Aanschrijving nr. 6 dd. 08.03.1982
Aanschrijvingnr. 6 dd. 08.03.1982
Landbouwondernemers
Verenigingen en federaties voor onderlingebedrijfshulp
Diensten voor landbouwvervangingsarbeid
I. Onderwerp van de aanschrijving.
1. Deze aanschrijving heeft tot doel de problemen op te lossendie door de verenigingen en federaties voor onderlingebedrijfshulp, alsook door de diensten voorlandbouwvervangingsarbeid, op het vlak van de BTW, worden gesteld.Deze groeperingen nemen meestal de juridische vorm van eenvereniging zonder winstoogmerken aan. Deze rechtsvorm is trouwensverplicht voor de erkende federaties en de erkende diensten voorlandbouwvervangingsarbeid.
II. Omschrijving van de verschillende groeperingen.
Verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp.
2. De verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp die door hetMinisterie van Landbouw erkend zijn, moeten ten minste vijf ledenlandbouwers of tuinders tellen, welke zich verbonden hebbenonderlinge bedrijfshulp te verschaffen, bij middel van eenfamiliale arbeidskracht of door een door hen bezoldigdearbeidskracht.
Erkende federatie.
3. De verenigingen kunnen zich groeperen in een gewestelijkefederatie (ten hoogste één per administratief arrondissement), diedoor het Ministerie van Landbouw kan worden erkend, indien zij devorm aanneemt van een vereniging zonder winstoogmerken en minstenstien verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp groepeert.
Diensten voor landbouwvervangingsarbeid.
4. De dienst voor landbouwvervangingsarbeid erkend door hetMinisterie van Landbouw, neemt de vorm aan van een verenigingzonder winstoogmerken, telt ten minste 50 leden landbouwers oftuinders en stelt minimaal één bezoldigd geschoold arbeider tewerkgedurende minstens negen maanden per jaar, om devervangingswerkzaamheden in de bedrijven van de aangesloten ledenuit te voeren.
III. Doel van de groeperingen voor onderlinge hulp.
5. De doelstelling van deze groeperingen bestaat in hetverschaffen van een tijdelijke hulp aan de leden landbouwers diedaaraan behoefte hebben ten gevolge van een geval van heirkracht ofvan omstandigheden die hetzij het bedrijfshoofd, hetzij een anderlid van de familie of een arbeidskracht werkzaam in de ondernemingen onontbeerlijk voor de goede gang van het bedrijf, onbeschikbaarmaken. De erkende dienst voor landbouwvervangingsarbeid en deerkende federatie nemen hiertoe hun toevlucht tot bezoldigde ofzelfstandige arbeidskrachten, die door hen worden betaald en aan deleden worden ter beschikking gesteld.
IV. Vereniging voor onderlinge landbouwhulp.
1° Het lid van de vereniging is een landbouwondernemeronderworpen aan de bijzondere regeling voorzien in artikel 57 vanhet Wetboek.
6. Volgens artikel 2, § 1, 3° van het koninklijk besluit nr.22, vallen diensten, andere dan deze verricht ter uitvoering vanovereenkomsten van contractteelt of contractmesterij, ondertoepassing van de bijzondere landbouwregeling, wanneer ze wordenverricht :
a) als onderlinge landbouwhulp, dit wil zeggen voor rekeningvan een landbouwondernemer, gewoonlijk op basis van wederkerigheid, bij ziekte, overlijden, ongeval, ongunstig weer, enz., zonder enigevergoeding in geld of tegen een vergoeding die alleen de gedaneuitgaven dekt (loonkosten, enz.);
b) zonder het gebruik van andere machines, dan die welkeslechts uitzonderlijk dienen voor het verrichten van werk buitenhet eigen bedrijf van de dienstverrichter.
2° Het lid van de vereniging is een landbouwondernemer die aande normale regeling van de BTW is onderworpen.
7. De belasting over de toegevoegde waarde is volgens denormale regelen verschuldigd.
V. Erkende diensten voor vervanging of federaties.
8. In de mate dat ze de aangewende arbeidskrachten bezoldigen, hebben de erkende diensten voor vervanging en de erkende federatiesals werkzaamheid het geregeld en zelfstandig verrichten vandiensten omschreven in het BTW-Wetboek en zijn ze bijgevolgBTW-belastingplichtigen in de zin van artikel 4 van helWetboek.
9. Op grond van artikel 18, § 1, 2°, van het Wetboek dient alseen dienst te worden aangemerkt, de uitvoering, ingevolge eencontract onder bezwarende titel, van welke handeling ook die hetter beschikking stellen van personeel tot voorwerp heeft.
10. Bedoeld wordt de overeenkomst waarbij een persoon ledenvan zijn personeel ter beschikking stelt van een ander persoon methet oog op de uitvoering van werk onder de leiding van dezelaatste. De aard van het werk is zonder belang, maar deterbeschikkingstelling moet betrekking hebben op de diensten vanpersonen die gebonden zijn door een arbeids- of bediendencontracten de ter beschikking gestelde personeelsleden moeten werken onderde leiding van de persoon tot wiens beschikking ze werden gesteld.Het gewone tarief van 17 pct. zou dus van toepassing zijn op dehandelingen tussen de erkende federaties, de diensten voorvervanging en de leden landbouwers van deze groeperingen.
11. Niettemin, daar soms moeilijk een onderscheid kan wordengemaakt tussen de terbeschikkingstelling van personeel en heteigenlijk verrichten van werk bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, vanhet Wetboek, wordt de interpretatie die de partijen aan deovereenkomst geven, niet betwist voor zover ze dezelfdeinterpretatie aanhouden voor alle bepalingen van het Wetboek die opdie overeenkomst van toepassing zijn, inzonderheid wat de plaatsvan gebruik van de dienst en het tarief betreft. In onderhaviggeval zal de dienstverrichter voornamelijk bebouwings-, oogst- enteeltwerkzaamheden, met uitzondering van de aanleg en onderhoud vantuinen, zoals vermeld in rubriek XXIV "Landbouwdiensten"van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, enwelke onderworpen zijn aan het verminderd tarief van 6 pct., verrichten.
Bedoelde belasting is verschuldigd over de som te kwijten doorde landbouwer ter gelegenheid van de werkzaamheden verricht doorvervangers in zijn bedrijf.
A. Bijdrage.
12. Om lid te zijn van een vereniging of federatie vooronderlinge bedrijfshulp of van een dienst voorlandbouwvervangingsarbeid, moet de landbouwer een jaarlijksebijdrage betalen.
13. De bijdrage gestort door de leden van de verenigingen vooronderlinge bedrijfshulp behelst diensten met een collectiefkarakter, dit zijn diensten die zonder onderscheid voor alle ledenkunnen worden of worden verricht en die bestaan in raadgevingen vanalgemeen belang op het vlak van de landbouw. Deze bijdragevertegenwoordigt de vergoeding van diensten, vrijgesteld van debelasting krachtens artikel 44, § 2, 11°, van het BTW-Wetboek.Hieruit volgt dat bij toepassing van artikel 5 van het Wetboek, deze verenigingen de hoedanigheid van belastingplichtige nietbezitten, ten aanzien van deze activiteit.
14. Daarentegen vormt de bijdrage gestort door de leden vaneen dienst voor landbouwvervangingsarbeid of van een erkendefederatie die een bezoldigde of zelfstandige arbeidskrachtaanwendt, de tegenprestatie voor diensten die niet vrijgesteldzijn, met een individueel karakter, en welke onderworpen zijn aande belasting tegen het tarief van 6 pct. Men moet aannemen dat dezebijdrage tot doel heeft aan de dienst voor vervanging of aan deerkende federatie de financiële middelen ter beschikking testellen, die haar toelaten het gedeelte van de bezoldigde ofzelfstandige arbeid, dat niet door de rechtstreekse vergoeding vanhet lid wordt gedekt, te betalen.
B. Handelingen tussen de diensten voor vervanging of deerkende federaties en het bezoldigd of zelfstandig personeel datzij aanwenden.
1° Gevallen waarin de diensten voor vervanging of de erkendefederaties beroep doen op bezoldigde arbeidskrachten, door henbetaald en aan de leden ter beschikking gesteld.
15. De werken uitgevoerd krachtens een contract voor huur vanwerk (bediendencontract of arbeidscontract) vallen buiten dewerkingssfeer van artikel 18, § 1, 1°, van het Wetboek daar hetessentiële kenmerk van die contracten juist de band vanondergeschiktheid is, die tussen de werkgever en de loontrekkendeof weddetrekkende bestaat bij de uitvoering van het werk.
2° Gevallen waarin de diensten voor vervanging of de erkendefederaties beroep doen op zelfstandige arbeidskrachten door henbetaald en ter beschikking van de leden gesteld.
16. Teneinde snel over voldoende geschoolde arbeidskrachten tekunnen beschikken om aan dringende oproepen het hoofd te kunnenbieden, zien sommige diensten voor vervanging zich verplicht beroepte doen op zelfstandigen (landbouwers of zonen van landbouwersbijvoorbeeld) om sommige toevallige werkzaamheden te verrichten. Deverbintenis tussen de groepering en de landbouwondernemer moet alseen contract van huur van nijverheid worden bestempeld, dit wilzeggen een contract waarbij een persoon zich zelfstandig verbindt, tegen betaling van een vergoeding een bepaald werk voor een anderpersoon te verrichten. De huur van nijverheid, ookwerkaannemingscontract genoemd, wordt bedoeld in artikel 18, § 1,1°, van het Wetboek.
a) De dienstverrichter is een landbouwondernemer onderworpenaan de bijzondere regeling voorzien in artikel 57 van het Wetboek.
17. Aangezien het begrip wederkerigheid bij devervangingsdiensten afwezig is, is de belasting eisbaar aan 6 pct.over de prijs betaald door de dienst voor vervanging of de erkendefederatie aan de zelfstandige waarop zij beroep heeft gedaan ombepaalde toevallige werkzaamheden uit te voeren. Indien dezezelfstandige een landbouwer, onderworpen aan de bijzondere regelingvoorzien in artikel 57 van het Wetboek is, zou hij in principe naarde normale regeling van de BTW moeten overgaan. Nochtans kan hij, om deze wijziging van regime te vermijden, zich beroepen op detoegeving voorzien in de aanschrijving nr. 132 van 13 augustus 1971(1), en de belasting kwijten door het aanbrengen en ongeldig makenvan fiscale zegels.
b) De dienstverrichter is een landbouwondernemer onderworpenaan de gewone B.T.W.-regeling
18. Als de dienstverrichter een landbouwondernemer is, onderworpen aan de gewone B.T.W.-regeling, wordt de verschuldigdebelasting volgens de gewone regels geïnd.
De algemeen-directeur
A.LACROIX
NOOT
(1) Z. Revue nr. 4, blz. 452.
