Circulaire nr. 14 (AFZ/2002/1018 - Dos. 208) d.d. 19.08.2002
Successierechten Vlaams Gewest
Wijzigingen aan artikel 56
Decreet van het Vlaams Parlement van 19 april 2002 houdende wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, wat de invoering van de euro betreft
In het Staatsblad van 4 juni 2002, editie 2, werd het decreet van het Vlaams Parlement van 19 april 2002 houdende wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, wat de invoering van de euro betreft, bekendgemaakt.
Artikel 2 van dat decreet wijzigt artikel 56 van het Vlaams Wetboek der successierechten.
Bij deze circulaire wordt een uittreksel uit de toelichting bij het voorstel van decreet hernomen om de ratio legis te verduidelijken van de doorgevoerde wijzigingen aan bepaalde bedragen van sommige van de formules voor de berekening van de verminderingen die in artikel 56 worden bepaald. In bijlage 1 gaat een uittreksel uit het decreet van 19 april 2002.
Vermits de kantoren reeds werden ingelicht van de wijzigingen die bij onderhavig decreet zouden aangebracht worden aan artikel 56 van het Vlaams Wetboek der successierechten (zie Circulaire nr. 9/2002 van 7 mei 2002, blz. 11, vetgedrukte bedragen en voetnoten 1 tot 4, en Bijlage 2), wordt voor de gecoördineerde tekst van dat artikel, zoals het ingevolge de inwerkingtredingsbepaling van onderhavig decreet geacht wordt te gelden met ingang van 1 januari 2002, verwezen naar blz. 20-21 van de Circulaire nr. 9/2002 van 7 mei 2002.
Ratio legis van de doorgevoerde wijziging.
Uittreksel uit de toelichting (Vlaams Parlement, Stuk 1054 (2001-2002) - Nr. 1)
"Artikel 56 van het Wetboek der successierechten geeft, wat het Vlaamse Gewest betreft, een belastingkrediet voor verkrijgingen uit nalatenschappen. Om aanspraak te kunnen maken op dat belastingkrediet mag het netto-bedrag van de verkrijging een bepaald maximumbedrag niet overschrijden. De wijze van berekening van het belastingkrediet en de maximumbedragen gesteld op netto-verkrijgingen verschillen, naar gelang van aan wie de nalatenschap is vervallen : in rechte lijn, aan echtgenoten of samenwonenden, aan broers of zussen, of aan andere personen.
Het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 heeft de grensbedragen, gesteld op de nettoverkrijgingen en de bedragen gebruikt in de formules waarmee het belastingkrediet wordt berekend, omgezet in euro. In die omzetting zijn twee vergissingen geslopen.
Voor de verkrijgingen door broers en zussen bepaalt artikel 56 twee belastingkredieten. Wanneer de netto-verkrijging een bepaald grensbedrag niet overschrijdt (tot 31 december 2001 was die grens gesteld op 750.000 frank) geldt een progressieve belastingvermindering gelijk aan één tiende van het belaste erfdeel. Als die maximumgrens wordt overschreden, geldt een degressieve belastingvermindering. Het grensbedrag van 750.000 frank werd verkeerdelijk omgezet in 20.000 euro. Dat heeft tot gevolg dat het overschrijden van die grens een vermindering met zich meebrengt van het belastingkrediet ten bedrage van ongeveer 167 euro. Dat is niet de bedoeling. Wanneer het grensbedrag wordt omgezet in 18.750 euro is er geen bruuske overgang van het progressieve naar het degressieve belastingkrediet. Het overschrijden van de maximumgrens heeft dan geen forse vermindering van het belastingkrediet meer tot gevolg.
Voor de verkrijgingen tussen andere personen dan erfgenamen in de rechte lijn, echtgenoten, samenwonenden of broers en zusters bepaalt artikel 56 een gelijkaardig systeem. Het basisbedrag waarop de degressieve belastingvermindering wordt berekend bedroeg tot 31 december 2001 90.000 frank. Dat basisbedrag werd door het decreet vermeld van 6 juli 2001 omgezet in 2.500 euro. Dat heeft tot gevolg dat het overschrijden van het maximumbedrag een vermeerdering met zich meebrengt van het belastingkrediet met 83 euro. Een omzetting van dat basisbedrag in 2.400 euro heeft tot gevolg dat de overgang van het progressieve naar het degressieve belastingkrediet zonder bruuske overgang verloopt.".
NAMENS DE MINISTER:
De adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
Jean-Marc DELPORTE
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 4 juni 2002 (Ed. 2).
19 APRIL 2002. - Decreet houdende wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, wat de invoering van de euro betreft.
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. In artikel 56 van het Wetboek der successierechten, vervangen bij het decreet van 21 december 2001, worden, wat het Vlaamse Gewest betreft, de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden «20.000 EUR» telkens vervangen door de woorden «18.750 EUR»;
2° in het derde lid worden de woorden «2.500 EUR» vervangen door de woorden «2.400 EUR».
Art. 3. …
Art. 4. Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 19 april 2002.
De Minister-President van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse Minister van Financiën en Begroting,
Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
Wijzigingen aan artikel 56
Decreet van het Vlaams Parlement van 19 april 2002 houdende wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, wat de invoering van de euro betreft
In het Staatsblad van 4 juni 2002, editie 2, werd het decreet van het Vlaams Parlement van 19 april 2002 houdende wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, wat de invoering van de euro betreft, bekendgemaakt.
Artikel 2 van dat decreet wijzigt artikel 56 van het Vlaams Wetboek der successierechten.
Bij deze circulaire wordt een uittreksel uit de toelichting bij het voorstel van decreet hernomen om de ratio legis te verduidelijken van de doorgevoerde wijzigingen aan bepaalde bedragen van sommige van de formules voor de berekening van de verminderingen die in artikel 56 worden bepaald. In bijlage 1 gaat een uittreksel uit het decreet van 19 april 2002.
Vermits de kantoren reeds werden ingelicht van de wijzigingen die bij onderhavig decreet zouden aangebracht worden aan artikel 56 van het Vlaams Wetboek der successierechten (zie Circulaire nr. 9/2002 van 7 mei 2002, blz. 11, vetgedrukte bedragen en voetnoten 1 tot 4, en Bijlage 2), wordt voor de gecoördineerde tekst van dat artikel, zoals het ingevolge de inwerkingtredingsbepaling van onderhavig decreet geacht wordt te gelden met ingang van 1 januari 2002, verwezen naar blz. 20-21 van de Circulaire nr. 9/2002 van 7 mei 2002.
Ratio legis van de doorgevoerde wijziging.
Uittreksel uit de toelichting (Vlaams Parlement, Stuk 1054 (2001-2002) - Nr. 1)
"Artikel 56 van het Wetboek der successierechten geeft, wat het Vlaamse Gewest betreft, een belastingkrediet voor verkrijgingen uit nalatenschappen. Om aanspraak te kunnen maken op dat belastingkrediet mag het netto-bedrag van de verkrijging een bepaald maximumbedrag niet overschrijden. De wijze van berekening van het belastingkrediet en de maximumbedragen gesteld op netto-verkrijgingen verschillen, naar gelang van aan wie de nalatenschap is vervallen : in rechte lijn, aan echtgenoten of samenwonenden, aan broers of zussen, of aan andere personen.
Het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 heeft de grensbedragen, gesteld op de nettoverkrijgingen en de bedragen gebruikt in de formules waarmee het belastingkrediet wordt berekend, omgezet in euro. In die omzetting zijn twee vergissingen geslopen.
Voor de verkrijgingen door broers en zussen bepaalt artikel 56 twee belastingkredieten. Wanneer de netto-verkrijging een bepaald grensbedrag niet overschrijdt (tot 31 december 2001 was die grens gesteld op 750.000 frank) geldt een progressieve belastingvermindering gelijk aan één tiende van het belaste erfdeel. Als die maximumgrens wordt overschreden, geldt een degressieve belastingvermindering. Het grensbedrag van 750.000 frank werd verkeerdelijk omgezet in 20.000 euro. Dat heeft tot gevolg dat het overschrijden van die grens een vermindering met zich meebrengt van het belastingkrediet ten bedrage van ongeveer 167 euro. Dat is niet de bedoeling. Wanneer het grensbedrag wordt omgezet in 18.750 euro is er geen bruuske overgang van het progressieve naar het degressieve belastingkrediet. Het overschrijden van de maximumgrens heeft dan geen forse vermindering van het belastingkrediet meer tot gevolg.
Voor de verkrijgingen tussen andere personen dan erfgenamen in de rechte lijn, echtgenoten, samenwonenden of broers en zusters bepaalt artikel 56 een gelijkaardig systeem. Het basisbedrag waarop de degressieve belastingvermindering wordt berekend bedroeg tot 31 december 2001 90.000 frank. Dat basisbedrag werd door het decreet vermeld van 6 juli 2001 omgezet in 2.500 euro. Dat heeft tot gevolg dat het overschrijden van het maximumbedrag een vermeerdering met zich meebrengt van het belastingkrediet met 83 euro. Een omzetting van dat basisbedrag in 2.400 euro heeft tot gevolg dat de overgang van het progressieve naar het degressieve belastingkrediet zonder bruuske overgang verloopt.".
NAMENS DE MINISTER:
De adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
Jean-Marc DELPORTE
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 4 juni 2002 (Ed. 2).
19 APRIL 2002. - Decreet houdende wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, wat de invoering van de euro betreft.
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. In artikel 56 van het Wetboek der successierechten, vervangen bij het decreet van 21 december 2001, worden, wat het Vlaamse Gewest betreft, de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden «20.000 EUR» telkens vervangen door de woorden «18.750 EUR»;
2° in het derde lid worden de woorden «2.500 EUR» vervangen door de woorden «2.400 EUR».
Art. 3. …
Art. 4. Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 19 april 2002.
De Minister-President van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse Minister van Financiën en Begroting,
Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
Bron: FisconetPlus
