Circulaire 2017/C/55 betreffende de verpakkingsheffing

FOD Financiën, 01.09.2017
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Inhoudstafel

Inleiding

Deel I. Wettelijke en reglementaire bepalingen

Deel II. Administratieve commentaar

Inleiding

Individuele verpakkingen

Dranken

Het belastbaar feit

Belastingplichtige

In verbruik stellen

Terugbetaling

Aanvraag tot erkenning als individuele herbruikbare verpakking

Inleiding

1. Boek III van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur voorziet in de toepassing van een verpakkingsheffing op individuele drankverpakkingen.

2. Deze verpakkingsheffing trad in werking op 1 april 2004, bij toepassing van artikel 370 van de programmawet van 22 december 2003.

Zij is een met accijns gelijkgestelde belasting in al haar modaliteiten.

3. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de programmawet van 27 december 2012 en de programmawet van 19 december 2014, de hoofdstukken III tot en met VI van het boek III, hebben opgeheven en daarmee werden ook alle verwijzingen naar de termen “milieutaks” en “milieuheffing” verwijderd. Hierdoor zijn ook verschillende uitvoeringsbesluiten vervallen.

Deel I. Wettelijke en reglementaire bepalingen

Gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur (W.) (Belgisch Staatsblad van 20 juli 1993)

  • Zie tekst

Koninklijk besluit van 7 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake accijnzen (K.B.) (Belgisch Staatsblad van 25 februari 2014)

  • Zie tekst

Ministerieel besluit van 2 maart 2004 betreffende het fiscaal stelsel van drankverpakkingen onderworpen aan verpakkingsheffing (M.B. 1) (Belgisch Staatsblad van 5 maart 2004)

  • Zie tekst

Ministerieel besluit van 31 januari 2014 houdende diverse bepalingen inzake accijnzen (M.B. 2) (Belgisch Staatsblad van 21 februari 2014)

  • Zie tekst

Deel II. Administratieve commentaar

Inleiding

§ 1. De verpakkingsheffing is een heffing die wordt geheven op individuele verpakkingen die dranken bevatten.

Ze werd van kracht op 1 april 2004.

Het is een taks gelijkgesteld met accijnzen, die wordt geheven op alle drankverpakkingen. Het materiaal waaruit ze zijn vervaardigd is daarbij van weinig belang.

Het uitgangspunt hierbij is de definitie van individuele herbruikbare verpakkingen, zijnde verpakkingen die minstens zevenmaal kunnen worden hervuld, die worden teruggenomen via een systeem van statiegeld en die daadwerkelijk worden hergebruikt.

Vertrekkend van dit feit zullen de individuele herbruikbare verpakkingen tijdens hun levensduur en alvorens een laatste keer te worden teruggenomen en daarna opnieuw te worden gebruikt, met hun inhoud tenminste zevenmaal in het verbruik gesteld worden. Tegelijkertijd zullen de individuele niet-herbruikbare verpakkingen, alvorens te worden teruggenomen en daarna te worden gerecycleerd, slechts éénmaal in het verbruik worden gesteld. Aldus moeten deze twee soorten verpakkingen tijdens hun levensduur aan eenzelfde belastingheffing worden onderworpen.

Concreet vertaalt dit zich in een tarief van 9,8600 EUR per hectoliter voor individuele niet-herbruikbare verpakkingen en een tarief van één zevende van dit bedrag, zijnde 1,4100 EUR per hectoliter voor individuele herbruikbare verpakkingen.

Individuele verpakkingen

(art. 369, 3° en 18°, W.)

Definitie

§ 2. De wet definieert de individuele verpakking als “iedere verpakking, ongeacht het materiaal waaruit deze is samengesteld, bestemd om te worden geleverd aan de eindgebruiker zonder een verandering van verpakking te hebben ondergaan.”. Het betreft hier dus de uiteindelijke verpakking in dewelke de drank aan de eindgebruiker zal verkocht worden.

Hieruit volgt dat alle individuele verpakkingen die zich in het commerciële circuit bevinden, wat ook het materiaal is waaruit ze zijn vervaardigd en onafhankelijk van hun inhoud, onder de bepalingen vallen.

Ten informatieven titel dient te worden opgemerkt dat, voor het merendeel van de dranken, het hele gamma van hoeveelheden zijn toegelaten behalve voor de volgende producten waarvoor nominale hoeveelheden (uitgedrukt in milliliter) werden vastgelegd voor de hierondervermelde intervallen:

- niet-mousserende wijn, in het interval tussen 100 ml en 1500 ml uitsluitend de volgende 8 nominale hoeveelheden:

100 – 187 – 250 – 375 – 500 – 750 – 1000 – 1500 ml;

- gele wijn, in het interval tussen 100 ml en 1500 ml, uitsluitend de volgende nominale hoeveelheid:

620 ml;

- mousserende wijn, in het interval tussen 125 ml en 1500 ml, uitsluitend de volgende 5 nominale hoeveelheden:

125 – 200 – 375 – 750 – 1500 ml;

- likeurwijn, in het interval tussen 100 ml en 1500 ml, uitsluitend de volgende 7 nominale hoeveelheden:

100 – 200 – 375 – 500 – 750 – 1000 – 1500 ml;

- gearomatiseerde wijn, in het interval tussen 100 ml en 1500 ml, uitsluitend de volgende 7 nominale hoeveelheden:

100 – 200 – 375 – 500 – 750 – 1000 – 1500 ml;

- gedistilleerde dranken, in het interval tussen 100 ml en 2000 ml, uitsluitend de volgende 9 nominale hoeveelheden:

100 – 200 – 350 – 500 – 700 – 1000 – 1500 – 1750 – 2000 ml.

Dit vindt men terug in de bijlage bij het koninklijk besluit van 15 juni 2004 tot vaststelling van bepaalde reeksen van nominale hoeveelheden en tot regeling van de aanduiding van hoeveelheden voor bepaalde voorverpakte producten (Belgisch Staatsblad van 8 juli 2004).

Individuele herbruikbare verpakkingen

(art. 369, 2°, 19° W., art. 5, M.B. 1)

§ 3. Een individuele verpakking is herbruikbaar als ze voldoet aan drie voorwaarden:

- ze moet minstens zevenmaal hervulbaar kunnen zijn;

- ze moet worden opgehaald via een statiegeldsysteem en

- ze moet effectief worden hergebruikt.

Het bedrag van het statiegeld moet tenminste 0,16 euro bedragen voor de verpakkingen van meer dan 0,5 liter en 0,08 euro voor de verpakkingen met een inhoud van minder dan of gelijk aan 0,5 liter.

De individuele herbruikbare verpakkingen moeten als dusdanig worden erkend door de administrateur. Deze erkenning wordt toegekend aan de hand van een aanvraag ingediend door de persoon die het statiegeldsysteem opstart van de betreffende verpakkingen. Dergelijke aanvragen moeten gericht worden aan de Pijler Operations, dienst Vergunningen.

§ 4. Het tarief voor de herbruikbare individuele verpakkingen wordt aan de belastingplichtige slechts toegekend wanneer hij het bewijs levert dat de individuele verpakkingen die de dranken bevatten, herbruikbaar zijn. Dat bewijs wordt aangetoond door het aanbrengen van het referentienummer van de machtiging toegekend door de administrateur aan de “persoon die het statiegeldsysteem opstart”, op de aangifte ten verbruik AC-4.

Individuele verpakkingen niet onderworpen aan de verpakkingsheffing

§ 5. De lege individuele verpakkingen, wat ook de fundamentele aard is van hun materiaal zijn niet onderworpen aan de verpakkingsheffing.

§ 6. Zijn evenmin onderworpen aan verpakkingsheffing: de grootverpakkingen (vaten) die bestemd zijn om aan de horeca te worden geleverd en waarvan de drank eerst in een andere verpakking moet worden gegoten om aan de consument te worden geleverd. Dit houdt onder meer in dat grote vaten bier, wijn, alcoholvrije dranken of andere dranken niet onderworpen zijn aan de verpakkingsheffing. Dit geldt in principe zowel voor de grote herbruikbare als de grote wegwerpverpakkingen.

Echter, indien verpakkingen (van om het even welke soort) een duaal gebruik kennen, d.w.z. indien deze terzelfdertijd terug te vinden zijn zowel in de horeca als in de kleinhandel, zijn dergelijke verpakkingen wel onderworpen aan de verpakkingsheffing.

Er dient te worden beklemtoond dat dit duaal gebruik “gebruikelijk” moet zijn en niet incidenteel.

Wordt verstaan onder horeca: elke voor het publiek toegankelijke plaats of lokaal, ongeacht de toegangsvoorwaarden, waar ter plaatse voedingswaren of dranken kunnen worden genuttigd. Hieronder verstaat men hotels, pensions, restaurants, cafés, frituren, cafetaria’s, feestzalen, …

Dranken

(art. 370, W.)

§ 7. Als “dranken” moeten worden beschouwd de bieren, de niet-mousserende wijnen, de mousserende wijnen, de tussenproducten, ethylalcohol, de natuurlijke minerale waters, de bronwaters en consumptiewaters, de limonades, frisdranken en de daarmee gelijkgestelde dranken en tenslotte de fruit- en groentesappen. Hier kan worden verwezen naar de definities in de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken en de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie.

§ 8. Voor wat betreft de alcoholvrije dranken, volstaat het op te merken dat melk en de gearomatiseerde dranken op basis van melk, alsook dranken op basis van soja of van rijst, buiten het toepassingsveld vallen van de verpakkingsheffing.

Hetzelfde geldt voor de geconcentreerde fruitsappen die niet kunnen worden geconsumeerd zoals de dranken “gereed voor consumptie”, zoals de vloeibare producten die volgens de gebruiksaanwijzingen moeten worden gebruikt als specerij.

De groentesappen omvatten niet de klaargemaakte soepen die kunnen worden geconsumeerd na een eenvoudige opwarming.

Zo ook zijn de fruit- en groentesappen, bestemd als voeding voor zuigelingen, niet onderworpen aan de verpakkingsheffing aangezien ze niet worden beschouwd als drank maar als voedsel.

Tenslotte worden de siropen, die als drank kunnen worden geconsumeerd na een eenvoudige oplossing in water, evenmin beschouwd als dranken.

Het belastbaar feit

(art. 371, W.)

§ 9. Het belastbaar feit komt overeen met de inverbruikstelling inzake accijnzen zoals gedefinieerd in artikel 6 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen wanneer de dranken zijn verpakt in individuele verpakkingen.

Anderzijds blijkt het noodzakelijk, rekening houdend met het feit dat op het vlak van accijnzen niets belet dat de dranken in bulk of in een verpakking die niet overeenkomt met de verpakking voor verkoop aan de consument in het verbruik worden gesteld, om in dit geval het moment van in verbruik stellen te verplaatsen tot het moment van het op de Belgische markt brengen van de dranken verpakt in individuele verpakkingen.

Belastingplichtige

(art. 369, 12°, W., art. 1bis, M.B. 1)

§ 10. De belastingplichtige is hetzij de schuldenaar inzake accijnzen in de zin van artikel 7 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen wanneer het moment van in verbruik stellen inzake verpakkingsheffing samenvalt met dat inzake accijnzen, hetzij de natuurlijke of rechtspersoon die de dranken in individuele verpakkingen verpakt wanneer de accijns op deze dranken vooraf reeds is betaald.

De natuurlijke of rechtspersoon die de dranken in individuele verpakkingen verpakt zoals voorzien in artikel 370, W., wanneer de accijns voorafgaandelijk is betaald op deze dranken en die geen erkend entrepothouder, geregistreerde geadresseerde of fiscaal vertegenwoordiger inzake accijnzen is, is gehouden een beroepsaangifte 108 in te dienen bij het hulpkantoor waarvan hij afhangt.

Als de “verpakker” daarentegen houder is van een vergunning erkend entrepothouder, kan hij de dranken onder schorsing van verpakkingsheffing ontvangen, ze verpakken en ze verzenden onder schorsing van accijnzen en verpakkingsheffing tot bij een andere erkend entrepothouder.

§ 11. De belastingplichtige inzake verpakkingsheffing komt niet altijd overeen met de persoon die het statiegeldsysteem opstart. In dat geval moet de belastingplichtige zich richten tot de persoon die optreedt vooraleer de desbetreffende verpakkingen onder het statiegeldsysteem worden gebracht zodat hij kan beschikken over het bewijs dat de verpakkingen die de dranken bevatten wel degelijk herbruikbaar zijn.

§ 12. De belastingplichtige is gehouden tot het voeren van een boekhouding, die de volgende elementen moet bevatten:

- de hoeveelheid ontvangen dranken, uitgedrukt in hectoliter, met verwijzing naar de aankoopfacturen of de leveringsbons;

- de hoeveelheid dranken verpakt in individuele verpakkingen, per datum en soort van verpakking(en).

Deze persoon moet bovendien de volgende gegevens verschaffen:

- de handelsbenaming;

- het btw-nummer;

- het adres van de maatschappelijke zetel;

- de handelsbenamingen en adressen van de firma’s van wie zij dranken ontvangt om te worden verpakt;

- de handelsbenamingen en adressen van de firma’s aan wie zij dranken in individuele verpakkingen levert.

In verbruik stellen

Algemeen

(art. 371, W., art. 3 en 4, M.B. 1)

§ 13. De betaling van de verpakkingsheffing moet gebeuren onder dezelfde vorm en voorwaarden, inbegrepen deze met betrekking tot het uitstel van betaling, als deze inzake accijnzen.

Dienen dus te worden vermeld in vak 47 van de aangifte ten verbruik AC4:

- het tarief van de verpakkingsheffing;

- de in verbruik gebrachte hoeveelheid dranken, uitgedrukt in hectoliter, waarbij delen van een hectoliter in rekening worden genomen;

- het totale bedrag van de verschuldigde verpakkingsheffing.

In verbruik stellen van herbruikbare verpakkingen

(art. 4, M.B. 1)

§ 14. Op de aangifte ten verbruik AC4 moeten eveneens de volgende vermeldingen worden aangebracht:

* in vak 31, voor elke soort verpakking:

- het aantal in het verbruik gebrachte individuele verpakkingen;

- de aangeboden verpakkingswijze;

- de inhoud van de individuele verpakkingen;

- de inhoudsmaat van de individuele verpakkingen;

- het samengesteld materiaal van de individuele verpakkingen;

- de handelsbenaming (merknaam) van de individuele verpakkingen.

Deze vermeldingen mogen worden aangebracht op een lijst die wordt gevoegd bij de aangifte ten verbruik AC4.

* in vak 44:

- het referentienummer van de machtiging toegekend door de administrateur.

In verbruik stellen vrij van verpakkingsheffing

(art. 371bis, W., art. 9, M.B. 1)

§ 15. De aan de verpakkingsheffing onderworpen individuele verpakkingen bestemd om te worden geleverd aan diplomaten, consulaire beroepsambtenaren, strijdkrachten en organisaties zoals bedoeld in artikel 20, 7° t.e.m. 12° van de algemene wet inzake douane en accijnzen, kunnen in het verbruik worden gesteld vrij van verpakkingsheffing. De bepalingen van de §§ 193 t.e.m. 201 van het Boekwerk Accijns Bewegingen (D.I. 720.04) zijn hierbij van toepassing.

Terugbetaling

(art. 372bis, W.)

§ 16. Terugbetaling of kwijtschelding van de verpakkingsheffing, wordt toegestaan onder dezelfde vorm en voorwaarden als deze die gelden inzake de accijnzen op de alcoholhoudende en alcoholvrije dranken.

Aanvraag tot erkenning als individuele herbruikbare verpakking

(art. 5, M.B. 1)

§ 17. Een aanvraag tot erkenning als individuele herbruikbare verpakking moet worden ingediend door de persoon die een stelsel van statiegeld voor de desbetreffende verpakkingen opstart.

Deze aanvraag moet de volgende elementen bevatten:

- naam en adres van de aanvrager;

- het samengesteld materiaal van de individuele verpakking;

- de inhoudsmaat van de individuele verpakking, uitgedrukt in centiliter;

- de aangeboden verpakkingswijze;

- de handelsbenaming (merknaam) van de inhoud van de individuele drankverpakking; en

- de GN-code van de inhoud van de individuele verpakking.

De aanvraag moet gedateerd en ondertekend zijn door de aanvrager. Als deze laatste een rechtspersoon is, moet diegene die ondertekent zijn handtekening laten volgen door de vermelding van zijn functie, naam en voornaam.

§ 18. Bij de aanvraag moeten de bewijsstukken worden geleverd dat de verpakkingen wel degelijk herbruikbaar zijn.

Het “hervulbaar” karakter van de verpakking kan worden aangetoond aan de hand van technische documenten of van een attest van de fabrikant, de leverancier of een daartoe bevoegde organisatie.

Het bewijs van statiegeld wordt aangetoond op basis van een leveringsbon die duidelijk aantoont dat er statiegeld van toepassing is of op basis van de commerciële etikettering die het bedrag van het statiegeld vermeldt.

Tenslotte moet de verpakking worden opgehaald met het oog op het effectief hergebruik in het commercieel circuit. Dit bewijs kan bijvoorbeeld worden geleverd aan de hand van een boekhoudkundig stuk van de aankoop van een reinigings-/spoelmachine en van de onderhoudsproducten of van een factuur van de betaling van het maakloon.

§ 19. Wanneer het dossier volledig is en na controle van de naleving van de wettelijke voorwaarden, levert de administrateur aan de aanvrager een machtiging af die de erkenning vervat van herbruikbare verpakkingen. Deze machtiging tot erkenning, specifiek toegekend voor één of meerdere verpakkingen, is geldig bij het in het verbruik brengen of bij het op de Belgische markt brengen van deze verpakking(en).

Elke wijziging met betrekking tot de in de aanvraag tot erkenning vermelde gegevens moet door de persoon die het stelsel van statiegeld opstart zonder uitstel worden meegedeeld aan de administrateur.

Bijgevolg moet de belastingplichtige die reeds in het bezit is van een machtiging tot erkenning een bijkomende aanvraag indienen voor een nieuw product dat hij op de markt wenst te brengen. Hij zal de administratie eveneens moeten inlichten wanneer hij een product uit de markt neemt.

———

Interne ref.: D.I. 730