Circulaire nr. AFZ/2000/1453 van 30.11.2000
CIRC 30.11.00/1
Bull. nr. 810, pag. 3289
AFZONDERLIJKE BELASTBAAR INKOMEN
Gemiddelde aanslagvoet.
Opzeggingsvergoeding.
BELASTINGVERMINDERING VOOR HET LANGE TERMIJNSPAREN
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening.
Voorwaarde van aftrekbaarheid.
OPZEGGINGSVERGOEDING
Gemiddelde aanslagvoet.
VERHOOGDE BELASTINGVERMINDERING VOOR HET BOUWSPAREN
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening.
Voorwaarde van aftrekbaarheid.
VRIJGESTELDE GIFT
Gift voor schadeloosstelling van landbouwbedrijven.
Gemiddelde aanslagvoet.
Opzeggingsvergoeding.
BELASTINGVERMINDERING VOOR HET LANGE TERMIJNSPAREN
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening.
Voorwaarde van aftrekbaarheid.
OPZEGGINGSVERGOEDING
Gemiddelde aanslagvoet.
VERHOOGDE BELASTINGVERMINDERING VOOR HET BOUWSPAREN
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening.
Voorwaarde van aftrekbaarheid.
VRIJGESTELDE GIFT
Gift voor schadeloosstelling van landbouwbedrijven.
Eerste commentaar op de wetten van 3.12.1999, 6.4.2000 en 17.5.2000, inzake PB.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 van de Administratie van Fiscale Zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie van de directe belastingen en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.
De bijlage bevat een eerste commentaar op :
- de artikelen 10, 11 en 21 van de wet van 3 december 1999 betreffende steunmaatregelen ten gunste van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis (BS 11.12.1999, Ed. 2 - V 2773, Bull. 800);
- op de wet van 6 april 2000 tot wijziging van artikel 171, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (BS 16.5.2000 - V 2820, Bull. 806);
- de wet van 17 mei 2000 tot wijziging van de artikelen 145^1 en 145^5 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (BS 16.6.2000, err. 12.8.2000 - V 2826, Bull. 806).
Namens de minister:
De adjunct-administrateur- generaal van de belastingen,
Jean-Marc Delporte
BIJLAGE
INHOUDSTAFEL
Nrs. I. I. W 3.12.1999 BETREFFENDE STEUNMAATREGELEN TEN GUNSTE VAN LANDBOUWBEDRIJVEN GETROFFEN DOOR DE DIOXINECRISIS A. WETTEKST ........................................................ 1 B. ALGEMEENHEDEN ................................................... 2 C. MAATREGEL ....................................................... 3 D. INWERKINGTREDING ................................................ 5 II. W 6.4.2000 TOT WIJZIGING VAN ARTIKEL 171, 5°, WIB 92 A. WETTEKST ........................................................ 6 B. BESTAANDE REGELING .............................................. 7 C. NIEUWE REGELING ................................................. 8 D. INWERKINGTREDING ................................................ 9 III. W 17.5.2000 TOT WIJZIGING VAN DE ARTIKELEN 145/1 EN 145/5, WIB 92 A. WETTEKST ........................................................ 10 B. BESTAANDE REGELING .............................................. 11 C. NIEUWE REGELING ................................................. 12 D. INWERKINGTREDING ................................................ 16 I. W 3.12.1999 BETREFFENDE STEUNMAATREGELEN TEN GUNSTE VAN LANDBOUWBEDRIJVEN GETROFFEN DOOR DE DIOXINECRISIS
A. Wettekst
...
1. Art. 10. Het Fonds (1) kan gestijfd worden door:
1° de vrijwillige bijdragen;
...
Art. 11. In artikel 104 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een 4°ter ingevoegd, luidend als volgt:
"4°ter. Giften voorzien in artikel 10, 1°, van de wet van 3 december 1999 betreffende steunmaatregelen ten gunste van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis".
...
Art. 21. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 15, dat in werking treedt met ingang van 25 augustus 1999, en van artikel 16, dat in werking treedt met ingang van 1 juli 1999.
...
B. Algemeenheden
2. In de lente van 1999 heeft de ontdekking van een dioxineverontreiniging van bepaalde mengvoeders de Europese en Belgische overheden ertoe genoopt een reeks uitzonderlijke maatregelen te nemen in het belang van het dierenwelzijn of de volksgezondheid.
Het aanzienlijk inkomensverlies geleden door talrijke ondernemingen uit de landbouw en voedingssector bracht voor hen vele moeilijkheden mee en een reëel risico van significant verlies van arbeidsplaatsen. De Belgische regering heeft bijgevolg een aantal steunmaatregelen genomen teneinde het hoofd te bieden aan die crisistoestand.
C. Maatregel
3. Deze wet beoogt inzonderheid een federale steunverlening aan landbouwbedrijven toe te laten teneinde alle of een deel van de schade te dekken die zij tengevolge van de dioxinecrisis hebben geleden en die nog niet is gedekt door andere federale en/of gewestelijke steun.
Deze steunmaatregelen worden gefinancierd uit een eenmalig begrotingskrediet ten laste van het begrotingsjaar 1999 en, voor het saldo, door bepaalde bestemde ontvangsten. Voor deze laatste financieringswijze wordt een nieuw begrotingsfonds opgericht, genaamd "Fonds voor de schadeloosstelling van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis".
4. Het Fonds kan onder meer door vrijwillige bijdragen worden gestijfd. Die vrijwillige bijdragen worden zonder verdere voorwaarden toegevoegd aan de lijst van de giften die krachtens artikel 104, WIB 92 aftrekbaar zijn van het totale netto-inkomen.
D. Inwerkingtreding
5. Deze wet is in werking getreden op de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt, met name 11 december 1999.
(art. 10, 11 en 21, W 3.12.1999 - art. 104, 4°ter, WIB 92)
II. W 6.4.2000 TOT WIJZIGING VAN ARTIKEL 171, 5°, WIB 92
A. Wettekst
...
6. Art. 2. Artikel 171, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994, wordt aangevuld als volgt:
"d) vergoedingen die door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft;
e) de EGKS-vergoedingen die door toedoen van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening ten gevolge van de herstructurering of sluiting van een onderneming worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft;"
Art. 3. Deze wet is van toepassing vanaf aanslagjaar 2001.
...
B. Bestaande regeling
7. In sommige specifieke situaties (sluitingen, overnames na faillissement, overdrachten krachtens overeenkomst of eenvoudig onvermogen van de werkgever) betaalt het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers (FSO) verschillende vergoedingen, onder andere sluitingsvergoedingen, contractuele vergoedingen, vergoedingen wegens collectief ontslag en aanvullende vergoedingen bij het brugpensioen.
Deze vergoedingen worden niet uitbetaald alvorens het FSO beschikt over nauwkeurige gegevens in verband met de failliete boedel en de rangregeling van de schuldeisers en vóór de rechtbank van koophandel uitspraak heeft gedaan. Gelet op de duur van de gerechtelijke procedure betaalt het FSO de werknemers bijna nooit in het jaar waarin het faillissement plaatsvindt.
Hoewel het FSO deze vergoeding op de loonfiche 281.10 vermeldt onder de rubriek "afzonderlijk belastbare achterstallen", werden deze vergoedingen door de Administratie der directe belastingen evenals door de rechtspraak beschouwd als gewone bezoldigingen van het jaar waarin zij werden betaald of toegekend. Derhalve werden deze bedragen onderworpen aan het stelsel van de gezamenlijke belastbare inkomsten.
Bijgevolg worden de vergoedingen die na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop ze betrekking hebben, worden betaald aan de ontslagen werknemers van een failliete onderneming beschouwd als:
- afzonderlijk belastbare achterstallen, als ze afkomstig zijn van de failliete massa;
- gewone bezoldigingen die gezamenlijk met de andere inkomsten worden belast, als ze door het FSO worden betaald.
C. Nieuwe regeling
8. Om het nogal onbillijk karakter te milderen van de situatie waarin vergoedingen van dezelfde aard een verschillende fiscale behandeling kennen naargelang ze afkomstig zijn van de failliete massa of van het FSO, wijzigt de W 6.4.2000 art. 171, 5°, WIB 92 teneinde de vergoedingen die door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft, afzonderlijk te belasten tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad, uitgezonderd wanneer de samenvoeging voordeliger is.
De EGKS-vergoedingen (wederaanpassingshulp, die bestaat uit wachtvergoedingen, verhuiskosten en vergoedingen voor wederinstallatie, en herscholingskosten) die door toedoen van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening ten gevolge van de herstructurering of sluiting van een onderneming worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoedingen in werkelijkheid betrekking hebben, vertonen een zekere gelijkenis met de vergoedingen afkomstig van het FSO. Zij werden derhalve ook in artikel 171, 5°, WIB 92 opgenomen.
D. Inwerkingtreding
9. Deze bepalingen zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 2001.
III. W 17.5.2000 TOT WIJZIGING VAN DE ARTIKELEN 145^1 EN 145^5, WIB 92
A. Wettekst
...
10. Art. 2. In artikel 34, § 1, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden "of betalingen als vermeld in de artikelen 145^1, 2° en 3° en 145^17, 1° en 2°, " vervangen door de woorden "als vermeld in de artikelen 145^1, 2°, en 145^17, 1°".
Art. 3. In artikel 39, 2°, a, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden "de artikelen 145^1, 2° en 3° en 145^17, 1° en 2°, " vervangen door de woorden "de artikelen 145^1, 2° en 145^17, 1°, ".
Art. 4. Artikel 145^1, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wet van 17 november 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling:
"3° als betalingen voor aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in België gelegen woning te bouwen of te verbouwen".
Art. 5. Artikel 145^5 van hetzelfde Wetboek ingevoegd bij de wet van 28 december, wordt vervangen door de volgende bepaling:
"De in artikel 145^1, 3°, vermelde betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypotheeklening komen voor vermindering in aanmerking op voorwaarde dat de lening is aangegaan:
1° bij een instelling die in de Europese Unie is gevestigd;
2° voor een looptijd van ten minste 10 jaar.
Art. 6. In artikel 145^19 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 7. In artikel 169, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992 en 28 december 1992, worden de woorden "de artikelen 145^1, 3° en 145^17, 1° en 2°, " vervangen door de woorden "artikel 145^17, 1°, ".
Art. 8. In artikel 508bis, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden "artikel 81, 1° en 2°" telkens vervangen door de woorden "artikel 81, 1°".
Art. 9. In artikel 515bis, tweede en vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden "artikel 81, 1° en 2°" vervangen door de woorden "artikel 81, 1°".
Art. 10. In artikel 516, § 1, 1°, b, eerste lid, van hetzelfde Wetboek ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, vervallen de woorden "en mag het verzekerde kapitaal in afwijking van artikel 145^5, eerste lid, 1°, tot dat bedrag worden verminderd".
Art. 11. Deze wet is van toepassing vanaf aanslagjaar 2001.
...
B. Bestaande regeling
11. Opdat de aflossingen van hypothecaire leningen, afgesloten voor het bouwen, verbouwen of verwerven van een in België gelegen woonhuis, in aanmerking zouden kunnen komen voor de belastingvermindering voor het bouw- of het langetermijnsparen, was onder meer vereist dat deze lening was gewaarborgd door een tijdelijke verzekering met afnemend kapitaal, een zogenaamde schuldsaldoverzekering. Deze schuldsaldoverzekering moest bovendien:
1° afgesloten zijn bij een in België gevestigde verzekeringsonderneming of bij een Belgische inrichting van een buitenlandse verzekeringsonderneming;
2° bedongen zijn ten gunste van de schuldeiser, de echtgenoot of van een bloedverwant tot de tweede graad van de belastingplichtige;
3° een looptijd hebben van minimum 10 jaar en een bedrag verzekeren dat minstens gelijk was aan het ontleende kapitaal.
C. Nieuwe regeling
12. De hiervoor vermelde voorwaarden stelden heel wat problemen:
1° personen die om medische redenen geen levensverzekering konden afsluiten, werden in feite ook de fiscale voordelen ontzegd die verbonden zijn aan het bouwen, verbouwen of verwerven van een woonhuis;
2° alleenstaanden en samenwoners werden ook fiscaal gehinderd. Zij moesten meestal buiten gezinsverband een bloedverwant zoeken die als begunstigde kon worden aangeduid in het contract van schuldsaldoverzekering;
3° de Europese commissie heeft in zijn met redenen omkleed advies van 2.2.2000 gesteld dat de voorwaarde waarbij de schuldsaldoverzekering in België moet zijn afgesloten, strijdig is met artikel 49 van het EG-verdrag.
13. Teneinde een oplossing te bieden voor deze problemen, werd beslist de voorwaarde, dat een hypothecaire lening moet zijn gewaarborgd door een schuldsaldoverzekering, te schrappen.
De betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in België gelegen woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen, komen bijgevolg voor vermindering voor het bouw- of het langetermijnsparen in aanmerking op voorwaarde dat de lening is aangegaan:
1° bij een instelling die in de Europese Unie is gevestigd;
2° voor een looptijd van ten minste 10 jaar.
14. De schrapping van die voorwaarde wijzigt in geen geval het fiscaal statuut van de schuldsaldoverzekering zelf. De belastingplichtigen die een hypothecaire lening aangaan en tot waarborg daarvan op vrijwillige basis een schuldsaldoverzekering afsluiten, zullen ook voor die schuldsaldoverzekering verder de fiscale voordelen genieten verbonden aan het bouwsparen of het langetermijnsparen, voor zover aan de normale voorwaarden van de artikelen 145^1, 2° en 145^4, WIB 92 is voldaan.
15. De opheffing van art. 145^19, 3de lid, WIB 92 door artikel 6, W 17.5.2000 is een gevolg van de nieuwe regeling.
De andere wijzigingen opgenomen in de artikelen 7 tot 10 van dezelfde wet betreffen slechts aanpassingen van verwijzingen of aanpassingen overeenkomstig de wijziging van de artikelen 145^1, 3° en 145^5, WIB 92.
D. Inwerkingtreding
16. Deze wet treedt in werking vanaf aanslagjaar 2001. De nieuwe bepalingen zijn ook van toepassing op reeds vroeger afgesloten leningen die om bepaalde redenen niet gedekt zijn door een schuldsaldoverzekering.
Bron: FisconetPlus
