Circulaire nr. 12/2005 d.d. 20.10.2005

Lokalisatiecriteria - Registratierechten - Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en gewesten

AFZ 16/2005

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

Administratie van Fiscale Zaken

4de dienst - 3de directie

Dossier nr. 375

PATRIMONIUMDOCUMENTATIE

Kadaster, registratie en domeinen

Dienst I

Dossier nr. E.E./L. 151

bijlagen: 1

1. Context

Artikel 5 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten bepaalt de lokalisatiecriteria die van toepassing zijn op de gewestelijke belastingen. De gecoördineerde tekst van de artikelen 1 tot 11 van deze wet kan men vinden in bijlage 4 van de AKRED-circulaire nr. 7/2002

Vastgesteld moet echter worden dat deze wet niet bepaalt volgens welke criteria sommige schenkingen moeten gelokaliseerd worden. Dat is bijvoorbeeld het geval met de schenkingen van roerende goederen door niet-rijksinwoners, of nog, met schenkingen gedaan door rechtspersonen.

In dergelijke gevallen is het aan de administratie om de lacunes in de wet zo pragmatisch als mogelijk op te vullen.

Deze circulaire beoogt de problematiek van de lokalisatiecriteria scherp te stellen.

De Administratie van Fiscale Zaken (wetgevingsdienst) en de Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (geschillendienst) vinden het nuttig een synthese van de problematiek onder de vorm van twee tabellen ter beschikking te stellen.

Er wordt op gewezen dat deze circulaire niet alle mogelijke gevallen behandelt. In de dagelijkse praktijk kunnen dus nog andere gevallen opduiken waaromtrent nu nog geen beslissing is genomen.

2. Nut van de lokalisatiecriteria

Een lokalisatiecriterium geeft het antwoord op de volgende vragen:

  • welke wetgeving — die van het Vlaamse, van het Waalse of van het Brusselse Hoofdstelijke Gewest — is van toepassing ?
  • aan welk Gewest komt de opbrenst van de belasting toe ?

3. Afkortingen

In de onderstaande tabellen betekent :

B.F.W.” (afkorting van “Bijzondere Financieringswet”), de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten;

A.B.”, een administratieve beslissing waarbij een lacune in de wet wordt opgevuld.

In de tweede tabel betekent:

RI” rijksinwoner en “N-RI” niet-rijksinwoner .

4. Definities in verband met rechtspersonen

Een rechtspersoon heeft de hoedanigheid van rijksinwoner wanneer hij zijn fiscale woonplaats in België heeft.

De fiscale woonplaats van een rechtspersoon stemt overeen met de werkelijke zetel van de rechtspersoon, m.a.w. met de zetel van werkelijke leiding (zelfs wanneer de statutaire zetel en de zetel van werkelijke leiding niet identiek zijn). Dit brengt mee dat wanneer een rechtspersoon zijn statutaire zetel in een bepaald gewest heeft terwijl hij zijn zetel van werkelijke leiding in een ander gewest heeft, de fiscale woonplaats van de rechtspersoon zich alsdan bevindt in het Gewest waarin zich de zetel van werkelijke leiding bevindt.

Is geen rijksinwoner een rechtspersoon die zijn statutaire zetel in België maar de zetel van werkelijke leiding in het buitenland heeft.

Is rijksinwoner een rechtspersoon die zijn statutaire zetel in het buitenland heeft terwijl de zetel van werkelijke leiding zich in België bevindt.

5. Synoptische tabellen

TABEL I. Uitgaande van de verrichting

N.B. Vanzelfsprekend betreffen de verrichtingen onder I tot en met V in onderstaande tabel in België gelegen onroerende goederen.

VERRICHTINGLOKALISATIECRITERIUMWETTELIJKE GRONDSLAG
I. VERKOOP Ligging van het goed Art. 5, § 2, 6° B.F.W.
II. RUIL

Ligging van het goed

Opmerking:

Als de onroerende goederen in meerdere gewesten gelegen zijn:

  • 1) moet worden gekeken naar het deel van de goederen met het hoogste K.I. (om het ontvangstkantoor te bepalen);
  • 2) het ontvangstkantoor bepaalt het gewest.
Art. 5, § 2, 6° B.F.W.
III. VESTIGING VAN EEN HYPOTHEEK

Ligging van het goed

Opmerking:

als in eenzelfde akte de onroerende goederen in meerdere gewesten gelegen zijn:

  • 1) moet worden gekeken naar het deel van de goederen met het hoogste K.I. (om het ontvangstkantoor te bepalen);
  • 2) het ontvangstkantoor bepaalt het gewest.
Art. 5, § 2, 7° B.F.W.
IV. VERDELING Ligging van het goed Art. 5, § 2, 7° B.F.W.

V. INBRENG

Door een natuurlijke persoon in een belgische vennootschap van een woning

Ligging van het goed Art. 5, § 2, 6° B.F.W.

VI. SCHENKING

A. Schenker = rijksinwoner

A.1. Schenking (van roerende of onroerende goederen) gedaan door een natuurlijk persoon

Het gewest waarin de schenker zijn fiscale woonplaats heeft op het ogenblik van de schenking

Opmerking:

Indien tijdens de periode van vijf jaar voor de schenking de schenker zijn fiscale woonplaats in minstens 2 gewesten heeft gehad:
- in het gewest waarin hij gedurende die vijf jaar het langst zijn fiscale wooplaats heeft gehad

Art. 5, § 2, 8° B.F.W.

A.2. Schenking (van roerende of onroerende goederen) gedaan door rechtspersoon

Het gewest waain de schenker zijn zetel van werkelijke leiding heeft op het ogenblik van de schenking

Opmerking:

Indien tijdens de periode van vijf jaar voor de schenking de schenker zijn zetel van werkelijke leiding in minstens 2 gewesten heeft gehad:
- in het gewest waarin hij gedurende die vijf jaar het langst zijn zetel van werkelijke leiding heeft gehad

A.B.
B. Schenker = niet-rijksinwoner
B.1. Schenking van in België gelegen onroerend goed gedaan door natuurlijk persoonLigging van het goed Art. 5, § 2, 8° B.F.W.
B.2. Schenking van in België gelegen onroerend goed gedaan door rechtspersoonLigging van het goedA.B.
B.3. Schenking van roerend goed
  • Schenker = natuurlijke persoon of rechtspersoon
Het gewest waarin de begiftigde zijn fiscale woonplaats heeft op het ogenblik van de schenking (indien het een natuurlijke persoon betreft);A.B.
  • begiftigde = rijksinwoner
Het gewest waarin de begiftigde zijn zetel van werkelijke leiding heeft op het ogenblik van de schenking (indien het een rechtspersoon betreft)

Opmerking:

Indien tijdens de periode van vijf jaar voor de schenking de begiftigde zijn fiscale woonplaats of zetel van werkelijke leiding in minstens 2 gewesten heeft gehad:
- in het gewest waarin hij gedurende die vijf jaar het langst zijn fiscale wooplaats of zijn zetel van werkelijke leiding heeft gehad

B.4. Schenking van roerend goed
  • Schenker = natuurlijke persoon of rechtspersoon
  • begiftigde = niet-rijksinwoner

1) Er moet gekeken worden naar het kantoor waar de akte aan de formaliteit wordt onderworpen.

N.B.; niet-verplicht registreerbaar zijnde, kan de akte worden aangeboden op om het even welk kantoor.

2) De ligging van het kantoor bepaalt het bevoegde gewest.

A.B.

TABEL II. Uitgaande van het lokalisatiecriterium

Zie bijlage 1

NAMENS DE MINISTER :

De Administrateur-generaal van de Patrimoniumdocumentatie,

Daniël DE BRONE

De adjunct-Administrateur-generaal

Paul NECKEBROECK

BIJLAGE 1