Aanschrijving nr. 1 dd. 02.02.1994

AANSCHRIJVING 94/001

Aanschrijving nr. 1 dd. 02.02.1994


Tarieven
Verhoging van het normale BTW-tarief tot 20,5 pct.
Tarief in sector onroerende financieringshuur
KB van 21 december 1993.


Het Belgisch Staatsblad van 29 december 1993, nr. 260, blz. 28896- 28897, heeft het koninklijk besluit van 21 december 1993 gepubliceerd tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven. Dit koninklijk besluit is in werking getreden op 1 januari 1994. De tekst van dit besluit gaat hierbij.

Deze aanschrijving geeft toelichting bij de wijzigingen aangebracht door het koninklijk besluit van 21 december 1993.

Normaal BTW-tarief.

1. Op 1 januari 1994 werd het normale BTW-tarief van 19,5 pct. op 20,5 pct. gebracht. Het betreft één van de beslissingen van het "Globaal Plan".

Tarieven toepasselijk in de sector van de onroerende financieringshuur of de onroerende leasing.

2. In het BTW-stelsel van kracht tot 31 december 1992 was hetzelfde BTW-tarief toepasselijk wanneer instellingen of maatschappijen bedoeld in de rubrieken XXXII en XXXIII van tabel A, en rubriek X van tabel B, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 (die toen geen BTW-belastingplichtigen waren), zelf een gebouw lieten oprichten dan wel een beroep deden op gespecialiseerde ondernemingen in de onroerende financieringshuur of onroerende leasing van gebouwen.

Inderdaad, tot die datum kon de BTW met betrekking tot de oprichting van dergelijke gebouwen, gefactureerd aan maatschappijen gespecialiseerd in de onroerende leasing, door deze laatsten niet in aftrek worden gebracht indien ze een leasingcontract afgesloten met een instelling bedoeld in de bovengenoemde rubrieken, omdat die leasing geen belastbare handeling vormde (BTW-Wetboek, art. 45, § 1). Daarom werden de vergoedingen die aan de bovengenoemde instellingen werden aangerekend bepaald in functie van de oprichtingsprijs, BTW inbegrepen.

In die context werd dan toegestaan dat in de sector van de sociale woningen het verlaagd tarief kon worden ingeroepen door een persoon/bouwheer die, zonder de exploitant te zijn van de inrichting, onder de vorm van een leasing of een andere vorm van verhuur het genotsrecht op het gebouw (of woningcomplex) afstond aan een publiekrechtelijk of privaatrechtelijk persoon die de inrichting beheerde (z. aanschr. 12/1984, nr. 20) (z. BTW-Rev. 65/643). Op die wijze konden de bovengenoemde instellingen bij het sluiten van het leasingcontract onrechtstreeks toch van het verlaagde tarief genieten.

3. Sedert 1 januari 1993 zijn evenwel, in tegenstelling met vroeger, fysieke- en rechtspersonen, waarvan de handelingen vrijgesteld zijn door artikel 44 van het BTW-Wetboek, belastingplichtigen in de nieuwe zin van die term. Daardoor vormt de overeenkomst inzake onroerende financieringshuur van gebouwen tussen de reeds genoemde partijen sinds die datum wel een belastbare handeling, die recht geeft op aftrek in hoofde van de leasingmaatschappij. Bij gebrek aan specifieke bepalingen in de tabellen A of B van de bijlage bij het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 20, waren deze handelingen onderworpen aan het normaal tarief van 19,5 pct. Daar bestond er dus wel degelijk een verschil in toe te passen BTW-tarief, afhankelijk van het feit of de bedoelde instellingen een contract voor onroerende leasing sloten (tarief 19,5 pct.) dan wel zich de oprichtingskosten rechtstreeks lieten factureren (tarief 6 of 12 pct.).

4. Sinds 1 januari 1994 zijn de verlaagde BTW-tarieven (van 6 pct. of 12 pct.) ook van toepassing op onroerende leasingcontracten met betrekking tot de gebouwen bedoeld in de rubrieken XXXII en XXXIII van tabel A en in rubriek X van tabel B van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 en die gesloten worden met de in deze rubrieken bedoelde personen.

5. Wanneer de leasingnemer van onroerende goederen geen BTW- belastingplichtige is, is het leasingcontract niet onderworpen aan de BTW en kon het voordeel van de bepalingen, op 1 januari 1994 aangebracht aan het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake leasing van onroerende goederen, niet worden ingeroepen.

In dergelijk geval mag de regeling beschreven in fine van punt 2, worden toegepast.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal a.i.,


J. DECUYPER


BIJLAGE

Zie documentatie :

21 december 1993. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven (B.S. 29 december 1993, nr. 260, blz. 28896 - 28897).