Aanschrijving nr. 36 dd. 23.02.1971
AANSCHRIJVING 71/036
Aanschrijving nr. 36 dd. 23.02.1971
Wettelijke rentevoet
Wet van 30 juni 1970
Het Belgisch Staatsblad van 24 juli 1970 maakt een wet van 30 juni 1970 bekend, tot wijziging van de wettelijke rentevoet. Hierbij gaat de tekst van deze wet, die krachtens haar artikel 3 op 1 juli 1970 in werking getreden is.
De nieuwe wet brengt op 6,50 pct 's jaars en dit vanaf 1 juli 1970, de vigerende wettelijke rentevoeten zoals deze in burgerlijke zaken (4,50 pct.) en in handelszaken (5,50 pct.) werden vastgesteld bij het koninklijk besluit nr. 147 van 18 maart 1935 (z. Verzameling L, blz. 1570 : wet van 5 mei 1865 betreffende de lening op intrest).
Wat betreft al de thans door het Bestuur der registratie en domeinen geheven belastingen, waarvoor de wet bepaalt dat de moratoire interesten op de in te vorderen of terug te geven sommen verschuldigd zijn tegen de in burgerlijke zaken vastgestelde rentevoet (z. Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, art. 200, 223, 267 en 287; Wetboek der successierechten, art. 79, 81, 142(2), 153 en 161; Wetboek der zegelrechten, art. 78, Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, art. 164, 179(1) en 204(3), moet de interest dus tot 30 juni 1970 inbegrepen, berekend worden tegen de rentevoet van 4,50 pct. 's jaars, en tegen de rentevoet van 6,50 pct. 's jaars van 1 juli 1970 af.
Inzake successierecht en recht van overgang bij overlijden dient er evenwel, voor de interesten die van rechtswege verschuldigd zijn overeenkomstig artikel 81 van het Wetboek, rekening te worden gehouden met de bepaling van artikel 82 naar luid waarvan de interest berekend wordt per vijftien dagen en iedere breuk van vijftien dagen verwaarloosd wordt. Indien een periode van vijftien dagen aanvang genomen heeft vóór 1 juli 1970 om te eindigen na deze datum, moet de interest voor heel deze periode berekend worden tegen de rentevoet van 4,50 pct., de nieuwe rentevoet van 6,50 pct. wordt in dat geval slechts toegepast vanaf het verstrijken van die vijftien dagen en zulks, wel te verstaan, met inachtneming van de regel der berekening van de interest per volle periode van vijftien dagen.
Voorbeelden voor de berekening der van rechtswege verschuldigde interest inzake successie- belastingen (iedere maand wordt voor 30 dagen aangerekend : Wetboek, art. 82, 2de lid)
I.- Wettelijke betalingstermijn verstreken op 6 mei 1970 :
1 o) Rechten betaald op 4 juli 1970: interest aan 4,50 pct. voor driemaal vijftien dagen (6 mei tot 21 juni).
2 o) Rechten betaald op 16 juli 1970: interest aan 4,50 pct. voor viermaal vijftien dagen (6 mei tot 6 juli).
3 o) Rechten betaald op 23 juli 1970 : interest aan 4,50 pct. voor viermaal vijftien dagen (6 mei tot 6 juli) en aan 6,50 pct. voor één periode van vijftien dagen (6 juli tot 21 juli).
4 o) Rechten betaald op 19 augustus 1970: interest aan 4,50 pct. voor viermaal vijftien dagen (6 mei tot 6 juli) en aan 6,50 pct. voor tweemaal vijftien dagen (6 juli tot 6 augustus).
II.- Wettelijke betalingstermijn verstreken op 29 juni 1970
1 o) Rechten betaald op 12 juli 1970: geen interest (geen volle vijftien dagen).
2 o) Rechten betaald op 19 augustus 1970 interest aan 4,50 pct. voor één periode van vijftien dagen (29 juni tot 14 juli) en aan 6,50 pct. voor tweemaal vijftien dagen (14 juli tot 14 augustus).
III.- Wettelijke betalingstermijn verstreken op 30 juni 1970:
1 o) Rechten betaald op 12 juli 1970 : geen interest (geen volle vijftien dagen).
2 o) Rechten betaald op 23 juli 1970 : interest aan 6,50 pct. voor één periode van vijftien dagen (30 juni tot 15 juli).
Inzake de met het zegel gelijkgestelde taksen, wanneer zoals voorzien in Instr. T, § 407, het voordeel van het opnieuw verlenen van een kwijtschelding of een vermindering van boeten afhankelijk wordt gesteld van het betalen van een interest berekend aan de wettelijke rentevoet, dan moet bedoelde interest berekend worden aan de rentevoet van 6,50 pct. voor alle beslissingen genomen na de ontvangst van onderhavige aanschrijving. De rentevoet van 6,50 pct. dient alsdan te worden toegepast ook voor de interesten die eventueel te berekenen zijn voor een periode van vóór 1 juli 1970.
Anderzijds blijft de rentevoet van 4,50 pct. die is vastgesteld in een beslissing genomen vóór de ontvangst van deze aanschrijving onveranderd, zelfs voor de termijn lopende na deze datum.
Dezelfde regels zijn van toepassing op de interesten die geëist worden bij het verlenen van uitstel van betaling zoals voorzien in Instr. T, §§ 409 en 410.
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
C. SCAILTEUR
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 24 juli 1970
MINISTERIE VAN FINANCIEN
30 juni 1970. - Wet tot wijziging van de wettelijke rentevoet (1)
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen, die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Artikel 2 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de leningen tegen interest, gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 147 van 18 maart 1935 dat bekrachtigd is bij de wet van 4 mei 1936 tot vaststelling van de wettelijke rentevoet, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
"De wettelijke rentevoet is zowel in burgerlijke als in handelszaken eenvormig vastgesteld op 6,5 % 's jaars.
Deze rentevoet kan bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit worden gewijzigd."
Art. 2. De lopende wettelijke interesten worden tot de dag van het van kracht worden van deze wet berekend tegen de bij voormeld koninklijk besluit nr. 147 vastgestelde rentevoet. Vanaf die datum worden ze tegen de nieuwe rentevoet berekend.
Art. 3. Deze wet treedt in werking vanaf 1 juli 1970.
Kondigen deze wet af, bevelen dat ze met is Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Kinshasa, 30 juni 1970.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
Baron SNOY et d'OPPUERS
Gezien en met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
A. VRANCKX
NOOT
(1) Zitting 1969-1970.
Kamer van volksvertegenwoordigers.
Parlementaire bescheiden.- wetsvoorstellen nrs. 594-1 en 648-1. Verslag, nr. 648-2.
Parlementaire Handelingen.- Bespreking, vergadering van 3 juni 1970. Stemming, vergadering van 4 juni 1970.
Senaat.
Parlementaire bescheiden.- Verslag, nr. 538.
Parlementaire Handelingen.- Bespreking en stemming, vergadering van 25 juni 1970.
Aanschrijving nr. 36 dd. 23.02.1971
Wettelijke rentevoet
Wet van 30 juni 1970
Het Belgisch Staatsblad van 24 juli 1970 maakt een wet van 30 juni 1970 bekend, tot wijziging van de wettelijke rentevoet. Hierbij gaat de tekst van deze wet, die krachtens haar artikel 3 op 1 juli 1970 in werking getreden is.
De nieuwe wet brengt op 6,50 pct 's jaars en dit vanaf 1 juli 1970, de vigerende wettelijke rentevoeten zoals deze in burgerlijke zaken (4,50 pct.) en in handelszaken (5,50 pct.) werden vastgesteld bij het koninklijk besluit nr. 147 van 18 maart 1935 (z. Verzameling L, blz. 1570 : wet van 5 mei 1865 betreffende de lening op intrest).
Wat betreft al de thans door het Bestuur der registratie en domeinen geheven belastingen, waarvoor de wet bepaalt dat de moratoire interesten op de in te vorderen of terug te geven sommen verschuldigd zijn tegen de in burgerlijke zaken vastgestelde rentevoet (z. Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, art. 200, 223, 267 en 287; Wetboek der successierechten, art. 79, 81, 142(2), 153 en 161; Wetboek der zegelrechten, art. 78, Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, art. 164, 179(1) en 204(3), moet de interest dus tot 30 juni 1970 inbegrepen, berekend worden tegen de rentevoet van 4,50 pct. 's jaars, en tegen de rentevoet van 6,50 pct. 's jaars van 1 juli 1970 af.
Inzake successierecht en recht van overgang bij overlijden dient er evenwel, voor de interesten die van rechtswege verschuldigd zijn overeenkomstig artikel 81 van het Wetboek, rekening te worden gehouden met de bepaling van artikel 82 naar luid waarvan de interest berekend wordt per vijftien dagen en iedere breuk van vijftien dagen verwaarloosd wordt. Indien een periode van vijftien dagen aanvang genomen heeft vóór 1 juli 1970 om te eindigen na deze datum, moet de interest voor heel deze periode berekend worden tegen de rentevoet van 4,50 pct., de nieuwe rentevoet van 6,50 pct. wordt in dat geval slechts toegepast vanaf het verstrijken van die vijftien dagen en zulks, wel te verstaan, met inachtneming van de regel der berekening van de interest per volle periode van vijftien dagen.
Voorbeelden voor de berekening der van rechtswege verschuldigde interest inzake successie- belastingen (iedere maand wordt voor 30 dagen aangerekend : Wetboek, art. 82, 2de lid)
I.- Wettelijke betalingstermijn verstreken op 6 mei 1970 :
1 o) Rechten betaald op 4 juli 1970: interest aan 4,50 pct. voor driemaal vijftien dagen (6 mei tot 21 juni).
2 o) Rechten betaald op 16 juli 1970: interest aan 4,50 pct. voor viermaal vijftien dagen (6 mei tot 6 juli).
3 o) Rechten betaald op 23 juli 1970 : interest aan 4,50 pct. voor viermaal vijftien dagen (6 mei tot 6 juli) en aan 6,50 pct. voor één periode van vijftien dagen (6 juli tot 21 juli).
4 o) Rechten betaald op 19 augustus 1970: interest aan 4,50 pct. voor viermaal vijftien dagen (6 mei tot 6 juli) en aan 6,50 pct. voor tweemaal vijftien dagen (6 juli tot 6 augustus).
II.- Wettelijke betalingstermijn verstreken op 29 juni 1970
1 o) Rechten betaald op 12 juli 1970: geen interest (geen volle vijftien dagen).
2 o) Rechten betaald op 19 augustus 1970 interest aan 4,50 pct. voor één periode van vijftien dagen (29 juni tot 14 juli) en aan 6,50 pct. voor tweemaal vijftien dagen (14 juli tot 14 augustus).
III.- Wettelijke betalingstermijn verstreken op 30 juni 1970:
1 o) Rechten betaald op 12 juli 1970 : geen interest (geen volle vijftien dagen).
2 o) Rechten betaald op 23 juli 1970 : interest aan 6,50 pct. voor één periode van vijftien dagen (30 juni tot 15 juli).
Inzake de met het zegel gelijkgestelde taksen, wanneer zoals voorzien in Instr. T, § 407, het voordeel van het opnieuw verlenen van een kwijtschelding of een vermindering van boeten afhankelijk wordt gesteld van het betalen van een interest berekend aan de wettelijke rentevoet, dan moet bedoelde interest berekend worden aan de rentevoet van 6,50 pct. voor alle beslissingen genomen na de ontvangst van onderhavige aanschrijving. De rentevoet van 6,50 pct. dient alsdan te worden toegepast ook voor de interesten die eventueel te berekenen zijn voor een periode van vóór 1 juli 1970.
Anderzijds blijft de rentevoet van 4,50 pct. die is vastgesteld in een beslissing genomen vóór de ontvangst van deze aanschrijving onveranderd, zelfs voor de termijn lopende na deze datum.
Dezelfde regels zijn van toepassing op de interesten die geëist worden bij het verlenen van uitstel van betaling zoals voorzien in Instr. T, §§ 409 en 410.
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
C. SCAILTEUR
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 24 juli 1970
MINISTERIE VAN FINANCIEN
30 juni 1970. - Wet tot wijziging van de wettelijke rentevoet (1)
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen, die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Artikel 2 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de leningen tegen interest, gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 147 van 18 maart 1935 dat bekrachtigd is bij de wet van 4 mei 1936 tot vaststelling van de wettelijke rentevoet, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
"De wettelijke rentevoet is zowel in burgerlijke als in handelszaken eenvormig vastgesteld op 6,5 % 's jaars.
Deze rentevoet kan bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit worden gewijzigd."
Art. 2. De lopende wettelijke interesten worden tot de dag van het van kracht worden van deze wet berekend tegen de bij voormeld koninklijk besluit nr. 147 vastgestelde rentevoet. Vanaf die datum worden ze tegen de nieuwe rentevoet berekend.
Art. 3. Deze wet treedt in werking vanaf 1 juli 1970.
Kondigen deze wet af, bevelen dat ze met is Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Kinshasa, 30 juni 1970.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
Baron SNOY et d'OPPUERS
Gezien en met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
A. VRANCKX
NOOT
(1) Zitting 1969-1970.
Kamer van volksvertegenwoordigers.
Parlementaire bescheiden.- wetsvoorstellen nrs. 594-1 en 648-1. Verslag, nr. 648-2.
Parlementaire Handelingen.- Bespreking, vergadering van 3 juni 1970. Stemming, vergadering van 4 juni 1970.
Senaat.
Parlementaire bescheiden.- Verslag, nr. 538.
Parlementaire Handelingen.- Bespreking en stemming, vergadering van 25 juni 1970.
Bron: FisconetPlus
