Circulaire 2021/C/58 betreffende de invoer en uitvoer van zendingen met een geringe waarde in het kader van e-commerce (Opgeheven)

Deze circulaire werd vervangen door circulaire 2023/C/73.

Vanaf 1 juli 2021 zal deze circulaire de ‘Circulaire 2018/C/117 betreffende e-commerce’ en de ‘Omzendbrief D.D. 291.130 van 1 oktober 2009 betreffende “koerierdiensten”’ opheffen en volledig vervangen.

D.I. 530.9, zendingen met een geringe waarde, e-commerce, H7, de bijzondere regeling ‘IOSS’, de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’, btw, postzendingen, ‘Marketplace’, koeriersdiensten.

FOD Financiën, 21.06.2021
Algemene Administratie van Douane en Accijnzen

Inhoudstafel

Inhoud

Inleiding

1. Algemeen

1.1. Wettelijke basis

1.2. Definities

1.3. Gebruikte letterwoorden

1.4. Afschaffing van de btw-vrijstelling voor ingevoerde goederen van geringe waarde en vereenvoudigingen voor de inning van de invoer-btw

1.5. Betrokken douanebepalingen

2. Invoerformaliteiten voor zendingen met een geringe waarde

2.1. Douaneaangifte H7 (zeer beperkte gegevensset)

2.1.1. Toepassingsgebied en gebruik van een douaneaangifte H7

2.1.2. Gegevenselementen in het kader van de douaneaangifte H7

2.1.3. Wie kan aangever zijn?

2.1.4. Welke goederen kunnen worden aangegeven via de douaneaangifte H7?

2.1.5. Te gebruiken code voor de douaneregeling

2.1.6. Overgangsmaatregelen

2.2. Douaneaangifte H1

2.3. (Vereenvoudigde) douaneaangifte I1 en overige vereenvoudigingen

2.3.1. Douaneaangifte I1

2.3.2. Inschrijving in de administratie van de aangever (EIDR)

2.3.3. Gecentraliseerde vrijmaking

2.4. Douaneaangifte H6 - Douaneafhandeling van postzendingen

2.4.1. Overzicht mogelijke vereenvoudigde formaliteiten voor douaneafhandeling van postzendingen

2.4.2. Beschrijving artikel 144 DWU DA en de gegevensset H6

2.5. Het gebruik van een douaneaangifte, vóór de aanbrenging van de goederen, als aangifte voor tijdelijke opslag

3. Mechanismen voor de inning van btw

3.1. De bijzondere regeling ‘IOSS’

3.1.1. Basisconcept

3.1.2. Beschrijving van het proces

3.1.3. Aansprakelijkheid van de actoren in het kader van de bijzondere regeling ‘IOSS’

3.1.4. Maandelijkse aangifte

3.2. De bijzondere regeling ‘Special Arrangements’

3.2.1. Basisconcept en beschrijving van het proces (volledig traject)

3.2.2. Beschrijving van het proces

3.2.3. Aansprakelijkheid van de actoren in het kader van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’

3.2.4. Procedure voor de maandelijkse betaling en maandelijkse aangifte

3.3. Standaard mechanisme voor de inning van de btw

3.3.1. Basisconcept

3.3.2. Beschrijving van het proces

4. Formaliteiten voor de uitvoer en wederuitvoer van zendingen met een geringe waarde

4.1. Overzicht

4.2. Postzendingen

4.2.1. Toepassingsgebied van de douaneaangifte ten uitvoer door enige andere handeling

4.2.2. Wederuitvoer van postzendingen

4.3. Expreszendingen

4.3.1. Toepassingsgebied van de douaneaangifte ten uitvoer door enige andere handeling

4.3.2. Wederuitvoeren van expreszendingen

5. Ongeldigmaking van de douaneaangifte

5.1. Procedure ongeldigmaking

5.2. Specifieke gevallen voor de bijzondere regelingen ‘IOSS’ en ‘Special Arrangements’

5.2.1. Terugzending van goederen onder de bijzondere regeling ‘IOSS’

5.2.2. Terugzending van goederen onder de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’

6. Intrekkingen

BIJLAGEN

Bijlage I: Overzicht van de douaneaangiften voor het in het vrije verkeer brengen van zendingen met een geringe waarde

Bijlage II: Toelichting voor de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen voor een zending waarvoor vrijstelling van invoerrechten is verleend overeenkomstig artikel 23, lid 1, of artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1186/2009

Bijlage III: Registratie voor de bijzondere regeling ‘IOSS’ per type leverancier en plaats van vestiging (btw)

Inleiding

§1. De exponentiële groei van e-commerce tijdens het afgelopen decennium evenals de drempel van 22 EUR voor de vrijstelling van de betaling van de btw die tot 1 juli 2021 van toepassing is, hebben volgens bepaalde studies geleid tot een aanzienlijke inkomstenverlies voor de lidstaten. In deze context hebben leveranciers uit derde landen tevens altijd genoten van een concurrentievoordeel ten opzichte van in de Unie gevestigde bedrijven die geen beroep kunnen doen op dergelijke btw-vrijstelling wanneer zij goederen verkopen op de eengemaakte markt.

Om dit probleem aan te pakken, keurde de Raad op 5 december 2017 het btw-pakket voor e-commerce goed. Hiermee wordt onder andere de vrijstelling van invoer-btw voor goederen in zendingen met een geringe waarde van maximaal 22 EUR afgeschaft en worden de inning en de betaling van invoer-btw vereenvoudigd via de bijzondere regeling ‘IOSS’ en de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ voor B2C-afstandsverkopen van goederen uit derde landen of derdelandsgebieden aan consumenten in de Unie. Deze nieuwe regels zijn van toepassing vanaf 1 juli 2021 (zoals bepaald in artikel 27 van de ‘Wet van 2 april 2021 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wat de regeling betreft die van toepassing is op afstandsverkopen van goederen en op bepaalde leveringen van goederen en diensten’).

De afschaffing van de drempel van 22 EUR voor de vrijstelling van invoer-btw zoals voorzien in het btw-pakket inzake elektronische handel (e-commerce), is de wijziging die wellicht de grootste gevolgen heeft voor de douaneformaliteiten, zowel voor de douaneautoriteiten als voor de marktdeelnemers. Met deze maatregel worden alle in de Unie ingevoerde handelsgoederen, ongeacht hun waarde, vanaf 1 juli 2021 onderworpen aan btw.

In dit verband heeft de Commissie artikel 143 bis DWU DA gewijzigd om te voorzien in een beperktere, beter hanteerbare, maar nog steeds voldoende hoeveelheid gegevens (een ‘zeer beperkte gegevensset’) voor de douaneaangiften bij invoer van zendingen met een geringe waarde. Deze aanpassing van de wetgeving is bedoeld om de negatieve gevolgen van de forse toename van het aantal douaneaangiften te verzachten, dit zowel voor de douaneautoriteiten als voor de marktdeelnemers.

Deze circulaire heeft tot doel de evolutie van de rol van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen in de ontwikkeling van de e-commerce toe te lichten, met de nadruk op haar rol bij de implementatie van de nieuwe procedures die hiervoor werden ingevoerd (met name het ‘Btw-pakket voor e-commerce’).

Hiertoe baseert deze circulaire zich hoofdzakelijk op de volgende twee door de Commissie gepubliceerde documenten, met name:

  • ‘Richtsnoeren voor lidstaten en bedrijven: Invoer en uitvoer van zendingen met een geringe waarde – Btw-pakket voor e-commerce’ (Engelstalige versie) en;
  • ‘Toelichting op de btw-regels voor e-commerce’.


Deze circulaire behandelt de volgende onderwerpen:

  • de invoerformaliteiten voor zendingen met een geringe waarde (Punt 2);
  • de mechanismen voor de inning van de btw (Punt 3);
  • de formaliteiten bij uitvoer en wederuitvoer van zendingen met een geringe waarde (Punt 4) en;
  • de ongeldigmaking van een douaneaangifte (Punt 5).

1. Algemeen

§2. E-commerce verandert het internationale handelsklimaat, met inbegrip van het grensoverschrijdend goederenverkeer. Terwijl e-commerce enerzijds de toegang tot wereldmarkten eenvoudiger maakt, met name voor kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, zien douaneautoriteiten overal ter wereld zich voor de uitdaging geplaatst een evenwicht te vinden tussen toezicht en facilitering, waarbij alle relevante fiscale en niet-fiscale risico’s worden afgedekt.

1.1. Wettelijke basis

  • Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (hierna Verordening DV);
  • Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 269 van 10 oktober 2013);
  • Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 343 van 29 december 2015);
  • Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 343 van 29 december 2015);
  • Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2026 van de Raad van 21 november 2019 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 wat betreft door elektronische interfaces gefaciliteerde leveringen van goederen of diensten en de bijzondere regelingen voor belastingplichtigen die diensten voor niet-belastingplichtigen, afstandsverkopen van goederen en bepaalde binnenlandse goederenleveringen verrichten;
  • Verordening (EU) 2020/283 van de Raad van 18 februari 2020 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 wat betreft maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking om btw-fraude te bestrijden;
  • Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna Btw-Richtlijn);
  • Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad Voor de EER relevante tekst;
  • Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad van 5 december 2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen;
  • Richtlijn (EU) 2019/1995 van de Raad van 21 november 2019 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de bepalingen inzake afstandsverkopen en bepaalde binnenlandse leveringen van goederen;
  • Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (herschikking) (Hierna Richtlijn (EU) 2020/262);
  • Richtlijn (EU) 2020/284 van de Raad van 18 februari 2020 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de invoering van bepaalde voorschriften voor betalingsdienstaanbieders;
  • Wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna Btw-Wetboek);
  • Wet van 2 april 2021 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wat de regeling betreft die van toepassing is op afstandsverkopen van goederen en op bepaalde leveringen van goederen en diensten;
  • Koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna Koninklijk besluit nr. 7).

Andere bronnen:

  • Invoer en uitvoer van zendingen met een geringe waarde - Btw-pakket voor e‑commerce - ‘Richtsnoeren voor lidstaten en bedrijven’;
  • Toelichting op de btw-regels voor e-commerce;
  • Circulaire 2021/C/24 betreffende de Definitieve vrijstellingen - Zendingen met een te verwaarlozen waarde - Kleine zendingen.

1.2. Definities

  • Accijnsgoederen: in de context van deze circulaire behelst deze term zowel de accijnsgoederen als de zogenaamde ‘nationale accijnsproducten’;
  • Bijzondere regeling 'IOSS': bijzondere regeling van toepassing op afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen zoals opgenomen in artikel 58 quinquies van het Btw-Wetboek (en zoals bepaald in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde);
  • Bijzondere regeling 'Special Arrangements': bijzondere regeling voor de aangifte en betaling van de btw bij invoer zoals opgenomen in artikel 58 sexies van het Btw-Wetboek (en zoals bepaald in titel XII, hoofdstuk 7 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde);
  • E-commerce: Elektronische handel - een (koop)overeenkomst op afstand[1] waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen;
  • Expreszending: een artikel dat wordt vervoerd door of onder de verantwoordelijkheid van een koeriersdienst;
  • Intrinsieke waarde:
    a) voor handelsgoederen: de prijs van de goederen zelf bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie, met uitzondering van vervoers- en verzekeringskosten, tenzij deze in de prijs zijn begrepen en niet afzonderlijk op de factuur zijn vermeld, en alle andere belastingen en heffingen zoals te constateren door de douaneautoriteiten op basis van relevante documenten;
    b) voor goederen zonder handelskarakter: de prijs die voor de goederen zelf zou zijn betaald als zij waren verkocht voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie;
  • Koeriersdienst: een marktdeelnemer die geïntegreerde diensten verstrekt bestaande in ophaling, vervoer, douaneafhandeling en levering van pakketten op versnelde/tijdgevoelige basis, waarbij deze artikelen gedurende de gehele verrichting van de dienst traceerbaar zijn en onder toezicht blijven;
  • Postaanbieder: een exploitant die is gevestigd in en aangewezen door een lidstaat om de onder het Wereldpostverdrag vallende internationale diensten te verlenen;
  • Postzendingen: andere goederen dan brievenpost, die deel uitmaken van een postpakket of collo en door of onder de verantwoordelijkheid van een postaanbieder worden vervoerd overeenkomstig de bepalingen van het Wereldpostverdrag, dat op 10 juli 1984 onder auspiciën van de Verenigde Naties tot stand is gekomen;
  • Zending met een geringe waarde (in de zin van artikel 143 bis DWU DA):
    een zending bestaande uit:

- of goederen die rechtstreeks vanuit een derde land naar een geadresseerde in de Unie worden verzonden en waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan 150 euro per zending bedraagt (= zendingen met een te verwaarlozen waarde zoals opgenomen in artikel 23, lid 1 Verordening DV),

- of goederen die door een particulier uit een derde land worden verzonden naar een andere particulier die zich in het douanegebied van de Unie bevindt, mits het daarbij om een invoer zonder handelskarakter gaat en met een waarde van niet meer dan 45 EUR per zending, (= door particulieren aan particulieren gerichte zendingen zoals opgenomen in de artikelen 25, lid 1 en 26, lid 1 Verordening DV).

Wat het begrip ‘zending’ betreft, worden goederen die gelijktijdig door dezelfde afzender naar dezelfde geadresseerde worden gezonden en die onder dezelfde vervoersovereenkomst vallen, beschouwd als één ‘zending’;

  • Zending met een te verwaarlozen waarde: een zending bestaande uit goederen die rechtstreeks vanuit een derde land naar een geadresseerde in de Unie worden verzonden en waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan 150 euro per zending bedraagt (zoals opgenomen in artikel 23, lid 1 Verordening DV).

1.3. Gebruikte letterwoorden

  • B2B: Business-to-Business (bedrijf aan bedrijf);
  • B2C: Business-to-Consumer (bedrijf aan particulier);
  • C2C: Consumer-to-Consumer (particulier aan particulier);
  • Btw: Belasting over de toegevoegde waarde;
  • DG TAXUD: Directoraat-generaal Belastingen en Douane-Unie van de Europese Commissie;
  • DWU: douanewetboek van de Unie, gepubliceerd in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 269 van 10 oktober 2013);
  • DWU DA: gedelegeerde handelingen van het douanewetboek van de Unie, opgenomen in de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 343 van 29 december 2015);
  • DWU IA: uitvoeringshandelingen van het douanewetboek van de Unie, opgenomen in de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 343 van 29 december 2015);
  • DWU TDA: Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (PBEU L 069 van 15.3.2016);
  • EIDR: Entry In the Declarant’s Records (Inschrijving in de administratie van de aangever);
  • G.E.: Gegevenselement;
  • GS: Het Geharmoniseerd Systeem van de Wereld Douane Organisatie (nomenclatuur);
  • GN: Gecombineerde Nomenclatuur;
  • IOSS: Import One-Stop Shop (de bijzondere regeling ‘IOSS’);
  • SURV: Surveillance system (‘Surveillance’-systeem);
  • TARIC: ‘TARif Intégré Communautaire’, geïntegreerd communautair tarief van de Europese Unie;
  • UPU: Universal Postal Union (Wereldpostunie);
  • Verordening DV: Verordening Definitieve Vrijstelling - Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.

1.4. Afschaffing van de btw-vrijstelling voor ingevoerde goederen van geringe waarde en vereenvoudigingen voor de inning van de invoer-btw

§3. Door de afschaffing van de drempel van 22 EUR voor vrijstelling van invoer-btw zijn alle in de Unie ingevoerde goederen, ongeacht de waarde ervan, vanaf 1 juli 2021 onderworpen aan btw[2].

§4. Samen met de afschaffing van de vrijstelling van invoer-btw voor goederen van geringe waarde worden in de wetgeving twee vereenvoudigingen ingevoerd voor de inning van invoer-btw voor zendingen waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan 150 EUR bedraagt.
Deze vereenvoudigingen mogen niet toegepast worden op accijnsgoederen noch op accijnsproducten (zogenaamde ‘nationale accijnsproducten’).

(1) De bijzondere regeling ‘IOSS’

§5. Het eerste mechanisme is een bijzondere regeling betreffende btw, met name de bijzondere regeling ‘IOSS’, waarbij de leverancier alle btw-verplichtingen (aangifte en betaling) in één lidstaat kan nakomen, ofwel rechtstreeks ofwel via een tussenpersoon die hiervoor is aangewezen. De btw die ten tijde van de verkoop door de consument aan de leverancier wordt betaald, wordt maandelijks aangegeven en betaald via één ‘IOSS-btw-aangifte’, en dit rechtstreeks door de leverancier of door zijn tussenpersoon. Bijgevolg is de invoer van de goederen in de Unie vrijgesteld van btw om een dubbele betaling van de btw te vermijden. Op de bijzondere regeling ‘IOSS’ kan een beroep worden gedaan door verkopers die rechtstreeks de ingevoerde goederen verkopen aan consumenten in de Unie, via hun eigen website of via platformen (‘Marketplaces’) die zulke leveringen faciliteren.

OPGELET! De bijzondere regeling ‘IOSS’ is enkel voorzien voor B2C.

Het gebruik van de bijzondere regeling ‘IOSS’ is niet verplicht, maar de faciliteiten verleend door dit mechanisme zouden bedrijven ertoe moeten aanzetten om hiervan gebruik te maken.

(2) De bijzondere regeling ‘Special Arrangements’

§6. De bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ is voorzien voor marktdeelnemers die de goederen van geringe waarde voor rekening van de consumenten aanbrengen en aangeven bij de bevoegde douaneautoriteiten, zoals postaanbieders, koeriersdiensten en douanevertegenwoordigers, indien de bijzondere regeling ‘IOSS’ niet wordt gebruikt.

Volgens de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ is de btw pas verschuldigd bij de invoer in de lidstaat van uiteindelijke bestemming nadat de btw daadwerkelijk werd geïnd bij de importeur (d.w.z. de geadresseerde van de goederen), hetgeen toelaat om de omslachtige teruggaafprocedures te vermijden. De betrokken marktdeelnemers betalen de btw-bedragen, geïnd bij de individuele geadresseerden, voor alle invoeren tijdens een bepaalde maand. Deze globale betaling aan de bevoegde douaneautoriteiten moet gebeuren binnen de termijn die geldt voor de betaling van de invoerrechten zoals opgenomen in het DWU.

OPGELET! De bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ is voorzien voor B2C.

Als een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 EUR in een lidstaat aankomt, maar de geadresseerde gevestigd is in een andere lidstaat, moet de zending in de lidstaat van aankomst in de Unie onder de douaneregeling ‘extern douanevervoer’ worden geplaatst en mag deze aldaar bijgevolg niet worden aangegeven voor het vrije verkeer.

Voorbeelden:

  • Een Duitse geadresseerde bestelde online een draadloze koptelefoon van 60 EUR bij een verkoper gevestigd in een derde land die niet over de vergunning bijzondere regeling "IOSS" beschikt. De verkoper doet beroep voor de levering op een marktdeelnemer die beschikt over een vergunning bijzonder regeling "Speciale Arrangements". De draadloze koptelefoon wordt door de marktdeelnemer naar de Unie vervoerd. De zending komt binnen in de Unie via de Belgische hub Luik-Bierset, maar de eindbestemming is Duitsland. Bij aankomst op de Belgische hub Luik-Bierset wordt de zending onder de douaneregeling ‘extern douanevervoer’ geplaatst en vervoerd naar de Duitse hub Keulen-Bonn, waar de zending in het vrije verkeer wordt gebracht door middel van een douaneaangifte H7 met verwijzing naar de vergunning voor de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ van de marktdeelnemer die de levering verricht. Deze zending mag dus niet in het vrije verkeer worden gebracht in België.
  • Een Belgische geadresseerd bestelde online een boek van 45 euro bij een verkoper gevestigd in een derde land die niet over de vergunning bijzondere regeling "IOSS" beschikt. De verkoper doet beroep voor de levering op een marktdeelnemer die beschikt over een vergunning bijzonder regeling "Speciale Arrangements". De zending wordt door de marktdeelnemer naar de Unie vervoerd. De zending komt binnen in de Unie via de Franse hub Roissy-Charles de Gaulle, maar de eindbestemming is in België. Bij aankomst op de Franse hub Roissy-Charles de Gaulle wordt de zending onder de douaneregeling ‘extern douanevervoer’ geplaatst en vervoerd naar de Belgische hub Luik-Bierset, waar de zending in het vrije verkeer wordt gebracht door middel van een douaneaangifte H7 met verwijzing naar de vergunning voor de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ van de marktdeelnemer die de levering verricht. Deze zending mag dus niet in het vrije verkeer worden gebracht in Frankrijk.

1.5. Betrokken douanebepalingen

§7. De implementatie van het btw-pakket voor de elektronische handel vereiste wijzigingen aan de douanewetgeving. Om de btw-inning te waarborgen voor alle goederen die vanuit een derde land in de Unie worden ingevoerd, moet een douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen worden ingediend, dit voor alle zendingen waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan 150 EUR bedraagt, dit is nieuw voor zendingen waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan 22 EUR bedraagt. Bovendien werd het DWU-kader gewijzigd, met het oog op een eerlijke concurrentie tussen marktdeelnemers met soortgelijke bedrijfsactiviteiten, zodat voor alle personen dezelfde rechten en plichten gelden (zie artikel 143 bis DWU DA en Bijlage B, kolom H7 DWU DA en DWU IA).

De mogelijkheden voor de douaneaangiften voor het in het vrije verkeer brengen van zendingen met een geringe waarde vanaf 1 juli 2021 zijn opgenomen in punt 2.

§8. Andere aan het DWU DA en DWU IA aangebrachte wijzigingen zijn bedoeld om de betreffende douaneformaliteiten te stroomlijnen en bepaalde bepalingen aan te passen aan de nieuwe btw‑regels, waarvan de belangrijkste betrekking heeft op het bevoegde douanekantoor voor het in het vrije verkeer brengen van zendingen met een geringe waarde waarbij geen gebruik wordt gemaakt van de bijzondere regeling ‘IOSS’ (zie artikel 221, lid 4 DWU IA).

2. Invoerformaliteiten voor zendingen met een geringe waarde

§9. In het algemeen ligt de keuze van het soort douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van zendingen met een geringe waarde bij de persoon die de aangifte indient (de aangever) en wordt deze bepaald door de wettelijke vereisten en/of de beschikbaarheid van de gegevenselementen die vereist zijn voor elk van de hierna genoemde oplossingen.

§10. Als aan de voorwaarden voor het gebruik van de betreffende douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen is voldaan, staat het de aangever, vrij om te kiezen voor de douaneaangifte met de passende gegevensset voor de douaneafhandeling bij invoer van de zending met een geringe waarde:

  • Douaneaangifte met gegevensset H7 (hierna ‘douaneaangifte H7’) (Punt 2.1.);
  • Douaneaangifte met gegevensset H1 (hierna ‘douaneaangifte H1’) (Punt 2.2.);
  • (Vereenvoudigde) douaneaangifte met gegevensset I1 (hierna ‘douaneaangifte I1’) en overige vereenvoudigingen (Punt 2.3.);
  • Douaneaangifte met gegevensset H6 (hierna ‘douaneaangifte H6’) - Douaneafhandeling van postzendingen (Punt 2.4.);
  • Douaneaangifte, vóór de aanbrenging van de goederen, als aangifte voor tijdelijke opslag (Punt 2.5.).

Een overzicht van de verschillende mogelijke douaneaangiften is opgenomen in Bijlage I.

OPGELET:
Het indienen van de douaneaangiften met gegevensset H1, H6 en I1 zijn in België pas voorzien vanaf oktober 2022 (ten laatste vanaf 01/01/2023). Tot die datum blijven de huidige aangiftemodaliteiten van toepassing.

2.1. Douaneaangifte H7 (zeer beperkte gegevensset)

§11. De zeer beperkte gegevensset waarin artikel 143 bis DWU DA voorziet, bevat een reeks gegevensvereisten die zijn bedoeld om de implementatie van de douaneaspecten van het btw-pakket voor e-commerce te vereenvoudigen.

2.1.1. Toepassingsgebied en gebruik van een douaneaangifte H7

§12. De gedetailleerde inhoud (gegevensset) van deze specifieke douaneaangifte wordt gedefinieerd in de tabel met gegevensvereisten van Bijlage B DWU DA, onder kolom H7.

Samenvattend kunnen douaneaangiften H7 gebruikt worden:

  • door iedereen[3];
  • voor goederen in zendingen B2C, B2B of C2C met een intrinsieke waarde van maximaal 150 EUR waarvoor vrijstelling van douanerechten geldt overeenkomstig artikel 23, lid 1 Verordening DV of;
  • voor goederen in zendingen C2C met een intrinsieke waarde van maximaal 45 EUR waarvoor vrijstelling van douanerechten geldt overeenkomstig artikel 25, lid 1 Verordening DV en;
  • voor de bijzondere regeling ‘IOSS’, de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ of het standaard mechanisme voor de inning van de invoer-btw.

§13. Uitzonderingen en uitgesloten goederen: goederen die onderworpen zijn aan verboden en beperkingen (voor meer informatie, zie §§ 35 t/m 37).

2.1.2. Gegevenselementen in het kader van de douaneaangifte H7

§14. Een overzicht van alle gegevenselementen (G.E.) van H7 is opgenomen in Bijlage II (Toelichting voor de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen voor een zending waarvoor vrijstelling van invoerrechten is verleend overeenkomstig artikel 23, lid 1, of artikel 25, lid 1 Verordening DV). Hieronder wordt nader ingegaan op enkele G.E. die van bijzonder belang zijn voor deze douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen.

(a) G.E 11 10 000 000 Codes aanvullende regeling

§15. De opmerking bij dit G.E. specifieert het volgende: ‘Vermeld de relevante Uniecodes of de door de betrokken lidstaat verstrekte code voor de aanvullende regeling’.

De relevante Uniecodes die bij dit G.E. moeten worden gebruikt, zijn:

(a) C07 – Zendingen met een te verwaarlozen waarde;

(b) C08 – Goederen die door een particulier aan een andere particulier worden gezonden;

(c) F48 – Invoer in het kader van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen zoals bepaald in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG (de bijzondere regeling ‘IOSS’) en;

(d) F49 – Invoer in het kader van de bijzondere regeling voor aangifte en betaling van btw bij invoer zoals bepaald in titel XII, hoofdstuk 7, van Richtlijn 2006/112/EG (de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’).

§16. Aangezien de code C08 betrekking heeft op C2C-zendingen (met vrijstelling van btw), kan deze niet samen met een van de bovengenoemde ‘F’-codes (F48 en F49) worden gebruikt.

Als het ‘IOSS-btw-identificatienummer’ is opgegeven in G.E. 13 16 000 000, kunnen uitsluitend de codes voor aanvullende regelingen C07 en F48 worden gebruikt.

Voorbeelden:

a) Een zending (B2C) met de bijzondere regeling ‘IOSS’ en een intrinsieke waarde van 130 EUR:

codes die onder G.E. 11 10 000 000 moeten worden opgegeven: C07 en F48;

b) Een zending (B2C) zonder de bijzondere regeling ‘IOSS’, maar die wordt aangegeven met behulp van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’:

codes die onder G.E. 11 10 000 000 moeten worden gebruikt: C07 en F49;

c) Een zending (zonder betaling) (C2C) van een particulier aan een andere particulier met een intrinsieke waarde van 30 EUR:

code die onder G.E. 11 10 000 000 moet worden gebruikt: C08;

d) Een zending (met betaling) (C2C) van een particulier aan een andere particulier met een intrinsieke waarde van 30 EUR:

code die onder G.E. 11 10 000 000 moet worden gebruikt: C07;

e) Een zending (C2C) van een particulier aan een andere particulier met een intrinsieke waarde van 130 EUR:

code die onder G.E. 11 10 000 000 moet worden gebruikt: C07;

f) Een zending met een intrinsieke waarde van 130 EUR in het kader van de standaard regeling voor de btw op invoer (geen gebruik van de bijzondere regeling ‘IOSS’), met inbegrip van B2B-zendingen:

code die onder G.E. 11 10 000 000 moet worden gebruikt: C07;

g) Een zending (C2C) van een particulier aan een andere particulier, die twee stukken bevat en een totale intrinsieke waarde van 50 EUR heeft (stuk 1: 20 EUR, stuk 2: 30 EUR):

code die onder G.E. 11 10 000 000 moet worden gebruikt: stuk 1, 20 EUR C07; stuk 2, 30 EUR: C07.

(b) G.E. 14 14 000 000 intrinsieke waarde

§17. Om te kunnen bepalen of de goederen in aanmerking komen voor de vrijstelling van douanerechten zoals opgenomen in de artikelen 23, lid 1 en 25, lid 1 Verordening DV, moet rekening worden gehouden met de definitie van ‘intrinsieke waarde’ (artikel 1, punt 48) DWU DA). Om te beoordelen of een douaneaangifte met gegevensset H7 mag worden gebruikt, vinden de bevoegde douaneautoriteiten de intrinsieke waarde terug in G.E. 14 14 000 000 van de douaneaangifte.

§18. Aangaande de definitie van ‘intrinsieke waarde’, zoals opgenomen onder punt 1.2, dient opgemerkt te worden dat alle andere gerelateerde kosten, naast vervoers- en verzekeringskosten, die niet de waarde van de goederen zelf weerspiegelen, moeten worden uitgesloten van de intrinsieke waarde wanneer ze afzonderlijk en duidelijk op de factuur worden vermeld (bijvoorbeeld Gereedschapskosten, licentierechten, belastingen bij uitvoer enz.).

De formulering ‘alle andere belastingen en heffingen’, zoals opgenomen in de definitie van ‘intrinsieke waarde’ onder punt 1.2, verwijst naar alle belastingen of heffingen die worden geïnd op basis van de waarde van de goederen of boven op een belasting of heffing die op deze goederen wordt toegepast.

G.E. 14 14 000 000 is verplicht voor de persoon die de douaneaangifte indient.

§19. De toelichting bij G.E. 14 14 000 000 bepaalt dat de intrinsieke waarde van de goederen per artikel moet opgegeven worden in de valuta van de factuur.

§20. G.E. 14 14 000 000 wordt alleen gebruikt in het kader van de douaneaangifte H7. In geval van een douaneaangifte H1 of een (vereenvoudigde) douaneaangifte I1 moet de intrinsieke waarde van de goederen worden opgegeven in G.E. 14 08 000 000 (Prijs/bedrag per artikel). In geval van een douaneaangifte met de beperkte gegevensset H6 voor goederen in postzendingen moet G.E. 14 12 000 000 (Postwaarde) worden gebruikt met het oog op de intrinsieke waarde van de goederen.

§21. In geval van de bijzondere regeling ‘IOSS’ is het aanbevolen het btw-bedrag op de factuur altijd afzonderlijk te vermelden, zodat de intrinsieke waarde kan worden bepaald en de heffingsgrondslag kan worden berekend.

Voorbeeld 1: intrinsieke waarde van 140 EUR (exclusief btw en geen andere kosten opgegeven)

Artikelnr.

Productbenaming

Prijs

Btw

Totale prijs

1

Winterjas

140 EUR

28 EUR

168 EUR

Voorbeeld 2: intrinsieke waarde van 160 EUR (exclusief btw en geen andere kosten afzonderlijk opgegeven op de factuur)

Artikelnr.

Productbenaming

Prijs

Btw

Totale prijs

1

Winterjas

160 EUR

32 EUR

192 EUR

Aangezien de intrinsieke waarde in voorbeeld 2 hoger is dan 150 EUR, kan de douaneaangifte H7 niet worden gebruikt om deze goederen aan te geven. In plaats daarvan moet een standaard douaneaangifte (H1 of H6 (deze laatste is exclusief voor postaanbieders)) of een (vereenvoudigde) douaneaangifte I1 worden gebruikt.

(c) G.E. 14 15 000 000 Vervoers- en verzekeringskosten tot de bestemming

§22. De toelichting bij dit G.E. bepaalt dat de vervoers- en verzekeringskosten tot op de eindbestemming opgenomen moeten worden in de valuta van de factuur.

§23. G.E. 14 15 000 000 is verplicht voor de persoon die de douaneaangifte indient. In overeenstemming met Bijlage B, titel I, hoofdstuk 1, inleidende aantekening (3) DWU DA worden deze gegevens evenwel uitsluitend verzameld wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen. Bovendien kan ook de inleidende aantekening (6) relevant zijn in deze context. Daarin is vermeld dat de door de aangever verstrekte gegevens moeten zijn gebaseerd op de informatie die bij hem/haar bekend is op het moment dat de aangifte bij de bevoegde douaneautoriteiten wordt ingediend. Dit geldt echter zonder afbreuk te doen aan artikel 15 DWU.

Voorbeeld:

De prijs van de goederen, met inbegrip van vervoers- en verzekeringskosten, die op de factuur staat: 120 EUR.

Op de factuur worden de vervoers- en verzekeringskosten van 20 EUR afzonderlijk vermeld.

De intrinsieke waarde die bij G.E. 14 14 000 000 moet worden opgegeven, is 100 EUR

De transport- en vervoerskosten tot de eindbestemming die bij G.E. 14 15 000 000 moeten worden opgegeven, bedragen 20 EUR.

2.1.3. Wie kan aangever zijn?

§24. De douaneaangifte H7 kan worden ingediend door iedereen die voldoet aan de voorwaarden van artikel 170 DWU. De aangever kan bijgevolg de importeur zijn (d.w.z. de geadresseerde, die gewoonlijk, maar niet noodzakelijk dezelfde persoon is als de koper) die in eigen naam en voor eigen rekening handelt, of een vertegenwoordiger (d.w.z. een postaanbieder, koeriersdienst, douanevertegenwoordiger of iemand met een soortgelijke functie) volgens de algemene voorwaarden van het DWU. Afhankelijk van het type vertegenwoordiging kan de vertegenwoordiger handelen in naam en voor rekening van de persoon die wordt vertegenwoordigd (directe vertegenwoordiging) of in eigen naam en voor rekening van de persoon die wordt vertegenwoordigd (indirecte vertegenwoordiging).

§25. Bij de douaneafhandeling voor het in het vrije verkeer brengen kunnen de bevoegde douaneautoriteiten de vertegenwoordiger vragen naar een bewijs dat aantoont dat aan hem/haar vertegenwoordigingsbevoegdheid is verleend door de vertegenwoordigde persoon. Vertegenwoordigers die dergelijk bewijs niet kunnen voorleggen of die niet verklaren dat zij optreden als vertegenwoordiger, worden geacht te handelen in eigen naam en voor eigen rekening, en dragen de volledige aansprakelijkheid voor de betreffende douaneaangifte.

§26. Om het douaneafhandelingsproces te versnellen, kan reeds op het moment van de aankoop (bijvoorbeeld wanneer de leveringsoptie wordt gekozen) aan de koper worden gevraagd om deze vertegenwoordigingsbevoegdheid te verlenen. Het wordt eveneens aanbevolen ervoor te zorgen dat die bevoegdheid geldt voor alle formaliteiten met betrekking tot de douaneafhandeling van de goederen, met inbegrip van de mogelijke wijziging of de ongeldigmaking van de douaneaangifte.

Voorbeeld:

Een importeur in België bestelt een paar sportschoenen bij een verkoper via een onlineplatform. De zending voldoet aan alle voorwaarden van artikel 143 bis DWU DA (goederen zoals bedoeld in artikel 23, lid 1 Verordening DV en niet onderworpen aan verboden en beperkingen). De goederen worden via een postaanbieder/koeriersdienst verzonden en wanneer de goederen in België aankomen wijst de importeur de postaanbieder/koeriersdienst/een andere douanevertegenwoordiger aan om als indirecte vertegenwoordiger op te treden en bijgevolg de goederen in eigen naam, maar voor rekening van de importeur, in te klaren.

In dit scenario wijst de importeur de postaanbieder/koeriersdienst/een andere douanevertegenwoordiger aan om als indirecte vertegenwoordiger op te treden en bijgevolg de goederen in eigen naam, maar voor rekening van de importeur, in te klaren.

Uittreksel uit de douaneaangifte:

G.E. 13 04 000 000

Importeur

Persoon (particulier of rechtspersoon)

G.E. 13 05 000 000

Aangever

Postaanbieder/koeriersdienst/andere douanevertegenwoordiger

G.E. 13 06 000 000

Vertegenwoordiger

Postaanbieder/koeriersdienst/andere douanevertegenwoordiger

G.E. 13 06 030 000

Status vertegenwoordiger

Code “3” (indirecte vertegenwoordiging in de zin van artikel 18, lid 1 DWU

2.1.4. Welke goederen kunnen worden aangegeven via de douaneaangifte H7?

§27. Zoals in artikel 143 bis DWU DA is uiteengezet, kan de douaneaangifte H7 worden gebruikt voor goederen die aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. Goederen in een zending die overeenkomstig artikel 23, lid 1, of artikel 25, lid 1 Verordening DV een vrijstelling van invoerrechten geniet en;
  2. Goederen in die zending zijn niet onderworpen aan verboden en beperkingen.
  1. Goederen in een zending die overeenkomstig artikel 23, lid 1, of artikel 25, lid 1 Verordening DV een vrijstelling van invoerrechten geniet

§28. Artikel 143 bis DWU DA verwijst naar de Verordening DV, met name naar artikel 23, lid 1, en artikel 25, lid 1, ervan, waarin de volgende drempels zijn vastgesteld;

  • 150 EUR voor goederen met een te verwaarlozen waarde (onderdeel van goederen met een geringe waarde) en;
  • 45 EUR voor geschenken zonder handelskarakter (C2C).

In artikel 23, lid 1 Verordening DV zijn voor de goederen de volgende voorwaarden opgenomen:

  • een te verwaarlozen waarde (goederen waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan 150 EUR per zending bedraagt);
  • uit een derde land rechtstreeks aan een geadresseerde in de Unie gezonden;
  • bepaalde goederen zijn uitgesloten (artikel 24 Verordening DV):
    • alcoholische producten[4];
    • parfum en toiletwater en;
    • tabak en tabaksproducten.

Deze goederen mogen dus niet in een douaneaangifte H7 worden opgenomen, tenzij artikel 25, lid 1 Verordening DV (m.b.t. goederen die door een particulier aan een andere particulier worden gezonden) van toepassing is.
In artikel 26 Verordening DV wordt het toepassingsgebied van de douanevrijstelling beperkt tot een waarde van maximaal 45 EUR voor de goederen (C2C) en in artikel 27 Verordening DV is voor enkele specifieke goederen, de beperking tot bepaalde kwantitatieve drempelwaarden opgenomen.

§29. Er moet worden opgemerkt dat de vrijstelling in overeenstemming met artikel 23, lid 1 Verordening DV, per zending geldt, en als de zending meerdere artikelen bevat, kan deze niet worden opgesplitst met het oog op douanevrijstelling voor een of meerdere artikelen waarvan de waarde maximaal 150 EUR bedraagt.

§30. Artikel 25, lid 1 Verordening DV heeft betrekking op de volgende goederen:

  • goederen vervat in zendingen met een waarde van maximaal 45 EUR per zending;
  • die door een particulier uit een derde land worden verzonden naar een andere particulier die zich in het douanegebied van de Unie bevindt;
  • mits het om een invoer ‘zonder handelskarakter’ gaat, zoals opgenomen in artikel 25, lid 2 Verordening DV:

onder ingevoerde zendingen ‘zonder handelskarakter’ wordt verstaan zendingen die tegelijkertijd:

a) een incidenteel karkater dragen;

b) uitsluitend goederen bevatten die bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de geadresseerde dan wel voor gebruik door leden van zijn gezin, daarbij mag noch de aard, noch de hoeveelheid van die goederen op enig commercieel oogmerk duiden;

door de afzender aan de geadresseerde worden gezonden, zonder dat hiervoor door laatstgenoemde enigerlei betaling plaatsvindt.

In overeenstemming met artikel 27 Verordening DV gelden kwantitatieve beperkingen voor tabaksproducten, alcohol en alcoholhoudende dranken, parfum en toiletwater.

§31. Er moet worden opgemerkt dat voor goederen zonder handelskarakter douanevrijstelling kan worden aangevraagd per individueel goed. Dit wil zeggen dat, indien de totale waarde per zending van twee of meer goederen het bedrag van 45 EUR overschrijdt, de vrijstelling wordt verleend tot het beloop van dat bedrag voor die goederen die, indien zij afzonderlijk zouden zijn ingevoerd, in aanmerking zouden zijn gekomen voor genoemde vrijstelling. De waarde van een afzonderlijk goed mag evenwel niet worden gesplitst (artikel 26, lid 2 Verordening DV). Daarentegen zal de btw-vrijstelling evenwel beschouwd worden voor de volledige zending en niet voor de individuele goederen in die zending[5].

§32. Opgelet! Goederen die onder de vrijstelling van douanerechten vallen op basis van andere artikelen Verordening DV (vb. handelsmonsters) en terugkerende goederen, kunnen niet worden aangegeven met behulp van de douaneaangifte H7 en moeten het voorwerp uitmaken van een vereenvoudigde aangifte of van een standaard aangifte met volledige gegevensset.

§33. Indien de waarde van de geschenken (andere dan alcoholische producten, parfum en toiletwater of tabak en tabaksproducten) de drempel van 45 EUR overschrijdt, maar verder voldoet aan de voorwaarden voor douanevrijstelling in overeenstemming met artikel 23 Verordening DV, wordt de douaneaangifte verworpen door de bevoegde douaneautoriteiten en gewijzigd door de aangever die de code voor de aanvullende regeling C08 vervangt door C07.

§34. Zolang de waarde van de goederen niet hoger is dan 150 EUR, zijn er geen douanerechten verschuldigd, maar er moet wel btw worden betaald op de goederen. De douaneaangifte H7 kan worden gebruikt indien is voldaan aan de andere voorwaarden.

Voorbeelden:

a) Een zending (zonder betaling) van een particulier aan een andere particulier met een waarde van 30 EU:

geen invoerrechten, geen betaling van btw, code voor aanvullende regeling C08.

b) Een zending (zonder betaling) van een particulier aan een andere particulier met een waarde van 50 EUR:
geen invoerrechten, betaling van btw, code voor aanvullende regeling C07.

c) Een zending (zonder betaling) van een particulier aan een andere particulier met een waarde van 100 EUR, bestaande uit:

- artikel 1: waarde 20 EUR:
geen invoerrechten, betaling van btw, code voor aanvullende regeling C07;

- artikel 2: waarde 30 EUR:
geen invoerrechten, betaling van btw, code voor aanvullende regeling C07;

- artikel 3: waarde 50 EUR:
geen invoerrechten, betaling van btw, code voor aanvullende regeling C07.

Aangezien de totale waarde van de zending hoger is dan 45 EUR, kan de btw-vrijstelling niet worden toegepast.

d) Een zending van een particulier aan een andere particulier in een handelstransactie (met betaling) (zoals goederen die via een elektronische C2C-interface worden verkocht) met een waarde die150 EUR niet overschrijdt:
geen invoerrechten, betaling van btw, code voor aanvullende regeling C07.

Er dient opgemerkt te worden dat in de bovengenoemde scenario’s b), c) en d) de code voor aanvullende regeling C07 niet kan worden gecombineerd met F48 of F49, aangezien de bijzondere regeling ‘IOSS’ en de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ uitsluitend van toepassing zijn bij afstandsverkopen van goederen (B2C).

2) De goederen in die zending zijn niet onderworpen aan verboden en beperkingen

§35. Aangezien artikel 143 bis DWU DA stelt dat goederen die aan verboden en/of beperkingen onderworpen zijn, niet in het vrije verkeer kunnen worden gebracht door middel van de douaneaangifte H7, is het niet toegestaan om in dergelijke aangifte goederen op te nemen die niet voldoen aan deze vereiste. Dergelijke goederen, met uitzondering van die waarvan het in het vrije verkeer brengen verboden is, moeten nog steeds worden aangegeven met een standaard douaneaangifte die alle relevante informatie bevat. Door een douaneaangifte H7 in te dienen, geeft de aangever te kennen dat de goederen niet onderworpen zijn aan verboden of beperkingen.

§36. Om na te gaan of aan deze voorwaarde is voldaan, baseren de bevoegde douaneautoriteiten zich op de meegedeelde gegevens in de douaneaangifte en, meer bepaald, op de zescijferige GS‑code, maar ook op de omschrijving van de goederen en de naam en het adres van de exporteur.

§37. Het is belangrijk op te merken dat de in artikel 143 bis DWU DA, opgenomen bepaling ‘op voorwaarde dat de goederen in die zending niet aan verboden en beperkingen onderworpen zijn’, niet mag worden opgevat als het uitsluiten van het gebruik van de douaneaangifte H7 van alle goederen met een zescijferige GS-code die verband zouden kunnen houden met een TARIC-maatregel inzake verboden en beperkingen.

Bijgevolg:

  • wanneer alle goederen, geïdentificeerd door de achtcijferige GN-code, onder de aangegeven zescijferige GS-code, aan een maatregel inzake verboden en beperkingen zijn onderworpen, wordt de GS-code geblokkeerd en de douaneaangifte H7 verworpen;
  • wanneer slechts bepaalde achtcijferige GN-codes onder de aangegeven zescijferige GS-code verband houden met maatregelen inzake verboden en beperkingen, wordt de douaneaangifte H7 gemarkeerd en moeten bijkomende controles worden uitgevoerd door de bevoegde douaneautoriteiten.

2.1.5. Te gebruiken code voor de douaneregeling

§38. Voor de douaneaangifte H7 is in alle gevallen de code ’40 00’ van toepassing voor de douaneregeling, zoals voorzien in Bijlage B DWU IA:

H7

Douaneaangifte voor het vrije verkeer met betrekking tot een zending die is vrijgesteld van rechten bij invoer overeenkomstig artikel 23, lid 1, of artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1186/2009

40 00

Deze code wordt niet expliciet vermeld op de douaneaangifte H7.

§39. Zendingen mogen NIET in aanmerking komen voor vrijstelling van invoerrechten indien deze, voordat ze in het vrije verkeer worden gebracht, onder een andere douaneregeling werden geplaatst. Opslag in een douane-entrepot is dus niet toegestaan, aangezien dat in strijd is met de voorwaarde betreffende rechtstreekse zending zoals opgenomen in artikel 23, lid 1 Verordening DV. Tijdelijke opslag is wel mogelijk aangezien dit geen douaneregeling is.

§40. Dit betekent dat goederen die aanvankelijk onder de regeling douane-entrepot werden geplaatst, niet kunnen worden aangegeven met een douaneaangifte H7. Goederen die zich onder tijdelijke opslag bevinden of onder de regeling douanevervoer zijn geplaatst onmiddellijk nadat ze in het douanegebied van de Unie zijn aangekomen of voordat ze zijn aangekomen, kunnen echter wel worden aangegeven met een douaneaangifte H7. In beide gevallen is ‘40 00’ de code voor de regeling.

2.1.6. Overgangsmaatregelen

§41. Artikel 143 bis, lid 3 DWU DA voorziet overgangsmaatregelen voor de lidstaten die vanaf 1 juli 2021 geen gebruik maken van de douaneaangifte H7. Aangezien België vanaf 1 juli 2021 de douaneaangifte H7 wel gebruikt, zijn deze overgangsmaatregelen in België niet van toepassing.

2.2. Douaneaangifte H1

OPGELET:
Het indienen van de douaneaangiften met gegevensset H1, H6 en I1 zijn in België pas voorzien vanaf oktober 2022 (ten laatste vanaf 01/01/2023). Tot die datum blijven de huidige aangiftemodaliteiten van toepassing.

§42. De standaard douaneaangifte H1 bevat drie keer meer gegevenselementen dan de douaneaangifte H7. Deze standaard douaneaangifte blijft een mogelijkheid voor het aangeven van een invoer van zendingen met een geringe waarde in de EU. Bovendien is de douaneaangifte H1 in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld accijnsgoederen, goederen onderworpen aan verboden en beperkingen enz.) de enige aangifte die de geschikte gegevensset bevat voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen.

§43. Rekening houden met de volumes is het evenwel belangrijk om te benadrukken dat het gebruik van aangiften met een beperkte gegevensset in de mate van het mogelijke de voorkeur verdient omwille van de capaciteitslimieten van de IT-systemen van zowel koeriersdiensten als postaanbieders, alsook van de douaneautoriteiten.

2.3. (Vereenvoudigde) douaneaangifte I1 en overige vereenvoudigingen

OPGELET:
Het indienen van de douaneaangiften met gegevensset H1, H6 en I1 zijn in België pas voorzien vanaf oktober 2022 (ten laatste vanaf 01/01/2023). Tot die datum blijven de huidige aangiftemodaliteiten van toepassing.

§44. Het gebruik van de douaneaangifte H7 is facultatief en de keuze is aan de persoon die de douaneaangifte indient. Als deze douaneaangifte niet wordt gebruikt, kan de betrokken persoon ervoor kiezen om een (standaard) douaneaangifte H1 of een (vereenvoudigde) douaneaangifte I1 te gebruiken. In het geval van de douaneaangifte I1 moeten evenwel meer gegevenselementen worden ingevuld dan in de douaneaangifte voor bepaalde zendingen met een geringe waarde, met name de douaneaangifte H7.

§45. Voor postzendingen is het uiteraard mogelijk om de douaneaangifte H6 te gebruiken.

§46. Alle vereisten betreffende de validering van het ‘IOSS-btw-identificatienummer’, de inning van de btw en de verslaggeving bij ‘Surveillance’ zijn van toepassing (zie §§ 77 t/m 81).

2.3.1. Douaneaangifte I1

OPGELET:
Het indienen van de douaneaangiften met gegevensset H1, H6 en I1 zijn in België pas voorzien vanaf oktober 2022 (ten laatste vanaf 01/01/2023). Tot die datum blijven de huidige aangiftemodaliteiten van toepassing.

§47. Voor zover, binnen het kader van het DWU, aan de voorwaarden voor het gebruik van een dergelijke vereenvoudiging is voldaan, kan de douaneafhandeling van zendingen met een geringe waarde d.m.v. een vereenvoudigde aangifte gebeuren.

§48. Bij gebruik van de bijzondere regeling ‘IOSS’ moet het ‘IOSS-btw-identificatienummer’ vermeld worden in G.E. 13 16 000 000 van de gegevensset van de gebruikte douaneaangifte. Tot de datum van de upgrade van het nationale invoersysteem (uiterlijk 31/12/2022), gelden de gegevensvereisten voor de vereenvoudigde aangifte die in Bijlage 9, aanhangsel A DWU TDA, zijn opgenomen. In dat geval moet het ‘IOSS-btw-identificatienummer’ in vak 44 van de douaneaangifte worden genoteerd. Het zou dus in principe mogelijk zijn om de vereenvoudigde aangifte te gebruiken tijdens de overgangsperiode.

§49. Voor het gebruik van de vereenvoudigde aangifte hoeft in overeenstemming met artikel 167, lid 3 DWU geen aanvullende aangifte ingediend te worden voor zendingen met een geringe waarde.

§50. Het is belangrijk op te merken dat de gegevensset voor de douaneaangifte I1 is afgestemd op de behoeften van traditionele handelstransacties en veel meer gegevenselementen bevat dan de douaneaangifte H7. Het gebruik van de vereenvoudigde aangifte kan dus een extra belasting betekenen voor zowel de aangevers als de douaneautoriteiten (met inbegrip van de verplichting om gegevens naar het ‘Surveillance’-systeem te verzenden (zie §§ 77 t/m 81)).

2.3.2. Inschrijving in de administratie van de aangever (EIDR)

§51. De inschrijving in de administratie van de aangever is een douanevereenvoudiging waarvoor een vergunning nodig is die kan worden verleend onder specifieke voorwaarden en criteria zoals gedefinieerd in artikel 182 DWU. De twee types van inschrijving in de administratie van de aangever (namelijk: met aanbrengen van de goederen of met ontheffing van de verplichting om de goederen aan te brengen) kunnen worden gebruikt om zendingen met een geringe waarde aan te geven om ze in het vrije verkeer te brengen en dit in het kader van het standaard mechanisme voor de inning van de invoer-btw.

§52. Dergelijke vereenvoudiging is evenwel niet geschikt voor de bijzondere regeling ‘IOSS’, aangezien noch de inschrijving in de administratie van de aangever met aanbrengen van de goederen, noch de inschrijving in de administratie van de aangever met ontheffing van de verplichting om goederen aan te brengen, kan voldoen aan de vereisten voor validering van het ‘IOSS-btw-identificatienummer’ en de maandelijkse verslaggeving. Bovendien moet er rekening mee gehouden worden dat de ontheffing van de verplichting voor het indienen van de aanvullende aangifte niet mogelijk is bij de inschrijving in de administratie van de aangever, ongeacht welk mechanisme voor de inning van de btw wordt gebruikt.

§53. In België is het niet mogelijk om EIDR te gebruiken om zendingen met een geringe waarde aan te geven voor het in het vrije verkeer brengen onder de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’.

2.3.3. Gecentraliseerde vrijmaking

§54. De gecentraliseerde vrijmaking is niet verenigbaar met de beoogde doelstellingen, zijnde inning van de btw in de lidstaat van verbruik en in het bijzonder met artikel 221, lid 4 DWU IA.

2.4. Douaneaangifte H6 - Douaneafhandeling van postzendingen

OPGELET:
Het indienen van de douaneaangiften met gegevensset H1, H6 en I1 zijn in België pas voorzien vanaf oktober 2022 (ten laatste vanaf 01/01/2023). Tot die datum blijven de huidige aangiftemodaliteiten van toepassing.

§55. Alle postzendingen die in de Unie worden ingevoerd, kunnen, ongeacht de waarde ervan, worden aangegeven voor het in het vrije verkeer brengen door middel van een douaneaangifte H1 of, indien aan de in artikel 166 DWU genoemde voorwaarden is voldaan, via een vereenvoudigde aangifte I1.

2.4.1. Overzicht mogelijke vereenvoudigde formaliteiten voor douaneafhandeling van postzendingen

§56. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijke vereenvoudigde formaliteiten voor de douaneafhandeling van postzendingen, naargelang hun waarde:

Intrinsieke waarde

Soort aangifte

Toepassingsperiode

Toepassingsvoorwaarden

Goederen

≤ 150 EUR

Elektronische douaneaangifte H7

Vanaf 1 juli 2021

- Goederen die genieten van vrijstelling van douanerechten (artikel 23 of 25 Verordening DV)

-  Verboden en beperkingen

- Uitsluitend douaneregeling 40 00

Goederen in een postzending ≤ 1.000 EUR

Elektronische douaneaangifte H6

Vanaf de upgrade van het nationale systeem

-  Verboden en beperkingen

-  Douaneregeling 42/63

Douaneaangifte gebruikmakend van Bijlage 9 DWU TDA

Tot de upgrade van het nationale systeem (uiterlijk 31/12/2022)

Goederen

> 1.000 EUR

Elektronische douaneaangifte H1

Vanaf de upgrade van het nationale systeem

Douaneaangifte gebruikmakend van Bijlage 9 DWU TDA

Tot de upgrade van het nationale systeem (uiterlijk 31/12/2022)

2.4.2. Beschrijving artikel 144 DWU DA en de gegevensset H6

§57. De beperkte gegevensset die in artikel 144 DWU DA wordt genoemd, kan worden gebruikt voor de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen van goederen in een postzending met een waarde die niet hoger is dan 1.000 EUR.

§58. Zoals hiervoor beschreven, wordt, door de afschaffing van de ‘de minimis-drempel’ voor btw, een douaneaangifte verplicht voor alle goederen, met inbegrip van goederen met een waarde beneden 22 EUR. Deze laatste goederen worden vandaag door enige andere handeling door de postaanbieders aangegeven. Krachtens artikel 144 DWU DA kan een standaard douaneaangifte met een beperkte gegevensset (H6) worden ingediend indien aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

  • de aangifte is beperkt tot goederen in postzendingen aangegeven door postaanbieders;
  • de goederen zijn niet onderworpen aan verboden en beperkingen en;
  • de waarde van de goederen is niet hoger dan 1.000 EUR.

§59. Het gebruik van de douaneaangifte H6 voor het in het vrije verkeer brengen is niet verplicht: de keuze om deze al dan niet te gebruiken, wordt aan de postaanbieders overgelaten.

§60. Het is belangrijk erop te wijzen dat zodra de douaneaangifte H6 beschikbaar is in het nationale invoersysteem, alle goederen in postzendingen met een waarde die niet hoger is dan 1.000 EUR en die niet aan verboden en beperkingen onderworpen zijn, via deze gegevensset H6 kunnen worden aangegeven. Dit omvat ook de goederen die onder artikel 143 bis DWU DA vallen.

2.5. Het gebruik van een douaneaangifte, vóór de aanbrenging van de goederen, als aangifte voor tijdelijke opslag

§61. Wanneer zendingen met een geringe waarde in de Unie worden ingevoerd, kan elke bijkomende formaliteit de dienstverleningskosten doen stijgen en de levering van de pakketten vertragen. Het is dan ook aanbevolen om bepaalde invoerformaliteiten voor deze specifieke goederen samen te voegen.

§62. Hiertoe voorziet artikel 192 DWU IA de mogelijkheid om een douaneaangifte vóór de aanbrenging van de goederen, zoals bepaald in artikel 171 DWU, te beschouwen als een aangifte voor tijdelijke opslag. Deze bepaling geldt voor alle gegevenssets en is niet beperkt tot de douaneaangifte H7. Deze bepaling is hoofdzakelijk van toepassing wanneer de douaneaangifte wordt ingediend door de persoon die ook verantwoordelijk is voor het aanbrengen van de goederen.

3. Mechanismen voor de inning van btw

3.1. De bijzondere regeling ‘IOSS’

De bepalingen inzake de bijzondere regeling ‘IOSS’ zijn opgenomen in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van de Btw-richtlijn 2006/112/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad. Op nationaal vlak zijn deze bepalingen opgenomen in artikel 58 quinquies van het Btw-Wetboek.

3.1.1. Basisconcept

§63. Vanaf 1 juli 2021 zijn alle goederen met een geringe waarde die in de Unie worden ingevoerd, onderworpen aan btw. De bijzondere regeling ‘IOSS’ werd gecreëerd voor de aangifte van en de betaling van btw op de goederen die via afstandsverkopen uit derde landen of derdelandsgebieden in de Unie worden ingevoerd.

§64. Hieronder wordt een kort overzicht gegeven van de bijzondere regeling ‘IOSS’ en worden de basisbegrippen en de werking ervan besproken. Zie punt 4.2 van de ‘Toelichting op de btw-regels voor e-commerce’ voor een volledig overzicht van de bijzondere regeling ‘IOSS’, waarin onder meer wordt uiteengezet welke transacties hieronder vallen, wie een beroep kan doen op de bijzondere regeling ‘IOSS’ en hoe deze werkt.

§65. Het gebruik van de bijzondere regeling ‘IOSS’ is niet verplicht voor verkopers. Binnen dit kader verstaan we onder het begrip ‘verkoper’: de leveranciers, leveranciers in onderaanneming en aangenomen leveranciers (elektronische interface). Bovendien zijn deze verkopers mogelijks verplicht om een tussenpersoon aan te wijzen om de bijzondere regeling ‘IOSS’ te gebruiken.

§66. Om gebruik te kunnen maken van de bijzondere regeling ‘IOSS’, moet een belastingplichtige of diens tussenpersoon zich registreren en krijgt hij een ‘IOSS-btw-identificatienummer’. Meer informatie over wie de bijzondere regeling ‘IOSS’ kan gebruiken, is terug te vinden in punt 4.2.4 en punt 4.2.5 van de ‘Toelichting op de btw-regels voor e-commerce’ (overzichtstabel zie Bijlage III). Een verkoper die ervoor heeft gekozen om gebruik te maken van de bijzondere regeling ‘IOSS’, moet al zijn afstandsverkopen van ingevoerde goederen met een geringe waarde aan alle in gans de Unie gevestigde consumenten aangeven met behulp van zijn ‘IOSS-btw-identificatienummer’. De controle om te waarborgen dat de verkoper de btw in het kader van de bijzondere regeling ‘IOSS’ heeft geïnd voor alle verkopen van goederen met een geringe waarde bestemd voor consumenten in de Unie, gebeurt door de bevoegde belastingautoriteiten van de lidstaat van identificatie.

§67. Het toepassingsgebied van de bijzondere regeling ‘IOSS’ is beperkt tot afstandsverkopen van goederen in zendingen met een intrinsieke waarde die op het moment van levering niet hoger is dan 150 EUR en die uit een derde land of derdelandsgebied in de Unie worden ingevoerd. De goederen onderworpen aan accijnzen zijn uitgesloten van de bijzondere regeling ‘IOSS’.

§68. Zie punt 4.2.3 van de ‘Toelichting op de btw-regels voor e-commerce’ voor een gedetailleerde beschrijving van het toepassingsgebied van de bijzondere regeling ‘IOSS’. Daarnaast is een samenvatting van het toepassingsgebied van de bijzondere regeling ‘IOSS’, de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ en de douaneaangifte H7 terug te vinden in Bijlage I.

3.1.2. Beschrijving van het proces

§69. In wezen werkt de bijzondere regeling ‘IOSS’ als volgt:

  • de verkoper registreert zich voor btw-doeleinden in een lidstaat, heft en int de btw op de afstandsverkopen van goederen die worden verzonden/vervoerd naar consumenten in de Unie, en geeft die btw aan en betaalt deze aan de lidstaat van identificatie. Deze lidstaat zal vervolgens de btw verdelen onder de lidstaten van bestemming van de goederen;
  • de goederen (verkocht btw inbegrepen) zijn dus vrijgesteld van btw bij invoer in de Unie om een dubbele betaling van de btw te vermijden. De bevoegde douaneautoriteiten van de lidstaat van invoer stellen maandelijks een lijst op met de waarde van invoer per ‘IOSS-btw-identificatienummer’ en delen deze met de bevoegde belastingautoriteiten van de lidstaat van identificatie.

§70. Het onderstaande overzicht[6] geeft een visuele voorstelling van de werking van de bijzondere regeling ‘IOSS’:

Invoer van goederen uit derde landen of derdelandsgebieden

§71. Voor afstandsverkopen van goederen ingevoerd uit derde landen of derdelandsgebieden die gebruikmaken van de bijzondere regeling ‘IOSS’ vindt het belastbaar feit en de verschuldigdheid van de btw plaats op het tijdstip van de levering (wanneer de betaling wordt aanvaard).

§72. Om een dubbele btw-heffing te vermijden, is de invoer van de goederen die zijn aangegeven met een geldig ‘IOSS-btw-identificatienummer’, vrijgesteld van btw. Een douaneaangifte (met gegevensset H1, H6, H7 of I1) met een geldig ‘IOSS-btw-identificatienummer’ en de code voor aanvullende regeling ‘F48’ moet worden beschouwd als een verzoek om vrijstelling van invoer‑btw. De bevoegde douaneautoriteiten controleren of aan de voorwaarden voor vrijstelling van de invoer-btw en, in voorkomend geval, aan de voorwaarden voor het gebruik van de douaneaangifte is voldaan. Indien niet aan alle voorwaarden is voldaan, moet de douaneaangifte worden verworpen (bijvoorbeeld in geval van een ongeldig ‘IOSS-btw-identificatienummer’) of moet deze door de aangever worden gewijzigd (bijvoorbeeld in geval van onderwaardering van de goederen waarvan de intrinsieke waarde niet hoger is dan 150 EUR).

Voorbeeld voor het gebruik de bijzondere regeling ‘IOSS’ overeenkomstig 143 bis DWU DA:

In lidstaat A wordt een pakket onder de bijzondere regeling ’IOSS’ met twee online bestelde T-shirts van elk 30 EUR in het vrije verkeer gebracht en dit pakket heeft als eindbestemming lidstaat B. Er is een geldig ‘IOSS-btw-identificatienummer’ opgegeven bij G.E. 13 16 000 000 en de codes voor de aanvullende regelingen C07 en F48 zijn gebruikt voor G.E. 11 10 000 000. De goederen zijn niet aan verboden en beperkingen onderworpen.

3.1.3. Aansprakelijkheid van de actoren in het kader van de bijzondere regeling ‘IOSS’

§73. Volgens de btw-regels voor e-commerce is de belastingplichtige (of, in voorkomend geval, diens tussenpersoon) die een beroep doet op de bijzondere regeling ‘IOSS’ aansprakelijk voor de inning en de betaling van de btw op afstandsverkopen van ingevoerde goederen en is hij gehouden tot het indienen van de ‘IOSS-btw-aangifte’. De ‘tussenpersoon’ in het kader van de bijzondere regeling ‘IOSS’ is een ander begrip dan de ‘aangever’ of diens ‘vertegenwoordiger’ die is betrokken bij het in het vrije verkeer brengen van de goederen in de Unie.

§74. Met betrekking tot de douanewetgeving ligt de aansprakelijkheid bij de aangever van de douaneaangifte en hangt de aansprakelijkheid af van het soort douanevertegenwoordiging. In geval van directe vertegenwoordiging is de aansprakelijkheid van de douanevertegenwoordiger beperkt in overeenstemming met artikel 18 DWU aangezien de vertegenwoordigde persoon de aangever is: de douanevertegenwoordiger handelt in naam en voor rekening van de importeur (de eindgeadresseerde) en de importeur is de aangever.

§75. In geval van indirecte vertegenwoordiging wordt de douanevertegenwoordiger de aangever: de douanevertegenwoordiger is samen met de vertegenwoordigde persoon hoofdelijk aansprakelijk.

§76. De importeur kan de goederen ook rechtstreeks inklaren, d.w.z. zonder beroep te doen op een douanevertegenwoordiger, aangezien de importeur dan als aangever optreedt.

3.1.4. Maandelijkse aangifte

§77. Om een controle te kunnen uitvoeren op het correcte gebruik van het ‘IOSS-btw-identificatienummer’ en om te voorkomen dat goederen illegaal worden ingevoerd met vrijstelling van btw in het kader van de bijzondere regeling ‘IOSS’, werd in de Btw-richtlijn een specifieke controlemaatregel ingevoerd (die wordt opgenomen in het toekomstig nationaal Koninklijk Besluit hieromtrent). Hiertoe moeten de lidstaten een maandelijkse aangifte opstellen met de totale waarde van de goederen ingevoerd met de bijzondere regeling ‘IOSS’ in die lidstaat tijdens een bepaalde maand, met aanduiding van de totale waarde van de invoeren per ‘IOSS-btw-identificatienummer’. Deze aangifte moet worden meegedeeld aan de bevoegde belastingautoriteit van de betrokken lidstaat van identificatie, die de aangiften kan gebruiken om de opgegeven bedragen te vergelijken met de inhoud van de ‘IOSS-btw-aangifte’ en zo over een bijkomende vorm van controle beschikt. De aangevers (inzake douane) hebben geen enkele verplichting in verband met de maandelijkse aangifte.

§78. Het ‘Surveillance’-systeem van de Unie verzekert een toezicht op de invoer en de uitvoer van specifieke goederen in/uit de eengemaakte markt van de Unie op het gebied van volumes en/of waarde en wordt gebruikt om na te gaan of de lidstaten voldoen aan de verplichting met betrekking tot het opmaken van de maandelijkse lijsten in het kader van de bijzondere regeling ‘IOSS’.

§79. Het ‘Surveillance’-systeem wordt beheerd door DG TAXUD. De belangrijkste gegevensbronnen van dit systeem zijn de douaneaangiften voor invoer en uitvoer die worden beheerd door de nationale systemen voor de verwerking van douaneaangiften.

§80. De lidstaten zenden op regelmatige tijdstippen de relevante gegevenselementen van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen door naar het ‘Surveillance’-systeem. Het ‘Surveillance’-systeem consolideert deze gegevens en zet deze om in informatie die kan worden gebruikt voor rapportering en analyse.

§81. De lidstaten moeten de totale waarde van de goederen die in het kader van de bijzondere regeling ‘IOSS’ zijn vrijgesteld van btw en die gedurende een bepaalde maand in die lidstaat in het vrije verkeer zijn gebracht, opslaan en ter beschikking stellen van andere lidstaten. De waarden moeten verstrekt worden per ‘IOSS-btw-identificatienummer’. Hierdoor kunnen de bevoegde belastingautoriteiten van de lidstaten de heffingsgrondslag van de btw, die voortvloeit uit de gegevenselementen van de douaneaangifte, vergelijken met de waarden die in de ‘IOSS-btw-aangiften’ zijn aangegeven.

Maandelijkse lijst met de totale waarde van de invoer per ‘IOSS-btw-identificatienummer’.

§82. De lidstaten moeten per ‘IOSS-btw-identificatienummer’ een maandelijkse lijst opstellen met de totale waarde van de invoeren die op hun grondgebied hebben plaatsgevonden en waarvoor een geldig ‘IOSS-btw-identificatienummer’ werd verstrekt bij invoer. Hiertoe zal het ‘Surveillance’‑systeem van de Commissie worden gebruikt. Daarom moeten de bevoegde douaneautoriteiten regelmatig alle relevante gegevens van douaneaangiften naar het ‘Surveillance’-systeem verzenden om de maandelijkse verslagen te kunnen opstellen die volgens de btw-wetgeving vereist zijn. De bevoegde belastingautoriteiten van de lidstaten krijgen via het ‘Surveillance’-systeem rechtstreeks toegang tot de maandelijkse ‘IOSS-verslagen’.

§83. De bevoegde belastingautoriteiten zullen deze informatie gebruiken voor controledoeleinden door de in het systeem aangeduide waarde te vergelijken met de waarde die is aangegeven in de btw-aangifte die door de houder van het ‘IOSS-btw-identificatienummer’ werd ingediend.

§84. Wat betreft de verplichting om een maandelijkse lijst in te dienen met de totale waarde van de invoer per ‘IOSS-btw-identificatienummer’, werd het DWU IA gewijzigd om de rechtsgrondslag voor de verzameling en uitwisseling van de relevante btw-informatie in het kader van het ‘Surveillance’-systeem te kunnen voorzien (artikel 55 en Bijlagen 21-01, 21-02 en 21-03 DWU IA).

3.2. De bijzondere regeling ‘Special Arrangements’

De bepalingen inzake de bijzondere regeling ‘Special arrangements’ zijn opgenomen in titel XII, hoofdstuk 7, van de Btw-richtlijn, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad. Op nationaal vlak zijn deze bepalingen opgenomen in artikel 58 sexies van het Btw-Wetboek.

3.2.1. Basisconcept en beschrijving van het proces (volledig traject)

§85. Het toepassingsgebied van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ is beperkt tot de invoer van goederen in zendingen met een intrinsieke waarde niet hoger dan 150 EUR en waarvan de verzending of het vervoer eindigt in de lidstaat van invoer. Goederen die zijn onderworpen aan accijnzen, zijn uitgesloten van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’, deze uitsluiting is minstens geldig tot 31/12/2022. Zie hoofdstuk 4, punt 4.3.3 van de ‘Toelichting op de btw-regels voor e-commerce’ voor meer informatie over het toepassingsgebied.

§86. Het doel van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ is de inning van de invoer-btw te vereenvoudigen voor de invoer van zendingen met een geringe waarde in de Unie wanneer de bijzondere regeling ‘IOSS’ niet wordt gebruikt. Het gebruik van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ is evenwel facultatief voor de persoon die de goederen aangeeft voor rekening van de geadresseerde (d.w.z. de importeur).

§87. Er moet op gewezen worden dat de btw niet wordt beschouwd als een invoerrecht in de zin van artikel 5, punt 20) DWU. De in het DWU opgenomen douaneformaliteiten zijn van toepassing op de invoer van zendingen met een geringe waarde. De persoon die gehouden is tot betaling van de invoer-btw is evenwel gedefinieerd in artikel 58 sexies, § 2 van het Btw-Wetboek en de btw wordt berekend en geïnd in overeenstemming met artikel 58 sexies, §3 van het Btw-Wetboek. In deze regels is voorzien dat de persoon voor wie de goederen zijn bestemd degene is die gehouden is tot de betaling van de invoer-btw.

3.2.2. Beschrijving van het proces

§88. Het onderstaande overzicht geeft een visuele voorstelling van de werking van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’:

§89. De bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ kan enkel worden gebruikt indien de lidstaat van bestemming van de goederen en de lidstaat van invoer dezelfde zijn, met name wanneer de eindbestemming van de aan de importeur toegezonden goederen is gelegen in de lidstaat waar de goederen in het vrije verkeer worden gebracht. Dit is noodzakelijk, aangezien de btw verschuldigd is in de lidstaat van invoer en de lidstaat van invoer kan de in een andere lidstaat van toepassing zijnde btw niet innen.

§90. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ is volgens hetzelfde principe het bevoegde douanekantoor voor het, voor vrije verkeer aangeven van zendingen met een geringe waarde, het douanekantoor dat is gelegen in de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen eindigt (artikel 221, lid 4 DWU IA).

§91. In overeenstemming met artikel 6, §1 van het Koninklijk besluit nr. 7 is de invoer-btw verschuldigd door de geadresseerde (d.w.z. de importeur) die in België een belastbare invoer van goederen verricht.

§92. De btw is slechts verschuldigd indien ze daadwerkelijk werd geïnd bij de geadresseerde (d.w.z. de importeur) en dit om omslachtige teruggaafprocedures te vermijden in de gevallen dat de goederen niet konden worden geleverd of door de geadresseerde werden geweigerd. De administratie moet worden bijgehouden door de persoon die gebruikmaakt van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ (doorgaans postaanbieders, koeriersdiensten, douanevertegenwoordigers en soortgelijke marktdeelnemers, op voorwaarde dat zij de goederen bij de bevoegde douaneautoriteiten aanbieden). De administratie moet het mogelijk maken het totale btw-bedrag vast te stellen dat gedurende een bepaalde maand werd geïnd en het bewijs te leveren van de gevallen waarin de btw niet kon worden geïnd omdat de goederen niet werden geleverd.

§93. In België, is een specifieke douanevergunning nodig om gebruik te maken van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’.

§94. Het gebruik van de vergunning voor uitgestelde betaling inzake douanerechten, voor de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’, is alleen mogelijk indien de voorwaarden voor de uitgestelde betaling dezelfde zijn, d.w.z. de betaaldatum is de 16e van de volgende maand, met betrekking tot het totale bedrag aan rechten dat gedurende een bepaalde maand verschuldigd is geworden, in overeenstemming met artikel 108, lid 1, tweede alinea DWU.

Voorbeeld voor het gebruik van de douaneaangifte H7

- Een consument in België heeft online een boek besteld bij een verkoper in een derde land.

- Het boek wordt per post naar de Unie vervoerd.

- De verkoper is niet geregistreerd voor ‘IOSS’, dus moet de invoer-btw worden betaald bij invoer.

- De intrinsieke waarde van het boek is 60 EUR, dus kan de douaneaangifte H7 worden gebruikt voor de douaneafhandeling bij invoer van het pakket in België.

- Bpost geeft de goederen aan via de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’, duidt de consument in de Unie aan als de importeur en vermeldt de codes C07 en F49 in het veld voor de code voor de aanvullende regeling (G.E. 11 10 000 000).

- De bevoegde douaneautoriteiten geven de goederen vrij voor het in het vrije verkeer brengen met uitstel van betaling voor de btw.

- Bpost berekent de btw aan de hand van het standaard btw-tarief in België en int de btw van de consument om het boek te kunnen leveren.

- Bpost betaalt het overeenkomstige btw-bedrag uiterlijk de 16e van de volgende maand aan de bevoegde douaneautoriteiten.

3.2.3. Aansprakelijkheid van de actoren in het kader van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’

§95. De douaneaangifte moet worden ingediend via een indirecte douanevertegenwoordiger, aangezien de betaling voor alle aangiftes met de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ gebeurt via de rekening van de aangever moet de aangifte gebeuren via indirecte vertegenwoordiging.

§96. Wat betreft de verschuldigdheid van de btw, hebben de betrokken partijen de volgende verantwoordelijkheden:

  • de consument (doorgaans de geadresseerde (importeur) van het pakket) is gehouden tot de voldoening van de verschuldigde btw en;
  • de persoon die gebruikmaakt van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ (doorgaans de persoon die de goederen voor rekening van de consument bij de douane aanbrengt), is aansprakelijk voor de inning van de btw bij de geadresseerde (de importeur) en voor de betaling van de geïnde btw aan de bevoegde douaneautoriteiten. De betaling aan de bevoegde douaneautoriteiten moet maandelijks gebeuren.

3.2.4. Procedure voor de maandelijkse betaling en maandelijkse aangifte

§97. De persoon die gebruikmaakt van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ (doorgaans de douanevertegenwoordiger die voor rekening van de importeur/geadresseerde optreedt), is aansprakelijk voor de inning van de btw bij de consument en voor de betaling van de geïnde btw aan de bevoegde douaneautoriteiten. Deze betaling moet uiterlijk de 16e van de maand volgend op de inning van de btw gebeuren.

§98. Overeenkomstig artikel 58 sexies van het Btw-Wetboek moet de, in het kader van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’, geïnde btw maandelijks elektronisch worden aangegeven. Op de aangifte wordt het totale btw-bedrag vermeld dat in de desbetreffende kalendermaand is geïnd. In België gebeurt deze aangifte automatisch op basis van de ‘niet-ongeldig-gemaakte aangiften’ op de veertiende dag na het einde van de betreffende maand. Een rapportering van deze elektronische aangifte wordt verstuurd aan de marktdeelnemers die gebruik maken van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’. Indien zij deze rapportering niet betwisten, wordt het daarop vermelde btw-bedrag op de zestiende dag na het einde van de referentiemaand van hun kredietrekening afgeboekt. Er moet worden opgemerkt dat een dergelijke aangifte geen douaneaangifte is zoals bedoeld in artikel 5, punt 12) DWU.

§99. De personen die gebruikmaken van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’, moeten de douaneafhandeling waarbij de btw in het kader van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ werd geïnd, gedurende een door de lidstaat van invoer bepaalde periode bewaren in de administratie. Deze administratie moet voldoende gedetailleerd zijn, zodat de bevoegde belasting- en/of douaneautoriteiten van de lidstaat van invoer kunnen controleren of de btw correct werd aangegeven en geïnd. Zie hoofdstuk 4, punt 4.3.6 van de ‘Toelichting op btw-regels voor e-commerce’ voor meer informatie.

§100. De gegevens van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen in het kader van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ worden naar het ‘Surveillance’-systeem verstuurd volgens hetzelfde proces zoals opgenomen in de §§ 78 t/m 84.

3.3. Standaard mechanisme voor de inning van de btw

3.3.1. Basisconcept

§101. Indien voor de inning van de invoer-btw geen vereenvoudiging (de bijzondere regeling ‘IOSS’ of de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’) wordt gebruikt, gelden de standaardregels en wordt de invoer-btw geïnd in overeenstemming met de toepasselijke douane- en btw-reglementering.

3.3.2. Beschrijving van het proces

§102. Wanneer het standaard mechanisme wordt gebruikt voor de inning van btw, kunnen goederen, die in overeenstemming met artikel 23, lid 1, of artikel 25, lid 1 Verordening DV zijn vrijgesteld van douanerechten, enkel worden aangegeven voor het in het vrije verkeer brengen in de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen eindigt, overeenkomstig artikel 221, lid 4 DWU IA. Dat betekent dat de lidstaat van invoer en de lidstaat van bestemming (consumptie) dezelfde moeten zijn. Dit is noodzakelijk, aangezien de btw in de lidstaat van invoer is verschuldigd en die lidstaat de btw niet kan innen tegen het btw-tarief dat van toepassing is in een andere lidstaat. De persoon die de aangifte indient, kan kiezen tussen de douaneaangifte met gegevensset H7, I1 of H1 (de gegevensset H6 is beperkt tot postaanbieders).

§103. Bij de invoer kan de persoon die gehouden is tot de voldoening van de verschuldigde invoer‑btw, elke persoon (of personen) zijn die door de lidstaat van invoer als de tot voldoening van de belasting gehouden personen heeft aangewezen of erkend, overeenkomstig artikelen 6 en 8 van het Koninklijk besluit nr. 7. In de praktijk zijn doorgaans de importeur (d.w.z. de geadresseerde) en, in geval van indirecte vertegenwoordiging, de aangever van de douaneaangifte, hoofdelijk aansprakelijk voor het betalen van de invoer-btw.

§104. Het onderstaande overzicht geeft een visuele voorstelling van het standaardmechanisme voor inning van btw:

4. Formaliteiten voor de uitvoer en wederuitvoer van zendingen met een geringe waarde

4.1. Overzicht

§105. Evenals andere goederen kunnen zendingen met een geringe waarde of met een waarde van minder dan 1.000 EUR worden uitgevoerd of wederuitgevoerd, rekening houdend met de commerciële omstandigheden van dergelijke zendingen (verzoek om terugbetaling van de geïnde rechten, overeenkomsten met de leverancier, enz.). De onderstaande tabel (overgenomen uit punt 4.1 van de ”Richtsnoeren voor lidstaten en bedrijven”- Invoer en uitvoer van zendingen met een geringe waarde – Btw-pakket voor e-commerce) geeft een overzicht van de verschillende douaneformaliteiten die van toepassing zijn op de uitvoer.

Soort zending

Waarde van de goederen

Douaneformaliteiten van toepassing op de

Formaliteiten van toepassing op de teruggave van de btw

Uitvoer van Uniegoederen

Terugzending van ingevoerde goederen

Post- en expreszendingen

150 EUR

(IOSS en niet-IOSS)

Aangifte door enige andere handeling

Artikel 141, lid 4 bis DWU DA. Bepaalde gegevens moeten worden aanvaard door en beschikbaar zijn voor de douane

Aangifte door enige andere handeling met bepaalde gegevens die moeten worden aanvaard door en die beschikbaar moeten zijn voor de douane

(In overeenstemming met artikel 141, lid 4 bis, en, indien van toepassing, met artikel 142, punt b) DWU DA)

Ongeldigmaking van de douaneaangifte voor invoer en tenietgaan van de btw-verplichting.

IOSS

Terugbetaling btw rechtstreeks door leverancier

Niet-IOSS

Terugbetaling btw of kwijtschelding door douane- of belastingautoriteiten.

> 150 EUR

1.000 EUR

Aangifte door enige andere handeling
Artikel 141, lid 4 bis DWU DA

Bepaalde gegevens moeten worden aanvaard door en beschikbaar zijn voor de douane

Elektronische uitvoeraangifte

(In overeenstemming met artikel 142, punt b) DWU DA is de aangifte door enige andere handeling niet beschikbaar)

Ongeldigmaking van de douaneaangifte voor invoer en tenietgaan van de btw-verplichting

4.2. Postzendingen

4.2.1. Toepassingsgebied van de douaneaangifte ten uitvoer door enige andere handeling

§106. Overeenkomstig de artikelen 140, lid 1, punt d), 141, lid 4 en 142 DWU DA worden goederen in postzendingen waarvan de waarde niet hoger is dan 1.000 EUR en waarop geen rechten bij uitvoer van toepassing zijn, geacht te zijn aangegeven voor uitvoer door het uitgaan ervan uit het douanegebied van de Unie, op voorwaarde dat deze goederen:

  • niet onderworpen zijn aan een aanvraag tot terugbetaling van (invoer)rechten of andere heffingen, tenzij deze aanvraag betrekking heeft op de ongeldigmaking van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van goederen vrijgesteld van invoerrechten overeenkomstig artikel 23, lid 1 of artikel 25, lid 1 Verordening DV;
  • niet aan verboden en beperkingen zijn onderworpen en;
  • zij niet aan andere bijzondere formaliteiten zijn onderworpen die in de Uniewetgeving zijn voorzien en die de douaneautoriteiten verplicht moeten toepassen (zoals accijnsgoederen die worden behandeld in Richtlijn (EU) 2020/262 of niet-Uniegoederen die zich onder de regeling douane-entrepot, actieve veredeling of tijdelijke invoer of zich onder tijdelijke opslag bevonden, en die worden wederuitgevoerd).

§107. De eerste voorwaarde heeft betrekking op de gevallen waarbij een btw-teruggave wordt aangevraagd (bijvoorbeeld terugzending van goederen) op grond van de ongeldigmaking van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen, aangevraagd door de aangever in overeenstemming met artikel 148, lid 3 DWU DA. Dergelijke goederen kunnen nog steeds worden uitgevoerd door het uitgaan ervan uit het douanegebied van de Unie, op voorwaarde dat de waarde niet hoger is dan 150 EUR. De postaanbieder zendt de goederen terug met een S10-streepjescode in overeenstemming met de respectieve UPU-voorschriften. Indien een nieuwe S10-streepjescode wordt afgegeven voor de terugzending, moet hiervoor in het poststelsel een kruisverwijzing worden gemaakt naar de S10-streepjescode die behoort bij het pakket dat niet geleverd kon worden. De gegevens waarmee wordt aangetoond dat de goederen die zijn teruggezonden, dezelfde zijn als de goederen die in het vrije verkeer zijn gebracht, moeten in het IT-systeem van de postaanbieder worden bewaard voor het geval er een controle plaatsvindt en moeten op verzoek ter beschikking worden gesteld van de douaneautoriteiten.

§108. Artikel 142, punt b) DWU DA stelt echter dat, boven het drempelbedrag van 150 EUR, goederen in postzendingen waarvoor een aanvraag tot terugbetaling van rechten of andere heffingen is gedaan, niet kunnen worden uitgevoerd door het uitgaan ervan uit het douanegebied van de Unie. Bijgevolg is een elektronische aangifte tot uitvoer vereist.

§109. De waarde van de postzendingen wordt aangegeven op het formulier CN22/CN23. Dit komt overeen met de statistische waarde die moet worden opgegeven in G.E. 99 06 000 000 van de elektronische uitvoeraangifte.

4.2.2. Wederuitvoer van postzendingen

§110. Overeenkomstig artikel 270 DWU is de wederuitvoer van toepassing op niet-Uniegoederen die zijn geplaatst onder de regeling douane-entrepot, actieve veredeling of tijdelijke invoer of zich onder tijdelijke opslag bevonden. Aangezien de meeste zendingen met een geringe waarde in het vrije verkeer zijn gebracht, hebben ze de status van Uniegoederen en kunnen ze in het geval van een terugzending niet wederuitgevoerd worden.

4.3. Expreszendingen

4.3.1. Toepassingsgebied van de douaneaangifte ten uitvoer door enige andere handeling

§111. Goederen in een expreszending waarvan de waarde niet hoger is dan 1.000 EUR en waarop geen rechten bij uitvoer van toepassing zijn, kunnen worden aangegeven voor uitvoer via een aangifte door enige andere handeling (artikelen 140, lid 1, punt d) en 141, lid 4 bis DWU DA). De uitvoer door enige andere handeling voor goederen in expreszendingen kan worden gebruikt ongeacht de vervoerswijze.

§112. Dergelijke goederen worden geacht te zijn aangegeven voor uitvoer door middel van het aanbrengen ervan overeenkomstig artikel 267 DWU bij het douanekantoor van uitgang, op voorwaarde dat de gegevens op het vervoersdocument en/of op de factuur beschikbaar zijn voor, en worden aanvaard door, de bevoegde douaneautoriteiten (artikel 141, lid 4 bis DWU DA). Met het oog op het aanbrengen van de goederen, kan de koeriersdienst de gegevens, indien aanvaard door de bevoegde douaneautoriteiten, via zijn administratie beschikbaar stellen aan de bevoegde douaneautoriteiten in plaats door middel van een kennisgeving.

§113. De aangifte door enige andere handeling, van de goederen in een expreszending kan worden gebruikt onder dezelfde voorwaarden als voor de goederen in postzendingen, zoals opgenomen in artikel 142 DWU DA:

  • de goederen zijn niet onderworpen aan een aanvraag tot terugbetaling van rechten of andere heffingen, tenzij deze aanvraag betrekking heeft op de ongeldigmaking van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van goederen vrijgesteld van invoerrechten overeenkomstig artikel 23, lid 1 of artikel 25, lid 1 Verordening DV;
  • de goederen zijn niet aan verboden en beperkingen onderworpen en;
  • de goederen zijn niet aan andere bijzondere formaliteiten onderworpen die in de Uniewetgeving zijn voorzien en die de douaneautoriteiten verplicht moeten toepassen (zoals accijnsgoederen die worden behandeld in Richtlijn 2020/262/EU of niet-Uniegoederen die zich onder de regeling douane-entrepot, actieve veredeling of tijdelijke invoer of zich onder tijdelijke opslag bevonden, en die worden wederuitgevoerd).

§114. Op grond van de ‘enkele overeenkomst voor vervoer’ hebben de douaneautoriteiten de mogelijkheid om te onderzoeken of de zending het grondgebied van de Unie daadwerkelijk heeft verlaten.

§115. In lijn met de eerste voorwaarde kunnen de goederen in een teruggezonden expreszending waarvan de waarde niet hoger is dan 150 EUR, worden uitgevoerd via een aangifte door enige andere handeling (aanbrengen bij de douane). Alle andere expreszendingen (waarde hoger dan 150 EUR) die zijn onderworpen aan een aanvraag tot terugbetaling van (invoer)rechten, moeten worden aangegeven voor uitvoer via een elektronische douaneaangifte.

§116. Wanneer een geadresseerde weigert een zending te aanvaarden, zendt de koeriersdienst de zending terug naar de afzender met een nieuw vervoerscontract en een kruisverwijzing naar het oude vervoerscontract. Via deze procedure kunnen de bevoegde douaneautoriteiten controleren of deze zendingen het douanegebied van de Unie fysiek hebben verlaten, zodat ze, na een verzoek van de aangever van de douaneaangifte voor invoer, de aangifte ongeldig kunnen maken in overeenstemming met artikel 148, lid 3 DWU DA en, indien van toepassing, de btw kunnen terugbetalen. Deze op een audit gebaseerde controle kan via de ‘track and trace’-systemen van de koeriersdiensten gebeuren.

4.3.2. Wederuitvoeren van expreszendingen

§117. Overeenkomstig artikel 270 DWU is de wederuitvoer van toepassing op niet-Uniegoederen die zijn geplaatst onder de regeling douane-entrepot, actieve veredeling of tijdelijke invoer of zich onder tijdelijke opslag bevonden. Aangezien de meeste zendingen met een geringe waarde in het vrije verkeer zijn gebracht, hebben ze de status van Uniegoederen en kunnen ze in het geval van een terugzending niet wederuitgevoerd worden.

5. Ongeldigmaking van de douaneaangifte

5.1. Procedure ongeldigmaking

§118. Indien de goederen niet konden worden geleverd of werden geweigerd door de geadresseerde (d.w.z. de consument in de Unie), moet de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen ongeldig worden gemaakt om de verplichting tot betaling van de btw op te heffen. De aangever dient het verzoek tot ongeldigmaking in ná de terugzending van de goederen met een nieuwe vervoersovereenkomst waarin een kruisverwijzing is opgenomen naar:

  • de vervoersovereenkomst die werd gebruikt voor de invoer van de goederen en;
  • de douaneaangifte voor invoer in de administratie van de marktdeelnemer (naar het adres van de originele afzender).

§119. Het verzoek tot ongeldigmaking van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen gebeurt overeenkomstig artikel 148, lid 3 DWU DA, dat stelt:

‘3. Wanneer goederen die zijn verkocht in het kader van een overeenkomst op afstand zoals omschreven in artikel 2, punt 7, van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 13 ), in het vrije verkeer zijn gebracht en worden teruggezonden, wordt de douaneaangifte ongeldig gemaakt nadat de goederen zijn vrijgegeven, op een met redenen omkleed verzoek van de aangever, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) het verzoek wordt ingediend binnen 90 dagen na de datum van aanvaarding van de douaneaangifte;

b) de goederen zijn uitgevoerd om te worden teruggezonden naar het adres van de oorspronkelijke leverancier of naar een ander door die leverancier opgegeven adres.’

§120. De ongeldigmaking van de douaneaangifte is een rechtshandeling verricht door de bevoegde douaneautoriteiten naar aanleiding van een met reden omklede aanvraag van de aangever en op basis van een genomen beschikking door de bevoegde douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 22 DWU.

§121. In het geval van een elektronische douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen, moet een formele aanvraag voor ongeldigmaking van deze douaneaangifte (en een aanvraag tot terugbetaling) worden ingediend bij de bevoegde douaneautoriteit, zoals opgenomen in de ‘Circulaire betreffende terugbetaling en kwijtschelding’. De ongeldigmaking is verplicht opdat de invoer-btw schuld teniet zou gaan.

§122. Voor de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ kunnen douaneaangiften H7 voor geweigerde of onbestelbare zendingen automatisch ongeldig worden gemaakt via het systeem, op voorwaarde dat de ongeldigmaking wordt aangevraagd binnen de goedgekeurde periode, dit is de periode tussen het moment van aanvaarding van de douaneaangifte en de veertiende dag volgend op de maand van aanvaarding.

Voorbeeld: Voor een invoer in juli kan de ongeldigmaking gebeuren tot 14 augustus.

Voor alle ongeldigmakingen moet een met redenen omkleed verzoek worden ingediend bij de bevoegde douaneautoriteiten binnen 90 dagen na de datum van aanvaarding van de douaneaangifte, zoals opgenomen in §§ 118 t/m 121 en in overeenstemming met de ‘Circulaire betreffende terugbetaling en kwijtschelding’.

§123. Een verzoek voor ongeldigmaking van de douaneaangifte kan uitsluitend worden aangevraagd door de aangever, overeenkomstig artikel 174 DWU. In het kader van de invoer van zendingen met een geringe waarde, kunnen zich met betrekking tot de aangever de volgende situaties voordoen:

a) de aangifte wordt ingediend door de geadresseerde (d.w.z. de importeur) in de Unie (in zijn eigen naam en voor eigen rekening);

b) de aangifte wordt ingediend door een directe vertegenwoordiger (bijvoorbeeld postaanbieder, koeriersdienst of douanevertegenwoordiger) in naam en voor rekening van de geadresseerde (d.w.z. de importeur) in de Unie;

c) de aangifte wordt ingediend door een indirecte vertegenwoordiger (bijvoorbeeld postaanbieder, koeriersdienst of douanevertegenwoordiger) in zijn eigen naam, maar voor rekening van de geadresseerde (d.w.z. de importeur) in de Unie;

d) indien de postaanbieder/koeriersdienst/douanevertegenwoordiger niet verklaart dat hij/zij als vertegenwoordiger optreedt wordt deze derhalve geacht in eigen naam en voor eigen rekening te handelen, bijgevolg met alle verantwoordelijkheden dat dit als aangever met zich meebrengt, met inbegrip van het worden van de btw-schuldenaar.

In de situaties onder de punten a) en b) is de aangever doorgaans een particulier, d.w.z. de consument in de Unie. In punt c) wordt de indirecte vertegenwoordiger de aangever.

§124. Aangezien goederen met een geringe waarde in post- en expreszendingen kunnen worden teruggezonden via een uitvoeraangifte door enige andere handeling, d.w.z. zonder indienen van een formele standaard aangifte voor uitvoer, kunnen de bevoegde douaneautoriteiten bijkomende bewijzen vragen aan de aanbieders die aantonen dat de goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten. Aan de hand van dat bewijsmateriaal leveren de bevoegde douaneautoriteiten een beschikking af betreffende de ongeldigmaking van de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen.

5.2. Specifieke gevallen voor de bijzondere regelingen ‘IOSS’ en ‘Special Arrangements’

5.2.1. Terugzending van goederen onder de bijzondere regeling ‘IOSS’

§125. Als de goederen met succes werden geleverd bij de importeur en de importeur beslist achteraf om de goederen terug te zenden naar de verkoper, zal de procedure afhangen van de instructies van de onderliggende verkoper aan de consument met betrekking tot de organisatie van de terugzending.

§126. De verkoper betaalt de btw terug aan de consument (d.w.z. de importeur) als onderdeel van de teruggave van de waarde van de goederen. Vervolgens brengt de verkoper (of zijn tussenpersoon) die gebruik maakt van de bijzondere regeling ‘IOSS’ een correctie aan in de periodieke ‘IOSS-btw-aangifte’ en in zijn btw-administratie, en het bewijs van terugzending (dat de goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten) wordt in zijn administratie bewaard.

§127. Soms gebeurt het dat de ingevoerde goederen defect zijn, maar waarbij de verkoper de importeur toestemming geeft om deze defecte goederen te behouden in plaats van deze terug te zenden, waarna de verkoper nieuwe goederen verzendt. Vanuit douanestandpunt zullen er twee douaneaangiften voor het in het vrije verkeer brengen worden ingediend, aangezien ze betrekking hebben op verschillende goederen en bijgevolg moet de btw betaald worden voor beide douaneaangiften.

5.2.2. Terugzending van goederen onder de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’

§128. Een retourzending van goederen in het kader van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ wordt behandeld als een normale retourzending. Uitsluitend geweigerde of onbestelbare zendingen komen in aanmerking voor de vereenvoudiging zoals voorzien in de wetgeving.

6. Intrekkingen

§129. Worden ingetrokken vanaf 1 juli 2021 de:

  • Circulaire 2018/C/117 betreffende e-commerce;
  • Omzendbrief D.D. 291.130 van 1 oktober 2009 betreffende ‘koerierdiensten’.

Voor de Administrateur-generaal,

Jo Lemaire
Adviseur-generaal

Interne referentie: D.I. 530.9/D.D. 016.693

1


BIJLAGEN

Bijlage I: Overzicht van de douaneaangiften voor het in het vrije verkeer brengen van zendingen met een geringe waarde

Aangifte

Gegevensset in Bijlage B

Aangever

Rechtsgrondslag

Transacties

Mechanisme voor de inning van btw

Overgang

Toepassingsgebied

Douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van bepaalde zendingen met een geringe waarde

H7

Iedereen, behalve btw-stelsel bijzondere regeling ‘Special arrangements’

Artikel 143 bis DWU DA

C2C, B2C en B2B

De bijzondere regeling

‘IOSS*’

De bijzondere regeling

‘Special Arrangements*’

Het standaard mechanisme voor inning

Niet van toepassing in België

- Goederen vrijgesteld van douanerechten overeenkomstig artikelen 23, lid 1, en 25, lid 1 Verordening DV

- Goederen niet onderworpen aan verboden en beperkingen

- Code douaneregeling altijd ‘40 00’

Vereenvoudigde invoeraangifte

I1

Elke persoon/houder van vergunning voor vereenvoudigde aangifte

Artikel

166 DWU

C2C, B2C en B2B

De bijzondere regeling

‘IOSS*’

De bijzondere regeling

‘Special Arrangements*’

Het standaard mechanisme voor inning

Tot 31 december 2022, gegevensset voorzien in Bijlage 9, aanhangsel A, tabel 7 DWU TDA (zie artikel 2, lid 4 g) DWU DA)

Alle goederen

Douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen - volledige gegevensset

H1

Iedereen

Artikel

162 DWU

C2C, B2C en B2B

De bijzondere regeling

‘IOSS*’

De bijzondere regeling

‘Special Arrangements*’

Het standaard mechanisme voor inning

Tot 31 december 2022, gegevensset voorzien in Bijlage 9, aanhangsel C1, kolom H DWU TDA (zie artikel 2, lid 4 g) DWU DA)

Alle goederen

Douaneaangifte in postverkeer voor het in het vrije verkeer brengen

H6

Postaanbieder

Artikel 144

DWU DA

C2C, B2C en B2B

De bijzondere regeling

‘IOSS*’

De bijzondere regeling

‘Special Arrangements*’

Het standaard mechanisme voor inning

Douaneaangifte gebruikmakend van Bijlage 9 DWU TDA

- Goederen waarvan de waarde niet meer bedraagt dan 1.000 EUR

- Goederen niet onderworpen aan verboden en beperkingen

- Geen gebruik van douaneregelingen 42/63

*Uitsluitend van toepassing op B2C-transacties

1


Bijlage II: Toelichting voor de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen voor een zending waarvoor vrijstelling van invoerrechten is verleend overeenkomstig artikel 23, lid 1, of artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1186/2009

DEEL 1. ALGEMEENHEDEN

Rechtsgrondslag:

- artikel 5, punt 12) en de artikelen 162 en 201 van het DWU;

- artikel 143 bis van de DWU DA.

De bijlage B van de DWU DA bevat de gemeenschappelijke gegevensvereisten voor aangiften, kennisgevingen en bewijs van de douanestatus van Uniegoederen.

In de bijlage B van de DWU DA zijn:

- de gegevensvereisten voor de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen voor een zending waarvoor vrijstelling van invoerrechten is verleend overeenkomstig artikel 23, lid 1, of artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1186/2009 [(*)] opgenomen in kolom H7 van de tabel met gegevensvereisten (Titel I, Hoofdstuk 3, Deel 11) (zie de blz. 6 t/m 21 van dit document);

- de voetnoten m.b.t. deze gegevensvereisten opgenomen in Titel I, Hoofdstuk 3, Deel 13 (zie de blz. 22 van dit document);

- de aantekeningen op deze gegevensvereisten opgenomen in Titel II (zie de blz. 23 t/m 55 van dit document).

De bijlage B van de DWU IA bevat de formaten en codes voor de gemeenschappelijke gegevensvereisten voor aangiften, kennisgevingen en bewijs van de douanestatus van Uniegoederen.

In de bijlage B van de DWU IA zijn:

- de formaten van de gemeenschappelijke gegevensvereisten voor aangiften en kennisgevingen opgenomen in Titel I, Hoofdstuk 1 (zie de blz. 6 t/m 21 van dit document voor de formaten van de gegevensvereisten voor kolom H7).

- de (Unie)codes betreffende de gemeenschappelijke gegevensvereisten voor aangiften en kennisgevingen opgenomen in Titel II.

Nationale codes mogen gebruikt worden voor de volgende gegevenselementen van kolom H7:

- 11 10 000 000 (aanvullende regeling);

- 12 02 000 000 (aanvullende informatie) (subelement 12 02 008 000 (code));

- 12 03 000 000 (bewijsstuk) (subelement 12 03 002 000 (soort));

- 12 04 000 000 (aanvullende referentie) (subelement 12 04 002 000 (soort)).

1


DEEL 2. TABEL MET GEGEVENSVEREISTEN VOOR KOLOM H7

Legende van de tabel

Nr. G.E.

Volgnummer dat aan het betrokken gegevenselement is toegewezen

Nr. vak E.D.

Nummer van het vak van het Enig document waarmee het betrokken gegevenselement overeenstemt (deze informatie dient enkel om het gebruik van bepaalde gegevens-elementen te situeren in de context van het Enig document. De toelichting van het Enig document zal bij invoer tot oktober 2022 gebruikt worden voor het indienen van aangiften voor het in het vrije verkeer brengen die buiten het toepassingsveld van de douaneaangiften met gegevensset H7 vallen)

Naam gegevenselement/gegevensklasse

Naam van het betrokken gegevenselement/de betrokken gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/gegevenssubklasse

Naam van het betrokken gegevenssubelement/de betrokken gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Naam van het betrokken gegevenssubelement

Gegevensgroepen van toepassing in kolom H7

Groep

Titel van de groep

Groep 11

Informatie over berichten (inclusief codes voor regelingen)

Groep 12

Verwijzingen naar berichten, documenten, certificaten, vergunningen

Groep 13

Partijen

Groep

Titel van de groep

Groep 14

Informatie over douanewaarde/belastingen

Groep 16

Plaatsen/landen/regio’s

Groep 18

Identificatie van de goederen

Toelichting voor de kolom ‘Formaat’

a alfabetisch

n numeriek

an alfanumeriek

Het getal na de code geeft de toegelaten gegevenslengte aan.

De facultatieve twee punten voor de lengte-indicator betekenen dat de gegevens geen vaste lengte hebben, maar dat het maximale aantal karakters wordt aangegeven door de lengte-indicator. Een komma in de gegevenslengte betekent dat het kenmerk decimalen kan bevatten, waarbij het cijfer voor de komma de totale lengte van het kenmerk aangeeft en het cijfer na de komma het maximale aantal cijfer na de decimale punt.

Voorbeelden van veldlengtes en formaten:

a1 1 alfabetisch teken, vaste lengte

n2 2 numerieke tekens, vaste lengte

an3 3 alfanumerieke tekens, vaste lengte

a..4 maximaal 4 alfabetische tekens

n..5 maximaal 5 numerieke tekens

an..6 maximaal 6 alfanumerieke tekens

n..7,2 maximaal 7 numerieke tekens waaronder maximaal 2 decimalen, met een zwevend scheidingsteken.

Verduidelijking van de symbolen voor status en niveau in de laatste kolom van de tabel met gegevensvereisten (zie de blz. 6 t/m 21)

Status

Omschrijving

Aanvullende informatie

A

Verplicht: gegevens die door elke lidstaat worden verlangd onverminderd inleidende aantekening 3 van hoofdstuk 1 van titel I van bijlage B van de DWU DA (zie eerste alinea van de kolom ‘Aanvullende informatie’ hiernaast)

De symbolen “A”, “B” of “C” laten onverlet dat bepaalde gegevens alleen worden verstrekt wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen. Zo wordt bijvoorbeeld de opgave van de bijzondere maatstaf (status “A”) (zie G.E. 18 02 000 000) enkel verlangd wanneer de Uniewetgeving daarin voorziet, zoals bekendgemaakt in Taric.

De symbolen “A”, “B” of “C” kunnen worden aangevuld met voorwaarden of verduidelijkingen die zijn vermeld in de voetnoten bij de tabel met gegevensvereisten (zie blz. 22 van dit document).

B

Facultatief voor de lidstaten: gegevens waarvan de lidstaten al dan niet kunnen afzien. In het kader van dit document wordt de status “B” gebruikt voor de gegevens die België specifiek vraagt (m.a.w. de gegevens met facultatief karakter worden door België verplicht opgelegd)

C

Facultatief voor marktdeelnemers: gegevens die marktdeelnemers vrijwillig kunnen verstrekken, maar waarvan de opgave niet door de lidstaten kan worden verlangd. Wanneer een marktdeelnemer besluit de informatie te verstrekken, moeten alle vereiste subelementen worden vermeld.

Wanneer “C” voor een gegevenselement/gegevensklasse wordt gebruikt, zijn alle tot dit gegevenselement/deze gegevensklasse behorende gegevenssubelementen/gegevenssubklassen verplicht wanneer de aangever besluit de informatie te verstrekken, tenzij dit in hoofdstuk 3 van titel I van de bijlage B van de DWU DA anders is bepaald.

Niveau

Omschrijving

D

Vereist gegevenselement op het rubriekniveau van de aangifte.

De gegevenselementen op het aangifteniveau bevatten informatie die op de volledige aangifte van toepassing is.

GS

Vereist gegevenselement op het niveau van de goederenzending.

Het niveau van de goederenzending bevat alle informatie over goederen die het voorwerp uitmaken van één standaard- of vereenvoudigde douaneaangifte of één douaneaangifte in de vorm van een inschrijving in de administratie van de aangever. De informatie op dit niveau is van toepassing voor elk artikel van de goederenzending in het geval van douaneaangiften en kennisgevingen als bedoeld in de kolommen B, C, E1, H en I.

SI

Vereist gegevenselement op het niveau van het artikel van de goederenzending.

Het niveau van het artikel van de goederenzending bevat alle gedetailleerde informatie over één enkel artikel in een goederenzending. De informatie op dit niveau is van toepassing in het geval van douaneaangiften en kennisgevingen als bedoeld in de kolommen B, C, E1, H en I.

Tabel met gegevensvereisten

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

11 02 000 000

1 (tweede deelvak)

Soort aangifte - aanvulling

a1

A

D

11 03 000 000

32

Artikelnummer

n..5

A

SI

11 10 000 000

37 (tweede deelvak)

Aanvullende regeling

an3 (Uniecodes)

n1an2 (nationale codes)

A

SI

12 01 000 000

40

Voorafgaand document

A
[72]

GS
SI

12 01 001 000

Referentienummer

an..70

A

GS
SI

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

12 01 002 000

Soort

an4

A

GS
SI

12 02 000 000

44

Aanvullende informatie

C

GS
SI

12 02 008 000

Code

an5 (Uniecodes)

a1an4 (nationale codes)

A

GS
SI

12 02 009 000

Tekst

an..512

A

GS
SI

12 03 000 000

44

Bewijsstuk

A

GS
SI

12 03 001 000

Referentienummer

an..70

A

GS
SI

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

12 03 002 000

Soort

a1an3 (Uniecodes)

n1an3 (nationale codes)

A

GS
SI

12 04 000 000

Aanvullende referentie

A

GS
SI

12 04 001 000

Referentienummer

an..70

A

GS
SI

12 04 002 000

Soort

a1an3 (Uniecodes)

n1an3 (nationale codes)

A

GS
SI

12 05 000 000

Vervoersdocument

A

GS
SI

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

12 05 001 000

Referentienummer

an..70

A

GS
SI

12 05 002 000

Soort

an4

A

GS
SI

12 08 000 000

7

Referentienummer/ UCR

an..35

C

GS
SI

12 09 000 000

LRN

an..22

A

D

12 10 000 000

48

Uitstel van betaling

an..35

B

[54]

D

13 01 000 000

2

Exporteur

A

GS
SI

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

13 01 016 000

Naam

an..70

A

GS
SI

13 01 018 000

Adres

A

GS
SI

13 01 018 019

Straat en nummer

an..70

A

GS
SI

13 01 018 020

Land

a2

A

GS
SI

13 01 018 021

Postcode

an..17

A

GS
SI

13 01 018 022

Stad

an..35

A

GS
SI

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

13 04 000 000

8

Importeur

A

D

13 04 016 000

Naam

an..70

A

[6]

D

13 04 017 000

8 (nr.)

Identificatienummer

an..17

A

[8]

D

13 04 018 000

Adres

A

[6]

D

13 04 018 019

Straat en nummer

an..70

A

D

13 04 018 020

Land

a2

A

D

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

13 04 018 021

Postcode

an..17

A

D

13 04 018 022

Stad

an..35

A

D

13 05 000 000

14

Aangever

A

D

13 05 016 000

Naam

an..70

A

[6]

D

13 05 017 000

14 (nr.)

Identificatienummer

an..17

A

D

13 05 018 000

Adres

A

[6]

D

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

13 05 018 019

Straat en nummer

an..70

A

D

13 05 018 020

Land

a2

A

D

13 05 018 021

Postcode

an..17

A

D

13 05 018 022

Stad

an..35

A

D

13 05 074 000

Contactpersoon

C

D

13 05 074 016

Naam

an..70

A

D

13 05 074 075

Telefoonnummer

an..35

A

D

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

13 05 074 076

E-mailadres

an..256

A

D

13 06 000 000

14

Vertegenwoordiger

A

D

13 06 017 000

14 (nr.)

Identificatienummer

an..17

A

D

13 06 030 000

14

Status

n1

A

D

13 06 074 000

Contactpersoon

C

D

13 06 074 016

Naam

an..70

A

D

13 06 074 075

Telefoonnummer

an..35

A

D

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

13 06 074 076

E-mailadres

an..256

A

D

13 16 000 000

44

Aanvullende fiscale referentie

A

[55]

GS

13 16 031 000

Rol

an3

A

GS

13 16 034 000

Btw-identificatienummer

an..17

A

GS

14 03 000 000

Rechten en belastingen

B

[54]

SI

14 03 038 000

47 (WB)

Betaalwijze

a1

B

[54]

SI

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

14 14 000 000

Intrinsieke waarde

A

SI

14 14 012 000

Valuta

a3

A

SI

14 14 014 000

Bedrag

n..16,2

A

SI

14 15 000 000

Vervoers- en verzekeringskosten naar de bestemming

A

GS SI

14 15 012 000

Valuta

a3

A

GS SI

14 15 014 000

Bedrag

n..16,2

A

GS SI

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

16 15 000 000

30

Plaats van de goederen

A

[68]

GS

16 15 045 000

Soort plaats

a1

A

GS

16 15 046 000

Kenmerk van de identificatie

a1

A

GS

16 15 036 000

UN/LOCODE

an..17

A

GS

16 15 047 000

Douanekantoor

A

GS

16 15 047 001

Identificatienummer

an8

A

GS

16 15 048 000

GNSS

A

GS

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

16 15 048 049

Breedte

an..17

A

GS

16 15 048 050

Lengte

an..17

A

GS

16 15 051 000

Marktdeelnemer

A

GS

16 15 051 017

Identificatienummer

an..17

A

GS

16 15 052 000

Vergunningnummer

an..35

A

GS

16 15 053 000

Aanvullende identificator

an..4

A

GS

16 15 018 000

Adres

A

GS

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

16 15 018 019

Straat en nummer

an..70

A

GS

16 15 018 020

Land

a2

A

GS

16 15 018 021

Postcode

an..17

A

GS

16 15 018 022

Stad

an..35

A

GS

16 15 081 000

Adres postcode

A

GS

16 15 081 021

Postcode

an..17

A

GS

16 15 081 025

Huisnummer

an..35

A

GS

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

16 15 081 020

Land

a2

A

GS

18 02 000 000

41

Aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf)

n..16,6

A

[56]

SI

18 04 000 000

35

Brutomassa

n..16,6

A

GS
SI

18 05 000 000

31

Omschrijving van de goederen

an..512

A

SI

18 06 000 000

Verpakking

A

SI

18 06 004 000

31

Aantal colli

n..8

A

[57]

SI

Nr. G.E.

Nr. vak E.D.

Naam gegevenselement/ gegevensklasse

Naam gegevenssubelement/ gegevenssubklasse

Naam gegevenssubelement

Formaat

Status

Niveau

18 09 000 000

33

Goederencode

A

SI

18 09 056 000

Code onderverdeling geharmoniseerd systeem

an6

A

SI

1


Voetnoten

Nummer van de voetnoot

Omschrijving van de voetnoot

[6]

Wanneer het EORI-nummer of een door de Unie erkend uniek derdeland-identificatienummer is verstrekt, hoeft geen naam of adres te worden verstrekt.

[8]

Deze informatie wordt alleen verstrekt wanneer ze beschikbaar is.

[54]

Dit gegeven is niet verplicht:

a) wanneer de goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van goederen die zijn ingevoerd uit de in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG opgenomen derde landen en gebieden; of

b) wanneer goederen zonder commercieel karakter worden verzonden door een particulier vanuit een derde land aan een andere particulier die zich in een lidstaat bevindt en deze goederen zijn vrijgesteld van btw overeenkomstig artikel 1 van Richtlijn 2006/79/EG van de Raad [(*)].

[55]

Dit gegeven is alleen verplicht wanneer de goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van goederen die zijn ingevoerd uit de in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG opgenomen derde landen en gebieden.

[56]

Dit gegeven is alleen verplicht als de aangifte betrekking heeft op de in artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad genoemde goederen.

[57]

Deze informatie is niet vereist in geval van meerdere goederen die samen zijn verpakt en voor postzendingen.

[68]

Deze informatie wordt niet verstrekt in het geval van een vooraf ingediende aangifte.

[72]

De lidstaten kunnen van deze eis afzien indien zij met hun systemen deze informatie automatisch en eenduidig uit de andere gegevens van de aangifte kunnen afleiden.

DEEL 3. AANTEKENINGEN OP DE GEGEVENSVEREISTEN

Voorafgaande opmerkingen

G.E. = Gegevenselement

B2B = Business-to-business

B2C = Business-to-consumer

C2C = Consumer-to-consumer

Een douaneaangifte met gegevensset H7 kan worden gebruikt voor:

- goederen in B2C-, B2B- of C2C-zendingen met een intrinsieke waarde van maximaal 150 EUR waarvoor vrijstelling van douanerechten geldt overeenkomstig artikel 23, lid 1 van Verordening (EG) nr. 1186/2009;

- goederen in C2C-zendingen met een intrinsieke waarde van maximaal 45 EUR waarvoor vrijstelling van douanerechten geldt overeenkomstig artikel 25, lid 1 van Verordening (EG) nr. 1186/2009;

- de bijzondere regeling ‘IOSS’;

- de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’;

- het standaard mechanisme voor de inning van invoer-btw.

Groep 11 – Informatie over berichten (inclusief codes voor regelingen)

G.E. 11 02 000 000 (Soort aangifte - aanvulling)

Vermeld de relevante Uniecode.

De mogelijke Uniecodes zijn:

A standaard douaneaangifte (overeenkomstig artikel 162 van het DWU)

D indiening van een standaard douaneaangifte (als bedoeld onder code A) in

overeenstemming met artikel 171 van het DWU

Vanaf 1 juli 2021 is het in IDMS (Import Declaration Management System) voorlopig enkel mogelijk om standard douaneaangiften (type A) in te dienen.

G.E. 11 03 000 000 (Artikelnummer)

Het volgnummer van het artikel dat in de aangifte is vermeld wanneer er meer dan één artikel is.

G.E. 11 10 000 000 (Aanvullende regeling)

Vermeld de relevante Uniecode of de door de betrokken lidstaat verstrekte code voor de aanvullende regeling.

Wanneer dit gegevenselement wordt gebruikt om een Unieregeling te specificeren, duidt het eerste teken van de code een van de volgende categorieën maatregelen aan:

Cxx Vrijstellingen (Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad)

Fxx Andere

De mogelijke Uniecodes zijn:

Code

Omschrijving

C07

Zendingen met een te verwaarlozen waarde (artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad)

C08

Goederen die door een particulier aan een andere particulier worden gezonden (artikel 25 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad)

Code

Omschrijving

F48

Invoer in het kader van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen zoals bepaald in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG (bijzondere regeling ‘IOSS’)

F49

Invoer in het kader van de bijzondere regeling voor de aangifte en de betaling van btw bij invoer zoals bepaald in titel XII, hoofdstuk 7, van Richtlijn 2006/112/EG (bijzondere regeling ‘Special Arrangements’)

Er zijn 4 mogelijkheden:

- gebruik van enkel C07;

- gebruik van enkel C08;

- combinatie van C07 + F48;

- combinatie van C07 + F49.

Aangezien de code C08 betrekking heeft op C2C-zendingen, kan deze niet samen met één van de bovengenoemde F-codes (F48 en F49) worden gebruikt.

Als het IOSS-btw-identificatienummer is opgegeven in G.E. 13 16 000 000 (Aanvullende fiscale referentie), kunnen uitsluitend de codes voor aanvullende regelingen C07 en F48 worden gebruikt.

Voorbeelden

1) Een zending (B2C) met de bijzondere regeling ‘IOSS’ en een intrinsieke waarde van

100 EUR.

 te vermelden codes: C07 en F48.

2) Een zending (B2C) zonder bijzondere regeling ‘IOSS’ maar die moet worden aangegeven

met behulp van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’.

 te vermelden codes: C07 en F49.

3) Een zending (C2C) van een particulier aan een andere particulier met een waarde van

40 EUR.

 te vermelden code: C08.

4) Een zending (C2C) van een particulier aan een andere particulier met een intrinsieke

waarde van 120 EUR.

 te vermelden code: C07.

5) Een zending met een intrinsieke waarde van 130 EUR in het kader van de standaard

regeling voor de btw op invoer (geen bijzondere regeling ‘IOSS’), met inbegrip van B2B-

zendingen;

 te vermelden code: C07.

6) Een zending (C2C) van een particulier aan een andere particulier, die twee artikelen bevat

en een totale waarde van 50 EUR heeft (artikel 1: 20 EUR, artikel 2: 30 EUR).

 te vermelden code:

  • artikel 1 (20 EUR): C07;
  • artikel 2 (30 EUR): C07.

De lidstaten mogen nationale codes gebruiken. De lidstaten delen de Commissie de lijst van nationale codes mee die voor deze gegevenselementen worden gebruikt.

De Commissie publiceert de lijst van deze codes.

Groep 12 – Verwijzingen naar berichten, documenten, certificaten, vergunningen

G.E. 12 01 000 000 (Voorafgaand document)

Vermeld de gegevens over het voorafgaand document.

G.E. 12 01 001 000 (Referentienummer)

Vermeld, wanneer de summiere aangifte bij binnenbrengen en de douaneaangifte afzonderlijk worden ingediend, met gebruikmaking van de relevante Uniecode, het MRN van de summiere aangifte bij binnenbrengen of enig ander voorafgaand document.

Indien naar het MRN wordt verwezen als voorafgaand document, moet het referentienummer de volgende structuur hebben:

Veld

Inhoud

Formaat

Voorbeelden

1

Laatste twee cijfers van het jaar van formele aanvaarding van de aangifte (JJ)

n2

21

2

Identificator van het land waar de aangifte is ingediend (tweeletterige landcode)

a2

BE

3

Unieke identificator van elk bericht per jaar en land

an12

9876AB889012

4

Identificator van de regeling

a1

T

5

Controlecijfer

an1

1

Veld 1 en 2: zie uitleg hierboven.

Veld 3 moet worden ingevuld met een identificator van het bericht in kwestie. De wijze waarop het veld wordt gebruikt, valt onder de verantwoordelijkheid van de nationale douaneautoriteiten, maar elk bericht dat in de loop van het jaar in het betreffende land is afgehandeld, dient een uniek nummer krijgen voor de regeling in kwestie.

Nationale douaneautoriteiten die het identificatienummer van het bevoegde douanekantoor in het MRN willen opnemen, kunnen hiervoor de eerste zes tekens gebruiken.

Veld 4 moet worden ingevuld met een identificator van de regeling zoals omschreven in onderstaande tabel.

Veld 5 moet worden ingevuld met een controlecijfer voor het gehele MRN. Aan de hand van dit veld kunnen fouten bij de registratie van het volledige MRN worden opgespoord.

Te gebruiken codes in veld 4 (Identificator van de regeling)

Code

Regeling

J

Uitsluitend aangifte voor douanevervoer

T

Uitsluitend summiere aangifte bij binnenbrengen

U

Aangifte tot tijdelijke opslag

W

Aangifte tot tijdelijke opslag en summiere aangifte bij binnenbrengen

G.E. 12 01 002 000 (Soort)

Vermeld met behulp van de desbetreffende code het soort document.

De lijst van documenten alsook van de overeenkomstige codes is in de TARIC-databank opgenomen.

G.E. 12 02 000 000 (Aanvullende informatie)

Facultatief voor marktdeelnemers.

Gebruik dit gegevenselement voor informatie waarvoor de Uniewetgeving niet heeft gespecificeerd in welk veld het moet worden vermeld.

Vermeld de door de aangever verstrekte informatie die nuttig wordt geacht voor het in het vrije verkeer brengen van het betrokken artikel.

G.E 12 02 008 000 (Code)

Opmerking

Dit G.E. wordt ingevuld wanneer de aangever beslist om de informatie voor G.E.

12 02 000 000 te verschaffen.

Er is echter een tegenstrijdigheid want de voor dit G.E. opgenomen toelichting ‘Vermeld de relevante Uniecode en, indien van toepassing, de door de betrokken lidstaat verstrekte code’ geldt voor alle relevante kolommen van de tabel met gegevensvereisten van de bijlage B van de DWU DA, met uitzondering van kolom H7.

De toelichting bij D.E. 12 02 000 000 verwijst duidelijk naar G.E. 12 02 009 000 en niet naar G.E. 12 02 008 000.

G.E. 12 02 009 000 (Tekst)

Dit gegevenselement wordt ingevuld wanneer de aangever beslist om de informatie voor G.E.

12 02 000 000 te verschaffen.

Vermeld de door de aangever verstrekte informatie die nuttig wordt geacht voor het in het vrije verkeer brengen van het betrokken artikel.

G.E. 12 03 000 000 (Bewijsstuk)

Zie de toelichting voor G.E. 12 03 001 000 en G.E. 12 03 002 000.

G.E. 12 03 001 000 (Referentienummer)

a) Identificatie- of referentienummer van tot staving van de aangifte voorgelegde Unie- of internationale documenten of certificaten. Vermeld met behulp van de relevante Uniecodes alle in bepaalde specifieke regels vereiste gegevens, samen met de referentiegegevens van de tot staving van de aangifte voorgelegde documenten.

b) Identificatie- of referentienummer van tot staving van de aangifte voorgelegde nationale documenten of certificaten.

G.E. 12 03 002 000 (Soort)

Vermeld met behulp van de desbetreffende codes het soort document..

a) Unie- of internationale documenten, certificaten en vergunningen die ter staving van de aangifte worden voorgelegd, moeten worden vermeld in de vorm van een code zoals omschreven in deel 2 van dit document, gevolgd door een identificatienummer of ander herkenbaar kenmerk. De lijst van documenten, certificaten en vergunningen alsook van de overeenkomstige codes is in de TARIC-databank opgenomen.

b) Nationale documenten, certificaten en vergunningen die ter staving van de aangifte worden voorgelegd, moeten worden vermeld in de vorm van een code zoals omschreven in deel 2 van dit document (bijvoorbeeld: 2123, 34d5), eventueel gevolgd door een identificatienummer of ander herkenbaar kenmerk. De vier tekens vormen volgens de eigen nomenclatuur van elke lidstaat vastgestelde codes.

Overzicht van de nationale codes

1) Vermeld in voorkomend geval de code 4007 voor de volmacht inzake directe vertegenwoordiging. Zie ook G.E. 13 06 030 000 (Status vertegenwoordiger).

2) Vermeld in voorkomend geval de code 4500 voor de beschikking betreffende de bijzondere regeling “Special Arrangements”.

3) Om van een lagere btw-heffingsvoet te kunnen genieten, dienen de volgende codes te worden ingegeven:

- verlaging van 21 % naar 12 %: code 4600;

- verlaging van 21 % naar 6 %: code 4601;

- verlaging van 21 % naar 0 %: code 4602.

4) Wanneer bij C2C-zendingen (particulier naar particulier – Uniecode C08) bepaalde accijnsgoederen en -producten onderworpen zijn aan maximumhoeveelheden, moet één van de onderstaande codes 4620 t/m 4631 worden vermeld:

Certificaat

GS-codes

Omschrijving

4620

Sigaren

240210

Hoeveelheid maximum 10 stuks (of minder conform de proportionele verhoudingen indien de zending nog andere tabaksproducten bevat onderhevig aan maximumhoeveelheden)

4621

Cigarillo’s

240210

Hoeveelheid maximum 25 stuks (of minder conform de proportionele verhoudingen indien de zending nog andere tabaksproducten bevat onderhevig aan maximumhoeveelheden)

4622

Sigaretten

240220

Hoeveelheid maximum 50 stuks (of minder conform de proportionele verhoudingen indien de zending nog andere tabaksproducten bevat onderhevig aan maximumhoeveelheden)

4623

Rooktabak

240311

240319

Hoeveelheid maximum 50 gram (of minder conform de proportionele verhoudingen indien de zending nog andere tabaksproducten bevat onderhevig aan maximumhoeveelheden)

4624

Koffie

090100

Hoeveelheid maximum 500 gram

4625

Koffie extracten en essences

210111

210112

Hoeveelheid maximum 200 gram

4626

Thee

090200

Hoeveelheid maximum 100 gram

4627

Thee extracten en essences

210120

210130

Hoeveelheid maximum 40 gram

Certificaat

GS-codes

Omschrijving

4628

Alcohol beperkt tot 1 liter

220410

220500

220600

220700

220800

Hoeveelheid maximum 1 liter (of minder conform de proportionele verhoudingen indien de zending nog andere alcoholproducten bevat onderhevig aan de maximumhoeveelheden)

4629

Alcohol beperkt tot 2 liter

220421

220422

220429

220430

Hoeveelheid maximum 2 liter (of minder conform de proportionele verhoudingen indien de zending nog andere alcoholproducten bevat onderhevig aan de maximumhoeveelheden)

4630

Parfums

330300

Hoeveelheid maximum 50 gram

4631

Toiletwaters

330300

Hoeveelheid maximum 0,25 liter

G.E. 12 04 000 000 (Aanvullende referentie)

Zie de toelichting voor G.E. 12 04 001 000 en G.E. 12 04 002 000.

Dit gegeven wordt alleen verstrekt wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen (zie inleidende aantekening 3 van hoofdstuk 1 van titel I van de bijlage B van de DWU DA).

Opmerking

Het betreft hier de gegevensgroep voor de Y-codes uit TARIC. De meeste Y-codes hebben geen referentienummer maar zijn bedoeld om aan te geven dat bepaalde tariefmaatregelen

(handelspolitieke maatregelen) niet op de aangegeven goederen van toepassing zijn.

Voorbeeld

De vermelding van de TARIC-certificaatcode Y900 duidt op het feit dat de aangegeven goederen niet zijn opgenomen in het Verdrag van Washington (CITES): na deze code is in principe noch een referentienummer, noch een ander herkenbaar kenmerk nodig.

G.E. 12 04 001 000 (Referentienummer)

Dit gegeven wordt alleen verstrekt wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen (zie inleidende aantekening 3 van hoofdstuk 1 van titel I van de bijlage B van de DWU DA).

Referentienummer van eventuele aanvullende aangiften waarop ‘Bewijsstuk’, ‘Vervoersdocument’ of ‘Aanvullende informatie’ geen betrekking heeft.

Opmerking

Aangezien deze toelichting onduidelijk is, zal aan de Commissie via de ‘Change management procedure’ worden voorgesteld om de tekst te vervangen door:

“Referentienummer of ander herkenbaar kenmerk van een aanvullende referentie waarop ‘Bewijsstuk’, ‘Vervoersdocument’ of ‘Aanvullende informatie’ geen betrekking heeft.”

Dit G.E. blijft in de meeste gevallen leeg. Aan de hand van de omschrijving van de code die in G.E. 12 04 002 000 (Soort aanvullende referentie) wordt vermeld, kan soms afgeleid worden of een referentienummer moet worden vermeld.

G.E. 12 04 002 000 (Soort)

Dit gegeven wordt alleen verstrekt wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen (zie inleidende aantekening 3 van hoofdstuk 1 van titel I van de bijlage B van de DWU DA).

Vermeld met behulp van de relevante codes alle in bepaalde specifieke regels vereiste gegevens.

Aanvullende referenties moeten worden vermeld in de vorm van een Uniecode die het formaat a1an3 heeft. De lijst van aanvullende referenties alsook van de overeenkomstige codes is in de TARIC-databank opgenomen.

De lidstaten mogen nationale codes gebruiken. Aanvullende referenties moeten worden vermeld in de vorm van een code die het formaat n1an3 heeft, eventueel gevolgd door een identificatienummer of ander herkenbaar kenmerk. De vier tekens vormen volgens de eigen nomenclatuur van elke lidstaat vastgestelde codes. De lidstaten delen de Commissie de lijst van nationale codes mee die voor deze gegevenselementen worden gebruikt. De Commissie publiceert de lijst van deze codes.

G.E. 12 05 000 000 (Vervoersdocument)

Dit gegevenselement omvat het soort en de referentie van het vervoersdocument.

De koerierdiensten geven doorgaans het luchtvrachtbriefnummer op als vervoersdocument. Dit is een unieke identificatiecode voor een bepaalde zending en kan worden gebruikt om de geschiedenis van de zending in alle systemen (nationaal en trans-Europees) te volgen.

De postaanbieders gebruiken de S10-streepjescode met het oog op G.E. 12 01 000 000 (Voorafgaand document). Met dit nummer kan een specifieke postzending worden getraceerd.

G.E. 12 05 001 000 (Referentienummer)

Deze informatie verwijst naar het vervoersdocument waarmee de goederen het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht.

G.E. 12 05 002 000 (Soort)

Vermeld met behulp van de desbetreffende codes het soort document.

Vervoersdocumenten moeten worden vermeld in de vorm van een code die het formaat an4 heeft. De lijst van vervoersdocumenten alsook van de overeenkomstige codes is in de TARIC-databank opgenomen.

G.E. 12 08 000 000 (Reference number/UCR)

Facultatief voor marktdeelnemers.

Deze registratie betreft het unieke commerciële referentienummer dat de betrokkene aan de

betrokken zending heeft toegekend.

Ze kan de vorm aannemen van een WDO-code (ISO 15459) of een equivalent daarvan.

Ze verleent toegang tot onderliggende commerciële gegevens die voor de douane interessant zijn en potentiële controleactiviteiten kunnen vereenvoudigen en versnellen. Daarom is het aanbevolen dit G.E. te verstrekken wanneer dat mogelijk is.

Deze registratie kan worden gebruikt voor de vermelding van de transactie-identificatiecode (zoals de verwijzing naar een koopovereenkomst), indien de goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van goederen die zijn ingevoerd uit de in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG opgenomen derde landen en gebieden (bijzondere regeling ‘IOSS’). Hoewel deze gegevens facultatief zijn, mogen ze wel worden verstrekt, ongeacht het mechanisme voor de inning van invoer-btw dat wordt gebruikt.

De transactie-identificatiecode is niet hetzelfde als het vervoersdocumentnummer (bijvoorbeeld het luchtvrachtbriefnummer voor expreszendingen of de S10-streepjescode voor postzendingen) want dat is een nummer dat door de vervoerder aan de zending is toegewezen.

De transactie-identificatiecode is evenmin hetzelfde als het IOSS-btw-identificatienummer, maar verwijst naar de verkooptransactie (bijvoorbeeld het bestelnummer) en wordt doorgaans voor commerciële doeleinden toegewezen door de verkoper, die de structuur ervan bepaalt, al moet deze wel voldoen aan het vereiste formaat (an..35). Een nummerreeks kan dus worden gebruikt, ongeacht welke lidstaat de lidstaat van verbruik en/of de lidstaat van invoer is.

In geval van groepagebestellingen verwijst de transactie-identificatiecode, indien deze wordt opgegeven, naar de afzonderlijke bestellingen met betrekking tot het relevante artikel van de aangifte.

G.E. 12 09 000 000 (LRN)

Het lokale referentienummer (LRN) moet worden gebruikt. Dit nummer is nationaal gedefinieerd en wordt in overeenstemming met de bevoegde autoriteiten door de aangever toegewezen om elke afzonderlijke aangifte te identificeren.

G.E. 12 10 000 000 (Uitstel van betaling)

Dit gegeven is niet verplicht (voetnoot 54):

a) wanneer de goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van de

bijzondere regeling voor afstandsverkopen van goederen die zijn ingevoerd uit de in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG opgenomen derde landen en gebieden (bijzondere regeling ‘IOSS’); of

b) wanneer goederen zonder commercieel karakter worden verzonden door een particulier vanuit een derde land aan een andere particulier die zich in een lidstaat bevindt en deze goederen zijn vrijgesteld van btw overeenkomstig artikel 1 van Richtlijn 2006/79/EG van de Raad.

Vermeld, indien van toepassing, het rekeningnummer. Uitstel van betaling kan hier zowel betrekking hebben op uitstel van betaling van invoerrechten als op belastingkrediet.

Groep 13 – Partijen

G.E. 13 01 000 000 (Exporteur)

Vermeld de volledige naam en adresgegevens van de persoon die de goederen verzendt zoals in de vervoersovereenkomst is bepaald door de persoon die het vervoer bestelt.

Voorbeelden

1) Een zending met allerlei goederen van één verkoper die ook het vervoer aanvraagt: de naam en het adres van die persoon (d.w.z. de verkoper) moeten onder dit G.E. worden ingevuld op het rubriekniveau van de aangifte (niveau van de goederenzending).

2) Een zending met allerlei goederen van verschillende verkopers die via hetzelfde platform worden verkocht. Het vervoer wordt georganiseerd door het platform: de naam en het adres van het platform dat het vervoer aanvraagt, moeten onder dit G.E. worden ingevuld op het rubriekniveau van de aangifte (niveau van de goederenzending).

3) Allerlei goederen van verschillende verkopers die via hetzelfde platform worden verkocht, maar waarbij het vervoer door elke verkoper afzonderlijk wordt geregeld: de goederen komen aan als aparte zendingen en zijn onderworpen aan afzonderlijke douaneaangiften. De naam en het adres van de betrokken persoon (d.w.z. de relevante verkoper) die het vervoer aanvraagt, moeten voor elk van de zendingen onder dit G.E. worden ingevuld op het rubriekniveau van de douaneaangifte (niveau van de goederenzending).

G.E. 13 01 016 000 (Naam)

Vermeld de volledige naam of firmanaam van de exporteur.

G.E. 13 01 018 000 (Adres)

Zie de toelichtingen voor G.E. 13 01 018 019, G.E. 13 01 018 020, G.E.13 01 018 021 en G.E. 13 01 018 022.

G.E. 13 01 018 019 (Straat en nummer)

Vermeld de naam van de straat van het adres van de partij en het nummer van het gebouw of de ruimte.

G.E. 13 01 018 020 (Land)

Vermeld de code van het land.

Gebruik de GEONOM-code.

De door de Unie gebruikte alfabetische codificering voor landen en gebieden is gebaseerd op de huidige tweeletterige ISO-normen (a2), voor zover deze verenigbaar zijn met de voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1470 van de Commissie van 12 oktober 2020 betreffende de nomenclatuur van landen en gebieden voor de Europese statistieken over internationale handel in goederen en betreffende de geografische uitsplitsing voor andere bedrijfsstatistieken (PB L 334 van 13.10.2020, blz. 2).

G.E. 13 01 018 021 (Postcode)

Vermeld de relevante postcode voor de desbetreffende adresgegevens.

G.E. 13 01 018 022 (Stad)

Vermeld de naam van de stad in het adres van de partij.

G.E. 13 04 000 000 (Importeur)

Partij aan wie de goederen worden verzonden (d.w.z. de eindgeadresseerde: het bedrijf of de particulier).

G.E. 13 04 016 000 (Naam)

Wanneer het EORI-nummer is verstrekt, hoeft geen naam of adres te worden verstrekt (voetnoot 6).

Vermeld de volledige naam en, in voorkomend geval, de rechtsvorm van de partij.

G.E. 13 04 017 000 (Identificatienummer)

Deze informatie wordt alleen verstrekt wanneer ze beschikbaar is (voetnoot 8).

Identificatienummer van de partij die een invoeraangifte indient of voor wiens rekening die aangifte wordt ingediend.

Vermeld het in artikel 1, punt 18) van de DWU DA bedoelde EORI-nummer van de betrokkene. De structuur van het EORI-nummer is omschreven in titel II van bijlage 12-01 van de DWU IA.

Voorbeeld

Er moet een douaneaangifte met gegevensset H7 worden ingediend in België en de importeur (d.w.z. de geadresseerde) is een particulier. Volgens de Belgische nationale wetgeving moet de particulier zich niet registreren in de EORI-databank. In dat geval wordt dit G.E. leeg gelaten.

De vorengenoemde bepalingen zijn van toepassing, ongeacht het mechanisme dat wordt gebruikt voor de inning van invoer-btw (de bijzondere regeling ‘IOSS’, de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ of het standaard mechanisme voor het innen van de btw).

G.E. 13 04 018 000 (Adres)

Wanneer het EORI-nummer is verstrekt, hoeft geen naam of adres te worden verstrekt (voetnoot 6).

Zie de toelichtingen voor G.E. 13 04 018 019, G.E. 13 04 018 020, G.E. 13 04 018 021 en G.E. 13 04 018 022.

G.E. 13 04 018 019 (Straat en nummer)

Vermeld de naam van de straat in het adres van de partij en het nummer van het gebouw of de ruimte.

G.E. 13 04 018 020 (Land)

Vermeld de code van het land.

Gebruik de GEONOM-code.

De door de Unie gebruikte alfabetische codificering voor landen en gebieden is gebaseerd op de huidige tweeletterige ISO-normen (a2), voor zover deze verenigbaar zijn met de voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1470 van de Commissie van 12 oktober 2020 betreffende de nomenclatuur van landen en gebieden voor de Europese statistieken over internationale handel in goederen en betreffende de geografische uitsplitsing voor andere bedrijfsstatistieken (PB L 334 van 13.10.2020, blz. 2).

G.E. 13 04 018 021 (Postcode)

Vermeld de relevante postcode voor de desbetreffende adresgegevens.

G.E. 13 04 018 022 (Stad)

Vermeld de naam van de stad in het adres van de partij.

G.E. 13 05 000 000 (Aangever)

Dit G.E. wordt gebruikt om relevante informatie over de aangever te verstrekken.

De douaneaangifte met gegevensset H7 kan worden ingediend door iedereen die voldoet aan de voorwaarden van artikel 170 van het DWU. De aangever kan de importeur zijn (d.w.z. de geadresseerde, die gewoonlijk, maar niet noodzakelijk dezelfde persoon is als de koper) die in eigen naam en voor eigen rekening handelt, of een douanevertegenwoordiger (d.w.z. postaanbieder, koerierdienst, douane-expediteur of iemand met een soortgelijke functie) volgens de algemene voorwaarden van het DWU. Afhankelijk van het soort vertegenwoordiging kan de douanevertegenwoordiger handelen in naam en voor rekening van de vertegenwoordigde persoon (directe vertegenwoordiging) of in eigen naam en voor rekening van de vertegenwoordigde persoon (indirecte vertegenwoordiging).

Bij de douaneafhandeling voor het in het vrije verkeer brengen kunnen de douaneautoriteiten de douanevertegenwoordiger vragen naar een bewijs dat aantoont dat hem/haar door de vertegenwoordigde persoon vertegenwoordigingsbevoegdheid is verleend. Douanevertegenwoordigers die dergelijk bewijs niet kunnen voorleggen of die niet verklaren dat zij optreden als douanevertegenwoordiger, worden geacht te handelen in eigen naam en voor eigen rekening, en dragen de volledige aansprakelijkheid voor de betrokken douaneaangifte.

Om het douaneafhandelingsproces te versnellen, kan reeds op het moment van de aankoop (bijvoorbeeld wanneer de leveringsoptie wordt gekozen) aan de koper worden gevraagd om dergelijke bevoegdheid te verlenen. Het is eveneens aanbevolen ervoor te zorgen dat die bevoegdheid geldt voor alle formaliteiten met betrekking tot de douaneafhandeling van de goederen, met inbegrip van de mogelijke wijziging of de ongeldigmaking van de douaneaangifte.

Voorbeelden

1) Een importeur in België bestelt een paar sportschoenen bij een verkoper via een onlineplatform. De zending voldoet aan alle voorwaarden van artikel 143 bis van de DWU DA (goederen zoals bedoeld in artikel 23, lid 1 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en niet onderworpen aan verboden en beperkingen). De goederen worden via een postaanbieder/koerierdienst verzonden en de importeur kiest ervoor om, wanneer de goederen in België aankomen, de douaneaangifte in eigen naam in te dienen. Hij mag hiervoor de douaneaangifte met gegevensset H7 gebruiken.

Uittreksel uit de douaneaangifte:

G.E. 13 04 000 000

Importeur

Persoon (particulier of rechtspersoon)

G.E. 13 05 000 000

Aangever

Importeur

G.E. 13 06 000 000

Vertegenwoordiger

-

2) In een tweede scenario wijst de importeur de postaanbieder/koerierdienst/een andere douane-expediteur aan om de douaneaangifte in zijn naam en voor zijn rekening in te dienen => directe vertegenwoordiging door postaanbieder/koerierdienst/een andere douane-expediteur, die hiervoor de douaneaangifte met gegevensset H7 kan gebruiken.

Uittreksel uit de douaneaangifte:

G.E. 13 04 000 000

Importeur

Persoon (particulier of rechtspersoon)

G.E. 13 05 000 000

Aangever

Importeur

G.E. 13 06 000 000

Vertegenwoordiger

Postaanbieder/koerierdienst/andere douane-expediteur

G.E. 13 06 030 000

Status van de vertegenwoordiger

Code “2” (directe vertegenwoordiging in de zin van artikel 18, lid 1, van het DWU)

3) In een derde scenario wijst de importeur de postaanbieder/koerierdienst/een andere douane-expediteur aan om als indirecte vertegenwoordiger op te treden en bijgevolg de goederen in eigen naam, maar voor rekening van de importeur, in te klaren.

Uittreksel uit de douaneaangifte:

G.E. 13 04 000 000

Importeur

Persoon (particulier of rechtspersoon)

G.E. 13 05 000 000

Aangever

Postaanbieder/koerierdienst/andere douane-expediteur

G.E. 13 06 000 000

Vertegenwoordiger

Postaanbieder/koerierdienst/andere douane-expediteur

G.E. 13 06 030 000

Status van de vertegenwoordiger

Code “3” (indirecte vertegenwoordiging in de zin van artikel 18, lid 1, van het DWU)

4) In een vierde scenario verklaart de postaanbieder/koerierdienst/douane-expediteur niet dat hij/zij als vertegenwoordiger optreedt en wordt hij/zij bijgevolg geacht in eigen naam en voor eigen rekening te handelen, met alle verantwoordelijkheden die de hoedanigheid van aangever met zich meebrengt.

Uittreksel uit de douaneaangifte:

G.E. 13 04 000 000

Importeur

Persoon (particulier of rechtspersoon)

G.E. 13 05 000 000

Aangever

Postaanbieder/koerierdienst/andere douane-expediteur

G.E. 13 06 000 000

Vertegenwoordiger

-

Om de aangifte in te dienen, moet de persoon die de aangifte indient, over alle vereiste gegevens voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen beschikken. De aangifte wordt alleen aanvaard wanneer deze alle gegevens bevat. Wanneer de aangifte voor rekening van een andere persoon wordt ingediend, moeten de douanevertegenwoordigers (met inbegrip van postaanbieders, koerierdiensten of soortgelijke expediteurs) vertegenwoordigings-bevoegdheid hebben (artikel 19 van het DWU).

G.E. 13 05 016 000 (Naam)

Wanneer het EORI-nummer is verstrekt, hoeft geen naam of adres te worden verstrekt (voetnoot 6).

Vermeld de volledige naam en, in voorkomend geval, de rechtsvorm van de partij.

G.E. 13 05 017 000 (Identificatienummer)

Vermeld het in artikel 1, punt 18) van de DWU DA bedoelde EORI-nummer. De structuur van het EORI-nummer is omschreven in titel II van bijlage 12-01 van de DWU IA.

G.E. 13 05 018 000 (Adres)

Wanneer het EORI-nummer is verstrekt, hoeft geen naam of adres te worden verstrekt (voetnoot 6).

Zie de toelichtingen voor G.E. 13 05 018 019, G.E. 13 05 018 020, G.E. 13 05 018 021 en G.E. 13 05 018 022.

G.E. 13 05 018 019 (Straat en nummer)

Vermeld de naam van de straat in het adres van de partij en het nummer van het gebouw of de ruimte.

G.E. 13 05 018 020 (Land)

Vermeld de code van het land.

Gebruik de GEONOM-code.

De door de Unie gebruikte alfabetische codificering voor landen en gebieden is gebaseerd op de huidige tweeletterige ISO-normen (a2), voor zover deze verenigbaar zijn met de

voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1470 van de Commissie van 12 oktober 2020 betreffende de nomenclatuur van landen en gebieden voor de Europese statistieken over internationale handel in goederen en betreffende de geografische uitsplitsing voor andere bedrijfsstatistieken (PB L 334 van 13.10.2020, blz. 2).

G.E. 13 05 018 021 (Postcode)

Vermeld de relevante postcode voor de desbetreffende adresgegevens.

G.E. 13 05 074 000 (Contactpersoon)

Facultatief voor marktdeelnemers.

Zie de toelichtingen voor G.E. 13 05 074 016, G.E. 13 05 074 075 en G.E. 13 05 074 076.

G.E. 13 05 074 016 (Naam)

Vermeld de naam van de contactpersoon.

G.E. 13 05 074 075 (Telefoonnummer)

Vermeld het telefoonnummer van de contactpersoon.

G.E. 13 05 074 076 (E-mailadres)

Vermeld het e-mailadres van de contactpersoon.

G.E. 13 06 000 000 (Vertegenwoordiger)

Deze informatie wordt vereist als deze verschilt van G.E. 13 05 000 000 (Aangever).

G.E. 13 06 017 000 (Identificatienummer)

Vermeld het in artikel 1, punt 18) van de DWU DA bedoelde EORI-nummer. De structuur van het EORI-nummer is omschreven in titel II van bijlage 12-01 van de DWU IA.

G.E. 13 06 030 000 (Status)

Vermeld de desbetreffende code waarmee de status van de vertegenwoordiger wordt weergegeven.

De status van de vertegenwoordiger wordt aangegeven door een van de volgende codes te vermelden voor zijn volledige naam en adres:

2 Vertegenwoordiger (directe vertegenwoordiging in de zin van artikel 18, lid 1, van het DWU)

3 Vertegenwoordiger (indirecte vertegenwoordiging in de zin van artikel 18, lid 1, van het DWU).

Opmerking

Bij vermelding van code 2 (toepassing van directe vertegenwoordiging) moet in het G.E. 12 03 002 000 (Soort bewijsstuk) de nationale 4007 code vermeld worden ter aanduiding van de volmacht inzake directe vertegenwoordiging.

G.E. 13 06 074 000 (Contactpersoon)

Facultatief voor marktdeelnemers.

Zie de toelichtingen voor G.E. 13 06 074 016, G.E. 13 06 074 075 en G.E. 13 06 074 076.

G.E. 13 06 074 016 (Naam)

Vermeld de naam van de contactpersoon.

G.E. 13 06 074 075 (Telefoonnummer)

Vermeld het telefoonnummer van de contactpersoon.

G.E. 13 06 074 076 (E-mailadres)

Vermeld het e-mailadres van de contactpersoon.

G.E. 13 16 000 000 (Aanvullende fiscale referentie)

Dit gegeven is alleen verplicht wanneer de goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van goederen die zijn ingevoerd uit de in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG opgenomen derde landen en gebieden (bijzondere regeling ‘IOSS’) (voetnoot 55).

Verstrek het btw-identificatienummer van de betrokkene indien de btw in de btw-aangifte zal worden betaald.

Wanneer de goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van goederen die zijn ingevoerd uit de in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG opgenomen derde landen en gebieden (bijzondere regeling ‘IOSS’), wordt een speciaal btw-nummer verstrekt dat voor het gebruik van deze regeling is toegekend.

Het IOSS-btw-identificatienummer moet uiterlijk in de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen ter beschikking worden gesteld van de douaneautoriteiten. In geval van postzendingen kan een dergelijk nummer in het ITMATT-bericht worden opgenomen om de verwerking van de gegevens te vereenvoudigen.

Onder dit G.E. moeten het IOSS-btw-identificatienummer en de code FR5 (die naar de verkoper (IOSS) verwijst) worden aangegeven.

Per zending kan slechts één IOSS-btw-identificatienummer worden aangegeven, dat moet worden verstrekt op het niveau van de goederenzending, d.w.z. het is relevant voor de gehele aangifte. Een douaneaangifte kan dus geen mengeling van IOSS- en niet-IOSS-goederen bevatten.

G.E. 13 16 031 000 (Rol)

Vermeld met behulp van de desbetreffende code de rol van de partij.

De volgende partijen kunnen worden opgegeven:

Code rol

Partij

Omschrijving

FR1

Importeur

Perso(o)n(en) die de lidstaat van invoer in overeenstemming met artikel 201 van Richtlijn 2006/112/EG heeft aangewezen of erkend als de tot voldoening van de btw gehouden perso(o)n(en)

FR3

Fiscaal vertegenwoordiger

Door de importeur aangewezen fiscaal vertegenwoordiger die gehouden is tot voldoening van de btw in de lidstaat van invoer

FR4

Houder van de vergunning voor uitstel van betaling

De belastingplichtige, de tot voldoening van de belasting gehouden persoon of een andere persoon die uitstel van betaling heeft gekregen in overeenstemming met artikel 211 van Richtlijn 2006/112/EG

FR5

Verkoper (IOSS)

Belastingplichtige die gebruikmaakt van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen zoals bepaald in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG en houder van het in artikel 369 octodecies van die richtlijn bedoelde btw-identificatienummer

FR7

Belastingplichtige of de tot voldoening van de btw gehouden persoon

Btw-identificatienummer van de belastingplichtige of van de tot voldoening van de btw gehouden persoon wanneer de betaling van de btw wordt uitgesteld overeenkomstig artikel 211, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG

G.E. 13 16 034 000 (Btw-identificatienummer)

Vermeld het btw-identificatienummer.

Het btw-identificatienummer is als volgt gestructureerd:

Veld

Inhoud

Formaat

1

Identificator van de lidstaat van afgifte (tweeletterige ISO-code 3166; Griekenland mag EL gebruiken)

a2

2

Individueel nummer toegekend door lidstaten voor de identificatie van belastingplichtigen zoals bedoeld in artikel 214 van Richtlijn 2006/112/EG

an..15

Onder dit gegevenselement moet het IOSS-btw-identificatienummer worden aangegeven.

Opmerking

Het btw-identificatienummer zoals bedoeld in artikel 214 van de Btw-Richtlijn mag niet

gebruikt worden in het kader van IOSS (zie daartoe artikel 369 octodecies, lid 4 van deze

richtlijn). Het speciale btw-identificatienummer in het kader van IOSS heeft een andere structuur. Het formaat van dit speciale btw-nummer is an12:

- de eerste 5 tekens zijn steeds 'IM056' zijn: België is hierbij de lidstaat van identificatie ('Member State of identification (MSID)) en wordt aangeduid met de 3-cijferige ISO-code 056;

- 6 tekens voor de NETP-identificatie (NETP staat voor ‘non-established taxable person);

- een controleteken.

Groep 14 – Informatie over douanewaarde/belastingen

G.E. 14 03 000 000 (Rechten en belastingen)

Dit gegeven is niet verplicht (voetnoot 54):

a) wanneer de goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van de

bijzondere regeling voor afstandsverkopen van goederen die zijn ingevoerd uit de in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG opgenomen derde landen en gebieden; of

b) wanneer goederen zonder commercieel karakter worden verzonden door een particulier vanuit een derde land aan een andere particulier die zich in een lidstaat bevindt en deze goederen zijn vrijgesteld van btw overeenkomstig artikel 1 van Richtlijn 2006/79/EG van de Raad.

Zie de toelichting voor G.E. 14 03 038 000.

G.E. 14 03 038 000 (Betaalwijze)

Dit gegeven is niet verplicht (voetnoot 54):

a) wanneer de goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van de

bijzondere regeling voor afstandsverkopen van goederen die zijn ingevoerd uit de in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG opgenomen derde landen en gebieden; of

b) wanneer goederen zonder commercieel karakter worden verzonden door een particulier vanuit een derde land aan een andere particulier die zich in een lidstaat bevindt en deze goederen zijn vrijgesteld van btw overeenkomstig artikel 1 van Richtlijn 2006/79/EG van de Raad.

Vermeld met behulp van de relevante Uniecodes de toegepaste betaalwijze.

De vastgestelde codes zijn:

A Contante betaling in geld

E Uitstel van betaling

G Uitstel van betaling - btw-stelsel (artikel 211 van Richtlijn 2006/112/EG)

P Zekerheidstelling in geld door een douane-expediteur

G.E. 14 14 000 000 (Intrinsieke waarde)

Intrinsieke waarde van de goederen per artikel in de valuta van de factuur.

Dit G.E. is verplicht voor de persoon die de douaneaangifte indient.

In geval van IOSS is het aanbevolen het btw-bedrag op de factuur altijd afzonderlijk te vermelden, zodat de intrinsieke waarde kan worden geïdentificeerd en de heffingsgrondslag kan worden berekend voor het ‘Surveillance’-systeem.

Voorbeelden

1) Intrinsieke waarde van 140 EUR (exclusief btw en geen andere kosten opgegeven).

Artikelnr.

Productbenaming

Prijs

Btw

Totale prijs

1

Winterjas

140 EUR

28 EUR

168 EUR

2) Intrinsieke waarde van 140 EUR (exclusief btw en vervoerskosten afzonderlijk opgegeven).

Artikelnr.

Productbenaming

Prijs

Btw

Totale prijs

1

Winterjas

140 EUR

28 EUR

168 EUR

2

Vervoerskosten

15 EUR

3 EUR

18 EUR

3) Intrinsieke waarde van 140 EUR (exclusief btw en vervoerskosten afzonderlijk opgegeven).

Artikelnr.

Productbenaming

Prijs

Btw

Totale prijs

1

Winterjas

120 EUR

24 EUR

144 EUR

2

T-shirt

20 EUR

4 EUR

24 EUR

3

Vervoerskosten

15 EUR

3 EUR

18 EUR

4) Intrinsieke waarde van 160 EUR (exclusief btw en geen andere kosten afzonderlijk opgegeven op de factuur).

Artikelnr.

Productbenaming

Prijs

Btw

Totale prijs

1

Winterjas

160 EUR

32 EUR

192 EUR

Aangezien de intrinsieke waarde in voorbeeld 4 hoger is dan 150 EUR, kan de aangifte met gegevensset H7 niet worden gebruikt om deze goederen aan te geven. In plaats daarvan moet een standaard douaneaangifte of een vereenvoudigde douaneaangifte worden gebruikt.

G.E. 14 14 012 000 (Valuta)

Vermeld de relevante drieletterige ISO-valutacode (ISO-4217).

G.E. 14 14 014 000 (Bedrag)

Vermeld het bedrag van de waarde.

G.E. 14 15 000 000 (Vervoers- en verzekeringskosten naar de bestemming)

Vervoerskosten en verzekeringskosten tot de eindbestemming in de valuta van de factuur.

Dit G.E. is verplicht voor de persoon die de douaneaangifte indient. Deze gegevens worden evenwel uitsluitend verzameld wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen.

Voorbeelden

1) De prijs van de goederen, met inbegrip van vervoers- en verzekeringskosten, die op de factuur staat, bedraagt 120 EUR. Op de factuur worden de vervoers- en verzekeringskosten van 20 EUR afzonderlijk vermeld: de intrinsieke waarde die bij G.E. 14 14 000 000 moet worden opgegeven, is 100 EUR en de vervoers- en verzekeringskosten tot de eindbestemming die bij G.E. 14 15 000 000 moeten worden opgegeven, bedragen 20 EUR.

2) Totale prijs van de goederen zoals aangegeven op de factuur: 120 EUR. Er worden geen vervoers- of verzekeringskosten vermeld in de bewijsstukken: de intrinsieke waarde die bij G.E. 14 14 000 000 moet worden opgegeven, is: 120 EUR. G.E. 14 15 000 000 wordt leeg gelaten.

G.E. 14 15 012 000 (Valuta)

Vermeld de relevante drieletterige ISO-valutacode (ISO-4217).

G.E. 14 15 014 000 (Bedrag)

Vermeld het bedrag van de betaalde vervoers- en verzekeringskosten tot de bestemming.

Groep 16 – Plaatsen/landen/regio’s

G.E. 16 15 000 000 (Plaats van de goederen)

Vermeld met behulp van de relevante codes de plaats waar de goederen kunnen worden onderzocht.

Deze plaats is nauwkeurig genoeg omschreven zodat de douane de fysieke controle van de goederen kan uitvoeren.

Er moet één soort plaats per keer worden gebruikt.

Gebruik de GEONOM-code.

De door de Unie gebruikte alfabetische codificering voor landen en gebieden is gebaseerd op de huidige tweeletterige ISO-normen (a2), voor zover deze verenigbaar zijn met de voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1470 van de Commissie van 12 oktober 2020 betreffende de nomenclatuur van landen en gebieden voor de Europese statistieken over internationale handel in goederen en betreffende de geografische uitsplitsing voor andere bedrijfsstatistieken (PB L 334 van 13.10.2020, blz. 2).

G.E. 16 15 045 000 (Soort plaats)

Vermeld de relevante code die voor het soort plaats is gespecificeerd.

Maak gebruik van de onderstaande codes om het soort plaats aan te duiden:

A Aangewezen plaats (een douanekantoor of een andere door de douane aangewezen plaats voor aanbrenging bij de douane in overeenstemming met artikel 139, lid 1 van het DWU of voor tijdelijke opslag in overeenstemming met artikel 147, lid 1 van het DWU)

B Erkende plaats (een erkende plaats in de context van een op basis van artikel 22 van het DWU afgegeven vergunning (ruimte voor tijdelijke opslag of douane-entrepot)

C Goedgekeurde plaats (een plaats goedgekeurd voor de aanbrenging van goederen in overeenstemming met artikel 139, lid 1 van het DWU en artikel 115, lid 1 van de DWU DA of voor tijdelijke opslag in overeenstemming met artikel 147, lid 1 van het DWU en artikel 115, lid 2 van de DWU DA)

D Andere (met name in gevallen van overmacht)

G.E. 16 15 046 000 (Kenmerk van de identificatie)

Vermeld de desbetreffende code voor de identificatie van de plaats. Op basis van het gebruikte kenmerk moet alleen de relevante identificator worden verstrekt.

Gebruik één van de onderstaande identificatoren om de plaats te identificeren:

Code

Identificator

Omschrijving

T

Adres postcode

Gebruik de postcode van de betrokken plaats met of zonder huisnummer.

U

UN/LOCODE

UN/LOCODE zoals omschreven in VN/ECE-aanbeveling 16.

V

Identificatienummer douanekantoor

De te gebruiken codes (an8) hebben de volgende structuur:

- de eerste twee tekens (a2) identificeren het land door middel van de GEONOM-code;

- de volgende zes tekens (an6) duiden het betrokken kantoor in dit land aan. Hiervoor wordt de volgende structuur aanbevolen:

De eerste drie tekens (an3) geven de UN/LOCODE-

plaatsnaam weer en de laatste drie een nationale

alfanumerieke onderverdeling (an3). Indien deze

onderverdeling niet wordt gebruikt, moet “000”

worden ingevoegd.

W

GNSS-coördinaten

Decimale graden met negatieve getallen voor het zuiden en het westen.

Voorbeelden: 44,424896°/8,774792° of 50,838068°/4,381508°

X

EORI-nummer

Gebruik het identificatienummer zoals aangegeven in de beschrijving voor G.E. 13 04 017 000 (Identificatienummer importeur). Indien de marktdeelnemer verschillende bedrijfsruimten heeft, wordt het EORI-nummer aangevuld met een unieke identificator voor de betrokken plaats.

Y

Vergunningnummer

Vermeld het vergunningnummer van de betrokken plaats, dat wil zeggen van het entrepot waar de goederen kunnen worden onderzocht. Indien de vergunning verschillende bedrijfsruimten betreft, wordt het vergunningnummer aangevuld met een unieke identificator voor de betrokken plaats.

Z

Adres

Vermeld het adres van de betrokken plaats.

Indien code “X” (EORI-nummer) of “Y” (vergunningnummer) is gebruikt voor de identificatie van de plaats, en er verschillende plaatsen zijn die verband houden met dat EORI-nummer of vergunningnummer, kan een aanvullende identificator worden gebruikt om de plaats ondubbelzinnig te identificeren.

G.E. 16 15 036 000 (UN/LOCODE)

Gebruik de codes zoals omschreven in de UN/LOCODE-codelijst per land.

G.E. 16 15 047 000 (Douanekantoor)

Vermeld de relevante code van het douanekantoor waar goederen voor verdere douanecontrole beschikbaar zijn.

G.E. 16 15 047 001 (Identificatienummer)

Vermeld met behulp van de relevante Uniecode het identificatienummer van het douanekantoor waar de goederen voor verdere douanecontrole beschikbaar zijn.

De te gebruiken codes (an8) hebben de volgende structuur:

- de eerste twee tekens (a2) identificeren het land door middel van de GEONOM-code;

- de volgende zes tekens (an6) duiden het betrokken kantoor in dit land aan. Hiervoor wordt de volgende structuur aanbevolen:

De eerste drie tekens (an3) geven de UN/LOCODE-plaatsnaam weer en de laatste drie een nationale alfanumerieke onderverdeling (an3). Indien deze onderverdeling niet wordt gebruikt, moet “000” worden ingevoegd.

G.E. 16 15 048 000 (GNSS)

Vermeld de relevante coördinaten van wereldwijde satellietnavigatiesystemen (GNSS) waar goederen beschikbaar zijn.

G.E. 16 15 048 049 (Breedte)

Vermeld de breedtegraad van de plaats waar de goederen beschikbaar zijn.

G.E. 16 15 048 050 (Lengte)

Vermeld de lengtegraad van de plaats waar de goederen beschikbaar zijn.

G.E. 16 15 051 000 (Marktdeelnemer)

Gebruik het identificatienummer van de marktdeelnemer in wiens bedrijfsruimten de goederen kunnen worden gecontroleerd.

G.E. 16 15 051 017 (Identificatienummer)

Vermeld het in artikel 1, punt 18) van de DWU DA bedoelde EORI-nummer. De structuur

van het EORI-nummer is omschreven in titel II van bijlage 12-01 van de DWU IA.

G.E. 16 15 052 000 (Vergunningnummer)

Vermeld het nummer van de vergunning van de betrokken plaats.

G.E. 16 15 053 000 (Aanvullende identificator)

Vermeld in geval van meerdere bedrijfsruimten de relevante code, indien deze beschikbaar is, om de plaats die gekoppeld is aan een EORI-nummer of vergunning, preciezer te bepalen.

G.E. 16 15 018 000 (Adres)

Zie de toelichtingen voor G.E. 16 15 018 019, G.E. 16 15 018 020, G.E. 16 15 018 021 en G.E. 16 15 018 022.

G.E. 16 15 018 019 (Straat en nummer)

Vermeld de relevante straat en het relevante nummer.

G.E. 16 15 018 020 (Land)

Vermeld de code van het land.

Gebruik de GEONOM-code.

De door de Unie gebruikte alfabetische codificering voor landen en gebieden is gebaseerd op de huidige tweeletterige ISO-normen (a2), voor zover deze verenigbaar zijn met de voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1470 van de Commissie van 12 oktober 2020 betreffende de nomenclatuur van landen en gebieden voor de Europese statistieken over internationale handel in goederen en betreffende de geografische uitsplitsing voor andere bedrijfsstatistieken (PB L 334 van 13.10.2020, blz. 2).

G.E. 16 15 018 021 (Postcode)

Vermeld de relevante postcode voor de desbetreffende adresgegevens.

G.E. 16 15 018 022 (Stad)

Vermeld de naam van de stad in het adres van de partij.

G.E. 16 15 081 000 (Adres postcode)

Deze subklasse kan worden gebruikt wanneer de plaats van de goederen met de postcode en zo nodig aangevuld met het huisnummer kan worden bepaald.

G.E. 16 15 081 021 (Postcode)

Vermeld de relevante postcode voor de desbetreffende plaats van de goederen.

G.E. 16 15 081 025 (Huisnummer)

Vermeld het huisnummer voor de desbetreffende plaats van de goederen.

G.E. 16 15 081 020 (Land)

Vermeld de code van het land.

Gebruik de GEONOM-code.

De door de Unie gebruikte alfabetische codificering voor landen en gebieden is gebaseerd op de huidige tweeletterige ISO-normen (a2), voor zover deze verenigbaar zijn met de voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1470 van de Commissie van 12 oktober 2020 betreffende de nomenclatuur van landen en gebieden voor de Europese statistieken over internationale handel in goederen en betreffende de geografische uitsplitsing voor andere bedrijfsstatistieken (PB L 334 van 13.10.2020, blz. 2).

Groep 18 – Identificatie van de goederen

G.E. 18 02 000 000 (Aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf))

Dit gegeven heeft enkel betrekking op de in artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad en de in artikel 2 van Richtlijn 2006/79/EG genoemde goederen (voetnoot 56).

Vermeld (indien voorzien) de hoeveelheid voor het betrokken artikel, uitgedrukt in de eenheid die in de Uniewetgeving is vastgesteld, zoals bekendgemaakt in TARIC.

Dat betekent dat dit G.E. alleen is vereist in geval van C2C-zendingen (particulier naar particulier) indien de aard van de goederen onder de kwantitatieve beperkingen valt (tabaksproducten, alcohol en alcoholische dranken, parfum en reukwater, …) en de Uniewetgeving daarvoor een eenheid voorziet.

Wanneer dit G.E. wordt ingevuld, moet één van de nationale codes 4620 t/m 4631 worden ingevuld in het G.E. 12 03 002 000 (Soort bewijsstuk).

G.E. 18 04 000 000 (Brutomassa)

De brutomassa is het gewicht van de in de aangifte vermelde goederen, inclusief verpakking maar exclusief transportmaterieel.

Wanneer de brutomassa meer dan 1 kg bedraagt en een fractie van een eenheid (kg) omvat, mag deze als volgt worden afgerond:

- van 0,001 tot 0,499: afronding op de lagere eenheid (kg);

- van 0,5 tot 0,999: afronding op de hogere eenheid (kg).

Het verdient aanbeveling een brutomassa van minder dan 1 kg te vermelden als “0”, gevolgd door maximaal 6 decimalen, waarbij elke “0” aan het einde van een hoeveelheid wordt weggelaten (bv. 0,123 = 123 g, 0,00304 = 3 g en 40 milligram en 0,000654 = 654 milligram).

Vermeld de brutomassa, uitgedrukt in kilogram, van de goederen waarop het desbetreffende artikel betrekking heeft.

Wanneer de aangifte verschillende artikelen bevat en het goederen betreft die zodanig zijn verpakt dat het onmogelijk is de brutomassa van de goederen met betrekking tot een artikel te bepalen, hoeft de totale brutomassa alleen op rubriekniveau te worden ingevuld.

G.E. 18 05 000 000 (Omschrijving van de goederen)

Wanneer de aangever de CUS-code voor chemische stoffen en preparaten verstrekt, kunnen de lidstaten afzien van de eis een nauwkeurige omschrijving van de goederen te verstrekken.

Een duidelijke en voldoende nauwkeurige omschrijving van de goederen om identificatie door de douane mogelijk te maken.

G.E. 18 06 000 000 (Verpakking)

Dit gegevenselement heeft betrekking op de gegevens van de verpakking van de goederen waarop de aangifte betrekking heeft.

G.E. 18 06 004 000 (Aantal colli)

Deze informatie is niet vereist in geval van meerdere goederen die samen zijn verpakt en voor postzendingen (voetnoot 57).

Het totale aantal colli op basis van de kleinste externe verpakkingseenheid. Dit is het aantal artikelen dat zodanig is verpakt dat ze niet van elkaar kunnen worden gescheiden zonder de verpakking open te maken, of het aantal stuks, indien onverpakt.

Deze informatie wordt niet verstrekt wanneer de goederen los gestort zijn.

G.E. 18 09 000 000 (Goederencode)

Vul het nummer in van de goederencode dat met het betrokken artikel overeenstemt.

G.E. 18 09 056 000 (Code onderverdeling geharmoniseerd systeem)

Vermeld de code van de onderverdeling van het geharmoniseerde systeem (6-cijferige GS-code).

Opmerking

Een douaneaangifte voor zendingen met geringe waarde mag overeenkomstig artikel 143 bis, lid 1 van de DWU DA vanaf 1 juli 2021 ingediend worden op voorwaarde dat de goederen in die zending niet aan verboden en beperkingen onderworpen zijn. Indien deze goederen aan verboden en beperkingen onderworpen zijn, dan moeten ze worden aangegeven met behulp van een standaard douaneaangifte met alle relevante informatie.

Aangezien we enkel beschikken over de 6-cijferige GS-code, kan niet altijd achterhaald worden of dit verbod of deze beperking al dan niet van toepassing is.

Het is belangrijk op te merken dat de in artikel 143 bis, lid 1 van de DWU DA opgenomen bepaling “op voorwaarde dat de goederen in die zending niet aan verboden en beperkingen onderworpen zijn” niet mag worden opgevat als het uitsluiten van alle goederen met een 6-cijferige GS-code, die verband kunnen houden met een maatregel op grond van Uniebepalingen of een nationale maatregel inzake verboden en beperkingen, van het gebruik van de douaneaangifte met gegevensset H7.

In de gevallen waarin niet in een uitsluiting wordt voorzien (wegens de impact op de systemen) zullen aan de hand van risicoanalyse controles ingesteld worden om toe te zien op de naleving van de maatregelen.

Bijlage III: Registratie voor de bijzondere regeling ‘IOSS’ per type leverancier en plaats van vestiging (btw)

Type leveranciers

Directe/Indirecte registratie

Lidstaat van identificatie

Tussenpersoon

EU-leveranciers (verkoop bv. via de eigen website)

Directe registratie

EU-lidstaat van vestiging

Kan een tussenpersoon aanwijzen

Niet-Unie-leveranciers uit landen die met de Unie een overeenkomst hebben gesloten inzake wederzijdse bijstand op het gebied van de btw (verkoop vanuit dat land bv. via de eigen website)

Directe registratie

EU-lidstaat van keuze

Kan een tussenpersoon aanwijzen

Alle andere niet-Unie-leveranciers (verkoop bv. via de eigen website)

Indirecte registratie

EU-lidstaat van vestiging van de tussenpersoon

Moet een tussenpersoon aanwijzen

Elektronische interfaces in de Unie die gelijkgestelde leveranciers zijn

Directe registratie

EU-lidstaat van vestiging

Kan een tussenpersoon aanwijzen

Elektronische interfaces in niet-Unie-landen die met de Unie een overeenkomst hebben gesloten inzake wederzijdse bijstand op het gebied van de btw voor leveringen uit dat land

Directe registratie

EU-lidstaat van keuze

Kan een tussenpersoon aanwijzen

Alle andere niet in de Unie gevestigde elektronische interfaces die gelijkgestelde leveranciers zijn

Indirecte registratie

EU-lidstaat van vestiging van de tussenpersoon

Moet een tussenpersoon aanwijzen

1


[(*)] Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een

communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PBEU L324 van 10 december 2009).

[(*)] Richtlijn 2006/79/EG van de Raad van 5 oktober 2006 inzake de belastingvrijstellingen die van toepassing zijn

bij invoer van uit derde landen afkomstige kleine zendingen goederen zonder commercieel karakter (PB L 286

van 17.10.2006, blz. 15).


[1] Elke overeenkomst gesloten tussen de handelaar en de consument in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de handelaar en de consument, waarbij, tot en met de sluiting van de overeenkomst, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer communicatietechnieken op afstand.

[2] De vrijstelling van invoer-btw voor C2C-geschenkzendingen waarvan de waarde niet meer dan 45 EUR bedraagt, zoals in Richtlijn 2006/79/EG is uiteengezet, blijft van toepassing. Deze leveringen dragen een incidenteel karakter en bevatten uitsluitend goederen bestemd voor persoonlijk gebruik door de geadresseerde dan wel voor gebruik door leden van zijn gezin, en worden gezonden zonder dat hiervoor enigerlei tegenprestatie of betaling plaatsvindt.

[3] In het kader van de bijzondere regeling ‘Special Arrangements’ kan de douaneaangifte H7 evenwel uitsluitend worden gebruikt door de persoon die de goederen bij de douane aanbrengt.

[4] Krachtens de Verordening 1186/2009 van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen gaat het onder meer om de goederen die onder de posten 2203 tot en met 2208 van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld.

[5] Krachtens artikel 1, lid 2, punt c) van Richtlijn 2006/79/EG zijn “kleine zendingen zonder commercieel karakter” zendingen die: c) zijn samengesteld uit goederen waarvan de totale waarde niet meer bedraagt dan 45 EUR.

[6] Er moet worden opgemerkt dat dit een vereenvoudigd scenario is, er bestaan verschillende alternatieven. (bijvoorbeeld in geval van betaling kan dit ook op het ogenblik van de levering gebeuren).