Circulaire nr. Ci.RH.242/514.670 dd. 27.07.1999
CIRC 27.07.99/1
Circulaire nr. Ci.RH.242/514.670 dd. 27.07.1999
Bull. nr. 796, pag. 2619
VERGOEDING VOOR CESSIE VAN MELKQUOTA
Vrijstelling van de vergoeding voor cessie van melkquota.
Commentaar op de art. 2 en 3, W 19.5.1998 tot wijziging, wat de vergoedingen voor de overdracht van referentiehoeveelheden aan het melkquotumfonds betreft, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (vrijstelling van de vergoedingen verkregen wegens definitieve overdracht van een melkquotum via het melkquotumfonds).
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de wijzigingen die door de art. 2 en 3, W 19.5.1998 tot wijziging, wat de vergoedingen voor de overdracht van referentiehoeveelheden aan het melkquotumfonds betreft, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (BS 26.6.1998, V 2578 - Bull. 784) respectievelijk in de art. 25, 6°, a en 28, 3°, a (lees 28, eerste lid, 3°, a), WIB 92 zijn aangebracht, teneinde bepaalde vergoedingen wegens overdrachten van melkquota vrij te stellen.
II. WETTEKSTEN
2. Rekening houdende met die wijzigingen, luiden de art. 25, 6°, a, en 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92 voortaan als volgt (de nieuwe tekst is met een verticale lijn in de rand aangeduid) :
Art. 25, 6°, a, WIB 92
Winst omvat eveneens:
...
6° de vergoedingen van alle aard die de ondernemer gedurende de exploitatie verkrijgt:
a) ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben, met uitzondering van de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1996 betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten;
...
Art. 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92
Winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid die de verkrijger of de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is voorheen heeft uitgeoefend, zijn:
...
3° de vergoedingen van alle aard die na de stopzetting zijn verkregen :
a) ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de werkzaamheid, van de winst of van de baten tot gevolg heeft of zou kunnen hebben, met uitzondering van de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1996 betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten;
...
III. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
3. Melkproducenten die hun melkproductie wensen te verminderen of stop te zetten, kunnen hun referentiehoeveelheden of "melkquota" geheel of gedeeltelijk overdragen via het zogenaamde melkquotumfonds, dit is het door het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer van het Ministerie van Middenstand en Landbouw beheerde Quatumfonds dat instaat voor de vrijmaking en herverdeling van melkquota onder de bestaande melkproducenten.
4. Om die overdrachten, die tegen een lagere prijs dan de marktprijs worden vergoed, aantrekkelijker te maken, wordt door de art. 2 en 3 van de voormelde W 19.5.1998, met ingang van 6 juli 1998 in een belastingvrijstelling voorzien voor de vergoedingen welke die producenten verkrijgen voor hun aldus overgedragen melkquotum.
IV. COMMENTAAR
5. Overeenkomstig de door de art. 2 en 3, W 19.5.1998 gewijzigde bepalingen van de art. 25, 6°, a, en 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92, worden "de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1996 betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten" uitdrukkelijk uit de belastbare winst gesloten.
Het betreft hier de vergoedingen welke een melkproducent, na daartoe een aanvraag te hebben ingediend bij het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, verkrijgt voor de gehele of gedeeltelijke definitieve, overdracht van zijn melkquotum "leveringen" via het melkquotumfonds.
Onder melkquotum "levering" moet hier worden verstaan, het melkquotum dat aan de producent was toegekend voor iedere levering van melk of van andere zuivelproducten, ongeacht het vervoer ervan gebeurde door de producent, de koper, de onderneming die deze producten behandelde of verwerkte of door een derde (cf. art. 1, punt 8, KB 2.10.1996).
Voor een goed begrip gaat in bijlage de volledige tekst van art. 15 van het beoogde KB 2.10.1996.
6. Door én art. 25, 6°, a, WIB 92 én art. 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92 aan te passen, worden zowel de vergoedingen bedoeld die tijdens de exploitatie worden verkregen als die welke na de stopzetting van de onderneming worden verkregen.
7. De door de voormelde artikelen ingevoerde vrijstelling geldt evenwel niet voor de vergoedingen die worden verkregen voor de afstand van melkquota welke niet via het melkquotumfonds gebeurt, of welke niet overeenkomstig art. 15 van het voormelde KB van 2.10.1996 gebeurt.
Vergoedingen verkregen voor de rechtstreekse overdracht van melkquota aan om het even wie, zonder tussenkomst van het melkquotumfonds, kunnen dus nooit voor belastingvrijstelling in aanmerking komen.
V. INWERKINGTREDING
8. Bij gebrek aan een specifieke inwerkingtreding, zijn de in de W 19.5.1998 opgenomen bepalingen van toepassing vanaf de tiende dag na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad, d.w.z. met ingang van 6.7.1998.
Bijlage
KB 2.10.1996
(BS 22.10.1996)
betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector en zuivelproducten
Art. 15
Bij het begin van een periode kunnen de producenten, tegen voorafgaande betaling, de herverdeling bekomen van referentiehoeveelheden die definitief werden vrijgemaakt op het einde van het vorige tijdvak door andere producenten tegen betaling van een vergoeding gelijk aan de voornoemde betaling, mits aan volgende voorwaarden voldaan wordt :
1° de vrijmaking en herverdeling wordt enkel toegepast voor referentiehoeveelheden "leveringen".
2° voor de vrijgemaakte referentiehoeveelheden bedraagt de vergoeding 15 BEF per liter melk; het bedrag van de vergoeding wordt verhoogd of verlaagd in functie van het reële vetgehalte van de tijdens het tijdvak van 1 april 1994 tot 31 maart 1995 door de producent-overlater geleverde melk, naar rato van 0,7 centiem per 0,01 gram vet boven of onder 37 gram. Bij ontstentenis van het reële vetgehalte voor het bedoelde tijdvak, wordt het reële vetgehalte in aanmerking genomen van het tijdvak waarin voor het laatst melk werd geleverd, of, bij ontstentenis daarvan, het referentievetgehalte.
3° voor de per zone te herverdelen referentiehoeveelheden geldt een referentievetgehalte dat gelijk is aan het gewogen gemiddelde van de representatieve vetgehaltes van al de tijdens het tijdvak per zone vrijgemaakte referentiehoeveelheden; de vergoeding per liter melk met het aldus berekende representatief vetgehalte is gelijk aan het totale bedrag aan vergoedingen dat op basis van het bepaalde onder 2° per zone aan de producent-overlaters moet worden betaald, gedeeld door het totaal aantal liter in dezelfde zone vrijgemaakte referentiehoeveelheden.
4° de producent-overlater die er zich toe verbindt om aan het einde van het tijdvak zijn referentiehoeveelheid voor leveringen, geheel of gedeeltelijk, definitief vrij te maken moet daartoe een aanvraag indienen zoals bepaald onder 6°; de productie-eenheid van waaruit per 31 maart 1993 de met deze referentiehoeveelheid overeenstemmende leveringen gebeurden en geboekt werden door het Bestuur DG 3 bepaalt de zone waarbinnen deze referentiehoeveelheid wordt vrijgemaakt.
5° de producent-overnemer die in aanmerking wenst te komen voor herverdeling van referentiehoeveelheden bij het begin van het volgende tijdvak, moet daartoe eveneens een aanvraag indienen zoals bepaald onder 6°; het adres van de produktie-eenheid waar de producent-overnemer melk produceert op 1 april van het volgende tijdvak bepaalt de zone, binnen dewelke hij voor herverdeling van referentiehoeveelheden in aanmerking kan komen. Voor een bepaald tijdvak kan een producent slechts in een zone voor herverdeling in aanmerking komen. In het in artikel 13 bedoelde geval kan slechts één van de producenten in aanmerking komen voor de herverdeling van de referentiehoeveelheden.
Om in aanmerking te komen:
Indien de producent-overnemer in gebreke blijft om de nodige bewijsstukken te leveren gedurende heel de duur van het burgerlijk jaar van de herverdeling of, in geval van beginnende activiteit, gedurende heel de duur van het burgerlijk jaar dat volgt, wordt de aan deze producent herverdeelde referentiehoeveelheid toegevoegd aan de nationale reserve.
De in aanmerking genomen oppervlakten voedergewassen betreffen de groepen "maïs", "grasland" en "andere voedergewassen" van de oppervlakteaangifte, hetzij de codes 20, 61, 62, 71, 72, 73, 741, 742 en 743.
6° de onder 4° bedoelde aanvragen voor vrijmaking en de onder 5° bedoelde aanvragen voor herverdeling van referentiehoeveelheden moeten per zone worden ingediend aan de hand van typeformulieren, beschikbaar bij het Ministerie; teneinde ontvankelijk te zijn moeten de aanvragen per aangetekend schrijven worden verstuurd naar het Bestuur DG 3, tussen 1 oktober en 30 november van het tijdvak.
7° de herverdeling van de vrijgemaakte referentiehoeveelheden gebeurt binnen elke zone tussen de hierna genoemd categorieën producenten :
a. de producenten jonger dan 35 jaar op 1 april van het volgende tijdvak die, op het ogenblik van de herverdeling, over een totale referentiehoeveelheid voor leveringen en voor rechtstreekse verkopen van ten minste 60.000 liter en ten hoogste 250.000 liter beschikken.
b. de andere producenten.
De herverdeling gebeurt op dergelijke wijze dat:
8° de Directeur-generaal van het Bestuur DG 3 deelt zijn beslissing mee aan de betrokken producenten die in beroep kunnen gaan bij de Secretaris-generaal van het Ministerie binnen de maand die volgt op de mededeling van de beslissing.
Circulaire nr. Ci.RH.242/514.670 dd. 27.07.1999
Bull. nr. 796, pag. 2619
VERGOEDING VOOR CESSIE VAN MELKQUOTA
Vrijstelling van de vergoeding voor cessie van melkquota.
Commentaar op de art. 2 en 3, W 19.5.1998 tot wijziging, wat de vergoedingen voor de overdracht van referentiehoeveelheden aan het melkquotumfonds betreft, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (vrijstelling van de vergoedingen verkregen wegens definitieve overdracht van een melkquotum via het melkquotumfonds).
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de wijzigingen die door de art. 2 en 3, W 19.5.1998 tot wijziging, wat de vergoedingen voor de overdracht van referentiehoeveelheden aan het melkquotumfonds betreft, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (BS 26.6.1998, V 2578 - Bull. 784) respectievelijk in de art. 25, 6°, a en 28, 3°, a (lees 28, eerste lid, 3°, a), WIB 92 zijn aangebracht, teneinde bepaalde vergoedingen wegens overdrachten van melkquota vrij te stellen.
II. WETTEKSTEN
2. Rekening houdende met die wijzigingen, luiden de art. 25, 6°, a, en 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92 voortaan als volgt (de nieuwe tekst is met een verticale lijn in de rand aangeduid) :
Art. 25, 6°, a, WIB 92
Winst omvat eveneens:
...
6° de vergoedingen van alle aard die de ondernemer gedurende de exploitatie verkrijgt:
a) ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben, met uitzondering van de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1996 betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten;
...
Art. 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92
Winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid die de verkrijger of de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is voorheen heeft uitgeoefend, zijn:
...
3° de vergoedingen van alle aard die na de stopzetting zijn verkregen :
a) ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de werkzaamheid, van de winst of van de baten tot gevolg heeft of zou kunnen hebben, met uitzondering van de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1996 betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten;
...
III. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
3. Melkproducenten die hun melkproductie wensen te verminderen of stop te zetten, kunnen hun referentiehoeveelheden of "melkquota" geheel of gedeeltelijk overdragen via het zogenaamde melkquotumfonds, dit is het door het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer van het Ministerie van Middenstand en Landbouw beheerde Quatumfonds dat instaat voor de vrijmaking en herverdeling van melkquota onder de bestaande melkproducenten.
4. Om die overdrachten, die tegen een lagere prijs dan de marktprijs worden vergoed, aantrekkelijker te maken, wordt door de art. 2 en 3 van de voormelde W 19.5.1998, met ingang van 6 juli 1998 in een belastingvrijstelling voorzien voor de vergoedingen welke die producenten verkrijgen voor hun aldus overgedragen melkquotum.
IV. COMMENTAAR
5. Overeenkomstig de door de art. 2 en 3, W 19.5.1998 gewijzigde bepalingen van de art. 25, 6°, a, en 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92, worden "de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1996 betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten" uitdrukkelijk uit de belastbare winst gesloten.
Het betreft hier de vergoedingen welke een melkproducent, na daartoe een aanvraag te hebben ingediend bij het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, verkrijgt voor de gehele of gedeeltelijke definitieve, overdracht van zijn melkquotum "leveringen" via het melkquotumfonds.
Onder melkquotum "levering" moet hier worden verstaan, het melkquotum dat aan de producent was toegekend voor iedere levering van melk of van andere zuivelproducten, ongeacht het vervoer ervan gebeurde door de producent, de koper, de onderneming die deze producten behandelde of verwerkte of door een derde (cf. art. 1, punt 8, KB 2.10.1996).
Voor een goed begrip gaat in bijlage de volledige tekst van art. 15 van het beoogde KB 2.10.1996.
6. Door én art. 25, 6°, a, WIB 92 én art. 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92 aan te passen, worden zowel de vergoedingen bedoeld die tijdens de exploitatie worden verkregen als die welke na de stopzetting van de onderneming worden verkregen.
7. De door de voormelde artikelen ingevoerde vrijstelling geldt evenwel niet voor de vergoedingen die worden verkregen voor de afstand van melkquota welke niet via het melkquotumfonds gebeurt, of welke niet overeenkomstig art. 15 van het voormelde KB van 2.10.1996 gebeurt.
Vergoedingen verkregen voor de rechtstreekse overdracht van melkquota aan om het even wie, zonder tussenkomst van het melkquotumfonds, kunnen dus nooit voor belastingvrijstelling in aanmerking komen.
V. INWERKINGTREDING
8. Bij gebrek aan een specifieke inwerkingtreding, zijn de in de W 19.5.1998 opgenomen bepalingen van toepassing vanaf de tiende dag na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad, d.w.z. met ingang van 6.7.1998.
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT.
Bijlage
KB 2.10.1996
(BS 22.10.1996)
betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector en zuivelproducten
Art. 15
Bij het begin van een periode kunnen de producenten, tegen voorafgaande betaling, de herverdeling bekomen van referentiehoeveelheden die definitief werden vrijgemaakt op het einde van het vorige tijdvak door andere producenten tegen betaling van een vergoeding gelijk aan de voornoemde betaling, mits aan volgende voorwaarden voldaan wordt :
1° de vrijmaking en herverdeling wordt enkel toegepast voor referentiehoeveelheden "leveringen".
2° voor de vrijgemaakte referentiehoeveelheden bedraagt de vergoeding 15 BEF per liter melk; het bedrag van de vergoeding wordt verhoogd of verlaagd in functie van het reële vetgehalte van de tijdens het tijdvak van 1 april 1994 tot 31 maart 1995 door de producent-overlater geleverde melk, naar rato van 0,7 centiem per 0,01 gram vet boven of onder 37 gram. Bij ontstentenis van het reële vetgehalte voor het bedoelde tijdvak, wordt het reële vetgehalte in aanmerking genomen van het tijdvak waarin voor het laatst melk werd geleverd, of, bij ontstentenis daarvan, het referentievetgehalte.
3° voor de per zone te herverdelen referentiehoeveelheden geldt een referentievetgehalte dat gelijk is aan het gewogen gemiddelde van de representatieve vetgehaltes van al de tijdens het tijdvak per zone vrijgemaakte referentiehoeveelheden; de vergoeding per liter melk met het aldus berekende representatief vetgehalte is gelijk aan het totale bedrag aan vergoedingen dat op basis van het bepaalde onder 2° per zone aan de producent-overlaters moet worden betaald, gedeeld door het totaal aantal liter in dezelfde zone vrijgemaakte referentiehoeveelheden.
4° de producent-overlater die er zich toe verbindt om aan het einde van het tijdvak zijn referentiehoeveelheid voor leveringen, geheel of gedeeltelijk, definitief vrij te maken moet daartoe een aanvraag indienen zoals bepaald onder 6°; de productie-eenheid van waaruit per 31 maart 1993 de met deze referentiehoeveelheid overeenstemmende leveringen gebeurden en geboekt werden door het Bestuur DG 3 bepaalt de zone waarbinnen deze referentiehoeveelheid wordt vrijgemaakt.
5° de producent-overnemer die in aanmerking wenst te komen voor herverdeling van referentiehoeveelheden bij het begin van het volgende tijdvak, moet daartoe eveneens een aanvraag indienen zoals bepaald onder 6°; het adres van de produktie-eenheid waar de producent-overnemer melk produceert op 1 april van het volgende tijdvak bepaalt de zone, binnen dewelke hij voor herverdeling van referentiehoeveelheden in aanmerking kan komen. Voor een bepaald tijdvak kan een producent slechts in een zone voor herverdeling in aanmerking komen. In het in artikel 13 bedoelde geval kan slechts één van de producenten in aanmerking komen voor de herverdeling van de referentiehoeveelheden.
Om in aanmerking te komen:
- moet de producent-overnemer landbouwer in hoofdberoep zijn en over een referentiehoeveelheid beschikken op 1 april van het volgende tijdvak.
Indien de producent-overnemer in gebreke blijft om de nodige bewijsstukken te leveren gedurende heel de duur van het burgerlijk jaar van de herverdeling of, in geval van beginnende activiteit, gedurende heel de duur van het burgerlijk jaar dat volgt, wordt de aan deze producent herverdeelde referentiehoeveelheid toegevoegd aan de nationale reserve.
- mag de producent-overnemer vóór herverdeling niet beschikken over een totale referentiehoeveelheid voor leveringen en rechtstreekse verkopen van méér dan 20.000 l per hectare voedergewassen van het bedrijf; dit bewijs dient te worden geleverd aan de hand van de oppervlakteaangifte of, bij ontstentenis daarvan, door een verklaring op erewoord, die bevestigd dient te worden door de oppervlakteaangifte van het volgende burgerlijk jaar; bij ontstentenis van deze bevestiging wordt de aan deze producent herverdeelde referentiehoeveelheid toegevoegd aan de nationale reserve.
De in aanmerking genomen oppervlakten voedergewassen betreffen de groepen "maïs", "grasland" en "andere voedergewassen" van de oppervlakteaangifte, hetzij de codes 20, 61, 62, 71, 72, 73, 741, 742 en 743.
- moet de producent-overnemer er zich toe verbinden de totale vergoeding voor de aan hem herverdeelde referentiehoeveelheden te betalen binnen een termijn van 10 werkdagen volgend op de datum van mededeling van het resultaat van de herverdeling.
- mag de producent-overnemer geen overdracht van referentiehoeveelheden hebben gedaan als overlater, noch definitief een referentiehoeveelheid hebben vrijgegeven, gedurende het lopende tijdvak of gedurende de twee voorgaande tijdvakken.
6° de onder 4° bedoelde aanvragen voor vrijmaking en de onder 5° bedoelde aanvragen voor herverdeling van referentiehoeveelheden moeten per zone worden ingediend aan de hand van typeformulieren, beschikbaar bij het Ministerie; teneinde ontvankelijk te zijn moeten de aanvragen per aangetekend schrijven worden verstuurd naar het Bestuur DG 3, tussen 1 oktober en 30 november van het tijdvak.
7° de herverdeling van de vrijgemaakte referentiehoeveelheden gebeurt binnen elke zone tussen de hierna genoemd categorieën producenten :
a. de producenten jonger dan 35 jaar op 1 april van het volgende tijdvak die, op het ogenblik van de herverdeling, over een totale referentiehoeveelheid voor leveringen en voor rechtstreekse verkopen van ten minste 60.000 liter en ten hoogste 250.000 liter beschikken.
b. de andere producenten.
De herverdeling gebeurt op dergelijke wijze dat:
- ieder producent die in aanmerking komt, in iedere categorie, een gelijke hoeveelheid krijgt, zonder dat deze hoger kan zijn dan de hoeveelheid waarvoor hij de onder 50 bedoelde aanvraag heeft ingediend;
- de onder a) bedoelde producenten een hoeveelheid bekomen die de helft hoger is dan de hoeveelheid herverdeeld tussen de andere producenten.
8° de Directeur-generaal van het Bestuur DG 3 deelt zijn beslissing mee aan de betrokken producenten die in beroep kunnen gaan bij de Secretaris-generaal van het Ministerie binnen de maand die volgt op de mededeling van de beslissing.
Bron: FisconetPlus
