Circulaire 2021/C/92 betreffende de intracommunautaire overbrenging van materialen door een aannemer die een werk in onroerende staat verricht en gebruik maakt van de One-Stop-Shop unie-regeling
Deze circulaire handelt over de uitbreiding van de administratieve tolerantie van punten 5.4.8.9 en 5.3.7.9 van circulaire2020/C/50 waardoor de overbrenging van materialen door een aannemer vanuit een andere lidstaat naar België in het kader van een werk in onroerende staat in België onder bepaalde voorwaarden geen verplichte btw-identificatie met zich meebrengt. De uitbreiding beoogt de situatie waarbij de aannemer de Belgische btw voldoet via de One-Stop-Shop unieregeling. De tolerantie kan onder bepaalde voorwaarden ook worden toegepast in de omgekeerde situatie als de lidstaat van bestemming een gelijkaardige tolerantie toepast.
werk in onroerende staat ; one-stop-shop ; unieregeling ; overbrenging ; niet-overbrenging ; met een intracommunautaire verwerving van goederen gelijkgestelde bestemming ; btw-identificatienummer
FOD Financiën, 13.10.2021
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde
Inhoudstafel
1.1. Normale regels bij de verzending van goederen vanuit een andere lidstaat naar België
1.2. Normale regels bij de terugzending van de overschotten van deze goederen
2.1. Normale regels bij de verzending van goederen vanuit België naar een andere lidstaat
2.2. Normale regels bij de terugzending van de overschotten van deze goederen
1. Overbrenging van materialen van een andere lidstaat naar België in het kader van een werk in onroerende staat in België
1.1. Normale regels bij de verzending van goederen vanuit een andere lidstaat naar België
Wanneer een belastingplichtige aannemer (hierna 'de aannemer'), die in een andere lidstaat dan België is gevestigd, een werk in onroerende staat (hier wordt bedoeld een dienst in de zin van artikelen 18, § 1 en 19, § 2, derde lid, van het Btw-Wetboek) verricht, is het mogelijk dat hij goederen uit zijn voorraad neemt en vervoert of verzendt (of voor zijn rekening laat vervoeren of verzenden) vanuit zijn vestiging naar de werf in België, om ze daar in te lijven in het bouwwerk. Het betreft bijvoorbeeld bakstenen, cement, spijkers, schroeven, beton, … die worden ingelijfd in het bouwwerk.
In principe geeft deze verzending naar België aanleiding, enerzijds, tot een met een intracommunautaire levering onder bezwarende titel gelijkgestelde overbrenging in de lidstaat van vertrek (cf. artikel 17, lid 1 van de richtlijn 2006/112/EG) en, anderzijds, tot een met een intracommunautaire verwerving van een goed onder bezwarende titel gelijkgestelde bestemming van het goed in de zin van artikel 25quater, § 1, van het Btw-Wetboek in België.
Overeenkomstig artikel 25ter, § 1, van het Btw-Wetboek is deze bestemming belastbaar. De aannemer is schuldenaar van de btw overeenkomstig artikel 51, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek. Hij heeft overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek de verplichting om zich in België voor btw-doeleinden te identificeren.
Noch het Btw-Wetboek, noch richtlijn 2006/112/EG voorzien een geval van niet-overbrenging voor deze situatie. Er wordt opgemerkt dat er wel een geval van niet-overbrenging is voorzien voor een levering van een goed met montage of installatie door of voor rekening van de leverancier (artikel 12bis, tweede lid, 1° van het Btw-Wetboek en artikel 17, lid 2, b) van de richtlijn 2006/112/EG).
1.2. Normale regels bij de terugzending van de overschotten van deze goederen
De overschotten van de goederen die niet effectief zijn ingelijfd in het bouwwerk en door de aannemer terug worden meegenomen naar zijn vestiging in de lidstaat van herkomst, maken in België in principe het voorwerp uit van een overbrenging in de zin van artikel 12bis, tweede lid, van het Btw-Wetboek. Dergelijke overbrenging kan worden vrijgesteld door artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Btw-Wetboek indien de in die bepaling opgenomen voorwaarden zijn vervuld.
Vanaf 01.07.2021 is het mogelijk dat een in een andere lidstaat gevestigde aannemer, die niet in België is geïdentificeerd voor btw-doeleinden, in België werken in onroerende staat (dienstprestaties) verricht voor een niet-belastingplichtige (1) en de in België verschuldigde btw voldoet via de OSS-Unieregeling. Als hij materialen uit zijn voorraad neemt die zijn bestemd om te worden ingelijfd in het bouwwerk in België en ze (eventueel voor zijn rekening) verzendt of vervoert van zijn vestiging naar de werf in België, dient hij zich in principe voor deze met een intracommunautaire verwerving van een goed onder bezwarende titel gelijkgestelde bestemming te identificeren voor btw-doeleinden in België.
(1) Niet-belastingplichtige rechtspersonen die niet voor btw-doeleinden (moeten) zijn geïdentificeerd (z. artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek) of particulieren.
Wanneer dat de enige reden vormt waarom hij in België voor btw-doeleinden zou moeten worden geïdentificeerd, aanvaardt de administratie in die situatie dat de in een andere lidstaat gevestigde aannemer zich niet in België hoeft te identificeren voor btw-doeleinden.
In dat geval aanvaardt de administratie dat de bestemming van de materialen in België (die overeenkomstig artikel 25quater, § 1, van het Btw-Wetboek wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel en dus overeenkomstig artikel 25ter, § 1, eerste lid van het Btw-Wetboek belastbaar is) de vrijstelling van artikel 40bis van het Btw-Wetboek kan genieten, dit voor zover de afnemer van de goederen op grond van artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek in ieder geval recht zou hebben op de volledige teruggaaf van de btw.
Wat betreft de eventuele overschotten van de goederen die bestemd waren om te worden ingelijfd in het bouwwerk, maar door de belastingplichtige terug worden meegenomen naar zijn vestiging in de lidstaat van herkomst, aanvaardt de administratie dat de belastingplichtige zich voor deze overbrenging niet in België moet identificeren voor btw-doeleinden en ontheven is van de verplichting tot het indienen van een btw-opgave van de intracommunautaire handelingen.
De bovengenoemde tolerantie is onderworpen aan de volgende voorwaarden:
- de bestemming van de goederen (Belgische werf) is gekend bij de aanvang van de verzending of het vervoer (overbrenging) ervan;
- de goederen worden daadwerkelijk ingelijfd in het bouwwerk waarvoor zij waren bestemd en de eventuele overschotten van de overgebrachte goederen terug worden meegenomen door de belastingplichtige naar zijn vestiging in de lidstaat van herkomst;
- de aannemer zou genieten van een volledig recht op aftrek van de btw indien de met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel gelijkgestelde bestemming onderworpen zou zijn aan de btw;
- inzake de overbrenging door de aannemer van de bovengenoemde eventuele overschotten naar zijn vestiging in de lidstaat van herkomst, zijn de voorwaarden van de vrijstelling van artikel 39bis, eerste lid, 4° van het Btw-Wetboek vervuld, behalve dan de voorwaarde dat de handeling moet worden opgenomen in de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen;
- de fiscale autoriteiten van de lidstaat van waaruit de materialen worden vervoerd of verzonden en naar waar de eventuele overschotten worden teruggezonden verzetten zich niet tegen deze tolerantie (de aannemer moet dit zelf nagaan).
Bovendien geldt de tolerantie niet wanneer:
- de in een andere lidstaat gevestigde aannemer om gelijk welke reden (andere dan die bedoeld in de hierboven vermelde tolerantie) over een Belgisch btw-identificatienummer beschikt of moet beschikken;
- de in een andere lidstaat gevestigde aannemer in België een voorraad van materialen aanlegt;
- de naar België overgebrachte goederen op het grondgebied het voorwerp uitmaken van een levering in de zin van artikel 10 van het Btw-Wetboek;
- de in een andere lidstaat gevestigde aannemer in België een intracommunautaire verwerving van goederen verricht in de zin van artikel 25bis van het Btw-Wetboek die belastbaar is in de zin van artikel 25ter van het Btw-Wetboek (dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de aannemer in een andere lidstaat bakstenen koopt die door de koper, verkoper of voor hun rekening rechtstreeks worden vervoerd of verzonden naar de Belgische bouwwerf);
De tolerantie mag worden gecombineerd met de tolerantie bedoeld in punt 5.4.8.9 van circulaire 2020/C/50.
Vanzelfsprekend is de tolerantie geen verplichting. Indien de in een andere lidstaat gevestigde aannemer wenst te worden geïdentificeerd voor btw-doeleinden, kan hem dat in geen geval worden geweigerd aangezien hij een met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel gelijkgestelde handeling in België verricht.
Als hij afstand doet van de tolerantie of als één van de voorwaarden niet is voldaan, dient de aannemer de bestemming van de goederen in de Belgische periodieke btw-aangifte op te nemen (in roosters 81 en 86 maatstaf van heffing en in roosters 55 en 59 respectievelijk de verschuldigde en aftrekbare btw). In dat geval kan de vrijstelling van artikel 40bis van het Btw-Wetboek niet worden ingeroepen.
In dat geval dient hij de overbrenging van de eventuele overschotten van de goederen, welke bestemd waren om te worden ingelijfd in het bouwwerk, maar door de belastingplichtige terug worden meegenomen naar zijn vestiging in de lidstaat van herkomst op te nemen in rooster 46 van de periodieke btw-aangifte (in de veronderstelling dat de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Btw-Wetboek zijn vervuld. De handeling dient tevens te worden opgenomen in de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen.
2. Overbrenging van materialen van België naar een andere lidstaat in het kader van een werk in onroerende staat in die lidstaat
2.1. Normale regels bij de verzending van goederen vanuit België naar een andere lidstaat
Wanneer een in België gevestigde belastingplichtige aannemer, een werk in onroerende staat (hier wordt bedoeld een dienst in de zin van artikelen 18, § 1 en 19, § 2 van het Btw-Wetboek) verricht in een andere lidstaat, is het mogelijk dat hij goederen uit zijn voorraad neemt en vervoert of verzendt (of voor zijn rekening laat vervoeren of verzenden) vanuit zijn vestiging in België naar de werf in de andere lidstaat, om ze daar in te lijven in het bouwwerk. Het betreft bijvoorbeeld bakstenen, cement, spijkers, schroeven, beton, … die worden ingelijfd in het bouwwerk.
In principe geeft deze verzending naar die andere lidstaat aanleiding, enerzijds, tot een met een intracommunautaire levering onder bezwarende titel gelijkgestelde overbrenging in België (artikel 12bis, van het Btw-Wetboek) en, anderzijds, tot een met een intracommunautaire verwerving van een goed onder bezwarende titel gelijkgestelde bestemming van het goed in de zin van artikel 21 van de richtlijn 2006/112/EG in de andere lidstaat.
2.2. Normale regels bij de terugzending van de overschotten van deze goederen
De overschotten van de goederen die niet effectief zijn ingelijfd in het bouwwerk en door de aannemer terug worden meegenomen naar zijn vestiging in België, maken in België het voorwerp uit van een bestemming die wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in de zin van artikel 25quater, § 1, van het Btw-Wetboek die in principe wordt vrijgesteld door artikel 40, § 1, 2°bis, van het Btw-Wetboek als de goederen in dezelfde toestand terugkeren naar België.
Vanaf 01.07.2021 kan zich de situatie voordoen dat een in België gevestigde belastingplichtige aannemer in een andere lidstaat werken in onroerende staat (dienstprestaties) verricht voor niet-belastingplichtigen (1) en de in die lidstaat verschuldigde btw over die werken voldoet via de OSS-unieregeling. Het is mogelijk dat hij daarbij materialen uit zijn voorraad neemt en deze (eventueel voor zijn rekening) verzendt of vervoert van zijn vestiging in België naar de werf in de andere lidstaat om in te lijven in het bouwwerk in die andere lidstaat.
Indien de lidstaat van aankomst van de materialen, waar het werk in onroerende staat wordt uitgevoerd, een gelijkaardige tolerantie toepast zoals bedoeld onder punt 1 hierboven, waardoor de aankomst van de bouwmaterialen in hun lidstaat niet wordt behandeld als een met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel gelijkgestelde bestemming, dan zal de verzending van die bouwmaterialen door of voor rekening van de Belgische aannemer vanuit België als een niet-overbrenging worden behandeld, onder mutatis mutandis dezelfde voorwaarden en beperking die vermeld zijn onder punt 1 hierboven.
Wat betreft de eventuele overschotten van de goederen die bestemd waren om te worden ingelijfd in het bouwwerk, maar door de belastingplichtige terug worden meegenomen naar zijn vestiging in België, aanvaardt de administratie onder mutatis mutandis de in punt 1 vermelde voorwaarden en beperkingen dat de bestemming in België (in de zin van artikel 25quater, § 1, van het Btw-Wetboek) niet in de periodieke btw-aangifte moet worden opgenomen.
Bovenstaande geldt slechts voor zover de Belgische aannemer tegenover de Belgische administratie kan aantonen dat de lidstaat van bestemming van goederen (lidstaat waar het werk in onroerende staat wordt uitgevoerd) zulke tolerantie heeft toegestaan (bijv. door middel van een schriftelijke bevestiging door de fiscale autoriteiten van die lidstaat aan de Belgische aannemer, of via een officiële publicatie uit die lidstaat in combinatie met het bewijs dat de door die lidstaat gestelde voorwaarden voldaan zijn voor de verzending of het vervoer van de bouwmaterialen in kwestie door of voor rekening van de Belgische aannemer).
De hierboven besproken administratieve toleranties gelden vanaf 01.07.2021.
Interne ref.: 138.652
