Circulaire nr. 14/2009 d.d. 25.08.2009
(Circulaire nr. AFZ nr. 12/2009)
Vlaams Gewest – Renovatieabattement – Vrijstelling ruiling gronden met tussenkomst van de Vlaamse Grondenbank
Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Patrimoniumdocumentatie
Kadaster, Registratie en Domeinen
Dienst VI
Administratie van Fiscale Zaken
4de dienst - 3de directie
3 bijlagen
In het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2009 (Editie 1) werd het decreet van het Vlaams Parlement van 27 maart 2009 "betreffende het grond- en pandenbeleid" bekendgemaakt.
Bij dat decreet wordt, onder bepaalde voorwaarden, een bijzondere vermindering van de heffingsgrondslag van het mutatierecht voorzien. Het betreft de invoering van een "renovatieabattement". Zoals dat het geval is voor het gewoon abattement, zal ook dit renovatieabattement ofwel kunnen genoten worden onder de vorm van een rechtstreekse vermindering van de heffingsgrondslag (nieuw artikel 46ter, Vl.W.Reg.) ofwel onder de vorm van een teruggave van de teveel geheven rechten, wanneer het niet werd gevraagd of nog niet kon worden bekomen op het ogenblik van de heffing van het mutatierecht (wijziging van artikel 212ter, Vl.W.Reg.).
Het decreet voert tevens een nieuwe vrijstelling van registratierechten in voor akten van ruiling van onroerende goederen met tussenkomst van de Vlaamse Grondenbank (nieuw 8° in artikel 161, Vl.W.Reg.).
Het decreet treedt, wat betreft de bepalingen die de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie aanbelangen, in werking op 01.09.2009.
In deze circulaire wordt een eerste commentaar verstrekt bij de wijzigingen die door dit decreet zijn aangebracht aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. De tekst van het decreet, bevattende onder meer de tekst van de nieuwe artikelen 46ter en 161,8°, Vl.W.Reg., gaat in bijlage 1. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde tekst van artikel 212ter, Vl.W.Reg., zoals dat artikel luidt met ingang van 01.09.2009. Bijlage 3 bevat een aantal decreetteksten als duiding bij de officiële documenten waarin het onroerend goed moet zijn opgenomen opdat het renovatieabattement van toepassing zou kunnen zijn (zie punt 3.3. van de circulaire).
Commentaar
Afdeling 1. Het renovatieabattement
1.Ratio legis
De nrs. 35 en 37 van de memorie van toelichting bij het decreet verantwoorden de invoering van een renovatieabattement als volgt:
"35. Ter aanmoediging van het opnieuw in gebruik nemen van nog renoveerbare panden die vandaag niet meer worden benut, wordt voorzien in een abattement (= vermindering van de heffingsgrondslag voor registratierechten) voor de overdracht van panden die voor ten hoogste vier jaar geregistreerd zijn als leegstaand, verwaarloosd, ongeschikt of onbewoonbaar (artikel 3.1.10 en 7.2.1). De maximumtermijn van vier jaar wil de overdrachten bespoedigen, en wil ook vermijden dat de regeling zou worden gebruikt voor panden die de facto niet meer voor renovatie in aanmerking komen of zelfs via intensieve saneringswerken niet meer tot een hoogwaardige woongelegenheid kunnen worden omgevormd.
...
37. De ratio van deze regeling kan meer uitgebreid als volgt worden weergegeven. Het is sowieso vanzelfsprekend dat het renoveren van onroerende goederen die leegstaan of ongeschikt, onbewoonbaar of verwaarloosd zijn, een algemeen belang dient (m.n. het wegwerken van ruimtelijke "kankerplekken") en aldus aangemoedigd moet worden.
Indien personen leegstaande, ongeschikte, onbewoonbare of verwaarloosde onroerende goederen aankopen om deze vervolgens te renoveren en opnieuw op de markt te brengen, is het te verantwoorden dat een deel van de registratierechten bij de initiële aankoop "tussen haakjes" geplaatst wordt; het is immers de bedoeling om het goed te renoveren en te verkopen, waarbij uiteraard opnieuw registratierechten verschuldigd zijn. Er moet ook worden vermeden dat de registratierechten bij de initiële heffing doorwegen in de verkoopprijs; dat zou renovatie onaantrekkelijk maken.
Personen die onroerende goederen die leegstaan of ongeschikt, onbewoonbaar of verwaarloosd zijn, renoveren om deze zelf te bewonen, dragen bij tot een duurzaam ruimtelijk beleid en verminderen de druk op de woningbouwmarkt; de keuze voor dergelijke operatie is echter allerminst evident; een fiscale bonusregeling wordt daardoor verantwoord."
2. Bedrag van het renovatiebattement
Het bedrag van het renovatieabattement bedraagt in alle gevallen 30.000 euro.
Er wordt aan herinnerd dat het recht op een abattement meebrengt dat de heffingsgrondslag van de belasting met een bepaald bedrag wordt verminderd.
Het renovatieabattement komt neer op een fiscaal voordeel van hetzij 3.000 euro (bij een aankoop, onderworpen aan 10% registratierechten), 1.500 euro (bij een aankoop, onderworpen aan het zgn. "klein beschrijf" van 5%) of 450 euro (in geval van een in artikel 52 bedoelde aankoop).
3. Grondvoorwaarden om het renovatieabattement te kunnen genieten
3.1. Het moet gaan om "een aankoop" van een onroerend goed
Het renovatieabattement geldt enkel ten aanzien van "de heffingsgrondslag voor de bepaling van de registratierechten van verkopingen zoals bepaald in artikel 45 en 46". Vermits vrijstellingen en verminderingen van belastingen steeds beperkend moeten worden geïnterpreteerd, moet uit de duidelijke tekst van het eerste lid van §1 van artikel 46ter Vl.W.Reg. worden afgeleid dat het renovatieabattement dus niet geldt ten aanzien van andere overeenkomsten van overdracht ten bezwarende titel van onroerende goederen, zoals ruilovereenkomsten.
Zoals voor de andere abattementen moet het bij het renovatieabattement gaan om een aankoop in de burgerrechtelijke zin. Een rechtshandeling die geen aankoop is, is van het renovatieabattement uitgesloten, ook al wordt ze met het verkooprecht belast.
Zo is de afstand van onverdeelde delen bedoeld in artikel 113, W.Reg. van het renovatieabattement uitgesloten.
Op de verrichtingen bedoeld in de artikelen 129 en 130, W.Reg. is het renovatieabattement slechts van toepassing wanneer die overeenkomsten volgens de criteria van het gemeen recht kwalificeren als een aankoop. Doorgaans echter zal het onroerend goed op een andere manier aan een vennoot worden overgedragen (vb. naar aanleiding van de vereffening-verdeling van de vennootschap) en dan geldt het renovatieabattement niet.
In tegenstelling met wat geldt voor de andere abattementen, moet het bij het renovatieabattement niet gaan om de aankoop van de geheelheid volle eigendom van een onroerend goed.
Zo kan de koper van ½ volle eigendom van een onroerend goed, het renovatieabattement genieten ten belope van ½ van 30.000 euro
3.2. Het moet gaan om een aankoop van een in het Vlaams Gewest gelegen onroerend goed dat gebruikt of bestemd wordt voor bewoning
Dat het om een in het Vlaams Gewest gelegen onroerend goed moet gaan is een voorwaarde die rechtstreeks volgt uit de in de Bijzondere Financieringswet van 16 januari 1989 opgenomen lokalisatieregels inzake het registratierecht op de overdrachten ten bezwarende titel van onroerende goederen.
Het renovatieabattement kan uiteraard niet van toepassing zijn op een bouwgrond in de klassieke betekenis (onbebouwd perceel bestemd voor bebouwing). Een bouwgrond kan trouwens niet het voorwerp uitmaken van een inschrijving in de onder punt 3.3 vermelde registers, inventarissen of lijsten.
Anderzijds kan het renovatieabattement wel genoten worden voor gebouwen die op het ogenblik van de aankoop uit hun aard geen woonbestemming hebben, maar die bestemming door de renovatiewerken zullen krijgen, zoals bijvoorbeeld een afgedankte bedrijfsruimte die tot één of meer loften zal worden omgevormd.
3.3. Het moet gaan om een onroerend goed dat ingeschreven is in een of meer door de decreetgever genoemde officiële documenten.
Die officiële documenten zijn:
het leegstandsregister, vermeld in artikel 2.2.6, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
de inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
de lijsten van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen en verwaarloosde gebouwen en/of woningen, vermeld in artikel 28, § 1, van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 (1).
----------
(1) Zie bijlage 3 voor de decreetteksten waarbij het houden van die registers, inventarissen of lijsten wordt voorgeschreven.
3.4. Die inschrijving in de bedoelde documenten mag nog niet te lang bestaan
Op het ogenblik van de aankoop (= overeenkomst) mag het onroerend goed niet langer dan gedurende 4 opeenvolgende jaren opgenomen zijn – gelijktijdig of opeenvolgend – in die registers, inventarissen of lijsten (2).
----------
(2) In de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet wordt deze termijn als volgt verantwoord: "De maximumtermijn van vier jaar wil de overdrachten bespoedigen, en wil ook vermijden dat de regeling zou worden gebruikt voor panden die de facto niet meer voor renovatie in aanmerking komen of zelfs via intensieve saneringswerken niet meer tot een hoogwaardige woongelegenheid kunnen worden omgevormd." – Vlaams Parlement, zitting 2008-2009, Stuk 2012, nr. 1, Memorie van toelichting, blz. 17, nr. 35.
3.5.
De verkrijger(s) verbindt (verbinden) zich het aangekochte goed te renoveren en er een hoofdverblijfplaats te vestigen, binnen de termijnen vermeld in artikel 46bis, vierde lid, 2°, c)
Merk, in vergelijking met de andere abattementen op:
-
dat in de grondvoorwaarden met betrekking tot renovatieabattement niets bepaald wordt betreffende de persoon van de aankoper(s).
Het kan dus zowel gaan om een natuurlijke persoon als om een rechtspersoon of om een aankoop door een natuurlijke en rechtspersoon samen. De beide andere abattementen kunnen enkel door natuurlijke personen worden genoten.
dat er in het kader van het renovatieabattement geen sprake is van een uitsluitingsregel (cf. uitsluitingsregel bij gewoon en bijabattement i.g.v. 1/1 V.E. in een ander geheel of gedeeltelijk tot bewoning bestemd onroerend goed).
4. Te vervullen vormvoorwaarden
4.1.
In of onderaan op het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, moeten de verkrijgers uitdrukkelijk vermelden dat zij de toepassing van de verminderingsregeling vragen;
4.2.
Bovendien moeten ze verklaren dat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in 3.3. en 3.4. hiervoor, en dat ze de in 3.5. bedoelde verbintenissen zullen uitvoeren.
Indien uit de omstandigheden blijkt dat de verkrijgers de bedoeling hebben het renovatieabattement te vragen maar het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig recht niet aan alle vormvoorwaarden daartoe voldoet, zal de ontvanger de aandacht van de aanbieder ter registratie vestigen op het niet voldaan zijn aan de vormvoorwaarden en hem de mogelijkheid bieden om dit vóór de registratie nog recht te zetten.
5. Voorwaarden voor het behoud van het renovatieabattement
De tekst van artikel 46ter, § 1, tweede lid, 2° bepaalt dat binnen een termijn van twee of van vijf jaar (3) het goed moet worden gerenoveerd en dat op de plaats van het aangekochte goed een hoofdverblijfplaats (4) moet worden gevestigd.
----------
(3) als bepaald in artikel 46bis, vierde lid, 2°, c, Vl.W.Reg.
(4) Opdat een verblijfplaats het karakter van een hoofdverblijfplaats krijgt moet het verblijf er een zekere tijd duren, omdat de hoofdverblijfplaats gedefinieerd wordt als de plaats waar een gezin of een alleenstaande "gewoonlijk" leeft. De bepaling van de hoofdverblijfplaats is gebaseerd op een feitelijke situatie van effectief verblijf gedurende het grootste deel van het jaar. De inschrijving in het bevolkingsregister (of het vreemdelingenregister) is daarvan een gevolg. Ook voor de toepassing van het renovatieabattement primeert de feitelijke situatie de administratieve vaststelling van de toestand. Zie ook punt 3.1. van de commentaar in de circulaire nr. 3-4/2002.
Opmerking met betrekking tot de termijn van twee of van vijf jaar.
Voor de termijn voor de renovatie en de vestiging van een hoofdverblijfplaats verwijst artikel 46ter, § 1, 2° naar de termijnen vermeld in artikel 46bis, vierde lid, 2°, c).
Dat betekent dus dat:
de termijn twee jaar bedraagt "indien het een woning betreft";
de termijn vijf jaar bedraagt "indien het een bouwgrond betreft".
Eerder werd vermeld dat het renovatieabattement niet van toepassing is op bouwgronden stricto sensu. Volgens de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet (5) bedraagt de termijn vijf jaar "wanneer het goed in een dermate slechte staat is dat het perceel (door de diensten van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen) met een bouwgrond wordt gelijkgesteld" (in het kader van het gewoon abattement). De administratie neemt bijgevolg aan dat de termijn van vijf jaar bedoeld is voor de gebouwen (woningen of tot woningen om te vormen gebouwen) die in het kader van het gewoon abattement als een bouwgrond zouden worden beschouwd (6).
----------
(5) Vlaams Parlement, zitting 2008-2009, Stuk 2012, nr. 1, Memorie van toelichting, blz. 109, nr. 223.
(6) De termijnen waarbinnen de renovatie moet gedaan zijn en een hoofdverblijfplaats in het aangekochte moet goed gevestigd zijn, zijn dus meer precies (zie tekst van artikel 46bis, 4de lid, 2, c):
-
indien het een woning betreft of een gebouw dat tot bewoning wordt bestemd, maar die in het kader van het gewoon abattement niet gelijk te stellen zijn met een bouwgrond, binnen twee jaar na:
ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde tijd ter registratie is aangeboden;
ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft is aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn;
indien het een in het kader van het gewoon abattement met een bouwgrond gelijk te stellen woning of gebouw dat voor bewoning wordt bestemd betreft, binnen vijf jaar na dezelfde datum.
Die aanwending als hoofdverblijfplaats moet niet noodzakelijk door de koper(s) zelf geschieden; dat kan bijvoorbeeld ook geschieden door een huurder of door iemand die een recht van bewoning op de gerenoveerde woning heeft verkregen van de nieuwe eigenaar, ...
In principe zal de administratie die voorwaarden als vervuld beschouwen als binnen de vermelde termijnen iemand op het adres van het goed is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister. Op basis van die inschrijving mag de administratie er immers redelijkerwijze van uitgaan dat de nodige renovatiewerken werden uitgevoerd zodat het gebouw dienstig is voor normale bewoning. De administratie kan bij ernstige twijfel echter steeds van de belanghebbende vragen dat hij het bewijs levert van het vervuld zijn van de voorwaarden. Dat zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn wanneer het aangekochte goed na verloop van de termijn van twee of van vijf jaar nog altijd in de onder punt 3.3 vermelde registers, inventarissen of lijsten voorkomt, terwijl de inschrijving in de bevolkingsregisters van iemand als hebbende aldaar zijn hoofdverblijfplaats al enige tijd een feit is. Dat wijst er op dat er mogelijks geen renovatiewerken werden uitgevoerd. Let wel, de niet-schrapping van het goed in de onder punt 3.3 vermelde registers, inventarissen of lijsten binnen de termijn van twee of van vijf jaar, is op zich geen voldoende reden om het voordeel van het renovatieabattement te herroepen.
De regeling bepaalt niets over de duur van de vestiging van een hoofdverblijfplaats in het aangekochte goed. Voor het definitief behoud van het voordeel is het dus niet noodzakelijk relevant dat al dan niet kort voor of na het verstrijken van de termijn van twee of vijf jaar het aangekochte goed al niet meer dient tot een hoofdverblijfplaats; met dien verstande dat voor de duur van de vestiging van een hoofdverblijfplaats in het kader van het renovatieabattement door de administratie het zelfde standpunt zal worden ingenomen als voor de duur van de vestiging van de hoofdverblijfplaats in het kader van het "gewone" abattement en de meeneembaarheid.
Quid ingeval van doorverkoop van het aangekochte goed zonder dat de oorspronkelijke koper aan al zijn verbintenissen heeft voldaan?
-
Als op het ogenblik van de doorverkoop de oorspronkelijke koper niet aan de voorwaarde van de renovatie heeft voldaan, gaat het voordeel van het renovatieabattement voor hem in ieder geval (d.w.z. ongeacht of hij al dan niet aan de voorwaarde van de vestiging van een hoofdverblijfplaats heeft voldaan (7) verloren.
De nieuwe koper zal op zijn beurt het renovatieabattement kunnen inroepen.
-
Het ligt in de logica van het stelsel besloten dat indien de oorspronkelijke koper voldaan heeft aan zijn verbintenis tot renovatie het voordeel van het renovatieabattement voor de oorspronkelijke koper behouden blijft, indien de tweede koper voldoet aan de voorwaarde van de vestiging van de hoofverblijfplaats.
De tweede koper zal in dit geval uiteraard niet meer in aanmerking komen voor het renovatieabattement omdat de renovatie op het ogenblik van zijn aankoop al is gebeurd met als normaal gevolg de schrapping van het goed uit de registers, inventarissen of lijsten bedoeld in het decreet.
----------
(7) In de meeste gevallen zal de renovatie aan de vestiging van een hoofdverblijfplaats voorafgaan. Dat is echter niet noodzakelijk zo en evenmin een vereiste die door het decreet wordt gesteld. Bovendien moet worden opgemerkt dat het loutere feit dat een gebouw opgenomen is in een of meerdere van de in het decreet vermelde registers, lijsten of inventarissen niet belet dat iemand daarin zijn hoofdverblijfplaats zou vestigen. Zo mag de gemeente geen enkele inschrijving als hoofdverblijfplaats weigeren omdat de plaats waar iemand woont niet veilig of gezond is, of om een andere reden niet als hoofdverblijfplaats mag gebruikt worden. In dat geval krijgt de persoon in kwestie slechts een voorlopige inschrijving. De gemeente kan dan wel een administratieve of gerechtelijke procedure starten om een einde te maken aan de onregelmatige toestand.
6. Gevolgen van het verlies van het renovatieabattement
6.1. Terugbetaling van het genoten fiscaal voordeel
Het verlies van het recht op het renovatieabattement brengt vanzelfsprekend mee dat het bedrag van het eraan verbonden fiscaal voordeel (naargelang van het geval 3.000, 1.500 of 450 euro) moet worden terugbetaald.
De verkrijgers zijn ondeelbaar tot deze terugbetaling gehouden.
6.2. Boete
Bovendien is een boete gelijk aan het ten onrechte genoten fiscaal voordeel door de verkrijgers ondeelbaar verschuldigd wanneer:
ze een onjuiste verklaring (8) hebben afgelegd met betrekking tot de opname en/of de duur van die opname van het aangekochte goed in een in het decreet vermeld register, inventaris of lijst;
ze de voorwaarden voor het behoud van het renovatieabattement (renovatie en vestiging van een hoofdverblijfplaats binnen de vereiste termijn) niet hebben nageleefd.
In het laatste geval (niet-naleving van de voorwaarden voor het behoud van het renovatieabattement) is de boete evenwel niet verschuldigd indien de niet-naleving van de (dubbele) verplichting het gevolg is van overmacht.
De Vlaamse regering heeft in de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet (9) aangekondigd dat wat betreft deze boeteregeling een aanpassing zal worden doorgevoerd van de tweede bijlage bij het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zodanig dat desgevallend in een ambtshalve vermindering van het boetebedrag kan worden voorzien. Die aanpassing is bij het verschijnen van deze circulaire nog niet gebeurd.
----------
(8) Uiteraard wordt met "een verklaring (die) ... onjuist wordt bevonden" een onjuiste verklaring bedoeld die recht geeft op het renovatieabattement daar waar een juiste verklaring de toepassing ervan zou hebben uitgesloten.
(9) Vlaams Parlement zitting 2008-2009, Stuk 2012, nr. 1, Memorie van toelichting, blz. 109, nr. 226.
7. Vangnet (artikel 212ter)
Zoals voor het gewoon abattement wordt ook in het kader van het renovatieabattement een vangnet voorzien in geval het renovatieabattement niet werd gevraagd of niet werd bekomen bij de aanbieding ter registratie van het document dat het evenredig registratierecht opeisbaar maakt. De regeling is analoog aan die in het kader van het gewoon abattement, zodat verwezen wordt naar circulaire nr. 3/2003 (punten 2.2 en 2.3) voor verdere toelichting.
8. Cumulatie met andere abattementen en met de meeneembaarheidsregelingen
Het decreet bepaalt niet dat cumulatie met de andere abattementen (gewoon abattement en bijabattement) en met de meeneembaarheidsregelingen is uitgesloten, zodat moet besloten worden dat die cumulatie mogelijk is. Dat wordt trouwens met zoveel woorden bevestigd in de memorie van toelichting bij het decreet (10):
"Wanneer de koper het goed tevens tot zijn eigen hoofdverblijfplaats zal aanwenden, dan is cumul met het reeds bestaande abattement van 15.000 euro (artikel 46bis Wb. Reg.) mogelijk. Dat betekent dat het fiscaal voordeel in dat geval cumuleert tot 4.500 euro (bij aankoop aan 10%) of 2.250 euro (bij aankoop aan klein beschrijf). Aangezien zulks niet uitdrukkelijk wordt uitgesloten, is ook een cumulatie mogelijk met de meeneembaarheidsregelingen als vermeld in artikel 61/3 en 212bis Wb. Reg".
----------
(10) Vlaams Parlement zitting 2008-2009, Stuk 2012, nr 1, Memorie van toelichting, blz. 109, nr. 225. Op het ogenblik van de parlementaire behandeling van het ontwerp van onderhaving decreet was ook nog het voorstel van decreet waarbij het bijabattement was voorzien nog in behandeling. Vandaar dan ook dat in de memorie van toelichting bij het ontwerp van onderhavig decreet nog niet expliciet rekening wordt gehouden met het bijabattement. Het is echter klaar dat wanneer de cumulatie van het renovatieabattement met het gewoon abattement mogelijk is, ook de cumulatie van renovatieabattement, gewoon abattement en bijabattement mogelijk is. De cumulatie van de drie abattementen resulteert dus in een fiscaal voordeel van 5.500 euro (bij een heffingspercentage van 10%) of van 3250 euro (bij een heffingspercentage van 5%).
Afdeling 2. Kosteloze registratie van ruilingen met tussenkomst van de Vlaamse Grondenbank.
9. Ratio legis
De nieuwe vrijstelling van registratierechten opgenomen in artikel 161,8°, Vl.W.Reg. wordt in de voorbereidende werken van het decreet als volgt toegelicht:
"Het ontwerp van decreet voorziet in een vorm van bestemmingswijzigings-compensatie c.q. compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften, dit wil zeggen compensatiemechanismen voor schade die geleden wordt door eigenaars ingevolge planningsprocessen c.q. beschikkingen die de economische aanwending van gronden negatief beïnvloeden in het kader van de doelstelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen om 38.000 hectare extra natuurgebied en 10.000 hectare bosgebied te realiseren.
De Vlaamse Grondenbank kan naar aanleiding van een aanvraag voor een bestemmingswijzigingscompensatie c.q. een compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften een aanbod doen tot ruil van een gelijkwaardige grond.
Aangezien het hier om een vorm van schadeloosstelling van overheidswege gaat, bepaalt voorliggend amendement duidelijkheidshalve dat dergelijke ruilakten kosteloos worden geregistreerd.".
10. Toepassingsvoorwaarden
Opdat de vrijstelling van toepassing is moet het gaan om:
10.1. een akte houdende ruiling van gronden
uit de hierna onder punt 2 gegeven definities van "bestemmingswijzigings-compensatie" en van "compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften" kan men opmaken dat het gaat om de ruiling van landbouwgronden.
10.2. een ruiling die geschiedt:
-
hetzij bij wijze van bestemmingswijzigingscompensatie
In artikel 6.2.1 van het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid wordt een bestemmingswijzigingscompensatie gedefinieerd als een gewestelijke, perceels-gebonden, financiële en subsidiaire compensatie voor de kapitaalschade ten gevolge van:
1° een gewestelijk, provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan dat een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding «landbouw» valt, omzet naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding «reservaat en natuur», «bos» of «overig groen» valt;
2° een plan van aanleg dat een agrarisch gebied omzet naar een groengebied, een bosgebied of een parkgebied.
-
hetzij bij wijze van compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften
In artikel 6.3.1 van het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid wordt een compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften gedefinieerd als een gewestelijke, perceelsgebonden, financiële en subsidiaire compensatie voor de kapitaalschade ten gevolge van gewestelijke, provinciale of gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg of gewestelijke, provinciale of gemeentelijke beschikkingen houdende het opleggen van een erfdienstbaarheid tot openbaar nut, dewelke op een agrarisch gebied of op een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding «landbouw» valt, meer beperkingen op het vlak van de economische aanwending van de grond opleggen dan redelijkerwijs geduld moet worden in het algemeen belang en ter vrijwaring van de op de vooravond van de beperkingen bestaande basismilieukwaliteit, zijnde de kwaliteit die wordt bereikt door het naleven van de gebruikelijke goede landbouwmethoden, door de naleving van de eisen gesteld in de artikelen 3, 4 en 5 van de verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, en door de naleving van de voorschriften van de Vlaamse regelgeving omtrent milieu en natuur.
10.3. Waarbij de Vlaamse Grondenbank optreedt overeenkomstig artikel 6.2.10 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid
Artikel 6.2.10 van het decreet betreffende het grond en pandenbeleid bepaalt:
"§ 1. De Vlaamse Grondenbank kan naar aanleiding van een aanvraag voor een bestemmingswijzigingscompensatie een aanbod doen tot ruil van een gelijkwaardige grond.
Indien de naakte eigenaar van het getroffen perceel, die dit perceel niet effectief gebruikt, dat aanbod weigert, vervallen zijn aanspraken op een bestemmingswijzigings-compensatie.
In elk ander geval leidt de weigering van het aanbod niet tot het verval van de aanspraken op een bestemmingswijzigingscompensatie.
§ 2. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen voor de toepassing van § 1.".
11. Praktische toepassing
De administratie zal de kosteloze registratie toepassen indien in het document dat het evenredig recht op de ruiling normaal opeisbaar zou maken, de toepassing van artikel 161,8°, Vl.W.Reg. wordt gevraagd (hetgeen meebrengt dat de aanvrager impliciet bevestigt dat de ruiling is geschied op één van de vereiste wijzen) en mits dat document vergezeld gaat van een attest waarin de Vlaamse Grondenbank bevestigt dat ze bij de ruiling is opgetreden overeenkomstig artikel 6.2.10 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid.
Afdeling 3. Inwerkingtreding
12.
Artikel 7.5.1. van het decreet houdt in dat de het nieuwe artikel 46ter en de wijzigingen aan artikel 212ter en 161, Vl.W.Reg. in werking treden op 01.09.2009.
Dat brengt mee dat het renovatieabattement (onmiddellijk renovatieabattement of renovatieabattement onder de vorm van een teruggave) kan genoten worden voor een (gewone, d.w.z. niet onder opschortende voorwaarde gesloten) overeenkomst die dagtekent vanaf die datum. Omdat de ter registratie aangeboden notariële akten doorgaans geen melding maken van de datum van de overeenkomst, zullen de ontvangers minstens tot eind december systematisch van de belastingplichtigen die aanspraak maken op het renovatieabattement, een verklaring bij toepassing van artikel 168, W.Reg. vragen waarin ze bevestigen dat de overeenkomst dagtekent van na 31.08.2009.
Indien het evenwel gaat om een overeenkomst die onder een opschortende voorwaarde werd gesloten, dan moet gekeken worden naar de datum van de vervulling van de voorwaarde. Zelfs indien de bedoelde overeenkomst dagtekent van vóór 01.09.2009 kan het renovatieabattement worden genoten indien de voorwaarde wordt vervuld na 31.08.2009.
De kosteloze registratie van ruilingen met tussenkomst van de Vlaamse Grondenbank, als bedoeld in artikel 161,8°, Vl.W.Reg., is van toepassing op akten die dagtekenen vanaf 01.09.2009.
Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 437 / Kad., reg. en domeinen: Dossier nr. E.E./L. 191V
