Circulaire nr. Ci.RH.243/378.182 dd. 09.09.1987

Circulaire nr. Ci.RH.243/378.182 dd. 09.09.1987

Bull. nr. 665, pag. 2096

GEDEELTE VAN DE BEDRIJFSINKOMSTEN TOEGEKEND AAN DE MEEHELPENDE ECHTGENOOT
Voorwaarden van aftrekbaarheid


ALGEMEEN

1. Luidens de rechtspraak van het Hof van beroep te Luik, vervat in het arrest van 13.3.1985 inzake DURIEU Pierre, kan op grond van art. 63, WIB, een gedeelte van de bedrijfsinkomsten aan de medehelpende echtgenoot worden toegekend voor het jaar van het huwelijk, van de ontbinding van het huwelijk, of van de scheiding van tafel en bed, en dit niettegenstaande de bepalingen van art. 75, § 1, 1° en 3°, WIB, waarin het beginsel is vastgelegd van de afzonderlijke taxatie van de echtgenoten voor dat jaar.

2. In afwachting van een eventuele wijziging van het voormelde art. 63 heeft de administratie zich bij deze rechtspraak neergelegd (zie het antwoord op de parlementaire vraag nr. 97 van 7.2.1986, gesteld door de h. Senator VALKENIERS, Bull. Vragen en Antwoorden van de Senaat, nr. 17 van 29.4.1986, gepubliceerd in het Bulletin der belastingen nr. 654, blz. 2197 e.v.).

TOEPASSINGSREGELS

3. Het spreekt vanzelf dat er voor het in nr. 1 bedoelde jaar slechts een toekenning van een gedeelte van de bedrijfsinkomsten aan de medehelpende echtgenoot mag gebeuren voor het gedeelte van dat jaar dat, naargelang van het geval, op de datum van het huwelijk volgt of aan de datum van de ontbinding ervan voorafgaat.

Om dit jaargedeelte te bepalen moet rekening worden gehouden met de volle maanden waarin de echtgenoot de belastingplichtige in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid werkelijk heeft bijgestaan; de maandgedeelten worden voor een volle maand gerekend wanneer zij ten minste 15dagen tellen en worden niet meegerekend in het tegenovergestelde geval.

4. De gewone voorwaarden voor de toekenning van een gedeelte aan de medehelpende echtgenoot (zie nrs. 63/3 tot 7 en 10tot 12, Com.IB) zijn ter zake van toepassing, behoudens dat zowel voor de in aanmerking te nemen bedrijfsinkomsten van de exploitant als voor het bepalen van het gedeelte van de medehelpende echtgenoot, alleen met het sub 3 bedoelde jaargedeelte rekening wordt gehouden.

5. Er wordt op gewezen dat wanneer de medehelpende echtgenoot tijdens het belastbare tijdperk belastbare bedrijfsinkomsten heeft genoten waarvan het brutobedrag 21.000 F overtreft, hem geen gedeelte mag worden toegekend (zie nr. 63/7, Com.IB), zelfs indien die inkomsten geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de periode die aan het huwelijk voorafgaat of op de ontbinding ervan volgt.

6. De aan de medehelpende echtgenoot toegekend einkomsten moeten in dezelfde categorie worden gerangschikt als die waarvan zij werden afgenomen.

Derhalve moet de in art. 89, WIB, bedoelde vermeerdering ten name van de medehelpende echtgenoot worden toegepast indien er geen of ontoereikende voorafbetalingen gedaan zijn.

In dit verband wordt op gemerkt dat in bepaalde gevallen de echtgenoten wanneer zij het nuttig achten, de splitsing mogen vragen van de V.A. die op het rekeninguittreksel voorkomen dat op beider naam of op naam van een van hen is gesteld (zie circ. 17.2.1982, nr. Ci.RH.331/329.471).

7.

...

BEDOELDE AANSLAGJAREN

8. De sub 1 aangehaalde rechtspraak mag worden toegepast op de aanslagen van de aj. 1986 en vorige die nog niet definitief zijn. Zodoende kunnen de hangende geschillen worden opgelost. De aandacht wordt erop gevestigd dat de hier besproken door de rechtspraak gehuldigde regel met ingang van het aj. 1987geen toepassing meer zal vinden, indien de Kamers de art. 33, 36 en67, 1°, van het ontwerp van wet houdende fiscale en andere bepalingen met het oog onder meer op de bevordering van de modernisering van de economie en de begunstiging van de winstdelende bezoldigingen (ontwerp neergelegd bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 4.5.1987, Doc. 864/1-86/87) goedkeuren.

9.

...