Aanschrijving nr. 14/1987 d.d. 02.12.1987
Wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales
1. Het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1987 heeft de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales bekendgemaakt. Deze wet is in werking getreden op 6 juli 1987. Zij vervangt van rechtswege de vorige bepalingen die betrekking hebben op de verenigingen gevormd overeenkomstig de bepalingen van de wetten van 6 augustus 1897, 1 juli 1899, 18 augustus 1907 en 1 maart 1922. De instellingen opgericht krachtens deze wetten beschikken over één jaar om zich te schikken naar de nieuwe bepalingen op straffe van een eventuele ontbinding uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg op verzoek van ieder belanghebbende persoon.
Een uittreksel uit deze wet gaat in bijlage.
2. Artikel 26 van de wet behoudt in zijn geheel het fiscaal regime dat thans op de intercommunales van toepassing is.
Hieruit volgt dat:
- de verrichtingen die voor 6 juli 1987 belastbaar waren, verder belastbaar blijven;
- de gunstregimes waarvan de intercommunales genieten, behouden blijven;
- de intercommunales die de vorm van een B.Z.W. hebben aangenomen, onderworpen zijn aan de belasting geheven ter compensatie van de successierechten.
3. De aandacht wordt evenwel gevestigd op het feit dat de overdrachten van de activa, gedaan in uitvoering van artikel 8, 2de en 3de lid:
- op grond van artikel 27, a), binnen het toepassingsgebied van artikel 11 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vallen;
- op grond van artikel 27, b), vrijgesteld zijn van het registratierecht met betrekking tot de overdrachten van de onroerende goederen, welke ook de vorm van de overdracht weze (verkoop, ruil, inbreng, ...), met inbegrip van de daden van overdracht of terugtrekking van aandelen.
Voor de Minister
De Directeur-generaal,
F. QUAGHEBEUR
----------
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1987
22 december 1986 – Wet betreffende de intercommunales
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt
HOOFDSTUK I – Aard en oprichting van de intercommunales
Artikel 1. Verscheidene gemeenten kunnen, onder de voorwaarden bepaald in deze wet, verenigingen met welbepaalde oogmerken van gemeentelijk belang oprichten. Deze verenigingen worden hierna intercommunales genoemd.
Art. 2. Alle andere publiek- of privaatrechtelijke personen mogen eveneens deel uitmaken van de intercommunales, uitgezonderd de publiekrechtelijke personen waarvan een orgaan het goedkeurings- en vernietigingstoezicht bepaald bij artikel 20, uitoefent.
Art. 3. De intercommunale zijn publiekrechterlijke rechtspersonen. Ongeacht hun vorm en hun doel, hebben zij geen handelskarakter.
Art. 4. De statuten van de intercommunale nemen de bijzondere vermeldingen over, opgelegd door deze wet en, al naar het, door de wetgeving betreffende de handelsvennootschappen of de verenigingen zonder winstoogmerk, en vermelden ten minste :
1° haar naam;
2° haar doel of haar doeleinden;
3° haar rechtsvorm;
4° haar maatschappelijke zetel;
5° haar duur;
6° de nauwkeurige aanwijzing van de vennoten, van hun inbrengen en van hun verbintenissen;
7° de samenstelling en de bevoegdheden van de bestuurs-en controleorganen van de intercommunale, de wijze van aanstelling en afzetting van haar leden, evenals de mogelijkheid voor dezen om volmacht te geven aan een ander lid van hetzelfde orgaan dat zal worden aangewezen binnen de categorie waartoe de volmachtgever behoort;
8° de wijze waarop aan de vennoten mededeling gedaan wordt van de jaarrekeningen, het verslag van het college van commissarissen en van de commissaris-revisor, een volledig verslag betreffende de activiteiten van de intercommunale, alsook van alle andere documenten die bestemd zijn voor de algemene vergadering;
9° de besteding van de eventuele winsten;
10° de wijze van uittreden van een vennoot;
11° de wijze van vereffening, de wijze waarop de vereffenaars worden aangesteld en de omschrijving dezer bevoegdheden en, onverminderd artikel 23, de bestemming van de goederen en het lot van het personeel in geval van ontbinding.
Art. 5. De intercommunales nemen de rechtsvorm aan ofwel van naamloze vennootschap, ofwel van cooperatieve vennootschap, ofwel van vereniging zonder winstoogmerk. De wetten betreffende de handelsvennootschappen en de verenigingen zonder winstoogmerk zijn, naar gelang van het geval, op de intercommunales van toepassing voor zover de statuten er niet van afwijken wegens de bijzondere aard van de vereniging. In geen geval mogen de intercommunales die de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk hebben aangenomen, nijverheids-of handelszaken drijven of trachten een stoffelijk voordeel aan hun leden te verschaffen.
Art. 6. De maatschappelijke zetel van de intercommunale is gevestigd in een van de aangesloten gemeenten, in lokalen die aan de vereniging of aan een van de aangesloten publiekrechtelijke personen toebehoren.
Art. 7. Onverminderd eventuele verlengingen bepaald bij artikel 21, mag de duur van de intercommunale dertig jaar niet overschrijden.
Art. 8. De statuten kunnen voorzien in de mogelijkheid voor een gemeente om uit de intercommunale te treden voor het verstrijken van de duur van de intercommunale. In alle geval mag iedere vennoot uit de intercommunale treden na vijftien jaar te rekenen, volgens het geval, vanaf de oprichting van de intercommunale of vanaf zijn aansluiting met de instemming van twee derde van de stemmen van de andere in de algemene vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden, voor zover de positieve stemmen van de andere in de algemene vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden, voor zover de positieve stemmen de meerderheid omvatten van de stemmen uitgebracht door de vertegenwoordigers van de aangesloten gemeenten, en onder voorbehoud dat degene die uittreedt de schade vergoedt die zijn uittreding, naar schatting van deskundigen, aan de intercommunale en aan de andere vennoten berokkent. Indien een zelfde activiteit van gemeentelijk belang in de zin van artikel 1, in een zelfde gemeente aan verschillende intercommunales of regies toevertrouwd is, mag de gemeente beslissen die activiteit, voor haar gehele grondgebied, toe te vertrouwen aan één enkele onder hen, mits alle belanghebbende partijen daarmee instemmen of, bij gebreke van die instemming, eenzijdig. In de onderstellingen beschreven in het vorige lid, zijn de voorwaarden bepaald in het eerste lid, met uitzondering van die betreffende de vergoeding van een eventuele schade, niet van toepassing op de uittredingen die plaatshebben en die geschieden niettegenstaande iedere andersluidende statutaire bepaling.
Art. 9. De publiekrechtelijke personen die bij de intercommunale zijn aangesloten, kunnen zich alleen afzonderlijk en elk tot beloop van een bepaalde som verbinden. Over iedere wijziging van de statuten die voor de gemeenten bijkomende verplichtingen of een vermindering van hun rechten meebrengt, moet in de gemeenteraden worden beraadslaagd en beslist.
HOOFDSTUKKEN II TOT IV
(...)
HOOFDSTUK V. – Diverse bepalingen
Art. 24. De boekhouding van de intercommunale wordt gevoerd volgens de wetgeving op de boekhouding van de ondernemingen. De jaarrekeningen, het verslag van het college van commissarissen en dat van de commissaris(revisor, alsmede een uitvoerig verslag omtrent de activiteiten van de intercommunale worden elk jaar, binnen de bij de statuten vastgestelde termijnen, aan alle leden van de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten toegezonden.
Art. 25. De intercommunale mag in eigen naam tot onteigeningen ten algemenen nutte overgaan, leningen aangaan, giften aanvaarden en toelagen van openbare overheden ontvangen.
Art. 26. Onverminderd de bestaande wetsbepalingen zijn de intercommunales vrijgesteld van alle belastingen ten gunste van de Staat, evenals van alle belastingen ingevoerd door de provincies, de gemeenten of enig andere publiekrechtelijke persoon.
Art. 27. In geval van toepassing van artikel 8, tweede en derde lid, worden de overdrachten van de activa waarvan de intercommunale vereniging of haar vennoten de eigendom, hebben met inbegrip van de overdrachten of terugtrekkingen van aandelen die eruit voortvloeien, verricht onder de volgende voorwaarden; a) wat de belasting op de toegevoegde waarde betreft, worden de overdrachten geacht verricht te zijn onder het stelsel van artikel 11 van het Wetboek op de belasting over de toegevoegde waarde; b) wat de registratierechten betreft, zijn de onroerende overdrachten van het evenredige recht vrijgesteld; c) wat de inkomstenbelasting betreft: 1 in geval van overdracht van lichamelijke of onlichamelijke activa andere dan grondstoffen, produkten of goederen, worden de afschrijvingen minderwaarden en meerwaarden die voor de overnemer ter zake van de overgedragen elementen zullen gelden, bepaald alsof deze elementen niet van eigenaar veranderd zijn ; 2 in geval van overdracht van elementen bedoeld in 1 of terugtrekkingen van aandelen, worden de eventueel gerealiseerde meerwaarden vrijgesteld onder de voorwaarden gesteld in artikel 35 van het Wetboek van de inkomstenbelasting.
HOOFDSTUK VI. – Overeenkomsten tussen gemeenten
Art. 28. De gemeenten kunnen onderling overeenkomsten voor bepaalde tijd sluiten met betrekking tot welbepaalde leveringen en diensten van gemeentelijk belang. De intercommunales kunnen zulke overeenkomsten sluiten onder elkaar en met de gemeenten. Voor deze overeenkomsten is de goedkeuring van de toezichthoudende overheid vereist.
HOOFDSTUK VII. – Slotbepalingen
Art. 29. § 1. De verenigingen van gemeenten opgericht krachtens de wetten van 6 augustus 1897, 1 juli 1899, 18 augustus 1907 en 1 maart 1922 moeten hun statuten in overeenstemming brengen met de bepalingen van deze wet binnen twaalf maanden die volgen op de inwerkingtreding van de wet.
§ 2. Op verzoek van een vennoot of van een belanghebbende derde of van de administratieve overheid tot wier bevoegdheid de controle van de intercommunale behoort, kan de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de zetel van de intercommunale gevestigd is, de ontbinding uitspreken van iedere intercommunale die haar gewijzigde statuten niet binnen een maand na die wijziging ter goedkeuring heeft voorgelegd aan de toezichthoudende overheid.
Art. 30. Opgeheven worden:
1. de wet van 6 augustus 1879 houdende organisatie van intercommunale hospitaalinstellingen;
2. de wet van 1 juli 1899 betreffende de verenigingen van gemeenten en provincië voor de exploitatie van buurtspoorwegen;
3. de wet van 18 augustus 1907 inzake de verenigingen van gemeenten en particuliere personen voor de oprichting van diensten van waterbedeling, gewijzigd bij artikel 2 van het koninklijk besluit nr 279 van 31 maart 1936 en bij artikel 1 van de wet van 16 maart 1957, met uitzondering van artikel 13;
4. de wet van 1 maart 1922 betreffende de vereniging van gemeenten met het oog op het nut van het algemeen belang, gewijzigd bij artikel 4 van de wet van 18 mei 1929, artikel 3 van het koninklijk besluit van 14 augustus 1933 en artikel 1 van het koninklijk besluit nr 279 van 31 maart 1936.
Art. 31. De artikelen 13, § 1, tweede lid, en 14, derde lid, van deze wet treden in werking op 1 juli 1989. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 22 december 1986.
BOUDEWIJN
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken en Openbaar Ambt,
J. MICHEL
Gezien en met 's Lands zegel gezegeld:
Voor de Minister van Justitie, afwezig:
De Minister van Openbare Werken,
L. OLIVIER
