Circulaire nr. 3/2013 d.d. 18.03.2013
(Circulaire AFZ nr. 5/2013)
Registratierechten Vlaams Gewest
Meeneembaarheid :
- Wijziging art. 212bis en ratio legis
- Neutralisering van BTW-verrichtingen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
Administratie van Fiscale Zaken
4de dienst - 2de directie
Dossier nr. 495
PATRIMONIUMDOCUMENTATIE
Kadaster, Registratie en Domeinen,
Dienst VI
Dossier nr. E.E./ L. 219v
2 bijlagen
In het Belgisch Staatsblad van 24 juli 2012 werd het decreet van 13 juli 2012, houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012, bekendgemaakt.
In deze circulaire wordt een eerste commentaar gegeven bij de wijzigingen aan het stelsel van de meeneembaarheid. Die wijzigingen zijn vervat in de artikelen 27 tot 29 van Hoofdstuk 12 van het voornoemd decreet.
De wijzigingen aan het stelsel van de meeneembaarheid hebben uitwerking (= zijn met terugwerkende kracht in werking getreden) met ingang van 1 januari 2011 (artikel 31 van voornoemd decreet).
Bijlage 1 bevat de voor de Administratie van de Patrimoniumdocumentatie relevante uittreksels uit de tekst van het decreet. De geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen gaat in bijlage 2.
COMMENTAAR
1) Wijziging van artikel 212bis, W.Reg.VL.
Deze wijziging heeft tot doel een oplossing te bieden aan de schending van het gelijkheidsbeginsel die, zoals vastgesteld bij het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 48/2012 van 22 maart 2012, besloten lag in de oude libellering van artikel 212bis, W.Reg.Vl (1).
De oplossing bestaat erin dat bij een teruggaveverrichting A1 - A2 - V1 voortaan niet meer de registratierechten op A1 worden teruggegeven maar wel de registratierechten op A2 (2) tot beloop van de registratierechten op A1 (3).
In de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet wordt gesteld dat die aanpassing meteen duidelijk maakt dat wanneer er - om welke reden dan ook - geen registratierechten werden betaald naar aanleiding van de aankoop van de nieuwe hoofdverblijfplaats (A2), er ook geen aanleiding kan zijn tot teruggave van rechten in toepassing van de meeneembaarheid (4).
Belangrijk is dat dit juridisch-technische aspect van de oplossing voor het probleem op het vlak van het gelijkheidsbeginsel, met inbegrip van een aanpassing van de ratio legis (beleidsdoelstelling) (5) van het stelsel van de meeneembaarheid, niets verandert aan de praktische toepassing van artikel 212bis, W.Reg.Vl. Aldus heeft de Vlaamse Minister van Financiën uitdrukkelijk bevestigd dat in het hierna volgend voorbeeld een excedent uit de eerste verrichting ontstaat, hoewel dat volgens een letterlijke lezing van het nieuwe artikel 212bis, W.Reg.Vl niet kan.
Voorbeeld: A1 (RR 15.000 €) - A2 (RR 11.000 €) - V1 - A3 (RR 20.000 €) - V2
Op basis van het gewijzigde art. 212bis VL. W. Reg. zijn de registratierechten (RR) op A3 meeneembaar, doch beperkt tot alleen maar de rechten op A2 ; een letterlijke interpretatie van het artikel brengt immers mee dat de rechten die verschuldigd waren op A1 geen excedent kunnen hebben opgeleverd bij de eerste teruggaveverrichting in de keten (alle rechten op A2 zijn immers teruggegeven). Bij toepassing van deze letterlijke interpretatie zou de teruggave bij de tweede verrichting in de keten dus slechts 11.000 euro bedragen. Dat was duidelijk niet de bedoeling. De eerste verrichting in de keten levert dus toch een excedent van 4.000 € op (6).
--------------------
(1) Ontbreken van mogelijkheid van teruggave indien bij een A1-V1-A2 de tweede aankoop (A2) geschiedt onder het BTW-stelsel (casus voorgelegd aan het Arbitragehof - verrekening was uiteraard uitgesloten daar op A2 BTW werd geheven). Gelet op de oude beleidsdoelstelling van de meeneembaarheid - bevordering van de hoofdverblijfplaatsmobiliteit - was het Arbitragehof van oordeel dat de wetgever in dergelijk geval ook een teruggavemogelijkheid had moeten voorzien.
(2) Cf. Artikel 212bis, eerste lid, zoals gewijzigd: "wordt zijn wettelijk aandeel in de rechten die geheven werden op de aankoop van het onroerend goed dat hij als zijn nieuwe hoofdverblijfplaats aanwendt of bestemt, teruggegeven ...".
(3) Cf. Artikel 212bis, derde lid, zoals gewijzigd: " De teruggave ...kan in geen geval meer bedragen dan ... de rechten die ... verschuldigd waren op de aankoop van de verkochte of verdeelde woning of van de bouwgrond waarop die woning werd opgericht.
(4) Dus noch bij een verrekeningsverrichting (A1-V1-A2), noch bij een teruggaveverrichting (A1-A2-V1).
(5) Naast dit juridisch-technisch aspect heeft de Vlaamse decreetgever ook de beleidsdoelstelling met betrekking tot de meeneembaarheid gewijzigd om het probleem op het vlak van het gelijkheidsbeginsel te ondervangen. Die doelstelling betreft niet langer de mobiliteit van huisbezitters, maar het verminderen van het verschuldigd bedrag aan registratierechten bij een opeenvolgende betaling van deze rechten.
(6) Het teruggeefbaar bedrag bedraagt in casu dus - zoals in de oude situatie - 12.500 € ( = maximum teruggeefbaar bedrag, vermits (11.000 € + 4.000 €) > 12.500 €)).
--------------------
2) Nieuw artikel 61^6, W.Reg.VL.
Zoals aangegeven in het opschrift van de nieuwe paragraaf 4bis waarin het is opgenomen, is de bedoeling van het nieuwe artikel 61^6, W. Reg.VL. het neutraliseren van een aankoop onder het btw-stelsel in een keten van verrichtingen.
Wat houdt dit in ?
Wanneer er geen registratierechten worden betaald naar aanleiding van de aankoop van de nieuwe hoofdverblijfplaats (A2) kan er, zoals hiervoor reeds besproken, ook na de wijziging van artikel 212bis, W.Reg.Vl., geen aanleiding zijn tot verrekening of teruggave van rechten bij de verrichting waarin die aankoop onder het BTW-stelsel voorkomt.
Tot nog toe was het voorkomen van een aankoop onder het BTW-stelsel zelfs een oorzaak van verbreking van een keten van verrichtingen. Met andere woorden de verrichting gaf niet alleen geen recht op meeneembaarheid, ook de uit vorige verrichtingen stammende excedenten gingen definitief verloren en uiteraard kon er evenmin uit de betreffende verrichting een nieuw excedent ontstaan.
Voortaan (d.w.z. vanaf 1 januari 2011) is een dergelijke aankoop geen oorzaak meer van verbreking van een keten van verrichtingen.
2.1. Uitdrukkelijk in artikel 61^6, W.Reg.Vl bedoelde gevallen van neutralisering van een BTW-aankoop.
De volgende schema's (7) en uitleg illustreren de gevallen die letterlijk in het nieuwe artikel zijn bedoeld. A2 is daarbij telkens een aankoop onder het BTW-stelsel, A1 en A3 zijn aankopen onder het stelsel van de registratierechten.
In de beide combinaties van verrichtingen kunnen de rechten op A1 verrekend worden bij A3, ondanks het feit dat A2 een BTW-aankoop is.
Voorwaarde is wel dat elke opeenvolging van twee aankopen en één verkoop voldoet aan de voorwaarden om te worden beschouwd als een verrichting (8) en dat de koper de nodige verklaringen doet.
Voorbeeld: in de eerste combinatie van verrichtingen (verrekening - verrekening) betekent dit dat - onverminderd de voorwaarden die zijn bepaald in artikel 61^3, eerste lid, W.Reg.Vl opdat elk van de verrichtingen (9) als een verrekenigsverrichting zou kunnen beschouwd worden - de (bij veronderstelling enige) koper moet verklaren dat hij :
-
op enig ogenblik in de periode van achttien maanden voorafgaand aan V1 zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in A1 - cf. art. 61^6, vierde lid, 1°, a), W.Reg.Vl;
-
zijn hoofdverblijfplaats in A2 heeft gevestigd binnen twee jaar na de datum van de registratie met vrijstelling van het evenredig recht van de aankoopakte van A2 en uiterlijk binnen twee jaar na de uiterste datum voor de tijdige registratie van de aankoopakte van A2 - cf. art. 61^6, vierde lid, 1°, b), W.Reg.Vl;
-
op enig ogenblik in de periode van achttien maanden voorafgaand aan V2 zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in A2 - cf. art. 61^6, eerste lid, inleidende zinsgedeelte, en artikel 61^4, eerste lid, 3°, a), W.Reg.Vl ;
-
zijn hoofdverblijfplaats zal vestigen in A3 binnen de termijn van 2 of 5 jaar, naargelang A3 niet dan wel een bouwgrond is - cf. art. 61^6, vierde lid, inleidende zinsgedeelte, en artikel 61^4, eerste lid, 3°, b), W.Reg.Vl.
Het spreekt voor zich dat ook de overige toepassingsvoorwaarden voor een verrekening, zoals bepaald in artikel 61^4, eerste lid, 1° en 2°, W.Reg.Vl moeten vervuld zijn.
--------------------
(7) Het spreekt voor zich dat het steeds de laatste verrichting in de combinatie is, die bepaalt of het gaat om een meeneembaarheid onder de vorm van verrekening of onder de vorm van teruggave.
(8) Uiteraard aannemende dat A2 niet onder het BTW-stelsel maar met betaling van registratierechten is aangekocht (= neutralisering aankoop onder BTW-stelsel).
(9) Waarbij dus abstractie wordt gemaakt van het feit dat A2 onder het BTW stelsel is geschied.
--------------------
In de beide combinaties van verrichtingen kunnen naar aanleiding van V2 de rechten op A3 teruggegeven worden tot beloop van de rechten op A1, ondanks het feit dat A2 een BTW-aankoop is.
Voorwaarde is wel dat elke opeenvolging van twee aankopen en één verkoop voldoet aan de voorwaarden om te worden beschouwd als een verrichting (10) en dat de koper de nodige verklaringen doet.
Voorbeeld: in de laatste combinatie van verrichtingen (verrekening - teruggave) betekent dit dat - onverminderd de voorwaarden die zijn bepaald in artikel 61^3, eerste lid, W.Reg.Vl opdat de eerste verrichting (11) als een verrekeningsverrichting zou kunnen beschouwd worden, en onverminderd de voorwaarden die zijn bepaald in artikel 212bis, W.Reg.Vl opdat de tweede verrichting (12) als een teruggaveverrichting zou kunnen beschouwd worden - de (bij veronderstelling enige) koper moet verklaren dat hij :
-
op enig ogenblik in de periode van achttien maanden voorafgaand aan V1 zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in A1 - cf. art. 61^6, vierde lid, 1°, a), W.Reg.Vl;
-
zijn hoofdverblijfplaats in A2 heeft gevestigd binnen twee jaar na de datum van de registratie met vrijstelling van het evenredig recht van de aankoopakte van A2 en uiterlijk binnen twee jaar na de uiterste datum voor de tijdige registratie van de aankoopakte van A2 - cf. art. 61^6, vierde lid, 1°, b), W.Reg.Vl;
-
op enig ogenblik in de periode van achttien maanden voorafgaand aan A3, zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in A2 - cf. art. 61^6, vierde lid, inleidende zinsgedeelte, en artikel 212bis, zesde lid, 3°, a), W.Reg.Vl;
-
zijn hoofdverblijfplaats zal vestigen in A3 binnen de termijn van 2 of 5 jaar, naargelang A3 niet dan wel een bouwgrond is - cf. art. 61^6, vierde lid, inleidende zinsgedeelte, en artikel 212bis, zesde lid, 3°, b), W.Reg.Vl.
--------------------
(10) Uiteraard aannemende dat A2 niet onder het BTW-stelsel maar met betaling van registratierechten is aangekocht (= neutralisering aankoop onder BTW-stelsel).
(11) Waarbij dus abstractie wordt gemaakt van het feit dat A2 onder het BTW stelsel is geschied.
(12) idem dito voetnoot 7.
--------------------
Het spreekt voor zich dat:
- wat A1-V1-A2 betreft ook de overige toepassingsvoorwaarden voor een verrekening, zoals bepaald in artikel 61^4, eerste lid, 1° en 2°, W.Reg.Vl moeten vervuld zijn;
- wat A2-A3-V2 betreft ook de overige toepassingsvoorwaarden voor een teruggave zoals bepaald in artikel 212bis, zesde lid 1° en 2°, W.Reg.Vl moeten vervuld zijn.
Wanneer in dergelijke gecombineerde verrichtingen met een A2 onder het BTW-stelsel die BTW-aankoop overeenkomstig artikel 61^6, W.Reg.VL. wordt geneutraliseerd, is die gecombineerde verrichting volledig gelijk te stellen met een 'gewone' verrichting als bedoeld in artikel 61^3, W.Reg.VL. of 212bis, W.Reg.VL. Dit houdt onder meer in:
-
dat de ligging van de goederen (in het Vlaamse Gewest of niet) gebeurlijk de toepassing van het voordeel kan uitsluiten;
-
dat het voordeel beperkt wordt tot maximum 12.500 euro voor de ganse verrichting;
-
dat excedenten uit vorige verrichtingen in voorkomend geval het meeneembaar bedrag kunnen verhogen;
-
dat de gecombineerde verrichting zelf aanleiding kan geven tot een meeneembaar excedent bij een volgende verrichting;
-
dat, behoudens overmacht, in geval van onjuistheid of niet-nakoming van de voorgeschreven vermeldingen een boete gelijk aan de onrechtmatig verrekende of teruggegeven rechten wordt verbeurd;
-
dat ingeval het voordeel van de meeneembaarheid van voorheen betaalde registratierechten niet werd gevraagd of niet werd bekomen naar aanleiding van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredige recht op de aankoop, de verkoop, of de verdeling, de meeneembare rechten nog kunnen worden teruggegeven op een verzoek in te dienen overeenkomstig de bepalingen van artikel 217^2, W.Reg.Vl binnen zes maanden te rekenen van de datum van de registratie van dat document (zie artikel 212ter, W.Reg.Vl);
-
enz ...
2.2. Quid indien in een keten twee of meer BTW-aankopen voorkomen ?
Voorbeelden:
enz … waarbij A2 en A3 aankopen zijn onder het BTW-stelsel (vrijstelling evenredig registratierecht bij toepassing van artikel 159, 8°, W.Reg.VL) en A1 en A4 aankopen zijn onder het stelsel van de registratierechten.
Dergelijke gevallen, die in de praktijk wellicht eerder uitzonderlijk zullen voorkomen, zijn niet uitdrukkelijk voorzien in de wettekst. Op grond van de ratio legis van de nieuwe paragraaf 4ter van titel I, hoofdstuk IV, afdeling I van het Wetboek, neemt de administratie echter aan dat ook in dergelijke gevallen de meeneembaarheid mogelijk blijft bij de volgende aankoop onder het stelsel van de registratierechten (A4), op voorwaarde dat de BTW-aankopen "neutraliseerbaar" zijn, met andere woorden dat ook voor de "BTW-verrichtingen" verrekening of teruggave, conform de artikelen van § 4bis titel I, hoofdstuk IV, afdeling I van het Wetboek respectievelijk artikel 212bis van het Wetboek, mogelijk zou zijn geweest indien het niet ging om BTW-aankopen maar om aankopen onder het stelsel van de registratierechten.
Indien alle toepassingsvoorwaarden vervuld zijn zullen dus in de voorbeelden 1) en 2) de rechten op A1 kunnen verrekend worden bij A4 en zullen in de voorbeelden 3) en 4) de rechten op A4 kunnen teruggegeven worden tot beloop van A1, met vanzelfsprekend telkens de inachtneming van het maximum van 12.500 euro.
3. Wijziging van artikel 212ter, W.Reg.VL.
Het betreft een technische aanpassing van dit artikel ingevolge de wijziging van artikel 212bis, W. Reg.VL. en de invoeging van het nieuwe artikel 61^6, W. Reg.VL.
In deze context valt enkel te onthouden dat op het vangnet ook beroep kan worden gedaan wanneer de meeneembaarheid mogelijk is op grond van de neutralisering van een BTW-aankoop.
4. Inwerkingtreding
De Vlaamse decreetgever heeft bepaald dat de hier besproken bepalingen van hoofdstuk 12 van het decreet met terugwerkende kracht tot 1 januari 2011 in werking treden.
Wat de wijziging van artikel 212bis, W.Reg.VL. betreft, stelt dat geen probleem omdat, zoals gezegd, die wijziging geen praktische gevolgen heeft op het vlak van het stelsel van de meeneembaarheid onder de vorm van teruggave.
Quid echter met het nieuwe artikel 61^6, W.Reg.VL. Het decreet bevat geen ad hoc teruggavebepaling. Gelet op de wil van de decreetgever zal de administratie, op een conform artikel 217^2, W.Reg. en uiterlijk op 24 juli 2013 in te dienen verzoek daartoe, teruggave toestaan van de teveel geheven rechten in de gevallen waarin zich in een keten van verrichtingen neutraliseerbare BTW-aankopen hebben voorgedaan en de aankoop die aanleiding geeft tot de verrekening of de verkoop die aanleiding geeft tot teruggave met toepassing van het nieuwe artikel 61^6, W.Reg.VL., zich situeert in de periode van 1 januari 2011 tot 24 juli 2012 (datum van de bekendmaking van het decreet in het Belgisch Staatsblad).
IN NAAM VAN DE MINISTER :
De auditeur-generaal
Georges DEBOLLE
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 24 juli 2012
13 JULI 2012. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012.
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
...
HOOFDSTUK 12. - Registratierechten
Art. 27. In titel I, hoofdstuk IV, afdeling 1, van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt een § 4ter, bestaande uit een artikel 61^6, ingevoegd, die luidt als volgt :
« § 4ter. Neutralisering van een aankoop onder het btw-stelsel in een keten van verrichtingen in het kader van het stelsel van meeneembare registratierechten bij aankoop van een nieuwe hoofdverblijfplaats.
Art. 61^6. Voor de toepassing van de artikelen van § 4bis en voor de toepassing van artikel 212bis wordt met een verrichting als bedoeld in artikel 61^3, eerste lid, of in artikel 212bis, eerste lid, gelijkgesteld een combinatie van twee dergelijke verrichtingen waarbij de voorlaatste aankoop van het evenredig registratierecht werd vrijgesteld van de heffing van het evenredig recht bij toepassing van artikel 159, 8°.
De verrekening of de teruggave, al naargelang het geval geschiedt alsdan rekening houdende met het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de registratierechten verschuldigd op de aankoop voorafgaand aan die welke werd gedaan met toepassing van de vrijstelling bepaald in artikel 159, 8°.
Bij een gelijkgestelde verrichting als bedoeld in het eerste lid, moet in het document dat de vraag tot toepassing van artikel 61^3 bevat of in het document dat het verzoek tot teruggave bevat, het afschrift van het registratierelaas en de vermelding van het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten als bedoeld in artikel 61^4, eerste lid, 2°, en artikel 212bis, zesde lid, 2°, betrekking hebben op de aankoop voorafgaand aan die welke werd gedaan met toepassing van de vrijstelling bepaald in artikel 159, 8°.
Naast de vermeldingen vereist bij artikel 61^4, eerste lid, 3°, of bij artikel 212bis, zesde lid, 3°, die in het kader van een gelijkgestelde verrichting, zoals bedoeld in het eerste lid, de tweede verrichting in de combinatie betreffen, moet de natuurlijke persoon bovendien betreffende de eerste verrichting in de combinatie vermelden :
1° indien de eerste verrichting in de combinatie een verrichting is als bedoeld in artikel 61^3, eerste lid :
a) dat hij op enig ogenblik in de periode van achttien maanden voorafgaand aan de verkoop of verdeling ervan zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in de eerste woning in de gelijkgestelde verrichting;
b) dat hij zijn hoofdverblijfplaats had gevestigd op de plaats van de woning aangekocht met toepassing van de vrijstelling van het evenredig recht binnen twee jaar na :
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de toepassing van de vrijstelling van de heffing van het evenredig recht op de aankoop van die woning aanleiding heeft gegeven, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de toepassing van de vrijstelling van de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding heeft gegeven, werd aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn;
of
2° indien de eerste verrichting in de combinatie een verrichting is als bedoeld in artikel 212bis, eerste lid :
a) dat hij op enig ogenblik in de periode van achttien maanden voorafgaand aan de aankoop van de woning met toepassing van de vrijstelling van het evenredig recht, zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in de eerste woning in de gelijkgestelde verrichting;
b) dat hij zijn hoofdverblijfplaats had gevestigd op de plaats van de woning aangekocht met toepassing van de vrijstelling van het evenredig recht binnen twee jaar na :
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de vrijstelling van de heffing van het evenredig recht op de aankoop ervan aanleiding heeft gegeven, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie werd aangeboden;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de vrijstelling van de heffing van het evenredig recht op de aankoop ervan aanleiding heeft gegeven, werd aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn. ».
Art. 28. In artikel 212bis van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden tussen de woorden « een woning » en de woorden « waarin hij op enig ogenblik zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad » de woorden «, gelegen in het Vlaamse Gewest, » ingevoegd;
2° in hetzelfde lid worden de woorden « overeenkomstig de artikelen 44, 53, 2°, en 57, verschuldigd waren op de aankoop van de verkochte of verdeelde woning of van de bouwgrond waarop die woning is opgericht » vervangen door de woorden « geheven werden op de aankoop van het onroerend goed dat hij als zijn nieuwe hoofdverblijfplaats aanwendt of bestemt »;
3° in het derde lid worden de woorden « het bedrag van het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten geheven op de nieuwe aankoop » vervangen door de woorden « het bedrag van het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten die overeenkomstig de artikelen 44, 53, 2°, of 57 verschuldigd waren op de aankoop van de verkochte of verdeelde woning of van de bouwgrond waarop die woning werd opgericht ».
Art. 29. In artikel 212ter van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden tussen de woorden « de artikelen 61^3, » en de woorden « en 212bis » de woorden « 61^6 » ingevoegd;
2° in het derde lid worden de woorden « vereist bij het artikel 46bis, vierde lid, 2°, b), c) en d); bij het artikel 61^4, eerste lid, 2° en 3°, bij het artikel 46ter, of bij het artikel 212bis, zesde lid, 2° en 3° » vervangen door de woorden « vereist bij het artikel 46bis, vierde lid, 2°, b), c) en d), bij het artikel 46ter, bij het artikel 61^6, eerste lid, 2° en 3°, bij het artikel 61^6, vierde en vijfde lid (13), of bij het artikel 212bis, zesde lid, 2° en 3° ».
..
HOOFDSTUK 14. - Slotbepalingen
Art. 31. Dit decreet treedt in werking op de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
...
- artikelen 27 tot en met 29, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2011.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 13 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding
I. LIETEN
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken,
H. CREVITS
De Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie,
F. VAN DEN BOSSCHE
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS
--------------------
(13) Lees: derde en vierde lid. Bij de behandeling van het ontwerp in de bevoegde commissie werd het oorspronkelijk voorgestelde tweede lid van het nieuwe artikel 616 weggelaten.
--------------------
Geconsolideerde teksten van de gewijzigde bepalingen (14) in het W.Reg.VL.
Artikel 212bis
In geval van zuivere verkoop door een natuurlijke persoon van een woning, gelegen in het Vlaamse Gewest, waarin hij op enig ogenblik zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in de periode van achttien maanden voorafgaand aan de zuivere aankoop van het onroerend goed dat hij als zijn nieuwe hoofdverblijfplaats aanwendt of bestemt, en in geval van verdeling van een dergelijke woning waarbij de natuurlijke persoon al zijn rechten erin heeft afgestaan, wordt zijn wettelijk aandeel in de rechten die geheven werden op de aankoop van het onroerend goed dat hij als zijn nieuwe hoofdverblijfplaats aanwendt of bestemt, teruggegeven mits de verkoop of de verdeling vaste datum heeft gekregen uiterlijk twee jaar, of vijf jaar in geval van aankoop van een bouwgrond, na de datum van de authentieke akte van de nieuwe aankoop.
Van de teruggave overeenkomstig de bepalingen van dit artikel zijn uitgesloten de rechten betaald voor de verkrijging van een onroerend goed dat niet in het Vlaamse Gewest is gelegen. Aanvullende rechten die voor om het even welke reden op een aankoop werden geheven zijn eveneens van de teruggave uitgesloten.
De teruggave overeenkomstig de bepalingen van dit artikel kan in geen geval meer bedragen dan het bedrag van het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten die overeenkomstig de artikelen 44, 53, 2°, of 57 verschuldigd waren op de aankoop van de verkochte of verdeelde woning of van de bouwgrond waarop die woning werd opgericht.
In geval een verrichting als bedoeld in het eerste lid is voorafgegaan door een of meer zulke verrichtingen en/of door een of meer verrichtingen als bedoeld in het eerste lid van artikel 61^3, worden, in voorkomend geval, de bij die voorgaande verrichtingen ingevolge de toepassing van het derde of het vijfde lid van dit artikel nog niet teruggegeven rechten en/of de ingevolge de toepassing van het derde of het vijfde lid van artikel 61^3 nog niet verrekende rechten, gevoegd bij het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de overeenkomstig de artikelen 44, 53, 2°, of 57 verschuldigde rechten op de voorlaatste aankoop, om het teruggeefbaar bedrag bij de wederverkoop ervan te bepalen.
Het terug te geven bedrag, bekomen met toepassing van het eerste of het vierde lid kan nooit meer bedragen dan 12.500 euro. Dit maximum terug te geven bedrag wordt bepaald in verhouding tot de fractie die de natuurlijke persoon bekomt in het nieuw aangekochte goed.
Aan de teruggave zijn de volgende voorwaarden verbonden :
1° het verzoek tot teruggave, ondertekend door de natuurlijke persoon, wordt gedaan in of onderaan op het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig recht op de verkoop of de verdeling;
2° het in 1° bedoelde document bevat :
a) een afschrift van het registratierelaas dat is aangebracht op het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop van de verkochte of de verdeelde woning of van de bouwgrond waarop die woning is opgericht en vermeldt het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten geheven op die aankoop;
b) een afschrift van het registratierelaas dat is aangebracht op het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop van de nieuwe hoofdverblijfplaats en vermeldt het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten geheven op die aankoop;
Indien de teruggave wordt gevraagd met toepassing van het vierde lid van dit artikel dan moet het in 1° bedoelde document bovendien de afschriften bevatten van de relazen aangebracht op de documenten die betreffende de in aanmerking te nemen voorafgaande verrichtingen aanleiding hebben gegeven tot het heffen van de evenredige rechten en bij ieder relaas het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de verrekende of teruggegeven rechten vermelden;
3° in het in 1° bedoelde document of in een ondertekende en waar en oprecht verklaarde vermelding onderaan op dat document, verklaart de natuurlijke persoon uitdrukkelijk :
a) dat hij op enig ogenblik in de periode van achttien maanden voorafgaand aan de aankoop van de woning die hij tot zijn nieuwe hoofdverblijfplaats aanwendt of bestemt, zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in de wederverkochte of verdeelde woning;
b) dat hij zijn hoofdverblijfplaats op de plaats van het nieuw aangekochte goed heeft gevestigd of zal vestigen :
- indien het een woning betreft, binnen twee jaar na :
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn;
- indien het een bouwgrond betreft, binnen vijf jaar na dezelfde datum.
Aan de voorwaarden van het zesde lid wordt ook geacht voldaan te zijn als het verzoek en de vermeldingen het voorwerp uitmaken van een door de natuurlijke persoon ondertekend verzoek tot teruggave dat het ter registratie aangeboden en tot de heffing van het evenredig registratierecht aanleiding gevend document vergezelt.
In geval van onjuistheid of niet-nakoming van de vermeldingen voorgeschreven bij het zesde lid, is de natuurlijke persoon gehouden tot betaling van de onrechtmatig teruggegeven rechten en van een boete gelijk aan die rechten. De boete is evenwel niet verschuldigd indien de niet-nakoming van de verplichting opgelegd door het zesde lid, 3°, b, het gevolg is van overmacht.
Het verzoek tot teruggave heeft dezelfde gevolgen als het met redenen omkleed verzoek ingevolge artikel 217^2. Het verzoek vermeldt in voorkomend geval het rekeningnummer waarop het bedrag van de terug te geven rechten kan worden gestort.
Artikel 212ter
Ingeval de in artikel 46bis en/of artikel 46ter bepaalde vermindering van de heffingsgrondslag niet werd gevraagd of niet werd bekomen naar aanleiding van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de overeenkomst tot koop, kunnen de teveel geheven rechten nog worden teruggegeven op een verzoek in te dienen overeenkomstig de bepalingen van artikel 217^2 binnen zes maanden te rekenen van de datum van de registratie van dat document.
Ingeval het voordeel van de meeneembaarheid van voorheen betaalde registratierechten als bedoeld in de artikelen 61^3, 616 en 212bis niet werd gevraagd of niet werd bekomen naar aanleiding van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredige recht op de aankoop, de verkoop, of de verdeling kunnen de meeneembare rechten nog worden teruggegeven op een verzoek in te dienen overeenkomstig de bepalingen van artikel 2172 binnen zes maanden te rekenen van de datum van de registratie van dat document.
Het verzoek tot teruggave bedoeld in het eerste of tweede lid bevat, naar gelang van het geval, de vermeldingen en verklaringen vereist bij het artikel 46bis, vierde lid, 2°, b), c) en d), bij het artikel 46ter, bij het artikel 616, eerste lid, 2° en 3°, bij het artikel 616, vierde en vijfde lid (15) , of bij het artikel 212bis, zesde lid, 2° en 3° eerste lid; of bij het artikel 212bis, zesde lid, 2° en 3 °. Het verzoek vermeldt in voorkomend geval ook het rekeningnummer waarop het bedrag van de terug te geven rechten kan worden gestort.
--------------------
(14) Voor de tekst van het nieuwe artikel 616 W.Reg.VL. zie artikel 27 van het decreet in Bijlage 1.
(15) Lees: derde en vierde lid. Bij de behandeling van het ontwerp in de bevoegde commissie werd het oorspronkelijk voorgestelde tweede lid van het nieuwe artikel 616 weggelaten.
