Circulaire AFZ/2007-0449-1 (AFZ Nr. 13/2007) van 16.07.2007
CIRC 16.07.07/1
BEDRIJFSVOORHEFFING
Bezoldiging ingevolge overwerk
Vrijstelling van storting van de BV
BEREKENING VAN DE PB
Vermindering voor pensioenen
Vermindering voor vervangingsinkomsten
BEZOLDIGING
Aanvullende vergoeding
PERSONENBELASTING
Belastingvermindering
Berekening van de PB
Bezoldiging
Vermindering voor bezoldigingen ingevolge overwerk
WET
Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
WETBOEK VAN DE INKOMSTEN-BELASTINGEN 1992
Wijzigingswet
Eerste commentaar op de wet van 17.5.2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie der directe belastingen en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.
In bijlage volgt een eerste commentaar inzake personenbelasting betreffende de wet van 17 mei 2007 (BS 19.6.2007) houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008:
NAMENS DE MINISTER :
De Adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
BIJLAGE
WET VAN 17 MEI 2007 HOUDENDE UITVOERING VAN HET INTERPROFESSIONEEL AKKOORD VOOR DE PERIODE 2007-2008
INHOUDSTAFEL
I. DIVERSE BEPALINGEN BETREFFENDE HET SOCIAAL OVERLEG
De regering wenst de bestaande lastenverlaging op overuren te versterken, zoals de sociale partners voorstellen.
Overwerk is een realiteit, die in de praktijk echter veelal buiten het reguliere circuit wordt gefinancierd. Doel is met een nieuwe lastenverlaging de nadruk te leggen op de werknemer - nu wordt het voordeel nog gelijk verdeeld over werkgever en werknemer - om ervoor te zorgen dat hij of zij netto meer overhoudt en het niet langer interessant wordt om overuren in het zwart te presteren. Hierbij wordt erover gewaakt dat een overuur niet goedkoper wordt dan een gewoon arbeidsuur. Door een goede, doelgerichte lastenverlaging kan heel wat zwartwerk witwerk worden. Zo bouwt de werknemer meer pensioenrechten op, werkt hij verzekerd en houdt hij er meer aan over. Op deze manier moet dit ook een voor de sociale zekerheid gunstige situatie worden, gezien meer uren worden aangegeven.
1° Wijzigingen aan de artikelen 154bis en 275 1, WIB 92
A. Wettekst en reglementaire bepaling
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 25. In artikel 154bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en gewijzigd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het in het tweede lid bedoelde percentage verhogen tot maximaal :
"Hij zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het vorige lid genomen besluiten.".
Art. 26. In artikel 275^1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en gewijzigd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het in het derde lid bedoelde percentage verhogen tot maximaal :
"Hij zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het vorige lid genomen besluiten.".
Art. 27. De artikelen 25 en 26 zijn van toepassing op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd.
Koninklijk besluit van 3 juni 2007 (BS 19.6.2007) tot uitvoering van de artikelen 154bis, derde lid, en 275^1, vierde lid, van het WIB 92
…
Artikel 1. In hoofdstuk I van het KB/WIB 92 wordt een afdeling XXVduodecies ingevoegd die luidt als volgt :
"Afdeling XXVduodecies - Vermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 154bis )
Art. 6319 In uitvoering van artikel 154bis, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt het in het tweede lid van datzelfde artikel vermelde percentage van 24,75 pct. verhoogd tot :
1° vóór het eerste lid wordt het volgende lid toegevoegd :
"In uitvoering van artikel 275^1, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt het in het derde lid van datzelfde artikel vermelde percentage van 24,75 pct. verhoogd tot :
Art. 3. Dit besluit is van toepassing op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd.
…
B. Commentaar
De programmawet van 27 december 2006 bepaalde dat de Koning het voordeel voor de werknemer maximaal op 66,81 % zou kunnen bepalen en het voordeel voor de werkgever op maximum 32,19 %.
Aangezien de sociale partners de verhoging in onderling overleg evenwel hebben vastgelegd in functie van de grootte van de wettelijke overwerktoeslag, zijn de artikelen 154bis en 275 1, WIB 92, in die zin aangepast. Ondertussen heeft de Koning reeds bepaalt dat de nieuwe maximumpercentages van kracht zijn op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd.
C. Inwerkingtreding
Deze wijzigingen zijn van toepassing op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd.
2° Invoeging van artikel 275^7, WIB 92
A. Wettekst en reglementaire bepaling
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 28. In titel VI, hoofdstuk I, afdeling IV, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 275^7 ingevoegd, luidende :
"Artikel 275^7. De in het tweede lid omschreven werkgevers die bezoldigingen betalen of toekennen en die krachtens artikel 270, 1°, schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op die bezoldigingen, worden ervan vrijgesteld een deel van die bedrijfsvoorheffing in de Schatkist te storten, op voorwaarde dat de genoemde voorheffing volledig op die bezoldigingen wordt ingehouden.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op :
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel.".
Art. 29. Artikel 28 is van toepassing op de vanaf 1 oktober 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen.
KB van 8 juni 2007 (BS 19.6.2007) tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing (1)
[1. Een KB zal eerstdaags de Bijlage IIIbis, KB/WIB 92, aanpassen teneinde een vergetelheid te corrigeren (code 33) in de lijst van de codes vermeld in artikel 4 van het KB van 8.6.2007.]
…
Artikel 1. In hoofdstuk II, KB/WIB 92, wordt het opschrift van afdeling IIbis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006, gewijzigd als volgt :
"Afdeling IIbis. - Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing
(Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, 275" book="CATCH_ALL">2758)".
Art. 2. Artikel 95^2, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 maart 2007, wordt aangevuld als volgt :
"6° de schuldenaars beoogd in artikel 275^6 van hetzelfde Wetboek, die bezoldigingen betalen of toekennen aan sportbeoefenaars beoogd in artikel 171, 1°, i en 4°, j, van dat Wetboek :
7° de werkgevers beoogd in artikel 275^7 van hetzelfde Wetboek die bezoldigingen betalen of toekennen, en die :
ofwel onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
ofwel erkend zijn voor uitzendarbeid die uitzendkrachten ter beschikking stellen van in het eerste streepje bedoelde ondernemingen;
8° de werkgevers beoogd in artikel 275^8 van hetzelfde Wetboek, die zich uitsluitend bezighouden met de champignonteelt en vallen onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf".
Art. 3. Artikel 95^2, § 3, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 december 2006 en 21 december 2006, wordt als volgt gewijzigd:
a) in b, 3°, worden de woorden "3° tot 5°" vervangen door de woorden "3° tot 8°";
b) c, 1°, wordt vervangen als volgt :
"1° voor de in § 1, tweede lid, 1°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan :
"8° voor de in § 1, tweede lid, 6°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 70 pct. van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op de belastbare bezoldigingen;
9° voor de in § 1, tweede lid, 7°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 0,25 pct. van het bruto bedrag van de bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen;
10° voor de in § 1, tweede lid, 8°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 6 pct. van het bruto bedrag van de bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen.".
Art. 4. Bijlage IIIbis, KB/WIB 92, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 11 december 2006 en 12 maart 2007 wordt vervangen als volgt :
"Bijlage IIIbis. - Lijst van de codes met betrekking tot de aard van de inkomsten in toepassing van artikel 95^2, § 3, a, KB/WIB 92
01 Koopvaardij (Art. 275^2, WIB 92)
02 bagger (Art. 275^2, WIB 92)
03 zeesleepvaart (Art. 275^2, WIB 92)
04 zeevisserij (Art. 2754, WIB 92)
05 wetenschappelijk onderzoek (Art. 275^3, 1ste lid, WIB 92)
06 ploegenpremies en nachtpremies (Art. 275^5, WIB 92)
07 wetenschappelijk onderzoek (Art. 275^3, 2de lid, WIB 92)
08 overuren (Art. 275^1, WIB 92, van toepassing tot en met 31 maart 2007)
09 wetenschappelijk onderzoek (Art. 275^3, 3de lid, 1°, WIB 92)
31 wetenschappelijk onderzoek (Art. 275^3, 3de lid, 2°, WIB 92)
32 wetenschappelijk onderzoek (Art. 275^3, 3de lid, 3°, WIB 92)
41 sportbeoefenaar (Art. 2756, 1ste lid, WIB 92)
42 sportbeoefenaar (Art. 2756, 2de lid, WIB 92)
43 champignonteelt (Art. 275^8, WIB 92)
44 overuren (Art. 275^1, 4de lid, 2de streepje, WIB 92, van toepassing vanaf 1 april 2007)
45 overuren (Art. 275^1, 4de lid, 1ste streepje, WIB 92, van toepassing vanaf 1 april 2007)
46 profit sector (Art 275^7, WIB 92).".
Art. 5. Bijlage IIIter, KB/WIB 92, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 11 december 2006 en 12 maart 2007 wordt aangevuld als volgt :
"VI. De in artikel 95^2, § 1, tweede lid, 6°, bedoelde schuldenaars :
Deze schuldenaars moeten ter beschikking houden van de administratie :
1° wat de sportbeoefenaars betreft die op 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de vrijstelling wordt gevraagd, niet de leeftijd van 26 jaar hebben bereikt :
Deze schuldenaars moeten een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie houden met daarin voor elke werknemer, de volledige identiteit, het nationaal nummer en het bedrag van de bruto bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen.
VIII. De in artikel 95^2, § 1, tweede lid, 8°, bedoelde schuldenaars :
Deze schuldenaars moeten een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie houden met daarin voor elke werknemer, de volledige identiteit, het nationaal nummer, het bedrag van de bruto bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen en het bewijs dat de werknemer in hoofde van wie de vrijstelling wordt gevraagd, tijdens de periode waarop de aangifte betrekking heeft, is tewerkgesteld in de champignonteelt.".
Art. 6. Dit besluit is van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend :
B. Commentaar
Teneinde een inhaalbeweging te doen op het vlak van de concurrentiekracht van de Belgische ondernemingen werd in het interprofessioneel akkoord onder meer een structurele interprofessionele looncorrectie overeengekomen ten belope van 0,15 % van de totale loonkost. Technisch gezien zal deze correctie gebeuren door een niet-doorstorting door de werkgever van 0,25 % van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de aangegeven brutolonen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage.
C. Inwerkingtreding
Deze maatregel is van toepassing op de vanaf 1 oktober 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen.
3° Invoeging van artikel 275^8, WIB 92
A. Wettekst en reglementaire bepaling
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 30. In titel VI, hoofdstuk I, afdeling IV, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 275^8 ingevoegd, luidende :
"Art. 275^8 . - Dit artikel is van toepassing op de werkgevers die zich uitsluitend bezighouden met de champignonteelt en vallen onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf en die in toepassing van artikel 270, 1°, schuldenaar zijn van bedrijfsvoorheffing.
De in het eerste lid bedoelde werkgevers zijn er niet toe gehouden een deel van de bedrijfsvoorheffing die zij verschuldigd zijn uit hoofde van een in artikel 273, 1°, bedoelde betaling of toekenning van belastbare bezoldigingen aan de werknemers in de Schatkist te storten. Deze bepaling mag evenwel slechts worden toegepast met betrekking tot de in uitvoering van artikel 272 ingehouden bedrijfsvoorheffing.
De niet te storten bedrijfsvoorheffing bedraagt 6 pct. van het bruto bedrag van de bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen.
Om de in dit artikel bedoelde vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing te verkrijgen, moet de werkgever, ter gelegenheid van zijn aangifte in de bedrijfsvoorheffing, het bewijs leveren dat de werknemers in hoofde van wie de vrijstelling wordt gevraagd, tijdens de periode waarop die aangifte betrekking heeft, zijn tewerkgesteld in de champignonteelt. De Koning bepaalt de nadere modaliteiten voor het leveren van dit bewijs.".
Art. 31. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum van inwerkingtreding van artikel 30.
KB van 8 juni 2007 (BS 19.6.2007) tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing
(Zie blz. 4).
B. Commentaar
Rekening houdende met het feit dat de champignonteelt op dit ogenblik zeer zware economische problemen kent en dat bepaalde afspraken tussen de sociale partners en de regering een nefaste impact kunnen hebben op de tewerkstelling, hebben de intersectoriële sociale partners er bij de Regering op aangedrongen om in een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing te voorzien voor de champignonteelt, gelijk aan 6 % van het bruto maandloon en dit voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen en zonder dat dit een invloed mag hebben op de bedrijfsvoorheffing of de eindbelasting van de individuele werknemer.
C. Inwerkingtreding
De Koning bepaalt de inwerkingtreding, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na goedkeuring van de maatregel door de Europese Commissie
4° Innovatiepremies
A. Wettekst
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 32. In artikel 31 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, worden de woorden "1 januari 2007" telkens vervangen door de woorden "1 januari 2009".
B. Commentaar
De wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg heeft uitsluitend voor het jaar 2006 een stelsel van innovatiepremies ingevoerd waaronder een vrijstelling van personenbelasting van die premies.
Dit stelsel wordt verlengd met 2 jaar, namelijk de burgerlijke jaren 2007 en 2008.
II. WIJZIGING VAN ARTIKEL 31BIS VAN HET WIB 92 EN VAN ARTIKEL 289 VAN DE WET VAN 27 DECEMBER 2006 HOUDENDE DIVERSE BEPALINGEN (I)
A. Wettekst
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 33. In artikel 31bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de aanhef van het eerste lid, 1°, wordt vervangen als volgt :
"1° de brugpensioenen en de aanvullende vergoedingen die de werknemer heeft verkregen tijdens een periode van inactiviteit, van werkhervatting bij een andere werkgever of van werkhervatting als zelfstandige. De voormelde aanvullende vergoedingen zijn, voor zover de verplichting van de gewezen werkgever tot doorbetaling van die vergoedingen na werkhervatting wel is opgenomen in een collectieve arbeidsovereenkomst of in een individuele overeenkomst die voorziet in de uitbetaling van de aanvullende vergoeding;";
2° het eerste lid, 1°, tweede streepje, wordt vervangen als volgt :
"- de aanvullende vergoedingen die een gewezen werknemer, die de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en die werkloosheidsuitkeringen als volledige werkloze verkrijgt of zou kunnen verkrijgen indien hij het werk niet had hervat, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen en voor zover de desbetreffende overeenkomst geen sectorale collectieve arbeidsovereenkomst is die is afgesloten voor 30 september 2005 of geen sectorale overeenkomst is die een dergelijke overeenkomst zonder onderbreking verlengt;";
3° het artikel wordt aangevuld als volgt :
"De brugpensioenen bestaan uit de volgende componenten :
1° een werkloosheidsuitkering;
2° een aanvullende vergoeding als bedoeld in artikel 4, § 3, tweede streepje, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, alsmede de vergoeding bedoeld in een collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten overeenkomstig de bepalingen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomst en de paritaire comités en die voorziet in voordelen die op zijn minst gelijkwaardig zijn aan de voordelen die in de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 zijn vastgesteld.".
Art. 34. In artikel 289 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"De artikelen 276, 282, 1°, en 283 zijn van toepassing op de aanvullende vergoedingen die vanaf 1 januari 2006 worden betaald of toegekend.";
2° het volgende lid wordt ingevoegd tussen het vierde en het vijfde lid :
"Artikel 282, 2°, is van toepassing op de aanvullende vergoedingen die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend.".
Art. 35. Artikel 33 is van toepassing op de aanvullende vergoedingen die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend.
B. Commentaar
1. Leeftijdsgrens van 50 jaar
Op sociaal vlak gelden de gunstige maatregelen slechts voor de aanvullende vergoedingen die een gewezen werknemer die de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en die werkloosheidsuitkeringen als volledige werkloze verkrijgt of zou kunnen verkrijgen indien hij het werk niet had hervat, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen en voor zover de overeenkomst die de doorbetaling na werkhervatting bevat niet is opgenomen in een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst die is afgesloten voor 30 september 2005 of in een sectorale overeenkomst die een dergelijke overeenkomst zonder onderbreking verlengt.
Artikel 31bis, WIB 92, wordt in die zin aangepast dat ook op fiscaal vlak eenzelfde beperking van het toepassingsgebied wordt ingevoerd.
2. Brugpensioenen
Aangezien bij koninklijk besluit van 12 februari 2007 een collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies (Belgisch Staatsblad van 26.2.2007) algemeen bindend is verklaard die de doorbetaling regelt door de gewezen werkgever van een aanvullende vergoeding die op fiscaal vlak begrepen is in het brugpensioen, past het de fiscale regels ter zake daarmee in overeenstemming te brengen.
In artikel 31bis, WIB 92, worden de brugpensioenen samengevoegd met de aanvullende vergoedingen die de gunstige fiscale behandeling ondergaan.
Door het uitdrukkelijk opnemen van alle vergoedingen die in het kader van de brugpensioenregeling worden uitgekeerd in artikel 31bis, WIB 92, is het niet meer nodig in artikel 146, WIB 92 een onderscheid te maken tussen de brugpensioenen en de aanvullende vergoedingen. Om die reden wordt dat artikel aangepast door de uitdrukkelijke verwijzingen naar de verschillende vergoedingen te schrappen. Alle in artikel 31bis, WIB 92, vermelde vergoedingen vallen derhalve voortaan onder de restbepaling van artikel 146, 5°, WIB 92.
C. Inwerkingtreding
In beginsel zou de aanpassing van artikel 31bis, WIB 92, moeten ingaan vanaf de invoering van dat artikel om ervoor te zorgen dat zowel op sociaal als op fiscaal vlak dezelfde beperkende regels van kracht zijn vanaf dezelfde datum, te weten 1 januari 2006.
Om niemand enig nadeel te laten ondervinden van de wijziging, wordt de inwerkingtreding van de wijziging op 1 januari 2007 vastgelegd.
III. WIJZIGINGEN AAN HET WIB 92 INZAKE DE BELASTINGVERMINDERING VOOR PENSIOENEN EN VERVANGINGSINKOMSTEN
A. Wettekst
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
…
Art. 36. In artikel 146 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het 1° vervallen de woorden ", met inbegrip van brugpensioenen ";
b) het 2° wordt opgeheven.
Art. 37. In artikel 147 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het 2° wordt vervangen als volgt :
"2° als het netto-inkomen gedeeltelijk uit pensioenen of andere vervangingsinkomsten bestaat : een gedeelte van het in 1° bedoelde bedrag, welk gedeelte evenredig is met de verhouding tussen, enerzijds, het netto bedrag van de pensioenen en de andere vervangingsinkomsten en, anderzijds, het netto-inkomen met uitsluiting :
a) van het loon dat bij de nieuwe werkgever wordt verkregen of van het inkomen dat uit een nieuwe zelfstandige beroepsactiviteit wordt verkregen, in geval van het verkrijgen van :
2° het artikel wordt met het volgende lid aangevuld :
"Onder activiteitsinkomsten als bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt verstaan de beroepsinkomsten verminderd met :
1° de in artikel 23, § 1, 5°, bedoelde inkomsten;
2° de vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van inkomsten.".
Art. 38. Artikel 154 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt vervangen als volgt :
"Art. 154. § 1. Een bijkomende vermindering wordt verleend wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten.
De bijkomende vermindering wordt berekend volgens de in de volgende paragrafen bepaalde regels.
§ 2. De bijkomende vermindering is gelijk aan de belasting die overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152 wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit :
1° pensioenen of vervangingsinkomsten en het totale bedrag van die inkomsten niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen;
2° werkloosheidsuitkeringen en het bedrag van die uitkeringen niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen, indien de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt;
3° wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en het bedrag van die inkomsten niet hoger is dan tien negenden van het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden de totale netto-inkomens van de beide echtgenoten samengeteld voor de toepassing van het eerste lid.
§ 3. In de andere dan in § 2 bedoelde gevallen is de bijkomende vermindering gelijk aan het positieve verschil tussen :
1° het bedrag van de belasting die nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152, en
2° het verschil tussen :
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden zowel de totale netto-inkomens als het bedrag van de overblijvende belasting van de beide echtgenoten samengeteld voor de toepassing van het eerste lid.
De aldus berekende bijkomende vermindering wordt verdeeld in verhouding tot het bedrag van de belasting van elke echtgenoot die nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152.
In voorkomend geval is artikel 153 van toepassing op de som van de bij toepassing van de artikelen 147 tot 152 bepaalde vermindering verhoogd met de bij toepassing van deze paragraaf bepaalde bijkomende vermindering.".
Art. 39. De artikelen 36, 37 en 38 zijn van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend.
B. Commentaar
1. Artikel 147, WIB 92
De regering heeft beslist om, in het kader van de actieve welvaarstaat, gepensioneerden die, na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd, hun kleine pensioen willen aanvullen met een bijkomend inkomen of weduwnaren of weduwen die actief willen blijven, zelfs al hebben ze beschikking over een overlevingspensioen, niet meer fiscaal te bestraffen door bij de vaststelling van de belastingvermindering op die pensioenen rekening te houden met de andere activiteitsinkomsten. Artikel 147, WIB 92, wordt in die zin aangepast zodat met activiteitsinkomsten geen rekening wordt gehouden.
Eenzelfde regeling bestaat reeds voor bepaalde in artikel 31bis, WIB 92, vermelde aanvullende vergoedingen.
In artikel 147, eerste lid, 2°, WIB 92, wordt het eerste streepje opgesplitst om rekening te kunnen houden met drie situaties die zich kunnen voordoen na werkhervatting als loontrekkende of als zelfstandige, namelijk de werknemer ontvangt van de ex-werkgever :
1° enkel een aanvullende vergoeding die op fiscaal vlak begrepen is in het brugpensioen. In dit geval wordt de combinatie van die vergoeding met de bezoldiging van de nieuwe werknemer of het inkomen uit de nieuwe zelfstandige activiteit geneutraliseerd;
2° een aanvullende vergoeding die op fiscaal vlak begrepen is in het brugpensioen en een extra-wettelijke aanvullende vergoeding. In dit geval wordt de combinatie van zowel de eerstgenoemde vergoeding als de extra-wettelijke vergoeding met de bezoldiging van de nieuwe werknemer of het inkomen uit de nieuwe zelfstandige activiteit geneutraliseerd;
3° enkel een zogeheten canada-dry-vergoeding. In dit geval wordt de combinatie van die vergoeding met de bezoldiging van de nieuwe werknemer of het inkomen uit de nieuwe zelfstandige activiteit geneutraliseerd.
Onder activiteitsinkomsten wordt verstaan de beroepsinkomsten verminderd met :
1° de in artikel 23, § 1, 5°, WIB92, vermelde inkomsten;
2° de vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van inkomsten.
Deze definitie is geïnspireerd op de definitie in artikel 289ter, WIB 92, zonder daarvan een exacte kopie te zijn omwille van het verschillende impact binnen de berekening van de belasting.
2. Artikel 154, WIB 92
Zoals reeds is gebleken uit talloze parlementaire vragen over dit onderwerp, is het voor de belastingplichtige een zware last indien de feitelijke belastingvrijstelling die is opgenomen in artikel 154, WIB 92, wegvalt omdat het verkregen inkomen net de vastgelegde begrenzing overschrijdt.
Hieraan wordt verholpen door de volgende oplossing in te voeren :
1° zolang het inkomen de begrenzing niet overschrijdt blijft de huidige feitelijke vrijstelling geldig;
2° van zodra het inkomen de begrenzing overschrijdt wordt een afbouwregel toegepast.
Die regel zorgt ervoor dat bij lichte overschrijding van de begrenzingen de uiteindelijke belasting niet meer bedraagt dan het inkomen dat de begrenzing overschrijdt. Op die manier is de belastingdruk aanzienlijk lager dan in de vorige regeling.
C. Inwerkingtreding
Deze maatregelen zijn van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend.
IV. WIJZIGING VAN ARTIKEL 515BIS, WIB 92
A. Wettekst
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 40. In artikel 515bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2000 en 23 december 2005, wordt het laatste lid aangevuld als volgt :
"Het bedrag van 50.000 euro wordt jaarlijks en gelijktijdig aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast overeenkomstig artikel 178.".
Art. 41. Artikel 40 is van toepassing op de kapitalen die vanaf 1 januari 2006 worden uitgekeerd.
B. Commentaar
Aangezien artikel 515bis, laatste lid, WIB 92, op dezelfde manier moet worden toegepast als artikel 169, WIB 92, past het ook dezelfde indexering toe te passen voor het in beide bepalingen vermelde bedrag van 50.000 EUR.
Hierbij wordt een vergetelheid, bij het opstellen van de wijziging van artikel 515bis, WIB 92, in het kader van de wet van 23 december 2005 houdende het generatiepact, herstelt. Het indexeringsmechanisme, een voordelige ingreep voor de belastingplichtige, werd vergeten voor het voornoemde bedrag van 50.000 EUR.
Er wordt opgemerkt dat de administratie, op praktisch vlak, reeds de indexatie voor het aanslagjaar 2007 heeft toegepast, zonder de wettelijke wijziging af te wachten.
C. Inwerkingtreding
De inwerkingtreding moet identiek zijn aan de inwerkingtreding van de laatste wijziging van artikel 515bis, WIB 92, dit wil zeggen dat de indexering eveneens van toepassing is op de kapitalen die vanaf 1 januari 2006 worden uitgekeerd, te weten dat de inwerkingtreding van het artikel 103 van de wet van 23 december 2005 houdende het generatiepact dat op het laatste moment het artikel 515bis, WIB 92, heeft gewijzigd.
V. SCHEMA'S
Aangezien de schema's die zijn gepubliceerd in de parlementaire stukken niet meer geldig zijn door de later aangebrachte verbeteringen, worden ze hierna in bijgewerkte versie weergegeven wat de specifieke bepalingen inzake de aanvullende vergoedingen bovenop een brugpensioen en de zogeheten canada dry vergoedingen betreft.
I. VERGOEDINGEN VOLTIJDS BRUGPENSIOEN EN BOVENOP VOLTIJDS BRUGPENSIOEN - AANSLAGJAAR 2007 - INKOMSTEN 2006
II. CANADA DRY OF PSEUDO BRUGPENSIOENREGELINGEN BOVENOP WERKLOOSHEIDSUITKERING - AANSLAGJAAR 2007 - INKOMSTEN 2006
III. VERGOEDINGEN VOLTIJDS BRUGPENSIOEN EN BOVENOP VOLTIJDS BRUGPENSIOEN - AANSLAGJAAR 2008 - INKOMSTEN 2007
IV. VERGOEDINGEN CANADA DRY OF PSEUDO BRUGPENSIOEN BOVENOP WERKLOOSHEIDSUITKERING - AANSLAGJAAR 2008 - INKOMSTEN 2007
BEDRIJFSVOORHEFFING
Bezoldiging ingevolge overwerk
Vrijstelling van storting van de BV
BEREKENING VAN DE PB
Vermindering voor pensioenen
Vermindering voor vervangingsinkomsten
BEZOLDIGING
Aanvullende vergoeding
PERSONENBELASTING
Belastingvermindering
Berekening van de PB
Bezoldiging
Vermindering voor bezoldigingen ingevolge overwerk
WET
Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
WETBOEK VAN DE INKOMSTEN-BELASTINGEN 1992
Wijzigingswet
Eerste commentaar op de wet van 17.5.2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie der directe belastingen en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.
In bijlage volgt een eerste commentaar inzake personenbelasting betreffende de wet van 17 mei 2007 (BS 19.6.2007) houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008:
NAMENS DE MINISTER :
De Adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
BIJLAGE
WET VAN 17 MEI 2007 HOUDENDE UITVOERING VAN HET INTERPROFESSIONEEL AKKOORD VOOR DE PERIODE 2007-2008
INHOUDSTAFEL
I. DIVERSE BEPALINGEN BETREFFENDE HET SOCIAAL OVERLEG
De regering wenst de bestaande lastenverlaging op overuren te versterken, zoals de sociale partners voorstellen.
Overwerk is een realiteit, die in de praktijk echter veelal buiten het reguliere circuit wordt gefinancierd. Doel is met een nieuwe lastenverlaging de nadruk te leggen op de werknemer - nu wordt het voordeel nog gelijk verdeeld over werkgever en werknemer - om ervoor te zorgen dat hij of zij netto meer overhoudt en het niet langer interessant wordt om overuren in het zwart te presteren. Hierbij wordt erover gewaakt dat een overuur niet goedkoper wordt dan een gewoon arbeidsuur. Door een goede, doelgerichte lastenverlaging kan heel wat zwartwerk witwerk worden. Zo bouwt de werknemer meer pensioenrechten op, werkt hij verzekerd en houdt hij er meer aan over. Op deze manier moet dit ook een voor de sociale zekerheid gunstige situatie worden, gezien meer uren worden aangegeven.
1° Wijzigingen aan de artikelen 154bis en 275 1, WIB 92
A. Wettekst en reglementaire bepaling
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 25. In artikel 154bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en gewijzigd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het in het tweede lid bedoelde percentage verhogen tot maximaal :
- 66,81 pct. voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 pct. van toepassing is;
- 57,75 pct. voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50 of 100 pct. van toepassing is.";
"Hij zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het vorige lid genomen besluiten.".
Art. 26. In artikel 275^1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en gewijzigd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het in het derde lid bedoelde percentage verhogen tot maximaal :
- 32,19 pct. voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 pct. van toepassing is;
- 41,25 pct. voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50 of 100 pct. van toepassing is.";
"Hij zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het vorige lid genomen besluiten.".
Art. 27. De artikelen 25 en 26 zijn van toepassing op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd.
Koninklijk besluit van 3 juni 2007 (BS 19.6.2007) tot uitvoering van de artikelen 154bis, derde lid, en 275^1, vierde lid, van het WIB 92
…
Artikel 1. In hoofdstuk I van het KB/WIB 92 wordt een afdeling XXVduodecies ingevoegd die luidt als volgt :
"Afdeling XXVduodecies - Vermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 154bis )
Art. 6319 In uitvoering van artikel 154bis, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt het in het tweede lid van datzelfde artikel vermelde percentage van 24,75 pct. verhoogd tot :
- 66,81 pct. voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 pct. van toepassing is;
- 57,75 pct. voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50 of 100 pct. van toepassing is.".
1° vóór het eerste lid wordt het volgende lid toegevoegd :
"In uitvoering van artikel 275^1, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt het in het derde lid van datzelfde artikel vermelde percentage van 24,75 pct. verhoogd tot :
- 32,19 pct. voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 pct. van toepassing is;
- 41,25 pct. voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50 of 100 pct. van toepassing is.".
Art. 3. Dit besluit is van toepassing op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd.
…
B. Commentaar
De programmawet van 27 december 2006 bepaalde dat de Koning het voordeel voor de werknemer maximaal op 66,81 % zou kunnen bepalen en het voordeel voor de werkgever op maximum 32,19 %.
Aangezien de sociale partners de verhoging in onderling overleg evenwel hebben vastgelegd in functie van de grootte van de wettelijke overwerktoeslag, zijn de artikelen 154bis en 275 1, WIB 92, in die zin aangepast. Ondertussen heeft de Koning reeds bepaalt dat de nieuwe maximumpercentages van kracht zijn op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd.
C. Inwerkingtreding
Deze wijzigingen zijn van toepassing op de vanaf 1 april 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen betreffende uren die als overwerk zijn gepresteerd.
2° Invoeging van artikel 275^7, WIB 92
A. Wettekst en reglementaire bepaling
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 28. In titel VI, hoofdstuk I, afdeling IV, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 275^7 ingevoegd, luidende :
"Artikel 275^7. De in het tweede lid omschreven werkgevers die bezoldigingen betalen of toekennen en die krachtens artikel 270, 1°, schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op die bezoldigingen, worden ervan vrijgesteld een deel van die bedrijfsvoorheffing in de Schatkist te storten, op voorwaarde dat de genoemde voorheffing volledig op die bezoldigingen wordt ingehouden.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op :
- werkgevers die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
- de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid die uitzendkrachten ter beschikking stellen van de in het eerste streepje bedoelde ondernemingen.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel.".
Art. 29. Artikel 28 is van toepassing op de vanaf 1 oktober 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen.
KB van 8 juni 2007 (BS 19.6.2007) tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing (1)
[1. Een KB zal eerstdaags de Bijlage IIIbis, KB/WIB 92, aanpassen teneinde een vergetelheid te corrigeren (code 33) in de lijst van de codes vermeld in artikel 4 van het KB van 8.6.2007.]
…
Artikel 1. In hoofdstuk II, KB/WIB 92, wordt het opschrift van afdeling IIbis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006, gewijzigd als volgt :
"Afdeling IIbis. - Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing
(Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, 275" book="CATCH_ALL">2758)".
Art. 2. Artikel 95^2, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 maart 2007, wordt aangevuld als volgt :
"6° de schuldenaars beoogd in artikel 275^6 van hetzelfde Wetboek, die bezoldigingen betalen of toekennen aan sportbeoefenaars beoogd in artikel 171, 1°, i en 4°, j, van dat Wetboek :
7° de werkgevers beoogd in artikel 275^7 van hetzelfde Wetboek die bezoldigingen betalen of toekennen, en die :
ofwel onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
ofwel erkend zijn voor uitzendarbeid die uitzendkrachten ter beschikking stellen van in het eerste streepje bedoelde ondernemingen;
8° de werkgevers beoogd in artikel 275^8 van hetzelfde Wetboek, die zich uitsluitend bezighouden met de champignonteelt en vallen onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf".
Art. 3. Artikel 95^2, § 3, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 december 2006 en 21 december 2006, wordt als volgt gewijzigd:
a) in b, 3°, worden de woorden "3° tot 5°" vervangen door de woorden "3° tot 8°";
b) c, 1°, wordt vervangen als volgt :
"1° voor de in § 1, tweede lid, 1°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan :
- 32,19 pct. van het bruto bedrag van de bezoldigingen dat als berekeningsgrondslag heeft gediend voor de berekening van de overwerktoeslag wanneer een wettelijke overwerktoeslag van 20 pct. is toegepast;
- 41,25 pct. van het bruto bedrag van de bezoldigingen dat als berekeningsgrondslag heeft gediend voor de berekening van de overwerktoeslag wanneer een wettelijke overwerktoeslag van 50 of 100 pct. is toegepast";
"8° voor de in § 1, tweede lid, 6°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 70 pct. van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op de belastbare bezoldigingen;
9° voor de in § 1, tweede lid, 7°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 0,25 pct. van het bruto bedrag van de bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen;
10° voor de in § 1, tweede lid, 8°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 6 pct. van het bruto bedrag van de bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen.".
Art. 4. Bijlage IIIbis, KB/WIB 92, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 11 december 2006 en 12 maart 2007 wordt vervangen als volgt :
"Bijlage IIIbis. - Lijst van de codes met betrekking tot de aard van de inkomsten in toepassing van artikel 95^2, § 3, a, KB/WIB 92
01 Koopvaardij (Art. 275^2, WIB 92)
02 bagger (Art. 275^2, WIB 92)
03 zeesleepvaart (Art. 275^2, WIB 92)
04 zeevisserij (Art. 2754, WIB 92)
05 wetenschappelijk onderzoek (Art. 275^3, 1ste lid, WIB 92)
06 ploegenpremies en nachtpremies (Art. 275^5, WIB 92)
07 wetenschappelijk onderzoek (Art. 275^3, 2de lid, WIB 92)
08 overuren (Art. 275^1, WIB 92, van toepassing tot en met 31 maart 2007)
09 wetenschappelijk onderzoek (Art. 275^3, 3de lid, 1°, WIB 92)
31 wetenschappelijk onderzoek (Art. 275^3, 3de lid, 2°, WIB 92)
32 wetenschappelijk onderzoek (Art. 275^3, 3de lid, 3°, WIB 92)
41 sportbeoefenaar (Art. 2756, 1ste lid, WIB 92)
42 sportbeoefenaar (Art. 2756, 2de lid, WIB 92)
43 champignonteelt (Art. 275^8, WIB 92)
44 overuren (Art. 275^1, 4de lid, 2de streepje, WIB 92, van toepassing vanaf 1 april 2007)
45 overuren (Art. 275^1, 4de lid, 1ste streepje, WIB 92, van toepassing vanaf 1 april 2007)
46 profit sector (Art 275^7, WIB 92).".
Art. 5. Bijlage IIIter, KB/WIB 92, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 11 december 2006 en 12 maart 2007 wordt aangevuld als volgt :
"VI. De in artikel 95^2, § 1, tweede lid, 6°, bedoelde schuldenaars :
Deze schuldenaars moeten ter beschikking houden van de administratie :
1° wat de sportbeoefenaars betreft die op 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de vrijstelling wordt gevraagd, niet de leeftijd van 26 jaar hebben bereikt :
- de volledige identiteit;
- in voorkomend geval, het nationaal nummer;
- het bedrag van de betaalde bruto belastbare bezoldigingen;
- het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en een gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing;
- de volledige identiteit;
- in voorkomend geval, het nationaal nummer;
- het bedrag van de betaalde bruto belastbare bezoldigingen;
- het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en een gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing;
- het bewijs dat de helft van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing werd besteed aan de opleiding van jonge sportbeoefenaars zoals omschreven in artikel 2756, tweede en derde lid, WIB 92.
Deze schuldenaars moeten een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie houden met daarin voor elke werknemer, de volledige identiteit, het nationaal nummer en het bedrag van de bruto bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen.
VIII. De in artikel 95^2, § 1, tweede lid, 8°, bedoelde schuldenaars :
Deze schuldenaars moeten een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie houden met daarin voor elke werknemer, de volledige identiteit, het nationaal nummer, het bedrag van de bruto bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen en het bewijs dat de werknemer in hoofde van wie de vrijstelling wordt gevraagd, tijdens de periode waarop de aangifte betrekking heeft, is tewerkgesteld in de champignonteelt.".
Art. 6. Dit besluit is van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend :
- vanaf 1 april 2007 voor de bepalingen die betrekking hebben op door de werknemer gepresteerd overwerk als bedoeld in artikel 275^1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
- vanaf 1 oktober 2007 voor de bepalingen met betrekking tot de profit sector als bedoeld in artikel 275^7 van hetzelfde Wetboek;
- vanaf 1 januari 2008 voor de bepalingen met betrekking tot de sportbeoefenaars zoals bedoeld in artikel 275^6van hetzelfde Wetboek;
- op een datum bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad voor de bepalingen met betrekking tot de champignonteelt zoals bedoeld in artikel 275^8 van hetzelfde Wetboek.
B. Commentaar
Teneinde een inhaalbeweging te doen op het vlak van de concurrentiekracht van de Belgische ondernemingen werd in het interprofessioneel akkoord onder meer een structurele interprofessionele looncorrectie overeengekomen ten belope van 0,15 % van de totale loonkost. Technisch gezien zal deze correctie gebeuren door een niet-doorstorting door de werkgever van 0,25 % van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de aangegeven brutolonen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage.
C. Inwerkingtreding
Deze maatregel is van toepassing op de vanaf 1 oktober 2007 betaalde of toegekende bezoldigingen.
3° Invoeging van artikel 275^8, WIB 92
A. Wettekst en reglementaire bepaling
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 30. In titel VI, hoofdstuk I, afdeling IV, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 275^8 ingevoegd, luidende :
"Art. 275^8 . - Dit artikel is van toepassing op de werkgevers die zich uitsluitend bezighouden met de champignonteelt en vallen onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf en die in toepassing van artikel 270, 1°, schuldenaar zijn van bedrijfsvoorheffing.
De in het eerste lid bedoelde werkgevers zijn er niet toe gehouden een deel van de bedrijfsvoorheffing die zij verschuldigd zijn uit hoofde van een in artikel 273, 1°, bedoelde betaling of toekenning van belastbare bezoldigingen aan de werknemers in de Schatkist te storten. Deze bepaling mag evenwel slechts worden toegepast met betrekking tot de in uitvoering van artikel 272 ingehouden bedrijfsvoorheffing.
De niet te storten bedrijfsvoorheffing bedraagt 6 pct. van het bruto bedrag van de bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen.
Om de in dit artikel bedoelde vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing te verkrijgen, moet de werkgever, ter gelegenheid van zijn aangifte in de bedrijfsvoorheffing, het bewijs leveren dat de werknemers in hoofde van wie de vrijstelling wordt gevraagd, tijdens de periode waarop die aangifte betrekking heeft, zijn tewerkgesteld in de champignonteelt. De Koning bepaalt de nadere modaliteiten voor het leveren van dit bewijs.".
Art. 31. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum van inwerkingtreding van artikel 30.
KB van 8 juni 2007 (BS 19.6.2007) tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing
(Zie blz. 4).
B. Commentaar
Rekening houdende met het feit dat de champignonteelt op dit ogenblik zeer zware economische problemen kent en dat bepaalde afspraken tussen de sociale partners en de regering een nefaste impact kunnen hebben op de tewerkstelling, hebben de intersectoriële sociale partners er bij de Regering op aangedrongen om in een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing te voorzien voor de champignonteelt, gelijk aan 6 % van het bruto maandloon en dit voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen en zonder dat dit een invloed mag hebben op de bedrijfsvoorheffing of de eindbelasting van de individuele werknemer.
C. Inwerkingtreding
De Koning bepaalt de inwerkingtreding, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na goedkeuring van de maatregel door de Europese Commissie
4° Innovatiepremies
A. Wettekst
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 32. In artikel 31 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, worden de woorden "1 januari 2007" telkens vervangen door de woorden "1 januari 2009".
B. Commentaar
De wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg heeft uitsluitend voor het jaar 2006 een stelsel van innovatiepremies ingevoerd waaronder een vrijstelling van personenbelasting van die premies.
Dit stelsel wordt verlengd met 2 jaar, namelijk de burgerlijke jaren 2007 en 2008.
II. WIJZIGING VAN ARTIKEL 31BIS VAN HET WIB 92 EN VAN ARTIKEL 289 VAN DE WET VAN 27 DECEMBER 2006 HOUDENDE DIVERSE BEPALINGEN (I)
A. Wettekst
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 33. In artikel 31bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de aanhef van het eerste lid, 1°, wordt vervangen als volgt :
"1° de brugpensioenen en de aanvullende vergoedingen die de werknemer heeft verkregen tijdens een periode van inactiviteit, van werkhervatting bij een andere werkgever of van werkhervatting als zelfstandige. De voormelde aanvullende vergoedingen zijn, voor zover de verplichting van de gewezen werkgever tot doorbetaling van die vergoedingen na werkhervatting wel is opgenomen in een collectieve arbeidsovereenkomst of in een individuele overeenkomst die voorziet in de uitbetaling van de aanvullende vergoeding;";
2° het eerste lid, 1°, tweede streepje, wordt vervangen als volgt :
"- de aanvullende vergoedingen die een gewezen werknemer, die de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en die werkloosheidsuitkeringen als volledige werkloze verkrijgt of zou kunnen verkrijgen indien hij het werk niet had hervat, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen en voor zover de desbetreffende overeenkomst geen sectorale collectieve arbeidsovereenkomst is die is afgesloten voor 30 september 2005 of geen sectorale overeenkomst is die een dergelijke overeenkomst zonder onderbreking verlengt;";
3° het artikel wordt aangevuld als volgt :
"De brugpensioenen bestaan uit de volgende componenten :
1° een werkloosheidsuitkering;
2° een aanvullende vergoeding als bedoeld in artikel 4, § 3, tweede streepje, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, alsmede de vergoeding bedoeld in een collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten overeenkomstig de bepalingen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomst en de paritaire comités en die voorziet in voordelen die op zijn minst gelijkwaardig zijn aan de voordelen die in de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 zijn vastgesteld.".
Art. 34. In artikel 289 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"De artikelen 276, 282, 1°, en 283 zijn van toepassing op de aanvullende vergoedingen die vanaf 1 januari 2006 worden betaald of toegekend.";
2° het volgende lid wordt ingevoegd tussen het vierde en het vijfde lid :
"Artikel 282, 2°, is van toepassing op de aanvullende vergoedingen die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend.".
Art. 35. Artikel 33 is van toepassing op de aanvullende vergoedingen die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend.
B. Commentaar
1. Leeftijdsgrens van 50 jaar
Op sociaal vlak gelden de gunstige maatregelen slechts voor de aanvullende vergoedingen die een gewezen werknemer die de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en die werkloosheidsuitkeringen als volledige werkloze verkrijgt of zou kunnen verkrijgen indien hij het werk niet had hervat, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen en voor zover de overeenkomst die de doorbetaling na werkhervatting bevat niet is opgenomen in een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst die is afgesloten voor 30 september 2005 of in een sectorale overeenkomst die een dergelijke overeenkomst zonder onderbreking verlengt.
Artikel 31bis, WIB 92, wordt in die zin aangepast dat ook op fiscaal vlak eenzelfde beperking van het toepassingsgebied wordt ingevoerd.
2. Brugpensioenen
Aangezien bij koninklijk besluit van 12 februari 2007 een collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies (Belgisch Staatsblad van 26.2.2007) algemeen bindend is verklaard die de doorbetaling regelt door de gewezen werkgever van een aanvullende vergoeding die op fiscaal vlak begrepen is in het brugpensioen, past het de fiscale regels ter zake daarmee in overeenstemming te brengen.
In artikel 31bis, WIB 92, worden de brugpensioenen samengevoegd met de aanvullende vergoedingen die de gunstige fiscale behandeling ondergaan.
Door het uitdrukkelijk opnemen van alle vergoedingen die in het kader van de brugpensioenregeling worden uitgekeerd in artikel 31bis, WIB 92, is het niet meer nodig in artikel 146, WIB 92 een onderscheid te maken tussen de brugpensioenen en de aanvullende vergoedingen. Om die reden wordt dat artikel aangepast door de uitdrukkelijke verwijzingen naar de verschillende vergoedingen te schrappen. Alle in artikel 31bis, WIB 92, vermelde vergoedingen vallen derhalve voortaan onder de restbepaling van artikel 146, 5°, WIB 92.
C. Inwerkingtreding
In beginsel zou de aanpassing van artikel 31bis, WIB 92, moeten ingaan vanaf de invoering van dat artikel om ervoor te zorgen dat zowel op sociaal als op fiscaal vlak dezelfde beperkende regels van kracht zijn vanaf dezelfde datum, te weten 1 januari 2006.
Om niemand enig nadeel te laten ondervinden van de wijziging, wordt de inwerkingtreding van de wijziging op 1 januari 2007 vastgelegd.
III. WIJZIGINGEN AAN HET WIB 92 INZAKE DE BELASTINGVERMINDERING VOOR PENSIOENEN EN VERVANGINGSINKOMSTEN
A. Wettekst
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
…
Art. 36. In artikel 146 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het 1° vervallen de woorden ", met inbegrip van brugpensioenen ";
b) het 2° wordt opgeheven.
Art. 37. In artikel 147 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het 2° wordt vervangen als volgt :
"2° als het netto-inkomen gedeeltelijk uit pensioenen of andere vervangingsinkomsten bestaat : een gedeelte van het in 1° bedoelde bedrag, welk gedeelte evenredig is met de verhouding tussen, enerzijds, het netto bedrag van de pensioenen en de andere vervangingsinkomsten en, anderzijds, het netto-inkomen met uitsluiting :
a) van het loon dat bij de nieuwe werkgever wordt verkregen of van het inkomen dat uit een nieuwe zelfstandige beroepsactiviteit wordt verkregen, in geval van het verkrijgen van :
- ofwel, een in artikel 31 bis, derde lid, 2°, bedoelde aanvullende vergoeding;
- ofwel, een in artikel 31 bis, derde lid, 2°, bedoelde aanvullende vergoeding samen met een in artikel 31 bis, eerste lid, 1 °, eerste streepje, en tweede lid, bedoelde aanvullende vergoeding;
- ofwel, een in artikel 31 bis, eerste lid, tweede streepje, en tweede lid, bedoelde aanvullende vergoeding;
2° het artikel wordt met het volgende lid aangevuld :
"Onder activiteitsinkomsten als bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt verstaan de beroepsinkomsten verminderd met :
1° de in artikel 23, § 1, 5°, bedoelde inkomsten;
2° de vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van inkomsten.".
Art. 38. Artikel 154 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt vervangen als volgt :
"Art. 154. § 1. Een bijkomende vermindering wordt verleend wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten.
De bijkomende vermindering wordt berekend volgens de in de volgende paragrafen bepaalde regels.
§ 2. De bijkomende vermindering is gelijk aan de belasting die overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152 wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit :
1° pensioenen of vervangingsinkomsten en het totale bedrag van die inkomsten niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen;
2° werkloosheidsuitkeringen en het bedrag van die uitkeringen niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen, indien de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt;
3° wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en het bedrag van die inkomsten niet hoger is dan tien negenden van het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden de totale netto-inkomens van de beide echtgenoten samengeteld voor de toepassing van het eerste lid.
§ 3. In de andere dan in § 2 bedoelde gevallen is de bijkomende vermindering gelijk aan het positieve verschil tussen :
1° het bedrag van de belasting die nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152, en
2° het verschil tussen :
- wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten, die pensioenen of vervangingsinkomsten en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, 1 °, van toepassing is;
- wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit werkloosheidsuitkeringen, die werkloosheidsuitkeringen en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, 2°, van toepassing is;
- wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitke-ringen, die wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, 3°, van toepassing is.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden zowel de totale netto-inkomens als het bedrag van de overblijvende belasting van de beide echtgenoten samengeteld voor de toepassing van het eerste lid.
De aldus berekende bijkomende vermindering wordt verdeeld in verhouding tot het bedrag van de belasting van elke echtgenoot die nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152.
In voorkomend geval is artikel 153 van toepassing op de som van de bij toepassing van de artikelen 147 tot 152 bepaalde vermindering verhoogd met de bij toepassing van deze paragraaf bepaalde bijkomende vermindering.".
Art. 39. De artikelen 36, 37 en 38 zijn van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend.
B. Commentaar
1. Artikel 147, WIB 92
De regering heeft beslist om, in het kader van de actieve welvaarstaat, gepensioneerden die, na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd, hun kleine pensioen willen aanvullen met een bijkomend inkomen of weduwnaren of weduwen die actief willen blijven, zelfs al hebben ze beschikking over een overlevingspensioen, niet meer fiscaal te bestraffen door bij de vaststelling van de belastingvermindering op die pensioenen rekening te houden met de andere activiteitsinkomsten. Artikel 147, WIB 92, wordt in die zin aangepast zodat met activiteitsinkomsten geen rekening wordt gehouden.
Eenzelfde regeling bestaat reeds voor bepaalde in artikel 31bis, WIB 92, vermelde aanvullende vergoedingen.
In artikel 147, eerste lid, 2°, WIB 92, wordt het eerste streepje opgesplitst om rekening te kunnen houden met drie situaties die zich kunnen voordoen na werkhervatting als loontrekkende of als zelfstandige, namelijk de werknemer ontvangt van de ex-werkgever :
1° enkel een aanvullende vergoeding die op fiscaal vlak begrepen is in het brugpensioen. In dit geval wordt de combinatie van die vergoeding met de bezoldiging van de nieuwe werknemer of het inkomen uit de nieuwe zelfstandige activiteit geneutraliseerd;
2° een aanvullende vergoeding die op fiscaal vlak begrepen is in het brugpensioen en een extra-wettelijke aanvullende vergoeding. In dit geval wordt de combinatie van zowel de eerstgenoemde vergoeding als de extra-wettelijke vergoeding met de bezoldiging van de nieuwe werknemer of het inkomen uit de nieuwe zelfstandige activiteit geneutraliseerd;
3° enkel een zogeheten canada-dry-vergoeding. In dit geval wordt de combinatie van die vergoeding met de bezoldiging van de nieuwe werknemer of het inkomen uit de nieuwe zelfstandige activiteit geneutraliseerd.
Onder activiteitsinkomsten wordt verstaan de beroepsinkomsten verminderd met :
1° de in artikel 23, § 1, 5°, WIB92, vermelde inkomsten;
2° de vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van inkomsten.
Deze definitie is geïnspireerd op de definitie in artikel 289ter, WIB 92, zonder daarvan een exacte kopie te zijn omwille van het verschillende impact binnen de berekening van de belasting.
2. Artikel 154, WIB 92
Zoals reeds is gebleken uit talloze parlementaire vragen over dit onderwerp, is het voor de belastingplichtige een zware last indien de feitelijke belastingvrijstelling die is opgenomen in artikel 154, WIB 92, wegvalt omdat het verkregen inkomen net de vastgelegde begrenzing overschrijdt.
Hieraan wordt verholpen door de volgende oplossing in te voeren :
1° zolang het inkomen de begrenzing niet overschrijdt blijft de huidige feitelijke vrijstelling geldig;
2° van zodra het inkomen de begrenzing overschrijdt wordt een afbouwregel toegepast.
Die regel zorgt ervoor dat bij lichte overschrijding van de begrenzingen de uiteindelijke belasting niet meer bedraagt dan het inkomen dat de begrenzing overschrijdt. Op die manier is de belastingdruk aanzienlijk lager dan in de vorige regeling.
C. Inwerkingtreding
Deze maatregelen zijn van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend.
IV. WIJZIGING VAN ARTIKEL 515BIS, WIB 92
A. Wettekst
Wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008
Art. 40. In artikel 515bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2000 en 23 december 2005, wordt het laatste lid aangevuld als volgt :
"Het bedrag van 50.000 euro wordt jaarlijks en gelijktijdig aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast overeenkomstig artikel 178.".
Art. 41. Artikel 40 is van toepassing op de kapitalen die vanaf 1 januari 2006 worden uitgekeerd.
B. Commentaar
Aangezien artikel 515bis, laatste lid, WIB 92, op dezelfde manier moet worden toegepast als artikel 169, WIB 92, past het ook dezelfde indexering toe te passen voor het in beide bepalingen vermelde bedrag van 50.000 EUR.
Hierbij wordt een vergetelheid, bij het opstellen van de wijziging van artikel 515bis, WIB 92, in het kader van de wet van 23 december 2005 houdende het generatiepact, herstelt. Het indexeringsmechanisme, een voordelige ingreep voor de belastingplichtige, werd vergeten voor het voornoemde bedrag van 50.000 EUR.
Er wordt opgemerkt dat de administratie, op praktisch vlak, reeds de indexatie voor het aanslagjaar 2007 heeft toegepast, zonder de wettelijke wijziging af te wachten.
C. Inwerkingtreding
De inwerkingtreding moet identiek zijn aan de inwerkingtreding van de laatste wijziging van artikel 515bis, WIB 92, dit wil zeggen dat de indexering eveneens van toepassing is op de kapitalen die vanaf 1 januari 2006 worden uitgekeerd, te weten dat de inwerkingtreding van het artikel 103 van de wet van 23 december 2005 houdende het generatiepact dat op het laatste moment het artikel 515bis, WIB 92, heeft gewijzigd.
V. SCHEMA'S
Aangezien de schema's die zijn gepubliceerd in de parlementaire stukken niet meer geldig zijn door de later aangebrachte verbeteringen, worden ze hierna in bijgewerkte versie weergegeven wat de specifieke bepalingen inzake de aanvullende vergoedingen bovenop een brugpensioen en de zogeheten canada dry vergoedingen betreft.
I. VERGOEDINGEN VOLTIJDS BRUGPENSIOEN EN BOVENOP VOLTIJDS BRUGPENSIOEN - AANSLAGJAAR 2007 - INKOMSTEN 2006
II. CANADA DRY OF PSEUDO BRUGPENSIOENREGELINGEN BOVENOP WERKLOOSHEIDSUITKERING - AANSLAGJAAR 2007 - INKOMSTEN 2006
III. VERGOEDINGEN VOLTIJDS BRUGPENSIOEN EN BOVENOP VOLTIJDS BRUGPENSIOEN - AANSLAGJAAR 2008 - INKOMSTEN 2007
IV. VERGOEDINGEN CANADA DRY OF PSEUDO BRUGPENSIOEN BOVENOP WERKLOOSHEIDSUITKERING - AANSLAGJAAR 2008 - INKOMSTEN 2007
Bron: FisconetPlus
