Aanschrijving nr. 22 (AFZ/99-1370 - Dos. 191) d.d. 08.10.1999
Successierechten
Vlaams Gewest
Decreet van het Vlaams Parlement van 18 mei 1999 houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999
Artikel 13 van het decreet van het Vlaams Parlement van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
Vermindering voor kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt en voor de overlevende echtgenoot
(artikel 56, tweede lid, W. Succ.)
Datum van inwerkingtreding
In het Staatsblad van 30 september 1999 werd het decreet van het Vlaams Parlement van 18 mei 1999 houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 bekendgemaakt.
Artikel 19 van dat decreet voegt een tweede lid in artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1998 in, waarin wordt bepaald dat genoemd artikel in werking treedt op 1 januari 1997. Ter herinnering: artikel 13 van laatstgenoemd decreet wijzigde artikel 56, tweede lid, van het Wetboek der Successierechten (zie verder).
Bij deze aanschrijving wordt de ratio legis van de invoeging van die uitdrukkelijke inwerkingtredingsbepaling toegelicht.
In bijlage 1 gaat een uittreksel van het decreet van 18 mei 1999 waarin de tekst van artikel 19 van dat decreet wordt hernomen. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde tekst van artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1998. Bijlage 3 bevat de gecoördineerde tekst van artikel 56 van het Wetboek der Successierechten zoals hij heden van kracht is in het Vlaams Gewest.
Ratio legis van de uitdrukkelijke inwerkingtredingsbepaling.
Het Vlaams Parlement heeft bij het decreet van 20 december 1996 artikel 56 van het Wetboek der Successierechten vervangen door een aan het Vlaamse Gewest eigen bepaling. Die tekst werd opnieuw volledig vervangen bij het decreet van 15 april 1997. Het tweede lid van de nieuwe tekst werd op zijn beurt vervangen bij artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998. Bedoeling van de laatstgenoemde vervanging was in de tekst van dat lid uitdrukkelijk in te schrijven dat de bijkomende vermindering van de verschuldigde rechten voor kinderen van minder dan 21 jaar en voor de overlevende echtgenoot, wordt toegekend ongeacht de omvang van hun netto-erfdeel. Volgens de toenmalige Vlaamse Minister van Financiën liet de nieuwe tekst zowel in de rechtsleer als bij de Administratie twijfel bestaan over de inwerkingtreding van artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998. Sommigen stelden dat deze bepaling slechts op 1 juli 1998 in werking is getreden. Anderen wezen op het interpretatief karakter van deze bepaling, waardoor er terugwerking zou zijn tot 1 januari 1997. Met de uitdrukkelijke inwerkingtredingsbepaling heeft het Vlaamse Parlement daaromtrent alle twijfel weggenomen: artikel 56, tweede lid, van het Wetboek der Successierechten, zoals gewijzigd bij artikel 13 van het decreet van 7 juli 1988, is van toepassing met ingang van 1 januari 1997.
Belangrijke opmerking: de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen heeft beslist tot ambtshalve teruggave over te gaan van de ingevolge deze inwerkingtredingsbepaling teveel geheven rechten in de periode tot 1 juli 1998. De praktische instructies dienaangaande zullen door die uitvoeringsadministratie worden meegedeeld.
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 30 september 1999
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
18 MEI 1999 - Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999.
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:
HOOFDSTUK VIII
Successierechten
Art. 19. In artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1998 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Dit artikel treedt in werking op 1 januari 1997.".
BIJLAGE 2
Gecoördineerde tekst van artikel 13 van het decreet van het Vlaams Parlement van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998.
Art. 13. In het Wetboek der Successierechten wordt voor wat het Vlaamse Gewest betreft, artikel 56, tweede lid, vervangen door de volgende bepaling:
"Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, ongeacht de omvang van het netto-erfdeel, een vermindering verleend van 3.000 BEF op de rechten berekend volgens Tabel 1 van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de overeenkomstig deze alinea berekende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten."
Dit artikel treedt in werking op 1 januari 1997.
BIJLAGE 3
Gecoördineerde tekst van artikel 56 van het Wetboek der Successierechten zoals hij heden van kracht is in het Vlaams Gewest.
Artikel 56
De som der rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een door de wet tot de erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn of tussen echtgenoten wordt voor elk netto-erfdeel dat de 2.000.000 BEF niet overtreft verminderd met 20.000 BEF, vermenigvuldigd met de coëfficiënt bekomen door 1 - (erfdeel/2.000.000).
Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, ongeacht de omvang van het netto-erfdeel, een vermindering verleend van 3.000 BEF op de rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de overeenkomstig deze alinea berekende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.
De som der rechten berekend volgens Tabel III van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een verkrijging door een broer of zuster wordt voorzover het aldus belaste erfdeel groter is dan 750.000 BEF en de 3.000.000 BEF niet overtreft verminderd met 100.000 BEF vermenigvuldigd met 1 - (erfdeel/3.000.000). Wanneer het aldus belaste erfdeel kleiner is dan of gelijk is aan 750.000 BEF, wordt deze som verminderd met 75.000 BEF vermenigvuldigd met (het erfdeel/750.000).
De som der rechten berekend volgens Tabel III van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van verkrijgingen door alle andere erfgenamen dan erfgenamen in rechte lijn of echtgenoten, samenwonenden, broers of zusters wordt voorzover het totaal der aldus belaste erfdelen groter is dan 500.000 BEF en de 3.000.000 BEF niet overtreft, verminderd met 90.000 BEF vermenigvuldigd met 1 - (totaal van deze erfdelen/3.000.000). Wanneer het totaal der aldus belaste erfdelen kleiner is dan of gelijk aan 500.000 BEF wordt deze som verminderd met 75.000 BEF vermenigvuldigd met (totaal van deze erfdelen/500.000).
De volgens het vorige lid bekomen vermindering wordt omgeslagen over de betrokken erfgenamen in verhouding tot de door hen verkregen erfdelen.
Vlaams Gewest
Decreet van het Vlaams Parlement van 18 mei 1999 houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999
Artikel 13 van het decreet van het Vlaams Parlement van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
Vermindering voor kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt en voor de overlevende echtgenoot
(artikel 56, tweede lid, W. Succ.)
Datum van inwerkingtreding
In het Staatsblad van 30 september 1999 werd het decreet van het Vlaams Parlement van 18 mei 1999 houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 bekendgemaakt.
Artikel 19 van dat decreet voegt een tweede lid in artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1998 in, waarin wordt bepaald dat genoemd artikel in werking treedt op 1 januari 1997. Ter herinnering: artikel 13 van laatstgenoemd decreet wijzigde artikel 56, tweede lid, van het Wetboek der Successierechten (zie verder).
Bij deze aanschrijving wordt de ratio legis van de invoeging van die uitdrukkelijke inwerkingtredingsbepaling toegelicht.
In bijlage 1 gaat een uittreksel van het decreet van 18 mei 1999 waarin de tekst van artikel 19 van dat decreet wordt hernomen. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde tekst van artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1998. Bijlage 3 bevat de gecoördineerde tekst van artikel 56 van het Wetboek der Successierechten zoals hij heden van kracht is in het Vlaams Gewest.
Ratio legis van de uitdrukkelijke inwerkingtredingsbepaling.
Het Vlaams Parlement heeft bij het decreet van 20 december 1996 artikel 56 van het Wetboek der Successierechten vervangen door een aan het Vlaamse Gewest eigen bepaling. Die tekst werd opnieuw volledig vervangen bij het decreet van 15 april 1997. Het tweede lid van de nieuwe tekst werd op zijn beurt vervangen bij artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998. Bedoeling van de laatstgenoemde vervanging was in de tekst van dat lid uitdrukkelijk in te schrijven dat de bijkomende vermindering van de verschuldigde rechten voor kinderen van minder dan 21 jaar en voor de overlevende echtgenoot, wordt toegekend ongeacht de omvang van hun netto-erfdeel. Volgens de toenmalige Vlaamse Minister van Financiën liet de nieuwe tekst zowel in de rechtsleer als bij de Administratie twijfel bestaan over de inwerkingtreding van artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998. Sommigen stelden dat deze bepaling slechts op 1 juli 1998 in werking is getreden. Anderen wezen op het interpretatief karakter van deze bepaling, waardoor er terugwerking zou zijn tot 1 januari 1997. Met de uitdrukkelijke inwerkingtredingsbepaling heeft het Vlaamse Parlement daaromtrent alle twijfel weggenomen: artikel 56, tweede lid, van het Wetboek der Successierechten, zoals gewijzigd bij artikel 13 van het decreet van 7 juli 1988, is van toepassing met ingang van 1 januari 1997.
Belangrijke opmerking: de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen heeft beslist tot ambtshalve teruggave over te gaan van de ingevolge deze inwerkingtredingsbepaling teveel geheven rechten in de periode tot 1 juli 1998. De praktische instructies dienaangaande zullen door die uitvoeringsadministratie worden meegedeeld.
Namens de Minister:
De Adjunct-Administrateur-generaal
van de belastingen,
J.-M.DELPORTE
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 30 september 1999
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
18 MEI 1999 - Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999.
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:
HOOFDSTUK VIII
Successierechten
Art. 19. In artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1998 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Dit artikel treedt in werking op 1 januari 1997.".
BIJLAGE 2
Gecoördineerde tekst van artikel 13 van het decreet van het Vlaams Parlement van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998.
Art. 13. In het Wetboek der Successierechten wordt voor wat het Vlaamse Gewest betreft, artikel 56, tweede lid, vervangen door de volgende bepaling:
"Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, ongeacht de omvang van het netto-erfdeel, een vermindering verleend van 3.000 BEF op de rechten berekend volgens Tabel 1 van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de overeenkomstig deze alinea berekende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten."
Dit artikel treedt in werking op 1 januari 1997.
BIJLAGE 3
Gecoördineerde tekst van artikel 56 van het Wetboek der Successierechten zoals hij heden van kracht is in het Vlaams Gewest.
Artikel 56
De som der rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een door de wet tot de erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn of tussen echtgenoten wordt voor elk netto-erfdeel dat de 2.000.000 BEF niet overtreft verminderd met 20.000 BEF, vermenigvuldigd met de coëfficiënt bekomen door 1 - (erfdeel/2.000.000).
Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, ongeacht de omvang van het netto-erfdeel, een vermindering verleend van 3.000 BEF op de rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de overeenkomstig deze alinea berekende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.
De som der rechten berekend volgens Tabel III van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een verkrijging door een broer of zuster wordt voorzover het aldus belaste erfdeel groter is dan 750.000 BEF en de 3.000.000 BEF niet overtreft verminderd met 100.000 BEF vermenigvuldigd met 1 - (erfdeel/3.000.000). Wanneer het aldus belaste erfdeel kleiner is dan of gelijk is aan 750.000 BEF, wordt deze som verminderd met 75.000 BEF vermenigvuldigd met (het erfdeel/750.000).
De som der rechten berekend volgens Tabel III van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van verkrijgingen door alle andere erfgenamen dan erfgenamen in rechte lijn of echtgenoten, samenwonenden, broers of zusters wordt voorzover het totaal der aldus belaste erfdelen groter is dan 500.000 BEF en de 3.000.000 BEF niet overtreft, verminderd met 90.000 BEF vermenigvuldigd met 1 - (totaal van deze erfdelen/3.000.000). Wanneer het totaal der aldus belaste erfdelen kleiner is dan of gelijk aan 500.000 BEF wordt deze som verminderd met 75.000 BEF vermenigvuldigd met (totaal van deze erfdelen/500.000).
De volgens het vorige lid bekomen vermindering wordt omgeslagen over de betrokken erfgenamen in verhouding tot de door hen verkregen erfdelen.
Bron: FisconetPlus
