Circulaire 2021/C/94 – Tweede addendum aan de circulaire 2019/C/89 over de grandfathering regeling van de interestaftrekbeperking
Dit addendum verlengt de bepalingen van de circulaire 2020/C/62 waarbij in het kader van de grandfathering regeling voor bepaalde leningen het toestaan van specifieke betalingsmodaliteiten als gevolg van de uitzonderlijke situatie die wordt veroorzaakt door Covid-19 niet als een belangrijke of fundamentele wijziging wordt beschouwd.
inkomstenbelastingen ; vennootschapsbelasting ; belasting van niet-inwoners/vennootschappen ; belastbare grondslag in de VenB ; belastbare grondslag in de BNI/ven
FOD Financiën, 18.10.2021
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting
I. Inleiding
1. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van de art. 54 en 55, WIB 92, wordt het zogenaamde financieringskostensurplus, niet als beroepskost beschouwd in de mate dat het bedrag ervan het hoogste van twee grensbedragen overschrijdt. Eenvoudig gezegd verwijst het financieringskostensurplus naar het positieve verschil tussen de betaalde en de ontvangen interesten, met inbegrip van de economisch gelijkwaardige kosten en opbrengsten (1).
(1) Zie art. 198/1, WIB 92.
2. Indien voldaan is aan de in art. 73^4/9, KB/WIB 92, bedoelde modaliteiten komen de interesten van leningen waarvan de belastingplichtige heeft aangetoond dat het contract werd gesloten vóór 17.06.2016 en waaraan vanaf die datum geen fundamentele wijzigingen werden aangebracht niet in aanmerking voor de vaststelling van het financieringskostensurplus (2).
(2) Daarmee worden de zogenaamde 'oude' leningen bedoeld zoals opgenomen in art. 198/1, § 2, tweede lid, WIB 92 (zie eveneens de circulaire 2019/C/89 over de grandfathering regeling van de interestaftrekbeperking, van 11.09.2019).
3. Elke belangrijke of fundamentele wijziging vanaf 17.06.2016 aan een lening die voor de grandfathering regeling in aanmerking komt, zorgt ervoor dat de betrokken lening in principe haar karakter van oude lening verliest (3).
(3) Zie nr. 8 van de voormelde circulaire 2019/C/89 van 11.09.2019.
II. Verlenging van de regeling in geval van specifieke betalingsmodaliteiten
4. De uitzonderlijke situatie die wordt veroorzaakt door Covid-19 en de maatregelen die in dat verband werden opgelegd door de verschillende regeringen hebben nadelige gevolgen voor de liquide middelen en de solvabiliteit van sommige ondernemingen.
5. De circulaire 2020/C/62 (4) voorziet daarom dat de specifieke betalingsmodaliteiten voor bepaalde leningen (5) die werden afgesloten vóór 17.06.2016 niet moeten worden beschouwd als een fundamentele wijziging, op voorwaarde dat de belastingplichtige kan aantonen dat:
- de betalingsproblemen het gevolg zijn van de crisis door Covid-19, en
- de betalingsmodaliteiten voortvloeien uit een goedgekeurde aanvraag bij een financiële instelling of opgenomen zijn in een aanvullende overeenkomst.
(4) Circulaire 2020/C/62 – Addendum aan de circulaire 2019/C/89 over de grandfathering regeling van de interestaftrekbeperking, van 05.05.2020.
(5) Het gaat om de specifieke modaliteiten die voor ondernemingskredieten bij financiële instellingen en voor intragroepsleningen worden toegestaan in verband met de betaling van de interesten of kapitaalaflossingen.
6. Om vennootschappen verder te blijven steunen, wordt die regeling verlengd onder dezelfde voorwaarden zoals voorzien in de circulaire 2020/C/62.
De specifieke betalingsmodaliteiten voor leningen die werden afgesloten vóór 17.06.2016 mogen ten laatste tot 31.12.2021 lopen waarbij die betalingsmodaliteiten:
- moeten worden toegestaan vóór 30.06.2021, en
- betrekking moeten hebben op leningen die reeds voorheen specifieke betalingsmodaliteiten verkregen.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
D. DELVAUX
Adviseur-generaal
Interne ref.: 721.401/3
