Circulaire nr. Ci.RH.82/625.425 (AAFisc Nr. 23/2013) d.d. 18.06.2013
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Personenbelasting
Aangifte in de PB
Aangifteformulier
Invulling van de aangifte
Wijzigingen aan de aangifte in de PB aj. 2013.
Aan alle ambtenaren.
1. Het formaat van de aangifte in de PB (nr. 276.1) van aj. 2013 (inkomsten van het jaar 2012), bestaande uit de aan de administratie terug te bezorgen eigenlijke "Aangifte in de personenbelasting" (hierna "eigenlijke aangifte" genoemd) en de door de belastingplichtige te bewaren "Voorbereiding van de aangifte" (hierna "voorbereiding" genoemd) is ongewijzigd.
Wat het aantal bladzijden betreft, is de eigenlijke aangifte teruggebracht tot 1 (dubbelgevouwen) blad in A3-formaat (4 blz. in A4-formaat) voor deel 1 en deel 2 van de voorbereiding samen. Als gevolg van een aantal nieuwe maatregelen die hierna worden besproken is deel 1 van de voorbereiding van 10 op 12 blz. gebracht, terwijl deel 2 van 8 tot 7 blz. is teruggebracht.
2. Door de samenvoeging van deel 1 en deel 2 van de eigenlijke aangifte zijn in dat document de volgende structurele aanpassingen aangebracht:
- op de voorpagina kunnen voortaan zowel de gegevens m.b.t. de bankrekening en het telefoonnummer (zie deel 1, vak I van de voorbereiding) als de gegevens m.b.t. het beroep en het ondernemingsnummer (zie deel 2, vak XIV van de voorbereiding) worden ingevuld;
- op de binnenzijde moeten voortaan alle gecodeerde gegevens van deel 1 en deel 2 van de voorbereiding worden ingevuld;
- op de achterpagina moeten voortaan alle overige (dan de op de voorpagina te vermelden) niet gecodeerde gegevens van deel 1 en deel 2 van de voorbereiding worden ingevuld.
3. Wat de samenstelling van de voorbereiding betreft, zijn door de opheffing van het beginsel van de bevrijdende roerende voorheffing (zie ook nr. 4, j en k hierna) 2 vakken overgeheveld van deel 2 naar deel 1, nl. het vak "Inkomsten van kapitalen en roerende goederen" (nieuw vak VII) en het vak "Verrekenbare woonstaatheffing" (nieuw vak XII).
4. Naast de indexering van de meeste in de voorbereiding en de toelichting vermelde bedragen overeenkomstig art. 178, § 2, § 3, 2°, § 4 of § 6, WIB 92, is de voorbereiding van aj. 2013 inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd:
a) blz. 1, Aanbevelingen: inlassing van de vermelding van de mogelijkheid om het aanslagbiljet voortaan elektronisch te ontvangen via internetbankieren en Zoomit;
b) vak I, 1: schrapping van de vermeldingen m.b.t. de houder van de bankrekening waarop teruggaven kunnen worden overgeschreven doordat dit gegeven voortaan niet meer moet worden ingevuld;
c) vak II, A, 1: vereenvoudiging van de aangifte door de schrapping van de rubrieken waarin belastingplichtigen voor het jaar van huwelijk of verklaring van wettelijke sa-menwoning, moesten aanduiden of hun echtgenoot of wettelijk samenwonende partner tijdens dat jaar meer dan 1.800 EUR (bedrag vóór indexering) nettobestaansmiddelen heeft gehad, wegens dubbel gebruik met de rubrieken waarin zij moeten aanduiden of die echtgenoot of partner niet meer dan 1.800 EUR nettobestaansmiddelen heeft gehad;
d) vak II, A, 2 en 3, a en b, en vak X, H en K: naar aanleiding van de uitsluiting van:
- de ambtenaren, andere personeelsleden en gepensioneerden van internationale organisaties met beroepsinkomsten die zijn vrijgesteld zonder progressievoorbehoud, en
- hun echtgenoten en wettelijk samenwonende partners die overeenkomstig art. 126, § 2, eerste lid, 4°, WIB 92 alleen worden belast
van de omzetting van de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste in een terugbetaalbaar belastingkrediet (cf. art. 134, § 3, derde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 15, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen - BS 20.12.2012), zijn de diverse rubrieken die specifiek betrekking hebben op die ambtenaren, enz. en hun echtgenoten en wettelijk samenwonende partners, samengebracht in vak II, A, 3, a en b;
e) vak II, A, 2 en 3, c: overheveling van vak II, A, 2 naar vak II, A, 3, c en aanpassing van de voorstelling en formulering (zonder inhoudelijke wijziging) van de rubrieken m.b.t. de zware handicap van de belastingplichtige(n);
f) vak II, B, 1, c, 2, c en 3, c: tekstaanpassingen ingevolge de omzetting van de aftrek (van het totale netto-inkomen) van de uitgaven voor kinderoppas in een belastingvermindering (cf. art. 132, eerste lid, 6°, en 132bis, derde lid, WIB 92, zoals gewijzigd door, respectievelijk, art. 13 en 14, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen) (zie ook punt 4, l hierna);
g) vak IV, A, 1, b en vak XVI, 1, b: (louter formele) schrapping van de onderverdeling van de rubrieken van de niet op een fiche vermelde bezoldigingen in 3 subrubrieken, waardoor de desbetreffende bezoldigingen (vakantiegeld, voordelen van alle aard en andere) voortaan samen moeten worden vermeld in, naargelang het geval, rubriek A, 1, b van vak IV, of rubriek 1, b van vak XVI ("die niet op een fiche zijn vermeld");
h) vak IV, A, 8 en XVI, 6: samenvoeging van de rubrieken van de opzeggingsvergoedingen en de inschakelingsvergoedingen ingevolge de opheffing van het minimumbedrag van 615 EUR bruto (vóór indexering) voor de toepassing van de afzonderlijke belasting van opzeggingsvergoedingen tegen de gemiddelde aanslagvoet m.b.t. het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad (tenzij de volledige globalisatie voordeliger is) (cf. art. 171, 5°, a, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 3, W 19.6.2011 tot wijziging van het WIB 92 wat de werkbonus en de opzeggingsvergoeding betreft - BS 28.6.2011 - en nrs. 2, 37 en 40, circ. Ci.RH.242/614.625 van 13.3.2012);
i) vak IV, A, 1, 4, 7, 8, 9, 13, a, c en d, en 14, a, c en d, en vak XVI, 1, 2 en 6: uitsplitsing van bepaalde rubrieken van bezoldigingen ingevolge de invoering van een vrijstelling van maximum 425 EUR (vóór indexering) per beëindigde arbeidsovereenkomst en per belastbaar tijdperk, van de bezoldigingen voor gepresteerde opzegtermijn en de opzeggings- en inschakelingsvergoedingen die aan welbepaalde voorwaarden voldoen (cf. art. 38, § 1, eerste lid, 27°, en § 5, WIB 92, ingevoegd door art. 2, A, 2° en 3°, W 19.6.2011 tot wijziging van het WIB 92 wat de werkbonus en de opzeggingsvergoeding betreft, en circ. Ci.RH.242/614.625 van 13.3.2012);
j) vak VII, A: volledige herwerking van de rubriek van de inkomsten van kapitalen als gevolg van:
- de opheffing van het beginsel van de bevrijdende roerende voorheffing (behalve voor bepaalde inkomsten) en de invoering van een door de belastingplichtige af te leggen verklaring indien hij welbepaalde dividenden en interesten heeft verkregen die niet verplicht zijn aan te geven (cf. art. 313, WIB 92, zoals vervangen door art. 88, Programmawet 27.12.2012 - BS 31.12.2012 -, en art. 534, tweede lid, WIB 92, ingevoegd door art. 37, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen - BS 30.12.2011 - en aangevuld door art. 93, 2°, Programmawet 27.12.2012);
- de verhoging van de afzonderlijke aanslagvoeten van 10 en 15 pct. naar 21 pct. voor welbepaalde dividenden en interesten (cf. art. 171, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 27, 1° tot 3°, 5° en 6°, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen, en cf. art. 534, eerste lid, WIB 92, ingevoegd door art. 37, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen, en gewijzigd door art. 152, Programmawet (I) 29.3.2012 - BS 6.4.2012 - en door art. 93, 1°, Programmawet 27.12.2012);
- de invoering van de bijkomende heffing op roerende inkomsten (4%) op bepaalde dividenden en interesten (cf. art. 174/1, WIB 92, ingevoegd door art. 28, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen, en gewijzigd door art. 145, Programmawet (I) 29.3.2012, door art. 86, Programmawet 22.6.2012 - BS 28.6.2012 - en door art. 81, Programmawet 27.12.2012, art. 534, tweede lid, WIB 92, ingevoegd door art. 37, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen, en aangevuld door art. 93, 2°, Programmawet 27.12.2012, en art. 534, derde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 37, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen);
- de afschaffing van de aanvullende gemeente- en agglomeratiebelastingen op alle dividenden en interesten zonder beroepskarakter (1) (cf. art. 466, tweede lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 34, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen);
(1) Voorheen waren alleen de werkelijk gezamenlijk belaste dividenden en interesten zonder beroepskarakter uit beleggingen en investeringen in andere lidstaten van de EER en geïnd of ontvangen in het buitenland zonder tussenkomst van een in België gevestigde tussenpersoon, uit het toepassingsgebied van de aanvullende gemeente- en agglomeratiebelastingen gesloten.
k) vak VII, D: samenvoeging van de rubrieken van de niet verplicht aan te geven en de verplicht aan te geven inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten, naburige rechten en wettelijke en verplichte licenties ingevolge de opheffing van het beginsel van de bevrijdende roerende voorheffing (cf. art. 313, WIB 92, zoals vervangen door art. 88, Programmawet 27.12.2012);
l) vak VIII en vak X, A tot D: overheveling van de rubrieken van de giften, de uitgaven voor kinderoppas, de uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten en landschappen, en de bezoldigingen van een huisbediende, van het vak van de vorige verliezen en aftrekbare bestedingen naar het vak van de (uitgaven die recht geven op) belastingverminderingen, als gevolg van de omzetting van de aftrek (van het totale netto-inkomen) van die uitgaven, in belastingverminderingen (cf. art. 104, 3° tot 8°, en 107 tot 114, WIB 92, opgeheven door art. 8, 3°, respectievelijk 10 tot 12, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, en art. 14533 tot 14536, WIB 92, ingevoegd door art. 25, 27, 29 en 31, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen);
m) vak IX, C, 2: inlassing van de uiterste datum (31.12.2011) waarop leningen ter financiering van energiebesparende uitgaven gesloten moeten zijn om voor de in art. 14524, § 3, WIB 92 bedoelde belastingvermindering in aanmerking te kunnen komen (cf. art. 2, vierde lid, Economische Herstelwet 27.3.2009 - BS 7.4.2009);
n) vak X, A: schrapping van de onderverdeling van de rubriek van de giften in 2 subrubrieken ingevolge de opheffing van de (prioritaire) aftrek van de giften aan universitaire instellingen van de Vlaamse of Franse Gemeenschap, erkende universitaire ziekenhuizen, koninklijke academiën, erkende instellingen voor wetenschappelijk onderzoek of gelijkwaardige instellingen uit andere lidstaten van de EER, van de in art. 90, 2°, WIB 92 bedoelde prijzen en subsidies (cf. art. 98, eerste lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 6, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen);
o) vak X, K, 1, b: wat de in 2012 betaalde energiebesparende uitgaven betreft, wordt een onderscheid ingevoerd tussen:
- werken uitgevoerd in het kader van contracten gesloten vóór 28.11.2011,
- en werken uitgevoerd in het kader van contracten gesloten vanaf 28.11.2011, voor de isolatie van daken (van woningen die op 31 december van het jaar van de aanvang der werken, 5 jaar of langer in gebruik genomen zijn)
als gevolg van:
- de opheffing van de vermindering voor energiebesparende uitgaven voor werken uitgevoerd in het kader van contracten gesloten vanaf 28.11.2011, behalve voor de uitgaven voor dakisolatie (cf. art. 145^24, § 1, tweede lid, d, WIB 92, ingevoegd door art. 41, A, 1°, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen);
- de verlaging (van 40 pct. naar 30 pct.) van het percentage waartegen de belastingvermindering wordt verleend, wat de uitgaven betreft voor werken die zijn uitgevoerd in het kader van contracten gesloten vanaf 28.11.2011 (cf. art. 145^24, § 1, derde lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 41, A, 2°, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen);
- de opheffing van de overdraagbaarheid van de belastingvermindering naar de (maximaal 3) volgende belastbare tijdperken, wat de uitgaven betreft voor werken die zijn uitgevoerd in het kader van contracten gesloten vanaf 28.11.2011 (cf. art. 145^24, § 1, vijfde lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 41, A, 3°, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen);
p) vak X, K, 1, c: inlassing van een nieuwe rubriek voor het vermelden van de overgedragen verminderingen voor energiebesparende uitgaven die in 2011 zijn betaald met betrekking tot een woning die op 31 december van het jaar van de aanvang der werken 5 jaar of langer in gebruik genomen was (cf. art. 145^24, § 1, vijfde lid, WIB 92, zoals het bestond vóór het werd gewijzigd door art. 41, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen);
q) vak X, M, N, O en R: samenvoeging van de afzonderlijke codes voor echtgenoten en wettelijk samenwonende partners doordat de belastingverminderingen voor uitgaven voor de vernieuwing van een woning gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid, voor de vernieuwing van een woning verhuurd via een sociaal verhuurkantoor, voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand, en voor de verwerving van een elektrisch voertuig, in geval van een gemeenschappelijke aanslag voortaan evenredig worden omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elke echtgenoot of partner ten opzichte van de som van hun belastbare inkomsten, in plaats van in verhouding tot hun aandeel in de eigendom, het bezit, de erfpacht of het vruchtgebruik van de woning of in verhouding tot hun eigendomsaandeel in het voertuig (cf., respectievelijk, art. 145^25, zevende lid, art. 145^30, vijfde lid, en art. 145^31, vijfde lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 20, 2°, art. 22, 2°, en art. 23, 3°, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, en art. 145^28, § 1, vijfde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 21, 2°, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen); aangezien de omdeling volgens het belastbaar inkomen van de echtgenoten of partners voorheen al gold voor de samen belaste echtgenoten of wettelijk samenwonende partners die als huurder uitgaven deden voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand, is in vak X, O de onderverdeling in de subrubrieken bestemd voor, enerzijds, de eigenaars, bezitters, erfpachters of vruchtgebruikers, en, anderzijds, de huurders eveneens opgeheven;
r) vak XIII, B: inlassing van een rubriek voor het vermelden van het bestaan, de identiteit van de verzekeringnemer en het land van afsluiting van de individueel gesloten levensverzekeringsovereenkomsten die de belastingplichtige, zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner en zijn niet ontvoogde minderjarige kinderen hebben afgesloten bij een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming (cf. art. 307, § 1, derde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 101, Programmawet 27.12.2012);
s) blz. 10, onderaan: schrapping van de zin waarin de belastingplichtige werd gevraagd om, in voorkomend geval, aan te kruisen dat hij ook deel 2 van de (eigenlijke) aangifte indiende (zie ook nr. 1, tweede lid hiervoor);
t) vak XV, A, 1 en 2: herformulering van de titels van deze rubrieken ten gevolge van de opheffing van het beginsel van de bevrijdende roerende voorheffing (cf. art. 313, WIB 92, zoals vervangen door art. 88, Programmawet 27.12.2012);
u) vak XV, A, 1, c, 2° en 2, f, 2°: inlassing van rubrieken voor het vermelden van de vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot die in de PB afzonderlijk belastbaar zijn tegen 21 pct. (tenzij de volledige globalisatie voordeliger is) en waarop, respectievelijk, 21 pct. RV is ingehouden, en geen RV is ingehouden (cf. art. 171, 3°ter, en 269, eerste lid, 3°, WIB 92, zoals gewijzigd door, respectievelijk, art. 27, 5°, en 29, 5°, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen);
v) vak XV, A, 2, c: inlassing van een rubriek voor het vermelden van een nieuwe categorie van diverse inkomsten van roerende aard, nl. de inkomsten uit de concessie van het recht om zend- en ontvangstapparaten voor mobiele telefonie te installeren (cf. art. 90, 5°, en 100, eerste lid, 2°, WIB 92, zoals gewijzigd door, respectievelijk, art. 5 en 7, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen);
w) vak XIX, 2: inlassing van een rubriek met het oog op de verrekening van de bijkomende heffing op roerende inkomsten die aan de bron is ingehouden op inkomsten van kapitalen die voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid zijn gebruikt en in vak XVII, XVIII en/of XXI (met inbegrip van die heffing) zijn aangegeven (cf. art. 276 en 284/1, WIB 92, zoals gewijzigd, respectievelijk ingevoegd door art. 30 en 31, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen);
x) blz. 19 onderaan, Opgelet: tekstaanpassingen ingevolge de samenvoeging van deel 1 en deel 2 van de eigenlijke aangifte (zie ook nrs. 1, tweede lid en 2 hiervoor).
5. In de toelichting zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een rode verticale stippellijn gemerkt; ze hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven besproken aanpassingen.
Daarnaast wordt de aandacht nog gevestigd op de volgende punten:
a) vak IV, A, 1, b: wijziging van het grensbedrag voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing op het door de verlofkassen betaalde vakantiegeld (cf. nr. 2.21 van Bijlage III van het KB/WIB 92, zoals vervangen door de bijlage van KB 5.12.2011 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de BV - BS 9.12.2011);
b) vak IV, A, 5, a en vak XVI, 3, a: uitbreiding (2) van de percentages van de waarde van de onderliggende aandelen die voor de forfaitaire vaststelling van het voordeel van alle aard van de in 2012 toegekende aandelenopties zijn toegepast, ingevolge de verhoging van het in art. 43, § 5, eerste lid, W 26.3.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen vermelde basispercentage van 15 pct. naar 18 pct. door art. 72, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen;
(2) Door die uitbreiding zijn de percentages van 10,5, 11 en 11,5% toegevoegd. De bedoeling is dat zij de percentages van 7,5, 8 en 8,5% vervangen. Art. 73, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen bepaalt echter dat de beoogde wetswijziging van toepassing is op de aandelenopties aangeboden vanaf 1.1.2012. Overeenkomstig art. 42, § 1, W 26.3.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen zijn aandelenopties die niet beroepsmatig worden gebruikt, belastbaar op het ogenblik van de toekenning en vindt die toekenning plaats op de 60ste dag na de datum van het aanbod (tenzij het aanbod niet wordt aanvaard). Aangezien de aandelenopties toegekend tijdens de eerste 60 dagen van 2012 dus reeds in 2011 zijn aangeboden, gelden voor die aandelenopties nog de percentages van 7,5, 8 en 8,5%.
c) vak IV, A, 15, vak XVI, 8, vak XVIII, 8 en vak XXI, 3: tekstaanpassingen ingevolge de wijziging van art. 171, 4°, k, WIB 92 door art. 33, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen; deze wijziging strekt ertoe de verwijzing in art. 171, 4°, k, WIB 92 naar art. 3, § 2, van het (opgeheven) KB 15.9.2006 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan, vanaf 1.4.2012 te vervangen door een verwijzing naar art. 4, van het gelijknamige KB 23.3.2012; de wijziging heeft evenwel geen enkele weerslag op het belastingstelsel van de desbetreffende premie van voormeld Impulsfonds;
d) vak IV, A, 15 en vak XVI, 8: inlassing van een verwijzing naar de code waaronder de desbetreffende premie van het Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde vanaf inkomstenjaar 2012 op het fiche 281.10, respectievelijk op het fiche 281.20 is opgenomen;
e) vak IV, H, vak V, B, vak XVI, 11 en vak XIX, 4: inlassing van de verduidelijking dat buitenlandse belasting nooit in een rubriek bestemd voor het vermelden van de bedrijfsvoorheffing mag worden vermeld;
f) vak VI, 1: tekstaanpassing ingevolge de uitbreiding van art. 90, 3°, WIB 92 met de onderhoudsuitkeringen toegekend ter uitvoering van een buitenlandse wettelijke verplichting gelijkaardig aan een verplichting op grond van het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek (cf. art. 4, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen);
g) vak IX, C, 1, vak IX, C, 2 en vak X, K, Algemene voorwaarden: tekstaanpassingen ingevolge de opheffing van de voorwaarde dat de werken die aan de basis liggen van bepaalde belastingvoordelen, door een geregistreerde aannemer uitgevoerd moeten zijn; de opheffing van die voorwaarde is in de regel van toepassing voor werken uitgevoerd vanaf 1.1.2011 (cf. art. 1 en 2, KB 11.1.2013 tot wijziging van het KB 21.6.2010 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de werken in verband met energiebesparende uitgaven moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de intrestbonificatie voor leningovereenkomsten bestemd voor de financiering van deze uitgaven - BS 29.1.2013 - en art. 63^11, § 1, A, KB/WIB 92, zoals gewijzigd door art. 2 en 11, KB 15.6.2012 tot wijziging van het KB/WIB 92 met betrekking tot de afschaffing van de voorwaarde betreffende de registratie als aannemer - BS 2.7.2012), behalve wat de bijkomende interestaftrek voor de vernieuwing van een woning betreft, waarvoor de opheffing van de voorwaarde pas geldt voor ondernemingscontracten gesloten vanaf 1.9.2012 (cf. art. 401, WIB 92, opgeheven door art. 18, W 7.11.2011 houdende fiscale en diverse bepalingen - BS 10.11.2011 -, dat in werking getreden is op 1.9.2012 ingevolge art. 2, 1°, KB 3.8.2012 tot uitvoering van art. 21, W 7.11.2011 houdende fiscale en diverse bepalingen en tot wijziging van het KB 27.12.2007 tot uitvoering van de art. 400, 401, 403, 404 en 406, WIB 92 en van art. 30bis, W 27.6.1969 tot herziening van de besluitwet van 28.12.1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - BS 10.8.2012);
h) vak X, I, 2: schrapping van de vermelding van de NV Participatiemaatschappij Vlaanderen ingevolge de overheveling van het beheer van de Winwinleningen naar de NV Waarborgbeheer op 7.3.2011 (cf. B 4.2.2011 van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het Winwinleningbesluit van 20.7.2006 - BS 25.2.2011);
i) vak X, L: inlassing van de restrictie dat de belastingvermindering voor lage energiewoningen, passiefwoningen en nulenergiewoningen alleen nog geldt voor woningen waarvoor uiterlijk op 31.12.2011 een geldig certificaat is uitgereikt (met dien verstande dat certificaten uitgereikt van 1.1 tot 29.2.2012 worden geacht op 31.12.2011 te zijn uitgereikt, mits de aanvraag uiterlijk op laatstgenoemde datum bij een erkende instelling of bevoegde administratie is ingediend (cf. art. 145^24, § 2, WIB 92, opgeheven door art. 41, A, 4°, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen, en art. 535, WIB 92, ingevoegd door art. 51, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen);
j) vak X, M: inlassing van de restrictie dat de (in 2012 betaalde) uitgaven voor de vernieuwing van een woning gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid alleen nog recht geven op belastingvermindering als ze betrekking hebben op werken die uiterlijk op 31.12.2011 zijn uitgevoerd; dit is het gevolg van het feit dat er slechts zones voor positief grootstedelijk beleid zijn bepaald voor de kalenderjaren 2003 tot en met 2011 (cf. art. 1, KB 4.6.2003 tot vastlegging van de zones voor positief grootstedelijk beleid in uitvoering van art. 145^25, tweede lid, WIB 92 - BS 20.6.2003 -, zoals gewijzigd door art. 1, KB 18.12.2009 tot wijziging van het KB 4.6.2003 tot vastlegging van de zones voor positief grootstedelijk beleid in uitvoering van art. 145^25, tweede lid, WIB 92 - BS 30.12.2009);
k) vak X, O: verlaging (van 50 pct. naar 30 pct.) van het percentage van de uitgaven dat bij de berekening van de belastingvermindering voor uitgaven voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand, in aanmerking moet worden genomen (cf. art. 145^31, derde lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 23, 2°, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen) (3);
(3) Het absolute maximum 500 EUR (vóór indexering) per woning blijft evenwel ongewijzigd.
l) deel 1, blz. 117, Bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens: inlassing van een verwijzing naar de W 3.8.2012 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de FOD Financiën in het kader van zijn opdrachten (BS 24.8.2012);
m) deel 1, blz. 118, Tax-on-web: vermelding van de mogelijkheid om de aangifte elektronisch in te dienen via de website www.taxonweb.be;
n) vak XVI, 3: aanpassing van de revalorisatiecoëfficiënt die geldt voor de vaststelling van het gedeelte van de huurinkomsten dat overeenkomstig art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92, als een bezoldiging van bedrijfsleider moet worden aangemerkt; voor aj. 2013 bedraagt die coëfficiënt 4,10 (cf. art. 1, KB/WIB 92, zoals gewijzigd door art. 1, KB 12.3.2012 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens - BS 16.3.2012);
o) vak XVII, 13 en vak XVIII, 13: wijziging van de percentages van de investeringsaftrek (cf. Bericht in verband met de investeringsaftrek - BS 10.2.2012).
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit:
De Auditeur-generaal van financiën,
S. QUINTENS
