Circulaire 2019/C/60 betreffende de belasting voor aanplakking

Belasting voor aanplakking

FOD Financiën, 02.07.2018

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Grote Ondernemingen

BIJLAGEN: 3

Inhoudstafel

1. Voorwerp van de belasting

1.1. Wat wordt bedoeld met ‘plakbrief’ in de zin van deze wetgeving?

1.2. Voorwaarden die vervuld moeten zijn opdat de belasting verschuldigd zou zijn

1.2.1. Het moet gaan om een 'plakbrief' waarvan de oppervlakte groter is dan 1 vierkante meter

1.2.2. De 'plakbrief' moet publiek zichtbaar zijn

2. Uitzondering: Uithangborden

3. Tarief

3.1. Basisregime: 0,50 euro per m2 of per breuk van één m2

3.2. Maximum voor affiches van gewoon papier die zonder enige bescherming op panelen worden geplakt

3.3. Jaarlijkse belasting in geval van lichtaankondigingen en aankondigingen door middel van lichtprojecties

4. Verplaatsing en herstelling

4.1. Verplaatsing

4.2. Vervanging of herstelling

4.3. Wijziging van plakbrieven

4.3.1. Principe

4.3.2. Uitzondering

5. Informatie over de correcte wijze van berekening

5.1. Basisregel van artikel 193: trekken van een rechthoek

5.2. Plakbrief die bestaat uit verscheidene al dan niet evenwijdige vlakken, die de vorm heeft van een voorwerp

5.3. Plakbrief die de vorm heeft van een voorwerp, of een aankondiging die is aangebracht op een voorwerp dat ook een ander nut heeft dan het maken van publiciteit

5.4. Begrensde oppervlakte

5.5. Sponsors

5.6. Logo's

6. Hoofdelijkheid

6.1. Belanghebbende en ondernemer van aanplakking

6.2. Aanduiden van een mandataris

6.3. Drukkers en andere vergunninghouders

7. De aangifte

7.1. De verplichting tot aangeven

7.2. Het invullen van de aangifte

7.3. Het gelijktijdig aangeven van verschillende plakbrieven

7.4. Aangifte op basis van verwachte aanplakkingen

8. Verjaringstermijnen

8.1. Teruggave

8.2. Invordering

9. Boetes en andere sancties

9.1. Boete ingeval van aanplakking zonder betaling van de belasting

9.2. In beslagname en vernietiging

9.3. Overtredingen begaan tegen de verplichtingen die in de Uitvoeringsbesluiten worden opgelegd inzake het bijhouden van registers en meer algemeen inzake de uitvoering van de bepalingen van de titel van het W.DRT dat betrekking heeft op de belasting op aanplakking

9.4. Verplichting tot het verlenen van inzage in repertoria, registers, boeken, en alle andere bescheiden in verband met de verrichtingen inzake aanplakking

10. Niet-akkoord met de belasting en/of de toegepaste boetes – procedure

11. Bevoegde diensten

11.1. Dienst waar de aangifte dient naartoe gezonden worden en aan wie de taks moet betaald worden

11.2. Dienst waarbij nadere uitleg kan bekomen worden over de vestiging van de belasting

Naar aanleiding van het niet langer belasten van plakbrieven waarvan de oppervlakte niet groter is dan één vierkante meter, het afschaffen van de traditionele mogelijkheid tot kwijten van de belasting die bestond uit het aanbrengen en onbruikbaar maken van fiscale zegels, en de herbevestiging van het essentiële karakter van het principe van de hoofdelijkheid, leek het noodzakelijk om bepaalde punten van de wetgeving inzake de taks op de aanplakking te herhalen, in herinnering te brengen, te bevestigen en verder toe te lichten.

Onder bijlage 1 vindt men een overzicht van de belangrijkste definities van de gebruikte begrippen, onder bijlage 2 de relevante wettelijke bepalingen, en onder bijlage 3 een model van het formulier dat kan gebruikt worden om de belasting aan te geven.

1. Voorwerp van de belasting

Overeenkomstig artikel 188 van het Wetboek der diverse rechten en taksen (W.DRT) viseert de belasting op aanplakking om het even welke plakbrief die voor het publiek zichtbaar is, en waarvan de oppervlakte groter is dan 1 vierkante meter. Het gaat eigenlijk om een belasting op het voeren van publiciteit.

De volgende toelichtingen kunnen worden gegeven.

1.1. Wat wordt bedoeld met ‘plakbrief’ in de zin van deze wetgeving?

Het Hof van cassatie (arrest van 20.06.1978; Arr. Cass., 178, pp. 1220-1222) heeft geoordeeld dat uit het samenlezen van de artikelen 188 tot 192 van het W.DRT moet worden afgeleid deze belasting slaat op 'elk vast of beweeglijk, al dan niet duurzaam visueel reclame- of publicatiemiddel, door welk procédé ook tot stand gebracht'.

Zie ook het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 74/2013 van 30.05.2013, rubriek B 16.2, laatste lid – B.S., 13.09.2013, waarin de voormelde zienswijze wordt bevestigd.

Dit betekent dat de stof of het materieel waaruit het voorwerp bestaat waarmee publiciteit gevoerd wordt geen invloed heeft op het al dan niet verschuldigd zijn van de belasting. Het gaat bijgevolg geenszins om een belasting die beperkt is tot een plakbrief of affiche in de eigenlijke zin van het woord. Ze kan daarentegen verschuldigd zijn op allerlei voorwerpen, zoals bijvoorbeeld: zonneschermen, presenteervoorwerpen, afbakeningslinten, windschermen, voer- en vaartuigen, vliegtuigen, luchtballonnen, enz.

Ze viseert ook lichtaankondigingen en de aankondigingen bij middel van lichtprojecties (zie artikel 191 W.DRT) en publiciteit op muren (zie artikel 231 en 232 van de Uitvoeringsbesluiten van het W.DRT).

Het gaat evenmin alleen over commerciële publiciteit die enkel de handelssector zou treffen. Ze betreft, behalve in geval van een uitdrukkelijke en specifieke vrijstelling (zie artikel 198 van het W.DRT), alle gebieden van de menselijke activiteit.

1.2. Voorwaarden die vervuld moeten zijn opdat de belasting verschuldigd zou zijn

1.2.1. Het moet gaan om een 'plakbrief' waarvan de oppervlakte groter is dan 1 vierkante meter

Er dient evenwel mee rekening gehouden worden dat, overeenkomstig artikel 193 W.DRT, twee gelijke of gelijkaardige aankondigingen die naast elkaar geplaatst of derwijze bij elkaar geplaatst zijn dat ze één geheel vormen, voor de toepassing van deze regel als één moeten beschouwd worden. Twee of meer aankondigingen die elk op zich beschouwd niet meer dan 1 vierkante meter zijn worden op die manier, op voorwaarde dat de oppervlakte van het geheel wel de vereiste minimumoppervlakte bereikt, toch belastbaar (vb. een sandwichbord, een aan beiden zijden bedrukt calico).

OnbelastbaarOnbelastbaarBelastbaar

1.2.2. De 'plakbrief' moet publiek zichtbaar zijn

Het gaat hier om 'plakbrieven' aangebracht op een publieke of openbare plaats. Met openbare plaatsen wordt niet alleen bedoeld de straten, de pleinen, de openbare wegen, de overheidsgebouwen, doch tevens ook plaatsen en gebouwen die door hun bestemming toegankelijk geacht worden te zijn voor het algemene publiek, zoals bijvoorbeeld de cafés, restaurants, winkels, enz.

Een plaats houdt niet op openbaar te zijn doordat bij het toelaten van het publiek sommige eisen betreffende leeftijd, geslacht, vergoeding of toegangsgeld gesteld worden, en het is niet nodig, opdat een plaats openbaar zou zijn, dat zij bestendig voor het publiek toegankelijk is.

2. Uitzondering: Uithangborden

De belasting is niet verschuldigd indien de 'plakbrief' als uithangbord fungeert (zie artikel 194 W.DRT).

Het begrip 'uithangbord' dient men in de brede zin te interpreteren. Het beperkt zich niet tot het herkenningsteken dat gewoonlijk op de voorgevel van een huis of boven de ingangsdeur van een onroerend goed aangebracht is. Men neemt aan dat het zich uitbreidt tot al de aanwijzingen over de bedrijvigheid die plaats vindt daar waar het uithangbord werd aangebracht, en op de voertuigen die men uitsluitend voor de uitoefening van zijn activiteit gebruikt.

De publiciteit op de bestelwagens en andere voertuigen van een fabrikant behouden bijvoorbeeld het karakter van uithangbord zolang deze worden aangewend voor een gebruik dat kadert binnen hun normale beroepsactiviteiten.

Om niet aan de belasting onderworpen te zijn is vereist dat het uithangbord geen publiciteit in het voordeel van een derde bevat. In winkels die door een fabrikant uitgebaat worden heeft enkel de publiciteit gemaakt voor door hem vervaardigde producten het karakter van uithangbord, en dus niet gelijksoortige producten vervaardigd door andere fabrikanten.

Als voorbeelden van een uithangbord, waarop de belasting dus niet verschuldigd is kunnen worden gegeven:

- een bord met de vermelding 'bakkerij X' of 'slagerij Z' dat hangt op de plaats waar de bakkerij of de slagerij gevestigd is;

- een luchtballon waarop de naam van de firma voorkomt die de luchtballon exploiteert, diens normale bedrijvigheid is immers vliegen (een luchtballon waarop publiciteit voor een andere firma voorkomt is daarentegen aan de belasting onderworpen);

- een werfdoek die een aannemer tijdens zijn de werken op de werf heeft geplaatst;

- aankondigingen in een bioscoop van de films die er te zien zijn.

De publiciteit die men plaatst daar waar men tijdelijk activiteiten uitoefent beschouwt men ook als uithangborden. Deze publiciteit verliest haar karakter van uithangbord op het einde van de activiteit. Vanaf dat ogenblik is deze publiciteit belastbaar, zelfs wanneer de werken nog voorlopig of definitief in ontvangst moeten genomen worden.

De publiciteitsborden die een onderneming plaatst in de buurt om haar aanwezigheid kenbaar te maken zijn geen uithangborden, met uitzondering van deze die door de ligging van het bedrijf nodig zijn om het bedrijf te vinden. Dit is onder andere het geval voor de publiciteitsborden bij de toegang in een winkelcentrum tot de achterliggende winkels.

Wanneer een opschrift dat een uithangbord uitmaakt, daarenboven reclame of publiciteit in het voordeel van een derde bevat, is de belasting natuurlijk slechts verschuldigd uit hoofde van die reclame of publiciteit, en wordt zij uitsluitend berekend volgens de oppervlakte welke die reclame of publiciteit inneemt.

3. Tarief

3.1. Basisregime: 0,50 euro per m2 of per breuk van één m2

Volgens artikel 190 W.DRT geldt een tarief van 0,50 euro per vierkante meter of breuk van vierkante meter. Ook op de fractie die de volle vierkante meter overstijgt is dus 0,50 euro verschuldigd.

Vb. 3m*1,5 m geeft een belastbare oppervlakte van 4,50 m2. De taks is verschuldigd op de volle 4 vierkante meter aan 0,50 euro per vierkante meter + 0,50 euro voor de fractie die die 4 vierkante meter overstijgt: 4*0,5 euro + 0,50 euro = 2,5 euro.

Concreet betekent dit dat er altijd een afronding naar boven tot de hogere vierkante meter plaatsvindt.

3.2. Maximum voor affiches van gewoon papier die zonder enige bescherming op panelen worden geplakt

In dat geval geldt een maximum van 5 euro.

Gewoon papier zonder bescherming is papier dat niet werd geproduceerd of behandeld om de levensduur te verlengen.

Dit is papier gemaakt van houtpulp, ongeacht de kwaliteit, met een dikte die kleiner is dan een vierde van een millimeter. Dit komt ongeveer overeen met een papier gewicht van 225 gram. Het papier mag niet vernist, noch op een andere manier behandeld zijn om de levensduur te verlengen.

De beperking tot 5 euro geldt evenmin voor plakbrieven die men achter een doorzichtige wand plaatst of waar men een plastic folie op kleeft. Synthetisch papier en papier in andere materialen zijn uitgesloten van deze beperking.

Met 'karton', dat geen gewoon papier is, bedoelt men papier dikker dan 0,25 millimeter.

3.3. Jaarlijkse belasting in geval van lichtaankondigingen en aankondigingen door middel van lichtprojecties

Overeenkomstig artikel 191 W.DRT worden lichtaankondigingen en de aankondigingen bij middel van lichtprojecties, met meervoudige en achtereenvolgende, al dan niet afwisselende advertenties, onderworpen aan een taks gelijk aan vijfmaal de normale belasting van artikel 190 (5 * 0,5 of 2,5 euro per vierkante meter of breuk van vierkante meter). De taks is verschuldigd per kalenderjaar.

Uiteraard geldt het maximum van 5 euro hier niet aangezien dit maximum slaat op affiches op gewoon papier.

Het jaarlijkse tarief is van toepassing bijvoorbeeld in geval van projecties op een bioscoopscherm, digitale boarding, digitale schermen, enz. Het aantal getoonde boodschappen noch de duurtijd ervan speelt hierbij een rol.

Bij een publiciteit waarbij men enkel een deel gebruikt voor lichtprojectie, is het deel dat dient voor de lichtprojectie onderhevig aan de jaarlijkse taks en het overige deel aan de eenmalige taks.

Neonreclames en andere plakbrieven waarbij de plakbrief verlicht is, zijn geen lichtprojectie voor de toepassing van deze wetgeving. Ze zijn onderworpen aan de normale, in principe eenmalige, belasting. Het is pas op het ogenblik dat de publicitaire boodschap geen deel uitmaakt van het scherm dat de jaarlijkse taks verschuldigd is.

4. Verplaatsing en herstelling

4.1. Verplaatsing

Het verplaatsen van de plakbrief van de ene locatie naar een andere leidt tot het opnieuw verschuldigd worden van de belasting. Overeenkomstig artikel 233 van de Uitvoeringsbesluiten van het W.DRT geldt dit nietvoor voer- of vaartuigen, of meer algemeen gesteld, voor publiciteit die aangebracht is op allerlei bewegende objecten.

Het is bijgevolg niet zo dat de belasting opnieuw verschuldigd wordt telkens een voertuig uitrijdt of een luchtvaartuig opstijgt.

Een luchtballon blijft bijvoorbeeld jarenlang in gebruik en kan talloze keren opstijgen zonder dat de taks opnieuw verschuldigd wordt.

Evenzeer is het zo dat wordt aangenomen dat het feit dat een plakbrief gedurende zekere tijd aan het zicht van het publiek onttrokken wordt, en vervolgens terug aangebracht wordt op exact dezelfde plaats waar hij zich oorspronkelijk bevond, niet als een verplaatsing beschouwd moet worden. Op die manier is bijvoorbeeld geen nieuwe belasting verschuldigd telkens een bepaalde plakbrief die werd aangebracht in een publiciteitsdrager waarbinnen verschillende plakbrieven roteren aan het zicht verschijnt, en evenmin indien een windscherm dat wegens slechte weeromstandigheden weggehaald werd opnieuw opgehangen wordt.

4.2. Vervanging of herstelling

Wanneer een plakbrief vervangen wordt is degene die er voor in de plaats komt aan een nieuwe belasting onderworpen, behoudens wanneer deze volkomen gelijk is aan de eerste.

Het herstellen van een plakbrief geeft geen aanleiding tot het betalen van een nieuwe taks. Dit geldt ook voor de publiciteit aangebracht op bewegende objecten.

Het overkleven van een papieren affiche zonder bescherming omdat deze door de weersomstandigheden beschadigd, werd is een herstelling.

4.3. Wijziging van plakbrieven

4.3.1. Principe

Elke, zelfs gedeeltelijke, wijziging toegebracht aan een plakbrief heeft een nieuwe belasting tot gevolg, ongeacht het aangewende procedé. Die nieuwe belasting wordt berekend volgens de totale oppervlakte van het gedeelte van de plakbrief waaraan een wijziging werd aangebracht.

4.3.2. Uitzondering

Artikel 238 van de Uitvoeringsbesluiten van het W.DRT voorziet in een uitzondering op dit principe in geval van afstand van een handelszaak, een verandering van woonplaats of een wijziging van de naam of van de maatschappelijke firma. Wijzigingen over die gegevens mogen worden aangebracht zonder dat een nieuwe belasting verschuldigd wordt, op voorwaarde evenwel dat de administratie voorafgaandelijk van de geplande wijziging in kennis werd gesteld.

5. Informatie over de correcte wijze van berekening

5.1. Basisregel van artikel 193: trekken van een rechthoek

Volgens art. 193 W.DRT is de belastbare oppervlakte bepaald door de oppervlakte van de rechthoek waarvan de kanten lopen door de uiterste punten van de gedaante der aankondiging. Meerdere gelijkaardige naast elkaar geplaatste plakbrieven vormen één geheel. Dit kan consequenties hebben op het al dan niet belastbaar zijn van de plakbrief (zie hierover punt 1.2.1).

De werkwijze om de oppervlakte zoals voorzien in art. 193 te berekenen is de volgende:

1. Bereken de afstand tussen het bovenste en onderste uiterste punt van de publiciteit.

2. Bereken daarna de afstand tussen het linker en rechter uiterste punt van de publiciteit.

3. Bereken de oppervlakte van de rechthoek die door die uiterste punten gaat.

Wanneer de plakbrief een rechthoekige vorm heeft, stemt de belastbare oppervlakte overeen met de werkelijke oppervlakte van de plakbrief. Indien een plakbrief niet de vorm van een rechthoek heeft (een cirkel bijvoorbeeld) komt men aldus uit op een belastbare oppervlakte die groter is dan de werkelijke oppervlakte van de plakbrief zelf.

De berekening gebeurt op basis van de werkelijk zichtbare oppervlakte, de oppervlakte van de publiciteit die het publiek kan zien van op de verschillende plaatsen waar het zich kan vinden. Het gedeelte van een voorwerp dat blijvend op de grond rust (het ondervlak) is bijvoorbeeld voor het publiek onzichtbaar, en moet van de totale oppervlakte afgetrokken worden om tot de belastbare oppervlakte te komen.

Het is evenwel zo dat om van de belastbare oppervlakte afgetrokken te mogen worden het zo moet zijn dat een bepaalde oppervlakte gedurende de ganse gebruiksduur van een object onzichtbaar blijft, en dat het bijgevolg niet volstaat dat een deel van het voorwerp op bepaalde momenten niet zichtbaar is. Vanaf het ogenblik dat een deel van een object (ongeacht of het gaat om de onderkant, bovenkant of een zijkant) op een bepaald ogenblik zichtbaar geweest is wordt de belasting op dat deel verschuldigd.

5.2. Plakbrief die bestaat uit verscheidene al dan niet evenwijdige vlakken, die de vorm heeft van een voorwerp

Als een publiciteit uit verschillende vlakken bestaat die zo samengebracht zijn dat zij één geheel vormen is de belastbare oppervlakte gelijk aan de som van de oppervlakte van elk met publiciteit bedrukt vlak waarbij de oppervlakte van een vlak gelijk is aan de oppervlakte van de rechthoek die door de uiterste punten gaat van de publiciteit. De met publiciteit bedrukte vlakken moeten zo aangebracht zijn dat zij een geheel vormen.

De vlakken moeten niet gelijktijdig of permanent zichtbaar zijn. Het is voldoende dat zij vanuit een bepaalde positie of gedurende beperkte tijd voor het publiek zichtbaar zijn om ze belastbaar te maken.

5.3. Plakbrief die de vorm heeft van een voorwerp, of een aankondiging die is aangebracht op een voorwerp dat ook een ander nut heeft dan het maken van publiciteit

Wanneer de 'plakbrief' de vorm heeft van een voorwerp (bijvoorbeeld imitatiekoopwaren of imitatieverpakkingen), of wanneer een aankondiging is aangebracht op een voorwerp dat ook een ander nut heeft dan maken van publiciteit (zoals bijvoorbeeld een zonnescherm, een presenteervoorwerp, een afbakeningslint, een windscherm, een luchtballon) mag de werkelijke oppervlakte van het voorwerp als de belastbare oppervlakte voor de berekening van de belasting genomen worden.

De berekening mag gebeuren op basis van de technische gegevens van de geproduceerde plakbrief. Het is aan de belastingschuldige om deze te berekenen en onder controleerbare vorm voor te leggen tijdens een controle. Dit mag aan de hand van de technische informatie die deel uitmaakt van een bestelling. De schuldenaar van de belasting mag vertrekken van technische fabricagegegevens waaruit de werkelijke oppervlakte blijkt. Bij een ontwerp dat ontworpen wordt met behulp van 3D-software mag men de software de oppervlakte laten berekenen.

De administratie aanvaardt dat de belastbare oppervlakte van een luchtballon in uitvoering van artikel 193 W.DRT op forfaitaire basis wordt vastgesteld, d.i. aan de hand van het volume van de ballon in kubieke meter en volgens de schalen van onderstaande tabel met als basis 150 euro tot 1.000 m³ telkens te verhogen met 10 euro per bijkomende schijf van 400 m³.

Inhoud in m³

Verschuldigde aanplakkingstaks euro

ondergrens

bovengrens

1000

150

1001

1400

160

1401

1800

170

1801

2200

180

2201

2600

190

2601

3000

200

3001

3400

210

3401

3800

220

3801

4200

230

4201

4600

240

4601

5000

250

5001

5400

260

5401

5800

270

5801

6200

280

6201

6600

290

6601

7000

300

7001

7400

310

7401

7800

320

7801

8200

330

8201

8600

340

8601

9000

350

9001

9400

360

9401

9800

370

9801

10200

380

10201

10600

390

10601

11000

400

11001

11400

410

11401

11800

420

11801

12200

430

12201

12600

440

12601

13000

450

13001

13400

460

13401

13800

470

13801

14200

480

14201

14600

490

14601

15000

500

15001

15400

510

15401

15800

520

15801

16200

530

16201

16600

540

16601

17000

550

17001

17400

560

17401

17800

570

17801

18200

580

18201

18600

590

18601

19000

600

19001

19400

610

19401

19800

620

19801

20200

630

20201

20600

640

20601

21000

650

21001

21400

660

5.4. Begrensde oppervlakte

Voor duidelijk begrensde publiciteit mag als belastbare oppervlakte de oppervlakte binnen de grenzen van de publiciteit genomen worden. Dit betekent dat de belastingschuldige de afmetingen van die begrenzing moet kunnen voorleggen. In het tegenovergestelde geval is het de oppervlakte van het voorwerp of de plakbrief.

Indien deze berekening problemen oplevert, mag men er uiteraard voor kiezen om de oppervlakte van het voorwerp of de totale oppervlakte van de plakbrief als belastbare basis nemen.

5.5. Sponsors

Datgene dat vermeld staat onder punt 5.4. is niet relevant ten aanzien van de namen van 'sponsors' die op de plakbrief van een gesponsorde manifestatie voorkomen. Daar de aanduiding van de sponsors zonder de aankondiging van de manifestatie niet voorstelbaar is, moet men aannemen dat de plakbrief slechts één enkele publiciteitsaankondiging bevat. Deze geeft dan ook aanleiding tot de heffing van één enkele taks, rekening houdend met de totale oppervlakte van de plakbrief.

5.6. Logo's

Een logo is een grafische uiting die bijvoorbeeld met een bedrijfs- of productnaam geassocieerd wordt. Een logo kan worden gevormd door een beeldmerk (tekening), een woordmerk (de merknaam geschreven in een bepaalde lettertype en grootte) of combinatie van beide. Het logo kan daarnaast ook een pay-off (een benaming die gehanteerd wordt voor de zin die achter een merknaam geplaatst wordt) of slogan bevatten. Een logo kan bijgevolg een combinatie zijn van vier basiselementen: woordmerk, beeldmerk, kleur en typografie. Indien een logo bestaat uit verschillende basiselementen is het het volledige logo, en niet een van zijn componenten, dat het voorwerp uitmaakt van de publiciteit, en dat de basis voor de belasting vormt.

Indien een logo aangewend wordt om de totale oppervlakte te bedekken van een voorwerp dat op zichzelf geen reclame of publiciteit uitmaakt, bestaat de belastbare oppervlakte dan ook uit deze totale oppervlakte. Met andere woorden, men mag er niet van uitgaan dat de publiciteit beperkt is tot de oppervlakte van het woordmerk of beeldmerk. De totale oppervlakte van het voorwerp stemt dan overeen met de oppervlakte van de publiciteit.

Indien een niet-omkaderd logo niet de totale oppervlakte op een plakbrief bestrijkt of op een achtergrond is aangebracht die groter is, beperkt de belastbare oppervlakte zich niet tot de oppervlakte van het logo. Aangezien het niet om een begrensde oppervlakte gaat, gelden de normale regels van artikel 193 W.DRT, en niet deze die werd uiteengezet onder punt 5.4.

6. Hoofdelijkheid

6.1. Belanghebbende en ondernemer van aanplakking

Overeenkomstig artikel 195 van het W.DRT zijn de belasting en de boete hoofdelijk verschuldigd door:

- de persoon die er belang bij heeft dat de plakbrief wordt aangebracht;

- de ondernemer van aanplakking.

De belanghebbende is de persoon van wie de publiciteit uitgaat, de adverteerder, de persoon of firma wiens naam op de gevoerde publiciteit voorkomt.

Als ondernemer van aanplakking fungeren al degenen die zich voor rekening van derden bezighouden met het plaatsen en het onderhouden van 'plakbrieven' in de zin die aan dit begrip wordt gegeven onder punt 1. Het gaat bijvoorbeeld om: publiciteitsagentschappen, advertentie- of reclamekantoren, affichage-ondernemingen, de exploitant van luchtballonnen waarop reclame of publiciteit voorkomt.

Deze hoofdelijkheid is essentieel om de belangen van de Schatkist te waarborgen: zie het arrest 163/2004 van 28.10.2004 van het Arbitragehof (zie rubriek B.11, voorlaatste lid, B.S.,16.11.2004).

Het Hof deed de volgende zeer duidelijke uitspraak: 'De hoofdelijkheid die wordt opgelegd aan de persoon die belang erbij heeft dat de plakbrief wordt aangebracht en aan de ondernemer van aanplakking kan objectief en redelijk worden verantwoord, rekening houdend met de doelstelling die erin bestaat de belangen van de Schatkist te vrijwaren en met de winst die beide personen uit de aanplakking halen'.

Als gevolg van deze hoofdelijkheid kunnen beiden schuldenaren van de belasting door de Administratie aangesproken worden om deze te voldoen. Het is niet zo dat daar een volgorde bij zou moeten gerespecteerd worden.

Evenmin is het zo dat het resultaat van een controle uitgevoerd bij één van de hoofdelijke schuldenaren van de belasting ter goedkeuring zou moeten worden voorgelegd aan de andere hoofdstedelijke schuldenaar. Het is hierbij irrelevant of de gecontroleerde schuldenaar van de belasting al dan niet, op basis van hun onderlinge contractuele verhoudingen, verhaal kan halen bij een andere hoofdelijke schuldenaar van de belasting. De administratie is immers een derde die buiten contractuele afspraken staat die eventueel tussen de ondernemer van aanplakking en de belanghebbende van de publiciteit zijn gemaakt.

Men kan zich ook niet aan zijn verplichtingen onttrekken door te beweren dat men van oordeel was dat een andere hoofdelijke schuldenaar van de belasting zich met de aangifte en de betaling van de belasting ging belasten, of dat onderling daarover afspraken werden gemaakt als blijkt dat deze door de andere partij niet gerespecteerd zijn, aangezien dergelijke afspraken niet tegenstelbaar zijn aan de administratie.

Daarentegen is het uiteraard niet zo dat dezelfde belasting twee keer moet betaald worden. De hoofdelijke schuldenaren van de belasting hebben er bijgevolg alle belang bij om alle gegevens (via vermeldingen op facturen, door het bijhouden in registers, via vermelding in de boekhouding, door het bewaren van een kopie van de eigen aangifte of van die van de andere partij die hiervoor ingestaan heeft) bij te houden die de betaling ervan bewijzen, en dit zolang de rechtsvordering van de Staat niet is verjaard, met andere woorden zes jaar nadat het belastbaar feit zich heeft voorgedaan (zie artikel 202/8 van het W.DRT).

6.2. Aanduiden van een mandataris

Een schuldenaar van de belasting kan een mandataris aanduiden die in zijn naam en voor zijn rekening de aangifte indient. Een dergelijke aanduiding heeft niet tot gevolg dat men de hoedanigheid van schuldenaar van de belasting verliest.

6.3. Drukkers en andere vergunninghouders

Het thans opgeheven artikel 240/1 van het W.DRT maakte het in het verleden mogelijk dat iemand die geen schuldenaar van de belasting was een vergunning kreeg tot het indienen van aangiften en het betalen van de belasting. Om een dergelijke vergunning te bekomen diende men een verklaring te onderschrijven waarbij de mandataris zich solidair verantwoordelijk verklaarde met de verschuldigde taksen en boeten.

Het bewuste artikel sprak over de fabrikant van de plakbrief, en in de praktijk waren het vaak drukkers aan wie een dergelijke vergunning werd afgeleverd. Door het verdwijnen van de bewuste wettelijke bepaling is het niet meer mogelijk om nieuwe vergunningen af te leveren. De bestaande vergunningen werden echter niet formeel ingetrokken.

Het voorafgaande heeft de volgende consequenties:

1. Het kan in de praktijk voorkomen dat men te maken heeft met niet twee maar drie hoofdelijke schuldenaren van de belasting. Met andere woorden, het is niet omdat er een vergunninghouder in de aanplakking is tussengekomen dat de belanghebbende of de ondernemer van de aanplakking de hoedanigheid van schuldenaar van de belasting zouden verliezen.

2. Het is perfect mogelijk dat een bepaalde drukker geen vergunning heeft. Bijgevolg mogen de schuldenaren van de belasting er nooit zonder meer op vertrouwen dat de aangifte en de betaling door de drukker zullen geregeld worden.

7. De aangifte

7.1. De verplichting tot aangeven

Het aangeven van een plakbrief is eenvoudig. Op het ogenblik dat een belastingschuldige beslist een plakbrief aan te plakken, vult hij een aangifte in en stort het verschuldigde bedrag op de bankrekening van het Inningscentrum – diverse taksen (voor de details zie punt 11 'Bevoegde diensten'). Daarna plakt hij aan.

De belastingschuldige is a) de persoon die er belang bij heeft dat de plakbrief aangeplakt wordt; b) de ondernemer van aanplakking; c) een vergunninghouder. Men mag ten slotte ook een mandataris aanduiden die dit in hun naam en voor hun rekening de aangifte indient.

Indien men de belasting heeft aangeven, dient men tijdens een controle de aangifte voor te leggen, en moet men kunnen aantonen hoe men aan de aangegeven sommen is gekomen door de desbetreffende registers en andere documenten eveneens ter inzage te geven. Indien de kost van de belasting werd gedragen door een andere hoofdelijke schuldenaar dan deze die de belasting heeft aangegeven en betaald, zal de eerste bij een controle, ten einde geloofwaardig te maken dat dit inderdaad het geval is, een factuur voorleggen die betrekking heeft op de aangerekende belasting.

De aangifte dient te gebeuren vooraleer men overgaat tot de aanplakking, en ze moet ingediend zijn uiterlijk op de dag van de betaling.

Indien men in de loop van het jaar een scherm in gebruik neemt waarop de jaarlijkse taks voor lichtprojectie van toepassing is, mag men deze samen met andere aanplakkingen aangeven. Na de ingebruikname geeft men de jaarlijkse taks telkens aan in januari.

7.2. Het invullen van de aangifte

Voor het opmaken van de aangifte mag gebruik gemaakt worden van het model dat ter beschikking gesteld wordt door het Inningscentrum -diverse taksen (zie hiernaast, en bijlage 3).

De aangifte vult men in volgens het tarief dat van toepassing is.

Onder de rubriek 'Papier zonder bescherming' vermeldt men de gegevens die betrekking hebben op aanplakkingen op gewoon papier zonder bescherming waarvan de oppervlakte groter of gelijk aan 10 m² is (dit stemt overeen met de beperking van art. 190, tweede lid).

Onder de rubriek 'Andere' vermeldt men de gegevens die verband houden met de overige aanplakkingen die geen lichtprojectie zijn.

Onder de rubriek 'Lichtreclame jaarlijkse taks' vermeldt men de gegevens die betrekking hebben op de lichtaankondigingen en de aankondigingen bij middel van lichtprojecties bedoeld bij artikel 191 W.DRT.

Voor deze laatste categorie geldt een jaarlijks tarief van 2,50 euro. Het tarief van 0,5 euro per m² geldt voor alle aanplakkingen met inbegrip van deze op gewoon papier zonder bescherming kleiner dan 10 m² (= bedrag kleiner dan 5 euro). Voor aanplakkingen op gewoon papier zonder bescherming groter dan 10 m² geldt het maximum van 5 euro per plakbrief.

7.3. Het gelijktijdig aangeven van verschillende plakbrieven

Om de administratieve last van de schuldenaar van de belasting te verlichten laat administratie toe dat men verschillende plakbrieven groepeert op één aangifte. De documenten die men later als bewijsstuk zal voorleggen moeten worden opgemaakt bij het opstellen van de aangifte, d.i. vóór het aanplakken.

7.4. Aangifte op basis van verwachte aanplakkingen

Schuldenaren van de belasting hebben de wens geuit om te mogen werken, niet alleen via de geglobaliseerde aangiften zoals bedoeld onder punt 7.3., maar ook via een systeem van aangiften op basis van de verwachte aanplakkingen. Dit systeem zou er zo kunnen uitzien.

Een schuldenaar van de belasting dient voor de 10de van de maand een aangifte in voor de lopende maand.

De eerste aangifte dient men in voor het begin van de eerste maand. De aangegeven taks is gelijk aan de verwachte aanplakking van de lopende maand. De volgende maand geeft men opnieuw een bedrag aan dat gelijk is aan de verwachte aanplakkingen van de maand verhoogd met de te weinig betaalde taks van de vorige maand of verminderd met het teveel betaald voorschot. Elke 10de van de maand moet de werkelijk verschuldigde taks betaald zijn.

Vb. verwachte aanplakkingen maand 1 = 1000 m2; aangifte = 500 euro. In de loop van de maand werden 1200 m2 aangeplakt.

De tweede maand begroot men de aanplakkingen op 1300 m2. Voor de tweede maand moet men aangeven: saldo vorige maand 100 euro plus 650 euro voor de tweede maand = 750 euro. In de tweede maand werd slechts 1.100 m2 aangeplakt.

De derde maand voorziet men 1.100 m2 aanplakkingen. De aangifte bedraagt 550 euro voor de lopende maand min 100 euro = 450 euro.

8. Verjaringstermijnen

8.1. Teruggave

Indien na een aangifte blijkt dat er teveel taks betaald is, kan men er de teruggave van vragen uiterlijk de laatste werkdag van de periode van één jaar volgend op de datum van de betaling (zie artikel 240/4 van de Uitvoeringsbesluiten van het W.DRT).

Ingeval van een afwijzende beslissing van de administratie kan deze door de schuldenaar van de belasting voor de rechtbank betwist worden. Dit dient, overeenkomstig artikel 202/8, tweede lid van het W.DRT te gebeuren binnen de twee jaar na de datum van de afwijzende beslissing. In tussentijd kan men bemiddeling vragen in het geschil over de teruggave aan de Fiscale Bemiddelingsdienst, North Galaxy, Koning Albert II-laan 33 bus 46, 1030 Brussel (fiscaal.bemiddelaars@minfin.fed.be).

Er wordt geen gevolg gegeven aan aanvragen van terugbetaling indien de terug te betalen som geen 0,25 euro bedraagt (zie art. 201/2 en 136 van het W.DRT).

8.2. Invordering

De verschuldigde taks verjaart na zes jaar vanaf het ontstaan van de vordering (zie artikel 202/8 van het W.DRT). De laatste keer dat een plakbrief aan het publiek werd getoond is de begindatum voor de berekening van de verjaring.

9. Boetes en andere sancties

9.1. Boete ingeval van aanplakking zonder betaling van de belasting

Overeenkomstig artikel 195 van het W.DRT wordt elke aanplakking die wordt gedaan of behouden vóór de betaling van de belasting bestraft met een boete gelijk aan vijfmaal de ontdoken belasting, zonder dat zij minder dan 25 euro mag bedragen.

Deze boete wordt echter, overeenkomstig artikel 240/10 van de Uitvoeringsbesluiten van het Wetboek diverse rechten en taksen, volledig kwijtgescholden wanneer de belastingschuldige zijn toestand spontaan rechtzet vóór enige tussenkomst van een fiscale administratie. Aan die voorwaarde is uiteraard niet voldaan indien de schuldenaar van de belasting een aangifte indient en de taks betaalt nadat de Administratie hem heeft laten weten dat er bij hem een controle zou worden uitgevoerd.

Overeenkomstig artikel 240/8 van de Uitvoeringsbesluiten wordt de boete evenwel verminderd tot 50 % van de taks op een aanplakking plaatsgevonden heeft zonder dat de verschuldigde taks voorafgaand aan de aanplakking was betaald, behalve indien die overtreding werd begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.

In de praktijk betekent dit dat administratie de verminderde boete zal toepassen indien blijkt dat de schuldenaar van de belasting te goeder trouw was. In de volgende, niet exhaustieve gevallen, kan daar geen sprake van zijn:

1. De belastingplichtige die van zijn fiscale verplichtingen op de hoogte gebracht was weigert bij de verificatie de gevraagde inlichtingen te verstrekken of de verantwoordingsstukken over te leggen.

2. De belastingplichtige legt stukken, boeken of uittreksels hiervan over, welke door weglatingen, veranderingen, overschrijvingen, enz., vervalst zijn.

9.2. In beslagname en vernietiging

Overeenkomstig artikel 195 van het W.DRT kan een onrechtmatig aangeplakte plakbrief in beslag genomen en vernietigd worden.

9.3. Overtredingen begaan tegen de verplichtingen die in de Uitvoeringsbesluiten worden opgelegd inzake het bijhouden van registers en meer algemeen inzake de uitvoering van de bepalingen van de titel van het W.DRT dat betrekking heeft op de belasting op aanplakking

Dergelijke inbreuken worden bestraft met een boete van 25 euro per overtreding (zie artikel 199 van het W.DRT).

9.4. Verplichting tot het verlenen van inzage in repertoria, registers, boeken, en alle andere bescheiden in verband met de verrichtingen inzake aanplakking

Dergelijke inbreuken begaan door schuldenaren van de belasting worden gesanctioneerd met een boete van 250 tot 2.500 euro per inbreuk (zie artikel 196 W.DRT).

Het feit dat men betwist dat de belasting voor aanplakking verschuldigd is ingevolge de activiteiten waarmee men zich inlaat kan geen reden zijn om de inzage in de bescheiden te weigeren. Men heeft het recht om het resultaat van een controle te betwisten, niet om deze onmogelijk te maken.

10. Niet-akkoord met de belasting en/of de toegepaste boetes – procedure

Om tot een efficiënte behandeling van de meningsverschillen inzake de vordering van de belasting voor aanplakking te komen en daarbij onpartijdigheid te waarborgen, zijn volgende stappen mogelijk:

- Tijdens de controle- en/of taxatiefase worden schriftelijk inlichtingen, argumenten en opmerkingen uitgewisseld tussen de belastingplichtige en de taxatieambtenaar tot er een definitief standpunt door de taxatiedienst wordt ingenomen, dat aan de belastingplichtige wordt meegedeeld met vermelding van de beroepsmogelijkheden.

- Indien de belastingplichtige niet akkoord gaat met het definitief standpunt van de taxatiedienst, kan een schriftelijk verzoek tot heroverweging worden gericht aan de Adviseur-generaal – directeur van het Centrum GO Beheer en Gespecialiseerde Controles, Finto, Kruidtuinlaan 50 bus 3351, 1000 Brussel, 0257 70310, goge.bgc.gcs@minfin.fed.be.

- Tegelijkertijd kan fiscale bemiddeling worden verzocht bij de Fiscale Bemiddelingsdienst, North Galaxy, Koning Albert II-laan 33 bus 46, 1030 Brussel (fiscaal.bemiddelaars@minfin.fed.be).

- Zodra het geschil voor de rechtbank is gebracht is geen fiscale bemiddeling meer mogelijk.

11. Bevoegde diensten

11.1. Dienst waar de aangifte dient naartoe gezonden worden en aan wie de taks moet betaald worden

Het Inningscentrum-diverse taksen

1030 Brussel - Koning Albert II-laan 33 bus 431

Telefoon: 0257 915 70 Fax: 0257 993 44;

E-mail: CPIC.TAXDIV@minfin.fed.be

Bankrekening: IBAN: BE64 6792 0022 2952; BIC: PCHQ BE BB

11.2. Dienst waarbij nadere uitleg kan bekomen worden over de vestiging van de belasting

Algemene Administratie van de Fiscaliteit, Centrum GO Beheer en Gespecialiseerde Controles, Cel Diverse Taksen.

FINTO, Kruidtuinlaan 50 bus 3351, 1000 Brussel

E-mail: diversetaksen.taxesdiverses@minfin.fed.be

Telefoon: +32 257 854 04

Interne ref.: 721.399

BIJLAGE 1

Aangever van de taks: de persoon die de taks aangeeft. Deze kan een gemandateerde van een belastingschuldige zijn.

Belanghebbende: de persoon van wie de publiciteit uitgaat, de adverteerder. Deze persoon is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de taks en de boeten.

Ondernemer van aanplakking: de publiciteitsagentschappen, en, meer algemeen, al degenen die zich, voor rekening van derden, bezighouden met het plaatsen en het onderhouden van affiches. Deze persoon is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting en de boeten.

De plakbrief: is elk reclame- of publiciteitsmiddel dat zich door zichzelf en op een collectieve wijze aan het zicht van het publiek opdringt.

Sponsoring: iedere vorm van openbare of particuliere bijdrage aan evenementen, activiteiten, of personen, die de aanprijzing van een tabaksproduct tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft.

Gewoon papier zonder bescherming: papier dat niet werd geproduceerd of behandeld om de levensduur te verlengen.

Karton: papier dikker dan 0,25 millimeter

Publieke plaats: openbare plaatsen, in tegenstelling met de private plaatsen, zijn niet alleen deze die iedereen gebruikt zoals de straten, de pleinen en de openbare wegen, doch tevens deze die door de bestemming over het algemeen toegankelijk zijn voor het publiek, zoals bijvoorbeeld de cafés, restaurants, winkels, enz.

Een plaats houdt niet op openbaar te zijn door het feit dat de toelating van het publiek onderworpen is aan sommige vereisten betreffende leeftijd, geslacht.

Het vragen van een vergoeding of toegangsgeld verhindert niet dat het om een publieke plaats gaat, en het is niet nodig, opdat een plaats openbaar zou zijn, dat zij bestendig voor het publiek toegankelijk is.

Verplaatsing: het verplaatsen van de plakbrief van de ene locatie naar een andere

BIJLAGE 2

Wettelijke bepalingen

Artikel 188

Er wordt een taks gevestigd op alle om 't even welke plakbrieven die voor het publiek zichtbaar zijn en waarvan de oppervlakte groter is dan 1 vierkante meter.

Artikel 190

Het bedrag van de taks bedraagt 0,50 euro per vierkante meter of breuk van vierkante meter wanneer de oppervlakte van de plakbrief gelijk is aan of groter is dan 1 vierkante meter.

Het bedrag van de taks op de affiches van gewoon papier die zonder enige bescherming op panelen worden geplakt, ligt evenwel niet hoger dan 5 euro.

Artikel 191

De lichtaankondigingen en de aankondigingen bij middel van lichtprojecties, met meervoudige en achtereenvolgende, al dan niet afwisselende advertenties, zijn onderworpen, welke ook het getal en de veelvuldigheid der aankondigingen zij, aan een jaarlijkse belasting gelijk aan vijfmaal de belasting gevestigd bij voorgaand artikel.

Artikel 193

De belastbare oppervlakte wordt, voor de toepassing van de voorgaande artikelen, bepaald door de oppervlakte van de rechthoek waarvan de kanten lopen door de uiterste punten van de gedaante der aankondiging.

Zijn twee of verscheidene gelijkaardige aankondigingen naast elkander geplaatst of zijn ze derwijze bij elkander gebracht dat zij een geheel uitmaken, dan dient men, tot vaststelling van de belastbare oppervlakte, het geheel te beschouwen.

Artikel 194

Zijn niet onderhevig aan de belasting voor aanplakking:

1° de uithangborden;

2° de akten, afschriften, kopieën of uittreksels, ter uitvoering van de wet of van een rechterlijke beslissing aangeplakt.

Artikel 195

De belasting en de boete zijn hoofdelijk verschuldigd:

1° door de persoon die er belang bij heeft dat de plakbrief wordt aangebracht;

2° door de ondernemer van aanplakking.

Elke aanplakking gedaan of behouden vóór de betaling van de belasting wordt gestraft met een boete gelijk aan vijfmaal de ontdoken belasting, zonder dat zij minder dan 25 euro mag bedragen.

De onrechtmatig aangeplakte plakbrieven kunnen in beslag worden genomen of vernietigd.

Artikel 196

De schuldenaars van de belasting zijn gehouden op elk verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de vestiging of de inning en de invordering van de taksen bedoeld in Boek II, zonder verplaatsing inzage te verlenen van al hun repertoria, registers, boeken en van alle andere bescheiden in verband met hun verrichtingen inzake aanplakking.

Elke weigering van overlegging wordt met een boete van 250 tot 2.500 euro gestraft.

Artikel 197

Elke jaarlijkse belasting is voor een gans jaar verschuldigd, zonder breuk.

Het jaar vervalt de 31 december, welke de datum ook zij waarop de aanplakking geschiedde.

De betaling van een tweede jaarlijkse belasting of van een volgende jaarlijkse belasting kan eerst worden gevorderd wanneer de plakbrief niet is ingetrokken binnen de maand volgende op het einde van het vervallen jaar.

Deze bepaling is echter niet van toepassing of houdt op van toepassing te zijn, wanneer de plakbrief wordt vernieuwd of in stand gehouden na afloop van het jaar.

De jaarlijkse belasting is invorderbaar de 2 januari van elk jaar en moet uiterlijk op 31 januari betaald worden.

Elke jaarlijkse belasting kan ineens worden betaald voor een of verscheidene jaren.

Artikel 198

Zijn vrij van de belasting voor aanplakking:

1° de plakbrieven aangeplakt door de Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de autonome provinciebedrijven, de autonome gemeentebedrijven, de polders en wateringen en de openbare instellingen; de plakbrieven van het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oudstrijders en oorlogsslachtoffers;

2° de plakbrieven in kieszaken;

3° de plakbrieven uitsluitend betreffende het aanvragen en aanbieden van betrekkingen;

4° de plakbrieven van de bedienaars der erediensten erkend door de Staat, betreffende de oefeningen, plechtigheden en diensten van de eredienst;

5° de plakbrieven ter aankondiging van openbare voordrachten of vergaderingen die worden belegd tot onderricht ofwel tot politieke, wijsgerige of godsdienstige propaganda en waarvoor geen betaling vereist wordt;

6° de plakbrieven van de door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, de Vlaamse Landmaatschappij, la Société régionale wallonne du logement en de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij erkende maatschappijen; de plakbrieven van de coöperatieve vennootschappen, het Woningfonds van de Bond der Kroostrijke Gezinnen van België, het Vlaamse Woningfonds van de Grote Gezinnen, het Woningfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië en het Woningfonds van de Gezinnen van het Brusselse Gewest; de plakbrieven van het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen – België – Stichting naar Belgisch recht, en die van de verenigingen die actief zijn bij de opsporing van verdwenen kinderen of in de strijd tegen de seksuele uitbuiting van kinderen, wanneer zij handelen in overleg met of op verzoek van het genoemde centrum;

7° de plakbrieven houdende aankondiging van feesten, vermakelijkheden, plechtigheden of inzamelingen uitsluitend ingericht met een liefdadig en menslievend doel;

8° (...).

Artikel 199

§ 1. De schuldenaar dient op het bevoegde kantoor een opgave in die de maatstaf van heffing opgeeft alsmede alle noodzakelijke elementen ter bepaling ervan.

De belasting wordt betaald door storting of overschrijving op de postrekening van dat kantoor.

De wijze waarop de registers van de ondernemers van aanplakking en van de fabrikanten van plakbrieven moeten gehouden worden alsmede die waarop hun overeenkomsten er moeten in vermeld worden en over het algemeen al de maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van deze titel worden bepaald bij koninklijk besluit.

De overtredingen van de ter uitvoering van het voorgaande lid genomen koninklijke besluiten worden gestraft met een boete van 25 euro.

Artikel 200

Ten einde de schoonheid der gebouwen, monumenten, zichten en landschappen te vrijwaren, wordt de regering gemachtigd de aanplakking van alle hoe ook genaamde plakbrieven die een zekere grootte te buiten gaan, op bepaalde plaatsen te verbieden.

De overtredingen van de koninklijke besluiten, ter uitvoering van dit artikel genomen, worden gestraft met een boete van 1,25 euro tot 50 euro. Het bepaalde in het eerste boek van het Strafwetboek is van toepassing op die overtredingen.

Door het strafvonnis wordt de vernietiging van de onwettelijk aangebrachte plakbrief, op kosten van de veroordeelde, voorgeschreven.

Artikel 200 (van toepassing in het Vlaamse Gewest)

Ten einde de schoonheid der gebouwen, monumenten, zichten en landschappen te vrijwaren, wordt de regering gemachtigd de aanplakking van alle hoe ook genaamde plakbrieven die een zekere grootte te buiten gaan, op bepaalde plaatsen te verbieden.

De overtredingen van de koninklijke besluiten, ter uitvoering van dit artikel genomen, worden gestraft met een boete van 50 euro tot 2.000 euro. Het bepaalde in het eerste boek van het Strafwetboek is van toepassing op die overtredingen.

Door het strafvonnis wordt de vernietiging van de onwettelijk aangebrachte plakbrief, op kosten van de veroordeelde, voorgeschreven.

Artikel 201^1

De personen bevoegd om proces-verbaal op te maken zijn, naast de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën, de leden van de geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus en de ambtenaren die daartoe worden gemachtigd door de minister die bevoegd is voor Openbare werken.

Deze ambtenaren hebben recht van toegang tot de plaats waar de plakbrief is aangebracht om na te gaan of de bepalingen van deze titels en de koninklijke besluiten tot uitvoering er van werden nagekomen.

Artikel 201^2

De belasting voor aanplakking wordt terugbetaald wanneer zij de belasting overtreft welke eisbaar is volgens de aard en de oppervlakte van de plakbrief of volgens de inhoud van de door de belastingschuldige gedane uitgifte. De laatste twee alinea's van artikel 136 zijn toepasselijk op de belasting voor aanplakking.

BIJLAGE 3

Aangifte

Uiterste datum van aangifte: de aangifte moet ingediend zijn uiterlijk op de dag van betaling.

Uiterste datum van betaling: de belasting moet worden betaald voor de aanplakking plaatsvindt.

De jaarlijkse belasting uiterlijk op 31 januari van het jaar van aanplakking.

Te betalen op rekening van het Inningscentrum – Diverse taksen:

BE64 6792 0022 2952

PCHQ BE BB

Te gebruiken mededeling: //

Datum van het opmaken van de aangifte:

Aangifte terug te sturen naar bovenstaand adres of via e-mail: CPIC.TAXDIV@minfin.fed.be

Handtekening van de vertegenwoordiger van de vennootschap:

AANGIFTE EN BETALING VAN DE TAKS OP AANPLAKKING (afgekort 'BA')

Welke is de aangiftetermijn van de taks op aanplakking?

De taks op aanplakking moet worden aangegeven uiterlijk op de dag van betaling. Voor een vlotte verwerking van uw betaling, vragen wij u de aangifte tijdig (enkele dagen voor de betaling) in te dienen. Wacht dus niet tot de laatste dag.

Vergeet niet de datum van opmaak van de aangifte te vermelden en deze te handtekenen.

Waar dien ik de aangifte in?

De aangifte wordt ingediend bij het bevoegde kantoor:

Inningscentrum – Diverse Taksen

Koning Albert II-laan 33 bus 431

1030 Brussel

E-mail: CPIC.TAXDIV@minfin.fed.be (link stuurt een e-mail)

Opgelet: wanneer u de aangifte per post verstuurt, verstuur dan geen tweede aangifte via e-mail en omgekeerd. Dit zorgt voor verwarring en kan ertoe leiden dat u een dubbele vordering van betaling ontvangt.

Wanneer moet ik de taks op aanplakking betalen?

De belasting moet worden betaald vóór de aanplakking plaatsvindt (Art. 195 WDRT). Indien het gaat om de jaarlijkse belasting, moet zij in principe uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het vervallen jaar (het jaar vervalt op 31 december) worden betaald (Zie Art. 197 WDRT, ook voor de bijzondere gevallen).

Hoe betaal ik de taks op aanplakking?

Vanaf 01/01/2015 is er slechts één rekeningnummer voor al uw betalingen van de diverse taksen. U mag per aangifte slechts één betaling doen. Het te betalen bedrag is dus exact gelijk aan het aangegeven bedrag op de aangifte.

De taks wordt betaald door storting of overschrijving op de postrekening van het bevoegde kantoor:

BE64 6792 0022 2952

PCHQ BE BB

Inningscentrum – Diverse taksen

Koning Albert II-laan 33 bus 431

1030 Brussel

Dit rekeningnummer is voorbehouden voor betalingen inzake de diverse taksen.

Betaal hierop geen andere belastingen.

Mag ik een terugvordering op een vorige aangifte compenseren op mijn aangifte?

Neen, u mag geen compensatie uitvoeren op de aangifte van eventuele vorige terugvorderingen. Om een terugvordering van een teveel betaald bedrag aan te vragen, moet u de aanvraag naar volgend e-mailadres sturen voor verdere behandeling:

CPIC.TAXDIV@minfin.fed.be (link stuurt een e-mail)

Welke mededeling gebruik ik bij mijn betaling?

De te gebruiken mededeling gebeurt steeds via eenzelfde vorm:

Ondernemingsnummer – de vermelding 'BA' – de vermelding van de datum van toekenning (dag/maand/jaar)

Te gebruiken mededeling: //

Waar kan ik terecht voor inlichtingen over de betaling van de taks op aanplakking?

Hiervoor kunt u contact opnemen met het bevoegde kantoor:

Inningscentrum – Diverse Taksen

Koning Albert II-laan 33 bus 431

1030 Brussel

E-mail: CPIC.TAXDIV@minfin.fed.be