Circulaire nr. 4/2016 d.d. 09.05.2016

Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Registratierecht - Successierecht
Schenking van onroerende goederen

Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Algemene Administratie van de PATRIMONIUMDOCUMENTATIE

Operationele expertise en ondersteuning

Dossier nr. JE/2016.05

Juridische Expertise

Dossier nr. L 284B

Bijlagen: 2

Ordonnantie van 18 december 2015 houdende het eerste deel van de fiscale hervorming

Registratie- en successierecht

Inleiding

In het Belgisch Staatsblad van 30 december 2015 (ed. 2, p. 21.429) werd de ordonnantie van 18 december 2015 houdende het eerste deel van de fiscale hervorming gepubliceerd (hierna: ordonnantie).

Deze circulaire geeft toelichting bij de wijzigingen inzake registratierecht (W.Reg.Br.) en inzake successierecht (W.Succ.Br.).

De ordonnantie heeft vooreerst het algemeen tarief voor de schenkingen van onroerende goederen verlaagd en vereenvoudigd. Zij heeft vervolgens het preferentieel tarief voor de schenking van woningen opgeheven. Zij heeft ten slotte het progressievoorbehoud in het successierecht opgeheven. Het progressievoorbehoud inzake schenkingsrecht blijft evenwel behouden.

Een uittreksel uit de ordonnantie met betrekking tot het W.Reg.Br. en het W.Succ.Br. is opgenomen als bijlage 1. De geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen is opgenomen als bijlage 2 en op www.fisconetplus.be.

De nieuwe bepalingen zijn op 1 januari 2016 in werking getreden.

Commentaar

1. Ratio legis

De regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft de gewestelijke fiscaliteit hervormd met het oog op een - budgettair neutrale - verschuiving van belasting op werk naar belasting op vastgoed.

Het eerste deel van de fiscale hervorming heeft betrekking op de gewestelijke belastingen. Het beoogt de verlaging en de vereenvoudiging van de tarieven van de schenkingen van onroerende goederen. Dit is het voorwerp van hoofdstuk 5 van de ordonnantie van 18 december 2015. Door deze fiscale hervorming wil de Brusselse wetgever een middenklasse in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behouden, de fiscale ontvangsten inzake registratierecht verhogen, de toegang tot het woningbezit in het Brussels Gewest vergemakkelijken en de schenking van onroerende goederen bevoordelen ten opzichte van de overdracht door overlijden(1).

2. Registratierecht

2.1. Verlaging en vereenvoudiging van het algemeen tarief inzake schenking van onroerende goederen (art. 131, § 1 nieuw W.Reg.Br.)

Sinds 1 januari 2016 ziet het nieuw algemeen Brussels tarief er als volgt uit:

ALGEMEEN BRUSSELS TARIEF
Belastbaar gedeelte van de onroerende schenkingIn rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonendenTussen alle andere personen
Tot € 150.000 3 % 10 %
Van € 150.000,01 tot € 250.000 9 % 20 %
Van € 250.000,01 tot € 450.000 18 % 30 %
Boven de € 450.000 27 % 40 %

Het tarief telt voortaan twee tarieftabellen in plaats van vier en vier identieke belastingschijven in de twee tarieftabellen in plaats van vier, zes of zeven naargelang van de vroeger toepasselijke tarieftabel.

De tarieven van de rechten zijn sterk verlaagd (maximum 27 % in rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden en 40 % tussen alle andere personen).

De Brusselse wetgever heeft het algemeen tarief voor de schenkingen van onroerende goederen bijna volledig overgenomen van het stelsel dat sinds 1 juli 2015 in het Vlaams Gewest toepasselijk is(2).

2.2. Opheffing van het preferentieel tarief voor de schenking van woningen (art. 131bis oud W.Reg.Br.)

Vroeger bevatte artikel 131bis W.Reg.Br., onder bepaalde voorwaarden, een preferentieel tarief voor de schenking van een woning.

Sinds 1 januari 2016 is deze voorkeurregeling opgeheven (art. 16 ordonnantie). Deze regeling was immers minder gunstig dan het nieuwe algemeen tarief van artikel 131, § 1 W.Reg.Br. (zie hierboven, nr. 2.1.).

2.3. Behoud van het progressievoorbehoud inzake schenkingsrecht (art. 137 W.Reg.Br.)

Het progressievoorbehoud is behouden inzake het schenkingsrecht voor opeenvolgende schenkingen van onroerende goederen die binnen drie jaar tussen dezelfde partijen worden verricht. Om het tarief te bepalen dat toepasselijk is op een schenking van onroerende goederen, wordt de belastbare grondslag gevoegd bij de som die heeft gediend tot grondslag van heffing op de schenkingen van onroerende goederen die reeds tussen dezelfde partijen zijn voorgekomen, en vastgesteld werden door akten die dagtekenen van minder dan drie jaar vóór de datum van de nieuwe schenking en vóór laatstbedoelde datum geregistreerd werden of verplicht registreerbaar geworden zijn.

3. Successierecht – Opheffing van het progressievoorbehoud inzake successierecht (art. 66bis oud W.Succ.Br.)

Vroeger bestond er in geval van overlijden geen progressievoorbehoud voor schenkingen van roerende goederen belast tegen het verlaagd tarief (3 % of 7 %) bedoeld in artikel 131, § 2 W.Reg.Br., maar wel in geval van schenking van onroerende goederen.

Sinds 1 januari 2016 geldt het progressievoorbehoud niet meer voor schenkingen van onroerende goederen in geval van overlijden binnen de drie jaar. Dit is het gevolg van de opheffing van artikel 66bis W.Succ.Br. (art. 17, eerste lid, ordonnantie).

Met andere woorden, wanneer de schenkingsakte geregistreerd werd (tegen betaling van het registratierecht op de schenking onder levenden) binnen de drie jaar, maken de geschonken goederen geen deel meer uit van de nalatenschap van de overleden schenker en worden ze niet meer in aanmerking genomen voor de berekening van het progressief tarief van successierecht (recht van overgang bij overlijden indien de overleden schenker geen rijksinwoner is). Deze onroerende goederen blijven buiten de nalatenschap. De schenkingen van onroerende goederen en de schenkingen van roerende goederen zijn voortaan, wat het progressievoorbehoud inzake successierecht betreft, aan hetzelfde stelsel onderworpen.

Er is echter een overgangsbepaling: het progressievoorbehoud bij overlijden binnen drie jaar wordt nog toegepast op schenkingen van onroerende goederen verricht vóór 1 januari 2016 (art. 17, tweede lid, ordonnantie).

4. Inwerkingtreding

De nieuwe bepalingen inzake registratie- en successierecht zijn op 1 januari 2016 in werking getreden (art. 26 ordonnantie).

Inzake schenking van onroerende goederen, zijn de nieuwe bepalingen van toepassing op authentieke akten verleden vanaf 1 januari 2016. Wat de overdragende akten betreft die onroerende goederen in het buitenland tot voorwerp hebben, deze zijn vrijgesteld van het evenredig registratierecht, ongeacht of het een overdragende overeenkomst onder bezwarende of onder kosteloze titel betreft (art. 159, 7° W.Reg.).

Inzake successierecht is de wijziging toepasselijk op nalatenschappen die openvallen vanaf 1 januari 2016, met deze bijzonderheid dat het progressievoorbehoud, in geval van overlijden binnen de drie jaar, toepasselijk blijft voor onroerende schenkingen die vóór 1 januari 2016 zijn verricht (zie hierboven, nr. 3).

Namens de minister:

André DE BRUYNE

Adviseur-generaal


[(1) Zie ook Stukken Brussels Hoofdstedelijk Parlement, 2015-16, ontwerp van ordonnantie, nr. A-272-2, 3-7.

(2) Met dit verschil dat het Vlaams Gewest het objectieve verschil tussen wettelijk en feitelijk samenwonenden negeert en op beide categorieën hetzelfde tarief toepast als tussen echtgenoten.]

------------

Bijlage 1

Uittreksel uit het BS 30 december 2015, ed. 2, p. 81.429

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

18 DECEMBER 2015. – Ordonnantie houdende het eerste deel van de fiscale hervorming

(…)

HOOFDSTUK 5. – Aanpassing van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten met betrekking tot de registratierechten op de schenkingen van onroerende goederen en van het Wetboek der Successierechten

Art. 15. De eerste paragraaf van artikel 131 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt vervangen door hetgeen volgt:

« § 1. Voor de schenkingen onder de levenden van onroerende goederen wordt over het brutoaandeel van elk der begiftigden een evenredig recht geheven volgens het in de onderstaande tabellen vermelde tarief.

Hierin wordt onder « a » vermeld het percentage dat toepasselijk is op het overeenstemmende gedeelte.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder samenwonende verstaan, de persoon die zich in de toestand van wettelijke samenwoning bevindt in de zin van titel Vbis van boek III van het Burgerlijk Wetboek.

Tabel I
Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden
Gedeelte van de schenkinga
vantot inbegrepen
0,01 EUR150.000 EUR3 %
150.000,01 EUR250.000 EUR9 %
250.000,01 EUR450.000 EUR18 %
Boven 450.000 EUR27 %
Tabel II
Tarief tussen alle andere personen
Gedeelte van de schenkinga
vantot inbegrepen
0,01 EUR150.000 EUR10 %
150.000,01 EUR250.000 EUR20 %
250.000,01 EUR450.000 EUR30 %
Boven 450.000 EUR40 %

Art. 16. Artikel 131bis van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

Art. 17. Artikel 66bis van het Wetboek der Successierechten, laatst gewijzigd door de ordonnantie van 24 februari 2005, wordt opgeheven.

Dit artikel blijft echter van toepassing op de schenkingen gedaan vóór 1 januari 2016.

(…)

HOOFDSTUK 9. – Inwerkingtreding

(…)

Art. 26. De bepalingen van hoofdstuk 5 treden in werking op 1 januari 2016.

(…)

Bijlage 2

Geconsolideerde tekst van de 131" book="CATCH_ALL">131bis W.Reg.Br.(3)

Art. 131

§ 1. Voor de schenkingen onder de levenden van onroerende goederen wordt over het brutoaandeel van elk der begiftigden een evenredig recht geheven volgens het in de onderstaande tabellen vermelde tarief.

Hierin wordt onder « a » vermeld het percentage dat toepasselijk is op het overeenstemmende gedeelte.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder samenwonende verstaan, de persoon die zich in de toestand van wettelijke samenwoning bevindt in de zin van titel Vbis van boek III van het Burgerlijk Wetboek.

Tabel I
Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden
Gedeelte van de schenkinga
Vantot inbegrepen
0,01 EUR150.000 EUR3 %
150.000,01 EUR250.000 EUR9 %
250.000,01 EUR450.000 EUR18 %
Boven 450.000 EUR27 %
Tabel II
Tarief tussen alle andere personen
Gedeelte van de schenkinga
vantot inbegrepen
0,01 EUR150.000 EUR10 %
150.000,01 EUR250.000 EUR20 %
250.000,01 EUR450.000 EUR30 %
Boven 450.000 EUR40 %

§ 2. (niet gewijzigd)

Art. 131bis (opgeheven)

Geconsolideerde tekst van artikel 66bis W.Succ.Br.(4)

Art. 66bis

(opgeheven. Dit artikel blijft echter van toepassing op de schenkingen gedaan vóór 1 januari 2016.)


[(3) De wijzigingen worden vet gedrukt.]

[(4) De wijzigingen worden vet gedrukt.]