Circulaire nr. 11 (AFZ 14/2002 - Dos. 271) d.d. 08.07.2002

Successierechten
Door de in het buitenland wonende erfgenaam te stellen zekerheid
Bevoegde vrederechter
Wet van 17 april 2002 tot wijziging van artikel 94 van het Wetboek der successierechten ingevolge het nieuwe lokalisatiecriterium voor het recht van successie zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten


In het Belgisch Staatsblad van 3 mei 2002 werd de wet van 17 april 2002 tot wijziging van artikel 94 van het Wetboek der successierechten ingevolge het nieuwe lokalisatiecriterium voor het recht van successie zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten, bekendgemaakt.

Artikel 2 van deze wet wijzigt artikel 94, tweede lid, van het Wetboek der successierechten betreffende de vrederechter die bevoegd is om het bedrag van de zekerheid te bepalen die moet gesteld worden door een in het buitenland wonende erfgenaam van een overleden rijksinwoner.

Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002. Ze is dus van toepassing op de nalatenschappen die vanaf die datum openvallen.

Bij deze circulaire wordt een korte commentaar verstrekt bij de nieuwe bepaling. Bijlage 1 bevat de tekst van de wet en bijlage 2 bevat de gecoördineerde tekst van artikel 94 van het Wetboek der successierechten.

Commentaar
1. Reden van de wijziging van artikel 94 W.Succ.
Bij de herziening van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten werd het lokalisatiecriterium voor het recht van successie gewijzigd: het criterium is voortaan de laatste fiscale woonplaats van de overledene en niet meer zijn laatste wettelijke woonplaats. [Zie artikel 7, 2°, van de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten (B.S. van 3 augustus 2001), dat het lokalisatieciterium inzake het recht van successie, vastgesteld bij artikel 5, § 2, 4°, van de bijzondere wet van 19 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten (B.S. van 17 januari 1989, 2de editie), heeft gewijzigd - circ. nr. 7 van 22 maart 2002 van de sector Registratie en Domeinen (AFZ/ nr. 9/2002), bijlage 4.]

Ten gevolge van deze wijziging is het noodzakelijk gebleken om een aantal bepalingen van het Wetboek der successierechten in overeenstemming te brengen met het nieuwe criterium.

Al de vereiste wijzigingen, uitgezonderd deze van artikel 94, werden verwezenlijkt bij de wet van 7 maart 2002 tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten ingevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de Gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de Gewesten (B.S. van 19 maart 2002). Deze wet bevat alle bepalingen die konden worden gewijzigd overeenkomstig artikel 78 van de Grondwet (optioneel bicamerisme). Zij werden uitvoerig becommentarieerd in de circulaire nr. 7 van 22 maart 2002 (AFZ nr. 9/2002).

Deze wet betreft het enige artikel - artikel 94 van het Wetboek der successierechten - dat enkel kan gewijzigd worden overeenkomstig artikel 77 van de Grondwet (volledig bicamerisme) aangezien het raakt aan de wetgeving betreffende de organisatie van de hoven en rechtbanken.

2. Voorwerp van de wijziging van artikel 94, tweede lid, W.Succ.
De desbetreffende wijziging heeft tot doel de vrederechter van de laatste fiscale woonplaats van de overledene bevoegd te maken en niet meer de vrederechter van de laatste wettelijke woonplaats, om het bedrag van de zekerheid te bepalen die moet gesteld worden door een in het buitenland wonende erfgenaam van roerende goederen, uit hoofde van de rechten, interesten, boeten en kosten die hij eventueel gehouden zal zijn te betalen. De bevoegde vrederechter is dus die van dezelfde woonplaats als die welke in acht moet worden genomen om het kantoor te bepalen waar de aangifte moet worden ingediend, vermits het dat kantoor is dat verantwoordelijk is voor de inning van de rechten.

Vermits het bevoegde kantoor voortaan dat van de laatste fiscale woonplaats van de overledene is - gevestigd overeenkomstig het eerste lid van artikel 38, 1°, van het Wetboek der successierechten zoals het gewijzigd werd door artikel 2 van voormelde wet van 7 maart 2002 - is het voortaan de vrederechter van de laatste fiscale woonplaats van de overledene die bevoegd is.

Deze technische wijziging behoeft geen nadere uitleg.

3. Inwerkingtreding
Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002. De nieuwe bepaling is dus van toepassing op de nalatenschappen die vanaf die datum openvallen.

NAMENS DE MINISTER:
De Adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
Jean-Marc DELPORTE
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 3 mei 2002
17 APRIL 2002. - Wet tot wijziging van artikel 94 van het Wetboek der successierechten ingevolge het nieuwe lokalisatiecriterium voor het recht van successie zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten.
ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2. In artikel 94, tweede lid, van het Wetboek der successierechten, worden de woorden "De vrederechter van het domicilie van de overledene, na de erfgenaam en de aangestelde van het bestuur te hebben gehoord, stelt het bedrag van de borgstelling vast." vervangen door de woorden "Na de erfgenaam en de aangestelde van het bestuur te hebben gehoord, wordt het bedrag van de borgstelling vastgesteld door de vrederechter van de laatste fiscale woonplaats die, overeenkomstig artikel 38, 1°, eerste lid, het kantoor bepaalt waar de aangifte van successie van de overledene moet worden ingediend.".

Art. 3. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 17 april 2002.

ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN


BIJLAGE 2
Gecoördineerde tekst van artikel 94 van het Wetboek der successierechten.
OUDE TEKSTNIEUWE TEKST
Art. 94Art. 94
Onverminderd de zekerheid waarvan sprake in artikel 84, is alle in het buitenland wonende persoon, die erfgenaam, legataris of begiftigde is in de nalatenschap van roerende goederen van een Rijksinwoner, ertoe verplicht borg te stellen voor de betaling van het successierecht, van de interesten, boeten en kosten waartoe hij tegenover de Staat mocht gehouden zijn.Onverminderd de zekerheid waarvan sprake in artikel 84, is alle in het buitenland wonende persoon, die erfgenaam, legataris of begiftigde is in de nalatenschap van roerende goederen van een Rijksinwoner, ertoe verplicht borg te stellen voor de betaling van het successierecht, van de interesten, boeten en kosten waartoe hij tegenover de Staat mocht gehouden zijn.
De vrederechter van het domicilie van de overledene, na de erfgenaam en de aangestelde van het bestuur te hebben gehoord, stelt het bedrag van de borgstelling vast. De zegels mogen niet gelicht worden en geen openbare ambtenaar mag de goederen der nalatenschap verkopen, noch er de akte van kaveling van opmaken, vóór de aflevering van een getuigschrift van de ontvanger, ten blijke dat de vreemdeling zich naar deze bepaling gedragen heeft, op straf van alle kosten en schadevergoedingen. Na de erfgenaam en de aangestelde van het bestuur te hebben gehoord, wordt het bedrag van de borgstelling vastgesteld door de vrederechter van de laatste fiscale woonplaats die, overeenkomstig artikel 38, 1°, eerste lid, het kantoor bepaalt waar de aangifte van successie van de overledene moet worden ingediend. De zegels mogen niet gelicht worden en geen openbare ambtenaar mag de goederen der nalatenschap verkopen, noch er de akte van kaveling van opmaken, vóór de aflevering van een getuigschrift van de ontvanger, ten blijke dat de vreemdeling zich naar deze bepaling gedragen heeft, op straf van alle kosten en schadevergoedingen.
Dit getuigschrift wordt gevoegd bij het proces-verbaal der verkoping van de roerende goederen of bij de akte van kaveling.Dit getuigschrift wordt gevoegd bij het proces-verbaal der verkoping van de roerende goederen of bij de akte van kaveling.
De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen mag de erfgenaam die in het buitenland woont er van ontslaan de borgstelling te verstrekken.De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen mag de erfgenaam die in het buitenland woont er van ontslaan de borgstelling te verstrekken.