Circulaire nr. AFZ/2003-0136 - AFZ/2003-0912 - AFZ/2005-1160 - AFZ/2006-0039 - AFZ/2006-0463 (AFZ 13/2006) van 05.07.2006

CIRC 05.07.06/1
GEWEST
Bevoegdheid van het Waalse Gewest

ONROERENDE VOORHEFFING
Aanslagvoet van de OV
Vermindering van de OV
Vrijstelling van de OV

VERMINDERING VAN DE OV
Vermindering voor gehandicapte personen
Vermindering voor kinderlast
Vermindering voor persoon ten laste

VRIJSTELLING VAN DE OV
Materiaal en outillering
Onroerend goed aangewend als service-flat
Onroerend goed gebruikt voor de opvang en huisvesting van personen met een handicap
Onroerend goed gebruikt voor de opvang en huisvesting van kinderen onder drie jaar
Commentaar op de diverse decreten van het Ministerie van het Waalse Gewest inzake onroerende voorheffing.
Aan al de ambtenaren van de niveau's A, B en C van de Administratie van fiscale zaken, van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, van de Administratie van de bijzondere belastingsinspectie en van de sector Directe belastingen - directie Invordering.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire geeft een eerste commentaar op de bepalingen betreffende de onroerende voorheffing die van toepassing zijn in het Waalse Gewest en opgenomen in :
- het decreet van 22 oktober 2003 houdende wijziging van de artikelen 253, 255 en 518 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (BS 19.11.2003);
- het decreet van 22 oktober 2003 houdende wijziging van de artikelen 257 en 258 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (BS 19.11.2003);
- de artikelen 14 tot 15bis van het programmadecreet van 18 december 2003 houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken (BS 6.2.2004);
- artikel 34 van het programmadecreet van 3 februari 2005 betreffende de economische heropleving en de administratieve vereenvoudiging (BS 1.3.2005);
- artikel 31 van het programmadecreet van 23 februari 2006 betreffende de prioritaire acties voor de toekomst van Wallonië (BS 7.3.2006);
- het decreet van 27 april 2006 tot wijziging van artikel 255 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen op de inkomsten 1992 (BS 15.5.2006).
2. Het decreet van 22 oktober 2003 houdende wijziging van de artikelen 253, 255 en 518 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), hierna D1 22.10.2003 genoemd, past de aanslagvoet aan van de goederen welke onderworpen zijn aan de onroerende voorheffing (OV), wijzigt de minimale gebruikswaarde van het materieel en de outillage (M) onderworpen aan de OV en voorziet in de bevriezing van de indexering van het kadastraal inkomen (KI) dat als uitgangspunt dient voor het berekenen van de OV op het M gekoppeld aan de index van het jaar 2002.
3. Het decreet van 22 oktober 2003 houdende wijziging van de artikelen 257 en 258, WIB 92, hierna D2 22.10.2003 genoemd, voorziet in de hervorming van het stelsel van de verminderingen van de OV.
4. Het programmadecreet van 18 december 2003 houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken, hierna D 18.12.2003 genoemd, voorziet, voor wat betreft de OV in het Waalse Gewest, in het in aanmerking nemen van de wettelijk samenwonende bij het berekenen van de verminderingen van de OV (art. 14 en 15) en in de uitbreiding van het toepassingsveld van de vrijstellingen voor onroerende goederen die aan een bepaalde bestemming beantwoorden (art 15bis).
5. Het programmadecreet van 3 februari 2005 betreffende de economische heropleving en de administratieve vereenvoudiging, hierna D 3.2.2005 genoemd, voorziet, in haar artikel 34, in de neutralisatie van de OV op het bijkomende KI van het M dat voortvloeit uit iedere investering verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht vanaf 1 januari 2005 en dat de belastbare basis bestaande op 1 januari 2005 verhoogt.
6. Het programmadecreet van 23 februari 2006 betreffende de prioritaire acties voor de toekomst van Wallonië, hierna D 23.2.2006 genoemd, voorziet, in haar artikel 31, in de vrijstelling van de OV op het KI van het M en dat voortvloeit uit iedere investering verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht vanaf 1 januari 2006.
7. Het decreet van 27 april 2006 tot wijziging van artikel 255, WIB 92, voorziet, enerzijds, in de uitbreiding van het toepassingsgebied van het verlaagd tarief (0,8 %) inzake OV naar alle vastgoedbeheerders bedoeld in de Waalse huisvestingscode en, anderzijds, in de vrijstelling van de OV voor de woningen die een natuurlijke persoon ter beschikking stelt aan de openbare sector.
II. WETTELIJKE BEPALINGEN
A. Decreet van 22 oktober 2003 houdende wijziging van de artikelen 253, 255 en 518, WIB 92
8. Art. 2. - Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1998 alsmede bij het decreet van 6 december 2001, gewijzigd als volgt :
1° aan het einde van 3°, worden de leestekens "." vervangen door de leestekens ";";
2° er wordt een 4° ingevoegd, luidend als volgt : "4° van het materieel en de outillage bedoeld in artikel 471, § 3, als dat kadastraal inkomen, berekend overeenkomstig de artikelen 483 en 484, niet hoger is dan 795 euro per kadastraal perceel;";
3° punt 6°, ingevoegd bij artikel 16 van het decreet van 6 december 2001 houdende instandhouding van de Natura 2000-gebieden alsook van de wilde fauna en flora, wordt punt 5°;
4° in punt 1°, worden de woorden ", met inbegrip van de serviceflats en opvanginfrastructuren voor kinderen onder drie jaar" toegevoegd na de woorden "in artikel 12, § 1".
9. Art. 3. - Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 255 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994 en aangevuld bij het decreet van 1 december 1988, vervangen als volgt :
"Art. 255. § 1. De onroerende voorheffing bedraagt 1,25 % van het kadastraal inkomen zoals het vastgelegd is op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig artikel 518.
Dat percentage wordt teruggebracht tot 0,8 % voor woningen toebehorend aan bouwmaatschappijen die door de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting of door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas zijn erkend, voor eigendommen die als sociale woningen worden verhuurd en aan openbare centra voor maatschappelijk welzijn en aan gemeenten toebehoren, alsmede voor eigendommen die aan de Nationale Landmaatschappij of aan door haar erkende maatschappijen toebehoren en als sociale woningen worden verhuurd.
Dat percentage wordt teruggebracht tot 0,8 %, enerzijds, voor woningen toebehorend aan de Waalse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij alsmede aan door haar erkende maatschappijen en, anderzijds, voor eigendommen van het "Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" (Waals huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen) die verhuurd worden in het kader van zijn huurtegemoetkomingsverrichtingen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, bedraagt de onroerende voorheffing voor het materieel en de outillage bedoeld in artikel 471, § 3, 1,25 % van het kadastraal inkomen berekend overeenkomstig de artikelen 483 en 484 en vermenigvuldigd met de coëfficiënt verkregen na deling van het gemiddelde van de prijsindexen van het jaar 2002 door het gemiddelde van de prijsindexen van de jaren 1988 en 1989."
10. Art. 4. - Wat het Waalse Gewest betreft, worden in artikel 518, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de leestekens ", § 1, " ingevoegd tussen "255" en "en 277".
11. Art. 5. - Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2004.
B. Decreet van 22 oktober 2003 houdende wijziging van de artikelen 257 en 258, WIB 92
12. Art. 2. - § 1. Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 257, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vervangen als volgt :
"Die vermindering bedraagt 250 euro voor een groot-oorlogsverminkte en 125 euro voor een gehandicapte persoon, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar de door de groot-oorlogsverminkte of de gehandicapte persoon betrokken woning gelegen is)];".
§ 2. Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 257, 3°, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vervangen als volgt :
"Die vermindering bedraagt 250 euro voor iedere gehandicapte persoon ten laste en 125 euro voor ieder niet- gehandicapt kind ten laste, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)];".
§ 3. Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aangevuld met een 3°bis, luidend als volgt:
"3°bis. een vermindering van de onroerende voorheffing betreffende het onroerend goed betrokken door het hoofd van een gezin met een persoon ten laste die niet bedoeld wordt in 3° en die deel uitmaakt van zijn gezin of van het gezin van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende, met uitzondering van de echtgenoot of wettelijk samenwonende.
Die vermindering bedraagt 125 euro voor iedere persoon ten laste bedoeld in het vorige lid, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)];".
§ 4. Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aangevuld met het volgende lid :
"De Waalse Regering kan het bedrag van de bovenvermelde verminderingen van 125 en 250 euro verhogen om ze geheel of gedeeltelijk aan de evolutie van de levensduurte aan te passen.
Een ontwerp van decreet tot bekrachtiging van de aldus genomen besluiten zal door de Waalse Regering bij de Waalse Gewestraad aanhangig gemaakt worden, onmiddellijk als hij vergadert of bij de opening van zijn eerstkomende zitting."
13. Art. 3. - Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 258, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vervangen als volgt :
"De verminderingen bepaald bij artikel 257, 1° à 3°bis, mogen slechts betrekking hebben op één enkele woning, die eventueel door belanghebbende aangewezen moet worden.
De vermindering bepaald bij artikel 257, 1°, wordt niet toegekend voor het gedeelte van de woning dat bestemd is voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit als het desbetreffende bedrag van het inkomen hoger is dan één vierde van het kadastrale inkomen van de gezamenlijke woning."
14. Art. 4. - Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2004.
C. Programmadecreet van 18 december 2003 houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken
HOOFDSTUK I. - Bepalingen betreffende de fiscaliteit
……
Afdeling 5 - Wijziging in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
15. Art. 14. - § 1. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden in artikel 257, 3°, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de woorden "of de wettelijk samenwonende" ingevoegd na de woorden "met inbegrip van de echtgenoot".
§ 2. Paragraaf 1 treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2005.
16. Art. 15. - § 1. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden in artikel 258, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, de woorden "in artikel 257, 1° tot 3°" vervangen door de woorden "in artikel 257, 1° tot 3°bis, ".
§ 2. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden in artikel 259 van hetzelfde Wetboek, de woorden "in artikel 257, 2° en 3°" vervangen door de woorden "in artikel 257, 2° tot 3°bis, ".
§ 3. De paragrafen 1 en 2 treden in werking op 1 januari 2004.
17. Art. 15bis. - In artikel 253, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, na de woorden "met inbegrip van de serviceflats en opvanginfrastructuren voor kinderen onder drie jaar", de woorden "evenals de infrastructuur voor de opvang en huisvesting van gehandicapte personen" toevoegen.
D. Programmadecreet van 3 februari 2005 betreffende de economische heropleving en de administratieve vereenvoudiging
HOOFDSTUK I - ……
HOOFDSTUK III.- Fiscaliteit
Afdeling 2.- Onroerende voorheffing op het materiaal en het gereedschap
18. Art. 34. - Artikel 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, alsmede bij de decreten van 6 december 2001, 22 oktober 2003 en 18 december 2003 wordt gewijzigd als volgt :
1. er wordt een punt 3bis ingevoegd, luidend als volgt :
"3°bis. nieuwe investeringen van materiaal en gereedschap bedoeld in artikel 471, § 3, verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht vanaf 1 januari 2005, volgens het volgende verschil :
a) als deze nieuwe investeringen in materiaal en gereedschap verkregen worden of in nieuwe staat tot stand worden gebracht op een kadastraal perceel dat op 31 december 2004 geen materiaal en gereedschap bevatte, wordt het op 1 januari 2005 bepaalde kadastraal inkomen volledig vrijgesteld van dit materiaal en gereedschap en dit overeenkomstig de artikelen 483 en 484;
b) als deze nieuwe investeringen in materiaal en gereedschap verkregen worden of in nieuwe staat tot stand worden gebracht op een kadastraal perceel dat op 31 december 2004 reeds materiaal en gereedschap bevatte, wordt de na 1 januari 2005 toegepaste verhoging van het kadastraal inkomen betreffende het materiaal en het gereedschap van dit perceel overeenkomstig de artikelen 483 en 484 vrijgesteld ten opzichte van het kadastraal inkomen betreffende het materiaal en het gereedschap van dit perceel op 1 januari 2005.
In geval van verandering van belastingplichtige van de onroerende voorheffing voor het materiaal en het gereedschap van dit perceel vanaf 1 januari 2005 wordt het kadastraal inkomen van het materiaal en van het gereedschap van dit perceel op 1 januari 2005 verminderd met het kadastraal inkomen van het materiaal en het gereedschap dat op 31 december 2004 bestond, wanneer dit materiaal en gereedschap sindsdien volledig buiten gebruik is gesteld met het oog op een herbestemming van het perceel".
2. in 4° worden de woorden "na aftrek van het overeenkomstig 3°bis vrijgesteld kadastraal inkomen" ingevoegd tussen de woorden "overeenkomstig de artikelen 483 en 484" en de woorden "niet hoger is".
19. Art. 155. - Dit besluit treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van hoofdstuk III, dat in werking treedt op 1 januari 2005.
E. Programmadecreet van 23 februari 2006 betreffende de prioritaire acties voor de toekomst van Wallonië
HOOFDSTUK I.- ……
HOOFDSTUK IV.- Vrijstelling van de onroerende voorheffing op het materiaal en het gereedschap
20. Art. 31. - Artikel 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, alsmede bij de decreten van 6 december 2001, 22 oktober 2003, 18 december 2003 en 3 februari 2005 wordt gewijzigd als volgt :
1. het eerste lid van 3°bis wordt vervangen door volgende tekst :
"3°bis. Onverminderd de bepalingen van 3°ter, nieuwe investeringen in materiaal en gereedschap bedoeld in artikel 471, § 3, verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht op het grondgebied van het Waalse Gewest vanaf 1 januari 2005, en volgens het volgende verschil :";
2. er wordt een punt 3°ter ingevoegd, luidend als volgt:
"3°ter. Nieuwe investeringen in materiaal en gereedschap bedoeld in artikel 471, § 3, verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht op het grondgebied van het Waalse Gewest vanaf 1 januari 2006; ";
3. in 4° worden de woorden "3°ter " ingevoegd tussen de woorden "niet hoger is" en de woorden "3°bis ".
21. Art. 60. - Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006, met uitzondering van artikel 43, dat in werking treedt op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
F. Decreet van 27 april 2006 tot wijziging van artikel 255, WIB 92
22. Artikel 1. - Artikel 255, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen op de inkomsten 1992, zoals vervangen bij het decreet van 22 oktober 2003, wordt aangevuld met een vierde lid, luidend als volgt:
"De rente wordt teruggebracht tot 0,8 % voor woningen die in huur gegeven of in beheer genomen worden door een vastgoedbeheerder overeenkomstig de Waalse Huisvestingscode. ".
23. Art. 2. - Artikel 255, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen op de inkomsten 1992, zoals vervangen bij het decreet van 22 oktober 2003, wordt aangevuld met een vijfde lid, luidend als volgt:
"De rente wordt teruggebracht tot 0 % voor woningen waarvan de belastingplichtige een natuurlijke persoon is en die in huur gegeven of in beheer genomen worden door een vastgoedbeheerder overeenkomstig de Waalse Huisvestingscode, op voorwaarde dat de belastingplichtige en de vastgoedbeheerder een geschreven overeenkomst sluiten waarin de duur van de terbeschikkingstelling van het goed, de door de natuurlijke persoon gevraagde huurprijs en, desgevallend, de beschrijving van de uit te voeren werken vastliggen."
24. Art. 3. - Dit decreet treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2006.
III. INWERKINGTREDING
25. De nieuwe bepalingen van de decreten van 22.10.2003 en de artikelen 15 en 15bis van het programmadecreet van 18.12.2003 treden in werking op 1 januari 2004.
Artikel 14 van het programmadecreet van 18.12.2003 treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2005.
Artikel 34 van het programmadecreet van 3.2.2005 treedt in werking op 1 januari 2005.
Artikel 31 van het programmadecreet van 23 februari 2006 treedt in werking op 1 januari 2006.
Het decreet van 27 april 2006 treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2006.
IV. COMMENTAAR OP DE WETTELIJKE BEPALINGEN
A. Algemeen
26. Sinds het invoeren van de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten, in werking getreden op 1 januari 2002, is het Waalse Gewest bevoegd, op grond van de artikelen 3, eerste lid, 5°, en 4, § 2, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, om de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen van de OV op het grondgebied van het Waalse Gewest, te wijzigen.
27. De diverse bepalingen genomen door de Regering van het Waalse gewest inzake de OV liggen in de lijn van de fiscale hervormingen die enerzijds naar een ontlasting van de fiscale druk die op de in het Waalse gewest gelegen bedrijven weegt beogen en anderzijds oplossingen in de problematiek van de huisvesting nastreven. Deze maatregelen vormen de concretisering van de fiscale dimensie van de opgelegde doelen omschreven in het luik gewijd aan de huisvesting van de "Déclaration de politique régionale".
B. Artikel 253, WIB 92
28. Overeenkomstig artikel 12, WIB 92, dat het KI vrijstelt van de onroerende goederen of delen van onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst of van de vrijzinnige morele dienstverlening, voor onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen, heeft het Waalse Gewest de vrijstelling van de OV, voorzien in artikel 253, 1°, WIB 92, uitgebreid naar serviceflats en opvanginfrastructuren voor kinderen onder drie jaar (zie punt 8 - art. 2, D1 22.10.2003) evenals naar de infrastructuur voor de opvang en huisvesting van personen met een handicap (zie punt 17 - art. 15bis, D 18.12.2003).
Hoewel het begrip "soortgelijke weldadigheidsinstellingen" vervat in artikel 12, WIB 92, de voormelde infrastructuren reeds omvat, voor zover zij geen winstoogmerk nastreven, achtte de gewestelijke wetgever het toch wenselijk, ten einde alle interpretatieverschillen met de fiscale administratie te vermijden, deze elementen toe te voegen aan de naamlijst.
29. Ten einde de economische groei te bevorderen en een betere verankering van de bedrijven in het Waalse Gewest te waarborgen heeft de Regering van het Gewest eveneens diverse maatregelen uitgevaardigd die streven naar de ontlasting van de fiscale lasten die op de bedrijven wegen. Dit doel werd geconcretiseerd door de invoering van een reeks bepalingen houdende vrijstelling van de OV voor het KI verbonden aan het M
Het KI van het M is, in principe, gelijk aan 5,3 % van de gebruikswaarde die wordt verondersteld gelijk te zijn aan 30 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde als nieuw, eventueel vermeerderd met de kosten der opeenvolgende veranderingen. Artikel 484, WIB 92, verduidelijkt dat het M slechts in aanmerking worden genomen ingeval hun gebruikswaarde een door de Koning bepaald minimum bereikt, zonder dat dit laatste 4.000 EUR mag overtreffen. De Koning heeft de minimale gebruikswaarde vastgesteld op 3.000 EUR (KB 10.10.1979).
30. De eerste van deze maatregelen (art. 253, 4°, WIB 92) voorziet in de vrijstelling van de OV voor het M wanneer het KI niet hoger is dan 795 EUR per kadastraal perceel (zie punt 8 - art. 2, 2°, D1 22.10.2003). Dit KI vormt een waarde voor indexering.
De Waalse regering wenste de minimale drempel van de gebruikswaarde te verhogen tot 15.000 EUR. De minimale waarde wordt niettemin bepaald in het kader van de vaststelling van het KI dat uitsluitend behoort tot de bevoegdheid van de federale overheid. Vandaar dat het Gewest gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheden voorzien in artikel 4, § 2, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, en zodus het M heeft vrijgesteld van de OV voor zover dat de gebruikswaarde het bedrag van 15.000 EUR niet overschrijdt of dat de beleggings- of aanschaffingswaarde het bedrag van 50.000 EUR niet overschrijdt.
31. De tweede maatregel (art. 253, 3°bis, WIB 92) voorziet in de neutralisatie van de OV op het bijkomende KI van het M dat voortvloeit uit iedere investering verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht vanaf 1 januari 2005 en dat de belastbare basis verhoogt (zie punt 18 - art. 34, D 3.2.2005).
Met verkrijgen of tot stand brengen in nieuwe staat worden de nieuwe, nog niet in gebruik genomen goederen bedoeld, met uitsluiting bijgevolg van de reeds bestaande en in gebruik genomen goederen en van tweedehands materieel. Deze beperking kan zich verklaren door de betrachting een opeenvolgende wederverkoop van het M te vermijden om de belasting te ontduiken.
32. Bovendien wordt er een correctie van het KI voorzien voor de nieuwe investeringen die tot stand zijn gebracht vanaf 1 januari 2005 door de nieuwe eigenaar van een bedrijfsruimte waarvan het al bestaand M volledig werden afgedankt op 1 januari 2005 (art. 253, 3°bis, tweede lid, WIB 92) met het oog op een herbestemming van het perceel.
33. Gelet op de fiscale stimulans eerder ingevoerd door artikel 2, D1 22.10.2003 (zie punt 31), was een coördinatie van de bestaande en de nieuwe vrijstellingen noodzakelijk. Door een aanpassing van artikel 253, 4°, WIB 92, wordt het bijkomende KI van het M, dat voortvloeit uit de investeringen verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht, niet in aanmerking genomen voor de vaststelling van de drempel van 795 EUR ingevoerd door het voormelde artikel.
Dientengevolge, in het geval van een investering in M verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht, door een bedrijf waarvan het KI van het perceel 700 EUR bedraagt voor investering en 900 EUR bereikt na investering voor hetzelfde perceel, zal het bijkomende KI van 200 EUR die voortvloeit uit de aanschaf van nieuw M worden vrijgesteld krachtens de bepalingen van artikel 253, 3°bis, WIB 92, terwijl het saldo van 700 EUR van een vrijstelling zal kunnen genieten overeenkomstig artikel 253, 4° (aangepast), WIB 92.
34. De laatste maatregel, die nauw aansluit bij deze hiervoor uiteengezet, beoogt de uitbreiding van de bepalingen betreffende de OV op het M naar alle in het Waalse Gewest gelegen bedrijven (zie punt 20 - art. 31, D 23.2.2006). Gelet op de decretale bepalingen voorafgaand aan de uitvaardiging van deze nieuwe maatregel, was derhalve een nieuwe aanpassing van de teksten van 3°bis en 4° noodzakelijk.
Voortaan kan iedere investering in M verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht het voorwerp uitmaken van een vrijstelling van de OV, onafhankelijk van de belastbare grondslag, de bedrijfsgrootte en de ligging van het bedrijf op het grondgebied van het Waalse Gewest.
35. Het verschil tussen het stelsel van 3°bis (aangepast) en deze van 3°ter (nieuw) berust op het feit dat deze laatste onvoorwaardelijk de vrijstelling van het KI toekent aan de nieuwe investering vanaf 1 januari 2006 terwijl de vrijstelling voorzien in 3°bis wordt toegepast wanneer het KI van het perceel waaraan de nieuwe investering verbonden is de drempel overschrijdt van het KI van M van hetzelfde perceel op 1 januari 2005 (behalve bij de herbestemming van het perceel).
Aangezien 3°bis, zoals laatst gewijzigd bij artikel 31, 1, D 23.2.2006, wordt toegepast "onverminderd de bepalingen van 3°ter" en gelet op de aritmetische volgorde waarin deze twee bepalingen werden gerangschikt, dienen eerst de bepalingen van 3°bis toegepast te worden. De 3°ter (nieuw) is van toepassing op de investeringen die niet vrijgesteld zijn door 3°bis.
C. Artikel 255, WIB 92
36. Het Waalse Gewest behoudt het tarief van de OV op 1,25 % van het KI voor de goederen gelegen in Wallonië, maar breidt het toepassingsgebied van het verminderd tarief van 0,8 % verder uit:
- voor woningen toebehorend aan de Waalse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij alsmede aan door haar erkende maatschappijen (zie punt 9 - D1 22.10.2003);
- voor eigendommen van het "Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" (Waals huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen) die verhuurd worden in het kader van zijn huurtegemoetkomingsverrichtingen (zie punt 9 - D1 22.10.2003);
- voor woningen die in huur gegeven of in beheer genomen worden door een vastgoedbeheerder overeenkomstig de Waalse Huisvestingscode (zie punt 22 - D 27.4.2006).
37. Artikel 255, § 1, tweede, derde en vierde lid, omvat aldus, voor wat betreft het Waalse Gewest, het geheel van de woningen die ter beschikking worden gesteld door de verschillende plaatselijke besturen die als vastgoedbeheerder zijn erkend in de Waalse Huisvestingscode.
Volgens de definitie in de Waalse Huisvestingscode wordt onder "vastgoedbeheerder" bedoeld : een plaatselijk bestuur, een autonoom gemeentebedrijf, de "Société wallonne du logement" (Waalse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij), een openbare huisvestingsmaatschapij, het "Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie" (Waals huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen), een agentschap voor sociale huisvesting of een vereniging ter bevordering van de huisvesting.
38. In zijn leegstandbestrijding, dat een der hoofdlijnen vormt in zijn huisvestingspolitiek, heeft de Regering overigens, door middel van artikel 255, § 1, vijfde lid, WIB 92 (zie punt 23 - art. 2, D 27.4.2006), een totale vrijstelling van de OV ingevoerd voor de woningen waarvan de belastingplichtige een natuurlijke persoon is en die in huur gegeven of in beheer genomen worden door een vastgoedbeheerder.
Deze maatregel, die eigenaars van de private sector tracht aan te zetten hun goederen toe te vertrouwen aan de vastgoedbeheerders, is echter afhankelijk van het sluiten van een geschreven overeenkomst tussen de belastingplichtige en de vastgoedbeheerder waarin de duur van de terbeschikkingstelling van het goed, de hoogte van de huurprijs en, desgevallend, de beschrijving van de uit te voeren renovatiewerken worden vastgelegd.
39. Ten einde de dynamiek van de Waalse bedrijven weer op gang te brengen, heeft het Gewest, naast de hierboven beschreven uitbreiding van de vrijstelling van de OV, eveneens de indexering van het KI van het M bevroren door de verwijzing naar artikel 518, WIB 92, op te heffen.
Voor de toepassing van artikel 255, WIB 92, wordt onder "KI, zoals dit is vastgesteld op 1 januari van het aanslagjaar" verstaan, in principe, het KI aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, zoals voortvloeit uit artikel 518, WIB 92.
Daar het Gewest niet bevoegd is om de wijze waarop het federaal KI wordt vastgesteld, te wijzigen, heeft zij aan artikel 255, WIB 92, een tweede paragraaf toegevoegd (zie punt 9 - D1 22.10.2003) die de regels voor het berekenen van de OV voor het M wijzigt : de belastbare grondslag wordt bepaald door het KI, zoals bedoeld in de artikelen 483 en 484, te vermenigvuldigen met de indexeringscoëfficiënt bevroren op het niveau van het jaar 2002.
D. Artikel 257, WIB 92
40. Het door de Waalse decreetgever nagestreefde doel is alle rechthebbende personen op een vermindering van de OV op een gelijkwaardige manier te behandelen, ongeacht de opcentiemen die van toepassing zijn in de plaats waar het goed zich bevindt en ongeacht het KI van de woning.
41. Om dit doel te bereiken heeft het Waalse Gewest het stelsel van de procentuele vermindering van de OV van 10 en 20 % voorzien in de federale wetgeving vervangen door een stelsel van forfaitaire verminderingen respectievelijk vastgesteld op 125 EUR x [100/(100 + totaal van de opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie)] en op 250 EUR x [100/(100 + totaal van de opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie)].
42. De door de Waalse decreetgever ingevoerde verminderingen worden rechtstreeks verrekend op het gewestelijke aandeel van de OV. De gemeentelijke en provinciale opcentiemen worden op dit verminderde bedrag berekend.
Voorbeeld :
geïndexeerd KI = 1.000 EUR; aandeel Gewest = 1,25 %; aandeel provincie = 1.000;
aandeel gemeente = 3.000; gehandicapte belastingplichtige;
Procentueel stelsel :Gewest = 1.000 EUR x 1,25 % =
12,50 EUR
Prov + Gem = 12,50 EUR x (4.000/100) =
+ 500,00 EUR
OV basis =
512,50 EUR
Vermindering handicap = 512,50 EUR x 20 % =
- 102,50 EUR
Verschuldigde OV =
410,00 EUR
Forfaitair stelsel :Gewest = 1.000 EURx 1,25 % =
12,50 EUR
Vermindering = 250 EUR x [100/(100 + 4.000)] =
- 6,10 EUR
Aandeel Gewest =
6,40 EUR
Prov + Gem = 6,40 EUR x (4.000/100) =
+ 256,00 EUR
Verschuldigde OV =
262,40 EUR
Bij vergelijking van het procentueel met het forfaitair stelsel wordt vastgesteld dat het fiscaal voordeel verbonden aan de forfaitaire vermindering bij gelijke opcentiemen proportioneel afneemt met de stijging van het geïndexeerd KI. Bij de kaap van om en bij de 2.500 EUR, vertaalt zich dit in een toename van de verschuldigde OV ten aanzien van het uiteindelijk verkregen resultaat in het stelsel van de procentuele vermindering.
Bij gelijk KI wisselt het fiscaal voordeel verbonden aan de forfaitaire vermindering eveneens af naargelang het bedrag van de opcentiemen dat van toepassing is in de woonplaats waar het goed zich bevindt. Het fiscaal voordeel zal hoger zijn wanneer de opcentiemen laag zijn en zal, omgekeerd, lager zijn wanneer de opcentiemen hoog zijn.
43. Er dient opgemerkt te worden dat de bedragen van de forfaitaire verminderingen niet jaarlijks automatisch worden geïndexeerd, in tegenstelling tot de belastbare grondslag. Ten einde haar budgettaire doelstellingen te bereiken, heeft de Waalse regering aan artikel 257, WIB 92, een bepaling toegevoegd, die in de mogelijkheid voorziet om de bedragen van de verminderingen te verhogen ten einde deze volledig of gedeeltelijk aan te passen aan de evolutie van de kosten van levensonderhoud. Bij gebrek aan een jaarlijkse aanpassing zal deze nieuwe maatregel dus een vermindering van het fiscaal voordeel in het stelsel van de forfaitaire vermindering, teweegbrengen.
44. Om de gezinshereniging te bevorderen heeft de Waalse decreetgever, aan artikel 257, WIB 92, onder 3°bis, een nieuwe groep begunstigden van de forfaitaire vermindering van de OV toegevoegd, namelijk het hoofd van een gezin met personen ten laste, andere dan de kinderen en gehandicapte personen bedoeld in artikel 257, 3°, WIB 92, en die deel uitmaakt van hun gezin of van het gezin van hun echtgenoot of wettelijk samenwonende, met uitzondering van de echtgenoot of wettelijk samenwonende.
De forfaitaire vermindering bedraagt, per persoon ten laste, 125 EUR x [100/(100 + totaal van de opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie)].
45. Voor wat betreft de uitbreiding van de vermindering "gezinshoofd" van de OV ten gunste van de wettelijk samenwonenden, ingevoegd in artikel 257, 3°, tweede lid, WIB 92, beantwoordt deze maatregel aan de bezorgdheid voor rechtszekerheid. Overwegende dat een verklaring van wettelijke samenwoning een verbintenis van rechten en plichten doet ontstaan tussen twee personen, meent de Waalse decreetgever dat deze personen op fiscaal vlak niet meer als buitenstaanders dienen beschouwd te worden. Inderdaad, artikel 259, WIB 92, bepaalt dat de vermindering niet van toepassing is op het gedeelte van de woning dat wordt bewoond door personen die geen deel uitmaken van het gezin van het gezinshoofd.
Deze laatste maatregel treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2005. Overeenkomstig artikel 126, WIB 92, zoals gewijzigd door artikel 19, B, van de wet van 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (BS 20.9.2001), zullen de wettelijk samenwonenden, vanaf het aanslagjaar 2005, een gezin vormen en zullen zij noodzakelijkerwijs een gezamenlijke fiscale aangifte moeten indienen.
E. Artikel 258, WIB 92
46. Het door de Waalse decreetgever nagestreefde doel om alle personen voor de toepassing van de in artikel 257, 2° en 3°bis, WIB 92, voorziene forfaitaire verminderingen op een gelijkwaardige manier te behandelen komt verder tot uiting door de aanpassing van de in artikel 258, WIB 92, opgenomen bepalingen.
47. In het federaal stelsel worden de verminderingen, ingevolge artikel 257, WIB 92, niet verleend voor het gedeelte van de woning dat voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid wordt gebruikt wanneer het KI dat daarop betrekking heeft meer bedraagt dan een vierde van het KI van de volledige woning.
48. Door de Waalse hervorming geldt deze beperking voortaan enkel nog voor het toekennen van een vermindering van de OV voor bescheiden woning, zoals bedoeld in artikel 257, 1°, WIB 92.
F. Artikel 259, WIB 92
49. Het toepassingsgebied van de verminderingen die van de huur aftrekbaar zijn, wordt, voor wat betreft het Waalse gewest, uitgebreid tot de vermindering zoals bedoeld in artikel 257, 3°bis, WIB 92.
G. Artikel 518, WIB 92
50. Het invoeren, voor wat betreft het Waalse Gewest, van een nieuwe belastbare grondslag van de OV inzake M, en die voorziet in het bevriezen van het in aanmerking te nemen KI op het niveau van het jaar 2002, vereist een aanpassing van artikel 518, WIB 92, door er de verwijzing naar artikel 255, WIB 92, uitsluitend voor wat betreft het M, op te heffen.
NAMENS DE MINISTER:
De Adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
BIJLAGE
OFFICIEUZE COORDINATIE
(Bepalingen van toepassing in het Waalse Gewest)
Art. 253, WIB 92
Van de onroerende voorheffing wordt het kadastraal inkomen vrijgesteld :
(gewijzigd bij art. 2, 4°, D1 22.10.2003 - art. 15bis, D 18.12.2003) van de in artikel 12, § 1, met inbegrip van de serviceflats en opvanginfrastructuren voor kinderen onder drie jaar evenals de infrastructuur voor de opvang en huisvesting van gehandicapte personen, vermelde onroerende goederen of delen van onroerende goederen;
2° van de in artikel 231, § 1, 1°, vermelde onroerende goederen;
3° van onroerende goederen die de aard van nationale domeingoederen hebben, op zichzelf niets opbrengen en voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut worden gebruikt: de vrijstelling is van de drie voorwaarden samen afhankelijk;
3°bis (ingevoegd bij art. 34, 1., D 3.2.2005 en gewijzigd bij art. 31, 1., D 23.2.2006) onverminderd de bepalingen van 3°ter, nieuwe investeringen in materiaal en outillage bedoeld in artikel 471, § 3, verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht op het grondgebied van het Waalse Gewest vanaf 1 januari 2005, en volgens het volgende verschil:
a) als deze nieuwe investeringen in materiaal en outillage verkregen worden of in nieuwe staat tot stand worden gebracht op een kadastraal perceel dat op 31 december 2004 geen materiaal en outillage bevatte, wordt het op 1 januari 2005 bepaalde kadastraal inkomen volledig vrijgesteld van dit materiaal en outillage en dit overeenkomstig de artikelen 483 en 484;
b) als deze nieuwe investeringen in materiaal en outillage verkregen worden of in nieuwe staat tot stand worden gebracht op een kadastraal perceel dat op 31 december 2004 reeds materiaal en outillage bevatte, wordt de na 1 januari 2005 toegepaste verhoging van het kadastraal inkomen betreffende het materiaal en de outillage van dit perceel overeenkomstig de artikelen 483 en 484 vrijgesteld ten opzichte van het kadastraal inkomen betreffende het materiaal en de outillage van dit perceel op 1 januari 2005.
In geval van verandering van belastingplichtige van de onroerende voorheffing voor het materiaal en de outillage van dit perceel vanaf 1 januari 2005 wordt het kadastraal inkomen van het materiaal en van de outillage van dit perceel op 1 januari 2005 verminderd met het kadastraal inkomen van het materiaal en de outillage dat op 31 december 2004 bestond, wanneer dit materiaal en outillage sindsdien volledig buiten gebruik is gesteld met het oog op een herbestemming van het perceel;
3°ter (ingevoegd bij art. 31, 2., D 23.2.2006) nieuwe investeringen in materiaal en outillage bedoeld in artikel 471, § 3, verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht op het grondgebied van het Waalse Gewest vanaf 1 januari 2006;
(ingevoegd bij art. 2, 2°, D1 22.10.2003 en gewijzigd bij art. 34, 2., D 3.2.2006 - art. 31, 3., D 23.2.2006) van het materieel en de outillage bedoeld in artikel 471, § 3, als dat kadastraal inkomen, berekend overeenkomstig de artikelen 483 en 484, na aftrek van het overeenkomstig 3°bis en 3°ter vrijgesteld kadastraal inkomen, niet hoger is dan 795 euro per kadastraal perceel;
(gewijzigd bij art. 2, 3°, D1 22.10.2003) van onroerende goederen gelegen in het Waalse Gewest en erkend als Natura 2000-gebied, natuur- of bosreservaat.
Art. 255, WIB 92
(vervangen bij art. 3, D1 22.10.2003 en gewijzigd bij art. 1 en 2, D 27.4.2006)
§ 1. De onroerende voorheffing bedraagt 1,25 % van het kadastraal inkomen zoals het vastgelegd is op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig artikel 518.
Dat percentage wordt teruggebracht tot 0,8 % voor woningen toehorend aan bouwmaatschappijen die door de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting of door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas zijn erkend, voor eigendommen die als sociale woningen worden verhuurd en aan openbare centra voor maatschappelijk welzijn en aan gemeenten toebehoren, alsmede voor eigendommen die aan de Nationale Landmaatschappij of aan door haar erkende maatschappijen toebehoren en als sociale woningen worden verhuurd.
Dat percentage wordt teruggebracht tot 0,8 %, enerzijds, voor woningen toebehorend aan de Waalse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij alsmede aan door haar erkende maatschappijen en, anderzijds, voor eigendommen van het "Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" (Waals huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen) die verhuurd worden in het kader van zijn huurtegemoetkomingsverrichtingen.
De rente wordt teruggebracht tot 0,8 % voor woningen die in huur gegeven of in beheer genomen worden door een vastgoedbeheerder overeenkomstig de Waalse Huisvestingscode.
De rente wordt teruggebracht tot 0 % voor woningen waarvan de belastingplichtige een natuurlijke persoon is en die in huur gegeven of in beheer genomen worden door een vastgoedbeheerder overeenkomstig de Waalse Huisvestingscode, op voorwaarde dat de belastingplichtige en de vastgoedbeheerder een geschreven overeenkomst sluiten waarin de duur van de terbeschikkingstelling van het goed, de door de natuurlijke persoon gevraagde huurprijs en, desgevallend, de beschrijving van de uit te voeren werken vastliggen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, bedraagt de onroerende voorheffing voor het materieel en de outillage bedoeld in artikel 471, § 3, 1,25 % van het kadastraal inkomen berekend overeenkomstig de artikelen 483 en 484 en vermenigvuldigd met de coëfficiënt verkregen na deling van het gemiddelde van de prijsindexen van het jaar 2002 door het gemiddelde van de prijsindexen van de jaren 1988 en 1989.
Art. 257, WIB 92
Op aanvraag van de belanghebbende wordt verleend:
1° een vermindering van een vierde van de onroerende voorheffing in verband met de door de belastingplichtige volledig betrokken woning, wanneer het kadastraal inkomen van zijn gezamenlijke in België gelegen onroerende goederen niet meer bedraagt dan 745 EUR.
Die vermindering wordt op 50 % gebracht voor een tijdperk van 5 jaar dat aanvangt met het eerste jaar waarvoor de onroerende voorheffing is verschuldigd, voor zover het een woning betreft die de belastingplichtige heeft doen bouwen of nieuwgebouwd heeft aangekocht, zonder het voordeel van een in de desbetreffende wetgeving bepaalde bouw- of aankooppremie;
2° een vermindering van de onroerende voorheffing in verband met de woning die wordt betrokken door een groot-oorlogsverminkte die het voordeel geniet van de wet van 13 mei 1929 of van artikel 13 van de wetten op de vergoedingspensioenen, gecoördineerd op 5 oktober 1948, of door een in de zin van artikel 135, eerste lid, 1°, gehandicapte persoon.
(vervangen bij art. 2, § 1, D2 22.10.2003) Die vermindering bedraagt 250 euro voor een groot-oorlogsverminkte en 125 euro voor een gehandicapte persoon, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar de door de groot-oorlogsverminkte of de gehandicapte persoon betrokken woning gelegen is)];
3° een vermindering van onroerende voorheffing in verband met het onroerend goed dat wordt betrokken door het hoofd van een gezin met ten minste twee kinderen in leven of met een in de zin van artikel 135, eerste lid, gehandicapte persoon.
(vervangen bij art. 2, § 2, D2 22.10.2003 en gewijzigd bij art. 14, D 18.12.2003) Die vermindering bedraagt 250 euro voor iedere gehandicapte persoon ten laste, met inbegrip van de echtgenoot of de wettelijk samenwonende, en 125 euro voor ieder niet- gehandicapt kind ten laste, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)];
Een kind dat gedurende de veldtochten 1914-1918 of 1940-1945 als militair, weerstander, politiek gevangene of burgerlijk oorlogsslachtoffer overleden of vermist is, wordt meegerekend alsof het in leven was;
3°bis (ingevoegd bij art. 2, § 3, D2 22.10.2003) een vermindering van de onroerende voorheffing betreffende het onroerend goed betrokken door het hoofd van een gezin met een persoon ten laste die niet bedoeld wordt in 3o en die deel uitmaakt van zijn gezin of van het gezin van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende, met uitzondering van de echtgenoot of wettelijk samenwonende.
Die vermindering bedraagt 125 euro voor iedere persoon ten laste bedoeld in het vorige lid, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)];
4° kwijtschelding of proportionele vermindering van de onroerende voorheffing voor zover het belastbare kadastraal inkomen ingevolge artikel 15 kan worden verminderd.
(ingevoegd bij art. 2, § 4, D2 22.10.2003) De Waalse Regering kan het bedrag van de bovenvermelde verminderingen van 125 en 250 euro verhogen om ze geheel of gedeeltelijk aan de evolutie van de levensduurte aan te passen.
Een ontwerp van decreet tot bekrachtiging van de aldus genomen besluiten zal door de Waalse Regering bij de Waalse Gewestraad aanhangig gemaakt worden, onmiddellijk als hij vergadert of bij de opening van zijn eerstkomende zitting.
Art. 258, WIB 92
(gewijzigd bij art. 3, D2 22.10.2003 - art. 15, § 1, D 18.12.2003)
De verminderingen ingevolge artikel 257, 1° tot 3°bis worden beoordeeld naar de toestand op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar van de onroerende voorheffing wordt genoemd, en mogen worden samengevoegd.
De verminderingen bepaald bij artikel 257, 1° tot 3°bis, mogen slechts betrekking hebben op één enkele woning, die eventueel door belanghebbende aangewezen moet worden.
De vermindering bepaald bij artikel 257, 1°, wordt niet toegekend voor het gedeelte van de woning dat bestemd is voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit als het desbetreffende bedrag van het inkomen hoger is dan één vierde van het kadastrale inkomen van de gezamenlijke woning.
Art. 259, WIB 92
(gewijzigd bij art. 15, § 2, D 18.12.2003)
De verminderingen ingevolge artikel 257, 2° en 3°bis zijn van de huur aftrekbaar niettegenstaande elk hiermee strijdig beding; zij zijn niet van toepassing op het gedeelte van de woning of van het onroerend goed dat wordt bewoond door personen die niet tot het gezin van de betrokken groot-oorlogsverminkte, van de gehandicapte of van het betrokken gezinshoofd behoren.
Art. 518, WIB 92
(gewijzigd bij art. 4, D1 22.10.2003 - art. 410, Programmawet 27.12.2004)
Voor de toepassing van de artikelen 7 tot 11, 16, zoals dat bestond voordat het door artikel 389 van de programmawet van 27 december 2004 werd opgeheven, 221, 1° en 222, 2°, 234, 1°, 255 en 277, zoals dat bestond voordat het door artikel 407 van de programmawet van 27 december 2004 werd opgeheven, wordt onder kadastraal inkomen verstaan het kadastraal inkomen aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk.
De aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die verkregen wordt door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van de jaren 1988 en 1989.
In afwijking van artikel 178, § 1, worden de bedragen van 4.167 EUR (basisbedrag 3.000 EUR) en 347 EUR (basisbedrag 250 EUR) die zijn vermeld in artikel 16, § 4, zoals dat bestond voordat het door artikel 389 van de programmawet van 27 december 2004 werd opgeheven, aangepast met behulp van de coëfficiënt vermeld in het vorige lid.
De coëfficiënt wordt berekend overeenkomstig artikel 178, § 2, tweede lid.
Na toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond op de hogere of de lagere euro naargelang het cijfer van de centiemen al of niet vijftig bereikt.