Circulaire nr. Ci.RH.231/566.182 (AOIF 20/2005) van 04.05.2005
CIRC 04.05.05/1
DIVIDEND
Gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen
Verdeling van het maatschappelijk vermogen
Verkrijging van eigen aandelen
PERSONENBELASTING
Roerend inkomen
ROERENDE VOORHEFFING
Dividend
Terugbetaling van de RV
ROEREND INKOMEN
Dividend
Gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen
Verdeling van het maatschappelijk vermogen
Verkrijging van eigen aandelen
PERSONENBELASTING
Roerend inkomen
ROERENDE VOORHEFFING
Dividend
Terugbetaling van de RV
ROEREND INKOMEN
Dividend
Gevolgen van de vernietiging door het Arbitragehof van art. 32, § 1, eerste lid van de Wet van 24.12.2002 wegens de retroactiviteit, in zoverre het de vereffenings- en verkrijgingsuitkeringen die werden toegekend of betaalbaar gesteld vóór 01.01.2003 aan de RV onderwerpt.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.
1. Deze circulaire bespreekt de gevolgen van het arrest van het Arbitragehof, nr. 109/2004 van 23.06.2004 met betrekking tot de inwerkingtreding van de bepalingen van de W 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken (BS 31.12.2002, Ed. 2, hierna W 24.12.2002) en die verband houden met de belastbaarheid van uitkeringen in geval van vereffening of van verkrijging van eigen aandelen als dividenden.
I. DRAAGWIJDTE VAN HET ARREST VAN HET ARBITRAGEHOF VAN 23.6.2004
2. De art. 15 tot 17, W 24.12.2002 tot wijziging van de art. 264, 269 en 282, WIB 92, hebben een inhouding van de RV ingevoerd met betrekking tot de uitkeringen die worden toegekend of betaalbaar gesteld door een vennootschap in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen of van verkrijging van eigen aandelen zoals bedoeld in art. 18, 1ste lid, 2°ter, WIB 92, dat werd ingelast door art. 2 van dezelfde wet.
Overeenkomstig art. 32, § 1, 1ste lid, W 24.12.2002, moest deze nieuwe inhouding van de RV van toepassing zijn op de inkomsten die werden toegekend of betaalbaar gesteld, of als dusdanig zijn aan te merken vanaf 01.01.2002 en voor zover, wanneer het gaat om verrichtingen als bedoeld in art. 209, WIB 92, de vereffening niet is afgesloten vóór 25.03.2002.
3. Het Arbitragehof heeft evenwel beslist dat art. 32, § 1, 1ste lid, W 24.12.2002, een terugwerkende kracht toekent aan de art. 15 tot 17 van dezelfde wet, hetgeen in strijd is met de art. 10 en 11 van de Grondwet.
Bijgevolg heeft zij art. 32, § 1, 1ste lid, W 24.12.2002 vernietigd in zoverre het de vereffenings- en verkrijgingsuitkeringen die werden toegekend of betaalbaar gesteld vóór 01.01.2003 aan de RV onderwerpt (zie het arrest van het Arbitragehof, nr. 109/2004).
4. Daaruit volgt dat :
- het belastbare karakter van de dividenden zoals bedoeld in art. 18, 1ste lid, 2°ter, WIB 92, die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.01.2002 (voor zover, wanneer het gaat om verrichtingen als bedoeld in art. 209, WIB 92, de vereffening niet is afgesloten vóór 25.03.2002) behouden blijft wat betreft de belastbaarheid in de inkomstenbelastingen;
- de RV van toepassing blijft wat betreft de uitkeringen die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.01.2003.
II. WIJZE WAAROP DE RV MET BETREKKING TOT DE UITKERINGEN DIE WERDEN TOEGEKEND OF BETAALBAAR GESTELD VÓÓR 01.01.2003 KAN WORDEN TERUGGEVORDERD
5. Zowel de verkrijger als de schuldenaar van de inkomsten (met name de vennootschap die de RV verschuldigd is) mogen een bezwaarschrift indienen om een terugbetaling van de RV te verkrijgen (zie inzonderheid het nr. 366/3, Com.IB 92).
De betrokkenen beschikken over een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de bekendmaking van het bedoelde arrest in het Belgisch Staatsblad (zijnde 13.07.2004) om een bezwaarschrift in te dienen.
De belastingtoestand zal terzake niet automatisch worden rechtgezet (zie het antwoord dat door de Minister van Financiën werd verstrekt op de mondelinge parlementaire vragen nrs. 3252 en 3265, gesteld door respectievelijk de Volksvertegenwoordigers H. Goyvaerts en T. Pieters in de Commissie voor de Financiën en de Begroting van 29.06.2004, Beknopt Verslag, CRABV 51 COM 313, blz. 5 tot 7).
6. De terugbetalingen zullen gebeuren op het einde van de tweede maand volgend op de maand waarin de beslissing tot terugbetaling werd genomen. De art. 418 en 419, WIB 92, die betrekking hebben op de toekenning van moratoriuminteresten, zijn van toepassing.
III. TOEPASSING VAN ART. 313, WIB 92
7. Zoals hiervoor in het nr. 4 werd aangehaald, zijn de bepalingen van art. 18, 1ste lid, 2°ter, WIB 92, van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.01.2002 voor zover, wanneer het gaat om verrichtingen als bedoeld in art. 209, WIB 92, de vereffening niet is afgesloten vóór 25.03.2002.
Terzake heeft het Arbitragehof bevestigd dat er bij de inwerkingtreding van art. 2, W 24.12.2002, geen sprake is van enige terugwerkende kracht, zodat de dividenden waarnaar verwezen wordt in art. 18, 1ste lid, 2°ter, WIB 92, belastbaar zijn in de inkomstenbelastingen bij elke toekenning of betaalbaarstelling vanaf 01.01.2002, met uitzondering van de vereffeningen afgesloten vóór 25.03.2002.
Daaruit volgt dat voor de verkrijgers die onderworpen zijn aan de PB, de bedoelde dividenden die in 2002 werden toegekend of betaalbaar gesteld en die aanleiding hebben gegeven tot een terugbetaling van de RV (zie het nr. 5 hiervoor) voor het aj. 2003 niet kunnen worden vrijgesteld van de aangifte in de PB waarnaar verwezen wordt in art. 313, WIB 92.
8. De fiscale situatie van de hiervoor aangehaalde belastingplichtigen zal geregulariseerd worden binnen de bijzondere aanslagtermijn zoals voorzien in art. 358, § 1, 4° en § 2, 4°, WIB 92.
De aanvangsdatum van de termijn zoals bepaald in art. 358, § 2, 4°, WIB 92, is de datum van de beslissing over het bezwaarschrift.
De ambtenaren belast met de bezwaarschriften zoals aangehaald in het nr. 5, 1ste lid, zullen de bevoegde taxatieagenten op de hoogte brengen van de elementen nodig om over te gaan tot de voormelde regularisatie.
Aangezien voor de bedoelde inkomsten geen code is voorzien voor het aj. 2003, kan de code 164 (Buitenlandse dividenden zonder roerende voorheffing die belastbaar zijn tegen 10 %) worden gebruikt om over te gaan tot de inkohiering van desbetreffende inkomsten in de PB.
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR
Bron: FisconetPlus
