeel). Ze legt, door overboeking uit de (belaste) beschikbare reserves, een onbeschikbare reserve aan ten belope van voormeld bedrag en behoudt dat jaar de eigen aandelen ongewijzigd op het actief. De vennootschap boekt : --------- ---------------- | | | Eigen aandelen | 3.000.000 | | a/ Kredietinstellingen | | 3.000.000 | --------- ---------------- | | | Beschikbare reserves | 3.000.000 | | a/ Onbeschikbare reserve | | | voor eigen aandelen | | 3.000.000 | --------- ---------------- | | | Voor het jaar 1990 (aj. 1991) heeft de verrichting geen enkele invloed op het belastbare resultaat.
De opgave 328 D moet evenwel als volgt worden bijgewerkt :
II/118
In het jaar 1991 verkoopt de vennootschap 25 eigen aandelen voor 700.000 F (d.w.z. voor 28.000 F per aandeel). Op de overige 75 eigen aandelen boekt ze een waardevermindering van 150.000 F (d.w.z. 2.000 F per aandeel). De vennootschap boekt : --------- ---------------- | | | Kredietinstellingen | 700.000 | | Minderwaarde op de realisatie van | | | vlottende activa (resultatenrekening) | 50.000 | | a/ Eigen aandelen | | 750.000 | --------- ---------------- | | | Waardeverminderingen op vlottende | | | activa (resultatenrekening) | 150.000 | | a/ Eigen aandelen | | 150.000 | --------- ---------------- | | | Onbeschikbare reserve voor eigen | | | aandelen | 750.000 | | a/ Beschikbare reserves | | 750.000 | --------- ---------------- | | | Voor het aj. 1992 moet een bedrag van 200.000 F (50.000 F verlies + 150.000 F waardevermindering) als uitgekeerde winst worden belast (globaal worden de in de Ven.B belastbare inkomsten evenwel niet beïnvloed wegens de boeking in kosten van het verlies en van de waardevermindering).
De inschrijving van de kapitaalvermindering in de opgave 328.D wegens de verkrijging van eigen aandelen moet ten belope van 250.000 F worden tenietgedaan.
II/119
In het jaar 1992 vernietigt de vennootschap de overige 75 eigen aandelen, die nog voor 2.100.000 F (2.250.000 F - 150.000 F waardevermindering) geboekt staan.
N.a.v. deze verrichting boekt de vennootschap : --------- -------------- | | | Onbeschikbare reserve voor eigen | | | aandelen | 2.250.000 | | a/ Eigen aandelen | | 2.100.000 | a/ Beschikbare reserves | | 150.000 | --------- -------------- | | | Voor het aj. 1993 zal een bedrag van 1.350.000 F (2.250.000 F inkoopprijs - 750.000 F werkelijk gestort kapitaal - 150.000 F reeds belaste waardevermindering) als uitgekeerde winst worden aangemerkt. Weerslag op het resultaat van het aj. 1993 : - vermindering van de onbeschikbare reserve : - 2.250.000 F - verhoging van de beschikbare reserves : + 150.000 F - belaste reserve in het kapitaal : + 750.000 F ------------- - vermindering van de belastbare reserves : - 1.350.000 F - uitgekeerde winst : + 1.350.000 F ------------- - weerslag : 0 F De opgave 238 D moet o.m. als volgt worden bijgewerkt : - kol. 6 (belaste reserves) : inschrijven : + 750.000 F - kol. 8 (eigen aandelen in portefeuille) inschrijven : - 750.000 F II/120
Wanneer in het gegeven voorbeeld de onbeschikbare reserve zou zijn aangelegd door overboeking uit een rekening van vrijgestelde reserves en de vernietiging van de eigen aandelen zou worden geboekt via die reserve, zou het fiscale resultaat zijn toegenomen met een bedrag van 1.350.000 F (nl. de uitgekeerde winst). Anderzijds zou een bedrag van 750.000 F -ter vervanging van het verdwenen werkelijk gestort kapitaal- worden geacht als vrijgestelde reserve te zijn opgenomen in het maatschappelijk kapitaal.
II/121
In de veronderstelling dat de voormelde vennootschap in 1948 (revalorisatiecoëfficiënt : 1,14) was opgericht (met onmiddellijke volstorting van het kapitaal), zou de vernietiging van de eigen aandelen via de afboeking van "onbeschikbare reserve voor eigen aandelen", aanleiding hebben gegeven tot een belastbaar dividend van 1.245.000 F (i.p.v. 1;350.000 F), nl. het verschil tussen :
G. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN MET HET OOG OP DE UITKERING ERVAN AAN HET PERSONEEL
II/122
Art. 45, W. 27.12.1984 houdende fiscale bepalingen, zoals laatst gewijzigd door art. 20, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V. 2073 -B. 702), strekt ertoe onder bepaalde voorwaarden het sluiten van aandelenopties vanaf het jaar 1985 fiscaal aan te moedigen door het voordeel dat de werknemers daaruit verkrijgen van belasting vrij te stellen (1).
Oorspronkelijk bepaalde art. 45 in een § 6 dat de bijzondere aanslag bij inkoop eigen aandelen met het oog op een aandelenoptie niet van toepassing was en dat de verliezen geleden bij de lichting van die optie als aftrekbare bedrijfslasten mochten worden aangemerkt.
II/123
Art. 311, W. 22.12.1989 heeft die § 6 opgeheven met betrekking tot de verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsgrijpen, d.w.z. betreffende de aandelen die tot voormelde doeleinden vanaf 01.01.1990 door de vennootschap worden verkregen.
Bijgevolg zijn voortaan op het stuk van de Ven.B de gewone regels inzake de verkrijging van eigen aandelen of winstbewijzen van toepassing wanneer die verkrijging plaatsvindt met het oog op een uitkering ervan aan het personeel (inzonderheid d.m.v. een aandelenoptie).
De aandacht wordt er wel op gevestigd dat sommige bepalingen van art. 52bis, S.W.H.V., met betrekking tot dergelijke verkrijgingen, enigszins afwijken van die welke van toepassing zijn op een gewone inkoop. Zo is een besluit van de algemene vergadering niet vereist en moeten de verkregen eigen aandelen of winstbewijzen aan het personeel worden aangeboden binnen de 12 maanden na die verkrijging.
H. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN ONDER ALGEMENE TITEL
II/124
Zoals uit art. 52bis, § 4, eerste lid, 2°, en art. 128bis, § 4, eerste lid, 2°, S.W.H.V., blijkt, zijn de meeste bepalingen van de S.W.H.V. inzake de verkrijging van eigen aandelen niet van toepassing bij verkrijgingen onder "algemene titel". Dit is met name het geval bij fusies en splitsingen door overneming of bij inbreng va een bedrijf, waardoor de overnemende of verkrijgende vennootschap in het bezit komt van haar eigen aandelen.
De aldus verkregen eigen aandelen mogen tot beloop van 10 % van het geplaatste kapitaal voor onbeperkte termijn in portefeuille worden gehouden. Boven deze 10 % worden zij rechtens van onwaarde indien ze niet binnen een termijn van 12 maanden vanaf hun verkrijging zijn vervreemd.
II/125
Op het stuk van de Ven.B zijn de regels van art. 103, §§ 1 en 3, WIB mutatis mutandis van toepassing, met dien verstande dat rekening moet worden gehouden met :
Op de behandeling van de eigen aandelen die worden verkregen naar aanleiding van een belastingvrije fusie of splitsing zal worden ingegaan in de commentaar van de nieuwe bepalingen van art. 124, WIB
IV. GEDEELTELIJKE VERDELING VAN HET MAATSCHAPPELIJK VERMOGEN VAN EEN VENNOOTSCHAP
A. PRINCIPES
II/126
Luidens art. 103, § 2, WIB, wordt voortaan, bij de gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een aan de Ven.B onderworpen vennootschap ten gevolge van het overlijden, de uittreding of de uitsluiting van een vennoot, een uitgekeerde winst in de belastbare grondslag opgenomen die gelijk is aan het verschil in meer tussen :
Ook op die uitgekeerde winst is geen R.V. verschuldigd (art. 169, 1e lid, 2°, WIB).
II/127
In tegenstelling met wat voorheen voor de bijzondere aanslag het geval was, zijn ook de bepalingen van art. 103, § 2, WIB, in principe op alle aan de Ven.B onderworpen vennootschappen van toepassing (zij het dan dat in de praktijk de gevallen van gedeeltelijke verdeling van het vermogen zich slechts bij bepaalde personenvennootschappen voordoen).
II/128
Er wordt verwezen naar de commentaar op art. 120, WIB, wat betreft :
Voor het overige zijn de onderrichtingen die hiervoor onder de nrs. II/110 tot 116 zijn opgenomen mutatis mutandis van toepassing.
De draagwijdte van de nieuwe bepalingen wordt door de hiernavolgende voorbeelden verduidelijkt.
B. VOORBEELDEN
Voorbeeld 1
II/129
Een C.V. die in 1967 met vijf vennoten werd opgericht en per kalenderjaar boekhoudt, kent aan een uittredende vennoot een bedrag toe van 1.000.000 F dat vertegenwoordigt : - zijn deel in het nog terugbetaalbare, werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal (dat in 1967 is gestort en onveranderd 1.000.000 F bedroeg) : 200.000 F - zijn deel in de vroeger vrijgestelde reserves : 300.000 F - zijn deel in de reeds belaste reserves : 500.000 F Eerste mogelijkheid : de vennootschap boekt de toekenning van 1.000.000 F langs het debet van de rekening "Kapitaal" (200.000 F) en van de resultatenrekening (800.000 F).
Het verschil (800.000 F) tussen het uitgekeerde bedrag (1.000.000 F) en het aandeel van de vennoot in het werkelijk gestort kapitaal (200.000 F) wordt als een uitgekeerde winst aangemerkt. Hierop is geen R.V. verschuldigd. De geboekte kapitaalvermindering wordt in de opgave 328 D verwerkt door een vermindering van 200.000 F in kol. 4 (werkelijk gestort kapitaal) in te schrijven.
Schematisch kan de weerslag op het resultaat van het belastbaar tijdperk als volgt worden bepaald : - vermindering van de belastbare reserves : - 800.000 F - uitgekeerde winst : + 800.000 F ------------ - weerslag op het in de Ven.B belastbare resultaat : 0 F In de veronderstelling dat de vennootschap in 1937 was opgericht met onmiddellijke volstorting (revalorisatiecoëfficiënt : 1,70), zou de uitgekeerde winst 660.000 F bedragen (d.w.z.; het verschil tussen de uitkering van 1.000.000 F en het aandeel in het gerevaloriseerd kapitaal, met name 200.000 F x 1,70 of 340.000 F). In dergelijk geval zou de weerslag op het resultaat van het belastbaar tijdperk negatief zijn (met name -140.000 F).
Tweede mogelijkheid : de vennootschap boekt de toekenning van 1.000.000 F langs het debet van de rekening "Kapitaal" (200.000 F) en van de rekening "Belastingvrije reserves" (800.000 F).
Het bedrag van de uitgekeerde winst blijft ongewijzigd, maar in tegenstelling met de eerste mogelijkheid zal door de opneming van de vrijgestelde reserves de verrichting wel een positieve invloed hebben op het in de Ven.B belastbare resultaat t.b.v. 800.000 F (eerste geval) of 660.000 F (tweede geval).
Voorbeeld 2
II/130
Naar aanleiding van zijn uittreding ontvangt een vennoot :
Het aandeel van de uitgetreden vennoot in het tijdens het jaar 1967 werkelijk gestorte kapitaal bedraagt 200.000 F. De vennootschap boekt de gedeeltelijke verdeling als volgt : --------- ----------------- | | | Resultatenrekening | 1.400.000 | | a/ Terreinen | | 500.000 | a/ Bank | | 500.000 | --------- ------------------ | | | De in aanmerking te nemen toekenning aan de uitgetreden vennoot bedraagt 1.700.000 F (d.w.z. 800.000 F werkelijke waarde van het terrein en 900.000 F opleg in geld).
Het verschil (1.500.000 F) tussen de "werkelijke" waarde van de uitkeringen (800.000 F + 900.000 F) en het aandeel van de uitgetreden vennoot in het werkelijk gestort kapitaal (200.000 F) moet als een uitgekeerde winst worden aangemerkt, waarop geen R.V. verschuldigd is. In de opgave 328 D wordt in kol. 4 (werkelijk gestort kapitaal) een bedrag van 200.000 F in mindering gebracht, terwijl dit bedrag in kol. 6 (belaste reserves) moet worden geschreven (toepassing van de art. 103, § 3 en 122, 2°, WIB).
Schematisch kan de weerslag op het resultaat van het belastbaar tijdperk als volgt worden bepaald : - vermindering van de belastbare reserves (1) : - 1.200.000 F - uitgekeerde winst : 1.500.000 F ------------- - weerslag op het in de Ven.B belastbare resultaat (2) : 300.000 F (1) d.w.z. de algebraïsche som van : - 1.4000.000 F (in kosten geboekt bij het uittreden) + 200.000 F (belaste reserves in kapitaal) (2) zijnde in feite de meerwaarde op het terrein V. INWERKINGTREDING
II/131
De nieuwe bepalingen van de art. 103 en 122, 2°, WIB, zijn van toepassing op verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsgrijpen (art. 333, § 1, 9°, W. 22.12.1989), d.w.z. met betrekking tot :
(3) Wanneer dergelijke verrichtingen hebben plaatsgevonden voor 01.01.1990, blijven de bepalingen van de art. 116, 117, 120, 121 en 122, 2°, en 131, WIB (oud), van toepassing (zie ook nr. II/103, 4e lid).
Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 28e afl. dd. 10.08.1992
Bull. nr. 720, pag. 2566
AANDELENOPTIE
Verkrijging van eigen aandelen
FISCALE BEPALINGEN 1989
Verdeling van het maatschappelijk vermogen
Verkrijging van eigen aandelen
ROERENDE VOORHEFFING
Vrijstelling
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Grondslag
Verdeling van het maatschappelijk vermogen
Verkrijging van eigen aandelen
VERDELING VAN HET MAATSCHAPPELIJK VERMOGEN
Gedeeltelijke verdeling
Uitgekeerde winst
VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN
Aandelenoptie
Uitgekeerde winst
Commentaar op de art. 269, 270, 284, 1° en 2°, en 296, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen en op art. 3, I, 1°, en J, W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.7.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen.
VERKRIJGING DOOR EEN VENNOOTSCHAP VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN GEDEELTELIJK
VERDELING VAN HET MAATSCHAPPELIJK VERMOGEN VAN EEN VENNOOTSCHAP
Inhoudstabel Nrs. I. WETTEKSTEN II/101 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE II/102-II/104 III. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN A. ALGEMENE REGEL II/105-II/106 B. VERKRIJGINGEN OVEREENKOMSTIG DE GECOORDINEERDE WETTEN OP DE HANDELSVENNOOTSCHAPPEN (S.W.H.V.) 1. Bepalingen van de S.W.H.V. II/107 2. Fiscale regels II/108-II/109 C. WEERSLAG OP HET KAPITAAL II/110-II/111 D. ROERENDE VOORHEFFING II/112-II/114 E. WEERSLAG OP DE BELASTBARE WINST II/115-II/116 F. VOORBEELD II/117-II/221 G. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN MET HET OOG OP DE UITKERING ERVAN AAN HET PERSONEEL II/122-II/223 H. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN ONDER ALGEMENE TITEL II/124-II/125 IV. GEDEELTELIJKE VERDELING VAN HET MAATSCHAPPELIJK VERMOGEN VAN EEN VENNOOTSCHAP A. PRINCIPES II/126-II/128 B. VOORBEELDEN II/129-II/130 V. INWERKINGTREDING II/131 I. WETTEKSTEN
II/101
De art. 269 en 270, W. 22.12.1989 hebben de volgende teksten in het WIB ingelast :
Onderafdeling IV. - Verkrijging van eigen aandelen of delen - Gedeeltelijke verdeling van vermogen.
art. 103. - § 1. wanneer een vennootschap op enige wijze eigen aandelen of delen verkrijgt, wordt als een uitgekeerde winst aangemerkt als bedoeld in de artikelen 98 of 100 het verschil in meer tussen de verkrijgingsprijs of, bij ontstentenis daarvan, de waarde van die aandelen of delen, en het gedeelte van het nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal dat door de verkregen aandelen of delen wordt vertegenwoordigd, waarbij dat gedeelte vooraf wordt gerevaloriseerd overeenkomstig artikel 119.
In de gevallen waarin, voor de ontbinding of invereffeningstelling van de vennootschap, de aandelen of delen worden verkregen onder de voorwaarden opgenomen in gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, is het eerste lid slechts van toepassing wanneer :
a) op de verkregen aandelen of delen waardeverminderingen worden geboekt;
b) de aandelen of delen worden vervreemd;
c) de aandelen of delen worden vernietigd of rechtens van onwaarde worden;
d) en uiterlijk bij de ontbinding of de invereffeningstelling van de vennootschap.
In de gevallen bedoeld in het tweede lid, a, is het eerste lid enkel van toepassing tot beloop van de geboekte waardeverminderingen.
In de gevallen bedoeld in het tweede lid, b, is het eerste lid enkel van toepassing tot het beloop van het verschil in min tussen de verkoopprijs en de verkrijgingsprijs of de waarde, bedoeld in dat eerste lid.
In de gevallen bedoeld in het tweede lid, b, c, en d, wordt de winst in voorkomend geval verminderd met de in a van dat lid bedoelde reeds belaste waardeverminderingen.
§ 2. Wanneer het maatschappelijk vermogen van een vennootschap gedeeltelijk wordt verdeeld ten gevolge van overlijden, uittreding of uitsluiting van een vennoot wordt als een uitgekeerde winst aangemerkt als bedoeld in de artikelen 98 of 100, het verschil in meer tussen de uitkeringen of toekenningen in geld, in effecten of in enige andere vorm aan de belanghebbende of zijn rechthebbenden en zijn aandeel in het nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal, eventueel gerevaloriseerd overeenkomstig artikel 119.
§ 3. In geval van toepassing van de §§ 1 of 2 blijven d e opnemingen van winsten van het boekjaar of van gereserveerde winsten die reeds aan de vennootschapsbelasting werden onderworpen, zonder invloed op de vaststelling van de ten name van de vennootschap belastbare winst tot beloop van de in artikel 122, 2°, bedoelde vermindering van werkelijk gestort kapitaal die geen aanleiding heeft gegeven tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal.
Art. 284, 1° en 2°, W. 22.12.1989 heeft bovendien art. 122, WIB, als volgt aangepast :
| Art.122. | - voor de toepassing van de artikelen 103 en 118 |
2* wordt, in de in artikel 103 bedoelde gevallen, het nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal verminderd met het gedeelte ervan dat door de verkregen aandelen wordt vertegenwoordigd of met het aandeel van de overleden, uitgetreden of uitgesloten vennoot in dat kapitaal;
.....
Art. 3, I, 1°, W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.07.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen (V.2143 - B.712, afgekort : W. 23.10.1991), heeft art. 169, 1e lid, 2°, WIB, opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
De roerende voorheffing is niet verschuldigd op het gedeelte van de inkomsten uit aandelen of delen of uit belegde kapitalen, met inbegrip van die welke bedoeld zijn in de artikelen 12, § 1, 3°, en 15, lid 2 :
.....
2° dat overeenstemt met de uitgekeerde winst bedoeld in de artikelen 103 en 118;
.....
Art. 296, W. 22.12.1989, had art. 171, WIB, aangevuld met een zesde lid, dat evenwel door art. 3, J, W. 23;10.1991 werd opgeheven. Dat art. 171, zesde lid, luidde als volgt :
De in artikel 103, § 1, bedoelde inkomsten worden, voor de toepassing van de roerende voorheffing, geacht te zijn toegekend op het ogenblik dat ze op grond van die bepaling belastbaar worden in de vennootschapsbelasting.
Al de voormelde bepalingen - met inbegrip van de opheffing van het zesde lid van art. 171, WIB, - zijn van toepassing op de verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsgrijpen.
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
II/102
Voorheen werd, wanneer een vennootschap op aandelen eigen aandelen inkocht, een bijzondere aanslag gevestigd - tegen het tarief van 43 % - op het verschil in meer tussen de inkoopprijs en het eventueel gerevaloriseerde nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal dat door de ingekochte aandelen was vertegenwoordigd;
Bovendien werd, wanneer een personenvennootschap, ingevolge het overlijden, de uitsluiting of het ontslag van een vennoot, overging tot een gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen, eveneens een bijzondere aanslag gevestigd op het verschil in meer tussen de aan de vennoot (of zijn rechthebbenden) uitgekeerde bedragen en zijn aandeel in het eventueel gerevaloriseerde nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal. Het gedeelte van dat verschil dat overeenstemde met het bedrag van de vroeger gereserveerde winsten werd belast tegen het tarief van 43 % en het overige gedeelte werd onderworpen aan het tarief van 21,5 %.
II/103
In het nieuwe stelsel worden de voormelde verschillen als uitgekeerde winst (dividend of inkomen van belegd kapitaal) aangemerkt, maar dan enkel - wat de verkrijging van eigen aandelen overeenkomstig de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen (S.W.h.V.) betreft - op het ogenblik en in de mate dat kan geacht worden dat een gedeelte van het vermogen van de vennootschap is verdwenen. Op deze uitgekeerde winst is geen roerende voorheffing verschuldigd.
Dit nieuwe stelsel, dat van toepassing is op verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsgrijpen, is vervat in de art. 103, 122, 2° en 169, 1e lid, 2°, WIB, die de vroegere art. 116, 117, 120, 121 en 122, 2°, WIB vervangen (1).
(1) Enerzijds hebben de nieuwe art. 116 en 117, WIB, zoals vervangen door de art. 281 en 282, W. 22.12.1989, geen betrekking meer op de hier behandelde materie, en anderzijds werden de art. 120 en 121, WIB, opgeheven door art. 309, 14° en 15°, W. 22.12.1989.
II/104
Andere wijzigingen die de W. 22.12.1989 aan het WIB heeft aangebracht en die o.m. het gevolg zijn van dit nieuwe concept, vindt men in de volgende artikelen (2) :
- art. 19, 2° en 3°, WIB (respectievelijk gewijzigd en opgeheven) : de uit voormelde verrichtingen verkregen inkomsten worden voortaan in beginsel als belastbare roerende inkomsten aangemerkt;
- art. 97, 2e lid, WIB (opgeheven) : opheffing van de toepassing van een F.R.V. van 25/75 op de als vrijgestelde roerende inkomsten (V.R.I.) uit aandelen verkregen aftrekbare bedragen;
- art. 105, 3e lid, WIB : opgeheven;
- art. 111 tot 113, WIB : aanpassing van het D.B.I.-stelsel;
- art. 115, 2e lid, WIB : schrapping van de verwijzingen naar opgeheven bijzondere aanslagen;
- art. 131, WIB : opgeheven vermits de tarieven die inzonderheid betrekking hadden op de hiervoor bedoelde bijzondere aanslagen, zonder voorwerp worden op verrichtingen vanaf 01.01.1990;
- Art; 191, 6°, WIB (opgeheven) : opheffing van de voormelde F.R.V.;
- art. 200, WIB : aanpassing vermits het verbod om met de afgeschafte bijzondere aanslagen voorheffingen te verrekenen, zonder voorwerp wordt;
- art. 211, § 2, 2e lid, WIB : aanpassing ingevolge de afschaffing van de voormelde F.R.V. en bijzondere aanslagen.
(2) Indien nodig wordt op deze wijzigingen verder commentaar verstrekt in afzonderlijke afleveringen.
III. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN
A. ALGEMENE REGEL
II/105
Art. 103, § 1, 1e lid, WIB, stelt als principe dat wanneer een vennootschap op enige wijze eigen aandelen of delen verkrijgt, het verschil in meer tussen :
- de verkrijgingsprijs of, bij ontstentenis daarvan, de waarde van de eigen aandelen of delen
- en het gedeelte van het eventueel gerevaloriseerde nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal dat door de verkregen aandelen of delen wordt vertegenwoordigd
op het ogenblik van de verkrijging wordt aangemerkt als een uitgekeerde winst.
Overeenkomstig art. 169, 1e lid, 2°, WIB, is op die uitgekeerde winst geen R.V. verschuldigd.
II/106
In tegenstelling met wat het geval was voor de vroegere bijzondere aanslag, is het nieuwe stelsel van toepassing :
- op alle vennootschappen (dus zowel vennootschappen op aandelen als personenvennootschappen) die aan de Ven.B onderworpen zijn;
- ongeacht de wijze waarop de eigen aandelen of delen worden verkregen (dus niet allen bij inkoop, maar ook bij inbreng, bij ruiling of bij schenking).
Voor het overige gebeurt de berekening van de uitgekeerde winst in de regel op dezelfde wijze als die van de grondslag van de vroegere bijzondere aanslag, zodat kan worden verwezen naar de bestaande commentaar wat betreft het kapitaal dat door de eigen aandelen wordt vertegenwoordigd (zie Com.I.B. 116/10 en 11 en 118/13 tot 24) en de eventuele revalorisatie van dat kapitaal (zie Com.I.B. 118/31 e.v.).
Tenslotte weze vermeld dat :
- bij ontstentenis van verkrijgingsprijs (bij schenking of eventueel bij ruiling) moet worden uitgegaan van de werkelijke waarde van de verkregen aandelen;
- er in het nieuwe stelsel geen aanleiding meer bestaat tot een aanpassing van de begintoestand van de reserves.
B. VERKRIJGINGEN OVEREENKOMSTIG DE GECOORDINEERDE WETTEN OP DE HANDELSVENNOOTSCHAPPEN (S.W.H.V.)
1. Bepalingen van de S.W.H.V.
II/107
Art. 52bis (1), S.W.H.V., dat van toepassing is op de N.V. (en, op grond van art. 107, S.W.H.V., eveneens op de C.V.A.), luidt als volgt : (1) Zoals laatst gewijzigd door de art. 7 tot 9, W.18.07.1991 tot wijziging van de wetten betreffende de handelsvennootschappen gecoördineerd op 30.11.1935 in het kader van een doorzichtige organisatie van de markt van de ondernemingen en van de openbare overnameaanbiedingen (B.S. 26.07.1991 -V.2163).
"Art. 52bis
§ 1. Een naamloze vennootschap kan haar eigen aandelen of winstbewijzen slechts verkrijgen door aankoop of ruil, rechtstreeks of door een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap, na een besluit van een algemene vergadering genomen met inachtneming van de in artikel 70bis bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid.
De algemene vergadering of de statuten bepalen inzonderheid het maximum aantal te verkrijgen aandelen of winstbewijzen, de duur waarvoor de bevoegdheid wordt toegekend en die achttien maanden niet mag te boven gaan, alsook de minimum en maximumwaarde van de vergoeding.
De statuten kunnen evenwel bepalen dat geen besluit van de algemene vergadering is vereist wanneer de verkrijging van eigen aandelen of winstbewijzen noodzakelijk is om te voorkomen dat de vennootschap een ernstig en dringend nadeel zou lijden.
In dat geval moet de eerstvolgende algemene vergadering door de raad van bestuur ingelicht worden over de redenen en het doel van de verkrijgingen, het aantal en de nominale waarde of, bij gebreke ervan, de fractiewaarde van de verkregen effecten, het aandeel van het geplaatste kapitaal dat zij vertegenwoordigen en hun vergoeding.
De in het vorige lid bedoelde mogelijkheid is slechts drie jaar geldig, te rekenen van de bekendmaking van de oprichtingsakte of van de wijziging van de statuten; zij kan door de algemene vergadering voor dezelfde termijnen worden verlengd met inachtneming van de in artikel 70bis bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid.
De besluiten van de algemene vergadering op grond van het eerste en vierde lid worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 10.
Wanneer de vennootschap haar eigen aandelen of winstbewijzen verkrijgt met het oog deze aan te bieden aan haar personeel, is geen besluit van de algemene vergadering vereist;
De verkrijging kan slechts onder de volgende voorwaarden geschieden :
1° de nominale waarde of, bij gebreke ervan, de fractie waarde van de verkregen aandelen of winstbewijzen, met inbegrip van die welke de vennootschap eerder heeft verkregen en die zij in portefeuille houdt, alsook van die verkregen door een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van deze vennootschap, mag niet hoger zijn dan tien percent van het geplaatste kapitaal;
2° de verkrijging van aandelen en winstbewijzen is slechts toegestaan voor zover het bedrag uitgetrokken voor die verkrijgingen overeenkomstig artikel 77bis voor uitkering vatbaar is;
3° de verrichting kan slechts betrekking hebben op volgestorte aandelen;
4° het voorstel tot verkrijging van den aandelen of winstbewijzen moet ten aanzien van alle aandeelhouders en, in voorkomend geval, ten aanzien van de houders van winstbewijzen, onder dezelfde voorwaarden geschieden, behalve indien eenparig tot de verkrijging besloten is door een algemene vergadering waarop alle aandeelhouders aanwezig of vertegenwoordigd waren, en onder de voorwaarden die eenparig door die vergadering zijn vastgelegd.
De vennootschappen waarvan de aandelen zijn opgenomen in de officiële notering van een effectenbeurs gelegen in een Lidstaat van de Europese Gemeenschap, kunnen hun eigen aandelen ter beurze opkopen zonder dat er een aanbod tot verkrijging moet worden gedaan aan de aandeelhouders.
De aandelen of winstbewijzen die met overtreding van deze paragraaf verkregen zijn, zijn van rechtswege nietig. De raad van bestuur vernietigt de effecten die krachtens deze bepaling nietig zijn en legt de lijst ervan neer op de griffie van de Rechtbank van Koophandel.
§ 2. Zolang de aandelen en winstbewijzen opgenomen zijn onder de activa van de balans, moet een onbeschikbare reserve worden gevormd, gelijk aan de waarde waarvoor de verkregen aandelen en winstbewijzen in de inventaris zijn ingeschreven.
§ 3. De vennootschap kan de aldus verkregen aandelen of winstbewijzen vervreemden op grond van een besluit van een algemene vergadering genomen met inachtneming van de in artikel 70bis bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid en op de door die vergadering vastgestelde voorwaarden.
De aandelen of winstbewijzen die krachtens § 1, zevende lid, zijn verkregen, moeten aan het personeel worden aangeboden binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen van de verkrijging van de effecten.
Zolang die aandelen of winstbewijzen tot het vermogen van de vennootschap behoren, worden de daaraan verbonden stemrechten geschorst.
Indien de raad besluit het recht op dividenden te schorsen en die effecten tot het vermogen van de vennootschap blijven behoren, blijven de dividendbewijzen eraan gehecht; in dat geval wordt de uitkeerbare winst verminderd, rekening houdend met het aantal in bezit gehouden effecten, en worden de bedragen die uitgekeerd hadden moeten worden, in bewaring gehouden tot de verkoop van de effecten, het dividendbewijs inbegrepen. Het is de vennootschap ook toegestaan de uitkeerbare winst onverkort uit te delen ten behoeven van de effecten waarvan de rechten niet zijn geschorst. In dit laatste geval worden de dividendbewijzen van de in bezit gehouden effecten vernietigd.
§ 4. § 1 is niet van toepassing :
1. op aandelen verkregen met het oog op hun onmiddellijke vernietiging ter uitvoering van een besluit van de algemene vergadering tot kapitaalvermindering overeenkomstig artikel 72;
2. op aandelen en winstbewijzen die op de vennootschap overgaan onder algemene titel;
3. op volgestorte aandelen en op winstbewijzen verkregen bij een verkoop die overeenkomstig de artikelen 1494 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek plaatsvindt ter voldoening van een schuld van de eigenaar van die aandelen aan de vennootschap.
Aandelen die verkregen zijn in de gevallen bedoeld in 2° en 3°, moeten binnen een termijn van 12 maanden te rekenen van hun verkrijging worden vervreemd ten belope van het aantal aandelen dat nodig is opdat de nominale waarde of, bij gebreke hiervan, de fractiewaarde van de verkregen aandelen, met inbegrip van de aandelen die de vennootschap kan hebben verkregen door een persoon die in eigen naam, maar voor rekening van de vennootschap handelt niet meer dan 10 % van het bij het verstrijken van die termijn van 12 maanden geplaatste kapitaal bedraagt.
Aandelen die krachtens het tweede lid moesten worden vervreemd en die niet vervreemd zijn binnen de gestelde termijn zijn rechtens van onwaarde. De raad van bestuur vernietigt de effecten die krachtens deze bepaling van onwaarde zijn en legt de lijst ervan neer op de griffie van de Rechtbank van Koophandel.
§ 5. Wanneer een vennootschap om niet eigenaar wordt van eigen aandelen of winstbewijzen, zijn die effecten rechtens van onwaarde. De raad van bestuur vernietigt de effecten die krachtens deze bepaling van onwaarde zijn en legt de lijst ervan neer op de griffie van de rechtbank van koophandel.
§ 6. In geval van intrekking van aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, wordt de in § 2 bedoelde onbeschikbare reserve opgeheven. Indien, met overtreding van § 2, geen onbeschikbare reserve is aangelegd, moeten de beschikbare reserves ten belope van dat bedrag worden verminderd en, bij gebreke van dergelijke reserves, wordt het kapitaal verminderd door de algemene vergadering die uiterlijk voor de afsluiting van het lopende boekjaar wordt bijeengeroepen.
§ 7. De vennootschappen waarvan de effecten met stemrecht geheel of gedeeltelijk zijn opgenomen in de officiële notering van een effectenbeurs gelegen in een Lidstaat van de Europese Gemeenschap, moeten de Commissie voor het Bank- en Financiewezen kennis geven van de verrichtingen die zij met toepassing van § 1 overwegen.
De Commissie voor het Bank- en Financiewezen gaat na of de verrichtingen tot wederinkoop in overeenstemming zijn met het besluit van de algemene vergadering; indien zij van oordeel is dat zij niet in overeenstemming zijn, maakt zij haar advies openbaar."
Art. 128bis, S.W.H;V., dat van toepassing is op de B.V.B.A., luidt als volgt :
"Art; 128bis. § 1. Niettegenstaande andersluidende bepalingen in de statuten, mag de vennootschap, hetzij zelf, hetzij door personen die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelen, door inkoop of ruiling geen eigen aandelen verkrijgen dan op grond van een besluit van de algemene vergadering van de vennoten.
Behoudens strengere bepalingen in de statuten is het besluit van de algemene vergadering alleen dan aangenomen wanneer het de instemming verkrijgt van ten miste de helft van de vennoten die ten minste drie vierden van het kapitaal bezitten, na aftrek van de rechten waarvan de verwerving wordt voorgesteld.
De algemene vergadering bepaalt met name het maximum aantal te verkrijgen aandelen, de duur waarvoor de toestemming tot verkrijging is verleend, welke achttien maanden niet te boven mag gaan, alsmede de minimum- en maximumwaarde van de vergoeding.
De verkrijging kan enkel plaatsvinden indien de volgende voorwaarden zijn in acht genomen :
1° de nominale waarde van de verkregen aandelen, met inbegrip van die welke de vennootschap eerder heeft verkregen en in portefeuille houdt, alsmede van die welke zijn verkregen door een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelt, mag niet meer dan 10 % van het geplaatste kapitaal bedragen;
2° de verkrijging van aandelen kan slechts geschieden voor zover de voor die verkrijging bestemde bedragen overeenkomstig artikel 77bis uitgekeerd kunnen worden;
3° alleen volgestorte aandelen komen voor verkrijging door de vennootschap in aanmerking;
4° het aanbod tot verkrijging van de aandelen moet onder dezelfde voorwaarden worden gedaan aan alle vennoten, tenzij dat tot de verkrijging eenparig is besloten door een algemene vergadering waarop alle vennoten aanwezig of vertegenwoordigd waren en onder de door die vergadering eenparig vastgestelde voorwaarden.
Aandelen die in strijd met het voorschrift van deze paragraaf zijn verkregen, zijn rechtens van onwaarde. Het college van zaakvoerders of de zaakvoerder, indien er slechts één is, maakt van deze nietigheid uitdrukkelijk melding in het register van vennoten.
§ 2. Zolang de verkregen aandelen opgenomen zijn in het actief van de balans, moet een onbeschikbare reserve worden gevormd, gelijk aan de waarde waarvoor de aandelen in de inventaris zijn ingeschreven.
§ 3. De vennootschap moet de aldus verkregen aandelen binnen twee jaar na de verkrijging vervreemden op grond van een besluit van een algemene vergadering die beslist met inachtneming van de in § 1 bepaalde voorschriften. De vervreemding heeft plaats op de door diezelfde vergadering bepaalde wijze.
De aandelen die niet binnen de hierboven gestelde termijn zijn vervreemd, zijn rechtens van onwaarde. Het college van zaakvoerders of de zaakvoerder, indien er slechts één is, maakt van deze nietigheid uitdrukkelijk melding in het register van vennoten.
De aan deze aandelen verbonden rechten blijven geschorst totdat ze vervreemd zijn of rechtens van onwaarde zijn.
Zolang deze aandelen tot het vermogen van de vennootschap behoren, deelt deze de uitkeerbare winst onverkort uit ten behoeve van de aandelen waarvan de rechten niet zijn geschorst.
§ 4. De §§ 1 en 3, eerste lid, zijn niet van toepassing :
1° op aandelen verkregen met het oog op hun onmiddellijke vernietiging ter uitvoering van een besluit van de algemene vergadering tot kapitaalvermindering overeenkomstig artikel 122ter;
2° op aandelen die op de vennootschap overgaan onder algemene titel;
3° op volgestorte aandelen verkregen bij een verkoop die overeenkomstig artikel 1494 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek plaatsvindt ter voldoening van een schuld van de eigenaar van die aandelen aan de vennootschap.
Aandelen die verkregen zijn in de gevallen bedoeld in 2° en 3°, moeten binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen van hun verkrijging worden vervreemd ten belope van het aantal aandelen dat nodig is opdat de nominale waarde van de verkregen aandelen, met inbegrip van den aandelen die de vennootschap kan hebben verkregen door een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelt, niet meer dan 10 % van het bij het verstrijken van die termijn van 12 maanden geplaatste kapitaal bedraagt.
Aandelen die krachtens het tweede lid moesten worden vervreemd en die niet vervreemd zijn binnen de gestelde termijn, zijn rechtens van onwaarde. Het college van zaakvoerders of de zaakvoerder, indien er slechts één is, maakt van deze nietigheid uitdrukkelijk melding in het register van vennoten.
§ 5. Wanneer een vennootschap om niet eigenaar wordt van eigen aandelen, zijn die aandelen rechtens van onwaarde. Het college van zaakvoerders of de zaakvoerder, indien er slechts één is, maakt van deze nietigheid uitdrukkelijk melding in het register van vennoten.
§ 6. In geval van intrekking van aandelen wordt de in paragraaf 2 bedoelde onbeschikbare reserve afgeschaft. Indien met overtreding van paragraaf 2, geen onbeschikbare reserve was aangelegd, moeten de beschikbare reserves ten belope van dat bedrag worden verminderd en, bij gebreke van dergelijke reserves, wordt het kapitaal verminderd door de algemene vergadering die uiterlijk voor de sluiting van het boekjaar wordt bijeengeroepen."
2. Fiscale regels
II/108
Art. 103, § 1, 2e lid, WIB, bepaalt dat, wanneer een vennootschap, voor haar ontbinding of invereffeningstelling, eigen aandelen of delen verkrijgt onder de voorwaarden van de S.W.H.V., en uit hoofde van die verkrijging en in afwijking van de hiervoor besproken algemene regel slechts een uitgekeerde winst in aanmerking wordt genomen op het ogenblik dat :
a) op de verkregen eigen aandelen of delen waardeverminderingen worden geboekt; b) de aandelen of delen worden vervreemd; c) de aandelen of delen worden vernietigd of rechtens van onwaarde worden; d) de vennootschap wordt ontbonden of in vereffening wordt gesteld.
II/109
De leden 3 tot 5 van die § 1 voegen daaraan toe dat het bedrag van de uitgekeerde winst wordt beperkt :
a) in de gevallen bedoeld onder a) hiervoor, tot het bedrag van de geboekte waardeverminderingen;
b) in de gevallen bedoeld onder b) hiervoor, tot het eventueel verlies, d.w.z. tot het verschil in min tussen de vervreemdingsprijs en de verkrijgingsprijs of de waarde en rekening houdend met de eventueel reeds belaste waardeverminderingen bedoeld onder a).
Enkel in de gevallen bedoeld onder c) en d) wordt de uitgekeerde winst berekend op de in II/105 voorgeschreven wijze en dan nog met dien verstande dat ook hier die winst in voorkomend geval wordt verminderd met de reeds belaste waardeverminderingen.
C. WEERSLAG OP HET KAPITAAL
II/110
Overeenkomstig art. 122, 2°, WIB, wordt tot beloop van het gedeelte van het nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal dat door de verkregen eigen aandelen wordt vertegenwoordigd, geacht een kapitaal vermindering te hebben plaatsgehad op het ogenblik van de verkrijging van de eigen aandelen.
Bovendien bepaalt art. 103, § 3, WIB, dat, in geval van toepassing van § 1 (en dit dan inzonderheid bij vernietiging van de verkregen aandelen), de opnemingen van winsten van het boekjaar of van belaste reserves zonder invloed moeten blijven op het vaststellen van de belastbare winst van de vennootschap, en dit tot beloop van de hiervoor bedoelde vermindering van het werkelijk gestort kapitaal die geen aanleiding heeft gegeven tot een werkelijke vermindering van het maatschappelijk kapitaal.
II/111
Om die dubbele doelstelling te bereiken moet de opgave 328 D als volgt worden bijgewerkt (vgl. met de huidige commentaar op de art. 117 en 118, WIB;) :
a) op het ogenblik van de verkrijging van de eigen aandelen wordt het werkelijk gestort kapitaal in kol. 4 verminderd met het gedeelte ervan dat door de verkregen eigen aandelen wordt vertegenwoordigd en wordt ditzelfde bedrag ingeschreven in kol. 8 onder de rubriek "eigen aandelen in portefeuille";
b) de onder a) vermelde inschrijvingen worden ongedaan gemaakt bij latere vervreemding van de eigen aandelen;
c) wanneer daarentegen de aandelen worden vernietigd, wordt de inschrijving in kol. 8 vervangen door een inschrijving in kol. 6 of in kol. 7 naargelang en in de mate dat de vernietiging werd aangerekend op belaste reserves (of de resultatenrekening) of op vrijgestelde reserves (in de mate dat de vernietiging zou worden aangerekend op het maatschappelijk kapitaal gaat de vermindering in kol. 8 gepaard met een vermindering van het totaal in kol. 10).
De onder a) en c) vermelde inschrijvingen mogen uiteraard worden samengetrokken wanneer de verkregen aandelen onmiddellijk worden vernietigd.
D. ROERENDE VOORHEFFING
II/112
Op het bedrag dat overeenkomstig art. 103, § 1, WIB, als een uitgekeerde winst wordt aangemerkt is zoals gezegd geen R.V. verschuldigd (zie art. 169, 1e lid, 2°, WIB).
Zulks impliceert dat, ten name van de verkrijgers van dergelijke inkomsten, in geen geval een R.V. mag worden verrekend. Evenmin mag een R.V. worden toegevoegd om het belastbare inkomen of, bij vennootschappen, het basisbedrag van de D.B.I. te bepalen.
Wanneer een vennootschap die eigen aandelen heeft verkregen in verband met die verrichting R.V. zou hebben gestort, kan die R.V. slechts aan die vennootschap worden teruggegeven door een directoriale beslissing.
II/113
Wanneer op het einde van een belastbaar tijdperk een vermindering van het totale bedrag van de reserves wordt vastgesteld, wordt de ermede overeenstemmende opneming luidens art. 72, KB/WIB, achtereenvolgens aangerekend :
- eerst op de "definitief belaste reserves";
- vervolgens op de "andere reserves";
- en tenslotte op de "ten name van de vennoten belaste reserves".
Die opnemingen worden, luidens art. 73 KB/WIB geacht in de voormelde volgorde te hebben gediend :
| 1° | tot betaling van dividenden of inkomsten van belegde kapitalen; |
| 2° | tot alle andere doeleinden (zie Com.I.B. 110/80 e.v.). |
De voormelde regels zijn in voorkomend geval mede van toepassing wanneer de opneming va reserves haar oorzaak vindt in de hier besproken verrichtingen. De bijzondere regels die zijn opgenomen in Com.I.B. 110/85 zijn daarentegen niet meer geldig voor de verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsvinden.
Wanneer in de belastbare grondslag van de Ven.B uitgekeerde winsten zijn opgenomen waarvan sommige aan de R.V.zijn onderworpen en andere niet, moet, voor de berekening van die R.V., een eventuele opneming van reserves geacht worden te hebben gediend tot betaling van de verschillende categorieën uitgekeerde winst in verhouding tot het nettobedrag van elk van die categorieën.
E. WEERSLAG OP DE BELASTBARE WINST
II/115
Uit wat voorafgaat valt te besluiten dat het verkrijgen door een vennootschap, voor haar ontbinding, van haar eigen aandelen overeenkomstig de bepalingen van de S.W.H.V. geen enkele weerslag heeft op het bedrag van haar in de Ven.B belastbare inkomsten.
Die belastbare inkomsten worden bovendien ook niet verhoogd in de gevallen waarin op verkregen eigen aandelen waardeverminderingen worden geboekt of waarin die aandelen met verlies worden verkocht. De alsdan in de belastbare grondslag op te nemen uitgekeerde winst wordt inderdaad gecompenseerd door de vermindering van het boekhoudkundig resultaat die uit de boeking van de waardeverminderingen of verliezen voortvloeit.
Tenslotte heeft ook de vernietiging van de eigen aandelen geen verhoging van de belastbare inkomsten tot gevolg in de mate dat de vernietiging wordt geboekt door een vermindering van de belaste reserves (en/of van het werkelijk gestort kapitaal). De alsdan in aanmerking te nemen uitgekeerde winst stemt namelijk in de regel overeen met het verschil tussen de vermindering van de reserverekening en het gedeelte van de belaste reserves dat geacht wordt in het kapitaal te zijn opgenomen. Meer zelfs, wanneer het door de verkregen aandelen vertegenwoordigd kapitaal kan worden gerevaloriseerd, is de uitgekeerde winst kleiner dan de uit de verrichting voortvloeiende vermindering van de reserves.
II/116
Daarentegen is er wel een verhoging van het belastbare inkomen wanneer de vernietiging van de verkregen aandelen wordt geboekt door een vermindering van voorheen vrijgestelde reserves, aangezien de in aanmerking te nemen uitgekeerde winst alsdan niet door een vermindering van de belastbare reserves wordt gecompenseerd.
Hetzelfde is het geval wanneer :
- verkregen eigen aandelen, bij hun verkrijging of nadien, rechtens van onwaarde worden;
- de vennootschap die eigen aandelen in haar bezit heeft wordt ontbonden;
- de vennootschap die eigen aandelen verkrijgt na haar ontbinding; zonder dat, in elk van die gevallen, de vennootschap overgaat tot vernietiging van de eigen aandelen.
F. VOORBEELD
II/117
Een N.V., die per kalenderjaar boekhoudt, werd in 1953 opgericht met een kapitaal van 10 Miljoen, vertegenwoordigd door 1000 aandelen van 10.000 F.
In het jaar 1990 koopt de vennootschap, onder naleving van de in de S.W.H.V. gestelde voorwaarden, 100 eigen aandelen in voor 3.000.000 F. (d.w.z. 30.000 F per aandeel). Ze legt, door overboeking uit de (belaste) beschikbare reserves, een onbeschikbare reserve aan ten belope van voormeld bedrag en behoudt dat jaar de eigen aandelen ongewijzigd op het actief. De vennootschap boekt : --------- ---------------- | | | Eigen aandelen | 3.000.000 | | a/ Kredietinstellingen | | 3.000.000 | --------- ---------------- | | | Beschikbare reserves | 3.000.000 | | a/ Onbeschikbare reserve | | | voor eigen aandelen | | 3.000.000 | --------- ---------------- | | | Voor het jaar 1990 (aj. 1991) heeft de verrichting geen enkele invloed op het belastbare resultaat.
De opgave 328 D moet evenwel als volgt worden bijgewerkt :
- kol. 2 (verrichtingen) : verkrijging 100 eigen aandelen
- kol. 4 (werkelijk gestort kapitaal) : verminderen met : - 1.000.000 F
- kol. 8 : inschrijving met vermelding "eigen aandelen in portefeuille" : + 1.000.000 F
II/118
In het jaar 1991 verkoopt de vennootschap 25 eigen aandelen voor 700.000 F (d.w.z. voor 28.000 F per aandeel). Op de overige 75 eigen aandelen boekt ze een waardevermindering van 150.000 F (d.w.z. 2.000 F per aandeel). De vennootschap boekt : --------- ---------------- | | | Kredietinstellingen | 700.000 | | Minderwaarde op de realisatie van | | | vlottende activa (resultatenrekening) | 50.000 | | a/ Eigen aandelen | | 750.000 | --------- ---------------- | | | Waardeverminderingen op vlottende | | | activa (resultatenrekening) | 150.000 | | a/ Eigen aandelen | | 150.000 | --------- ---------------- | | | Onbeschikbare reserve voor eigen | | | aandelen | 750.000 | | a/ Beschikbare reserves | | 750.000 | --------- ---------------- | | | Voor het aj. 1992 moet een bedrag van 200.000 F (50.000 F verlies + 150.000 F waardevermindering) als uitgekeerde winst worden belast (globaal worden de in de Ven.B belastbare inkomsten evenwel niet beïnvloed wegens de boeking in kosten van het verlies en van de waardevermindering).
De inschrijving van de kapitaalvermindering in de opgave 328.D wegens de verkrijging van eigen aandelen moet ten belope van 250.000 F worden tenietgedaan.
II/119
In het jaar 1992 vernietigt de vennootschap de overige 75 eigen aandelen, die nog voor 2.100.000 F (2.250.000 F - 150.000 F waardevermindering) geboekt staan.
N.a.v. deze verrichting boekt de vennootschap : --------- -------------- | | | Onbeschikbare reserve voor eigen | | | aandelen | 2.250.000 | | a/ Eigen aandelen | | 2.100.000 | a/ Beschikbare reserves | | 150.000 | --------- -------------- | | | Voor het aj. 1993 zal een bedrag van 1.350.000 F (2.250.000 F inkoopprijs - 750.000 F werkelijk gestort kapitaal - 150.000 F reeds belaste waardevermindering) als uitgekeerde winst worden aangemerkt. Weerslag op het resultaat van het aj. 1993 : - vermindering van de onbeschikbare reserve : - 2.250.000 F - verhoging van de beschikbare reserves : + 150.000 F - belaste reserve in het kapitaal : + 750.000 F ------------- - vermindering van de belastbare reserves : - 1.350.000 F - uitgekeerde winst : + 1.350.000 F ------------- - weerslag : 0 F De opgave 238 D moet o.m. als volgt worden bijgewerkt : - kol. 6 (belaste reserves) : inschrijven : + 750.000 F - kol. 8 (eigen aandelen in portefeuille) inschrijven : - 750.000 F II/120
Wanneer in het gegeven voorbeeld de onbeschikbare reserve zou zijn aangelegd door overboeking uit een rekening van vrijgestelde reserves en de vernietiging van de eigen aandelen zou worden geboekt via die reserve, zou het fiscale resultaat zijn toegenomen met een bedrag van 1.350.000 F (nl. de uitgekeerde winst). Anderzijds zou een bedrag van 750.000 F -ter vervanging van het verdwenen werkelijk gestort kapitaal- worden geacht als vrijgestelde reserve te zijn opgenomen in het maatschappelijk kapitaal.
II/121
In de veronderstelling dat de voormelde vennootschap in 1948 (revalorisatiecoëfficiënt : 1,14) was opgericht (met onmiddellijke volstorting van het kapitaal), zou de vernietiging van de eigen aandelen via de afboeking van "onbeschikbare reserve voor eigen aandelen", aanleiding hebben gegeven tot een belastbaar dividend van 1.245.000 F (i.p.v. 1;350.000 F), nl. het verschil tussen :
- enerzijds 2.100.000 F, zijnde de verkrijgingsprijs van de 75 aandelen (2.250.000 F) min de reeds geboekte en belaste waardevermindering (150.000 F);
- anderzijds 855.000 F, zijnde het gerevaloriseerde nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal dat met die 75 aandelen overeenstemt (750.000 F x 1,14).
G. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN MET HET OOG OP DE UITKERING ERVAN AAN HET PERSONEEL
II/122
Art. 45, W. 27.12.1984 houdende fiscale bepalingen, zoals laatst gewijzigd door art. 20, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V. 2073 -B. 702), strekt ertoe onder bepaalde voorwaarden het sluiten van aandelenopties vanaf het jaar 1985 fiscaal aan te moedigen door het voordeel dat de werknemers daaruit verkrijgen van belasting vrij te stellen (1).
Oorspronkelijk bepaalde art. 45 in een § 6 dat de bijzondere aanslag bij inkoop eigen aandelen met het oog op een aandelenoptie niet van toepassing was en dat de verliezen geleden bij de lichting van die optie als aftrekbare bedrijfslasten mochten worden aangemerkt.
II/123
Art. 311, W. 22.12.1989 heeft die § 6 opgeheven met betrekking tot de verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsgrijpen, d.w.z. betreffende de aandelen die tot voormelde doeleinden vanaf 01.01.1990 door de vennootschap worden verkregen.
Bijgevolg zijn voortaan op het stuk van de Ven.B de gewone regels inzake de verkrijging van eigen aandelen of winstbewijzen van toepassing wanneer die verkrijging plaatsvindt met het oog op een uitkering ervan aan het personeel (inzonderheid d.m.v. een aandelenoptie).
De aandacht wordt er wel op gevestigd dat sommige bepalingen van art. 52bis, S.W.H.V., met betrekking tot dergelijke verkrijgingen, enigszins afwijken van die welke van toepassing zijn op een gewone inkoop. Zo is een besluit van de algemene vergadering niet vereist en moeten de verkregen eigen aandelen of winstbewijzen aan het personeel worden aangeboden binnen de 12 maanden na die verkrijging.
H. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN OF DELEN ONDER ALGEMENE TITEL
II/124
Zoals uit art. 52bis, § 4, eerste lid, 2°, en art. 128bis, § 4, eerste lid, 2°, S.W.H.V., blijkt, zijn de meeste bepalingen van de S.W.H.V. inzake de verkrijging van eigen aandelen niet van toepassing bij verkrijgingen onder "algemene titel". Dit is met name het geval bij fusies en splitsingen door overneming of bij inbreng va een bedrijf, waardoor de overnemende of verkrijgende vennootschap in het bezit komt van haar eigen aandelen.
De aldus verkregen eigen aandelen mogen tot beloop van 10 % van het geplaatste kapitaal voor onbeperkte termijn in portefeuille worden gehouden. Boven deze 10 % worden zij rechtens van onwaarde indien ze niet binnen een termijn van 12 maanden vanaf hun verkrijging zijn vervreemd.
II/125
Op het stuk van de Ven.B zijn de regels van art. 103, §§ 1 en 3, WIB mutatis mutandis van toepassing, met dien verstande dat rekening moet worden gehouden met :
- de ter zake geldende bijzondere bepalingen van de S.W.H.V.;
- de "werkelijke waarde" van die aandelen bij hun verkrijging (bij ontstentenis van enige verkrijgingsprijs).
Op de behandeling van de eigen aandelen die worden verkregen naar aanleiding van een belastingvrije fusie of splitsing zal worden ingegaan in de commentaar van de nieuwe bepalingen van art. 124, WIB
IV. GEDEELTELIJKE VERDELING VAN HET MAATSCHAPPELIJK VERMOGEN VAN EEN VENNOOTSCHAP
A. PRINCIPES
II/126
Luidens art. 103, § 2, WIB, wordt voortaan, bij de gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een aan de Ven.B onderworpen vennootschap ten gevolge van het overlijden, de uittreding of de uitsluiting van een vennoot, een uitgekeerde winst in de belastbare grondslag opgenomen die gelijk is aan het verschil in meer tussen :
- enerzijds, de uitkeringen of toekenningen in geld, in effecten of in enige andere vorm aan de belanghebbende of zijn rechthebbenden;
- en, anderzijds, zijn aandeel in het eventueel gerevaloriseerde nog terugbetaalbare werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal.
Ook op die uitgekeerde winst is geen R.V. verschuldigd (art. 169, 1e lid, 2°, WIB).
II/127
In tegenstelling met wat voorheen voor de bijzondere aanslag het geval was, zijn ook de bepalingen van art. 103, § 2, WIB, in principe op alle aan de Ven.B onderworpen vennootschappen van toepassing (zij het dan dat in de praktijk de gevallen van gedeeltelijke verdeling van het vermogen zich slechts bij bepaalde personenvennootschappen voordoen).
II/128
Er wordt verwezen naar de commentaar op art. 120, WIB, wat betreft :
- het begrip "gedeeltelijke verdeling van vermogen" (zie Com.I.B. 120/7);
- de in aanmerking te nemen uitkeringen of toekenningen (zie Com.I.B. 120/8 en 8.1);
- het in aanmerking te nemen kapitaal van de vennoot (zie Com.I.B. 120/10 en 11).
Voor het overige zijn de onderrichtingen die hiervoor onder de nrs. II/110 tot 116 zijn opgenomen mutatis mutandis van toepassing.
De draagwijdte van de nieuwe bepalingen wordt door de hiernavolgende voorbeelden verduidelijkt.
B. VOORBEELDEN
Voorbeeld 1
II/129
Een C.V. die in 1967 met vijf vennoten werd opgericht en per kalenderjaar boekhoudt, kent aan een uittredende vennoot een bedrag toe van 1.000.000 F dat vertegenwoordigt : - zijn deel in het nog terugbetaalbare, werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal (dat in 1967 is gestort en onveranderd 1.000.000 F bedroeg) : 200.000 F - zijn deel in de vroeger vrijgestelde reserves : 300.000 F - zijn deel in de reeds belaste reserves : 500.000 F Eerste mogelijkheid : de vennootschap boekt de toekenning van 1.000.000 F langs het debet van de rekening "Kapitaal" (200.000 F) en van de resultatenrekening (800.000 F).
Het verschil (800.000 F) tussen het uitgekeerde bedrag (1.000.000 F) en het aandeel van de vennoot in het werkelijk gestort kapitaal (200.000 F) wordt als een uitgekeerde winst aangemerkt. Hierop is geen R.V. verschuldigd. De geboekte kapitaalvermindering wordt in de opgave 328 D verwerkt door een vermindering van 200.000 F in kol. 4 (werkelijk gestort kapitaal) in te schrijven.
Schematisch kan de weerslag op het resultaat van het belastbaar tijdperk als volgt worden bepaald : - vermindering van de belastbare reserves : - 800.000 F - uitgekeerde winst : + 800.000 F ------------ - weerslag op het in de Ven.B belastbare resultaat : 0 F In de veronderstelling dat de vennootschap in 1937 was opgericht met onmiddellijke volstorting (revalorisatiecoëfficiënt : 1,70), zou de uitgekeerde winst 660.000 F bedragen (d.w.z.; het verschil tussen de uitkering van 1.000.000 F en het aandeel in het gerevaloriseerd kapitaal, met name 200.000 F x 1,70 of 340.000 F). In dergelijk geval zou de weerslag op het resultaat van het belastbaar tijdperk negatief zijn (met name -140.000 F).
Tweede mogelijkheid : de vennootschap boekt de toekenning van 1.000.000 F langs het debet van de rekening "Kapitaal" (200.000 F) en van de rekening "Belastingvrije reserves" (800.000 F).
Het bedrag van de uitgekeerde winst blijft ongewijzigd, maar in tegenstelling met de eerste mogelijkheid zal door de opneming van de vrijgestelde reserves de verrichting wel een positieve invloed hebben op het in de Ven.B belastbare resultaat t.b.v. 800.000 F (eerste geval) of 660.000 F (tweede geval).
Voorbeeld 2
II/130
Naar aanleiding van zijn uittreding ontvangt een vennoot :
- een onroerend goed (terrein) dat bij de vennootschap is geboekt voor 500.000 F (aanschaffingsprijs) maar waarvan de werkelijke waarde 800.000 F bedraagt;
- en een opleg in geld van 900.000 F.
Het aandeel van de uitgetreden vennoot in het tijdens het jaar 1967 werkelijk gestorte kapitaal bedraagt 200.000 F. De vennootschap boekt de gedeeltelijke verdeling als volgt : --------- ----------------- | | | Resultatenrekening | 1.400.000 | | a/ Terreinen | | 500.000 | a/ Bank | | 500.000 | --------- ------------------ | | | De in aanmerking te nemen toekenning aan de uitgetreden vennoot bedraagt 1.700.000 F (d.w.z. 800.000 F werkelijke waarde van het terrein en 900.000 F opleg in geld).
Het verschil (1.500.000 F) tussen de "werkelijke" waarde van de uitkeringen (800.000 F + 900.000 F) en het aandeel van de uitgetreden vennoot in het werkelijk gestort kapitaal (200.000 F) moet als een uitgekeerde winst worden aangemerkt, waarop geen R.V. verschuldigd is. In de opgave 328 D wordt in kol. 4 (werkelijk gestort kapitaal) een bedrag van 200.000 F in mindering gebracht, terwijl dit bedrag in kol. 6 (belaste reserves) moet worden geschreven (toepassing van de art. 103, § 3 en 122, 2°, WIB).
Schematisch kan de weerslag op het resultaat van het belastbaar tijdperk als volgt worden bepaald : - vermindering van de belastbare reserves (1) : - 1.200.000 F - uitgekeerde winst : 1.500.000 F ------------- - weerslag op het in de Ven.B belastbare resultaat (2) : 300.000 F (1) d.w.z. de algebraïsche som van : - 1.4000.000 F (in kosten geboekt bij het uittreden) + 200.000 F (belaste reserves in kapitaal) (2) zijnde in feite de meerwaarde op het terrein V. INWERKINGTREDING
II/131
De nieuwe bepalingen van de art. 103 en 122, 2°, WIB, zijn van toepassing op verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsgrijpen (art. 333, § 1, 9°, W. 22.12.1989), d.w.z. met betrekking tot :
- de verkrijging van eigen aandelen vanaf 01.01.1990 (3);
- de gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een vennootschap wanneer het overlijden, de uittreding of de uitsluiting van de vennoot ten vroegste op 01.01.1990 plaatsheeft (3).
(3) Wanneer dergelijke verrichtingen hebben plaatsgevonden voor 01.01.1990, blijven de bepalingen van de art. 116, 117, 120, 121 en 122, 2°, en 131, WIB (oud), van toepassing (zie ook nr. II/103, 4e lid).
Bron: FisconetPlus
