Circulaire 2019/C/48 betreffende het verstrekken van levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen voor liefdadigheidsdoeleinden
Deze circulaire werd vervangen met ingang van 01.07.2020 door de Circulaire 2020/C/116 van 09.09.2020 betreffende het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van voedingsmiddelen en levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen |
Deze circulaire becommentarieert artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, c), van het Btw-Wetboek dat betrekking heeft op het gratis verstrekken van levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen voor liefdadigheidsdoeleinden.
overdrachten om niet ; schenkingen ; onttrekkingen ; recht op aftrek ; herzieningen
FOD Financiën,
13.06.2019
Algemene Administratie van de Fiscaliteit –
Belasting over de toegevoegde waarde
1. Inleiding
2. Gratis overdracht van bepaalde levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen (
3. Bedoelde goederen
4. Wie kan goederen schenken?
5. Aan wie kunnen de goederen worden geschonken?
6. Bijzonder geval: verdeelplatformen
6.1 Algemene voorwaarden inzake de erkenning van verdeelplatformen
6.2 Samenwerkingsovereenkomsten
6.2.1 Samenwerkingsovereenkomst met de belastingplichtige-schenkers
6.2.2 Samenwerkingsovereenkomst met andere begunstigden
7. Het gratis karakter van de giften en uitzonderingen
8. Btw-verplichtingen en btw-formaliteiten
8.1 Principe
8.2 Toegeving: het verzameldocument
8.3 Formaliteiten na te leven door de verdeelplatformen
8.3.1 In de relatie met de belastingplichtige-schenker
8.3.2 In de relatie met een andere begunstigde beoogd onder titel 5
8.3.3 Door het verdeelplatform aan te leggen en te bewaren registers
1. Inleiding
Wanneer een belastingplichtige aan zijn bedrijf een goed onttrekt om het gratis te verstrekken dan wordt deze handeling in principe gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel bij toepassing van artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek is ontstaan.
Sinds voornoemde bepaling evenwel werd gewijzigd en aangevuld met een punt b), is het gratis verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van voedingsmiddelen bestemd voor menselijk gebruik niet meer gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel, mits naleving van bepaalde voorwaarden (artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, b), van het Btw-Wetboek, zoals op 20.08.2018 gewijzigd en aangevuld door artikel 2 van de wet van 30.07.2018 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 10.08.2018)).
In een soortgelijk kader van armoedebestrijding en ondersteuning van de duurzame ontwikkeling, werd artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, aangevuld met een punt c) zodat het gratis verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van bepaalde levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen niet meer wordt gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel, mits naleving van bepaalde voorwaarden (artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, c), van het Btw-Wetboek, zoals op 16.05.2019 gewijzigd en aangevuld door de wet van 07.04.2019 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde teneinde schenkingen van niet-voedingsmiddelen aan de meest behoeftigen van btw vrij te stellen (Belgisch Staatsblad van 06.05.2019)).
Deze circulaire licht deze laatstgenoemde wetswijziging toe.
Artikel 12, § 1, derde lid, van het Btw-Wetboek voorziet in een machtiging aan de Koning om de toepassingsvoorwaarden vast te stellen waaraan de onttrekkingen beoogd onder artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, c), van het Btw-Wetboek moeten voldoen.
In afwachting van de publicatie van een koninklijk besluit, zal de administratie de toepassing van het vermoeden van artikel 64, § 1, van het Btw-Wetboek niet inroepen en neemt aan dat de goederen niet werden geleverd onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt, voor zover het verstrekken om liefdadigheidsdoeleinden van bepaalde levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen gebeurt onder de voorwaarden voorzien in deze circulaire.
2. Gratis overdracht van bepaalde levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen (artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, c), van het Btw-Wetboek)
Het nieuwe artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, c), van het Btw-Wetboek, luidt als volgt:
'§ 1: Met een levering onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld:
(…)
2° het door een belastingplichtige aan zijn bedrijf onttrekken van een goed om het om niet te verstrekken, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan, met uitzondering van de onttrekkingen die worden gedaan met het oog op:
c) het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen, andere dan goederen die op duurzame wijze kunnen worden gebruikt waarvan de intrinsieke kenmerken verhinderen dat ze, in gelijk welke schakel van het economische circuit, nog worden verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden;’
Die bepaling, die in werking treedt op 16.05.2019, heeft tot gevolg dat het gratis (om niet) verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van bepaalde levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen niet meer wordt gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel mits bepaalde voorwaarden worden nageleefd. Die voorwaarden worden hierna uiteengezet.
3. Bedoelde goederen
Enkel de levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen, andere dan goederen die op duurzame wijze kunnen worden gebruikt, die op grond van hun intrinsieke kenmerken, in gelijk welke schakel van het economische circuit, niet meer kunnen worden verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden, zijn beoogd.
Het gebruik van het begrip 'levensnoodzakelijk' geeft aan dat het om goederen gaat die de levenskwaliteit van personen die in armoede leven daadwerkelijk kunnen verbeteren. Het betreft aldus goederen die in het dagelijkse leven van de betrokken personen onmisbaar zijn en die hun toelaten een waardig leven te leiden. Het betreft enkel de goederen die noodzakelijk zijn om een menswaardig leven te leiden.
Het spreekt voor zich dat luxegoederen niet zijn bedoeld. Het btw-tarief dat normaal op de levering van die goederen van toepassing zou zijn geweest, is evenwel niet relevant.
Het gebruik van de begrippen 'andere dan goederen die op duurzame wijze kunnen worden gebruikt' geeft aan dat het moet gaan om verbruiksgoederen. Duurzame goederen zijn niet bedoeld.
Die inperking is bedoeld om de risico's op het ontstaan van parallelle circuits en concurrentieverstoring te beperken.
Het gebruik van de woorden 'waarvan de intrinsieke kenmerken verhinderen dat ze, in gelijk welke schakel van het economische circuit, nog worden verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden' geeft aan dat er objectieve redenen moeten bestaan die verantwoorden dat die goederen niet meer in normale omstandigheden kunnen worden gecommercialiseerd.
De eerste van die omstandigheden heeft betrekking op het bederfelijke karakter van een product. Bijvoorbeeld: basisgeneesmiddelen voor de huisapotheek waarvan de houdbaarheidsdatum nabij is.
De tweede mogelijke omstandigheid betreft de verpakking (ongeacht zijn vorm) van het product als die op een dergelijke manier beschadigd is dat het product niet meer verkocht kan worden tegen de oorspronkelijke verkoopsvoorwaarden. Dezelfde regel is van toepassing als vanaf de commercialisering van het product, die verpakking als niet-conform kan worden beschouwd. Die voorwaarde moet worden geëvalueerd in het licht van de kwaliteitsnormen die door de verkoper of de fabrikant gewoonlijk worden gehanteerd, ongeacht of die normen reglementair van aard zijn dan wel verbonden zijn aan overwegingen omtrent marketing. Bijvoorbeeld: een shampoo met een oud logo van het merk.
De derde omstandigheid heeft betrekking op het geval waarin het product niet of niet meer beantwoordt aan de productienormen vastgelegd door de producent.
De laatste omstandigheid heeft tot slot betrekking op de goederen die gewoonlijk slechts worden gecommercialiseerd gedurende relatief korte periodes. Wanneer die periodes voorbij zijn, zijn dergelijke goederen dan ook veel moeilijker verkoopbaar, tenzij belangrijke kortingen worden toegekend.
In afwachting van de publicatie van een uitvoeringsbesluit – zoals voorzien in artikel 12, § 1, derde lid, van het Btw-Wetboek – dient men zich te baseren op de verslagen van de parlementaire werkzaamheden bij de bepaling van de goederen die in aanmerking kunnen komen voor deze regeling. De relevante verslagen van de parlementaire werkzaamheden worden toegevoegd als bijlage bij deze circulaire (zie titel 10).
Als referentiekader en ten indicatieven titel, zijn volgende goederen bijvoorbeeld bedoeld:
- essentiële hygiëneproducten zoals zeep, shampoo, tandpasta en tandenborstels (zie Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1 en C.R.I.V, Kamer, 2018-2019, zitting van 28.03.2019, nr. 54-PLEN-278, p. 14-16);
- schoonheids- en basisverzorgingsmiddelen zoals reinigingscrème, scheermesjes en scheerschuim (zie Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1);
- basisgeneesmiddelen voor de huisapotheek, zoals aspirines, verband en ontsmettingsmiddelen (zie Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1);
- huishoudmiddelen zoals vloerreinigers, wasproducten en vuilniszakken (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1);
- producten voor baby’s en kleine kinderen, zoals luiers, aangepaste zeep en shampoo (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1);
- school- en kantoorbenodigdheden, zoals balpennen, potloden en boekentassen (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1);
- toiletpapier en wegwerphanddoeken (zie Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/2).
Overeenkomstig het verslag van de parlementaire werkzaamheden, zijn volgende goederen ook beoogd:
- spelletjes en speelgoed (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1);
- kleding en schoenen (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1);
- keukengereedschap, zoals kookpotten en pannen (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1);
- basisgoederen voor huiselijk comfort, zoals huishoudlinnen (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1).
Ten indicatieven titel, zijn volgende goederen bijvoorbeeld niet beoogd:
- elektrische huishoudelijke apparaten zoals microgolfovens, kookplaten en droogkasten (uitgesloten in C.R.I.V, Kamer, 2018-2019, zitting van 28.03.2019, nr. 54-PLEN-278, p. 14-16);
- meubilair (uitgesloten in Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/3);
- matrassen (beoogd in Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1 maar vervolgens uitgesloten in C.R.I.V, Kamer, 2018-2019, zitting van 28.03.2019, nr. 54-PLEN-278, p. 14-16);
- kinderwagens (beoogd in Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/1 maar vervolgens uitgesloten in C.R.I.V, Kamer, 2018-2019, zitting van 28.03.2019, nr. 54-PLEN-278, p. 14-16) ;
- voertuigen (uitgesloten in Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/2 en nr. 3559/3);
- grasmaaiers (uitgesloten in Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3559/2).
4. Wie kan goederen schenken?
De schenkers die beoogd zijn door de nieuwe bepaling zijn de belastingplichtigen die een onder titel 3, hiervoor, bedoeld goed hebben gekocht of geproduceerd, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de voorbelasting is ontstaan.
Het gaat niet uitsluitend om producenten en distributiebedrijven maar bijvoorbeeld ook om belastingplichtigen die goederen hebben aangekocht om deze in het kader van hun economische activiteit te gebruiken.
De belastingplichtige-schenker moet kunnen aantonen dat hij de goederen heeft verstrekt voor liefdadigheidsdoeleinden. De administratie neemt aan dat dit het geval is wanneer de belastingplichtige beschikt over een document van de begunstigde (zie titels 5 en 6) waaruit blijkt dat de geschonken goederen niet voor commerciële doeleinden zullen worden gebruikt maar in het kader van een sociale actie ten voordele van behoeftige personen (zie titels 8.1 en 8.3.1).
5. Aan wie kunnen de goederen worden geschonken?
De door de nieuwe bepaling beoogde onttrekkingen van goederen zijn diegene die verricht worden met het oog op het gratis verstrekken ervan aan:
A.
een lokale, gemeentelijke, intercommunale, provinciale, gemeenschaps-, gewestelijke of federale administratie of overheid in het kader van hun opdrachten tot het verdelen
van materiële hulp aan behoeftige personen;
B.
elke caritatieve organisatie erkend door een overheid bedoeld onder A, hiervoor.
De onder punten A en B bedoelde instellingen worden hierna 'de begunstigden' genoemd.
Voornoemde instellingen dienen de ontvangen goederen in het kader van de armoedebestrijding te verdelen onder de behoeftige personen. Dit zijn personen die in acute of chronische noodsituatie verkeren en niet (meer) over voldoende middelen beschikken om een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. De goederen mogen niet rechtstreeks door de belastingplichtige-schenker onder de behoeftige personen worden verdeeld.
De onder punt A beoogde instellingen worden sowieso beoogd.
In afwachting van de publicatie van een koninklijk besluit dat uitvoering geeft aan artikel 12, § 1, derde lid, van het Btw-Wetboek, neemt de administratie aan dat een onder punt B beoogde caritatieve organisatie in ieder geval geacht wordt erkend te zijn door de overheid indien ze gezamenlijk voldoet aan de volgende voorwaarden:
- zij moet zich bij de bevoegde administratie/overheidsinstantie (1) kenbaar maken als een caritatieve organisatie;
- zij heeft een sociale bestaansreden, wat onder meer blijkt uit haar doelstelling die bestaat in het verlenen van hulp die zij over het algemeen laat samengaan met sociale begeleiding van hulpbehoevenden;
- zij heeft op voorhand met de bevoegde administratie/overheidsinstantie (bijvoorbeeld het OCMW van de gemeente waarin zij actief is) een overeenkomst gesloten, waarin een vertegenwoordiger van de administratie/overheidsinstantie bevestigt dat de betreffende caritatieve organisatie:
* gekend is als organisatie die zich inzet voor de strijd tegen de armoede en voor de bedeling van niet-voedingsmiddelen;
* in staat is de gratis ontvangen goederen beoogd onder titel 3 in goede omstandigheden te verdelen, en;
* er zich toe verbindt de goederen beoogd onder titel 3 niet voor commerciële doeleinden te gebruiken en ze daadwerkelijk gratis uit te delen uitsluitend onder de behoeftige personen.
(1) Het betreft een erkenning door een administratie of overheidsinstantie bevoegd voor het sociaal beleid op het niveau dat overeenkomt met het werkgebied van de caritatieve organisatie (lokaal, provinciaal, regionaal of nationaal). Zo dient, bijvoorbeeld, een caritatieve organisatie die nationaal actief is, erkend te zijn door een federale administratie/overheidsinstantie.
Deze overeenkomst moet door de betrokken partijen gedagtekend en ondertekend worden en moet door hen worden bewaard.
Het spreekt voor zich dat de begunstigden beoogd onder punten A en B, hiervoor, strikt de btw-verplichtingen en formaliteiten moeten naleven (zie titel 8, hierna).
6. Bijzonder geval: verdeelplatformen
Het gebeurt dat belastingplichtigen goederen schenken via een platform dat de geschonken goederen ontvangt, opslaat en vervolgens verder verdeelt onder overheidsinstanties of caritatieve organisaties die die goederen uiteindelijk onder behoeftige personen verdelen. Een dergelijk platform kan zowel door een overheidsinstantie opgericht zijn als uitgaan van een privé-initiatief.
Dergelijke verdeelplatformen hebben in principe de logistieke en menselijke capaciteiten ter hun beschikking om een groter aantal aan geschonken goederen bij de schenker op te halen, te vervoeren en op te slaan. Het verdeelplatform zal de goederen evenwel niet zelf onder de behoeftige personen verdelen. Dit gebeurt door een andere begunstigde waarmee het platform samenwerkt.
In afwachting van de publicatie van een uitvoeringsbesluit en ten einde de opvolging van de distributieketen van de geschonken goederen te verzekeren en het ontstaan van parallelle verkoopkanalen te verhinderen, neemt de administratie aan dat een verdeelplatform als een 'begunstigde' in de zin van titel 5 van deze circulaire kan worden aangemerkt, indien het gezamenlijk aan de voorwaarden van titels 6.1 en 6.2 voldoet.
Schenkingen van onder titel 3 beoogde goederen aan verdeelplatformen die aan de voorwaarden van titels 6.1 en 6.2 voldoen, worden in ieder geval beoogd door de uitzondering op de onttrekking voorzien in punt c) van artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek. De in titel 8, hierna, bepaalde btw-verplichtingen en formaliteiten dienen uiteraard te worden nageleefd.
6.1 Algemene voorwaarden inzake de erkenning van verdeelplatformen
In afwachting van de publicatie van een koninklijk besluit dat uitvoering geeft aan artikel 12, § 1, derde lid, van het Btw-Wetboek, neemt de administratie aan dat een verdeelplatform in ieder geval geacht wordt erkend te zijn door de overheid indien ze gezamenlijk voldoet aan de volgende voorwaarden:
- zij moet zich bij de bevoegde overheid (beoogd onder titel 5, punt A) kenbaar maken als verdeelplatform in de zin van deze circulaire;
- zij mag geen winstoogmerk nastreven en ontplooit uitsluitend activiteiten die rechtstreeks verband houden met liefdadigheidsdoeleinden;
- zij heeft een sociale bestaansreden wat onder meer blijkt uit haar doelstelling die bestaat in het verlenen van hulp aan behoeftige personen. Dit moet ook blijken uit de statuten of oprichtingsakte van het verdeelplatform;
- zij heeft op voorhand met de bevoegde overheid een overeenkomst gesloten, waarin een vertegenwoordiger van de overheid bevestigt dat het verdeelplatform:
* gekend is als verdeelorganisatie gericht op de bedeling van materiële hulp aan behoeftige personen;
* in staat is de door de belastingplichtige-schenkers geschonken goederen op een correcte manier op te halen, te vervoeren, te bewaren, te stockeren om ze vervolgens aan te bieden aan de begunstigden beoogd onder titel 5;
* in staat is de geschonken goederen gratis (of tegen een geringe bijdrage, zie titel 7 hierna) in goede omstandigheden te verdelen aan de begunstigden beoogd onder titel 5 die op hun beurt de goederen zullen verdelen aan de meest behoeftigen;
* er zich toe verbindt de betreffende goederen niet voor commerciële doeleinden te gebruiken en ze daadwerkelijk gratis (of tegen een geringe bijdrage, zie titel 7 hierna) uitsluitend uit te delen aan de begunstigden beoogd in titel 5.
Deze overeenkomst moet door de betrokken partijen gedagtekend en ondertekend worden en moet door hen worden bewaard.
6.2 Samenwerkingsovereenkomsten
De verdeelplatformen sluiten een samenwerkingsovereenkomst met enerzijds de belastingplichtige-schenkers en anderzijds de begunstigden aan wie de ze goederen zullen verdelen.
6.2.1 Samenwerkingsovereenkomst met de belastingplichtige-schenkers
Een verdeelplatform overhandigt een kopie van de overeenkomst bedoeld onder titel 6.1 aan iedere belastingplichtige-schenker waarmee het zal samenwerken.
Verder sluit het verdeelplatform met iedere belastingplichtige-schenker een samenwerkingsovereenkomst waarin:
- bevestigd wordt dat de belastingplichtige-schenker de goederen steeds gratis aan het verdeelplatform zal leveren met het oog op een volgende verdeling door het platform aan begunstigden beoogd onder titel 5;
- het verdeelplatform bevestigt dat ze de geschonken goederen uitsluitend gratis (of tegen geringe bijdrage, zie titel 7) zal verdelen aan de begunstigden beoogd onder titel 5 waarmee ze een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten.
In de regel omvat deze overeenkomst ook bepalingen waarin beide partijen overeenkomen hoe de goederen aan de begunstigden zullen worden overgemaakt (ophalen in depot, geleverd bij de begunstigde …).
De hiervoor bedoelde samenwerkingsovereenkomst moet opgemaakt worden in twee exemplaren, waarvan elke partij verklaart het zijne te hebben ontvangen en moet door de betrokken partijen gedagtekend en ondertekend worden. Elke partij bewaart een exemplaar.
6.2.2 Samenwerkingsovereenkomst met andere begunstigden
Het verdeelplatform overhandigt een kopie van de overeenkomst bedoeld onder titel 6.1 aan de begunstigden beoogd onder titel 5 waarmee het zal samenwerken.
Het verdeelplatform sluit voorafgaandelijk een samenwerkingsovereenkomst met de begunstigden.
In die overeenkomst verbindt het verdeelplatform zich ertoe:
- de goederen gratis te ontvangen van belastingplichtige-schenkers;
- de geschonken goederen op correcte wijze te bewaren en;
- op geregelde wijze de begunstigde te informeren over de beschikbare goederen.
In de regel omvat deze overeenkomst ook bepalingen waarin beide partijen overeenkomen hoe de goederen aan de begunstigde zullen worden overgemaakt (ophalen in depot, geleverd bij de begunstigde …).
De hiervoor bedoelde samenwerkingsovereenkomst moet opgemaakt worden in twee exemplaren, waarvan elke partij verklaart het zijne te hebben ontvangen en moet door de betrokken partijen gedagtekend en ondertekend worden. Elke partij bewaart een exemplaar.
7. Het gratis karakter van de giften en uitzonderingen
De basispremisse blijft dat de bedeling van de niet-voedingsmiddelen van bij de belastingplichtige-schenker tot bij de behoeftige personen in alle stadia van de verdeling gratis (om niet) verloopt.
De belastingplichtige-schenker mag onder geen beding een vergoeding vragen, ook niet voor bepaalde administratieve of logistieke kosten. Anders zou het immers een eenvoudige levering van goederen betreffen en geen schenking.
Uit de ratio legis van de bepaling volgt dat de geschonken goederen niet meer worden verkocht tegen een vergoeding. De begunstigde als bedoeld onder titel 5 mag bijgevolg in beginsel geen tegenprestatie vragen van de behoeftige personen die (een deel van) de waarde van de goederen vertegenwoordigt. Er wordt aanvaard dat een beperkte bijdrage wordt gevraagd die hoogstens de kosten van vervoer, verpakking en opslag dekt.
Rekening houdend met de doelstelling van deze nieuwe wettelijke bepaling en met de feitelijke omstandigheden waarin de onder titel 3 beoogde goederen worden verdeeld door sociale kruideniers, wordt aanvaard dat sociale kruideniers de goederen tegen geringe bijdrage verdelen aan de behoeftige personen en op bijkomstige wijze verkopen aan andere natuurlijke personen voor zover de uit deze verkopen verkregen inkomsten uitsluitend worden gebruikt voor de financiering van de caritatieve activiteiten van de sociale kruidenier. Enkel sociale kruideniers die onder de vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek vallen, zijn hier beoogd.
De verdeelplatformen beoogd onder titel 6 mogen aan een volgende begunstigde in de zin van titel 5 een beperkte bijdrage vragen voor de door het platform gedragen algemene onkosten. De door het platform aangerekende bijdrage, tezamen met de financiële giften die ze ontvangt, moeten het platform toelaten haar activiteiten van verdeelplatform uit te oefenen. Onder geen beding mag het platform winst nastreven. Eventuele financiële overschotten moeten beperkt blijven en mogen onder geen beding worden uitgekeerd. Ingeval van ontbinding van het verdeelplatform moet de eventuele overblijvende activa toekomen aan een belangloos doel.
8. Btw-verplichtingen en btw-formaliteiten
Artikel 12, § 1, derde lid, van het Btw-Wetboek voorziet dat de Koning middels een besluit de toepassingsvoorwaarden ervan regelt.
In afwachting van de publicatie van een koninklijk besluit, zal de administratie de toepassing van het vermoeden van artikel 64, § 1, van het Btw-Wetboek in hoofde van een btw-belastingplichtige niet inroepen en neemt aan dat de goederen niet werden geleverd onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt, voor zover het verstrekken om liefdadigheidsdoeleinden van bepaalde levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen gebeurt onder de voorwaarden voorzien in deze circulaire.
8.1 Principe
Als bewijs dat de belastingplichtige-schenker de betreffende goederen gratis heeft geschonken aan een begunstigde beoogd onder titel 5 dient, in principe per schenking die plaatsvindt, tussen, enerzijds, de belastingplichtige-schenker en, anderzijds, de begunstigde, een document te worden opgesteld:
- waarin de begunstigde:
* bevestigt dat de betreffende goederen gratis werden verkregen, en;
* zich er toe verbindt de verkregen goederen niet voor commerciële doeleinden te gebruiken en ze, in het kader van een sociale actie, gratis (of tegen geringe bijdrage, zie titel 7) uit te delen uitsluitend onder behoeftige personen.
- en dat per schenking minstens de volgende vermeldingen moet bevatten:
* de datum waarop de begunstigde bezit heeft genomen van de goederen;
* de (maatschappelijke) benaming, het adres en het btw-identificatienummer van de belastingplichtige-schenker;
* de (maatschappelijke) benaming, het adres en het ondernemingsnummer van de begunstigde van de schenking;
* een volledige en correcte omschrijving van de geschonken goederen;
* de weggeschonken hoeveelheden (per aantal).
Het hiervoor bedoelde document moet opgemaakt worden in twee exemplaren, waarvan elke partij verklaart het zijne te hebben ontvangen en moet door de betrokken partijen gedagtekend en ondertekend worden. Het document moet worden opgesteld uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin de schenking heeft plaatsgevonden.
Dit document weerlegt het wettelijk vermoeden van artikel 64, § 1, van het Btw-Wetboek in hoofde van de belastingplichtige-schenker.
8.2 Toegeving: het verzameldocument
De administratie aanvaardt bovendien bij wijze van proef dat desgewenst uiterlijk de vijftiende dag van iedere maand één enkel verzameldocument wordt opgesteld waarin alle schenkingen van de afgelopen maand worden gegroepeerd. Het verzameldocument mag enkel de schenkingen bevatten die in de loop van de maand waarop het betrekking heeft, werden gedaan.
Het verzameldocument bevat, per schenking, de vermeldingen bedoeld onder titel 8.1, met uitzondering van de data waarop de begunstigde bezit heeft genomen van de goederen. Die data mogen worden vervangen door een globale verwijzing naar de maand waarop het document betrekking heeft.
Voornoemd verzameldocument heeft dus een datum maar een verwijzing in het verzameldocument naar de werkelijke datum van de betreffende schenkingen is niet strikt vereist. De belastingplichtige-schenkers zijn wel verplicht om de gedetailleerde gegevens te bewaren van de betreffende schenkingen op basis waarvan het verzameldocument werd opgemaakt.
Het verzameldocument moet worden opgesteld uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin de schenkingen hebben plaatsgevonden.
Dit verzameldocument vervangt voor de belastingplichtige schenker het stuk tot vaststelling van de onttrekking in de zin van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1 en weerlegt het wettelijk vermoeden van artikel 64, § 1, van het Btw-Wetboek.
8.3 Formaliteiten na te leven door de verdeelplatformen
Verdeelplatformen bedoeld onder titel 6 zijn een tussenschakel tussen een belastingplichtige-schenker enerzijds en een begunstigde die de goederen onder de behoeftige personen zal verdelen anderzijds. Ze kunnen zowel goederen die worden aangemerkt als levensnoodzakelijk en niet-duurzaam (zie titel 3, hiervoor) verdelen als andere goederen.
Het is bijgevolg noodzakelijk om de goederenstromen goed te kunnen opvolgen en om de concurrentieverstoring te vermijden in de gevallen waarin de belastingplichtige-schenker de toepassing van artikel 12, § 1, eerste lid, c), van het Btw-Wetboek inroept.
In afwachting van de publicatie van een uitvoeringsbesluit, ten einde de opvolging van de distributieketen van de geschonken goederen te verzekeren en het ontstaan van parallelle verkoopkanalen te verhinderen, zal de administratie niet betwisten dat de schenkingen aan verdeelplatformen door artikel 12, § 1, eerste lid, c), van het Btw-Wetboek beoogd zijn wanneer de betrokken partijen in de ketting de voorwaarden voorzien in deze circulaire naleven waaronder de hierna volgende formaliteiten.
8.3.1 In de relatie met de belastingplichtige-schenker
Als bewijs dat de belastingplichtige-schenker de betreffende goederen gratis heeft geschonken aan het verdeelplatform beoogd onder titel 6 dient, in principe per schenking die plaatsvindt, tussen, enerzijds, de belastingplichtige-schenker en, anderzijds, het verdeelplatform, een document te worden opgesteld:
- waarin het verdeelplatform:
* bevestigt dat de betreffende goederen gratis werden verkregen, en;
* zich er toe verbindt de verkregen goederen niet voor commerciële doeleinden te gebruiken en ze, in het kader van een sociale actie ten voordele van behoeftige personen, gratis (of tegen geringe bijdrage, zie titel 7) te verdelen uitsluitend aan de begunstigden beoogd onder titel 5 waarmee het verdeelplatform een samenwerkingsakkoord heeft.
- en dat per schenking minstens de volgende vermeldingen moet bevatten:
* de datum waarop het verdeelplatform bezit genomen heeft van de goederen;
* de (maatschappelijke) benaming, het adres en het btw-identificatienummer van de belastingplichtige-schenker;
* de (maatschappelijke) benaming, het adres en het ondernemingsnummer van het verdeelplatform;
* een volledige en correcte omschrijving van de geschonken goederen;
* de weggeschonken hoeveelheden (per aantal).
Het hiervoor bedoelde document moet opgemaakt worden in twee exemplaren, waarvan elke partij verklaart het zijne te hebben ontvangen en moet door de betrokken partijen gedagtekend en ondertekend worden.
Dit document weerlegt het wettelijk vermoeden van artikel 64, § 1, van het Btw-Wetboek in hoofde van de belastingplichtige-schenker.
De administratie aanvaardt bij wijze van proef dat in de relatie belastingplichtige-schenker – verdeelplatform een verzameldocument zoals voorzien onder titel 8.2 wordt opgesteld.
8.3.2 In de relatie met een andere begunstigde beoogd onder titel 5
Zoals blijkt uit het verslag van de parlementaire werkzaamheden, moeten de nodige maatregelen getroffen worden om de risico’s op het ontstaan van parallelle circuits en concurrentieverstoring te voorkomen. Het is bijgevolg noodzakelijk dat de goederen die via een verdeelplatform worden verdeeld, opgevolgd kunnen worden.
Bij de verdeling van de goederen wordt een document opgemaakt:
- waarin de begunstigde:
* bevestigt dat de betreffende goederen gratis van het verdeelplatform werden verkregen (of indien een geringe bijdrage werd betaald, het bedrag van die bijdrage, zie titel 7), en;
* zich ertoe verbindt de verkregen goederen niet voor commerciële doeleinden te gebruiken en ze, in het kader van een sociale actie, gratis (of tegen geringe bijdrage, zie titel 7) uit te delen uitsluitend onder behoeftige personen.
- en dat per schenking minstens de volgende vermeldingen moet bevatten:
* de datum waarop de begunstigde bezit genomen heeft van de goederen;
* de (maatschappelijke) benaming, het adres en het ondernemingsnummer van de begunstigde van de schenking;
* de (maatschappelijke) benaming, het adres en het ondernemingsnummer van het verdeelplatform;
* een volledige en correcte omschrijving van de geschonken goederen;
* de weggeschonken hoeveelheden (per aantal).
Het hiervoor bedoelde document moet opgemaakt worden in twee exemplaren, waarvan elke partij verklaart het zijne te hebben ontvangen en moet door de betrokken partijen gedagtekend en ondertekend worden.
De administratie aanvaardt bij wijze van proef dat in de relatie verdeelplatform – begunstigde een verzameldocument zoals voorzien onder titel 8.2 wordt opgesteld.
8.3.3 Door het verdeelplatform aan te leggen en te bewaren registers
Naast de in titels 8.3.1 en 8.3.2 beoogde te bewaren documenten, dient het verdeelplatform een administratie te voeren die toelaat de goederenstroom op te volgen. Dit gebeurt aan de hand van een gedetailleerd register voor de inkomende goederen (ontvangen van de belastingplichtige-schenkers) en een gedetailleerd register voor de verdeelde goederen (aan de begunstigden beoogd onder titel 5).
Meer algemeen wordt eraan herinnerd dat op grond van artikel 60, § 4, van het Btw-Wetboek de boeken en andere stukken (dan de facturen en kopieën van facturen als bedoeld in § 3 datzelfde artikel) waarvan de btw-reglementering het houden, het opstellen of het uitreiken voorschrijven, dienen te worden bewaard gedurende zeven jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar volgend op hun sluiting wat boeken betreft of op hun datum wat de andere stukken betreft.
9. Inwerkingtreding
Deze circulaire treedt in werking op 16.05.2019.
10. Bijlagen
Bijlage 1_Parl.St. Kamer 2018-2019_nr. 3559.1
Bijlage 2_Parl.St. Kamer 2018-2019_nr. 3559.2
Bijlage 3_Parl.St. Kamer 2018-2019_nr. 3559.3
Bijlage 4_C.R.I.V Kamer 2018-2019_zitting van 28.03.2019_nr. 54-PLEN-278
Interne ref.: 135.288
