Circulaire nr. Ci.RH.243/380.235 dd. 04.08.1987

CIRC 04.08.87/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/380.235 dd. 04.08.1987


Bull. nr. 664, pag. 1866

LEVENSVERZEKERING
Vrijstelling van de aflossingen van leningen gewaarborgd door een schuldsaldoverzekering

WONING
Middelgrote woning


I. INLEIDING.

1. Met het doel de bouwnijverheid aan te moedigen, is art. 56, WIB met een § 3 aangevuld door art. 12, W. 4.8.1986, houdende fiscale bepalingen (V. 1852 - B. 653).

II. WETTEKST.

2. Deze nieuwe bepaling luidt als volgt :

Art. 56, § 3, WIB

"Wanneer het met ingang van 1 mei 1986 gesloten verzekeringscontract van een lening het bouwen of het in nieuwe staat verwerven van een in België gelegen woonhuis tot voorwerp heeft, wordt het in § 2, 2°, vermelde aanvangsbedrag van 400.000 frank op 2.000.000 frank gebracht.

Een woonhuis wordt geacht in nieuwe staat te zijn verworven wanneer het, op het tijdstip van de vervreemding, een goed betreft als bedoeld bij artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het met de toepassing van die belasting wordt vervreemd".

III. DRAAGWIJDTE VAN DE WETSWIJZIGING.

Algemene regel

3. Het maximaal vrijstelbare bedrag inzake leningen voor middelgrote woningen (400.000 F), vastgesteld in art. 56, § 2, 2°, WIB, wordt op 2.000.000 F gebracht voor leningen die worden aangegaan om een in België gelegen middelgrote woning te bouwen of in nieuwe staat te verwerven, indien het schuldsaldoverzekeringscontract na 30.4.1986 wordt gesloten.

Bedoelde leningen

4. De leningen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen :



het moet hypothecaire leningen betreffen;
zij moeten gewaarborgd zijn door een na 30.4.1986 gesloten schuldsaldoverzekeringscontract;
het ontleende bedrag moet worden gebruikt voor het bouwen of in nieuwe staat verwerven van een in België gelegen middelgrote woning.
Bedoelde woningen

5. Onder woning wordt een gebouw verstaan dat wegens zijn aard normaliter bestemd is om te worden bewoond, zoals inzonderheid een eengezinswoning of een appartement.

6. Om als nieuw te worden beschouwd moet een woning :

  • hetzij nieuw gebouwd zijn;
  • hetzij aangeschaft zijn onder het stelsel van art. 9, § 3, van het BTW-wetboek (d.w.z. met BTW-heffing en niet met registratierecht). Evenwel is niet vereist dat de woning vóór de eerste ingebruikneming wordt verworven. Het is voldoende dat de belastingplichtige aantoont dat hij de BTW heeft voldaan.
7. De nieuwe maatregel is niet van toepassing wanneer de lening is aangegaan voor het omvormen (of verbouwen) van een bestaande woning of voor de terugbetaling van het saldo van een vorige lening waarvoor de vrijstelling slechts ten belope van een aanvangsbedrag van 400.000 F van toepassing was.

Onder "omvorming" wordt verstaan de verbouwing zowel aan de buitenkant (en inzonderheid de restauratie) als aan de binnenkant van het gebouw, of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken en de uitbreiding van bestaande vertrekken.

8. Daarentegen wordt als oprichting van een nieuw gebouw aangemerkt :

  • het herbouwen van een gebouw na afbraak, zelfs in geval van behoud der funderingen en kelders van het oude gebouw of van bijkomstige elementen van zijn structuur (vb. alleen de voorgevel aan de straatzijde behouden ter wille van de integratie in het stedelijk kader);
  • de grondige omvorming van een schuur of een ander bijgebouw van een boerderij tot een woonhuis.
Voorwaarden en wijze van toekenning van de vrijstelling

9. In de mate dat zij met het bepaalde in de nrs. 1 tot 8 hiervoor verenigbaar zijn, gelden de in nrs. 54/68, 54/72, 54/77 en 78, 54/82.1 en 54/82.3 tot 82.7, Com.IB gecommentarieerde voorwaarden en wijze van toekenning van de vrijstelling ook voor de nieuwe bepaling.

Begrenzing van de vrijstelling

10. De vrijstelling is van toepassing op de gehele lening wanneer deze gelijk is aan of kleiner is dan 2.000.000 F. Indien de lening meer bedraagt dan 2.000.000 F mag het vrijstelbare bedrag 2.000.000 F niet overtreffen; in dat geval is het jaarlijks aftrekbare maximumbedrag de aflossingsannuïteit vermenigvuldigd met een breuk met als teller 2.000.000 F en als noemer het totale bedrag van de lening.

IV. INWERKINGTREDING VAN DE NIEUWE WETTELIJKE BEPALING.

11. Aangezien slechts leningen gewaarborgd door een na 30.4.1986 gesloten levensverzekeringscontract in aanmerking komen, kan de wettelijke bepaling waarvan sprake slechts uitwerking hebben vanaf het aj. 1987.

V. CONTROLEMAATREGELEN.

12. De datum van het verzekeringscontract blijkt uit het attest van de verzekeringsinstelling, dat de belastingplichtige moet voegen bij zijn aangifte in de PB betreffende het eerste jaar waarvoor de vrijstelling of belastingvermindering gevraagd wordt.

13. Betreft het de verwerving van een woning, dan moet de belastingplichtige door middel van de aankoopakte of de factuur aantonen dat die woning met BTW-heffing (en niet met registratierecht) is verkregen.

14. Bij het onderzoek van de aangifte van het eerste aanslagjaar waarvoor art. 56, § 3, WIB van toepassing is, moet de betrokken belastingplichtige worden uitgenodigd een door hem voor echt verklaard afschrift van deze bescheiden voor te leggen.