Aanschrijving nr. 4 dd. 09.11.2000
AANSCHRIJVING 00/004
Aanschrijving nr. 4 dd. 09.11.2000
BTW
Diensten verricht door advocaten
De onderhavige aanschrijving heeft als voorwerp een eerste commentaar te geven betreffende de draagwijdte van de vrijstelling bepaald door artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek.
1. Wettelijke bepaling - Ratio legis - Administratieve rechtspraak.
1.1. Wettelijke bepaling.
Artikel 2 van de (Zesde) BTW-richtlijn nr. 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 onderwerpt aan de BTW alle leveringen van goederen en de diensten, welke door als zodanig handelende belastingplichtigen worden verricht. In principe kunnen enkel de handelingen opgesomd in de artikelen 13 tot 16 van deze richtlijn vrijgesteld worden door de lidstaten.
Niettemin bepaalt artikel 28, paragraaf 3, punt b) van dezelfde richtlijn dat de lidstaten tijdens de overgangsperiode de handelingen genoemd in bijlage F kunnen blijven vrijstellen en dit onder de in de lidstaat vigerende voorwaarden.
De diensten door advocaten zijn inzonderheid bedoeld in punt 2 van die bijlage F.
Op deze basis kon artikel 44, § 1, 1°, van het Belgische BTW-Wetboek waarbij de diensten verricht door advocaten in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid van de belasting vrijgesteld worden, behouden blijven.
1.2. Ratio legis
Het doel dat bij de inwerkingtreding van het BTW-stelsel beoogd werd, was ingegeven door de bekommernis om te voorkomen dat de rechtspleging met nieuwe fiscale lasten zou worden bezwaard. De memorie van toelichting van het wetsontwerp tot invoering van het BTW-Wetboek (z. Pasinomie, 1969, deel II, art. 44, p. 865) verduidelijkt dat de vrijstelling slechts kan worden ingeroepen door de advocaten ingeschreven bij een Belgische balie.
De vrijstelling van artikel 44, § 1, 1°, was dus uitsluitend afhankelijk van de inschrijving op de lijst van de orde van advocaten of op de lijst van de stagiairs.
Deze oplossing maakte het bovendien mogelijk om de advocaten te onderscheiden van de andere dienstverrichters die diensten kunnen verstrekken in gelijkaardige gebieden (juridische raadgevers en experten, adviseurs, consultants, fiscale experten, enz.) maar waarvoor geen enkele vrijstelling is bepaald.
1.3. Administratieve rechtspraak
Sinds de invoering van de BTW heeft de administratie altijd gesteld dat enkel de diensten verricht door advocaten in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid de vrijstelling kunnen genieten voor zover deze advocaten ingeschreven zijn bij een Belgische balie.
De in het buitenland gevestigde advocaten - in een lidstaat van de Europese Unie of in een derde land - konden, net zoals hun Belgische confraters, enkel de vrijstelling genieten wanneer ze ingeschreven waren bij een Belgische balie.
Wat de in het buitenland gevestigde advocaten betreft die niet ingeschreven zijn bij een Belgische balie, was de vrijstelling dus nooit van toepassing.
De vrijstelling is trouwens nooit van toepassing op de diensten van niet bij een balie ingeschreven licentiaten of doctors in de rechten.
De diensten verricht door een burgerlijke vennootschap, met of zonder handelsvorm, met als maatschappelijk doel het gezamenlijk uitoefenen van het beroep van advocaat door tussenkomst van bij de balie ingeschreven advocaten, zijn eveneens vrijgesteld van de belasting overeenkomstig artikel 44, § 1, 1°.
Dienaangaande had de administratie tot hiertoe als regel aangenomen dat wanneer zulke burgerlijke vennootschappen bestaan uit bij de Belgische balie ingeschreven advocaten en advocaten die deze voorwaarde niet vervullen, de vrijstelling moet toegepast worden voor zover de meerderheid van de vennoten advocaten zijn die ingeschreven zijn bij een Belgische balie.
Daarentegen was de vrijstelling niet van toepassing wanneer de meerderheid van de vennoten van zo'n vennootschap niet bestaat uit bij de balie ingeschreven advocaten en dergelijke vennootschap had bijgevolg niet de hoedanigheid van vrijgestelde BTW-belastingplichtige.
2. Problematiek van de buitenlandse advocaten.
Tot op het ogenblik van de ingebrekestelling die door de Europese Commissie op 22 oktober 1999 aan België werd gericht, was de fundamentele voorwaarde voor de toepassing van de vrijstelling in feite de inschrijving van de advocaat bij een Belgische balie.
Ingevolge die ingebrekestelling en rekening houdend met het feit dat de internationalisering van de handelsrelaties en de toenemende complexiteit van de juridische materies ertoe hebben geleid dat steeds meer een beroep wordt gedaan op de diensten van in het buitenland gevestigde advocaten, diende de Belgische administratie haar standpunt terzake te herzien.
Vooreerst dient er een onderscheid te worden gemaakt tussen de advocaten die ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Unie en diegenen van een derde land.
Wat de advocaten betreft die ressorteren onder een andere lidstaat dient bovendien het onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds diegenen die gevestigd zijn in een andere lidstaat en die occasionele prestaties verrichten in België en anderzijds diegenen die gevestigd zijn in België.
2.1. Advocaten die ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Unie.
2.1.1. Occasionele prestaties verricht in België door advocaten gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie.
Indien een advocaat die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Unie diensten verricht voor een klant gevestigd in België, wordt de plaats van de dienst bepaald in functie van de hoedanigheid van de ontvanger.
Indien de ontvanger van de dienst een in België gevestigde particulier of niet-belastingplichtige rechtspersoon is, wordt de dienst geacht plaats te vinden daar waar de dienstverrichter is gevestigd (cfr. artikel 21, § 2).
Indien de klant anderzijds een in België gevestigde belastingplichtige is (met of zonder recht of aftrek) en hij de diensten gebruikt voor de doeleinden van zijn economische activiteit, wordt de dienst geacht plaats te vinden daar waar de ontvanger is gevestigd, in dit geval in België (cfr. artikel 21, § 3, 7°, d, van het BTW-Wetboek).
Daaruit volgt ondermeer dat zo een Belgische advocaat die ingeschreven is bij een Belgische balie, een beroep deed op de diensten van een in een andere lidstaat gevestigde confrater (die niet ingeschreven is bij een Belgische balie), de door deze laatste gefactureerde diensten aan de Belgische BTW onderworpen dienden te worden. Bovendien was de Belgische advocaat, als vrijgestelde belastingplichtige, gehouden deze BTW te betalen zonder deze in aftrek te kunnen brengen. Hij diende dus de kost van deze BTW aan zijn klant door te rekenen.
Zo dezelfde diensten hem evenwel worden verleend door een Belgische confrater, die ingeschreven is bij een Belgische balie, geldt vrijstelling van de BTW.
De Europese Commissie, die van oordeel is dat er in ons land een discriminerende toepassing van de BTW bestond voor de advocaten gevestigd in andere lidstaten van de Europese Unie, heeft op 22 oktober 1999 aan België een ingebrekestelling gericht.
De Commissie heeft immers geoordeeld dat de in België toepasselijke vrijstellingsregeling voor advocaten in strijd was met twee Europese bepalingen :
De verplichting tot inschrijving bij een Belgische balie (vereist om de vrijstelling van de BTW te kunnen genieten) betekende dus een hinderpaal voor het vrij verrichten van diensten bedoeld in artikel 49 van het Verdrag en een inbreuk op artikel 4, lid 1, van de richtlijn 77/249/EEG. De Minister van Financiën heeft bijgevolg beslist zich te schikken naar het standpunt van de Commissie.
Om elke discriminatie terzake af te schaffen, dient het voordeel van de vrijstelling van artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek derhalve uitgebreid te worden tot alle diensten verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid door in het buitenland gevestigde advocaten die zijn ingeschreven bij een balie of een gelijkaardige organisatie van een lidstaat van de Europese Unie en die er gerechtigd zijn om een beroepstitel te dragen die overeenstemt met die van advocaat in België. Het bewijs dat deze vrijstellingsvoorwaarden vervuld zijn dient, naargelang het geval, geleverd te worden door de dienstverrichter gevestigd in de andere lidstaat van de Europese Unie, of door de in België gevestigde ontvanger van de dienst die schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 2, 1°, a), van het BTW-Wetboek.
2.1.2. Advocaten gevestigd in België die ressorteren onder een andere lidstaat.
De voormelde richtlijn 77/249/EEG die enkel occasionele diensten in een andere lidstaat beoogt, sluit elke voorwaarde van verblijf of inschrijving bij een beroepsorganisatie in de lidstaat van ontvangst uit (zie artikel 4, lid 1).
Daarentegen heeft de richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (PBEG van 14/3/98 nr. L 77/36-43), in feite, betrekking op "de vestiging" in een andere lidstaat, onder zijn oorspronkelijke beroepstitel, van een advocaat die ressorteert onder een lidstaat van de Europese Unie. Deze richtlijn vergemakkelijkt de verwerving van de beroepstitel van advocaat in de lidstaat van ontvangst en verplicht in haar artikel 3, de advocaat die zijn beroep wenst uit te oefenen in een andere lidstaat dan die waar hij zijn beroepskwalificatie heeft verworven, zich bij de bevoegde autoriteit van die lidstaat in te schrijven.
Krachtens die richtlijn kan de advocaat gevestigd onder zijn oorspronkelijke beroepstitel dezelfde beroepsactiviteiten uitoefenen als de advocaten van de lidstaat van ontvangst, op voorwaarde dat hij ingeschreven zou zijn bij de balie van de lidstaat van ontvangst en de beroepsregels zou respecteren zowel van de lidstaat van herkomst als die van de lidstaat van ontvangst.
De richtlijn 98/5/EG diende, in principe, te worden omgezet in nationaal recht uiterlijk op 15 maart 2000.
De Minister van Justitie heeft hiertoe een wetsontwerp uitgewerkt dat op 23 juni 2000 werd goedgekeurd door de Ministerraad en dat na advies van de Raad van State bij het Parlement zal worden ingediend.
In de toekomst zullen de advocaten die ressorteren onder een andere lidstaat en die zich wensen te vestigen in België en er het beroep van advocaat uit te oefenen, dus gehouden zijn zich in te schrijven bij een Belgische balie op de lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat. Hun diensten zullen bijgevolg vrijgesteld zijn van de BTW overeenkomstig artikel 44, § 1, 1°.
2.2. Advocaten gevestigd buiten de Europese Unie.
De prestaties van de advocaten gevestigd buiten de Europese Unie die, overeenkomstig artikel 21, § 3, 7°, d), van het BTW-Wetboek, plaatsvinden in België, kunnen slechts de vrijstelling bepaald in artikel 44, § 1, 1°, genieten, in de veronderstelling dat ze ingeschreven zijn bij een Belgische balie of een balie of gelijkaardige organisatie van een andere lidstaat van de Europese Unie.
3. Advocatenvennootschappen
3.1. Burgerlijke advocatenvennootschap gevestigd in België.
De diensten verricht door een burgerlijke advocatenvennootschap, met of zonder handelsvorm, gevestigd in België, met als maatschappelijk doel het gezamenlijk uitoefenen van het beroep van advocaat door tussenkomst van bij de balie ingeschreven advocaten, genieten de vrijstelling bepaald door artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek voor zover de meerderheid van de advocaten vennoten zijn die ingeschreven zijn bij een balie in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie.
In dit verband dient enkel rekening te worden gehouden met de advocaten-vennoten en niet met stagiairs en zelfstandige medewerkers of medewerkers onder arbeidscontract die werken voor deze burgerlijke advocatenvennootschap (zie beslissing van 5/10/98, nr. E.T. 93.693 BTW-Revue 140/1057/26).
3.2. Belgische vestiging van een advocatenvennootschap gevestigd in het buitenland.
Een vaste inrichting in België van een in het buitenland gevestigde advocatenvennootschap geniet eveneens voornoemde vrijstelling voor zover de meerderheid van de advocaten vennoten zijn die ingeschreven zijn bij een balie in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie.
In dit geval dient rekening te worden gehouden met alle advocaten-vennoten van de Belgische inrichting en van de in het buitenland gevestigde vennootschap.
4. Datum van inwerkingtreding.
4.1. Occasionele diensten verricht in België door advocaten gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie.
Gezien de beperkende zienswijze die voorheen door België werd ingenomen in strijd werd bevonden met de richtlijn 77/249/EEG en het artikel 49 van het Verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschappen, dient de vrijstelling van artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek voor de diensten van de advocaten ingeschreven bij de balie van een andere lidstaat met terugwerkende kracht te worden toegepast (rekening houdend met de termijnen van verjaring bepaald terzake in artikel 82 (oud) of in de artikelen 82 en 82bis (nieuw) van het BTW-Wetboek).
4.2. Advocaten gevestigd in België die ressorteren onder een andere lidstaat.
De richtlijn 98/5/EG die deze problematiek regelt, diende in principe vóór 15 maart 2000 in nationaal recht te worden omgezet.
Een wetsontwerp dat daartoe door de Minister van Justitie werd voorgesteld, zou binnenkort moeten worden goedgekeurd.
De verplichting tot inschrijving bij een Belgische balie voor de advocaten die ressorteren onder een andere lidstaat en die op permanente wijze het beroep van advocaat wensen uit te oefenen in België, kan slechts worden opgelegd wanneer de voornoemde richtlijn effectief zal zijn omgezet.
4.3. Burgerlijke advocatenvennootschappen en vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen.
De nieuwe bepalingen hierboven opgenomen (in punt 3) zijn van toepassing vanaf 1 januari 2001.
Namens de Minister :
De Adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M. DELPORTE
Aanschrijving nr. 4 dd. 09.11.2000
BTW
Diensten verricht door advocaten
De onderhavige aanschrijving heeft als voorwerp een eerste commentaar te geven betreffende de draagwijdte van de vrijstelling bepaald door artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek.
1. Wettelijke bepaling - Ratio legis - Administratieve rechtspraak.
1.1. Wettelijke bepaling.
Artikel 2 van de (Zesde) BTW-richtlijn nr. 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 onderwerpt aan de BTW alle leveringen van goederen en de diensten, welke door als zodanig handelende belastingplichtigen worden verricht. In principe kunnen enkel de handelingen opgesomd in de artikelen 13 tot 16 van deze richtlijn vrijgesteld worden door de lidstaten.
Niettemin bepaalt artikel 28, paragraaf 3, punt b) van dezelfde richtlijn dat de lidstaten tijdens de overgangsperiode de handelingen genoemd in bijlage F kunnen blijven vrijstellen en dit onder de in de lidstaat vigerende voorwaarden.
De diensten door advocaten zijn inzonderheid bedoeld in punt 2 van die bijlage F.
Op deze basis kon artikel 44, § 1, 1°, van het Belgische BTW-Wetboek waarbij de diensten verricht door advocaten in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid van de belasting vrijgesteld worden, behouden blijven.
1.2. Ratio legis
Het doel dat bij de inwerkingtreding van het BTW-stelsel beoogd werd, was ingegeven door de bekommernis om te voorkomen dat de rechtspleging met nieuwe fiscale lasten zou worden bezwaard. De memorie van toelichting van het wetsontwerp tot invoering van het BTW-Wetboek (z. Pasinomie, 1969, deel II, art. 44, p. 865) verduidelijkt dat de vrijstelling slechts kan worden ingeroepen door de advocaten ingeschreven bij een Belgische balie.
De vrijstelling van artikel 44, § 1, 1°, was dus uitsluitend afhankelijk van de inschrijving op de lijst van de orde van advocaten of op de lijst van de stagiairs.
Deze oplossing maakte het bovendien mogelijk om de advocaten te onderscheiden van de andere dienstverrichters die diensten kunnen verstrekken in gelijkaardige gebieden (juridische raadgevers en experten, adviseurs, consultants, fiscale experten, enz.) maar waarvoor geen enkele vrijstelling is bepaald.
1.3. Administratieve rechtspraak
Sinds de invoering van de BTW heeft de administratie altijd gesteld dat enkel de diensten verricht door advocaten in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid de vrijstelling kunnen genieten voor zover deze advocaten ingeschreven zijn bij een Belgische balie.
De in het buitenland gevestigde advocaten - in een lidstaat van de Europese Unie of in een derde land - konden, net zoals hun Belgische confraters, enkel de vrijstelling genieten wanneer ze ingeschreven waren bij een Belgische balie.
Wat de in het buitenland gevestigde advocaten betreft die niet ingeschreven zijn bij een Belgische balie, was de vrijstelling dus nooit van toepassing.
De vrijstelling is trouwens nooit van toepassing op de diensten van niet bij een balie ingeschreven licentiaten of doctors in de rechten.
De diensten verricht door een burgerlijke vennootschap, met of zonder handelsvorm, met als maatschappelijk doel het gezamenlijk uitoefenen van het beroep van advocaat door tussenkomst van bij de balie ingeschreven advocaten, zijn eveneens vrijgesteld van de belasting overeenkomstig artikel 44, § 1, 1°.
Dienaangaande had de administratie tot hiertoe als regel aangenomen dat wanneer zulke burgerlijke vennootschappen bestaan uit bij de Belgische balie ingeschreven advocaten en advocaten die deze voorwaarde niet vervullen, de vrijstelling moet toegepast worden voor zover de meerderheid van de vennoten advocaten zijn die ingeschreven zijn bij een Belgische balie.
Daarentegen was de vrijstelling niet van toepassing wanneer de meerderheid van de vennoten van zo'n vennootschap niet bestaat uit bij de balie ingeschreven advocaten en dergelijke vennootschap had bijgevolg niet de hoedanigheid van vrijgestelde BTW-belastingplichtige.
2. Problematiek van de buitenlandse advocaten.
Tot op het ogenblik van de ingebrekestelling die door de Europese Commissie op 22 oktober 1999 aan België werd gericht, was de fundamentele voorwaarde voor de toepassing van de vrijstelling in feite de inschrijving van de advocaat bij een Belgische balie.
Ingevolge die ingebrekestelling en rekening houdend met het feit dat de internationalisering van de handelsrelaties en de toenemende complexiteit van de juridische materies ertoe hebben geleid dat steeds meer een beroep wordt gedaan op de diensten van in het buitenland gevestigde advocaten, diende de Belgische administratie haar standpunt terzake te herzien.
Vooreerst dient er een onderscheid te worden gemaakt tussen de advocaten die ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Unie en diegenen van een derde land.
Wat de advocaten betreft die ressorteren onder een andere lidstaat dient bovendien het onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds diegenen die gevestigd zijn in een andere lidstaat en die occasionele prestaties verrichten in België en anderzijds diegenen die gevestigd zijn in België.
2.1. Advocaten die ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Unie.
2.1.1. Occasionele prestaties verricht in België door advocaten gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie.
Indien een advocaat die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Unie diensten verricht voor een klant gevestigd in België, wordt de plaats van de dienst bepaald in functie van de hoedanigheid van de ontvanger.
Indien de ontvanger van de dienst een in België gevestigde particulier of niet-belastingplichtige rechtspersoon is, wordt de dienst geacht plaats te vinden daar waar de dienstverrichter is gevestigd (cfr. artikel 21, § 2).
Indien de klant anderzijds een in België gevestigde belastingplichtige is (met of zonder recht of aftrek) en hij de diensten gebruikt voor de doeleinden van zijn economische activiteit, wordt de dienst geacht plaats te vinden daar waar de ontvanger is gevestigd, in dit geval in België (cfr. artikel 21, § 3, 7°, d, van het BTW-Wetboek).
Daaruit volgt ondermeer dat zo een Belgische advocaat die ingeschreven is bij een Belgische balie, een beroep deed op de diensten van een in een andere lidstaat gevestigde confrater (die niet ingeschreven is bij een Belgische balie), de door deze laatste gefactureerde diensten aan de Belgische BTW onderworpen dienden te worden. Bovendien was de Belgische advocaat, als vrijgestelde belastingplichtige, gehouden deze BTW te betalen zonder deze in aftrek te kunnen brengen. Hij diende dus de kost van deze BTW aan zijn klant door te rekenen.
Zo dezelfde diensten hem evenwel worden verleend door een Belgische confrater, die ingeschreven is bij een Belgische balie, geldt vrijstelling van de BTW.
De Europese Commissie, die van oordeel is dat er in ons land een discriminerende toepassing van de BTW bestond voor de advocaten gevestigd in andere lidstaten van de Europese Unie, heeft op 22 oktober 1999 aan België een ingebrekestelling gericht.
De Commissie heeft immers geoordeeld dat de in België toepasselijke vrijstellingsregeling voor advocaten in strijd was met twee Europese bepalingen :
- artikel 49 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap dat aan de lidstaten "de beperkingen op het vrij verrichten van diensten (...) binnen de Gemeenschap ten aanzien van de onderdanen der lidstaten die in een ander land van de Gemeenschap zijn gevestigd dan dat waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt verricht" verbiedt;
- artikel 4, lid 1, van de richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 ter vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten, dat elke voorwaarde van verblijf of inschrijving bij een beroepsorganisatie in de lidstaat van ontvangst expliciet uitsluit voor een advocaat die in die lidstaat enkel diensten verricht en gevestigd is in een andere lidstaat.
De verplichting tot inschrijving bij een Belgische balie (vereist om de vrijstelling van de BTW te kunnen genieten) betekende dus een hinderpaal voor het vrij verrichten van diensten bedoeld in artikel 49 van het Verdrag en een inbreuk op artikel 4, lid 1, van de richtlijn 77/249/EEG. De Minister van Financiën heeft bijgevolg beslist zich te schikken naar het standpunt van de Commissie.
Om elke discriminatie terzake af te schaffen, dient het voordeel van de vrijstelling van artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek derhalve uitgebreid te worden tot alle diensten verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid door in het buitenland gevestigde advocaten die zijn ingeschreven bij een balie of een gelijkaardige organisatie van een lidstaat van de Europese Unie en die er gerechtigd zijn om een beroepstitel te dragen die overeenstemt met die van advocaat in België. Het bewijs dat deze vrijstellingsvoorwaarden vervuld zijn dient, naargelang het geval, geleverd te worden door de dienstverrichter gevestigd in de andere lidstaat van de Europese Unie, of door de in België gevestigde ontvanger van de dienst die schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 2, 1°, a), van het BTW-Wetboek.
2.1.2. Advocaten gevestigd in België die ressorteren onder een andere lidstaat.
De voormelde richtlijn 77/249/EEG die enkel occasionele diensten in een andere lidstaat beoogt, sluit elke voorwaarde van verblijf of inschrijving bij een beroepsorganisatie in de lidstaat van ontvangst uit (zie artikel 4, lid 1).
Daarentegen heeft de richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (PBEG van 14/3/98 nr. L 77/36-43), in feite, betrekking op "de vestiging" in een andere lidstaat, onder zijn oorspronkelijke beroepstitel, van een advocaat die ressorteert onder een lidstaat van de Europese Unie. Deze richtlijn vergemakkelijkt de verwerving van de beroepstitel van advocaat in de lidstaat van ontvangst en verplicht in haar artikel 3, de advocaat die zijn beroep wenst uit te oefenen in een andere lidstaat dan die waar hij zijn beroepskwalificatie heeft verworven, zich bij de bevoegde autoriteit van die lidstaat in te schrijven.
Krachtens die richtlijn kan de advocaat gevestigd onder zijn oorspronkelijke beroepstitel dezelfde beroepsactiviteiten uitoefenen als de advocaten van de lidstaat van ontvangst, op voorwaarde dat hij ingeschreven zou zijn bij de balie van de lidstaat van ontvangst en de beroepsregels zou respecteren zowel van de lidstaat van herkomst als die van de lidstaat van ontvangst.
De richtlijn 98/5/EG diende, in principe, te worden omgezet in nationaal recht uiterlijk op 15 maart 2000.
De Minister van Justitie heeft hiertoe een wetsontwerp uitgewerkt dat op 23 juni 2000 werd goedgekeurd door de Ministerraad en dat na advies van de Raad van State bij het Parlement zal worden ingediend.
In de toekomst zullen de advocaten die ressorteren onder een andere lidstaat en die zich wensen te vestigen in België en er het beroep van advocaat uit te oefenen, dus gehouden zijn zich in te schrijven bij een Belgische balie op de lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat. Hun diensten zullen bijgevolg vrijgesteld zijn van de BTW overeenkomstig artikel 44, § 1, 1°.
2.2. Advocaten gevestigd buiten de Europese Unie.
De prestaties van de advocaten gevestigd buiten de Europese Unie die, overeenkomstig artikel 21, § 3, 7°, d), van het BTW-Wetboek, plaatsvinden in België, kunnen slechts de vrijstelling bepaald in artikel 44, § 1, 1°, genieten, in de veronderstelling dat ze ingeschreven zijn bij een Belgische balie of een balie of gelijkaardige organisatie van een andere lidstaat van de Europese Unie.
3. Advocatenvennootschappen
3.1. Burgerlijke advocatenvennootschap gevestigd in België.
De diensten verricht door een burgerlijke advocatenvennootschap, met of zonder handelsvorm, gevestigd in België, met als maatschappelijk doel het gezamenlijk uitoefenen van het beroep van advocaat door tussenkomst van bij de balie ingeschreven advocaten, genieten de vrijstelling bepaald door artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek voor zover de meerderheid van de advocaten vennoten zijn die ingeschreven zijn bij een balie in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie.
In dit verband dient enkel rekening te worden gehouden met de advocaten-vennoten en niet met stagiairs en zelfstandige medewerkers of medewerkers onder arbeidscontract die werken voor deze burgerlijke advocatenvennootschap (zie beslissing van 5/10/98, nr. E.T. 93.693 BTW-Revue 140/1057/26).
3.2. Belgische vestiging van een advocatenvennootschap gevestigd in het buitenland.
Een vaste inrichting in België van een in het buitenland gevestigde advocatenvennootschap geniet eveneens voornoemde vrijstelling voor zover de meerderheid van de advocaten vennoten zijn die ingeschreven zijn bij een balie in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie.
In dit geval dient rekening te worden gehouden met alle advocaten-vennoten van de Belgische inrichting en van de in het buitenland gevestigde vennootschap.
4. Datum van inwerkingtreding.
4.1. Occasionele diensten verricht in België door advocaten gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie.
Gezien de beperkende zienswijze die voorheen door België werd ingenomen in strijd werd bevonden met de richtlijn 77/249/EEG en het artikel 49 van het Verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschappen, dient de vrijstelling van artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek voor de diensten van de advocaten ingeschreven bij de balie van een andere lidstaat met terugwerkende kracht te worden toegepast (rekening houdend met de termijnen van verjaring bepaald terzake in artikel 82 (oud) of in de artikelen 82 en 82bis (nieuw) van het BTW-Wetboek).
4.2. Advocaten gevestigd in België die ressorteren onder een andere lidstaat.
De richtlijn 98/5/EG die deze problematiek regelt, diende in principe vóór 15 maart 2000 in nationaal recht te worden omgezet.
Een wetsontwerp dat daartoe door de Minister van Justitie werd voorgesteld, zou binnenkort moeten worden goedgekeurd.
De verplichting tot inschrijving bij een Belgische balie voor de advocaten die ressorteren onder een andere lidstaat en die op permanente wijze het beroep van advocaat wensen uit te oefenen in België, kan slechts worden opgelegd wanneer de voornoemde richtlijn effectief zal zijn omgezet.
4.3. Burgerlijke advocatenvennootschappen en vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen.
De nieuwe bepalingen hierboven opgenomen (in punt 3) zijn van toepassing vanaf 1 januari 2001.
Namens de Minister :
De Adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M. DELPORTE
Bron: FisconetPlus
