07.12.2015 - Omzendbrief D.I. 530.11 - D.D. 011.519 (opgeheven)
LAAD- EN LOSPLAATSEN (LLP) LOSPLAATSEN (LP) | D.I. 530.11 |
D.D. 011.519 |
Bijlage : 1 Brussel, 7 december 2015.
BIJWERKINGEN
COMMENTAAR
- Overeenkomstig § 12 van genoemde omzendbrief werd tot op heden een vergunning voor een particuliere laad- en losplaats die verbonden is aan een publiek entrepot type F slechts vergund als dit douane-entrepot op minder dan 10 km van de laad- en losplaats gelegen is. Omdat het aantal douane-entrepots type F is verminderd moeten de economische operatoren steeds meer beroep doen op de aanwezigheid van een particulier entrepot van ongeacht welk type of van een publiek entrepot type A of type B om te kunnen voldoen aan de voorwaarden voor het bekomen van een vergunning laad- en losplaats.
Bon O.S.D. nr. A/I 104/15
Om de mogelijkheid voor het bekomen van dergelijke vergunning met gebruikmaking van een publiek entrepot type F te versoepelen wordt de maximum afstand tussen de laad- en losplaats en het publiek entrepot aangepast en gebracht op 50 km.
- Indien niettegenstaande deze nieuwe afstand, een particulier LLP niet kan worden verbonden aan een publiek entrepot type F of A of B noch aan een particulier entrepot van ongeacht welk type kan uitzonderlijk een particulier LLP worden vergund wanneer een ruimte voor tijdelijke opslag aanwezig is met een vergunning RTO.
- In uitbreiding op het bepaalde in § 1 van de omzendbrief kunnen op de laadplaatsen (LP) eveneens aangiften voor de weder- uitvoer van niet-communautaire goederen ter aanzuivering van de regelingen douane-entrepot of actieve veredeling worden aangebo- den, op voorwaarde dat de vergunning douane-entrepot of actieve veredeling voorziet in de overbrenging van de goederen van het kan- toor van uitvoer naar het kantoor van uitgang zonder douanevervoer.
BIJWERKING
- Rekening houdende met hetgeen voorafgaat en de wijzi- ging van de benaming van de bevoegde diensten van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen wordt de omzendbrief nr. D.D. 288.572 (D.I. 530.11) van 27 april 2009, volledig vervangen door de in bijlage gevoegde omzendbrief.
Voor de Administrateur-generaal Douane en Accijnzen : Adviseur-generaal dd.,
Joëlle DELVAUX
D.I. 530.11 | |
D.D. 011.519 |
Brussel, 7 december 2015.
1.1. Definitie en toepassingsgebied
- Onder laad- en losplaats (LLP) wordt een overeenkomstig art. 239, § 1 van de Verordening (EG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 van tevoren door de douaneautoriteiten aangeduide en erkende plaats verstaan, waar de goederen overeenkomstig art. 40 van dit Wetboek bij de douane kunnen worden aangeboden.
Onder laadplaats (LP) wordt een van tevoren door de douane- autoriteiten aangeduide en erkende plaats verstaan waar communau- taire goederen die het voorwerp uitmaken van een uitvoeraangifte bij de douane kunnen worden aangeboden. Op deze plaatsen mogen onder geen enkel beding niet-communautaire goederen onder een doorvoerregeling worden aangebracht noch kan die LP optreden als kantoor van bestemming.
Bon O.S.D. nr. A/I 53/09
In afwijking op de bepalingen in voorgaande alinea kan een laadplaats (LP) eveneens worden gebruikt voor het indienen van aan- giften voor de wederuitvoer van niet-communautaire goederen ter aanzuivering van de regelingen douane-entrepot (DE) en actieve veredeling (AV) indien de vergunning DE of AV voorziet in de overbrenging van de goederen van het kantoor van uitvoer naar het kantoor van uitgang onder de regeling douane-entrepot of actieve verdeling zonder dat zij onder de regeling douanevervoer moeten worden geplaatst (overbrengingsprocedure).
Hiervan kan toepassing worden gemaakt indien de houder van de vergunning laadplaats eveneens beschikt over
a) een vergunning douane-entrepot en/of
b) een vergunning AV zonder verplichting tot telkenmale monstername bij wederuitvoer.
De laad- en losplaatsen en de laadplaatsen zijn plaatsen waar de douane ten allen tijde tijdens de openingsuren kan optreden voor een controle van de aangiften en van de goederen. Daaruit volgt dat de LLP en de LP slechts kunnen werken tijdens de openingsuren van het hulpkantoor waarvan ze afhangen.
Op een LLP of een LP beheerd door private personen is de douane niet doorlopend aanwezig.
2. De §§ 33, 34, 61, 136, 137, 165 en 234 van de omzendbrief nr. D.D. 273.416 van 1 mei 2007 betreffende de papierloze aangiften inzake douane en accijnzen (PLDA) (D.I. 530.11) voorzien het aan- bieden op een LLP van goederen aangegeven met een elektronische PLDA-aangifte. Goederen die het voorwerp uitmaken van andere aangiften mogen eveneens worden aangeboden op een LLP voor zover de aangifte alle vereiste gegevens bevat voor de behandeling van eventuele te verrichten verificaties. Wanneer de goederen op een LLP worden aangeboden moet de aangever in vak 44 van de aangifte de daartoe in bijvoegsel 6d 1) van de toelichting van de D.A.U. voorziene code vermelden.
- Onder de zelfde voorwaarden mogen de goederen worden aangeboden op een LP overeenkomstig de §§ 136, 137, 165 en 234 van voornoemde omzendbrief, met dien verstande dat de aangever in vak 44 van de aangifte de daartoe in bijvoegsel 6d 1) van de toe- lichting van de D.A.U. voorziene code moet vermelden.
- De regionale afdeling Klantenmanagement (KLAMA) duidt de laad- en losplaatsen en de laadplaatsen aan en verleent in voorkomend geval de vereiste vergunning daartoe.
1.2. Soorten LLP en LP
- Er bestaan twee soorten LLP en één soort LP :
- We onderscheiden 2 categorieën LLP :
- Publieke LLP, waarvan het beheer wordt verzekerd door de Algemene Administratie van de douane en accijnzen;
- Particuliere LLP, waarvan het beheer berust bij een private persoon (natuurlijk- of rechtspersoon).
- We onderscheiden twee categorieën particuliere LLP :
- Particuliere LLP verbonden aan een publiek entrepot type F;
- Particuliere LLP verbonden aan een particulier entrepot of een publiek entrepot type A of B.
- Er bestaat daarentegen slechts één type LP, de particu- liere LP.
1.3. Kenmerken
1.3.1. Publieke LLP
- Wanneer een publiek entrepot van het type F bestaat, wordt het beheer van de LLP verzekerd door de douane belast met de werking van het entrepot.
- Een publieke LLP wordt beheerd door de douane van het hulpkantoor wanneer ter plaatse geen publiek entrepot type F bestaat maar de plaats voorzien is van een infrastructuur die een efficiënte verificatie toelaat; de plaats waar de goederen worden gelost moet overdekt zijn en uitgerust met een inrichting die een gemakkelijk nazicht van de goederen mogelijk maakt (vb. een loskaai) en in voor- komend geval voorzien zijn van een koelinstallatie wanneer dit voor de bewaring van de goederen noodzakelijk is. Bovendien moeten de goederen in de inrichting onder het stelsel tijdelijk opslag kunnen worden geplaatst.
Bij uitbreiding kunnen voor publieke LLP ook verder gelegen zones in de havens worden aangeduid, voor zover de goederen zo nodig op het eerste verzoek van de douane naar plaatsen voorzien van een infrastructuur die een efficiënte verificatie toelaat, kunnen worden gebracht. In voorkomend geval legt de regionale afde- ling Klantenmanagement (KLAMA) een procedure vast die op een- vormige wijze van toepassing is in de betreffende havenzone om de verzending van goederen tussen de meest afgelegen zones en de LLP bedoeld in 1ste alinea toe te laten.
- De publieke LLP is toegankelijk tijdens de uren bepaald door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen voor alle personen (natuurlijke- of rechtspersonen) om er goederen aan te geven in het kader van de normale procedure.
1.3.2. Particuliere LLP verbonden aan een publiek entre- pot type F
- Een particuliere LLP verbonden aan een publiek entrepot type F wordt vergund op minder dan 50 (vijftig) km van een publiek entrepot type F. Voor het berekenen van de afstand van 50 km wordt uitsluitend rekening gehouden met de openbare wegen die berijdbaar zijn voor een trekker met oplegger met naleving van de verkeers- voorschriften en zonder abnormale verstoring van het verkeer te ver- oorzaken noch een gevaar te betekenen voor de andere weggebrui- kers.
- Een particuliere LLP verbonden aan een publiek entrepot type F is in principe toegankelijk voor alle personen (natuurlijke- of rechtspersonen) om er goederen aan te bieden die het voorwerp uitmaken van een aangifte opgesteld in het kader van de normale procedure. Het staat de houder van de vergunning evenwel vrij om de toegang slechts tot bepaalde natuurlijke- of rechtspersonen te beperken.
- De uitbating van een particuliere LLP is onderworpen aan een door de bevoegde regionale afdeling Klantenmanagement (KLAMA) te verlenen vergunning waarin met name de openingsuren worden bepaald en het publiek entrepot type F waaraan het verbon- den is.
- Voor de erkenning van een particuliere LLP is vereist dat de in § 30 hierna bepaalde voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting, vervuld zijn.
- De infrastructuur en de uitrusting zijn diegene nodig voor de fysieke verificatie van de goederen. Indien een plaatsing onder de regeling douane-entrepot noodzakelijk is, moet dit geschieden in het in de vergunning vermelde douane-entrepot. De plaatsing in een publiek entrepot van het type F gebeurt volgens de daarvoor voor- ziene procedure. Voor die opslag kunnen de goederen volgens de gebruikelijke regels aldaar tijdelijk worden opgeslagen onder de verantwoordelijkheid van de persoon die de goederen voor tijdelijke opslag aangeeft.
- Het beheer van de particuliere LLP wordt verzekerd door de houder van de vergunning LLP.
1.3.3. Particuliere LLP verbonden aan een particulier entre- pot of aan een publiek entrepot type A of B
- Wanneer er zich geen publiek entrepot type F bevindt op minder dan 50 km is de uitbating van een LLP onderworpen aan de aanwezigheid van een particulier entrepot van ongeacht welk type of van een publiek entrepot type A of type B en toegankelijk teneinde er eventueel goederen in onder te brengen.
De vergunning douane-entrepot moet voorzien dat tijdelijke opslag is toegestaan. De entreposeur is de persoon die houder is van de vergunning om de LLP te beheren of een persoon die zich verbonden heeft om de opslag van de goederen aangeboden bij de betreffende LLP te aanvaarden. Uitsluitend in het geval meerdere personen zich verbinden om de opslag van de goederen te aanvaarden mag hun entrepot niet verder dan 1 km van de LLP zijn verwijderd. Voor het berekenen van de afstand geldt het bepaalde in
§ 12, hiervoor.
18 bis. Enkel indien geen entrepot type F, A, B of particulier aanwezig is volstaat een vergunning RTO. Deze RTO kan vergund zijn aan de persoon die houder is van de vergunning om de LLP te beheren of een persoon die zich verbonden heeft om de opslag van de goederen aangeboden bij de betreffende LLP te aanvaarden. Meerdere personen kunnen zich verbinden om de opslag van de goederen te aanvaarden voor zover hun RTO niet verder dan 1 km van de LLP is verwijderd. Voor het berekenen van de afstand geldt het bepaalde in § 12, hiervoor.
- De entreposeur die de in § 18 bedoelde verbintenis heeft ondertekend mag in geen enkel geval de opslag van goederen in zijn entrepot of RTO, naargelang het geval weigeren.
- De LLP is toegankelijk voor alle personen (natuurlijke- of rechtspersonen) die goederen moeten aanbieden die het voorwerp uitmaken van een aangifte opgemaakt in het kader van de normale procedure. Enkel de goederen die toegelaten zijn in het douane- entrepot of RTO, naargelang het geval mogen worden aangeboden. Het staat de houder van de vergunning evenwel vrij om de toegang tot de LLP tot bepaalde natuurlijke- of rechtspersonen te beperken.
- De uitbating van een particuliere LLP is onderworpen aan een door de bevoegde regionale afdeling Klantenmanagement (KLAMA) te verlenen vergunning waarin de openingsuren, de aard van de toegelaten goederen en op zijn minst één douane-entrepot of RTO, naargelang het geval waaraan het verbonden is, zijn vastge- legd.
- De goedkeuring van een particuliere LLP vereist dat de door de Administratie in § 30 hierna voorgeschreven voorwaarden inzake infrastructuur en uitrusting, vervuld zijn.
- De infrastructuur en de uitrusting zijn die nodig voor de fysieke verificatie van de goederen. Indien een plaatsing onder douane-entrepot of RTO noodzakelijk is, moet dit gebeuren in het publiek entrepot type A of type B of in het particulier entrepot, of RTO vermeld in de vergunning. De plaatsing in het douane-entrepot of RTO, naar gelang het geval geschiedt volgens de daarvoor voor- ziene procedure als de goederen niet onder een andere douane- regeling dan douane-entrepot of tijdelijke opslag kunnen worden geplaatst. Voor de opslag in douane-entrepot mogen de goederen tijdelijk in de ruimte van het douane-entrepot worden opgeslagen onder de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder van dit douane-entrepot en mits inschrijving als dusdanig in de voorraad- administratie van het entrepot.
- Het beheer van een particuliere LLP wordt verzekerd door de houder van de vergunning LLP.
1.3.4. Particuliere LP
- De particuliere LP is in principe toegankelijk voor elke persoon (natuurlijk- of rechtspersoon) om er goederen aan te bieden die het voorwerp uitmaken van een uitvoeraangifte in het kader van de normale procedure. Het staat de houder van de vergunning evenwel vrij om de toegang tot de LP tot bepaalde natuurlijke- of rechtspersonen te beperken.
- De uitbating van een particuliere LP is onderworpen aan een door de bevoegde regionale afdeling Klantenmanagement (KLAMA) te verlenen vergunning waarin de openingsuren zijn vast- gelegd.
- De erkenning van een particuliere LP vereist dat de door de Administratie in § 30 hierna bepaalde voorschriften inzake infra- structuur en uitrusting, vervuld zijn.
- De infrastructuur en de uitrusting zijn diegene nodig voor de fysieke verificatie van de goederen.
- Het beheer van de LP wordt verzekerd door de houder van de vergunning LP.
1.4. Voorwaarden voor het verlenen van een vergunning particu- liere LLP of particuliere LP
- De als LLP of LP, naargelang het geval, te erkennen plaats moet aan de volgende voorwaarden voldoen :
- over een infrastructuur beschikken die een efficiënte verifi- catie van de goederen toelaat : de plaats van lossing moet overdekt zijn en voorzien zijn van een inrichting die een gemakkelijk nazicht van de goederen mogelijk maakt (vb. een loskaai) en in voorkomend geval voorzien zijn van een koelinstallatie wanneer dit voor de bewaring van de goederen noodzakelijk is;
- voorzien zijn van een lokaal uitgerust met de nodige voor- zieningen voor de ambtenaren (tafel, telefoon, toilet, stoelen);
- gemakkelijk bereikbaar en steeds toegankelijk zijn voor de douane tijdens de openingsuren van de LLP of de LP;
- voorzien zijn van een aan de behoeften aangepaste parkeer- inrichting;
- beschikken over een computer verbonden met het internet en een printer die toelaat de aangiften en de documenten af te druk- ken. De noodzakelijke software moet op de computer voorzien zijn;
- enkel voor de LLP, wanneer de aanvrager niet beschikt over zijn eigen douane-entrepot of zijn eigen RTO, moet de verbintenis waarvan sprake in § 18 worden voorgelegd.
1.5. Indienen van de aanvraag
- Ieder persoon die een LLP of een LP wenst uit te baten moet een schriftelijke aanvraag daartoe indienen bij de bevoegde regionale afdeling Klantenmanagement (KLAMA). De aanvraag moet alle in de vragenlijst gevraagde inlichtingen bevatten.
- Wanneer de aanvraag de uitbating van een LLP beoogt, moet zij verwijzen naar de vergunning douane-entrepot of RTO, naargelang het geval. De aanvrager moet eveneens bij de aanvraag een schriftelijke verbintenis afgeleverd door de houder van de vergunning douane-entrepot of RTO, naar gelang het geval, voegen waarin deze laatste verklaart de eventuele opslag te aanvaarden van de op de LLP aangeboden goederen. De aanvrager voegt eveneens een verbintenis toe waarin hij verklaart de persoon die de goederen in tijdelijke opslag heeft gelaten in het voormeld douane-entrepot of RTO ten laatste de vierde dag voor het verstrijken van de termijn van tijdelijke opslag te verwittigen van de vervaldatum van de tijdelijke opslag waarna de goederen door de douane kunnen worden in beslag genomen.
- De bevoegde regionale afdeling Klantenmanagement (KLAMA) erkent de plaats wanneer het bezoek ter plaatse toelaat vast te stellen dat werkelijk aan de voorwaarden is voldaan.
1.6. Overgangs- en opheffingsbepalingen
- De aangenomen locaties bedoeld in §§ 39 en 40 van de omzendbrief nr. D.D. 254.361 “Toepassing van het NCTS” van 15 juli 2004 (D.I. 521.103) worden eerlang opgeheven van zodra het geautomatiseerd systeem van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen het toelaat.
- Voor zover de aangenomen locatie beantwoordt aan alle voorwaarden bedoeld in §§ 18 en 30 van onderhavige omzendbrief voor de uitbating van een LLP of van een LP, kan de houder van een vergunning aangenomen locatie vanaf heden de vervanging van zijn aangenomen locatie vragen door een vergunning LLP of LP naar- gelang het geval. In voorkomend geval moet de aanvraag tot ver- vanging de verbintenis bevatten van de houder van de vergunning douane-entrepot bedoeld in §§ 18 en 30. Indien noodzakelijk zal de AL-code verder worden gebruikt tot op het in § 34, bedoelde tijdstip.
- De aangenomen locaties die overeenkomstig § 35 niet vrijwillig werden omgezet in een LLP of een LP en die niet voldoen aan de voorwaarden bedoeld in §§ 18 en 30 zullen vanaf het tijdstip bedoeld in § 34 niet verder kunnen worden uitgebaat en zullen door de regionale afdeling Klantenmanagement (KLAMA) worden opge- heven.
- Onderhavige omzendbrief vervangt de omzendbrief nr. D.D. 288.572 van 27 april 2009 betreffende de laad- en los- plaatsen.
Voor de Administrateur-generaal Douane en Accijnzen : Adviseur generaal dd.,
Joëlle DELVAUX
