Circulaire nr. Ci.RH.233/443.387 dd. 16.09.1993

CIRC 16.09.93/2

Circulaire nr. Ci.RH.233/443.387 dd. 16.09.1993


Bull. nr. 732, pag. 3036

ROERENDE VOORHEFFING
Inkomen van obligaties en kasbons.
Vrijstelling van de roerende voorheffing.
Vrijstellingsvoorwaarde.


Commentaar op art. 3, KB 14.8.1989 en op de art. 3 en 4, KB 7.12.1990 tot wijziging, op het stuk van de RV, van het KB/WIB.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.

Inhoudstabel Nrs. I. INLEIDING 1 II. REGLEMENTAIRE TEKSTEN A. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT IN ART. 97bis, KB/WIB DOOR ART. 3, KB 14.8.1989 2 B. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT IN ART. 97bis, KB/WIB DOOR ART. 3, KB 7.12.1990 3 III. COMMENTAAR A. ALGEMEEN 4 B. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT IN ART. 97bis, KB/WIB DOOR ART. 3, KB 14.8.1989 1. Draagwijdte van de wijzigingen 5 2. Toepassingsmodaliteiten 8 3. Inwerkingtreding 10 C. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT IN ART. 97bis, KB/WIB DOOR ART. 3, KB 7.12.1990 1. Draagwijdte van de wijzigingen 12 2. Afwijking van de algemene regel met betrekking tot sommige effecten 14 3. Toepassingsmodaliteiten 16 4. Controlemaatregelen 17 5. Inwerkingtreding 18 I. INLEIDING



1.De bepalingen van art. 97bis, KB/WIB werden achtereenvolgens :
  • gewijzigd door art. 3, KB 14.8.1989 (V 2001 - Bull. 687);
  • vervangen door art. 3, KB 7.12.1990 (V 2070 - Bull. 702).


De onderhavige circ. verstrekt commentaar op deze nieuwe bepalingen.

Er weze opgemerkt dat de wijzigingen die door art. 4 van voormeld KB 7.12.1990 aan art. 97ter, KB/WIB zijn aangebracht, uitsluitend bestaan uit aanpassingen van verwijzingen die voortvloeien uit de volledige herwerking van voormeld art. 97bis, KB/WIB, en derhalve geen bijzondere commentaar behoeven.

II. REGLEMENTAIRE TEKSTEN

A. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT IN ART. 97bis, KB/WIB DOOR ART. 3, KB 14.8.1989



2.Opmerking : de gewijzigde tekst is onderstreept.
Art. 97bis. - Met betrekking tot obligaties, kasbons of andere soortgelijke effecten van Belgische oorsprong, is de gehele verzaking van de inning van de roerende voorheffing van toepassing volgens het hierna gemaakte onderscheid :



inkomsten bedoeld in artikel 89, § 2, 6*, b) : voor inkomsten van effecten die het voorwerp uitmaken van een inschrijving op naam bij de uitgever, wordt van de inning van de roerende voorheffing afgezien op voorwaarde dat : ......".
B. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT IN ART. 97bis, KB/WIB DOOR ART. 3, KB 7.12.1990

3. "Art. 97bis. § 1. Met betrekking tot obligaties, kasbons of andere soortgelijke effecten van Belgische oorsprong, wordt van de inning van de roerende voorheffing geheel afgezien onder de volgende voorwaarden:

1° voor inkomsten vermeld in artikel 89, § 2, 6°, b :
  • de schuldenaar van de inkomsten moet in het bezit worden gesteld van het in artikel 97, § 3, vermelde attest;
  • de verkrijger van de inkomsten moet eigenaar of vruchtgebruiker van de rentegevende effecten zijn geweest gedurende het gehele tijdperk waarop die inkomsten betrekking hebben;
  • de rentegevende effecten moeten gedurende geheel datzelfde tijdperk bij de uitgever op naam zijn ingeschreven;


2° voor inkomsten vermeld in artikel 89, § 2, 9°, a :
  • de in artikel 97, § 5, vermelde voorwaarden tot identificatie van de verkrijger van de inkomsten werden nageleefd;
  • de verkrijger van de inkomsten moet eigenaar of vruchtgebruiker van de rentegevende effecten zijn geweest gedurende het gehele tijdperk waarop die inkomsten betrekking hebben;
  • de rentegevende effecten moeten gedurende geheel datzelfde tijdperk bij de uitgever op naam zijn ingeschreven;


3° voor inkomsten vermeld in de artikelen 89, § 2, 9°, b en 94, § 2, 1°:
  • de in artikel 97, § 5, vermelde voorwaarden tot identificatie van de verkrijger van de inkomsten werden nageleefd;
  • de verkrijger van de inkomsten moet eigenaar of vruchtgebruiker van de rentegevende effecten zijn geweest gedurende het gehele tijdperk waarop die inkomsten betrekking hebben;
  • de rentegevende effecten moeten gedurende geheel datzelfde tijdperk ofwel bij de uitgever op naam zijn ingeschreven ofwel aan toonder zijn en in België in open bewaring gegeven zijn bij een bank, bij een openbare kredietinstelling of bij een spaarkas die aan de controle van de Bankcommissie is onderworpen;


4° voor inkomsten vermeld in artikel 96, § 1 :
  • de schuldenaar van de roerende voorheffing moet in het bezit worden gesteld van het in artikel 97, § 3bis, vermelde attest;
  • de rentegevende effecten moeten gedurende het gehele tijdperk waarop de inkomsten betrekking hebben in de beleggingen van het gemeenschappelijk beleggingsfonds begrepen zijn;
  • de rentegevende effecten moeten gedurende geheel datzelfde tijdperk ofwel bij de uitgever op naam zijn ingeschreven, ofwel aan toonder zijn en in België in open bewaring gegeven zijn bij een in artikel 72, § 1, tweede en derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen vermelde instelling, onderneming of wisselagent;


5° voor inkomsten vermeld in artikel 96, § 2 :
  • de schuldenaar van de roerende voorheffing moet in het bezit worden gesteld van het in artikel 97, § 3ter, vermelde attest;
  • de rentegevende effecten moeten gedurende het gehele tijdperk waarop de inkomsten betrekking hebben in de activa van dezelfde individuele spaarrekening begrepen zijn;
  • de rentegevende effecten moeten gedurende geheel datzelfde tijdperk ofwel bij de uitgever op naam zijn ingeschreven, ofwel aan toonder zijn en in België in open bewaring gegeven zijn bij een in artikel 72, § 1, tweede en derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen vermelde instelling, onderneming of wisselagent.


§ 2. Met betrekking tot niet in § 1, 3° tot 5°, vermelde effecten aan toonder, kunnen parastatale instellingen voor sociale zekerheid of ermede gelijkgestelde instellingen, gemeenschappelijke beleggingsfondsen of houders van een individuele spaarrekening, overeenkomstig artikel 97ter teruggave verkrijgen van de bij de bron geïnde roerende voorheffing op de desbetreffende inkomsten."

III. COMMENTAAR

A. ALGEMEEN



4.De opeenvolgende wijzigingen van art. 97bis, KB/WIB strekken ertoe :
1° vooreerst, het reeds bestaande stelsel van verzaking van de inning van RV m.b.t. de inkomsten van obligaties "genoteerd interest te vergoeden", d.w.z. die welke voorkomen onder de vermelding "interest te vergoeden" in de rubrieken 1 tot 5 en 6.1 van de maandelijkse prijscourant, opgemaakt door de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, met uitzondering van de in rubriek 1bis voorkomende effecten (zie Com.IB 164/162, eerste lid), uit te breiden tot alle obligaties, kasbons of andere soortgelijke effecten van Belgische oorsprong;

2° en vervolgens :

a) te bevestigen dat de verzaking van de inning van de RV slechts wordt toegestaan indien de rentegevende effecten op naam zijn ingeschreven of wat de effecten aan toonder betreft, in België in open bewaring zijn gegeven gedurende het gehele tijdperk waarop de desbetreffende inkomsten betrekking hebben;

b) een einde te maken aan een afwijkende interpretatie, die aanleiding gaf tot het oneigenlijk verlenen van vrijstelling van RV.

B. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT IN ART. 97bis, KB/WIB DOOR ART. 3, KB 14.8.1989

1. Draagwijdte van de wijzigingen

5. Art. 97bis, KB/WIB is in die zin gewijzigd dat de regels inzake de verzaking van de inning van de RV op inkomsten van obligaties genoteerd "interest te vergoeden" (zie nr. 4), d.w.z. effecten waarvoor de koper, bij de verwerving ervan tussen twee vervaldagen van de inkomsten, aan de verkoper een pro rata-interest betaalt onder afhouding van een bedrag dat overeenstemt met de RV die op dit pro rata betrekking heeft, voortaan, zonder enig onderscheid van toepassing zijn op de inkomsten van alle obligaties, kasbons of andere soortgelijke effecten van Belgische oorsprong.

Dienaangaande wordt verwezen naar Com.IB 164/162.

6. De uitbreiding van het stelsel van de obligaties genoteerd "interest te vergoeden" tot alle obligaties, kasbons of andere soortgelijke effecten van Belgische oorsprong, heeft tevens tot gevolg dat voortaan, om de vrijstelling van RV bij de bron te kunnen bekomen, de genieters van de inkomsten, onder andere, eigenaar of vruchtgebruiker van de desbetreffende effecten moeten zijn geweest gedurende het gehele tijdperk waarop die inkomsten betrekking hebben.

Dit betekent met andere woorden dat de permanentievoorwaarde, inzonderheid inzake de bezitsduur van de effecten, daadwerkelijk moet vervuld zijn gedurende het gehele tijdperk waarop die inkomsten betrekking hebben.

Hieruit volgt dat wanneer dergelijke effecten tussen twee vervaldagen worden vervreemd, de RV moet worden ingehouden, ongeacht de hoedanigheid van de genieter van de inkomsten.

7. De richtlijnen die ter zake in Com.IB 164/162.1 en 162.2, worden verstrekt, zijn mutatis mutandis van toepassing, met dien verstande dat het stelsel dat van toepassing is m.b.t. de parastatale instellingen voor sociale zekerheid, ook geldt voor de in uitvoering van art. 72, § 1, eerste lid, 1°, WIB erkende gemeenschappelijke beleggingsfondsen, en de houders van individuele spaarrekeningen, bedoeld in art. 72, § 1, eerste lid, 2°, WIB.

2. Toepassingsmodaliteiten




8. Het in de nrs. 4 tot 7 hiervoor omschreven stelsel :


1° is niet van toepassing op inkomsten van buitenlandse oorsprong;


2° vormt geen beletsel voor de toepassing van het bijzonder stelsel dat geldt voor de van Belgische belastingen vrijgestelde internationale instellingen (zie Com.IB 164/169).

9. Voor het overige zijn de regels inzake de identificatie van de genieters (zie Com.IB 164/158, 160, 161, eerste lid, 162 tot 162.2, 164 tot 164.2 en 164/4, de teruggave van de RV ten gunste van bepaalde genieters (zie Com.IB 164/167 en 168) en de terugvordering van te weinig geheven RV (zie Com.IB 164/168.1) mutatis mutandis van toepassing op de inkomsten van de door het nieuwe stelsel beoogde effecten. Hierbij dient evenwel rekening te worden gehouden met de in nr. 7 - in fine - geformuleerde opmerking m.b.t. collectieve en individuele spaarrekeningen.

3. Inwerkingtreding

10. Overeenkomstig art. 4, eerste lid, KB 14.8.1989, is het nieuwe stelsel dat in de nrs. 4 tot 9 hiervoor wordt beschreven, van toepassing op de met ingang van 1.9.1989 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten.

11. Een overgangsbepaling bepaalt evenwel dat m.b.t. inkomsten van effecten die vóór 1.9.1989 werden verhandeld en waarbij de bruto-interesten in de prijs zijn opgenomen, de bepalingen van het KB/WIB, zoals ze bestonden vóór 1.9.1989, van toepassing blijven voor de eerste coupon die vanaf deze datum, d.w.z. ten laatste op 30.8.1990, vervalt (zie art. 4, tweede lid, KB 14.8.1989).

Voor de toepassing van het vorige lid dient onder verhandelde effecten te worden verstaan, de effecten die het voorwerp hebben uitgemaakt van een verwerving of vervreemding.

C. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT IN ART. 97bis, KB/WIB DOOR ART. 3, KB 7.12.1990

1. Draagwijdte van de wijzigingen

12. Naast de vormwijzigingen die in art. 97bis, KB/WIB werden aangebracht en die geen bijzondere commentaar behoeven, wordt ten gronde verduidelijkt dat de verzaking van de inning van de RV op inkomsten van obligaties, kasbons of andere soortgelijke effecten van Belgische oorsprong inzonderheid slechts wordt toegestaan op voorwaarde dat de rentegevende effecten naargelang van het geval :

1° hetzij, bij de uitgever op naam zijn ingeschreven gedurende het gehele tijdperk waarop de desbetreffende inkomsten betrekking hebben;

2° hetzij, indien het om effecten aan toonder gaat, in België bij sommige welbepaalde instellingen in open bewaring zijn gegeven gedurende het gehele tijdperk waarop de desbetreffende inkomsten betrekking hebben.

13. De nieuwe bepalingen strekken ertoe de twijfels weg te nemen die ter zake zijn gerezen en voortaan alle misverstanden te vermijden m.b.t. de permanentievoorwaarde die geldt voor effecten waarvan de inkomsten van RV kunnen worden vrijgesteld. Deze permanentievoorwaarde is niet alleen vereist m.b.t. de bezitsduur van de effecten (d.w.z. het gehele tijdperk waarop de desbetreffende inkomsten betrekking hebben - zie de nrs. 4 tot 6) maar ook, naargelang van het geval, m.b.t. de inschrijving op naam of de open bewaargeving van diezelfde effecten (gedurende datzelfde tijdperk).

Hieruit volgt dat de verzaking van de inning van de RV op de inkomsten van een welbepaalde periode, in principe niet meer kan worden toegestaan indien niet tegelijk is voldaan aan de permanentievoorwaarde inzake :

  • eensdeels, de bezitsduur van de effecten,
  • en, anderdeels, de inschrijving op naam of de open bewaargeving,


onder voorbehoud evenwel van het bepaalde in nr. 14 hierna.

Daarenboven spreekt het vanzelf dat, rekening houdend met wat voorafgaat en met hetgeen in het laatste lid van nr. 6 is gezegd, de RV moet worden ingehouden, ongeacht de hoedanigheid van de genieter van de inkomsten, wanneer de effecten tussen twee vervaldagen worden vervreemd.

2. Afwijking van de algemene regel met betrekking tot sommige effecten

14. Enkel met betrekking tot de in nr. 12 bedoelde effecten die uitsluitend worden uitgegeven door de Staat of door het Wegenfonds en die in het Grootboek van de Staatsschuld op naam kunnen worden ingeschreven, kan :

1° van de nieuwe bepalingen als bedoeld in de nrs. 12 en 13 worden afgeweken, wanneer de aanvraag om inschrijving op naam werd ingediend bij de inschrijving op of de aanschaffing van de effecten, maar niet kon worden uitgevoerd om zuiver materiële redenen buiten de wil om van de genieter van de inkomsten, voor zover het ontbreken of de laattijdigheid van de inschrijving daadwerkelijk aan de Administratie van de Thesaurie te wijten is;

2° m.b.t. de effecten waarop werd ingeschreven of die nieuw werden aangekocht, worden aangenomen dat de datum van de inschrijving op naam geacht wordt overeen te stemmen met de datum van inschrijving op of van de aanschaffing van de effecten wanneer de inschrijving op naam plaatsvindt binnen een termijn van ten hoogste 30 dagen, te rekenen vanaf de datum van de inschrijving op, of de aanschaffing van de effecten. Hierbij dient evenwel te worden opgemerkt dat de Administratie zich et recht voorbehoudt om deze laatste toegeving in te trekken indien ter zake misbruiken zouden worden vastgesteld of indien in de toekomst zou blijken dat deze termijn om een of andere reden niet meer gerechtvaardigd is.

15. Om de hangende geschillen m.b.t. de toepassing van art. 97bis, KB/WIB, zoals het bestond vóór het werd vervangen door het KB 7.12.1990, definitief af te sluiten, mag men er van uitgaan dat - m.b.t. de vóór 1.1.1991 verleende inkomsten (d.i. in de regel de datum van inwerkingtreding van het KB 7.12.1990) - aan de voorwaarde inzake de inschrijving op naam in het Grootboek van de Staatsschuld, is voldaan wanneer de effecten waarop de inkomsten betrekking hebben ten laatste op de vervaldag van de inkomsten het voorwerp van een dergelijke inschrijving hebben uitgemaakt en voor zover de bezitsduur van de effecten sinds de vorige vervaldag bevestigd wordt door een financiële instelling.

3. Toepassingsmodaliteiten

16. De in nr. 14 vermelde afwijkingen kunnen worden toegestaan ten aanzien van alle belastingplichtigen die de vrijstelling van RV kunnen genieten.

Voor het overige wordt verwezen naar de nrs. 8 en 9.

4. Controlemaatregelen

17. De bevoegde Hfd.cr. en Ontv. dienen erop toe te zien dat de hiervoor besproken bepalingen strikt worden toegepast en, in voorkomend geval, het nodige te doen om de RV terug te vorderen die ten onrechte werd vrijgesteld (zie ook Com.IB 164/168.1).

5. Inwerkingtreding

18. Overeenkomstig art. 5, eerste lid, KB 7.12.1990 zijn de gewijzigde bepalingen van art. 97bis, KB/WIB van toepassing op de vanaf 1.1.1991 toegekende of betaalbaargestelde inkomsten.

19. Om de bezitters van bestaande effecten evenwel niet voor een voldongen feit te stellen, bepaalt een overgangsbepaling dat, m.b.t. effecten die vóór 1.1.1991 zijn verworven, de voorwaarde inzake de inschrijving op naam of de open bewaargeving, geacht wordt te zijn vervuld wanneer de effecten vóór 1.2.1991 op naam zijn ingeschreven of in open bewaring zijn gegeven (zie art. 5, tweede lid, KB 7.12.1990).

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,


M. PORRE