Circulaire nr. 20/2002 (AFZ 25/2002 - Dos. E.L.T.Z.20) dd. 05.12.2002

CIRC 05.12.02/1

Circulaire nr. 20/2002 (AFZ 25/2002 - Dos. E.L.T.Z.20) dd. 05.12.2002


Betaling van zegelrecht in contanten
Systeem van uitgestelde betaling


In het Belgisch Staatsblad van 30 mei 2002 werden het koninklijk besluit van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg en het ministerieel besluit van 8 mei 2002 genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg bekendgemaakt.

* Het koninklijk besluit werd ingegeven door de noodzaak van de modernisering van de betalingswijzen van het zegelrecht: het is de bedoeling om het gebruik van fiscale plakzegels voor bepaalde akten en geschriften te vervangen door een systeem van uitgestelde betaling in contanten. Daardoor worden in het besluit van de Regent van 18 september 1947 betreffende de uitvoering van het Wetboek der zegelrechten de artikelen 1 en 26 gewijzigd en wordt een nieuw artikel 26bis ingevoegd.

Artikel 64 van voornoemd koninklijk besluit vervangt artikel 1, vierde lid, van het voormeld Regentsbesluit. Voortaan wordt het in bepaalde gevallen mogelijk om het zegelrecht, op basis van periodieke aangiften, te betalen in contanten door middel van driemaandelijkse overschrijvingen. Met andere woorden, het is niet langer verplicht fiscale plakzegels te gebruiken.

Artikel 65 van hetzelfde koninklijk besluit brengt enkel terminologische wijzigingen aan het eerste lid van artikel 26 van voormeld Regentsbesluit aan. Het betreft de verwijzing naar de directeur-generaal van het kadaster, registratie en domeinen als bevoegd orgaan om de notificatie te ontvangen waarbij bankiers hun wil laten blijken om de zegelrechten (zie artikel 11, 1°, 3°, 4° en 6°, W. Zeg.) in contanten te betalen. In het eerste lid, 3°, wordt de verwijzing naar artikel 1, laatste lid, vervangen door de verwijzing naar artikel 1, vierde lid.

Artikel 66 van dit koninklijk besluit voegt een nieuw artikel 26bis in voormeld Regentsbesluit in. Het betreft de voorwaarden die moeten worden nageleefd indien gebruik wordt gemaakt van de door artikel 1 geboden mogelijkheid om het zegelrecht in contanten te betalen.

Deze artikelen treden in werking op 1 januari 2003.

In bijlage 1 gaat een uittreksel uit het koninklijk besluit en de gecoördineerde versie van de artikelen vindt U in bijlage 2.

* Artikel 29, § 1, van het ministerieel besluit bevat de regeling van de betaling van het zegelrecht door de houders van de vervoervergunningen (aan het Bestuur van het Vervoer te Land).

In bijlage 3 gaat een uittreksel uit het ministerieel besluit.

Hierna volgt een eerste commentaar.

1. Koninklijk besluit van 7 mei 2002.
1.1. akten en geschriften

Artikel 64 van dit koninklijk besluit breidt het toepassingsgebied van de door artikel 1, vierde lid, van voormeld Regentsbesluit van 18 september 1947 geboden mogelijkheid om het zegelrecht in contanten te betalen, uit tot de volgende akten en geschriften (art. 8, 13° tot 20° en 22°, W. Zeg.):

  • de aan particulieren afgeleverde uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand en uit de registers gehouden door de ambtenaren van de burgerlijke stand voor de akten betreffende het verkrijgen, het herkrijgen, het behoud en het verlies van nationaliteit; de door ambtenaren van de burgerlijke stand door burgemeesters of door hun afgevaardigden aan particulieren afgeleverde getuigschriften tot attestatie van feiten die blijken uit bedoelde registers (13°);
  • de getuigschriften van identiteit, nationaliteit, domicilie of verblijf en de getuigschriften van goed gedrag en zeden, aan particulieren afgeleverd door burgemeesters of hun afgevaardigden (14°);
  • de akten verleden met tussenkomst van particulieren of die welke hun hetzij in origineel, brevet, uitgifte, afschrift of uittreksel, hetzij onder vorm van getuigschrift, brief of eender welk geschrift worden afgeleverd, om als titel te gelden van een vergunning, verlof of machtiging strekkend tot gebruik van het openbaar of privaat domein van de Staat, provinciėn, gemeenten en openbare instellingen, of tot het uitoefenen van een bedrijvigheid waarvan het monopolie aan die organismen is voorbehouden, al mocht de prijs van de vergunning, verlof of machtiging het karakter van een belasting vertonen ; de akten houdende afstand van rechten spruitend uit een hierboven bedoelde vergunning, verlof of machtiging (15°);
  • de akten verleden of afgeleverd in dezelfde voorwaarden om tot titel te strekken van een machtiging, aanneming of goedkeuring welke ter uitvoering van wetten of reglementen van publiek of administratief recht wordt verleend :
a) tot het uitoefenen van een beroepsbedrijvigheid;
b) om bouwwerken, plantages of onroerende werken van alle aard aan te leggen, te wijzigen, te herstellen of op te ruimen;
c) om een als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk geklasseerde inrichting in te stellen, te wijzigen of te verplaatsen;
d) om uithangborden, boven de openbare weg uitstekende voorwerpen of alle dergelijke voorwerpen die door de reglementen voorzien zijn blijvend aan een gebouw te hechten, te wijzigen of te verplaatsen;
e) om postduiven te houden;
f) om bioscoopfilms te vertonen (16°);

  • de inschrijvingsbewijzen en de verkeersverloven voor motorvoertuigen; de inschrijvingsbewijzen en de bewijzen of licenties van luchtvaardigheid der luchtvaartuigen (17°);
  • de meetbrieven voor schepen en boten, afgeleverd aan belanghebbenden; de akten van vrijstelling van scheepsmeting; de scheepvaartbewijzen; de veiligheidsbewijzen en de bescheiden die ze vervangen; de zeepassen; de eigendomsbewijzen en de nationaliteitsbewijzen der vissersboten (18°);
  • de monsterrollen der koopvaardijschepen en der vissersboten; hun uitgiften, afschriften of uittreksels (19°);
  • de aan de deponenten verstrekte duplicaten van de akten van neerlegging van octrooiaanvragen; die van gedeponeerde beschrijvingen en tekeningen van het voorwerp der uitvindingen (20°);
  • de uitgiften, afschriften of uittreksels uit eender welke akten of bescheiden afgeleverd aan particulieren door de besturen van de staat, de provinciėn, de gemeenten en de openbare instellingen, met uitsluiting van die welke van ambtswege ten titel van kennisgeving worden uitgereikt (22°) .
1.2. Verschuldigde zegelrecht

Deze akten en geschriften zijn onderworpen aan het zegelrecht van 5 euro (art. 8 W. Zeg.).

1.3. Schuldenaars van het zegelrecht
Overeenkomstig artikel 42 en 51 van het Wetboek der zegelrechten, bepaalt het gewijzigde vierde lid van artikel 1 van het Regentsbesluit van 18 september 1947, dat de administratie, de openbare instelling, de ambtenaar van de burgerlijke stand of de burgemeester of zijn afgevaardigde als schuldenaars van het zegelrecht worden aangemerkt voor de akten of geschriften die zij opmaken of die met hun tussenkomst worden verleden.

1.4. Uitgestelde betaling
De artikelen 12 en 22 W. Zeg. poneren het principe dat de in artikel 8 bedoelde akten en geschriften die in België worden opgemaakt, van bij hun opmaking onderworpen zijn aan het zegelrecht. Het kleven van de fiscale plakzegels is hierbij de klassieke betalingswijze.

Dit principe werd bij koninklijk besluit van 12 augustus 1970 doorbroken voor de akten en geschriften die opgemaakt of aanvaard zijn door bankiers of met bankiers gelijkgestelde personen. Aan hen werd toegestaan het verschuldigde zegelrecht in contanten te betalen op basis van periodieke aangiften (artikelen 1, vierde lid, en 26 van het Regentsbesluit).

Het koninklijk besluit van 7 mei 2002 breidt deze mogelijkheid uit voor bepaalde akten en geschriften die worden vermeld in artikel 8 W. Zeg.

1.5. procedure en voorwaarden
Het zegelrecht mag door middel van driemaandelijkse overschrijvingen gekweten worden door de schuldenaar op basis van periodieke aangiften. Deze aangiften worden ingediend op het kantoor der domeinen en penale boeten of, bij ontstentenis van een dergelijk kantoor, op het registratiekantoor dat belast is met het registreren der gerechtelijke akten in wiens ambtsgebied de schuldenaar gevestigd is.

De schuldenaar moet hierbij de voorwaarden naleven die door het nieuwe artikel 26 bis van het Regentsbesluit worden opgelegd. Deze bepaling is duidelijk zodat hier kan worden volstaan met een verkorte weergave van de ingevoerde verplichtingen:

  • de directeur-generaal van Akred wordt vooraf door de schuldenaar bij aangetekende brief genotificeerd van het voornemen om gebruik te maken van de uitgestelde betaling met aanduiding voor welke akten en geschriften;
  • de schuldenaar houdt een repertorium (of een ander bescheid) waarop, volgens volgnummer, de akten en geschriften op een bepaalde wijze worden vermeld. Deze repertoria (of bescheiden) worden bewaard gedurende 5 jaar te rekenen van de laatste inschrijving;
  • op elke akte of elk geschrift wordt het volgnummer en de in artikel 26bis, eerste lid, 4°, vermelde formule aangebracht;
  • binnen de maand na het verstrijken van elk kwartaal wordt op het bevoegde kantoor een in 2 exemplaren opgestelde, gedateerde en gelijkvormig verklaarde aangifte ingediend houdende per soort (1), het aantal akten en geschriften die voor het verlopen kwartaal werden opgesteld of met zijn tussenkomst opgemaakt. Een exemplaar met ontvangstmelding wordt aan de indiener teruggegeven;
  • binnen dezelfde termijn wordt het bedrag van de verschuldigde rechten overgeschreven;
  • vergissingen of verzuimen worden rechtgezet door het indienen van een bijzondere aangifte mits onmiddellijke betaling van de aanvullende rechten. Het teveel betaalde wordt verrekend met de volgende kwartaalstorting:
  • overtredingen worden gestraft met een boete gelijk aan het ontdoken recht, met een minimum van 25 euro.
[(1) Bijvoorbeeld: 25 geschriften krachtens artikel 8, 14°, W. Zeg.; 33 akten krachtens artikel 8, 15°, W. Zeg.]

2. Ministerieel besluit van 8 mei 2002
Overeenkomstig artikel 8, 16°, a), W. Zeg. is het zegelrecht verschuldigd voor de eerste afgifte, de vernieuwing, de vervanging en de afgifte van een duplicaat van het origineel en van de kopieën van de vergunningen nationaal vervoer en communautair vervoer.

Artikel 28, § 1, van dit ministerieel besluit regelt de uitgestelde betaling van het zegelrecht door de aanvrager van de vergunning aan het Bestuur van het Vervoer te Land. Deze administratie kan vervolgens gebruik maken van het systeem van uitgestelde betaling zoals bepaald in de artikelen 64, 65 en 66 van het koninklijk besluit van 7 mei 2002.

NAMENS DE MINISTER :

De adjunct-administrateur-generaal

van de belastingen,

Jean-Marc DELPORTE.



BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 30 mei 2002

7 mei 2002. - Koninklijk besluit betreffende het vervoer van zaken over de weg.


Titel VIII. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs- en slotbepalingen

HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen aan het besluit van de Regent van 18 september 1947 betreffende de uitvoering van het Wetboek der zegelrechten

Art. 64. Artikel 1, vierde lid, van het besluit van de Regent van 18 september 1947 betreffende de uitvoering van het Wetboek der zegelrechten, ingevoegd door het koninklijk besluit van 12 augustus 1970, wordt vervangen door de volgende bepaling:

"Bij afwijking van het eerste lid, mag het recht verschuldigd voor de akten en geschriften bedoeld in artikel 8, 13° tot 20° en 22° en artikel 11, 1°, 3°, 4° en 6° van het Wetboek, gekweten worden in speciën, onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 26 en 26bis van dit besluit, op basis van periodieke aangiften ingediend op het kantoor van het zegel of, bij ontstentenis, op het kantoor der registratie belast met het registreren der gerechtelijke akten.

De verschuldigde rechten worden gekweten :

1° wanneer zij verschuldigd zijn bij toepassing van artikel 8, 13° tot 20° en 22° van het Wetboek, door de administratie, de openbare instelling, de ambtenaar van de burgerlijke stand of de burgemeester of zijn afgevaardigde, voor de akten of geschriften die zij opmaken en voor de akten die met hun tussenkomst worden verleden;

2° wanneer zij verschuldigd zijn bij toepassing van artikel 11, 1°, 3°, 4° en 6° van het Wetboek, door de bankiers en de bij artikel 54 van genoemd Wetboek met bankiers gelijkgestelde personen, voor de akten of geschriften die zij opmaken of aanvaarden.".

Art. 65. In artikel 26, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd door het koninklijk besluit van 12 augustus 1970 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° de woorden "aan de directeur-generaal van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen notificiëren" worden vervangen door de woorden "aan de directeur-generaal van het kadaster, registratie en domeinen notificeren";

2° in 3°, worden de woorden "in artikel 1, laatste lid" vervangen door de woorden "in artikel 1, vierde lid".

Art. 66. In hetzelfde besluit, wordt een artikel 26bis ingevoegd, luidend als volgt:

"De administratie, de openbare instelling, de ambtenaar van de burgerlijke stand of de burgemeester of zijn afgevaardigde die wenst gebruik te maken van de mogelijkheid de rechten verschuldigd voor de akten en geschriften vermeld in artikel 8, 13° tot 20° en 22° van het Wetboek, te kwijten in speciën, moet zich aan de volgende voorwaarden houden :

1° de directeur-generaal van het kadaster, de registratie en de domeinen, vooraf, bij ter post aangetekende brief notificeren dat hij zich verbindt de voorschriften te eerbiedigen, bepaald onder 2° tot 4° hierna, en daarbij nauwkeurig vermelden, verwijzend naar voormeld artikel 8, de soorten akten en geschriften waarvoor de betaling van het recht in speciën zal geschieden;

2° een repertorium of een ander bescheid houden, waarop, volgens een ononderbroken nummering, de akten en geschriften onderworpen aan de belasting ingevolge artikel 8, 13° tot 20° en 22°, van het Wetboek, worden vermeld. De vermelding omvat, benevens het volgnummer, de aard van het geschrift, de persoon aan wie het geschrift werd afgeleverd of met wiens tussenkomst het werd verleden, het aantal aan het zegel onderworpen exemplaren en het bedrag van de verschuldigde rechten. Op elk geschrift vermeld in het repertorium of bescheid wordt zijn volgnummer aangebracht;

3° binnen de maand na het verstrijken van elk burgerlijk kwartaal, moet op het kantoor bedoeld in artikel 1, vierde lid, een in twee exemplaren opgestelde, gedateerde en met zijn geschriften gelijkvormig verklaarde aangifte worden ingediend, die, voor het verlopen kwartaal, het aantal akten en geschriften laat kennen door hem of met zijn tussenkomst opgemaakt en onderworpen aan het zegel krachtens artikel 8, 13° tot 20° en 22° van het Wetboek, per betrokken bepaling. In dezelfde termijn wordt het bedrag van de verschuldigde rechten overgeschreven op de postrekening van het voormeld kantoor. Een exemplaar van de aangifte, bekleed met een ontvangstmelding, wordt teruggegeven aan de aanvrager;

4° op elk geschrift waarvoor het zegelrecht aan de Staat moet worden betaald op aangifte, een zichtbare melding aanbrengen opgesteld als volgt : "Zegelrecht van 5 euro betaald op aangifte door (benaming van de administratie of de openbare instelling).

De leden 2 tot 5 van artikel 26 zijn van toepassing.".



HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
Art. 76. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2003, met uitzondering van de artikelen 73 en 75, tweede lid, die in werking treden op 1 juni 2002.



BIJLAGE 2
Gecoördineerde tekst van de artikelen 1, 26 en 26bis van het Besluit van de Regent van 18 september 1947 betreffende de uitvoering van het Wetboek der zegelrechten zoals hij van toepassing zal zijn met ingang van 1 januari 2003.
Art. 1

(gewijzigd bij artikelen 1 van het koninklijk besluit van 23 april 1951, 1 van het koninklijk besluit van 3 december 1965, 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1967, 1 van het koninklijk besluit van 9 oktober 1967, 1 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1970, 16 van het koninklijk besluit van 11 december 2001 en 64 van het koninklijk besluit van 7 mei 2002).

De betaling van het recht verschuldigd op de in artikelen 4, tweede lid, 5, tweede lid, 8, 11, 14 en 21 van het Wetboek der zegelrechten aangeduide akten en geschriften, moet, onder voorbehoud van wat in de artikelen 31, tweede lid, en 38 van hetzelfde wetboek is gezegd, op bedoelde akten of geschriften vastgesteld worden door middel van het aanbrengen en het onbruikbaarmaken van plakzegels of door middel van de buitengewone zegeling.

Hetzelfde geldt voor het recht verschuldigd op de akten en repertoria respectievelijk bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, en 5, eerste lid, van het Wetboek, wanneer hetzij ingevolge een bijzondere wetsbepaling, hetzij ingevolge een afwijking door de Minister van Financiėn of zijn gemachtigde toegestaan, geen gebruik wordt gemaakt van gezegeld papier dat de administratie zelf verkoopt ;

Het gebruik van plakzegels mag vervangen worden door de zegeling door middel van een machine, overeenkomstig de terzake geldende reglementen.

Bij afwijking van het eerste lid, mag het recht verschuldigd voor de akten en geschriften bedoeld in artikel 8, 13° tot 20° en 22° en artikel 11, 1°, 3°, 4° en 6° van het Wetboek, gekweten worden in speciėn, onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 26 en 26bis van dit besluit, op basis van periodieke aangiften ingediend op het kantoor van het zegel of, bij ontstentenis, op het kantoor der registratie belast met het registreren der gerechtelijke akten.

De verschuldigde rechten worden gekweten :

1° wanneer zij verschuldigd zijn bij toepassing van artikel 8, 13° tot 20° en 22° van het Wetboek, door de administratie, de openbare instelling, de ambtenaar van de burgerlijke stand of de burgemeester of zijn afgevaardigde, voor de akten of geschriften die zij opmaken en voor de akten die met hun tussenkomst worden verleden;

2° wanneer zij verschuldigd zijn bij toepassing van artikel 11, 1°, 3°, 4° en 6° van het Wetboek, door de bankiers en de bij artikel 54 van genoemd Wetboek met bankiers gelijkgestelde personen, voor de akten of geschriften die zij opmaken of aanvaarden.

Art. 26

(Koninklijk besluit van 12 augustus 1970, art. 2, gewijzigd bij artikelen 240 van de wet van 22 december 1989, 1 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 en 65 van het koninklijk besluit van 7 mei 2002)
De bankier of de met een bankier gelijkgestelde persoon die wenst gebruik te maken van de mogelijkheid de rechten verschuldigd voor de door hem opgemaakte of aanvaarde akten en geschriften bedoeld in artikel 11, 1°, 3°, 4° of 6°, van het Wetboek, te kwijten in speciėn, moet vooraf, bij ter post aangetekende brief, aan de directeur-generaal van het kadaster, registratie en domeinen notificeren dat hij zich verbindt de volgende voorschriften te eerbiedigen, en daarbij nauwkeurig vermelden, verwijzend naar voormeld artikel 11, de soorten akten en geschriften waarvoor de betaling der rechten in speciėn zal geschieden.

1° De bankier of de ermee gelijkgestelde persoon moet een boekhouding houden die toelaat het aantal afsluitingen en uittreksels uit rekening te bepalen die, ingevolge artikel 11, 4°, van het Wetboek, aan het recht onderworpen zijn.

2° De bankier of de ermee gelijkgestelde persoon moet repertoria of andere bescheiden houden waarop, volgens een ononderbroken nummering, de akten en geschriften onderworpen aan de belasting ingevolge artikel 11, 1°, 3° of 6°, van het Wetboek, worden vermeld van zodra zij opgemaakt of aanvaard zijn. De vermelding omvat, benevens het volgnummer, de aard van de verrichting, de naam van de klant, het aantal aan het zegel onderworpen exemplaren en het bedrag van de verschuldigde rechten, op elk geschrift vermeld in het repertorium of bescheid wordt zijn volgnummer aangebracht.

3° Binnen de maand na het verstrijken van elk burgerlijk kwartaal moet de bankier of de ermee gelijkgestelde persoon, op het kantoor bedoeld in artikel 1, vierde lid, een in twee exemplaren opgestelde, gedateerde en met zijn geschriften gelijkvormig verklaarde aangifte indienen die laat kennen, voor het verlopen kwartaal, enerzijds het aantal door hem opgemaakte of aanvaarde exemplaren van de akten en geschriften onderworpen aan het zegel ingevolge artikel 11, 1°, 3° of 6°, en anderzijds het aantal door hem opgemaakte afsluitingen en uittreksels uit rekening onderworpen aan het zegel ingevolge artikel 11, 4°. In dezelfde termijn wordt het bedrag der verschuldigde rechten overgeschreven op de postcheckrekening van het voormeld kantoor. Een exemplaar van de aangifte, bekleed met een ontvangstmelding, wordt teruggegeven aan de aanvrager.

4° De geschriften waarvoor het zegelrecht aan de Staat moet betaald worden op aangifte worden bekleed met een zichtbare melding als volgt opgesteld: "Zegelrecht van 0,15 EUR betaald op aangifte door (maatschappelijke naam van de bankier of de ermee gelijkgestelde persoon)".

De Minister van Financiėn of zijn afgevaardigde mogen, onder de voorwaarden die zij vaststellen, afwijkingen van de bepalingen van onderhavig artikel toestaan.

Indien er, na verificatie, vergissingen of verzuimen vastgesteld worden in de aangiften, wordt op het bevoegd kantoor een bijzondere aangifte ingediend die de gevolgen van de verbetering dezer vergissingen of verzuimen laten kennen. De aanvullende rechten moeten onmiddellijk na de vaststelling der vergissingen of verzuimen betaald worden. Ingeval van overdreven betaling wordt het teveel betaalde aangerekend op het bedrag van de volgende storting, onder voorbehoud van het controlerecht van de administratie.

De repertoria of andere bescheiden gehouden in uitvoering van het 2° hierboven, moeten bewaard worden gedurende vijf jaar, te rekenen van de laatste inschrijving.

Voor elke overtreding van de bepalingen van onderhavig artikel wordt een boete opgelopen gelijk aan het opeisbaar recht, met minimum van 25,00 EUR.

Art. 26bis

(Ingevoegd bij artikel 66 van het koninklijk besluit van 7 mei 2002)
De administratie, de openbare instelling, de ambtenaar van de burgerlijke stand of de burgemeester of zijn afgevaardigde die wenst gebruik te maken van de mogelijkheid de rechten verschuldigd voor de akten en geschriften vermeld in artikel 8, 13° tot 20° en 22° van het Wetboek, te kwijten in speciën, moet zich aan de volgende voorwaarden houden :

1° de directeur-generaal van het kadaster, de registratie en de domeinen, vooraf, bij ter post aangetekende brief notificeren dat hij zich verbindt de voorschriften te eerbiedigen, bepaald onder 2° tot 4° hierna, en daarbij nauwkeurig vermelden, verwijzend naar voormeld artikel 8, de soorten akten en geschriften waarvoor de betaling van het recht in speciën zal geschieden;

2° een repertorium of een ander bescheid houden, waarop, volgens een ononderbroken nummering, de akten en geschriften onderworpen aan de belasting ingevolge artikel 8, 13° tot 20° en 22°, van het Wetboek, worden vermeld. De vermelding omvat, benevens het volgnummer, de aard van het geschrift, de persoon aan wie het geschrift werd afgeleverd of met wiens tussenkomst het werd verleden, het aantal aan het zegel onderworpen exemplaren en het bedrag van de verschuldigde rechten. Op elk geschrift vermeld in het repertorium of bescheid wordt zijn volgnummer aangebracht;

3° binnen de maand na het verstrijken van elk burgerlijk kwartaal, moet op het kantoor bedoeld in artikel 1, vierde lid, een in twee exemplaren opgestelde, gedateerde en met zijn geschriften gelijkvormig verklaarde aangifte worden ingediend, die, voor het verlopen kwartaal, het aantal akten en geschriften laat kennen door hem of met zijn tussenkomst opgemaakt en onderworpen aan het zegel krachtens artikel 8, 13° tot 20° en 22° van het Wetboek, per betrokken bepaling. In dezelfde termijn wordt het bedrag van de verschuldigde rechten overgeschreven op de postrekening van het voormeld kantoor. Een exemplaar van de aangifte, bekleed met een ontvangstmelding, wordt teruggegeven aan de aanvrager;

4° op elk geschrift waarvoor het zegelrecht aan de Staat moet worden betaald op aangifte, een zichtbare melding aanbrengen opgesteld als volgt : "Zegelrecht van 5 euro betaald op aangifte door (benaming van de administratie of de openbare instelling).

De leden 2 tot 5 van artikel 26 zijn van toepassing.

BIJLAGE 3
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 30 mei 2002

8 mei 2002. ¾ Ministerieel besluit genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg


TITEL II. - Vervoervergunningen


HOOFDSTUK III. - Ondernemingen gevestigd in België. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de vergunningen nationaal vervoer en de vergunningen communautair vervoer


Afdeling 6. - Zegelrechten en retributies

Art. 29
§ 1. Het met het zegelrecht overeenstemmende bedrag verschuldigd voor de eerste afgifte, de vernieuwing, de vervanging en de afgifte van een duplicaat van het origineel en van de kopieën van de vergunningen nationaal vervoer en van de vergunningen communautair vervoer, wordt gevraagd op het ogenblik van die verrichtingen.

Dit bedrag wordt op de rekening van het Bestuur van het Vervoer te Land overgeschreven door de houders van de in lid 1 bedoelde vervoervergunningen, binnen de dertig dagen na de uitgifte van het desbetreffende verzoek tot betaling.

§ 2. De door de houders van de in § 1 bedoelde vervoervergunningen verschuldigde retributie wordt op de rekening van de v.z.w. Instituut voor Wegtransport overgeschreven binnen de dertig dagen na de uitgifte van het desbetreffende verzoek tot betaling.

Art. 48
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2003.