Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 24.11.1992
Bull. nr. 723, pag. 41
BEDRIJFSVOORHEFFING
Aangifte
Betalingstermijn
NALATIGHEIDSINTERESTEN
Nalatigheidsinteresten inzake BV
1e aflevering FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Commentaar op de art. 38, 39 en 47, § 14, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen.
Wijziging van de art. 412 en 414, WIB 1992 i.v.m. de betaling van de BV binnen 15 dagen na het verstrijken van iedere trimester, wanneer de BV op de inkomsten van het vorige jaar minder dan 1.000.000 F (voor indexatie) bedroeg.
Inhoudstafel I. WETTEKSTEN V/401 II. INLEIDING V/402 III. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN A. Algemeen V/403 B. Kennisgeving aan de BV-belastingschuldigen V/404 C. Aangifte en betaling van de BV V/405 - 411 D. Nalatigheidsinteresten V/412 - 415 I. WETTEKSTEN
V/401
Art. 38
In artikel 412 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
"In afwijking van het tweede lid is de bedrijfsvoorheffing betaalbaar binnen 15 dagen na het verstrijken van iedere trimester waarin de inkomsten zijn betaald of toegekend, wanneer de bedrijfsvoorheffing op de inkomsten van het vorige jaar minder dan 1 miljoen frank bedroeg; dat bedrag wordt jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast, overeenkomstig artikel 178";
"In het in derde lid vermelde geval is uiterlijk op 15 december een voorschot op de bedrijfsvoorheffing van het vierde trimester betaalbaar; dat voorschot bedraagt 66 % van de bedrijfsvoorheffing die op het tweede trimester van het lopende jaar betrekking heeft".
Art. 39
Artikel 414, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Wanneer de bedrijfsvoorheffing evenwel niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, is daarenboven voor de vervalmaand een interest verschuldigd :
Art. 47, § 14
De artikelen 38 en 39 zijn van toepassing op de vanaf 1 juli 1992 betaalde of toegekende inkomsten.
Art. 412
De roerende voorheffing is betaalbaar binnen de vijftien dagen na de toekenning of de betaalbaarstelling van de belastbare inkomsten.
De bedrijfsvoorheffing is betaalbaar binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de maand waarin de inkomsten werden betaald of toegekend.
In afwijking van het tweede lid is de bedrijfsvoorheffing betaalbaar binnen 15 dagen na het verstrijken van iedere trimester waarin de inkomsten zijn betaald of toegekend, wanneer de bedrijfsvoorheffing op de inkomsten van het vorige jaar minder dan 1 miljoen frank bedroeg; dat bedrag wordt jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast, overeenkomstig artikel 178.
In afwijking van het tweede lid is de bedrijfsvoorheffing betreffende de inkomsten die zijn betaald of toegekend gedurende de eerste 15 dagen van december, uiterlijk op 24 december betaalbaar wanneer de schuldenaar van die inkomsten voor het vorige jaar meer dan 100 miljoen frank bedrijfsvoorheffing verschuldigd was.
In het in het derde lid vermelde geval is uiterlijk op 15 december een voorschot op de bedrijfsvoorheffing van het vierde trimester betaalbaar; dat voorschot bedraagt 66 pct. van de bedrijfsvoorheffing die op het tweede trimester van het lopende jaar betrekking heeft.
Art. 414
§ 1. Bij wanbetaling binnen de in de artikelen 412 en 413 gestelde termijnen, brengen de verschuldigde sommen ten bate van de Schatkist, voor de duur van het verwijl, een interest op die is vastgesteld op 0,8 pct. per kalendermaand.
De Koning kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, dit tarief aanpassen.
Die interest wordt voor elke aanslag berekend op de nog verschuldigde som, afgerond op het lagere duizendtal; de vervalmaand wordt niet meegerekend, doch de maand waarin de betaling geschiedt wordt voor een volle maand geteld.
Wanneer de bedrijfsvoorheffing evenwel niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, is daarenboven voor de vervalmaand een interest verschuldigd :
De nalatigheidsinterest is niet verschuldigd wanneer hij geen 100 frank bedraagt of wanneer de berekeningsgrondslag ervan lager is dan 5.000 frank.
§ 2. Geschiedt de kennisgeving van de in artikel 375 bedoelde beslissing niet binnen achttien maanden na de indiening van het bezwaarschrift, dan is de in § 1 bedoelde nalatigheidsinterest niet verschuldigd voor het gedeelte van de aanslag dat hoger is dan het overeenkomstig artikel 410 vastgestelde bedrag, gedurende het tijdperk dat begint op de eerste van de maand welke volgt op die waarin die termijn van achttien maanden verstrijkt, en afloopt op het einde van de maand waarin van de beslissing van de directeur kennis wordt gegeven.
II. INLEIDING
V/402
Art. 38 en 39, W. 28.07.1992, houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 31.07.1992), wijzigen respectievelijk art. 412 en 414, WIB 1992.
De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op de vanaf 01.07.1992 betaalde of toegekende inkomsten.
Voor de nadere omschrijving van de termen "betaald" en "toegekend" wordt verwezen naar de Com.IB 183/2 en 183/3.
III. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN
A. Algemeen
V/403
De bij art. 38, W. 28.07.1992, wettelijk ingevoerde maatregel tot betaling van de verschuldigde BV per kwartaal maakt een einde aan de eerder met betrekking tot de schuldenaars van weinig belangrijke sommen toegestane administratieve afwijkingen houdende betaling van de verschuldigde BV per kwartaal of per jaar.
Voortaan zijn de schuldenaars van de BV nog slechts in de mogelijkheid om de verschuldigde BV, naargelang het bedrag van de voor het vorige jaar verschuldigde BV, hetzij per maand, hetzij per kwartaal te kwijten.
B. Kennisgeving aan de BV-belastingschuldigen
V/404
Iedere werkgever, die niet bij een sociaal secretariaat is aangesloten en die tijdens het jaar 1991 minder dan 1.000.000 F aan BV verschuldigd was en derhalve van deze nieuwe maatregel gebruik moet maken, is door het hoofdbestuur bij brief van 23.07.1992, met referte Co.88.8/62.226, hiervan persoonlijk in kennis gesteld. Daarnaast is er ook nog de overname in de media van de door de Minister van Financiën op 17.07.1992 gehouden persmededeling.
C. Aangifte en betaling van de BV
V/405
Overeenkomstig art. 38, W. 28.07.1992 (art. 412, 3e lid, WIB 1992) is de BV betaalbaar binnen 15 dagen na het verstrijken van iedere trimester waarin de inkomsten zijn betaald of toegekend, wanneer de BV op de inkomsten van het vorige jaar minder dan 1.000.000 F bedroeg.
V/406
Blijkens voormeld art. 38 moet laatstvermeld bedrag overeenkomstig art. 178, WIB 1992 jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden aangepast.
Het limietbedrag van 1.000.000 F is aldus met ingang van 1992 reeds te indexeren. De voor 1992 in aanmerking te nemen coëfficiënt bedraagt 1,0998 zodat het geïndexeerde grensbedrag, na afronding, reeds van bij de inwerkingtreding van art. 38, W. 28.07.1992, 1.100.000 F (BV van het jaar 1991) bedraagt.
V/407
De nieuwe wettelijke bepaling schrijft tevens voor dat zij die de verschuldigde BV per kwartaal vereffenen uiterlijk op 15 december een voorschot op de BV van het 4de trimester moeten betalen. Dat voorschot moet 66 % bedragen van de BV die op het 2e trimester van het lopende jaar betrekking heeft.
V/408
Concreet betekent dit dat de werkgevers en andere schuldenaars van de aan de BV onderworpen inkomsten die per jaar minder dan 1.000.000 F (voor indexatie) BV moeten betalen, voortaan nog slechts verplicht zijn de BV driemaandelijks aan te geven en te betalen binnen 15 dagen na het verstrijken van ieder kwartaal waarin de inkomsten zijn betaald of toegekend, met name uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober en 15 januari.
V/409
Met betrekking tot de BV van het 4e kwartaal zijn zij evenwel gehouden om uiterlijk op 15 december aangifte en betaling te verrichten van een bedrag dat 66 % bedraagt van de voor het 2e kwartaal van het lopende jaar verschuldigde BV. Indien het totaal van de voor het 4e kwartaal verschuldigde BV evenwel kleiner is dan genoemde 66 % mag de aangifte en de betaling vanzelfsprekend worden beperkt tot het reële bedrag dat voor het 4e kwartaal is verschuldigd.
Het is de schuldenaar van de BV wel toegestaan om een voorschot te verrichten dat de bedoelde 66 % overschrijdt.
V/410
Met de Vereniging van Sociale Secretariaten der Werkgevers is een aangepaste betaalregeling inzake BV uitgewerkt.
Overeenkomstig die regeling blijven de bestaande administratieve afwijkingen voorlopig onverkort van toepassing. Wat de in december 1992 te verrichten betalingen betreft (met inbegrip van het voorschot van 66 %) en de betaalregeling die vanaf 1993 zal gelden, worden de nodige onderrichtingen eerstdaags in een afzonderlijke instructie medegedeeld.
V/411
Tenslotte wordt opgemerkt dat van het stelsel van trimestriële betaling slechts gebruik zal kunnen worden gemaakt door diegenen die reeds een volledig kalenderjaar BV-belastingschuldige zijn geweest en tijdens dat jaar minder dan 1.000.000 F (voor indexatie) verschuldigd waren. Nieuwe schuldenaars van BV zijn aldus, ongeacht het bedrag van de door hen verschuldigde BV, tot na verloop van dit "referentiejaar" in ieder geval gehouden maandelijks aangifte en betaling te doen.
D. Nalatigheidsinteresten
V/412
Art. 39, W. 28.07.1992, regelt de interestberekening met betrekking tot de te laat gestorte BV en vervangt de bestaande tekst van art. 414, § 1, 4e lid, WIB 1992.
V/413
De nieuwe regeling brengt dus geen enkele wijziging aan in de interestberekening met betrekking tot het stelsel van de maandelijkse betalingen (art. 412, 2e lid, WIB 1992), noch in de berekening van de NI aangaande de door bepaalde schuldenaars van de BV met betrekking tot de inkomsten van de eerste 15 dagen van december op uiterlijk 24 december te verrichten betaling van BV (art. 412, 4e lid, WIB 1992).
V/414
Zoals voor de maandelijkse betalingen van BV wordt ook voor de kwartaalbetalingen bepaald dat er bij te late betaling voor de vervalmaand een halve maand interest wordt aangerekend.
Bij de berekening van de verschuldigde interest mag geen opsplitsing van het kwartaalbedrag per maandbedrag worden toegepast. Er moeten aldus slechts NI worden aangerekend op het gedeelte dat eventueel respectievelijk na 15 april, 15 juli, 15 oktober, 15 januari en 15 december (met betrekking tot het voorschot over het 4e kwartaal) onbetaald blijft.
V/415
De eventueel door BV-belastingschuldigen die voor het vorige jaar minder dan 1.000.000 F (voor indexatie) BV verschuldigd waren, bij voortduur gedane maandelijkse betalingen, zullen bij de berekening van de NI als voorschotten moeten worden beschouwd.
Voorbeelden
Gegevens betreffende een werkgever die in 19991 minder dan 1.100.000 F BV verschuldigd was :
1e voorbeeld :
Aangifte van BV op inkomsten van het 3e trimester ten belope van : 220.000 F (BV te betalen uiterlijk op 15.10.1992). 1e geval : betaling BV op 25.10.1992 : 220.000 F Verschuldigde NI : 220 x 8 x 0,5 = 880 F 2e geval : betaling BV op 10.12.1992 : 220.000 F Verschuldigde NI : 220 x 8 x 2,5 = 4.400 F 3e geval : betaling BV op 18.08.1992 : 68.000 F 16.09.1992 : 75.000 F 20.10.1992 : 77.000 F --------- 220.000 F Verschuldigde NI : 77 x 8 x 0,5 = 308 F 2e voorbeeld :
Dezelfde werkgever gaf over het 2e kwartaal van 1992, d.w.z. de maanden april, mei en juni 1992, in totaal 195.000 F aan.
Veronderstel :
- op hetgeen te weinig als voorschot is betaald [128.700 F (66 % van 195.000 BV van het 2e kwartaal) - 105.200 F = 23.500 F] : 23 x 8 x 1,5 = 276 F - op het overige gedeelte : (138.000 F - 128.700 F = 9.300 F) : 9 x 8 x 0,5 = 36 F (doch niet verschuldigd omdat het bedrag ervan kleiner is dan 100 F).
BEDRIJFSVOORHEFFING
Aangifte
Betalingstermijn
NALATIGHEIDSINTERESTEN
Nalatigheidsinteresten inzake BV
1e aflevering FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Commentaar op de art. 38, 39 en 47, § 14, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen.
Wijziging van de art. 412 en 414, WIB 1992 i.v.m. de betaling van de BV binnen 15 dagen na het verstrijken van iedere trimester, wanneer de BV op de inkomsten van het vorige jaar minder dan 1.000.000 F (voor indexatie) bedroeg.
Inhoudstafel I. WETTEKSTEN V/401 II. INLEIDING V/402 III. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN A. Algemeen V/403 B. Kennisgeving aan de BV-belastingschuldigen V/404 C. Aangifte en betaling van de BV V/405 - 411 D. Nalatigheidsinteresten V/412 - 415 I. WETTEKSTEN
W. 28.07.1992
V/401
Art. 38
In artikel 412 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
| 1° | tussen het tweede en het derde lid wordt het volgende lid ingevoegd : |
| 2° | het wordt aangevuld met een als volgt luidend vijfde lid : |
Art. 39
Artikel 414, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Wanneer de bedrijfsvoorheffing evenwel niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, is daarenboven voor de vervalmaand een interest verschuldigd :
- voor een halve maand in de gevallen vermeld in artikel 412, tweede, derde en vijfde lid;
- voor een zesde van een maand in het geval vermeld in artikel 412, vierde lid".
Art. 47, § 14
De artikelen 38 en 39 zijn van toepassing op de vanaf 1 juli 1992 betaalde of toegekende inkomsten.
WIB 1992
Art. 412
De roerende voorheffing is betaalbaar binnen de vijftien dagen na de toekenning of de betaalbaarstelling van de belastbare inkomsten.
De bedrijfsvoorheffing is betaalbaar binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de maand waarin de inkomsten werden betaald of toegekend.
In afwijking van het tweede lid is de bedrijfsvoorheffing betaalbaar binnen 15 dagen na het verstrijken van iedere trimester waarin de inkomsten zijn betaald of toegekend, wanneer de bedrijfsvoorheffing op de inkomsten van het vorige jaar minder dan 1 miljoen frank bedroeg; dat bedrag wordt jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast, overeenkomstig artikel 178.
In afwijking van het tweede lid is de bedrijfsvoorheffing betreffende de inkomsten die zijn betaald of toegekend gedurende de eerste 15 dagen van december, uiterlijk op 24 december betaalbaar wanneer de schuldenaar van die inkomsten voor het vorige jaar meer dan 100 miljoen frank bedrijfsvoorheffing verschuldigd was.
In het in het derde lid vermelde geval is uiterlijk op 15 december een voorschot op de bedrijfsvoorheffing van het vierde trimester betaalbaar; dat voorschot bedraagt 66 pct. van de bedrijfsvoorheffing die op het tweede trimester van het lopende jaar betrekking heeft.
Art. 414
§ 1. Bij wanbetaling binnen de in de artikelen 412 en 413 gestelde termijnen, brengen de verschuldigde sommen ten bate van de Schatkist, voor de duur van het verwijl, een interest op die is vastgesteld op 0,8 pct. per kalendermaand.
De Koning kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, dit tarief aanpassen.
Die interest wordt voor elke aanslag berekend op de nog verschuldigde som, afgerond op het lagere duizendtal; de vervalmaand wordt niet meegerekend, doch de maand waarin de betaling geschiedt wordt voor een volle maand geteld.
Wanneer de bedrijfsvoorheffing evenwel niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, is daarenboven voor de vervalmaand een interest verschuldigd :
- voor een halve maand in de gevallen vermeld in artikel 412, tweede, derde en vijfde lid;
- voor een zesde van een maand in het geval vermeld in artikel 412, vierde lid.
De nalatigheidsinterest is niet verschuldigd wanneer hij geen 100 frank bedraagt of wanneer de berekeningsgrondslag ervan lager is dan 5.000 frank.
§ 2. Geschiedt de kennisgeving van de in artikel 375 bedoelde beslissing niet binnen achttien maanden na de indiening van het bezwaarschrift, dan is de in § 1 bedoelde nalatigheidsinterest niet verschuldigd voor het gedeelte van de aanslag dat hoger is dan het overeenkomstig artikel 410 vastgestelde bedrag, gedurende het tijdperk dat begint op de eerste van de maand welke volgt op die waarin die termijn van achttien maanden verstrijkt, en afloopt op het einde van de maand waarin van de beslissing van de directeur kennis wordt gegeven.
II. INLEIDING
V/402
Art. 38 en 39, W. 28.07.1992, houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 31.07.1992), wijzigen respectievelijk art. 412 en 414, WIB 1992.
De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op de vanaf 01.07.1992 betaalde of toegekende inkomsten.
Voor de nadere omschrijving van de termen "betaald" en "toegekend" wordt verwezen naar de Com.IB 183/2 en 183/3.
III. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN
A. Algemeen
V/403
De bij art. 38, W. 28.07.1992, wettelijk ingevoerde maatregel tot betaling van de verschuldigde BV per kwartaal maakt een einde aan de eerder met betrekking tot de schuldenaars van weinig belangrijke sommen toegestane administratieve afwijkingen houdende betaling van de verschuldigde BV per kwartaal of per jaar.
Voortaan zijn de schuldenaars van de BV nog slechts in de mogelijkheid om de verschuldigde BV, naargelang het bedrag van de voor het vorige jaar verschuldigde BV, hetzij per maand, hetzij per kwartaal te kwijten.
B. Kennisgeving aan de BV-belastingschuldigen
V/404
Iedere werkgever, die niet bij een sociaal secretariaat is aangesloten en die tijdens het jaar 1991 minder dan 1.000.000 F aan BV verschuldigd was en derhalve van deze nieuwe maatregel gebruik moet maken, is door het hoofdbestuur bij brief van 23.07.1992, met referte Co.88.8/62.226, hiervan persoonlijk in kennis gesteld. Daarnaast is er ook nog de overname in de media van de door de Minister van Financiën op 17.07.1992 gehouden persmededeling.
C. Aangifte en betaling van de BV
V/405
Overeenkomstig art. 38, W. 28.07.1992 (art. 412, 3e lid, WIB 1992) is de BV betaalbaar binnen 15 dagen na het verstrijken van iedere trimester waarin de inkomsten zijn betaald of toegekend, wanneer de BV op de inkomsten van het vorige jaar minder dan 1.000.000 F bedroeg.
V/406
Blijkens voormeld art. 38 moet laatstvermeld bedrag overeenkomstig art. 178, WIB 1992 jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden aangepast.
Het limietbedrag van 1.000.000 F is aldus met ingang van 1992 reeds te indexeren. De voor 1992 in aanmerking te nemen coëfficiënt bedraagt 1,0998 zodat het geïndexeerde grensbedrag, na afronding, reeds van bij de inwerkingtreding van art. 38, W. 28.07.1992, 1.100.000 F (BV van het jaar 1991) bedraagt.
V/407
De nieuwe wettelijke bepaling schrijft tevens voor dat zij die de verschuldigde BV per kwartaal vereffenen uiterlijk op 15 december een voorschot op de BV van het 4de trimester moeten betalen. Dat voorschot moet 66 % bedragen van de BV die op het 2e trimester van het lopende jaar betrekking heeft.
V/408
Concreet betekent dit dat de werkgevers en andere schuldenaars van de aan de BV onderworpen inkomsten die per jaar minder dan 1.000.000 F (voor indexatie) BV moeten betalen, voortaan nog slechts verplicht zijn de BV driemaandelijks aan te geven en te betalen binnen 15 dagen na het verstrijken van ieder kwartaal waarin de inkomsten zijn betaald of toegekend, met name uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober en 15 januari.
V/409
Met betrekking tot de BV van het 4e kwartaal zijn zij evenwel gehouden om uiterlijk op 15 december aangifte en betaling te verrichten van een bedrag dat 66 % bedraagt van de voor het 2e kwartaal van het lopende jaar verschuldigde BV. Indien het totaal van de voor het 4e kwartaal verschuldigde BV evenwel kleiner is dan genoemde 66 % mag de aangifte en de betaling vanzelfsprekend worden beperkt tot het reële bedrag dat voor het 4e kwartaal is verschuldigd.
Het is de schuldenaar van de BV wel toegestaan om een voorschot te verrichten dat de bedoelde 66 % overschrijdt.
V/410
Met de Vereniging van Sociale Secretariaten der Werkgevers is een aangepaste betaalregeling inzake BV uitgewerkt.
Overeenkomstig die regeling blijven de bestaande administratieve afwijkingen voorlopig onverkort van toepassing. Wat de in december 1992 te verrichten betalingen betreft (met inbegrip van het voorschot van 66 %) en de betaalregeling die vanaf 1993 zal gelden, worden de nodige onderrichtingen eerstdaags in een afzonderlijke instructie medegedeeld.
V/411
Tenslotte wordt opgemerkt dat van het stelsel van trimestriële betaling slechts gebruik zal kunnen worden gemaakt door diegenen die reeds een volledig kalenderjaar BV-belastingschuldige zijn geweest en tijdens dat jaar minder dan 1.000.000 F (voor indexatie) verschuldigd waren. Nieuwe schuldenaars van BV zijn aldus, ongeacht het bedrag van de door hen verschuldigde BV, tot na verloop van dit "referentiejaar" in ieder geval gehouden maandelijks aangifte en betaling te doen.
D. Nalatigheidsinteresten
V/412
Art. 39, W. 28.07.1992, regelt de interestberekening met betrekking tot de te laat gestorte BV en vervangt de bestaande tekst van art. 414, § 1, 4e lid, WIB 1992.
V/413
De nieuwe regeling brengt dus geen enkele wijziging aan in de interestberekening met betrekking tot het stelsel van de maandelijkse betalingen (art. 412, 2e lid, WIB 1992), noch in de berekening van de NI aangaande de door bepaalde schuldenaars van de BV met betrekking tot de inkomsten van de eerste 15 dagen van december op uiterlijk 24 december te verrichten betaling van BV (art. 412, 4e lid, WIB 1992).
V/414
Zoals voor de maandelijkse betalingen van BV wordt ook voor de kwartaalbetalingen bepaald dat er bij te late betaling voor de vervalmaand een halve maand interest wordt aangerekend.
Bij de berekening van de verschuldigde interest mag geen opsplitsing van het kwartaalbedrag per maandbedrag worden toegepast. Er moeten aldus slechts NI worden aangerekend op het gedeelte dat eventueel respectievelijk na 15 april, 15 juli, 15 oktober, 15 januari en 15 december (met betrekking tot het voorschot over het 4e kwartaal) onbetaald blijft.
V/415
De eventueel door BV-belastingschuldigen die voor het vorige jaar minder dan 1.000.000 F (voor indexatie) BV verschuldigd waren, bij voortduur gedane maandelijkse betalingen, zullen bij de berekening van de NI als voorschotten moeten worden beschouwd.
Voorbeelden
Gegevens betreffende een werkgever die in 19991 minder dan 1.100.000 F BV verschuldigd was :
1e voorbeeld :
Aangifte van BV op inkomsten van het 3e trimester ten belope van : 220.000 F (BV te betalen uiterlijk op 15.10.1992). 1e geval : betaling BV op 25.10.1992 : 220.000 F Verschuldigde NI : 220 x 8 x 0,5 = 880 F 2e geval : betaling BV op 10.12.1992 : 220.000 F Verschuldigde NI : 220 x 8 x 2,5 = 4.400 F 3e geval : betaling BV op 18.08.1992 : 68.000 F 16.09.1992 : 75.000 F 20.10.1992 : 77.000 F --------- 220.000 F Verschuldigde NI : 77 x 8 x 0,5 = 308 F 2e voorbeeld :
Dezelfde werkgever gaf over het 2e kwartaal van 1992, d.w.z. de maanden april, mei en juni 1992, in totaal 195.000 F aan.
- 1e geval : aangifte van het voorschot aan BV op de inkomsten van het 4e trimester 1992 (art. 412, 5e lid, WIB 1992) : 128.700 F, zijnde de vereiste 66 % (195.000 x 66 % = 128.700 F); te betalen uiterlijk op 15.12.1992.
- 2e geval : aangifte van het voorschot aan BV op de inkomsten van het 4e trimester 1992 (art. 412, 5e lid, WIB 1992) : 105.200 F, te betalen op uiterlijk 15.12.1992. De werkgever voert op 14.12.1992 een betaling uit van 105.200 F.
- 1e mogelijkheid : indien de werkgever inderdaad slechts 105.200 F voor het 4e trimester verschuldigd is, is het hem toegestaan slechts dit bedrag uiterlijk op 15.12.1992 aan te geven en te betalen in plaats van de vereiste 66 %. Gelet op de op 14.12.1992 gedane betaling van 105.200 F, zijn er in dit geval geen NI verschuldigd.
- 2e mogelijkheid : naderhand blijkt dat de door hem over het 4e kwartaal verschuldigde BV meer bedraagt dan het op 14.12.1992 gestorte bedrag van 105.200 F.
Veronderstel :
| a) | dat hij op 20.01.1993 met betrekking tot het 4e kwartaal van 1992 nog een aanvullende aangifte en betaling doet ten belope van 13.300 F, zodat de totaal verschuldigde BV over het 4e trimester uiteindelijk 118.500 F bedraagt. Verschuldigde NI : 13 x 8 x 1,5 = 156 F |
| b) | dat hij op 20.01.1993 uiteindelijk nog een aanvullende aangifte en betaling doet ten belope van 32.800 F, zodat de totaal verschuldigde BV over het 4e trimester 138.000 F bedraagt (bedrag hoger dan 66 % van de BV van het 2e kwartaal) Verschuldigde NI : |
Bron: FisconetPlus
