05.03.1993 - Omzendbrief D.I. 805.60 - D.C. 45.950
GESCHILLEN
HUISZOEKING | D.I. 805.60 |
D.C. 45.950 |
Brussel, 5 maart 1993.
- De wet van 7 juni 1969 (Belgisch Staatsblad van 28 juni 1969) stelt de tijd vast gedurende welke geen opsporing of huiszoeking mag worden verricht. Die wet luidt als volgt :
"Artikel 1. Geen opsporing of huiszoeking mag in een voor het publiek niet toegankelijke plaats worden verricht vóór vijf uur 's morgens en na negen uur 's avonds.
Het in het eerste lid gestelde verbod vindt geen toepassing : 1 wanneer een bijzondere wetsbepaling de opsporing of de
huiszoeking 's nachts toelaat;
2 wanneer een magistraat of een officier van gerechtelijke politie zich tot vaststelling op heterdaad van een misdaad of wanbedrijf ter plaatse begeeft;
3 in geval van verzoek of toestemming van de persoon die het werkelijk genot heeft van de plaats;
4 in geval van oproep vanuit die plaats; 5 in geval van brand of overstroming.
Art. 1bis. (ingevoegd bij artikel 55 van de wet van 5 augustus 1992, Belgisch Staatsblad van 22 december 1992) Het verzoek of de toestemming waarvan sprake in artikel 1, 3, moet schriftelijk en voorafgaand aan de opsporing of huiszoeking worden gegeven.
Artikel 2. Opheffingsbepaling." Bon O.S.D. nr. 71/93
- Rekening gehouden met het bepaalde in de verschillende toepasselijke wetsbepalingen mag huiszoeking worden verricht op de volgende tijdstippen :
a) Huiszoekingen verricht bij toepassing van de artikelen 173,
193 en 197 van de algemene wet inzake douane en accijnzen (Wetboek I en bijlage D bij het Handboek inzake geschillen)
Huiszoeking moet plaatsvinden tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds.
b) Visitaties van fabrieken, verricht bij toepassing van artikel 195 van de algemene wet inzake douane en accijnzen (Wetboek I en bijlage D bij het Handboek inzake geschillen)
Artikel 195 A.W. bepaalt dat wanneer in de werkplaatsen niet gewerkt wordt, mag gevisiteerd worden tussen negen uur 's avonds en vijf uur 's morgens, op voorwaarde dat de ambtenaren vergezeld zijn van een ambtenaar van het gemeentebestuur of van een daartoe door de burgemeester aangewezen overheidsambtenaar.
c) Huiszoekingen verricht bij toepassing van artikel 123 van de wet van 12 juli 1978, betreffende het accijnsregime van alcohol (op- sporing van geheime stokerijen) (Wetboek II en het Boekwerk alcohol- accijns)
Vorenvermelde wet van 7 juni 1969 brengt geen beperking aan de bestaande wetsbepalingen; bijgevolg mogen de huiszoekingen, die op grond van voornoemd artikel worden verricht, plaatsvinden op elk uur van de dag en van de nacht.
d) Huiszoekingen verricht bij toepassing van artikel 21 van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht (Wetboek II en de instructie Vergunningsrecht)
Huiszoeking moet plaatsvinden tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds.
e) Huiszoekingen verricht bij toepassing van artikel 46, § 2, van de samengeordende wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 april 1953 (Wetboek III en de instructie Openingsbelasting)
De in dat artikel voorgeschreven uren komen overeen met die van de wet van 7 juni 1969.
- De omzendbrief van 12 februari 1985, nr. D.C. 81.600 (D.I. 805.60) wordt opgeheven.
*
* *
Een exemplaar van deze circulaire zal door de gewestelijke directeurs worden bezorgd aan al de personeelsleden van de niveaus 1, 2 en 3.
Voor de Directeur-generaal : De Eerste adviseur,
J. DEWILDE
