Circulaire nr. Ci.RH.241/256.219 dd. 08.02.1979
Circulaire nr. Ci.RH.241/256.219 dd. 08.02.1979
Bull. nr. 572, pag. 559
BEDRIJFSUITGAVENLoontrekkers die in het buitenland werken
BUITENLAND
Niet-rijksinwoners die door een Belgische werkgever in het buitenland tewerkgesteld zijn
Rijksinwoners met een beroepswerkzaamheid in het buitenland
ONTWIKKELINGSLANDEN
Loontrekkers tewerkgesteld in een ontwikkelingsland
VERMINDERING VOOR BUITENLANDSE INKOMSTEN
Vaststelling van het bedrag van de bezoldigingen die tegen de verminderde aanslagvoet belastbaar zijn
Nieuwe richtlijnen i.v.m. het belastingstelsel van de bezoldigingen genoten wegens een werkzaamheid uitgeoefend in een land buiten Europa waarmede België geen dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten.
I. INLEIDING
1. De hiernavolgende nieuwe richtlijnen zijn van toepassing op Belgen die als arbeider, bediende, technicus, kaderlid, ontwikkelingshelper, ambtenaar, enz. in art. 20, 2°, a, WIB bedoelde bezoldigingen genieten wegens een werkzaamheid uitgeoefend in een land buiten Europa waarmede België geen dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten.
(Het bepaalde in deze circ. geldt eveneens voor de personen van vreemde nationaliteit die de hoedanigheid hadden van Belgisch rijksinwoner op de datum waarop zij naar het buitenland zijn vertrokken om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen in een ander land dan dat waarvan zij de nationaliteit bezitten.)
Zij hebben betrekking op :
- de rangschikking van de betrokkenen als rijksinwoner of niet-rijksinwoner;
- het vaststellen van de belastbare bezoldigingen (bruto en netto);
- de berekening van de belasting (vermindering van de belasting tot de helft bij toepassing van art. 88, 2°, WIB).
II. VASTSTELLING VAN DE HOEDANIGHEID VAN RIJKSINWONER OF NIET-RIJKSINWONER
2. Voor de vaststelling van de hoedanigheid van rijksinwoner of van niet-rijksinwoner houde men zich aan de bestaande administratieve richtlijnen opgenomen in de Com.IB, nrs. 3/1 tot 3/4 en 139/3 tot 5.
3. In gevallen van twijfel moet als voornaamste criterium nochtans de werkelijke woonplaats van het gezin in aanmerking worden genomen, eerder dan de vaak moeilijk te "lokaliseren" zetel van het fortuin.
De omstandigheid dat de betrokkene zijn bezoldiging geheel of gedeeltelijk in België laat uitbetalen, of in België zekere roerende of onroerende beleggingen doet, kan niet leiden tot het besluit dat hij in België de zetel van zijn fortuin heeft gevestigd of behouden; bedoelde zetel is immers niet de plaats waar de goederen zich bevinden, maar wel die van waar de eigenaar ze beheert.
4. Het feit dat een belastingplichtige, die voor een korte opdracht naar het buitenland afreist, zich laat schrappen uit de bevolkingsregisters, is op zichzelf geen bewijs dat hij de hoedanigheid van rijksinwoner heeft verloren.
III. VASTSTELLING VAN DE BELASTBARE BEZOLDIGINGEN
A. Rijksinwoners
1° Belastbare en niet-belastbare bestanddelen
5. De in de PB belastbare bezoldigingen omvatten in principe alle bezoldigingen, ongeacht of de betaling ervan gebeurt in België of in het buitenland, in Belgische of in vreemde munt.
6. De volgende bestanddelen dienen er evenwel niet te worden opgenomen : de terugbetaling van kosten van geneeskundige verzorging van de betrokkene en zijn gezin in de vreemde, huisvestingsvergoeding, vergoeding voor de heen- en terugreis en voor reiskosten ter plaatse, vergoeding voor extra-schoolkosten voor de meegenomen kinderen; hetzelfde geldt voor gelijkaardige verstrekkingen "in natura".
7. Voor de ontwikkelingshelpers bezoldigd door het Algemeen Bestuur van de Ontwikkelingssamenwerking (ABOS) dient de in het buitenland betaalde toeslag in "plaatselijke munt" onder de belastbare inkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van het gedeelte ervan betaald als compensatie voor de ongelijkheid in koopkracht en vastgesteld door toepassing van een bepaalde coëfficiënt.
8. Wat de gezinsbijslagen betreft, geldt de volgende regeling :
- ontwikkelingshelpers bezoldigd door het A.B.O.S. : volledige vrijstelling;
- andere ontwikkelingshelpers : vrijstelling beperkt tot het bedrag van de gezinsbijslagen betaald aan de ontwikkelingshelpers van het A.B.O.S.;
- andere werknemers :
· die onderworpen blijven aan de R.S.Z. : vrijstelling van de wettelijke gezinsbijslagen;
· die niet onderworpen zijn aan de R.S.Z. : vrijstelling beperkt tot het bedrag van de wettelijke gezinsbijslagen.
2° Vaststelling van de nettobezoldigingen
9. De nettobezoldigingen worden als volgt vastgesteld :
a) de belastbare brutobezoldigingen vooreerst verminderen met de verplichte Belgische en/of buitenlandse sociale lasten, alsmede met de in het buitenland op bezoldigingen betaalde belastingen;
b) op het sub a) bekomen verschil vervolgens de gewone forfaitaire bedrijfslasten als bedoeld in art. 51, WIB berekenen;
c) op datzelfde verschil tenslotte nog een bijkomende aftrek van 30 pct. (met maximum van 450.000 F) toestaan voor de bijzondere bedrijfslasten veroorzaakt door de tewerkstelling in het buitenland.
3° Berekening van de belasting
10. Voor de toepassing van de in art. 88, 2°, WIB bedoelde vermindering van de belasting tot de helft is vereist dat de in het buitenland behaalde bezoldigingen aldaar werden belast.
Er mag zonder meer worden aangenomen dat de hierna aangeduide gedeelten van de bezoldigingen in het buitenland werden belast :
- ontwikkelingshelpers bezoldigd door het A.B.O.S. : het bedrag betaald in plaatselijke munt;
- andere werknemers : 30 pct. van het sub 9, a) bedoelde verschil (voor de technische uitwerking : zie voorbeeld II).
De vermindering tot de helft mag voor een groter gedeelte van de bezoldigingen worden toegestaan, indien de belastingplichtige het bewijs van de taxatie ervan in het buitenland aanbrengt op de wijze bedoeld in Com.IB 88/13.
4° Afwijkende regeling voor de rijksinwoners werkzaam in Zaïre, Ruanda of Burundi
11. Behoudens indien de regeling omschreven in de nrs. 5 tot 10 hiervoor voordeliger is, mogen de rijksinwoners tewerkgesteld in Zaïre, Ruanda of Burundi, het bijzonder stelsel bepaald in Com.IB 51/22 verder blijven toepassen, met dien verstande dat laatstbedoeld stelsel enkel geldt voor bezoldigingen waarvan de belastingplichtige de taxatie in het buitenland bewijst (het bepaalde in Com.IB 51/23 wordt opgeheven).
5° Voorbeelden
12. Er wordt verwezen naar de bijlage.
B. Niet-rijksinwoners
13. De niet-rijksinwoners die in het buitenland een loontrekkende beroepswerkzaamheid uitoefenen zijn in de praktijk van belasting vrijgesteld op de ermede verband houdende bezoldigingen, behalve wanneer zij hen worden betaald door de Belgische Staat, provincies, gemeenten of agglomeraties van gemeenten.
Wat de laatstbedoelde bezoldigingen betreft (inzonderheid door het A.B.O.S. betaald aan ontwikkelingshelpers), zijn de regels vervat in de nrs. 5 tot 10 eveneens van toepassing.
IV. INWERKINGTREDING
14. Bovenstaande richtlijnen zijn algemeen van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend met ingang van 1.1.1978. Zij mogen, op verzoek van de belanghebbenden ook op vroeger betaalde of toegekende bezoldigingen worden toegepast, indien daaromtrent in om het even welk stadium van de procedure (vóór of na taxatie) enig geschil aanhangig is of gemaakt wordt.
BIJLAGE
VOORBEELDEN
(uitgewerkt volgens de regels en tarieven geldend voor het aj. 1979)
Voorbeeld I
Een ontwikkelingshelper (ABOS) met 2 personen ten laste en tewerkgesteld in Senegal, genoot in 1978 de volgende bezoldigingen :
| Basisbezoldiging : | 875.000 F |
| Aanpassingstoeslagen (coëfficiënt 60) | |
| - in Belgische munt : | 875.000 x 20 pct. : 175.000 F |
| - in lokale munt : | 875.000 x 40 pct. : 350.000 F |
| ---------------------------------- | |
| Totaal : | 1.400.000 F |
Bovendien ontvangt de betrokkene een niet-belastbare vergoeding wegens "ongelijkheid in koopkracht" van : 350.000 x 0,91 : 318.500 F.
De betrokkene verblijft met zijn gezin in Senegal en moet als niet-rijksinwoner worden aangemerkt; hij toont niet aan dat hij sociale of fiscale lasten betaald heeft in Senegal.
Aanslagbasis :
| Belastbare brutobezoldiging : | 1.400.000 |
| Gewone forfaitaire bedrijfslasten (maximum) : | 75.000 |
| Forfait voor bijzondere bedrijfslasten (1.400.000 x 30 pct.) : | 420.000 |
| ------------- | |
| 495.000 | |
| ------------- | |
| Verschil : | 950.000 |
| Aftrek op het bedrijfsinkomen : | - 10.000 |
| ------------- | |
| Belastbare nettobezoldiging : | 895.000 |
Berekening van de BNV :
| Verminderde basisbelasting op 895.000 F : | 312.139 | |
| Inkomsten die in aanmerking komen voor de toepassing van art. 88, 2°, WIB : | ||
| Aanpassingstoeslag betaald in lokale munt : | ||
| 895.000 x (350.000 / 1.400.000) = | 223.750 | |
| Vermindering tot de helft : | ||
| 312.139 x (223.750 / 895.000) =78.035 / 2 = | 39.917 | |
| Verschuldigde hoofdsom : | ||
| 312.139 - 39.017 = | 273.122 | |
| 6 opcentiemen ten behoeve van het Rijk : | ||
| 273.122 x 6 pct. = | 16.387 | |
| ------------ | ||
| Totaal BNV : | 289.509 | |
Voorbeeld II
Een ontwikkelingshelper, bezoldigd door een Belgische V.Z.W., met 2 personen ten laste en te beschouwen als rijksinwoner, genoot in 1978 een belastbare bezoldiging van 1.800.000 F. Hij is tewerkgesteld in Tanzania en bewijst niet dat hij in dat land belastingen of sociale bijdragen heeft betaald.
Aanslagbasis :
| Belastbare brutobezoldiging : | 1.800.000 |
| Gewone forfaitaire bedrijfslasten (maximum) : | 75.000 |
| Forfait voor bijzondere bedrijfslasten (maximum) : | 450.000 |
| ----------- | |
| 525.000 | |
| ----------- | |
| Verschil : | 1.275.000 |
| Aftrek op het bedrijfsinkomen : | - 10.000 |
| ------------- | |
| Belastbare nettobezoldiging : | 1.265.000 |
Berekening van de PB :
| Verminderde basisbelasting op 1.265.000 F : | 501.139 | |
| Voor de toepassing van art. 88, 2°, WIB wordt aangenomen dat 30 pct. van de totale bezoldiging (1.800.000 x 30 pct. = 540.000) in het buitenland werd belast, dit is netto : | ||
| 1.265.000 x (540.000 / 1.800.000) = | 379.500 | |
| Vermindering tot de helft : | ||
| 501.139 x (379.500 / 1.265.000) = 150.342 / 2 = | 75.171 | |
| Verschuldigde hoofdsom : | ||
| 501.139 - 75.171 = | 425.968 | |
| PB/gem. (6 opcentiemen) : | ||
| 425.968 x 6 pct. = | 25.558 | |
| ---------- | ||
| Totaal PB + PB/gem. : | 451.526 | |
Voorbeeld III
Een technisch bediende, door een Belgische onderneming naar Algerië gestuurd, heeft hiervoor in 1978 een belastbare brutobezoldiging (inclusief belastbare vergoedingen) van 1.500.000 F ontvangen.
Hij blijft rijksinwoner en heeft 2 personen ten laste die in België blijven wonen.
Hij bewijst dat gans zijn bezoldiging in Algerië werd belast en dat hij in 1978 aldaar 90.000 F belasting en 30.000 F verplichte sociale bijdragen heeft betaald.
Aanslagbasis
| Belastbare brutobezoldiging : | 1.500.000 |
| Buitenlandse belastingen en sociale lasten : | - 120.000 |
| ------------- | |
| 1.380.000 | |
| Gewone forfaitaire bedrijfslasten (maximum) : | 75.000 |
| Forfait voor bijzondere bedrijfslasten : | |
| (1.380.000 x 30 pct.) | 414.000 |
| ----------- | - 489.000 |
| ------------ | |
| Verschil : | 891.000 |
| Aftrek op het bedrijfsinkomen : | - 10.000 |
| ------------ | |
| Belastbare nettobezoldiging : | 881.000 |
Berekening van de PB :
| Verminderde basisbelasting op 881.000 F : | 305.489 |
| Vermindering tot de helft : | |
| 305.489/2 = | 152.745 |
| PB/gem. (6 pct.) : | |
| 152.745 x 6 pct. = | + 9.165 |
| ---------- | |
| Totaal PB + PB/gem. : | 161.910 |
-------------------------
