Circulaire nr. Ci.RH.331/554.179 (AOIF 35/2004) van 10.09.2004

CIRC 10.09.04/1
BELASTINGVERMINDERING VOOR HET LANGE TERMIJNSPAREN
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening
Voorwaarde van aftrekbaarheid van kapitaalaflossingen

VERHOOGDE BELASTINGVERMINDERING VOOR HET BOUWSPAREN
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening
Voorwaarde van aftrekbaarheid van kapitaalaflossingen
Commentaar op :
  • KB 23.10.2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de voorwaarden en de wijze waarop de vermindering voor het lange termijnsparen wordt toegepast met betrekking tot betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypotheekleningen;
  • Bericht in het Belgisch Staatsblad van 28.11.2003 tot vaststelling van de modellen van attesten uit te reiken door de instellingen die hypothecaire leningen verstrekken waarvan de kapitaalaflossingen recht geven op een belastingvermindering.
Aan alle ambtenaren van de sector taxatie.
I. INLEIDING
1. De kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen komen in aanmerking voor de vermindering voor het lange termijnsparen of het bouwsparen onder de voorwaarden en binnen de grenzen bepaald in de art. 145^1, 3°, 145^5, 145^6 en 145^17 tot 145^20, WIB 92. Tevens moet de belastingplichtige de in art. 63^3, KB/WIB 92 vermelde verantwoordingsstukken (het bewijs van de betalingen en een attest van de instelling die de lening heeft toegestaan) overleggen.
2. Art. 63^3, KB/WIB 92 is met ingang van aj. 2005 gewijzigd door het KB 23.10.2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de voorwaarden en wijze waarop de vermindering voor het lange termijnsparen wordt toegepast met betrekking tot betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypotheekleningen (BS 31.10.2003, V 3225, Bull. 843 - zie bijlage 1).
3. De in art. 63^3, KB/WIB 92 aangebrachte wijzigingen strekken er voornamelijk toe :
  • het bewijs van de betalingen te vervangen door een betalingsattest dat wordt uitgereikt door de instelling die de hypothecaire lening heeft toegestaan en waarvan het model wordt vastgesteld door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde;
  • de regeling waarbij die instelling de taxatiedienst van het ambtsgebied van de belastingplichtige van alle wijzigingen aan het leningscontract in kennis stelt, te vervangen door de vermelding van een aantal bijkomende gegevens op dat betalingsattest die noodzakelijk zijn om na te gaan of de wettelijke voorwaarden terzake vervuld blijven.
4. De modellen van de in art. 63^3, KB/WIB 92 vermelde attesten (eenmalig basisattest en jaarlijks betalingsattest) zijn opgenomen als bijlagen bij het Bericht tot vaststelling van de modellen van attesten uit te reiken door de instellingen die hypothecaire leningen verstrekken waarvan de kapitaalaflossingen recht geven op een belastingvermindering (BS 28.11.2003, tweede editie, Bull. 844 - zie bijlage 2) [De Duitse vertaling van dit Bericht en van de modellen van attesten zijn gepubliceerd in het BS 03.09.2004 (blz. 65106-65109).].
II. EENMALIG BASISATTEST
A. Wijziging van art. 63^3, KB/WIB 92
5. Vóór de wijziging ervan door het KB 23.10.2003, bepaalde art. 63^3, KB/WIB 92 dat de belastingplichtige die aanspraak maakte op belastingvermindering voor de kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening inzonderheid een attest moest overleggen waarbij de instelling die de lening had toegestaan :
a) bevestigde dat het leningscontract aan de in art. 145^5, WIB 92 gestelde voorwaarden voldeed;
b) er zich toe verbond de taxatiedienst van het ambtsgebied van de belastingplichtige in kennis te stellen van alle wijzigingen die aan het contract werden aangebracht.
6. Dat attest moest eenmalig worden overgelegd, meer bepaald wanneer de belastingplichtige voor de eerste maal de toepassing vroeg van de belastingvermindering voor de kapitaalaflossingen van de desbetreffende lening.
7. Latere wijzigingen aan het leningscontract moesten door de instelling die de lening had toegestaan worden meegedeeld aan het bevoegde documentatiecentrum-bedrijfsvoorheffing, dat die documenten naar de taxatiedienst van het ambtsgebied van de belastingplichtige doorstuurde.
8. Die regeling veroorzaakte jaarlijks een omvangrijke gegevensuitwisseling, zowel tussen de kredietsector en de administratie als binnen de administratie, inzonderheid omdat steeds meer hypothecaire kredieten werden afgesloten met een periodiek herzienbare rentevoet.
9. Aan die regeling is thans een einde gesteld door het KB 23.10.2003, dat de verplichting van de kredietgever om elke wijziging van het leningscontract aan de administratie mee te delen heeft opgeheven. Zij is vervangen door de invoering van een verplicht betalingsattest waarop de kredietgever, naast het bedrag van de gedane betalingen, een aantal bijkomende gegevens moet vermelden om na te gaan of de wettelijke voorwaarden terzake vervuld blijven. Dat attest moet jaarlijks door de belastingplichtige worden overgelegd (zie ook de nrs. 18 tot 26 hierna).
B. Officieel model
10. Vóór het werd gewijzigd door het KB 23.10.2003, bepaalde art. 63^3, KB/WIB 92 reeds dat het model van het (eenmalig) attest door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde zou worden vastgesteld. In de praktijk werden alleen in nr. 145^5/43, derde lid, Com.IB 92 een aantal gegevens opgesomd die dat attest ten minste moest bevatten.
11. Ook na de wijziging ervan door het KB 23.10.2003, bepaalt art. 63^3, KB/WIB 92 dat het model van het eenmalig basisattest door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde zal worden vastgesteld.
12. Thans is die bepaling geconcretiseerd en is het model van attest opgenomen als bijlage 1 bij het Bericht 28.11.2003.
In dat bericht is ook enige toelichting verstrekt m.b.t. het gebruik van het attest. Dienaangaande wordt naar de tekst van dat bericht verwezen.
13. Voor het overige wordt de bijzondere aandacht nog op de volgende punten gevestigd.
14. Aan het nieuwe eenmalige basisattest moet geen aflossings- of wedersamenstellingstabel van de lening meer worden toegevoegd.
15. Zoals blijkt uit de toelichting onder de titel "Herfinancieringsleningen" in het Bericht 28.11.2003, mag de kredietgever geen basisattest uitreiken m.b.t. een herfinancieringslening waarvoor hij op geen enkele wijze heeft kunnen vaststellen dat de kapitaalaflossingen van die lening voor belastingvermindering in aanmerking komen (omdat hij zelf niet over de noodzakelijke gegevens m.b.t. de oorspronkelijke lening beschikt en de kredietnemer hem die gegevens niet kan of wil bezorgen).
In dergelijk geval mag uit het ontbreken van een basisattest niet automatisch worden besloten dat de kapitaalaflossingen van de herfinancieringslening geen recht geven op belastingvermindering.
Alsdan zal de kredietnemer evenwel zelf aan de administratie moeten aantonen dat de kapitaalaflossingen van zijn herfinancieringslening voor belastingvermindering in aanmerking komen (bijvoorbeeld aan de hand van het eenmalig attest van zijn oorspronkelijke lening [In voorkomend geval kan dat eenmalig attest zich ook reeds in het permanent dossier van de belastingplichtige bevinden.] en de notariële akte van de herfinancieringslening).
C. Inwerkingtreding
16. Overeenkomstig art. 2, KB 23.10.2003 treedt dit besluit in werking met ingang van aj. 2005.
Zoals in het Bericht 28.11.2003 is toegelicht (onder de titel "Inwerkingtreding"), betekent dit dat kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen waarvoor voor de eerste maal belastingvermindering wordt gevraagd, vanaf aj. 2005 verantwoord moeten zijn door een eenmalig basisattest waarvan het model is opgenomen als bijlage 1 bij dat bericht [Het spreekt vanzelf dat dit niet geldt voor in nr. 15 bedoelde herfinancieringsleningen waarvoor de kredietnemer zelf aan de administratie moet aantonen dat de kapitaalaflossingen ervan voor belastingvermindering in aanmerking komen (zie Bericht 28.11.2003, " Herfinancieringslening").].
17. Wat de vóór 1.1.2004 aangegane hypothecaire leningen betreft, waarvoor voor de eerste maal belastingvermindering wordt gevraagd in de aangifte van aj. 2005 (of later), heeft de kredietgever evenwel de keuze om een eenmalig basisattest uit te reiken volgens het bovenvermelde model of een attest overeenkomstig de voormalige reglementering terzake (of een duplicaat daarvan).
III. JAARLIJKS BETALINGSATTEST
A. Wijziging van art. 63^3, KB/WIB 92
18. Vóór de wijziging ervan door het KB 23.10.2003, bepaalde art. 63^3, KB/WIB 92 ook dat de erin bedoelde kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen slechts voor belastingvermindering in aanmerking konden worden genomen mits de belastingplichtige het bewijs van de betalingen overlegde.
Dat bewijs moest worden overgelegd voor elk belastbaar tijdperk waarvoor de belastingplichtige de toepassing van de belastingvermindering vroeg. Het was aan geen enkel vormvoorschrift onderworpen, maar werd in de praktijk meestal geleverd in de vorm van een door de kredietgever vrijwillig uitgereikt "attest" met vermelding van de betalingen (kapitaalaflossingen en interest) die hij tijdens het belastbare tijdperk m.b.t. de door hem toegestane hypothecaire lening, van de belastingplichtige had ontvangen.
19. Het KB 23.10.2003 heeft die algemeen verspreide praktijk nu geformaliseerd door het vroegere bewijs van de betalingen te vervangen door een verplicht betalingsattest waarop de kredietgever het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt.
20. Op datzelfde betalingsattest moet de kredietgever tevens een aantal bijkomende gegevens vermelden die de administratie in staat stellen om na te gaan of de wettelijke voorwaarden voor de toekenning van de belastingvermindering (inzonderheid de minimumlooptijd van 10 jaar) nog steeds zijn vervuld en om de evolutie van de lening te volgen (werkelijk kapitaalsaldo op 31 december van het jaar van betaling). Die bijkomende gegevens vervangen, enerzijds, de vroegere verplichting van de kredietgever om de taxatiedienst in kennis te stellen van alle wijzigingen aan het leningscontract en, anderzijds, de tabel van de aflossing of wedersamenstelling van de lening die voorheen bij het eenmalig attest moest worden gevoegd (zie Com.IB 92, nr. 145^5/43, derde lid, derde gedachtestreep).
B. Officieel model
21. Naar analogie van het eenmalig basisattest, bepaalt het door het KB 23.10.2003 gewijzigde art. 63^3, KB/WIB 92 dat ook het model van het jaarlijks betalingsattest door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld.
22. Het model van dat attest is opgenomen als bijlage 2 bij het Bericht 28.11.2003.
Dat bericht bevat een aantal verduidelijkingen m.b.t. het gebruik van het betalingsattest. Terzake wordt naar de tekst van dat bericht verwezen.
C. Samenhang met het eenmalig basisattest
23. Uit de algemene economie van het gewijzigde art. 63^3, KB/WIB 92 moet worden afgeleid dat de instelling die de hypothecaire lening heeft toegestaan, slechts jaarlijkse betalingsattesten als bedoeld in art. 63^3, 2° KB/WIB 92 mag uitreiken indien zij voor de desbetreffende lening ook een eenmalig basisattest heeft uitgereikt.
Die regel geldt niet alleen voor nieuwe leningen (afgesloten vanaf 1.1.2004), maar in principe ook voor lopende leningen (afgesloten vóór 1.1.2004) [Alsdan moet onder eenmalig basisattest uiteraard het in de voormalige reglementering bedoelde attest worden verstaan.].
24. Bepaalde instellingen hebben echter te kennen gegeven dat zij m.b.t. die lopende leningen niet systematisch hebben bijgehouden of zij voorheen een eenmalig attest hebben uitgereikt of niet.
Aan de instellingen die in dat geval verkeren, wordt bij wijze van uitdovende maatregel toegestaan dat zij m.b.t. de vóór 1.1.2004 afgesloten hypothecaire leningen toch een betalingsattest als bedoeld in art. 63^3, 2°, KB/WIB 92 zouden uitreiken, doch slechts op voorwaarde dat zij onder de titelformule van dat attest ( "BETALINGSATTEST uitgereikt (…) hypothecaire lening") de volgende vermelding in een kader opnemen :
"Bovenvermelde instelling kan niet uitmaken of er voor deze lening een eenmalig fiscaal attest is uitgereikt. De op dit attest vermelde kapitaalaflossingen mogen slechts voor belastingvermindering in aanmerking worden genomen indien de ontlener(s) een dergelijk eenmalig attest aan de belastingadministratie heeft (hebben) bezorgd (cf. nr. 24, circ. Ci.RH.331/554.179 van 10.9.2004).".
25. De taxatieambtenaar die bij het nazicht van een aangifte wordt geconfronteerd met een in art. 63^3, 2°, KB/WIB 92 bedoeld betalingsattest waarop de in nr. 24 bedoelde vermelding is opgenomen, gaat dan na of de belastingplichtige voor de desbetreffende lening voorheen reeds een geldig eenmalig attest heeft overgelegd en of de belastingvermindering voor de kapitaalaflossingen derhalve mag worden verleend.
D. Inwerkingtreding
26. Zoals gesteld in nr. 16, eerste lid, treedt het KB 23.10.2003 in werking vanaf aj. 2005.
Dit betekent dat de kapitaalaflossingen waarvoor belastingvermindering wordt gevraagd vanaf aj. 2005 steeds verantwoord moeten zijn door een betalingsattest waarvan het model is opgenomen als bijlage 2 bij het Bericht 28.11.2003 [Uiteraard geldt dit niet voor in nr. 15 bedoelde herfinancieringsleningen waarvoor de kredietnemer zelf aan de administratie moet aantonen dat de kapitaalaflossingen ervan voor belastingvermindering in aanmerking komen (zie Bericht 28.11.2003, " Herfinancieringsleningen ").]. Dit geldt zowel voor lopende leningen (afgesloten vóór 1.1.2004) als voor nieuwe leningen (afgesloten vanaf 1.1.2004).
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering,
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT
Bijlage 1
23 OKTOBER 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de voorwaarden en wijze waarop de vermindering voor het lange termijnsparen wordt toegepast met betrekking tot betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypotheekleningen
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzonderheid op :
- artikel 145^1, 3°, vervangen bij de wet van 17 mei 2000;
- artikel 145^6, derde lid, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992;
Gelet op het KB/WIB 92, inzonderheid op :
- artikel 63^3, vervangen bij het koninklijk besluit van 30 januari 2001;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat :
- de wet van 17 mei 2000 tot wijziging van de artikelen 145^1 en 145^5 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de voorwaarde waarbij een hypothecaire lening moet gedekt zijn door een schuldsaldoverzekering om voor fiscale voordelen in aanmerking te komen, heeft opgeheven;
- artikel 63^3 van het KB/WIB 92 bij koninklijk besluit van 30 januari 2001 in dezelfde zin is aangepast;
- de kredietverstrekkende sector naar aanleiding van die wijzigingen gevraagd heeft om de gegevensuitwisseling te rationaliseren en voor te bereiden op een latere volledig geïnformatiseerde uitwisseling;
- dat verzoek vooral is ingegeven door de vaststelling dat de in artikel 63^3, b, van het genoemde koninklijk besluit vermelde verplichting tot mededeling van elke wijziging aan het contract steeds moeilijker toepasbaar wordt;
- de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet in de artikelen 7 en 9 de veranderlijkheid van rentevoet toelaat;
- een groot aantal leningscontracten een periodiek herzienbare rentevoet bevatten;
- elke wijziging aan de rentevoet een wijziging van het contract inhoudt en dat de taxatiediensten bijgevolg telkens moeten worden ingelicht;
- dit gegeven jaarlijks een omvangrijke gegevensuitwisseling tussen de kredietsector en de belastingadministratie teweegbrengt;
- de belastingadministratie begrip kan opbrengen voor de argumenten van de sector en bijgevolg een overleg is gestart met diverse vertegenwoordigers van de ondernemingen die behoren tot de kredietverstrekkende sector;
- dat overleg uiteindelijk heeft geleid tot de invoering van een model van basisattest en een model van betalingsattest dat in de vorm van een bericht aan de kredietverstrekkende sector in het Belgisch Staatsblad zal worden gepubliceerd;
- die nieuwe attesten alle gegevens bevatten die de taxatiediensten nodig hebben om het fiscale voordeel verbonden aan de hypothecaire lening, correct te berekenen;
- ingevolge genoemd overleg eveneens is beslist dat het gelet op de inhoud van het nieuwe betalingsattest, niet langer nodig is elke wijziging aan het contract aan de taxatiedienst mede te delen;
- het opheffen van de verplichting om elke wijziging aan het contract mede te delen, wordt vervangen door de verplichting om een betalingsattest over te leggen;
- die wijzigingen een aanpassing van artikel 63^3 van het genoemde koninklijk besluit vereisen;
- de wijzigingen van artikel 63^3 enkel betrekking hebben op het model van de attesten en derhalve geen enkele invloed hebben op de vaststelling van de belastbare grondslag;
- het de bedoeling is om de nieuwe attesten vanaf het aanslagjaar 2005 te laten gebruiken;
- de betrokken sector zo spoedig mogelijk rechtszekerheid moet krijgen omtrent de terzake na te leven verplichtingen zodat zij zich tijdig kan organiseren om de betrokken attesten uit te reiken, wat het basisattest betreft, vanaf 1 januari 2004;
- dit besluit bijgevolg dringend moet worden getroffen;
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Artikel 63^3, van het KB/WIB 92, vervangen bij het koninklijk besluit van 30 januari 2001, wordt vervangen als volgt :
"Art. 63^3. Betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in België gelegen woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen, worden, binnen de grenzen gesteld in artikel 145^6, eerste en tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, slechts in aanmerking genomen voor de vermindering van het lange termijnsparen indien de belastingplichtige de volgende attesten overlegt waarvan de modellen door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die door de instelling die de lening heeft toegestaan worden uitgereikt :
1° een eenmalig basisattest waarin de instelling bevestigt dat het in het attest beschreven leningscontract aan de in artikel 145^1, 3° en 145^5 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden voldoet;
2° een betalingsattest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de hiervoor vermelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld."
Art. 2. Dit besluit treedt in werking met ingang van aanslagjaar 2005.
Art. 3. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 23 oktober 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
_____
Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1992.
Wet van 28 december 1992, Belgisch Staatsblad van 31 december 1992, derde editie.
Wet van 17 mei 2000, Belgisch Staatsblad van 16 juni 2000, err. 12 augustus 2000.
Wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973.
Wet van 4 augustus 1996, Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1996, err. 8 oktober 1996.
Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, Belgisch Staatsblad van 13 september 1993.
Koninklijk besluit van 30 januari 2001, Belgisch Staatsblad van 28 februari 2001.
Bijlage 2
Bericht tot vaststelling van de modellen van attesten uit te reiken door de instellingen die hypothecaire leningen verstrekken waarvan de kapitaalaflossingen recht geven op een belastingvermindering
Artikel 63^3 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (KB/WIB 92), laatst gewijzigd door artikel 1 van het koninklijk besluit van 23 oktober 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de voorwaarden en wijze waarop de vermindering voor het lange termijnsparen wordt toegepast met betrekking tot betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypotheekleningen ( Belgisch Staatsblad van 31 oktober 2003), onderwerpt de toekenning van die vermindering aan de voorwaarde dat de belastingplichtige attesten overlegt waarvan de modellen worden vastgesteld door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde en die worden uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan.
Het betreft, enerzijds, een eenmalig basisattest waarin de bovenvermelde instelling bevestigt dat het leningscontract aan de wettelijke voorwaarden terzake voldoet, en, anderzijds, een periodiek betalingsattest waarin diezelfde instelling het bedrag van de tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsook een aantal gegevens om na te gaan of die voorwaarden nog steeds zijn vervuld.
De officiële modellen van die attesten zijn, respectievelijk, als bijlage 1 en bijlage 2 bij dit bericht opgenomen.
Hierna volgen nog enkele verduidelijkingen met betrekking tot het gebruik van die attesten.
Formaat van de attesten
Het basisattest moet worden afgeleverd op A4-formaat, terwijl het betalingsattest mag worden afgeleverd op een formaat naar keuze van de uitreikende instelling.
Cursief afgedrukte teksten
Alle teksten die op de modellen cursief zijn afgedrukt, bevatten louter verduidelijkingen met betrekking tot de in te vullen gegevens en moeten niet op de uit te reiken attesten zelf worden overgenomen.
Leningen aangegaan door twee of meer ontleners
Wanneer twee of meer ontleners samen een lening hebben aangegaan, moeten, zowel op het basisattest als op het betalingsattest, in rubriek 1 ["Identiteit en adres van de ontlener(s)"] de namen en adressen van alle mede-ontleners worden vermeld.
In rubriek 5 van het basisattest en in de rubrieken 5 tot 7 van het betalingsattest moeten steeds de totale bedragen met betrekking tot de volledige lening worden vermeld (wanneer twee kredietnemers bijvoorbeeld samen een volledig door een hypothecaire inschrijving gewaarborgde hypothecaire lening van 75.000 EUR hebben aangegaan, waarvoor tijdens het belastbare tijdperk 2.000 EUR kapitaalaflossingen en 3.000 EUR interest werd betaald en waarvan het kapitaalsaldo op 31 december van datzelfde belastbare tijdperk nog 50.000 EUR bedroeg, moet in de rubrieken 5, a en b, 6, a en c, en 7 van het op naam van beide ontleners samen opgestelde betalingsattest, respectievelijk, 75.000 EUR, 75.000 EUR, 2.000 EUR, 3.000 EUR en 50.000 EUR worden vermeld).
Aan elk van de mede-ontleners mag een origineel exemplaar van het basisattest en van de betalingsattesten worden uitgereikt.
Kredietopeningen
In het geval van een kredietopening moeten de op de attesten vermelde begrippen "contract" en "lening" telkens worden begrepen als "voorschot in het kader van een kredietopening".
Doel van de lening
In rubriek 6 van het basisattest moet(en) het (de) toepasselijke doel(en) van de lening worden aangekruist. Indien het laatste vakje ("terugbetalen van een voor het bouwen, het verwerven of het verbouwen van een woning aangegane hypothecaire lening") wordt aangekruist, moeten ook het aanvangsbedrag en de contractdatum van de terugbetaalde lening worden ingevuld (zie ook de verduidelijking met betrekking tot herfinancieringsleningen hieronder).
Herfinancieringsleningen
Zoals inzonderheid blijkt uit de tekst naast het laatste vakje van rubriek 6 van het basisattest, mag dat attest ook worden uitgereikt met betrekking tot een herfinancieringslening, doch alleen indien de instelling die de herfinancieringslening verstrekt, heeft vastgesteld dat die lening voor belastingvermindering in aanmerking komt (hetzij op grond van de gegevens waarover zij, als verstrekker van de oorspronkelijke lening, zelf beschikt, hetzij op grond van de gegevens die haar door de kredietnemer ter beschikking zijn gesteld).
Wanneer de instelling op geen enkele wijze heeft kunnen vaststellen dat de herfinancieringslening voor belastingvermindering in aanmerking komt (omdat zij zelf niet over de noodzakelijke gegevens met betrekking tot de oorspronkelijke lening beschikt en de kredietnemer haar die gegevens niet kan of wil bezorgen), mag zij noch het in artikel 63^3, 1°, KB/WIB 92 bedoelde basisattest, noch de in artikel 63^3, 2°, KB/WIB 92 bedoelde betalingsattesten uitreiken.
Alsdan zal de kredietnemer zelf aan de administratie moeten aantonen dat zijn herfinancieringslening voor belastingvermindering in aanmerking komt en welk bedrag aan kapitaal hij tijdens het belastbare tijdperk heeft afgelost.
Verkoopwaarde van de woning
Rubriek 8 van het basisattest moet slechts in dat attest worden opgenomen indien de lening waarvoor het attest wordt uitgereikt, is aangegaan vóór 1 januari 1989 met als doel het bouwen, het verwerven of het verbouwen van een woning.
Die rubriek mag daarentegen uit het attest worden weggelaten indien de lening waarvoor het attest wordt uitgereikt :
  • aangegaan is vanaf 1 januari 1989, en/of
  • een herfinancieringslening is.
Voorziene eindvervaldag
Indien de voorziene eindvervaldag van de lening tijdens het jaar van betaling gewijzigd is, moeten in de rubriek 4, tweede gedachtestreep van het betalingsattest zowel de ingangsdatum van de wijziging als de nieuwe voorziene eindvervaldag worden vermeld.
Als de looptijd van de lening (vanaf de datum van het contract tot de nieuwe voorziene eindvervaldag) na die wijziging nog minstens 10 jaar bedraagt, mag de vermelding van de volledige ingangsdatum van de wijziging desgewenst worden beperkt tot de vermelding van het jaartal waarin de wijziging heeft plaatsgevonden, d.w.z. het jaar van betaling. Dit doet echter geen afbreuk aan de verplichting om de nieuwe voorziene eindvervaldag te vermelden.
Indien de voorziene eindvervaldag tijdens het jaar van betaling niet is gewijzigd, volstaat het om in de bovenvermelde rubriek 4, tweede gedachtestreep de vermelding "ongewijzigd" aan te brengen.
Handtekening
Rekening houdend met het grote aantal attesten dat sommige instellingen moeten uitreiken, mag de op het basisattest aan te brengen handtekening van de gemandateerde van de uitreikende instelling desgewenst worden vervangen door een gedrukte reproductie van zijn/haar originele handtekening.
Inwerkingtreding
Artikel 2 van bovenvermeld koninklijk besluit van 23 oktober 2003 bepaalt dat dit besluit in werking treedt met ingang van aanslagjaar 2005.
Met uitzondering van de gevallen beoogd in het tweede en derde lid van de rubriek Herfinancieringsleningen hierboven, betekent dit dat :
  • de kapitaalaflossingen waarvoor belastingvermindering wordt gevraagd, vanaf aanslagjaar 2005 verantwoord moeten zijn door een betalingsattest als bedoeld in artikel 63^3, 2°, KB/WIB 92 (ongeacht de datum waarop de lening is aangegaan);
  • de kapitaalaflossingen van leningen waarvoor voor de eerste maal om belastingvermindering wordt gevraagd, vanaf aanslagjaar 2005 bovendien verantwoord moeten zijn door een eenmalig basisattest als bedoeld in artikel 63^3, 1°, KB/WIB 92; indien de lening aangegaan is vóór 1 januari 2004 mag dat attest evenwel worden vervangen door een overeenkomstig de voormalige reglementering terzake uitgereikt attest (of een duplicaat daarvan).