Circulaire nr. Ci.RH.241/491.265 dd. 09.04.1998
CIRC 09.04.98/1
Circulaire nr. Ci.RH.241/491.265 dd. 09.04.1998
Bull. nr. 783, pag. 1174
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Renteloze lening of lening tegen verminderde rentevoet.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.
INHOUDSTAFEL Nr I. KONINKLIJKE BESLUITEN ............................................. 1 II. INLEIDING ......................................................... 5 III.HYPOTHECAIRE LENINGEN A. Algemeen ....................................................... 10 B. Hypothecaire leningen met veranderlijke rentevoet 1. Algemeen ................................................... 12 2. Referentierentevoeten a) Begrippen ............................................. 13 b) Oorspronkelijke referentierentevoet ................... 18 c) Referentierentevoet na wijziging van de oorspronkelijke rentevoet ............................................. 22 C. Vormwijzigingen ................................................ 25 IV. NIET-HYPOTHECAIRE LENINGEN MET VASTE LOOPTIJD ..................... 26 V. NIET-HYPOTHECAIRE LENINGEN ZONDER WELBEPAALDE LOOPTIJD ............ 27 BIJLAGE 1 : W 4.8.1992 op het hypothecair krediet, art. 7,9 en 14 BIJLAGE 2 : KB 11.1.1993 tot vaststelling van referteïndexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten I. KONINKLIJKE BESLUITEN
KB 6.3.1996 TOT WIJZIGING VAN HET KB/WIB 92 (BS van 19.3.1996)
Art. 2. In artikel 18, § 3, van hetzelfde besluit (1), gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1992, 18 februari 1994, 7 maart 1995 en 5 april 1995 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art. 3. ...
Art. 4. In bijlage I van hetzelfde besluit, waarvan de tegenwoordige tekst afdeling II zal vormen, wordt een afdeling I ingevoegd, waarvan de tekst opgenomen is in de bijlage van dit besluit.
Art. 5.
§ 1. ...
§ 2. De artikelen 2 en 4 zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 1995 toegekende voordelen van alle aard.
§ 3. ...
Art. 6. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Bijlage van het KB 6.3.1996
2. Afdeling I. - Maandelijkse referteïndexen voor hypothecaire leningen, toegestaan vanaf 1 januari 1995, waarin een veranderlijke rentevoet is bedongen. (Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 18, § 3, 1, b, 3e lid).
+ ------------------------------------------------------------------------+ ¦Periode ¦Belgisch ¦ Index A ¦ Index B ¦ Index C ¦ Index D ¦ Index E ¦ ¦ ¦Staatsblad ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Juli 1994 ¦30.7.1994 ¦ 5,979 ¦ 6,295 ¦ 6,600 ¦ 6,937 ¦ 7,165 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Augustus ¦31.8.1994 ¦ 5,958 ¦ 6,564 ¦ 6,849 ¦ 7,125 ¦ 7,299 ¦ ¦1994 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦September ¦30.9.1994 ¦ 6,293 ¦ 6,897 ¦ 7,225 ¦ 7,476 ¦ 7,612 ¦ ¦1994 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Oktober ¦29.10.1994 ¦ 6,391 ¦ 7,207 ¦ 7,599 ¦ 7,849 ¦ 7,960 ¦ ¦1994 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦November ¦30.11.1994 ¦ 6,068 ¦ 7,177 ¦ 7,577 ¦ 7,850 ¦ 7,941 ¦ ¦1994 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦December ¦31.12.1994 ¦ 5,989 ¦ 7,055 ¦ 7,369 ¦ 7,675 ¦ 7,773 ¦ ¦1994 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Januari ¦31.1.1995 ¦ 6,153 ¦ 7,102 ¦ 7,360 ¦ 7,681 ¦ 7,808 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Februari ¦28.2.1995 ¦ 6,234 ¦ 7,141 ¦ 7,409 ¦ 7,725 ¦ 7,868 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Maart ¦31.3.1995 ¦ 6,454 ¦ 7,143 ¦ 7,417 ¦ 7,660 ¦ 7,793 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦April ¦29.4.1995 ¦ 6,210 ¦ 6,976 ¦ 7,242 ¦ 7,413 ¦ 7,565 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Mei 1995 ¦31.5.1995 ¦ 6,047 ¦ 6,620 ¦ 6,891 ¦ 7,067 ¦ 7,257 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Juni 1995 ¦30.6.1995 ¦ 5,533 ¦ 6,073 ¦ 6,350 ¦ 6,580 ¦ 6,811 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Juli 1995 ¦29.7.1995 ¦ 5,057 ¦ 5,650 ¦ 5,931 ¦ 6,220 ¦ 6,543 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Augustus ¦31.8.1995 ¦ 4,826 ¦ 5,442 ¦ 5,762 ¦ 6,062 ¦ 6,467 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦September ¦30.9.1995 ¦ 4,629 ¦ 5,159 ¦ 5,523 ¦ 5,827 ¦ 6,273 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Oktober ¦31.10.1995 ¦ 4,460 ¦ 4,881 ¦ 5,259 ¦ 5,599 ¦ 6,109 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦November ¦31.11.1995 ¦ 4,345 ¦ 4,674 ¦ 5,110 ¦ 5,440 ¦ 5,958 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦December ¦30.12.1995 ¦ 4,076 ¦ 4,452 ¦ 5,008 ¦ 5,316 ¦ 5,744 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +------------------------------------------------------------------------+ KB 17.3.1997 TOT WIJZIGING VAN HET KB/WIB 92, OP HET STUK VAN DE VOORDELEN VAN ALLE AARD (BS VAN 27.3.1997)
3. Artikel 1. In artikel 18, § 3, van het KB/WIB 92, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 18 februari 1994, 7 maart 1995, 5 april 1995 en 6 maart 1996 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
"De bedragen vermeld in de tabel van het eerste lid worden gekoppeld aan de spilindex 119,53.
De bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld, zijn van toepassing op het vorige lid".
Art. 2. De diverse kolommen van de tabel die voorkomt in bijlage I, afdeling 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd door het koninklijke besluit van 6 maart 1996, worden aangevuld zoals aangegeven in de bijlage van dit besluit.
Art. 3. De artikelen 1, 1° tot 3°, en 2 zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 1996 toegekende voordelen van alle aard.
+ ------------------------------------------------------------------------+ ¦Periode ¦Belgisch ¦ Index A ¦ Index B ¦ Index C ¦ Index D ¦ Index E ¦ ¦ ¦Staatsblad ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Januari ¦31.1.1996 ¦ 3,782 ¦ 4,186 ¦ 4,790 ¦ 5,152 ¦ 5,544 ¦ ¦1996 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Februari ¦29.2.1996 ¦ 3,486 ¦ 3,921 ¦ 4,534 ¦ 4,977 ¦ 5,347 ¦ ¦1996 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Maart ¦30.3.1996 ¦ 3,334 ¦ 4,003 ¦ 4,643 ¦ 5,148 ¦ 5,445 ¦ ¦1996 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦April ¦30.4.1996 ¦ 3,356 ¦ 4,159 ¦ 4,821 ¦ 5,383 ¦ 5,644 ¦ ¦1996 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Mei 1996 ¦31.5.1996 ¦ 3,306 ¦ 3,990 ¦ 4,662 ¦ 5,257 ¦ 5,540 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Juni 1996 ¦29.6.1996 ¦ 3,266 ¦ 3,849 ¦ 4,517 ¦ 5,130 ¦ 5,412 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Juli 1996 ¦31.7.1996 ¦ 4,439 ¦ 4,057 ¦ 4,657 ¦ 5,295 ¦ 5,544 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Augustus ¦31.8.1996 ¦ 3,578 ¦ 4,203 ¦ 4,703 ¦ 5,370 ¦ 5,612 ¦ ¦1996 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦September ¦28.9.1996 ¦ 3,480 ¦ 4,020 ¦ 4,489 ¦ 5,185 ¦ 5,442 ¦ ¦1996 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Oktober ¦31.10.1996 ¦ 3,262 ¦ 3,695 ¦ 4,164 ¦ 4,899 ¦ 5,151 ¦ ¦1996 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦November ¦30.11.1996 ¦ 3,157 ¦ 3,557 ¦ 3,944 ¦ 4,669 ¦ 4,905 ¦ ¦1996 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦December ¦31.12.1996 ¦ 3,153 ¦ 3,597 ¦ 3,940 ¦ 4,549 ¦ 4,770 ¦ ¦1996 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +------------------------------------------------------------------------+
II. INLEIDING
5. Het KB 6.3.1996 tot wijziging van het KB/WIB 92 (BS 19.3.1996, V 2446 - Bull. 760, blz. 811) wijzigt inzonderheid art. 18, § 3, KB/WIB 92 dat handelt over de forfaitaire raming van anders dan in geld verkregen voordelen van alle aard.
6. Die aanpassing betreft enkel de referentierentevoeten die in aanmerking moeten worden genomen voor de forfaitaire raming van het voordeel dat voortvloeit uit renteloze leningen of leningen tegen verminderde rentevoet (art. 18, § 3, punt 1, KB/WIB 92).
7. Het KB 6.3.1996 voert namelijk nieuwe regels in voor de vanaf 1.1.1995 toegestane hypothecaire leningen met een veranderlijke rentevoet. Wat die laatste leningen betreft, komen de referentierentevoeten voortaan voor in bijlage I, afdeling I, KB/WIB 92.
8. Art. 1, KB 17.3.1997 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard (BS 27.3.1997, V 2501 - Bull. 771, blz. 1054) vervolledigt eveneens art. 18, § 3, KB/WIB 92 door inzonderheid aan punt 1 de referentierentevoeten toe te voegen die in aanmerking moeten worden genomen voor de in 1996 verkregen leningen.
Art. 2 en de bijlage van het KB 17.3.1997 vervolledigen bijlage I, afdeling I, KB/WIB 92 met de referentierentevoeten die vanaf 1 januari 1996 voor de hypothecaire leningen met veranderlijke rentevoet van toepassing zijn.
9. Voor wat de forfaitaire raming van de voordelen van alle aard betreft die voortvloeien uit het persoonlijk gebruik van een ter beschikking gesteld voertuig, zal een afzonderlijke administratieve circulaire de wijzigingen bespreken die aan art. 18, § 3, punt 9, KB/WIB 92 door het voormelde KB 17.3.1997 zijn aangebracht.
Die circulaire zal tevens het KB 12.6.1997 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard (BS 21.8.1997, V 2523 - Bull. 775, blz. 2038) bespreken, dat nieuwe basisbedragen voor de bepaling van dat voordeel invoert.
III. HYPOTHECAIRE LENINGEN
A. Algemeen
10. Wat de vanaf 1.1.1995 toegestane hypothecaire leningen betreft, moet voortaan een onderscheid worden gemaakt naargelang het gaat om hypothecaire leningen met een veranderlijke rentevoet of om andere hypothecaire leningen.
11. Voor die laatste leningen blijven de vroegere regels volledig van toepassing. De tabel die is opgenomen in punt 1, b van art. 18, § 3, KB/WIB 92 is enkel aangevuld voor de in 1995 en 1996 gesloten hypothecaire leningen.
De in aanmerking te nemen referentierentevoet is vastgesteld :
B. Hypothecaire leningen met het veranderlijke rentevoet
1. Algemeen
12. In overeenkomsten van hypothecaire leningen zijn steeds vaker clausules opgenomen die voorzien in de veranderlijkheid van de rentevoet. Art. 7, W 4.8.1992 op het hypothecair krediet - bijlage 1 - maakt het immers mogelijk te voorzien in een vaste of veranderlijke rentevoet.
Het KB 6.3.1996 heeft dan ook de regels voor de forfaitaire raming van het voordeel van alle aard vervolledigd om rekening te houden met deze situatie. Die wijzigingen betreffen echter alleen de vanaf 1 januari 1995 toegestane hypothecaire leningen waarin, overeenkomstig art. 9, W 4.8.1992 op het hypothecair krediet, een veranderlijke rentevoet is bedongen.
In feite is de wijze van berekening van het belastbare voordeel ongewijzigd gebleven en ligt de nieuwigheid in de vaststelling van de in aanmerking te nemen referentierentevoet.
2. Referentierentevoet
a) Begrippen
13. Art. 9, § 1, W 4.8.1992 (1) - bijlage 1 - bepaalt inzonderheid :
14. De referteïndexen zijn vastgesteld bij KB 11.1.1993 (BS 9.2.1993 - bijlage 2) dat bepaalt dat voor de in Belgische of Luxemburgse frank toegekende kredieten, moet worden gekozen uit de volgende lijst van referteïndexen :
De indexen A, B, C, D en E stemmen in principe overeen met een jaarlijkse, tweejaarlijkse, driejaarlijkse, vierjaarlijkse of vijfjaarlijkse veranderbare rentevoet. De index E wordt eveneens in aanmerking genomen wanneer de verandering van de rentevoet is voorzien voor periodes van meer dan 5 jaar.
15. De Controledienst voor de Verzekeringen (CDV) maakt de lijsten van de referteïndexen maandelijks in het Belgisch Staatsblad bekend. Die bekendmakingen vinden plaats op de laatste werkdag van de kalendermaand waarop de lijst betrekking heeft (art. 4, KB 11.1.1993 - bijlage 2).
16. De bijlage van het KB 6.3.1996, die de afdeling I van bijlage I van het KB/WIB 92 (2) wordt, neemt, in de vorm van een tabel, de maandelijkse referteïndexen over voor de vanaf 1 januari 1995 toegestane hypothecaire leningen waarin een veranderlijke interestvoet is voorzien. Die tabel, die opgenomen is in nr 2, hiervoor, werd vervolledigd door de bijlage van het KB 17.3.1997(zie nr. 4, hiervoor).
17. Gelet op de publicaties die ondertussen in het BS zijn verschenen, kan de tabel thans als volgt voor het jaar 1997 en 1998 worden vervolledigd :
+ ------------------------------------------------------------------------+ ¦ Periode ¦ BS ¦ index A ¦ index B ¦ index C ¦ index D ¦ index E ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Januari ¦ 31.01.97 ¦ 3,151 ¦ 3,552 ¦ 3,969 ¦ 4,465 ¦ 4,790 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Februari ¦ 28.02.97 ¦ 3,115 ¦ 3,454 ¦ 3,937 ¦ 4,347 ¦ 4,795 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Maart ¦ 29.03.97 ¦ 3,200 ¦ 3,530 ¦ 3,984 ¦ 4,308 ¦ 4,719 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ April ¦ 30.04.97 ¦ 3,394 ¦ 3,745 ¦ 4,194 ¦ 4,497 ¦ 4,871 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Mei ¦ 31.05.97 ¦ 3,420 ¦ 3,770 ¦ 4,252 ¦ 4,563 ¦ 4,952 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Juni ¦ 28.06.97 ¦ 3,378 ¦ 3,682 ¦ 4,155 ¦ 4,464 ¦ 4,862 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Juli ¦ 31.07.97 ¦ 3,376 ¦ 3,619 ¦ 4,108 ¦ 4,382 ¦ 4,752 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Augustus ¦ 30.08.97 ¦ 3,478 ¦ 3,689 ¦ 4,180 ¦ 4,384 ¦ 4,705 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ September ¦ 30.09.97 ¦ 3,697 ¦ 3,908 ¦ 4,370 ¦ 4,538 ¦ 4,824 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Oktober ¦ 31.10.97 ¦ 3,866 ¦ 4,083 ¦ 4,523 ¦ 4,667 ¦ 4,930 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ November ¦ 29.11.97 ¦ 4,074 ¦ 4,326 ¦ 4,734 ¦ 4,846 ¦ 5,094 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ December ¦ 31.12.97 ¦ 4,169 ¦ 4,478 ¦ 4,808 ¦ 4,912 ¦ 5,158 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Januari ¦ 31.1.98 ¦ 4,019 ¦ 4,348 ¦ 4,602 ¦ 4,758 ¦ 4,957 ¦ ¦ 1998 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +------------------------------------------------------------------------+ b) Oorspronkelijke referentierentevoet
18. Enerzijds bepaalt art. 9, § 6, W 4.8.1992 - bijlage 1 - dat de tijdstippen, voorwaarden en modaliteiten van verandering van de rentevoet evenals de referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet moeten in de vestigingsakte.
19. Anderzijds bepaalt art. 18, § 3, punt 1, b, 2de lid, 3°, KB/WIB 92 dat de oorspronkelijke referentierentevoet gelijk is aan de referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet en die in de vestigingsakte van de lening is vermeld. In de praktijk zal de oorspronkelijke referentierentevoet dus altijd kunnen worden bepaald door eenvoudigweg het leningscontract te raadplegen.
20. Er wordt echter aangestipt dat uit de samenlezing van art. 14, W 4.8.1992 -bijlage 1- en art. 5, KB 11.1.1993 -bijlage 2-, voortvloeit dat de referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet die is van de tweede kalendermaand die voorafgaat aan de datum van het schriftelijke aanbod dat de kredietgever aan de kandidaat-kredietnemer moet bezorgen vooraleer de kredietovereenkomst wordt ondertekend. Dat schriftelijk aanbod moet alle contractvoorwaarden bevatten en de geldigheidsduur van het aanbod vermelden (meestal 3 maanden).
Het is om die reden dat de bijlage van het KB 6.3.1996 (en dus de afdeling I van bijlage I van het KB/WIB 92) teruggaat tot juli 1994 niettegenstaande het feit dat de nieuwe regels slechts van toepassing zijn op de leningen die vanaf 1 januari 1995 zijn gesloten.
Voorbeeld
21. Indien voor een in januari 1995 gesloten hypothecaire lening met een veranderlijke rentevoet het aanbod in oktober 1994 is opgesteld, is het de referentierentevoet van augustus 1994 die in aanmerking wordt genomen. Wanneer de rentevoet driejaarlijks kan worden gewijzigd (index C), bedraagt de referentierentevoet bijgevolg 6,849.
c) Referentierentevoet na wijziging van de oorspronkelijke rentevoet
22. Art. 18, § 3, punt 1, b, 2de lid, 3°, KB/WIB 92 bepaalt dat bij elke latere aanpassing van de rentevoet van de lening, de referentierentevoet gelijk is aan de referteïndex die volgens de bepalingen in de vestigingsakte voor die aanpassing in aanmerking moet worden genomen.
23. Art. 9, § 1, 4°, W 4.8.1992 verduidelijkt dat de referteïndex die in aanmerking moet worden genomen die is van de tweede kalendermaand die de datum, bepaald voor de verandering van de rentevoet, voorafgaat.
Voorbeeld
24. Indien, overeenkomstig de bepalingen van de vestigingsakte van een na 1 januari 1995 gesloten lening met veranderlijke rentevoet, de interestvoet in april van een bepaald jaar wijzigt, zal de nieuwe rentevoet die vanaf die maand in aanmerking moet worden genomen de rentevoet zijn van de maand februari van hetzelfde jaar die overeenstemt met de index A, B, C, D of E die in de akte voorkomt.
C. Vormwijzigingen
25. Ten gevolge van de invoering van de nieuwe regels tot bepaling van de referentierentevoet voor hypothecaire leningen met veranderlijke rentevoet, moesten vormwijzigingen worden aangebracht :
IV. NIET-HYPOTHECAIRE LENINGEN MET VASTE LOOPTIJD
26. Om het belastbare voordeel te berekenen dat voortvloeit uit niet-hypothecaire leningen met vaste looptijd die in de loop van het jaar 1995 zijn gesloten, is de referentierentevoet vastgesteld op basis van een maandelijks lastenpercentage van respectievelijk :
Voor de leningen van dit type die werden gesloten in 1996, bedragen die lastenpercentages respectievelijk 0,30 en 0,35.
V. NIET-HYPOTHECAIRE LENINGEN ZONDER WELBEPAALDE LOOPTIJD
27. De in aanmerking te nemen referentierentevoet is vastgesteld op 8,25 voor de bedragen waarover de begunstigde in 1995 heeft kunnen beschikken.
Voor het jaar 1996 is de in aanmerking te nemen referentierentevoet 7,25.
BIJLAGE 1
W 4.8.1992 OP HET HYPOTHECAIR KREDIET
Art. 7.
De rentevoet is vast of veranderlijk.
Art. 9.
§ 1. Indien een veranderlijke rentevoet is bedongen, zijn de volgende regels van toepassing :
zowel in meer als in min beperkt wordt tot een bepaald verschil ten opzichte van de oorspronkelijke rentevoet, zonder dat dit verschil in geval van stijging van de rentevoet meer mag bedragen dan het verschil in geval van daling.
De vestigingsakte mag verder bepalen dat er geen wijziging van rentevoet is dan wanneer de wijziging in meer of in min, ten aanzien van de rentevoet van de vorige periode, een bepaald minimumverschil bereikt.
§ 3. De rentevoet mag slechts veranderen bij het verstrijken van bepaalde periodes die niet minder dan één jaar mogen bedragen.
§ 4. Indien de eerste periode een kortere duur heeft dan drie jaren, mag een verhoging van de rentevoet niet tot gevolg hebben dat de rentevoet die van toepassing is gedurende het tweede jaar verhoogd wordt met meer dan één procentpunt's jaars ten opzichte van de oorspronkelijke rentevoet, noch dat de rentevoet die van toepassing is gedurende het derde jaar verhoogd wordt met meer dan twee procentpunten ten opzichte van die oorspronkelijke rentevoet.
§ 5. Bij verandering van de rentevoet moet de wijziging medegedeeld worden aan de kredietnemer ten laatste op de datum dat de interesten aan de nieuwe rentevoet beginnen te lopen. In voorkomend geval moet bij die mededeling kosteloos een nieuw aflossingsplan worden gevoegd waarin de gegevens bedoeld in artikel 21, § 1 (3), zijn opgenomen voor de periode die loopt tot de volgende datum van eventuele herziening van de rentevoet. Voor de daarop volgende jaren van het contract dient enkel het te betalen bedrag aan interesten en aan kapitaalsaflossing per jaar medegedeeld te worden.
§ 6. De tijdstippen, voorwaarden en modaliteiten van verandering van de rentevoet evenals de referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet moeten voorkomen in de vestigingsakte.
§ 7. Bij een in Ministerraad overlegd besluit bepaalt de koning de nadere regels welke voor de toepassing van dit artikel nodig zijn.
§ 8. In geval van verandering van de rentevoet en wanneer er aflossing is van het kapitaal, worden de bedragen der periodieke lasten berekend aan de nieuwe rentevoet volgens de bepalingen van de vestigingsakte.
Bij gebreke aan zulke bepalingen worden de periodieke lasten berekend in functie van het verschuldigd blijvend saldo en van de overblijvende looptijd, volgens de technische methode die oorspronkelijk gebruikt werd.
§ 9. In geval van verandering van de rentevoet en wanneer er geen aflossing is van het kapitaal, worden de interesten berekend aan de nieuwe rentevoet volgens de technische methode die oorspronkelijk gebruikt werd.
Art. 14.
Vooraleer de kredietovereenkomst ondertekend wordt, dient de kredietgever aan de kandidaat-kredietnemer een schriftelijk aanbod over te maken dat alle contractvoorwaarden bevat en de geldigheidsduur van het aanbod vermeldt.
BIJLAGE 2
KB 11.1.1993 TOT VASTSTELLING VAN DE REFERTEINDEXEN VOOR DE VERANDERLIJKE RENTEVOETEN INZAKE HYPOTHECAIRE KREDIETEN
Artikel 1. In dit besluit wordt bedoeld met :
Art. 2. Voor kredieten in Belgische of Luxemburgse franken moet worden gekozen uit de volgende lijst van referteïndexen :
Index A is gelijk aan het gemiddelde der dagelijkse rendementspercentages opgetekend gedurende de maand die eindigt op de vijftiende dag van de kalendermaand bedoeld in artikel 9, § 1, 4° van de wet.
De indexen B, C, D en E zijn ieder gelijk aan het gemiddelde van de dagelijkse rendementspercentages opgetekend gedurende de twee maanden die eindigen op de vijftiende dag van de kalendermaand bedoeld in artikel 9, § 1, 4° van de wet. Indien de optekening van een dagelijks rendementspercentage ontbreekt, wordt het ontbrekend gegeven bekomen door interpolatie tussen de nevenliggende optekeningen van bedoelde dag.
Deze gemiddelden worden door de Nationale Bank van België medegedeeld aan de Controledienst.
Art. 3. Voor kredieten toegestaan in een andere munt dan de Belgische of Luxemburgse frank dient de kredietgever contractueel een index vast te leggen die moet voldoen aan de volgende criteria :
Art. 4. Door toedoen van de Controledienst wordt de in artikel 2 bedoelde lijst van referteïndexen maandelijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, op de laatste werkdag van de kalendermaand waarop de lijst betrekking heeft, en voor de eerste keer op 28 november 1992.
Art. 5. De referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet bedoeld in artikel 9, § 6 van de wet, is deze van de tweede kalendermaand die de datum van het artikel 14 van de wet bedoelde aanbod voorafgaat.
Art. 6. Onverminderd het bepaalde in artikel 4 heeft dit besluit uitwerking met ingang van 1 januari 1993.
Art. 7. Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
------------- (1) Art. 9, W 4.8.1992 is vervangen door art. 1, W 13.4.1995 (BS 7.6.1995). De datum van inwerkingtreding van dit laatste artikel moet echter worden bepaald bij een KB dat op datum van onderhavige circulaire nog niet is genomen. (2) De tabel van de maandelijkse lastenpercentages voor niet-hypothecaire leningen gesloten tijdens de jaren 1981 tot 1984 met een vaste looptijd van meer dan 60 maanden, die bijlage I van het KB/WIB 92 vormde, wordt de afdeling II van die bijlage. (3) Art. 21, § 1, W 4.8.1992 luidt als volgt : "§ 1. Bij aflossing van het kapitaal moet de vestigingsakte de periodieke lasten bestaande uit de aflossingsstorting en de interesten vaststellen, evenals de tijdstippen waarop en de voorwaarden waaronder deze bedragen moeten betaald worden. Zij moet eveneens een aflossingsplan bevatten dat de samenstelling van iedere periodieke last moet geven, evenals de aanduiding van het verschuldigd blijvend saldo na iedere betaling."
Circulaire nr. Ci.RH.241/491.265 dd. 09.04.1998
Bull. nr. 783, pag. 1174
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Renteloze lening of lening tegen verminderde rentevoet.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.
INHOUDSTAFEL Nr I. KONINKLIJKE BESLUITEN ............................................. 1 II. INLEIDING ......................................................... 5 III.HYPOTHECAIRE LENINGEN A. Algemeen ....................................................... 10 B. Hypothecaire leningen met veranderlijke rentevoet 1. Algemeen ................................................... 12 2. Referentierentevoeten a) Begrippen ............................................. 13 b) Oorspronkelijke referentierentevoet ................... 18 c) Referentierentevoet na wijziging van de oorspronkelijke rentevoet ............................................. 22 C. Vormwijzigingen ................................................ 25 IV. NIET-HYPOTHECAIRE LENINGEN MET VASTE LOOPTIJD ..................... 26 V. NIET-HYPOTHECAIRE LENINGEN ZONDER WELBEPAALDE LOOPTIJD ............ 27 BIJLAGE 1 : W 4.8.1992 op het hypothecair krediet, art. 7,9 en 14 BIJLAGE 2 : KB 11.1.1993 tot vaststelling van referteïndexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten I. KONINKLIJKE BESLUITEN
KB 6.3.1996 TOT WIJZIGING VAN HET KB/WIB 92 (BS van 19.3.1996)
| 1. |
Art. 1. ... |
| 1° | in punt 1, a, eerste streepje, worden de woorden "en per jaar" geschrapt; |
| 2° | in de inleidende zin van punt 1, b, worden de woorden", waarbij voor de vanaf 1 juni 1984 toegestane leningen onderscheid wordt gemaakt tussen de leningen waarvan de terugbetaling door een gemengde levensverzekering is gewaarborgd en de andere" geschrapt; |
| 3° | in de tabel onder punt 1, b, wordt de kolom van het jaar waarin de leningsovereenkomst is gesloten, aangevuld met "1995" en wordt de kolom van de in aanmerking te nemen referentierentevoet aangevuld met "7" wat betreft de leningen waarvan de terugbetaling gewaarborgd is door een gemengde levensverzekering en met "6,75" wat de andere leningen betreft; |
| 4° | punt 1, b, 2e lid, wordt aangevuld met een 3°, luidend als volgt : "3° wat de vanaf 1 januari 1995 toegestane hypothecaire leningen betreft waarin overeenkomstig artikel 9 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet een veranderlijke rentevoet is bedongen : op de referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet en die in de vestigingsakte van de lening is vermeld; bij elke latere aanpassing van de rentevoet van de lening is de referentierentevoet gelijk aan de referteïndex die volgens de bepalingen van voormelde vestigingsakte voor die aanpassing in aanmerking moet worden genomen."; |
| 5° | punt 1, b, wordt aangevuld met een 3e lid, luidend als volgt : "De lijst van de in het vorige lid vermelde referteïndexen, welke maandelijks door toedoen van de Controledienst de Verzekeringen in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt, is opgenomen onder afdeling I van bijlage I."; |
| 6° | in de tabel onder punt 1, c, 2°, wordt de kolom van het jaar waarin de leningsovereenkomst is gesloten, aangevuld met "1995" en wordt de kolom van het maandelijks lastenpercentage aangevuld met "0,35" wat betreft de leningen om de aankoop van een wagen te financieren met "0,40" wat de andere leningen betreft; |
| 7° | in de tabel onder punt 1, d, worden de kolommen van het jaar waarin de ontlener over de geleende bedragen heeft beschikt en van de in aanmerking te nemen referentierentevoet respectievelijk aangevuld met "1995" en "8,25". |
Art. 3. ...
Art. 4. In bijlage I van hetzelfde besluit, waarvan de tegenwoordige tekst afdeling II zal vormen, wordt een afdeling I ingevoegd, waarvan de tekst opgenomen is in de bijlage van dit besluit.
Art. 5.
§ 1. ...
§ 2. De artikelen 2 en 4 zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 1995 toegekende voordelen van alle aard.
§ 3. ...
Art. 6. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Bijlage van het KB 6.3.1996
2. Afdeling I. - Maandelijkse referteïndexen voor hypothecaire leningen, toegestaan vanaf 1 januari 1995, waarin een veranderlijke rentevoet is bedongen. (Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 18, § 3, 1, b, 3e lid).
+ ------------------------------------------------------------------------+ ¦Periode ¦Belgisch ¦ Index A ¦ Index B ¦ Index C ¦ Index D ¦ Index E ¦ ¦ ¦Staatsblad ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Juli 1994 ¦30.7.1994 ¦ 5,979 ¦ 6,295 ¦ 6,600 ¦ 6,937 ¦ 7,165 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Augustus ¦31.8.1994 ¦ 5,958 ¦ 6,564 ¦ 6,849 ¦ 7,125 ¦ 7,299 ¦ ¦1994 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦September ¦30.9.1994 ¦ 6,293 ¦ 6,897 ¦ 7,225 ¦ 7,476 ¦ 7,612 ¦ ¦1994 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Oktober ¦29.10.1994 ¦ 6,391 ¦ 7,207 ¦ 7,599 ¦ 7,849 ¦ 7,960 ¦ ¦1994 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦November ¦30.11.1994 ¦ 6,068 ¦ 7,177 ¦ 7,577 ¦ 7,850 ¦ 7,941 ¦ ¦1994 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦December ¦31.12.1994 ¦ 5,989 ¦ 7,055 ¦ 7,369 ¦ 7,675 ¦ 7,773 ¦ ¦1994 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Januari ¦31.1.1995 ¦ 6,153 ¦ 7,102 ¦ 7,360 ¦ 7,681 ¦ 7,808 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Februari ¦28.2.1995 ¦ 6,234 ¦ 7,141 ¦ 7,409 ¦ 7,725 ¦ 7,868 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Maart ¦31.3.1995 ¦ 6,454 ¦ 7,143 ¦ 7,417 ¦ 7,660 ¦ 7,793 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦April ¦29.4.1995 ¦ 6,210 ¦ 6,976 ¦ 7,242 ¦ 7,413 ¦ 7,565 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Mei 1995 ¦31.5.1995 ¦ 6,047 ¦ 6,620 ¦ 6,891 ¦ 7,067 ¦ 7,257 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Juni 1995 ¦30.6.1995 ¦ 5,533 ¦ 6,073 ¦ 6,350 ¦ 6,580 ¦ 6,811 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Juli 1995 ¦29.7.1995 ¦ 5,057 ¦ 5,650 ¦ 5,931 ¦ 6,220 ¦ 6,543 ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Augustus ¦31.8.1995 ¦ 4,826 ¦ 5,442 ¦ 5,762 ¦ 6,062 ¦ 6,467 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦September ¦30.9.1995 ¦ 4,629 ¦ 5,159 ¦ 5,523 ¦ 5,827 ¦ 6,273 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦Oktober ¦31.10.1995 ¦ 4,460 ¦ 4,881 ¦ 5,259 ¦ 5,599 ¦ 6,109 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦November ¦31.11.1995 ¦ 4,345 ¦ 4,674 ¦ 5,110 ¦ 5,440 ¦ 5,958 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦December ¦30.12.1995 ¦ 4,076 ¦ 4,452 ¦ 5,008 ¦ 5,316 ¦ 5,744 ¦ ¦1995 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +------------------------------------------------------------------------+ KB 17.3.1997 TOT WIJZIGING VAN HET KB/WIB 92, OP HET STUK VAN DE VOORDELEN VAN ALLE AARD (BS VAN 27.3.1997)
3. Artikel 1. In artikel 18, § 3, van het KB/WIB 92, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 18 februari 1994, 7 maart 1995, 5 april 1995 en 6 maart 1996 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
| 1° | in de tabel onder punt 1, b, wordt de kolom van het jaar waarin de leningsovereenkomst is gesloten, aangevuld met "1996" en wordt de kolom van de in aanmerking te nemen referentierentevoet aangevuld met "6,50" zowel wat betreft de leningen waarvan de terugbetaling gewaarborgd is door een gemengde levensverzekering als wat de andere leningen betreft; |
| 2° | in de tabel onder punt 1, c, 2°, wordt de kolom van het jaar waarin de leningsovereenkomst is gesloten, aangevuld met "1996" en wordt de kolom van het maandelijks lastenpercentage aangevuld met "0,30" wat betreft de leningen om de aankoop van een wagen te financieren en met "0,35" wat de andere leningen betreft; |
| 3° | in de tabel onder punt 1, d, worden de kolommen van het jaar waarin de ontlener over de geleende bedragen heeft beschikt en van de in aanmerking te nemen referentierentevoet respectievelijk aangevuld met "1996" en "7,25"; |
| 4° | punt 9 wordt aangevuld met de volgende bepaling : |
De bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld, zijn van toepassing op het vorige lid".
Art. 2. De diverse kolommen van de tabel die voorkomt in bijlage I, afdeling 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd door het koninklijke besluit van 6 maart 1996, worden aangevuld zoals aangegeven in de bijlage van dit besluit.
Art. 3. De artikelen 1, 1° tot 3°, en 2 zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 1996 toegekende voordelen van alle aard.
| 4. | Bijlage van het KB 17.3.1997 |
5. Het KB 6.3.1996 tot wijziging van het KB/WIB 92 (BS 19.3.1996, V 2446 - Bull. 760, blz. 811) wijzigt inzonderheid art. 18, § 3, KB/WIB 92 dat handelt over de forfaitaire raming van anders dan in geld verkregen voordelen van alle aard.
6. Die aanpassing betreft enkel de referentierentevoeten die in aanmerking moeten worden genomen voor de forfaitaire raming van het voordeel dat voortvloeit uit renteloze leningen of leningen tegen verminderde rentevoet (art. 18, § 3, punt 1, KB/WIB 92).
7. Het KB 6.3.1996 voert namelijk nieuwe regels in voor de vanaf 1.1.1995 toegestane hypothecaire leningen met een veranderlijke rentevoet. Wat die laatste leningen betreft, komen de referentierentevoeten voortaan voor in bijlage I, afdeling I, KB/WIB 92.
8. Art. 1, KB 17.3.1997 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard (BS 27.3.1997, V 2501 - Bull. 771, blz. 1054) vervolledigt eveneens art. 18, § 3, KB/WIB 92 door inzonderheid aan punt 1 de referentierentevoeten toe te voegen die in aanmerking moeten worden genomen voor de in 1996 verkregen leningen.
Art. 2 en de bijlage van het KB 17.3.1997 vervolledigen bijlage I, afdeling I, KB/WIB 92 met de referentierentevoeten die vanaf 1 januari 1996 voor de hypothecaire leningen met veranderlijke rentevoet van toepassing zijn.
9. Voor wat de forfaitaire raming van de voordelen van alle aard betreft die voortvloeien uit het persoonlijk gebruik van een ter beschikking gesteld voertuig, zal een afzonderlijke administratieve circulaire de wijzigingen bespreken die aan art. 18, § 3, punt 9, KB/WIB 92 door het voormelde KB 17.3.1997 zijn aangebracht.
Die circulaire zal tevens het KB 12.6.1997 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard (BS 21.8.1997, V 2523 - Bull. 775, blz. 2038) bespreken, dat nieuwe basisbedragen voor de bepaling van dat voordeel invoert.
III. HYPOTHECAIRE LENINGEN
A. Algemeen
10. Wat de vanaf 1.1.1995 toegestane hypothecaire leningen betreft, moet voortaan een onderscheid worden gemaakt naargelang het gaat om hypothecaire leningen met een veranderlijke rentevoet of om andere hypothecaire leningen.
11. Voor die laatste leningen blijven de vroegere regels volledig van toepassing. De tabel die is opgenomen in punt 1, b van art. 18, § 3, KB/WIB 92 is enkel aangevuld voor de in 1995 en 1996 gesloten hypothecaire leningen.
De in aanmerking te nemen referentierentevoet is vastgesteld :
| 1° | voor de in 1995 gesloten hypothecaire leningen : |
- op 7 wanneer het een lening betreft waarvan de terugbetaling door een gemengde levensverzekering is gewaarborgd;
- op 6,75 in de andere gevallen;
| 2° | op 6,50 voor de in 1996 gesloten leningen. |
1. Algemeen
12. In overeenkomsten van hypothecaire leningen zijn steeds vaker clausules opgenomen die voorzien in de veranderlijkheid van de rentevoet. Art. 7, W 4.8.1992 op het hypothecair krediet - bijlage 1 - maakt het immers mogelijk te voorzien in een vaste of veranderlijke rentevoet.
Het KB 6.3.1996 heeft dan ook de regels voor de forfaitaire raming van het voordeel van alle aard vervolledigd om rekening te houden met deze situatie. Die wijzigingen betreffen echter alleen de vanaf 1 januari 1995 toegestane hypothecaire leningen waarin, overeenkomstig art. 9, W 4.8.1992 op het hypothecair krediet, een veranderlijke rentevoet is bedongen.
In feite is de wijze van berekening van het belastbare voordeel ongewijzigd gebleven en ligt de nieuwigheid in de vaststelling van de in aanmerking te nemen referentierentevoet.
2. Referentierentevoet
a) Begrippen
13. Art. 9, § 1, W 4.8.1992 (1) - bijlage 1 - bepaalt inzonderheid :
- dat de verandering van de rentevoet moet gebonden zijn aan de schommelingen van een referteïndex die moet worden gekozen uit een reeks referteïndexen waarvan de lijst en de berekeningswijze worden bepaald bij koninklijk besluit;
- dat de referteïndex die in aanmerking moet worden genomen die van de tweede kalendermaand is die de datum, bepaald voor de verandering van de rentevoet, voorafgaat.
14. De referteïndexen zijn vastgesteld bij KB 11.1.1993 (BS 9.2.1993 - bijlage 2) dat bepaalt dat voor de in Belgische of Luxemburgse frank toegekende kredieten, moet worden gekozen uit de volgende lijst van referteïndexen :
- de index A die het gemiddelde der rendementspercentages weergeeft dat, op de secundaire markt, van toepassing is op de schatkistcertificaten op 12 maanden, uitgedrukt in Belgische frank;
- de indexen B, C, D en E die het gemiddelde der rendementspercentages weergeven die, op de secundaire markt, van toepassing zijn op de lineaire obligaties uitgedrukt in Belgische frank en waarvan de residuele looptijd gelijk is aan respectievelijk 2, 3, 4 en 5 jaar.
De indexen A, B, C, D en E stemmen in principe overeen met een jaarlijkse, tweejaarlijkse, driejaarlijkse, vierjaarlijkse of vijfjaarlijkse veranderbare rentevoet. De index E wordt eveneens in aanmerking genomen wanneer de verandering van de rentevoet is voorzien voor periodes van meer dan 5 jaar.
15. De Controledienst voor de Verzekeringen (CDV) maakt de lijsten van de referteïndexen maandelijks in het Belgisch Staatsblad bekend. Die bekendmakingen vinden plaats op de laatste werkdag van de kalendermaand waarop de lijst betrekking heeft (art. 4, KB 11.1.1993 - bijlage 2).
16. De bijlage van het KB 6.3.1996, die de afdeling I van bijlage I van het KB/WIB 92 (2) wordt, neemt, in de vorm van een tabel, de maandelijkse referteïndexen over voor de vanaf 1 januari 1995 toegestane hypothecaire leningen waarin een veranderlijke interestvoet is voorzien. Die tabel, die opgenomen is in nr 2, hiervoor, werd vervolledigd door de bijlage van het KB 17.3.1997(zie nr. 4, hiervoor).
17. Gelet op de publicaties die ondertussen in het BS zijn verschenen, kan de tabel thans als volgt voor het jaar 1997 en 1998 worden vervolledigd :
+ ------------------------------------------------------------------------+ ¦ Periode ¦ BS ¦ index A ¦ index B ¦ index C ¦ index D ¦ index E ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Januari ¦ 31.01.97 ¦ 3,151 ¦ 3,552 ¦ 3,969 ¦ 4,465 ¦ 4,790 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Februari ¦ 28.02.97 ¦ 3,115 ¦ 3,454 ¦ 3,937 ¦ 4,347 ¦ 4,795 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Maart ¦ 29.03.97 ¦ 3,200 ¦ 3,530 ¦ 3,984 ¦ 4,308 ¦ 4,719 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ April ¦ 30.04.97 ¦ 3,394 ¦ 3,745 ¦ 4,194 ¦ 4,497 ¦ 4,871 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Mei ¦ 31.05.97 ¦ 3,420 ¦ 3,770 ¦ 4,252 ¦ 4,563 ¦ 4,952 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Juni ¦ 28.06.97 ¦ 3,378 ¦ 3,682 ¦ 4,155 ¦ 4,464 ¦ 4,862 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Juli ¦ 31.07.97 ¦ 3,376 ¦ 3,619 ¦ 4,108 ¦ 4,382 ¦ 4,752 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Augustus ¦ 30.08.97 ¦ 3,478 ¦ 3,689 ¦ 4,180 ¦ 4,384 ¦ 4,705 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ September ¦ 30.09.97 ¦ 3,697 ¦ 3,908 ¦ 4,370 ¦ 4,538 ¦ 4,824 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Oktober ¦ 31.10.97 ¦ 3,866 ¦ 4,083 ¦ 4,523 ¦ 4,667 ¦ 4,930 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ November ¦ 29.11.97 ¦ 4,074 ¦ 4,326 ¦ 4,734 ¦ 4,846 ¦ 5,094 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ December ¦ 31.12.97 ¦ 4,169 ¦ 4,478 ¦ 4,808 ¦ 4,912 ¦ 5,158 ¦ ¦-----------+----------+---------+---------+---------+---------+---------¦ ¦ Januari ¦ 31.1.98 ¦ 4,019 ¦ 4,348 ¦ 4,602 ¦ 4,758 ¦ 4,957 ¦ ¦ 1998 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +------------------------------------------------------------------------+ b) Oorspronkelijke referentierentevoet
18. Enerzijds bepaalt art. 9, § 6, W 4.8.1992 - bijlage 1 - dat de tijdstippen, voorwaarden en modaliteiten van verandering van de rentevoet evenals de referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet moeten in de vestigingsakte.
19. Anderzijds bepaalt art. 18, § 3, punt 1, b, 2de lid, 3°, KB/WIB 92 dat de oorspronkelijke referentierentevoet gelijk is aan de referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet en die in de vestigingsakte van de lening is vermeld. In de praktijk zal de oorspronkelijke referentierentevoet dus altijd kunnen worden bepaald door eenvoudigweg het leningscontract te raadplegen.
20. Er wordt echter aangestipt dat uit de samenlezing van art. 14, W 4.8.1992 -bijlage 1- en art. 5, KB 11.1.1993 -bijlage 2-, voortvloeit dat de referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet die is van de tweede kalendermaand die voorafgaat aan de datum van het schriftelijke aanbod dat de kredietgever aan de kandidaat-kredietnemer moet bezorgen vooraleer de kredietovereenkomst wordt ondertekend. Dat schriftelijk aanbod moet alle contractvoorwaarden bevatten en de geldigheidsduur van het aanbod vermelden (meestal 3 maanden).
Het is om die reden dat de bijlage van het KB 6.3.1996 (en dus de afdeling I van bijlage I van het KB/WIB 92) teruggaat tot juli 1994 niettegenstaande het feit dat de nieuwe regels slechts van toepassing zijn op de leningen die vanaf 1 januari 1995 zijn gesloten.
Voorbeeld
21. Indien voor een in januari 1995 gesloten hypothecaire lening met een veranderlijke rentevoet het aanbod in oktober 1994 is opgesteld, is het de referentierentevoet van augustus 1994 die in aanmerking wordt genomen. Wanneer de rentevoet driejaarlijks kan worden gewijzigd (index C), bedraagt de referentierentevoet bijgevolg 6,849.
c) Referentierentevoet na wijziging van de oorspronkelijke rentevoet
22. Art. 18, § 3, punt 1, b, 2de lid, 3°, KB/WIB 92 bepaalt dat bij elke latere aanpassing van de rentevoet van de lening, de referentierentevoet gelijk is aan de referteïndex die volgens de bepalingen in de vestigingsakte voor die aanpassing in aanmerking moet worden genomen.
23. Art. 9, § 1, 4°, W 4.8.1992 verduidelijkt dat de referteïndex die in aanmerking moet worden genomen die is van de tweede kalendermaand die de datum, bepaald voor de verandering van de rentevoet, voorafgaat.
Voorbeeld
24. Indien, overeenkomstig de bepalingen van de vestigingsakte van een na 1 januari 1995 gesloten lening met veranderlijke rentevoet, de interestvoet in april van een bepaald jaar wijzigt, zal de nieuwe rentevoet die vanaf die maand in aanmerking moet worden genomen de rentevoet zijn van de maand februari van hetzelfde jaar die overeenstemt met de index A, B, C, D of E die in de akte voorkomt.
C. Vormwijzigingen
25. Ten gevolge van de invoering van de nieuwe regels tot bepaling van de referentierentevoet voor hypothecaire leningen met veranderlijke rentevoet, moesten vormwijzigingen worden aangebracht :
- in art. 18, § 3, punt 1, a, werden de woorden "en per jaar" geschrapt omwille van het feit dat de referteïndex voortaan niet altijd meer jaarlijks wordt vastgesteld en, voor leningen met een veranderlijke rentevoet, in de loop van het jaar kan worden aangepast;
- in art. 18, § 3, punt 1, b, werden de woorden "waarbij voor de vanaf 1 januari 1984 toegestane leningen onderscheid wordt gemaakt tussen de leningen waarvan de terugbetaling door een gemengde levensverzekering is gewaarborgd en de andere" geschrapt, aangezien voortaan ook een onderscheid moet worden gemaakt voor de vanaf 1 januari 1995 toegekende leningen met een veranderlijke rentevoet;
- de indeling van bijlage I van het KB/WIB 92 diende te worden herzien (zie voetnoot 2).
IV. NIET-HYPOTHECAIRE LENINGEN MET VASTE LOOPTIJD
26. Om het belastbare voordeel te berekenen dat voortvloeit uit niet-hypothecaire leningen met vaste looptijd die in de loop van het jaar 1995 zijn gesloten, is de referentierentevoet vastgesteld op basis van een maandelijks lastenpercentage van respectievelijk :
- 0,35 indien de lening voor de aankoop van een wagen heeft gediend;
- 0,40 indien de lening voor om het even welk ander doel heeft gediend.
Voor de leningen van dit type die werden gesloten in 1996, bedragen die lastenpercentages respectievelijk 0,30 en 0,35.
V. NIET-HYPOTHECAIRE LENINGEN ZONDER WELBEPAALDE LOOPTIJD
27. De in aanmerking te nemen referentierentevoet is vastgesteld op 8,25 voor de bedragen waarover de begunstigde in 1995 heeft kunnen beschikken.
Voor het jaar 1996 is de in aanmerking te nemen referentierentevoet 7,25.
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,
J.E. VANDENBOSCH
BIJLAGE 1
W 4.8.1992 OP HET HYPOTHECAIR KREDIET
Art. 7.
De rentevoet is vast of veranderlijk.
Art. 9.
§ 1. Indien een veranderlijke rentevoet is bedongen, zijn de volgende regels van toepassing :
| 1° | de rentevoet moet zowel in meer als in min schommelen; |
| 2° | de verandering van de rentevoet moet gebonden zijn aan de schommelingen van een referteïndex; deze moet worden gekozen uit een reeks referteïndexen waarvan de lijst en de berekeningswijze bepaald worden door de Koning, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, genomen op advies van de Nationale Bank van België, van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en van de Controledienst voor de Verzekeringen nadat deze de Commissie voor Verzekeringen geraadpleegd heeft; |
| 3° | de rentevoet verandert in een zelfde verhouding als de referteïndex. Hij wordt in voorkomend geval afgerond tot het dichtst bijzijnde halftiende percent's jaars; |
| 4° | de referteïndex die in aanmerking moet worden genomen is deze van de tweede kalendermaand die de datum, bepaald voor de verandering van de rentevoet, voorafgaat. § 2. De vestigingsakte bepaalt dat de verandering van de rentevoet |
De vestigingsakte mag verder bepalen dat er geen wijziging van rentevoet is dan wanneer de wijziging in meer of in min, ten aanzien van de rentevoet van de vorige periode, een bepaald minimumverschil bereikt.
§ 3. De rentevoet mag slechts veranderen bij het verstrijken van bepaalde periodes die niet minder dan één jaar mogen bedragen.
§ 4. Indien de eerste periode een kortere duur heeft dan drie jaren, mag een verhoging van de rentevoet niet tot gevolg hebben dat de rentevoet die van toepassing is gedurende het tweede jaar verhoogd wordt met meer dan één procentpunt's jaars ten opzichte van de oorspronkelijke rentevoet, noch dat de rentevoet die van toepassing is gedurende het derde jaar verhoogd wordt met meer dan twee procentpunten ten opzichte van die oorspronkelijke rentevoet.
§ 5. Bij verandering van de rentevoet moet de wijziging medegedeeld worden aan de kredietnemer ten laatste op de datum dat de interesten aan de nieuwe rentevoet beginnen te lopen. In voorkomend geval moet bij die mededeling kosteloos een nieuw aflossingsplan worden gevoegd waarin de gegevens bedoeld in artikel 21, § 1 (3), zijn opgenomen voor de periode die loopt tot de volgende datum van eventuele herziening van de rentevoet. Voor de daarop volgende jaren van het contract dient enkel het te betalen bedrag aan interesten en aan kapitaalsaflossing per jaar medegedeeld te worden.
§ 6. De tijdstippen, voorwaarden en modaliteiten van verandering van de rentevoet evenals de referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet moeten voorkomen in de vestigingsakte.
§ 7. Bij een in Ministerraad overlegd besluit bepaalt de koning de nadere regels welke voor de toepassing van dit artikel nodig zijn.
§ 8. In geval van verandering van de rentevoet en wanneer er aflossing is van het kapitaal, worden de bedragen der periodieke lasten berekend aan de nieuwe rentevoet volgens de bepalingen van de vestigingsakte.
Bij gebreke aan zulke bepalingen worden de periodieke lasten berekend in functie van het verschuldigd blijvend saldo en van de overblijvende looptijd, volgens de technische methode die oorspronkelijk gebruikt werd.
§ 9. In geval van verandering van de rentevoet en wanneer er geen aflossing is van het kapitaal, worden de interesten berekend aan de nieuwe rentevoet volgens de technische methode die oorspronkelijk gebruikt werd.
Art. 14.
Vooraleer de kredietovereenkomst ondertekend wordt, dient de kredietgever aan de kandidaat-kredietnemer een schriftelijk aanbod over te maken dat alle contractvoorwaarden bevat en de geldigheidsduur van het aanbod vermeldt.
BIJLAGE 2
KB 11.1.1993 TOT VASTSTELLING VAN DE REFERTEINDEXEN VOOR DE VERANDERLIJKE RENTEVOETEN INZAKE HYPOTHECAIRE KREDIETEN
Artikel 1. In dit besluit wordt bedoeld met :
- de wet : de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
- de Controledienst : de Controledienst voor de Verzekeringen opgericht door de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;
- de referteïndex : de referteïndex bedoeld in artikel 9, § 1, 4° van de wet.
Art. 2. Voor kredieten in Belgische of Luxemburgse franken moet worden gekozen uit de volgende lijst van referteïndexen :
| A. | Het gemiddelde der rendementspercentages van toepassing, op de secundaire markt, op de schatkistcertificaten op twaalf maand uitgedrukt in Belgische franken; |
| B. | Het gemiddelde der rendementspercentages van toepassing, op de secundaire markt, op de lineaire obligaties uitgedrukt in Belgische franken en waarvan de residuele looptijd gelijk is aan twee jaar; |
| C. | Het gemiddelde der rendementspercentages van toepassing, op de secundaire markt, op de lineaire obligaties uitgedrukt in Belgische franken en waarvan de residuele looptijd gelijk is aan drie jaar; |
| D. | Het gemiddelde der rendementspercentages van toepassing, op de secundaire markt, op de lineaire obligaties uitgedrukt in Belgische franken en waarvan de residuele looptijd gelijk is aan vier jaar; |
| E. | Het gemiddelde der rendementspercentages van toepassing, op de secundaire markt, op de lineaire obligaties uitgedrukt in Belgische franken en waarvan de residuele looptijd gelijk is aan vijf jaar; |
De indexen B, C, D en E zijn ieder gelijk aan het gemiddelde van de dagelijkse rendementspercentages opgetekend gedurende de twee maanden die eindigen op de vijftiende dag van de kalendermaand bedoeld in artikel 9, § 1, 4° van de wet. Indien de optekening van een dagelijks rendementspercentage ontbreekt, wordt het ontbrekend gegeven bekomen door interpolatie tussen de nevenliggende optekeningen van bedoelde dag.
Deze gemiddelden worden door de Nationale Bank van België medegedeeld aan de Controledienst.
Art. 3. Voor kredieten toegestaan in een andere munt dan de Belgische of Luxemburgse frank dient de kredietgever contractueel een index vast te leggen die moet voldoen aan de volgende criteria :
| a) | zijn vaststelling mag niet afhangen van de kredietgever; |
| b) | zijn evolutie moet zonder tussenkomst van de kredietgever kunnen gekend zijn door de kredietnemer; |
| c) | hij moet representatief zijn voor de evolutie van de rentevoeten op de kapitaal- en geldmarkten van de betrokken munt. |
Art. 5. De referteïndex die slaat op de oorspronkelijke rentevoet bedoeld in artikel 9, § 6 van de wet, is deze van de tweede kalendermaand die de datum van het artikel 14 van de wet bedoelde aanbod voorafgaat.
Art. 6. Onverminderd het bepaalde in artikel 4 heeft dit besluit uitwerking met ingang van 1 januari 1993.
Art. 7. Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
------------- (1) Art. 9, W 4.8.1992 is vervangen door art. 1, W 13.4.1995 (BS 7.6.1995). De datum van inwerkingtreding van dit laatste artikel moet echter worden bepaald bij een KB dat op datum van onderhavige circulaire nog niet is genomen. (2) De tabel van de maandelijkse lastenpercentages voor niet-hypothecaire leningen gesloten tijdens de jaren 1981 tot 1984 met een vaste looptijd van meer dan 60 maanden, die bijlage I van het KB/WIB 92 vormde, wordt de afdeling II van die bijlage. (3) Art. 21, § 1, W 4.8.1992 luidt als volgt : "§ 1. Bij aflossing van het kapitaal moet de vestigingsakte de periodieke lasten bestaande uit de aflossingsstorting en de interesten vaststellen, evenals de tijdstippen waarop en de voorwaarden waaronder deze bedragen moeten betaald worden. Zij moet eveneens een aflossingsplan bevatten dat de samenstelling van iedere periodieke last moet geven, evenals de aanduiding van het verschuldigd blijvend saldo na iedere betaling."
Bron: FisconetPlus
