Circulaire nr. Ci.RH.241/450.348 van 06.02.1995

Bull. nr. 747, pag. 830
FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Groepsverzekering.
Levensverzekering.
Pensioensparen.
Taks op het lange termijnsparen.

GROEPSVERZEKERING
Afkoopwaarde.
Kapitaal.

KAPITAAL
Kapitaal geldend als rente of pensioen.

LEVENSVERZEKERING
Afkoopwaarde.
Kapitaal.

PENSIOENSPAREN
Afkoopwaarde.
Belastbaar bedrag.
Kapitaal.

TAKS OP HET LANGE TERMIJNSPAREN
Levensverzekering.
Pensioensparen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3.
INHOUDSTAFEL Nrs. I. WETTEKSTEN................................................ 1 II. VOORWERP.................................................. 7 III.BELASTBARE PENSIOENEN, RENTEN EN ALS ZODANIG GELDENDE TOELAGEN A. Algemeen ............................................... 9 B.Groepsverzekeringen .................................... 10 C.Levensverzekeringen .................................... 13D.Pensioensparen 1. Belastbaarheid van de inkomsten uit het pensioensparen... 16 2.Belastbaar bedrag van de inkomsten van spaarrekeningen........ 19 IV. VRIJGESTELDE PENSIOENEN, RENTEN, KAPITALEN, SPAARTEGOEDEN EN AFKOOPWAARDE A.Algemeen ............................................... 22 B.Individuele levensverzekering .......................... 24 C.Pensioensparen ......................................... 27D. Inkomsten van levensverzekeringscontracten of van pensioensparen onderworpen aan de taks op het lange termijnsparen .......................................... 29
I. WETTEKSTEN
Art. 75, W 28.12.1992
1. In artikel 34 van hetzelfde Wetboek (WIB 92) worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1)
in § 1, 2°, worden de woorden "artikel 52, 9°, en artikel 81, 1° en 2°" vervangen door de woorden "artikel 145^1, 1° of door middel van bijdragen of betalingen als vermeld in de artikelen 145^1, 2° en 3° en 145^17, 1° en 2°";
2)
in § 1, 3°, worden de woorden "artikel 117" vervangen door de woorden "artikel 145^8";
3)
§ 3, eerste lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Het belastbare bedrag van de in § 2, 1°, vermelde spaartegoeden is gelijk aan het bedrag dat overeenstemt met de kapitalisatie, tegen een rentevoet van 4,75 % per jaar, van het totale bedrag van de op de spaarrekening ingeschreven nettosommen die als belastingvermindering in aanmerking zijn genomen".
Gecoördineerde tekst van art. 34, WIB 92
"G.
- Pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen.
Art. 34 - § 1. Pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen omvatten, ongeacht de schuldenaar, de verkrijger of de benaming ervan en de wijze waarop ze worden vastgesteld en toegekend :
1)
pensioenen en lijfrenten of tijdelijke renten, alsmede als zodanig geldende toelagen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid of die het gehele of gedeeltelijke herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten uitmaken;
2)
pensioenen, renten, kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten die geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van persoonlijke bijdragen van aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood als vermeld in artikel 145^1, 1°, of door middel van bijdragen of betalingen als vermeld in de artikelen 145^1, 2° en 3°, en 145^17, 1° en 2°, of door middel van werkgeversbijdragen;
3) inkomsten uit pensioensparen ingevolge artikel 145^8.

2. Tot de inkomsten uit pensioensparen behoren :

1)
spaartegoeden op een collectieve of individuele spaarrekening;
2)
pensioenen, renten, kapitalen en afkoopwaarden van een spaarverzekering;
3)
de volgende overdrachten :
  • gedeeltelijke overdrachten van tegoeden van spaarrekeningen of van technische reserves van spaarverzekeringen;
  • volledige overdrachten van tegoeden van een individuele of collectieve spaarrekening naar een spaarverzekering;
  • volledige overdrachten van technische reserves betreffende een spaarverzekering naar een individuele of collectieve spaarrekening.
3. Het belastbare bedrag van de in § 2, 1°, vermelde spaartegoeden is gelijk aan het bedrag dat overeenstemt met de kapitalisatie, tegen een rentevoet van 4,75 % per jaar, van het totale bedrag van de op de spaarrekening ingeschreven nettosommen die als belastingvermindering in aanmerking zijn genomen.
De Koning kan die rentevoet aanpassen ten gevolge van de wijziging van de technische voet van 4,75 %, bepaald in artikel 28, 1°, a, van het koninklijk besluit van 5 juli 1985 betreffende de levensverzekeringsactiviteit".
Art. 76, W 28.12.1992
2. In artikel 39 van hetzelfde Wetboek (WIB 92) worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1)
het 2°, a, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"a)
geen vrijstelling is toegepast overeenkomstig bepalingen die vóór het aanslagjaar 1993 van toepassing waren en de in de artikelen 145^1, 2° en 3° en 145^17, 1° en 2°, vermelde verminderingen niet zijn verleend";
2)
het 3° wordt vervangen door volgende bepaling :
"3°
indien zij voortkomen uit een spaarrekening of uit een spaarverzekeringscontract waarvoor geen vermindering werd verleend ingevolge artikel 145^1, 5°";
3)
het wordt aangevuld met een als volgt luidend 4° :
"4°
indien en in zoverre zij het voorwerp zijn geweest van een taks op het lange termijnsparen als bepaald in titel XIII van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen of in artikel 119 van de wet van 28 december 1992".
Gecoördineerde tekst van art. 39, WIB 92
"B. - Vrijgestelde pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden.
Art. 39. Pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden zijn vrijgesteld :
1)
indien en in zover zij zijn gevormd volgens de techniek van de aan de levensverzekering eigen individuele kapitalisatie en door bijdragen gestort vóór 1 januari 1950;
2)
indien de belastingplichtige of de persoon wiens rechtverkrijgende hij is het levensverzekeringscontract individueel heeft gesloten en :
a) geen vrijstelling is toegepast overeenkomstig bepalingen die vóór het aanslagjaar 1993 van toepassing waren en de in de artikelen 145^1, 2° en 3°, en 145^17, 1° en 2°, vermelde verminderingen niet zijn verleend;
b) de vrijstelling krachtens artikel 15, eerste lid, van de wet van 13 juli 1959 is geweigerd;
c) van de vrijstelling overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van de voormelde wet of overeenkomstig artikel 508 afstand is gedaan;
3)
indien zij voortkomen uit een spaarrekening of uit een spaarverzekeringscontract waarvoor geen vermindering werd verleend ingevolge artikel 145^1, 5°;
4)
indien en in zoverre zij het voorwerp zijn geweest van een taks op het lange termijnsparen als bepaald in titel XIII van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen of in artikel 119 van de wet van 28 december 1992".
Art. 95, W 28.12.1992
3. In artikel 508, tweede en derde lid, van hetzelfde Wetboek (WIB 92), worden de woorden "artikel 82, 1°, c", elke keer vervangen door de woorden "artikel 82, 1°, c, zoals het bestond alvorens door artikel 80 van de wet van 28 december 1992 te zijn opgeheven";
Gecoördineerde tekst van art. 508, WIB 92
"Art. 508. De pensioenen, renten, kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten die geheel of ten dele gevestigd zijn door middel van stortingen als bedoeld in artikel 30bis, 3°, van de wetten betreffende de inkomstenbelastingen, gecoördineerd op 15 januari 1948, zoals dit bestond vóór het werd opgeheven door de wet van 20 november 1962 houdende hervorming van de inkomstenbelastingen, zullen van belasting vrijgesteld zijn wanneer de belastingplichtige, wegens de in artikel 169 bepaalde wijze van aanslag, schriftelijk vóór de aanslag aan de controleur der belastingen van zijn gebied heeft te kennen gegeven dat hij met ingang van het aanslagjaar 1964 afziet van de vrijstelling van die stortingen.
Zulks geldt eveneens in de gevallen waarin de nieuwe voorwaarde, waaraan de vrijstelling verbonden is krachtens artikel 82, 1°, c, zoals het bestond alvorens door artikel 80 van de wet van 28 december 1992 te zijn opgeheven, verhindert dat de stortingen op lopende contracten verder vrijstelling genieten.
De vrijstelling blijft nochtans behouden voor de stortingen op lopende contracten van een duur van minder dan tien jaar die vóór 1 januari 1964 zijn aangepast aan de nieuwe voorwaarde van artikel 82, 1°, c, zoals het bestond alvorens door artikel 80 van de wet van 28 december 1992 te zijn opgeheven".
Art. 96 W 28.12.1992
4. In hetzelfde Wetboek (WIB 92) wordt een als volgt luidend artikel 508bis ingevoegd :
"Artikel 508bis. Onverminderd de toepassing van artikel 34 zijn vrijgesteld, de pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden :
1)
indien de belastingplichtige of de persoon wiens rechtverkrijgende hij is, het levensverzekeringscontract individueel heeft gesloten en geen vrijstelling of belastingvermindering is toegepast overeenkomstig bepalingen die vóór het aanslagjaar 1990 van toepassing waren, en de aftrekken niet zijn verleend als vermeld in artikel 81, 1° en 2°, zoals het bestond alvorens door artikel 80 van de wet van 28 december 1992 te zijn opgeheven;
2)
indien zij voortkomen uit een spaarrekening of uit een spaarverzekeringscontract waarvoor geen aftrek van de stortingen is verkregen ingevolge artikel 104, eerste lid, 10°, zoals het bestond alvorens door artikel 81, 2°, van de wet van 28 december 1992 te zijn opgeheven;
Art. 98, W 28.12.1992
5. In hetzelfde Wetboek (WIB 92) wordt een als volgt luidend artikel 515bis ingevoegd :
"Art.
515bis.
...
(eerst lid)
Artikel 34, § 1, 2°, zoals het bestond alvorens door artikel 75, 1°, van de wet van 28 december 1992 te zijn gewijzigd, blijft van toepassing in zoverre de aldaar bedoelde pensioenen, renten, kapitalen en afkoopwaarden geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van persoonlijke bijdragen van aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood als vermeld in artikel 52, 9°, voordat het door artikel 78 van de wet van 28 december 1992 werd opgeheven, en in artikel 81, 1° en 2°, voordat het door artikel 80, van voormelde wet werd opgeheven.
Artikel 34, § 1, 3°, en § 3, eerste lid, zoals het bestond vóórdat het door artikel 75, 2° en 3°, van de wet van 28 december 1992 werd gewijzigd, blijven van toepassing in zoverre de aldaar bedoelde inkomsten geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van bedragen als vermeld in de artikelen 104, eerste lid, 10°, en 117, voordat deze artikelen respectievelijk door de artikelen 81, 2°, en 85 van de wet van 28 december 1992 zijn opgeheven.
...
(vierde lid)
...
(vijfde lid)
In afwijking van het tweede tot het vijfde, zijn vrijgesteld de kapitalen en de afkoopwaarden die worden uitgekeerd uit hoofde van levensverzekeringscontracten gevormd door middel van bijdragen als vermeld in artikel 81, 1°, voordat het door artikel 80 van de wet van 28 december 1992 werd opgeheven of gevormd in het kader van het pensioensparen door middel van betalingen als vermeld in artikel 104, eerste lid, 10°, voordat het door artikel 81, 2°, van de wet van 28 december 1992 werd opgeheven, indien en in zoverre zij het voorwerp zijn geweest van een taks op het lange termijnsparen zoals bepaald in titel XIII van het Wetboek der met zegel gelijkgestelde taksen of in artikel 119 van de wet van 28 december 1992".
Art. 101, W 28.12.1992
6. De artikelen ..., 75, 2° en 3°, 76, ..., 95 tot 100 treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1993.
Artikel 75, 1°, treedt in werking met ingang van het aanslagjaar 1993, met uitzondering van artikel 52, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in zoverre het wordt vervangen door artikel 145/1, 1°, van hetzelfde Wetboek dat in werking treedt met ingang van het aanslagjaar 1994.
...
II. VOORWERP
7. In het kader van het nieuwe belastingstelsel van het lange termijnsparen, heeft de W 28.12.1992 bepaalde aftrekken in belastingverminderingen omgezet. Het gaat om de aftrekken die gebeurden :
  • hetzij als beroepskosten (persoonlijke bijdragen voor een groepsverzekeringscontract of een pensioenregeling-reglement);
  • hetzij als van de beroepsinkomsten aftrekbare uitgaven (individuele levensverzekeringspremies, kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen, verwerving van aandelen van de vennootschap-werkgeefster);
  • hetzij als van het totale netto-inkomen aftrekbare bestedingen (pensioensparen).
In de meeste gevallen wordt de taxatie in de inkomstenbelastingen van de inkomsten uit individuele levensverzekeringscontracten of uit pensioensparen vervangen door een indirecte belasting, "taks op het lange termijnsparen" genoemd.
8. Die wijzigingen, die het voorwerp zullen zijn van een afzonderlijke commentaar, hebben aanpassingen van de tekst van andere artikelen of de invoering van overgangsmaatregelen noodzakelijk gemaakt.
De hierna besproken bepalingen betreffen :
  • enerzijds, de bepaling van als pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen belastbare inkomsten (art. 34 en 515bis, tweede en derde lid, WIB 92);
  • anderzijds de gevallen waarin die pensioenen, renten en toelagen zijn vrijgesteld (art. 39, 508, 508bis en 515bis, zesde lid, WIB 92).
III. BELASTBARE PENSIOENEN, RENTEN EN ALS ZODANIG GELDENDE TOELAGEN
A. Algemeen
9. De ter zake aangebrachte wijzigingen slaan enkel op de bepalingen in verband met de inkomsten uit groepsverzekeringscontracten of individuele levensverzekeringscontracten en de inkomsten uit pensioensparen.
Wat de inkomsten uit individuele levensverzekeringscontracten en uit pensioensparen betreft, wordt de aandacht gevestigd op het feit dat deze inkomsten in bepaalde gevallen kunnen vrijgesteld zijn (zie inzonderheid IV hierna).
B. Groepsverzekeringen
10. Artikel 34, § 1, 2°, WIB 92 bevestigt de belastbaarheid van pensioenen, renten, kapitalen of afkoopwaarden van groepsverzekeringscontracten die geheel of gedeeltelijk zijn gevormd :
a)
door middel van persoonlijke bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood, bedoeld in art. 145^1, 1°, WIB 92;
b)
met werkgeversbijdragen.
De door art. 75, 1°, W 28.12.1992, op dat vlak aangebrachte wijziging vloeit voort uit het feit dat de persoonlijke bijdragen voor een groepsverzekering niet meer onder de beroepskosten (oud, art. 52, 9°, WIB 92) voorkomen vermits deze bijdragen in de toekomst recht geven op een belastingvermindering in het kader van het lange termijnsparen (art. 145^1, 1°, WIB 92). Zij treedt in werking vanaf het aj. 1994 (art. 101, tweede lid, W 28.12.1992).
11. Artikel 515bis, tweede lid, WIB 92, ingevoegd door art. 98, W 28.12.1992, stelt echter, als overgangsbepaling, dat de inkomsten van groepsverzekeringscontracten die belastbaar waren krachtens de tekst zoals hij was opgesteld vóór deze wijziging, belastbaar blijven.
12. De inkomsten die voortkomen van groepsverzekeringscontracten zijn met andere woorden altijd belastbaar met inbegrip van het deel dat samengesteld is door middel van persoonlijke bijdragen gestort vóór 1.1.1993.
C. Levensverzekeringen
13. Art. 34, § 1, 2°, WIB 92 bepaalt eveneens dat pensioenen, renten, kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten voortaan belastbaar zijn wanneer ze samengesteld zijn :
a)
door middel van bijdragen als bedoeld in de artikelen 145^1, 2°, en 145^17, 1°, WIB 92;
b)
door middel van sommen als bedoeld in de artikelen 145^1, 3°, en 145^17, 2°, WIB 92. Het betreft hier premies van levensverzekeringen van het type "schuld-saldoverzekering" die bovenop de hoofdsom van een hypothecaire lening ontleend zijn en die onder bepaalde voorwaarden dus genieten van de belastingvermindering voor de kapitaalaflossing van de lening.
De nieuwe formulering die in werking treedt vanaf het aj. 1993 (art. 101, tweede lid, W 28.12.1992), volgt uit de opheffing van de bepalingen inzake de aftrek van premies van individuele levensverzekeringen en van kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen van het totale beroepsinkomen (oud, art. 81, 1° en 2°, WIB 92) en van de vervanging van deze aftrek door een belastingvermindering in het kader van het lange termijnsparen (art. 145^1, 2° en 3°, WIB 92) of van het bouwsparen (art. 145^17, 1° en 2°, WIB 92).
14. Art. 515bis, tweede lid, WIB 92 voert echter een overgangsbepaling in waardoor de inkomsten van levensverzekeringscontracten, die overeenkomstig de voorheen geldende regels belastbaar waren, niettegenstaande de ingevoerde wijzigingen belastbaar blijven.
15. De inkomsten van individuele levensverzekeringscontracten zijn dus in principe belastbaar zonder dat er onderscheid moet worden gemaakt naargelang de premies vóór of vanaf 1.1.1993 zijn gestort.
In de praktijk hebben de ter zake ingevoerde wijzigingen dus geen enkele weerslag op de belastbare materie.
D. Pensioensparen
1. Belastbaarheid van de inkomsten uit het pensioensparen

16. Art. 34, § 1, 3°, WIB 92, gewijzigd door art. 75, 2°, W 28.12.1992, bepaalt dat de inkomsten uit pensioensparen die overeenkomstig art. 145^8, WIB 92 zijn gevormd, belastbaar zijn.

Ook hier volgt de nieuwe formulering die vanaf aj. 1993 van toepassing is (art. 101, eerste lid, W 28.12.1992), uit de afschaffing vanaf dat aanslagjaar van de aftrek voor pensioensparen (oude art. 104, eerste lid, 10°, 117 tot 125 WIB 92) die door een belastingvermindering is vervangen (art. 145^1, 5°, 145^2 en 145^8 tot 145^16, WIB 92).
17. Art. 515bis, derde lid, WIB 92 verzekert bij voortduur echter de belastbaarheid van het pensioensparen dat werd gevormd ten tijde van de oude bepalingen die tot het aj. 1993 van toepassing waren.
18. Hieruit volgt dus dat deze twee bepalingen slechts bepalen dat de inkomsten uit pensioensparen in principe belastbaar zijn ongeacht de datum waarop de stortingen zijn verricht of de premies zijn betaald.
2. Belastbaar bedrag van de inkomsten uit spaarrekeningen

19. Art. 34, § 3, WIB 92, wijzigt het belastbaar bedrag dat uit een spaarrekening voortkomt. De kapitalisatierentevoet om het belastbaar bedrag te bepalen wordt van 6,25 % tot 4,75 % teruggebracht.

Deze vermindering van de kapitalisatierentevoet is een gevolg van de afschaffing van de taks van 4,40 % die verschuldigd was op premies die in het kader van een spaarverzekering werden gestort en strekt er dus toe een gelijkheid in de behandeling van de twee stelsels van het pensioensparen te verzekeren.
Deze aanpassing treedt eveneens vanaf het aj. 1993 in werking (art. 101, eerste lid, W 28.12.1992).
20. Art. 515bis, derde lid, WIB 92, behoudt echter de kapitalisatierentevoet van 6,25 % voor de inkomsten die geheel of gedeeltelijk zijn gevormd met stortingen die in het stelsel dat vóór het aj. 1993 bestond, op een fiscale aftrek recht gaven, d.w.z. met vóór 1.1.1992 gedane stortingen.
Voorbeeld (gebaseerd op het voorbeeld in nr. 32bis/15.2, Com.IB).
21. Stortingen op een collectieve spaarrekening
------------------------------------------- Datum van de storting | Bedrag -------------------------|----------------- 12.2.1987 | 20.000 F 12.8.1987 | 20.000 F 14.8.1988 | 20.000 F 10.8.1989 | 20.000 F 10.8.1990 | 21.000 F 9.8.1991 | 21.000 F 12.8.1992 | 22.000 F 11.8.1993 | 22.000 F 6.10.1994 | 22.000 F -------------------------|-----------------
Betaling op 25.2.1995
Aangerekende kosten : 3 % van de stortingen.
----------------------------------------------------------------------- Jaar | Storting | Kapitalisatie | Kapitalisatie | Totaal | x 97 % | aan 6,25 % | 4,75 % | (2+3+4) 1 | 2 | 3 | 4 | 5 -------|----------|-------------------|-------------------|------------ 1986 | 19.400 F | - | - | 19.400 F 1987 | 19.400 F | 19.400 x 1,0625 = | | | | 20.613 | - | 40.013 F 1988 | 19.400 F | 40.013 x 1,0625 = | | | | 42.514 | - | 61.914 F 1989 | 19.400 F | 61.914 x 1,0625 = | | | | 65.784 | - | 85.184 F 1990 | 20.370 F | 85.184 x 1,0625 = | | | | 90.508 | - | 110.878 F 1991 | 20.370 F | 110.878 x 1,0625 | | | | = 117.808 | - | 138.178 F 1992 | 21.340 F | 138.178 x 1,0625 | | | | = 146.814 | - | 168.154 F 1993 | 21.340 F | 146.814 x 1,0625 | 21.340 x 1,0475 = | | | = 155.990 | 22.354 | 199.684 F 1994 | 21.340 F | 155.990 x 1,0625 | 43.694 (1) x | | | = 165.739 | 1,0475 = 45.769 | 232.848 F 1995 | - | 165.739 + | 67.109 (3) + | | | [165.739 x 0,0625 | [67.109 x 0,0475 | | | x 3/12] (2) = | x 3/12] (2) = | | | 168.329 | 67.906 | 236.235 F -------|----------|-------------------|-------------------|------------ (1) nl. 22.354 + 21.340 (2) Waardedatum van de betaling : 31.3.1995 (3) nl. 45.769 + 21.340
IV. VRIJGESTELDE PENSIOENEN, RENTEN, KAPITALEN, SPAARTEGOEDEN EN
AFKOOPWAARDEN
A. Algemeen
22. In art. 39, WIB 92, worden de vrijgestelde pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden opgesomd. Het nieuwe stelsel van het lange termijnsparen heeft ook aanpassingen aan deze bepalingen noodzakelijk gemaakt (art. 76, W 28.12.1992).
Men heeft eveneens overgangsbepalingen moeten wijzigen of invoeren :
  • art. 508, WIB 92, is door art. 95, W 28.12.1992, aangepast;
  • de artikelen 508bis en 515bis, zesde lid, WIB 92, zijn respectievelijk door de artikelen 96 en 98 W 28.12.1992 ingevoerd.
23. Alle nieuwigheden betreffen enkel de pensioenen, renten, kapitalen en afkoopwaarden van individuele levensverzekeringen en inkomsten van pensioensparen. Ze treden allen in werking vanaf het aj. 1993 (art. 101, eerste lid, W 28.12.1992).
De andere reeds bestaande vrijstellingen zijn ongewijzigd gebleven en worden hier dus niet behandeld.
B. Individuele levensverzekering
24. Art. 39, 2°, a, WIB 92, is derwijze gewijzigd dat vrijstelling wordt verleend voor pensioenen, renten, kapitalen en afkoopwaarden van individuele levensverzekeringen waarvoor geen enkele vrijstelling is toegepast overeenkomstig de bepalingen die vóór het aj. 1993 van toepassing waren en waarvoor de in het nieuwe stelsel van het lange termijnsparen bepaalde belastingverminderingen niet werden verleend.
25. Art. 508bis voegt daar bovendien aan toe dat inzonderheid ook zijn vrijgesteld dezelfde inkomsten van individuele levensverzekeringscontracten waarvoor geen vrijstelling of belastingvermindering is toegepast overeenkomstig bepalingen die vóór het aj. 1990 van toepassing waren en waarvoor geen enkele aftrek van het totale beroepsinkomen is verleend op grond van het door art. 80 van de W 28.12.1992 opgeheven art. 81, 1° en 2°, WIB 92.
26. Samengevat, deze twee bepalingen verlengen het reeds vroeger bestaande principe dat de inkomsten van een individuele levensverzekering als beroepsinkomsten zijn vrijgesteld wanneer de premies op geen enkel moment aanleiding hebben gegeven tot een fiscaal voordeel onder om het even welke vorm (aftrek van beroepsinkomsten of belastingvermindering).
De aan art. 508, tweede en derde lid, WIB 92 aangebrachte wijzigingen zijn eenvoudige tekstaanpassingen teneinde deze bepalingen niettegenstaande de opheffing van art. 82 WIB 92 verder te kunnen blijven toepassen. Ten gronde is er niets veranderd. (cf. Com.IB nr. 434/0 en volgende).
C. Pensioensparen
27. De aan art. 39, 3°, WIB 92 aangebrachte wijziging, is een eenvoudige aanpassing van de verwijzing naar de wettelijke bepalingen die het pensioensparen regelen. De vrijstelling van pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden van het pensioensparen is voortaan niet meer gekoppeld aan de afwezigheid van de aftrek van de stortingen op basis van art. 104, eerste lid, 10°, WIB 92, maar aan de voorwaarde dat de in art. 145^1, 5°, WIB 92 bedoelde belastingvermindering niet werd verkregen.
28. Om de continuïteit op dit vlak te verzekeren is de oude voorwaarde voor vrijstelling van de bedoelde inkomsten met betrekking tot premies die vóór 1.1.1992 zijn betaald of tot de stortingen die vóór deze datum zijn gedaan, in art. 515bis, derde lid, WIB 92 hernomen.
Samengevat, de inkomsten van het pensioensparen zijn zoals voorheen als beroepsinkomsten vrijgesteld wanneer de premies of stortingen op geen enkel moment aanleiding hebben gegeven tot een fiscaal voordeel onder om het even welke vorm (aftrek van het totale netto-inkomen of belastingvermindering).
D. Inkomsten van levensverzekeringscontracten of van pensioensparen onderworpen aan de taks op het lange termijnsparen
29. De artikelen 39, 4°, en 515bis, zesde lid, WIB 92 voeren een nieuw geval in waarin pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden of afkoopwaarden van individuele levensverzekeringscontracten of pensioensparen worden vrijgesteld.
Uit deze nieuwe bepalingen volgt inzonderheid dat de inkomsten van individuele levensverzekeringscontracten of van pensioensparen vrijgesteld zijn indien en in de mate dat zij onderworpen geweest zijn aan een taks op het lange termijnsparen bedoeld in Titel XIII van het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen of in artikel 119 W 28.12.1992. Deze taks die vanaf 1.1.1993 in werking treedt, behoort tot de bevoegdheid van de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen.
30. De bepalingen die deze taks op het lange termijnsparen regelen zullen het voorwerp van een afzonderlijke commentaar zijn.
Schematisch treft deze taks :
1)
de theoretische afkoopwaarde van alle individueel gesloten levensverzekeringscontracten (met inbegrip dus van de spaarverzekeringscontracten) waarvan de verzekeringsnemer de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt en op één of ander moment een fiscaal voordeel gekoppeld aan de premies (aftrek van inkomsten of belastingvermindering) heeft verkregen;
2)
de pensioenen, renten, kapitalen of afkoopwaarden van individueel gesloten levensverzekeringscontracten (met inbegrip dus van spaarverzekeringen) die zijn betaald of toegekend op de leeftijd van 60 jaar, in de gevallen dat de verzekeringsnemer op het één of andere moment een fiscaal voordeel gekoppeld aan de premies (aftrek van inkomsten of belastingvermindering) heeft verkregen;
3
)het spaartegoed dat op een collectieve of individuele spaarrekening is geplaatst, op de dag dat de houder van de rekening 60 jaar wordt op voorwaarde dat deze op het één of ander moment een fiscaal voordeel gekoppeld aan de stortingen (aftrek van inkomsten of belastingvermindering) heeft verkregen.
31. Wanneer het levensverzekeringscontract of de spaarrekening is gesloten of geopend door een persoon die de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, is de taks in principe slechts opeisbaar op de dag van de tiende verjaardag van de datum van het afsluiten van het contract of het openen van de rekening.
Wanneer de afkoopwaarden of het spaartegoed evenwel vóór deze datum worden betaald of toegekend en de verzekeringsnemer of de rekeninghouder 60 jaar of ouder is, is de taks opeisbaar op de dag waarop de afkoopwaarden of het spaartegoed worden betaald of toegekend.
32. In het kader van een éénmalige verrichting wordt de taks eveneens gevestigd :
1)
op de theoretische afkoopwaarde van de individueel gesloten levensverzekeringscontracten, waarvan de verzekeringsnemer, op 1.1.1993, meer dan 60 jaar oud is en op het één of andere moment een fiscaal voordeel gekoppeld aan de premies (aftrek van inkomsten of belastingvermindering) heeft verkregen;
2)op het spaartegoed geplaatst op een collectieve of individuele spaarrekening waarvan de houder, op 1.1.1993, meer dan 60 jaar oud is en op het één of ander moment een fiscaal voordeel gekoppeld aan de stortingen (aftrek van inkomsten of belastingvermindering) heeft verkregen.
33. Van de taks zijn vrijgesteld :

1)
de verzekeringscontracten die uitsluitend voordelen bij overlijden bedingen;
2)
de levensverzekeringscontracten in zoverre ze ertoe strekken de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening te waarborgen.
34. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de inhouding van de taks op het lange termijnsparen definitief is zodat er bij de effectieve inning van de tegoeden geen enkele belasting meer zal worden geheven. Deze indirecte taks heeft m.a.w. een bevrijdend karakter, zelfs voor het gedeelte van de inkomsten dat effectief wordt ontvangen boven het bedrag dat aan de taks werd onderworpen.
In dit verband wordt eraan herinnerd dat de stortingen die na de heffing van de taks worden gedaan ook nog op een belastingvermindering recht geven zonder evenwel een belasting van de ermee verbonden inkomsten tot gevolg te hebben.
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
M. CHERPION