Aanschrijving nr. 13 dd. 19.11.1997
AANSCHRIJVING 97/013
Aanschrijving nr. 13 dd. 19.11.1997
BTW-Revue nr. 131, blz. 1092
Artiest.
Draagwijdte vrijstelling art. 44, § 2, 8°, W.BTW
Regeling voor theaterbureaus.
Onderwerp van de aanschrijving
1. Deze aanschrijving heeft tot doel de draagwijdte te bepalen van de vrijstelling die overeenkomstig artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek geldt ten aanzien van de prestaties van uitvoerende artiesten.
2. Bovendien wordt de regeling uiteengezet die inzake BTW geldt ten aanzien van theaterbureaus.
Wettelijke bepalingen
3. Overeenkomstig artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek zijn, onder meer, van de belasting vrijgesteld: de diensten aan organisatoren van schouwspelen en concerten, aan uitgevers van grammofoonplaten en van andere klankdragers en aan makers van films en van andere beelddragers verstrekt door acteurs, orkestleiders, muzikanten en andere artiesten voor de uitvoering van toneelwerken, balletten, films, muziekstukken, circus-, variété- of cabaretvoorstellingen.
4. De regeling die van toepassing is ten aanzien van theaterbureaus wordt in hoofdzaak beheerst door de artikelen 13, 20, 21, §§ 2, 3, 4°, a en 8°, en 41, § 2, van het Wetboek.
EERSTE HOOFDSTUK.
VRIJSTELLING UITVOERENDE ARTIESTEN
5. Overeenkomstig een vaste Europese rechtspraak dienen de vrijstellingen inzake BTW strikt te worden geïnterpreteerd.
De interpretatie van de Administratie ten aanzien van de vrijstelling betreffende de diensten van uitvoerende artiesten dient bijgevolg te worden ingeperkt.
6. Van deze gelegenheid wordt tevens gebruik gemaakt om de ter zake bestaande en nog toepasselijke administratieve rechtspraak te coördineren.
7. Als uitvoerend artiest wordt in het algemeen aangemerkt ieder persoon die daadwerkelijk deelneemt aan de uitvoering van dramatische, muzikale of choreografische werken of circus- of music- hallvoorstellingen.
Worden daarentegen, onder meer, niet als uitvoerend artiest beschouwd:
9. Het gebeurt dat een uitvoerend artiest als bedoeld in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek met een organisator van een schouwspel een overeenkomst sluit, waarbij eerstgenoemde zich, tegen een enige prijs, verbindt prestaties van uitvoerend artiest te verrichten voor een bepaald schouwspel en bovendien rechten te verlenen op de door hem ontworpen idee van dit schouwspel.
In zo een geval betwist de administratie de interpretatie van de partijen niet volgens welke die overeenkomst in haar geheel moet worden ontleed als een overeenkomst die het verrichten van prestaties van uitvoerend artiest tot onderwerp heeft.
Ingevolge artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek, zijn deze prestaties dan ook van de belasting vrijgesteld (zie besl. van 22 januari 1977, nr. E.T.25.031 (Zie BTW-Revue 34/311/643)).
10. De vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek geldt alleen ten aanzien van de prestaties die worden verricht door een fysieke persoon die individueel als zodanig optreedt.
11. Uitvoerende artiesten die optreden onder de vorm van een rechtspersoon (éénhoofdige vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, BVBA, NV, VZW, ...) of die niet individueel optreden maar onder de vorm van een feitelijke vereniging of groepering genieten derhalve de vrijstelling niet. In dat verband heeft het geen belang dat:
12. Aangezien de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige slechts geldt ten aanzien van personen die handelen in het kader van een economische activiteit, hebben verenigingen en groeperingen met of zonder rechtspersoonlijkheid zoals harmonieën, fanfares en andere muziekensembles, amateurtoneelgezelschappen enz., die eigen concerten of vertoningen organiseren of die optreden voor organisatoren van schouwspelen, stoeten en andere feestelijkheden, die hoedanigheid niet wanneer de hierna volgende voorwaarden zijn vervuld:
13. De vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek geldt alleen wanneer de diensten van de uitvoerende artiest als zodanig worden verstrekt aan:
14. De diensten die door uitvoerende artiesten worden verstrekt aan radio- en televisiestations of aan productiemaatschappijen kunnen in de regel de vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek niet genieten.
15. De vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek is daarentegen wel van toepassing wanneer de door de radio- en televisiestations of productiemaatschappijen gerealiseerde programma's waarin de uitvoerende artiesten optreden, voor het publiek toegankelijk zijn. In dat geval dienen immers het betrokken station of de productiemaatschappij te worden aangemerkt als zijnde organisator van een schouwspel, een concert of van een ontspanningsprogramma.
16. Uitvoerende artiesten die hun stem verlenen voor het realiseren van reclameboodschappen of klank- of geluidsdragers en/of beelddragers of die zelf, voor eigen rekening, in opdracht van derden dergelijke reclameboodschappen realiseren, hebben voor die werkzaamheid de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige met recht op aftrek.
De vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek is ter zake niet van toepassing daar immers de diensten niet worden verstrekt aan een van de personen bedoeld in nr. 13, 1° tot 3°, hierboven.
De vrijstelling beoogd in artikel 44, § 3, 3°, van het Wetboek is evenmin van toepassing daar het in dit geval niet gaat om contracten voor uitgave als bedoeld in die bepaling.
HOOFDSTUK II.
PLAATS VAN DE DIENST VAN NIET VRIJGESTELDE UITVOERENDE ARTIESTEN EN ANDERE PERSONEN DIE GEEN UITVOEREND ARTIEST ZIJN
17. De diensten van uitvoerende artiesten die de vrijstelling van artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek niet genieten en die worden verricht ter gelegenheid van vermakelijkheidsactiviteiten of soortgelijke activiteiten, vinden in de regel plaats daar waar de dienst of het evenement in verband waarmee bovengenoemde personen optreden, materieel wordt verricht (zie Wetboek, artikel 21, § 3, 4, a).
18. Voor de toepassing van hetgeen voorafgaat, worden radio- en televisiestations of productiemaatschappijen ten aanzien van de door hen gerealiseerde programma's die voor het publiek toegankelijk zijn, aangemerkt als organisator van schouwspelen, concerten of ontspanningsprogramma's. De plaats van de diensten van niet vrijgestelde artiesten en andere personen die hun medewerking verlenen aan bedoelde programma's wordt derhalve eveneens bepaald overeenkomstig artikel 21, § 3, 4a, van het Wetboek (zie nrs. 14 en 15).
19. Hetzelfde geldt voor de diensten die onder meer in samenhang met de in de vorige leden bedoelde evenementen worden verricht door onder andere grimeurs, toneelmachinisten, souffleurs, geluidstechnici en, meer algemeen, door personen waarvan de diensten een noodzakelijke voorwaarde zijn voor de verwezenlijking van het betreffende evenement (zie Hof van Justitie EG, 26 september 1996, in de zaak Jürgen Dudda t. Finanzamt Bergisch Gladbach, C-327/94 (Zie BTW-Revue 127/315)).
20. Aangezien de diensten van uitgevers van grammofoonplaten en van makers van films als zodanig niet beoogd worden door artikel 21, §3, 4, a, van het Wetboek, wordt de plaats van de diensten van niet vrijgestelde artiesten en andere personen (z. nr. 8, tweede lid, eerste streepje) bepaald overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Wetboek.
21. Anderzijds wordt de plaats van de dienst verricht door uitvoerende artiesten die actief deelnemen bij het realiseren van reclameboodschappen (zie nr. 16), bepaald overeenkomstig artikel 21, § 3, 7, c, van het Wetboek (zie Hof van Justitie EG, 17 november 1993, in de zaken Commissie t/ Spanje, C-73/92; Commissie t/Frankrijk, C-68/92 en Commissie t/ Luxemburg, C-69/92 (Zie BTW-Revue 109/767)).
HOOFDSTUK III.
REGELING TEN AANZIEN VAN THEATERBUREAUS
22. De werkzaamheden van theaterbureaus bestaan inzonderheid in het tussenkomen bij het contracteren van uitvoerende artiesten en gezelschappen ten behoeve van organisatoren van concerten en schouwspelen. Het gebeurt tevens dat een theaterbureau zelf optreedt als organisator van een concert of van een schouwspel.
Hoewel hierna enkel wordt gesproken van theaterbureaus, spreekt het vanzelf dat op het stuk van de BTW dezelfde regeling geldt voor iedere tussenpersoon of mandataris die bemiddelt bij het sluiten van in het vorige lid bedoelde overeenkomsten.
24. Wanneer het theaterbureau in de hoedanigheid van makelaar of mandataris optreedt om zelfstandige artiesten en een organisator van schouwspelen of concerten samen te brengen, die dan rechtstreeks onder mekaar overeenkomen of wanneer het theaterbureau in naam en voor rekening van genoemde personen contracten sluit, is de vergoeding die het bureau vraagt voor zijn bemiddeling onderworpen aan de BTW in België tegen het normale tarief dat thans 21 pct. Bedraagt indien de dienst van het theaterbureau in België plaatsvindt.
25. Artikel 21, § 3, 8°, van het Wetboek leert dat de regels van toepassing inzake de bepaling van de plaats van de door een theaterbureau (makelaar) verleende dienst verschillen naargelang het schouwspel of het concert in verband waarmee het theaterbureau optreedt, materieel binnen dan wel buiten de Gemeenschap plaatsvindt. Inzake de plaatsbepaling van vermakelijkheidsactiviteiten geldt artikel 21, § 3, 4°, a, van het Wetboek op grond waarvan als plaats van de dienst wordt aangemerkt de plaats waar de dienst materieel wordt verricht wanneer de dienst betrekking heeft op culturele, artistieke, vermakelijkheidsactiviteiten of soortgelijke activiteiten, met inbegrip van die van organisatoren van zulke activiteiten, alsmede van daarmee samenhangende diensten.
27. De plaats van de dienst van het theaterbureau wordt in dat geval bepaald op grond van artikel 21, § 3, 8°, van het Wetboek.
Op grond van die bepaling wordt als plaats van de dienst van het theaterbureau aangemerkt:
Het theaterbureau komt tussen bij een dienstverrichting die op grond van bovengenoemd artikel 21, § 3, 4°, a, van het Wetboek in het Groot-Hertogdom-Luxemburg plaatsvindt.
Aangezien de dienst waarbij het theaterbureau tussenkomt, plaatsvindt binnen de Gemeenschap is artikel 21, § 3, 8°, van het Wetboek van toepassing. De tussenkomst van het theaterbureau vindt dus, in de regel, plaats daar waar het popfestival plaatsvindt, nl. het Groot-Hertogdom- Luxemburg (Wetb., art. 21, § 3, 8°, a).
Wanneer evenwel de organisator van het popfestival zijn Frans BTW-identificatienummer aan het theaterbureau zou mededelen, vindt de dienst van het theaterbureau op grond van artikel 21, § 3, 8°, b, van het Wetboek plaats in Frankrijk aangezien deze Lid-Staat een andere is dan die waar de dienst waarbij het theaterbureau tussenkomt, plaatsvindt.
Indien in het bovenvermelde voorbeeld het theaterbureau zou optreden voor rekening van de in België en Nederland gevestigde popgroepen, vindt de aan de Belgische popgroep verleende dienst plaats in België (Wetb., art. 21, § 3, 8°, b) en de aan de Nederlandse popgroep verleende dienst in het Groot-Hertogdom-Luxemburg (Wetb., art. 21, § 3, 8°, a).
2° Het schouwspel of het concert vindt materieel buiten de Gemeenschap plaats.
28. In dat geval wordt de dienst van het theaterbureau op grond van artikel 21, § 2, van het Wetboek geacht plaats te vinden daar waar het theaterbureau de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit het de dienst verricht of bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.
Op grond van artikel 41, § 2, van het Wetboek zijn de diensten van het theaterbureau echter van de belasting vrijgesteld wanneer het tussenkomst bij een dienstverrichting (i.c. het schouwspel of concert) die buiten de Gemeenschap plaatsvindt.
Opmerking
29. In het hier onder littera A gestelde geval zal de uitvoerende artiest of het gezelschap in de regel zijn eigen prestaties zelf rechtstreeks factureren aan de organisator van het concert of van het schouwspel.
30. Indien de uitvoerende artiest of het gezelschap niet aan de BTW zijn onderworpen (zie nrs. 10 en 12) zal in de relatie met de organisator de BTW niet verschuldigd zijn.
31. Indien de uitvoerende artiest de vrijstelling niet geniet of indien het gezelschap wel de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft, dan is in de relatie met de organisator de BTW in België effectief verschuldigd wanneer de dienst die aan de organisator wordt verstrekt overeenkomstig artikel 21 van het Wetboek hier te lande plaatsvindt.
32. De Administratie aanvaardt dat, in de situatie beoogd onder nr. 30, het theaterbureau zonder zijn hoedanigheid van makelaar of mandataris te verliezen, de prestaties van bedoelde artiesten, verenigingen of groeperingen in eigen naam aan de organisator mag factureren voor zover op de aan laatstgenoemde uitgereikte factuur afzonderlijk melding wordt gemaakt van de bedragen die aan de artiesten, verenigingen of groeperingen toekomen en van het bedrag dat hemzelf toekomt voor zijn tussenkomst.
Wanneer het theaterbureau handelt zoals vermeld in het vorige lid, moet het uiteraard kunnen aantonen dat de artiest, de vereniging of groepering waarvoor het is opgetreden respectievelijk van de BTW is vrijgesteld of niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft. Indien dit bewijs niet wordt geleverd wordt het theaterbureau geacht te handelen als ondernemer van concerten of schouwspelen (zie littera B hierna).
B. Het theaterbureau treedt t.o.v. de organisator op als ondernemer van schouwspelen of wordt geacht in die hoedanigheid te handelen op grond van de artikelen 13, § 2, en 20 van het Wetboek.
33. Tenzij het theaterbureau onder de in de nrs. 25 en 27 vermelde voorwaarden en omstandigheden optreedt, zijn de bedragen die het bureau in eigen naam aanrekent aan de organisator voor het opvoeren van een schouwspel of voor de prestaties van de artiesten die eraan deelnemen, de prijs, of worden geacht de prijs te zijn van het schouwspel dat het bureau zelf opvoert.
34. De vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek kan in geen enkele hypothese van toepassing zijn aangezien immers de artiest zijn diensten niet verstrekt aan de organisator zelf van het concert of van het schouwspel.
Zowel in de relatie tussen de organisator en het theaterbureau als in de relatie tussen laatstgenoemde en de artiest of de groepering of vereniging die niet wordt beoogd in het nr. 12, is de BTW berekend tegen het normale tarief dat thans 21 pct. Bedraagt, effectief in België verschuldigd wanneer de plaats van die dienst overeenkomstig artikel 21 van het Wetboek, zich hier te lande bevindt.
C. Het theaterbureau treedt rechtstreeks tegenover het publiek op als organisator van het schouwspel.
35. Wanneer het theaterbureau zelf het concert of het schouwspel organiseert en dus voor eigen rekening de toegangsgelden van de toeschouwers ontvangt, dan verricht het theaterbureau een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 12°, van het Wetboek.
Onder voorbehoud van de vrijstelling bepaald in artikel 44, § 2, 9°, van het Wetboek is deze dienst, indien hij overeenkomstig artikel 21, § 3, 4°, a, van het Wetboek hier te lande plaatsvindt, in België effectief aan de BTW onderworpen. De aldus verschuldigde BTW dient op grond van Tabel A, rubriek XXVIII, van de bijlage van het koninklijk besluit nr. 20 inzake BTW-tarieven, te worden berekend tegen het tarief van 6 pct.
36. Daar in het hier beoogde geval het theaterbureau tevens organisator is van het concert of van het schouwspel, zijn de diensten van de artiest, voor zover hij een fysiek persoon is (zie nr. 10) die rechtstreeks met dit theaterbureau heeft gecontracteerd, op grond van artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek van de BTW vrijgesteld.
HOOFDSTUK IV.
SLOTBEPALINGEN
37. Deze aanschrijving vervangt vanaf heden de aanschrijving nr. 159/1971.
De bepalingen onder de nrs. 10 tot en met 12 zijn van toepassing vanaf 1 april 1998.
De beslissing van 10 juni 1988, nr. E.T.63.111 (Zie BTW-Revue 84/77/904) wordt ingetrokken vanaf 1 april 1998.
De beslissing van 25 augustus 1988, nr. E.T.63.469 (Zie BTW-Revue 83/452/884) wordt vervangen door het bepaalde van hoofdstuk III van deze aanschrijving. Voor de periode vanaf 1 januari 1993 tot 31 maart 1998 blijft ze, rekening houdend met de wijziging van artikel 21 van het Wetboek zoals bepaald in deze aanschrijving, van toepassing.
Aanschrijving nr. 13 dd. 19.11.1997
BTW-Revue nr. 131, blz. 1092
Artiest.
Draagwijdte vrijstelling art. 44, § 2, 8°, W.BTW
Regeling voor theaterbureaus.
Onderwerp van de aanschrijving
1. Deze aanschrijving heeft tot doel de draagwijdte te bepalen van de vrijstelling die overeenkomstig artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek geldt ten aanzien van de prestaties van uitvoerende artiesten.
2. Bovendien wordt de regeling uiteengezet die inzake BTW geldt ten aanzien van theaterbureaus.
Wettelijke bepalingen
3. Overeenkomstig artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek zijn, onder meer, van de belasting vrijgesteld: de diensten aan organisatoren van schouwspelen en concerten, aan uitgevers van grammofoonplaten en van andere klankdragers en aan makers van films en van andere beelddragers verstrekt door acteurs, orkestleiders, muzikanten en andere artiesten voor de uitvoering van toneelwerken, balletten, films, muziekstukken, circus-, variété- of cabaretvoorstellingen.
4. De regeling die van toepassing is ten aanzien van theaterbureaus wordt in hoofdzaak beheerst door de artikelen 13, 20, 21, §§ 2, 3, 4°, a en 8°, en 41, § 2, van het Wetboek.
EERSTE HOOFDSTUK.
VRIJSTELLING UITVOERENDE ARTIESTEN
| I. | Algemeen |
De interpretatie van de Administratie ten aanzien van de vrijstelling betreffende de diensten van uitvoerende artiesten dient bijgevolg te worden ingeperkt.
6. Van deze gelegenheid wordt tevens gebruik gemaakt om de ter zake bestaande en nog toepasselijke administratieve rechtspraak te coördineren.
| II. | Uitvoerend artiest. |
| A. | Begrip |
| 8. | Worden derhalve, onder meer, als uitvoerend artiest beschouwd: |
- de acteur, de orkestleider en de muzikanten;
- de regisseur van toneelwerken of films en dit wegens zijn daadwerkelijke deelneming aan de voorbereiding, de afwerking en de uitvoering van toneelwerken of films. In dit verband wordt aangestipt dat als filmregisseur wordt aangemerkt, diegene die in opdracht van een filmproducer handelingen verricht die uitsluitend behoren tot de regie, zoals de leidinggeving aan acteurs en de film-technische bewerking van het gegeven. Dit geldt eveneens voor de assistent van de realisator wanneer hij door een rechtstreekse medewerking, in dezelfde hoedanigheid als de filmregisseur actief deelneemt aan het voorbereiden, het uitwerken en het uitvoeren van een cinematografisch werk (z. besl. van 14 februari 1973, nr. E.T.11.072 (Zie BTW-Revue 12/294/393));
- personen die documentaires en animatiefilms inspreken;
- personen die een film in een andere taal inspreken;
- de diskjockey die opgenomen muziek programmeert, presenteert en ten gehore brengt ter gelegenheid van een dansavond waar hij overigens met korte voordrachten, kwinkslagen, enz., voor de nodige stemming zorgt (zie besl. van 25 januari 1974, nr. E.T.17.124 (Zie BTW-Revue 16/273/476));
- de conferencier;
- de mannequin die optreedt ter gelegenheid van modedéfilés en bij het nemen van foto's (zie besl. van 28 oktober 1970, nr. T 1968 (Zie BTW-Revue 1/112/37)).
Worden daarentegen, onder meer, niet als uitvoerend artiest beschouwd:
- de decorateur, de requisiteur, de grimeur, de kapper, de kostuumontwerper, de pruikenmaker, de toneelmachinist, de souffleur, de cameraman, de script-girl, de geluidstechnicus, de sonorisator, de filmmonteur, de productieleider, de opnameleider en de medewerkers van die personen;
- de impresario;
- personen die hun stem verlenen bij reclameboodschappen voor radio en televisie (zie nr. 16).
9. Het gebeurt dat een uitvoerend artiest als bedoeld in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek met een organisator van een schouwspel een overeenkomst sluit, waarbij eerstgenoemde zich, tegen een enige prijs, verbindt prestaties van uitvoerend artiest te verrichten voor een bepaald schouwspel en bovendien rechten te verlenen op de door hem ontworpen idee van dit schouwspel.
In zo een geval betwist de administratie de interpretatie van de partijen niet volgens welke die overeenkomst in haar geheel moet worden ontleed als een overeenkomst die het verrichten van prestaties van uitvoerend artiest tot onderwerp heeft.
Ingevolge artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek, zijn deze prestaties dan ook van de belasting vrijgesteld (zie besl. van 22 januari 1977, nr. E.T.25.031 (Zie BTW-Revue 34/311/643)).
| B. | Hoedanigheid van de dienstverrichter |
| 1) | Principe |
11. Uitvoerende artiesten die optreden onder de vorm van een rechtspersoon (éénhoofdige vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, BVBA, NV, VZW, ...) of die niet individueel optreden maar onder de vorm van een feitelijke vereniging of groepering genieten derhalve de vrijstelling niet. In dat verband heeft het geen belang dat:
| 1° | de artiesten, gelet op de aard van het spektakel, slechts kunnen optreden in groepsverband; |
| 2° | dat de prestaties door de rechtspersoon of de feitelijke groepering worden verstrekt door toedoen van hun eigen artiesten (werkende vennoten, zaakvoerders, personeelsleden, rechtstreekse medewerkers, werkende leden, ... enz.). 2) Uitzondering |
| 1° | het optreden van de leden van die verenigingen of groeperingen, geschiedt in het kader van hun vrijetijdsbesteding; |
| 2° | de prijs die dergelijke verenigingen of groeperingen voor hun optreden aan de organisator vragen, mag slechts de vergoeding zijn voor hun kosten; |
| 3° | de door die verenigingen of groeperingen gevraagde vergoeding en/of toegangsgeld mag uitsluitend worden gebruikt voor het verwezenlijken van het doel van de vereniging of groepering. III. Hoedanigheid van de afnemer van de dienst |
| 1° | de organisatoren van schouwspelen en concerten; |
| 2° | de uitgevers van grammofoonplaten. Bijgevolg zijn de door de platenmaatschappijen aan de uitvoerende artiesten verleende vergoedingen, (de zogenaamde royalty's), die in de regel worden vastgesteld op een percentage van de verkoop van platen en compactdiscs, van de belasting vrijgesteld, maar dan alleen wanneer laatstgenoemde als fysieke persoon optreedt. In dit verband wordt volledigheidshalve aangestipt dat de vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 3, 3°, van het Wetboek met betrekking tot de contracten voor uitgave in de regel niet van toepassing is, daar de in dit artikel beoogde contracten moeten worden gesloten met de auteur of toondichter zelf. De vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 3, 3°, van het Wetboek is vanzelfsprekend wel van toepassing indien de uitvoerende artiest, handelend als fysiek persoon, zelf de auteur en/of toondichter is; |
| 3° | de makers van films en van andere beelddragers. Voor de toepassing van de in deze aanschrijving beoogde vrijstelling dient onder de makers van films, de producer te worden verstaan, dit is, in algemene zin, degene die op het hoogste vlak instaat voor het totstandkomen van films en die de leiding van de uitvoering ervan heeft. De in de Franse overeenstemmende tekst gebruikte term "realisateur" heeft voor de toepassing van artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek uiteraard dezelfde draagwijdte, ofschoon dit vooral in de filmwereld een specifieke term is met een andere betekenis (z. besl. van 8 november 1977, nr. E.T.24.762 (Zie BTW-Revue 34/310/642)). |
15. De vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek is daarentegen wel van toepassing wanneer de door de radio- en televisiestations of productiemaatschappijen gerealiseerde programma's waarin de uitvoerende artiesten optreden, voor het publiek toegankelijk zijn. In dat geval dienen immers het betrokken station of de productiemaatschappij te worden aangemerkt als zijnde organisator van een schouwspel, een concert of van een ontspanningsprogramma.
16. Uitvoerende artiesten die hun stem verlenen voor het realiseren van reclameboodschappen of klank- of geluidsdragers en/of beelddragers of die zelf, voor eigen rekening, in opdracht van derden dergelijke reclameboodschappen realiseren, hebben voor die werkzaamheid de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige met recht op aftrek.
De vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek is ter zake niet van toepassing daar immers de diensten niet worden verstrekt aan een van de personen bedoeld in nr. 13, 1° tot 3°, hierboven.
De vrijstelling beoogd in artikel 44, § 3, 3°, van het Wetboek is evenmin van toepassing daar het in dit geval niet gaat om contracten voor uitgave als bedoeld in die bepaling.
HOOFDSTUK II.
PLAATS VAN DE DIENST VAN NIET VRIJGESTELDE UITVOERENDE ARTIESTEN EN ANDERE PERSONEN DIE GEEN UITVOEREND ARTIEST ZIJN
| I. | Vermakelijkheidsactiviteiten en dergelijke |
18. Voor de toepassing van hetgeen voorafgaat, worden radio- en televisiestations of productiemaatschappijen ten aanzien van de door hen gerealiseerde programma's die voor het publiek toegankelijk zijn, aangemerkt als organisator van schouwspelen, concerten of ontspanningsprogramma's. De plaats van de diensten van niet vrijgestelde artiesten en andere personen die hun medewerking verlenen aan bedoelde programma's wordt derhalve eveneens bepaald overeenkomstig artikel 21, § 3, 4a, van het Wetboek (zie nrs. 14 en 15).
19. Hetzelfde geldt voor de diensten die onder meer in samenhang met de in de vorige leden bedoelde evenementen worden verricht door onder andere grimeurs, toneelmachinisten, souffleurs, geluidstechnici en, meer algemeen, door personen waarvan de diensten een noodzakelijke voorwaarde zijn voor de verwezenlijking van het betreffende evenement (zie Hof van Justitie EG, 26 september 1996, in de zaak Jürgen Dudda t. Finanzamt Bergisch Gladbach, C-327/94 (Zie BTW-Revue 127/315)).
| II. | Andere activiteiten |
21. Anderzijds wordt de plaats van de dienst verricht door uitvoerende artiesten die actief deelnemen bij het realiseren van reclameboodschappen (zie nr. 16), bepaald overeenkomstig artikel 21, § 3, 7, c, van het Wetboek (zie Hof van Justitie EG, 17 november 1993, in de zaken Commissie t/ Spanje, C-73/92; Commissie t/Frankrijk, C-68/92 en Commissie t/ Luxemburg, C-69/92 (Zie BTW-Revue 109/767)).
HOOFDSTUK III.
REGELING TEN AANZIEN VAN THEATERBUREAUS
| I. | Algemeen |
Hoewel hierna enkel wordt gesproken van theaterbureaus, spreekt het vanzelf dat op het stuk van de BTW dezelfde regeling geldt voor iedere tussenpersoon of mandataris die bemiddelt bij het sluiten van in het vorige lid bedoelde overeenkomsten.
| 23. | Een theaterbureau (of een andere tussenpersoon) kan: |
| 1° | optreden als makelaar of mandataris; |
| 2° | optreden als ondernemer van schouwspelen of geacht worden als zodanig op te treden; |
| 3° | optreden als organisator. II. Beoogde gevallen A. Het theaterbureau treedt op als makelaar of mandataris. |
25. Artikel 21, § 3, 8°, van het Wetboek leert dat de regels van toepassing inzake de bepaling van de plaats van de door een theaterbureau (makelaar) verleende dienst verschillen naargelang het schouwspel of het concert in verband waarmee het theaterbureau optreedt, materieel binnen dan wel buiten de Gemeenschap plaatsvindt. Inzake de plaatsbepaling van vermakelijkheidsactiviteiten geldt artikel 21, § 3, 4°, a, van het Wetboek op grond waarvan als plaats van de dienst wordt aangemerkt de plaats waar de dienst materieel wordt verricht wanneer de dienst betrekking heeft op culturele, artistieke, vermakelijkheidsactiviteiten of soortgelijke activiteiten, met inbegrip van die van organisatoren van zulke activiteiten, alsmede van daarmee samenhangende diensten.
| 26. | Volgend onderscheid dient dan ook te worden gemaakt: |
| 1° | Het schouwspel of het concert vindt materieel binnen de Gemeenschap plaats. |
Op grond van die bepaling wordt als plaats van de dienst van het theaterbureau aangemerkt:
| a) | de plaats waar de dienst in verband waarmee het theaterbureau optreedt materieel plaatsvindt (Wetb., art. 21, § 3, 8, a); |
| b) | in afwijking van bovenstaande regel wordt als plaats van de dienst aangemerkt het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst van het theaterbureau aan hem is verleend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die waar de handeling plaatsvindt waarbij het theaterbureau tussenkomt (Wetb., art. 21, § 3, 8, b). Voorbeeld Een in België gevestigd theaterbureau bemiddelt op verzoek van een in Frankrijk gevestigde en er voor de BTW geïdentificeerde organisator van popfestivals, met verscheidene in Nederland en België gevestigde popgroepen voor een optreden tijdens een festival dat zal plaatsvinden in het Groot-Hertogdom-Luxemburg. De in België gevestigde popgroep treedt op onder de vorm van een BVBA en is derhalve in België voor de BTW geïdentificeerd. De in Nederland gevestigde popgroep heeft geen BTW-nummer. |
Aangezien de dienst waarbij het theaterbureau tussenkomt, plaatsvindt binnen de Gemeenschap is artikel 21, § 3, 8°, van het Wetboek van toepassing. De tussenkomst van het theaterbureau vindt dus, in de regel, plaats daar waar het popfestival plaatsvindt, nl. het Groot-Hertogdom- Luxemburg (Wetb., art. 21, § 3, 8°, a).
Wanneer evenwel de organisator van het popfestival zijn Frans BTW-identificatienummer aan het theaterbureau zou mededelen, vindt de dienst van het theaterbureau op grond van artikel 21, § 3, 8°, b, van het Wetboek plaats in Frankrijk aangezien deze Lid-Staat een andere is dan die waar de dienst waarbij het theaterbureau tussenkomt, plaatsvindt.
Indien in het bovenvermelde voorbeeld het theaterbureau zou optreden voor rekening van de in België en Nederland gevestigde popgroepen, vindt de aan de Belgische popgroep verleende dienst plaats in België (Wetb., art. 21, § 3, 8°, b) en de aan de Nederlandse popgroep verleende dienst in het Groot-Hertogdom-Luxemburg (Wetb., art. 21, § 3, 8°, a).
2° Het schouwspel of het concert vindt materieel buiten de Gemeenschap plaats.
28. In dat geval wordt de dienst van het theaterbureau op grond van artikel 21, § 2, van het Wetboek geacht plaats te vinden daar waar het theaterbureau de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit het de dienst verricht of bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.
Op grond van artikel 41, § 2, van het Wetboek zijn de diensten van het theaterbureau echter van de belasting vrijgesteld wanneer het tussenkomst bij een dienstverrichting (i.c. het schouwspel of concert) die buiten de Gemeenschap plaatsvindt.
Opmerking
29. In het hier onder littera A gestelde geval zal de uitvoerende artiest of het gezelschap in de regel zijn eigen prestaties zelf rechtstreeks factureren aan de organisator van het concert of van het schouwspel.
30. Indien de uitvoerende artiest of het gezelschap niet aan de BTW zijn onderworpen (zie nrs. 10 en 12) zal in de relatie met de organisator de BTW niet verschuldigd zijn.
31. Indien de uitvoerende artiest de vrijstelling niet geniet of indien het gezelschap wel de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft, dan is in de relatie met de organisator de BTW in België effectief verschuldigd wanneer de dienst die aan de organisator wordt verstrekt overeenkomstig artikel 21 van het Wetboek hier te lande plaatsvindt.
32. De Administratie aanvaardt dat, in de situatie beoogd onder nr. 30, het theaterbureau zonder zijn hoedanigheid van makelaar of mandataris te verliezen, de prestaties van bedoelde artiesten, verenigingen of groeperingen in eigen naam aan de organisator mag factureren voor zover op de aan laatstgenoemde uitgereikte factuur afzonderlijk melding wordt gemaakt van de bedragen die aan de artiesten, verenigingen of groeperingen toekomen en van het bedrag dat hemzelf toekomt voor zijn tussenkomst.
Wanneer het theaterbureau handelt zoals vermeld in het vorige lid, moet het uiteraard kunnen aantonen dat de artiest, de vereniging of groepering waarvoor het is opgetreden respectievelijk van de BTW is vrijgesteld of niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft. Indien dit bewijs niet wordt geleverd wordt het theaterbureau geacht te handelen als ondernemer van concerten of schouwspelen (zie littera B hierna).
B. Het theaterbureau treedt t.o.v. de organisator op als ondernemer van schouwspelen of wordt geacht in die hoedanigheid te handelen op grond van de artikelen 13, § 2, en 20 van het Wetboek.
33. Tenzij het theaterbureau onder de in de nrs. 25 en 27 vermelde voorwaarden en omstandigheden optreedt, zijn de bedragen die het bureau in eigen naam aanrekent aan de organisator voor het opvoeren van een schouwspel of voor de prestaties van de artiesten die eraan deelnemen, de prijs, of worden geacht de prijs te zijn van het schouwspel dat het bureau zelf opvoert.
34. De vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek kan in geen enkele hypothese van toepassing zijn aangezien immers de artiest zijn diensten niet verstrekt aan de organisator zelf van het concert of van het schouwspel.
Zowel in de relatie tussen de organisator en het theaterbureau als in de relatie tussen laatstgenoemde en de artiest of de groepering of vereniging die niet wordt beoogd in het nr. 12, is de BTW berekend tegen het normale tarief dat thans 21 pct. Bedraagt, effectief in België verschuldigd wanneer de plaats van die dienst overeenkomstig artikel 21 van het Wetboek, zich hier te lande bevindt.
C. Het theaterbureau treedt rechtstreeks tegenover het publiek op als organisator van het schouwspel.
35. Wanneer het theaterbureau zelf het concert of het schouwspel organiseert en dus voor eigen rekening de toegangsgelden van de toeschouwers ontvangt, dan verricht het theaterbureau een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 12°, van het Wetboek.
Onder voorbehoud van de vrijstelling bepaald in artikel 44, § 2, 9°, van het Wetboek is deze dienst, indien hij overeenkomstig artikel 21, § 3, 4°, a, van het Wetboek hier te lande plaatsvindt, in België effectief aan de BTW onderworpen. De aldus verschuldigde BTW dient op grond van Tabel A, rubriek XXVIII, van de bijlage van het koninklijk besluit nr. 20 inzake BTW-tarieven, te worden berekend tegen het tarief van 6 pct.
36. Daar in het hier beoogde geval het theaterbureau tevens organisator is van het concert of van het schouwspel, zijn de diensten van de artiest, voor zover hij een fysiek persoon is (zie nr. 10) die rechtstreeks met dit theaterbureau heeft gecontracteerd, op grond van artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek van de BTW vrijgesteld.
HOOFDSTUK IV.
SLOTBEPALINGEN
37. Deze aanschrijving vervangt vanaf heden de aanschrijving nr. 159/1971.
De bepalingen onder de nrs. 10 tot en met 12 zijn van toepassing vanaf 1 april 1998.
De beslissing van 10 juni 1988, nr. E.T.63.111 (Zie BTW-Revue 84/77/904) wordt ingetrokken vanaf 1 april 1998.
De beslissing van 25 augustus 1988, nr. E.T.63.469 (Zie BTW-Revue 83/452/884) wordt vervangen door het bepaalde van hoofdstuk III van deze aanschrijving. Voor de periode vanaf 1 januari 1993 tot 31 maart 1998 blijft ze, rekening houdend met de wijziging van artikel 21 van het Wetboek zoals bepaald in deze aanschrijving, van toepassing.
Namens de Minister:
De Directeur-generaal,
F. BURNONVILLE
Bron: FisconetPlus
