Circulaire nr. Ci.RH.241/415.068 d.d. 29.11.1991

Bull. nr. 712, pag. 129

BRUGPENSIOEN
Gewezen Belgische grensarbeiders in Nederland

DUBBELBELASTINGVERDRAGEN
Nederland.

GRENSARBEIDER
Belgische grensarbeiders in Nederland.
Gewezen Belgische grensarbeiders in Nederland.

PENSIOENEN
Gewezen Belgische grensarbeiders in Nederland.

VERVANGINGSINKOMSTEN
Gewezen Belgische grensarbeiders in Nederland.


Belastingstelsel van de inkomsten van huidige en gewezen Belgische grensarbeiders in Nederland (aj. 1991).

INHOUDSTABEL Nrs. I. INLEIDING 1 en 2 II. BELGISCHE GRENSARBEIDERS DIE IN NEDERLAND WERKEN A. Hoedanigheid van grensarbeider 3 tot 7 B. Heffingsbevoegdheid 8 tot 10 C. De Nederlandse belastinghervorming "OORT" 11 tot 19 D. Belastbare beroepsinkomsten 1. Algemeen 20 2. Eigenlijke bezoldigingen a) vaststelling van de belastbare bezoldigingen 21 tot 29 b) omrekening in Belgische frank 30 tot 32 c) zwangerschapsuitkeringen 33 d) aftrekbare beroepskosten 34 tot 383. Voordelen van alle aard 39 4. Vervangingsinkomsten 40 tot 42 5. Kinderbijslagen, gezinstoelagen, kraamgeld 43 6. Vergoedingen als terugbetaling van reiskosten van woonplaats naar de plaats van tewerkstelling 44 E. Aanslagstelsel 45 III. GEWEZEN BELGISCHE GRENSARBEIDERS IN NEDERLAND A. Algemeen 46 B. Heffingsbevoegdheid 47 C. Brugpensioen voor grensarbeiders 48 tot 51 D. Met brugpensioen gelijkgestelde uitkeringen 52 tot 53 E. Werkloosheidsuitkeringen 54 F. VUT-uitkeringen 55 G. Omrekening in Belgische frank 56 IV. GEPENSIONEERDE GRENSARBEIDERS A. Algemeen 57 B. Heffingsbevoegdheid 58 C. Aanslagstelsel 1. Regel 59 2. Ouderdoms- en overlevingspensioenen 60 en 61 3. Bedrijfspensioenen 62 D. Omrekening in Belgische frank 63 Bijlagen : 1. Model van jaaropgaaf 1990 2. Nuttige adressen
Lijst van afkortingen


1. Volksverzekeringen AOW (Algemene ouderdomswet) AWW (Algemene weduwen- en wezenwet) AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) AAW (Algemene Arbeidsongeschiktsheidswet) 2. Werknemersverzekeringen ZW (Ziektewet) WAO (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering) ZFW (Ziekenfondswet) WW(Werkloosheidswet) 3. Andere Wetten AKW (Algemene Kinderbijslagwet) IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) IOAZ(Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) ABW (Algemene Bijstandswet) I. INLEIDING

1. De recente wijzigingen in de Nederlandse sociale en fiscale wetgeving (o.m. de vanaf 01.01.1990 doorgevoerde belastinghervorming " OORT ") en de gevolgen daarvan voor de Belgische grensarbeiders in Nederland, nopen ertoe algemeen geldende richtlijnen inzake het belasten van die grensarbeiders op te stellen.

2. Die richtlijnen bevatten hoofdzakelijk algemene beginselen en kunnen door de plaatselijke taxatiediensten worden aangevuld met bijzondere gegevens die zouden blijken uit in bepaalde Nederlandse bedrijfssectoren of bedrijven geldende regelingen waarvan zij kennis hebben.

II. BELGISCHE GRENSARBEIDERS DIE IN NEDERLAND WERKEN

A. Hoedanigheid van grensarbeider

3. Als Belgische grensarbeider in Nederland wordt aangezien elke persoon, ongeacht zijn nationaliteit, die in de aan België grenzende Nederlandse grensstreek in een dienstbetrekking werkzaam is (bij een particuliere werkgever) en zijn duurzaam tehuis in de Belgische grensstreek heeft, waarnaar hij gewoonlijk dagelijks of tenminste éénmaal per week terugkeert.

4. Het voordeel van de hoedanigheid van grensarbeider wordt niet geweigerd aan de Belgische grensarbeiders, die ten hoogste 45 werkdagen per kalenderjaar hun werkzaamheden in dienst van hun werkgever uitoefenen in een buiten de Nederlandse grensstreek gelegen lokaliteit. Wanneer die werknemers echter hun werkzaamheden als grensarbeider gedurende een kortere periode dan een kalenderjaar hebben uitgeoefend, wordt de afwijking van 45 werkdagen alleszins beperkt tot 20 % meer dan 45 dagen bedragen (zie ook circ. 12.02.1988, Ci.R9.NL/357.790, B. 671, blz. 628).

5. De grensarbeidsregeling is echter niet van toepassing op personen van Nederlandse nationaliteit die na 01.01.1970 hun woonplaats van Nederland naar België hebben overgebracht, zelf wanneer die Nederlanders eerst een zekere tijd in België werkzaam waren alvorens hun werkzaamheid in de Nederlandse grensstreek aan te vatten of zelfs wanneer zij na 01.01.1970 hun woonplaats via een derde land van Nederland naar België hebben overgebracht.

Alleen bij verlies van de Nederlandse nationaliteit vallen deze voormalige Nederlanders onder de grensarbeidsregeling, mits zij aan de overige zake gestelde voorwaarden voldoen. Meestal zal dit het geval zijn, wanneer zij de Belgische nationaliteit verwerven.

6. De Belgische grensstreek is het gebied dat ten noorden wordt begrensd door de Belgisch-Nederlandse grens en ten zuiden door een denkbeeldige kortste lijn die de volgende gemeenten verbindt : Oostende, Brugge, Tielt, Oudenaarde, Aalst, Mechelen, Leuven, Tienen, Landen, Borgworm, Luik, Verviers, Eupen, Raeren. De gemeenten die door de denkbeeldige lijn worden doorsneden, worden geacht in hun geheel tot de grensstreek te behoren.

De Nederlandse grensstreek is het gebied dat ten zuiden wordt begrensd door de Nederlands-Belgische grens en ten noorden door Grevelingen, Krammer, Volkerak, Hollandsch Diep, Dordtsche Kil, Merwede, Maas tot Gennep, spoorlijn van Gennep naar het oosten tot aan de Duitse grens.

De lijst van de gemeenten die tot de grensstreken van België en Nederland behoren, komt voor in het Algemeen Commentaar van de overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting (Com. Ov.) onder nummer 15/83.

7. Beroepsartiesten en sportbeoefenaars worden niet als grensarbeider opgemerkt. Voor hen, zomede voor personen die werkzaam zijn in een overheidsfunctie en voor bestuurders van in Nederland gevestigde naamloze vennootschappen, gelden afzonderlijke regelingen. De grensarbeidsregeling kan slechts op in België woonachtige staatsambtenaren uit Nederland worden toegepast, wanneer zij de Nederlandse nationaliteit niet bezitten (art. 19 Overeenkomst met Nederland) (zie ter zake ook het antwoord op de parlementaire vraag nr. 540 van 19.06.1990, gesteld door Volksvertegenwoordiger ANSOMS, Bulletin " Vragen en Antwoorden " nr. 123 van 14.08.1990 - Kamer van Volksvertegenwoordigers, gewone zitting 1989-1990, blz. 10059 - B. 701, blz. 124).

B. Heffingsbevoegdheid

8. Lonen, salarissen en andere beloningen van Belgische grensarbeiders die in de Nederlandse grensstreek werken zijn slechts in België belastbaar. Principieel zijn zij dus vrijgesteld van Nederlandse belastingen.

9. De werkgever in Nederland mag de inhouding van Nederlandse belasting voor Belgische grensarbeiders achterwege laten op grond van een door de Nederlandse inspecteur der belastingen gewaarmerkte grensarbeidsverklaring, die om de drie jaar moet worden vernieuwd (Com. Ov. 15/64).

10. Krachtens de bepalingen van art. 26, Overeenkomst met Nederland, mogen verzoekschriften om herziening van een heffing die niet met de overeenkomst overeenstemt, zelfs buiten de normale termijnen voor bezwaar worden ingediend.

Het verzoekschrift moet wel worden ingediend binnen twee jaar vanaf het tijdstip waarop de belastingplichtige, in dit geval de grensarbeider, kennis kan dragen van de verkeerde heffing (Com. Ov. 25/16).

De termijn van twee jaar begint dus normaal te lopen vanaf de laatste aanslag, hetzij in Nederland, hetzij zelfs in België, die samen met de eerste aanslag een belastingheffing aan het licht heeft gebracht die niet in overeenstemming was met de overeenkomst (Com. Ov. 25/17).

C. De Nederlandse belastinghervorming " OORT "

11. Met ingang van 01.01.1990 is de loonbelastingregeling in Nederland gewijzigd. De wijziging houdt onder meer in dat er voortaan slechts één gezamenlijke " loonheffing " (inhouding) plaatsvindt, die benevens de loonbelasting ook de premies voor de vier " volksverzekeringen " omvat, met name :



a)de premie " AOW ";
b)de premie " AWW ";
(beide premies werden voorheen ook op de bezoldigingen ingehouden)



c)de premie " AWBZ ";
d)de premie " AAW ".
De twee laatstvermelde premies werden voorheen door de werkgever gekweten. De verplichting om die premies te betalen is dus per 01.01.1990 overgeheveld van de werkgever naar de werknemer, ook wanneer deze laatste grensarbeider is. Als compensatie voor deze overheveling ontvangt de werknemer echter een " overhevelingstoeslag ".




12.Dienaangaande wordt aangestipt dat :
  • de door de werkgever verschuldigde overhevelingstoeslag in België als een belastbare bezoldiging van de verkrijger moet worden aangemerkt;
  • de op de bezoldigingen ingehouden volksverzekeringspremies (AOW-, AWW-, AWBZ- en AAW-bijdragen) aftrekbare beroepskosten zijn, als bedoeld in art. 45, 5°, WIB die -eventueel vóór de toepassing van de forfaitaire beroepskosten- in mindering van de belastbare bezoldigingen komen.


13. De belastinghervorming " OORT " voert vanaf 01.01.1990 in Nederland een belastingschaal in, bestaande uit slechts 3 tarieven, namelijk :




35,10 % op een eerste schrijf van 42.123 gulden, bestaande uit :
a) 22,10 % volksverzekeringspremies (zie nr. 11);
b) 13 % loonbelasting;



2° 50 % op de tweede schijf van 42.123 gulden, louter bestaande uit
loonbelasting;


3° 60 % op de schijf boven 84.246 gulden, eveneens louter loonbelasting.


14. De Nederlandse belastingplichtigen kunnen, net zoals de Belgische, aanspraak maken op een belastingvrije som.

Het bedrag daarvan verschilt naargelang van de verkrijgers, die in zes tariefgroepen zijn ingedeeld :

  • Tariefgroep 1


Belastingvrije som : nihil.

Deze groep omvat alle personen die bij de inhouding van de loonbelasting geen aanspraak kunnen maken op en belastingvrije som, ofwel omdat zij als gehuwde of ongehuwd samenwonende die belastingvrije som op de partner overdragen, ofwel omdat zij meer dan één werkgever hebben en slechts één werkgever of uitkeringsinstantie bij de inhouding met de vrijstelling rekening mag houden.

  • Tariefgroep 2


Belastingvrije som : 4.568 gulden.

Deze groep omvat alle personen die niet bij een andere groep zijn ingedeeld.

  • Tariefgroep 3


Belastingvrije som : 9.136 gulden.

Deze groep omvat de gehuwden en de ongehuwd samenwonenden, die de belastingvrije som van hun partner gebruiken, omdat hij geen inkomen heeft of een inkomen heeft van minder dan 4.568 gulden.

  • Tariefgroep 4


Belastingvrije som : 8.222 gulden.

Deze groep omvat de alleenstaande ouders die een inwonend kind van jonger dan 27 jaar onderhouden.

  • Tariefgroep 5


Belastingvrije som : ten minste 8.222 gulden, verhoogd met 6 % op het arbeidsinkomen, zonder in het totaal 11.876 gulden te mogen overschrijden.

Deze groep omvat de alleenstaande ouder die betaald werk verricht en een inwonend kind van jonger dan 12 jaar heeft;

  • Tariefgroep 6 (geldt alleen voor het jaar 1990).


Belastingvrije som : 4.568 gulden of 5.693 gulden, eveneens afhankelijk van het inkomen.

Deze groep omvat de alleenstaanden die op 31.12.1989 ouder dan 27 en jonger dan 65 jaar zijn. De 5.693 gulden gelden voor inkomens beneden 35.000 gulden.

15. Vrijwel elke bezoldigde in Nederland heeft in 1990 een nieuwe " loonbelastingverklaring " moeten invullen. Belgische grensarbeiders, die aan al de voor vrijstelling gestelde voorwaarden voldoen en bovenvermelde loonbelastingverklaring correct hebben ingevuld, zullen in Nederland voor het jaar 1990 slecht een loonheffing van 22,10 % ondergaan op de eerste schijf van 42.123 gulden van hun inkomen. Deze heffing omvat alleen de premies voor de vier volksverzekeringen, die Nederland gerechtigd is te heffen.

16. In het vak " ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen " van de jaaropgaaf van 1990 mag voor een grensarbeider derhalve geen bedrag voorkomen dat hoger is dan 42.123 gulden x 22,10 % = 9.310 gulden. Eventuele hogere bedragen omvatten bijgevolg ook en ten onrechte een bedrag aan ingehouden loonbelasting.

17. Grensarbeiders, die b.v. zouden vaststellen dat op de eerste schijf van 42.123 gulden van hun inkomen in Nederland 35,10 % is ingehouden, moeten 13 % (35,10 - 22,10) loonbelasting in Nederland terugvorderen.

18. Hetzelfde geldt voor de inhouding van 50 % en 60 % loonbelasting op de volgende schijven d.i. telkens als de som van 9.310 gulden wordt overschreden als loonheffing.

19. In Nederland terugvorderbare belastingen kunnen in België nooit als beroepskosten worden afgetrokken.

D. Belastbare beroepsinkomsten

1. Algemeen

20. De belastbare beroepsinkomsten van Belgische grensarbeiders in Nederland omvatten :



de eigenlijke bezoldigingen (lonen, gratificaties, vakantiegeld, enz.);
de voordelen van alle aard;
de inkomsten die de aard van vervangingsinkomens hebben.
2. Eigenlijke bezoldigingen



a)Vaststelling van de belastbare bezoldigingen

21. In de regel beschikken Belgische grensarbeiders die voor een
Nederlandse werkgever werken over een " loonopgaaf " (zie model 1990 als bijlage 1), die hen ingevolge de Nederlandse wetgeving door hun werkgever wordt overhandigd.

22. De op die " loonopgaaf " voorkomende gegevens maken het normaliter mogelijk de in België belastbare bezoldigingen vast te stellen.

De belangrijkste vakken van die " loonopgaaf " zijn :

23.

1)Vak " Loon "

In het vak " loon " is het belastbare bedrag van het loon voor de
inkomstenbelastingen in Nederland vermeld.

Dit bedrag, dat gelijk is aan het belastbare loon in Nederland, is als volgt samengesteld : brutoloon (in geld en in natura) - ingehouden pensioenpremies - ingehouden premies WAO/WW/ZW + werkgeversaandeel ZFW + overhevelingstoeslag (zie nr. 11).

2)Vak " Code premies-volksverzekeringen "

24. In het vak " Code premies Volksverzekeringen " zijn 3 cijfers
vermeld die respectievelijk de soort inhoudingstabel, de kleur van de inhoudingstabel en het tijdvak aanduiden.

" Soort inhoudingstabel " :

Het eerste cijfer geeft aan welke inhoudingen (loonbelasting en/of premies) op het loon zijn verricht. Ter zake is het voldoende te weten dat voor bezoldigingen van Belgische grensarbeiders en voor vervangingsinkomens die niet in Nederland belast zijn, de code steeds met het cijfer " 3 " begint.

" Kleur inhoudingstabel " :

De tabellen loonbelasting/premie volksverzekeringen zijn gebaseerd op het zgn. schijventarief. Er zijn in beginsel twee soorten tabellen, die worden onderscheiden naar hun kleur. Er zijn witte tabellen (=1) voor loon uit tegenwoordige dienstbetrekking (en wat daarmee op één lijn wordt gesteld), en groene tabellen (=2), voor loon uit vroegere dienstbetrekking (en daarmee gelijkgestelde uitkeringen).

" Tijdvak " :

Het derde cijfer geeft aan of het loon per kwartaal (=1), maandelijks (=2), wekelijks (=3), vierwekelijks (=4), dagelijks (=5) of over een ander tijdvak (=0), wordt betaald.



3)Vak " ingehouden loonbelasting/premies volksverzekeringen "
25. Belgische grensarbeiders zijn niet onderworpen aan de Nederlandse " loonbelasting "; bedoeld vak bevat dan ook normaal slechts het bedrag van de ingehouden premies volksverzekeringen (AOW/AWW/AWBZ/AAW) (zie ook nrs. 15 tot 18).



4)Vak " Tariefgroep "
26. Dit vak bevat de toe te passen tariefgroep voor de berekening van de belastingvrije som (zie nr. 14). In de praktijk is de aftrek van de belastingvrije som in de loonheffingstabellen verrekend.



5)Vak " SOFI-nummer "

27. Betreft het nationaal nummer bij de Nederlandse belastingdienst.
6)Vak " Premie ziekenfonds/Premie ziekteverzekering "
28. Dit vak bevat het werknemersaandeel, zomede het in het loon opgenomen werkgeversaandeel van de ziekenfondspremies (zie nr. 23).

De verplichte ziekenfondsverzekering (ZFW) geldt alleen voor werknemers met in 1990 een jaarloon van ten hoogste 50.9000 gulden (zie ook nr. 36).

29. Voor de vaststelling van de in België belastbare bezoldiging, moet het loon zoals het vermeld is in de rubriek " loon " van de jaaropgaaf, worden verminderd met :

  • het bedrag van de ingehouden loonheffing (normaliter alleen de premieheffing - zie vak " ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen ") (*);
  • het totale bedrag van de premies ZFW, dat vermeld is in het vak " premie ziekenfonds/premie ziekteverzekering.




(*)zie ook nrs. 15 tot 18 en 25.
b)Omrekening in Belgische frank
30. Ongeacht de wijze van betaling (in specie, via storting of overschrijving op bank- of postrekening, enz.) mogen de bezoldigingen van Belgische grensarbeiders in Nederland in Belgische frank worden omgezet tegen de gemiddelde beurskoers, minus 1 %; wat voor het jaar 1990 betekent : 18,35 BF x 99 % = 18,17 BF.

31. Die omzettingskoers geldt eveneens voor de wettelijke en extra-wettelijke sociale verzekeringsuitkeringen (zie nr. 41).

32. Uiteraard mogen de betrokken belastingplichtigen d.m.v. bewijsstukken aantonen dat op hun bezoldigingen en uitkeringen in werkelijkheid een lagere omzettingskoers is toegepast.



c)Zwangerschapsuitkeringen
33. De zwangerschapsrust in Nederland begint zes weken vóór de vermoedelijke datum van de bevalling en duurt tot zes weken na de bevalling. De zwangerschapsuitkeringen zijn gelijk aan het volle dagloon en worden betaald door de bedrijfsvereniging waarbij de Nederlandse werkgever is aangesloten of door bemiddeling van die werkgever.

Die uitkeringen zijn als eigenlijke bezoldigingen (en dus niet als vervangingsinkomsten) aan te merken.



d)Aftrekbare beroepskosten
34. Zoals alle andere loontrekkers, kunnen de Belgische grensarbeiders in Nederland ofwel hun werkelijke beroepskosten aantonen op grond van art. 44 en volgende, WIB, ofwel aanspraak maken op de forfaitaire beroepskosten als bedoeld in art. 24, hervormingswet 07.12.1988.

35. Ter zake moet met de volgende bijzonderheden rekening worden gehouden :



1)Ziekenfondspremies
36. De Belgische grensarbeiders met een overeengekomen vast loon dat een bepaalde grens niet overschrijdt (50.900 gulden in 1990) zijn in Nederland verplicht verzekerd ingevolge de ziekenfondswet (ZFW).

De werknemersbijdrage is gesplitst in twee delen :

  • een procentuele premie van 3,05 % die ingehouden is op het loon;
  • een nominale premie die door de werknemer rechtstreeks moet worden betaald aan het Nederlandse ziekenfonds waarbij hij geregistreerd is en die in 1990 schommelt tussen 186 gulden en 558 gulden naargelang het aantal verzekerden (*).


(*) De nominale premie bedraagt in 1990 :
  • 186 gulden per jaar voor de verzekerden (15,5 gulden per maand);
  • 186 gulden per jaar voor de medeverzekerde partner (15,5 gulden per maand);
  • 93 gulden per jaar per medeverzekerd kind (maximaal 2 kinderen - vanaf het derde kind is geen premie meer verschuldigd) (7,75 gulden per maand).


De nominale premies zijn (net zoals de op het loon ingehouden premies) beroepskosten in de zin van art. 45, 5°, WIB en zijn aftrekbaar vóór de toepassing van de forfaitaire beroepskosten. In de aangifte P.B. mogen die premies worden opgenomen in de rubriek " niet ingehouden persoonlijke bijdragen betaald ter uitvoering van de sociale wetgeving ".



2)Premies van een particuliere ziektekostenverzekering
37. De Belgische grensarbeiders van wie het loon jaarlijks een bepaalde grens overschrijdt (50.900 gulden in 1990) zijn niet (verplicht) verzekerd ingevolge de ziekenfondswet (ZFW).

Om het risico van de ziektekosten te dekken, kunnen de betrokkenen zich (vrijwillig) verzekeren bij een particuliere ziektekostenverzekeringsmaatschappij in België of in Nederland.

De daaraan betaalde ziektekostenverzekeringspremies zijn niet aftrekbaar als beroepskosten (zie ter zake ook circ. 11.12.1987, Ci.RH.243/381.215 - B. 669, blz. 310 en 13.10.1989, Ci.RH.243/403.979 - B. 688, blz. 2.345).



3)Vrijwillige pensioenbijdragen
38. De premies die de niet-werkende echtgenoot van een verplicht verzekerde Belgische grensarbeider in Nederland vrijwillig aan de Sociale Verzekeringsbank in Amsterdam betaalt om volgens de AOW en AWW in Nederland pensioenrechten op te bouwen, zijn niet aftrekbaar als beroepskosten (en kunnen evenmin van het totale netto-inkomen worden afgetrokken).

3. Voordelen van alle aard

39. De voordelen van alle aard worden bepaald zoals voor loontrekkers die in België werken.

4. Vervangingsinkomsten

40. De vervangingsinkomens omvatten de toelagen, vergoedingen en andere soortgelijke sommen, toegekend aan grensarbeiders als herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen ten gevolge van ziekte, ongeval, invaliditeit, gedeeltelijke werkloosheid en andere gelijkaardige gebeurtenissen.

Sociale verzekeringsuitkeringen (*) (*) Uitkeringen werknemersverzekeringen ZW (uitkering bij ziekte of invaliditeit gedurende ten hoogste 52 weken - 70 % van het loon met een maximum dagloon van 278,60 gulden); WAO (uitkering na 52 weken wegens arbeidsongeschiktheid van tenminste 15 %); WW (werkloosheidsuitkering - uitkeringsperiode is afhankelijk van het arbeidsverleden). 41. Uitkeringen krachtens de ziektewet (ZW), de arbeidsongeschiktheidswetten (WAO en AAW) en de werkloosheidswet (WW) worden in Nederland belast als lonen uit een dienstbetrekking en zijn onderworpen aan de loonheffing (zie nr. 11).

Die uitkeringen worden in principe betaald door de bedrijfsvereniging waarbij de Nederlandse werkgever is aangesloten of door bemiddeling van die werkgever.

Wanneer die uitkeringen door bemiddeling van de werkgever worden betaald, zijn zij doorgaans begrepen in het " loon " vermeld op de loonopgaaf.

De werkgever kan ook aanvullende (extra-wettelijke) uitkeringen van dezelfde aard betalen.

42. Vermits de bedoelde uitkeringen in België als vervangingsinkomsten worden aangemerkt (geen forfaitaire beroepskosten, toepassing van belastingverminderingen ingevolge art. ter, WIB zal het " loon " zoals vermeld op de jaaropgaaf eventueel in verschillende bestanddelen moeten worden gesplitst.

In voorkomend geval moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de aard en het juiste bedrag van de verschillende in het vak " loon " van de jaaropgaaf vermelde uitkeringen.

5. Kinderbijslagen, gezinstoelagen en kraamgeld

43. De Nederlandse kinderbijslagen die krachtens de AKW (Algemene Kinderbijslagwet) aan Belgische grensarbeiders betaalt, mits die toelagen niet meer bedragen dan het verschil tussen de wettelijke gezinstoelagen die in België en in Nederland worden uitbetaald. De betaling van zulke bijslagen komt alleen nog in grote ondernemingen voor.

Het kraamgeld van 55 gulden dat aan Belgische grensarbeidsters wordt uitgekeerd, is eveneens van belasting vrijgesteld.

Geen enkele van de voormelde uitkeringen wordt op de loonopgaaf vermeld.



6.Vergoedingen als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling

44. De vrijstelling van 5.000 F per jaar als bedoeld in art. 41, § 2,
1°, WIB is eveneens van toepassing op de vergoedingen die een Nederlandse werkgever zou toekennen als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling (in de praktijk komen deze terugbetalingen weinig voor).

Het bedrag van die vergoedingen wordt slechts op de loonopgaaf vermeld in de mate dat het bepaalde grenzen overtreft die afhankelijk zijn van de afstand tussen woonplaats en plaats van tewerkstelling, zomede van het aantal reisdagen per week.

E. Aanslagstelsel

45. De bedoelde grensarbeiders zijn tegen het volle tarief aan de personenbelasting onderworpen.

III. GEWEZEN BELGISCHE GRENSARBEIDERS IN NEDERLAND

A. Algemeen

46. Bedoeld worden de (bejaarde) Belgische grensarbeiders die ontslagen zijn door hun Nederlandse werkgever ongeacht of zij :

  • al dan niet (aanvullende) uitkeringen van die werkgever verkrijgen (bv. in het kader van een vervroegde uittredingsregeling (VUT);
  • al dan niet in België wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen.


B. Heffingsbevoegdheid

47. De hier bedoelde uitkeringen van Nederlandse oorsprong betaald aan gewezen Belgische grensarbeiders, zijn krachtens de art. 15, 18 of 22, Overeenkomst met Nederland, uitsluitend in België belastbaar.

C. Brugpensioen voor grensarbeiders

48. Het brugpensioen voor grensarbeiders, ingesteld door art. 215, W. 08.08.1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 en het KB 19.09.1980, laatst gewijzigd door het KB 13.04.1987 (B.S. 13.05.1987), betreffende het recht op werkloosheidsuitkeringen en op aanvullende vergoedingen van ontslagen grensarbeiders of die volledig werkloos zijn gesteld, wordt op fiscaal vlak gelijkgesteld met het brugpensioen verkregen ter uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19.12.1974.

Naargelang het recht op aanvullende vergoedingen krachtens het voormelde besluit van 19.09.1980 een aanvang heeft genomen na 31.12.1986 of vóór 01.01.1987, wordt respectievelijk de vermindering voor brugpensioenen " nieuw stelsel " bedoeld in art. 87ter, § 2, 1° en 2°, WIB of de vermindering voor brugpensioenen " oud stelsel " bedoeld in art. 87ter, § 2, 3° en 4°, WIB verleend.

49. De voorwaarden om de aanvullende vergoedingen waarvan sprake is te kunnen verkrijgen zijn :

  • ontslagen zijn om redenen van economische restructuratie of volledig werkloos zijn gesteld om economische redenen;
  • de leeftijd van 55 jaar of 60 jaar bereikt hebben, naargelang het vrouwen of mannen betreft;
  • 1.800 werkdagen (of gelijkgestelde dagen) tellen tijdens de negen jaren die de aanvraag voorafgaan.


50. De aanvullende vergoeding bedraagt 10 % van het laatst verdiende nettoloon van de grensarbeider in Nederland, zonder 3.000 F per maand te mogen overschrijden.

51. De aanvullende vergoeding wordt niet toegekend aan grensarbeiders die met toepassing van een regeling van kracht in Nederland aanspraak kunnen maken op een vergoeding waarvan het bedrag ten minste gelijk is aan dat van de aanvullende vergoeding.

D. Met brugpensioen gelijkgestelde uitkeringen

52. De aanvullende (extra-wettelijke) uitkeringen of voordelen die bejaarde ontslagen grensarbeiders verkrijgen van hun gewezen werkgever in Nederland mogen voor de toepassing van de inkomstenbelastingen als brugpensioenen worden aangemerkt, op voorwaarde dat hun (Belgische) wettelijke werkloosheidsuitkeringen fiscaal als brugpensioen worden beschouwd.

Dit veronderstelt dat de betrokkenen :

  • aan de inzake brugpensioenen gestelde leeftijdsvoorwaarde voldoen;
  • dezelfde maatregelen genieten als de bruggepensioneerden van de Belgische stelsels, meer bepaald vrijstelling van stempelcontrole, niet meer ingeschreven zijn als werkzoekende en behoud van het percentage van 60 % voor de berekening van de werkloosheidsuitkering, ongeacht de gezinslast.


53. De aandacht wordt erop gevestigd dat aan de betrokkenen die brugpensioen verkrijgen welke :

  • ofwel worden betaald ter uitvoering van een collectieve arbeidsovereenkomst neergelegd op of na 01.06.1986;
  • ofwel ingaan op of na 01.01.1987,


dezelfde belastingvermindering wordt toegestaan als aan gepensioneerden.

E. Werkloosheidsuitkeringen

54. De aanvullende (extra-wettelijke) uitkeringen of voordelen die ontslagen grensarbeiders verkrijgen van hun gewezen werkgever in Nederland moeten als extra-wettelijke werkloosheidsuitkeringen worden aangemerkt indien zij in België wettelijke werkloosheidsuitkeringen verkrijgen die fiscaal niet als brugpensioenen worden aangemerkt.

F. VUT-uitkeringen

55. De uitkeringen die een Nederlandse werkgever betaalt in het kader van een vervroegde uittredingsregeling (ingevoerd bij collectieve arbeidsovereenkomst) aan afgevloeide werknemers die geen werkloosheidsuitkeringen van Belgische of Nederlandse oorsprong ontvangen (bv. de VUT-uitkeringen van de N.V. Hoechst - zie circ. 14.07.1989, Ci.RH.243/395.658, B. 686, blz. 1740), zijn pensioenen of vervangingsinkomsten in de zin van art. 87ter, § 1, 1° of 2°, WIB

G. Omrekening in Belgische frank

56. Het bepaalde in de nrs. 30 tot 32 is ook van toepassing op aanvullende brugpensioenen, werkloosheidsuitkeringen, enz.

IV. GEPENSIONEERDE GRENSARBEIDERS

A. Algemeen

57. Grensarbeiders verkrijgen na hun pensionering een Nederlands wettelijk pensioen ter zake van hun vroegere dienstbetrekking in Nederland, met name een ouderdomspensioen (AOW) of een overlevingspensioen (AAW), dat wordt betaald door de Sociale Verzekeringsbank te Amsterdam.

Daarnaast is het mogelijk dat zij van hun vroegere werkgever of van een pensioenfonds een extra-wettelijk pensioen (bedrijfspensioen) ontvangen.

B. Heffingsbevoegdheid

58. Overeenkomstig de art. 18 of 22, Overeenkomst met Nederland komt aan België het recht toe belasting te heffen over de ouderdomspensioenen (AOW-uitkeringen), overlevingspensioenen (AWW-uitkeringen) en bedrijfspensioenen van Nederlandse oorsprong die aan inwoners van België zijn betaald.

C. Aanslagstelsel

1. Regel

59. De vorenbedoelde pensioenen van Nederlandse oorsprong zijn tegen het volle tarief aan de personenbelasting onderworpen als pensioenen in de zin van art. 87ter, § 1, 1°, WIB

2. Ouderdoms- en overlevingspensioenen

60. Die pensioenen zijn op grond van de art. 20, 5° en 32bis, WIB belastbaar indien zij rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een in art. 20, 1° tot 3°, WIB bedoelde beroepswerkzaamheid, wat normaliter steeds het geval zal zijn.

Dit standpunt is bevestigd door de rechtspraak; ter zake kan worden verwezen naar de arresten van het Hof van Beroep te Antwerpen van 07.05.1984 inzake Zwaan Cornelis (F.J.F. nr. 84/186, 323) en van 29.05.1990 inzake Huising Rudolph (F.J.F. nr. 90/215, 456).

61. Wanneer de AOW-uitkeringen evenwel geen beloning uitmaken ter zake van een vroegere dienstbetrekking (m.a.w. als de verkrijgers premies heeft betaald die niet via een beroepsinkomen zijn afgedragen of nooit premies heeft betaald), is niet aan de in art. 32bis, WIB gestelde voorwaarden voldaan en zijn zij niet belastbaar als beroepsinkomsten.

3. Bedrijfspensioenen

62. In het algemeen zijn extra-wettelijke bedrijfspensioenen van Nederlandse oorsprong die aan gewezen grensarbeiders worden betaald of toegekend belastbare pensioenen op grond van de art. 20, 5° en 32bis, WIB

D. Omrekening in Belgische frank

63. Het bepaalde in de nrs. 30 tot 32 is mede van toepassing op pensioenen.




Bijlage 1 Model van loonopgaaf 1990 -------------------------------------------------------------------------- JAAROPGAAF 1990 (toelichting zie achterzijde) code premie ingehouden loon- met tarief- loon volksverzekeringen belasting/premie ingang groep (z.o.z.) volksverzekeringen van --------------------------------------------------- --------------------- | | | | | | | --------------------------------------------------- --------------------- SoFi- premie ziekenfonds/ nummer premie ziektek.verz. --------------------------------------------------- --------------------- | | | | | | | --------------------------------------------------- --------------------- werknemer : naam en adres inhoudingsplichtige : ------------------------------------------------------------------------- z.o.z. Deze opgaaf zorgvuldig bewaren omdat zij maar éénmaal wordt verstrekt -------------------------------------------------------------------------- | Verlangt de Belastingdienst (bijv. voor uw aangifte inkomstenbelasting)| | of een andere instantie een opgaaf van uw loon maak dan een fotokopie | | van deze jaaropgaaf en bewaar het origineel | -------------------------------------------------------------------------- TOELICHTING

Het bedrag in de rubriek ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen bevat in het algemeen een bedrag aan premie volksverzekeringen. Hoe groot dat bedrag is kunt U aan de hand van de code in de rubriek code premie volksverzekering (z.o.z.) in onderstaande tabel aflezen.
De premie volksverzekeringen in de inhouding is op jaarbasis (voor alle dienstbetrekkingen tezamen) niet hoger dan het vermelde maximum. Voor gemoedsbezwaarde werknemers hebben het percentage en het maximumbedrag betrekking op de premievervangende loonbelasting. code premie werknemer jonger dan 65 jaar werknemer 65 jaar of ouder volks- percentage maximum percentage maximum verzekeringen 0 63 f 9309 29,3 f 2274 3 100 f 9309 100 f 2274 4 of 5 0 f 0 0 f 0 6 56,2 f 7034 0 f 0 7 29,3 f 2274 - - 9 50,5 f 5581 - - 228 100 f 6550 - - 229 54,5 f 6550 - - Het is raadzaam het op de voorkant vermelde SOFI-nummer te vergelijken met het SOFI-nummer op de opgaaf die is verstrekt door de Belastingdienst. Als deze nummers niet gelijk zijn, meld dit dan zo spoedig mogelijk aan uw werkgever/uitkeringsinstantie.

In de rubriek tariefgroep is vermeld de toegepaste tariefgroep (evt. met een nul ervoor).

De rubriek premie ziekenfonds/premie ziektek. verz. vermeldt de premie Zfw of de premie voor een bij/via de werkgever gesloten ziektekostenverzekering (werknemers- en belast werkgeversaandeel).

Bijlage 2

Nuttige adressen



1.Nederlandse Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, Pijler 10, 6446 AC Brunssum (Nederland), (tel. 00.3145.236.363);
2.Stichting Bureau voor Belgische Zaken de sociale verzekering betreffende, Markendaalseweg 35, 4811 KA BREDA (Nederland) (tel. 00.31076.222.950);
3.Diensten grensarbeiders van de verschillende vakbonden zoals bv. :
  • Provinciaal Christelijk Vakverbond van Limburg, Mgr. Broekxplein 6 te 3500 Hasselt - secretaris de heer De Raeve;
  • ACV Verbond Turnhout, Korte Begijnenstraat 22 te 2300 Turnhout
  • secretaris de heer Frank Heylen;
  • ACV Gewest Zelzate, Oostkade 24 te 9060 Zelzate - secretaris de heer U. Van Heyghen;
  • ABVV Turnhout, Stationstraat 46 te 2300 Turnhout;
  • ABVV Eisden-Maasmechelen, Kruindersweg 28, te 3630 Eisden-Maasmechelen;
  • ABVV Lommel, Vreyshoring 29 te 3920 Lommel.