Circulaire nr. Ci.RH.421/461.318 dd. 19.01.1995
CIRC 19.01.95/1
Circulaire nr. Ci.RH.421/461.318 dd. 19.01.1995
Bull. nr. 747, pag. 764
BEROEPSVERLIES
Verlies van vorige belastbare tijdperken.
FUSIE VAN VENNOOTSCHAPPEN
Belastingstelsel.
SPLITSING VAN VENNOOTSCHAPPEN
Belastingstelsel.
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Fusie van vennootschappen.
Splitsing van vennootschappen.
WET
Wet inzake fusie en splitsing van vennootschappen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
Inhoudstafel Nr. I. Wetteksten ................................................. 1 II. Algemene draagwijdte ....................................... 4 III. Belastingneutrale fusie en splitsing A. Grondvoorwaarden ........................................ 8 B. Volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen 22 C. Niet volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen bij voorafgaandelijk bezit van aandelen ........ 25 D. Niet volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen ingevolge een opleg in geld .................... 33 E. Voorbeelden ............................................. 37 V. Vorige beroepsverliezen A. Draagwijdte ............................................. 40 B. Voorbeelden ............................................. 49 VI. Inwerkingtreding ........................................... 53 I. WETTEKSTEN
1. Na de wijzigingen door de art. 1 tot 6, W 6.8.1993 houdende fiscale bepalingen inzake fusie en splitsing van vennootschappen (V 2263 - Bull. 731) luiden de art. 206, en 210 tot 214, WIB 92 als volgt :
§ 1. Vorige beroepsverliezen worden achtereenvolgens van de winst van elk volgende belastbare tijdperk afgetrokken.
De aftrek mag per belastbaar tijdperk in geen geval meer bedragen dan 20 miljoen frank of, wanneer de winst na toepassing van de artikelen 202 tot 205, meer dan 40 miljoen frank bedraagt, de helft van die winst.
§ 2. Wanneer een vennootschap de inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen heeft verkregen of een andere vennootschap door fusie of splitsing geheel of gedeeltelijk heeft overgenomen met toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° en tweede lid, of van artikel 211, § 1, zijn de beroepsverliezen die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór die inbreng of die overneming heeft geleden slechts definitief aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden van die vennootschap en van de ingebrachte of overgenomen bestanddelen, eveneens vóór de verrichting.
In geval van fusie met toepassing van artikel 211, § 1, zijn de beroepsverliezen die een overgenomen vennootschap vóór die fusie heeft geleden bij de overnemende vennootschap bij voortduur aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen van de eerstgenoemde vennootschap vóór de fusie in het totaal van de fiscale nettowaarden, eveneens vóór de fusie, van de overnemende vennootschap en van de overgenomen bestanddelen. In geval van splitsing met toepassing van artikel 211, § 1, geldt de vorenstaande regel op het gedeelte van het bedoelde beroepsverlies dat is bepaald naar verhouding van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen in de totale fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap.
Art. 210
§ 1. De artikelen 208 en 209 zijn mede van toepassing :
§ 2. In de in § 1 vermelde gevallen, wordt de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen op de datum waarop de bedoelde verrichtingen hebben plaatsgevonden gelijkgesteld met een bij verdeling van maatschappelijk vermogen uitgekeerde som.
§ 1. In geval van fusie, splitsing of met fusie gelijkgestelde verrichtingen als vermeld in artikel 210, § 1, 1° :
Het eerste lid is slechts van toepassing op voorwaarde dat :
§ 2. In d in § 1, eerste lid, vermelde gevallen wordt het bedrag van het gestorte kapitaal, en van de voorheen gereserveerde winst van de overgenomen of gesplitste vennootschap, ten name van de overnemende of verkrijgende vennootschap verminderd met het gedeelte van de inbreng dat niet wordt vergoed met nieuwe aandelen die naar aanleiding van de verrichting worden uitgegeven.
De vermindering wordt eerst aangerekend op de belaste reserves, daarna, indien die reserves ontoereikend zijn, op de vrijgestelde reserves en ten slotte op het gestorte kapitaal.
In zover de inbrengen niet worden vergoed omdat de overnemende of verkrijgende vennootschappen in het bezit zijn van aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap wordt, in afwijking van het tweede lid, de vermindering verhoudingsgewijs aangerekend op het gestorte kapitaal en de reserves, waarbij de vermindering van de reserves bij voorrang op de belaste reserves wordt aangerekend.
Geen enkele vermindering wordt, behoudens wat betreft de in artikel 47 vermelde meerwaarde, aangerekend op de in § 1, eerste lid, 1° vermelde meerwaarden, noch op de in artikel 48 vermelde vrijgestelde waardeverminderingen en voorzieningen die als dusdanig in de boekhouding van de overnemende of verkrijgende vennootschappen worden teruggevonden.
De vermindering van het gestorte kapitaal wordt geacht te zijn gedaan op de datum van de in § 1, eerste lid, vermelde verrichting.
In gevallen als vermeld in artikel 211 worden de afschrijvingen, investeringsaftrekken, minderwaarden of meerwaarden die bij de overnemende of verkrijgende vennootschappen met betrekking tot de bij hen ingebrachte bestanddelen in aanmerking worden genomen en het gestorte kapitaal bepaald alsof de fusie of de splitsing niet had plaatsgevonden.
In dezelfde gevallen blijven de bepalingen van dit Wetboek op de wijze en onder de voorwaarden als daarin zijn gesteld, van toepassing op de waardeverminderingen, voorzieningen, onder- en overwaarderingen, subsidies, vorderingen, meerwaarden en reserves die bij de overgenomen of gesplitste vennootschappen bestonden, in zover die bestanddelen worden teruggevonden in de activa van de overnemende of verkrijgende vennootschappen; de fusie of splitsing mag niet tot gevolg hebben dat de oorspronkelijke termijn voor herbelegging van de aan die voorwaarden onderworpen meerwaarden wordt verlengd.
Bij het bepalen van het gestort kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die in geval van splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, en bij het bepalen van de in artikel 211, § 2, vermelde vermindering, worden die vennootschappen geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen.
§ 1. Behoudens wanneer een binnenlandse vennootschap wordt omgezet in een landbouwvennootschap die niet voor de heffing van de vennootschapsbelasting heeft gekozen, en niettegenstaande het bepaalde van artikel 210, § 1, 3°, blijft belastingheffing ingevolge de artikelen 208 en 209 achterwege bij het aannemen van een andere rechtsvorm, wanneer de waardering van de activa- en passivabestanddelen, met inbegrip van het kapitaal en de reserves, geen wijziging ondergaat naar aanleiding van de verrichting. Artikel 212 is van toepassing op de aldus omgezette vennootschappen.
Artikel 212 is mede van toepassing ingeval vennootschappen die zijn opgericht in een der vormen bepaald in het Wetboek van koophandel, met vrijstelling van belasting zijn omgezet vóór de inwerkingtreding van de wet van 23 februari 1967 tot wijziging, wat de omzetting van vennootschappen betreft, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.
§ 2. Voor de toepassing van de artikelen 212 en 213 worden de fusies, splitsingen en omzettingen, alsmede de inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen waarin de overgenomen, gesplitste of omgezette vennootschappen voorheen met vrijstelling van belasting hebben deelgenomen, geacht niet te hebben plaatsgevonden".
Voorts heeft art. 7, W 6.8.1993, art. 345, § 1, eerste lid, 1°, WIB 92 als volgt gewijzigd :
"§ 1. Een voorafgaandelijk schriftelijk akkoord wordt door de administratie der directe belastingen gegeven omtrent het feit dat :
1° een verrichting als vermeld in de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, eerste lid of 344, § 2, wel degelijk beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften;" (Die bepaling werd ondertussen opnieuw gewijzigd door art. 23, W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit (V 2297 - Bull. 739)).
3. De voormelde wijzigingen zijn wat de fusies en splitsingen van vennootschappen betreft, van toepassing op de verrichtingen die vanaf 1.10.1993 plaatsvinden.
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
4. Ingevolge de derde en zesde Europese richtlijn betreffende de fusies en de splitsingen van naamloze vennootschappen, werd bij W 29.6.1993 tot wijziging, wat de fusies en splitsingen van vennootschappen betreft, van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935 (V 2252 - Bull. 731), een vennootschapsrechtelijke regeling voor fusies en splitsingen van vennootschappen in de SWHV ingevoerd (de art. 174/1 tot 174/52, SWHV).
5. De door de W 6.8.1993 in het WIB 92 aangebrachte wijzigingen strekken er in eerste instantie dan ook toe om enerzijds de begrippen omtrent fusie- en splitsingverrichtingen, en anderzijds de basisvoorwaarden inzake belastingvrije fusies en splitsingen, op die vennootschapsrechtelijke regeling af te stemmen. Voorts werd m.b.t. deze verrichtingen een specifieke anti-rechtsmisbruikbepaling ingevoerd, gekoppeld aan een mogelijkheid tot ruling.
Daarenboven was de wetgever van mening dat het belastingneutraal regime inzake fusies en splitsingen zoals het werd ingevoerd door de W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (V 2019 - Bull. 691), diende te worden verbeterd t.a.v. de belastingheffing die ontstaat ingevolge het verdwijnen van een gedeelte van de vermogensbestanddelen (inz. de vrijgestelde reserves), bij intrekking van de aandelen die de overnemende vennootschap voorafgaandelijk bezit in de overgenomen vennootschap. Deze verbeteringen houden met name in dat de bepalingen die in dat verband de verminderingen regelen van de verschillende reserves, zodanig worden aangepast dat die vermindering niet langer verhoudingsgewijs geschiedt op de belaste en vrijgestelde reserves, maar bij voorrang op de belaste reserves en enkel in de mate dat deze onvoldoende zouden zijn, op de vrijgestelde reserves. Maar zelfs dan nog wordt t.a.v. de gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden de neutraliteit volledig gewaarborgd, doordat het verdwenen gedeelte ervan niet als dividend zal worden belast, maar bij de overnemende vennootschap verder gespreid zal worden aangeslagen.
Tenslotte worden wijzigingen aangebracht aan de bepalingen die t.a.v. de vorige beroepsverliezen gelden bij belastingvrije verrichtingen. Deze wijzigingen strekken er toe :
6. In navolging van de vennootschapsrechtelijke en fiscale regelingen inzake fusies en splitsingen, werden bij KB 3.12.1993 tot wijziging van de koninklijke besluiten van 8.10.1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, van 12.9.1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningstelsel en van 6.3.1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen (V 2277 - Bull. 735), de boekhoudkundige aspecten inzake fusie- en splitsingverrichtingen geregeld.
Dit besluit kan in grote lijnen als volgt worden samengevat (uittreksel uit een mededeling verschenen in het Bull. CBN nr. 31 van december 1993) (Het nieuwe regime voor de boekhoudkundige verwerking van fusies is gepubliceerd in het Bull. CBN nr. 32 van juni 1994 (advies 166/1)) :
"...
...".
7. Deze huidige circulaire behandelt de essentie van al deze wijzigingen. Daarbij wordt vooral de nadruk gelegd op de inhoudelijke wijzigingen die zich t.a.v. het vorige regime inzake belastingvrije fusie en splitsing hebben voorgedaan. Dat vorige regime, dat van toepassing was vanaf 1.1.1990 tot 30.9.1993, werd uitvoerig besproken in de circ. 6.12.1993, nr. Ci.F.19/416.334 - Ven.B - 35° afl. - Bull. 734 (hierna afgekort de "circ 6.12.1993"). Op de diverse vormelijke aanpassingen zal in de regel evenwel niet worden ingegaan.
De volledige commentaar zal zo spoedig mogelijk als een bijwerking van de Com.IB 92 worden verstrekt.
III. IN BEGINSEL BELASTBARE VERRICHTINGEN
8. Voorheen waren de bepalingen m.b.t. de verdeling van het maatschappelijk vermogen (de art. 208 en 209, WIB 92) eveneens van toepassing wanneer een vennootschap verdween op een van de wijzen bedoeld in art. 210, § 1, 1° tot 4°, WIB 92, met name :
Voor de verrichtingen omschreven in het 1°, 2° (Wat het 2° betreft, uitsluitend de situatie waarbij alle aandelen in handen van één vennootschap waren verenigd) en het 3° van voormeld art. 210, § 1, kon overeenkomstig art. 211, WIB 92, onder bepaalde voorwaarden voor de toepassing van een afwijkend belastingneutraal stelsel worden gekozen. Art. 210, § 1, WIB 92, wordt op dit stuk, ten gronde niet gewijzigd, doch is wel zo herschikt dat voortaan alleen de in § 1, 1° (fusie en splitsing) en 3° (andere rechtsvorm), vermelde verrichtingen voor het belastingneutraal regime in aanmerking kunnen komen. Overigens strekken de aangebrachte wijzigingen er voornamelijk toe de terminologie van dat art. 210, § 1, WIB 92, af te stemmen op de nieuwe vennootschapsrechtelijke regeling inzake fusie en splitsing.
9. Voortaan zijn in het 1° van dat art. 210, § 1, dan ook bedoeld :
10. In het 2° van het nieuwe art. 210, § 1, WIB 92, wordt voortaan nog slechts de ontbinding zonder verdeling van het maatschappelijk vermogen bedoeld, anders dan in de gevallen als vermeld onder § 1, 1°, hiervoor, inz. de verrichting waarbij alle aandelen van een vennootschap in handen van één aandeelhouder-natuurlijke persoon - zijn verenigd en de vennootschap wordt ontbonden waarbij het vermogen onverdeeld op die natuurlijke persoon overgaat. Deze verrichting komt zoals voorheen niet in aanmerking voor de toepassing van het belastingneutraal regime. De gelijkaardige situatie waarbij alle aandelen in handen van één vennootschap zijn verenigd, is nu vervat in het 1° van § 1 (zie nr. 9, 3e streepje).
Het 3° en het 4° van art. 210, § 1, WIB 92 (zie nr. 8, eerste lid) hebben geen enkele wijziging ondergaan.
11. M.b.t. de belastbare verrichtingen bedoeld in het vroegere art. 210, § 1, WIB 92, bepaalde art. 210, § 2, WIB 92, dat t.a.v. de in § 1, 2° tot 4° bedoelde verrichtingen (zie nr. 8, eerste lid), de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen op de datum waarop de verrichtingen hebben plaatsgevonden met een bij verdeling van maatschappelijk vermogen uitgekeerde som diende te worden gelijkgesteld. Thans wordt deze bepaling uitgebreid tot de volledige § 1 van genoemd art. 210 (m.a.w. tot alle fusie- en splitsingverrichtingen bedoeld in de nieuwe § 1, 1°).
IV. BELASTINGNEUTRALE FUSIE EN SPLITSING
A. Grondvoorwaarden
12. Zoals reeds werd gezegd kunnen voortaan alleen nog de verrichtingen bedoeld in art. 210, § 1, 1° (nieuw) WIB 92, in aanmerking komen voor de toepassing van het belastingneutraal regime inzake fusie en splitsing. Wat de bedoelde verrichtingen betreft, kan dan ook worden verwezen naar nr. 9, hiervoor.
13. De voormelde fusie- en splitsingverrichtingen dienen daarenboven gelijktijdig aan drie grondvoorwaarden te voldoen, met name :
14. Het nieuwe stelsel is, in afwijking van het vorige (zie circ. 6.12.1993, nr. II/709), niet langer facultatief, in die zin dat vennootschappen die hergroeperen onder naleving van de voormelde voorwaarden - zonder mogelijkheid tot verzaking - onder de toepassing van het belastingneutraal regime vallen (Senaat, parl.st. 765-1 - 1992-1993 - blz. 4). Vennootschappen die hergroeperen op een andere wijze (door b.v. de over te nemen vennootschap eerst te ontbinden en haar vermogen door de vereffenaars in de overnemende vennootschap te doen inbrengen) vallen derhalve onder de toepassing van de belastbare vereffeningsverrichtingen.
Eerste voorwaarde : binnenlandse vennootschap
15. De eerste voorwaarde (nr. 13, 1°) is geen nieuwe voorwaarde en impliceert dat de overnemende of verkrijgende vennootschap krachtens art. 179, WIB 92 aan de Ven.B moet onderworpen zijn. De grensoverschrijdende overname door een buitenlandse vennootschap wordt hier dan ook niet beoogd.
Tweede voorwaarde : verrichting overeenkomstig de SWHV
16. Vroeger werd, bij gebrek aan enige specifieke juridische wetsbepaling, fusie of splitsing beschouwd als de ontbinding van de overgenomen vennootschap, gevolgd door de overdracht, in het kader van de vereffening, van alle actief- en passiefbestanddelen van haar vermogen door inbreng in de overnemende of verkrijgende vennootschap.
Thans hebben deze verrichtingen de volgende hoofdkenmerken :
17. Wat de voorwaarden betreft waaraan de verrichtingen moeten voldoen kan inz. worden verwezen naar de art. 174/1 tot 174/52, SWHV.
Omtrent het begrip fusie bepalen de parlementaire werkzaamheden (Kamer - parl.st. 1214/1 - 1989/1990 - blz. 4) ook nog het volgende :
"In de zin van dit ontwerp worden dus niet als een fusieverrichting aangemerkt :
18. Tot slot kan nog worden opgemerkt dat bepaalde vennootschapsrechtelijke voorwaarden, voor zover als nodig, ook in de hiernavolgende nummers afzonderlijk aan bod zullen komen.
In geval van ernstige twijfels nopens de vraag of de verrichting wel degelijk overeenkomstig de bepalingen van de SWHV is verwezenlijkt mag het dossier, met een omstandig verslag, via de hiërarchische weg aan het Hoofdbestuur worden voorgelegd.
Derde voorwaarde : anti-rechtsmisbruikbepaling
19. Luidens art. 211, § 1, tweede lid, 3°, WIB 92, moet de verrichting beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften.
Deze "specifieke" anti-rechtsmisbruikbepaling is ingevoerd om oneigenlijke constructies te verijdelen die bij fusie of splitsing an vennootschappen zouden kunnen worden opgezet.
De aandacht wordt erop gevestigd dat m.b.t. deze anti- rechtsmisbruikbepaling het de "verrichting" zelve is die aan rechtmatige financiële of economische behoeften moet voldoen. Zulks wijkt enigszins af van de "algemene anti-rechtsmisbruikbepaling" als bedoeld in art. 344, § 1, WIB 92 luidens hetwelk het de "juridische kwalificatie" van één of meer akten - rechtshandelingen of verrichtingen - is die aan rechtmatige financiële of economische behoeften moet voldoen (zie circ. 6.12.1993, Ci.D.19/453.895 Bull. 735).
Het feit dat deze specifieke anti-rechtsmisbruikbepaling expliciet deel uitmaakt van de grondvoorwaarden impliceert dat de bewijslast ter zake op de betrokken vennootschappen ligt.
Wanneer aan deze grondvoorwaarde niet zou zijn voldaan moet de verrichting als een belastbare verrichting in de zin van art. 210, WIB 92 worden aangemerkt (eerder dan de juridische kwalificatie van de verschillende akten ter zake op de helling te plaatsen). Overigens kan de algemene anti-rechtsmisbruikbepaling als bedoeld in art. 344, § 1, WIB 92, niet worden toegepast op de fusie- of splitsingverrichtingen als dusdanig (zie in dezelfde zin Senaat, parl.st. 765/2, 1992-1993 - blz. 35 tot 37). Immers laatstgenoemd artikel laat alleen een juridische herkwalificatie toe.
20. Zoals reeds gezegd gaat deze nieuwe voorwaarde gepaard met een mogelijkheid voor de belastingplichtige om hieromtrent een voorafgaand akkoord van de Administratie te bekomen. Reeds met ingang van de dag van publikatie van de W 6.8.1993 in het Belgisch Staatsblad (t.t.z. 31.8.1993) kon aan de voorzitter van de "Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden" een aanvraag in die zin worden gericht, uiteraard voor zover deze aanvraag betrekking had op verrichtingen die met ingang van 1.10.1993 zouden plaatsvinden.
Vroegere grondvoorwaarden
21. Twee vroegere grondvoorwaarden (art. 211, § 1, tweede lid (oud), WIB 92) zijn in de nieuwe wettekst niet meer opgenomen :
B. Volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen
1. Algemeen
22. Opdat een fusie of splitsing met volledige belastingvrijstelling kan plaatsgrijpen dienen, zoals voorheen, de inbrengen van de overgenomen of gesplitste vennootschap(pen), volledig door nieuwe aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap(pen) te worden vergoed (art. 211, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92). Er kan dan ook mutatis mutandis worden verwezen naar de circ. 6.12.1993, nrs. II/710, e.v.
De door een vennootschap-aandeelhouder verkregen meerwaarde op aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap, die naar aanleiding van een belastingneutrale fusie of splitsing worden omgeruild tegen aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap, moet in fiscaal opzicht als een niet-verwezenlijkte meerwaarde bedoeld in art. 45, WIB 92 worden aangemerkt. Wanneer, mede gelet op de nieuwe boekhoudkundige bepalingen ter zake, deze niet-verwezenlijkte meerwaarde niet wordt uitgedrukt, vormt ze derhalve geen belastbare winst (zie art. 24, 1e lid, 2°, WIB 92) en is de onaantastbaarheidsvoorwaarde als vermeld in art. 190, WIB 92, er derhalve niet op van toepassing.
2. Bijzondere gevallen
23. Op grond van vennootschapsrechtelijke bepalingen (o.m. art. 174/11, § 2, SWHV) is het niet meer toegestaan nieuwe aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap uit te geven :
24. De zaken liggen daarentegen anders wanneer het de overgenomen (of gesplitste) vennootschap is die voorafgaandelijk aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap bezit. In dergelijk geval immers dient de volledige inbreng door nieuwe aandelen te worden vergoed en komt de overnemende of verkrijgende vennootschap "onder algemene titel" (art. 52bis, § 4, 2°, en art. 128bis, § 4, 2°, SWHV) in bezit van haar eigen aandelen. Voor de bijzonderheden die op dergelijke verkrijgingen van toepassing zijn wordt mutatis mutandis verwezen naar de voormelde circ. 10.8.1992, nrs. II/124 en 125 en de circ. 6.12.1993, nrs. II/742 en II/743.
C. Niet volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen bij voorafgaandelijk bezit van aandelen
25. Het feit dat de inbreng vertegenwoordigd door de aandelen die voorafgaandelijk in het bezit waren van de overnemende (of verkrijgende) vennootschap - wegens de intrekking van die aandelen - niet wordt vergoed met nieuwe aandelen, heeft tot gevolg dat in die mate de vermogensbestanddelen van de overgenomen (of gesplitste) vennootschap niet meer worden teruggevonden bij de overnemende (of verkrijgende) vennootschap. In de mate waarin de aldus verdwenen fiscale nettowaarde, het verdwenen gerevaloriseerd gestort kapitaal overschrijdt, moet een "uitgekeerd dividend" (zonder RV) worden belast.
Zoals voorheen (circ. 6.12.1993, nr. II/728, e.v.) bevat dit uitgekeerd dividend evenwel niet :
Nieuw is echter dat voortaan dit uitgekeerd dividend evenmin de vrijgestelde gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden als vermeld in art. 47, WIB 92, bevat, die moeten worden geacht een "vermindering" (zie nr. 29 hierna) te hebben ondergaan.
26. Wanneer aldus in de gegeven omstandigheden de inbrengen niet volledig door nieuwe aandelen worden vergoed, worden het gestort kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de overgenomen (of gesplitste) vennootschap verhoudingsgewijs verminderd. De aanrekeningsregels die deze vermindering regelen worden voortaan expliciet in het WIB 92 zelve opgenomen (art. 211, § 2). De vroegere aanrekeningsregels vervat in de art. 80 tot 82, KB/WIB 92 die zonder voorwerp zijn geworden, zijn door art., KB 12.8.1994 tot wijziging van het KB/WIB 92 (V 2336 - Bull. 743) opgeheven.
Zoals reeds werd gezegd worden deze aanrekeningsregels, teneinde de fiscale neutraliteit beter te waarborgen, aangepast in die zin dat de "vermindering" weliswaar verder verhoudingsgewijs wordt aangerekend op het gestort kapitaal en de reserves doch, wat de aanrekening op de reserves betreft, voortaan bij voorrang op de belaste reserves, zodat slechts in de mate dat deze onvoldoende zouden zijn, de vrijgestelde reserves zullen worden aangesproken.
27. In dat verband wordt opgemerkt dat "geen vermindering" wordt aangerekend op de vrijgestelde herwaarderingsmeerwaarden en de inbrengmeerwaarden, alsmede op de in art. 48, WIB 92 vermelde vrijgestelde waardeverminderingen en voorzieningen die als dusdanig in de boekhouding van de overnemende of verkrijgende vennootschappen worden teruggevonden (art. 211, § 2, voorlaatste lid, WIB 92).
De "globale" vermindering van de vrijgestelde reserves dient dus te worden aangerekend op de vrijgestelde reserves - met inbegrip van de gespreid te belasten meerwaarden - andere dan de hiervoor vermelde inbrengmeerwaarden, herwaarderingsmeerwaarden, waardeverminderingen en voorzieningen.
Wanneer in het vermogen van de overgenomen (of gesplitste) vennootschap verschillende categorieën van vrijgestelde reserves voorkomen die in beginsel voor "vermindering" in aanmerking komen, dient de vennootschap een volledige en gedetailleerde opgave te verstrekken van de vrijgestelde reserves waarop zij de "globale" vermindering wenst aan te rekenen. Bij gebreke hiervan moet deze globale vermindering verhoudingsgewijs op de verschillende vrijgestelde reserves die voor "vermindering" in aanmerking komen worden aangerekend.
28. In de mate waarin deze "vermindering" aangerekend wordt op de in art. 519bis, WIB 92 bedoelde meerwaarden, wordt het bedrag van de opneming binnen de gestelde grenzen tegen een afzonderlijk tarief belast (variërend van 15 % tot 23 %, naargelang het aj. : circ. 6.5.1993 - Ci.D.19/444.905 - Ven.B - 12e afl. - Bull. 728).
29. In de mate evenwel waarin deze "vermindering" aangerekend wordt op de in art. 47, WIB 92, vermelde gespreid te belasten meerwaarden, heeft zij geen onmiddellijke taxatie tot gevolg. Immers het uitgekeerd dividend dat ingevolge de intrekking van de voorafgaande deelneming wordt belast, bevat niet de "vermindering" die op de gespreid te belasten meerwaarden wordt aangerekend (zie nr. 25, laatste lid). Het aldus verdwenen gedeelte van de vrijgestelde gespreid te belasten meerwaarden zal evenwel verder gespreid worden belast. Praktisch zal dit worden gerealiseerd door het verdwenen gedeelte, overeenkomstig art. 74, KB/WIB 92, gespreid onder de verworpen uitgaven op te nemen. Daarbij wordt t.n.v. de overnemende (of verkrijgende) vennootschap als volgt te werk gegaan :
30. Wanneer een overnemende vennootschap B voorafgaandelijk in het bezit was van aandelen van de overgenomen (of gesplitste) vennootschap A, zal eerstgenoemde op de ingetrokken aandelen A een meer- of minderwaarde realiseren, die gelijk is aan het verschil tussen de door die aandelen A vertegenwoordigde netto inbrengwaarde van de vennootschap A en de fiscale waarde van die aandelen A bij vennootschap B.
31. Het positieve verschil (meerwaarde op de ingetrokken aandelen) doet op het ogenblik van de fusie of splitsing een in beginsel belastbaar resultaat ontstaan dat evenwel :
32. Wanneer het bovenvermelde verschil tussen de door die aandelen A vertegenwoordigde netto-inbrengwaarde van vennootschap A en de fiscale waarde van die aandelen A bij vennootschap B, negatief is (minderwaarde op de ingetrokken aandelen), kan de vennootschap B al naargelang van het geval als volgt handelen :
In de eerste 2 gevallen zijn zoals voorheen (circ. 6.12.1993, nr. II/735) de afschrijvingen op de geherwaardeerde activabestanddelen (zie 1°) of op de goodwill (zie 2°) op fiscaal vlak niet aanvaardbaar, aangezien zij bij de overgenomen vennootschap A, geen fiscale aanschaffingsprijs hadden. In het 3° geval gaat het om een minderwaarde op aandelen die gelet op art. 198, 7°, WIB 92 niet als beroepskost aftrekbaar is.
Mede gelet op voorheen gedane herwaarderingen of op inbrengmeerwaarden (zie het eerste lid, 1° en 2°, hiervoor), is het mogelijk dat de boekhoudkundige minderwaarde kleiner is dan de fiscale minderwaarde op de ingetrokken aandelen (t.t.z. wat dit laatste betreft, het verschil tussen de met die aandelen overeenstemmende fiscale nettowaarde van de vennootschap A en de fiscale waarde van die aandelen A bij vennootschap B). In zulk geval mag de vennootschap B, t.b.v. het verschil tussen de boekhoudkundige en de fiscale minderwaarde, via het debet van de resultatenrekening, een belastingvrije reserve aanleggen die dan a.h.w. de verminderingen compenseert die in boekhoudkundig opzicht op (voorheen) uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarden worden uitgevoerd, en waardoor aan de fiscale vereiste wordt voldaan luidens dewelke geen "verminderingen" op deze meerwaarden worden aangerekend (art. 211, § 2, lid 4, WIB 92).
In die omstandigheden moet benevens de boekhoudkundige minderwaarde, uiteraard ook het voormelde verschil in de verworpen uitgaven worden opgenomen (zodat in feite een bedrag gelijk aan de "fiscale" minderwaarde in verworpen uitgaven wordt opgenomen).
D. Niet volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen ingevolge een opleg in geld
33. Zoals reeds werd gezegd kan er slechts sprake zijn van een fusie of splitsing en kunnen deze slechts belastingneutraal geschieden (zie nr. 16 en 17), indien de verrichting overeenkomstig de bepalingen van de SWHV wordt verwezenlijkt. Op het stuk van de opleg in geld betekent zulks dat deze momenteel maximaal 20 % van de nominale of fractiewaarde van de nieuw uitgegeven aandelen mag bedragen (zie nr. 9). De fractiewaarde van aandelen zonder nominale waarde wordt berekend door het kapitaalbedrag dat deze aandelen vertegenwoordigen te delen door het aantal aandelen.
34. Het feit dat de inbrengen gedeeltelijk door een geldopleg van maximaal 20 % worden vergoed, heeft zoals voorheen (circ. 6.12.1993, nr. II/722) enkel tot gevolg dat in overeenstemmende mate een dividend moet worden belast.
De aanrekeningsregels die ter zake van toepassing zijn, hebben evenmin wijzigingen ondergaan, zodat de geldopleg moet worden geacht achtereenvolgens voort te komen :
35. Daarenboven wordt zoals voorheen geen dividend belast m.b.t. de voorheen vrijgestelde uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarden (herwaarderingsmeerwaarden) en de n.a.v. de verrichting verwezenlijkte of vastgestelde meerwaarden (inbrengmeerwaarden), alsmede m.b.t. de in art. 48, WIB 92 vermelde vrijgestelde waardeverminderingen en voorzieningen die als dusdanig in de boekhouding van de overnemende (of verkrijgende) vennootschap worden teruggevonden.
Nieuw is echter dat ook hier (zie in dezelfde zin nr. 25, laatste lid) dit uitgekeerd dividend evenmin de gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden (art. 47, WIB 92) bevat die moeten worden geacht overeenkomstig de voormelde aanrekeningsregels, een "vermindering" te hebben ondergaan.
36. De door een vennootschap-aandeelhouder verkregen meerwaarde op aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap, die n.a.v. een belastingneutrale overname worden omgeruild tegen aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap tesamen met de betaling van een geldopleg, is in fiscaal opzicht als volgt samengesteld :
E. Voorbeelden
1. Gegevens
37. De balansen op 31.12.1993 op basis waarvan de vennootschappen A en B (die hun boekhouding per kalenderjaar voeren) op 1.4.1994 fuseren, en waarbij de vennootschap B de vennootschap A overneemt, zien er samengevat als volgt uit (er wordt verondersteld dat de retro-activiteit tot 1.1.1994 op fiscaal gebied kan worden aanvaard) : A Vennootschap A P ---------------------------------------------------------------------- Vaste activa | Kapitaal 1.800.000 Terreinen en gebouwen 1.720.000| Reserves Installaties, enz. 210.000| Wettelijke 130.000 Financiële vaste activa 1.150.000| Belastingvrije 360.000 ---------| Beschikbare 980.000 3.080.000| Overgedragen winst 200.000 | --------- | 3.470.000 | Vlottende activa | Voorzieningen voor Voorraden 500.000| risico's en kosten 400.000 Andere 1.110.000| Schulden 820.000 ---------| --------- 1.610.000| ---------| 4.690.000| 4.690.000 =========| ========= A Vennootschap B P ---------------------------------------------------------------------- Vaste activa | Kapitaal 4.000.000 Terreinen en gebouwen 3.200.000| Reserves Installaties, enz. 2.400.000| Wettelijke 400.000 Financiële vaste activa 7.060.000| Belastingvrije 1.600.000 ----------| Beschikbare 6.600.000 12.660.000| Overgedragen winst 300.000 | ---------- | 12.900.000 | Vlottende activa | Voorzieningen voor Voorraden 2.800.000| risico's en kosten 1.680.000 Andere 2.920.000| Schulden 3.800.000 ---------| ---------- 5.720.000| ----------| 18.380.000| 18.380.000 ==========| ========== Verdere gegevens m.b.t. :
1° Vennootschap A - de post "Terreinen en gebouwen" is als volgt samengesteld : - aanschaffingswaarde : 1.200.000 F - geboekte meerwaarde : 1.000.000 F ----------- 2.200.000 F - afschrijvingen : - op aanschaffingswaarde (aanvaard) : 430.000 F - op meerwaarde (niet aanvaard) : 50.000 F --------- - 480.000 F ----------- - nettoboekwaarde : 1.720.000 F - de post "Installaties, enz." is als volgt gevormd : - aanschaffingswaarde : 600.000 F - afschrijvingen (waarvan 30.000 F belast) : - 390.000 F --------- - nettoboekwaarde : 210.000 F - samenstelling van het maatschappelijk kapitaal : - gestort in 1948 : 500.000 F - ingelijfd reeds belaste reserves : 300.000 F - herwaardering "Terreinen en gebouwen" (waarvan 50.000 F afschrijving is belast) : 1.000.000 F ----------- - totaal : 1.800.000 F - 1.200 aandelen A (zonder nominale waardevermelding); - de "Belastingvrije reserves" bestaan uit : - een meerwaarde die in 1986 werd verwezenlijkt en vrijgesteld bij toepassing van de toen geldende bepalingen van art. 36 (oud), WIB (260.000 F); - een investeringsreserve (100.000 F); - de "Voorzieningen voor risico's en kosten" zijn ten belope van 350.000 F belast.
Met het oog op het vaststellen van de ruilverhouding dient een waardering van de fuserende vennootschappen te geschieden. Die waardering heeft evenwel geen weerslag op de boekhoudkundige verwerking. Immers de actief- en passiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap worden in de boekhouding van de overnemende vennootschap tegen hun boekwaarde overgenomen. Op fiscaal vlak is de fiscale nettowaarde bepalend.
De verschillende bestanddelen (waardering, boekwaarde en fiscale nettowaarde) zien er in tabelvorm als volgt uit :
Waardering | Boekwaarde | Fiscale | | nettowaarde ------------------------------------------|-------------|------------- Vennootschap A | | | | ACTIVA | | Terreinen en gebouwen 2.000.000 | 1.720.000 | 770.000 (1) Installaties, enz. 210.000 | 210.000 | 240.000 (2) Financiële vaste activa 1.150.000 | 1.150.000 |1.150.000 Voorraden 500.000 | 500.000 | 500.000 Andere 1.110.000 | 1.110.000 |1.110.000 --------- | --------- |--------- Totaal 4.970.000 | 4.690.000 |3.770.000 | | PASSIVA | | Voorzieningen 400.000 | 400.000 | 50.000 (3) Schulden 820.000 | 820.000 | 820.000 --------- | --------- | ------- Totaal 1.220.000 | 1.220.000 | 870.000 | | Verschil (activa-passiva) 3.750.000 | 3.470.000 |2.900.000 ========= | ========= |========= Waardering | Boekwaarde | Fiscale | | nettowaarde ------------------------------------------|-------------|------------- Vennootschap B | | | | ACTIVA | | Terreinen en gebouwen 3.200.000 | 3.200.000 | 3.200.000 Installaties, enz. 2.000.000 | 2.400.000 | 2.400.000 Financiële vaste activa 7.060.000 | 7.060.000 | 7.060.000 Voorraden 2.800.000 | 2.800.000 | 3.000.000 (4) Andere 2.920.000 | 2.920.000 | 2.920.000 ---------- | ---------- |---------- Totaal 17.980.000 | 18.380.000 |18.580.000 | | PASSIVA | | Voorzieningen 1.680.000 | 1.680.000 | 480.000 (5) Schulden 3.800.000 | 3.800.000 | 3.800.000 --------- | --------- | --------- Totaal 5.480.000 | 5.480.000 | 4.280.000 | | Verschil (activa-passiva) 12.500.000 | 12.900.000 |14.300.000 ========== | ========== |========== Samenstelling van bepaalde hiervoor vermelde bedragen : - Vennootschap A : (1) het bedrag van 770.000 (terreinen en gebouwen) = 1.200.000 - 430.000 (2) het bedrag van 240.000 (installaties, enz.) = 600.000 - 360.000 (3) het bedrag van 50.000 (voorzieningen) = 400.000 - 350.000 - Vennootschap B : (4) het bedrag van 3.000.000 (voorraden) = 2.800.000 + 200.000 (5) het bedrag van 480.000 (voorzieningen) = 1.680.000 - 1.200.000 Tabel van de fiscale vermogensbestanddelen ---------------------------------------------------------------------- Vennootschap A | B ------------------------------------------------------|--------------- I. Gestort kapitaal | - 1947 (1,14) - | 1.000.000 - 1948 (1,14) 500.000 | - - 1960 (1,0) - | 3.000.000 ------------------------------------------------------|--------------- Totaal (I) 500.000 | 4.000.000 ------------------------------------------------------|--------------- II. Belaste reserves | - in kapitaal (300.000 + 50.000) 350.000 | - - wettelijke reserve 130.000 | 400.000 - beschikbare reserve 980.000 | 6.600.000 - overgedragen winst 200.000 | 300.000 - voorzieningen 350.000 | 1.200.000 - afschrijvingsexcedent installaties 30.000 | - - onderschatting voorraden - | 200.000 ------------------------------------------------------|-------------- Totaal (II) 2.040.000 | 8.700.000 ------------------------------------------------------|-------------- III. Vrijgestelde reserves | - verwezenlijkte meerwaarden 260.000 | 1.600.000 - investeringsreserve 100.000 | - ------------------------------------------------------|-------------- Subtotaal (III) 360.000 | 1.600.000 ------------------------------------------------------|-------------- - niet verwezenlijkte meerwaarde | (herwaardering, in kapitaal) 950.000 | - - voorzieningen 50.000 | 480.000 ------------------------------------------------------|-------------- Fiscale Nettowaarde (I+II+III) 2.900.000 | 14.300.000 ------------------------------------------------------|-------------- 2. Voorbeeld I : fusie door overneming met volledige vergoeding in nieuwe aandelen
1. Weerslag bij de overnemende vennootschap B
38. N.a.v. de fusie worden de 1.200 oude aandelen A omgeruild tegen 600 nieuwe aandelen B, t.t.z. 3.750.000 ---------- x 2.000 = 600 12.500.000 Ingevolge de overname ziet de aangepaste openingsbalans van B op 1.1.1994 er als volgt uit :
A Vennootschap B P ---------------------------------------------------------------------- Vaste activa | Kapitaal Terreinen en gebouwen | (4.000.000+1.800.000) 5.800.000 (3.200.000+1.720.000) 4.920.000| Installaties, enz. | Reserves (2.400.000+210.000) 2.610.000| Wettelijke Financiële vaste activa | (400.000+130.000) 530.000 (7.060.000+1.150.000) 8.210.000| Belastingvrije ----------| (1.600.000+360.000) 1.960.000 15.740.000| Beschikbare | (6.600.000+980.000) 7.580.000 | | Overgedragen winst | (300.000+200.000) 500.000 | --------- | 16.370.000 | Vlottende activa | Voorzieningen voor Voorraden | risico's en kosten (2.800.000+500.000) 3.300.000| (1.680.000+400.000) 2.080.000 Andere | (2.920.000+1.110.000) 4.030.000| Schulden ---------| (3.800.000+820.000) 4.620.000 7.330.000| --------- ----------| 23.070.000| 23.070.000 ==========| ==========
Na de overname moeten het gestort kapitaal, de belaste en de vrijgestelde reserves van vennootschap B, alsmede het maatschappelijk kapitaal als volgt worden bepaald : Gestort kapitaal - gestort in 1947 (B) 1.000.000 - gestort in 1948 (B) 500.000 - gestort in 1960 (B) 3.000.000 --------- - totaal 4.500.000 ========= Belaste reserves - reserves in het kapitaal A : 350.000 - wettelijke reserve : 530.000 - beschikbare reserve : 7.580.000 - overgedragen winst : 500.000 - belaste voorzieningen (1.200.000+350.000) : 1.550.000 - afschrijvingsexcedent installaties A : 30.000 - onderschatting voorraden B : 200.000 --------- - Totaal : 10.740.000 ========== Vrijgestelde reserves - verwezenlijkte meerwaarden (1.600.000+260.000) : 1.860.000 - investeringsreserve : 100.000 --------- - belastingvrije reserves (afzonderlijke passiefrekening) : 1.960.000 --------- - niet verwezenlijkte meerwaarden (vroegere meerwaarde op onroerende goederen A, in kapitaal) : 950.000 --------- - belastingvrije voorzieningen (480.000+50.000) 530.000 Samenstelling van het maatschappelijk kapitaal - gestort kapitaal : 4.500.000 - belaste reserves : 350.000 - vrijgestelde reserves : 950.000 --------- - totaal : 5.800.000 ========= 2. Weerslag bij de aandeelhouders
Bij de vennootschap X die 100 aandelen A bezat, blijven de in ruil ontvangen 50 nieuwe aandelen B gewaardeerd tegen de oorspronkelijke boekwaarde van de oude aandelen A. De in art. 45, WIB 92 vrijgestelde niet verwezenlijkte meerwaarde op oude aandelen A wordt dus niet uitgedrukt, zodat de onaantastbaarheidsvoorwaarde er niet op van toepassing is.
3. Voorbeeld II : fusie door overneming door een vennootschap die 90 % van de aandelen bezit in de overgenomen vennootschap
Aangepaste gegevens
39. We hernemen de "gegevens" (nr. 37, hiervoor) m.b.t. de vennootschappen A en B maar met dien verstande dat B 90 % van de aandelen A heeft verworven voor 2.385.000 F (begrepen in de post -"Financiële vaste activa" van 7.060.000 F).
De vennootschap B neemt de vennootschap A over waarbij de "90 %- deelneming" in A wordt ingetrokken en A slechts t.b.v. de fractie die overeenstemt met de oude aandelen A die zijn omgeruild tegen nieuwe aandelen B (1.200 x 10 % = 120 aandelen A worden omgeruild tegen 60 aandelen B) in de boekhouding van B wordt overgenomen.
1. Weerslag bij de overgenomen vennootschap A
Samenstelling bij A van de reserves waarop een "vermindering" kan worden aangerekend : - belaste reserves 2.040.000 - vrijgestelde reserves : - verwezenlijkte meerwaarden : 260.000 - investeringsreserve : 100.000 ------- 360.000 --------- - totaal : 2.400.000 Totale opname : 2.400.000 x 90 % = 2.160.000 Bij A kan de ingevolge de fusie verschuldigde Ven.B voor het aj. 1994 schematisch als volgt worden berekend : - verdwenen vermogen (2.900.000 F - fiscale nettowaarde vennootschap A - x 90 %) : 2.610.000 - verdwenen gerevaloriseerd gestort kapitaal (500.000 x 1,14 x 90 %) : - 513.000 --------- - (bruto)-dividenden (vóór belastingen) : 2.097.000 - volledige opneming van de belastbare reserves : - 2.040.000 --------- - belastbare basis : 57.000 Deze belastbare basis stemt overeen met : - de totale opneming (2.400.000 x 90 %) : 2.160.000 - de totale opname van de belaste reserves : - 2.040.000 --------- - opneming op de vrijgestelde reserves : 120.000 - te verminderen met de revalorisatie van het verdwenen gestort kapitaal (500.000 x 0,14 x 90 %) : - 63.000 --------- - belastbare basis : 57.000 De opneming op de vrijgestelde reserves wordt op uitdrukkelijk verzoek van de vennootschap A t.b.v. 57.000 F aangerekend op de verwezenlijkte meerwaarden (art. 519bis, WIB 92 : totaal bedrag van de vrijgestelde meerwaarden op 31.12.1991 x 30 % > 57.000 F) en voor het overige (t.t.z. 63.000 F) op de investeringsreserve.
Geraamde verschuldigde Ven.B : - afzonderlijke aanslag op meerwaarden (57.000 x 17 %) : 9.690 - 3 % ACB (9.690 x 3 %) : 291 ------ Totaal : 9.981 De weerslag op de Ven.B ingevolge de fusie zal er als volgt uitzien : - Gereserveerde winst : Toestand op : 31.12.1993 31.3.1994 - belaste reserves in kapitaal : 350.000 0 - wettelijke reserve : 130.000 0 - beschikbare reserve : 980.000 0 - overgedragen winst : 200.000 0 - belaste voorzieningen : 350.000 0 - afschrijvingsexcedent op installaties : 30.000 0 --------- ------- - totalen : 2.040.000 0 - opneming : - 2.040.000 - VU (geraamd bedrag der belastingschulden) + 9.981 - Dividenden (2.097.000 - 9.981) : + 2.087.019 ----------- - Belastbare basis : 57.000 2. Weerslag bij de overnemende vennootschap B
De fiscale meerwaarde op de ingetrokken aandelen A wordt als volgt berekend : - 90 % fiscale nettowaarde A (2.900.000 x 90 %) : 2.610.000 - geraamd bedrag der belastingschulden : - 9.981 --------- - verschil : 2.600.019 - aanschaffingsprijs aandelen A : - 2.385.000 --------- - fiscale meerwaarde : 215.019 Deze fiscale meerwaarde komt in principe voor DBI-aftrek in aanmerking.
De vrijgestelde reserves van A worden bij B met 120.000 F verminderd, met name t.b.v. 57.000 F op de verwezenlijkte meerwaarde en t.b.v. 63.000 F op de investeringsreserve (zie hiervoor "weerslag bij vennootschap A").
In fiscaal opzicht mag inz. de uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarde (t.t.z. de herwaarderingsmeerwaarde in kapitaal) geen "vermindering" ondergaan (art. 211, § 2, lid 4, WIB 92).
Vaststelling van de boekhoudkundige meerwaarde op de ingetrokken aandelen A.
De boekhoudkundige meerwaarde op de ingetrokken aandelen A in het bezit van B bedraagt 728.019 F, t.t.z. [(3.470.000 x 90 %) - 9.981)] - 2.385.000. Deze meerwaarde wordt als uitzonderlijke opbrengst geboekt en toegewezen aan de overgedragen winst.
Vermindering van het boekhoudkundig eigen vermogen van A, t.g.v. de 90 % deelneming van B in A.
Ingevolge de overname worden de verschillende boekhoudkundige rekeningen van het eigen vermogen van A verminderd met 90 %; daarbij wordt als volgt tewerkgegaan : - het maatschappelijk kapitaal wordt verminderd met 1.620.000 (1.800.000 x 90 %); - de boekhoudkundige reserves worden verminderd met 1.503.000 t.t.z. (130.000 + 360.000 + 980.000 + 200.000 = 1.670.000 x 90 %), waarbij deze vermindering eerst op de belaste reserves wordt aangerekend : - totale boekhoudkundige vermindering : 1.503.000 - wettelijke reserve : 130.000 - beschikbare reserve : 980.000 - overgedragen winst : 200.000 ------- - totaal : - 1.310.000 ---------- - boekhoudkundig aangerekend op de belastingvrije reserves : 193.000 De kapitaalverhoging bij B ingevolge de overname van A is als volgt samengesteld : - gestort kapitaal (500.000 x 10 %) : 50.000 - vrijgestelde reserves : herwaardering (950.000 - 820.000) (1) : 130.000 -------- - totaal : 180.000 (1) 820.000 = 1.800.000 x 90 % (90 % vermindering van het kapitaal) - 500.000 x 90 % (90 % vermindering van het gestort kapitaal) - 350.000 (integrale vermindering van de belaste reserves in kapitaal) Ingevolge de overname ziet de openingsbalans op 1.1.1994 er als volgt uit : A Vennootschap B P ---------------------------------------------------------------------- Vaste activa | Kapitaal Terreinen en gebouwen | (4.000.000+1.800.000x (3.200.000+1.720.000) 4.920.000| 10 %) 4.180.000 Installaties, enz. | Reserves (2.400.000+210.000) 2.610.000| Wettelijke 400.000 Financiële vaste activa | Belastingvrije (7.060.000-2.385.000+ | (1.600.000+360.000- 1.150.000) 5.825.000| 193.000) 1.767.000 ----------| Beschikbare 6.600.000 13.355.000| | Overgedragen winst | (300.000+728.019) 1.028.019 | --------- | 13.975.019 | Vlottende activa | Voorzieningen voor Voorraden | risico's en kosten (2.800.000+500.000) 3.300.000| (1.680.000+400.000) 2.080.000 Andere | (2.920.000+1.110.000) 4.030.000| Schulden ---------| (3.800.000+820.000) 4.620.000 7.330.000| ----------| Geraamd bedrag der 20.685.000| belastingschulden 9.981 ==========| --------- | 20.685.000 | ==========
Overboeking naar de belastingvrije reserves 893.000 a/ Belastingvrije reserves (73.000+820.000) 893.000
Installaties 30.000 Voorzieningen voor risico's en kosten 350.000 a/ Terugneming van afschrijvingen 30.000 Terugneming van voorzieningen van risico's en kosten 350.000
De fiscale vermogensbestanddelen en het maatschappelijk kapitaal bij vennootschap B zien er als volgt uit : Gestort kapitaal - gestort in 1947 (B) 1.000.000 - gestort in 1948 (B) 500.000 - gestort in 1960 (B) 3.000.000 - vermindering in 1994 ingevolge de overname van A (500.000 x 90 %) : - 450.000 --------- - totaal : 4.050.000 ========= Belaste reserves 1° over te dragen reserves : - A (2.040.000 - 2.040.00) 0 - B 8.700.000 --------- - totaal 8.700.000 ========= 2° indeling van de over te dragen reserves : - wettelijke 400.000 - beschikbare 6.600.000 - overgedragen winst (1.028.019 - 513.000 - 215.019) 300.000 - belastbare voorziening B 1.200.000 - onderschatting voorraden B 200.000 --------- - totaal 8.700.000 ========= 3° fiscale meerwaarde op de ingetrokken aandelen A in het bezit van B waarop de DBI-aftrek van toepassing is (overgeboekt naar de overgedragen winst) 215.019 ======= Vrijgestelde reserves 1° reserves waarop de "vermindering" van toepassing is : - investeringsreserve A in belastingvrije reserve (100.000 - 63.000) : 37.000 - verwezenlijkte meerwaarden in belastingvrije reserve : - A (260.000 - 57.000) : 203.000 - B : 1.600.000 --------- - subtotaal : 1.803.000 --------- - totaal : 1.840.000 ========= 2° reserves waarop de vermindering "niet" van toepassing is : - uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarde (T.b.v. de latere afschrijvingen op de voorheen op de "terreinen en gebouwen A" geboekte meerwaarde, zal de uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarde in "kapitaal" en in "belastingvrije reserve", onder de belaste reserves worden opgenomen (voor zover althans, wat de "belastingvrije reserve" betreft, deze alsdan niet via een creditering van het resultaat zou worden afgeboekt) : - in kapitaal : 130.000 - in belastingvrije reserve : 820.000 ------- - subtotaal : 950.000 - voorzieningen voor risico's en kosten (480.000 + 50.000) : 530.000 ------- - totaal : 1.480.000 ========= Samenstelling van het maatschappelijk kapitaal - gestort kapitaal : 4.050.000 - vrijgestelde reserves (herwaardering) : 130.000 --------- - totaal : 4.180.000 =========
Bij de vennootschap X (niet zijnde de overnemende vennootschap B) die 100 aandelen A bezat, blijven de in ruil ontvangen 50 nieuwe aandelen B gewaardeerd tegen de oorspronkelijke boekwaarde van de oude aandelen A. De in art. 45, WIB 92, vrijgestelde niet verwezenlijkte meerwaarde op de oude aandelen A wordt dus niet uitgedrukt, zodat de onaantastbaarheidsvoorwaarde er niet op van toepassing is.
V. VORIGE BEROEPSVERLIEZEN
A. Draagwijdte
40. Vóórheen was het zo dat overeenkomstig een vaste rechtspraak de vorige beroepsverliezen slechts konden worden afgetrokken door de belastingplichtige die ze had geleden. Dit had tot gevolg dat de aftrek van vorige beroepsverliezen verviel wanneer, al dan niet belastingvrij,
Wanneer daarentegen - evenwel uitsluitend wat de belastingvrije verrichtingen betreft - een verlieslatende vennootschap een winstgevende overnam, kon de overnemende vennootschap, binnen een bepaalde verhouding, haar vorige beroepsverliezen bij voortduur in mindering brengen (zie circ. 7.9.1992, Ci.D.19/416.334 - Ven.B - 31e afl. - Bull. 720).
41. Art. 1, W 6.8.1993 strekt er toe het verschil in fiscale behandeling t.a.v de voormelde verrichtingen teniet te doen, door met name voor belastingvrije verrichtingen de mogelijkheid te scheppen de verliezen van de verlieslatende vennootschap, binnen een bepaalde verhouding (breuk), aan de winstgevende vennootschap over te dragen.
De nieuwe "breuk" die daarbij zal moeten worden gehanteerd geldt zowel voor de "aftrekbeperking" van de vorige beroepsverliezen van de overnemende (of verkrijgende) vennootschap, als voor de "overdrachtregeling" van de vorige beroepsverliezen van de overgenomen (of gesplitste) vennootschap naar de overnemende (of verkrijgende) vennootschap, zodat het bedrag van de n een overnameverrichting nog aftrekbare vorige verliezen, in principe althans, niet beïnvloed wordt door de richting waarin deze overname verloopt. Ook het feit dat een bij de verrichting betrokken vennootschap voorafgaandelijke aandelen van een andere betrokken vennootschap zou bezitten, beïnvloedt geenszins nog de breuk.
42. De gewijzigde aftrekbeperking en de nieuwe overdrachtregel bij belastingvrije verrichtingen zijn van toepassing op :
43. Zoals voorheen is de regeling (zowel de "aftrekbeperking" als de nieuwe "overdrachtregeling" van de vorige beroepsverliezen) niet van toepassing bij belastbare verrichtingen van inbreng en overname. Zij is evenmin van toepassing op de vorige beroepsverliezen van de (inbrengende) vennootschap die onder vrijstelling van belasting, een inbreng van een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen heeft verricht.
44. In de in nr. 42, 1° en 2° bedoelde gevallen zijn de vorige beroepsverliezen die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór de inbreng of overneming heeft geleden, slechts definitief aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overnemende (of verkrijgende) vennootschap vóór de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden van die vennootschap en van de ingebrachte of overgenomen bestanddelen, eveneens vóór de verrichting ("aftrekbeperking" bij inbreng, fusie of splitsing).
In de in nr. 42, 3°, bedoelde gevallen zijn de vorige beroepsverliezen die de overgenomen vennootschap vóór de fusie heeft geleden, bij de overnemende vennootschap bij voortduur aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen vóór de fusie in het totaal van de fiscale nettowaarden, eveneens vóór de fusie, van de overnemende vennootschap en van de overgenomen bestanddelen ("overdrachtregeling" bij fusie).
In de nr. 42, 4°, bedoelde gevallen geldt de in het vorige lid bedoelde regel op het gedeelte van het bedoelde beroepsverlies dat is bepaald naar verhouding van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen in de totale fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap ("overdrachtregeling" bij splitsing).
45. Uit voormelde breuken blijkt dat anders dan voorheen (voormelde circ. 7.9.1992, nr. II/609 tot 611) telkens de fiscale nettowaarde "vóór" de verrichting wordt genomen, zodat de correctie die zich voorheen in de berekeningswijze opdrong t.a.v. de vermogensvermindering die voortvloeide uit het feit dat de inbreng niet volledig werd vergoed met nieuwe aandelen, thans buiten beschouwing wordt gelaten.
46. Zoals voorheen (voormelde circ. 7.9.1992, nr. II/610) wordt door het begrip "fiscale nettowaarde" verwezen naar Com.IB, 124/21. De aandacht wordt er evenwel op gevestigd dat voor de berekening van de breuken, negatieve fiscale nettowaarde met nul moeten worden gelijkgesteld (Senaat, zitting 1992-1993, parl.st. 765-2, blz. 16-17).
Deze interpretatie moet in voorkomend geval ook worden toegepast t.a.v. de vroegere aftrekbeperkingen op vorige beroepsverliezen bij belastingvrije verrichtingen (zie meergenoemde circ. 7.9.1992, nr. II/609, e.v.).
47. In vennootschappen met buitenlandse inkomsten wordt de oorsprong van de verliezen vastgesteld met inachtneming van de bepalingen van art. 75, KB/WIB 92. Wanneer bij een dergelijke vennootschap de nog compenseerbare verliezen moeten worden beperkt, wordt die beperking geacht verhoudingsgewijs betrekking te hebben op :
48. Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de specifieke anti- rechtsmisbruikbepaling als vermeld in art. 206, 5° en 6° lid, WIB 92, zoals het bestond vóór het werd gewijzigd door art. 1, W 6.8.1993, in het nieuwe art. 206, WIB 92 niet meer wordt hernomen. Overigens is het zo dat, zowel t.a.v. belastingvrije inbrengen als t.a.v. belastingneutrale fusies en splitsingen (art. 46, § 1, 2° en art. 211, WIB 92), de bepalingen ter zake in een specifieke anti-rechtsmisbruikbepaling voorzien.
B. Voorbeelden
Voorbeeld 1
49. De vennootschappen A en B smelten samen ingevolge een fusie door overneming of door oprichting. De fiscale nettowaarde van A bedraagt : 3.000.000. De fiscale nettowaarde van B bedraagt : 7.000.000. De totale fiscale nettowaarde van A en B vóór de verrichting bedraagt 10.000.000.
De vorige beroepsverliezen van vennootschap A bedragen : 1.000.000.
Eerste mogelijkheid : de vennootschap A neemt de vennootschap B over
Vorige beroepsverliezen van A die na de overname voor A nog aftrekbaar blijven (aftrekbeperking) : 1.000.000 x 3.000.000 ------------------------ = 300.000 10.000.000 Tweede mogelijkheid : de vennootschap B neemt de vennootschap A over
Vorige beroepsverliezen van A die na de overname door B, bij deze bij voortduur aftrekbaar blijven (overdrachtregeling) : 1.000.000 x 3.000.000 ------------------------- = 300.000 10.000.000 Derde mogelijkheid : de vennootschappen A en B fuseren door oprichting van een nieuwe vennootschap C
Vorige beroepsverliezen van A die na de overname door C, bij deze aftrekbaar worden. 1.000.000 x 3.000.000 ------------------------ = 300.000 10.000.000 Voorbeeld 2
50. Idem als voorbeeld 1, met dien verstande dat ook de vennootschap B vorige beroepsverliezen heeft t.b.v. 2.000.000 F.
Vorige beroepsverliezen die na een overnameverrichting (A neemt B over, B neemt A over, of A en B fuseren tot C) nog aftrekbaar blijven :
1.000.000 x 3.000.000 ----------------------- = 300.000 10.000.000
2.000.000 x 7.000.000 ----------------------- = 1.400.000 10.000.000
Voorbeeld 3
51. Idem als voorbeeld 2, met dien verstande dat de nettowaarde van A negatief is (t.t.z. - 3.000.000) zodat de fiscale nettowaarde van A voor de berekeningen met nul moet worden gelijkgesteld.
Vorige beroepsverliezen die na een overnameverrichting (A neemt B over, B neemt A over, of A en B fuseren tot C) nog aftrekbaar blijven :
1.000.000 x 0 --------------- = 0 7.000.000
2.000.000 x 7.000.000 ----------------------- = 2.000.000 7.000.000
Voorbeeld 4
52. De vorige beroepsverliezen van de vennootschap A bedragen 1.000.000, terwijl haar fiscale nettowaarde 3.000.000 bedraagt.
Eerste mogelijkheid : A wordt gesplitst door oprichting van de vennootschappen B en C
1.200.000 van de fiscale nettowaarde van A wordt ingebracht bij B, terwijl bij C 1.800.000 wordt ingebracht.
Overdrachtregeling inzake de verliezen van A : - aftrekbaar bij B : 1.000.000 x 1.200.000 1.200.000 ----------------------- x ----------- = 400.000 3.000.000 1.200.000 - aftrekbaar bij C : 1.000.000 x 1.800.000 1.800.000 ----------------------- x ----------- = 600.000 3.000.000 1.800.000 Tweede mogelijkheid : A wordt gesplitst door overneming door de vennootschappen B (met een fiscale nettowaarde van 2.000.000) en C (met een fiscale nettowaarde van 4.950.000)
1.200.000 van de fiscale nettowaarde van A wordt overgenomen door B, terwijl C 1.800.000 overneemt.
Overdrachtregeling inzake de verliezen van A :
1.000.000 x 1.200.000 1.200.000 ----------------------- x ----------------------- = 150.000 3.000.000 1.200.000 + 2.000.000
1.000.000 x 1.800.000 1.800.000 ----------------------- x ---------------------- = 160.000 3.000.000 1.800.000 + 4.950.000 VI. INWERKINGTREDING
53. De hiervoor besproken bepalingen van de W 6.8.1993 zijn van toepassing op de verrichtingen die plaatsvinden vanaf de datum van de inwerkingtreding van de W 29.6.1993 (zie nr. 4, inzake de vennootschapsrechtelijke regeling), met name vanaf 1.10.1993. Ook de bepalingen over de boekhoudkundige verwerking van fusies en splitsingen van vennootschappen (zie nr. 6, inzake het KB 3.12.1993) zijn van toepassing op de fusies en splitsingen die vanaf die datum worden uitgevoerd.
Onder verrichtingen moet inzonderheid, al naargelang van het geval, worden verstaan (Senaat - 1992/1993 - parl.st. 765/1 - blz. 9 en 10) :
54. De datum waarop met name de voormelde fusie- en splitsingverrichtingen moeten worden geacht plaats te vinden (inzonderheid t.a.v. een retroactiviteitsclausule), is deze waarop de beoogde verrichtingen worden voltrokken (zie inz. de art. 174/8, 174/22, 174/36, 174/50 en 174/52, SWHV). Noch het feit dat de beslissingen ter zake bijzondere bepalingen omtrent hun uitwerking (en meer bepaald een retroactiviteitsclausule) zouden bevatten, noch de vraag of die bepalingen tegenstelbaar zijn aan de administratie, hebben ter zake enig belang.
55. Niettemin zullen de vennootschapsakten m.b.t. fusie- en splitsingverrichtingen in de regel een boekhoudkundig retroactiviteitsbeding bevatten. Immers het "fusie- of splitsingvoorstel" (zie art. 174/2 en 174/27, SWHV) dient verplichtend de datum te vermelden vanaf welke de handelingen van de overgenomen - resp. de te splitsen - vennootschap boekhoudkundig geacht worden te zijn verricht voor rekening van de overnemende - resp. de verkrijgende - vennootschap (art. 174/2, § 2, e en art. 174/27, § 2, e, SWHV).
56. In dit verband wordt opgemerkt dat de terugwerkende kracht van een vennootschapsakte in de regel niet tegenstelbaar is aan de Administratie (Com.IB 92, 340/82). Van dit beginsel mag inz. t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule :
57. De voormelde termijn van zeven maand strekt er inzonderheid toe de vennootschappen - die per kalenderjaar boekhouden en die in het voorjaar besluiten te fuseren of te splitsen - toe te laten een boekhoudkundige retroactiviteit in aanmerking te nemen die teruggaat tot op de eerste dag van het boekjaar waarin de verrichting plaatsgrijpt (m.a.w. tot op 1 januari).
Deze termijn zal immers volstaan om de verrichting uit te voeren overeenkomstig de vennootschapsrechtelijke voorschriften (o.a. de opmaak van het fusie- of splitsingvoorstel waaraan o.m. de jaarrekening van het vorige boekjaar is toegevoegd, de neerlegging van dit voorstel ter griffie van de rechtbank van koophandel uiterlijk 6 weken vóór de desbetreffende algemene vergaderingen, het houden van de algemene vergaderingen waarin tot fusie of splitsing wordt besloten en waarvan de notulen bij authentieke akte worden opgesteld : zie o.m. de art. 174/2, 174/4, 174/7, 174/27, 174/31 en 174/35, SWHV), en zulks zonder dat noodzakelijkerwijs een zgn. tussentijdse afsluiting (zie art. 174/4, § 2, 5°, SWHV) dient te worden opgesteld.
Circulaire nr. Ci.RH.421/461.318 dd. 19.01.1995
Bull. nr. 747, pag. 764
BEROEPSVERLIES
Verlies van vorige belastbare tijdperken.
FUSIE VAN VENNOOTSCHAPPEN
Belastingstelsel.
SPLITSING VAN VENNOOTSCHAPPEN
Belastingstelsel.
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Fusie van vennootschappen.
Splitsing van vennootschappen.
WET
Wet inzake fusie en splitsing van vennootschappen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
Inhoudstafel Nr. I. Wetteksten ................................................. 1 II. Algemene draagwijdte ....................................... 4 III. Belastingneutrale fusie en splitsing A. Grondvoorwaarden ........................................ 8 B. Volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen 22 C. Niet volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen bij voorafgaandelijk bezit van aandelen ........ 25 D. Niet volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen ingevolge een opleg in geld .................... 33 E. Voorbeelden ............................................. 37 V. Vorige beroepsverliezen A. Draagwijdte ............................................. 40 B. Voorbeelden ............................................. 49 VI. Inwerkingtreding ........................................... 53 I. WETTEKSTEN
1. Na de wijzigingen door de art. 1 tot 6, W 6.8.1993 houdende fiscale bepalingen inzake fusie en splitsing van vennootschappen (V 2263 - Bull. 731) luiden de art. 206, en 210 tot 214, WIB 92 als volgt :
| "Art. | 206 |
De aftrek mag per belastbaar tijdperk in geen geval meer bedragen dan 20 miljoen frank of, wanneer de winst na toepassing van de artikelen 202 tot 205, meer dan 40 miljoen frank bedraagt, de helft van die winst.
§ 2. Wanneer een vennootschap de inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen heeft verkregen of een andere vennootschap door fusie of splitsing geheel of gedeeltelijk heeft overgenomen met toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° en tweede lid, of van artikel 211, § 1, zijn de beroepsverliezen die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór die inbreng of die overneming heeft geleden slechts definitief aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden van die vennootschap en van de ingebrachte of overgenomen bestanddelen, eveneens vóór de verrichting.
In geval van fusie met toepassing van artikel 211, § 1, zijn de beroepsverliezen die een overgenomen vennootschap vóór die fusie heeft geleden bij de overnemende vennootschap bij voortduur aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen van de eerstgenoemde vennootschap vóór de fusie in het totaal van de fiscale nettowaarden, eveneens vóór de fusie, van de overnemende vennootschap en van de overgenomen bestanddelen. In geval van splitsing met toepassing van artikel 211, § 1, geldt de vorenstaande regel op het gedeelte van het bedoelde beroepsverlies dat is bepaald naar verhouding van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen in de totale fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap.
Art. 210
§ 1. De artikelen 208 en 209 zijn mede van toepassing :
| 1° | bij fusie door overneming of door oprichting van een nieuwe vennootschap, bij splitsing door overneming of door oprichting van nieuwe vennootschappen of bij met fusie van vennootschappen gelijkgestelde verrichtingen; |
| 2° | bij ontbinding zonder verdeling van het maatschappelijk vermogen, anders dan in gevallen als vermeld onder 1°; |
| 3° | bij het aannemen van een andere rechtsvorm, behalve in gevallen als vermeld in de artikelen 165 tot 174 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen; |
| 4° | bij het overbrengen van de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer naar het buitenland. |
| Art. | 211 |
| 1° | komen de meerwaarden als vermeld in de artikelen 44, § 1, 1° en 47, die op het ogenblik van de verrichting zijn vrijgesteld, en de meerwaarden die naar aanleiding van die verrichting worden verwezenlijkt of vastgesteld, niet in aanmerking voor belastingheffing ingevolge artikel 208, tweede lid, of artikel 209; |
| 2° | blijft belastingheffing ingevolge artikel 209 voor het overige achterwege voor zover de inbrengen worden vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven. |
| 1° | de overnemende of de verkrijgende vennootschap een binnenlandse vennootschap is; |
| 2° | de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen; |
| 3° | de verrichting beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften. |
De vermindering wordt eerst aangerekend op de belaste reserves, daarna, indien die reserves ontoereikend zijn, op de vrijgestelde reserves en ten slotte op het gestorte kapitaal.
In zover de inbrengen niet worden vergoed omdat de overnemende of verkrijgende vennootschappen in het bezit zijn van aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap wordt, in afwijking van het tweede lid, de vermindering verhoudingsgewijs aangerekend op het gestorte kapitaal en de reserves, waarbij de vermindering van de reserves bij voorrang op de belaste reserves wordt aangerekend.
Geen enkele vermindering wordt, behoudens wat betreft de in artikel 47 vermelde meerwaarde, aangerekend op de in § 1, eerste lid, 1° vermelde meerwaarden, noch op de in artikel 48 vermelde vrijgestelde waardeverminderingen en voorzieningen die als dusdanig in de boekhouding van de overnemende of verkrijgende vennootschappen worden teruggevonden.
De vermindering van het gestorte kapitaal wordt geacht te zijn gedaan op de datum van de in § 1, eerste lid, vermelde verrichting.
| Art. | 212 |
In dezelfde gevallen blijven de bepalingen van dit Wetboek op de wijze en onder de voorwaarden als daarin zijn gesteld, van toepassing op de waardeverminderingen, voorzieningen, onder- en overwaarderingen, subsidies, vorderingen, meerwaarden en reserves die bij de overgenomen of gesplitste vennootschappen bestonden, in zover die bestanddelen worden teruggevonden in de activa van de overnemende of verkrijgende vennootschappen; de fusie of splitsing mag niet tot gevolg hebben dat de oorspronkelijke termijn voor herbelegging van de aan die voorwaarden onderworpen meerwaarden wordt verlengd.
| Art. | 213 |
| Art. | 214 |
Artikel 212 is mede van toepassing ingeval vennootschappen die zijn opgericht in een der vormen bepaald in het Wetboek van koophandel, met vrijstelling van belasting zijn omgezet vóór de inwerkingtreding van de wet van 23 februari 1967 tot wijziging, wat de omzetting van vennootschappen betreft, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.
§ 2. Voor de toepassing van de artikelen 212 en 213 worden de fusies, splitsingen en omzettingen, alsmede de inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen waarin de overgenomen, gesplitste of omgezette vennootschappen voorheen met vrijstelling van belasting hebben deelgenomen, geacht niet te hebben plaatsgevonden".
Voorts heeft art. 7, W 6.8.1993, art. 345, § 1, eerste lid, 1°, WIB 92 als volgt gewijzigd :
| Art. | 345 |
1° een verrichting als vermeld in de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, eerste lid of 344, § 2, wel degelijk beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften;" (Die bepaling werd ondertussen opnieuw gewijzigd door art. 23, W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit (V 2297 - Bull. 739)).
3. De voormelde wijzigingen zijn wat de fusies en splitsingen van vennootschappen betreft, van toepassing op de verrichtingen die vanaf 1.10.1993 plaatsvinden.
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
4. Ingevolge de derde en zesde Europese richtlijn betreffende de fusies en de splitsingen van naamloze vennootschappen, werd bij W 29.6.1993 tot wijziging, wat de fusies en splitsingen van vennootschappen betreft, van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935 (V 2252 - Bull. 731), een vennootschapsrechtelijke regeling voor fusies en splitsingen van vennootschappen in de SWHV ingevoerd (de art. 174/1 tot 174/52, SWHV).
5. De door de W 6.8.1993 in het WIB 92 aangebrachte wijzigingen strekken er in eerste instantie dan ook toe om enerzijds de begrippen omtrent fusie- en splitsingverrichtingen, en anderzijds de basisvoorwaarden inzake belastingvrije fusies en splitsingen, op die vennootschapsrechtelijke regeling af te stemmen. Voorts werd m.b.t. deze verrichtingen een specifieke anti-rechtsmisbruikbepaling ingevoerd, gekoppeld aan een mogelijkheid tot ruling.
Daarenboven was de wetgever van mening dat het belastingneutraal regime inzake fusies en splitsingen zoals het werd ingevoerd door de W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (V 2019 - Bull. 691), diende te worden verbeterd t.a.v. de belastingheffing die ontstaat ingevolge het verdwijnen van een gedeelte van de vermogensbestanddelen (inz. de vrijgestelde reserves), bij intrekking van de aandelen die de overnemende vennootschap voorafgaandelijk bezit in de overgenomen vennootschap. Deze verbeteringen houden met name in dat de bepalingen die in dat verband de verminderingen regelen van de verschillende reserves, zodanig worden aangepast dat die vermindering niet langer verhoudingsgewijs geschiedt op de belaste en vrijgestelde reserves, maar bij voorrang op de belaste reserves en enkel in de mate dat deze onvoldoende zouden zijn, op de vrijgestelde reserves. Maar zelfs dan nog wordt t.a.v. de gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden de neutraliteit volledig gewaarborgd, doordat het verdwenen gedeelte ervan niet als dividend zal worden belast, maar bij de overnemende vennootschap verder gespreid zal worden aangeslagen.
Tenslotte worden wijzigingen aangebracht aan de bepalingen die t.a.v. de vorige beroepsverliezen gelden bij belastingvrije verrichtingen. Deze wijzigingen strekken er toe :
- enerzijds, om het verschil in fiscale behandeling tussen de situatie waarbij de verlieslatende vennootschap door een andere vennootschap wordt overgenomen en deze waarbij de verlieslatende vennootschap zelf die andere vennootschap overneemt, teniet te doen door de mogelijkheid te scheppen de verliezen van de verlieslatende vennootschap, binnen een bepaalde verhouding, aan de winstgevende vennootschap over te dragen;
- anderzijds, het vroegere derde lid van art. 206, WIB 92, aan te passen in die zin dat voortaan de aftrekbeperking van de verliezen bij belastingvrije verrichtingen slechts van toepassing zal zijn naar verhouding tot een breuk met als teller, de fiscale nettowaarde van de overnemende vennootschap vóór de verrichting en met als noemer het totaal van de fiscale nettowaarden van die vennootschap en van de overgenomen bestanddelen, eveneens vóór de verrichting.
6. In navolging van de vennootschapsrechtelijke en fiscale regelingen inzake fusies en splitsingen, werden bij KB 3.12.1993 tot wijziging van de koninklijke besluiten van 8.10.1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, van 12.9.1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningstelsel en van 6.3.1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen (V 2277 - Bull. 735), de boekhoudkundige aspecten inzake fusie- en splitsingverrichtingen geregeld.
Dit besluit kan in grote lijnen als volgt worden samengevat (uittreksel uit een mededeling verschenen in het Bull. CBN nr. 31 van december 1993) (Het nieuwe regime voor de boekhoudkundige verwerking van fusies is gepubliceerd in het Bull. CBN nr. 32 van juni 1994 (advies 166/1)) :
"...
| 1. | Bij fusies en daarmee gelijkgestelde verrichtingen alsook bij splitsingen, verwezenlijkt overeenkomstig de vennootschapsrechtelijke bepalingen ter zake, geldt het beginsel van de boekhoudkundige continuïteit : actief- en passiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap, met inbegrip van de verschillende bestanddelen van haar eigen vermogen, worden op het tijdstip waarop de fusie boekhoudkundig is verwezenlijkt, ongewijzigd opgenomen in de rekeningen van de overnemende vennootschap, met andere woorden, in dezelfde posten en tegen dezelfde waarde als in de rekeningen van de overgenomen vennootschap. Daaruit volgt dat fusie of splitsing in se noch enige minder- of meerwaarde, noch enig resultaat tot gevolg heeft, noch enige weerslag heeft op het bedrag, de structuur of de beschikbaarheid van het eigen vermogen van de overgenomen of gesplitste vennootschap. De raming van de waarde van de fuserende vennootschappen en van hun aandelen, in het kader van de fusie, dient enkel om de ruilverhoudingen vast te stellen, met andere woorden, om te bepalen hoeveel nieuwe aandelen van de overnemende vennootschap moeten worden toegekend aan de aandeelhouders van de overgenomen vennootschap; die waarde heeft geen weerslag op de boekhoudkundige verwerking van de fusie. |
| 2. | Ook bij de waardering van de aandelen in de overnemende vennootschap, die de aandeelhouders van de overgenomen vennootschap in ruil voor hun aandelen hebben ontvangen, geldt het continuïteitsbeginsel. |
| 3. | In vier gevallen wordt op het continuïteitsbeginsel evenwel uitzondering gemaakt : |
| 1° | Indien de overgenomen vennootschap eigen aandelen bezat, worden die bij de fusie ingetrokken; dit betekent dat ook de daarmee overeenstemmende onbeschikbare reserve voor eigen aandeel wordt afgeboekt. |
| 2° | Indien, rekening houdend met de ruilverhouding en de nominale waarde van de aandelen die als tegenwaarde worden toegekend, het bedrag waarmee het kapitaal van de overnemende vennootschap verhoogt, niet overeenstemt met het bedrag van het kapitaal van de overgenomen vennootschap, wordt het verschil, naar gelang van het geval en overeenkomstig de beslissing van de algemene vergadering die tot fusie beslist, onttrokken aan de andere bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap of toegerekend aan de uitgiftepremie. |
| 3° | Indien de vennoten van de overgenomen vennootschap een opleg in geld ontvangen, wordt deze geacht aan het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap te zijn onttrokken. |
| 4° | Indien de overnemende vennootschap aandelen bezat van de overgenomen vennootschap, worden daarvoor geen aandelen van de overnemende vennootschap toegekend maar worden de betrokken aandelen ingetrokken. Ten belope van de fractie die overeenstemt met die ingetrokken aandelen, worden de eigen-vermogensbestanddelen van de overgenomen vennootschap niet in de rekeningen van de overnemende vennootschap opgenomen. Als er tussen de boekwaarde van die aandelen in het bezit van de overnemende vennootschap en de hiermee overeenstemmende fractie van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap een verschil bestaat, wordt dit verwerkt naar zijn aard of oorsprong. Voor zover het verschil positief is en kan worden toegerekend aan identificeerbare actiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap, wordt het naar verhouding toegerekend aan deze actiefbestanddelen. Indien dit verschil kan toegerekend worden aan een overwaardering van schulden, of aan overtollige aanschrijvingen, waardeverminderingen of voorzieningen die door de overgenomen vennootschap in resultaat waren genomen, maar die niet langer dienstig dan wel overtollig zijn, worden deze bij de fusie via de resultatenrekening teruggenomen. Het verschil dat overblijft na deze toerekeningen wordt, naargelang van het geval, opgenomen in de post "goodwill" of in resultaat genomen. Indien het daarentegen om een negatief verschil gaat, wordt het als volgt verwerkt : voor zover dit voortvloeit uit een overwaardering van activa of een onderwaardering van passiva door de overgenomen vennootschap, worden voor het betreffende bedrag in de resultatenrekening afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen geboekt. Het verschil dat overblijft na deze correctieboekingen, wordt in resultaat genomen. |
7. Deze huidige circulaire behandelt de essentie van al deze wijzigingen. Daarbij wordt vooral de nadruk gelegd op de inhoudelijke wijzigingen die zich t.a.v. het vorige regime inzake belastingvrije fusie en splitsing hebben voorgedaan. Dat vorige regime, dat van toepassing was vanaf 1.1.1990 tot 30.9.1993, werd uitvoerig besproken in de circ. 6.12.1993, nr. Ci.F.19/416.334 - Ven.B - 35° afl. - Bull. 734 (hierna afgekort de "circ 6.12.1993"). Op de diverse vormelijke aanpassingen zal in de regel evenwel niet worden ingegaan.
De volledige commentaar zal zo spoedig mogelijk als een bijwerking van de Com.IB 92 worden verstrekt.
III. IN BEGINSEL BELASTBARE VERRICHTINGEN
8. Voorheen waren de bepalingen m.b.t. de verdeling van het maatschappelijk vermogen (de art. 208 en 209, WIB 92) eveneens van toepassing wanneer een vennootschap verdween op een van de wijzen bedoeld in art. 210, § 1, 1° tot 4°, WIB 92, met name :
| 1° | bij fusie of splitsing, door overneming of door oprichting; |
| 2° | bij ontbinding zonder verdeling van het maatschappelijk vermogen, inz. bij de verrichting waarbij alle aandelen van een vennootschap in handen van één aandeelhouder (natuurlijke persoon of vennootschap) waren verenigd en de vennootschap werd ontbonden, waarbij het vermogen onverdeeld op die ene aandeelhouder overging; |
| 3° | bij het aannemen van een andere rechtsvorm (behalve in de gevallen als bedoeld in de art. 165 tot 174, SWHV); |
| 4° | bij het overbrengen van de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer naar het buitenland. |
9. Voortaan zijn in het 1° van dat art. 210, § 1, dan ook bedoeld :
- de fusie door overneming, t.t.z. "de rechtshandeling waarbij het gehele vermogen van een of meer vennootschappen, zowel de rechten als de verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening op een andere vennootschap overgaat tegen uitreiking van aandelen in de overnemende vennootschap aan de aandeelhouders of vennoten van de overgenomen vennootschap of vennootschappen, eventueel met een opleg in geld die niet meer mag bedragen dan een vijfde van de nominale waarde of, bij gebreke van een nominale waarde, van de fractiewaarde van de uitgereikte aandelen" (art. 174/1, § 1, SWHV);
- de fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap, t.t.z. "de rechtshandeling waarbij het gehele vermogen van verscheidene vennootschappen, zowel de rechten als de verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening op een nieuwe door hen opgerichte vennootschap overgaat tegen uitreiking van aandelen in de nieuwe vennootschap aan de aandeelhouders of vennoten van de verdwijnende vennootschappen, eventueel met een opleg in geld die niet meer mag bedragen dan een vijfde van de nominale waarde of, bij gebreke van een nominale waarde, van de fractiewaarde van de uitgereikte aandelen" (art. 174/17, § 1, SWHV);
- met fusie door overneming gelijkgestelde verrichtingen, t.t.z. :
| 1° | "de rechtshandeling waarbij het gehele vermogen van een of meer vennootschappen, zowel de rechten als de verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening overgaat op een andere vennootschap die reeds houdster is van al hun aandelen en van de andere effecten waaraan stemrecht in de algemene vergadering is verbonden; |
| 2° | de rechtshandeling waarbij het gehele vermogen van een of meer vennootschappen, zowel de rechten als de verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening overgaat op een andere vennootschap, wanneer al hun aandelen en de andere effecten waaraan stemrecht in de algemene vergadering is verbonden, in handen zijn ofwel van die andere vennootschap, ofwel van personen die deze aandelen en effecten op eigen naam maar voor rekening van die vennootschap houden, ofwel van die personen en van die vennootschap" (art. 174/24, SWHV); |
- de splitsing door overneming, t.t.z. "de rechtshandeling waarbij het gehele vermogen van een vennootschap, zowel de rechten als de verplichtingen, als gevolg van haar ontbinding zonder vereffening, op verscheidene vennootschappen overgaat tegen uitreiking aan de aandeelhouders of vennoten van de gesplitste vennootschap, van aandelen van de vennootschappen die delen in het gesplitste vermogen, hierna "verkrijgende vennootschappen" te noemen, eventueel met een opleg in geld die niet meer mag bedragen dan een vijfde van de nominale waarde of, bij gebreke van een nominale waarde, van de fractiewaarde van de uitgereikte aandelen" (art. 174/26, § 1, SWHV);
- de splitsing door oprichting van nieuwe vennootschappen, t.t.z. "de rechtshandeling waarbij het gehele vermogen van een vennootschap, zowel de rechten als de verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening op verscheidene nieuwe door haar opgerichte vennootschappen overgaat tegen uitreiking aan de aandeelhouders of vennoten van de gesplitste vennootschap van aandelen van de verkrijgende vennootschappen eventueel met een opleg in geld die niet meer mag bedragen dan een vijfde van de nominale waarde of, bij gebreke van een nominale waarde, van de fractiewaarde van de uitgereikte aandelen" (art. 174/45, § 1, SWHV);
- de splitsing door overneming en door oprichting van nieuwe vennootschappen, t.t.z. "de rechtshandeling waarbij het gehele vermogen van een vennootschap, zowel de rechten als de verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening op een of meer bestaande vennootschappen en op een of meer door haar opgerichte vennootschappen overgaat tegen uitreiking aan de aandeelhouders of vennoten van de gesplitste vennootschap, van aandelen van de vennootschappen die delen in het gesplitste vermogen" (art. 174/52, § 1, SWHV).
10. In het 2° van het nieuwe art. 210, § 1, WIB 92, wordt voortaan nog slechts de ontbinding zonder verdeling van het maatschappelijk vermogen bedoeld, anders dan in de gevallen als vermeld onder § 1, 1°, hiervoor, inz. de verrichting waarbij alle aandelen van een vennootschap in handen van één aandeelhouder-natuurlijke persoon - zijn verenigd en de vennootschap wordt ontbonden waarbij het vermogen onverdeeld op die natuurlijke persoon overgaat. Deze verrichting komt zoals voorheen niet in aanmerking voor de toepassing van het belastingneutraal regime. De gelijkaardige situatie waarbij alle aandelen in handen van één vennootschap zijn verenigd, is nu vervat in het 1° van § 1 (zie nr. 9, 3e streepje).
Het 3° en het 4° van art. 210, § 1, WIB 92 (zie nr. 8, eerste lid) hebben geen enkele wijziging ondergaan.
11. M.b.t. de belastbare verrichtingen bedoeld in het vroegere art. 210, § 1, WIB 92, bepaalde art. 210, § 2, WIB 92, dat t.a.v. de in § 1, 2° tot 4° bedoelde verrichtingen (zie nr. 8, eerste lid), de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen op de datum waarop de verrichtingen hebben plaatsgevonden met een bij verdeling van maatschappelijk vermogen uitgekeerde som diende te worden gelijkgesteld. Thans wordt deze bepaling uitgebreid tot de volledige § 1 van genoemd art. 210 (m.a.w. tot alle fusie- en splitsingverrichtingen bedoeld in de nieuwe § 1, 1°).
IV. BELASTINGNEUTRALE FUSIE EN SPLITSING
A. Grondvoorwaarden
12. Zoals reeds werd gezegd kunnen voortaan alleen nog de verrichtingen bedoeld in art. 210, § 1, 1° (nieuw) WIB 92, in aanmerking komen voor de toepassing van het belastingneutraal regime inzake fusie en splitsing. Wat de bedoelde verrichtingen betreft, kan dan ook worden verwezen naar nr. 9, hiervoor.
13. De voormelde fusie- en splitsingverrichtingen dienen daarenboven gelijktijdig aan drie grondvoorwaarden te voldoen, met name :
| 1° | de overnemende of verkrijgende vennootschap moet een binnenlandse vennootschap zijn; |
| 2° | de verrichting moet worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van de SWHV; |
| 3° | de verrichting moet beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften. |
Eerste voorwaarde : binnenlandse vennootschap
15. De eerste voorwaarde (nr. 13, 1°) is geen nieuwe voorwaarde en impliceert dat de overnemende of verkrijgende vennootschap krachtens art. 179, WIB 92 aan de Ven.B moet onderworpen zijn. De grensoverschrijdende overname door een buitenlandse vennootschap wordt hier dan ook niet beoogd.
Tweede voorwaarde : verrichting overeenkomstig de SWHV
16. Vroeger werd, bij gebrek aan enige specifieke juridische wetsbepaling, fusie of splitsing beschouwd als de ontbinding van de overgenomen vennootschap, gevolgd door de overdracht, in het kader van de vereffening, van alle actief- en passiefbestanddelen van haar vermogen door inbreng in de overnemende of verkrijgende vennootschap.
Thans hebben deze verrichtingen de volgende hoofdkenmerken :
- het bestaan van twee of meer vennootschappen (althans wat fusie betreft);
- de overgang van het volledige vermogen : alle activa en passiva, rechten en verplichtingen gaan van rechtswege over op de overnemende of verkrijgende vennootschap;
- de ontbinding zonder vereffening : de overgenomen of gesplitste vennootschap wordt van rechtswege ontbonden en houdt dus op te bestaan, terwijl haar gehele vermogen, zonder vereffening, van rechtswege overgaat op de overnemende of verkrijgende vennootschap;
- de uitreiking van aandelen in de overnemende of verkrijgende vennootschap aan de aandeelhouders of vennoten van de overgenomen of gesplitste vennootschappen, eventueel met een opleg in geld die niet meer mag bedragen dan 20 % van de nominale waarde, of bij gebreke van nominale waarde, van de fractiewaarde van de uitgereikte aandelen.
17. Wat de voorwaarden betreft waaraan de verrichtingen moeten voldoen kan inz. worden verwezen naar de art. 174/1 tot 174/52, SWHV.
Omtrent het begrip fusie bepalen de parlementaire werkzaamheden (Kamer - parl.st. 1214/1 - 1989/1990 - blz. 4) ook nog het volgende :
"In de zin van dit ontwerp worden dus niet als een fusieverrichting aangemerkt :
- de inbreng van een tak van bedrijf of de gedeeltelijke inbreng van activa : in een dergelijk geval is er geen overgang van het gehele vermogen, noch ontbinding van de vennootschap die de inbreng doet, of uitreiking van aandelen aan de aandeelhouders of vennoten van deze vennootschap;
- de verrichting waarbij een vennootschap zonder netto-actief door een andere vennootschap wordt overgenomen. Bij een dergelijke verrichting worden de aandeelhouders of vennoten van de overgenomen vennootschap immers geen aandeelhouders of vennoten van de overnemende vennootschap aangezien in dat geval het kapitaal van de overnemende vennootschap niet wordt verhoogd;
- de inbreng van het geheel van eigen en vreemd vermogen van een vennootschap in een andere vennootschap tegen de toekenning van rechten in die vennootschap : in dat geval worden de aandelen van de overnemende vennootschap niet rechtstreeks aan de vennoten van de inbrengende vennootschap uitgereikt; deze moet instaan voor haar eigen passief en er moet dus worden overgegaan tot vereffening. Derhalve moet hier het gemeen recht van de vereffening worden toegepast;
- de overdracht van het vermogen van de vennootschap (rechten en verplichtingen) tegen betaling van een geldsom : deze verrichting moet worden opgevat als een overgang van een handelszaak. Wanneer de vennootschap die deze overdracht doet verdwijnt ten gevolge van deze operatie, verschilt die verrichting ten gronde van de fusie, omdat de vennoten van de "overgenomen" vennootschap die hoedanigheid verliezen, geen risico meer dragen en hun inleg terug verkrijgen; zij vereffenen in werkelijkheid hun deelneming, zodat hier de regels van de vereffening geredelijk kunnen worden toegepast;
- de verrichting waarbij het gehele vermogen van een vennootschap overgaat op een andere vennootschap tegen een bijbetaling in geld die meer bedraagt dan 20 % van de nominale waarde van de uitgereikte aandelen".
18. Tot slot kan nog worden opgemerkt dat bepaalde vennootschapsrechtelijke voorwaarden, voor zover als nodig, ook in de hiernavolgende nummers afzonderlijk aan bod zullen komen.
In geval van ernstige twijfels nopens de vraag of de verrichting wel degelijk overeenkomstig de bepalingen van de SWHV is verwezenlijkt mag het dossier, met een omstandig verslag, via de hiërarchische weg aan het Hoofdbestuur worden voorgelegd.
Derde voorwaarde : anti-rechtsmisbruikbepaling
19. Luidens art. 211, § 1, tweede lid, 3°, WIB 92, moet de verrichting beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften.
Deze "specifieke" anti-rechtsmisbruikbepaling is ingevoerd om oneigenlijke constructies te verijdelen die bij fusie of splitsing an vennootschappen zouden kunnen worden opgezet.
De aandacht wordt erop gevestigd dat m.b.t. deze anti- rechtsmisbruikbepaling het de "verrichting" zelve is die aan rechtmatige financiële of economische behoeften moet voldoen. Zulks wijkt enigszins af van de "algemene anti-rechtsmisbruikbepaling" als bedoeld in art. 344, § 1, WIB 92 luidens hetwelk het de "juridische kwalificatie" van één of meer akten - rechtshandelingen of verrichtingen - is die aan rechtmatige financiële of economische behoeften moet voldoen (zie circ. 6.12.1993, Ci.D.19/453.895 Bull. 735).
Het feit dat deze specifieke anti-rechtsmisbruikbepaling expliciet deel uitmaakt van de grondvoorwaarden impliceert dat de bewijslast ter zake op de betrokken vennootschappen ligt.
Wanneer aan deze grondvoorwaarde niet zou zijn voldaan moet de verrichting als een belastbare verrichting in de zin van art. 210, WIB 92 worden aangemerkt (eerder dan de juridische kwalificatie van de verschillende akten ter zake op de helling te plaatsen). Overigens kan de algemene anti-rechtsmisbruikbepaling als bedoeld in art. 344, § 1, WIB 92, niet worden toegepast op de fusie- of splitsingverrichtingen als dusdanig (zie in dezelfde zin Senaat, parl.st. 765/2, 1992-1993 - blz. 35 tot 37). Immers laatstgenoemd artikel laat alleen een juridische herkwalificatie toe.
20. Zoals reeds gezegd gaat deze nieuwe voorwaarde gepaard met een mogelijkheid voor de belastingplichtige om hieromtrent een voorafgaand akkoord van de Administratie te bekomen. Reeds met ingang van de dag van publikatie van de W 6.8.1993 in het Belgisch Staatsblad (t.t.z. 31.8.1993) kon aan de voorzitter van de "Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden" een aanvraag in die zin worden gericht, uiteraard voor zover deze aanvraag betrekking had op verrichtingen die met ingang van 1.10.1993 zouden plaatsvinden.
Vroegere grondvoorwaarden
21. Twee vroegere grondvoorwaarden (art. 211, § 1, tweede lid (oud), WIB 92) zijn in de nieuwe wettekst niet meer opgenomen :
| 1° | vooreerst gaat het om de voorwaarde luidens dewelke, ingeval tot de ontbinding van de vennootschap niet werd besloten met de directe bedoeling tot een fusie of een splitsing over te gaan, het maatschappelijk vermogen tevoren niet gedeeltelijk met vrijstelling van belasting mocht worden verdeeld (zie Com.IB 124/8); deze voorwaarde werd evenwel door een gelijkaardige voorwaarde in de SWHV zelf vervangen : luidens deze laatste voorwaarde kan, wanneer de overgenomen of gesplitste vennootschap in vereffening is of in staat van faillissement verkeert, een fusie of splitsing nog slechts plaatsvinden mits nog geen begin werd gemaakt met de verdeling van het vermogen aan de aandeelhouders of vennoten (zie de § 2 van resp. de art. 174/1, 174/17, 174/26 en 174/45, SWHV); |
| 2° | vervolgens gaat het om de voorwaarde luidens dewelke - in dezelfde situatie als in 1°, hiervoor - de ontbonden vennootschap tevoren geen immateriële, materiële of financiële vaste activa mocht hebben vervreemd : aangezien de omstandigheden die indertijd tot de inlassing van die voorwaarden hebben geleid (zie circ. 27.4.1989, Ci.RH.421/404.071, Bull. 684) thans niet meer aan de orde zijn, was deze voorwaarde zonder voorwerp geworden. |
1. Algemeen
22. Opdat een fusie of splitsing met volledige belastingvrijstelling kan plaatsgrijpen dienen, zoals voorheen, de inbrengen van de overgenomen of gesplitste vennootschap(pen), volledig door nieuwe aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap(pen) te worden vergoed (art. 211, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92). Er kan dan ook mutatis mutandis worden verwezen naar de circ. 6.12.1993, nrs. II/710, e.v.
De door een vennootschap-aandeelhouder verkregen meerwaarde op aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap, die naar aanleiding van een belastingneutrale fusie of splitsing worden omgeruild tegen aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap, moet in fiscaal opzicht als een niet-verwezenlijkte meerwaarde bedoeld in art. 45, WIB 92 worden aangemerkt. Wanneer, mede gelet op de nieuwe boekhoudkundige bepalingen ter zake, deze niet-verwezenlijkte meerwaarde niet wordt uitgedrukt, vormt ze derhalve geen belastbare winst (zie art. 24, 1e lid, 2°, WIB 92) en is de onaantastbaarheidsvoorwaarde als vermeld in art. 190, WIB 92, er derhalve niet op van toepassing.
2. Bijzondere gevallen
23. Op grond van vennootschapsrechtelijke bepalingen (o.m. art. 174/11, § 2, SWHV) is het niet meer toegestaan nieuwe aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap uit te geven :
- als vergoeding voor de deelneming die de overnemende of verkrijgende vennootschap voorafgaandelijk in de overgenomen of gesplitste vennootschap bezit : derhalve zijn de bijzonderheden die voorheen op dergelijke situaties van toepassing waren, zonder voorwerp geworden (zie circ. 6.12.1993, nr. II/710, derde lid, II/742 en II/744);
- als vergoeding voor de eigen aandelen die de overgenomen of gesplitste vennootschap voorafgaandelijk bezat : in de regel zullen in dergelijk geval de eigen aandelen worden ingetrokken en de overeenkomstig art. 52bis, SWHV, gevormde onbeschikbare reserve zal worden afgeboekt; op fiscaal vlak zijn op de aldus ingetrokken aandelen de bepalingen van de art. 186 en 188, WIB 92 onverkort van toepassing, zonder enige afwijkende bijzonderheid (inz. zoals deze waarvan sprake in de circ. 6.12.1993, nr. II/742), zodat mutatis mutandis kan worden verwezen naar de circ. 10.8.1992, Ci.D.19/416.334 - Ven.B - 28e afl. - Bull. 720.
24. De zaken liggen daarentegen anders wanneer het de overgenomen (of gesplitste) vennootschap is die voorafgaandelijk aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap bezit. In dergelijk geval immers dient de volledige inbreng door nieuwe aandelen te worden vergoed en komt de overnemende of verkrijgende vennootschap "onder algemene titel" (art. 52bis, § 4, 2°, en art. 128bis, § 4, 2°, SWHV) in bezit van haar eigen aandelen. Voor de bijzonderheden die op dergelijke verkrijgingen van toepassing zijn wordt mutatis mutandis verwezen naar de voormelde circ. 10.8.1992, nrs. II/124 en 125 en de circ. 6.12.1993, nrs. II/742 en II/743.
C. Niet volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen bij voorafgaandelijk bezit van aandelen
25. Het feit dat de inbreng vertegenwoordigd door de aandelen die voorafgaandelijk in het bezit waren van de overnemende (of verkrijgende) vennootschap - wegens de intrekking van die aandelen - niet wordt vergoed met nieuwe aandelen, heeft tot gevolg dat in die mate de vermogensbestanddelen van de overgenomen (of gesplitste) vennootschap niet meer worden teruggevonden bij de overnemende (of verkrijgende) vennootschap. In de mate waarin de aldus verdwenen fiscale nettowaarde, het verdwenen gerevaloriseerd gestort kapitaal overschrijdt, moet een "uitgekeerd dividend" (zonder RV) worden belast.
Zoals voorheen (circ. 6.12.1993, nr. II/728, e.v.) bevat dit uitgekeerd dividend evenwel niet :
- de voorheen vrijgestelde herwaarderingsmeerwaarden en de inbrengmeerwaarden;
- de in art. 48, WIB 92 vermelde vrijgestelde waardeverminderingen en voorzieningen die als dusdanig in de boekhouding van de overnemende (of verkrijgende) vennootschappen worden teruggevonden.
Nieuw is echter dat voortaan dit uitgekeerd dividend evenmin de vrijgestelde gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden als vermeld in art. 47, WIB 92, bevat, die moeten worden geacht een "vermindering" (zie nr. 29 hierna) te hebben ondergaan.
26. Wanneer aldus in de gegeven omstandigheden de inbrengen niet volledig door nieuwe aandelen worden vergoed, worden het gestort kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de overgenomen (of gesplitste) vennootschap verhoudingsgewijs verminderd. De aanrekeningsregels die deze vermindering regelen worden voortaan expliciet in het WIB 92 zelve opgenomen (art. 211, § 2). De vroegere aanrekeningsregels vervat in de art. 80 tot 82, KB/WIB 92 die zonder voorwerp zijn geworden, zijn door art., KB 12.8.1994 tot wijziging van het KB/WIB 92 (V 2336 - Bull. 743) opgeheven.
Zoals reeds werd gezegd worden deze aanrekeningsregels, teneinde de fiscale neutraliteit beter te waarborgen, aangepast in die zin dat de "vermindering" weliswaar verder verhoudingsgewijs wordt aangerekend op het gestort kapitaal en de reserves doch, wat de aanrekening op de reserves betreft, voortaan bij voorrang op de belaste reserves, zodat slechts in de mate dat deze onvoldoende zouden zijn, de vrijgestelde reserves zullen worden aangesproken.
27. In dat verband wordt opgemerkt dat "geen vermindering" wordt aangerekend op de vrijgestelde herwaarderingsmeerwaarden en de inbrengmeerwaarden, alsmede op de in art. 48, WIB 92 vermelde vrijgestelde waardeverminderingen en voorzieningen die als dusdanig in de boekhouding van de overnemende of verkrijgende vennootschappen worden teruggevonden (art. 211, § 2, voorlaatste lid, WIB 92).
De "globale" vermindering van de vrijgestelde reserves dient dus te worden aangerekend op de vrijgestelde reserves - met inbegrip van de gespreid te belasten meerwaarden - andere dan de hiervoor vermelde inbrengmeerwaarden, herwaarderingsmeerwaarden, waardeverminderingen en voorzieningen.
Wanneer in het vermogen van de overgenomen (of gesplitste) vennootschap verschillende categorieën van vrijgestelde reserves voorkomen die in beginsel voor "vermindering" in aanmerking komen, dient de vennootschap een volledige en gedetailleerde opgave te verstrekken van de vrijgestelde reserves waarop zij de "globale" vermindering wenst aan te rekenen. Bij gebreke hiervan moet deze globale vermindering verhoudingsgewijs op de verschillende vrijgestelde reserves die voor "vermindering" in aanmerking komen worden aangerekend.
28. In de mate waarin deze "vermindering" aangerekend wordt op de in art. 519bis, WIB 92 bedoelde meerwaarden, wordt het bedrag van de opneming binnen de gestelde grenzen tegen een afzonderlijk tarief belast (variërend van 15 % tot 23 %, naargelang het aj. : circ. 6.5.1993 - Ci.D.19/444.905 - Ven.B - 12e afl. - Bull. 728).
29. In de mate evenwel waarin deze "vermindering" aangerekend wordt op de in art. 47, WIB 92, vermelde gespreid te belasten meerwaarden, heeft zij geen onmiddellijke taxatie tot gevolg. Immers het uitgekeerd dividend dat ingevolge de intrekking van de voorafgaande deelneming wordt belast, bevat niet de "vermindering" die op de gespreid te belasten meerwaarden wordt aangerekend (zie nr. 25, laatste lid). Het aldus verdwenen gedeelte van de vrijgestelde gespreid te belasten meerwaarden zal evenwel verder gespreid worden belast. Praktisch zal dit worden gerealiseerd door het verdwenen gedeelte, overeenkomstig art. 74, KB/WIB 92, gespreid onder de verworpen uitgaven op te nemen. Daarbij wordt t.n.v. de overnemende (of verkrijgende) vennootschap als volgt te werk gegaan :
- vooreerst wordt het overblijvende saldo van de vrijgestelde gespreid te belasten meerwaarde, tot uitputting, gespreid belast (in de regel, door een afboeking via het credit van de resultatenrekening);
- vervolgens wordt het verdwenen gedeelte van de vrijgestelde gespreid te belasten meerwaarden, gespreid belast door een opname als verworpen uitgave.
30. Wanneer een overnemende vennootschap B voorafgaandelijk in het bezit was van aandelen van de overgenomen (of gesplitste) vennootschap A, zal eerstgenoemde op de ingetrokken aandelen A een meer- of minderwaarde realiseren, die gelijk is aan het verschil tussen de door die aandelen A vertegenwoordigde netto inbrengwaarde van de vennootschap A en de fiscale waarde van die aandelen A bij vennootschap B.
31. Het positieve verschil (meerwaarde op de ingetrokken aandelen) doet op het ogenblik van de fusie of splitsing een in beginsel belastbaar resultaat ontstaan dat evenwel :
- enerzijds, zoals voorheen, in eerste instantie als DBI bedoeld in art. 202, 2°, WIB 92 (uiteraard met inachtneming van de in art. 203, WIB 92 gestelde voorwaarden) kan worden afgetrokken in de mate waarin het overeenstemt met de "fiscale" meerwaarde op de ingetrokken aandelen (t.t.z. het verschil tussen de met die aandelen A overeenstemmende fiscale nettowaarde van vennootschap A en de fiscale waarde van die aandelen A bij vennootschap B);
- anderzijds, voor het eventuele meerdere gedeelte, voortvloeit uit een voorheen uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarde als bedoeld in art. 44, § 1, 1°, WIB 92 (en/of uit een uitgedrukte inbrengmeerwaarde, als bedoeld in art. 211, § 1, eerste lid, 1°, WIB 92), die van belasting kan worden vrijgesteld mits (bij voortduur) aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde als bedoeld in art. 190, WIB 92 is voldaan (M.a.w. het administratieve standpunt (circ. 6.12.1993, nr. II/734) waarbij deze meerwaarde als een niet-verwezenlijkte meerwaarde als bedoeld in art. 45, WIB 92, moet worden aangemerkt, wordt dus niet langer gehandhaafd); doorgaans zal zulks kunnen worden verwezenlijkt door t.b.v. dat meerdere gedeelte (t.t.z. het verschil tussen de boekhoudkundige en de fiscale meerwaarde op de ingetrokken aandelen), een belastingvrije reserve aan te leggen via het debet van de resultatenrekening : deze belastingvrije reserve compenseert dan a.h.w. de verminderingen die in boekhoudkundig opzicht op deze (voorheen) uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarden worden uitgevoerd, waardoor eveneens aan de fiscale vereiste is voldaan luidens dewelke geen "verminderingen" op deze meerwaarden worden aangerekend (art. 211, § 2, lid 4, WIB 92).
32. Wanneer het bovenvermelde verschil tussen de door die aandelen A vertegenwoordigde netto-inbrengwaarde van vennootschap A en de fiscale waarde van die aandelen A bij vennootschap B, negatief is (minderwaarde op de ingetrokken aandelen), kan de vennootschap B al naargelang van het geval als volgt handelen :
| 1° | het verschil wordt zoveel mogelijk toegerekend aan de activabestanddelen waarvan de reële waarde hoger is dan de (fiscale) boekwaarde bij vennootschap A; |
| 2° | het verschil wordt geheel of gedeeltelijk beschouwd overeen te stemmen met de waarde van een n.a.v. de verrichting ingebrachte goodwill; |
| 3° | het verschil wordt geheel of gedeeltelijk in kosten geboekt. |
Mede gelet op voorheen gedane herwaarderingen of op inbrengmeerwaarden (zie het eerste lid, 1° en 2°, hiervoor), is het mogelijk dat de boekhoudkundige minderwaarde kleiner is dan de fiscale minderwaarde op de ingetrokken aandelen (t.t.z. wat dit laatste betreft, het verschil tussen de met die aandelen overeenstemmende fiscale nettowaarde van de vennootschap A en de fiscale waarde van die aandelen A bij vennootschap B). In zulk geval mag de vennootschap B, t.b.v. het verschil tussen de boekhoudkundige en de fiscale minderwaarde, via het debet van de resultatenrekening, een belastingvrije reserve aanleggen die dan a.h.w. de verminderingen compenseert die in boekhoudkundig opzicht op (voorheen) uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarden worden uitgevoerd, en waardoor aan de fiscale vereiste wordt voldaan luidens dewelke geen "verminderingen" op deze meerwaarden worden aangerekend (art. 211, § 2, lid 4, WIB 92).
In die omstandigheden moet benevens de boekhoudkundige minderwaarde, uiteraard ook het voormelde verschil in de verworpen uitgaven worden opgenomen (zodat in feite een bedrag gelijk aan de "fiscale" minderwaarde in verworpen uitgaven wordt opgenomen).
D. Niet volledige vergoeding van de inbrengen met nieuwe aandelen ingevolge een opleg in geld
33. Zoals reeds werd gezegd kan er slechts sprake zijn van een fusie of splitsing en kunnen deze slechts belastingneutraal geschieden (zie nr. 16 en 17), indien de verrichting overeenkomstig de bepalingen van de SWHV wordt verwezenlijkt. Op het stuk van de opleg in geld betekent zulks dat deze momenteel maximaal 20 % van de nominale of fractiewaarde van de nieuw uitgegeven aandelen mag bedragen (zie nr. 9). De fractiewaarde van aandelen zonder nominale waarde wordt berekend door het kapitaalbedrag dat deze aandelen vertegenwoordigen te delen door het aantal aandelen.
34. Het feit dat de inbrengen gedeeltelijk door een geldopleg van maximaal 20 % worden vergoed, heeft zoals voorheen (circ. 6.12.1993, nr. II/722) enkel tot gevolg dat in overeenstemmende mate een dividend moet worden belast.
De aanrekeningsregels die ter zake van toepassing zijn, hebben evenmin wijzigingen ondergaan, zodat de geldopleg moet worden geacht achtereenvolgens voort te komen :
- vooreerst uit de belaste reserves;
- vervolgens uit de vrijgestelde reserves;
- en tenslotte uit het gestort kapitaal.
35. Daarenboven wordt zoals voorheen geen dividend belast m.b.t. de voorheen vrijgestelde uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarden (herwaarderingsmeerwaarden) en de n.a.v. de verrichting verwezenlijkte of vastgestelde meerwaarden (inbrengmeerwaarden), alsmede m.b.t. de in art. 48, WIB 92 vermelde vrijgestelde waardeverminderingen en voorzieningen die als dusdanig in de boekhouding van de overnemende (of verkrijgende) vennootschap worden teruggevonden.
Nieuw is echter dat ook hier (zie in dezelfde zin nr. 25, laatste lid) dit uitgekeerd dividend evenmin de gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden (art. 47, WIB 92) bevat die moeten worden geacht overeenkomstig de voormelde aanrekeningsregels, een "vermindering" te hebben ondergaan.
36. De door een vennootschap-aandeelhouder verkregen meerwaarde op aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap, die n.a.v. een belastingneutrale overname worden omgeruild tegen aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap tesamen met de betaling van een geldopleg, is in fiscaal opzicht als volgt samengesteld :
- enerzijds, een niet verwezenlijkte meerwaarde als bedoeld in art. 45, WIB 92, ingevolge de omruiling zelve van de oude aandelen tegen nieuwe aandelen : wanneer mede gelet op de nieuwe boekhoudkundige bepalingen ter zake, deze niet verwezenlijkte meerwaarde niet wordt uitgedrukt, is de onaantastbaarheidsvoorwaarde als vermeld in art. 190, WIB 92, er niet op van toepassing (vgl. met nr. 22 hiervoor);
- anderzijds, voor het meerdere gedeelte, met name de geldopleg, een dividend dat in principe luidens art. 202, 2°, WIB 92 (met inachtneming van de in art. 203, WIB 92 gestelde voorwaarden) als DBI kan worden afgetrokken.
E. Voorbeelden
1. Gegevens
37. De balansen op 31.12.1993 op basis waarvan de vennootschappen A en B (die hun boekhouding per kalenderjaar voeren) op 1.4.1994 fuseren, en waarbij de vennootschap B de vennootschap A overneemt, zien er samengevat als volgt uit (er wordt verondersteld dat de retro-activiteit tot 1.1.1994 op fiscaal gebied kan worden aanvaard) : A Vennootschap A P ---------------------------------------------------------------------- Vaste activa | Kapitaal 1.800.000 Terreinen en gebouwen 1.720.000| Reserves Installaties, enz. 210.000| Wettelijke 130.000 Financiële vaste activa 1.150.000| Belastingvrije 360.000 ---------| Beschikbare 980.000 3.080.000| Overgedragen winst 200.000 | --------- | 3.470.000 | Vlottende activa | Voorzieningen voor Voorraden 500.000| risico's en kosten 400.000 Andere 1.110.000| Schulden 820.000 ---------| --------- 1.610.000| ---------| 4.690.000| 4.690.000 =========| ========= A Vennootschap B P ---------------------------------------------------------------------- Vaste activa | Kapitaal 4.000.000 Terreinen en gebouwen 3.200.000| Reserves Installaties, enz. 2.400.000| Wettelijke 400.000 Financiële vaste activa 7.060.000| Belastingvrije 1.600.000 ----------| Beschikbare 6.600.000 12.660.000| Overgedragen winst 300.000 | ---------- | 12.900.000 | Vlottende activa | Voorzieningen voor Voorraden 2.800.000| risico's en kosten 1.680.000 Andere 2.920.000| Schulden 3.800.000 ---------| ---------- 5.720.000| ----------| 18.380.000| 18.380.000 ==========| ========== Verdere gegevens m.b.t. :
1° Vennootschap A - de post "Terreinen en gebouwen" is als volgt samengesteld : - aanschaffingswaarde : 1.200.000 F - geboekte meerwaarde : 1.000.000 F ----------- 2.200.000 F - afschrijvingen : - op aanschaffingswaarde (aanvaard) : 430.000 F - op meerwaarde (niet aanvaard) : 50.000 F --------- - 480.000 F ----------- - nettoboekwaarde : 1.720.000 F - de post "Installaties, enz." is als volgt gevormd : - aanschaffingswaarde : 600.000 F - afschrijvingen (waarvan 30.000 F belast) : - 390.000 F --------- - nettoboekwaarde : 210.000 F - samenstelling van het maatschappelijk kapitaal : - gestort in 1948 : 500.000 F - ingelijfd reeds belaste reserves : 300.000 F - herwaardering "Terreinen en gebouwen" (waarvan 50.000 F afschrijving is belast) : 1.000.000 F ----------- - totaal : 1.800.000 F - 1.200 aandelen A (zonder nominale waardevermelding); - de "Belastingvrije reserves" bestaan uit : - een meerwaarde die in 1986 werd verwezenlijkt en vrijgesteld bij toepassing van de toen geldende bepalingen van art. 36 (oud), WIB (260.000 F); - een investeringsreserve (100.000 F); - de "Voorzieningen voor risico's en kosten" zijn ten belope van 350.000 F belast.
| 2° | Vennootschap B |
- er werd een onderschatting van de voorraden te bedrage van 200.000 F belast;
- het kapitaal werd gestort in 1947 (1.000.000 F) en in 1960 (3.000.000 F); het wordt vertegenwoordigd door 2.000 aandelen B (zonder nominale waardevermelding);
- de "Belastingvrije reserves" (1.600.000 F) bestaan uit meerwaarden, die in 1984 werden verwezenlijkt en vrijgesteld bij toepassing van de toen geldende bepalingen van art. 36 (oud), WIB;
- de "Voorzieningen voor risico's en kosten" zijn ten belope van 1.200.000 F belast.
Met het oog op het vaststellen van de ruilverhouding dient een waardering van de fuserende vennootschappen te geschieden. Die waardering heeft evenwel geen weerslag op de boekhoudkundige verwerking. Immers de actief- en passiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap worden in de boekhouding van de overnemende vennootschap tegen hun boekwaarde overgenomen. Op fiscaal vlak is de fiscale nettowaarde bepalend.
De verschillende bestanddelen (waardering, boekwaarde en fiscale nettowaarde) zien er in tabelvorm als volgt uit :
Waardering | Boekwaarde | Fiscale | | nettowaarde ------------------------------------------|-------------|------------- Vennootschap A | | | | ACTIVA | | Terreinen en gebouwen 2.000.000 | 1.720.000 | 770.000 (1) Installaties, enz. 210.000 | 210.000 | 240.000 (2) Financiële vaste activa 1.150.000 | 1.150.000 |1.150.000 Voorraden 500.000 | 500.000 | 500.000 Andere 1.110.000 | 1.110.000 |1.110.000 --------- | --------- |--------- Totaal 4.970.000 | 4.690.000 |3.770.000 | | PASSIVA | | Voorzieningen 400.000 | 400.000 | 50.000 (3) Schulden 820.000 | 820.000 | 820.000 --------- | --------- | ------- Totaal 1.220.000 | 1.220.000 | 870.000 | | Verschil (activa-passiva) 3.750.000 | 3.470.000 |2.900.000 ========= | ========= |========= Waardering | Boekwaarde | Fiscale | | nettowaarde ------------------------------------------|-------------|------------- Vennootschap B | | | | ACTIVA | | Terreinen en gebouwen 3.200.000 | 3.200.000 | 3.200.000 Installaties, enz. 2.000.000 | 2.400.000 | 2.400.000 Financiële vaste activa 7.060.000 | 7.060.000 | 7.060.000 Voorraden 2.800.000 | 2.800.000 | 3.000.000 (4) Andere 2.920.000 | 2.920.000 | 2.920.000 ---------- | ---------- |---------- Totaal 17.980.000 | 18.380.000 |18.580.000 | | PASSIVA | | Voorzieningen 1.680.000 | 1.680.000 | 480.000 (5) Schulden 3.800.000 | 3.800.000 | 3.800.000 --------- | --------- | --------- Totaal 5.480.000 | 5.480.000 | 4.280.000 | | Verschil (activa-passiva) 12.500.000 | 12.900.000 |14.300.000 ========== | ========== |========== Samenstelling van bepaalde hiervoor vermelde bedragen : - Vennootschap A : (1) het bedrag van 770.000 (terreinen en gebouwen) = 1.200.000 - 430.000 (2) het bedrag van 240.000 (installaties, enz.) = 600.000 - 360.000 (3) het bedrag van 50.000 (voorzieningen) = 400.000 - 350.000 - Vennootschap B : (4) het bedrag van 3.000.000 (voorraden) = 2.800.000 + 200.000 (5) het bedrag van 480.000 (voorzieningen) = 1.680.000 - 1.200.000 Tabel van de fiscale vermogensbestanddelen ---------------------------------------------------------------------- Vennootschap A | B ------------------------------------------------------|--------------- I. Gestort kapitaal | - 1947 (1,14) - | 1.000.000 - 1948 (1,14) 500.000 | - - 1960 (1,0) - | 3.000.000 ------------------------------------------------------|--------------- Totaal (I) 500.000 | 4.000.000 ------------------------------------------------------|--------------- II. Belaste reserves | - in kapitaal (300.000 + 50.000) 350.000 | - - wettelijke reserve 130.000 | 400.000 - beschikbare reserve 980.000 | 6.600.000 - overgedragen winst 200.000 | 300.000 - voorzieningen 350.000 | 1.200.000 - afschrijvingsexcedent installaties 30.000 | - - onderschatting voorraden - | 200.000 ------------------------------------------------------|-------------- Totaal (II) 2.040.000 | 8.700.000 ------------------------------------------------------|-------------- III. Vrijgestelde reserves | - verwezenlijkte meerwaarden 260.000 | 1.600.000 - investeringsreserve 100.000 | - ------------------------------------------------------|-------------- Subtotaal (III) 360.000 | 1.600.000 ------------------------------------------------------|-------------- - niet verwezenlijkte meerwaarde | (herwaardering, in kapitaal) 950.000 | - - voorzieningen 50.000 | 480.000 ------------------------------------------------------|-------------- Fiscale Nettowaarde (I+II+III) 2.900.000 | 14.300.000 ------------------------------------------------------|-------------- 2. Voorbeeld I : fusie door overneming met volledige vergoeding in nieuwe aandelen
1. Weerslag bij de overnemende vennootschap B
| a) | Boekhoudkundige aspecten |
A Vennootschap B P ---------------------------------------------------------------------- Vaste activa | Kapitaal Terreinen en gebouwen | (4.000.000+1.800.000) 5.800.000 (3.200.000+1.720.000) 4.920.000| Installaties, enz. | Reserves (2.400.000+210.000) 2.610.000| Wettelijke Financiële vaste activa | (400.000+130.000) 530.000 (7.060.000+1.150.000) 8.210.000| Belastingvrije ----------| (1.600.000+360.000) 1.960.000 15.740.000| Beschikbare | (6.600.000+980.000) 7.580.000 | | Overgedragen winst | (300.000+200.000) 500.000 | --------- | 16.370.000 | Vlottende activa | Voorzieningen voor Voorraden | risico's en kosten (2.800.000+500.000) 3.300.000| (1.680.000+400.000) 2.080.000 Andere | (2.920.000+1.110.000) 4.030.000| Schulden ---------| (3.800.000+820.000) 4.620.000 7.330.000| --------- ----------| 23.070.000| 23.070.000 ==========| ==========
| b) | Fiscale vermogensbestanddelen |
Bij de vennootschap X die 100 aandelen A bezat, blijven de in ruil ontvangen 50 nieuwe aandelen B gewaardeerd tegen de oorspronkelijke boekwaarde van de oude aandelen A. De in art. 45, WIB 92 vrijgestelde niet verwezenlijkte meerwaarde op oude aandelen A wordt dus niet uitgedrukt, zodat de onaantastbaarheidsvoorwaarde er niet op van toepassing is.
3. Voorbeeld II : fusie door overneming door een vennootschap die 90 % van de aandelen bezit in de overgenomen vennootschap
Aangepaste gegevens
39. We hernemen de "gegevens" (nr. 37, hiervoor) m.b.t. de vennootschappen A en B maar met dien verstande dat B 90 % van de aandelen A heeft verworven voor 2.385.000 F (begrepen in de post -"Financiële vaste activa" van 7.060.000 F).
De vennootschap B neemt de vennootschap A over waarbij de "90 %- deelneming" in A wordt ingetrokken en A slechts t.b.v. de fractie die overeenstemt met de oude aandelen A die zijn omgeruild tegen nieuwe aandelen B (1.200 x 10 % = 120 aandelen A worden omgeruild tegen 60 aandelen B) in de boekhouding van B wordt overgenomen.
1. Weerslag bij de overgenomen vennootschap A
Samenstelling bij A van de reserves waarop een "vermindering" kan worden aangerekend : - belaste reserves 2.040.000 - vrijgestelde reserves : - verwezenlijkte meerwaarden : 260.000 - investeringsreserve : 100.000 ------- 360.000 --------- - totaal : 2.400.000 Totale opname : 2.400.000 x 90 % = 2.160.000 Bij A kan de ingevolge de fusie verschuldigde Ven.B voor het aj. 1994 schematisch als volgt worden berekend : - verdwenen vermogen (2.900.000 F - fiscale nettowaarde vennootschap A - x 90 %) : 2.610.000 - verdwenen gerevaloriseerd gestort kapitaal (500.000 x 1,14 x 90 %) : - 513.000 --------- - (bruto)-dividenden (vóór belastingen) : 2.097.000 - volledige opneming van de belastbare reserves : - 2.040.000 --------- - belastbare basis : 57.000 Deze belastbare basis stemt overeen met : - de totale opneming (2.400.000 x 90 %) : 2.160.000 - de totale opname van de belaste reserves : - 2.040.000 --------- - opneming op de vrijgestelde reserves : 120.000 - te verminderen met de revalorisatie van het verdwenen gestort kapitaal (500.000 x 0,14 x 90 %) : - 63.000 --------- - belastbare basis : 57.000 De opneming op de vrijgestelde reserves wordt op uitdrukkelijk verzoek van de vennootschap A t.b.v. 57.000 F aangerekend op de verwezenlijkte meerwaarden (art. 519bis, WIB 92 : totaal bedrag van de vrijgestelde meerwaarden op 31.12.1991 x 30 % > 57.000 F) en voor het overige (t.t.z. 63.000 F) op de investeringsreserve.
Geraamde verschuldigde Ven.B : - afzonderlijke aanslag op meerwaarden (57.000 x 17 %) : 9.690 - 3 % ACB (9.690 x 3 %) : 291 ------ Totaal : 9.981 De weerslag op de Ven.B ingevolge de fusie zal er als volgt uitzien : - Gereserveerde winst : Toestand op : 31.12.1993 31.3.1994 - belaste reserves in kapitaal : 350.000 0 - wettelijke reserve : 130.000 0 - beschikbare reserve : 980.000 0 - overgedragen winst : 200.000 0 - belaste voorzieningen : 350.000 0 - afschrijvingsexcedent op installaties : 30.000 0 --------- ------- - totalen : 2.040.000 0 - opneming : - 2.040.000 - VU (geraamd bedrag der belastingschulden) + 9.981 - Dividenden (2.097.000 - 9.981) : + 2.087.019 ----------- - Belastbare basis : 57.000 2. Weerslag bij de overnemende vennootschap B
| a) | Fiscale weerslag |
De vrijgestelde reserves van A worden bij B met 120.000 F verminderd, met name t.b.v. 57.000 F op de verwezenlijkte meerwaarde en t.b.v. 63.000 F op de investeringsreserve (zie hiervoor "weerslag bij vennootschap A").
In fiscaal opzicht mag inz. de uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarde (t.t.z. de herwaarderingsmeerwaarde in kapitaal) geen "vermindering" ondergaan (art. 211, § 2, lid 4, WIB 92).
| b) | Boekhoudkundige aspecten |
De boekhoudkundige meerwaarde op de ingetrokken aandelen A in het bezit van B bedraagt 728.019 F, t.t.z. [(3.470.000 x 90 %) - 9.981)] - 2.385.000. Deze meerwaarde wordt als uitzonderlijke opbrengst geboekt en toegewezen aan de overgedragen winst.
Vermindering van het boekhoudkundig eigen vermogen van A, t.g.v. de 90 % deelneming van B in A.
Ingevolge de overname worden de verschillende boekhoudkundige rekeningen van het eigen vermogen van A verminderd met 90 %; daarbij wordt als volgt tewerkgegaan : - het maatschappelijk kapitaal wordt verminderd met 1.620.000 (1.800.000 x 90 %); - de boekhoudkundige reserves worden verminderd met 1.503.000 t.t.z. (130.000 + 360.000 + 980.000 + 200.000 = 1.670.000 x 90 %), waarbij deze vermindering eerst op de belaste reserves wordt aangerekend : - totale boekhoudkundige vermindering : 1.503.000 - wettelijke reserve : 130.000 - beschikbare reserve : 980.000 - overgedragen winst : 200.000 ------- - totaal : - 1.310.000 ---------- - boekhoudkundig aangerekend op de belastingvrije reserves : 193.000 De kapitaalverhoging bij B ingevolge de overname van A is als volgt samengesteld : - gestort kapitaal (500.000 x 10 %) : 50.000 - vrijgestelde reserves : herwaardering (950.000 - 820.000) (1) : 130.000 -------- - totaal : 180.000 (1) 820.000 = 1.800.000 x 90 % (90 % vermindering van het kapitaal) - 500.000 x 90 % (90 % vermindering van het gestort kapitaal) - 350.000 (integrale vermindering van de belaste reserves in kapitaal) Ingevolge de overname ziet de openingsbalans op 1.1.1994 er als volgt uit : A Vennootschap B P ---------------------------------------------------------------------- Vaste activa | Kapitaal Terreinen en gebouwen | (4.000.000+1.800.000x (3.200.000+1.720.000) 4.920.000| 10 %) 4.180.000 Installaties, enz. | Reserves (2.400.000+210.000) 2.610.000| Wettelijke 400.000 Financiële vaste activa | Belastingvrije (7.060.000-2.385.000+ | (1.600.000+360.000- 1.150.000) 5.825.000| 193.000) 1.767.000 ----------| Beschikbare 6.600.000 13.355.000| | Overgedragen winst | (300.000+728.019) 1.028.019 | --------- | 13.975.019 | Vlottende activa | Voorzieningen voor Voorraden | risico's en kosten (2.800.000+500.000) 3.300.000| (1.680.000+400.000) 2.080.000 Andere | (2.920.000+1.110.000) 4.030.000| Schulden ---------| (3.800.000+820.000) 4.620.000 7.330.000| ----------| Geraamd bedrag der 20.685.000| belastingschulden 9.981 ==========| --------- | 20.685.000 | ==========
| c) | Fiscaal-boekhoudkundige aanpassingen |
- Boekhoudkundig worden de vrijgestelde reserves die in aanmerking komen voor het vaststellen van de fiscale nettowaarde dus verminderd met 193.000. Fiscaal dient deze "vermindering" evenwel beperkt te worden tot 120.000 (zie litt.a), Fiscale weerslag). De belastingvrije reserves zijn derhalve met 73.000 teveel verminderd wat kan worden hersteld door het aanleggen van een belastingvrije reserve t.b.v. dat laatste bedrag.
Dit verschil vloeit voort uit het feit dat de "belaste reserves in kapitaal" (350.000), de "belaste voorzieningen voor risico's en kosten" (350.000), en het "afschrijvingsexcedent op installaties" (30.000), fiscaal gezien eveneens "volledig" worden verminderd, waardoor de fiscale vermindering op de vrijgestelde reserves met 73.000 (10 % x 730.000) verder kon worden beperkt. Daarnaast kan de boekhoudkundige vermindering van de herwaarderingsmeerwaarde in maatschappelijk kapitaal t.b.v. 820.000 F worden hersteld, door dit bedrag naar een belastingvrije reserve over te boeken (zie ook litt.a), Fiscale weerslag). De vennootschap kan dan ook de volgende correctieboeking doorvoeren :
Overboeking naar de belastingvrije reserves 893.000 a/ Belastingvrije reserves (73.000+820.000) 893.000
- Daarenboven zijn de installaties t.b.v. 30.000 F onderschat (afschrijvingsexcedent) en zijn de passiva, m.n. de voorzieningen voor risico's en kosten, t.b.v. 350.000 F fiscaal overschat zodat deze onder- en overwaarderingen boekhoudkundig zouden moeten worden teruggenomen (fiscaal zijn deze reserves immers volledig verdwenen). Derhalve kan B haar boekhouding aan de fiscale toestand aanpassen door volgende correctieboeking door te voeren (Indien deze correctieboeking niet zou geschieden dienen de bedragen van 30.000 F en 350.000 F te worden opgenomen als belastbare reserves op het einde van het belastbare tijdperk (31.12.1994) waarin de overname heeft plaatsgevonden.) :
Installaties 30.000 Voorzieningen voor risico's en kosten 350.000 a/ Terugneming van afschrijvingen 30.000 Terugneming van voorzieningen van risico's en kosten 350.000
- Het boekhoudkundig resultaat wordt derhalve met 513.000 F (893.000 - 380.000) verminderd, zijnde het verschil tussen de boekhoudkundige meerwaarde op de ingetrokken aandelen A (728.019 F) en de fiscale meerwaarde op die aandelen (215.019 F). Deze vermindering zal boekhoudkundig op de overgedragen winst worden aangerekend.
| d) | Fiscale vermogensbestanddelen |
| 3. | Weerslag bij derden-aandeelhouders |
V. VORIGE BEROEPSVERLIEZEN
A. Draagwijdte
40. Vóórheen was het zo dat overeenkomstig een vaste rechtspraak de vorige beroepsverliezen slechts konden worden afgetrokken door de belastingplichtige die ze had geleden. Dit had tot gevolg dat de aftrek van vorige beroepsverliezen verviel wanneer, al dan niet belastingvrij,
- vennootschappen fuseerden door oprichting van een nieuwe vennootschap;
- een winstgevende vennootschap, een verlieslatende overnam.
Wanneer daarentegen - evenwel uitsluitend wat de belastingvrije verrichtingen betreft - een verlieslatende vennootschap een winstgevende overnam, kon de overnemende vennootschap, binnen een bepaalde verhouding, haar vorige beroepsverliezen bij voortduur in mindering brengen (zie circ. 7.9.1992, Ci.D.19/416.334 - Ven.B - 31e afl. - Bull. 720).
41. Art. 1, W 6.8.1993 strekt er toe het verschil in fiscale behandeling t.a.v de voormelde verrichtingen teniet te doen, door met name voor belastingvrije verrichtingen de mogelijkheid te scheppen de verliezen van de verlieslatende vennootschap, binnen een bepaalde verhouding (breuk), aan de winstgevende vennootschap over te dragen.
De nieuwe "breuk" die daarbij zal moeten worden gehanteerd geldt zowel voor de "aftrekbeperking" van de vorige beroepsverliezen van de overnemende (of verkrijgende) vennootschap, als voor de "overdrachtregeling" van de vorige beroepsverliezen van de overgenomen (of gesplitste) vennootschap naar de overnemende (of verkrijgende) vennootschap, zodat het bedrag van de n een overnameverrichting nog aftrekbare vorige verliezen, in principe althans, niet beïnvloed wordt door de richting waarin deze overname verloopt. Ook het feit dat een bij de verrichting betrokken vennootschap voorafgaandelijke aandelen van een andere betrokken vennootschap zou bezitten, beïnvloedt geenszins nog de breuk.
42. De gewijzigde aftrekbeperking en de nieuwe overdrachtregel bij belastingvrije verrichtingen zijn van toepassing op :
| 1° | de vorige beroepsverliezen van een (inbrenggenietende) vennootschap die onder vrijstelling van belasting, de inbreng van een tak van werkzaamheid (bedrijfsafdeling) of van een algemeenheid van goederen heeft verkregen; |
| 2° | de vorige beroepsverliezen van de overnemende (of verkrijgende) vennootschap die door belastingneutrale fusie of splitsing een andere vennootschap geheel of gedeeltelijk heeft overgenomen (of verkregen); |
| 3° | de vorige beroepsverliezen van de overgenomen vennootschap bij belastingneutrale fusie door overneming of door oprichting; |
| 4° | de vorige beroepsverliezen van de gesplitste vennootschap bij belastingneutrale splitsing door overneming of door oprichting. |
44. In de in nr. 42, 1° en 2° bedoelde gevallen zijn de vorige beroepsverliezen die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór de inbreng of overneming heeft geleden, slechts definitief aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overnemende (of verkrijgende) vennootschap vóór de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden van die vennootschap en van de ingebrachte of overgenomen bestanddelen, eveneens vóór de verrichting ("aftrekbeperking" bij inbreng, fusie of splitsing).
In de in nr. 42, 3°, bedoelde gevallen zijn de vorige beroepsverliezen die de overgenomen vennootschap vóór de fusie heeft geleden, bij de overnemende vennootschap bij voortduur aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen vóór de fusie in het totaal van de fiscale nettowaarden, eveneens vóór de fusie, van de overnemende vennootschap en van de overgenomen bestanddelen ("overdrachtregeling" bij fusie).
In de nr. 42, 4°, bedoelde gevallen geldt de in het vorige lid bedoelde regel op het gedeelte van het bedoelde beroepsverlies dat is bepaald naar verhouding van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen in de totale fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap ("overdrachtregeling" bij splitsing).
45. Uit voormelde breuken blijkt dat anders dan voorheen (voormelde circ. 7.9.1992, nr. II/609 tot 611) telkens de fiscale nettowaarde "vóór" de verrichting wordt genomen, zodat de correctie die zich voorheen in de berekeningswijze opdrong t.a.v. de vermogensvermindering die voortvloeide uit het feit dat de inbreng niet volledig werd vergoed met nieuwe aandelen, thans buiten beschouwing wordt gelaten.
46. Zoals voorheen (voormelde circ. 7.9.1992, nr. II/610) wordt door het begrip "fiscale nettowaarde" verwezen naar Com.IB, 124/21. De aandacht wordt er evenwel op gevestigd dat voor de berekening van de breuken, negatieve fiscale nettowaarde met nul moeten worden gelijkgesteld (Senaat, zitting 1992-1993, parl.st. 765-2, blz. 16-17).
Deze interpretatie moet in voorkomend geval ook worden toegepast t.a.v. de vroegere aftrekbeperkingen op vorige beroepsverliezen bij belastingvrije verrichtingen (zie meergenoemde circ. 7.9.1992, nr. II/609, e.v.).
47. In vennootschappen met buitenlandse inkomsten wordt de oorsprong van de verliezen vastgesteld met inachtneming van de bepalingen van art. 75, KB/WIB 92. Wanneer bij een dergelijke vennootschap de nog compenseerbare verliezen moeten worden beperkt, wordt die beperking geacht verhoudingsgewijs betrekking te hebben op :
- verliezen uit landen met verdrag;
- verliezen uit landen zonder verdrag;
- Belgische verliezen.
48. Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de specifieke anti- rechtsmisbruikbepaling als vermeld in art. 206, 5° en 6° lid, WIB 92, zoals het bestond vóór het werd gewijzigd door art. 1, W 6.8.1993, in het nieuwe art. 206, WIB 92 niet meer wordt hernomen. Overigens is het zo dat, zowel t.a.v. belastingvrije inbrengen als t.a.v. belastingneutrale fusies en splitsingen (art. 46, § 1, 2° en art. 211, WIB 92), de bepalingen ter zake in een specifieke anti-rechtsmisbruikbepaling voorzien.
B. Voorbeelden
Voorbeeld 1
49. De vennootschappen A en B smelten samen ingevolge een fusie door overneming of door oprichting. De fiscale nettowaarde van A bedraagt : 3.000.000. De fiscale nettowaarde van B bedraagt : 7.000.000. De totale fiscale nettowaarde van A en B vóór de verrichting bedraagt 10.000.000.
De vorige beroepsverliezen van vennootschap A bedragen : 1.000.000.
Eerste mogelijkheid : de vennootschap A neemt de vennootschap B over
Vorige beroepsverliezen van A die na de overname voor A nog aftrekbaar blijven (aftrekbeperking) : 1.000.000 x 3.000.000 ------------------------ = 300.000 10.000.000 Tweede mogelijkheid : de vennootschap B neemt de vennootschap A over
Vorige beroepsverliezen van A die na de overname door B, bij deze bij voortduur aftrekbaar blijven (overdrachtregeling) : 1.000.000 x 3.000.000 ------------------------- = 300.000 10.000.000 Derde mogelijkheid : de vennootschappen A en B fuseren door oprichting van een nieuwe vennootschap C
Vorige beroepsverliezen van A die na de overname door C, bij deze aftrekbaar worden. 1.000.000 x 3.000.000 ------------------------ = 300.000 10.000.000 Voorbeeld 2
50. Idem als voorbeeld 1, met dien verstande dat ook de vennootschap B vorige beroepsverliezen heeft t.b.v. 2.000.000 F.
Vorige beroepsverliezen die na een overnameverrichting (A neemt B over, B neemt A over, of A en B fuseren tot C) nog aftrekbaar blijven :
- vorige beroepsverliezen uit A :
1.000.000 x 3.000.000 ----------------------- = 300.000 10.000.000
- vorige beroepsverliezen uit B :
2.000.000 x 7.000.000 ----------------------- = 1.400.000 10.000.000
- na de overnameverrichting nog aftrekbare vorige beroepsverliezen : 1.700.000
Voorbeeld 3
51. Idem als voorbeeld 2, met dien verstande dat de nettowaarde van A negatief is (t.t.z. - 3.000.000) zodat de fiscale nettowaarde van A voor de berekeningen met nul moet worden gelijkgesteld.
Vorige beroepsverliezen die na een overnameverrichting (A neemt B over, B neemt A over, of A en B fuseren tot C) nog aftrekbaar blijven :
- vorige beroepsverliezen uit A :
1.000.000 x 0 --------------- = 0 7.000.000
- vorige beroepsverliezen uit B :
2.000.000 x 7.000.000 ----------------------- = 2.000.000 7.000.000
- na de overnameverrichting nog aftrekbare vorige beroepsverliezen : 2.000.000
Voorbeeld 4
52. De vorige beroepsverliezen van de vennootschap A bedragen 1.000.000, terwijl haar fiscale nettowaarde 3.000.000 bedraagt.
Eerste mogelijkheid : A wordt gesplitst door oprichting van de vennootschappen B en C
1.200.000 van de fiscale nettowaarde van A wordt ingebracht bij B, terwijl bij C 1.800.000 wordt ingebracht.
Overdrachtregeling inzake de verliezen van A : - aftrekbaar bij B : 1.000.000 x 1.200.000 1.200.000 ----------------------- x ----------- = 400.000 3.000.000 1.200.000 - aftrekbaar bij C : 1.000.000 x 1.800.000 1.800.000 ----------------------- x ----------- = 600.000 3.000.000 1.800.000 Tweede mogelijkheid : A wordt gesplitst door overneming door de vennootschappen B (met een fiscale nettowaarde van 2.000.000) en C (met een fiscale nettowaarde van 4.950.000)
1.200.000 van de fiscale nettowaarde van A wordt overgenomen door B, terwijl C 1.800.000 overneemt.
Overdrachtregeling inzake de verliezen van A :
- aftrekbaar bij B :
1.000.000 x 1.200.000 1.200.000 ----------------------- x ----------------------- = 150.000 3.000.000 1.200.000 + 2.000.000
- aftrekbaar bij C :
1.000.000 x 1.800.000 1.800.000 ----------------------- x ---------------------- = 160.000 3.000.000 1.800.000 + 4.950.000 VI. INWERKINGTREDING
53. De hiervoor besproken bepalingen van de W 6.8.1993 zijn van toepassing op de verrichtingen die plaatsvinden vanaf de datum van de inwerkingtreding van de W 29.6.1993 (zie nr. 4, inzake de vennootschapsrechtelijke regeling), met name vanaf 1.10.1993. Ook de bepalingen over de boekhoudkundige verwerking van fusies en splitsingen van vennootschappen (zie nr. 6, inzake het KB 3.12.1993) zijn van toepassing op de fusies en splitsingen die vanaf die datum worden uitgevoerd.
Onder verrichtingen moet inzonderheid, al naargelang van het geval, worden verstaan (Senaat - 1992/1993 - parl.st. 765/1 - blz. 9 en 10) :
- de fusie door overneming of door oprichting van een nieuwe vennootschap;
- de splitsing door overneming en/of door oprichting van nieuwe vennootschappen;
- de met fusie van vennootschappen gelijkgestelde verrichtingen;
- de met vereffening van vennootschappen gelijkgestelde verrichtingen vermeld in art. 210, WIB 92;
- de inbreng van een tak van werkzaamheid of van de algemeenheid van goederen in een vennootschap.
54. De datum waarop met name de voormelde fusie- en splitsingverrichtingen moeten worden geacht plaats te vinden (inzonderheid t.a.v. een retroactiviteitsclausule), is deze waarop de beoogde verrichtingen worden voltrokken (zie inz. de art. 174/8, 174/22, 174/36, 174/50 en 174/52, SWHV). Noch het feit dat de beslissingen ter zake bijzondere bepalingen omtrent hun uitwerking (en meer bepaald een retroactiviteitsclausule) zouden bevatten, noch de vraag of die bepalingen tegenstelbaar zijn aan de administratie, hebben ter zake enig belang.
55. Niettemin zullen de vennootschapsakten m.b.t. fusie- en splitsingverrichtingen in de regel een boekhoudkundig retroactiviteitsbeding bevatten. Immers het "fusie- of splitsingvoorstel" (zie art. 174/2 en 174/27, SWHV) dient verplichtend de datum te vermelden vanaf welke de handelingen van de overgenomen - resp. de te splitsen - vennootschap boekhoudkundig geacht worden te zijn verricht voor rekening van de overnemende - resp. de verkrijgende - vennootschap (art. 174/2, § 2, e en art. 174/27, § 2, e, SWHV).
56. In dit verband wordt opgemerkt dat de terugwerkende kracht van een vennootschapsakte in de regel niet tegenstelbaar is aan de Administratie (Com.IB 92, 340/82). Van dit beginsel mag inz. t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule :
- met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode : in dit verband is het Hoofdbestuur van mening dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand, in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;
- en, een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat : ter zake wordt inz. de aandacht er op gevestigd dat de toepassing van de voormelde retroactiviteitsclausule t.a.v. de "aftrekbeperking of overdrachtregeling van de vorige beroepsverliezen" (zie nr. 44) slechts mag worden aanvaard indien daardoor het "totaal" bedrag van de na de belastingvrije verrichting nog aftrekbare vorige beroepsverliezen, nagenoeg niet wordt gemanipuleerd, door met name bij de diverse berekeningen van de breuken, fiscale nettowaarden in aanmerking te nemen die zijn vastgesteld op de bewuste retroactiviteitsdatum (i.p.v. op de datum van de verrichting); m.a.w. de toepassing van voormeld retroactiviteitsbeding mag niet tot gevolg hebben dat daardoor het voormeld "totaal" zou verhogen.
57. De voormelde termijn van zeven maand strekt er inzonderheid toe de vennootschappen - die per kalenderjaar boekhouden en die in het voorjaar besluiten te fuseren of te splitsen - toe te laten een boekhoudkundige retroactiviteit in aanmerking te nemen die teruggaat tot op de eerste dag van het boekjaar waarin de verrichting plaatsgrijpt (m.a.w. tot op 1 januari).
Deze termijn zal immers volstaan om de verrichting uit te voeren overeenkomstig de vennootschapsrechtelijke voorschriften (o.a. de opmaak van het fusie- of splitsingvoorstel waaraan o.m. de jaarrekening van het vorige boekjaar is toegevoegd, de neerlegging van dit voorstel ter griffie van de rechtbank van koophandel uiterlijk 6 weken vóór de desbetreffende algemene vergaderingen, het houden van de algemene vergaderingen waarin tot fusie of splitsing wordt besloten en waarvan de notulen bij authentieke akte worden opgesteld : zie o.m. de art. 174/2, 174/4, 174/7, 174/27, 174/31 en 174/35, SWHV), en zulks zonder dat noodzakelijkerwijs een zgn. tussentijdse afsluiting (zie art. 174/4, § 2, 5°, SWHV) dient te worden opgesteld.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
M. PORRE.
Bron: FisconetPlus
