08.10.2001 - Omzendbrief D.I. 521.103 (geconsolideerde versie)
DOUANEPROCEDURES
|
HERVORMING COMMUNAUTAIR EN GE- MEENSCHAPPELIJK DOUANEVERVOER Vergunningen lijndiensten Vereenvoudigde procedure afgifte bewijs van communautair karakter | D.I. 521.103 |
D.D. 230.625 |
Bijlagen : 5 Brussel, 13 juni 2001.
INLEIDING
- De hervorming inzake het communautair en het gemeen- schappelijk douanevervoer heeft betrekking op een reeks bepalingen die, enerzijds het communautair douanewetboek en de toepassings- bepalingen ervan wijzigen voor wat de regeling communautair douanevervoer betreft en, anderzijds de Overeenkomst tussen de EG en de EVA-landen inzake douanevervoer wijzigt voor wat betreft de regeling gemeenschappelijk douanevervoer. Die bepalingen maken respectievelijk het voorwerp uit van de verordening (EG) nr. 2787 van de Commissie van 15 december 2000 (P.B. nr. L 330 van 27 de- cember 2000) en van de beslissing 1/2000 van de Gemengde Com- missie van 20 december 2000 (P.B. nr. L 9 van 12 januari 2001).
- De in het kader van de voormelde hervorming uitgevaar- digde bepalingen zijn erop gericht de toepassing van de regelingen communautair en gemeenschappelijk douanevervoer te verbeteren met het oog op het voorkomen van misbruiken en de daaraan ver- bonden nadelige gevolgen voor de economische operatoren en de landen die het communautair en gemeenschappelijk douanevervoer toepassen.
Bon O.S.D. nr. 133/01
- De bepalingen betreffen eveneens het geautomatiseerd sys- teem inzake douanevervoer (NCTS), dat in deze omzendbrief buiten beschouwing wordt gelaten, aangezien het NCTS het voorwerp zal uitmaken van afzonderlijke omzendbrieven.
- De bepalingen die betrekking hebben op de zekerheid- stelling, de nasporing en de invordering maken ook het onderwerp uit van een afzonderlijke omzendbrief en komen hier niet aan bod.
Hierna worden de uit de hervorming voortvloeiende wijzi- gingen van de reglementering op het stuk van het communautair douanevervoer behandeld.
WIJZIGING TOEPASSINGSGEBIED VAN DE REGELING TEN AANZIEN VAN COMMUNAUTAIRE
GOEDEREN
- Onverminderd § 48, hierna, mag voortaan, ingevolge arti- kel 340 quater, lid 3, van het CTW, in afwijking van de §§ 11, c), 39, a), b) en c) en 43, 4 van de Instructie Communautair douanevervoer, de regeling extern communautair douanevervoer voor het vervoer van volgende communautaire goederen niet meer te worden toege- past :
a) goederen waarvoor de douaneformaliteiten bij de uitvoer zijn vervuld met het oog op de toekenning van uitvoerrestituties in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;
b) goederen afkomstig uit de interventievoorraden waarvoor de douaneformaliteiten bij uitvoer in het kader van het landbouw- beleid zijn vervuld en die zijn onderworpen aan maatregelen ter con- trole van het gebruik of de bestemming;
c) goederen die voor terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer in aanmerking komen indien zij weer worden uit- gevoerd uit het douanegebied van de Gemeenschap;
d) goederen in de vorm van veredelingsproducten of goederen in ongewijzigde staat waarvoor met het oog op de terugbetaling of de kwijtschelding van de rechten de douaneformaliteiten ter aan- zuivering van de regeling actieve veredeling terugbetalingssysteem zijn vervuld.
D.D. 230.862 - 8.10.2001
Daaruit volgt dat zo uit de gegevens van de uitvoeraangifte blijkt dat de voormelde goederen niet ter bestemming van één van de EVA-landen of over het grondgebied van die landen zullen worden vervoerd, de regeling extern communautair douanevervoer niet zal moeten worden toegepast en dus geen aangifte T1 tezamen met de aangifte ten uitvoer bij de douane ter geldigmaking moet worden overgelegd.
Terzake wordt eraan herinnerd dat de goederen in de letters a) en b), hiervoor bedoelde gevallen moeten vergezeld zijn van een controle-exemplaar T5 waarvoor de reglementering voor wat betreft het invullen van de vakken reeds voorafgaand aan de hervorming communautair en gemeenschappelijk douanevervoer werd gewijzigd. Deze nieuwe bepalingen in verband met het controle-exemplaar T5 werden opgenomen in de omzendbrief D.T. 215.293 van 31 augus- tus 2000 (D.I. 687.0). De bepalingen waarnaar in punt 6 van die om- zendbrief wordt verwezen, te weten de verwijzing naar oude artike- len 349 (identificatie door verzegeling), 353, 354 en 355 (regelen mogelijkheid van overlading of lossing op een tussengelegen kan- toor, verbreken van verzegeling gedurende reisweg of problemen bij ongeval of dreigend gevaar voor de goederen) van het CTW, blijven tot nader bericht van toepassing voor het controle-exemplaar T5.
DE STANDAARDREGELING
- In verband met de standaardregeling, te weten de regeling die door elkeen op het stuk van communautair douanevervoer mag worden toegepast, werd de reglementering i.v.m. de volgende punten gewijzigd :
a) het wegvallen van exemplaar 7 van de aangifte;
b) de voor het vervoer van de goederen te volgen route;
c) de termijn voor aanbieding ter bestemming;
d) de identificatiemaatregelen;
D.D. 230.862 - 8.10.2001
e) de afwijking van de voorgeschreven route;
f) de vermelding van voorvallen onderweg;
g) het alternatief bewijs voor de beëindiging van de regeling;
e) de termijn voor terugzending van het exemplaar 5 van de aangifte.
Het wegvallen van exemplaar 7 van de aangifte (statistiek- exemplaar)
- Uit bijlage 37 bij het CTW volgt dat voortaan het exem- plaar 7 van de aangifte niet meer wordt gebruikt in het kader van het communautair douanevervoer. Tot zolang de door de douane aange- boden formulieren enig document voorzien zijn van dit exemplaar 7, moet dit exemplaar voor het tijdstip van de inreiking van de aangifte voor geldigmaking bij de douane worden verwijderd. De bepalingen van de Instructie Communautair douanevervoer die betrekking heb- ben op dit exemplaar 7 vervallen. Voor de wijzigingen inzake het in- vullen van de aangifte zelf wordt verwezen naar de Instructie Enig document (o.a. in verband met vak 47 van de aangifte).
Te volgen route
- Voor het bereiken van het kantoor van bestemming wordt thans in artikel 355 van het CTW bepaald dat de aangever het ver- voer langs een economisch verantwoorde route moet laten plaats- vinden. Dit betekent niet automatisch dat voor de toepassing van
§ 89 van de Instructie Communautair douanevervoer de korste weg naar het kantoor van bestemming voor het vervoer moet worden ge- nomen, maar dat een verantwoorde reisweg wordt gevolgd, die in principe toelaat dat het kantoor van bestemming binnen de korst mogelijke tijd wordt bereikt.
- Behalve zo § 41, hierna, van toepassing is moet de douane van het kantoor van vertrek, rekening houdende met de door de aan- gever verstrekte gegevens, voor de in bijlage 44 quater bij het CTW, voorkomende goederen met verhoogd frauderisico of zo de douane of de aangever het nodige achten, een verplicht te volgen route vast- stellen. Daartoe moet in vak 44 van de aangifte voor communautair douanevervoer ten minste de lidstaten worden vermeld door dewelke de goederen moeten worden vervoerd. De in voormelde bij- lage 44 quater voorkomende goederen zijn opgenomen in bijlage 1.
Termijn voor aanbieding ter bestemming
- In plaats van de termijnen van 8 dagen en 15 dagen, die thans overeenkomstig de §§ 83 en 84 van de Instructie Communau- tair douanevervoer worden toegekend om het kantoor van be- stemming te bereiken, moet voortaan, ingevolge artikel 356 van het CTW, de uiterste datum waarop de goederen bij het kantoor van bestemming moeten worden aangeboden worden vastgesteld. Er dient rekening te worden gehouden met de te volgen reisweg (zie
§ 8, hiervoor), alle voorschriften inzake vervoer en andere relevante voorschriften, alsmede van de eventueel door de aangever verstrekte gegevens. Het spreekt vanzelf dat hier eveneens de verplichte rust- tijden van de vrachtwagenchauffeurs moeten worden nageleefd, als- mede andere aan het transport inherente factoren, die hun uitwerking op de voor het vervoer benodigde tijd kunnen hebben.
Identificatiemaatregelen
- Met betrekking tot de identificatiemaatregelen werden ingevolge artikel 357 van het CTW drie vernieuwingen ingebracht, nl. :
geling;
a) de verplichte goedkeuring van vervoermiddel voor verze-
b) de kwaliteitscriteria voor de verzegeling;
c) de vrijstelling van de verzegeling.
Deze vernieuwingen worden hierna behandeld.
- Een zending die het voorwerp uitmaakt van een aangifte voor communautair douanevervoer mag voortaan, als de verzegeling per laadruimte dient te geschieden, slechts worden vrijgegeven op het kantoor van vertrek, voor zover het vervoermiddel (voertuigen, aanhangwagens, opleggers of containers), wordt goedgekeurd voor douaneverzegeling. Dit houdt in dat, wanneer het bewijs wordt voor- gelegd dat het vervoermiddel voor douaneverzegeling is goedge- keurd overeenkomstig de bepalingen van een internationale overeen- komst waarbij de Europese Gemeenschap of haar lidstaten en de EVA-landen partij zijn (bijv. de TIR-Overeenkomst), § 96 van de In- structie Communautair douanevervoer niet hoeft te worden toege- past. De douane die overgaat tot verzegeling zal, naast de vermelding van de kenmerken van de douaneverzegeling, van die controle of van het goedkeuringsbewijs moeten melding maken in vak D van de aan- gifte voor communautair douanevervoer.
- Voor de douaneverzegeling zijn de kwaliteitscriteria waaraan het gebruikte verzegelmateriaal moet voldoen opgenomen in bijlage 46 bis bij het CTW. Het in België aan de douanediensten en de “toegelaten afzenders” ter beschikking gestelde verzegel- materiaal voldoet aan die criteria. De kenmerken van de verzegeling zijn opgenomen in bijlage 2 bij onderhavige omzendbrief.
- Vrijstelling van verzegeling kan slechts geval per geval en per zending worden verleend. Terzake gelden de criteria die in de
§§ 99 t/m 101 van de Instructie Communautair douanevervoer zijn voorgeschreven. Wanneer vrijstelling wordt verleend moet in vak D van de aangifte voor communautair douanevervoer na de woorden “Aangebrachte verzegeling” het woord “Vrijstelling” worden ver- meld. In geval van vrijstelling van verzegeling moet de omschrijving van de goederen zodanig nauwkeurig zijn dat het mogelijk is de goe- deren te identificeren (aard en hoeveelheid). Wanneer geen vrijstel- ling van verzegeling geldt voor de aangifte voor communautair douanevervoer, moeten de goederen of het vervoermiddel uiteraard worden verzegeld.
Afwijking van de voorgeschreven route
- Afwijkingen van de verplicht te volgen route hoeven voortaan, overeenkomstig artikel 360 van het CTW, niet meer door de aangever noch door het douanekantoor van vertrek te worden toe- gestaan. In tegenstelling tot de § 127 tweede alinea van de Instructie Communautair douanevervoer moet de afwijking van die verplichte route door de vervoerder op de in § 16, hierna bedoelde wijze op het T-document worden aangetekend en afgehandeld.
Vermelding van voorvallen onderweg
- De volgende voorvallen moeten voortaan overeenkomstig artikel 360 van het CTW in afwijking van de bepalingen van de
§§ 419 t/m 432 van de Instructie Communautair douanevervoer door de vervoerder op de exemplaren 4 en 5 van het T-document voor communautair douanevervoer worden vermeld als zij zich onderweg zouden voordoen :
a) wijziging van de voorgeschreven route (zie § 15, hiervoor);
b) verbreking van de verzegeling buiten de wil van de ver- voerder;
c) overlading van goederen op een ander vervoermiddel; die overlading dient onder toezicht van de douane te gebeuren, doch het dichtstbijzijnde douanekantoor kan toelaten dat de goederen zonder hun toezicht worden overgeladen;
d) wanneer bij dreigend gevaar de goederen onmiddellijk ge- heel of gedeeltelijk werden gelost;
e) voorvallen of ongevallen waardoor de aangever of de ver- voerder hun verplichtingen niet zouden kunnen nakomen.
Nadat de aantekeningen daaromtrent door de vervoerder zijn aangebracht, moet hij zich met het T-document en de goederen aan- bieden op het dichtstbijzijnde Belgisch douanekantoor dat op zijn reisweg in België is gelegen. Indien toepassing werd gemaakt van letter c), hiervoor, moet het T-document en de goederen worden aan- geboden aan de douanedienst, die de toelatingen voor het overladen van de goederen heeft verleend, met dien verstande dat de door de gewestelijke directie terzake verleende schriftelijke toelatingen ver- der van kracht blijven. De vervoerder vermeldt zijn naam, dateert en ondertekent onderaan zijn aantekeningen. De bepalingen van § 423 van de voormelde instructie inzake de verandering van trekker blij- ven van toepassing.
- De ambtenaren van de bevoegde douanedienst controleren het transport op basis van de gegevens van het T-document en de aantekeningen van de vervoerder. Zo alles verder in orde wordt be- vonden, moet de zending door de ambtenaren worden verzegeld in- dien geen vrijstelling van douaneverzegeling van toepassing is. De ambtenaren vermelden de eventuele douaneverzegeling en viseren de aantekeningen van de vervoerder, door aanbrengen van hun naam, graad en handtekening en de waarmerking met de kantoorstempel.
Zijn de ambtenaren van oordeel dat zich onregelmatigheden hebben voorgedaan die het ontstaan van een douaneschuld rechtvaar- digen (bijvoorbeeld een tekort of een onderschuiving), dan wordt de zending integraal gecontroleerd, de nodige vaststellingen verricht op het document, de verschuldigdheden vereffend en een geschilsdos- sier ingeleid, alvorens het vervoer mag worden voortgezet naar het kantoor van bestemming. Op het T-document wordt eveneens verwe- zen naar het nummer van dit geschilsdossier.
Alternatief bewijs voor de beëindiging van de regeling
- De thans in § 15 van de omzendbrief nr. D.D. 126.557 van 12 november 1997 (D.I. 521.103) voorziene mogelijkheid om, op verzoek van de aangever, voor gevoelige goederen vervoerd onder de regeling communautair douanevervoer, waarvoor geen doorlopende zekerheid werd gesteld op het kantoor van vertrek door de douane op het kantoor van bestemming een afschrift van exem- plaar 5 van het T-document te doen viseren als bewijs van de beëin- diging van de regeling voor de op die aangifte vermelde goederen, wordt thans, op basis van artikel 361, lid 3 van het CTW, uitgebreid tot alle goederen. De gegevens betreffende de goederen op de aan- gifte moeten voldoende zijn om ze te kunnen identificeren. Op het afschrift van het terugzendingsexemplaar wordt “Alternatief bewijs” vermeld.
- Indien door een kantoor van bestemming in § 18, hier- voor, bedoelde alternatieve bewijzen werden geviseerd, mogen ze op het kantoor van vertrek worden aangenomen als bewijs dat de rege- ling communautair douanevervoer voor die goederen werd beëin- digd. Het alternatief bewijs kan dienen voor de aanzuivering van de regeling communautair douanevervoer als niet voldaan zou zijn aan de voorwaarde gesteld in § 110 van de Instructie Communautair douanevervoer. De vermelding “Alternatief bewijs” mag ook in andere talen op de geviseerde kopie van de aangifte voorkomen (zie bijlage 3).
Terzake moet het aantal controles a posteriori worden opge- voerd tot ten minste 1 % van het aantal zendingen waarvoor de rege- ling op basis van het alternatief bewijs wordt gezuiverd.
Verandering van kantoor van bestemming en het nieuwe kan- toor is gelegen in een andere lidstaat
- Ingevolge artikel 361, lid 4 van het CTW moet, in het ge- val dat bij wijziging van het kantoor van bestemming het nieuwe kantoor van bestemming gelegen is in een andere lidstaat dan het oorspronkelijke kantoor van bestemming, voortaan naast het voor- schrift bepaald in § 128 van de Instructie Communautair douanever- voer in vak I (controle op het kantoor van bestemming) van het exemplaar nr. 5 van het T-document, naast de gebruikelijke vermel- dingen eveneens worden vermeld : “Verschillen : kantoor waar de goederen zijn aangebracht (naam en land)”. De vermeldingen in de andere talen zijn opgenomen in bijlage 3.
Termijn voor terugzending van het exemplaar 5 van het T-do- cument
- Overeenkomstig artikel 363 van het CTW moeten de terugzendingsexemplaren in afwijking van § 136 van de Instructie Communautair douanevervoer onverwijld en uiterlijk binnen de maand na de beëindiging van de regeling op de in die paragraaf aan- geduide wijze worden teruggestuurd. Voorts zijn de bepalingen van de §§ 536 en 537 van voormelde instructie van toepassing.
DE VEREENVOUDIGDE PROCEDURES
Basisvoorwaarden
- Het gebruik van de in artikel 372 van het CTW bedoelde vereenvoudigde procedures wordt voortaan afhankelijk gesteld van dezelfde basisvoorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen, nl. :
a) hij moet in de Gemeenschap zijn gevestigd;
b) hij moet regelmatig van de regeling communautair douane- vervoer gebruik maken of hij moet bij de douaneautoriteiten gekend zijn als iemand die de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen kan nakomen of in het geval van “Toegelaten geadresseerde” als iemand die regelmatig onder de regeling communautair douanever- voer geplaatste goederen ontvangt;
c) hij mag zich niet schuldig hebben gemaakt aan ernstige of herhaalde overtredingen van de douane- of belastingwetgeving.
Deze basisvoorwaarden opgenomen in artikel 373 van het CTW, waaraan de aanvrager van een vergunning vereenvoudiging communautair douanevervoer moet voldoen, worden nog aangevuld met specifieke bijkomende voorwaarden naargelang de gevraagde soort vereenvoudiging.
- Voorts mag de vergunning vereenvoudiging door de be- voegde douaneautoriteit slechts worden verleend voor zover even- eens voldaan is aan de volgende voorwaarden :
a) indien de douane het gebruik van de regeling kan contro- leren zonder dat zij daarvoor administratieve maatregelen moet nemen die niet in verhouding staan tot de behoeften van de betrok- kene;
b) en indien de aanvrager een administratie voert aan de hand waarvan de douaneautoriteiten een doeltreffende controle kunnen verrichten.
- De toepassing van de nieuwe bepalingen betreffende de basisvoorwaarden voor het verlenen van de vergunning brengt geen wijziging teweeg van de wijze waarop in België thans vergunningen vereenvoudiging worden verleend. Dit is namelijk het geval voor :
a) de vergunningen “Toegelaten afzender”;
b) de vergunningen “Toegelaten geadresseerde”.
Zie ter zake de omzendbrief nr. D.D. 34.110 van 2 decem- ber 1996 (D.I. 520.30/533.50).
Nieuwe vereenvoudigingen
- Volgende nieuwe vereenvoudigingen werden door de her- vorming ingevoerd :
a) het gebruik van bijzondere ladingslijsten;
b) het gebruik van verzegelingen van een bijzonder model;
c) de vrijstelling van de verplichting om een bepaalde route te volgen.
Het verlenen van die vergunningen wordt hierna gecommen- tarieerd.
Vergunning vereist voor vereenvoudiging vervoer door de lucht (niveau 1)
- Ingevolge de nieuwe bepalingen inzake de vereenvou- digingen in het kader van het communautair douanevervoer wordt de in § 331 van de Instructie Communautair douanevervoer voorziene vereenvoudiging inzake vervoer door de lucht, toegepast door lucht- vaartmaatschappijen die het T-document mogen vervangen door een luchtvaartmanifest per douanestatus, voortaan eveneens aan vergun- ning onderworpen. De Centrale Administratie zal de vergunning uit- reiken, op verzoek van de betrokken luchtvaartmaatschappijen, als voldaan is aan de voorwaarden vervat in de §§ 22 en 23, hiervoor, en voorts de door de luchtvaartmaatschappij opgestelde manifesten vol- doen aan de vereisten opgenomen in § 333 van de voormelde instructie.
Indienen van de aanvraag voor een vergunning en wijziging (of opheffing) van de vergunning
- Overeenkomstig artikel 375 van het CTW moeten aan- vragen voor vergunningen vereenvoudiging worden ingediend bij de bevoegde douaneautoriteiten van de lidstaat waar de aanvrager ge- vestigd is en moeten de voor de afgifte van de vergunning bevoegde douanediensten voorts de vergunning verlenen of de aanvraag af- wijzen binnen de drie maanden na ontvangst van de aanvraag. De gewestelijke directies zullen, voor zover zij bevoegd zijn voor het verlenen van de vergunning vereenvoudiging of de voorlopige ver- gunning, die termijnen moeten naleven.
- Overeenkomstig artikel 376 van het CTW moet de ver- gunninghouder de douane in kennis stellen van alle voorvallen die zich na het verlenen van de vergunning voordoen en die van invloed kunnen zijn op de handhaving of op de inhoud van de vergunning. De betrokken gewestelijke directie zal de vergunning dienovereen- komstig moeten aanpassen of intrekken.
GEBRUIK VAN BIJZONDERE LADINGSLIJSTEN
- Ingevolge artikel 385 van het CTW kan de douane een vergunning verlenen om in het kader van het communautair douane- vervoer als ladingslijsten lijsten te gebruiken, die niet aan alle voor- waarden voor ladingslijsten van de bijlage B1 bij de Instructie Com- munautair douanevervoer voldoen, wanneer :
a) zij zijn opgesteld door ondernemingen waarvan de admini- stratie op een geïntegreerd systeem voor elektronische of geautoma- tiseerde gegevensverwerking berust;
b) zij zo zijn ontworpen en ingevuld dat zij zonder moeilijk- heden door de douaneautoriteiten kunnen worden gebruikt, en
c) hierop, voor elk artikel de gegevens zijn vermeld die vol- gens de voormelde bijlage zijn vereist.
Indien de administratie van de onderneming niet op een geïn- tegreerd systeem voor elektronische of geautomatiseerde gegevens- verwerking zou berusten mag de voormelde vergunning toch worden verleend als de lijsten ten behoeve van de verzendings-/uitvoer- formaliteiten worden gebruikt.
De lijsten mogen ook worden gebruikt voor communautair douanevervoer door ondernemingen waarvan de administratie op een geïntegreerd systeem voor elektronische of geautomatiseerde gege- vensverwerking berust, wanneer dit douanevervoer slechts op één soort goederen betrekking heeft, maar deze vereenvoudiging als gevolg van het door de onderneming gebruikte computerprogramma noodzakelijk is.
- De aanvraag voor het bekomen van een vergunning voor het gebruik als ladingslijst van de in § 29, hiervoor, bedoelde lijsten moet worden ingediend bij de gewestelijke directie over het gebied waar de aanvrager is gevestigd. De aanvraag moet duidelijk vermel- den :
a) de identiteit en het adres van de aanvrager, indien het een rechtspersoon betreft worden de oprichtingsakte en de eventuele wijzigingen ervan toegevoegd;
b) een beschrijving van het geïntegreerd systeem voor de elektronische of de geautomatiseerde gegevensverwerking dat wordt gebruikt voor de aanmaak van de lijsten, alsmede de eventuele be- naming waaronder het systeem is gekend;
c) indien geen gebruik wordt gemaakt van het in b) bedoelde computersysteem, een verklaring waaruit blijkt dat de lijsten even- eens zullen worden gebruikt voor het vervullen van de uitvoerfor- maliteiten;
d) het inschrijvingsnummer van de eventuele vergunning ver- eenvoudiging bij vertrek en/of bij aankomst, alsmede de vermelding van de benaming en referte van de eventuele andere vergunningen vereenvoudiging die worden toegepast.
- De gewestelijke directie onderzoekt de aanvraag en doet overgaan tot de controle van de naleving van de in de § 29, hiervoor, gestelde voorwaarden voor het bekomen van de vergunning. Daartoe wordt het dossier gestuurd naar de douanecontrole over het gebied van de exploitatiezetel van de aanvrager. Indien de aanvrager niet tevens houder is van een vergunning bij vertrek en/of bij aankomst moet eveneens worden nagegaan of aan de voorwaarden van de
§§ 22 en 23, hiervoor, is voldaan.
De ambtenaren van de douanecontrole controleren de juist- heid van de gegevens van de aanvraag en verrichten het onderzoek.
Vervolgens wordt het hele dossier met de resultaten van het onderzoek verstuurd naar de inspectie waarde en externe comptabi- liteitscontrole over het gebied van de exploitatiezetel van de aan- vrager.
De inspectie waarde en externe comptabiliteitscontrole onder- zoekt de administratie die door de aanvrager wordt gevoerd en die vatbaar moet zijn voor controle door de douane.
Tenslotte wordt het gehele dossier, aangevuld met de bevin- dingen van de laatstgenoemde dienst, naar de gewestelijke directie teruggestuurd.
- De gewestelijke directie brengt op basis van de door de voormelde diensten gevoerde onderzoekingen een advies uit bij de Centrale Administratie. Het volledige dossier wordt daartoe gestuurd naar de Centrale Administratie, Dienst Douaneprocedures, direc- tie 10 met het oog op het verlenen of het weigeren van de vergun- ning.
- De Centrale Administratie verleent de vergunning indien tegen de afgifte van de vergunning geen bezwaren zijn gerezen. Alle betrokken douanediensten worden van het verlenen van de vergun- ning in kennis gesteld.
GEBRUIK VAN VERZEGELINGEN VAN EEN BIJZONDER MODEL
- Overeenkomstig artikel 386 van het CTW kan een aange- ver slechts in aanmerking komen voor een vergunning voor gebruik van een verzegeling van een bijzonder model in het kader van de regeling communautair douanevervoer voor zover die verzegeling beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in bijlage 46 bis bij het CTW. De verzegeling moet uiterlijk bij de vrijgave van de goederen worden aangebracht. De aangever vermeld in vak D van de aangifte voor communautair douanevervoer, naast de vermelding “Aange- brachte verzegeling” de aard, het aantal en de identificatiemerken van de gebruikte verzegelingen.
- De aanvraag voor het bekomen van voormelde vergun- ning moet worden ingediend bij de gewestelijke directie over het ge- bied waar de aanvraag is gevestigd. De aanvraag moet duidelijk ver- melden :
a) de identiteit en het adres van de aanvrager, indien het een rechtspersoon betreft worden de oprichtingsakte en de eventuele wijzigingen ervan toegevoegd;
b) de aard van de verzegeling (verzegeling van colli, bestel- wagen, vrachtwagen, aanhangwagen, opligger of container);
c) het type van de verzegeling (aanduiding materiaal, tech- nische benaming, grondige beschrijving van de verzegeling);
d) of de verzegeling voorzien is van een enig individueel nummer;
e) op welk adres de verzegeling en door wie ze voor zijn rekening zal worden aangebracht op het vervoermiddel of de colli;
f) de aard van de goederen die zullen worden vervoerd;
g) het inschrijvingsnummer van de eventuele vergunning ver- eenvoudiging bij vertrek en/of bij aankomst, alsmede de vermelding van de benaming en referte van de eventuele andere vergunningen vereenvoudiging die worden toegepast.
Bij de aanvraag moet een monster in drievoud worden ge- voegd van de verzegeling waarvan het gebruik wordt gevraagd.
Bovendien moet de aanvraag bevestigen dat de te gebruiken verzegeling beantwoordt aan de vereisten die inzake de verzegeling gesteld worden in de bijlage 2 bij onderhavige omzendbrief.
- De gewestelijke directie onderzoekt de aanvraag en doet overgaan tot de controle van de naleving van de in § 34, hiervoor, gestelde voorwaarden voor het bekomen van de vergunning. Daartoe wordt het dossier gestuurd naar de douanecontrole over het gebied waar de aanvrager zijn exploitatiezetel heeft. Indien de aanvrager niet tevens houder is van een vergunning vereenvoudiging bij vertrek en/of bij aankomst moet eveneens worden nagegaan of aan de voorwaarden van de §§ 22 en 23, hiervoor, is voldaan.
De douanecontrole controleert de gegevens van de aanvraag op haar juistheid en verricht het onderzoek naar de morele en de fis- cale moraliteit. Eveneens wordt onderzocht of de verzegeling beant- woordt aan de voorwaarden gesteld in de bijlage bij onderhavige om- zendbrief.
Vervolgens wordt het hele dossier met de resultaten van het onderzoek verstuurd naar de inspectie waarde en externe comptabi- liteitscontrole over het gebied van de exploitatiezetel van de aanvra- ger.
De inspectie waarde en externe comptabiliteitscontrole onder- zoekt de administratie die door de aanvrager wordt gevoerd en die vatbaar moet zijn voor controle door de douane. Tenslotte wordt het gehele dossier aangevuld met de bevindingen van de laatstgenoemde dienst naar de gewestelijke directie teruggestuurd.
- De gewestelijke directie brengt op basis van de door de voormelde diensten gevoerde onderzoekingen een advies uit bij de Centrale Administratie. Het volledige dossier wordt gestuurd naar de Centrale Administratie, Dienst Douaneprocedures, directie 10 voor het verlenen of voor het weigeren van de vergunning.
- De Centrale Administratie verleent de vergunning indien tegen de afgifte van de vergunning geen bezwaren zijn gerezen? Alle betrokken douanediensten worden van het verlenen van de vergun- ning in kennis gesteld. Een monster van de verzegeling moet door de voor de exploitatiezetel van de vergunninghouder bevoegde douane- controle worden bewaard ten behoeve van de controle op de naleving van de voorwaarden van de vergunning.
VRIJSTELLING VAN DE VERPLICHTING OM DE VOORGESCHREVEN ROUTE TE VOLGEN
- Overeenkomstig artikel 387 van het CTW kan de aange- ver door de douaneautoriteiten worden vrijgesteld van de verplich- ting een bepaalde route te volgen, indien de aangever de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de douaneautoriteiten ten allen tijde kunnen nagaan waar de zendingen zich bevinden. De aangever die daartoe van de douaneautoriteiten vrijstelling heeft be- komen moet in vak 44 van de aangifte voor communautair douane- vervoer de vermelding “Geen voorgeschreven route” aanbrengen.
- De aanvraag voor het bekomen van een vergunning om vrijgesteld te worden van de verplichting om de voorgeschreven route te volgen moet worden ingediend bij de gewestelijke directie over het gebied waar de aanvrager is gevestigd. De aanvraag moet duidelijk vermelden :
a) de identiteit en het adres van de aanvrager, indien het een rechtspersoon betreft worden de oprichtingsakte en de eventuele wij- zigingen ervan toegevoegd;
b) het systeem dat wordt gebruikt om de douaneautoriteiten ten allen tijde te laten nagaan waar de goederen zich bevinden;
c) de aard van de goederen die zullen worden vervoerd;
d) het inschrijvingsnummer van de eventuele vergunning ver- eenvoudiging bij vertrek en/of bij aankomst, alsmede de vermelding van de benaming en referte van de eventuele andere vergunningen vereenvoudiging die worden toegepast.
- De §§ 31 t/m 33, hiervoor, zijn van overeenkomstige toe- passing, met dien verstande dat de voorwaarde bedoeld in § 39, hier- voor, moet worden nagegaan vermits het in plaats van over bijzon- dere ladingslijsten gaat over de vrijstelling van de vermelding van de voorgeschreven route op de aangifte.
WIJZIGING I.V.M. DE TEKENS DIE IN DE VEREENVOUDIGING
BIJ VERVOER DOOR DE LUCHT OF OVER ZEE IN HET KADER VAN DE VEREENVOUDIGING OP DE MANIFESTEN MOETEN VOORKOMEN
41 bis. Bij gebruik van de vereenvoudigde procedures (niveau 1) bij vervoer door de lucht of over zee (§§ 334 en 358 van de Instructie Communautair douanevervoer) voorzien in artike- len 444 en 447 van het CTW, mag het teken “TD” niet meer voor- komen op de luchtvaart- en zeevaartmanifesten.
- Ingevolge de artikelen 445, lid 3 en 448, lid 3 van het CTW moet voortaan ter aanvulling van § 345 t/m 345/3 en 368 t/m 368/2 van de Instructie Communautair douanevervoer, respectieve- lijk inzake de vereenvoudiging vervoer over de zee en door de lucht (niveau 2), waarbij het gebruik wordt voorzien van één manifest waarop voor elke post van het manifest de douanestatus van de betrokken goederen wordt aangeduid, het teken “X” worden vermeld voor uit te voeren communautaire goederen die niet onder een rege- ling van douanevervoer zijn geplaatst. Het teken “C” moet in dat kader nu louter nog worden gebruikt voor goederen waarvoor het communautair karakter kan worden aangetoond (gelijk aan T2L).
WIJZIGING VAN HET MODEL VAN GEBRUIKTE FORMULIEREN
- Het model van het nieuwe formulier “Kennisgeving van doorgang” (TC 10) komt voor in bijlage 4. Bijlage 5 bevat het nieuw model van “Ontvangstbewijs “ (TC 11).
D.D. 230.862 - 8.10.2001
DE TOEPASSING VAN DE ERVORMINGSMAATREGELEN EN OVERGANGSBEPALINGEN
- De bepalingen van de hervorming moeten worden toe- gepast vanaf 1 juli 2001.
- De bepalingen van de hervorming worden voor de in onderhavige omzendbrief geregelde materie niet toegepast op goederen die voor 1 juli 2001 onder de regeling communautair douanevervoer worden geplaatst.
De in de § 43 hiervoor, bedoelde formulieren mogen nog tot 31 december 2002 worden gebruikt mits de nodige redactionele wijzigingen worden aangebracht.
- Vergunningen vereenvoudiging, die geldig zijn op datum van 1 juli 2001, blijven verder geldig tot 31 december 2001. In uitvoering van de op het niveau van de Europese Commissie gemaakte administratieve afspraken, zullen de vergunningen door de bevoegde gewestelijke directies onder bepaalde voorwaarden verder geldig worden verklaard. Tezelfdertijd zullen zij worden aangepast voor wat de verwijzing naar de toepasselijke juridische bepalingen betreft. De gewestelijke directies zullen daartoe ten gepaste tijde van de Centrale Administratie de nodige onderrichtingen ontvangen.
HET GEMEENSCHAPPELIJK DOUANEVERVOER
- De voorafgaande bepalingen gelden in dezelfde mate voor de regeling gemeenschappelijk douanevervoer. Ter zake wordt de aandacht nog gevestigd op hetgeen volgt.
- De in § 5, hiervoor, bedoelde communautaire goederen moeten als zij over het grondgebied van een of meer EVA-landen (de 4 Visegradlanden daaronder begrepen) worden vervoerd of naar een EVA-land worden uitgevoerd verplichtend onder de regeling extern communautair douanevervoer geplaatst.
- De vereenvoudiging voor vervoer over zee (zie § 42, hiervoor) wordt in het kader van het gemeenschappelijk douanevervoer niet toegepast.
WIJZIGING VOORWAARDEN VOOR HET VERGUNNEN VAN EEN LIJNDIENST VOOR VERVOER OVER ZEE
- Overeenkomstig artikel 313 ter, lid 3, van het CTW moeten, in afwijking van § 347/4 letters a) en b) van de Instructie Communautair douanevervoer, de aanvragers van een vergunning lijndienst voortaan :
a) in de Gemeenschap zijn gevestigd en een boekhouding voeren die voor de douane toegankelijk is;
b) geen ernstig of herhaalde overtredingen in verband met de werking van een lijndienst hebben begaan.
WIJZIGING OP HET STUK VAN DE VEREENVOUDIGDE PROCEDURE VOOR DE AFGIFTE VAN BEWIJS VAN COMMUNAUTAIR KARAKTER VOOR INTERNATIONALE SCHEEPVAARTMAATSCHAPPIJEN
- Ingevolge artikel 324 sexies van het CTW kunnen internationale scheepvaartmaatschappijen die mutatis mutandis voldoen aan de voorwaarden gesteld in de §§ 22 en 23, hiervoor, alsmede de hierna volgende voorwaarden een vergunning bekomen om het manifest ten bewijze van het communautair karakter uiterlijk de dag na het vertrek van het vaartuig op te stellen en in ieder geval voor de aankomst van het vaartuig in de haven van bestemming :
a) de scheepvaartmaatschappij moet systemen van automatische uitwisseling gebruiken om gegevens door te zenden tussen de havens van vertrek en van bestemming in de Gemeenschap en
b) regelmatig tussen de lidstaten heen en weer varen volgens de erkende routes;
c) een manifest gebruiken dat tenminste de volgende gege- vens bevat :
- naam en volledig adres van de scheepvaartmaatschappij;
- de naam van het schip;
- plaats en datum van lading van de goederen;
- plaats van lossing van de goederen.
Daarboven moet het manifest voor elke zending ook nog de volgende gegevens bevatten :
- een verwijzing naar het cognossement of naar een ander handelsdocument;
- aantal, aard, merktekens en nummers van de colli;
- de omschrijving van de goederen;
- de brutomassa in kilogram;
- in voorkomend geval, de nummers van de containers;
- de volgende tekens :
- “C” (gelijk aan T2L) : voor goederen, waarvan de commu- nautaire status kan worden aangetoond,
- “F” (gelijk aan T2LF) : voor goederen waarvan de commu- nautaire status kan worden aangetoond en die worden verzonden naar of afkomstig zijn uit een deel van het douanegebied van de Ge- meenschap dat geen deel uitmaakt van het fiscaal gebied,
- “N” : voor de andere goederen.
- De Centrale Administratie zal de vergunning uitreiken, op verzoek van de betrokken scheepvaartmaatschappijen, als voldaan is aan de voorwaarden vervat in § 51, hiervoor. De scheepvaartmani- festen hoeven niet door de bevoegde douanediensten te worden ge- viseerd, maar een afdruk van de met behulp van een systeem van elektronische uitwisseling van gegevens bekomen manifesten moe- ten voor de aankomst van het schip in de haven van bestemming aan de douaneautoriteiten van die haven en bij de douane van de haven van vertrek worden overgelegd. De scheepvaartmaatschappij moet een kopie maken van elk scheepvaartmanifest voor controle door de douane en bewaren gedurende een periode van ten minste twee jaar.
Door de douane van de haven van bestemming wordt een controle achteraf verricht, door toezending van de te controleren ge- gevens aan de douane van de haven vertrek.
OPHEFFING
- De omzendbrief nr. D.D. 126.557 van 12 november 1997 (D.I. 551.103) betreffende het extern communautair douanevervoer en de uitsluiting van de doorlopende zekerheid wordt opgeheven.
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,
J. DUBOIS
BIJLAGE 44 quarter
GOEDEREN MET VERHOOGD FRAUDERISICO
1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
GS-code | Omschrijving van de goederen | Minimum- hoeveelheid | Code gevoelige goederen (1) | Minimumbedrag van zekerheidstelling per aangifte |
ex 0102 90 | Andere levende runderen | 4 000 kg | 1 | 1 500 EUR/t |
0201 10 | Vlees van runderen, vers of gekoeld | 3 000 kg | 2 700 EUR/t | |
0201 20 | 2 900 EUR/t | |||
0201 30 | 5 200 EUR/t | |||
0202 10 | Vlees van runderen, bevroren | 3 000 kg | 2 700 EUR/t | |
0202 20 | 2 900 EUR/t | |||
0202 30 | 3 900 EUR/t | |||
0402 10 | Melk en room, ingedikt of met toege- | 2 500 kg | 1 600 EUR/t | |
0402 21 | voegde suiker of andere zoetstoffen | 1 900 EUR/t | ||
0402 29 | 2 500 EUR/t | |||
0402 91 | 1 400 EUR/t | |||
0402 99 | 1 600 EUR/t | |||
|
0405 10 0405 90 | Boter en andere van melk afkomstige vetstoffen | 3 000 kg |
2 600 EUR/t 2 800 EUR/t |
1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
GS-code | Omschrijving van de goederen | Minimum- hoeveelheid | Code gevoelige goederen (1) | Minimumbedrag van zekerheidstelling per aangifte |
ex 0803 00 | Verse bananen, met uitzondering van plantains | 8 000 kg | 1 | 800 EUR/t |
|
1701 11 1701 12 1701 91 1701 99 | Rietsuiker en beetwortelsuiker, alsmede chemisch zuivere sacharose, in vaste vorm | 7 000 kg |
- - - - | |
2207 10 | Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van 80 % vol of meer | 3 hl | 2 500 EUR/hl zuivere alcohol | |
|
2208 20 2208 30 2208 40 2208 50 2208 60 2208 70 ex 2208 90 | Gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alco- hol bevatten | 5 hl | 2 500 EUR/hl zuivere alcohol | |
2402 20 | Sigaretten, tabak bevattend | 35 000 stuks | 120 EUR/1 000 stuks |
(1)
Wanneer de bepalingen van deel 2, titel II, hoofdstuk 4, afdeling 2, onderafdeling 7, worden toegepast, moet de in kolom 4 aangegeven code voor gevoelige producten worden gebruikt naast de in kolom 1 vermelde GS-code wanneer de in kolom 2 genoemde gevoelige goederen aan de hand van deze code niet met zekerheid geïdentificeerd kunnen worden.
BIJLAGE 46 bis KENMERKEN VAN VERZEGELINGEN
De in artikel 357 bedoelde verzegelingen dienen ten minste de volgende essentiële kenmerken te hebben en aan de volgende technische specificaties te voldoen :
a) De verzegelingen dienen de volgende essentiële kenmerken te bezitten :
- Ze moeten stevig en duurzaam zijn.
- Ze moeten op eenvoudige wijze gecontroleerd en geïden- tificeerd kunnen worden.
- Ze mogen niet verbroken en weer aangebracht kunnen wor- den zonder dat dit met het blote oog waarneembare sporen achter- laat.
- Ze mogen slechts voor eenmalig gebruik geschikt zijn of, wanneer het gaat om verzegelingen die bestemd zijn om meermaals te worden gebruikt, moeten zij zo zijn ontworpen dat elk gebruik duidelijk blijkt.
- Zij moeten van identificatiekenmerken zijn voorzien.
b) Technische specificaties :
- De vorm en afmetingen van de verzegelingen kunnen variëren, naar gelang het type, maar alle identificatiekenmerken moeten duidelijk leesbaar zijn.
- De identificatiekenmerken van de verzegelingen mogen niet vervalst kunnen worden en moeten moeilijk zijn na te maken.
- Het gebruikte materiaal dient zo stevig te zijn dat het niet mogelijk is het per ongeluk te breken. Het mag niet vervalst of onge- merkt opnieuw gebruikt kunnen worden.
A. Vertaling “Alternatief bewijs”
- Prueba alternativa
- Alternativt bevis
- Alternativnachweis
- Εvαλλακτική απόδειξη
- Alternative proof
- Preuve alternative
- Prova alternativa
- Alternatief bewijs
- Prova alternativa
- Vaihtoehtoinen todiste
- Alternativt bevis.
B. Vertaling “Verschillen : kantoor waar de goederen zijn aangebracht (naam + land)”
- Diferencias : mercancías presentadas en la oficina | (nombre y país) |
- Forskelle : det sted, hvor varerne blev frembudt | (navn og land) |
- Unstimmigkeiten : Stelle, bei der die Gestellung erfolgte | (Name und Land) |
BIJLAGE 3 (blz. 2)
- Διαφoρές : εμπoρεύματα πρoσκoμισ- θvτα στo τελωvείo | (Οvoμα και χώρα) |
- Differences : office where goods were presented | (name and country) |
- Différences : marchandises présentées au bureau | (nom et pays) |
- Differenze : ufficio al quale sono state presentate le merci | (nome e paese) |
- Verschillen : kantoor waar de goederen zijn aangebracht | (naam en land) |
- Diferenças : mercadorias apresentadas na estãncia | (nome e país) |
- Muutos : toimipaikka, jossa tavarat esitetty | (nimi ja maa) |
|
- Avvikelse : varorna uppvisade för kontor | (namn, land). |
|
TC 10 – KENNISGEVING VAN DOORGANG Identificatie van het vervoermiddel ............................................................................. | ||
AANGIFTE VOOR DOUANEVERVOER | VOORZIEN KANTOOR (EN LAND) VAN DOORGANG : | |
Aard (T1, T2 of T2F) en nummer | Kantoor van vertrek | |
|
VOOR DE DOUANE BESTEMD VAK Datum van doorgang (handtekening) Dienst- stempel | ||
BIJLAGE 47
TC 11 - ONTVANGSTBEWIJS |
|
Het kantoor van bestemming van ................................................................................................................................................. Verklaart dat de aangifte T1, T2, T2F (1) het controle-exemplaar T5 (1) geregistreerd op ......................................................... onder nr. ................................................................................................. Door het kantoor van ................................................................................................................................................................... Bij hem is ingeleverd. Te ......................................................., de ............................................................. Dienst- stempel .................................................................................................................................. (Handtekening) (1) Doorhalen wat niet van toepassing is. |
