Circulaire nr. Ci.RH.26/581.538 (AOIF 20/2007) van 17.07.2007

CIRC 17.07.07/1
AFTREKBARE BESTEDING
Bijkomende interestaftrek

BELASTING VAN NIET-INWONERS NATUURLIJKE PERSONEN
Aftrekbare besteding
Aftrek voor enige eigen woning
Verhoogde belastingvermindering voor het bouwsparen

CONTROLEMAATREGEL
Hypothecaire lening

PERSONENBELASTING
Aftrekbare besteding
Aftrek voor enige eigen woning
Verhoogde belastingvermindering voor het bouwsparen

VERHOOGDE BELASTINGVERMINDERING VOOR HET BOUWSPAREN
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening
Premie van een individuele levensverzekering
De gelijktijdige toepassing tijdens hetzelfde belastbare tijdperk en bij eenzelfde belastingplichtige (eventueel per echtgenoot of wettelijk samenwonende partner te beoordelen) van
  • enerzijds het nieuwe stelsel van de "aftrek voor enige en eigen woning";
  • en anderzijds het oude stelsel van de verhoogde vermindering voor het bouwsparen en/of de bijkomende interest-aftrek.
Aan alle ambtenaren.
I. INLEIDING

1. Deze circulaire handelt over de gelijktijdige toepassing tijdens hetzelfde belastbare tijdperk en bij eenzelfde belastingplichtige (eventueel per echtgenoot of wettelijk samenwonende partner te beoordelen) van
  • enerzijds het nieuwe stelsel van de "aftrek voor enige en eigen woning";
  • en anderzijds het oude stelsel van de verhoogde vermindering voor het bouwsparen en/of de bijkomende interestaftrek.
Die gelijktijdige toepassing van het nieuwe en het oude stelsel in hetzelfde belastbare tijdperk is in bepaalde situaties mogelijk. Aangiften waarin die combinatie voorkomt zijn dus niet noodzakelijk foutief. Wanneer de codes voor het nieuwe en het oude stelsel in de aangifte (al dan niet per vergissing) ten onrechte gelijktijdig zouden zijn ingevuld, moet echter worden vermeden dat die combinatie onrechtmatig wordt toegepast. Om een correcte toepassing te verzekeren zal de belastingadministratie daarom de aangiften opsporen waarin die combinaties voorkomen (zie rubriek VI. Controlemaatregel, nr. 50).
2. In onderhavige circulaire wordt alleen aandacht besteed aan die bepalingen die voor de voormelde combinatie en de toelichting daarvan relevant zijn. Zo wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de bepalingen van de wet van 25.4.2007 tot wijziging van sommige bepalingen van het WIB 92, teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (BS 10.5.2007). De bepalingen van voormelde wet zullen in een afzonderlijke circulaire worden besproken.

II. RELEVANTE WETTELIJKE BEPALINGEN

A. De nieuwe aftrek voor enige en eigen woning (nieuw stelsel)
3. De nieuwe aftrek kadert in de hervorming van de federale onroerende fiscaliteit en de ermee verband houdende bepalingen. Die hervorming bestaat erin dat alle fiscale stimulansen die tot doel hebben het verwerven of het bouwen van woningen aan te moedigen, worden gehergroepeerd in een "aftrek voor enige en eigen woning", de zogenaamde woonbonus (zie ook circulaire Ci.RH.26/578.655 van 14.6.2006).
4. De aftrek voor enige en eigen woning is opgenomen in artikel 104, 9°, WIB 92, zoals vervangen bij artikel 394 van de programmawet van 27.12.2004 (BS 31.12.2004, 2 de editie, - bijlage 1) en vervolgens gewijzigd bij artikel 169, 2°, van de Wet van 27.12.2005 houdende diverse bepalingen (BS 30.12.2005, 2 de editie, - bijlage 2). De aftrek voor enige en eigen woning is van toepassing op de hypothecaire leningen die vanaf 1.1.2005 specifiek zijn gesloten voor het verwerven of het behouden van de woning die is bedoeld in artikel 104, 9°, WIB 92, en de levensverzekeringscontracten die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening (zie artikel 413, derde lid, van voormelde programmawet - bijlage 1 - zoals gewijzigd bij artikel 183, 2°, van voormelde wet houdende diverse bepalingen - bijlage 2).
5. Die nieuwe aftrek houdt verband met de eigen woning waarvan het KI is vrijgesteld ingevolge artikel 12, § 3, WIB 92, zoals ingevoegd bij artikel 387 van voormelde programmawet (bijlage 1) en vervolgens gewijzigd bij artikel 161 van voormelde wet houdende diverse bepalingen (bijlage 2).
6. De nadere voorwaarden voor de aftrek voor enige en eigen woning en de wijze van berekening daarvan, zijn opgenomen in de artikelen 115 en 116 WIB 92, zoals vervangen bij artikel 396 van voormelde programmawet (bijlage 1) en vervolgens gewijzigd bij de artikelen 171 en 172 van voormelde wet houdende diverse bepalingen (bijlage 2).
7. De premies van individuele levensverzekeringen en de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen, als vermeld in artikel 145 1, 2° en 3°, WIB 92, zoals respectievelijk vervangen en gewijzigd bij artikel 397, 1° en 2° van voormelde programmawet (bijlage 1) worden begrensd voor de berekening van de belastingvermindering. Die begrenzing wordt geregeld door artikel 145 6, WIB 92, waarvan het eerste lid werd vervangen bij artikel 399 van voormelde programmawet (bijlage 1). De aftrek voor enige en eigen woning wordt daarbij ook in bepaalde mate in mindering gebracht bij de berekening van die begrenzing. Die nieuwe begrenzing van artikel 145 6, eerste lid, WIB 92, is vanaf aanslagjaar 2006 van toepassing (artikel 413, tweede en derde lid, van voormelde programmawet - zie bijlage 1 - zoals gewijzigd bij artikel 183, 1° en 2°, van voormelde wet houdende diverse bepalingen - bijlage 2).
B. Opheffing van de bijkomende interestaftrek, van de verhoogde vermindering bouwsparen en de vroegere begrenzing van artikel 145^6, eerste lid, WIB 92
8. De voormelde vervanging van de artikelen 104, 9°, 115 en 116, WIB 92, (zie nrs. 4 en 6), impliceert ook dat de bijkomende interestaftrek wordt opgeheven, aangezien die het voorwerp uitmaakte van dezelfde artikelen.
9. Daarnaast wordt vanaf aanslagjaar 2006 ook de verhoogde vermindering voor het bouwsparen als vermeld in de artikelen 145 17 tot en met 145 20 WIB 92, opgeheven bij artikel 400 van voormelde programmawet (bijlage 1).
10. De vervanging van de artikelen 145 1, 2° en 145 6, eerste lid, WIB 92 (zie nr. 7), heeft verder de opheffing tot gevolg van de vroegere omschrijving van de belastingvermindering voor premies van individuele levensverzekeringen en van de vroegere regels voor de berekening van de begrenzing van de uitgaven die voor de verhoogde vermindering bouwsparen en voor de vermindering voor lange termijnsparen in aanmerking kwamen. Deze opheffingen treden vanaf aanslagjaar 2006 in werking (artikel 413, tweede en derde lid, van voormelde programmawet - zie bijlage 1 - zoals gewijzigd bij artikel 183, 1° en 2°, van voormelde wet houdende diverse bepalingen - bijlage 2).
C. Overgangsbepaling
11. Artikel 526, WIB 92, zoals ingevoegd bij artikel 411 van voormelde programmawet (bijlage 1) en vervolgens vervangen bij artikel 181 van voormelde wet houdende diverse bepalingen (bijlage 2) bevat echter een belangrijke overgangsbepaling. Ingevolge de tweede paragraaf van die overgangsbepaling blijven in een aantal gevallen de volgende voordelen van toepassing zoals zij bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de voormelde programmawet (bijlage 1) :
  • de bijkomende interestaftrek (artikelen 104, 9°, 115, 116, WIB 92),
  • de verhoogde vermindering voor het bouwsparen (artikelen 145^17 tot en met 145^20, WIB 92),
  • en de belastingvermindering voor premies van individuele levensverzekeringen en voor betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen en de regels voor de berekening van de begrenzing van die uitgaven (artikelen 145^1, 2° en 3°, 145^6, WIB 92).
Deze overgangsbepaling treedt vanaf aanslagjaar 2006 in werking (artikel 413, tweede lid, van voormelde programmawet - bijlage 1).
12. De nieuwe aftrek voor enige en eigen woning (rubriek II, A), de opheffingsbepalingen (rubriek II, B) en de overgangsbepaling (rubriek II, C) en bijgevolg ook de combinatie van het oude en het nieuwe stelsel zijn ook van toepassing in de BNI/nat.pers. voor de :
  • niet-inwoners met tehuis in België;
  • en de niet-inwoners zonder tehuis in België die met niet-inwoners met tehuis worden gelijkgesteld (75 %-regel).
13. Dit vloeit voort uit :
  • artikel 242, WIB 92, dat niet is gewijzigd en dat verwijst naar Titel II, Hoofdstuk II, Afdeling VI, van het WIB 92, waarin de artikelen 104 tot 116, WIB 92, die zijn vervangen, zijn begrepen, waardoor dus ook de nieuwe aftrek voor enige en eigen woning wordt ingevoerd (zie nrs. 4 en 6) en de bijkomende interestaftrek wordt opgeheven (zie nr. 8) in de BNI/nat.pers. voor de in nr. 12 bedoelde niet-inwoners;
  • artikel 243, vierde lid, WIB 92, waarvan het vierde lid werd vervangen bij artikel 405 van voormelde programmawet (bijlage 1), waardoor in de BNI/nat.pers. niet langer wordt verwezen naar de opgeheven artikelen 145^17 tot 145^20, WIB 92, inzake de verhoogde vermindering voor het bouwsparen (zie nr. 9);
  • artikel 526, § 2, tweede lid, WIB 92, waardoor de artikelen 104, 115, 116, 145^1, 145^6, 145^17 tot 145^20 en 243, WIB 92, van toepassing blijven zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd door de artikelen 394 tot 397, 399, 400 en 405 van voormelde programmawet.
14. De voormelde aftrek voor enige en eigen woning en aldus de combinatie ervan met de belastingvermindering voor het bouwsparen en de bijkomende interestaftrek (zie rubriek I) zijn echter niet van toepassing voor :
  • de gewone niet-inwoners zonder tehuis;
  • en voor de bevoorrechte niet-inwoners zonder tehuis die zich op een non-discriminatiebepaling kunnen beroepen uit een door België gesloten dubbelbelastingverdrag m.b.t. de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en belastingverminderingen wegens hun gezinstoestand of hun gezinslasten.
15. Zij kunnen op grond van de artikelen 241 en 242, WIB 92, respectievelijk op grond van die non-discriminatiebepaling immers geen aanspraak maken op de aftrekbare bestedingen als vermeld in artikel 104, 9°, WIB 92; dus noch op de vroegere bijkomende interestaftrek, noch op de nieuwe aftrek voor enige en eigen woning.
16. Zij konden echter wel aanspraak maken op de verhoogde belastingvermindering voor het bouwsparen op grond van artikel 243, vierde lid, WIB 92, zoals het bestond alvorens te zijn vervangen bij artikel 405 van voormelde programmawet (bijlage 1 - zie ook nr. 13, tweede gedachtenstreep).
E. Wetteksten
17. Voor een beter begrip van de circulaire zijn de volgende wetteksten evenals hun inwerkingtreding opgenomen als :
  • Bijlage 1 : de artikelen 387, 394, 396, 397, 399, 400, 405, 411 en 413 van de programmawet 27.12.2004 (BS 31.12.2004, 2de editie);
  • Bijlage 2 : de artikelen 161, 169, 2°, 171, 172, 181, 183 en 190 van de wet van 27.12.2005 houdende diverse bepalingen (BS 30.12.2005, 2de editie);
  • Bijlage 3 : de gecoördineerde tekst van de artikelen 104, 9°, 115, 116 en 243, vierde lid, WIB 92, zoals die voor het aanslagjaar 2006 van toepassing zijn op de hypothecaire leningen die vanaf 1.1.2005 specifiek zijn gesloten voor het verwerven of behouden van de woning die bedoeld is in artikel 104, 9°, WIB 92, zoals gewijzigd bij artikel 394 van voormelde programmawet en de levensverzekeringen die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening. Voor een betere verstaanbaarheid worden die bepalingen hierna in de circulaire gevolgd door de notie "(nieuw)";
  • Bijlage 4 : de gecoördineerde tekst van de artikelen 12, § 3, 145 1, 2° en 3°, en 145^6, WIB 92, zoals die voor het aanslagjaar 2006 van toepassing zijn. Ook deze bepalingen worden hierna in de circulaire gevolgd door de notie "(nieuw)";
  • Bijlage 5 : de overgangsbepaling opgenomen in artikel 526, WIB 92, zoals die van toepassing is vanaf aj. 2006;
  • Bijlage 6 : de gecoördineerde tekst van de vroegere artikelen 104, 9°, 115, 116, 145^1, 2° en 3°, 145^6, 145^17 tot en met 145^20, en 243, vierde lid, WIB 92, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de programmawet van 27.12.2004. Voor een betere verstaanbaarheid worden die bepalingen hierna in de circulaire gevolgd door de notie "(oud)".
III. BELASTINGVOORDELEN VOOR LENINGEN EN PREMIES VAN INDIVIDUELE LEVENSVERZEKERINGEN DIE UITSLUITEND DIENEN VOOR HET WAARBORGEN OF HET WEDERSAMENSTELLEN VAN DIE LENINGEN

18. Vanaf aanslagjaar 2006 kunnen voor hypothecaire leningen en de premies van individuele levensverzekeringen die uitsluitend dienen voor het waarborgen of het wedersamenstellen van die leningen de volgende belastingvoordelen van toepassing zijn :
  • ofwel de aftrek voor enige en eigen woning (nieuw stelsel);
  • ofwel de verhoogde vermindering voor het bouwsparen en/of de bijkomende interestaftrek (oud stelsel);
  • ofwel een combinatie van beide (oud en nieuw stelsel).
19. Welk stelsel van toepassing is, hangt inzonderheid af van het tijdstip waarop de hypothecaire lening (en de individuele levensverzekering) is aangegaan :
  • ofwel vanaf 1.1.2005;
  • ofwel vóór 1.1.2005;
  • ofwel vanaf 1.1.2005 en een andere hypothecaire lening vóór 1.1.2005.
A. Algemene regel : nieuw OF oud stelsel
1. Leningen gesloten vanaf 1.1.2005 (nieuw stelsel)
20. De aftrek voor enige en eigen woning als bedoeld in de artikelen 104, 9°, 115 en 116, WIB 92 (nieuw (1) - zie bijlage 3), is van toepassing op de volgende bestedingen (2) :
[1. Ook artikel 105, WIB 92 (nieuw), zoals vervangen bij artikel 395 van voormelde programmawet (bijlage 1) is van toepassing maar daarop wordt in het kader van deze circulaire niet nader ingegaan.

2. Mits de andere ter zake geldende voorwaarden ook zijn vervuld.]
a) de interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van :
  • hypothecaire leningen
  • die vanaf 1.1.2005 zijn aangegaan
  • die geen herfinanciering zijn van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22)
  • en die specifiek zijn gesloten
    • om een woning te verwerven of te behouden
    • die op 31 december van het jaar waarin het leningscontract is gesloten de eigen woning is als bedoeld in artikel 12, § 3, WIB 92
    • en die de enige woning is op 31 december van het jaar waarin het leningscontract is gesloten;
b) de premies van levensverzekeringscontracten die vanaf 1.1.2005 zijn gesloten en uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van dergelijke hypothecaire leningen. (zie ook circulaire Ci.RH.26/578.655 van 14.6.2006, schema's 1 en 2).
2. Leningen gesloten vóór 1.1.2005 (oud stelsel)
21. De bijkomende interestaftrek en de verhoogde vermindering voor het bouwsparen als bedoeld in de artikelen 104, 9°, 115, 116, 145 1, 2° en 3°, 145 6, 145 17 tot en met 145 20, en 243, vierde lid, WIB 92 (oud - zie bijlage 6), blijven van toepassing (3) :
[3. Mits de andere ter zake geldende voorwaarden ook zijn vervuld.]
a) op de interesten van :
  • hypothecaire leningen
  • die zijn gesloten om de enige woning (4) te verwerven of te behouden
  • en die vóór 1.1.2005 zijn aangegaan;
b) en wat de verhoogde vermindering voor het bouwsparen betreft : op de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van :
  • hypothecaire leningen
  • die zijn gesloten om de enige woning (5) te verwerven of te behouden
  • en die vóór 1.1.2005 zijn aangegaan;
[4. Jaarlijks op 31 december van het belastbare tijdperk te beoordelen.
5. Voor wat de vanaf 1.1.1992 gesloten leningen betreft : te beoordelen op de datum waarop de hypothecaire lening werd aangegaan.]
en
op de premies die betrekking hebben op levensverzekeringscontracten die vóór 1.1.2005 zijn gesloten en uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van hypothecaire leningen waarvan de betalingen voor aflossing of wedersamenstelling in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen of waarvan de interesten in aanmerking komen voor de bijkomende interestaftrek.
(zie artikel 526, § 2, eerste lid, 1°, a, WIB 92, artikel 526, § 2, eerste lid, 2°, WIB 92, artikel 526, § 2, tweede lid, WIB 92 (bijlage 5) en ook circulaire Ci.RH.26/578.655 van 14.6.2006, schema 4).
3. Leningen gesloten vanaf 1.1.2005 voor de herfinanciering van een lening gesloten vóór 1.1.2005 (oud stelsel)
22. De bijkomende interestaftrek en de verhoogde vermindering voor het bouwsparen als bedoeld in de artikelen 104, 9°, 115, 116, 145 1, 2° en 3°, 145 6, 145 17 tot en met 145 20, en 243, vierde lid, WIB 92 (oud - zie bijlage 6) zijn ook van toepassing (6) :
[6. Mits de andere ter zake geldende voorwaarden ook zijn vervuld.]
a) op de interesten van :
  • hypothecaire leningen
  • die zijn gesloten om de enige woning (7) te verwerven of te behouden
  • die vanaf 1.1.2005 zijn aangegaan
  • en die een herfinanciering betreffen van een hypothecaire lening die vóór 1.1.2005 is aangegaan;
b) en wat de verhoogde vermindering voor het bouwsparen betreft; op de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van :
  • hypothecaire leningen
  • die zijn gesloten om de enige woning (8) te verwerven of te behouden
  • en die vóór 1.1.2005 zijn aangegaan
  • en die een herfinanciering betreffen van een hypothecaire lening die vóór 1.1.2005 is aangegaan;
[7. Jaarlijks op 31 december van het belastbare tijdperk te beoordelen.
8. Voor wat de vanaf 1.1.1992 gesloten leningen betreft : te beoordelen op de datum waarop de hypothecaire lening werd aangegaan.]
en
op de premies die betrekking hebben op levensverzekeringscontracten die vóór 1.1.2005 zijn gesloten en uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van hypothecaire leningen waarvan de betalingen voor aflossing of wedersamenstelling in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen of waarvan de interesten in aanmerking komen voor de bijkomende interestaftrek
(zie artikel 526, § 2, eerste lid, 1°, b, eerste gedachtenstreep, WIB 92 (bijlage 6) en ook circulaire Ci.RH.26/578.655 van 14.6.2006, schema 4).

4. Hypothecaire leningen gesloten vanaf en vóór 1.1.2005 (keuze : oud OF nieuw stelsel)
23. De belastingplichtige heeft de keuze tussen het oud of nieuw stelsel (9) voor :
[9. Mits de andere ter zake geldende voorwaarden ook zijn vervuld.]
a) de interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van :
  • een hypothecaire lening
  • die vanaf 1.1.2005 is gesloten
  • die geen herfinanciering is van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22)
  • en die specifiek is gesloten :
    • om een woning te verwerven of te behouden
    • die op 31 december van het jaar waarin het leningscontract is gesloten de eigen woning is als bedoeld in artikel 12, § 3, WIB 92
    • en die de enige woning is op 31 december van het jaar waarin het leningscontract is gesloten;
  • terwijl :
    • voor dezelfde woning
    • nog een hypothecaire lening (10)
    • gesloten vóór 1.1.2005
      of een hypothecaire lening (10) gesloten vanaf 1.1.2005 voor de herfinanciering van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (10)
    • in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek (11) of voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen;
[10. Of een niet-hypothecaire lening wat de gewone interestaftrek betreft (zie artikel 526, § 1, eerste lid b), tweede gedachtenstreep, WIB 92).

11. Of gewone interestaftrek wat niet-hypothecaire leningen betreft (zie artikel 526, § 1, eerste lid, b) tweede gedachtenstreep, WIB 92).]
b) de premies die betrekking hebben op levensverzekeringscontracten die vanaf 1.1.2005 zijn gesloten en uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van dergelijke vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire leningen (zie artikel 526, § 2, eerste lid, 1°, b, tweede gedachtenstreep, WIB 92, (bijlage 5) en ook circulaire Ci.RH.26/578.655 van 14.6.2006, schema's 3A en 3B).
24. De belastingplichtige heeft dan de keuze tussen :
  • ofwel het nieuw stelsel van de aftrek voor enige en eigen woning als bedoeld in de artikelen 104, 9°, 115 en 116, WIB 92, (nieuw - zie bijlage 3) en dit alleen voor de bestedingen die betrekking hebben op de vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening en levensverzekering;
  • ofwel het oud stelsel van de bijkomende interestaftrek (12) en/of de verhoogde vermindering voor het bouwsparen als bedoeld in de artikelen 104, 9°, 115, 116, 145^1, 2° en 3°, 145^6, 145^17 tot en met 145^20, en 243, vierde lid, WIB 92, (oud - zie bijlage 6) en dit voor de interesten, kapitaalaflossingen en premies die betrekking hebben op hypothecaire leningen (13) en levensverzekeringscontracten zowel gesloten vóór als vanaf 1.1.2005.
[12. Of gewone interestaftrek wat niet-hypothecaire leningen betreft (zie artikel 526, § 1, eerste lid, b), tweede gedachtenstreep, WIB 92.

13. Of een niet-hypothecaire lening wat de gewone interestaftrek betreft (zie artikel 526, § 1, eerste lid, b), tweede gedachtenstreep, WIB 92]
Die keuze is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, moeten beide belastingplichtigen dezelfde keuze maken. (zie artikel 526, § 3, WIB 92 (bijlage 5) en ook circulaire Ci.RH.26/578.655 van 14.6.2006, schema's 3A en 3B).
B. Uitzondering : nieuw EN oud stelsel
25. De combinatie tijdens hetzelfde belastbare tijdperk en bij dezelfde belastingplichtige van, enerzijds, het nieuwe stelsel van de aftrek voor enige en eigen woning en, anderzijds, het oude stelsel van de verhoogde vermindering voor het bouwsparen en/of de bijkomende interestaftrek is in de gevallen als vermeld in de rubriek III, A, 1, 2, 3 en 4 (zie nrs. 20 tot 24) dus niet mogelijk.
26. Toch is in bepaalde situaties de combinatie mogelijk. Met inachtneming van de principes opgenomen in rubriek III, A, 4 (zie nrs. 23 en 24) is dat het geval wanneer er tijdens hetzelfde belastbare tijdperk meerdere hypothecaire leningen zijn, de ene gesloten vóór en de andere vanaf 1.1.2005, die :
  • al dan niet gelijktijdig lopen maar op verschillende woningen betrekking hebben die toch als de enige woning kunnen worden beschouwd;
  • of niet gelijktijdig lopen, maar op dezelfde woning betrekking hebben.
27. Dergelijke combinatie in hetzelfde belastbare tijdperk van, enerzijds, het nieuwe stelsel van de aftrek voor enige en eigen woning en, anderzijds, het oude stelsel van de verhoogde vermindering voor het bouwsparen en/of de bijkomende interestaftrek kan zich vanaf aj. 2006 inzonderheid in de volgende situaties voordoen :
  1. Een woning waarop een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening betrekking heeft wordt tijdens het belastbare tijdperk vervreemd. Tijdens hetzelfde belastbare tijdperk wordt vanaf 1.1.2005 een nieuwe hypothecaire lening gesloten die betrekking heeft op een andere dan de vervreemde woning;
  2. Een woning wordt op de vastgoedmarkt te koop aangeboden op 31 december van het jaar waarin een hypothecaire lening is gesloten vanaf 1.1.2005 voor een andere woning;
  3. Een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening werd tijdens het belastbare tijdperk (al dan niet vervroegd) afgelost of terugbetaald. De vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening die daarna wordt aangegaan heeft op dezelfde woning betrekking;
  4. Toepassing arrest De Jaegher (zie Com.IB 92, nr. 145^5 /22) - De vóór en vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire leningen hebben betrekking op verschillende woningen;
  5. Een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening heeft betrekking op een ingevolge erfenis verkregen woning en de vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening heeft op een andere woning betrekking.
Deze combinaties worden uitgebreid behandeld in rubriek V (zie nrs. 38 tot 49).
28. In die eerder uitzonderlijke gevallen kan de belastingplichtige in hetzelfde tijdperk dus terecht aanspraak maken op de gelijktijdige toepassing van :
  • de bijkomende interestaftrek en/of verhoogde vermindering voor het bouwsparen m.b.t. een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (codes *138, *139, 1150, *355, *356, *357, *351 en/of *352 wat de aangifte PB aanslagjaar 2006 betreft);
  • en de aftrek voor enige en eigen woning m.b.t. een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening en/of een vanaf 1.1.2005 gesloten individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen of wedersamenstellen van een dergelijke hypothecaire lening (codes *370 en/of *371 wat de aangifte PB aanslagjaar 2006 betreft).
29. Voor echtgenoten en wettelijk samenwonenden waarvoor een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, moet die combinatie voor elke belastingplichtige (elke echtgenoot of wettelijk samenwonende) afzonderlijk worden beoordeeld.

IV. BEGRENZING UITGAVEN VOOR BELASTINGVERMINDERING (ARTIKEL 145^6 WIB 92)

A. Algemeen
30. De regels voor de berekening van de begrenzing van de premies van individuele levensverzekeringen en van de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen als vermeld in artikel 145 1, 2° en 3°, WIB 92, zijn opgenomen in artikel 145 6, eerste lid, WIB 92. Deze begrenzing wordt automatisch door het berekeningsprogramma doorgevoerd.
B. Toepassing begrenzing van artikel 145^6, eerste lid, WIB 92 (nieuw)
31. De begrenzing van artikel 145 6, eerste lid, WIB 92 (nieuw) is van toepassing vanaf aanslagjaar 2006 wanneer het nieuw stelsel geldt (zie nr. 20). Daarbij wordt de aftrek voor enige en eigen woning die geldt voor de vanaf 1.1.2005 gesloten leningen en de individuele levensverzekeringen die uitsluitend dienen voor het waarborgen of het wedersamenstellen van een dergelijke lening in bepaalde mate in mindering gebracht (zie nr. 7 en bijlage 4).
32. Krachtens artikel 145^6, eerste lid, WIB 92 (14) (nieuw - zie bijlage 4) kunnen de bijdragen en betalingen vermeld in artikel 145^1, 2° en 3°, WIB 92, (nieuw - zie bijlage 4) slechts voor vermindering in aanmerking komen voor zover die uitgaven niet meer bedragen dan het positieve verschil tussen :
[14. Ingevolge de opheffing van de verhoogde belastingvermindering voor het bouwsparen als vermeld in de artikelen 14517 tot 20, WIB 92, bij artikel 400 van de voormelde programmawet (bijlage 1) vanaf aanslagjaar 2006 (zie nr. 9) geldt de begrenzing vanaf datzelfde aanslagjaar nog alleen voor premies van individuele levensverzekeringen en voor betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen bedoeld in artikel 145^1, 2° en 3°, WIB 92, (nieuw) in het kader van de belastingvermindering voor het lange termijnsparen.]
  • enerzijds, 15 % van de eerste schijf van 1.250 EUR (1.550 EUR voor aanslagjaar 2006) van het totale beroepsinkomen en 6 % van het overige, met een maximum van 1.500 EUR (1.870 EUR voor aanslagjaar 2006);
  • en, anderzijds, het bedrag dat bij toepassing van artikel 104, 9°, WIB 92, (nieuw - zie bijlage 3) is afgetrokken zonder rekening te houden met de eventuele verhoging bedoeld in artikel 116, WIB 92, (15) (nieuw - zie bijlage 3).
[15. Het bedrag dat als tweede term in mindering kan worden gebracht kan dus niet meer bedragen dan het maximum van 1.500 EUR (1.870 EUR voor aanslagjaar 2006) als vermeld in artikel 115, § 1, eerste lid, 6°, WIB 92, (nieuw - bijlage 3). Het bedrag dat als tweede term in mindering wordt gebracht bevat dus niet de volgende verhogingen als bedoeld in artikel 116 WIB 92 (bijlage 3) :
- de verhoging met 500 EUR (620 EUR voor aanslagjaar 2006);
- de verhoging met 50 EUR (60 EUR voor aanslagjaar 2006) wanneer de belastingplichtige 3 of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten.]
33. Voorbeeld
Een alleenstaande belastingplichtige zonder kinderen ten laste betaalde in de loop van het jaar 2005 volgende uitgaven :
  • premie van een individuele levensverzekering (gesloten vanaf 1.1.1989) die in aanmerking komt voor de vermindering voor het lange termijnsparen als bedoeld in artikel 145^1, 2°, WIB 92, (nieuw - bijlage 4) :
500 EUR (code 1353) (16)
  • bestedingen (interesten en kapitaalaflossingen)van een in 2005 gesloten hypothecaire lening die in aanmerking komen voor de aftrek voor enige en eigen woning als bedoeld in artikel 104, 9°, WIB 92, (nieuw - bijlage 3) :
2.000 EUR (17) (code 1370) (16)
[16. De codes betreffen de aangifte PB aanslagjaar 2006.

17. De beperking tot het maximumbedrag (1.870 EUR + 620 EUR = 2.490 EUR voor aanslagjaar 2006 is hier dus niet van toepassing.]
Het netto gezamenlijk belaste beroepsinkomen van de belastingplichtige bedraagt 30.000 EUR.

Begrenzing uitgaven voor de vermindering lange termijnsparen :
Voor het aanslagjaar 2006 komt de premie van de individuele levensverzekering van 500 EUR, overeenkomstig artikel 145 6, eerste lid, WIB 92, (nieuw - bijlage 4) slechts in aanmerking ten bedrage van het positieve verschil tussen :
eerste term :
1.550 EUR x 15 % =232,50 EUR
(30.000 EUR - 1.550 EUR) x 6 % = 1.707,00 EUR
Bedrag dat principieel voor belastingvermindering in aanmerking komt :1.939,50 EUR
Beperkt tot maximum (aanslagjaar 2006) :1.870,00 EUR
tweede term :
2.000 EUR - 620 EUR (18) = - 1.380,00 EUR
Bedrag dat voor de belastingvermindering in aanmerking komt : 490,00 EUR
[18. De verhoging van 620 EUR voor aanslagjaar 2006 moet worden afgetrokken (zie voetnoot 2, vorige bladzijde).]
Aftrek voor enige en eigen woning
Daarnaast wordt, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 104, 9°, 115 en 116, WIB 92, (nieuw - bijlage 3) een bedrag van 2.000 EUR als aftrek voor enige en eigen woning in mindering van het totale netto-inkomen gebracht.
C. Toepassing begrenzing van artikel 145^6, eerste lid, WIB 92 (oud)
34. Wanneer het oud stelsel van de verhoogde vermindering voor het bouwsparen en/of de bijkomende interestaftrek geldt (zie nrs. 21, 22 en 24, tweede gedachtenstreepje in rubriek III, A, 2, 3 en 4), blijft artikel 145 6, eerste lid, WIB 92, (19) (oud - bijlage 6) van toepassing (zie nr. 11 en artikel 526, § 2, tweede lid, WIB 92, - bijlage 5). Hierdoor komen de bijdragen en betalingen als vermeld in artikel 145 1, 2° en 3°, WIB 92, (oud - bijlage 6) slechts voor vermindering in aanmerking voor zover die uitgaven niet meer bedragen dan 15 % van de eerste schijf van 1.250 EUR (1.550 EUR voor aj. 2006) van het totale beroepsinkomen en 6 % van het overige, met een maximum van 1.500 EUR (1.870 EUR voor aanslagjaar 2006).
[19. In het oud stelsel is de begrenzing van toepassing op het totale bedrag van de premies van individuele levensverzekeringen en van de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen
- als bedoeld in artikel 145^1, 2° en 3°, WIB 92, (oud - bijlage 6) die in aanmerking komen voor de belastingvermindering voor het lange termijnsparen;
- en als bedoeld in artikel 145^17 WIB 92, (oud - bijlage 5) die in aanmerking komen voor de verhoogde belastingvermindering voor het bouwsparen (zie artikel 145^20 WIB 92, (oud) bijlage 6);
- en als bedoeld in artikel 145^1, 2° en 3°, WIB 92, (nieuw - bijlage 4) die in aanmerking komen voor de belastingvermindering voor het lange termijnsparen.]
35. Indien artikel 145 6, eerste lid, WIB 92 (oud) van toepassing is, geldt dit niet alleen voor de premies van individuele levensverzekeringen en voor de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen die voor de verhoogde vermindering bouwsparen in aanmerking komen, maar ook voor de andere premies en betalingen als vermeld in artikel 145 1, 2° en 3°, WIB 92, inzake het lange termijnsparen (zie artikel 526, § 2, derde lid, WIB 92, - bijlage 3).
Voorbeeld :
36. Een alleenstaande belastingplichtige zonder kinderen ten laste deed in de loop van het jaar 2005 volgende uitgaven :
  • interesten van een in 2002 gesloten lening die in aanmerking komen voor de bijkomende interestaftrek als bedoeld in artikel 104, 9°, WIB 92, (oud-bijlage 6) :
1.000 EUR (code 1138) (20)
  • kapitaalaflossingen m.b.t. die in 2002 gesloten lening die in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen als bedoeld in artikel 14517 tot 20, WIB 92, (oud - bijlage 6) :
1.500 EUR (code 1355) (20)
  • premie van een individuele levensverzekering (gesloten vanaf 1.1.1989) die in aanmerking komt voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen als bedoeld in artikel 14517 tot 20, WIB 92, (oud - bijlage 6) :
200 EUR (code 1351) (20)
  • premie van een individuele levensverzekering (gesloten vanaf 1.1.1989) die in aanmerking komt voor de vermindering voor het lange termijnsparen als bedoeld in artikel 145^1, 2°, WIB 92, (nieuw - bijlage 4) :
300 EUR (code 1353) (20)
[20. De codes betreffen de aangifte PB aanslagjaar 2006.]
Het netto gezamenlijk belaste beroepsinkomen van de belastingplichtige bedraagt 30.000 EUR.
Begrenzing uitgaven voor de vermindering bouwsparen en lange termijnsparen :
Voor het aanslagjaar 2006 komen de kapitaalaflossingen van 1.500 EUR en de premies van de individuele levensverzekeringen (gesloten vanaf 1.1.1989) van 200 EUR en van 300 EUR (zie nr. 35), overeenkomstig artikel 145 6, eerste lid, WIB 92, (oud - bijlage 6) slechts in aanmerking ten bedrage van :
1.550 EUR x 15 % =232,50 EUR
(30.000 EUR - 1.550 EUR) x 6 % = 1.707,00 EUR
Bedrag dat principieel voor belastingvermindering in aanmerking komt1.939,50 EUR
Beperkt tot maximum (aanslagjaar 2006) : 1.870,00 EUR
Bijkomende interestaftrek :
Daarnaast komen de interesten van 1.000 EUR, binnen de grenzen en beperkingen van de artikelen 115 en 116, WIB 92, (oud - bijlage 6), voor de toepassing van de bijkomende interestaftrek in aanmerking als bedoeld in artikel 104, 9°, WIB 92, (oud - bijlage 6).
D. Toepassing begrenzing van artikel 145^6, eerste lid, WIB 92 (oud) bij combinatie oud EN nieuw stelsel
37. Hetgeen vermeld is in de nrs. 34 en 35 impliceert dat artikel 145 6, eerste lid, WIB 92, (oud) ook van toepassing is op de in nrs. 26 en 27 bedoelde gevallen waarin de verhoogde vermindering voor het bouwsparen en/of bijkomende interestaftrek in hetzelfde belastbare tijdperk mogelijk is in combinatie met de nieuwe aftrek voor enige en eigen woning. In dat geval geldt dus het artikel 145 6, eerste lid, WIB 92, (nieuw) niet en wordt de aftrek voor enige eigen woning bijgevolg niet in mindering gebracht bij de berekening van de begrenzing (overeenkomstig artikel 145 6, eerste lid, WIB 92, - oud) van de premies van individuele levensverzekeringen en van betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen die in aanmerking komen voor de vermindering voor het lange termijnsparen en de verhoogde vermindering voor het bouwsparen.

V. COMBINATIES

38. Hierna worden de in nr. 27 opgesomde combinaties nader besproken waarbij in hetzelfde belastbare tijdperk de gelijktijdige toepassing mogelijk is van
  • enerzijds het nieuwe stelsel van de aftrek voor enige en eigen woning
  • en anderzijds het oude stelsel van de verhoogde vermindering voor het bouwsparen en/of bijkomende interestaftrek;
en waarbij de begrenzing van artikel 145 6, WIB 92, (oud) van toepassing is op de premies van individuele levensverzekeringen en op de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen die in aanmerking komen voor de vermindering voor het lange termijnsparen en de verhoogde vermindering voor het bouwsparen.
A. Een woning waarop een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening betrekking heeft wordt tijdens het belastbare tijdperk vervreemd. Tijdens hetzelfde belastbare tijdperk wordt vanaf 1.1.2005 een nieuwe hypothecaire lening gesloten die betrekking heeft op een andere dan de vervreemde woning
39. De belastingplichtige deed in de loop van het betrokken belastbare tijdperk de volgende uitgaven :
a) interesten en/of kapitaalaflossingen van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (21) die betrekking heeft op een woning die gedurende het belastbare tijdperk, vóór 31 december (22), werd vervreemd;
en/of
een premie van een individuele levensverzekering die uitsluitend diende voor het waarborgen of wedersamenstellen van een dergelijke lening;

én
b) bestedingen (interesten en/of kapitaalaflossingen) van een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (23) die betrekking heeft op een andere dan de vervreemde woning;
en/of
een premie van een individuele levensverzekering die uitsluitend diende voor het waarborgen of wedersamenstellen van een dergelijke lening.

[21. Of van een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening voor de herfinanciering van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22).

22. Voor de toepassing van de aftrek voor enige en eigen woning moeten de bestedingen overeenkomstig artikel 115, § 1, eerste lid, 1°, WIB 92, (nieuw - bijlage 3) immers zijn gedaan voor de woning die op 31 december van het jaar waarin de lening is gesloten de enige woning is.
23. die geen herfinancieringslening is van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22).]
40. In dit geval is de in nr. 38 vermelde combinatie slechts toegestaan voor zover aan volgende voorwaarden is voldaan :
a) de kapitaalaflossingen van de vóór 1.1.2005 gesloten lening moeten tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen (24);
en/of
de premie van de individuele levensverzekering die uitsluitend diende voor het waarborgen van voormelde lening, moet in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen;
en/of
de interesten van voormelde lening moeten in aanmerking komen voor de bijkomende interestaftrek(25);

én
b) de bestedingen (interesten en/of kapitaalaflossingen) van de vanaf 1.1.2005 gesloten lening
en/of premies van de individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen of wedersamenstellen van die lening, moeten tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de aftrek voor enige en eigen woning.

[24. Het is hierbij niet noodzakelijk dat de lening gedurende het volledige belastbare tijdperk heeft gelopen. In vele gevallen zal de lening immers (al dan niet vervroegd) worden afgelost. Het is voldoende, maar noodzakelijk, dat de kapitaalaflossingen tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen.

25. De aandacht wordt erop gevestigd dat, opdat de interesten van de vóór 1.1.2005 gesloten lening in aanmerking kunnen komen voor de bijkomende interestaftrek, de belastingplichtige op 31 december van dat belastbare tijdperk geen "eigenaar" mag zijn van een andere woning dan die waarvoor de bijkomende aftrek wordt gevraagd. In de regel zal in de hier beoogde situatie niet zijn voldaan aan deze voorwaarde. De bijkomende interestaftrek kan echter toch worden toegestaan wanneer de belastingplichtige ingevolge erfenis of schenking onder levenden in onverdeeldheid een zakelijk recht heeft op één of meer andere woningen (zie Com.IB nr. 104/224).]
41. Voorbeeld
Een alleenstaande belastingplichtige met 3 kinderen ten laste op 1.1.2006 betaalde in de loop van 2005 volgende uitgaven :
  • interesten van een vóór 1.1.2005 gesloten lening die in aanmerking komen voor de bijkomende interestaftrek als bedoeld in artikel 104, 9°, WIB 92, (oud - bijlage 6) :
1.800 EUR (code 1138) (26)
  • kapitaalaflossingen m.b.t. die lening die in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen als bedoeld in artikel 145^17 tot 20, WIB 92, (oud - bijlage 6) :
1.700 EUR (code 1355) (26)
  • een premie van een in 2005 gesloten individuele levensverzekering die in aanmerking komt voor de vermindering voor het lange termijnsparen als bedoeld in artikel 145^1, 2°, WIB 92, (nieuw - bijlage 4) :
200 EUR (code 1353) (26)
  • bestedingen (interesten : 2.000 EUR en kapitaalaflossingen : 3.000 EUR) van een in de loop van 2005 gesloten hypothecaire lening die in aanmerking komen voor de aftrek voor enige en eigen woning als bedoeld in artikel 104, 9°, WIB 92, (nieuw - bijlage 3 ) :
2.550 EUR (27) (code 1370) (28)
[26. De codes betreffen de aangifte PB aanslagjaar 2006.

27. Voor aanslagjaar 2006 beperkt tot :
1.870 EUR (basisaftrek overeenkomstig artikel 115, § 1, eerste lid, 6°, WIB 92, (nieuw) - bijlage 3)
+ 620 EUR (verhoging gedurende de eerste tien belastbare tijdperken overeenkomstig artikel 116, eerste lid, WIB 92, (nieuw) - bijlage 3)
+ 60 EUR (verhoging voor 3 of meer kinderen ten laste overeenkomstig artikel 116, eerste lid, WIB 92, (nieuw) - bijlage 3)
= 2.550 EUR

28. De codes betreffen de aangifte PB aanslagjaar 2006.]
De vóór 1.1.2005 gesloten lening heeft betrekking op een woning die op 17.11.2005 werd vervreemd.
De vanaf 1.1.2005 gesloten lening heeft betrekking op een woning die de belastingplichtige op 2.2.2005 ingevolge een erfenis in onverdeeldheid heeft verkregen en die hij sinds 12.6.2005 bewoont.
Het netto gezamenlijk belaste beroepsinkomen van de belastingplichtige bedraagt 30.000 EUR.
Begrenzing uitgaven voor de vermindering bouwsparen en lange termijnsparen :
Voor het aanslagjaar 2006 komen de kapitaalaflossingen van 1.700 EUR en de premie van de individuele levensverzekering (gesloten vanaf 1.1.1989) van 200 EUR overeenkomstig artikel 145 6, eerste lid, WIB 92, (oud - bijlage 6) slechts in aanmerking ten bedrage van :
1.550 EUR x 15 % =232,50 EUR
(30.000 EUR - 1.550 EUR) x 6 % = 1.707,00 EUR
Bedrag dat pricipieel voor belastingvermindering in aanmerking komt1.939,50 EUR
beperkt tot maximum : 1.870,00 EUR
Bijkomende interestaftrek :
Daarnaast komen de interesten van 1.800 EUR, binnen de grenzen en beperkingen van de artikelen 115 en 116, WIB 92, (oud - bijlage 6), voor de toepassing van de bijkomende interestaftrek in aanmerking als bedoeld in artikel 104, 9°, WIB 92, (oud - bijlage 6) (29).
[29. De aandacht wordt erop gevestigd dat, opdat de interesten van de vóór 1.1.2005 gesloten lening in aanmerking kunnen komen voor de bijkomende interestaftrek, de belastingplichtige op 31 december van dat belastbare tijdperk geen "eigenaar" mag zijn van een andere woning dan die waarvoor de bijkomende aftrek wordt gevraagd. In de regel zal in de hier beoogde situatie niet zijn voldaan aan deze voorwaarde. De bijkomende interestaftrek kan echter toch worden toegestaan wanneer de belastingplichtige ingevolge erfenis of schenking onder levenden in onverdeeldheid een zakelijk recht heeft op één of meer andere woningen (zie Com.IB 92 nr. 104/224).]
Aftrek voor enige en eigen woning
Daarnaast wordt, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 104, 9°, 115 en 116, WIB 92, (nieuw - bijlage 3) een bedrag van 2.550 EUR als aftrek voor enige en eigen woning in mindering van het totale netto-inkomen gebracht.
B. Een woning wordt op de vastgoedmarkt te koop aangeboden op 31 december van het jaar waarin een hypothecaire lening is gesloten vanaf 1.1.2005 voor een andere woning
42. De belastingplichtige deed in de loop van het betrokken belastbare tijdperk de volgende uitgaven :
a) interesten en/of kapitaalaflossingen van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (30) die betrekking heeft op een woning die op de vastgoedmarkt te koop werd aangeboden op 31 december (31) van het jaar waarin de vanaf 1.1.2005 gesloten lening werd aangegaan;
en/of
een premie van een individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van een dergelijke lening;

én
b) bestedingen (interesten en/of kapitaalaflossingen) van een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (32) die betrekking heeft op een andere dan de te koop aangeboden woning;

en/of
een premie van een individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van een dergelijke lening.

[30. Of van een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening voor de herfinanciering van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22).

31. Om te bepalen of de woning op 31 december van het jaar waarin het leningscontract dat vanaf 1.1.2005 is gesloten, voor de toepassing van de aftrek voor enige en eigen woning, de enige woning is, wordt overeenkomstig artikel 115, § 1, tweede lid, 2°, WIB 92, (nieuw - bijlage 3) immers geen rekening gehouden met een andere woning die op die datum op de vastgoedmarkt te koop is aangeboden.
32. Die geen herfinancieringslening is van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22).]
43. In dit geval is de in nr. 38 vermelde combinatie slechts toegestaan voor zover aan volgende voorwaarden is voldaan :
a) de kapitaalaflossingen van de vóór 1.1.2005 gesloten lening moeten tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen (33);
en/of
de premies van de individuele levensverzekering die uitsluitend dient (diende) voor het waarborgen van voormelde lening moet tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen;
en/of
de interesten van voormelde lening moeten in aanmerking komen voor de bijkomende interestaftrek (34);
én
b) de bestedingen (interesten en/of kapitaalaflossingen) van de vanaf 1.1.2005 gesloten lening
en/of de premie van de individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van die lening
moeten in aanmerking komen voor de aftrek voor enige en eigen woning.

[33. Het is hierbij niet noodzakelijk dat de lening gedurende het volledige belastbare tijdperk heeft gelopen. In vele gevallen zal de lening immers (al dan niet vervroegd) worden afgelost. Het is voldoende, maar noodzakelijk, dat de kapitaalaflossingen tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen.

34. De aandacht wordt erop gevestigd dat, opdat de interesten van de vóór 1.1.2005 gesloten lening in aanmerking kunnen komen voor de bijkomende interestaftrek, de belastingplichtige op 31 december van dat belastbare tijdperk geen "eigenaar" mag zijn van een andere woning dan die waarvoor de bijkomende aftrek wordt gevraagd. In de regel zal in de hier beoogde situatie niet zijn voldaan aan deze voorwaarde. De bijkomende interestaftrek kan echter toch worden toegestaan wanneer de be-lastingplichtige ingevolge erfenis of schenking onder levenden in onverdeeldheid een zakelijk recht heeft op één of meer andere woningen (zie Com.IB 92 nr. 104/224).]

C. Een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening werd tijdens het belastbare tijdperk (al dan niet vervroegd) afgelost of terugbetaald. De vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening die daarna wordt aangegaan heeft op dezelfde woning betrekking
44. De belastingplichtige deed in de loop van het betrokken belastbare tijdperk de volgende uitgaven :
a) interesten en/of kapitaalaflossingen van een vóór 1.1.2005 (35) gesloten hypothecaire lening die tijdens het belastbare tijdperk volledig (al dan niet vervroegd) werd afgelost of terugbetaald;
en/of
een premie van een individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van een dergelijke lening;
én
b) bestedingen (interesten en/of kapitaalaflossingen) van een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening(36) die betrekking heeft op dezelfde woning;
en/of
een premie van een individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van een dergelijke lening.

[35. Of van een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening voor de herfinanciering van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22).]
45. In dit geval is de in nr. 38 vermelde combinatie slechts toegestaan voor zover aan volgende voorwaarden is voldaan :
a) de kapitaalaflossingen van de vóór 1.1.2005 gesloten lening moeten tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen;
en/of
de premie van de individuele levensverzekering die uitsluitend diende voor het waarborgen van voormelde lening moet tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen;
en/of
de interesten van voormelde lening moeten in aanmerking komen voor de bijkomende interestaftrek;
én
b) de bestedingen (interesten en/of kapitaalaflossingen) van de vanaf 1.1.2005 gesloten lening (36)
en/of de premies van de individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van die lening
moeten in aanmerking komen voor de aftrek voor enige en eigen woning;

[36. Die geen herfinancieringslening is van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22).]

én
c) op het moment dat de vanaf 1.1.2005 gesloten lening (waarvan de bestedingen in aanmerking komen voor de aftrek voor enige en eigen woning) wordt aangegaan, moet de vóór 1.1.2005 gesloten lening die betrekking heeft op diezelfde woning volledig zijn afgelost of terugbetaald.

D. Toepassing arrest De Jaegher (zie Com.IB 92, nr. 1455/22) - De vóór en vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire leningen hebben betrekking op verschillende woningen
46. De belastingplichtige deed in de loop van het betrokken belastbare tijdperk de volgende uitgaven :
a) interesten en/of kapitaalaflossingen van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (37) die betrekking heeft op een woning die al in een vorig belastbaar tijdperk werd vervreemd;
en/of
een premie van een individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van een dergelijke lening;

én
b) de bestedingen (interesten en/of kapitaalaflossingen) van een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (38)die betrekking hebben op een andere dan de vervreemde woning;
en/of
de premie van een individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van een dergelijke lening.

[37. Of een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening voor de herfinanciering van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22).
38. Die geen herfinancieringslening is van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22).]
47. In dit geval is de in nr. 38 vermelde combinatie slechts toegestaan voor zover aan volgend voorwaarden is voldaan :
a) de kapitaalaflossingen van de vóór 1.1.2005 gesloten lening moeten tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen (39);
en/of

de premie van de individuele levensverzekering die uitsluitend diende voor het waarborgen van voormelde lening moet tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen; (de bijkomende interestaftrek is hier niet mogelijk) (40);

en
b) de bestedingen (interesten en/of kapitaalaflossingen) van de vanaf 1.1.2005 gesloten lening en/of de premies van de individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van die lening moeten in aanmerking komen voor de aftrek voor enige en eigen woning.

[39. De kapitaalaflossingen van een lening waarvan de kapitaalaflossingen in het verleden in aanmerking kwamen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen, blijven in aanmerking komen voor die belastingvermindering wanneer deze lening zonder meer blijft lopen, de hypothecaire inschrijving wordt overgebracht naar een ander onroerend goed en de lening een totale looptijd heeft van ten minste 10 jaar.]
[40. De interesten van een dergelijke lening kunnen niet in aanmerking komen voor de bijkomende interestaftrek vermits ze betrekking heeft op een in een vorig belastbaar tijdperk verkochte woning waarvan het inkomen niet in de aanslagbasis is opgenomen.]
E. Een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening heeft betrekking op een ingevolge erfenis verkregen woning en de vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening heeft op een andere woning betrekking
48. De belastingplichtige deed in de loop van het betrokken belastbare tijdperk de volgende uitgaven :
a) interesten en kapitaalaflossingen van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (41) die betrekking heeft op een woning waarvan de belastingplichtige ingevolge erfenis mede-eigenaar is (42);
en/of
een premie van een individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van een dergelijke lening;

én
b) bestedingen (interesten en/of kapitaalaflossingen) van een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (43) die in aanmerking komen voor de aftrek enige en eigen woning. Deze lening dient betrekking te hebben op een andere woning dan de woning waarvoor de vóór 1.1.2005 gesloten lening werd gesloten
en/of een premie van een individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van een dergelijke lening.

[41. Of van een vanaf 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening voor de herfinanciering van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22).

42. Om te bepalen of de woning op 31 december van het jaar waarin het vanaf 1.1.2005 gesloten leningscontract de enige woning is, wordt voor de toepassing van de aftrek voor enige en eigen woning overeenkomstig artikel 115, § 1, tweede lid, 1°, WIB 92, (nieuw - bijlage 3) immers geen rekening gehouden met andere woningen waarvan de belastingplichtige ingevolge erfenis mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is.
43. Die geen herfinancieringslening is van een vóór 1.1.2005 gesloten hypothecaire lening (zie nr. 22).]
49. In dit geval is de in nr. 38 vermelde combinatie slechts toegestaan voor zover aan volgende voorwaarden is voldaan :
a) de kapitaalaflossingen van de vóór 1.1.2005 gesloten lening moeten tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen;
en/of
de premie van de individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van voormelde lening moet in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen;
en/of
de interesten van de vóór 1.1.2005 gesloten lening moeten tijdens het belastbare tijdperk in aanmerking komen voor de bijkomende interest-
aftrek (44);

én
b) de bestedingen (interesten en/of kapitaalaflossingen) van de vanaf 1 januari 2005 gesloten lening
en/of de premies van de individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen van die lening
moeten in aanmerking komen voor de aftrek voor enige en eigen woning.

[44. De aandacht wordt erop gevestigd dat, opdat de interesten van de vóór 1.1.2005 gesloten lening in aanmerking kunnen komen voor de bijkomende interestaftrek, de belastingplichtige op 31 december van dat belastbare tijdperk geen "eigenaar" mag zijn van een andere woning dan die waarvoor de bijkomende aftrek wordt gevraagd. In de regel zal in de hier beoogde situatie niet zijn voldaan aan deze voorwaarde. De bijkomende interestaftrek kan echter toch worden toegestaan wanneer de belastingplichtige ingevolge erfenis of schenking onder levenden in onverdeeldheid een zakelijk recht heeft op één of meer andere woningen (zie Com.IB 92 nr. 104/224).]

VI. CONTROLEMAATREGEL
Teneinde de aandacht van de taxatieambtenaar op de in rubriek V vermelde combinatie te vestigen, zullen de aangiften met dergelijke combinatie, die in de praktijk eerder weinig voorkomen, in het kader van de inkohiering worden opgespoord en medegedeeld aan de taxatieambtenaar. Op die wijze moet worden vermeden dat de combinatie belastingvermindering voor het bouwsparen of de bijkomende interestaftrek en de aftrek voor enige en eigen woning onrechtmatig zou worden toegepast.
Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen:
De Directeur,
S. QUINTENS
BIJLAGE 1
FEDERALE OVERHEIDSDIENST
KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER
N. 2004 - 4819
[C - 2004/21170]
27 DECEMBER 2004. - Programmawet (1)
(…)
TITEL XI. - Financiën
(…)
HOOFDSTUK XVII. - Wijziging van de fiscale regels
die in de personenbelasting van toepassing zijn op de eigen woning
(…)
Art. 387. Artikel 12 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 21 mei 1996 en 13 mei 1999, wordt aangevuld als volgt :
"§ 3. Onverminderd de heffing van de onroerende voorheffing is vrijgesteld het kadastraal inkomen van de woning die de belastingplichtige betrekt en waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is.
Wanneer de belastingplichtige meer dan één woning betrekt, wordt de vrijstelling toegekend voor één enkele woning naar zijn keuze.
De vrijstelling wordt eveneens toegekend wanneer de woning om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk door de belastingplichtige wordt betrokken.
De vrijstelling wordt niet toegekend voor het deel van de woning dat wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige of van een van zijn gezinsleden of dat wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin.
Wanneer gehuwde belastingplichtigen meer dan één woning betrekken, wordt de vrijstelling slechts toegekend voor de door de echtgenoten gekozen woning die zij beide betrekken. De vrijstelling mag eveneens worden toegekend voor een woning die de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk betrekken.".
(…)
Art. 394. Artikel 104, 9°, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
"9° interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening gesloten om een in artikel 12, § 3, bedoelde enige woning te verwerven of te behouden, en bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening.".
Art. 395. Artikel 105 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 6 juli 1994 en 10 augustus 2001, wordt vervangen als volgt :
"Art. 105. - Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden de aftrekken vermeld in artikel 104 als volgt aangerekend :
Eerst wordt de aftrek vermeld in artikel 104, 9°, aangerekend volgens de verdeling die de belastingplichtigen kiezen binnen de in artikel 115, eerste lid, 6°, en 116 vermelde begrenzingen, voor zover die verdeling er niet toe leidt om in hoofde van een van de belastingplichtigen minder dan 15 % van de aftrekbare sommen aan te rekenen;
Vervolgens worden de in artikel 104, 3° tot 8°, vermelde aftrekken evenredig aangerekend op de totale netto-inkomsten van beide belastingplichtigen;
Ten slotte worden de in artikel 104, 1° en 2°, vermelde aftrekken bij voorrang aangerekend op het totale netto-inkomen van de belastingplichtige die de uitgaven verschuldigd is en het eventuele saldo wordt op het totale netto-inkomen van de andere belastingplichtige aangerekend.".
(…)
Art. 396. In titel II, hoofdstuk II, afdeling VI, van hetzelfde Wetboek, wordt het onderdeel "E. Interest van hypothecaire leningen" dat de artikelen 115 en 116 bevat, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 28 december 1992, 6 juli 1994 en 20 december 1995 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, vervangen als volgt :
"E. Aftrek voor enige woning
Art. 115. - De in artikel 104, 9°, vermelde bestedingen zijn aftrekbaar onder de volgende voorwaarden :
1° de bestedingen moeten zijn gedaan voor de woning die op 31 december van het jaar waarin het leningcontract is gesloten, de enige woning van de belastingplichtige is;
2° de hypothecaire lening en het levensverzekeringscontract die zijn bedoeld in artikel 104, 9°, zijn door de belastingplichtige aangegaan bij een instelling die in de Europese Economische Ruimte is gevestigd om in België zijn in artikel 12, § 3, bedoelde woning te verwerven of te behouden;

3° de hypothecaire lening heeft een looptijd van ten minste 10 jaar;
4° het levensverzekeringscontract is aangegaan :
a) door de belastingplichtige die daarbij alleen zichzelf heeft verzekerd;
b) vóór de leeftijd van 65 jaar; contracten die tot na de oorspronkelijk bepaalde termijn worden verlengd, opnieuw van kracht gemaakt, gewijzigd of verhoogd wanneer de verzekerde de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, worden geacht niet vóór die leeftijd te zijn aangegaan;
c) voor een minimumlooptijd van 10 jaar wanneer het in voordelen bij leven voorziet;
5° de voordelen van het in 4° bedoelde contract zijn bedongen :
a) bij leven, ten gunste van de belastingplichtige vanaf de leeftijd van 65 jaar;
b) bij overlijden, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van die woning verwerven;
6° het totaal aftrekbaar bedrag mag per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 1.500 EUR.
Om te bepalen of de woning van de belastingplichtige, op 31 december van het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, zijn enige woning is, wordt geen rekening gehouden met andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is.
Art. 116. - Het in artikel 115, 6°, vermelde bedrag wordt verhoogd met 500 EUR gedurende de eerste tien belastbare tijdperken vanaf het belastbaar tijdperk waarin het leningcontract wordt afgesloten.
Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt verhoogd met 50 EUR wanneer de belastingplichtige drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningcontract is afgesloten.
De in het eerste en het tweede lid vermelde verhogingen worden niet toegepast vanaf het eerste belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker wordt van een tweede woning. De toestand wordt beoordeeld op 31 december van dat belastbaar tijdperk.".
Art. 397. In artikel 145 1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 17 november 1998, 25 januari 1999, 17 mei 2000, 24 december 2002 en 28 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het 2° wordt vervangen als volgt :
"2° als bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en voor zover dat kapitaal niet dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening die voor de in artikel 104, 9°, bedoelde woning is aangegaan;";
2° in het 3° worden de woorden ", andere dan de in artikel 104, 9°, vermelde woning, " ingevoegd tussen de woorden "in België gelegen woning" en "te bouwen, te verwerven of te verbouwen;".
(…)
Art. 399. Artikel 145 6, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij koninklijk besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, wordt vervangen als volgt :
"De bijdragen en betalingen vermeld in artikel 145 1, 2° en 3°, komen voor vermindering in aanmerking voor zover die uitgaven niet meer bedragen dan het positieve verschil tussen :
- enerzijds, 15 % van de eerste schijf van 1.250 EUR van het totale beroepsinkomen en 6 % van het overige, met een maximum van 1.500 EUR;
- en anderzijds het bedrag dat bij toepassing van artikel 104, 9°, is afgetrokken zonder rekening te houden met de eventuele verhoging bedoeld in artikel 116.".
Art. 400. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt de onderafdeling IIter "Verhoogde vermindering voor het bouwsparen" die de artikelen 145 17 tot en met 145 20 bevat, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wet van 17 mei 2000 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, opgeheven.
(…)
Art. 405. Artikel 243, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994, 22 december 2003 en 9 juli 2004, wordt vervangen als volgt :
"De artikelen 126 tot 129, 145 1, 1° tot 4°, 1452 tot 1457, 14521 tot 14528, 157 tot 169 en 171 tot 178 zijn eveneens van toepassing.".
(…)
Art. 411. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 526 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 526. - Artikel 12, § 3, zoals het is ingevoegd door artikel 387 van de programmawet van 27 december 2004, is niet van toepassing op het kadastraal inkomen van de eigen woning in zoverre de belastingplichtige de aftrek vraagt van interesten betreffende leningen die zijn aangegaan om die woning te verwerven of te behouden, en die :
a) voor 1 januari 2005 zijn gesloten;
b) vanaf 1 januari 2005 zijn gesloten maar die :
- ofwel, een herfinanciering betreffen van een in a bedoelde lening;
- ofwel, een lening betreffen die is afgesloten terwijl nog interesten in mindering van het kadastraal inkomen van de woning worden gebracht, voor een lening die is bedoeld in a of in het vorige streepje.
In die gevallen blijven de artikelen 7, 14, 16, 93bis, 178, 235, 256, 277 en 290, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 386, 388, 389, 393, § 2, 403, 404 en 406 tot 408 van de programmawet van 27 december 2004, van toepassing op het in het eerste lid bedoelde kadastraal inkomen.
Tevens blijven de artikelen 104, 105, 115, 116, 145 1, 145 6, 145 17 tot 145 20, en 243, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 394 tot 397, 399, 400 en 405, van de programmawet van 27 december 2004, van toepassing op :
1° hypothecaire leningen die zijn gesloten voor het verwerven of behouden van de in het eerste lid bedoelde woning en die :
a) voor 1 januari 2005 zijn gesloten;
b) vanaf 1 januari 2005 zijn gesloten maar die :
- ofwel, een herfinanciering betreffen van een in a bedoelde lening;
- ofwel, een hypothecaire lening betreffen die is afgesloten terwijl nog interesten in mindering van het kadastraal inkomen van de woning worden gebracht, voor een hypothecaire lening die is bedoeld in a of in het vorige streepje.
2° de levensverzekeringscontracten die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in 1° vermelde hypothecaire lening.".
(…)
Art. 413. Artikel 393, § 1, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2005.
De artikelen 386 tot 389, 393, § 2, 398, 403, 404 en 406 tot 412 van de programmawet treden in werking vanaf aanslagjaar 2006.
De artikelen 390 tot 392, 394 tot 397, 399 tot 402 en 405 van de programmawet zijn van toepassing op de hypothecaire leningen die vanaf 1 januari 2005 zijn gesloten voor het verwerven of behouden van de woning die is bedoeld in artikel 104, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het door artikel 394 van de programmawet is gewijzigd, en de levensverzekeringscontracten die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening.

BIJLAGE 2
FEDERALE OVERHEIDSDIENST
KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER
N. 2005 - 3701
[C - 2005/21183]
27 DECEMBER 2005. - Wet houdende diverse bepalingen (1)
(…)
TITEL XV. - Financiën
(…)
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het Wetboek
van de inkomstenbelastingen 1992
Art. 161. In artikel 12, § 3, vijfde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd door de programmawet van 27 december 2004, worden de woorden "De vrijstelling mag eveneens worden toegekend voor een woning die de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk betrekken." vervangen door de woorden "De vrijstelling mag eveneens worden toegekend wanneer de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard de aldus gekozen woning niet persoonlijk betrekken."
(…)
Art. 169. In artikel 104 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
(…)
2° in het 9° worden de woorden "die specifiek is" ingevoegd tussen de woorden "wedersamenstelling van een hypothecaire lening" en "gesloten om een in artikel 12, § 3, bedoelde enige woning te verwerven".
(…)
Art. 171. In artikel 115 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de huidige tekst die § 1 wordt, wordt het eerste lid, 1°, aangevuld met de woorden "en die hij op diezelfde datum zelf betrekt";
b) in § 1 wordt het laatste lid vervangen als volgt :
"Om te bepalen of de woning van de belastingplichtige, op 31 december van het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, zijn enige woning is die hij zelf betrekt, wordt geen rekening gehouden met :
1° andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;

2° een andere woning die op die datum op de vastgoedmarkt te koop is aangeboden en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, ook daadwerkelijk is verkocht;
3° het feit dat de belastingplichtige de woning niet zelf betrekt omwille van :
- wettelijke of contractuele belemmeringen die het de belastingplichtige onmogelijk maken de woning op die datum zelf te betrekken;
- de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het de belastingplichtige nog niet toelaten de woning daadwerkelijk op diezelfde datum te betrekken.
De aftrek wordt niet meer toegestaan :
1° vanaf het jaar volgend op het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, indien op 31 december van dat jaar de in het vorige lid, 2°, bedoelde andere woning niet daadwerkelijk is verkocht;
2° vanaf het tweede jaar volgend op het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, indien de belastingplichtige de in artikel 104, 9°, bedoelde woning op 31 december van dat jaar niet zelf betrekt.";
c) het wordt aangevuld met een § 2 en § 3, luidende :
"§ 2. De in artikel 104, 9°, vermelde leningen zijn specifiek gesloten om een woning te verwerven of te behouden wanneer ze zijn aangegaan om :
1. een onroerend goed aan te kopen;
2. een onroerend goed te bouwen;
3. een onroerend goed volledig of gedeeltelijk te vernieuwen;
4. de successierechten met betrekking tot de in artikel 104, 9°, bedoelde woning te betalen met uitzondering van nalatigheidsinteresten verschuldigd bij laattijdige betaling.
Wat de in het eerste lid, 3, bedoelde vernieuwing betreft, zijn de daarop betrekking hebbende dienstverrichtingen deze vermeld in rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.
§ 3. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in artikel 104, 9°, bedoelde aftrek."
Art. 172. In artikel 116 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programmawet van 24 december 2004, wordt het volgende lid ingevoegd tussen het tweede en het derde lid :
"Voor de toepassing van het tweede lid worden als gehandicapt aangemerkte kinderen ten laste voor twee gerekend."
(…)
Art. 181. Artikel 526 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt :
"Art. 526. § 1. Deze paragraaf is van toepassing wanneer leningen die zijn gesloten om de eigen woning te verwerven of te behouden, zijn aangegaan :
a) voor 1 januari 2005;
b) vanaf 1 januari 2005, maar :
- ofwel, een herfinanciering betreffen van een in a) bedoelde lening;
- ofwel, een lening betreffen die is afgesloten terwijl voor dezelfde woning nog een lening die is bedoeld in a) of in het vorige streepje in aanmerking komt voor de aftrek van interesten.
In die gevallen blijven de artikelen 7, 12, 14, 16, 93bis, 178, 235, 256, 277 en 290, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 386 tot 389, 393, § 2, 403, 404 en 406 tot 408 van de programmawet van 27 december 2004, van toepassing op het kadastraal inkomen van de in het eerste lid bedoelde woning.
§ 2. Deze paragraaf is van toepassing wanneer :
1° hypothecaire leningen zijn gesloten om de enige woning te verwerven of te behouden, die zijn aangegaan :
a) voor 1 januari 2005;
b) vanaf 1 januari 2005, maar :
- ofwel, een herfinanciering betreffen van een in a) bedoelde lening;
- ofwel, een hypothecaire lening betreffen die is afgesloten terwijl voor dezelfde woning nog een hypothecaire lening die is bedoeld in a) of in het vorige streepje in aanmerking komt voor de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of voor het bouwsparen;
2° het levensverzekeringscontracten betreffen die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in 1° vermelde hypothecaire lening.
In die gevallen blijven de artikelen 104, 105, 115, 116, 145 1, 145 6, 145 17 tot 145 20, en 243, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 394 tot 397, 399, 400 en 405 van de programmawet van 27 december 2004, van toepassing op de interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een in het eerste lid, 1°, bedoelde hypothecaire lening of bijdragen betaald ter uitvoering van een in het eerste lid, 2°, bedoelde verzekeringscontract.
Wanneer de belastingplichtige naast de in deze paragraaf vermelde interesten, betalingen en bijdragen, andere bijdragen of betalingen heeft betaald of gedaan die in aanmerking komen voor de in artikel 145 1, 2° en 3°, bedoelde vermindering, gelden de regels van het in het vorige lid bedoelde artikel 145 6 eveneens voor die andere bijdragen en betalingen.
§ 3. De in de vorige paragrafen vermelde regels worden niet toegepast op de aldaar bedoelde leningen en contracten wanneer de belastingplichtige in zijn aangifte betreffende het belastbare tijdperk waarin een in § 1, eerste lid, b), tweede streepje, en § 2, eerste lid, 1°, b), tweede streepje, bedoelde lening of een levensverzekeringscontract dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in § 2, eerste lid, 1°, b), tweede streepje, bedoelde hypothecaire lening, is gesloten, vermeldt dat hij voor die na 1 januari 2005 gesloten leningen of contracten opteert voor de toepassing van de in artikel 104, 9°, bedoelde aftrek.
Die keuze is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, moeten beide belastingplichtigen dezelfde keuze maken.
§ 4. De in euro uitgedrukte bedragen bedoeld in de artikelen die in de §§ 1 en 2 zijn opgenomen, worden, naargelang het geval, jaarlijks en gelijktijdig aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast overeenkomstig de artikelen 178 of 518."
(…)
HOOFDSTUK IV. - Wijziging
van de programmawet van 27 december 2004
Art. 183. In artikel 413 van de programmawet van 27 december 2004 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden "398, 403, " vervangen door de woorden "397 tot 400, 403, " :
2° in het derde lid worden de woorden "394 tot 397, 399 tot 402" vervangen door de woorden "394 tot 396, 401, 402".
(…)
HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding
Art. 190. Artikel 160 heeft uitwerking met ingang van 9 maart 2005.
De hoofdstukken II en VII treden in werking vanaf aanslagjaar 2006 met uitzondering van de volgende artikelen :
1° de artikelen 162, 165 en 176 die van toepassing zijn op lijfrenten en pensioenen, aanvullende pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden uitgekeerd vanaf 1 januari 2006;
2° de artikelen 164 en 177 tot 179 die van toepassing zijn op de premies en bijdragen die vanaf 1 januari 2006 worden betaald;
3° de artikelen 169, 2°, 171 en 172 die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2005;
artikel 180 dat uitwerking heeft vanaf 1 januari 2004.
Artikel 182 treedt in werking vanaf 1 januari 2006.
Artikel 183 heeft uitwerking vanaf dezelfde datum als artikel 413 van de programmawet van 27 december 2004.
Artikel 184, A, heeft uitwerking vanaf aanslagjaar 2004.
Artikel 184, B, heeft uitwerking vanaf aanslagjaar 2005.
BIJLAGE 3
GECOÖRDINEERDE TEKSTEN VAN ARTIKEL 104, 9°, 115, 116 EN 243 WIB 92, (NIEUW) ZOALS DIE VOOR HET AANSLAGJAAR 2006 VAN TOEPASSING ZIJN OP DE HYPOTHECAIRE LENINGEN DIE VANAF 1.1.2005 SPECIFIEK ZIJN GESLOTEN VOOR HET VERWERVEN OF BEHOUDEN VAN DE WONING DIE BEDOELD IS IN ARTIKEL 104, 9°, WIB 92, EN DE LEVENSVERZEKERINGEN DIE UITSLUITEND DIENEN VOOR HET WEDERSAMENSTELLEN OF WAARBORGEN VAN EEN DERGELIJKE
HYPOTHECAIRE LENING
-------------------------------------------------------------
Artikel 104
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 107 tot 116, worden van het totale netto-inkomen de volgende bestedingen afgetrokken, in zover zij in het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :
(…)
9° interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die specifiek is gesloten om een in artikel 12, § 3, bedoelde enige woning te verwerven of te behouden, en bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening.
(…)
----------------------------------------
Art. 104, 9° is van toepassing op de hypothecaire leningen die vanaf 1.1.2005 zijn gesloten voor het verwerven of behouden van de woning die is bedoeld in artikel 104, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het door artikel 394 van de programmawet dd. 27.12.2004 is gewijzigd, en de levensverzekeringscontracten die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening. (Art. 394, W 27.12.2004) BS 31.12.2004 en (Art. 169, 2°, W 27.12.2005) BS 30.12.2005.
[De oude tekst van artikel 104, zoals die bestond alvorens te zijn gewijzigd door de programmawet dd. 27.12.2004, blijft van toepassing op hypothecaire leningen of levensverzekeringscontracten die voldoen aan de overgangsbepalingen van art. 526, WIB 92.]
Artikel 115
§ 1 De in artikel 104, 9°, vermelde bestedingen zijn aftrekbaar onder de volgende voorwaarden :
1° de bestedingen moeten zijn gedaan voor de woning die op 31 december van het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, de enige woning van de belastingplichtige is en die hij op diezelfde datum zelf betrekt;
2° de hypothecaire lening en het levensverzekeringscontract die zijn bedoeld in artikel 104, 9°, zijn door de belastingplichtige aangegaan bij een instelling die in de Europese Economische Ruimte is gevestigd om in België zijn in artikel 12, § 3, bedoelde woning te verwerven of te behouden;
3° de hypothecaire lening heeft een looptijd van ten minste 10 jaar;
4° het levensverzekeringscontract is aangegaan :
a) door de belastingplichtige die daarbij alleen zichzelf heeft verzekerd;
b) vóór de leeftijd van 65 jaar; contracten die tot na de oorspronkelijk bepaalde termijn worden verlengd, opnieuw van kracht gemaakt, gewijzigd of verhoogd wanneer de verzekerde de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, worden geacht niet vóór die leeftijd te zijn aangegaan;
c) voor een minimumlooptijd van 10 jaar wanneer het in voordelen bij leven voorziet;
5° de voordelen van het in 4° bedoelde contract zijn bedongen :
a) bij leven, ten gunste van de belastingplichtige vanaf de leeftijd van 65 jaar;
b) bij overlijden, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van die woning verwerven;
6° het totaal aftrekbaar bedrag mag per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 1.500 EUR (1.870 EUR voor aj. 2006).
Om te bepalen of de woning van de belastingplichtige, op 31 december van het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, zijn enige woning is die hij zelf betrekt, wordt geen rekening gehouden met :
1° andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;
2° een andere woning die op die datum op de vastgoedmarkt te koop is aangeboden en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, ook daadwerkelijk is verkocht;
3° het feit dat de belastingplichtige de woning niet zelf betrekt omwille van :
- wettelijke of contractuele belemmeringen die het de belastingplichtige onmogelijk maken de woning op die datum zelf te betrekken;
- de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het de belastingplichtige nog niet toelaten de woning daadwerkelijk op diezelfde datum te betrekken.
De aftrek wordt niet meer toegestaan :
1° vanaf het jaar volgend op het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, indien op 31 december van dat jaar de in het vorige lid, 2°, bedoelde andere woning niet daadwerkelijk is verkocht;
2° vanaf het tweede jaar volgend op het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, indien de belastingplichtige de in artikel 104, 9°, bedoelde woning op 31 december van dat jaar niet zelf betrekt.
§ 2. De in artikel 104, 9°, vermelde leningen zijn specifiek gesloten om een woning te verwerven of te behouden wanneer ze zijn aangegaan om :
1. een onroerend goed aan te kopen;
2. een onroerend goed te bouwen;
3. een onroerend goed volledig of gedeeltelijk te vernieuwen;
4. de successierechten met betrekking tot de in artikel 104, 9°, bedoelde woning te betalen met uitzondering van nalatigheidsinteresten verschuldigd bij laattijdige betaling.
Wat de in het eerste lid, 3, bedoelde vernieuwing betreft, zijn de daarop betrekking hebbende dienstverrichtingen deze vermeld in rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.
§ 3. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in artikel 104, 9°, bedoelde aftrek.
----------------------------------------
Art. 115 is van toepassing op de hypothecaire leningen die vanaf 1.1.2005 zijn gesloten voor het verwerven of behouden van de woning die is bedoeld in artikel 104, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het door artikel 394 van de programmawet dd. 27.12.2004 is gewijzigd, en de levensverzekeringscontracten die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening. (Art. 396, W 27.12.2004) BS 31.12.2004
[De oude tekst van artikel 115, zoals die bestond alvorens te zijn gewijzigd door de programmawet dd. 7.12.2004, blijft van toepassing op hypothecaire leningen of levensverzekeringscontracten die voldoen aan de overgangsbepalingen van art. 526, WIB 92.]
Artikel 116
Het in artikel 115, § 1, 6°, bedoelde bedrag wordt verhoogd met 500 EUR (620 EUR voor aj. 2006) gedurende de eerste tien belastbare tijdperken vanaf het belastbaar tijdperk waarin het leningcontract wordt afgesloten.
Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt verhoogd met 50 EUR (60 EUR voor aj. 2006) wanneer de belastingplichtige drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningcontract is afgesloten.
Voor de toepassing van het tweede lid worden als gehandicapt aangemerkte kinderen ten laste voor twee gerekend.
De in het eerste en het tweede lid vermelde verhogingen worden niet toegepast vanaf het eerste belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker wordt van een tweede woning. De toestand wordt beoordeeld op 31 december van dat belastbaar tijdperk.
----------------------------------------
Art. 116 is van toepassing op de hypothecaire leningen die vanaf 1.1.2005 zijn gesloten voor het verwerven of behouden van de woning die is bedoeld in artikel 104, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het door artikel 394 van de programmawet dd. 27.12.2004 is gewijzigd, en de levensverzekeringscontracten die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening. (Art. 396, W 27.12.2004) BS 31.12.2004.
[De oude tekst van artikel 116, zoals die bestond alvorens te zijn gewijzigd door de programmawet dd. 7.12.2004, blijft van toepassing op hypothecaire leningen of levensverzekeringscontracten die voldoen aan de overgangsbepalingen van art. 526, WIB 92.]
Art. 116, lid 1 en 3, is van toepassing vanaf 1.1.2005. (Art. 172, W 27.12.2005) BS 30.12.2005 en (Art. 278, W 27.12.2006) BS 28.12.2006.
Artikel 243
In gevallen vermeld in artikel 232 vinden de bepalingen van de artikelen 86 tot 89 geen toepassing en wordt de belasting berekend volgens de belastingschaal vermeld in artikel 130.
Op de overeenkomstig het vorige lid berekende belasting worden de verminderingen genoemd in de artikelen 146 tot 154 verleend binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in die artikelen en met inachtneming van het geheel van de binnenlandse en de buitenlandse inkomsten, onder voorbehoud van de volgende afwijkingen :
1° de in artikel 147, 1° en 7°, vermelde bedragen worden vervangen door het bedrag van 2.392,67 EUR (2.975,76 EUR voor aj. 2006);
2° ...
3° het in artikel 147, 9°, vermelde bedrag wordt vervangen door het bedrag van 2.774,10 EUR (3.450,15 EUR voor aj. 2006).
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en het inkomen geheel of gedeeltelijk uit werkloosheidsuitkeringen bestaat, wordt de vermindering voor die werkloosheidsuitkeringen, die overeenkomstig het vorige lid zijn berekend, voor beide echtgenoten samen slechts eenmaal verleend.
De artikelen 126 tot 129, 145/1, 1° tot 4°, 145/2 tot 145/7, 145/21 tot 145/28, 154bis, 157 tot 169 en 171 tot 178 zijn eveneens van toepassing.
----------------------------------------
Art. 243, vierde lid, is van toepassing op de hypothecaire leningen die vanaf 1.1.2005 zijn gesloten voor het verwerven of behouden van de woning die is bedoeld in artikel 104, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het door artikel 394 van de programmawet dd. 27.12.2004 is gewijzigd, en de levensverzekeringscontracten die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening. (Art. 405, W 27.12.2004) BS 31.12.2004
[De oude tekst van artikel 243, zoals die bestond alvorens te zijn gewijzigd door de programmawet dd. 7.12.2004, blijft van toepassing op hypothecaire leningen of levensverzekeringscontracten die voldoen aan de overgangsbepalingen van art. 526, WIB 92.]
BIJLAGE 4
GECOÖRDINEERDE TEKSTEN VAN DE ARTIKELEN 12, § 3, 145^1, 2° EN 3°, EN 145^6, WIB 92, ZOALS DIE VOOR HET AANSLAGJAAR 2006 VAN TOEPASSING ZIJN
------------------------------------------
Artikel 12
(…)
§ 3. Onverminderd de heffing van de onroerende voorheffing is vrijgesteld het kadastraal inkomen van de woning die de belastingplichtige betrekt en waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is.
Wanneer de belastingplichtige meer dan één woning betrekt, wordt de vrijstelling toegekend voor één enkele woning naar zijn keuze.
De vrijstelling wordt eveneens toegekend wanneer de woning om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk door de belastingplichtige wordt betrokken.
De vrijstelling wordt niet toegekend voor het deel van de woning dat wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige of van een van zijn gezinsleden of dat wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin.
Wanneer gehuwde belastingplichtigen meer dan één woning betrekken, wordt de vrijstelling slechts toegekend voor de door de echtgenoten gekozen woning die zij beide betrekken. De vrijstelling mag eveneens worden toegekend wanneer de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard de aldus gekozen woning niet persoonlijk betrekken.
----------------------------------------
Art. 12, § 3, is van toepassing met ingang van aanslagjaar 2006. (Art. 387, W 27.12.2004) BS 31.12.2004 en (Art. 161, W 27.12.2005) BS 30.12.2005.
[Art. 12, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet dd. 27.12.2004, is niet van toepassing op het kadastraal inkomen van de eigen woning voor zover voldaan wordt aan de de overgangsbepalingen van art. 526, WIB 92.]
Artikel 145^1
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 1452 tot 145 1 6 wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald:
(…)
2° als bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en voor zover dat kapitaal niet dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening die voor de in artikel 104, 9°, bedoelde woning is aangegaan;
3° als betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in België gelegen woning, andere dan de in artikel 104, 9°, vermelde woning, te bouwen, te verwerven of te verbouwen;
(…)
----------------------------------------
Art. 145 1, 2° en 3°, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2006. (Art. 397, W 27.12.2004) BS 31.12.2004 en (Art. 183, W 27.12.2005) B.S. 30.12.2005.
[De oude tekst van artikel 145 1, zoals die bestond alvorens te zijn gewijzigd door de programmawet dd. 7.12.2004, blijft van toepassing op hypothecaire leningen of levensverzekeringscontracten die voldoen aan de overgangsbepalingen van art. 526, WIB 92.]
Artikel 145^6
De bijdragen en betalingen vermeld in artikel 145 1, 2° en 3°, komen voor vermindering in aanmerking voor zover die uitgaven niet meer bedragen dan het positieve verschil tussen :
- enerzijds, 15 % van de eerste schijf van 1.250 EUR (1.550 EUR voor aj. 2006) van het totale beroepsinkomen en 6 % van het overige, met een maximum van 1.500 EUR (1.870 EUR voor aj. 2006);
- en anderzijds het bedrag dat bij toepassing van artikel 104, 9°, is afgetrokken zonder rekening te houden met de eventuele verhoging bedoeld in artikel 116.
Bovendien komen betalingen als vermeld in artikel 145 1, 3°, slechts voor vermindering in aanmerking in zoverre zij betrekking hebben op de eerste schijf van 50.000 EUR (62.190 EUR voor aj. 2006) van het aanvangsbedrag van de voor die woning aangegane leningen.
De Koning bepaalt de voorwaarden en de wijze waarop de vermindering ingevolge artikel 145 1, 2° en 3°, wordt toegepast.
---------------------------------------
Art. 145 6, eerste lid, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2006. (Art. 399, W 27.12.2004) BS 31.12.2004 en (Art. 183, W 27.12.2005) BS 30.12.2005.
[De oude tekst van artikel 145 6, zoals die bestond alvorens te zijn gewijzigd door de programmawet dd. 27.12.2004, blijft van toepassing op hypothecaire leningen of levensverzekeringscontracten die voldoen aan de overgangsbepalingen van art. 526, WIB 92.]
BIJLAGE 5
ARTIKEL 526, WIB 92
-------------------------------
Artikel 526
§ 1. Deze paragraaf is van toepassing wanneer leningen die zijn gesloten om de eigen woning te verwerven of te behouden, zijn aangegaan :
a) voor 1 januari 2005;
b) vanaf 1 januari 2005, maar :
- ofwel, een herfinanciering betreffen van een in a) bedoelde lening;
- ofwel, een lening betreffen die is afgesloten terwijl voor dezelfde woning nog een lening die is bedoeld in a) of in het vorige streepje in aanmerking komt voor de aftrek van interesten.
In die gevallen blijven de artikelen 7, 12, 14, 16, 93bis, 178, 235, 256, 277 en 290, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 386 tot 389, 393, § 2, 403, 404 en 406 tot 408 van de programmawet van 27 december 2004, van toepassing op het kadastraal inkomen van de in het eerste lid bedoelde woning.
§ 2. Deze paragraaf is van toepassing wanneer :
1° hypothecaire leningen zijn gesloten om de enige woning te verwerven of te behouden, die zijn aangegaan :
a) voor 1 januari 2005;
b) vanaf 1 januari 2005, maar :
- ofwel, een herfinanciering betreffen van een in a) bedoelde lening;
- ofwel, een hypothecaire lening betreffen die is afgesloten terwijl voor dezelfde woning nog een hypothecaire lening die is bedoeld in a) of in het vorige streepje in aanmerking komt voor de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of voor het bouwsparen;
2° het levensverzekeringscontracten betreffen die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in 1° vermelde hypothecaire lening. In die gevallen blijven de artikelen 104, 105, 115, 116, 145 1, 145 6, 145 17 tot 145 20, en 243, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 394 tot 397, 399, 400 en 405 van de programmawet van 27 december 2004, van toepassing op de interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een in het eerste lid, 1°, bedoelde hypothecaire lening of bijdragen betaald ter uitvoering van een in het eerste lid, 2°, bedoeld verzekeringscontract.

Wanneer de belastingplichtige naast de in deze paragraaf vermelde interesten, betalingen en bijdragen, andere bijdragen of betalingen heeft betaald of gedaan die in aanmerking komen voor de in artikel 145 1, 2° en 3°, bedoelde vermindering, gelden de regels van het in het vorige lid bedoelde artikel 145 6 eveneens voor die andere bijdragen en betalingen.
§ 3. De in de vorige paragrafen vermelde regels worden niet toegepast op de aldaar bedoelde leningen en contracten wanneer de belastingplichtige in zijn aangifte betreffende het belastbare tijdperk waarin een in § 1, eerste lid, b), tweede streepje, en § 2, eerste lid, 1°, b), tweede streepje, bedoelde lening of een levensverzekeringscontract dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in § 2, eerste lid, 1°, b), tweede streepje, bedoelde hypothecaire lening, is gesloten, vermeldt dat hij voor die na 1 januari 2005 gesloten leningen of contracten opteert voor de toepassing van de in artikel 104, 9°, bedoelde aftrek.
Die keuze is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, moeten beide belastingplichtigen dezelfde keuze maken.
§ 4. De in euro uitgedrukte bedragen bedoeld in de artikelen die in de §§ 1 en 2 zijn opgenomen, worden, naargelang het geval, jaarlijks en gelijktijdig aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast overeenkomstig de artikelen 178 of 518.
----------------------------------------
Art. 526 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2006. (Art. 411, W 27.12.2004) BS 31.12.2004 - erratum BS 18.1.2005 en (Art. 181, W 27.12.2005) BS 30.12.2005.
BIJLAGE 6
GECOÖRDINEERDE TEKST VAN DE VROEGERE ARTIKELEN 104, 9°, 115, 116, 145^1, 2° EN 3°, 145^6, 145^17 TOT EN MET 145^20 EN 243, WIB 92, ZOALS DIE BESTONDEN ALVORENS TE ZIJN GEWIJZIGD OF OPGEHEVEN DOOR DE PROGRAMMAWET VAN 27 DECEMBER 2004
----------------------------------------------------
Artikel 104
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 107 tot 116, worden van het totale netto-inkomen de volgende bestedingen afgetrokken, in zover zij in het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :
(…)
9° interest van hypothecaire leningen die vanaf 1 mei 1986 zijn gesloten met een looptijd van ten minste tien jaar;
(…)
Artikel 115
De in artikel 104, 9°, vermelde interest van hypothecaire leningen is aftrekbaar onder de volgende voorwaarden :
1° de hypothecaire lening is door de belastingplichtige aangegaan om in België zijn enige woning hetzij;
a) te bouwen;
b) in nieuwe staat te verwerven aan welke voorwaarde is voldaan indien de woning door de verkoper met toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde aan de belastingplichtige is vervreemd;
c) volledig of gedeeltelijk te vernieuwen, mits het goed bij het sluiten van het leningscontract sedert ten minste 15 jaar in gebruik is genomen;
[op vóór 01.11.1995 aangegane leningen :
c) volledig of gedeeltelijk te vernieuwen, mits het goed bij het sluiten van het leningscontract sedert ten minste 20 jaar in gebruik is genomen;]
2° met betrekking tot een woning die volledig of gedeeltelijk wordt vernieuwd :
a) bedraagt de totale kostprijs van de werken, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde, ten minste 19.800 EUR (basisbedrag), met dien verstande dat, in geval het overeenkomstig artikel 116 berekende gedeelte van de lening hoger is dan de totale kostprijs van de werken, dat gedeelte tot het bedrag van de kostprijs in aanmerking wordt genomen, en

b) worden de dienstverrichtingen met betrekking tot die werken, waarvan de Koning de aard bepaalt, verricht door een persoon die op het ogenblik van het sluiten van het ondernemingscontract als aannemer is geregistreerd overeenkomstig artikel 401.
Artikel 116
De interest die overblijft na toepassing van de in artikel 14 vermelde aftrek is maar aftrekbaar in zover hij betrekking heeft op de eerste 50.000 EUR, 52.500 EUR, 55.000 EUR, 60.000 EUR of 65.000 EUR (basisbedragen) van het aanvangsbedrag van de leningen ingeval het een te bouwen of in nieuwe staat te verwerven woning betreft of op de eerste 25.000 EUR, 26.250 EUR, 27.500 EUR, 30.000 EUR of 32.500 EUR (basisbedragen) ingeval het een te vernieuwen woning betreft, naargelang de belastingplichtige geen, één, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten.
De aftrek wordt gespreid over ten hoogste twaalf opeenvolgende belastbare tijdperken waarvan de inkomsten het kadastraal inkomen van de woning omvatten, tot een bedrag dat voor de eerste vijf belastbare tijdperken gelijk is aan 80 % en voor elk van de zeven volgende belastbare tijdperken gelijk is aan respectievelijk 70, 60, 50, 40, 30, 20 en 10 %.
Artikel 145^1
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 1452 tot 145 1 6 wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :
(…)
2° als bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief in België heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden;
3° als betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in België gelegen woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen;
(…)
Artikel 145^6
De bijdragen en betalingen als vermeld in artikel 145 1, 2° en 3°, komen voor vermindering in aanmerking voor zover die uitgaven niet meer bedragen dan 15 % van de eerste schijf van 1.250 EUR (basisbedrag) van het totale beroepsinkomen en 6 % van het overige, met een maximum van 1.500 EUR (basisbedrag).

Bovendien komen betalingen als vermeld in artikel 145 1, 3°, slechts voor vermindering in aanmerking in zoverre zij betrekking hebben op de eerste schijf van 50.000 EUR (basisbedrag) van het aanvangsbedrag van de voor die woning aangegane leningen.
De Koning bepaalt de voorwaarden en de wijze waarop de vermindering ingevolge artikel 145 1, 2° en 3°, wordt toegepast.
Artikel 145^17
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145 1 8 tot 145 20, wordt, in de plaats van de verminderingen als vermeld in artikel 145 1, 2° en 3°, een verhoogde belastingvermindering verleend die wordt berekend op de volgende tijdens het belastbare tijdperk werkelijk betaalde uitgaven die de belastingplichtige heeft gedaan om in België een woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen die bij het afsluiten van de lening zijn enige woning is :
1° bijdragen als vermeld in artikel 145 1, 2°, voor het vestigen van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening die voor die enige woning is aangegaan;
2° betalingen als vermeld in artikel 145 1, 3°, voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die voor die enige woning is aangegaan.
Artikel 145^18
De verhoogde vermindering wordt berekend tegen het voor de belastingplichtige aangerekende hoogste belastingtarief als vermeld in artikel 130.
Ingeval de bijdragen en betalingen die voor de verhoogde vermindering in aanmerking komen betrekking hebben op meer dan één belastingtarief wordt voor elk deel van die bijdragen en betalingen het overeenstemmende tarief in aanmerking genomen.
Artikel 145^19
De in artikel 145 17, 1° en 2° bedoelde bijdragen en betalingen komen voor de verhoogde vermindering in aanmerking onder dezelfde voorwaarden als respectievelijk in de artikelen 1454 en 1455, eerste lid, vermeld zijn.
Daarenboven komen de bedoelde bijdragen en betalingen slechts voor de verhoogde vermindering in aanmerking in zoverre zij betrekking hebben op de eerste schijf van 50.000 EUR, 52.500 EUR, 55.000 EUR, 60.000 EUR of 65.000 EUR (basisbedragen) van het aanvangsbedrag van de voor de enige woning aangegane leningen, naargelang de belastingplichtige geen, een, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft. Het aantal kinderen ten laste wordt geteld op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningcontract is gesloten.
Artikel 145^20
De in artikel 145 17, 1° en 2°, bedoelde bijdragen en betalingen mogen, samen met de bijdragen en betalingen als vermeld in artikel 145 1, 2° en 3°, de in artikel 145 6, eerste lid, vermelde percentages en grenzen niet overschrijden.
Wanneer de verhoogde vermindering en de verminderingen als vermeld in artikel 145 1, 2° en 3°, gelijktijdig van toepassing zijn, wordt voor de toepassing van de in het eerste lid bepaalde percentages en grenzen voorrang gegeven aan de bijdragen en betalingen die recht geven op de verhoogde vermindering.
Artikel 243
In gevallen vermeld in artikel 232 vinden de bepalingen van de artikelen 86 tot 89 geen toepassing en wordt de belasting berekend volgens de belastingschaal vermeld in artikel 130.
(…)
De artikelen 126 tot 129, 145 1, 1° tot 4°, 1452 tot 1457, 145 17 tot 14527, 157 tot 169 en 171 tot 178 zijn eveneens van toepassing.