Aanschrijving nr. 17 dd. 29.06.1973
AANSCHRIJVING 73/017
Aanschrijving nr. 17 dd. 29.06.1973
Gietvorm
Model
Reproductie
Reproductiematerieel
Levering van een goed
Plaats van de levering
Medecontractant
Tegenwaarde
Samenstelling van de maatstaf van heffing
Maatstaf van heffing
Tegenwaarde
Voorwerp van de aanschrijving.
1. Deze aanschrijving heeft tot doel het fiscaal stelsel te bepalen dat op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is wanneer een hier te lande gevestigde belastingplichtige aan zijn klant, boven de goederen die hij hem heeft verkocht, de bij de fabricage van de verkochte goederen gebruikte gietvormen. modellen, matrijzen, clichés, gereedschappen of ander dergelijk reproduktiematerieel afzonderlijk aanrekent.
Eerste geval. Het tussen de partijen gesloten contract bepaalt dat de leverancier eigenaar blijft van het reproduktiematerieel.
2. In dit geval, moet de som die aan de klant afzonderlijk wordt aangerekend om hem te debiteren voor de waarde van het reproduktiematerieel, worden beschouwd als een last van de verkoopprijs van de met dit materieel gefabriceerde goederen en moet ze, bijgevolg, worden begrepen in de maatstaf van heffing van de verkoop van de gefabriceerde goederen (z. Wetboek, art. 26, eerste lid).
3. Geen enkele belasting is verschuldigd indien al de gefabriceerde goederen door de leverancier worden uitgevoerd in de voor de toepassing van artikel 39 van het Wetboek bepaalde voorwaarden.
4. In de mate waarin het reproduktiematerieel moet worden beschouwd als bedrijfsmiddel (z. aanschr. 103/1970, §§ 19 en 20), mag de leverancier de belasting die de bij de aankoop of de bij de onttrekking van dit materieel betaalde belasting, slechts worden afgetrokken binnen de perken van artikel 100 van het Wetboek.
Tweede geval. Het tussen de partijen gesloten contract bepaalt dat het reproduktiematerieel aan de klant wordt verkocht maar er wordt bedongen dat de leverancier het gedurende een bepaalde periode al dan niet gratis behoudt.
5. In dit geval, wordt de verkoop van het reproduktiematerieel onderworpen aan de belasting, vermits de levering hier te lande plaatsheeft; deze belasting wordt berekend over de prijs waarvoor de klant wordt gedebiteerd en tegen het bedrag bepaald volgens de aard van dit materieel.
Te dien einde is het om het even of de overdracht van eigendom van het materieel ten bate van de klant onmiddellijk of op termijn geschiedt, of dat de leverancier het materieel na gebruik vernietigt in plaats van het aan de klant te overhandigen.
6. De belasting is verschuldigd over de waarde van het reproduktiematerieel op het ogenblik waarop de leverancier dit materieel niet meer bezit voor zijn eigen rekening, maar wel voor rekening van zijn klant (z. Wetboek, art. 15, § 2, eerste lid).
7. De beperking van het recht op aftrek van de wegens de verkoop van het reproduktiematerieel betaalde belasting (z. Wetboek, art. 100) moet, in voorkomend geval, worden toegepast bij de klant.
Aan in het buitenland gevestigde kopers toegestane faciliteiten.
8. De in cijfers 5 tot 7 hiervoor weergegeven oplossingen brengen moeilijkheden met zich wanneer de overdracht van eigendom van reproduktiematerieel plaatsvindt ten voordele van een in het buitenland gevestigde belastingplichtige die in België geen vaste inrichting heeft en die niet gehouden is er een aansprakelijke vertegenwoordiger te doen aannemen.
9. Om de moeilijkheden die kunnen spruiten uit deze toestand te verhelpen en inzonderheid om te voorkomen dat de klant aan het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, de teruggaaf zou moeten vragen van gans of van een gedeelte van de belasting die hem in rekening werd gebracht voor de aankoop van het reproduktiematerieel, neemt de administratie aan dat de bedragen die hem voor dit materieel worden aangerekend. zelfs wanneer het afzonderlijk wordt verkocht, mogen worden beschouwd als een last van de verkoopprijs van de gefabriceerde goederen, op voorwaarde dat al deze goederen worden uitgevoerd. Maar de hier te lande gevestigde belastingplichtige, leverancier van het reproduktiematerieel, moet, indien hij opteert voor deze oplossing, overeenkomstig artikel 100 van het Wetboek, de aftrek van de belasting die dit materieel belast, zelf beperken, in de mate waarin dit wordt beschouwd als een bedrijfsmiddel (z. aanschr. 103/ 1970, §§ 19 en 20). Daaruit volgt dat, zo de leverancier het reproduktiematerieel persoonlijk heeft gefabriceerd, hij beschouwd wordt als dit materieel te hebben onttrokken in de zin van artikel 12, 4, van het Wetboek en hij het door artikel 6 van het koninklijk besluit nr 1, van 23 juli 1969, omschreven stuk moet opmaken.
Aanschrijving nr. 17 dd. 29.06.1973
Gietvorm
Model
Reproductie
Reproductiematerieel
Levering van een goed
Plaats van de levering
Medecontractant
Tegenwaarde
Samenstelling van de maatstaf van heffing
Maatstaf van heffing
Tegenwaarde
Voorwerp van de aanschrijving.
1. Deze aanschrijving heeft tot doel het fiscaal stelsel te bepalen dat op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is wanneer een hier te lande gevestigde belastingplichtige aan zijn klant, boven de goederen die hij hem heeft verkocht, de bij de fabricage van de verkochte goederen gebruikte gietvormen. modellen, matrijzen, clichés, gereedschappen of ander dergelijk reproduktiematerieel afzonderlijk aanrekent.
Eerste geval. Het tussen de partijen gesloten contract bepaalt dat de leverancier eigenaar blijft van het reproduktiematerieel.
2. In dit geval, moet de som die aan de klant afzonderlijk wordt aangerekend om hem te debiteren voor de waarde van het reproduktiematerieel, worden beschouwd als een last van de verkoopprijs van de met dit materieel gefabriceerde goederen en moet ze, bijgevolg, worden begrepen in de maatstaf van heffing van de verkoop van de gefabriceerde goederen (z. Wetboek, art. 26, eerste lid).
3. Geen enkele belasting is verschuldigd indien al de gefabriceerde goederen door de leverancier worden uitgevoerd in de voor de toepassing van artikel 39 van het Wetboek bepaalde voorwaarden.
4. In de mate waarin het reproduktiematerieel moet worden beschouwd als bedrijfsmiddel (z. aanschr. 103/1970, §§ 19 en 20), mag de leverancier de belasting die de bij de aankoop of de bij de onttrekking van dit materieel betaalde belasting, slechts worden afgetrokken binnen de perken van artikel 100 van het Wetboek.
Tweede geval. Het tussen de partijen gesloten contract bepaalt dat het reproduktiematerieel aan de klant wordt verkocht maar er wordt bedongen dat de leverancier het gedurende een bepaalde periode al dan niet gratis behoudt.
5. In dit geval, wordt de verkoop van het reproduktiematerieel onderworpen aan de belasting, vermits de levering hier te lande plaatsheeft; deze belasting wordt berekend over de prijs waarvoor de klant wordt gedebiteerd en tegen het bedrag bepaald volgens de aard van dit materieel.
Te dien einde is het om het even of de overdracht van eigendom van het materieel ten bate van de klant onmiddellijk of op termijn geschiedt, of dat de leverancier het materieel na gebruik vernietigt in plaats van het aan de klant te overhandigen.
6. De belasting is verschuldigd over de waarde van het reproduktiematerieel op het ogenblik waarop de leverancier dit materieel niet meer bezit voor zijn eigen rekening, maar wel voor rekening van zijn klant (z. Wetboek, art. 15, § 2, eerste lid).
7. De beperking van het recht op aftrek van de wegens de verkoop van het reproduktiematerieel betaalde belasting (z. Wetboek, art. 100) moet, in voorkomend geval, worden toegepast bij de klant.
Aan in het buitenland gevestigde kopers toegestane faciliteiten.
8. De in cijfers 5 tot 7 hiervoor weergegeven oplossingen brengen moeilijkheden met zich wanneer de overdracht van eigendom van reproduktiematerieel plaatsvindt ten voordele van een in het buitenland gevestigde belastingplichtige die in België geen vaste inrichting heeft en die niet gehouden is er een aansprakelijke vertegenwoordiger te doen aannemen.
9. Om de moeilijkheden die kunnen spruiten uit deze toestand te verhelpen en inzonderheid om te voorkomen dat de klant aan het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, de teruggaaf zou moeten vragen van gans of van een gedeelte van de belasting die hem in rekening werd gebracht voor de aankoop van het reproduktiematerieel, neemt de administratie aan dat de bedragen die hem voor dit materieel worden aangerekend. zelfs wanneer het afzonderlijk wordt verkocht, mogen worden beschouwd als een last van de verkoopprijs van de gefabriceerde goederen, op voorwaarde dat al deze goederen worden uitgevoerd. Maar de hier te lande gevestigde belastingplichtige, leverancier van het reproduktiematerieel, moet, indien hij opteert voor deze oplossing, overeenkomstig artikel 100 van het Wetboek, de aftrek van de belasting die dit materieel belast, zelf beperken, in de mate waarin dit wordt beschouwd als een bedrijfsmiddel (z. aanschr. 103/ 1970, §§ 19 en 20). Daaruit volgt dat, zo de leverancier het reproduktiematerieel persoonlijk heeft gefabriceerd, hij beschouwd wordt als dit materieel te hebben onttrokken in de zin van artikel 12, 4, van het Wetboek en hij het door artikel 6 van het koninklijk besluit nr 1, van 23 juli 1969, omschreven stuk moet opmaken.
Bron: FisconetPlus
