Circulaire 2018/C/114 betreffende de vrijstelling van accijnzen op bier

vrijstellingen; bier

FOD Financiën, 10.10.2018
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Inhoudstafel

Productie van bier: uitzonderlijke gevallen

Situaties binnen het toepassingsgebied van de vrijstelling

Situaties buiten het toepassingsgebied van de vrijstelling

Productie van bier: uitzonderlijke gevallen

Naar aanleiding van verscheidene (parlementaire) vragen en vergaderingen met belanghebbenden is het noodzakelijk gebleken om het toepassingsgebied van de vrijstelling bedoeld bij artikel 7 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken, inzonderheid de reikwijdte van de notie “particulieren” en “gasten”, te verduidelijken.

Verder is er ook de vraag naar administratieve vereenvoudiging voor de toepassing van deze vrijstelling en is er de behoefte aan een vereenvoudigde administratieve procedure waardoor particulieren die hun bier zelf brouwen dit bier kunnen aanbieden op speciaal daartoe ingerichte evenementen.

Verschillende situaties kunnen zich voordoen.

Situaties binnen het toepassingsgebied van de vrijstelling

1. Overeenkomstig artikel 7 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken, wordt vrijstelling van accijns en bijzondere accijns verleend voor bier dat door een particulier is geproduceerd en dat door hemzelf, de leden van zijn gezin of zijn gasten wordt verbruikt, mits er geen verkoop plaatsvindt.

De particulieren die bier produceren volgens de hierboven vermelde voorwaarden zijn vrijgesteld van eender welke formaliteit inzake accijnzen; zij moeten geen houder zijn van een belastingentrepot; zij moeten geen beroepsaangifte indienen en zij zijn ook vrijgesteld van het indienen van een bezitsaangifte voor hun installaties en vaten.

2. Naar analogie met wat er voorzien is voor de producenten van wijn, kunnen particulieren die zich groeperen in een vereniging en die bier produceren, gelijkgesteld worden aan particulieren, doch enkel onder de volgende cumulatieve voorwaarden:

- Het geproduceerde bier wordt niet gecommercialiseerd en is niet het voorwerp van eender welke verkoop;

- Het geproduceerde bier wordt verbruikt op evenementen exclusief toegankelijk voor leden van de vereniging.

Situaties buiten het toepassingsgebied van de vrijstelling

3. In het geval dat particulieren die zich groeperen in een vereniging sporadisch niet aan de bovenvermelde voorwaarden voldoen, zullen ze toch niet als professionelen aanzien worden, mits het respecteren van specifieke verplichtingen.

Deze “gunstmaatregel” laat toe dat de particuliere brouwers niet het statuut van vrijgestelde particuliere brouwer verliezen door slechts sporadisch bier aan te bieden waarvoor de vrijstelling niet van toepassing is.

Dit is met name het geval:

- wanneer zij als lid van een vereniging deelnemen aan een evenement georganiseerd door deze vereniging waarop enkel leden aanwezig zijn maar waarop het geproduceerde bier wordt gecommercialiseerd of verkocht;

- wanneer zij als lid van een vereniging deelnemen aan een evenement georganiseerd door deze vereniging waarop ook niet-leden aanwezig zijn ook al wordt het geproduceerde bier niet gecommercialiseerd of verkocht;

- wanneer zij als lid van een vereniging deelnemen aan een evenement georganiseerd door deze vereniging waarop ook niet-leden aanwezig zijn en waarop het geproduceerde bier wordt gecommercialiseerd of verkocht.

De nadruk moet hier steeds worden gelegd op de voorwaarde dat dit slechts sporadisch - dus niet frequent - gebeurt.

Ook het aspect van een vereniging waarvan men lid is, moet hier worden benadrukt. Zo zal een ‘onafhankelijke” particuliere brouwer die geen lid is van de vereniging die het evenement organiseert als een derde worden beschouwd en zijn statuut van vrijgestelde particuliere brouwer verliezen.

In casu moeten de volgende bepalingen worden nageleefd voor deze evenementen georganiseerd door een vereniging van particulieren:

- Het beschikken door de vereniging (als organisator) over een tijdelijke vergunning “entrepothouder” die zij moet aanvragen bij de regionale centrumdirecteur die bevoegd is over de plaats waar het evenement plaatsvindt.

De algemene principes met betrekking tot een “tijdelijk belastingentrepot” zijn hier van toepassing (zo zal de vereniging over een btw-nummer moeten beschikken indien hij een tijdelijke vergunning “entrepothouder” wil aanvragen, zal de vereniging ook alle formaliteiten op zich moeten nemen, zoals de toegang tot PLDA voor het indienen van een aangifte ten verbruik AC4 en de toegang tot EMCS voor de eventuele bewegingen onder de accijnsschorsingsregeling, ….);

- Het stellen van een zekerheid voor het voorhanden hebben en – in voorkomend geval - voor het verzenden onder de accijnsschorsingsregeling;

- Het indienen van een aangifte ten verbruik AC4, uiterlijk de donderdag volgend op de sluiting van het evenement, voor de betaling van de accijnzen op de goederen die verbruikt of verkocht zijn gedurende het evenement vergezeld van een samenvattende lijst van de betrokken goederen;

- Het bijhouden van een voorraadadministratie voor het tijdelijke belastingentrepot die de hoeveelheden bijhoudt van goederen die zijn binnengebracht, verkocht en/of aangeboden ten verbruik per deelnemer;

- Het vastleggen van een maximumhoeveelheid bier dat mag verkocht of aangeboden worden ten verbruik per deelnemer (40 liter);

- Toegang verlenen tot de lokalen (van het tijdelijk belastingentrepot) aan de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen.

Het verzenden of het meebrengen van bier door een particuliere brouwer naar het evenement moet niet gedekt zijn door een document. Het is de bedoeling dat er geen bier teruggezonden wordt naar de particuliere brouwer of door hem terug wordt meegenomen, gelet op de maximumhoeveelheid van 40 liter die mag verkocht of aangeboden worden ten verbruik per deelnemer.

Als er toch een resterende hoeveelheid bier zou zijn, dan mag dit teruggezonden worden naar de particulier zonder document of kan dit eventueel wel verzonden worden onder de accijnsschorsingsregeling vertrekkende vanuit het “tijdelijk belastingentrepot”.

4. In elk ander geval zal de brouwer aanzien worden als een professioneel en zijn de gewone regels van toepassing, met name ook voor brouwworkshops die plaatsvinden in zijn belastingentrepot.

5. In het kader van een brouwworkshop is het evenwel toegestaan dat een professionele brouwer deze workshops inricht buiten zijn belastingentrepot.

Ter verduidelijking: een mobiele brouwinstallatie kan enkel worden gebruikt door professionele brouwers en niet door particulieren of een vereniging van particulieren. De bepalingen van artikel 3 van het ministerieel besluit van 1 februari 1994 betreffende het accijnsstelsel van bier zijn onverminderd van toepassing.

Deze professionele brouwer kan zich naar zijn klanten verplaatsen om daar bier te brouwen met een mobiele brouwinstallatie op voorwaarde dat hij hiervoor een toelating heeft in het kader van zijn vergunning erkend entrepothouder. Concreet moet in de vergunning erkend entrepothouder de optie “ambulant brouwen” zijn opgenomen. De voorwaarden verbonden aan zijn vergunning “erkend entrepothouder” zijn vanzelfsprekend onverminderd van toepassing.

Gezien de verplichting om een brouwaangifte in te dienen in het kader van een brouwworkshop moeilijk toepasbaar is, dient hij minstens 72u op voorhand de controlediensten bevoegd in het kader van zijn vergunning erkend entrepothouder in te lichten over de voorziene plaats en de voorziene datum van brouwen.

Na de workshop neemt de brouwer de geproduceerde brouwsels mee naar zijn belastingentrepot voor het vervolledigen van het brouwproces. Na het voltooien van het brouwproces haalt de brouwer de geproduceerde bieren uit zijn belastingentrepot om ze te verdelen onder de deelnemers van de workshop. Overeenkomstig de gebruikelijke regels zal de inverbruikstelling plaatsvinden op het moment van uitslag van het bier uit het belastingentrepot van de brouwer. Hij zal een AC4 moeten indienen vergezeld van een overzicht van de betrokken goederen, en dit uiterlijk de donderdag van de week volgend op de week van de inverbruikstelling.

Uit het voorgaande volgt dus dat de geproduceerde brouwsels verplicht moeten terugkeren naar het belastingentrepot van de professionele brouwer en dat het brouwproces niet kan plaatsvinden in de instelling van de klant-organisator van de workshop. Wanneer dit wel het geval zou zijn, moet de klant-organisator van de workshop zelf over een vergunning erkend entrepothouder beschikken.

6. De opleidingscentra die brouwcursussen geven en ook in praktijk brouwen tijdens de cursus vallen niet onder het toepassingsgebied van de “vrijgestelde particulieren” van artikel 7 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken. Zij worden beschouwd als een professionele brouwer en moeten bijgevolg over een vergunning erkend entrepothouder beschikken.

Het behoort tot de bevoegdheid van de lokale diensten om bijkomende maatregelen die zij passend achten op te leggen.

Deze nota vervangt de nota met referte D.A. 009.771 die wordt ingetrokken.

Nico Missant

Adviseur-generaal dd.

———

Interne ref.: D.A. 010.147