Circulaire nr. 4 (E.T.103.925) dd. 04.03.2003
CIRC 4/2003
Circulaire nr. 4 (E.T.103.925) dd. 04.03.2003
AANSPRAKELIJKE VERTEGENWOORDIGER
NIET IN BELGIE GEVESTIGDE BELASTINGPLICHTIGE
Vaste inrichting
VERPLICHTINGEN
BTW-identificatienummer
VOLDOENING VAN DE BELASTING
Schuldenaar van de belasting
Verlegging van de heffing
Toepasselijke regeling voor de door de niet in België gevestigde belastingplichtigen verrichte handelingen.
Aan al de ambtenaren van de sector BTW.
INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk I : Algemeenheden
Hoofdstuk II : Toepassingsgebied van de aanschrijving - Begrip vaste inrichting
1. Het begrip vaste inrichting
2. Toestand van de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België gevestigd is, doch die hier te lande over een vaste inrichting beschikt
1. Wettelijke bepalingen
2. Toestanden bedoeld inartikel 51 , § 2, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek
artikel 51 , § 2, 5°, van het BTW-Wetboek
1. Wettelijke bepalingen
2. Verplichting tot identificatie voor de BTW
Hoofdstuk V : Toepasselijke BTW-regeling van een niet in de Europese Gemeenschap gevestigde belastingplichtige
1. Wettelijke bepalingen
2. Verplichting tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
Hoofdstuk VI : Toestand ten aanzien van de Belgische BTW van een in een andere Lidstaat van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige
1. Wettelijke bepalingen
2. Mogelijkheid tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
1. Wettelijke bepalingen
2. Eigenschappen van het stelsel van fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer
3. Vertegenwoordiging onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.5
1. Een niet in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige verricht een in België aan de belasting onderworpen levering van goederen of dienst
1. Administratieve aanschrijvingen
Bijlage 1
Bijlage 2
Bijlage 3
HOOFDSTUK I : ALGEMEENHEDEN
1. Onderhavige aanschrijving heeft tot doel de regeling toe te lichten op de handelingen verricht in België door de niet hier te lande gevestigde belastingplichtigen.
2. Teneinde in het kader van het project SLIM (vereenvoudiging van de wetgeving inzake de interne markt), een belangrijke vereenvoudiging te realiseren m.b.t. het gemeenschappelijke stelsel inzake belasting over de toegevoegde waarde in het algemeen, en tot vaststelling van de schuldenaar van de belasting in het bijzonder, heeft de Raad van de Europese Unie van 17 oktober 2000 de Richtlijn 2000/65/EG tot wijziging van de Richtlijn 77/388/EEG (Zesde Richtlijn) met betrekking tot de bepaling van degene die tot voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde gehouden is, uitgevaardigd.
De Richtlijn 2000/65/EG heeft tot voornaamste gevolg dat het de Lidstaten verboden is de aanwijzing van een aansprakelijke vertegenwoordiger verplicht op te leggen wanneer een niet in een Lidstaat gevestigde belastingplichtige er belastbare handelingen verricht en er met het land van de zetel of vestiging van deze belastingplichtige een rechtsinstrument betreffende de wederzijdse bijstand bestaat dat een gelijkaardige draagwijdte heeft als deze voorzien in de Richtlijnen 76/308/EEG en 77/799/EEG en in de Verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van 27 januari 1992 betreffende de administratieve samenwerking op het vlak van de indirecte belastingen (BTW). De aanwijzing van een aansprakelijke vertegenwoordiger blijft hoe dan ook een stelsel waarvoor geopteerd kan worden.
3. De bepalingen van de Richtlijn 2000/65/EG zijn zodanig opgesteld dat de belastingplichtigen gevestigd in de Gemeenschap, vanaf 1 januari 2002 niet langer de verplichting hebben een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te stellen wanneer ze belastbare handelingen verrichten op het grondgebied van een Lidstaat andere dan deze waarin ze zijn gevestigd, daarbij volledig de mogelijkheid biedende toch een dergelijke vertegenwoordiger aan te stellen. Daarentegen behouden de Lidstaten ten aanzien van de belastingplichtigen die niet in de Europese Unie gevestigd zijn, de mogelijkheid om systematisch de aanwijzing van een aansprakelijke vertegenwoordiger te eisen.
4. De bepalingen van de Richtlijn 2000/65/EG werden ingevoegd in het BTW-Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten :
a) bij wet van 7 maart 2002 tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het BTW-Wetboek, alsmede bij de wet van 20 december 2002 tot wijziging van de artikelen 53quater, 53quinuies, 53sexies en 55 van het BTW-Wetboek;
b) door het koninklijk besluit nr. 31 van 2 april 2002 ter vervanging van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992, met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door de niet in België gevestigde belastingplichtigen;
c) door een koninklijk besluit van 2 april 2002 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 3, 7, 10, 23 en 50 inzake de belasting over de toegevoegde waarde.
5. Rekening houdende met de aldus aangebrachte wijzigingen aan het BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen koninklijke besluiten, zijn volgende essentiële regels van toepassing op de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen :
a) voor wat de schuldenaar van de belasting betreft (zie artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek) :
Wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige een levering van goederen of een dienst verricht die belastbaar is hier te lande, is de belasting verschuldigd door de medecontractant (verkrijger of afnemer) in het geval laatstgenoemde :
Een niet in België gevestigde belastingplichtige is in België geïdentificeerd door middel van een identificatienummer dat de letters BE bevat wanneer hij in België handelingen verricht bedoeld in het BTW-Wetboek (die hem recht op aftrek verlenen en waarvoor hij krachtens de artikelen 51 of 52 van het BTW-Wetboek schuldenaar van de belasting is. In sommige bijzondere gevallen kan een BTW-identificatienummer eveneens worden toegekend aan andere niet in België gevestigde belastingplichtigen. Voor de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtigen is de identificatie voor BTW-doeleinden niet noodzakelijk verbonden aan de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België (mogelijkheid tot "rechtstreekse identificatie");
c) voor wat de verplichting betreft om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen (zie artikel 55, §§ 1 en 2, van het BTW-Wetboek en artikel 1, § 1, van het KB nr. 31 van 2 april 2002) :
Alvorens enige handeling in België te verrichten, andere dan een handeling waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant op grond van artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5°, van het BTW-Wetboek is de belastingplichtige die niet gevestigd is in de Europese Unie ertoe gehouden een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen. De in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is niet gehouden tot deze verplichting, maar hij kan nochtans ervoor kiezen om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen wanneer hij in België handelingen verricht die, indien ze door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige werden verricht, de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger zouden vereisen;
d) voor wat de mogelijkheid betreft om een beroep te doen op een vooraf erkende persoon (zie artikel 55, § 3, tweede lid, van het BTW-Wetboek en artikel 2 van het KB nr. 31 van 2 april 2002) :
Wanneer hij uitsluitend bepaalde soorten van handelingen verricht in België (invoer van goederen gevolgd door een levering van dezelfde goederen, handelingen die verband houden met het stelsel inzake het entrepot ander dan het douane-entrepot, intracommunautaire verwervingen van goederen die gevolgd worden door een uitvoer van dezelfde goederen of intracommunautaire verwervingen van goederen met uitsluiting van elke andere handeling onderworpen aan de belasting in België), kan de belastingplichtige die niet hier te lande gevestigd, noch geïdentificeerd is voor BTW-doeleinden, worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon. Het toepassingsgebied van deze bepaling werd uitgebreid in vergelijking met de bepalingen van toepassing voor 1 januari 2002;
e) voor wat de aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger betreft (zie artikel 55, § 4, van het BTW-Wetboek) :
Wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger laat erkennen, wordt die vertegenwoordiger in de plaats gesteld van zijn lastgever voor alle rechten toegekend of alle verplichtingen opgelegd aan deze laatste door het BTW-Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten. De aansprakelijke vertegenwoordiger of de vooraf erkende persoon is bovendien hoofdelijk gehouden met zijn lastgever tot voldoening van de belasting, interesten en boeten waarvan deze laatste schuldenaar is ingevolge handelingen verricht in België. De bepalingen in deze materie werden niet gewijzigd op 1 januari 2002.
Deze verschillende punten vormen respectievelijk het voorwerp van de hoofdstukken III (schuldenaar van de belasting), IV (identificatie voor BTW-doeleinden), V en VI (erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger, voor wat, respectievelijk, de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen en de in de andere Lidstaten gevestigde belastingplichtigen betreft) en VII (vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon). Vooreerst bepaalt hoofdstuk II het begrip van de niet in België gevestigde belastingplichtige. Tenslotte behandelt hoofdstuk VIII de bepalingen van toepassing op de belastingplichtige die niet voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerd is, terwijl hoofdstuk IX de door onderhavige aanschrijving opgeheven of gewijzigde bepalingen opsomt en enkele bijzondere gevallen toelicht.
HOOFDSTUK II : TOEPASSINGSGEBIED VAN DE AANSCHRIJVING - BEGRIP VASTE INRICHTING
1. Het begrip vaste inrichting
6. Krachtens artikel 4, § 1, van het BTW-Wetboek [Zie ook artikel 4, § 1, van de richtlijn van 17 mei 1977, nr. 77/388/EEG (Zesde richtlijn).], is éénieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in datzelfde Wetboek zijn omschreven, een belastingplichtige, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.
Uit deze definitie vloeit voort dat de toekenning van de hoedanigheid van belastingplichtige aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon niet gebonden is aan het bestaan in België van een woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel of zelfs van om het even welke uitbatingszetel.
7. De bepalingen van het (Belgische) BTW-Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten zijn van toepassing op elke belastingplichtige gevestigd in België, maar eveneens op elke belastingplichtige die niet in België gevestigd is in de mate waarin deze belastingplichtige hier te lande handelingen verricht. Het voorwerp van onderhavige aanschrijving is precies de regels toe te lichten die van toepassing zijn op de belastingplichtige die niet in België is gevestigd maar die hier te lande handelingen verricht.
8. Voor de toepassing van de bepalingen van het BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, wordt een belastingplichtige beschouwd als in België gevestigd wanneer hij hier te lande beschikt over :
a) zijn woonplaats (indien het om een natuurlijke persoon gaat);
b) zijn maatschappelijke of statutaire zetel (indien het om een rechtspersoon gaat);
c) of een vaste inrichting.
Een belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België gelegen is ("buitenlandse" belastingplichtige) zal derhalve niettemin worden beschouwd als gevestigd in België indien hij hier te lande over een vaste inrichting beschikt.
9. Voor de toepassing van de artikelen 50, 51 en 55 van het BTW-Wetboek beschouwt de administratie dat een belastingplichtige over een vaste inrichting hier te lande beschikt wanneer de volgende drie voorwaarden samen vervuld zijn :
a) de belastingplichtige heeft hier te lande een directiezetel, een filiaal, een fabriek, een werkplaats, een agentschap, een magazijn, een kantoor, een laboratorium, een inkoop- of verkoopkantoor, een opslagplaats of enige andere vaste inrichting, met uitsluiting van de bouwwerven [De bouwwerven worden niet aangemerkt als vaste inrichtingen welke ook de duur van de werken is.];
b) de in a) bedoelde inrichting wordt beheerd door een persoon die bekwaam is om de belastingplichtige te verbinden tegenover de leveranciers en de klanten;
c) de in a) bedoelde inrichting verricht op geregelde wijze handelingen bedoeld in het BTW-Wetboek : leveringen van goederen of dienstverrichtingen [De handelingen mogen zonder enig onderscheid in het buitenland of in België plaatsvinden en effectief aan de belasting zijn onderworpen dan wel zijn vrijgesteld.].
10. Voor de toepassing van de voorwaarde vermeld onder nr. 9, b), hiervoor, is de persoon die bekwaam is om de belastingplichtige te verbinden tegenover de leveranciers en de klanten, diegene die behoorlijk gemachtigd is door de belastingplichtige om in zijn naam alle handelingen, zowel inkomende als uitgaande, af te sluiten die zijn vereist voor de realisatie van de in het BTW-Wetboek bedoelde handelingen.
11. De situatie van de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België is gevestigd, kan derhalve als volgt worden geschematiseerd :
Opmerking
12. Bij ontstentenis van het vervullen van de voorwaarde bedoeld onder nr. 9, c, hiervoor, wordt de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België gelegen is, niet aangemerkt als hier te lande gevestigd wanneer :
a) de inrichting waarover hij in België beschikt geen enkele in het BTW-Wetboek bedoelde handeling (leveringen van goederen/diensten) verricht, wat onder meer het geval is :
2. Toestand van de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België gevestigd is, doch die hier te lande over een vaste inrichting beschikt
13. Wanneer de belastingplichtige, wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België gelegen is, wordt aangemerkt als gevestigd in België wegens de aanwezigheid van een vaste inrichting in het land, bevindt hij zich voor de handelingen die worden verricht door deze vaste inrichting in dezelfde toestand ten aanzien van de Belgische BTW als de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel zich wel in België bevindt. Hij bezit dezelfde rechten (hoofdzakelijk het recht op aftrek van de voorbelasting) en is gehouden tot dezelfde verplichtingen (uitreiking van facturen, indiening van periodieke aangiften, enz.). Deze rechten en verplichtingen worden in onderhavige afdeling bondig uiteengezet.
2.1. Bevoegd BTW-controlekantoor
14. De belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België is gelegen en die hier te lande een vaste inrichting heeft, ressorteert onder het BTW-controlekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de vaste inrichting is gelegen. Hij hangt dus in geen enkele veronderstelling af van het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen (CKBB); dit kantoor beheert uitsluitend de buitenlandse belastingplichtigen die geen enkele vaste inrichting in België hebben.
15. Wanneer de belastingplichtige in België over meerdere vaste inrichtingen beschikt, is het betrokken BTW-controlekantoor datgene bevoegd voor het ambtsgebied waarin de voornaamste vaste inrichting, of, indien de inrichtingen onafhankelijk zijn van elkaar, de inrichting die als voornaamste wordt opgegeven voor BTW-doeleinden, gelegen is; in deze gevallen dient de boekhouding van de verschillende vaste inrichtingen voor de toepassing van de BTW te worden gecentraliseerd in de voornaamste inrichting en zal, in de regel, elk toezicht op de juiste toepassing van BTW aangaande de activiteiten van deze inrichtingen worden uitgevoerd in de voornaamste inrichting.
2.2. Identificatie voor BTW-doeleinden
16. Op grond van artikel 50, § 1, 1 e lid, 1°, van het BTW-Wetboek kent de administratie een BTW-identificatienummer met de letters BE toe aan elke belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België is gelegen en die één of meerdere vaste inrichtingen in België heeft. Slechts één enkel nummer wordt toegekend ongeacht of de belastingplichtige in België over één dan wel meerdere vaste inrichtingen beschikt. Het nummer wordt toegekend ten gevolge van de indiening van de aangifte van aanvang van werkzaamheid als bedoeld in artikel 53, 1 e lid, 1°, van het BTW-Wetboek bij de oprichting van de eerste vaste inrichting.
2.3. Verplichtingen van de belastingplichtige die in België over een vaste inrichting beschikt
17. De belastingplichtige, wiens domicilie of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België is gevestigd en die hier te lande beschikt over een vaste inrichting, is, voor de door deze vaste inrichting uitgeoefende activiteit, ertoe gehouden om alle door de Belgische BTW-wetgeving aan belastingplichtigen opgelegde verplichtingen na te leven.
Hij is meer bepaald ertoe gehouden :
19. De verplichtingen inzake facturering (de factureringswijze en de op de facturen aan te brengen vermeldingen) en boekhouding (de in de boekhouding en periodieke BTW-aangiften op te nemen handelingen) worden nader uiteengezet in de nrs. 20 tot 27 hierna.
Factureringsprocedure
20. De facturering van handelingen die worden verricht door de Belgische vaste inrichting van de belastingplichtige, bedoeld in onderhavige afdeling, volgt geen enkele bijzondere procedure (verg. met de nrs. 150 tot 157).
21. De factuur moet de door artikel 5, § 1, van het KB nr. 1 van 29 december 1992, voorgeschreven vermeldingen bevatten. Zodoende moeten inzonderheid worden vermeld :
23. De volgende handelingen moeten worden ingeschreven in de boekhouding van de Belgische vaste inrichting :
a) alle handelingen (inkomende en uitgaande) verricht in het kader van de activiteit van de Belgische inrichting of waarbij deze tussenkomt, zelfs wanneer deze handelingen plaatsvinden in het buitenland;
b) volgende inkomende handelingen, verricht zonder tussenkomst van de Belgische inrichting :
1° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting krachtens de artikelen 51, § 1, 2°, § 2, 1° tot 3° en 5°, en 52, § 1, van het BTW-Wetboek en de artikelen 20 en 20bis van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992;
2° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige zijn recht op aftrek van de voorbelasting wenst uit te oefenen;
3° de handelingen die plaatsvinden in België of in het buitenland, welke een rechtstreeks verband hebben met de uitgaande handelingen die zijn opgenomen in de boekhouding van de Belgische vaste inrichting;
c) volgende uitgaande handelingen, verricht zonder tussenkomst van de Belgische inrichting :
1° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 1, 1°, of § 2, 4°, van het BTW-Wetboek of waarvoor de medecontractant van de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 2, 3°, van het BTW-Wetboek en de artikelen 20 en 20bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992;
2° de handelingen die plaatsvinden in België of in het buitenland, welke een rechtstreeks verband hebben met de inkomende handelingen die zijn opgenomen in de boekhouding van de Belgische vaste inrichting en waarvoor een Belgische BTW in aftrek werd gebracht.
24. Voor de toepassing van nr. 23 b) en c) hiervoor, beschouwt de administratie een handeling als zijnde verricht zonder tussenkomst van de Belgische vaste inrichting wanneer de volgende voorwaarden samen zijn vervuld :
a) de bestelling van de handeling gebeurt, respectievelijk, door of bij de buitenlandse zetel van de belastingplichtige;
b) de prijs van de handeling wordt gefactureerd, respectievelijk, aan of door de buitenlandse zetel van de belastingplichtige;
c) de prijs van de handeling wordt betaald, respectievelijk, door of aan de buitenlandse zetel van de belastingplichtige;
d) indien het voor de belastingplichtige gaat om een uitgaande handeling, worden zowel de handeling als de eventuele bijkomende handelingen tot stand gebracht zonder materiële tussenkomst van de Belgische inrichting.
25. De ontvangen facturen met betrekking tot de in België verrichte inkomende handelingen, ingeschreven in de boekhouding van de Belgische inrichting, maar die werden gerealiseerd zonder haar tussenkomst, moeten het BTW-identificatienummer vermelden dat in België aan de belastingplichtige werd toegekend. Die facturen moeten bovendien het adres van de Belgische inrichting vermelden.
De voor de uitgaande handelingen uitgereikte facturen ingeschreven in de boekhouding van de Belgische inrichting maar verricht zonder haar tussenkomst, moeten het BTW-identificatienummer dat in België aan de belastingplichtige werd toegekend alsmede het adres van de Belgische inrichting vermelden.
De in voorkomend geval verschuldigde BTW moet op dezelfde wijze worden voldaan als voor de handelingen verricht door de Belgische inrichting.
26. Het spreekt vanzelf dat de in de boekhouding van de Belgische inrichting ingeschreven handelingen moeten worden opgenomen in de periodieke BTW-aangiften ingediend door deze inrichting, alsmede, in voorkomend geval, in de opgaven bedoeld in de artikelen 53quinquies (jaarlijkse opgave van belastingplichtige afnemers) en 53sexies (kwartaalopgave van de intracommunautaire handelingen) van het BTW-Wetboek.
27. Voorbeeld :
De onderneming A waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in Frankrijk, beschikt over een vaste inrichting in België (A').
De volgende tabel geeft enkele handelingen weer die door de Franse zetel A of de Belgische vaste inrichting A' zijn verricht en hun inschrijving, desgevallend, in de boekhouding en de periodieke BTW-aangiften van A'.
(1) Maatstaf van heffing.
(2) Artikel 51, § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek is niet van toepassing (z. nr. 33, 1°, in fine).
(3) Artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is niet van toepassing (z. nr. 49, 1°, in fine).
(4) Artikel 51, § 2, 5° van het BTW-Wetboek is niet van toepassing (z. nr. 49, 1°, in fine).
Opmerking
28. De aandacht wordt gevestigd op de identiteit van de schuldenaar van de belasting in de drie volgende gevallen :
1ste geval : een belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel in het buitenland is gevestigd, en die beschikt over een vaste inrichting die voor de BTW is geïdentificeerd in België, verricht, vanuit zijn buitenlandse zetel, een dienst die bij toepassing van artikel 21, § 3, 7° van het BTW-Wetboek, plaatsvindt in België [De plaats van de dienst wordt geacht zich in België te bevinden bij toepassing van artikel 21, § 3, 7° van het BTW-Wetboek indien, enerzijds, de handeling wordt verstrekt aan een in België gevestigde belastingplichtige voor de behoeften van zijn economische activiteit, en anderzijds :
- de bestelling van de dienst wordt gericht aan de buitenlandse zetel van de belastingplichtige;
- de prijs van de dienst wordt gefactureerd door de buitenlandse zetel van de belastingplichtige;
- de prijs wordt betaald aan de buitenlandse zetel van de belastingplichtige.].
2de geval : een belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel in het buitenland is gevestigd, en die beschikt over een vaste inrichting die voor de BTW is geïdentificeerd in België, verricht, vanuit zijn buitenlandse zetel, een dienst die krachtens artikel 21, § 3, 2°, b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter of 8° van het BTW-Wetboek geacht wordt in België plaats te vinden.
3de geval : een belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel in het buitenland is gevestigd, en die beschikt over een vaste inrichting die voor de BTW is geïdentificeerd in België, verricht, vanuit zijn buitenlandse zetel, een levering van goederen of een dienst die plaatsvindt in België en dit ter bestemming van een medecontractant die in België is gevestigd en is gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften of van een niet in België gevestigde medecontractant die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het BTW-Wetboek. De handeling wordt niet bedoeld in artikel 21, § 3, 2°, b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter, 7° of 8° van het BTW-Wetboek en is evenmin vrijgesteld of verricht met vrijstelling van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek.
De schuldenaar van de belasting welke verschuldigd is wegens de in de drie voormelde gevallen verrichte handelingen is steeds de leverancier of de dienstverrichter, overeenkomstig de algemene regel van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. Met andere woorden, in de drie hiervoor aangehaalde gevallen kan onmogelijk toepassing worden gemaakt van respectievelijk artikel 51, § 2, 1°, a of b, of 5°, van het BTW-Wetboek, vermits de leverancier of de dienstverrichter wordt beschouwd als zijnde gevestigd in België, om reden van de aanwezigheid van een vaste inrichting in het land.
2.4. Opheffing van de vaste inrichting
29. Wanneer de belastingplichtige zijn Belgische vaste inrichting sluit, moeten volgende gevallen worden onderscheiden :
a) ofwel stopt de belastingplichtige elke activiteit in België : hij moet dan een aangifte van stopzetting van werkzaamheid indienen bij het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Zijn BTW-identificatienummer in België wordt dan doorgehaald;
b) ofwel zet de belastingplichtige zijn activiteit in België voort : hij moet dan een aangifte van wijziging van werkzaamheid indienen bij het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Indien de activiteit die hij voortzet in België van die aard is dat zij een identificatie voor BTW-doeleinden hier te lande noodzakelijk maakt, wordt zijn identificatie behouden maar zal hij voortaan onder het CKBB ressorteren. Naargelang hij al dan niet gevestigd is in een andere Lidstaat, kan of moet hij een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen in België. Indien daarentegen de activiteit die hij voortzet in België geen identificatie voor BTW-doeleinden hier te lande meer noodzakelijk maakt (bv. het uitsluitend verrichten van handelingen met toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek) wordt zijn identificatie voor de BTW doorgehaald (z. evenwel nr. 97).
HOOFDSTUK III : BEPALING VAN DE SCHULDENAAR VAN DE BELASTING VOOR HANDELINGEN DIE DOOR NIET IN BELGIË GEVESTIGDE BELASTINGPLICHTIGEN WORDEN VERRICHT
1. Wettelijke bepalingen
30. Krachtens het algemeen principe vervat in artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek is de belasting verschuldigd door de belastingplichtige die een belastbare levering van goederen of een dienst verricht die in België plaatsvindt.
31. Bij afwijking is evenwel :
1° overeenkomstig artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek de belasting verschuldigd door de afnemer van de dienst wanneer de dienstverrichter een niet in België gevestigde belastingplichtige is en :
a) hetzij, de plaats van de dienst geacht wordt zich in België te bevinden op grond van artikel 21, § 3, 7° van het BTW-Wetboek;
b) hetzij, de afnemer van de dienst voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is onder een BTW-identificatienummer dat de letters BE bevat en de plaats van de dienst geacht wordt zich in België te bevinden overeenkomstig artikel 21, § 3, 2°, b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter of 8° van hetzelfde Wetboek;
2° overeenkomstig artikel 51, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek de belasting verschuldigd door de medecontractant wanneer deze voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in België overeenkomstig artikel 50, § 1, van het BTW-Wetboek en het gaat om leveringen van goederen die bedoeld zijn in artikel 25ter, § 1, 2 e lid, 3°, van hetzelfde Wetboek en de factuur de door de Koning te bepalen vermeldingen bevat;
3° overeenkomstig artikel 51, § 2, 3° van het BTW-Wetboek de belasting verschuldigd door de medecontractant wanneer het gaat om leveringen van goederen of dienstverrichtingen bedoeld in de artikelen 39, § 2 en 39quater van het BTW-Wetboek;
4° overeenkomstig 51, § 2, 4° van het BTW-Wetboek de belasting verschuldigd door de persoon die de goederen uitslaat welke geplaatst zijn onder één der stelsels bedoeld in de artikelen 39, § 2 en 39quater van het BTW-Wetboek;
5° overeenkomstig artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek de belasting verschuldigd door de in België gevestigde medecontractant die gehouden is tot het indienen van de periodieke BTW-aangifte bedoeld in artikel 53, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek of door de niet in België gevestigde medecontractant die in België een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2 van het BTW-Wetboek, wanneer het gaat om een levering van goederen of een dienst die werd verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige en de belastbare handeling niet is beoogd in 1° of 2°, hiervoor, noch vrijgesteld is of verricht met vrijstelling van de belasting ingevolge de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek.
32. Zoals onder nr. 31 hiervoor reeds werd aangehaald voorziet artikel 51, § 2, van het BTW-Wetboek zes gevallen waarin de belasting verschuldigd is door een andere persoon dan de leverancier of dienstverrichter. Twee daarvan (toestanden bedoeld in artikel 51, § 2, 3° en 4°, van het BTW-Wetboek worden toegelicht in de administratieve aanschrijving met betrekking tot het stelsel van het entrepot ander dan het douane-entrepot. De overige gevallen (situaties bedoeld in artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5°, van het BTW-Wetboek) hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze de verplichting tot voldoening van de belasting verleggen naar de verkrijger of afnemer van de handeling, wanneer de leverancier of de dienstverrichter een niet in België gevestigde belastingplichtige is. De bepalingen van artikel 51, § 2, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek zijn slechts in geringe mate of niet gewijzigd op 1 januari 2002; ze worden toegelicht in de nrs. 33 tot 48. Daarentegen werden de bepalingen van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek ingevoerd op 1 januari 2002; ze worden toegelicht in de nrs. 49 tot 60. De tabellen die in bijlage 1 zijn toegevoegd vatten de diverse toepassingsmogelijkheden van deze bepalingen samen wanneer hetzij de leverancier of dienstverrichter, hetzij de verkrijger of afnemer een belastingplichtige is wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België is gevestigd ("buitenlandse belastingplichtige").
2. Toestanden bedoeld in artikel 51, § 2, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek
2.1. Toestand bedoeld in artikel 51, § 2, 1°, a van het BTW-Wetboek
33. Artikel 51, § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek verlegt de verplichting tot voldoening van de belasting naar de persoon die de handeling ontvangt wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1° de belastingplichtige die de handeling verricht is niet gevestigd in België [N.B.: De voor 1 januari 2002 in voege zijnde tekst stipuleerde dat de belastingplichtige die de handeling verrichtte buiten België diende gevestigd te zijn.].
Deze voorwaarde veronderstelt dat de belastingplichtige die de handeling verricht over geen enkele vaste inrichting in België, zoals omschreven in nr. 9, beschikt.
=> De verlegging van heffing bedoeld in artikel 51, § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek is van toepassing wanneer de belastingplichtige die de handeling verricht niet in België is gevestigd en :
2° de persoon die de handeling ontvangt is een belastingplichtige
Van zodra de handeling aan een belastingplichtige wordt verstrekt, is het zonder belang of deze belastingplichtige al dan niet is gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften.
=> De verlegging van heffing van de belasting is van toepassing wanneer de handeling wordt verstrekt aan :
Deze voorwaarde veronderstelt dat :
de persoon die de dienst ontvangt de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting in België heeft gevestigd waarvoor de dienst wordt verricht of, bij ontstentenis daarvan, zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats;
de handeling een dienst is als bedoeld in artikel 21, § 3, 7°, van het BTW-Wetboek ("immateriële" dienstverrichtingen).
2.2. Toestand bedoeld in artikel 51, § 2, 1°, b, van het BTW-Wetboek
34. Artikel 51, § 2, 1°, b, van het BTW-Wetboek verlegt de verplichting tot voldoening van de belasting naar de persoon die de handeling ontvangt wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1° de belastingplichtige die de handeling verricht is niet gevestigd in België
Voor de toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar nr. 33, 1°.
2° de belastingplichtige die de handeling afneemt is geïdentificeerd voor BTW-doeleinden onder een nummer dat de letters BE bevat
=> De verlegging van heffing is van toepassing wanneer de handeling wordt verstrekt aan :
35. Deze toestand betreft de levering van goederen die wordt verricht door de tussenpersoon B in het vereenvoudigd stelsel van het driehoeksverkeer ABC. In deze context is de belasting verschuldigd door de medecontractant wanneer de volgende drie voorwaarden zijn verenigd :
1° de belastingplichtige die de handeling verricht is niet gevestigd in België.
Voor de toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar nr. 33, 1°.
2° de belastingplichtige die de handeling verrichtis geïdentificeerd voor BTW-doeleinden in een andere Lidstaat.
3° de belastingplichtige die de handeling afneemtis geïdentificeerd voor BTW-doeleinden in België overeenkomstig artikel 50, § 1, van het BTW-Wetboek.
=> De verlegging van heffing is van toepassing wanneer de handeling wordt verstrekt aan :
Deze voorwaarde veronderstelt dat :
a) de levering van goederen wordt voorafgegaan door een intracommunautaire verwerving, verricht in België door de belastingplichtige die de levering van goederen verricht;
b) de goederen rechtstreeks worden vervoerd of verzonden vanuit een Lidstaat andere dan deze waar de belastingplichtige die de levering van goederen verricht voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, met bestemming de persoon die de levering van de goederen ontvangt;
c) de persoon die de goederen ontvangt en in België voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd (zie 3 e voorwaarde), werd aangeduid als schuldenaar van de belasting opeisbaar over de aan hem verrichte levering van goederen.
5° de factuur moet volgende vermeldingen bevatten :
a) enerzijds, de vermeldingen bedoeld in artikel 5, § 1, 4°, c, van het KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, te weten :
2.4. Verplichtingen van de leverancier of dienstverrichter
36. De leverancier of dienstverrichter verricht in ieder geval een handeling die in België plaatsvindt. Derhalve is hij verplicht een factuur uit te reiken die de handeling vaststelt met de vermeldingen en binnen de termijn die de Belgische wetgeving voorschrijft (zie arikel 53, 1 e lid, 2°, van het BTW-Wetboek en de artikelen 1, § 1, 5, § 1, en 4, § 1, van het KB nr. 1). De factuur moet de volgende vermeldingen bevatten: "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, art. 51, § 2", in plaats van de aanduiding van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting.
37. Anderzijds is het mogelijk dat de leverancier of dienstverrichter onder een individueel nummer voor BTW-doeleinden in België is geïdentificeerd (rechtstreekse identificatie of met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger overeenkomstig art. 55 § 1 of § 2, van het BTW-Wetboek).
In deze veronderstelling, en voor zover de handeling wordt beoogd door artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek, vermeldt de factuur :
a) het BTW-identificatienummer dat aan de dienstverrichter is toegekend (zie art. 5, § 1, 2°, van het KB nr. 1);
b) in geval van fiscale vertegenwoordiging, de identiteit, het adres en de aanduiding van de hoedanigheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger (zie art. 5, § 1, 2°bis, a, van het KB nr. 1).
38. Bovendien moet de handeling worden opgenomen in de door de dienstverrichter of zijn aansprakelijke vertegenwoordiger bijgehouden Belgische boekhouding en alsmede worden vermeld in de periodieke BTW-aangiften die bij de Belgische administratie worden ingediend ( rooster 45) .
39. Bij administratieve tolerantie wordt evenwel aangenomen dat de in nrs. 37 en 38 hiervoor vermelde verplichtingen (vermelding van BE-nummer en, in voorkomend geval, van de coördinaten van de aansprakelijke vertegenwoordiger op de factuur, inschrijving in de Belgische boekhouding en BTW-aangifte) niet moeten worden nageleefd wanneer de verrichte handeling geen rechtstreekse band heeft met een handeling waarvoor de dienstverrichter voordien zijn recht op aftrek van de Belgische voorbelasting heeft uitgeoefend.
40. Indien de handeling wordt beoogd door artikel 51, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek en de leverancier voor de BTW in België geïdentificeerd is onder een individueel nummer (rechtstreekse identificatie of erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 55, § 1 of §2, van het BTW-Wetboek), moet deze leverancier opdat het vereenvoudigd driehoeksverkeer van toepassing zou zijn, verplicht zijn buitenlands BTW-identificatienummer gebruiken om in België de intracommunautaire verwerving van goederen en hun daaropvolgende levering te verrichten. De handeling moet in dat geval niet in de Belgische boekhouding worden opgenomen door de leverancier of zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, noch in de periodieke BTW-aangiften ingediend bij de Belgische administratie.
2.5. Verplichtingen van de medecontractant schuldenaar van de belasting
2.5.1. Voldoening van de belasting
Wanneer de verkrijger of de afnemer een in België voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige is, gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften :
41. Hij is ertoe gehouden de aan hem verstrekte handeling op te nemen in zijn boek voor inkomende facturen en de verschuldigde belasting te voldoen door de handeling in te schrijven in zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de belasting opeisbaar is geworden, en dit op de volgende wijze :
a) de maatstaf van heffing van de handeling wordt vermeld :
42. Het bedrag van de aftrekbare belasting kan worden ingeschreven in rooster 59 van de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de voorwaarden tot uitoefening van het recht op aftrek worden vervuld.
De voorwaarden tot uitoefening van het recht op aftrek zijn de volgende (zie art. 3, § 3 van het KB nr. 3, van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde) :
a) de verkrijger of de afnemer dient in het bezit te zijn van een factuur uitgereikt door de leverancier van de goederen of de dienstverrichter. Deze factuur dient ten minste de naam, het adres en het BTW-identificatienummer van de bij de handeling betrokken partijen, de aard en de hoeveelheid van de geleverde goederen of diensten, de prijs en het toebehoren ervan te vermelden. Zo nodig moet ze door de verkrijger of de afnemer worden aangevuld met de andere vermeldingen bedoeld in artikel 5, § 1 van het KB nr. 1 van 29 december 1992;
b) de verkrijger of de afnemer moet de belasting hebben voldaan op de in nr. 41 hiervoor voorgeschreven wijze.
Wanneer de verkrijger of de afnemer een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon is, gehouden tot het indienen van de bijzondere BTW-aangifte :
43. Indien hij nog niet voor de BTW is geïdentificeerd [N.B.: Deze toestand kan zich uitsluitend voordoen wanneer een belastingplichtige, die enkel leveringen van goederen of diensten verricht die hem geen enkel recht op aftrek toekennen, schuldenaar van de belasting wordt krachtens artikel 51, § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek (zie nr. 33).], dient hij, voorafgaand aan de eerste handeling waarvoor hij, bij toepassing van artikel 51, § 1, 2°, a, van het BTW-Wetboek schuldenaar van de belasting wordt, te laten weten dat een dergelijke handeling hem voor de eerste maal zal worden verstrekt en dit door zich kenbaar te maken bij het BTW-controlekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar hij is gevestigd (z. artikel 53bis, § 2, BTW-Wetboek en artikel 5 van het KB nr. 10 van 29 december 1992). Op basis van deze informatie wordt hem een BTW-identificatienummer toegekend overeenkomstig artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek : dit BTW-identificatienummer bevat niet de letters BE.
Voor de voldoening van de belasting is hij ertoe gehouden de aan hem verstrekte handeling op te nemen in de bijzondere BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de belasting opeisbaar is geworden, en dit op volgende wijze :
a) de maatstaf van heffing wordt vermeld in rooster 74;
b) het bedrag van de verschuldigde belasting wordt ingeschreven in rooster 80.
De handeling moet bovendien worden ingeschreven in het bijzonder register bedoeld in artikel 14, §§ 4 tot 6, van het KB nr. 1 van 29 december 1992.
2.5.2. Opmaak van een bijzonder stuk
44. In principe voldoet de verkrijger of de afnemer de belasting waarvan hij de schuldenaar is wegens de aan hem verstrekte handeling op zicht van de factuur die hij heeft ontvangen van de leverancier of de dienstverrichter.
45. Wanneer hij echter niet in het bezit is van deze factuur bij het verstrijken van de maand waarin de belasting opeisbaar wordt voor de aan hem verstrekte handeling, is hij ertoe gehouden een bijzonder stuk op te maken dat de handeling vaststelt en op basis waarvan hij de verschuldigde belasting voldoet. Hij vermeldt het bijzonder stuk in zijn boek voor inkomende facturen of in het bijzonder register bedoeld in artikel 14, §§ 4 tot 6, van het KB nr. 1 (toepassing van artikel 9, § 1, van het KB nr. 1).
46. Het stuk dat wordt opgemaakt bij ontstentenis van de factuur bevat de volgende vermeldingen (zie artikel 9, § 2, van het KB nr. 1) :
a) de naam of de maatschappelijke benaming en het adres van de bij de handeling betrokken partijen;
b) het BTW-identificatienummer van de persoon die het stuk opstelt;
c) de datum waarop de handeling is voltooid of de datum waarop de belasting opeisbaar wordt wanneer deze laatste de dag van voltooiing van de handeling voorafgaat (situaties bedoeld in artikel 17, § 1, 2 e of 3 e lid, en 22, § 2, 2 e of 3 e lid, van het BTW-Wetboek);
d) de gegevens nodig om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen of de verstrekte diensten en hun hoeveelheid, alsook het voorwerp van deze diensten;
e) de aanduiding, per tarief, van de maatstaf van heffing en het bedrag van de verschuldigde belasting;
f) het nummer waaronder het stuk is ingeschreven in het boek voor inkomende facturen of in het bijzonder register, bedoeld in artikel 14, §§ 4 tot 6, van het KB nr. 1, van de verkrijger of de afnemer.
De vermeldingen bedoeld in het voorgaande lid mogen worden vervangen door een verwijzing naar de schriftelijke overeenkomst, voor zover die de nodige gegevens bevat.
47. Bij de ontvangst van de factuur, brengt de verkrijger of de afnemer hierop een verwijzing aan naar het bijzonder stuk dat hij voordien had opgemaakt, en op dit stuk, een verwijzing naar de factuur.
48. Er wordt echter aangestipt dat het in nr. 45 hiervoor bedoelde bijzonder stuk in geen enkel geval de van de buitenlandse leverancier of dienstverrichter te ontvangen factuur kan vervangen voor wat betreft de eventuele uitoefening van het recht op aftrek van de belasting in hoofde van de belastingplichtige verkrijger of afnemer.
3. Situatie bedoeld in artikel 51, § 2, 5° van het BTW-Wetboek
3.1 Beoogde situatie
49. Artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is een nieuwe bepaling die op 1 januari 2002 in de Belgische wetgeving werd ingevoerd door de wet van 7 maart 2002, bedoeld in nr. 4, a). Deze bepaling verlegt de heffing van de belasting naar de persoon die de handeling afneemt wanneer de volgende voorwaarden samen zijn vervuld :
1° de belastingplichtige die de handeling verrichtis niet gevestigd in België
Deze voorwaarde veronderstelt dat de belastingplichtige die de handeling verricht geen enkele vaste inrichting in België heeft zoals die wordt omschreven in nr. 9.
=> De verlegging van de heffing bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is van toepassing wanneer de leverancier of de dienstverrichter een belastingplichtige is die niet in België is gevestigd, en die :
2° de klant van de handeling is :
De belastbare handeling kan bestaan zowel uit een levering van goederen als uit een dienstverrichting. De verlegging van de heffing als bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is evenwel niet van toepassing in de volgende twee gevallen :
a) wanneer de belastbare handeling een dienstverrichting is als bedoeld in artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek (zie nrs. 33 en 34, hiervoor) of een levering van goederen bedoeld in artikel 51, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek (z. nr. 35, hiervoor). In deze veronderstelling zijn het de laatstgenoemde bepalingen die van toepassing zijn;
b) wanneer de handeling effectief van de BTW is vrijgesteld krachtens de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek - zelfs indien in dit geval de leverancier of dienstverrichter ten onrechte de verlegging van de heffing heeft vermeld op de factuur - of wanneer de leverancier of dienstverrichter voor de door hem verrichte handeling ten onrechte een vrijstelling als beoogd in de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek toepast. In deze veronderstellingen is altijd de belastingplichtige die de handeling heeft verricht de schuldenaar van de belasting bij toepassing van artikel 51, § 1,1°, van het BTW-Wetboek.
De verlegging van heffing voorzien in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek wordt vaak met de term "veralgemeende verlegging van heffing" aangeduid.
3.2. Verplichtingen van de leverancier of de dienstverrichter
50. In elke veronderstelling verricht de leverancier of dienstverrichter een handeling die in België plaatsvindt. Om die reden is hij ertoe gehouden een factuur uit te reiken die de handeling vaststelt, binnen de termijn en met de vermeldingen zoals voorgeschreven door de Belgische wetgeving (z. artikel 53, 1 e lid, 2°, BTW-Wetboek en de artikelen 1, § 1, 5, § 1, en 4, § 1, van het KB nr. 1). De factuur bevat inzonderheid de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant. BTW-Wetboek, art. 51, § 2" in de plaats van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting.
51. Anderzijds is het mogelijk dat de leverancier of de dienstverrichter in België voor de BTW is geïdentificeerd onder een individueel nummer (rechtstreekse identificatie of met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het BTW-Wetboek) of wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon onder een globaal BTW-identificatienummer.
In deze veronderstelling, vermeldt de factuur :
a) het BTW-identificatienummer dat in België werd toegekend aan de leverancier of dienstverrichter of aan de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt (z. art. 5, § 1, 2° en 2°bis, b, van het KB nr. 1);
b) in geval van fiscale vertegenwoordiging, de identiteit, het adres en de aanduiding van de hoedanigheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger of van de vooraf erkende persoon (z. art. 5, § 1, 2°bis, van het KB nr. 1).
52. Bovendien moet de handeling worden opgenomen in de Belgische boekhouding die door de leverancier of de dienstverrichter, zijn aansprakelijke vertegenwoordiger of de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt, wordt bijgehouden en moet ze worden vermeld in de periodieke aangiften die door deze personen bij de Belgische administratie worden ingediend ( rooster 45).
53. Bij wijze van administratieve tolerantie wordt evenwel toegestaan dat de in de nrs. 51 en 52 hiervoor vermelde verplichtingen (de vermelding van het BE-nummer en, in voorkomend geval, van de coördinaten van de aansprakelijke vertegenwoordiger of van de vooraf erkende persoon op de facturen, de inschrijving in de Belgische boekhouding en in de BTW-aangifte) niet moeten worden nagekomen wanneer de verrichte handeling geen rechtstreeks verband vertoont met een handeling waarvoor de leverancier of de dienstverrichter voordien zijn recht op aftrek van de Belgische voorbelasting heeft uitgeoefend.
Deze administratieve tolerantie is evenwel niet van toepassing wanneer de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige een BTW-identificatie in België heeft bekomen via de mogelijkheid voorzien in nr. 97 van onderhavige aanschrijving (z. ook nrs.158, b, in fine en 200, b, in fine), alsmede in het geval van fiscale vertegenwoordiging onder globaal nummer.
3.3. Verplichtingen van de medecontractant schuldenaar van de belasting
3.3.1. Voldoening van de belasting
54. Met het oog op de voldoening van de belasting is de verkrijger of de afnemer [De verkrijger of de afnemer is steeds voor de BTW geïdentificeerd in België en gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften.] ertoe gehouden de aan hem verstrekte handeling in te schrijven in zijn boek voor inkomende facturen, evenals in zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de belasting opeisbaar is geworden, en dit als volgt :
a) de maatstaf van heffing van de handeling wordt vermeld :
55. Het bedrag van de aftrekbare belasting mag worden ingeschreven in rooster 59 van de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de voorwaarden tot uitoefening van het recht op aftrek zijn vervuld. De voorwaarden tot uitoefening van het recht op aftrek zijn de volgende (z. art. 3, § 3, van het KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde) :
a) de verkrijger of de afnemer dient in het bezit te zijn van een factuur uitgereikt door de leverancier van de goederen of de dienstverrichter. Deze factuur dient ten minste de naam, het adres en het BTW-identificatienummer van de bij de handeling betrokken partijen, de aard en hoeveelheid van de geleverde goederen of diensten, de prijs en het toebehoren ervan te vermelden. Zo nodig moet ze door de verkrijger of de afnemer worden aangevuld met de andere vermeldingen bedoeld in artikel 5, § 1, van het KB nr. 1 van 29 december 1992;
b) de verkrijger of de afnemer moet de belasting hebben voldaan op de in nr. 54, hiervoor, bedoelde wijze.
3.3.2. Opmaak van een bijzonder stuk
56. In principe voldoet de verkrijger of de afnemer de belasting waarvan hij schuldenaar is wegens de aan hem verstrekte handeling op zicht van de factuur die hij heeft ontvangen van de leverancier of de dienstverrichter.
57. Wanneer hij echter niet in het bezit is van die factuur bij het verstrijken van de maand of het kwartaal [Naargelang het gaat om een belastingplichtige gehouden tot het indienen van maand- of kwartaalaangiften.] waarin de belasting opeisbaar is geworden voor de aan hem verstrekte handeling, dient hij een bijzonder stuk op te maken dat de handeling vaststelt. Dit stuk vormt het verantwoordingsstuk op grond waarvan de verkrijger of de afnemer de handeling inschrijft in zijn boek voor inkomende facturen en de verschuldigde belasting voldoet (toepassing van artikel 15, § 2, KB nr. 1).
58. Het stuk opgemaakt bij ontstentenis van de factuur bevat de volgende vermeldingen :
a) de naam of de maatschappelijke benaming en het adres van de bij de handeling betrokken partijen;
b) het BTW-identificatienummer van de verkrijger of de afnemer;
c) desgevallend, de coördinaten (identiteit, adres, aanduiding van de hoedanigheid) van de aansprakelijke vertegenwoordiger in België van de verkrijger of de afnemer;
d) desgevallend, het BTW-identificatienummer in België van de leverancier of de dienstverrichter (of van de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt);
e) desgevallend, de coördinaten (identiteit, adres, aanduiding van de hoedanigheid) van de aansprakelijke vertegenwoordiger in België van de leverancier of de dienstverrichter (of van de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt);
f) de datum waarop de handeling is voltooid of de datum waarop de belasting opeisbaar wordt wanneer deze de dag van voltooiing van de handeling voorafgaat (situaties beoogd in de artikelen 17, § 1, 2 e of 3 e lid, en artikel 22, § 2, 2 e of 3 e lid, BTW-Wetboek);
g) de gegevens nodig om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen of de verstrekte diensten en hun hoeveelheid, alsook het voorwerp van de diensten;
h) de aanduiding, per tarief, van de maatstaf van heffing en het bedrag van de verschuldigde belasting;
i) het nummer waaronder het stuk is ingeschreven in het boek voor inkomende facturen van de verkrijger of de afnemer.
De vermeldingen bedoeld in het voorgaande lid mogen worden vervangen door een verwijzing naar de schriftelijke overeenkomst, voor zover die de nodige gegevens bevat.
59. Bij de ontvangst van de factuur, brengt de verkrijger of de afnemer hierop een verwijzing aan naar het bijzonder stuk dat hij voordien heeft opgemaakt, en op dit stuk, een verwijzing naar de factuur.
60. Er wordt echter aangestipt dat het in nr. 57 hiervoor bedoelde bijzonder stuk in geen enkel geval de van de buitenlandse leverancier of dienstverrichter te ontvangen factuur kan vervangen voor wat betreft de eventuele uitoefening van het recht op aftrek van de belasting in hoofde van de belastingplichtige verkrijger of afnemer.
4. Bijzonder geval : uitvoering van een werk in onroerende staat
4.1. Wettelijke bepalingen
61. Krachtens artikel 51, § 4, van het BTW-Wetboek kan de Koning afwijken van de bepaling vervat in § 1, 1°, van hetzelfde artikel [Art. 51, § 1, 1°, WBTW : De belasting is verschuldigd door de belastingplichtige die een belastbare levering van goederen of dienst verricht die in België plaatsvindt.] om de medecontractant van de leverancier van goederen of van de dienstverrichter te verplichten de belasting te voldoen in de mate dat Hij zulks noodzakelijk acht om die voldoening te vrijwaren.
62. Artikel 20, § 1, van het KB nr. 1, genomen in uitvoering van de bovengenoemde bepaling, stelt dat de medecontractant van de in België gevestigde belastingplichtige die de in § 2 van hetzelfde artikel aangeduide handelingen verricht, de over deze handeling verschuldigde belasting moet voldoen, wanneer hij zelf een in België gevestigde belastingplichtige is en gehouden tot het indienen van een in artikel 53, 1e lid, 3°, van het BTW-Wetboek bedoelde aangifte of een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het BTW-Wetboek.
4.2. Toestand bedoeld in artikel 20, § 1, van het KB nr. 1
63. Artikel 20, § 1, van het KB nr. 1 verlegt de heffing van de belasting naar de persoon die de handeling afneemt wanneer de volgende voorwaarden samen zijn vervuld :
1° De belastingplichtige die de handeling verrichtis in België gevestigd.
=> Artikel 20, § 1, van het KB nr. 1 is van toepassing wanneer de belastingplichtige die de handeling verricht :
2° De persoon die de handeling afneemt heeft één van de volgende hoedanigheden :
=> Artikel 20, § 1, van het KB nr. 1 is van toepassing wanneer de handeling betrekking heeft op :
4.3. Verplichtingen van beide partijen in geval van toepassing van artikel 20, § 1, van het KB nr. 1
64. In dit geval is de dienstverrichter of de leverancier in België gevestigd. Hij is er derhalve toe gehouden alle verplichtingen die aan belastingplichtigen worden opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek na te leven. Zo moet hij met name :
4.4. Voorbeeld
66. A is een belastingplichtige wiens maatschappelijke zetel in Frankrijk is gevestigd.
A verricht voor B een werk in onroerende staat aan een gebouw gelegen in België. Overeenkomstig artikel 21, § 3, 1°, van het BTW-Wetboek vindt de dienst plaats in België.
1ste veronderstelling : A beschikt over een vaste inrichting in België (A'); B is niet in België gevestigd maar heeft er een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.
Schuldenaar van de belasting : B (toepassing van artikel 20, § 1, K.B. nr. 1)
Inschrijving van de handeling in de aangifte van A' : maatstaf van heffing : rooster 45
Inschrijving van de handeling in de aangifte van B :
maatstaf van heffing : rooster 81, 82 of 83 en 87
verschuldigde BTW : rooster 56
aftrekbare BTW : rooster 59
De factuur moet inzonderheid bevatten :
Schuldenaar van de belasting : B (toepassing van artikel 51, § 2, 5°, BTW-Wetboek).
Inschrijving van de handeling in de aangifte van A : maatstaf van heffing : rooster 45.
Inschrijving van de handeling in de aangifte van B :
maatstaf van heffing : rooster 81, 82 of 83 en 87
verschuldigde BTW : rooster 56
aftrekbare BTW : rooster 59
De factuur moet inzonderheid bevatten :
Schuldenaar van de belasting : A (toepassing van artikel 51, § 1, 1°, BTW-Wetboek).
Inschrijving van de handeling in de aangifte van A :
maatstaf van heffing : rooster 01, 02 of 03
verschuldigde BTW : rooster 54
Inschrijving van de handeling in de aangifte van B :
maatstaf van heffing : rooster 81, 82 of 83
aftrekbare BTW : rooster 59
De factuur moet inzonderheid bevatten :
Opmerking.
67. Voor wat betreft de handelingen bedoeld in artikel 20bis van het KB nr.1 - bepaling die eveneens werd gerealiseerd ter uitvoering van artikel 51, § 4, van het BTW-Wetboek - gelden "mutatis mutandis" dezelfde regels als deze uiteengezet in de nrs. 62 tot 66 hiervoor.
HOOFDSTUK IV : IDENTIFICATIE VOOR DE BTW IN BELGIË VAN EEN NIET HIER TE LANDE GEVESTIGDE BELASTINGPLICHTIGE
1. Wettelijke bepalingen
68. Overeenkomstig artikel 50, § 1, 1° lid, 3°, van het BTW-Wetboek kent de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, een BTW-identificatienummer toe, dat de letters BE bevat, aan elke niet in België gevestigde belastingplichtige die handelingen verricht bedoeld in het Wetboek waarvoor recht op aftrek is ontstaan en waarvoor hij krachtens de artikelen 51 en 52 van het BTW-Wetboek schuldenaar is van de belasting in België .
69. Anderzijds bepaalt artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek dat een BTW-identificatienummer eveneens kan worden toegekend aan andere belastingplichtigen.
2. Verplichting tot identificatie voor de BTW
2.1. Situaties waarin de identificatie voor de BTW verplicht is
70. Artikel 50, § 1, 1ste lid, 3°, van het BTW-Wetboek voorziet in de identificatie voor de BTW in België van iedere belastingplichtige die niet hier te lande is gevestigd wanneer drie voorwaarden formeel zijn vervuld :
1. de niet in België gevestigde belastingplichtige verricht hier te lande handelingen bedoeld in het BTW-Wetboek : leveringen van goederen, dienstverrichtingen, intracommunautaire verwervingen van goederen of invoeren van goederen.
=> De identificatie voor de BTW in België van een belastingplichtige die hier te lande geen enkele handeling verricht is uitgesloten, hoewel die identificatie voor deze belastingplichtige soms van financieel belang kan zijn (bv. genieten van de mogelijkheid om sommige handelingen in België te laten plaatsvinden [Bv. inzake intracommunautair goederenvervoer (zie art. 51, § 2, 1°, b van het WBTW)] of het uitoefenen van het recht op aftrek van de Belgische belasting die hem door zijn medecontractanten in rekening werd gebracht middels de indiening van een periodieke BTW-aangifte);
2. de handelingen die hier te lande worden verricht door de niet in België gevestigde belastingplichtige verlenen hem een recht op aftrek van de voorbelasting (criterium identiek aan datgene dat geldt voor de in België gevestigde belastingplichtigen);
3. de niet in België gevestigde belastingplichtige is schuldenaar, ten overstaan van de Belgische Staat, van de BTW verschuldigd wegens de door hem hier te lande verrichte handelingen en dit krachtens de artikelen 51 en 52 van het BTW-Wetboek.
=> De identificatie voor de BTW is in principe niet mogelijk wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige uitsluitend handelingen verricht waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5° van het BTW-Wetboek (z. echter nr. 97).
71. Anderzijds wordt op grond van artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek een BTW-identificatienummer toegekend aan iedere niet in België gevestigde belastingplichtige die een handeling verricht die bestaat uit de plaatsing van goederen onder het stelsel van het BTW-entrepot en die niet aan de belasting is onderworpen. De hier bedoelde handeling bestaat in een interne overbrenging binnen België van goederen naar een BTW-entrepot, buiten het kader van elke handelstransactie om. Het betreft hier niet een in België belastbare handeling. Voor de belastingplichtige die deze handeling verricht, bestaat er nochtans altijd de verplichting tot BTW-identificatie in België.
72. Op basis van de nrs. 70 en 71 hiervoor, is de identificatie voor de BTW in België verplicht, behoudens afwijking, voor iedere niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een handeling verricht bestaande uit :
2.2. Situaties waarin de niet in België gevestigde belastingplichtige is ontslagen van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België
74. Elke identificatie voor BTW-doeleinden in België heeft tot gevolg :
76. De omstandigheden waarin de administratie de niet in België gevestigde belastingplichtige ontslaat van de verplichting om zich voor BTW-doeleinden te laten identificeren in België hebben respectievelijk betrekking op :
78. De aandacht wordt echter gevestigd op het feit dat geen enkel ontslag van BTW-identificatie mogelijk is voor de volgende handelingen : intracommunautaire handelingen (levering vrijgesteld krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek, of intracommunautaire verwerving onderworpen aan de belasting overeenkomstig artikel 25ter van het BTW-Wetboek), de leveringen van goederen in het kader van het stelsel van de verkopen op afstand (toepassing van artikel 15, § 4, eerste lid, van het BTW-Wetboek), de handelingen van plaatsing onder of de uitslag van goederen uit het stelsel van BTW-entrepot en de invoeren van goederen gevolgd door de levering van dezelfde goederen, zelfs indien ze eenmalig of toevallig is.
Ontslag van BTW-identificatie ingevolge de aard van de in België verrichte handelingen
79. De niet in België gevestigde belastingplichtige wordt ontslagen van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België wanneer hij hier te lande invoeren van goederen verricht andere dan :
Niettemin kunnen de Centrale diensten van de administratie, geval per geval, afwijken van het in het voorgaande lid uiteengezette principe. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, die de in het voorgaande lid bedoelde handelingen verricht, kan, op zijn uitdrukkelijk verzoek, in België een BTW-identificatienummer bekomen, voor zover de toepassing van de aanschrijving nr. 4 van 24 februari 1988 inzake de teruggaaf van de aftrekbare voorbelasting, voor deze belastingplichtige, een onoverkomelijk obstakel vormt voor de uitoefening van zijn activiteiten in België.
82. De niet in België maar in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige wordt ontslagen van de verplichting om zich voor de BTW in België te identificeren wanneer hij leveringen van goederen of diensten verricht die van de BTW zijn vrijgesteld krachtens de artikelen 39, 40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek en waarvoor hij recht op aftrek van de voorbelasting heeft, EN het bedrag van de Belgische voorbelasting met betrekking tot de voormelde handelingen, waarvoor hij een recht op aftrek kan doen gelden minder bedraagt dan 2.500 EUR per kalenderjaar [Wanneer het bedrag van de Belgische voorbelasting, waarvoor de belastingplichtige een recht op aftrek kan doen gelden, 2.500 EUR per kalanderjaar bereikt, geniet de belastingplichtige een ontheffing van de verplichting tot identificatie (z. nr. 94)].
Ontslag van BTW-identificatie ingevolge het bestaan van een voor de belastingplichtige gunstigere regeling
83. De niet hier te lande gevestigde belastingplichtige wordt ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren wanneer de administratie, voor de handelingen die hij hier te lande verricht, een voor de belastingplichtige gunstigere regeling heeft ingevoerd ten aanzien van de opgelegde verplichtingen.
84. Een gunstigere regeling kan inzonderheid voortvloeien uit de indiening van BTW-aangiften waarin de in België verrichte handelingen worden samengevat, en die een compensatie toelaten tussen verschuldigde en aftrekbare BTW, en die minder talrijk zijn dan de aangiften bedoeld in artikel 53, 1 e lid, 3°, van het BTW -Wetboek.
85. Krachtens het in nr. 84 hiervoor uiteengezette principe, wordt ontslagen van de verplichting om voor de BTW te worden geïdentificeerd :
a) de niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande diensten verricht die het bezoldigd personenvervoer over de weg tot voorwerp hebben, onderworpen aan de regeling van de "spontane BTW-aangiften";
b) de niet in België gevestigde belastingplichtige die schouwspelen organiseert in België [De hier bedoelde toestand is deze waarin een belastingplichtige tegen betaling van een vergoeding het recht op toegang verleent aan de toeschouwers] of die deelneemt aan handelsbeurzen (N.B. : voor de verkoop van accijnsproducten in het kader van een handelsbeurs, z. evenwel nr. 93 hierna). De belastingplichtige moet contact opnemen met het CKBB om de praktische modaliteiten van de indiening van de samenvattende aangiften en van de voldoening van de belasting te kennen;
c) de niet in België gevestigde uitvoerende artiest of theateragentschap dat tussenkomt als ondernemer van schouwspelen of op grond van de artikelen 13, § 2, en 20 van het BTW-Wetboek, geacht wordt op te treden in die hoedanigheid, wanneer zij een dienst verstrekken die in België plaatsvindt op grond van artikel 21, § 3, 4°, a, van het BTW-Wetboek, die niet van de BTW is vrijgesteld krachtens artikel 44 van dit Wetboek, voor een Belgische medecontractant die gehouden is tot indiening van een bijzondere BTW-aangifte. Deze laatste voldoet de wegens de aan hem verstrekte dienst verschuldigde belasting volgens de in artikel 5, § 1, 2°, van het KB nr. 31 van 2 april 2002 bedoelde procedure.
Ontslag van BTW-identificatie ingevolge het toevallige karakter van de in België verrichte handelingen
86. Het onderzoek van dit laatste criterium van ontslag van BTW-identificatie volgens de in de nrs. 88 en 89 hierna bepaalde regels, is opportuun in de hierna vermelde gevallen.
88. A. In regel, vertonen de door een niet in België gevestigde belastingplichtige verrichte handelingen een toevallig karakter voor zover enerzijds deze handelingen aan minstens één van de volgende drie criteria beantwoorden :
1. de handeling waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting, is eenmalig;
2. de handelingen waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting, worden verricht met onregelmatige tussenpozen;
3. de handelingen waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting, worden verricht in een tijdspanne van minder dan vier maanden per kalenderjaar;
Opmerking : de onder 1., 2. en 3. hiervoor vermelde criteria zijn gebaseerd op het principe volgens hetwelk, indien de niet in België gevestigde belastingplichtige hier te lande voor BTW-doeleinden was geïdentificeerd, hij gemiddeld per kalenderjaar, naargelang het geval, maximum 4 maandaangiften of 2 kwartaalaangiften zou indienen, waarin handelingen voorkomen waarvoor hij schuldenaar is van de Belgische BTW;
en, anderzijds deze handelingen terzelfdertijd aanleiding geven tot een verschuldigde BTW [Om het bedrag van de verschuldigde BTW te bepalen, wordt er geen rekening gehouden met het bedrag van belasting waarvoor de betrokken belastingplichtige een vrijstelling kan toepassen.] die per kalenderjaar minder bedraagt dan 5.000 EUR en een aftrekbare BTW [Om het bedrag van de aftrekbare BTW te bepalen, dient rekening gehouden te worden met de Belgische BTW waarvoor de belastingplichtige een recht op aftrek kan doen gelden (z. ook nr. 89).] die per kalenderjaar minder bedraagt dan 5.000 EUR, wanneer de belastingplichtige niet gevestigd is in de Europese Gemeenschap. Wanneer de belastingplichtige gevestigd is in een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap dan België bedragen deze twee drempels (verschuldigde BTW en aftrekbare BTW) respectievelijk 10.000 EUR.
B. Wanneer de door de belastingplichtige in België verrichte handelingen aan minstens één van de drie hiervoor onder A. 1., 2. en 3. vermelde criteria beantwoorden, maar de verschuldigde en/of aftrekbare BTW is groter of gelijk aan de voormelde drempel (ter herinnering 5.000 EUR voor een niet in de Europese Gemeenschap gevestigde belastingplichtige en 10.000 EUR voor een belastingplichtige die buiten België maar binnen de Europese Gemeenschap is gevestigd), is de belastingplichtige ertoe gehouden zijn geval aan het CKBB voor te leggen, dat rekening houdend met de omstandigheden eigen aan dat geval, het al dan niet toevallige karakter van de handelingen die hij verricht zal beoordelen.
C. De administratie beschouwt eveneens de handelingen verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige als toevallig indien ze beantwoorden aan het volgende criterium : de handelingen waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting, worden verricht met regelmatige tussenpozen maar geven terzelfdertijd aanleiding tot een verschuldigde BTW [Om het bedrag van de verschuldigde BTW te bepalen, wordt er geen rekening gehouden met het bedrag van belasting waarvoor de betrokken belastingplichtige een vrijstelling kan toepassen.] die minder bedraagt dan 1.250 EUR per kalenderjaar en een aftrekbare BTW [Om het bedrag van de aftrekbare BTW te bepalen, dient rekening gehouden te worden met de Belgische BTW waarvoor de belastingplichtige een recht op aftrek kan doen gelden (z. ook nr. 89).] die minder bedraagt dan 1.250 EUR per kalenderjaar.
89. Om het toevallige karakter van de hier te lande verrichte handelingen te beoordelen, wordt geen rekening gehouden met :
a) de handelingen waarvoor de niet in België gevestigde belastingplichtige niet de schuldenaar is van de belasting [Behalve voor de bepaling van het totaalbedrag aan aftrekbare BTW, maar rekening houdend met de in nr. 89, c, bedoelde beperking.];
b) de handelingen waarvoor de belastingplichtige wordt ontslagen - gelet op de aard van deze handelingen of gelet op het bestaan van een voor hem gunstigere regeling -, ontheven of in de onmogelijkheid of de mogelijkheid verkeert om zich voor de BTW te identificeren;
c) de aftrekbare voorbelasting die een rechtstreeks verband vertoont met de onder b) hiervoor vermelde handelingen, tenzij ingeval deze laatste handelingen nauw verbonden zijn met de handelingen waarvoor het toevallige karakter moet worden beoordeeld.
2.3. Toestanden waarin de niet in België gevestigde belastingplichtige wordt ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren
90. In bepaalde bijzondere gevallen, ontheft de administratie de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige van de verplichting tot BTW-identificatie in België voor zover die belastingplichtige in principe :
92. De niet in België gevestigde belastingplichtige wordt ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren wanneer hij in België een consignatiezending, een verzending van goederen naar een commissionair-verkoper of een overbrenging van een voorraad verricht, voor zover de in nr. 42 van de administratieve aanschrijving nr. 16 van 4 juli 1994 opgesomde voorwaarden worden vervuld.. De in het 2° van genoemd nr. 42 bedoelde voorwaarde moet in die zin begrepen worden dat de belastingplichtige die de consignatiezending, de verzending van goederen naar een commissionair-verkoper of de overbrenging van een voorraad verricht, niet is gevestigd in België (geen enkele vaste inrichting), noch voor de BTW is geïdentificeerd in België.
93. De niet in België gevestigde belastingplichtige wordt ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren wanneer hij in België verkopen van accijnsproducten verricht aan particulieren (verkoop op afstand of in het kader van een handelsbeurs) en hij de vereenvoudigingsstelsels als bedoeld in de nrs. 47 tot 52 of 53 tot 56 van de administratieve aanschrijving nr. 8 van 8 oktober 1998 toepast.
94. De niet in België, doch wel in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, wordt ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren :
a) wanneer hij op geregelde wijze leveringen van goederen of diensten verricht die krachtens de artikelen 39, 40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek van de BTW zijn vrijgesteld en waarvoor hij recht op aftrek van de voorbelasting heeft,
b) EN het bedrag van de Belgische voorbelasting waarvoor hij een recht op aftrek kan doen gelden, met betrekking tot deze handelingen, bereikt of overschrijdt op geregelde wijze de drempel van 2.500 EUR per kalenderjaar.
95. De belastingplichtige die zich in één van de hiervoor bedoelde situaties bevindt die hem ontheffen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren, kan op zijn uitdrukkelijk verzoek een BTW-identificatienummer verkrijgen.
2.4. Toestanden waarin de identificatie voor BTW-doeleinden in België wordt toegestaan
96. In regel kan de niet in België gevestigde belastingplichtige, die hier te lande slechts handelingen verricht waarvoor hij niet de schuldenaar van de belasting is (toepassing van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5° van het BTW-Wetboek), in België niet voor de BTW worden geïdentificeerd krachtens artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek (z. nr. 70).
97. Nochtans kan, op grond van artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek, een BTW-identificatienummer dat de letters BE bevat worden toegekend, op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige :
a) aan de niet in België gevestigde belastingplichtige ( al dan niet gevestigd in de Gemeenschap) die in België op geregelde wijze handelingen als bedoeld in artikel 20, § 2, van het KB nr. 1 van 29 december 1992 (werken in onroerende staat en daarmee gelijkgestelde handelingen) verricht, waarvoor de in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek bedoelde veralgemeende verlegging van heffing toepasselijk is. Deze maatregel heeft tot gevolg dat de niet in België gevestigde belastingplichtige een permanent registratienummer als aannemer kan bekomen overeenkomstig de artikelen 400 tot 408 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 92). Wanneer een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, in de hiervoor uiteengezette omstandigheden, verzoekt om zijn identificatie voor BTW-doeleinden op grond van artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek, is hij ertoe gehouden in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen;
b) aan de niet in België, maar in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, die in België op geregelde wijze handelingen verricht, andere dan deze bedoeld in artikel 20, § 2 van het KB nr. 1, waarvoor de in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek bedoelde verlegging van heffing toepasselijk is, wanneer het bedrag van de Belgische voorbelasting waarvan hij de aftrek kan bekomen, met betrekking tot deze handelingen, regelmatig de drempel van 10.000 EUR per jaar bereikt of overschrijdt.
3. Samenvattende tabel
98. De hiernavolgende tabel vat de verschillende, mogelijke situaties samen waarin een niet in België gevestigde belastingplichtige zich kan bevinden ten aanzien van de Belgische BTW en dat in functie van de verrichte handelingen (verplichte identificatie, ontslag, ontheffing, onmogelijkheid of mogelijkheid tot identificatie).
99. Behoudens andersluidende vermelding :
a) zijn de voorgestelde situaties van toepassing zowel op de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige als op een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige;
b) zijn alle vermelde handelingen, handelingen waarvoor de niet in België gevestigde belastingplichtige schuldenaar is van een Belgische BTW.
100. Tabel :
Voorbeelden in geval van combinatie van in de tabel opgenomen handelingen
101. Eerste geval
Een niet in België gevestigde belastingplichtige verricht hier te lande de volgende handelingen :
a) een intracommunautaire verwerving van goederen die in België aan de belasting is onderworpen;
b) leveringen van goederen vrijgesteld door artikel 42 van het BTW-Wetboek; het bedrag aan aftrekbare BTW met betrekking tot deze handelingen is gelijk aan 3.000 EUR per kalenderjaar.
Voor de onder a) bedoelde handeling, is de identificatie voor de BTW in België verplicht (z. nr. 72), zonder mogelijkheid tot afwijking hiervan (z. nr. 78).
Voor de onder b) bedoelde handelingen :
Meer algemeen heeft de verplichting tot identificatie voorrang op het ontslag, de ontheffing, de onmogelijkheid of de mogelijkheid van identificatie.
102. Tweede geval
Een niet in België, maar in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verricht hier te lande de volgende handelingen :
a) krachtens artikel 39, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek vrijgestelde uitvoeren van goederen; het bedrag aan aftrekbare BTW met betrekking tot deze handelingen beloopt 3.000 EUR per kalenderjaar;
b) leveringen van goederen aan particulieren in België; de verschuldigde BTW met betrekking tot die leveringen bedraagt 1.000 EUR per kalenderjaar en de aftrekbare BTW met betrekking tot die leveringen beloopt 750 EUR per kalenderjaar.
Voor de onder a) bedoelde handelingen, wordt de belastingplichtige ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren (z. nr. 94).
Voor de onder b) bedoelde handelingen, wordt de belastingplichtige ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren. Deze handelingen vertonen inderdaad een toevallig karakter gezien de door de belastingplichtige verschuldigde BTW met betrekking tot deze handelingen minder dan 1.250 EUR per kalenderjaar bedraagt en, tegelijk, de aftrekbare BTW eveneens minder dan 1.250 EUR per kalenderjaar bedraagt (z. nr. 88, c). Voor de bepaling van de aftrekbare BTW, moet inderdaad geen rekening worden gehouden met het bedrag van 3.000 EUR per kalenderjaar aan aftrekbare BTW met betrekking tot de onder a) bedoelde uitvoerhandelingen (z. nr. 89, c).
In dit geval, wordt de belastingplichtige ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren. Hij kan op zijn uitdrukkelijk verzoek een BTW-identificatienummer bekomen (z. nr. 95).
Meer algemeen hebben de ontheffing of de mogelijkheid tot identificatie voorrang op het ontslag van identificatie.
103. Derde geval
Een niet in België, maar in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verricht hier te lande de volgende handelingen :
a) een dienst van intellectuele aard, voor een Belgische belastingplichtige (dienst die krachtens artikel 21, § 3, 7°, d), van het BTW-Wetboek geacht wordt in België plaats te vinden);
b) krachtens artikel 39, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek vrijgestelde uitvoeren van goederen; het bedrag aan aftrekbare BTW met betrekking tot deze handelingen beloopt 3.000 EUR per kalenderjaar.
Voor de onder a) bedoelde handeling is de identificatie voor de BTW in België uitgesloten (z. nrs. 70, 3) en 72). Het betreft inderdaad een handeling waarvoor de buitenlandse belastingplichtige niet de schuldenaar is van de belasting (toepassing van artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek) en anderzijds, wordt dit geval van verlegging van heffing niet beoogd door de mogelijkheid tot identificatie (z. nr. 97).
Voor de onder b) bedoelde handelingen, wordt de belastingplichtige ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren (z. nr. 94).
In dit geval, wordt de belastingplichtige ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren. Hij kan op zijn uitdrukkelijk verzoek een BTW-identificatienummer bekomen (z. nr. 95).
Meer algemeen hebben de ontheffing of de mogelijkheid tot identificatie voorrang op de onmogelijkheid van identificatie.
104. Vierde geval
Een niet in België gevestigde belastingplichtige, die al dan niet gevestigd is in de Gemeenschap, verricht hier te lande de volgende handelingen :
a) geregelde invoeren van roerende goederen andere dan vervoermiddelen met het oog op de verhuur van die roerende goederen aan een Belgische belastingplichtige (dienst die krachtens artikel 21, § 3, 7°, h, van het BTW-Wetboek, geacht wordt in België plaats te vinden),
b) een éénmalige handeling van werk in onroerende staat voor een Belgische belastingplichtige die periodieke BTW-aangiften indient.
Voor de onder a) bedoelde invoerhandelingen wordt de belastingplichtige ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren, om reden van de aard van die handelingen (z. nr. 79).
Voor de onder a) bedoelde verhuur, is de identificatie voor de BTW in België uitgesloten (z. nrs. 70, 3) en 72). Het betreft inderdaad een handeling waarvoor de buitenlandse belastingplichtige niet de schuldenaar is van de belasting (toepassing van artikel 51, § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek) en anderzijds, wordt dit geval van verlegging van heffing niet beoogd door een mogelijkheid van identificatie (z. nr. 97).
Voor de onder b) bedoelde handeling : het betreft een handeling waarvoor de buitenlandse belastingplichtige niet de schuldenaar is van de belasting (toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek) en waarvoor de identificatie voor de BTW in België in principe is uitgesloten (z. nrs. 70, 3) en 72). Het gaat hier evenwel om een geval van verlegging van heffing die wordt beoogd door een mogelijkheid tot identificatie (z. nr. 97, a), maar deze mogelijkheid is in casu niet toepasselijk gelet op het feit dat de buitenlandse belastingplichtige niet op regelmatige basis werken in onroerende staat verricht. Het gaat hier immers om een éénmalige handeling.
In dit geval, verkeert de belastingplichtige in de onmogelijkheid om zich in België voor de BTW te identificeren.
105. Tot besluit, in geval van combinatie van handelingen :
HOOFDSTUK V : TOEPASSELIJKE BTW-REGELING VAN EEN NIET IN DE EUROPESE GEMEENSCHAP GEVESTIGDE BELASTINGPLICHTIGE
1. Wettelijke bepalingen
106. Overeenkomstig artikel 55, § 1, van het BTW-Wetboek moet de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, alvorens in België enige andere handeling te verrichten dan een handeling waarvoor de belasting krachtens artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5° van dit Wetboek verschuldigd is door de medecontractant, door of vanwege de Minister van Financiën een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen. Onder de door hem te stellen voorwaarden kan door of vanwege de Minister van Financiën echter worden bepaald in welke omstandigheden de hiervoor bedoelde belastingplichtige wordt ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.
107. Overeenkomstig artikel 55, § 4, van het BTW-Wetboek wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats gesteld van zijn lastgever ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek.
De aansprakelijke vertegenwoordiger is met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten die laatstgenoemde verschuldigd is krachtens het BTW-Wetboek.
108. Tenslotte dient krachtens artikel 55, § 5, van het BTW-Wetboek onmiddellijk in de vervanging van de aansprakelijke vertegenwoordiger te worden voorzien bij diens overlijden, bij intrekking van zijn erkenning of bij feiten die zijn onbekwaamheid tot gevolg hebben.
109. De hiervoor vermelde bepalingen van artikel 55 van het BTW-Wetboek maken eveneens het voorwerp uit van de artikelen 1, 3 en 4 van het KB nr. 31 van 2 april 2002.
2. Verplichting tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
2.1. Algemene principes
110. Artikel 55, § 1, 1 e lid, van het BTW-Wetboek legt de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger op voor zover drie voorwaarden formeel zijn vervuld :
1) de belastingplichtige is niet gevestigd in de Europese Gemeenschap
=> De erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger wordt niet opgelegd aan de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige. Voor een uiteenzetting met betrekking tot de toestand van deze belastingplichtigen ten aanzien van de Belgische BTW, wordt verwezen naar Hoofdstuk VI.
2) de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verricht een handeling hier te lande
=> De erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger is onmogelijk wanneer de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige geen enkele handeling hier te lande verricht, ondanks het feit dat een dergelijke erkenning soms een financieel voordeel kan inhouden voor deze belastingplichtige (bv. mogelijkheid om bepaalde handelingen in België te laten plaatsvinden [Bv. op het vlak van het intracommunautair goederenvervoer (z. art. 51, § 2, 1°, b, WBTW)] of om het recht op aftrek van de door de Belgische medecontractanten aangerekende belasting uit te oefenen middels de indiening van periodieke BTW-aangiften).
3) de handeling die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verricht valt niet binnen het toepassingsgebied van artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5°, van het BTW-Wetboek.
=> De erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger is onmogelijk wanneer de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uitsluitend handelingen verricht waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5° van het BTW-Wetboek.
111. Op grond van nr. 110 hiervoor, is de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België verplicht, behoudens afwijking, voor iedere niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, die in België een handeling verricht, bestaande uit (z. art. 1, § 1, van het KB nr. 31) :
113. Bijgevolg kan de situatie van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige als volgt worden geschematiseerd :
2.2. Situaties waarin de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen (toepassing van artikel 55, § 1, 2 e lid, WBTW)
114. De situaties waarin de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen zijn deze waarin hij is ontslagen van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België. Ze hebben respectievelijk betrekking op :
a) de aard van de hier te lande verrichte handelingen (z. nrs. 79 tot 82);
b) het bestaan van een gunstiger stelsel voor de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige ten aanzien van de opgelegde verplichtingen (z. nrs. 83 tot 85);
c) het toevallige karakter van de hier te lande verrichte handelingen (z. nrs. 86 tot 89).
Om een vlottere lectuur mogelijk te maken worden zij hierna hernomen.
115. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen in België wanneer :
a) hij invoeren van goederen verricht, andere dan :
c) hij leveringen van goederen of diensten verricht die zijn vrijgesteld van BTW krachtens de artikelen 39, 40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek en waarvoor hij recht op aftrek van de voorbelasting heeft;
d) hij diensten verricht die het bezoldigd personenvervoer over de weg tot voorwerp hebben (toepassing van het stelsel van indiening van de "spontane BTW-aangifte");
e) hij deelneemt aan handelsbeurzen of schouwspelen organiseert in België [De hier bedoelde situatie is deze waarin de belastingplichtige tegen betaling een recht op toegang toekent aan de toeschouwers.] (contact opnemen met het CKBB voor de voldoening van de belasting) (NB : z. evenwel nr.93 voor de verkoop van accijnsproducten in het kader van een handelsbeurs);
f) hij een uitvoerend artiest is of een theateragentschap dat tussenkomt als organisator van schouwspelen of geacht wordt te handelen in die hoedanigheid op grond van de artikelen 13, § 2 en 20 van het BTW-Wetboek en een dienst verricht die in België plaatsvindt op grond van artikel 21, § 3, 4°, a, van het BTW-Wetboek die niet van de BTW is vrijgesteld krachtens artikel 44 van dit Wetboek, ten behoeve van een Belgische medecontractant die gehouden is tot de indiening van een bijzondere BTW-aangifte (voldoening van de belasting door de medecontractant krachtens artikel 5, § 1, 2°, van het KB nr. 31 van 2 april 2002);
g) hij een niet in de punten a) tot f) hiervoor beoogde handeling verricht die een toevallig karakter heeft zoals omschreven in nr. 88, andere dan een intracommunautaire handeling (een krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek vrijgestelde levering of een krachtens artikel 25ter van het BTW-Wetboek aan de belasting onderworpen intracommunautaire verwerving), een levering van goederen in het kader van het stelsel van verkopen op afstand (toepassing van artikel 15, § 4 van het BTW-Wetboek), een handeling die bestaat in het plaatsen van goederen onder of het uitslagen van goederen uit een BTW-entrepot en een invoer van goederen die wordt gevolgd door de levering van diezelfde goederen.
2.3. Situaties waarin de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontheven van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
116. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontheven van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen wanneer hij zich in een toestand bevindt waarin hij ontheven is van de verplichting tot BTW-identificatie in België (z. nrs. 92 en 93) en hij deze ontheffing daadwerkelijk toepast.
Rekening houdend met hetgeen voorafgaat, is de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige ontheven van de verplichting tot BTW-identificatie in België :
a) wanneer hij in België een zending van goederen in consignatie, een zending van goederen naar een commissionair-verkoper of een overbrenging van een voorraad verricht, met naleving van de onder nr. 42 van de administratieve aanschrijving nr. 16 van 4 juli 1994 opgesomde voorwaarden;
b) wanneer hij in België accijnsproducten verkoopt aan particulieren (verkopen op afstand of in het kader van een handelsbeurs) en hij de vereenvoudigingsstelsels bedoeld in de nrs. 47 tot 52 of 53 tot 56 van de administratieve aanschrijving nr. 8 van 8 oktober 1998 toepast.
2.4. Bijzondere situatie
117. Op grond van artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek kan aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, op diens uitdrukkelijk verzoek, een BTW-identificatienummer worden toegekend, wanneer hij in België op geregelde wijze handelingen verricht als bedoeld in artikel 20, § 2, van het KB nr. 1 (werken in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen), waarvoor de veralgemeende verlegging van de heffing als bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek van toepassing is.
118. Wanneer de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige van deze mogelijkheid gebruik maakt en een BTW-identificatienummer aanvraagt in België, is hij ertoe gehouden hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.
3. Procedure tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
119. De procedure van erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger is beschreven in de artikelen 1, § 2, en 3, van het KB nr. 31 van 2 april 2002.
3.1. Verzoek om erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
120. Om de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger te bekomen, dient de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige een verzoek te richten tot het CKBB [Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen - dienst controle Zaveltoren - 24e verdieping, J. Stevenstraat 7, BE 1000 BRUSSEL] waarin hij de volledige identiteit vermeldt van de aansprakelijke vertegenwoordiger die hij de administratie ter erkenning voorstelt.
121. Het verzoek om erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger moet worden gedaan op een formulier dat beschikbaar is bij het CKBB (formulier nr. 800). Het dient te worden aangevuld met :
122. De aan de administratie ter erkenning voorgestelde vertegenwoordiger moet voldoen aan de vier volgende voorwaarden :
1° bekwaam zijn om contracten aan te gaan;
2° in België gevestigd zijn;
3° voldoende solvabel zijn om de door het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan aan belastingplichtigen opgelegde verplichtingen na te komen;
4° aanvaarden de belastingplichtige te vertegenwoordigen.
123. De vertegenwoordiger kan zowel een natuurlijke persoon zijn als een rechtspersoon. Hij kan de Belgische nationaliteit hebben of niet, voor zover hij maar in België is gevestigd. Het kan met name gaan om een fiscaal kantoor gevestigd in België, een dochteronderneming van de belastingplichtige die niet in de Gemeenschap is gevestigd, of een medecontractant van de belastingplichtige die niet in de Gemeenschap is gevestigd. Bovendien is er niets op tegen dat een persoon meerdere niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen vertegenwoordigt. Het spreekt vanzelf dat in zo'n geval de procedure van erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger met betrekking tot elke niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige individueel wordt behandeld.
124. De administratie beoordeelt de solvabiliteit van de aansprakelijke vertegenwoordiger rekening houdend met zijn verbintenissen. De omvang van de verbintenissen van de aansprakelijke vertegenwoordiger wordt behandeld in de nrs. 129 tot 134 hierna.
125. Indien de aansprakelijke vertegenwoordiger niet voldoende solvabel is, wordt een zekerheid gevraagd tot waarborg van de invordering van al wat ten laste van de vertegenwoordigde belastingplichtige opeisbaar zou kunnen worden uit hoofde van belasting, geldboeten, interesten en kosten. Het bedrag van de zekerheid wordt vastgesteld op ten hoogste één vierde van de belasting die door de niet in België gevestigde belastingplichtige verschuldigd is over een periode van twaalf kalendermaanden (er wordt geen enkel minimumbedrag vereist). Het bedrag van de zekerheid wordt periodiek herzien rekening houdend met de verbintenissen van de aansprakelijke vertegenwoordiger (in de praktijk zal de administratie een bijkomende zekerheid eisen van zodra het verschil tussen het bedrag van de gestelde zekerheid en het bedrag dat gelijk is aan het vierde van de belasting die door de belastingplichtige is verschuldigd over een periode van 12 kalendermaanden, 10 % bedraagt, met een minimum van 2.500 EUR).
126. De zekerheid kan bestaan uit :
128. Na te hebben nagegaan of de voor de erkenning vereiste voorwaarden zijn vervuld, stelt het CKBB de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige en de aansprakelijke vertegenwoordiger in kennis van de erkenning. Tegelijk deelt het CKBB hem, evenals zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, het BTW-identificatienummer mee dat hem werd toegekend.
3.4. Draagwijdte van de door de aansprakelijke vertegenwoordiger aangegane verbintenis
129. Krachtens artikel 55, § 4, van het BTW-Wetboek wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats gesteld van zijn lastgever ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek. Hij is met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten die laatstgenoemde verschuldigd is krachtens het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan.
130. De erkende vertegenwoordiger is in beginsel aansprakelijk voor alle handelingen die hier te lande worden verricht door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, en dit tot zolang zijn mandaat duurt.
131. In bepaalde situaties nochtans kan de aansprakelijkheid (of de verbintenis) van de vertegenwoordiger worden beperkt tot beloop van een in onderling akkoord met de administratie bepaald bedrag.
132. De beslissing om de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger te beperken wordt genomen door het hoofd van het CKBB, op verzoek van de aansprakelijke vertegenwoordiger. De aanvraag voor een beperkte verbintenis mag worden gedaan bij het verzoek om erkenning of na de erkenning. In dit laatste geval geldt de beperkte verbintenis enkel voor de toekomst (geen enkele terugwerkende kracht mogelijk).
133. In functie van de evolutie van de activiteiten van de belastingplichtige in België kan, op initiatief van het hoofd van het CKBB, de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger worden herzien.
134. Onder het aldus bepaalde bedrag, is de aansprakelijke vertegenwoordiger hoofdelijk gehouden met zijn lastgever tot voldoening van de belasting, de interesten en de geldboeten waarvan deze laatste schuldenaar is krachtens het BTW-Wetboek of de besluiten genomen ter uitvoering ervan.
Draagwijdte in de tijd van de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger
135. In elk geval moet onmiddellijk worden voorzien in de vervanging van de aansprakelijke vertegenwoordiger bij zijn overlijden, bij intrekking van zijn erkenning of bij een feit dat zijn onbekwaamheid tot gevolg heeft (z. art. 55, § 5, WBTW).
136. Behoudens bij overlijden van de aansprakelijke vertegenwoordiger of bij een gebeurtenis die zijn onbekwaamheid tot gevolg heeft, wordt er slechts een einde gesteld aan de verbintenis van de vertegenwoordiger in de volgende vijf gevallen :
a) de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige zet elke activiteit in België stop;
b) de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige zet zijn activiteit voort in België via een vaste inrichting die hier te lande wordt opgericht;
c) de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verricht in België nog enkel handelingen waarvoor hij niet gehouden is een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen om één van de volgende redenen :
e) er wordt een nieuwe aansprakelijke vertegenwoordiger erkend door de administratie.
137. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die elke activiteit in België stopzet (situatie bedoeld onder a) van nr. 136) of die in België een vaste inrichting opricht (situatie bedoeld onder b) van nr. 136), moet daarvan aangifte doen bij het CKBB bij wege van de indiening respectievelijk van een aangifte van stopzetting van werkzaamheid (z. art. 3, KB nr. 10 van 29 december 1992) of van een aangifte van wijziging van activiteit (z. art. 2, 1 e lid, KB nr. 10 van 29 december 1992). In dit laatste geval behoudt de belastingplichtige zijn BTW-identificatienummer, maar hangt hij voortaan af van het BTW-controlekantoor bevoegd voor het ambtsgebied waarin de vaste inrichting is gelegen.
138. Wanneer de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, in de onder c), d), en e) van nr. 136, bedoelde gevallen, de erkenning van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger moet schrappen, dient hij hiervan eveneens aangifte te doen bij het CKBB, aangifte waarin hij om een dergelijke schrapping verzoekt (z. art. 1, § 3, 1 e lid, KB nr. 31). De schrapping van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger heeft slechts uitwerking vanaf de datum van aanvaarding van het verzoek door het CKBB.
139. In de onder c) en d) van nr. 136 bedoelde gevallen, wordt het Belgisch BTW-identificatienummer van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doorgehaald tegelijk met de schrapping van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger.
140. In het onder e) van nr. 136 bedoelde geval, wordt opgemerkt dat de administratie het verzoek tot schrapping van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger slechts zal aanvaarden indien een aanvraag tot erkenning van een nieuwe aansprakelijke vertegenwoordiger werd ingediend volgens de voorgeschreven vormen. In deze omstandigheden behoudt de belastingplichtige zijn BTW-identificatienummer in België.
141. In de regel is de aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger, in de onder a) en b) van nr. 136 bedoelde gevallen, beperkt tot de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handelingen tot de datum, respectievelijk, van de stopzetting van werkzaamheid of van de oprichting van een vaste inrichting. In de onder c), d) en e) van nr. 136 bedoelde gevallen is de aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger beperkt tot de handelingen verricht door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige tot op de datum van aanvaarding door de administratie van het verzoek tot schrapping van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger (z. art. 1, § 3, laatste lid, KB nr. 31). Nochtans blijft, in alle gevallen, de aansprakelijke vertegenwoordiger, na de voormelde data nog gehouden, gedurende de bij de artikelen 81 en 81bis, § 1, van het BTW-Wetboek vastgestelde invorderingstermijn, tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten met betrekking tot de onder zijn aansprakelijkheid, door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handelingen.
142. De aansprakelijke vertegenwoordiger mag echter, om zich volledig van zijn aansprakelijkheid te ontdoen, aan het CKBB vragen om binnen de zes maanden na de datum van intrekking van zijn erkenning een grondige controle uit te voeren van de onder zijn aansprakelijkheid verrichte handelingen. Indien deze controle geen aanleiding geeft tot enige correctie of indien, na correctie, een regeling wordt getroffen naar genoegen van de administratie, wordt de vertegenwoordiger ontslagen van zijn aansprakelijkheid, onder dit voorbehoud evenwel dat hij gehouden blijft tot de onregelmatigheden die daarna zouden worden ontdekt, wanneer wordt vastgesteld dat zij het resultaat zijn van zijn eigen daden of van verstandhouding tussen hem en de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige of andere personen.
4. Rechten en verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger
4.1. Algemene beginselen
143. Krachtens artikel 55, § 4, 1 e lid, van het BTW-Wetboek, wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats gesteld van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek.
144. Voor al wat de toepassing van de BTW betreft op de handelingen verricht door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, ressorteert de aansprakelijke vertegenwoordiger onder het CKBB (dienst controle), Zaveltoren - 24ste verdieping, J. Stevensstraat 7, 1000 Brussel [De aansprakelijke vertegenwoordiger bezit normalerwijze de hoedanigheid van belastingplichtige om reden van zijn eigen activiteit. Voor deze activiteit hangt hij niet af van het CKBB, maar ressorteert hij onder het BTW-controlekantoor van het ambtsgebied waarin hij gevestigd is.].
4.2. Verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger
145. Krachtens het principe van indeplaatsstelling zoals uiteengezet in artikel 55, § 4, 1 e lid, van het BTW-Wetboek, leeft de aansprakelijke vertegenwoordiger, in de plaats van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die hij vertegenwoordigt, de diverse verplichtingen na die door de Belgische wetgeving op het vlak van de BTW worden opgelegd aan de belastingplichtigen.
146. Hij is inzonderheid gehouden tot :
148. In de veronderstelling dat de aansprakelijke vertegenwoordiger meerdere niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen vertegenwoordigt, moeten de hiervoor opgesomde verplichtingen voor ieder van die belastingplichtigen afzonderlijk worden nageleefd (verg. met de verplichtingen van de vooraf erkende persoon - z. hoofdstuk VII).
149. De verplichtingen inzake facturering (de factureringsprocedure en de op de facturen aan te brengen vermeldingen) en boekhouding (de in de boekhouding in te schrijven handelingen) worden uiteengezet onder de nrs. 150 tot 160.
4.3. Bijzondere procedure van facturering
Algemeen beginsel
150. De facturering van de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handelingen in België volgt een bijzondere procedure die het voorwerp uitmaakt van artikel 4 van het KB nr. 31 van 2 april 2002.
151. Deze procedure verloopt als volgt (z. art. 4, §§ 1 en 2, KB nr. 31) :
a) in een eerste fase, stuurt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige de voor zijn medecontractant bestemde factuur naar zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, zonder het bedrag van de verschuldigde belasting erop te vermelden;
b) de aansprakelijke vertegenwoordiger stelt in die hoedanigheid een stuk in tweevoud op waarin de in artikel 5, § 1, van het KB nr. 1, bedoelde vermeldingen voorkomen. Worden aldus inzonderheid vermeld :
152. Het door de aansprakelijke vertegenwoordiger opgemaakte bijkomend stuk dient te worden beschouwd als noodzakelijk deel uitmakend van de factuur die wordt uitgereikt door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige (z. art. 4, § 2, laatste lid, KB nr. 31).
Termijn voor de uitreiking van het bijkomend stuk
153. Vermits het wordt beschouwd als noodzakelijk deel uitmakend van de factuur, moet het bijkomend stuk bedoeld in artikel 4, § 2, van het KB nr. 31 de voorschriften van artikel 4 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de termijn voor de uitreiking van de factuur naleven en moet het worden uitgereikt :
In die omstandigheden aanvaardt de administratie dat de aansprakelijke vertegenwoordiger, indien hij niet in de mogelijkheid is het bijkomend stuk uit te reiken binnen de voorgeschreven termijn, het nog geldig kan uitreiken tot bij het verstrijken van de bedoelde maand (in plaats van tot de vijfde werkdag van deze maand).
Indien, in het in het voorgaande lid bedoelde geval, de handeling niet kon worden opgenomen in de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de BTW opeisbaar is geworden, mag zij nog geldig worden opgenomen in de aangifte die de handelingen van de volgende maand bevat. Uiteraard moet het stuk dat in de verlengde termijn wordt uitgereikt, gedagtekend worden na de vijfde werkdag van de maand, zodat de medecontractant, zo hij een belastingplichtige is, zijn recht op aftrek slechts een maand later kan uitoefenen.
Afwijking inzake het opstellen van het bijkomend stuk bedoeld in artikel 4, § 2, van het KB nr. 31
155. Vanuit haar bekommernis om vereenvoudiging, aanvaardt de administratie dat de aansprakelijke vertegenwoordiger het bijkomend stuk bedoeld in artikel 4, § 2, van het KB nr. 31 niet opstelt, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld (toepassing van artikel 4, § 3, van hetzelfde KB) [Deze tolerantie is niet van toepassing in geval van vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon zoals bedoeld in artikel 55, § 3, tweede lid, van het BTW-Wetboek.] :
1° de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uit te reiken facturen dienen alle vermeldingen te bevatten die voorgeschreven zijn door artikel 5, § 1 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Deze vermeldingen hebben inzonderheid betrekking op:
In het geval de medecontractant van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige de schuldenaar is van de over de betrokken handeling verschuldigde belasting, bevat de factuur, in de plaats van het tarief en van het bedrag van de verschuldigde belasting, de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant", alsook een verwijzing naar de wettelijke bepaling die deze verlegging van heffing regelt. Dit is het geval wanneer de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handeling beoogd is door artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek ("veralgemeende verlegging van heffing").
De facturen worden opgemaakt in minimum twee exemplaren. In afwijking van artikel 4, § 1, van KB nr. 31, zendt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige het origineel van de factuur rechtstreeks naar zijn medecontractant en, op hetzelfde tijdstip, een dubbel ervan naar zijn aansprakelijke vertegenwoordiger;
2° elk exemplaar van de factuur wordt aangevuld met een verwijzing naar onderhavige aanschrijving ("Facturering volgens administratieve aanschrijving nr. 4/2003");
3° de maatstaf van heffing en het BTW-bedrag moeten worden uitgedrukt in euro. Indien de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing zijn uitgedrukt in de munteenheid van een derde land of van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen, wordt de toepasselijke wisselkoers voor de omrekening tussen deze munteenheid en de euro bepaald overeenkomstig artikel 27 van het BTW-Wetboek en KB nr. 42 van 29 december 1992 tot vaststelling van de toe te passen wisselkoers indien gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing van de belasting over de toegevoegde waarde voor handelingen andere dan de invoeren van goederen, zijn uitgedrukt in een vreemde munteenheid;
4° de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handeling moet door de aansprakelijke vertegenwoordiger worden opgenomen in de periodieke BTW-aangifte die hij indient in naam en voor rekening van die belastingplichtige met betrekking tot de periode waarin die BTW opeisbaar is geworden.
156. De afwijking bedoeld in nr. 155 kan slechts worden ingeroepen als de aansprakelijke vertegenwoordiger voorafgaandelijk het hoofd van het CKBB hiervan schriftelijk in kennis heeft gesteld. Die kennisgeving vermeldt de datum vanaf wanneer die afwijking wordt toegepast.
157. De administratie behoudt zich het recht voor om het voordeel van de afwijking in te trekken ten aanzien van ieder die niet voldaan heeft aan de verschillende opgelegde voorwaarden, of die op gelijk welke wijze de opdracht van de met de controle van de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren heeft gehinderd.
4.4. Handelingen op te nemen in de boekhouding van de aansprakelijke vertegenwoordiger
158. De handelingen die moeten worden opgenomen in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger van een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige gehouden boekhouding zijn :
a) de volgende inkomende handelingen :
1° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige de schuldenaar is van de belasting krachtens de artikelen 51, § 1, 2°, § 2, 1° tot 3° en 5°, en 52, § 1, van het BTW-Wetboek;
2° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige zijn recht op aftrek van de voorbelasting wenst uit te oefenen;
3° de handelingen die plaatsvinden in België of in het buitenland en die een rechtstreeks verband vertonen met de uitgaande handelingen die in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden boekhouding werden opgenomen;
b) de volgende uitgaande handelingen :
1° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige de schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 1, 1°, of § 2, 4° van het BTW-Wetboek;
2° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de medecontractant van de belastingplichtige de schuldenaar is van de belasting krachtens de artikelen 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek [In de periodieke BTW-aangifte ingediend door de aansprakelijke vertegenwoordiger, worden deze handelingen opgenomen in rooster 45].
De administratie staat echter toe dat de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de medecontractant van de belastingplichtige de schuldenaar is van de belasting krachtens de artikelen 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek, niet in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden boekhouding worden opgenomen, wanneer de betrokken handelingen geen rechtstreeks verband vertonen met een handeling waarvoor de belastingplichtige voorafgaandelijk zijn recht op aftrek van de Belgische voorbelasting heeft uitgeoefend. Indien gebruik wordt gemaakt van deze administratieve tolerantie, dient de uitgereikte factuur de procedure beoogd door artikel 4, §§ 1 en 2, van het KB nr. 31 of door nr. 155 van onderhavige aanschrijving (vereenvoudigde procedure) niet te eerbiedigen, noch het aan de leverancier of de dienstverrichter in België toegekende BTW-identificatienummer en de coördinaten van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger te vermelden;
3° de handelingen die plaatsvinden in België of in het buitenland, die een rechtstreeks verband vertonen met de inkomende handelingen die in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden boekhouding werden opgenomen, en waarvoor een Belgische BTW in aftrek werd gebracht.
Beperking van de administratieve tolerantie bedoeld in het voorgaande lid, onder b) 2°
In het geval de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige zijn BTW-identificatie in België heeft bekomen via de mogelijkheid voorzien in nr. 97, a, wegens het geregeld verrichten van handelingen beoogd door artikel 20, § 2, van het KB nr. 1 van 29 december 1992 (werk in onroerende staat en daarmee gelijkgestelde handelingen), moet zijn aansprakelijke vertegenwoordiger de handelingen waarvoor de in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek bedoelde verlegging van heffing van toepassing is, alsmede de inkomende handelingen die een rechtstreeks verband vertonen met voornoemde handelingen, zelfs indien ze geen aanleiding hebben gegeven tot het uitoefenen van het recht op aftrek van Belgische voorbelasting, opnemen in de in België te houden boekhouding.
Wanneer gelet op wat voorafgaat de opname in de boekhouding noodzakelijk is, moet de uitgereikte factuur voldoen aan de procedure bedoeld in artikel 4, §§ 1 en 2, van het KB nr. 31 of in nr. 155 van de onderhavige aanschrijving (vereenvoudigde procedure) en het Belgische BTW-identificatienummer van de leverancier of dienstverrichter alsmede de coördinaten van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger vermelden.
159. Het spreekt vanzelf dat de handelingen die werden opgenomen in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden boekhouding moeten worden vermeld in de periodieke BTW-aangiften die hij in naam en voor rekening van zijn lastgever indient, alsook desgevallend in de listing en de opgave bedoeld in de artikelen 53quinquies (jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers) en 53sexies (kwartaalopgave van de intracommunautaire handelingen) van het BTW-Wetboek.
160. Voorbeeld :
De onderneming A waarvan de maatschappelijke zetel in Polen is gevestigd, heeft in België een aansprakelijke vertegenwoordiger(A') laten erkennen.
De volgende tabel geeft een aantal door A verrichte handelingen weer en, desgevallend, hun inschrijving in de gevoerde boekhouding en in de periodieke BTW-aangiften die door A' in naam en voor rekening van A worden ingediend.
4.5. Rechten van de aansprakelijke vertegenwoordiger
161. De aansprakelijke vertegenwoordiger mag, binnen de perken van de artikelen 45 en volgende van het BTW-Wetboek, de (Belgische) BTW die aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige in rekening werd gebracht aftrekken, door deze op te nemen in de periodieke BTW-aangiften ( rooster 59) die hij indient in naam en voor rekening van zijn buitenlandse lastgever.
162. De voorwaarden voor de uitoefening van het recht op aftrek van de belasting, zoals die worden opgelegd aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige en aan zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, zijn deze omschreven in artikel 3 van het KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.
163. Bijgevolg, moet de aansprakelijke vertegenwoordiger, om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen, in principe steeds in het bezit zijn van het origineel van de factuur die aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige werd gericht, of, indien het gaat om een invoer in het land, van het origineel van het invoerdocument dat de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aanwijst als geadresseerde.
164. Middels een door het CKBB verleende vergunning, kan de aansprakelijke vertegenwoordiger de aftrek van de belasting evenwel uitoefenen op zicht van afschriften van de originele facturen, indien de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1° de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige moet ten overstaan van de Belgische administratie de wettelijke verplichting rechtvaardigen krachtens dewelke het land waar hij is gevestigd hem ertoe verplicht om de originele facturen te bewaren op de zetel van de onderneming;
2° de afschriften dienen de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aangebrachte en door hem gecertificeerde vermelding te bevatten dat ze conform zijn aan het origineel. Deze vermelding moet door de aansprakelijke vertegenwoordiger, die er de verantwoordelijkheid voor draagt, geparafeerd zijn;
3° de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige moet zich schriftelijk ertoe verbinden om de originele facturen tijdelijk ter beschikking te stellen van de aansprakelijke vertegenwoordiger indien de administratie voor controledoeleinden erom verzoekt.
165. De administratie behoudt zich het recht voor om de in nr. 164 hiervoor bedoelde vergunning in te trekken in geval van inbreuken of indien de controleopdracht van de ambtenaren op enigerlei wijze wordt gehinderd.
5. Verplichtingen van de vertegenwoordigde belastingplichtige
166. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die in België een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1, 1 e lid, van het BTW-Wetboek, is ertoe gehouden, voor de handelingen die hij in België verricht of die hem er worden verstrekt, aan zijn klanten of leveranciers mededeling te doen van :
1. Wettelijke bepalingen
167. Overeenkomstig artikel 55, § 2 van het BTW-Wetboek kan de belastingplichtige die niet in België, doch wel in een andere Lidstaat van de Gemeenschap is gevestigd, een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen wanneer hij hier te lande handelingen verricht die, indien ze waren verricht door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger noodzakelijk zouden hebben gemaakt overeenkomstig § 1 van hetzelfde artikel 55.
168. Overeenkomstig artikel 55, § 4, van het BTW-Wetboek, wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats gesteld van zijn lastgever voor alle rechten toegekend aan en alle verplichtingen opgelegd aan deze laatste door het BTW-Wetboek of de ter uitvoering ervan gegeven regelen. De aansprakelijke vertegenwoordiger is hoofdelijk gehouden samen met zijn lastgever tot voldoening van de belasting, de interesten en boeten waarvan deze laatste schuldenaar is krachtens het BTW-Wetboek.
169. De hiervoor genoemde bepalingen van artikel 55 van het BTW-Wetboek maken het voorwerp uit van de artikelen 1, 3 en 4 van het KB nr. 31 van 2 april 2002.
2. Mogelijkheid tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
2.1. Algemene principes
170. De bepalingen van het artikel 55, § 2 van het BTW-Wetboek leggen de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger niet op aan de in een andere Lidstaat van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, maar ze bieden hem de mogelijkheid om een dergelijke erkenning te vragen wanneer hij in België handelingen verricht die, indien ze waren verricht door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger verplicht zouden hebben gemaakt.
171. Bijgevolg, beheersen volgende principes de toestand van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige ten aanzien van de Belgische BTW :
173. Rekening houdend met artikel 55, § 2, van het BTW-Wetboek, heeft de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige in de regel :
2.2. Toestanden waarin de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige de mogelijkheid heeft een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
174. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige heeft de mogelijkheid om een erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België te vragen:
a) wanneer hij in België :
c) wanneer hij in België verkopen van accijnsproducten verricht aan particulieren (verkopen op afstand of in het kader van een handelsbeurs) en hij verzaakt aan de ontheffing van identificatie voor de BTW in België als beoogd in nr. 93;
d) wanneer hij op regelmatige wijze in België handelingen bedoeld in artikel 20, § 2, van het KB nr. 1 van 29 december 1992 (werken in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen) verricht waarvoor de veralgemeende verlegging van de heffing van toepassing is als bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek en hij zijn identificatie voor BTW-doeleinden in België aanvraagt overeenkomstig nr. 97, a).
2.3. Toestanden waarin de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige de mogelijkheid niet heeft een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
175. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige heeft niet de mogelijkheid een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen in België wanneer :
a) hij een handeling verricht beoogd in artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek (z. evenwel nr. 174, d, hiervoor, voor wat de uitvoering betreft van werken in onroerende staat met toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek);
b) hij invoeren van goederen verricht, andere dan :
d) hij leveringen van goederen of diensten verricht die van de BTW zijn vrijgesteld op grond van de artikelen 39, 40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek en die hem een recht op aftrek van de voorbelasting verlenen;
e) hij diensten verricht die het bezoldigd personenvervoer over de weg tot voorwerp hebben (toepassing van het stelsel van de "spontane BTW-aangifte");
f) hij deelneemt aan handelsbeurzen of schouwspelen in België organiseert [De hier bedoelde toestand is deze waarin de belastingplichtige tegen betaling een recht op toegang toekent aan toeschouwers] (contact op te nemen met het CKBB voor betaling van de belasting) (NB : zie nochtans nr. 174, c), voor de verkoop van accijnsproducten in het kader van een handelsbeurs);
g) hij een uitvoerend artiest is of een theateragentschap dat tussenkomt als organisator van schouwspelen of geacht wordt te handelen in die hoedanigheid bij toepassing van de artikelen 13, § 2 en 20 van het BTW-Wetboek en hij een dienst verricht die in België plaatsvindt op grond van artikel 21, § 3, 4°, a, van BTW-Wetboek, die niet is vrijgesteld van de BTW krachtens artikel 44 van dit Wetboek, voor een Belgische medecontractant die gehouden is tot indiening van een bijzondere BTW-aangifte (betaling van de belasting door de medecontractant overeenkomstig artikel 5, § 1, 2°, van het KB nr. 31);
h) hij een niet in de punten a) tot g) hiervoor beoogde handeling verricht die een toevallig karakter heeft zoals bepaald in nr. 88, andere dan een intracommunautaire handeling (levering vrijgesteld op grond van artikel 39bis van het BTW-Wetboek of intracommunautaire verwerving die onderworpen is aan de belasting op grond van artikel 25ter van het BTW-Wetboek), een levering van goederen in het kader van het stelsel van verkopen op afstand (toepassing artikel 15, § 4 van het BTW-Wetboek) en een handeling die bestaat in het plaatsen van goederen onder of het uitslagen van goederen uit het BTW-entrepot.
2.4. Bijzondere gevallen
176. In de twee volgende situaties, kan de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige zijn identificatie voor BTW-doeleinden vragen :
a) wanneer hij leveringen van goederen of diensten verricht die vrijgesteld zijn van de BTW op grond van de artikelen 39, 40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek, die hem een recht op aftrek van de voorbelasting verlenen, en het bedrag van de Belgische voorbelasting waarvoor hij een recht op aftrek kan doen gelden op geregelde wijze de drempel van 2.500 EUR per kalenderjaar bereikt of overschrijdt (z. nr. 94);
b) wanneer hij in België op geregelde wijze handelingen verricht, andere dan deze bedoeld in artikel 20, § 2, van het KB nr. 1, waarvoor de verlegging van heffing beoogd in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek van toepassing is en het bedrag van de Belgische voorbelasting waarvoor hij een recht op aftrek kan doen gelden op geregelde wijze de drempel van 10.000 EUR per kalenderjaar bereikt of overschrijdt (z. nr. 97, b).
In deze beide situaties beschikt de belastingplichtige evenwel niet over de mogelijkheid om hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen [Inderdaad, in de identieke situaties, is de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige respectievelijk ontslagen of hij bevindt hij zich in de onmogelijkheid om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen].
3. Toestand van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die opteert om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
177. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België en die, overeenkomstig artikel 55, § 2, van het BTW-Wetboek ervoor opteert om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen in België, bevindt zich praktisch in dezelfde toestand als de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan wie de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger werd opgelegd. Hij ressorteert voor de naleving van zijn verplichtingen tegenover de Belgische administratie inzake BTW onder het CKBB.
178. Er wordt bijgevolg in hoofdzaak verwezen naar het Hoofdstuk V, terwijl onderhavige afdeling beperkt blijft tot het uiteenzetten van de verschillen in vergelijking met de toestand van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige.
3.1. Procedure tot erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger
Aanvraag tot erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger
179. Teneinde de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger te verkrijgen, dient de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige aan het CKBB [Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen - dienst controle, Zaveltoren - 24e verdieping, J. Stevensstraat 7, 1000 BRUSSEL] een aanvraag te richten waarin hij de volledige identiteit van de aansprakelijke vertegenwoordiger die hij voorstelt vermeldt.
180. De aanvraag tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger moet worden opgesteld op een formulier dat beschikbaar is bij het CKBB en moet vergezeld zijn van diverse documenten die worden opgesomd in nr. 121. Deze aanvraag hoeft evenwel niet vergezeld te zijn van de aangifte van aanvang van werkzaamheid, voorgeschreven door artikel 53, 1 e lid, 1°, van het BTW-Wetboek, wanneer de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige reeds voor BTW-doeleinden in België is geïdentificeerd (geval van de belastingplichtige die, na eerst in België te zijn geïdentificeerd zonder aansprakelijke vertegenwoordiger - "rechtstreekse BTW-identificatie" - thans de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger aanvraagt).
Hoedanigheden van de aansprakelijke vertegenwoordiger
181. Er wordt volledig verwezen naar de nrs. 122 tot 127, voor alles wat de vereiste hoedanigheden van de aansprakelijke vertegenwoordiger betreft (bekwaamheid om overeenkomsten aan te gaan, vestiging in België, voldoende solvabiliteit om de verplichtingen na te komen die door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek worden opgelegd aan de belastingplichtigen, aanvaarding van de vertegenwoordiging) en voor wat het eventueel stellen van een borgtocht betreft.
Betekening van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger
182. Na te hebben nagegaan of aan de voor de erkenning vereiste voorwaarden is voldaan, betekent het CKBB de erkenning aan de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige en aan de aansprakelijke vertegenwoordiger. Terzelfder tijd deelt het CKBB, voor zover de belastingplichtige nog niet reeds geïdentificeerd was voor BTW-doeleinden in België, het toegekende BTW-identificatienummer mede aan de belastingplichtige alsook aan de aansprakelijke vertegenwoordiger. De belastingplichtige die reeds voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerd is (rechtstreekse identificatie), behoudt zijn identificatienummer bij de erkenning van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger.
Draagwijdte van de verbintenis aangegaan door de aansprakelijke vertegenwoordiger
183. Er wordt verwezen naar de nrs. 129 tot 134, voor wat betreft de aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger en de mogelijkheid om deze aansprakelijkheid tot een bepaald bedrag te beperken.
184. Wat de duur in de tijd van de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger betreft (zie nrs. 135 tot 142), wordt de aandacht gevestigd op het feit dat er een einde aan de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger kan worden gesteld, zelfs indien de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige hier te lande, zonder er een vaste inrichting te creëren, een activiteit voortzet die van die aard is dat, mocht ze door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uitgeoefend worden, ze de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger zou vereisen.
185. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die de erkenning van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger wenst op te heffen, maar die zijn activiteit in het land verder zet, dient hiervan aangifte te doen bij het CKBB (zie art. 1, § 3, van het KB nr. 31). Hij behoudt zijn BTW-identificatienummer in België en valt binnen het toepassingsgebied van het stelsel van de rechtstreekse identificatie inzake BTW. De aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger waarvan de opheffing van erkenning is gevraagd, is beperkt tot de handelingen verricht door de in de andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige tot op de dag van aanvaarding van deze aanvraag door de administratie.
3.2. Rechten en verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger
186. De aansprakelijke vertegenwoordiger wordt in de plaats gesteld van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige ten aanzien van al de rechten toegekend aan of alle verplichtingen opgelegd aan deze laatste door het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan (zie art. 55, § 4, 1 e lid, van het BTW-Wetboek).
187. Voor een - niet limitatieve - opsomming van de verplichtingen die de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige moet naleven, wordt verwezen naar de nrs. 145 tot 149. De principes uiteengezet in de nrs. 150 tot 157 betreffende de bijzondere procedure van facturering en de afwijkingsmogelijkheden, zijn eveneens, mutatis mutandis, van toepassing.
3.3. Verplichting van de vertegenwoordigde belastingplichtige
188. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die in België een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 2, van het BTW-Wetboek is ertoe gehouden voor de handelingen die hij verricht of die hem in België worden verstrekt, aan zijn afnemers en leveranciers mededeling te doen van :
189. Wanneer een in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, overeenkomstig artikel 55, § 2, van het BTW-Wetboek, opteert voor de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België, wordt alle voor hem bestemde administratieve briefwisseling verzonden naar het adres van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger. Het toepasselijke taalregime voor zijn relatie met de administratie wordt bovendien bepaald in functie van het adres of de vestigingsplaats van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger.
190. Anderzijds laat het bestaan van een aansprakelijke vertegenwoordiger aan de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige toe om in voorkomend geval :
191. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die een rechtstreekse identificatie heeft in België is gehouden de diverse verplichtingen na te leven die door de Belgische BTW-wetgeving aan de belastingplichtigen zijn opgelegd. Hij dient onder meer, teneinde de afwezigheid van enige inrichting of vertegenwoordiging te ondervangen, een bijzondere verplichting na te leven in verband met het mededelen van boeken en stukken. Hij ressorteert onder het CKBB.
4.1. Identificatieprocedure inzake BTW
192. Teneinde een BTW-identificatienummer te verkrijgen dient de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige bij het CKBB een aangifte van aanvang van werkzaamheid in, zoals voorgeschreven door artikel 53, 1 e lid, 1°, van het BTW-Wetboek. Deze aangifte wordt opgesteld op een formulier dat beschikbaar is bij genoemd kantoor (formulier 604A).
193. De aangifte van aanvang van werkzaamheid vermeldt onder meer het taalregime (Nederlands, Frans of Duits) dat door de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige wordt gekozen voor zijn betrekkingen met de administratie. Geen enkele andere taal dan het Nederlands, Frans of Duits wordt aanvaard.
194. De aangifte van aanvang van werkzaamheid moet worden vergezeld van :
196. Na te hebben nagegaan of alle voorwaarden voor de identificatie vervuld zijn, deelt het CKBB aan de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige het BTW-identificatienummer mede dat hem in België werd toegekend.
197. In het geval de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige reeds geïdentificeerd is voor BTW-doeleinden in België door middel van een aansprakelijke vertegenwoordiger en hij de opheffing van de erkenning van deze vertegenwoordiger aanvraagt terwijl hij zijn werkzaamheid voorzet in België, behoudt hij zijn Belgisch BTW-identificatienummer en is hij in België onderworpen aan het stelsel van de rechtstreekse identificatie inzake BTW vanaf de datum waarop de administratie deze aanvraag aanvaardt. Geen aangifte van aanvang van werkzaamheid hoeft te worden ingediend. Deze aanvraag omvat :
Algemene verplichtingen
198. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die beschikt over een rechtstreekse BTW-identificatie in België is ertoe gehouden :
Handelingen op te nemen in de boekhouding
200. De op te nemen handelingen in de boekhouding die wordt gehouden voor de toepassing van de Belgische reglementering zijn :
a) volgende inkomende handelingen :
1° de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de belastingplichtige schuldenaar van de belasting is op grond van de artikelen 51, § 1, 2°, § 2, 1° tot 3° en 52, § 1 van het BTW-Wetboek;
2° de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de belastingplichtige gehouden is tot voldoening van de belasting op grond van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 (zie nrs. 347 tot 354);
3° de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de belastingplichtige zijn recht op aftrek van de voorbelasting wenst uit te oefenen;
4° de handelingen die in België of in het buitenland plaatsvinden, die een rechtstreekse band hebben met de uitgaande handelingen die in bovengenoemde boekhouding worden opgenomen;
b) volgende uitgaande handelingen :
1° de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de belastingplichtige schuldenaar van de belasting is op grond van artikel 51, § 1, 1° of § 2, 4° van het BTW-Wetboek;
2° de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de medecontractant van de belastingplichtige schuldenaar van de belasting is op grond van de artikelen 51, § 2, 1°, 2° of 5° van het BTW-Wetboek [In de periodieke BTW-aangifte worden deze handelingen opgenomen in rooster 45 ]. De administratie neemt evenwel aan dat de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de medecontractant van de belastingplichtige schuldenaar van de belasting is op grond van de artikelen 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek niet worden opgenomen in de boekhouding die wordt gehouden voor de toepassing van de Belgische reglementering wanneer desbetreffende handelingen geen rechtstreekse band hebben met een handeling waarvoor de belastingplichtige voordien zijn recht op aftrek van de Belgische voorbelasting heeft uitgeoefend. Indien van deze administratieve toegeving gebruik wordt gemaakt, dient de uitgereikte factuur het in België aan de leverancier of dienstverrichter toegekende BTW-identificatienummer niet te vermelden;
3° de handelingen die in België of in het buitenland plaatsvinden, die een rechtstreekse band hebben met de inkomende handelingen die in de bovengenoemde boekhouding worden opgenomen en waarvoor een Belgische BTW in aftrek wordt gebracht.
Beperking van de administratieve tolerantie beoogd in het voorgaande lid onder b), 2° :
Wanneer de in de andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige een rechtstreekse BTW-identificatie in België heeft bekomen via de mogelijkheid voorzien in nr. 97, a of b, is hij verplicht om in zijn boekhouding die hij houdt voor de toepassing van de Belgische reglementering alle handelingen op te nemen die hij in België heeft gerealiseerd en waarvoor de verlegging van heffing beoogd in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek van toepassing is alsook de inkomende handelingen die met deze laatste een direct verband hebben, zelfs wanneer deze inkomende handelingen geen aanleiding hebben gegeven tot de uitoefening van een recht op aftrek van Belgische voorbelasting.
In deze omstandigheden, voor zover een opname in de boekhouding noodzakelijk is, moet de factuur uitgereikt door deze belastingplichtige, leverancier of dienstverrichter, altijd het Belgisch BTW-identificatienummer vermelden dat aan hem werd toegekend, en voor wat de aanduiding van zijn cliënt betreft, de vermelding van zijn BTW-identificatienummer, alsook, wanneer deze laatste niet in België gevestigd is, de coördinaten van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger in België.
201. De in bovengenoemde boekhouding opgenomen handelingen dienen vanzelfsprekend in de in te dienen periodieke BTW-aangiften te worden opgenomen, alsook, desgevallend, in de listing en opgaven bedoeld in artikel 53quinquies (jaarlijkse listing afnemers-belastingplichtigen) en 53sexies (kwartaalopgave van de intracommunautaire handelingen) van het BTW-Wetboek.
Bijzondere verplichting : het adres van voorlegging ter inzage van de boeken en stukken
202. Teneinde de afwezigheid van enige inrichting of aansprakelijke vertegenwoordiger in België te ondervangen, is de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die een rechtstreekse identificatie heeft in België ertoe gehouden, op grond van artikel 61, § 1, 3 e lid, van het BTW-Wetboek, aan de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft een adres in België mede te delen waar de boeken en stukken die hij dient te bewaren krachtens artikel 60 van hetzelfde Wetboek, ter inzage zullen worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van deze administratie.
203. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige licht het CKBB in omtrent het adres van voorlegging van de hiervoor bedoelde boeken en stukken ter gelegenheid van de indiening van de aangifte van aanvang van werkzaamheid (zie art. 1, 3 e lid, van het KB nr. 10 van 29 december 1992). Elke wijziging van dit adres moet het voorwerp uitmaken van een aangifte van wijziging van werkzaamheid (zie art. 2, 1 e lid, van het KB nr. 10 van 29 december 1992).
204. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige moet het adres van voorlegging van de hiervoor bedoelde boeken en stukken op zodanige wijze kiezen dat de boeken en stukken op vraag van de ambtenaren van de administratie binnen een redelijke termijn ter inzage kunnen worden voorgelegd. Dit adres mag dat van een fiscale lasthebber zijn of van een dochteronderneming van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, of zelfs van een medecontractant van de belastingplichtige. Wanneer de belastingplichtige over geen adres van voorlegging in België beschikt, moet hij in zijn aangifte van aanvang van werkzaamheid mededelen dat hij als adres van voorlegging van zijn boeken en stukken het adres van het CKBB [Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen - dienst controle, Zaveltoren - 24e verdieping, J. Stevensstraat 7, BE 1000 BRUSSEL] aanvaardt. Hoe dan ook, bij gebreke vanwege de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige van mededeling van een adres van voorlegging der boeken en stukken in België, merkt de administratie de vestigingsplaats van het CKBB aan als bedoeld adres.
4.3. Opmerkingen
205. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige beschikt over de mogelijkheid om een fiscale mandataris aan te duiden voor de afhandeling van een deel of het geheel van zijn verplichtingen die hem zijn opgelegd door de Belgische reglementering inzake BTW. Deze lasthebber kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn en al dan niet in België gevestigd. De aanduiding van een lasthebber is niet verplicht. Trouwens bij ontstentenis van het naleven van de formaliteiten vermeld onder de nrs. 119 tot 127, zal de eventuele lasthebber door de Belgische administratie nooit worden aangemerkt als een aansprakelijke vertegenwoordiger. Wanneer de lasthebber de mogelijkheid heeft om het geheel of een deel van de administratieve formulieren te ondertekenen voor rekening van zijn buitenlandse lastgever (bv. de periodieke BTW-aangiften, de jaarlijkse listing afnemers-belastingplichtigen en de kwartaalopgaven van de intracommunautaire handelingen), dient de volmacht waarin de hem toegekende bevoegdheden zijn omschreven, vanaf de aanduiding van de lasthebber, te worden toegzonden aan het CKBB.
206. Wanneer een in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige in België over een rechtstreekse identificatie beschikt, zal alle voor hem bestemde administratieve briefwisseling, in de taal die hij heeft aangeduid in zijn aangifte van aanvang van werkzaamheid, worden verzonden naar zijn adres of vestiging in het buitenland. In principe zal geen enkele briefwisseling worden verzonden naar zijn lasthebber bedoeld in nr. 205 hiervoor.
207. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die in België over een identificatie beschikt, zonder er op fiscaal vlak vertegenwoordigd te zijn, kan voor zijn inkomende handelingen geen aanspraak maken op :
HOOFSTUK VII : DE VOORAF ERKENDE AANSPRAKELIJK VERTEGENWOORDIGER
1. Wettelijke bepalingen
209. Krachtens artikel 55, § 3, tweede lid, van het BTW-Wetboek kan de Koning voor de bijzondere handelingen die Hij in een lijst vastlegt en binnen de beperkingen en onder de voorwaarden en modaliteiten die Hij bepaalt, toestaan dat de niet in België gevestigde belastingplichtige die niet in België is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, en die hier te lande uitsluitend handelingen verricht die zijn opgenomen in voornoemde lijst, wordt vertegenwoordigd door een persoon die vooraf door of vanwege de Minister van Financiën werd erkend.
210. Deze aan de Koning geboden mogelijkheid maakt het voorwerp uit van artikel 2 van het KB nr. 31 van 2 april 2002.
211. Overeenkomstig artikel 2, § 1, van het KB nr. 31, kan de niet in België gevestigde belastingplichtige die niet in België is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek, wanneer hij hier te lande uitsluitend de hierna vermelde handelingen verricht, vertegenwoordigd worden door een persoon die door of vanwege de Minister vooraf is erkend :
1° wanneer hij schuldenaar is van de belasting ingevolge invoeren van goederen in België die niet geplaatst zijn onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, in de mate waarin de invoer is geschied met het oog op een volgende levering van dezelfde goederen;
2° wanneer hij schuldenaar is van de belasting ingevolge handelingen bedoeld in artikel 39quater, § 1, 1° en 3°, van het BTW-Wetboek, of wanneer hij een handeling verricht van plaatsing van goederen onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot die niet aan de belasting is onderworpen;
3° wanneer hij de goederen onttrekt aan een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, bedoeld in artikel 39quater van het BTW-Wetboek;
4° wanneer hij een intracommunautaire verwerving van goederen of een krachtens artikel 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek daarmee gelijkgestelde handeling verricht en die goederen niet geplaatst zijn onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, in de mate waarin de intracommunautaire verwerving van goederen of de daarmee gelijkgestelde handeling is geschied met het oog op een volgende levering van dezelfde goederen vrijgesteld bij artikel 39, § 1, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek;
5° wanneer hij een intracommunautaire verwerving van goederen of een krachtens artikel 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek daarmee gelijkgestelde handeling verricht en die goederen niet geplaatst zijn onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, met uitzondering van elke andere handeling onderworpen aan de belasting in België. Door of vanwege de Minister van Financiën kan worden afgeweken van deze uitzondering in de gevallen en volgens de regels die hij bepaalt.
212. Door of vanwege de Minister van Financiën kan de erkenning beperkt worden tot de categorieën van personen die hij bepaalt.
213. Overeenkomstig artikel 2, § 2, van het KB nr. 31, richt de persoon die een erkenning wenst te verkrijgen om niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen die uitsluitend de hiervoor bedoelde handelingen verrichten, een aanvraag aan het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen.
214. Bij de erkenning van deze persoon, kent het CKBB twee globale BTW-identificatienummers toe die verschillen naargelang de handelingen bedoeld zijn hetzij in artikel 2, § 1, 1 e lid, 1° van het KB nr. 31 (zie nr. 211, 1°), hetzij in artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° tot 5° van het KB nr. 31 (zie nr. 211, 2° tot 5°). Het CKBB stelt de erkende persoon hiervan in kennis.
215. Door of vanwege de Minister van Financiën worden de gebruiksvoorwaarden van de in nr. 214 hiervoor bedoelde nummers bepaald.
216. Tenslotte wordt de vooraf erkende persoon, op grond van artikel 2, § 3, van het KB nr. 31, in de plaats van zijn lastgever gesteld voor alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek voor de handelingen die hij verricht of die hem hier te lande worden verstrekt onder het globale BTW-identificatienummer.
217. De door de administratie vooraf erkende persoon aan wie een globaal BTW-identificatienummer wordt toegekend wordt over het algemeen aangeduid met de termen "vooraf erkende aansprakelijke vertegenwoordiger" of "aansprakelijke vertegenwoordiger onder globaal nummer".
2. Eigenschappen van het stelsel van fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer
218. De vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer is een vereenvoudigd stelsel van fiscale vertegenwoordiging met de volgende kenmerken :
a) de niet in België gevestigde belastingplichtige die niet in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer en die hier te lande handelingen verricht waarvoor het stelsel van vertegenwoordiging onder een globaal nummer is toegelaten [In iedere veronderstelling gaat het om handelingen waarvoor :
219. Het stelsel van de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal BTW-identificatienummer kan nooit door een niet in België gevestigde belastingplichtige worden aangewend die, om welke reden dan ook, reeds in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer [Rechtstreekse identificatie of identificatie met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 55, §§ 1 en 2, van het BTW-Wetboek].
220. Om te bepalen of het stelsel van de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer kan worden toegepast in hoofde van een niet in België gevestigde belastingplichtige, dient er geen rekening te worden gehouden met de door deze belastingplichtige in België verrichte handelingen die het voorwerp uitmaken van een ontslag of een ontheffing van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België. Het stelsel van de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer kan worden toegepast wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige hier te lande eveneens handelingen verricht waarvoor hij kan genieten van een ontslag of een ontheffing van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België.
221. Het stelsel van de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer is facultatief : de niet in België gevestigde belastingplichtige die uitsluitend handelingen verricht beoogd in nr. 211 hiervoor, kan er de voorkeur aan geven om zich te laten identificeren voor BTW-doeleinden onder een individueel nummer, desgevallend, via de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger. Deze belastingplichtige is daarentegen gehouden zo te handelen wanneer hij in België eveneens handelingen verricht andere dan deze beoogd in nr. 211, waarvoor geen enkel ontslag of ontheffing van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België wordt toegekend.
222. Het globale BTW-identificatienummer is verschillend naargelang de vertegenwoordiging betrekking heeft op (toepassing van artikel 2, § 2, 2e lid, van het KB nr. 31) :
3. Vertegenwoordiging onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.5
3.1. Toepassingsgebied
224. De vooraf erkende persoon die houder is van een globaal BTW-identificatienummer beginnend met BE 796.5, kan onder dit nummer elke niet in België gevestigde belastingplichtige [Die niet reeds in België voor BTW-doeleinden onder een individueel nummer is geïdentificeerd] vertegenwoordigen die schuldenaar is van de belasting wegens invoeren van goederen in België die niet onder het stelsel van het BTW-entrepot worden geplaatst, in de mate waarin de invoer wordt verricht met het oog op een daaropvolgende levering van diezelfde goederen.
225. Twee essentiële voorwaarden dienen te worden nageleefd in het kader van de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer BE 796.5 :
a) de ingevoerde goederen dienen het voorwerp uit te maken van een levering volgend op de invoer, of van een daarmee gelijkgestelde handeling. Deze levering kan :
De naleving van deze voorwaarde veronderstelt dat de goederen, tussen hun invoer en hun levering, geen enkele behandeling of omvorming hebben ondergaan, andere dan :
226. Het spreekt vanzelf dat de invoer en de daaropvolgende levering van de goederen onder dekking van hetzelfde globaal BTW-identificatienummer moeten worden verricht.
227. De principes die de schuldenaar van de belasting in het kader van de verrichte handelingen aanduiden zijn de volgende :
a) wat de invoer van de goederen betreft : de schuldenaar van de belasting is de niet in België gevestigde belastingplichtige, optredend als geadresseerde bij de invoer (zie art. 6, § 1, van het KB nr. 7).
Het enig document dat in België wordt opgemaakt bij de aangifte ten verbruik van de goederen vermeldt in vak 8, in principe, de volledige identiteit (naam of benaming en volledig adres) van de niet in België gevestigde belastingplichtige die optreedt als geadresseerde bij de invoer, alsmede het globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 waaronder hij wordt vertegenwoordigd voor die handeling.
Een uitzondering op dit principe wordt toegestaan wanneer de aangifte ten verbruik wordt opgesteld via het SADBEL-systeem : in dat geval, is het tijdelijk toegelaten dat de identificatiegegevens van de vooraf erkende persoon worden vermeld in vak 8, in plaats van deze van de niet in België gevestigde belastingplichtige. De identiteit van de persoon die als geadresseerde optreedt bij de invoer moet alsdan blijken uit de factuur waarop de inverbruikstelling is gestoeld, alsook uit de individuele boekhouding die de vooraf erkende persoon moet houden.
De wegens de invoer van de goederen verschuldigde belasting wordt steeds voldaan bij de ontvanger van de Administratie der douane en accijnzen bij wie de goederen ten verbruik werden aangegeven. Het stelsel van verlegging van de heffing bij invoer, bedoeld in artikel 5, § 3, van het KB nr. 7 kan niet worden toegepast in geval van fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer BE 796.5.
De invoer van de goederen is vrijgesteld van de belasting bij toepassing van artikel 40, § 1, 1°, d, van het BTW-Wetboek wanneer die invoer onmiddellijk wordt gevolgd door een krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek vrijgestelde levering van dezelfde goederen;
b) wat de daaropvolgende levering van de goederen betreft : de schuldenaar van de belasting is, in principe, de niet in België gevestigde belastingplichtige, handelend als leverancier van de goederen (zie art. 51, § 1, 1°, van het WBTW).
Naargelang de omstandigheden kunnen diverse vrijstellingen desgevallend worden ingeroepen (b.v. toepassing van artikel 39, § 1, 1° of 2° van het BTW-Wetboek in geval van verzending van de goederen naar een derde land; toepassing van artikel 39bis van het BTW-Wetboek in geval van intracommunautaire levering van de goederen).
Wanneer de levering niet is vrijgesteld van de belasting op grond van de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek en wordt verricht aan een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, of aan een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen, is de verkrijger van de goederen de schuldenaar van de belasting (zie art. 51, § 2, 5°, van het WBTW).
228. Voorbeeld :
A is een niet in België gevestigde belastingplichtige, die niet onder een individueel BTW-identificatienummer is geïdentificeerd in België. A kan volgende handelingen verrichten onder dekking van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.5. Hij kan voor elke reeks van verrichte handelingen (invoer en daaropvolgende levering) een beroep doen op de vooraf erkende persoon van zijn keuze die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 :
1° Invoer van goederen in België; de goederen worden onmiddellijk geleverd aan B, een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke aangiften.
-> De invoer van de goederen is onderworpen aan de belasting;
-> De levering van de goederen vindt plaats in België; de belasting is verschuldigd door B, bij toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek
2° Invoer van goederen in België; de goederen worden onmiddellijk naar Frankrijk geleverd ter bestemming van C, een in Frankrijk gevestigde belastingplichtige.
-> De invoer van de goederen is vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 40, § 1, 1°, d, van het BTW-Wetboek (de identiteit van C is gekend op het tijdstip van de inverbruikstelling);
-> De levering van de goederen vindt plaats in België; ze is vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 39bis, 1e lid, 1°, van het BTW-Wetboek
3° Invoer van goederen in België; twee maanden later worden de goederen naar Frankrijk geleverd ter bestemming van C, een in Frankrijk gevestigde belastingplichtige.
-> De invoer van de goederen is onderworpen aan de belasting (artikel 40, § 1, 1°, d, van het BTW-Wetboek is niet van toepassing);
-> De levering van de goederen vindt plaats in België; zij is vrijgesteld van de belasting bij toepassing van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek
4° Invoer van goederen in België; de goederen worden geleverd met montage in Frankrijk, ter bestemming van E.
De invoer van de goederen is onderworpen aan de belasting (artikel 40, § 1, 1°, d van het BTW-Wetboek is niet van toepassing);
De levering van de goederen vindt plaats in Frankrijk (toepassing van artikel 15, § 2, 2e lid, 2°, van het BTW-Wetboek).
5° Invoer van goederen in België; de goederen worden onmiddellijk vervoerd naar de magazijnen van A in Frankrijk.
De invoer van de goederen is vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 40, § 1, 1°, d, van het BTW-Wetboek;
De overbrenging van de goederen ter bestemming van Frankrijk wordt gelijkgesteld met een levering verricht onder bezwarende titel (toepassing van artikel 12bis van het BTW-Wetboek); ze is vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 39bis, 1e lid, 4°, van het BTW-Wetboek.
3.2. Procedure tot erkenning
3.2.1. Hoedanigheden van de vooraf erkende persoon
229. De vooraf erkende persoon dient aan volgende voorwaarden te voldoen (z. art. 3, § 1, KB nr. 31) :
1° bekwaam zijn om contracten aan te gaan;
2° gevestigd zijn in België;
3° voldoende solvabel zijn om de door het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan aan de belastingplichtigen opgelegde verplichtingen na te komen.
230. Hij kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn, van Belgische nationaliteit of niet, voor zover hij maar in België is gevestigd.
231. In regel wordt een globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 evenwel slechts toegekend aan de volgende personen (toepassing van artikel 2, § 1, 2 e lid, KB nr. 31) :
a) personen die erkend zijn als douane-expediteur door de administratie der douane en accijnzen;
b) personen die, bij de indiening van hun aanvraag bij het CKBB, het bewijs kunnen leveren dat zij op geregelde wijze ten minste twee niet in België gevestigde belastingplichtigen zullen vertegenwoordigen voor de in artikel 2, § 1, 1 e lid, 1°, van het KB nr. 31, bedoelde handelingen.
232. De administratie beoordeelt de solvabiliteit van de persoon rekening houdend met zijn verbintenissen (z. art. 2, § 3, van het KB nr. 31). De draagwijdte van de verbintenissen van de vooraf erkende persoon wordt behandeld in de nrs. 238 tot 241 hierna.
233. Indien de persoon niet voldoende solvabel is, wordt een zekerheid gevraagd tot waarborg van de invordering van al wat opeisbaar zou kunnen worden aan belasting, geldboeten, interesten en kosten ten laste van de vertegenwoordigde belastingplichtigen. Het bedrag van de zekerheid wordt vastgesteld op ten hoogste 10 pct. van de verschuldigde belasting [Niettegenstaande een eventuele vrijstelling.] voor het geheel van de vertegenwoordigde belastingplichtigen voor een periode van twaalf kalendermaanden (er wordt geen enkel minimumbedrag geëist). Het bedrag van de zekerheid wordt periodiek herzien rekening houdend met de verbintenissen van de vooraf erkende persoon.
234. De zekerheid kan bestaan uit :
3.2.2. Aanvraag tot erkenning
236. De persoon die een globaal BTW-identificatienummer beginnend met BE 796.5 wenst te bekomen moet daartoe een verzoek richten tot het CKBB.
3.2.3. Betekening van de erkenning
237. Na te hebben nagegaan of de voorwaarden voor erkenning vervuld zijn (meer bepaald met betrekking tot de solvabiliteit van de persoon), betekent het CKBB de erkenning aan de persoon die erom heeft verzocht, en deelt hem het globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 mee dat hem werd toegekend.
3.2.4. Draagwijdte van de door de vooraf erkende persoon aangegane verbintenis
238. Op grond van artikel 55, § 4, 2 e lid, van het BTW-Wetboek, is de vooraf erkende persoon hoofdelijk gehouden met zijn lastgevers tot voldoening van de belasting, de interesten en de geldboeten waarvan deze laatsten krachtens het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan schuldenaar zijn.
239. Het spreekt vanzelf dat de vooraf erkende persoon slechts hoofdelijk gehouden is met zijn buitenlandse lastgevers voor die handelingen die zij stellen onder het globaal BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend.
240. De vooraf erkende persoon is hoe dan ook aansprakelijk voor het geheel van de handelingen dat werd verricht onder het globaal BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend, zelfs in de veronderstelling dat de handelingen werden verricht in strijd met de bepalingen van artikel 2, § 1, 1 e lid, 1°, van het KB nr. 31 (handelingen die buiten het toepassingsgebied van het globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 vallen - z. inz. nr. 225, b, in fine).
241. Het is niet mogelijk om de verbintenis van de vooraf erkende persoon te beperken tot een welbepaald bedrag (verg. met nr. 131).
3.3. Rechten en verplichtingen van de vooraf erkende persoon
3.3.1. Algemene principes
242. Krachtens artikel 2, § 3, van het KB nr. 31, wordt de vooraf erkende persoon in de plaats gesteld van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemden zijn verleend of van alle verplichtingen die hen zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek voor de handelingen die zij verrichten of die hen hier te lande worden verstrekt onder het globaal BTW-identificatienummer.
243. Hij wordt hoe dan ook in de plaats gesteld van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt ten aanzien van de aan hen verleende rechten en de opgelegde verplichtingen in het kader van het geheel van de handelingen, verricht onder het globaal BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend, zelfs in de veronderstelling dat de handelingen werden verricht in strijd met de bepalingen van artikel 2, § 1, 1 e lid, 1°, van het KB nr. 31 (handelingen die buiten het toepassingsgebied van het globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 vallen - z. inz. nr. 225, b, in fine).
244. Voor al hetgeen te maken heeft met de toepassing van de BTW op de door de niet in België gevestigde belastingplichtigen verrichte handelingen, ressorteert de vooraf erkende persoon onder het CKBB (dienst controle), Zaveltoren - 24 e verdiep, J. Stevensstraat 7, 1000 Brussel.
3.3.2. Verplichtingen van de vooraf erkende persoon
245. Krachtens het principe van de indeplaatsstelling zoals vervat in artikel 2, § 3, van het KB nr. 31, komt de vooraf erkende persoon, in de plaats van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt, de diverse verplichtingen na die aan belastingplichtigen worden opgelegd door de Belgische BTW-wetgeving.
246. De vooraf erkende persoon is meer bepaald gehouden tot de volgende verplichtingen :
247. De facturering van de leveringen van goederen die volgen op invoeren, verricht door de niet in België gevestigde belastingplichtigen die worden vertegenwoordigd door de vooraf erkende persoon, dient verplicht te gebeuren met inachtneming van de in artikel 4, §§ 1 en 2, van het KB nr. 31, bedoelde bijzondere procedure.
248. Deze procedure verloopt als volgt :
a) in een eerste fase, stuurt de niet in België gevestigde belastingplichtige de voor zijn medecontractant bestemde factuur naar de vooraf erkende persoon, zonder het bedrag van de verschuldigde belasting erop te vermelden;
b) de vooraf erkende persoon stelt in die hoedanigheid een stuk in tweevoud op, waarin de bij artikel 5, § 1, van het KB nr. 1 bedoelde vermeldingen voorkomen. Worden onder meer vermeld :
249. Het bijkomend stuk dat wordt opgesteld door de vooraf erkende persoon dient te worden beschouwd als noodzakelijk deel uitmakend van de factuur die wordt uitgereikt door de niet in België gevestigde belastingplichtige. Het moet worden uitgereikt binnen de in artikel 4 van het KB nr. 1 voorziene termijn, behoudens toepassing van de administratieve tolerantie zoals uiteengezet in nr. 154 van de onderhavige aanschrijving.
250. De afwijking bedoeld in artikel 4, § 3, van het KB nr. 31 en in de nrs. 155 tot 157 van de onderhavige aanschrijving, is niet van toepassing in geval van vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon.
Voeren van een boekhouding
251. De vooraf erkende persoon dient, voor elke vertegenwoordigde belastingplichtige, een aan de omvang van de activiteiten van deze belastingplichtige aangepaste boekhouding te voeren, om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren (z. art. 14, §§ 1 en 2, KB nr. 1). Deze boekhouding omvat inzonderheid :
a) een boek voor inkomende facturen, waarin de vooraf erkende persoon inschrijft :
252. Deze twee factuurboeken en de stukken die erin worden ingeschreven, alsook het geheel van ermee overeenstemmende stukken (vervoerdocumenten, betalingsstukken, enz.), dienen aan te tonen dat alle door de niet in België gevestigde belastingplichtige (geadresseerde bij de invoer) ingevoerde goederen het voorwerp hebben uitgemaakt van daaropvolgende leveringen.
Indiening van periodieke BTW-aangiften en voldoening van de belasting
253. Elke maand of elk kwartaal, naargelang de aan te geven omzet, dient de vooraf erkende persoon een periodieke BTW-aangifte in te dienen voor het geheel van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt (z. art. 53, 1 e lid, 3°, W.BTW en art. 18, KB nr. 1). Bij gebreke aan enige handeling in de loop van de voorbije periode, wordt een "nihil"-aangifte ingediend.
254. De BTW-aangifte wordt als volgt ingevuld :
Inkomende handelingen (invoeren en eventuele kosten) :
Rooster 81 : het totaalbedrag van de invoeren die het voorwerp van een aangifte ten verbruik hebben uitgemaakt;
Rooster 82 : desgevallend, het totaalbedrag van de dienstverrichtingen bedoeld in nr. 225, b, of van de bijkomende kosten gemaakt in België;
Rooster 87 : bijkomende kosten gemaakt in België waarvoor de vertegenwoordigde belastingplichtigen schuldenaar zijn van de belasting (b.v. IC-vervoer verricht door een buitenlandse vervoerder en mededeling van globaal nummer);
Rooster 56 : de BTW die verschuldigd is over de in rooster 87 vermelde handelingen;
Rooster 59 : de aftrekbare BTW.
Uitgaande handelingen (daaropvolgende leveringen)
Roosters 01 tot 03 : het totaalbedrag van de leveringen die onderworpen zijn aan de BTW in België en waarvoor de vertegenwoordigde belastingplichtigen schuldenaar van de belasting zijn;
Rooster 45 : het totaalbedrag van de leveringen die onderworpen zijn aan de BTW in België en waarvoor artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek toepasselijk is;
Rooster 46 : het totaalbedrag van de krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek vrijgestelde leveringen;
Rooster 47 : het totaalbedrag van de leveringen welke krachtens artikel 39, § 1, van het BTW-Wetboek zijn vrijgesteld (uitvoeren) of die in het buitenland plaatsvinden (bv. leveringen met montage in het buitenland);
Rooster 54 : de BTW die verschuldigd is over de in de roosters 01 tot 03 ingeschreven leveringen.
Saldo
Rooster 71 : aan de Staat verschuldigde belasting;
Rooster 72 : door de Staat verschuldigde belasting.
255. Voor elke periodieke BTW-aangifte moet de vooraf erkende persoon een lijst bijhouden waarin het aandeel van elke vertegenwoordigde belastingplichtige in de aangegeven bedragen wordt opgenomen. Deze lijst dient niet bij de ingediende aangifte te worden gevoegd, maar moet op ieder verzoek van de administratie ter inzage worden voorgelegd.
256. De vooraf erkende persoon is gehouden de belasting waarvan de periodieke aangiften de opeisbaarheid vaststellen te voldoen binnen de daartoe voorziene termijn (z. art. 53, 1 e lid, 4°, WBTW) en het (de) voorschot(ten), voorzien in artikel 19, §§ 1 en 2 of in artikel 19, § 3, van het KB nr. 1, te betalen.
Overige aangifteverplichtingen
257. De vooraf erkende persoon is, voor het geheel van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt, gehouden tot het indienen van:
a) een jaarlijkse lijst van de belastingplichtige afnemers (z. art. 53quinquies WBTW) (desgevallend wordt een "nihil"-lijst ingediend) :
b) eventueel, de kwartaalopgaven van de intracommunautaire handelingen (z. art. 53sexies WBTW).
Bewaren van boeken en verstrekken van inlichtingen
258. De vooraf erkende persoon is gehouden :
a) alle boeken en stukken met betrekking tot de handelingen verricht onder het globaal nummer waarvan hij de titularis is, te bewaren, en ze, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de met de controle belaste ambtenaren (z. art. 60 en 61 WBTW);
b) mondeling of schriftelijk, alle inlichtingen te verschaffen die de administratie eist teneinde de juiste heffing van de BTW na te gaan (z. art. 62, § 1, WBTW).
3.3.3. Rechten van de vooraf erkende persoon
259. De vooraf erkende persoon kan, met inachtneming van de artikelen 45 en volgende van het BTW-Wetboek, de (Belgische) BTW die aan de niet in België gevestigde belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt in rekening werd gebracht aftrekken, door deze op te nemen in de periodieke BTW-aangiften (rooster 59) die hij indient in naam en voor rekening van deze belastingplichtigen (zie nr. 253).
260. Enkel de belasting geheven van de handelingen waarvoor het gebruik van het globaal nummer BE 796.5 is toegestaan krachtens artikel 2, § 1, 1e lid, 1°, van het KB nr. 31 en van de handelingen die hiermee nauw verbonden zijn, is aftrekbaar.
261. Bijgevolg kan onder het globaal nummer BE 796.5 enkel de volgende belasting in aftrek worden gebracht :
263. De voorwaarden voor de uitoefening van het recht op aftrek die worden opgelegd aan de vooraf erkende persoon zijn deze als omschreven in artikel 3 van het KB nr. 3 van 10 december 1969. Om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de vooraf erkende persoon derhalve steeds in het bezit zijn van :
a) het origineel van het invoerdocument dat de niet in België gevestigde belastingplichtige aanwijst als geadresseerde;
b) het origineel van de facturen gericht aan de niet in België gevestigde belastingplichtige, waarop het globaal nummer en de coördinaten van de vooraf erkende persoon voorkomen.
264. De machtiging om de belasting af te trekken op zicht van fotokopieën van de originele facturen, bedoeld in nr. 164 van de onderhavige aanschrijving, is niet toepasselijk op de vooraf erkende persoon.
265. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de regeling van de maandelijkse terugbetaling van de belasting, bedoeld in artikel 8 1, § 2, 1 e lid, 3°, van het KB nr . 4 en in de administratieve aanschrijving nr. 10/1996, niet kan worden toegepast in het kader van de fiscale vertegenwoordiging onder het globaal nummer BE 796.5.
3.4. Verplichtingen van de vertegenwoordigde belastingplichtige
266. De niet in België gevestigde belastingplichtige die vertegenwoordigd wordt door een vooraf erkende persoon is gehouden, voor de in artikel 2, § 1, 1 e lid, 1°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen die hij verricht, en voor de handelingen die er nauw mee verbonden zijn en hem in België worden verstrekt, aan zijn klanten of leveranciers mede te delen :
4.1. Toepassingsgebied
267. Krachtens artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° tot 5°, van het KB nr. 31, kan de vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer dat begint met BE 796.6, onder dit nummer elke niet in België gevestigde belastingplichtige [Die nog niet voor de BTW in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer.] vertegenwoordigen die :
a) hetzij goederen plaatst in een BTW-entrepot;
b) hetzij goederen onttrekt aan de regeling van het BTW-entrepot;
c) hetzij een intracommunautaire verwerving van goederen (of een daarmee gelijkgestelde handeling) verricht met het oog op een daaropvolgende levering van dezelfde goederen, vrijgesteld om reden van uitvoer;
d) hetzij een intracommunautaire verwerving van goederen (of een daarmee gelijkgestelde handeling) verricht, met uitzondering van elke andere handeling onderworpen aan de belasting in België.
Deze verschillende situaties worden hierna in detail uiteengezet.
4.1.1. Plaatsing van goederen in een BTW-entrepot (z. art. 2, § 1, 1 e lid, 2°, KB nr. 31)
268. Het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 kan worden gebruikt voor de volgende handelingen, verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige [Die nog niet voor de BTW in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer.] :
a) de plaatsing van goederen in een BTW-entrepot ten gevolge van :
Op dit principe kan een uitzondering worden gemaakt wanneer de aangifte ten verbruik wordt opgesteld via het SADBEL-systeem : in dat geval, is het tijdelijk toegelaten dat de identificatiegegevens van de vooraf erkende persoon worden vermeld in vak 8, in plaats van deze van de niet in België gevestigde belastingplichtige. De identiteit van de persoon die als geadresseerde optreedt bij de invoer moet alsdan blijken uit de factuur waarop de aangifte ten verbruik steunt, alsook uit de individuele boekhouding die de vooraf erkende persoon moet houden;
269. Belangrijke opmerkingen :
1° Alleen de titularis van een vergunning BTW-entrepot kan de niet in België gevestigde belastingplichtigen die goederen in zijn entrepot plaatsen vertegenwoordigen onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
Met andere woorden, in het kader van de regeling BTW-entrepot, wordt elke andere persoon dan de titularis van de vergunning BTW-entrepot uitgesloten van de mogelijkheid om niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6. Deze uitsluiting slaat evenwel niet op de regeling van de fiscale vertegenwoordiging onder een individueel BTW-identificatienummer.
2° Een ontslag of een ontheffing van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden wordt toegestaan aan de niet in België gevestigde belastingplichtige die goederen, die in een BTW-entrepot zijn geplaatst, aankoopt en deze wederverkoopt met handhaving van de regeling BTW-entrepot, of die een dienst afneemt met betrekking tot goederen die voordien onder de regeling BTW-entrepot werden geplaatst. De titularis van de vergunning BTW-entrepot kan derhalve de niet in België gevestigde belastingplichtigen die dergelijke handelingen verrichten niet vertegenwoordigen onder het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
4.1.2. Onttrekking van goederen aan het BTW-entrepot (z. art. 2, § 1, 1 e lid, 3°, KB nr. 31)
270. Het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 kan worden gebruikt wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige [Die nog niet voor de BTW in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer.] goederen onttrekt aan de regeling BTW-entrepot, ongeacht de bestemming die aan de goederen wordt gegeven bij het verlaten van het entrepot.
271. Het globaal nummer BE 796.6 kan derhalve worden gebruikt wanneer de onttrekking van goederen aan het BTW-entrepot :
a) hetzij wordt verricht los van elke handelstransactie. In dergelijk geval kunnen de goederen :
b) hetzij wordt verricht met het oog op de levering van de goederen. In dergelijk geval kan de levering :
Naargelang de omstandigheden, kunnen verschillende vrijstellingen worden ingeroepen (bv. toepassing van artikel 39, § 1, 1° of 2°, in geval van verzending van de goederen naar een derde land; toepassing van artikel 39bis, 1 e lid, 1° of 4°, in geval van intracommunautaire levering van de goederen; toepassing van artikel 39quater, § 1, 1°, in geval van overbrenging van de goederen naar een ander BTW-entrepot). In geval van uitvoer, vermeldt de aangifte ten uitvoer het globaal BTW-identificatienummer van de vooraf erkende persoon.
Wanneer de levering niet van de belasting is vrijgesteld krachtens de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek en zij wordt verstrekt aan een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, of aan een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen, is de verkrijger van de goederen de schuldenaar van de belasting (z. art. 51, § 2, 5°, WBTW).
272. Belangrijke opmerking : Enkel de titularis van de vergunning BTW-entrepot kan de niet in België gevestigde belastingplichtigen die goederen onttrekken aan zijn entrepot vertegenwoordigen onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
273. Met andere woorden, in het kader van de regeling BTW-entrepot wordt elke andere persoon dan de titularis van de vergunning BTW-entrepot uitgesloten van de mogelijkheid om niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6. Deze uitsluiting betreft evenwel niet de regeling van de fiscale vertegenwoordiging onder een individueel BTW-identificatienummer.
4.1.3. Intracommunautaire verwerving met het oog op een uitvoer (z. art. 2, § 1, 1 e lid, 4°, KB nr. 31)
274. Het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 kan worden gebruikt wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige [Die nog niet voor de BTW in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer.] hier te lande de volgende handelingen verricht :
a) hetzij een intracommunautaire verwerving van goederen die niet onder de regeling BTW-entrepot worden geplaatst [Voor een intracommunautaire verwerving van in BTW-entrepot geplaatste goederen, z. nr. 268, a), 2de streepje.], wanneer de intracommunautaire verwerving wordt gedaan met het oog op een daaropvolgende levering van dezelfde goederen, vrijgesteld door artikel 39, § 1, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek (vrijstelling om reden van uitvoer naar een derde land);
b) hetzij een met een intracommunautaire verwerving van goederen gelijkgestelde handeling krachtens artikel 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek (overbrenging met als bestemming België), wanneer deze handeling wordt verricht met het oog op een daaropvolgende levering van dezelfde goederen, vrijgesteld door artikel 39, § 1, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek (vrijstelling om reden van uitvoer naar een derde land).
275. Drie basisvoorwaarden moeten worden vervuld in het kader van de hier bedoelde handelingen :
a) de verworven of overgebrachte goederen moeten het voorwerp uitmaken van een op de intracommunautaire verwerving of op de overbrenging volgende levering. Desgevallend kunnen de goederen, vóór hun levering, gedurende beperkte tijd worden opgeslagen in België;
b) de levering moet plaatsvinden in België en van de belasting zijn vrijgesteld krachtens artikel 39, § 1, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek (vrijstelling om reden van uitvoer);
c) de geleverde goederen moeten identiek zijn aan de verworven of overgebrachte goederen.
De naleving van deze voorwaarde veronderstelt dat de goederen, tussen hun verwerving of overbrenging en hun uitvoer, geen enkele behandeling of omvorming hebben ondergaan, andere dan :
276. Het spreekt vanzelf dat de intracommunautaire verwerving en de daaropvolgende levering van de goederen onder hetzelfde globaal BTW-identificatienummer moeten gebeuren.
277. De principes ter bepaling van de schuldenaar van de belasting in het kader van de verrichte handelingen zijn de volgende :
a) wat de intracommunautaire verwerving (of overbrenging) van de goederen betreft : de schuldenaar van de belasting is de niet in België gevestigde belastingplichtige, optredend als verwerver (of eigenaar van de goederen) (z. art. 51, § 1, 2°, WBTW). De intracommunautaire verwerving (of overbrenging) van de goederen in België is niet vrijgesteld van de belasting door artikel 40bis van het BTW-Wetboek;
b) wat de daaropvolgende levering van de goederen betreft : de schuldenaar van de belasting is de niet in België gevestigde belastingplichtige, handelend als leverancier van de goederen (z. art. 51, § 1, 1°, WBTW).
278. Voorbeelden :
Voorbeeld 1 :
Veronderstel : A, belastingplichtige gevestigd in Frankrijk; B, belastingplichtige gevestigd in de USA.
A brengt goederen over van zijn onderneming naar een entrepot dat hem toebehoort in België.
A verkoopt deze goederen aan B; de goederen worden vervoerd van België naar de USA. De goederen ondergaan geen enkele omvorming in België.
1ste veronderstelling : de werkelijke en definitieve bestemming van de goederen is gekend op het ogenblik waarop de goederen Frankrijk verlaten.
Overeenkomstig de douanewetgeving, dienen de douaneformaliteiten bij uitvoer te worden vervuld in Frankrijk, Lidstaat van vertrek van de goederen. In België wordt geen enkele handeling verricht. Geen enkele partij dient voor de BTW te worden geïdentificeerd in België.
2de veronderstelling : de werkelijke en definitieve bestemming van de goederen is niet gekend op het ogenblik waarop de goederen Frankrijk verlaten (de verkoop van de goederen aan B heeft plaats wanneer de goederen zich reeds in het Belgische entrepot bevinden).
Bij het vervoer van de goederen naar België, verricht A een overbrenging die wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving verricht onder bezwarende titel (toepassing van artikel 25quater, § 1, WBTW), waarvoor hij in België voor de BTW dient te worden geïdentificeerd. Deze overbrenging wordt gevolgd door een levering van goederen die is vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 39, § 1, 1° (vervoer door A) of 2° (vervoer door B) van het BTW-Wetboek. A kan voor beide handelingen worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
Voorbeeld 2 :
Veronderstel : A, belastingplichtige gevestigd in Frankrijk; B, belastingplichtige gevestigd in de België.
A brengt goederen van zijn onderneming over naar een entrepot dat hem toebehoort in België; de werkelijke en definitieve bestemming van de goederen is niet gekend op het ogenblik waarop de goederen Frankrijk verlaten.
A verkoopt deze goederen aan B; in de kader van deze verkoop, worden de goederen vervoerd van België naar de USA. De goederen ondergaan geen enkele omvorming in België.
1ste veronderstelling : het vervoer van de goederen naar de USA wordt verricht door A of voor zijn rekening. Bij het vervoer van de goederen naar België, verricht A een overbrenging die wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving verricht onder bezwarende titel (toepassing van artikel 25quater, § 1, WBTW), waarvoor hij in België voor de BTW dient te worden geïdentificeerd. Deze overbrenging wordt gevolgd door een levering van goederen die is vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 39, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. A kan voor beide handelingen worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
2de veronderstelling : het vervoer van de goederen naar de USA wordt verricht door B of voor zijn rekening. Bij het vervoer van de goederen naar België, verricht A een overbrenging die wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving verricht onder bezwarende titel (toepassing van artikel 25quater, § 1, WBTW), waarvoor hij in België voor de BTW dient te worden geïdentificeerd. Deze overbrenging wordt niet gevolgd door een vrijgestelde levering van goederen om reden van uitvoer (artikel 39, § 1, 2°, W.BTW is niet van toepassing vermits B in België is gevestigd). A kan niet worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6. Hij moet in België voor de BTW worden geïdentificeerd onder een individueel nummer.
Voorbeeld 3 :
Veronderstel : A, belastingplichtige gevestigd in Frankrijk; B, belastingplichtige gevestigd in Italië; C, gevestigd in de USA.
A verkoopt de goederen aan B, die ze doorverkoopt aan C.
In eerste instantie, worden de goederen door A vervoerd van Frankrijk naar België. Ze worden in België opgeslagen voor een beperkte duur en vervolgens vanuit België vervoerd naar de USA. Ze ondergaan geen enkele omvorming in België.
1ste veronderstelling : de werkelijke en definitieve bestemming van de goederen is gekend op het ogenblik waarop de goederen Frankrijk verlaten (vervoer van de goederen naar de USA door A of voor zijn rekening).
Overeenkomstig de douanewetgeving, dienen de douaneformaliteiten bij uitvoer te worden vervuld in Frankrijk, Lidstaat van vertrek van de goederen. In België wordt geen enkele handeling gesteld. Geen enkele partij dient voor de BTW te worden geïdentificeerd in België.
2de veronderstelling : de werkelijke en definitieve bestemming van de goederen is niet gekend op het ogenblik waarop zij Frankrijk verlaten (vervoer van de goederen naar de USA door B of C of voor hun rekening).
B verricht een intracommunautaire verwerving van goederen in België, waarvoor hij voor de BTW moet worden geïdentificeerd in België. Deze verwerving wordt gevolgd door een levering van goederen die is vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 39, § 1, 1° (vervoer door B) of 2° (vervoer door C) van het BTW-Wetboek. B kan voor beide handelingen worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
4.1.4. Intracommunautaire verwerving met uitzondering van elke andere handeling (z. art. 2, § 1, 1 e lid, 5°, KB nr. 31)
279. Het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 kan worden gebruikt wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige [Die nog niet voor de BTW in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer.] hier te lande een intracommunautaire verwerving (of een krachtens artikel 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek daarmee gelijkgestelde overbrenging) verricht van goederen die niet onder de regeling BTW-entrepot worden geplaatst [Voor een intracommunautaire verwerving van in BTW-entrepot geplaatste goederen, z. nr. 268, a), 2de streepje.], met uitzondering van elke andere handeling onderworpen aan de belasting in België.
280. Voorbeeld : A is een belastingplichtige gevestigd in Frankrijk. A kan de volgende handelingen stellen onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 :
1° Intracommunautaire verwerving in België van handelsmonsters door een representatiekantoor in België (de intracommunautaire verwerving wordt door geen enkele handeling gevolgd);
2° Intracommunautaire verwerving in België van goederen die vervolgens worden geleverd met montage in een andere Lidstaat (de intracommunautaire verwerving wordt gevolgd door een levering die krachtens artikel 15, § 2, 2de lid, 2°, van het BTW-Wetboek, plaatsvindt in een andere Lidstaat);
3° Intracommunautaire verwerving van goederen die worden gebruikt in het kader van de herstelling van een lichamelijk roerend goed voor een in Luxemburg voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige. De herstelling wordt materieel uitgevoerd in België; na herstelling worden de goederen verzonden naar Luxemburg (de intracommunautaire verwerving wordt gevolgd door een dienst die krachtens artikel 21, § 3, 2°, b, van het BTW-Wetboek, plaatsvindt in een andere Lidstaat).
281. Artikel 2, § 1, 1 e lid, 5°, van het KB nr. 31 laat toe dat door of namens de Minister wordt afgeweken van de uitzondering bedoeld in nr. 279 hiervoor.
282. Op grond van deze bepaling, aanvaardt de administratie dat het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 wordt gebruikt wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige hier te lande een intracommunautaire verwerving (of een ermee gelijkgestelde overbrenging) van goederen verricht die niet in BTW-entrepot zijn geplaatst, indien de intracommunautaire verwerving (of de ermee gelijkgestelde overbrenging) gebeurt met het oog op een daaropvolgende levering van dezelfde goederen die van de BTW is vrijgesteld krachtens artikel39 bis van het BTW-Wetboek. Deze afwijking kan worden toegepast zonder voorafgaande machtiging van de administratie.
283. De in acht te nemen voorwaarden in het kader van de hier bedoelde afwijking zijn deze die werden opgesomd in nr. 275 hiervoor, op dit verschil na dat de daaropvolgende levering van goederen moet vrijgesteld zijn krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek (vrijstelling om reden van intracommunautaire levering). De in nr. 275, c), in fine, gemaakte bemerking is, mutatis mutandis, eveneens toepasselijk op de hier beoogde situatie.
284. Elk verzoek om afwijking van de uitzondering, als bedoeld in artikel 2, § 1, 1 e lid, 5°, van het KB nr. 31, ander dan de hiervoor bedoelde afwijking, moet worden ingediend bij de centrale diensten van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, sector BTW, directie II/2, Kruidtuinlaan 50, bus 61, te 1010 Brussel.
4.2. Procedure tot erkenning
4.2.1. Hoedanigheden van de vooraf erkende persoon
285. De vooraf erkende persoon dient aan de volgende voorwaarden te voldoen (z. art. 3, 1 e lid, KB nr. 31) :
1° bekwaam zijn om contracten aan te gaan;
2° gevestigd zijn in België;
3° voldoende solvabel zijn om de door het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan aan belastingplichtigen opgelegde verplichtingen na te komen.
286. Hij kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn, van Belgische nationaliteit of niet, voor zover hij maar in België is gevestigd.
287. In regel wordt een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 evenwel slechts toegekend aan de volgende personen (toepassing van artikel 2, § 1, laatste lid, KB nr. 31) :
a) personen die titularis zijn van een vergunning BTW-entrepot : zij gebruiken het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 dat hen werd toegekend om de niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen die handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° en 3°, van het KB nr. 31, verrichten;
b) personen die door de administratie der douane en accijnzen als douane-expediteurs werden erkend : zij gebruiken het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 om de niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen die handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, 1 e lid, 4° en 5°, van het KB nr. 31, verrichten;
c) personen die, bij de indiening van hun aanvraag bij het CKBB, het bewijs kunnen leveren dat zij op geregelde wijze ten minste twee niet in België gevestigde belastingplichtigen zullen vertegenwoordigen met het oog op de in artikel 2, § 1, 1 e lid, 4° of 5°, van het KB nr. 31, bedoelde handelingen.
288. Hetgeen werd uiteengezet in de nrs. 232 tot 235 voor wat betreft de solvabiliteit van de persoon die titularis is of verzoekt om een globaal nummer BE 796.5 en het eventueel stellen van een zekerheid is, mutatis mutandis, eveneens toepasselijk op de vooraf erkende persoon die titularis is of die verzoekt om een globaal nummer BE 796.6.
4.2.2. Aanvraag tot erkenning
289. De persoon die een globaal BTW-identificatienummer beginnend met BE 796.6 wenst te bekomen moet daartoe een verzoek richten tot het CKBB.
290. Eenzelfde persoon kan slechts één globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 bekomen. De titularis van een vergunning BTW-entrepot die, in die hoedanigheid, titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6, kan datzelfde nummer geldig gebruiken voor de handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, 1 e lid, 4° en 5, van het KB nr. 31. Omgekeerd, zal de douane-expediteur die, in die hoedanigheid, titularis is van een nummer BE 796.6, datzelfde nummer gebruiken voor de handelingen met betrekking tot het BTW-entrepot waarvoor hij titularis is van een vergunning.
291. Wanneer het gaat om de vertegenwoordiging van niet in België gevestigde belastingplichtigen die goederen plaatsen onder de regeling BTW-entrepot en/of goederen onttrekken aan die regeling, wordt het verzoek om toekenning van een globaal BTW-identifcatienummer BE 796.6 ingediend tegelijk met het verzoek om een vergunning BTW-entrepot.
292. De persoon die al titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 (bv. in zijn hoedanigheid van douane-expediteur) en die een vergunning BTW-entrepot bekomt, moet een kopie van de ontvangen vergunning toezenden aan het CKBB, onder verwijzing naar het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 dat hem reeds werd toegekend.
293. De titularis van de vergunning BTW-entrepot die geen enkele niet in België gevestigde belastingplichtige moet vertegenwoordigen in het kader van zijn entrepot (in zijn entrepot wordt geen enkele handeling als bedoeld in artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° of 3°, van het KB nr. 31, verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen), heeft natuurlijk geen globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 nodig. Hij moet het CKBB hiervan schriftelijk in kennis stellen, onder toevoeging van een kopie van de ontvangen vergunning BTW-entrepot.
4.2.3. Betekening van de erkenning
294. Na te hebben nagegaan of de voorwaarden voor erkenning vervuld zijn (inz. met betrekking tot de solvabiliteit van de persoon), betekent het CKBB de erkenning aan de persoon die erom heeft verzocht, en deelt hem het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 mee dat hem werd toegekend.
295. Bovendien reikt het CKBB, aan elke persoon, titularis van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6, die dit nummer gebruikt in het kader van de regeling BTW-entrepot, een attest uit waarin wordt bevestigd dat genoemd nummer werd toegekend om, in het kader van de regeling BTW-entrepot, niet in België gevestigde belastingplichtigen die niet beschikken over een individueel BTW-identificatienummer in België te vertegenwoordigen. Dit attest vermeldt de datum vanaf wanneer het nummer voor deze doeleinden geldig kan worden gebruikt. In geval van schrapping van het nummer of wanneer het nummer niet meer wordt gebruikt in het kader van de regeling BTW-entrepot, moet de betrokkene het originele exemplaar van dat attest terugzenden aan het CKBB.
4.2.4. Draagwijdte van de door de vooraf erkende persoon aangegane verbintenis
296. De nrs. 238 tot 241 met betrekking tot de verbintenis van de vooraf erkende persoon, titularis van een nummer BE 796.5, zijn, mutatis mutandis, toepasselijk op de persoon, titularis van een nummer BE 796.6.
4.3. Rechten en verplichtingen van de vooraf erkende persoon
4.3.1. Algemene principes
297. Krachtens artikel 2, § 3, van het KB nr. 31, wordt de vooraf erkende persoon in de plaats gesteld van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemden zijn verleend of van alle verplichtingen die hen zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek.
298. Het spreekt vanzelf dat hij slechts in de plaats wordt gesteld van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt ten aanzien van de aan hen verleende rechten en opgelegde verplichtingen in het kader van de handelingen, verricht onder het globaal BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend.
299. De vooraf erkende persoon wordt hoe dan ook in de plaats gesteld van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt ten aanzien van de aan hen verleende rechten en opgelegde verplichtingen in het kader van het geheel van de handelingen, verricht onder het globaal BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend, zelfs in de veronderstelling dat de handelingen werden verricht in strijd met de bepalingen van artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° tot 5°, van het KB nr. 31 (handelingen die buiten het toepassingsgebied van het globaal nummer BE 796.6 vallen - z. inz. nr. 275, c, in fine).
300. Voor al hetgeen de toepassing van de BTW betreft op de door de niet in België gevestigde belastingplichtigen verrichte handelingen, ressorteert de vooraf erkende persoon onder het CKBB (dienst controle), Zaveltoren - 24 e verdiep, J. Stevensstraat 7 te 1000 Brussel.
4.3.2. Verplichtingen van de vooraf erkende persoon
301. Krachtens het principe van de indeplaatsstelling zoals uiteengezet in artikel 2, § 3, van het KB nr. 31, komt de vooraf erkende persoon, in de plaats van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt, de diverse verplichtingen na die de Belgische BTW-wetgeving aan belastingplichtigen oplegt.
302. De vooraf erkende persoon is meer bepaald gehouden tot de volgende verplichtingen :
303. Elke facturering van een handeling, verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige, die wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon, dient verplicht te gebeuren met inachtneming van de in artikel 4, §§ 1 en 2, van het KB nr. 31, bedoelde bijzondere procedure.
304. Deze procedure werd beschreven in nr. 151 van de onderhavige aanschrijving.
305. Zij is inzonderheid van toepassing in de volgende gevallen :
Voeren van een boekhouding; het indienen van periodieke BTW-aangiften; andere aangifteverplichtingen
307. De vooraf erkende persoon dient, voor elke vertegenwoordigde belastingplichtige, een aan de omvang van de activiteiten van deze belastingplichtige aangepaste boekhouding te voeren, om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren (z. art. 14, §§ 1 en 2, KB nr. 1).
308. Bovendien moet hij voor het geheel van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt indienen :
a) één periodieke BTW-aangifte (z. art. 53, 1 e lid, 3°, WBTW en art. 18, KB nr. 1). Bij gebreke aan enige handeling in de loop van de voorbije periode, wordt een "nihil"-aangifte ingediend. Voor elke aangifte dient de vooraf erkende persoon een lijst te houden waarin het aandeel van elke vertegenwoordigde belastingplichtige in de aangegeven bedragen wordt vermeld. Deze lijst moet niet bij de ingediende aangifte worden gevoegd, maar moet op elk verzoek van de administratie ter inzage worden voorgelegd;
b) een jaarlijkse lijst van de belastingplichtige afnemers (z. art. 53quinquies WBTW) (desgevallend wordt een "nihil"-lijst ingediend);
c) eventueel, de kwartaalopgaven van de intracommunautaire handelingen (z. art. 53sexies, WBTW).
309. De inhoud van de boekhouding, evenals de in de periodieke BTW-aangiften te verrichten inschrijvingen, worden hierna onderzocht, naargelang het type van de door de vertegenwoordigde belastingplichtigen verrichte handelingen.
Bij handelingen als bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid,2°, van het KB nr. 31 :
Boekhouding
310. De boekhouding omvat in regel enkel een boek voor inkomende facturen, waarin de vooraf erkende persoon inschrijft :
312. Geen boek voor uitgaande facturen dient te worden gehouden voor de persoon die goederen plaatst in BTW-entrepot, tenzij ingeval diezelfde persoon de goederen onttrekt aan de regeling BTW-entrepot.
Periodieke BTW-aangifte
313. De periodieke BTW-aangifte wordt als volgt ingevuld :
Inkomende handelingen :
Rooster 81 : het totaalbedrag van de invoeren van goederen, van de intracommunautaire verwervingen of de ermee gelijkgestelde handelingen, en van de aankopen van goederen hier te lande. In geval de goederen in BTW-entrepot worden geplaatst ingevolge een interne overbrenging in België, wordt de waarde van de goederen in rooster 81 ingeschreven;
Rooster 82 : desgevallend, het totaalbedrag van de diensten bedoeld in nr. 268, b, of van de bijkomende kosten gemaakt in België;
Rooster 86 : het totaalbedrag van de intracommunautaire verwervingen van goederen (reeds ingeschreven in rooster 81);
Rooster 59 : de aftrekbare BTW.
Uitgaande handelingen : Nihil (tenzij ingeval de belastingplichtige die de goederen heeft geplaatst, ze ook onttrekt aan het BTW-entrepot; z. hierna).
Saldo : rooster 72
Overige aangifteverplichtingen
314. Bij gebreke aan uitgaande handelingen, is de jaarlijkse lijst van de belastingplichtige afnemers een "nihil"-lijst, en dient er geen enkele opgave van de intracommunautaire handelingen te worden ingediend.
Bij handelingen als bedoeld in artikel 2, § 1, 1 ste lid, 3°, van het KB nr. 31 :
Voeren van een boekhouding
315. De boekhouding omvat een boek voor inkomende facturen en een boek voor uitgaande facturen.
In het boek voor inkomende facturen schrijft de vooraf erkende persoon de aankoop van goederen in die de onttrekking van goederen aan het BTW-entrepot onmiddellijk voorafgaat, onder verwijzing naar de aankoopfactuur, alsmede de ontvangen dienstverrichtingen met betrekking tot de voormelde goederen, onder verwijzing naar de ontvangen facturen. In de veronderstelling dat de niet in België gevestigde belastingplichtige die de goederen onttrekt aan het BTW-entrepot eveneens de persoon is die de goederen onder deze regeling heeft geplaatst (t.t.z., wanneer er geen enkele wederverkoop onder de regeling BTW-entrepot heeft plaatsgevonden), wordt verwezen naar nr. 310 hiervoor voor wat de inhoud van het boek voor inkomende facturen betreft. Bovendien bevat het boek voor inkomende facturen ook de verschillende in België gedane kosten die nauw verbonden zijn met de in artikel 2, § 1, 1ste lid, 3°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen (bijkomende kosten), onder verwijzing naar de ontvangen facturen.
317. In het boek voor uitgaande facturen schrijft de vooraf erkende persoon de bij de onttrekking van de goederen aan het BTW-entrepot verrichte handeling in, onder verwijzing naar de door de niet in België gevestigde belastingplichtige uitgereikte factuur (vergezeld van het bijkomend stuk bedoeld in nr. 303), of naar het als zodanig geldend stuk (bv. het stuk bedoeld in artikel 2 van het KB nr. 1 in geval van overbrenging van goederen naar een andere Lidstaat of het stuk beoogd door de administratieve aanschrijving met betrekking tot het entrepot ander dan het douane-entrepot in geval de onttrekking los staat van enige commerciële transactie) en naar het stuk van onttrekking aan het BTW-entrepot (in voorkomend geval, het accijnsgeleidedocument).
Periodieke BTW-aangifte
318. De periodieke BTW-aangifte wordt als volgt ingevuld :
Inkomende handelingen :
Rooster 81 : het totaalbedrag van de aankopen van goederen onder de regeling BTW-entrepot (NB : als de persoon die de goederen onttrekt aan het BTW-entrepot diegene is die de goederen er heeft geplaatst, z. nr. 310 hiervoor voor de inschrijving in rooster 81);
Rooster 82 : desgevallend, de ontvangen diensten met betrekking tot de in rooster 81 vermelde goederen, en de bijkomende kosten gemaakt in België;
Rooster 61 : het bedrag van de in nr. 271, a, bedoelde regularisatie, wanneer de te regulariseren handeling een andere is dan een invoer [Wanneer de te regulariseren handeling een invoer is, wordt de ingevolge de regularisatie verschuldigde BTW voldaan bij de douane (z. ook de administratieve aanschrijving met betrekking tot het entrepot ander dan een douane-entrepot).];
Rooster 59 : de aftrekbare BTW.
Uitgaande handelingen :
Roosters 01 tot 03 : het totaalbedrag van de leveringen (zonder behoud van de regeling BTW-entrepot) die onderworpen zijn aan de BTW in België en waarvoor de vertegenwoordigde belastingplichtige de schuldenaar van de belasting is;
Rooster 45 : het totaalbedrag van de leveringen (zonder behoud van de regeling BTW-entrepot) die onderworpen zijn aan de belasting in België en waarvoor artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek van toepassing is;
Rooster 46 : het totaalbedrag van de krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek vrijgestelde leveringen;
Rooster 47 : het totaalbedrag van de leveringen die vrijgesteld zijn krachtens artikel 39, § 1, van het BTW-Wetboek (uitvoeren), of die in het buitenland plaatsvinden (bv. leveringen met montage in het buitenland);
Rooster 54 : de BTW die verschuldigd is over de in de roosters 01 tot 03 opgenomen leveringen;
Saldo : rooster 71 of 72
Overige aangifteverplichtingen
319. De jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers omvat, in het algemeen, de in de roosters 01 tot 03 en 45 van de periodieke BTW-aangiften ingeschreven handelingen.
320. De opgaven van de intracommunautaire handelingen omvatten, in het algemeen, de in het rooster 46 van de periodieke BTW-aangiften ingeschreven handelingen.
Bij handelingen als bedoeld in artikel 2, § 1, 1 ste lid, 4°, van het KB nr. 31 :
Voeren van een boekhouding
321. De boekhouding omvat een boek voor inkomende facturen en een boek voor uitgaande facturen.
322. In het boek voor inkomende facturen schrijft de vooraf erkende persoon de intracommunautaire verwerving van goederen of de daarmee gelijkgestelde handeling in, onder verwijzing naar de aankoopfactuur van de goederen (in voorkomend geval, het in artikel 9, § 1, van het KB nr. 1, bedoelde stuk, of het overbrengingsstuk). Bovendien bevat het boek voor inkomende facturen ook de verschillende in België gedane kosten die nauw verbonden zijn met de in artikel 2, § 1, 1ste lid, 4°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen (in nr. 275, c, bedoelde diensten, en bijkomende kosten), onder verwijzing naar de ontvangen facturen.
323. In het boek voor uitgaande facturen schrijft de vooraf erkende persoon de verrichte levering in, onder verwijzing naar de door de niet in België gevestigde belastingplichtige uitgereikte factuur (vergezeld van het bijkomend stuk als bedoeld in nr. 303).
Periodieke BTW-aangifte
324. De periodieke BTW-aangifte wordt als volgt ingevuld :
Inkomende handelingen :
Rooster 81 : het totaalbedrag van de intracommunautaire verwervingen van goederen en van de daarmee gelijkgestelde handelingen;
Rooster 82 : desgevallend, de ontvangen diensten met betrekking tot de in rooster 81 vermelde goederen, en de bijkomende kosten gemaakt in België;
Rooster 86 : hetzelfde bedrag als dat vermeld in rooster 81;
Rooster 55 : de wegens de intracommunautaire verwervingen van goederen en de daarmee gelijkgestelde handelingen verschuldigde BTW;
Rooster 59 : de aftrekbare BTW.
Uitgaande handelingen :
Rooster 47 : het totaalbedrag van de krachtens artikel 39, § 1, van het BTW-Wetboek vrijgestelde leveringen (uitvoeren);
Saldo : rooster 72
Overige aangifteverplichtingen
325. De jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers omvat het identificatienummer van de verwerver van de goederen waarvan de levering is vrijgesteld om reden van uitvoer, wanneer hij een voor de BTW in België geïdentificeerde belastingplichtige is.
326. Geen enkele opgave van de intracommunautaire handelingen moet worden ingediend.
Bij handelingen als bedoeld in artikel 2, § 1, 1 ste lid, 5°, van het KB nr. 31
Voeren van een boekhouding
327. De boekhouding omvat een boek voor inkomende facturen en, in voorkomend geval, een boek voor uitgaande facturen.
328. In het boek voor inkomende facturen schrijft de vooraf erkende persoon de intracommunautaire verwerving van goederen of de daarmee gelijkgestelde handeling in, onder verwijzing naar de aankoopfactuur van de goederen (in voorkomend geval, het in artikel 9, § 1, van het KB nr. 1, bedoelde stuk, of het overbrengingsstuk). Bovendien bevat het boek voor inkomende facturen ook de verschillende in België gedane kosten die nauw verbonden zijn met de in artikel 2, § 1, 1ste lid, 5°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen, onder verwijzing naar de ontvangen facturen (bijkomende kosten).
329. In het boek voor uitgaande facturen schrijft de vooraf erkende persoon de aansluitend op de intracommunautaire verwerving van de goederen verrichte handelingen in, onder verwijzing naar de door de niet in België gevestigde belastingplichtige uitgereikte factuur (vergezeld van het bijkomend stuk als bedoeld in nr. 303). Het gaat om hetzij in België niet aan de belasting onderworpen handelingen (bv. een levering met montage in het buitenland, een dienst die plaatsvindt in een ander Lidstaat), hetzij om intracommunautaire leveringen, in geval van toepassing van de in nr. 282 bedoelde afwijking. Als de verworven goederen niet het voorwerp uitmaken van een op de intracommunautaire verwerving aansluitende handeling (bv. verwerving van handelsmonsters), moet geen boek voor uitgaande facturen worden gehouden.
Periodieke BTW-aangifte
330. De periodieke BTW-aangifte wordt als volgt ingevuld :
Inkomende handelingen :
Rooster 81 : het totaalbedrag van de intracommunautaire verwervingen van goederen en van de daarmee gelijkgestelde handelingen;
Rooster 82 : desgevallend, de bijkomende kosten gemaakt in België;
Rooster 86 : hetzelfde bedrag als dat vermeld in rooster 81;
Rooster 55 : de wegens de intracommunautaire verwervingen van goederen en de daarmee gelijkgestelde handelingen verschuldigde BTW;
Rooster 59 : de aftrekbare BTW.
Uitgaande handelingen :
Rooster 46 : in voorkomend geval, het totaalbedrag van de krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek vrijgestelde leveringen;
Rooster 47 : desgevallend, het totaalbedrag van de handelingen die plaatsvinden in het buitenland en die worden verricht met de goederen die het voorwerp hebben uitgemaakt van de intracommunautaire verwerving.
Saldo : rooster 72
Overige aangifteverplichtingen
331. De jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers omvat, in voorkomend geval, het identificatienummer van de medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige in het kader van de in rooster 47 van de periodieke BTW-aangifte opgenomen handelingen, wanneer die medecontractant een in België voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige is.
332. In geval van toepassing van de in nr. 282 bedoelde afwijking, omvatten de opgaven van de intracommunautaire handelingen, in de regel, de in het rooster 46 van de periodieke BTW-aangiften ingeschreven handelingen.
Voldoening van de belasting
333. De vooraf erkende persoon is ertoe gehouden de belasting, waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de periodieke aangiften, te voldoen binnen de daartoe voorziene termijnen (z. art. 53, 1 ste lid, 4°, WBTW) en het (de) door artikel 19, §§ 1 en 2 of door artikel 19, § 3, van het KB nr. 1, voorziene voorschot(ten) te betalen.
Het bewaren van boeken en het verschaffen van inlichtingen
334. De vooraf erkende persoon is ertoe gehouden :
a) alle boeken en stukken met betrekking tot de handelingen die werden verricht onder het globaal nummer waarvan hij de titularis is, te bewaren en ze, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de met de controle belaste ambtenaren (z. art. 60 en 61 WBTW);
b) mondeling of schriftelijk, alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de administratie teneinde de juiste heffing van de belasting na te gaan (z. art. 62, § 1, WBTW).
4.3.3. Rechten van de vooraf erkende persoon
335. De vooraf erkende persoon kan, binnen de perken van de artikelen 45 en volgende van het BTW-Wetboek, de (Belgische) BTW aftrekken die aan de niet in België gevestigde belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt werd aangerekend, door deze op te nemen in de periodieke BTW-aangiften ( rooster 59) die hij indient in naam en voor rekening van deze belastingplichtigen.
336. Alleen de belasting geheven over de handelingen waarvoor het gebruik van het globaal nummer BE 796.6 krachtens artikel 2, § 1, 1e lid, 2° tot 5°, van het KB nr. 31, is toegestaan, en over de handelingen die daarmee nauw samenhangen, is aftrekbaar.
337. Bijgevolg kan onder het globaal nummer BE 796.6 alleen de volgende belasting in aftrek worden gebracht :
339. De voorwaarden voor de uitoefening van het recht op aftrek zoals die aan de vooraf erkende persoon worden opgelegd, zijn deze bepaald in artikel 3 van het KB nr. 3 van 10 december 1969. Om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de vooraf erkende persoon derhalve steeds in het bezit zijn van :
a) het origineel van het invoerdocument dat de niet in België gevestigde belastingplichtige aanwijst als geadresseerde;
b) het origineel van de facturen gericht aan de niet in België gevestigde belastingplichtige, waarop het globaal nummer en de coördinaten van de vooraf erkende persoon voorkomen.
340. De vergunning om de belasting af te trekken op zicht van fotokopieën van de originele facturen, bedoeld in nr. 164 van de onderhavige aanschrijving, is niet toepasselijk op de vooraf erkende persoon.
341. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de regeling van de maandelijkse teruggaaf van de belasting, bedoeld in artikel 8 1, § 2, 1 ste lid, 3°, van het KB nr . 4 en in de administratieve aanschrijving nr. 10/1996 niet kan worden toegepast in het kader van de fiscale vertegenwoordiging onder globaal nummer BE 796.6.
4.4. Verplichtingen van de vertegenwoordigde belastingplichtige
342. De niet in België gevestigde belastingplichtige die vertegenwoordigd wordt door een vooraf erkende persoon is ertoe gehouden, voor de in artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° tot 5°, bedoelde handelingen die hij verricht, en voor de handelingen die er nauw mee samenhangen en hem in België worden verstrekt, aan zijn klanten of leveranciers mede te delen :
343. Rekening houdend met de bepalingen die van toepassing zijn inzake de verplichting tot BTW-identificatie (z. hoofdstuk IV) en de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger (z. hoofdstukken V en VI), kan het gebeuren dat een niet hier te lande gevestigde noch voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerde belastingplichtige, een in België aan de belasting onderworpen levering van goederen of dienst verricht of ontvangt.
344. De bepalingen die van toepassing zijn in de hiervoor beoogde gevallen worden respectievelijk onderzocht in de punten 1 en 2 hierna.
1. Een niet in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige verricht een in België aan de belasting onderworpen levering van goederen of dienst
1.1. De verrichte handeling valt binnen het toepassingsgebied van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek
Wanneer de in België, door een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige, verrichte handeling beoogd is door artikel 51, § 2, 1°, 2°, of 5°, van het BTW-Wetboek :
a) is de niet BTW-identificatie in België van de leverancier of dienstverrichter het logische gevolg van deze regeling;
b) is de verwerver of ontvanger de schuldenaar van de belasting. Hij moet de belasting verschuldigd over de aan hem verstrekte handeling voldoen, naargelang het geval, op de wijze zoals uiteengezet onder de nrs. 41 tot 43 of 54;
c) is de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige, in de hoedanigheid van leverancier of dienstverrichter van een in België verrichte handeling, gehouden de Belgische bepalingen inzake de facturering na te leven : hij is ertoe gehouden binnen de door de Belgische wetgeving voorgeschreven termijn een factuur uit te reiken die de vermeldingen bevat voorzien door dezelfde wetgeving (z. art. 53, 1 e lid, 2°, van het BTW-Wetboek en art. 1, § 1, 5, § 1 en 4, § 1, van het KB nr. 1). De factuur dient meer bepaald te vermelden "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, artikel 51, § 2", in de plaats van de aanduiding van de tarieven en de bedragen van de verschuldigde belasting (z. art. 5, § 1, 9°, van het KB nr. 1);
d) de niet in België gevestigde belastingplichtige is met de verwerver of ontvanger, tegenover de Belgische Staat hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting wanneer hij op de factuur een bedrag aanrekent als belasting (z. art. 51bis, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek).
1.2. De verrichte handeling valt niet binnen het toepassingsgebied van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek
Wanneer de in België verrichte handeling niet binnen het toepassingsgebied van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek valt :
a) is de niet BTW-identificatie in België van de leverancier of dienstverrichter het gevolg hetzij van de toepassing van een ontslag of ontheffing van de verplichting tot BTW-identificatie, hetzij van het niet eerbiedigen van de bepalingen van het Belgisch BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen koninklijke besluiten met betrekking tot de BTW-identificatie en de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger;
b) is de niet in België gevestigde belastingplichtige, in de hoedanigheid van leverancier of dienstverrichter, in principe de schuldenaar van de over zijn handeling verschuldigde belasting (toepassing van de algemene regel bedoeld in artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek). Krachtens artikel 55, § 6 van het BTW-Wetboek en artikel 5, § 1, van het KB nr. 31, kan evenwel de invordering van de belasting geschieden ten laste van de medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige. Deze maatregel wordt hierna toegelicht (nrs. 347 tot 354);
c) is de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige eveneens gehouden binnen de door de Belgische wetgeving voorgeschreven termijn een factuur uit te reiken die de vermeldingen bevat voorzien door dezelfde wetgeving (z. art. 53, 1 e lid, 2°, van het BTW-Wetboek en art. 1, § 1, 5, § 1 en 4, § 1, van het KB nr. 1). Wanneer de bepalingen van artikel 55, § 6 van het BTW-Wetboek en van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 van toepassing zijn, dient de factuur de vermelding te bevatten: "Belasting te voldoen door de medecontractant - Art. 5 van het KB nr. 31" in plaats van de aanduiding van de tarieven en van de bedragen van de verschuldigde belasting (toepassing van art. 5, § 1, 10°, van het KB nr. 1).
1.3. Toepassing van artikel 55, § 6 van het BTW-Wetboek en van artikel 5 van het KB nr. 31
1.3.1. Wettelijke bepalingen
347. Artikel 55, § 6, van het BTW-Wetboek voorziet dat, bij ontstentenis van identificatie van de belastingplichtige bedoeld in artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, of van vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon overeenkomstig artikel 55, § 3, 2 e lid van hetzelfde Wetboek, de invordering van de belasting, de interesten en de geldboeten kan geschieden ten laste van de medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige.
348. De medecontractant te goeder trouw, die bewijst dat hij aan zijn leverancier wiens identiteit hij aantoont, de belasting geheel of gedeeltelijk heeft betaald, is evenwel in dezelfde mate ontslagen van deze verplichting (z. art. 55, § 6, laatste lid, van het BTW-Wetboek).
349. Genomen ter uitvoering van de bepalingen vermeld onder de nrs. 347 en 348 hiervoor, bepaalt artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 dat, wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige niet wordt vertegenwoordigd door een aansprakelijke vertegenwoordiger of door een vooraf erkende persoon voor handelingen waarvoor hij overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek schuldenaar is van de belasting, of niet voor de BTW geïdentificeerd is, zijn medecontractant de belasting die verschuldigd is over de aan hem verrichte leveringen van goederen en de aan hem verstrekte diensten voldoet op volgende wijze :
1° wanneer hij een belastingplichtige is die gehouden is een in artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek bedoelde aangifte in te dienen, door ze op te nemen in het bedrag van de verschuldigde belasting dat wordt vermeld in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is;
2° wanneer hij een persoon is die gehouden is de in artikel 53ter , 1°, van het BTW-Wetboek bedoelde aangifte in te dienen, door ze op te nemen in het bedrag van de verschuldigde belasting dat wordt vermeld in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is;
3° wanneer hij een andere persoon is, door middel van een storting of overschrijving op een postrekening aangeduid door of vanwege de Minister van Financiën.
350. Door of vanwege de Minister van Financiën kunnen, in voorkomend geval, andere wijzen van betaling van de belasting worden bepaald.
351. De toepassingsmodaliteiten van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 maken het voorwerp uit van §§ 2 en 3 van hetzelfde artikel.
1.3.2. Gevallen waarin de bepalingen van artikel 55, § 6, van het BTW-Wetboek en van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 van toepassing zijn
352. De bepalingen van artikel 55, § 6, van het BTW-Wetboek en van artikel 5, § 1, van het KB : nr. 31 zijn in principe van toepassing wanneer de volgende voorwaarden samen zijn vervuld :
a) de leverancier of dienstverrichter is schuldenaar van de belasting verschuldigd om reden van een levering van goederen of een dienstprestatie die hij in België verricht, bij toepassing van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. Dat zal het geval zijn wanneer de handeling die hij in België verricht door geen enkele regeling van verlegging van heffing van de belasting, ingevoerd door artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5° van het BTW-Wetboek, wordt beoogd.
Ter herinnering, artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is niet van toepassing in de twee volgende gevallen :
1° wanneer de handeling is vrijgesteld of verricht met vrijstelling van de belasting;
2° wanneer de handeling is verricht voor een andere persoon dan een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van een periodieke BTW-aangifte, of een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd onder een individueel nummer, met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger.
Artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is dus niet van toepassing wanneer de handeling wordt verricht voor :
a) hetzij de belastingplichtige leverancier of dienstverrichter geniet van een ontslag of ontheffing van de verplichting tot BTW-identificatie verbonden aan het bestaan van een regeling die voor hem gunstiger is (z. nrs. 85, a en b, en 93).
=> De leverancier of dienstverrichter voldoet de belasting op de wijze zoals voorzien door de regeling waaraan hij onderworpen is;
b) hetzij de handeling wordt verstrekt aan een niet hier te lande gevestigde persoon die in België niet voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd
=> De leverancier of dienstverrichter voldoet de belasting, door middel van een storting of overschrijving op het postrekeningnummer 679-2003427-86 van het CKBB met vermelding van : "aanschrijving nr. 4/2003, punt 353, b)".
354. Opmerking : De toepassing van de bepalingen van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 wijzigt geenszins de schuldenaar van de belasting. De schuldenaar van de belasting is en blijft, overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, de niet in België gevestigde belastingplichtige, leverancier van een goed of dienstverrichter. Evenwel wordt de invordering van de belasting in hoofde van de medecontractant, verwerver of ontvanger, gerealiseerd.
1.3.3. Toepassingsmodaliteiten inzake de bepalingen van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31
355. Wanneer de medecontractant (verwerver of ontvanger) een belastingplichtige is die gehouden is een periodieke BTW-aangifte in te dienen (z. art. 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek), voldoet hij de belasting verschuldigd om reden van de handeling die hem werd verstrekt door die handeling op te nemen in zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is geworden, en dit op de volgende wijze :
a) de maatstaf van heffing van de handeling wordt vermeld :
356. Het bedrag van de aftrekbare belasting kan worden opgenomen in rooster 59 van de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de voorwaarden waaraan het uitoefenen van het recht op aftrek is onderworpen, zijn voldaan. De voorwaarden waaraan het uitoefenen van het recht op aftrek is onderworpen, zijn de volgende (z. art. 3, § 3, van het KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde) :
a) de verwerver of ontvanger moet in het bezit zijn van een door de leverancier van de goederen of dienstverrichter uitgereikte factuur. Deze factuur dient op zijn minst de naam, het adres en het BTW-identificatienummer van de bij de handeling betrokken partijen, de aard en de hoeveelheid van de geleverde goederen of verstrekte diensten, de prijs en het toebehoren te vermelden. Indien nodig moet zij door de verwerver of ontvanger worden aangevuld met de andere vermeldingen voorzien in artikel 5, § 1, van het KB nr. 1;
b) de verwerver of ontvanger moet de belasting hebben voldaan op de wijze voorgeschreven in nr. 355.
357. Het geval bedoeld in nr. 355 doet zich voor wanneer de medecontractant (verwerver of ontvanger) een niet in België gevestigde belastingplichtige is die hier te lande beschikt over een rechtstreekse BTW-identificatie.
358. Wanneer de medecontractant (verwerver of ontvanger) een persoon is die gehouden is een bijzondere BTW-aangifte in te dienen (z. art. 53ter, 1°, van het BTW-Wetboek), voldoet hij de belasting verschuldigd om reden van de handeling die hem werd verstrekt door die handeling op te nemen in de bijzondere BTW-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is geworden, en dit op de volgende wijze :
a) de maatstaf van heffing wordt vermeld in rooster 74;
b) het bedrag van de verschuldigde belasting wordt opgenomen in rooster 80.
359. Wanneer de medecontractant, voor de voldoening van de belasting beoogd in nr. 358 hiervoor, voor de eerste maal een bijzondere BTW-aangifte moet indienen, en hij, bij toepassing van artikel 50 van het BTW-Wetboek, nog niet voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, dient hij zich vooraf kenbaar te maken bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde dat bevoegd is voor de plaats waar hij is gevestigd (z. art 5, § 3, eerste lid, van het KB nr. 31).
360. Het geval bedoeld in nr. 358 doet zich voor wanneer de medecontractant (verwerver of ontvanger) :
362. Voor elke storting of overschrijving is de in nr. 361 bedoelde medecontractant gehouden zich vooraf kenbaar te maken bij het BTW-controlekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar hij is gevestigd (z. art. 5, § 3, laatste lid, van het KB nr. 31). Dat kantoor zal hem het postrekeningnummer meedelen waarop de storting of overschrijving moet gebeuren.
363. Het geval bedoeld in nr. 361 hiervoor doet zich voor wanneer de medecontractant (verwerver of ontvanger) een in België gevestigde particulier is.
Indien echter in dat geval de betaling van de belasting problemen geeft voor de medecontractant, aanvaardt de administratie dat de leverancier of dienstverrichter de belasting voldoet voor rekening van zijn medecontractant, door storting of overschrijving op het postrekeningnummer 679-2003427-86 van het CKBB met vermelding van : "aanschrijving nr. 4/2003, punt 363".
364. In de hiervoor beoogde gevallen, voldoet de medecontractant (verwerver of ontvanger), die gehouden is tot betaling van de belasting, deze belasting op zicht van de ontvangen factuur, of bij ontstentenis, op zicht van een voor deze doeleinden opgemaakt stuk (z. art. 5, § 2, van het KB nr. 31).
365. Het bij ontstentenis van een factuur opgemaakte stuk bevat de volgende vermeldingen :
a) de datum waarop het wordt opgemaakt;
b) een verwijzing naar de inschrijving in de boekhouding van de medecontractant, als deze een belastingplichtige of een niet belastingplichtige rechtspersoon is. In dit opzicht wordt de aandacht gevestigd op het feit dat de belastingplichtige die handelingen verricht die zijn vrijgesteld van de belasting overeenkomstig artikel 44, §§ 1, 2, 3, 1° tot 3° en 11° tot 13°, van het BTW-Wetboek, de belastingplichtige beoogd in artikel 57 van het BTW-Wetboek, de niet belastingplichtige rechtspersoon, alsmede de belastingplichtige bedoeld in artikel 56, §2, van het BTW-Wetboek die wenst ontheven te worden van het houden van een boek voor inkomende facturen, een speciaal register moeten houden waarin zij meer bepaald de facturen en stukken bedoeld in artikel 5, § 2, van het KB nr. 31 inschrijven (z. art. 14, §§ 4 tot 6, van het KB nr. 1 van 29 december 1992);
c) de vermeldingen bedoeld in artikel 9, § 2, 1°, 2°, 4° en 5°, van het KB nr. 1, d.w.z. :
366. Merken we evenwel op dat het stuk dat wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 5, § 2, van het KB nr. 31 in geen enkel geval de van de buitenlandse leverancier of dienstverrichter te ontvangen factuur kan vervangen voor de eventuele uitoefening van het recht op aftrek van de belasting in hoofde van de belastingplichtige verwerver of ontvanger.
2. Een niet in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige ontvangt een levering van goederen of een dienstverrichting die in België aan de belasting onderworpen is
2.1. Wettelijke bepalingen
367. Krachtens artikel 76, §2, van het BTW-Wetboek en artikel 6, § 1, van het KB nr. 31, kan de niet in België gevestigde belastingplichtige, die in België niet voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is, teruggaaf verkrijgen van de belasting die geheven is van de aan hem geleverde goederen, van de aan hem verstrekte diensten en van de door hem verrichte invoeren hier te lande, mits een aanvraag tot teruggaaf wordt ingediend bij het hoofd van het CKBB [Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen - dienst teruggaven Zaveltoren, 25ste verd., J. Stevenstraat 7 te BE 1000 BRUSSEL]. Nochtans kan hij geen teruggaaf verkrijgen van de belasting die geheven is van de handelingen die hij heeft verricht of die aan hem werden verstrekt hier te lande onder het globale BTW-identificatienummer dat, overeenkomstig artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek, werd toegekend aan een vooraf erkende persoon bedoeld in artikel 2, § 1, van het KB nr. 31.
368. De toepassingsmodaliteiten van artikel 6, § 1, van het KB nr. 31 maken het voorwerp uit van §§ 2 tot 4 van hetzelfde artikel.
2.2. Aanvraag tot teruggaaf
369. De aanvraag om teruggaaf moet worden opgemaakt in drie exemplaren en toekomen op het CKBB voor het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan.
370. De vorm van de aanvraag tot teruggaaf, de over te leggen stukken en de modaliteiten van de teruggaaf worden bepaald :
a) zij uitgaat van een in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die, in de loop van de periode waarop de aanvraag tot teruggaaf betrekking heeft, geen enkele levering van een goed of dienstprestatie heeft verricht die geacht wordt in België plaats te vinden, met uitzondering van de volgende handelingen :
372. In de andere gevallen wordt de aanvraag tot teruggaaf beoogd door de administratieve aanschrijving nr. 4/1988. Deze aanschrijving heeft meer bepaald betrekking op de aanvragen tot teruggaaf ingediend :
2.3. Uitvoering van de teruggaaf
374. De teruggaaf geschiedt hetzij door overschrijving op de in België of in het buitenland geopende postrekening op naam van de rechthebbende op teruggaaf, hetzij door overmaking op de rekening geopend op zijn naam bij een bank, instelling of onderneming bedoeld in artikel 12, § 1, lid 1, van het KB 4, met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, of bij een bank in het buitenland.
375. De teruggaaf die niet kan worden uitgevoerd op de in nr. 374 beschreven wijze, geschiedt door middel van een postassignatie gesteld op naam van de rechthebbende op teruggaaf (z. art. 6, § 3, van het KB nr. 31).
376. Op de aanvraag tot teruggaaf wordt niet ingegaan indien zij betrekking heeft op een bedrag van minder dan 25 EUR (z. art. 6, § 4, van het KB nr. 31).
377. Wanneer de aanvraag tot teruggaaf wordt beoogd door de 8ste richtlijn, moet kennis worden gegeven van de door de administratie genomen beslissing en de terugbetaling gebeuren binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de datum van voorlegging op het CKBB van de aanvraag en alle vereiste documenten (z. art. 7, § 4, van de 8ste richtlijn). Vanaf het verstrijken van voormelde termijn is, overeenkomstig artikel 91, § 3, van het BTW-Wetboek, van rechtswege een interest van 0,8 pct. per maand verschuldigd over de sommen die moeten worden teruggegeven. De voormelde termijn wordt evenwel geschorst wanneer de administratie aan de belastingplichtige bijkomende inlichtingen vraagt teneinde de gegrondheid van de aanvraag om teruggaaf te beoordelen. De bepalingen van artikel 91, §3, van het BTW-Wetboek worden uiteengezet in de administratieve aanschrijving nr. 1/1998 die bovendien het toepassingsgebied verruimt voor andere aanvragen tot teruggaaf dan deze die strikt worden beoogd door de 8ste richtlijn (z. nr. 392).
HOOFDSTUK IX : OPHEFFINGSBEPALINGEN EN BIJZONDERE GEVALLEN - INWERKINGTREDING
1. Administratieve aanschrijvingen
1. 1. Aanschrijving nr. 30/1975
378. De aanschrijving nr. 30 van 5 december 1975 met betrekking tot de regeling toepasselijk op de in het buitenland gevestigde belastingplichtigen, wordt opgeheven.
1. 2. Aanschrijving nr. 2/1979
379. De aanschrijving nr. 2 van 11 januari 1979 met betrekking tot de opeenvolgende verkopen met toevallige tussenkomst van in het buitenland gevestigde belastingplichtigen, wordt opgeheven.
380. Het theoretische schema van de opeenvolgende verkopen met toevallige tussenkomst van niet hier te lande gevestigde belastingplichtigen gaat uit van een ketting van verkopen, waarin tussenkomen :
a) een in België gevestigde of er voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige ("eerste verkoper"), die verkoopt aan een in b) hierna bedoelde onderneming;
b) één of meer niet in België gevestigde belastingplichtigen ("buitenlandse koper-verkoper") die, om reden van het toevallige karakter van de handelingen die ze hier te lande verrichten, er niet voor de BTW kunnen worden geïdentificeerd;
c) een in België gevestigde of er voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige ("laatste koper"), die bij de laatste buitenlandse koper-verkoper heeft gekocht.
381. Het volgende voorbeeld illustreert de toepasselijke regeling op de opeenvolgende verkopen met toevallige tussenkomst van niet in België gevestigde belastingplichtigen :
A verkoopt toevallig aan B petroleumproducten die vervolgens door B aan C, en door C aan D worden verkocht. A en D zijn allebei gevestigd en/of voor de BTW geïdentificeerd in België. B en C zijn niet gevestigd in België en kunnen er niet worden geïdentificeerd omwille van het toevallige karakter van de handelingen die zij hier te lande verrichten. De te leveren goederen bevinden zich in België en worden door A ter beschikking gesteld van D.
De opeenvolgende handelingen worden geacht plaats te vinden in België (toepassing van artikel 15, § 2, 1e lid, van het BTW-Wetboek) en zijn in België aan de belasting onderworpen.
De belasting wordt op de volgende manier toegepast :
Voor wat de levering van A aan B betreft :
A is schuldenaar van de belasting (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek).
De belasting is aftrekbaar in hoofde van B (z. hierna).
Voor wat de levering van B aan C betreft :
B is schuldenaar van de belasting (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek).
B moet, alvorens enige handeling te verrichten, contact opnemen met het CKBB, dat hem de wijze van voldoening van de belasting zal opgeven. In regel zal enkel het verschil tussen de door B verschuldigde belasting (omwille van de levering van B aan C) en de in zijn hoofde aftrekbare belasting (wegens het feit van de levering van A aan B) moeten worden voldaan.
C kan teruggaaf van de belasting bekomen (toepassing van de administratieve aanschrijving nr. 4/1988).
Voor wat de levering van C aan D betreft :
In de veronderstelling dat D in België is gevestigd of er een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen :
D is schuldenaar van de belasting (toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek);
D kan zijn recht op aftrek uitoefenen in zijn periodieke BTW-aangifte.
In de veronderstelling dat D een rechtstreekse BTW-identificatie heeft in België:
C is schuldenaar van de belasting (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek);
Echter, de belasting wordt voldaan door D (toepassing van art. 5, § 1, 1°, van het KB nr. 31);
D kan zijn recht op aftrek uitoefenen in zijn periodieke BTW-aangifte.
1. 3. Aanschrijving nr. 4/1979
382. De aanschrijving nr. 4 van 14 februari 1979 met betrekking tot regeling toepasselijk op de leveringen met installatie of montage die in België worden verricht door een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige, wordt opgeheven.
383. Het volgende voorbeeld illustreert de regeling die van toepassing is op een levering met installatie of montage die wordt verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige (al dan niet in de Gemeenschap gevestigd), naargelang de herkomst van de goederen die het voorwerp uitmaken van die levering :
A, een niet in België gevestigde belastingplichtige, levert goederen met montage aan B. De goederen worden in België gemonteerd door A. De levering wordt geacht plaats te vinden in België (toepassing van art. 15, § 2, 2e lid, 2°, van het BTW-Wetboek) en is aan de belasting onderworpen in België.
1ste veronderstelling : de geleverde goederen worden voorafgaandelijk ingevoerd in België
Geadresseerde bij invoer : A (toepassing van art. 6, § 3, 1e lid, van het KB nr. 7)
Schuldenaar van de over de levering met montage verschuldigde BTW :
B als B gevestigd is in België en gehouden is tot de indiening van periodieke BTW-aangiften, of als B niet in België is gevestigd maar een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, §§ 1 of 2, van het BTW-Wetboek (toepassing van art. 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek);
A in de andere gevallen (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek)
Identificatie voor de BTW van A : verplicht (A verricht een invoer gevolgd door de levering van diezelfde goederen). A heeft evenwel de mogelijkheid om te worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon onder een globaal BTW-identificatienummer (toepassing van art. 2, § 1, 1e lid, 1°, van het KB nr. 31).
A kan de over de invoer van de goederen geheven belasting aftrekken. Indien hij wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon, wordt de aftrek verricht in de periodieke BTW-aangifte die door die persoon wordt ingediend in naam en voor rekening van zijn buitenlandse lastgevers.
2de veronderstelling : de geleverde goederen worden voorafgaandelijk verworven in België of in een andere Lidstaat van de Europese Unie.
a) B is gevestigd in België en gehouden tot de indiening van periodieke BTW-aangiften, of B is niet in België gevestigd maar heeft een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen overeenkomstig artikel 55, §§ 1 of 2, van het BTW-Wetboek :
Schuldenaar van de over de levering met montage verschuldigde BTW : B(toepassing van art. 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek).
Identificatie voor de BTW van A : onmogelijk (tenzij toepassing van nr. 97, b)
A kan de over de aankoop van de goederen geheven BTW terugkrijgen in het kader van de aanschrijving nr. 4/1988.
b) B is een andere persoon dan die bedoeld onder a) :
Als de levering met montage een toevallig karakter vertoont in hoofde van A :
Schuldenaar van de over de levering met montage verschuldigde BTW : A (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek). In bepaalde gevallen wordt de belasting evenwel voldaan door B (toepassing van art. 5, § 1, van het KB nr. 31).
Identificatie voor de BTW van A : onmogelijk (toepassing van nr. 88)
A kan de over de aankoop van de goederen geheven BTW terugkrijgen in het kader van de aanschrijving nr. 4/1988.
Als de levering met montage geen toevallig karakter vertoont in hoofde van A :
Schuldenaar van de over de levering met montage verschuldigde BTW : A (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek).
Identificatie voor de BTW van A : verplicht.
1. 4. Aanschrijving nr. 16/1994
384. De administratieve aanschrijving nr. 16 van 4 juli 1994, die inzonderheid vereenvoudigingsmaatregelen invoert bij consignatiezendingen, zendingen van goederen naar een commissionair-verkoper of de overbrenging van een goederenvoorraad, door een in een andere Lidstaat gevestigde "consignant" naar een in België gevestigde "consignataris", wordt aangepast als volgt :
a) de aan de "consignant", die in een andere Lidstaat is gevestigd, opgelegde verplichting om in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, vermeld in die aanschrijving (z. meer bepaald de punten 27 en 39) wordt vervangen door de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek;
b) de in hoofdstuk 3 van de aanschrijving verleende ontheffing van aansprakelijke vertegenwoordiger wordt een ontheffing van de verplichting tot BTW-identificatie. Deze ontheffing van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren wordt verleend wanneer de "consignant" nog niet voor de BTW is geïdentificeerd in België ten behoeve van andere handelingen, onder de voorwaarden opgesomd in nr. 42, 1° en 3° tot 8°, van de aanschrijving;
c) artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is, in elk geval, toepasselijk op de levering van de goederen die de "consignant" in België verricht ten gunste van de "consignataris".
1. 5. Aanschrijving nr. 18/1994
385. De administratieve aanschrijving nr. 18 van 15 september 1994, die inzonderheid vereenvoudigingsmaatregelen invoert bij de verzending, door een in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, van goederen op proef of op zicht naar België, wordt aangepast als volgt :
de aan de verzender van de goederen, die in een andere Lidstaat is gevestigd, opgelegde verplichting om in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, vermeld in die aanschrijving (z. meer bepaald punt 8) wordt vervangen door de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek.
1. 6. Aanschrijving nr. 8/1998
386. De administratieve aanschrijving nr. 8 van 8 oktober 1998, die inzonderheid vereenvoudigingsmaatregelen invoert bij de verkoop, door een in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, van accijnsproducten aan particulieren in België (verkoop op afstand of op een handelsbeurs), wordt aangepast als volgt :
a) de aan de leverancier van de goederen, die in een andere Lidstaat is gevestigd, opgelegde verplichting om in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, vermeld in die aanschrijving (z. meer bepaald de nrs. 45 en 53) wordt vervangen door de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek;
b) de toepassing van de in de nrs. 47 tot 52 of 53 tot 56 bedoelde regelingen ontheft de nog niet in België voor de BTW geïdentificeerde leverancier van de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd voor de verkopen van accijnsproducten en, in voorkomend geval, de intracommunautaire verwervingen van accijnsproducten die hij verricht.
1. 7. Aanschrijving nr. 3/2000
387. De administratieve aanschrijving nr. 3 van 12 oktober 2000, die de bijzondere regeling voor beleggingsgoud beschrijft, wordt als volgt gewijzigd :
a) alle andere voorwaarden vervuld zijnde, is artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek toepasselijk op de levering van beleggingsgoud verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige, wanneer die belastingplichtige ervoor geopteerd heeft om deze levering aan de belasting te onderwerpen overeenkomstig artikel 44bis, § 1, 2 de lid, van het BTW-Wetboek;
b) alle andere voorwaarden vervuld zijnde, is artikel 51, § 2, 1°, b, van het BTW-Wetboek toepasselijk op de dienst verricht door een tussenpersoon, die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek en die tussenkomt in een levering van beleggingsgoud, wanneer die tussenpersoon een niet in België gevestigde belastingplichtige is die ervoor geopteerd heeft om deze handeling aan de belasting te onderwerpen overeenkomstig artikel 44bis, § 2, laatste lid, van het BTW-Wetboek;
c) bijgevolg, wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige er een levering van beleggingsgoud verricht en hij :
388. De aanschrijving nr. 6 van 10 maart 1981 (toepassing van de 8ste Richtlijn) is toepasselijk, alle andere voorwaarden vervuld zijnde (inz. wat betreft de termijn van indiening van de aanvraag om teruggaaf), op elke in een andere Lidstaat gevestigde en niet in België voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige die, in de loop van de periode waarop zijn aanvraag om teruggaaf betrekking heeft, geen enkele levering van goederen of dienst heeft verricht in België, met uitzondering van de volgende handelingen :
390. De aanschrijving nr. 4 van 24 februari 1988 is toepasselijk op de niet in België gevestigde belastingplichtige (al dan niet in de Gemeenschap gevestigd) die in België leveringen van goederen verricht of diensten verstrekt met toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek.
1. 9. Aanschrijving nr. 1/1998
391. De administratieve aanschrijving nr. 1 van 9 maart 1998, die de bepalingen van artikel 91, § 3, 1 ste lid, 2°, van het BTW-Wetboek toelicht, wordt als volgt gewijzigd :
a) de in nr. 9 van de voormelde aanschrijving bedoelde administratieve tolerantie is toepasselijk (z. nr. 10 van de aanschrijving) :
d) elke aan de aanvrager gerichte vraag om inlichtingen met betrekking tot de door hem in België verrichte handelingen en die tot doel heeft vast te stellen of de identificatie voor de BTW in België niet nodig is, schorst de loop van de termijn van zes maanden (z. nr. 19, a, van de aanschrijving).
2. Administratieve beslissingen
2. 1. Beslissing van 28 augustus 2000, nr. E.T. 98.669
392. De beslissing van 28 augustus 2000, nr. E.T. 98.669, die een ontheffing van aansprakelijke vertegenwoordiger invoert voor de niet in België gevestigde uitvoerende artiesten die diensten verrichten die op grond van artikel 21, § 3, 4°, a, van het BTW-Wetboek plaatsvinden in België, wordt opgeheven.
393. De niet in België gevestigde uitvoerende artiest die een dienst verricht die op grond van artikel 21, § 3, 4°, a, van het BTW-Wetboek plaatsvindt in België en niet van de BTW is vrijgesteld krachtens artikel 44 van dat Wetboek, is, in principe :
a) in de onmogelijkheid om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd wanneer zijn medecontractant een in België gevestigde belastingplichtige is, die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, of een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen (toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek op de verrichte dienst; z. evenwel nr. 97, b);
b) ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te laten identificeren wanneer zijn medecontractant een in België gevestigde belastingplichtige of een niet-belastingplichtig rechtspersoon is, die gehouden is tot het indienen van een bijzondere BTW-aangifte (voldoening van belasting overeenkomstig artikel 5, § 1, 2°, van het KB nr. 31);
c) gehouden tot identificatie voor de BTW in België en, indien hij niet gevestigd is in de Gemeenschap, tot het laten erkennen van een aansprakelijke vertegenwoordiger hier te lande, in de overige gevallen (tenzij voor de handeling met toevallig karakter).
394. De niet in België gevestigde belastingplichtige die optreedt als organisator van schouwspelen, concerten, enz…, die hier te lande plaatsvinden (m.a.w., die tegen betaling van een vergoeding het recht van toegang verleent aan de toeschouwers van dergelijke evenementen), wordt ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren, maar moet voorafgaandelijk contact opnemen met het CKBB, dat hem de modaliteiten van voldoening van de belasting zal mededelen (na compensatie met de Belgische voorbelasting die in zijn hoofde aftrekbaar is).
2. 2. Beslissing van 28 april 1994, nr. E.T. 80.910
395. De beslissing van 28 april 1994, nr. E.T. 80.910, met betrekking tot de bijzondere verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger inzake facturering, wordt opgeheven. De bijzondere procedure van facturering die wordt opgelegd aan de aansprakelijke vertegenwoordiger maakt het voorwerp uit van de nrs. 150 tot 157 van de onderhavige aanschrijving.
2. 3. Andere beslissingen
396. Alle administratieve beslissingen, andere dan deze vermeld in de nrs. 392 en 395 hiervoor, die niet meer in overeenstemming zouden zijn met de onderhavige aanschrijving worden in die mate opgeheven.
3. Inwerkingtreding
397. De onderhavige aanschrijving treedt in werking op 1 januari 2002.
398. Echter, voor de handelingen die door de niet in België gevestigde belastingplichtigen werden verricht tot de datum van publicatie van deze aanschrijving zal de administratie niet eisen dat tot de regularisatie wordt overgegaan van de factureringen waarbij de verschuldigde belasting aan de klant werd aangerekend in plaats van toepassing te maken van de nieuwe regeling van verlegging van heffing als bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek, voor zover de in België geïdentificeerde buitenlandse leverancier of dienstverrichter wel degelijk de verschuldigde belasting heeft aangegeven en betaald aan de Belgische Schatkist en hij een attest in die zin, dat verwijst naar de betrokken facturen, uitreikt aan zijn klant.
Voor de Directeur-generaal,
De Directeur,
J. MARCKX
Bijlage 1
Toepassing van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek, en van artikel 20, § 1, van het KB nr. 1
Hoedanigheid van de leverancier of van de dienstverrichter
Hoedanigheid van de verwerver of afnemer
(1) Handelingen niet beoogd door artikel 2, § 1, eerste lid, van het KB nr. 31
Bijlage 2
Bijzonder geval : uitvoering van een werk in onroerende staat
A is een belastingplichtige wiens maatschappelijke zetel gevestigd is in Frankrijk.
A voert voor B een werk in onroerende staat uit aan een in België gelegen gebouw. Overeenkomstig artikel 21, § 3, 1°, van het BTW-Wetboek, vindt die dienst plaats in België. Onderstaande tabel bepaalt de schuldenaar van de belasting naargelang de respectievelijke toestanden waarin A en B zich bevinden ten aanzien van de Belgische BTW, en vermeldt in voorkomend geval de in de periodieke BTW-aangiften van A en/of B op te nemen handelingen.
(1) Woonplaats, maatschappelijke of statutaire zetel of vaste inrichting in België.
Wanneer de belasting wordt voldaan door B, afnemer van de dienst, bevat de factuur de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant" en de verwijzing naar de bepalingen die deze verlegging van heffing invoeren (art. 20, KB nr. 1, of art. 51, § 2, van het BTW-Wetboek, of art. 5, KB nr. 31), in de plaats van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting.
Wanneer de dienstverrichter en/of de afnemer in België een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft (hebben) laten erkennen, vermeldt de factuur de identiteit en het adres van die vertegenwoordiger(s), en de aanduiding van zijn (hun) hoedanigheid.
Bijlage 3
Bijlage 72 (toepassing van de nrs. 225 en 275 van de onderhavige aanschrijving)
GEBRUIKELIJKE HANDELINGEN BEDOELD IN DE ARTIKELEN 531 EN 809 VAN HET COMMUNAUTAIR DOUANEWETBOEK
Tenzij anders vermeld, kan geen der navolgende behandelingen aanleiding geven tot een indeling onder een andere achtcijfercode van de GN.
De hierna genoemde gebruikelijke behandelingen worden niet toegestaan indien de douaneautoriteiten van oordeel zijn dat het frauderisico hierdoor toeneemt:
1. het luchten, uitspreiden, drogen, stof wegruimen, eenvoudige schoonmaakhandelingen, herstelling van de verpakking, eenvoudige herstellingen van gedurende het vervoer of de opslag opgelopen beschadigingen in zoverre dit eenvoudige handelingen betreft, het aanbrengen of weghalen van beschermende bekleding met het oog op het vervoer;
2. het herconstrueren van goederen na het vervoer;
3. het inventariseren, het nemen van monsters, het sorteren, zeven, mechanisch filteren of wegen van de goederen;
4. het verwijderen van beschadigde of aangetaste delen;
5. het verbeteren van de houdbaarheid van de goederen door middel van pasteurisatie, sterilisatie, bestraling of het toevoegen van bewaarmiddelen;
6. het behandelen tegen parasieten;
7. het behandelen tegen roest;
8. behandeling die slechts bestaan uit:
10. behandelingen bestaande uit:
12. het toevoegen van goederen of toevoeging of vervanging van bijkomende componenten zolang deze toevoeging of vervanging relatief beperkt is en slechts bedoeld om aan technische eisen te voldoen en de aard of de prestaties van de oorspronkelijke goederen hierdoor niet worden gewijzigd of verbeterd, zelfs indien dit ertoe leidt dat de toegevoegde of vervangende goederen onder een andere achtcijfercode van de GN worden ingedeeld;
13. het verdunnen of indikken van vloeistoffen, zonder verdere behandeling of distillatie, zelfs indien dit ertoe leidt dat het product onder een andere achtcijfercode van de GN wordt ingedeeld;
14. het mengen van dezelfde soort goederen, van verschillende kwaliteit, om een constante kwaliteit te verkrijgen of een kwaliteit waarom de afnemer heeft gevraagd, zonder dat de aard van de goederen hierdoor wordt gewijzigd;
15. het opdelen of in stukken snijden van de goederen indien dit op eenvoudige wijze is te doen;
16. het verpakken, uitpakken, ompakken, het overgieten of overbrengen in een andere verpakking, zelfs als dit ertoe leidt dat het product onder een andere achtcijfercode van de GN wordt ingedeeld; het bevestigen, verwijderen of wijzigen van merktekens, etiketten, prijskaartjes of andere onderscheidingstekens;
17. het bijstellen, reguleren en in werking stellen van machines, apparaten en voertuigen, met name om aan technische normen te voldoen, indien het om eenvoudige werkzaamheden gaat;
18. het mat maken van pijpfittingen om deze op bepaalde markten te kunnen verkopen.
Circulaire nr. 4 (E.T.103.925) dd. 04.03.2003
AANSPRAKELIJKE VERTEGENWOORDIGER
NIET IN BELGIE GEVESTIGDE BELASTINGPLICHTIGE
Vaste inrichting
VERPLICHTINGEN
BTW-identificatienummer
VOLDOENING VAN DE BELASTING
Schuldenaar van de belasting
Verlegging van de heffing
Toepasselijke regeling voor de door de niet in België gevestigde belastingplichtigen verrichte handelingen.
Aan al de ambtenaren van de sector BTW.
INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk I : Algemeenheden
Hoofdstuk II : Toepassingsgebied van de aanschrijving - Begrip vaste inrichting
1. Het begrip vaste inrichting
2. Toestand van de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België gevestigd is, doch die hier te lande over een vaste inrichting beschikt
2.1. Bevoegd BTW-kantoorHoofdstuk III : Bepaling van de schuldenaar van de belasting voor handelingen die door niet in België gevestigde belastingplichtigen worden verricht
2.2. Identificatie voor BTW-doeleinden
2.3. Verplichtingen van de belastingplichtige die in België over een vaste inrichting beschikt
Factureringsprocedure2.4. Opheffing van de vaste inrichting
Handelingen die moeten worden ingeschreven in de boekhouding van de vaste inrichting
Opmerking
1. Wettelijke bepalingen
2. Toestanden bedoeld in
2.1. Toestand bedoeld in3. Situatie bedoeld inartikel 51 , § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek
2.2. Toestand bedoeld inartikel 51 , § 2, 1°, b, van het BTW-Wetboek
2.3. Toestand bedoeld inartikel 51 , § 2, 2°, van het BTW-Wetboek
2.4. Verplichtingen van de leverancier of dienstverrichter
2.5. Verplichtingen van de medecontractant schuldenaar van de belasting
2.5.1. Voldoening van de belasting
2.5.2. Opmaak van een bijzonder stuk
3.1. Beoogde situatie4. Bijzonder geval : uitvoering van een werk in onroerende staat
3.2. Verplichtingen van de leverancier of de dienstverrichter
3.3. Verplichtingen van de medecontractant schuldenaar van de belasting
3.3.1. Voldoening van de belasting
3.3.2. Opmaak van een bijzonder stuk
4.1. Wettelijke bepalingenHoofdstuk IV : Identificatie voor de BTW in België van een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige
4.2. Toestand bedoeld inartikel 20 , § 1, van het KB nr.1
4.3. Verplichtingen van beide partijen in geval van toepassing vanartikel 20 , § 1, van het KB nr.1
4.4. Voorbeeld
1. Wettelijke bepalingen
2. Verplichting tot identificatie voor de BTW
2.1. Situaties waarin de identificatie voor BTW verplicht is3. Samenvattende tabel
2.2. Situaties waarin de niet in België gevestigde belastingplichtige is ontslagen van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België
Ontslag van BTW-identificatie ingevolge de aard van de in België verrichte handelingen2.3. Toestanden waarin de niet in België gevestigde belastingplichtige wordt ontheven van de verplichting zich in België voor de BTW te identificeren
Ontslag van BTW-identificatie ingevolge het bestaan van een voor de belastingplichtige gunstigere regeling
Ontslag van BTW-identificatie ingevolge het toevallige karakter van de in België verrichte handelingen
2.4. Toestanden waarin de identificatie voor BTW-doeleinden in België wordt toegestaan
Hoofdstuk V : Toepasselijke BTW-regeling van een niet in de Europese Gemeenschap gevestigde belastingplichtige
1. Wettelijke bepalingen
2. Verplichting tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
2.1. Algemene principes3. Procedure tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
2.2. Situaties waarin de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
2.3. Situaties waarin de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontheven van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
2.4. Bijzondere situatie
3.1. Verzoek om erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger4. Rechten en verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger
3.2. Hoedanigheden van de aansprakelijke vertegenwoordiger
3.3. Betekening van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger
3.4. Draagwijdte van de door de aansprakelijke vertegenwoordiger aangegane verbintenis
Draagwijdte in de tijd van de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger
4.1. Algemene beginselen5. Verplichtingen van de vertegenwoordigde belastingplichtige
4.2. Verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger
4.3. Bijzondere procedure van facturering
Algemeen beginsel4.4. Handelingen op te nemen in de boekhouding van de aansprakelijke vertegenwoordiger
Termijn voor de uitreiking van het bijkomend stuk
Afwijking inzake het opstellen van het bijkomend stuk bedoeld inartikel 4 , § 2, van het KB nr. 31
4.5. Rechten van de aansprakelijke vertegenwoordiger
Hoofdstuk VI : Toestand ten aanzien van de Belgische BTW van een in een andere Lidstaat van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige
1. Wettelijke bepalingen
2. Mogelijkheid tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
2.1. Algemene principes3. Toestand van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die opteert om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
2.2. Toestanden waarin de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige de mogelijkheid heeft een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
2.3. Toestanden waarin de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige de mogelijkheid niet heeft een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
2.4. Bijzondere gevallen
3.1. Procedure tot erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger4. Toestand van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is zonder aansprakelijke vertegenwoordiger hier te lande (rechtstreekse BTW-identificatie)
Aanvraag tot erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger3.2. Rechten en verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger
Hoedanigheden van de aansprakelijke vertegenwoordiger
Betekening van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger
Draagwijdte van de verbintenis aangegaan door de aansprakelijke vertegenwoordiger
3.3. Verplichting van de vertegenwoordigde belastingplichtige
3.4. Opmerkingen
4.1. Identificatieprocedure inzake BTWHoofdstuk VII : De vooraf erkende aansprakelijke vertegenwoordiger
4.2. Rechten en verplichtingen van de belastingplichtige die over een rechtstreekse identificatie voor BTW-doeleinden beschikt
Algemene verplichtingen4.3. Opmerkingen
Handelingen op te nemen in de boekhouding
Bijzondere verplichting: het adres van voorlegging ter inzage van de boeken en stukken
1. Wettelijke bepalingen
2. Eigenschappen van het stelsel van fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer
3. Vertegenwoordiging onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.5
3.1. Toepassingsgebied4. Vertegenwoordiging onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6
3.2. Procedure tot erkenning
3.2.1. Hoedanigheden van de vooraf erkende persoon3.3. Rechten en verplichtingen van de vooraf erkende persoon
3.2.2. Aanvraag tot erkenning
3.2.3. Betekening van de erkenning
3.2.4. Draagwijdte van de door de vooraf erkende persoon aangegane verbintenis
3.3.1. Algemene principes3.4. Verplichtingen van de vertegenwoordigde belastingplichtige
3.3.2. Verplichtingen van de vooraf erkende persoon
3.3.3. Rechten van de vooraf erkende persoon
4.1. ToepassingsgebiedHoofdstuk VIII : Bepalingen van toepassing op een niet hier te lande gevestigde noch voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerde belastingplichtige
4.1.1. Plaatsing van de goederen in een BTW-entrepot.4.2. Procedure tot erkenning
4.1.2. Onttrekking van goederen aan het BTW-entrepot
4.1.3. Intracommunautaire verwerving met het oog op een uitvoer
4.1.4. Intracommunautaire verwerving met uitzondering van elke andere handeling
4.2.1. Hoedanigheden van de vooraf erkende persoon4.3. Rechten en verplichtingen van de vooraf erkende persoon
4.2.2. Aanvraag tot erkenning
4.2.3. Betekening van de erkenning
4.2.4. Draagwijdte van de door de vooraf erkende persoon aangegane verbintenis
4.3.1. Algemene principes4.4. Verplichtingen van de vertegenwoordigde belastingplichtige
4.3.2. Verplichtingen van de vooraf erkende persoon
4.3.3. Rechten van de vooraf erkende persoon
1. Een niet in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige verricht een in België aan de belasting onderworpen levering van goederen of dienst
1.1. De verrichte handeling valt binnen het toepassingsgebied van2. Een niet in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige ontvangt een levering van goederen of een dienstverrichting die in België aan de belasting onderworpen isartikel 51 , § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek
1.2. De verrichte handeling valt niet binnen het toepassingsgebied vanartikel 51 , §2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek
1.3. Toepassing vanartikel 55 , §6 van het BTW-Wetboek en vanartikel 5 van het KB nr. 31
1.3.1. Wettelijke bepalingen
1.3.2. Gevallen waarin de bepalingen vanartikel 55 , §6, van het BTW-Wetboek en vanartikel 5 , §1, van het KB nr. 31 van toepassing zijn
1.3.3. Toepassingsmodaliteiten inzake de bepalingen vanartikel 5 , § 1, van het KB nr. 31
2.1. Wettelijke bepalingenHoofdstuk IX : Opheffingsbepalingen en bijzondere gevallen - Inwerkingtreding
2.2. Aanvraag tot teruggaaf
2.3. Uitvoering van de teruggaaf
1. Administratieve aanschrijvingen
1.1. Aanschrijving nr. 30/19752. Administratieve beslissingen
1.2. Aanschrijving nr. 2/1979
1.3. Aanschrijving nr. 4/1979
1.4. Aanschrijving nr. 16/1994
1.5. Aanschrijving nr.18/1994
1.6. Aanschrijving nr. 8/1998
1.7. Aanschrijving nr. 3/2000
1.8. Aanschrijvingen nrs. 6/1981 en 4/1988
1.9. Aanschrijving nr. 1/1998
2.1. Beslissing van 28 augustus 2000, nr. E.T. 98.6693. Inwerkingtreding
2.2. Beslissing van 28 april 1994, nr. E.T. 80.910
2.3. Andere beslissingen
Bijlage 1
Bijlage 2
Bijlage 3
HOOFDSTUK I : ALGEMEENHEDEN
1. Onderhavige aanschrijving heeft tot doel de regeling toe te lichten op de handelingen verricht in België door de niet hier te lande gevestigde belastingplichtigen.
2. Teneinde in het kader van het project SLIM (vereenvoudiging van de wetgeving inzake de interne markt), een belangrijke vereenvoudiging te realiseren m.b.t. het gemeenschappelijke stelsel inzake belasting over de toegevoegde waarde in het algemeen, en tot vaststelling van de schuldenaar van de belasting in het bijzonder, heeft de Raad van de Europese Unie van 17 oktober 2000 de Richtlijn 2000/65/EG tot wijziging van de Richtlijn 77/388/EEG (Zesde Richtlijn) met betrekking tot de bepaling van degene die tot voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde gehouden is, uitgevaardigd.
De Richtlijn 2000/65/EG heeft tot voornaamste gevolg dat het de Lidstaten verboden is de aanwijzing van een aansprakelijke vertegenwoordiger verplicht op te leggen wanneer een niet in een Lidstaat gevestigde belastingplichtige er belastbare handelingen verricht en er met het land van de zetel of vestiging van deze belastingplichtige een rechtsinstrument betreffende de wederzijdse bijstand bestaat dat een gelijkaardige draagwijdte heeft als deze voorzien in de Richtlijnen 76/308/EEG en 77/799/EEG en in de Verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van 27 januari 1992 betreffende de administratieve samenwerking op het vlak van de indirecte belastingen (BTW). De aanwijzing van een aansprakelijke vertegenwoordiger blijft hoe dan ook een stelsel waarvoor geopteerd kan worden.
3. De bepalingen van de Richtlijn 2000/65/EG zijn zodanig opgesteld dat de belastingplichtigen gevestigd in de Gemeenschap, vanaf 1 januari 2002 niet langer de verplichting hebben een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te stellen wanneer ze belastbare handelingen verrichten op het grondgebied van een Lidstaat andere dan deze waarin ze zijn gevestigd, daarbij volledig de mogelijkheid biedende toch een dergelijke vertegenwoordiger aan te stellen. Daarentegen behouden de Lidstaten ten aanzien van de belastingplichtigen die niet in de Europese Unie gevestigd zijn, de mogelijkheid om systematisch de aanwijzing van een aansprakelijke vertegenwoordiger te eisen.
4. De bepalingen van de Richtlijn 2000/65/EG werden ingevoegd in het BTW-Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten :
a) bij wet van 7 maart 2002 tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het BTW-Wetboek, alsmede bij de wet van 20 december 2002 tot wijziging van de artikelen 53quater, 53quinuies, 53sexies en 55 van het BTW-Wetboek;
b) door het koninklijk besluit nr. 31 van 2 april 2002 ter vervanging van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992, met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door de niet in België gevestigde belastingplichtigen;
c) door een koninklijk besluit van 2 april 2002 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 3, 7, 10, 23 en 50 inzake de belasting over de toegevoegde waarde.
5. Rekening houdende met de aldus aangebrachte wijzigingen aan het BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen koninklijke besluiten, zijn volgende essentiële regels van toepassing op de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen :
a) voor wat de schuldenaar van de belasting betreft (zie artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek) :
Wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige een levering van goederen of een dienst verricht die belastbaar is hier te lande, is de belasting verschuldigd door de medecontractant (verkrijger of afnemer) in het geval laatstgenoemde :
- hetzij een in België gevestigde persoon is die gehouden is tot het indienen van een aangifte bedoeld in artikel 53, 1e lid, 3°, van het BTW-Wetboek (periodieke BTW-aangifte);
- hetzij een niet in België gevestigde belastingplichtige is die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen en die onder een individueel BTW-identificatienummer is geïdentificeerd in België;
Een niet in België gevestigde belastingplichtige is in België geïdentificeerd door middel van een identificatienummer dat de letters BE bevat wanneer hij in België handelingen verricht bedoeld in het BTW-Wetboek (die hem recht op aftrek verlenen en waarvoor hij krachtens de artikelen 51 of 52 van het BTW-Wetboek schuldenaar van de belasting is. In sommige bijzondere gevallen kan een BTW-identificatienummer eveneens worden toegekend aan andere niet in België gevestigde belastingplichtigen. Voor de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtigen is de identificatie voor BTW-doeleinden niet noodzakelijk verbonden aan de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België (mogelijkheid tot "rechtstreekse identificatie");
c) voor wat de verplichting betreft om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen (zie artikel 55, §§ 1 en 2, van het BTW-Wetboek en artikel 1, § 1, van het KB nr. 31 van 2 april 2002) :
Alvorens enige handeling in België te verrichten, andere dan een handeling waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant op grond van artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5°, van het BTW-Wetboek is de belastingplichtige die niet gevestigd is in de Europese Unie ertoe gehouden een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen. De in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is niet gehouden tot deze verplichting, maar hij kan nochtans ervoor kiezen om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen wanneer hij in België handelingen verricht die, indien ze door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige werden verricht, de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger zouden vereisen;
d) voor wat de mogelijkheid betreft om een beroep te doen op een vooraf erkende persoon (zie artikel 55, § 3, tweede lid, van het BTW-Wetboek en artikel 2 van het KB nr. 31 van 2 april 2002) :
Wanneer hij uitsluitend bepaalde soorten van handelingen verricht in België (invoer van goederen gevolgd door een levering van dezelfde goederen, handelingen die verband houden met het stelsel inzake het entrepot ander dan het douane-entrepot, intracommunautaire verwervingen van goederen die gevolgd worden door een uitvoer van dezelfde goederen of intracommunautaire verwervingen van goederen met uitsluiting van elke andere handeling onderworpen aan de belasting in België), kan de belastingplichtige die niet hier te lande gevestigd, noch geïdentificeerd is voor BTW-doeleinden, worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon. Het toepassingsgebied van deze bepaling werd uitgebreid in vergelijking met de bepalingen van toepassing voor 1 januari 2002;
e) voor wat de aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger betreft (zie artikel 55, § 4, van het BTW-Wetboek) :
Wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger laat erkennen, wordt die vertegenwoordiger in de plaats gesteld van zijn lastgever voor alle rechten toegekend of alle verplichtingen opgelegd aan deze laatste door het BTW-Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten. De aansprakelijke vertegenwoordiger of de vooraf erkende persoon is bovendien hoofdelijk gehouden met zijn lastgever tot voldoening van de belasting, interesten en boeten waarvan deze laatste schuldenaar is ingevolge handelingen verricht in België. De bepalingen in deze materie werden niet gewijzigd op 1 januari 2002.
Deze verschillende punten vormen respectievelijk het voorwerp van de hoofdstukken III (schuldenaar van de belasting), IV (identificatie voor BTW-doeleinden), V en VI (erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger, voor wat, respectievelijk, de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen en de in de andere Lidstaten gevestigde belastingplichtigen betreft) en VII (vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon). Vooreerst bepaalt hoofdstuk II het begrip van de niet in België gevestigde belastingplichtige. Tenslotte behandelt hoofdstuk VIII de bepalingen van toepassing op de belastingplichtige die niet voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerd is, terwijl hoofdstuk IX de door onderhavige aanschrijving opgeheven of gewijzigde bepalingen opsomt en enkele bijzondere gevallen toelicht.
HOOFDSTUK II : TOEPASSINGSGEBIED VAN DE AANSCHRIJVING - BEGRIP VASTE INRICHTING
1. Het begrip vaste inrichting
6. Krachtens artikel 4, § 1, van het BTW-Wetboek [Zie ook artikel 4, § 1, van de richtlijn van 17 mei 1977, nr. 77/388/EEG (Zesde richtlijn).], is éénieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in datzelfde Wetboek zijn omschreven, een belastingplichtige, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.
Uit deze definitie vloeit voort dat de toekenning van de hoedanigheid van belastingplichtige aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon niet gebonden is aan het bestaan in België van een woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel of zelfs van om het even welke uitbatingszetel.
7. De bepalingen van het (Belgische) BTW-Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten zijn van toepassing op elke belastingplichtige gevestigd in België, maar eveneens op elke belastingplichtige die niet in België gevestigd is in de mate waarin deze belastingplichtige hier te lande handelingen verricht. Het voorwerp van onderhavige aanschrijving is precies de regels toe te lichten die van toepassing zijn op de belastingplichtige die niet in België is gevestigd maar die hier te lande handelingen verricht.
8. Voor de toepassing van de bepalingen van het BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, wordt een belastingplichtige beschouwd als in België gevestigd wanneer hij hier te lande beschikt over :
a) zijn woonplaats (indien het om een natuurlijke persoon gaat);
b) zijn maatschappelijke of statutaire zetel (indien het om een rechtspersoon gaat);
c) of een vaste inrichting.
Een belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België gelegen is ("buitenlandse" belastingplichtige) zal derhalve niettemin worden beschouwd als gevestigd in België indien hij hier te lande over een vaste inrichting beschikt.
9. Voor de toepassing van de artikelen 50, 51 en 55 van het BTW-Wetboek beschouwt de administratie dat een belastingplichtige over een vaste inrichting hier te lande beschikt wanneer de volgende drie voorwaarden samen vervuld zijn :
a) de belastingplichtige heeft hier te lande een directiezetel, een filiaal, een fabriek, een werkplaats, een agentschap, een magazijn, een kantoor, een laboratorium, een inkoop- of verkoopkantoor, een opslagplaats of enige andere vaste inrichting, met uitsluiting van de bouwwerven [De bouwwerven worden niet aangemerkt als vaste inrichtingen welke ook de duur van de werken is.];
b) de in a) bedoelde inrichting wordt beheerd door een persoon die bekwaam is om de belastingplichtige te verbinden tegenover de leveranciers en de klanten;
c) de in a) bedoelde inrichting verricht op geregelde wijze handelingen bedoeld in het BTW-Wetboek : leveringen van goederen of dienstverrichtingen [De handelingen mogen zonder enig onderscheid in het buitenland of in België plaatsvinden en effectief aan de belasting zijn onderworpen dan wel zijn vrijgesteld.].
10. Voor de toepassing van de voorwaarde vermeld onder nr. 9, b), hiervoor, is de persoon die bekwaam is om de belastingplichtige te verbinden tegenover de leveranciers en de klanten, diegene die behoorlijk gemachtigd is door de belastingplichtige om in zijn naam alle handelingen, zowel inkomende als uitgaande, af te sluiten die zijn vereist voor de realisatie van de in het BTW-Wetboek bedoelde handelingen.
11. De situatie van de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België is gevestigd, kan derhalve als volgt worden geschematiseerd :
| De drie voorwaarden bedoeld in nr. 9 zijn vervuld De belastingplichtige wordt aangemerkt als gevestigd in België De bepalingen van de artikelen 50, § 1, 1e lid, 3°; 51, § 2, 1°, 2° en 5°; en 55 van het BTW-Wetboek alsook van het koninklijk besluit nr. 31 zijn niet op hem van toepassing De toestand van deze belastingplichtige wordt hierna kort besproken | De drie voorwaarden bedoeld in nr. 9 zijn niet vervuld De belastingplichtige wordt aan- gemerkt als niet gevestigd in België De bepalingen van de artikelen 50, § 1, 1e lid, 3°; 51, § 2, 1°, 2° en 5°; en 55 van het BTW-Wetboek alsook van het koninklijk besluit nr. 31 zijn op hem wel van toepassing wanneer hij handelingen in België verricht De toestand van deze belastingplichtige ten aanzien van de Belgische BTW maakt het hoofdvoorwerp uit van onderhavige aanschrijving |
Opmerking
12. Bij ontstentenis van het vervullen van de voorwaarde bedoeld onder nr. 9, c, hiervoor, wordt de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België gelegen is, niet aangemerkt als hier te lande gevestigd wanneer :
a) de inrichting waarover hij in België beschikt geen enkele in het BTW-Wetboek bedoelde handeling (leveringen van goederen/diensten) verricht, wat onder meer het geval is :
- wanneer de inrichting louter een kantoor met het oog op vertegenwoordiging of marketing is dat slechts wordt aangewend voor reclamedoeleinden, voor gratis informatieverstrekking aan het publiek of voor vergelijkbare activiteiten;
- wanneer de inrichting alleen wordt aangewend voor opslag of stockage van goederen;
2. Toestand van de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België gevestigd is, doch die hier te lande over een vaste inrichting beschikt
13. Wanneer de belastingplichtige, wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België gelegen is, wordt aangemerkt als gevestigd in België wegens de aanwezigheid van een vaste inrichting in het land, bevindt hij zich voor de handelingen die worden verricht door deze vaste inrichting in dezelfde toestand ten aanzien van de Belgische BTW als de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel zich wel in België bevindt. Hij bezit dezelfde rechten (hoofdzakelijk het recht op aftrek van de voorbelasting) en is gehouden tot dezelfde verplichtingen (uitreiking van facturen, indiening van periodieke aangiften, enz.). Deze rechten en verplichtingen worden in onderhavige afdeling bondig uiteengezet.
2.1. Bevoegd BTW-controlekantoor
14. De belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België is gelegen en die hier te lande een vaste inrichting heeft, ressorteert onder het BTW-controlekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de vaste inrichting is gelegen. Hij hangt dus in geen enkele veronderstelling af van het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen (CKBB); dit kantoor beheert uitsluitend de buitenlandse belastingplichtigen die geen enkele vaste inrichting in België hebben.
15. Wanneer de belastingplichtige in België over meerdere vaste inrichtingen beschikt, is het betrokken BTW-controlekantoor datgene bevoegd voor het ambtsgebied waarin de voornaamste vaste inrichting, of, indien de inrichtingen onafhankelijk zijn van elkaar, de inrichting die als voornaamste wordt opgegeven voor BTW-doeleinden, gelegen is; in deze gevallen dient de boekhouding van de verschillende vaste inrichtingen voor de toepassing van de BTW te worden gecentraliseerd in de voornaamste inrichting en zal, in de regel, elk toezicht op de juiste toepassing van BTW aangaande de activiteiten van deze inrichtingen worden uitgevoerd in de voornaamste inrichting.
2.2. Identificatie voor BTW-doeleinden
16. Op grond van artikel 50, § 1, 1 e lid, 1°, van het BTW-Wetboek kent de administratie een BTW-identificatienummer met de letters BE toe aan elke belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België is gelegen en die één of meerdere vaste inrichtingen in België heeft. Slechts één enkel nummer wordt toegekend ongeacht of de belastingplichtige in België over één dan wel meerdere vaste inrichtingen beschikt. Het nummer wordt toegekend ten gevolge van de indiening van de aangifte van aanvang van werkzaamheid als bedoeld in artikel 53, 1 e lid, 1°, van het BTW-Wetboek bij de oprichting van de eerste vaste inrichting.
2.3. Verplichtingen van de belastingplichtige die in België over een vaste inrichting beschikt
17. De belastingplichtige, wiens domicilie of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België is gevestigd en die hier te lande beschikt over een vaste inrichting, is, voor de door deze vaste inrichting uitgeoefende activiteit, ertoe gehouden om alle door de Belgische BTW-wetgeving aan belastingplichtigen opgelegde verplichtingen na te leven.
Hij is meer bepaald ertoe gehouden :
- een aangifte in te dienen bij het oprichten van de eerste inrichting in België, bij een wijziging van werkzaamheid (wijziging van de aard van de uitgeoefende activiteit, adreswijziging van een vaste inrichting, toevoeging of opheffing van een vaste inrichting, enz.) en bij de stopzetting van werkzaamheid (z. art. 53, 1e lid, 1°, WBTW en art. 1, 2 en 3, KB nr. 10 van 29 december 1992);
- een factuur, of een als zodanig geldend stuk, uit te reiken die de verrichte handelingen vaststelt (z. art. 53, 1e lid, 2°, WBTW). De facturering is aan geen enkele bijzondere procedure onderworpen. In geval van ontheffing van de verplichting om een factuur uit te reiken, en bij daadwerkelijk gebruik van deze ontheffing, dient een dagboek van ontvangsten per bedrijfszetel, evenals, in voorkomend geval, een centralisatiedagboek als bedoeld in artikel 14, § 2, van het KB nr. 1 van 29 december 1992, te worden bijgehouden;
- een aan de omvang van zijn activiteit aangepaste boekhouding te voeren om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren (z. art. 14, §§ 1 en 2, KB nr. 1; art. 4 en 11, § 5, KB nr. 3; art. 4, 1e lid, 2°, KB nr. 4). Deze boekhouding bevat inzonderheid :
- een boek voor inkomende facturen;
- een boek voor uitgaande facturen;
- een dagboek van ontvangsten per bedrijfszetel en, in voorkomend geval, een centralisatiedagboek;
- een teruggaafregister;
- een tabel van investeringsgoederen;
- periodieke BTW-aangiften in te dienen (z. art. 53, 1e lid, 3°, WBTW en art. 18 van voormeld KB nr. 1). Eén enkele aangifte moet worden ingediend per aangiftetijdvak, ongeacht het aantal inrichtingen dat de belastingplichtige hier te lande heeft. De periodiciteit van de indiening van de aangiften hangt af van de door de belastingplichtige gerealiseerde omzet in het kader van het geheel van de inrichtingen waarover hij hier te lande beschikt, alsook van de aard van de uitgeoefende activiteit;
- de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de aangiften te voldoen binnen de daartoe voorziene termijn (z. art. 53, 1e lid, 4° WBTW) en het (de) voorschot(ten) te betalen als bedoeld in artikel 19, §§ 1 en 2, of in artikel 19, § 3, van het KB nr. 1;
- de kwartaalopgave van de intracommunautaire handelingen en de jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers in te dienen (z. art. 53sexies, § 1, en 53quinquies, WBTW);
- de boeken en stukken, waarvan het BTW-Wetboek of de ter uitvoering ervan gegeven regelen het houden, het opmaken of het uitreiken voorschrijven, alsmede elk stuk met betrekking tot zijn economische activiteit (bestelbons, verzendingsstukken, rekeninguittreksels, betalingsstukken, enz.) te bewaren en ze, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de met de controle belaste ambtenaren (z. art. 60 en 61 WBTW);
- mondeling of schriftelijk alle inlichtingen te verschaffen die hem door de administratie worden gevraagd teneinde de juiste heffing van de belasting na te gaan (z. art. 62, § 1, WBTW).
19. De verplichtingen inzake facturering (de factureringswijze en de op de facturen aan te brengen vermeldingen) en boekhouding (de in de boekhouding en periodieke BTW-aangiften op te nemen handelingen) worden nader uiteengezet in de nrs. 20 tot 27 hierna.
Factureringsprocedure
20. De facturering van handelingen die worden verricht door de Belgische vaste inrichting van de belastingplichtige, bedoeld in onderhavige afdeling, volgt geen enkele bijzondere procedure (verg. met de nrs. 150 tot 157).
21. De factuur moet de door artikel 5, § 1, van het KB nr. 1 van 29 december 1992, voorgeschreven vermeldingen bevatten. Zodoende moeten inzonderheid worden vermeld :
- de naam van de belastingplichtige en het adres van zijn inrichting (of voornaamste inrichting) in België, evenals het BTW-identificatienummer dat hem in België werd toegekend;
- het nummer van inschrijving van de factuur in het boek voor uitgaande facturen dat wordt gehouden door de inrichting (of de voornaamste inrichting) in België.
- het geheel van de vermeldingen bedoeld in artikel 5, § 1, van het KB nr. 1 moet voorkomen op de factuur. Meer bepaald dient, voor de toepassing van artikel 5, § 1, 1°, van het KB nr. 1, het volgnummer dat op de factuur moet voorkomen datgene te zijn waaronder de factuur is ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen dat wordt gehouden door de inrichting in België. De administratie zal echter geen enkele kritiek geven indien het volgnummer van het boek voor uitgaande facturen dat wordt gehouden door de buitenlandse zetel eveneens voorkomt op de factuur;
- de dubbels van de uitgereikte facturen moeten worden bewaard in België, ter staving van de boekhouding die er door de belastingplichtige moet worden gehouden.
23. De volgende handelingen moeten worden ingeschreven in de boekhouding van de Belgische vaste inrichting :
a) alle handelingen (inkomende en uitgaande) verricht in het kader van de activiteit van de Belgische inrichting of waarbij deze tussenkomt, zelfs wanneer deze handelingen plaatsvinden in het buitenland;
b) volgende inkomende handelingen, verricht zonder tussenkomst van de Belgische inrichting :
1° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting krachtens de artikelen 51, § 1, 2°, § 2, 1° tot 3° en 5°, en 52, § 1, van het BTW-Wetboek en de artikelen 20 en 20bis van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992;
2° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige zijn recht op aftrek van de voorbelasting wenst uit te oefenen;
3° de handelingen die plaatsvinden in België of in het buitenland, welke een rechtstreeks verband hebben met de uitgaande handelingen die zijn opgenomen in de boekhouding van de Belgische vaste inrichting;
c) volgende uitgaande handelingen, verricht zonder tussenkomst van de Belgische inrichting :
1° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 1, 1°, of § 2, 4°, van het BTW-Wetboek of waarvoor de medecontractant van de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 2, 3°, van het BTW-Wetboek en de artikelen 20 en 20bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992;
2° de handelingen die plaatsvinden in België of in het buitenland, welke een rechtstreeks verband hebben met de inkomende handelingen die zijn opgenomen in de boekhouding van de Belgische vaste inrichting en waarvoor een Belgische BTW in aftrek werd gebracht.
24. Voor de toepassing van nr. 23 b) en c) hiervoor, beschouwt de administratie een handeling als zijnde verricht zonder tussenkomst van de Belgische vaste inrichting wanneer de volgende voorwaarden samen zijn vervuld :
a) de bestelling van de handeling gebeurt, respectievelijk, door of bij de buitenlandse zetel van de belastingplichtige;
b) de prijs van de handeling wordt gefactureerd, respectievelijk, aan of door de buitenlandse zetel van de belastingplichtige;
c) de prijs van de handeling wordt betaald, respectievelijk, door of aan de buitenlandse zetel van de belastingplichtige;
d) indien het voor de belastingplichtige gaat om een uitgaande handeling, worden zowel de handeling als de eventuele bijkomende handelingen tot stand gebracht zonder materiële tussenkomst van de Belgische inrichting.
25. De ontvangen facturen met betrekking tot de in België verrichte inkomende handelingen, ingeschreven in de boekhouding van de Belgische inrichting, maar die werden gerealiseerd zonder haar tussenkomst, moeten het BTW-identificatienummer vermelden dat in België aan de belastingplichtige werd toegekend. Die facturen moeten bovendien het adres van de Belgische inrichting vermelden.
De voor de uitgaande handelingen uitgereikte facturen ingeschreven in de boekhouding van de Belgische inrichting maar verricht zonder haar tussenkomst, moeten het BTW-identificatienummer dat in België aan de belastingplichtige werd toegekend alsmede het adres van de Belgische inrichting vermelden.
De in voorkomend geval verschuldigde BTW moet op dezelfde wijze worden voldaan als voor de handelingen verricht door de Belgische inrichting.
26. Het spreekt vanzelf dat de in de boekhouding van de Belgische inrichting ingeschreven handelingen moeten worden opgenomen in de periodieke BTW-aangiften ingediend door deze inrichting, alsmede, in voorkomend geval, in de opgaven bedoeld in de artikelen 53quinquies (jaarlijkse opgave van belastingplichtige afnemers) en 53sexies (kwartaalopgave van de intracommunautaire handelingen) van het BTW-Wetboek.
27. Voorbeeld :
De onderneming A waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in Frankrijk, beschikt over een vaste inrichting in België (A').
De volgende tabel geeft enkele handelingen weer die door de Franse zetel A of de Belgische vaste inrichting A' zijn verricht en hun inschrijving, desgevallend, in de boekhouding en de periodieke BTW-aangiften van A'.
| Handeling | Inschrijving in de boekhouding van A' | Opname in de periodieke BTW- aangifte van A' | |
| 1. | A' verricht een levering met montage in Luxemburg | JA (handeling verricht door A') | MH (1) : rooster 47 |
| 2. | A verricht een levering met montage in Luxemburg. De bestelling werd geplaatst bij A' | JA (handeling waarin A' tussenkomt) | MH : rooster 47 |
| 3. | A verricht, zonder tussenkomst van A', een dienst die plaatsvindt in België krachtens artikel 21, § 3, 7°, f, van het BTW-Wetboek. | JA (handeling waarvoor A schuldenaar is van de Belgische BTW (2)) | MH : rooster 03 Verschuldigde BTW : rooster 54 |
| 4. | A verricht, zonder tussenkomst van A', een werk in onroerende staat in België voor een Belgische belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften | JA (handeling waarvoor de medecontractant van A schuldenaar is van de Belgische BTW krachtens artikel 20 van het KB nr. 1) | MH : rooster 45 |
| 5. | A koopt brandstof aan in België | JA (handeling waarvoor A een recht op aftrek van de Belgische BTW uitoefent) | MH + het deel niet-aftrekbare BTW : rooster 82 Aftrekbare BTW : rooster 59 |
| 6. | A verricht, zonder tussenkomst van A', een levering met montage in België. De geleverde goederen worden aangekocht in België | Levering met montage : JA (handeling waarvoor A schuldenaar is van de belasting (3)) Aankoop van de goederen : JA (handeling waarvoor A een recht op aftrek heeft uitgeoefend en die een rechtstreeks verband heeft met een uitgaande handeling ingeschreven in de boekhouding) | Levering met montage : MH : rooster 03 Verschuldigde BTW : rooster 54 Aankoop van de goederen : MH : rooster 81 Aftrekbare BTW : rooster 59 |
| 7. | A verricht, zonder tussenkomst van A', een levering met montage in België. De geleverde goederen werden aangekocht in Frankrijk en door A van Frankrijk naar België vervoerd. Het vervoer van de goederen heeft geen verband met de aankoop van de goederen door A. | Levering met montage : JA (handeling waarvoor A schuldenaar is van de belasting (4)) Aankoop van de goederen : JA (handeling die een rechtstreeks verband heeft met een uitgaande handeling ingeschreven in de boekhouding) | Levering met montage : MH : rooster 03 Verschuldigde BTW : rooster 54 Aankoop van de goederen : MH : rooster 81 |
| 8. | A verricht, zonder tussenkomst van A', een levering met montage in Frankrijk. De geleverde goederen werden aangekocht in België en door A van België naar Frankrijk vervoerd. Het vervoer van de goederen heeft geen verband met de aankoop van de goederen door A. | Levering met montage : JA (handeling die een directe band heeft met een inkomende handeling ingeschreven in de boekhouding) Aankoop van de goederen : JA (handeling waarvoor A een recht op aftrek van de Belgische BTW uitoefent) | Levering met montage : Maatstaf van heffing : rooster 47 Aankoop van de goederen : MH : rooster 81 Aftrekbare BTW : rooster 59 |
(2) Artikel 51, § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek is niet van toepassing (z. nr. 33, 1°, in fine).
(3) Artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is niet van toepassing (z. nr. 49, 1°, in fine).
(4) Artikel 51, § 2, 5° van het BTW-Wetboek is niet van toepassing (z. nr. 49, 1°, in fine).
Opmerking
28. De aandacht wordt gevestigd op de identiteit van de schuldenaar van de belasting in de drie volgende gevallen :
1ste geval : een belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel in het buitenland is gevestigd, en die beschikt over een vaste inrichting die voor de BTW is geïdentificeerd in België, verricht, vanuit zijn buitenlandse zetel, een dienst die bij toepassing van artikel 21, § 3, 7° van het BTW-Wetboek, plaatsvindt in België [De plaats van de dienst wordt geacht zich in België te bevinden bij toepassing van artikel 21, § 3, 7° van het BTW-Wetboek indien, enerzijds, de handeling wordt verstrekt aan een in België gevestigde belastingplichtige voor de behoeften van zijn economische activiteit, en anderzijds :
- de bestelling van de dienst wordt gericht aan de buitenlandse zetel van de belastingplichtige;
- de prijs van de dienst wordt gefactureerd door de buitenlandse zetel van de belastingplichtige;
- de prijs wordt betaald aan de buitenlandse zetel van de belastingplichtige.].
2de geval : een belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel in het buitenland is gevestigd, en die beschikt over een vaste inrichting die voor de BTW is geïdentificeerd in België, verricht, vanuit zijn buitenlandse zetel, een dienst die krachtens artikel 21, § 3, 2°, b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter of 8° van het BTW-Wetboek geacht wordt in België plaats te vinden.
3de geval : een belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel in het buitenland is gevestigd, en die beschikt over een vaste inrichting die voor de BTW is geïdentificeerd in België, verricht, vanuit zijn buitenlandse zetel, een levering van goederen of een dienst die plaatsvindt in België en dit ter bestemming van een medecontractant die in België is gevestigd en is gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften of van een niet in België gevestigde medecontractant die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het BTW-Wetboek. De handeling wordt niet bedoeld in artikel 21, § 3, 2°, b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter, 7° of 8° van het BTW-Wetboek en is evenmin vrijgesteld of verricht met vrijstelling van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek.
De schuldenaar van de belasting welke verschuldigd is wegens de in de drie voormelde gevallen verrichte handelingen is steeds de leverancier of de dienstverrichter, overeenkomstig de algemene regel van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. Met andere woorden, in de drie hiervoor aangehaalde gevallen kan onmogelijk toepassing worden gemaakt van respectievelijk artikel 51, § 2, 1°, a of b, of 5°, van het BTW-Wetboek, vermits de leverancier of de dienstverrichter wordt beschouwd als zijnde gevestigd in België, om reden van de aanwezigheid van een vaste inrichting in het land.
2.4. Opheffing van de vaste inrichting
29. Wanneer de belastingplichtige zijn Belgische vaste inrichting sluit, moeten volgende gevallen worden onderscheiden :
a) ofwel stopt de belastingplichtige elke activiteit in België : hij moet dan een aangifte van stopzetting van werkzaamheid indienen bij het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Zijn BTW-identificatienummer in België wordt dan doorgehaald;
b) ofwel zet de belastingplichtige zijn activiteit in België voort : hij moet dan een aangifte van wijziging van werkzaamheid indienen bij het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Indien de activiteit die hij voortzet in België van die aard is dat zij een identificatie voor BTW-doeleinden hier te lande noodzakelijk maakt, wordt zijn identificatie behouden maar zal hij voortaan onder het CKBB ressorteren. Naargelang hij al dan niet gevestigd is in een andere Lidstaat, kan of moet hij een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen in België. Indien daarentegen de activiteit die hij voortzet in België geen identificatie voor BTW-doeleinden hier te lande meer noodzakelijk maakt (bv. het uitsluitend verrichten van handelingen met toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek) wordt zijn identificatie voor de BTW doorgehaald (z. evenwel nr. 97).
HOOFDSTUK III : BEPALING VAN DE SCHULDENAAR VAN DE BELASTING VOOR HANDELINGEN DIE DOOR NIET IN BELGIË GEVESTIGDE BELASTINGPLICHTIGEN WORDEN VERRICHT
1. Wettelijke bepalingen
30. Krachtens het algemeen principe vervat in artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek is de belasting verschuldigd door de belastingplichtige die een belastbare levering van goederen of een dienst verricht die in België plaatsvindt.
31. Bij afwijking is evenwel :
1° overeenkomstig artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek de belasting verschuldigd door de afnemer van de dienst wanneer de dienstverrichter een niet in België gevestigde belastingplichtige is en :
a) hetzij, de plaats van de dienst geacht wordt zich in België te bevinden op grond van artikel 21, § 3, 7° van het BTW-Wetboek;
b) hetzij, de afnemer van de dienst voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is onder een BTW-identificatienummer dat de letters BE bevat en de plaats van de dienst geacht wordt zich in België te bevinden overeenkomstig artikel 21, § 3, 2°, b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter of 8° van hetzelfde Wetboek;
2° overeenkomstig artikel 51, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek de belasting verschuldigd door de medecontractant wanneer deze voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in België overeenkomstig artikel 50, § 1, van het BTW-Wetboek en het gaat om leveringen van goederen die bedoeld zijn in artikel 25ter, § 1, 2 e lid, 3°, van hetzelfde Wetboek en de factuur de door de Koning te bepalen vermeldingen bevat;
3° overeenkomstig artikel 51, § 2, 3° van het BTW-Wetboek de belasting verschuldigd door de medecontractant wanneer het gaat om leveringen van goederen of dienstverrichtingen bedoeld in de artikelen 39, § 2 en 39quater van het BTW-Wetboek;
4° overeenkomstig 51, § 2, 4° van het BTW-Wetboek de belasting verschuldigd door de persoon die de goederen uitslaat welke geplaatst zijn onder één der stelsels bedoeld in de artikelen 39, § 2 en 39quater van het BTW-Wetboek;
5° overeenkomstig artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek de belasting verschuldigd door de in België gevestigde medecontractant die gehouden is tot het indienen van de periodieke BTW-aangifte bedoeld in artikel 53, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek of door de niet in België gevestigde medecontractant die in België een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2 van het BTW-Wetboek, wanneer het gaat om een levering van goederen of een dienst die werd verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige en de belastbare handeling niet is beoogd in 1° of 2°, hiervoor, noch vrijgesteld is of verricht met vrijstelling van de belasting ingevolge de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek.
32. Zoals onder nr. 31 hiervoor reeds werd aangehaald voorziet artikel 51, § 2, van het BTW-Wetboek zes gevallen waarin de belasting verschuldigd is door een andere persoon dan de leverancier of dienstverrichter. Twee daarvan (toestanden bedoeld in artikel 51, § 2, 3° en 4°, van het BTW-Wetboek worden toegelicht in de administratieve aanschrijving met betrekking tot het stelsel van het entrepot ander dan het douane-entrepot. De overige gevallen (situaties bedoeld in artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5°, van het BTW-Wetboek) hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze de verplichting tot voldoening van de belasting verleggen naar de verkrijger of afnemer van de handeling, wanneer de leverancier of de dienstverrichter een niet in België gevestigde belastingplichtige is. De bepalingen van artikel 51, § 2, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek zijn slechts in geringe mate of niet gewijzigd op 1 januari 2002; ze worden toegelicht in de nrs. 33 tot 48. Daarentegen werden de bepalingen van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek ingevoerd op 1 januari 2002; ze worden toegelicht in de nrs. 49 tot 60. De tabellen die in bijlage 1 zijn toegevoegd vatten de diverse toepassingsmogelijkheden van deze bepalingen samen wanneer hetzij de leverancier of dienstverrichter, hetzij de verkrijger of afnemer een belastingplichtige is wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel niet in België is gevestigd ("buitenlandse belastingplichtige").
2. Toestanden bedoeld in artikel 51, § 2, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek
2.1. Toestand bedoeld in artikel 51, § 2, 1°, a van het BTW-Wetboek
33. Artikel 51, § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek verlegt de verplichting tot voldoening van de belasting naar de persoon die de handeling ontvangt wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1° de belastingplichtige die de handeling verricht is niet gevestigd in België [N.B.: De voor 1 januari 2002 in voege zijnde tekst stipuleerde dat de belastingplichtige die de handeling verrichtte buiten België diende gevestigd te zijn.].
Deze voorwaarde veronderstelt dat de belastingplichtige die de handeling verricht over geen enkele vaste inrichting in België, zoals omschreven in nr. 9, beschikt.
=> De verlegging van heffing bedoeld in artikel 51, § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek is van toepassing wanneer de belastingplichtige die de handeling verricht niet in België is gevestigd en :
- hetzij niet voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in België;
- hetzij voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in België onder een individueel nummer, zonder aansprakelijke vertegenwoordiger (rechtstreekse identificatie);
- hetzij voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in België onder een individueel nummer, met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger [Rekening houdend met de aard van de handeling is de vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon onmogelijk.].
2° de persoon die de handeling ontvangt is een belastingplichtige
Van zodra de handeling aan een belastingplichtige wordt verstrekt, is het zonder belang of deze belastingplichtige al dan niet is gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften.
=> De verlegging van heffing van de belasting is van toepassing wanneer de handeling wordt verstrekt aan :
- een belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften;
- een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire landbouwregeling bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek;
- een belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling bedoeld in artikel 56, § 2 van het BTW-Wetboek;
- een belastingplichtige die slechts leveringen van goederen of diensten verricht die hem geen enkel recht op aftrek toekennen.
Deze voorwaarde veronderstelt dat :
de persoon die de dienst ontvangt de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting in België heeft gevestigd waarvoor de dienst wordt verricht of, bij ontstentenis daarvan, zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats;
de handeling een dienst is als bedoeld in artikel 21, § 3, 7°, van het BTW-Wetboek ("immateriële" dienstverrichtingen).
2.2. Toestand bedoeld in artikel 51, § 2, 1°, b, van het BTW-Wetboek
34. Artikel 51, § 2, 1°, b, van het BTW-Wetboek verlegt de verplichting tot voldoening van de belasting naar de persoon die de handeling ontvangt wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1° de belastingplichtige die de handeling verricht is niet gevestigd in België
Voor de toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar nr. 33, 1°.
2° de belastingplichtige die de handeling afneemt is geïdentificeerd voor BTW-doeleinden onder een nummer dat de letters BE bevat
=> De verlegging van heffing is van toepassing wanneer de handeling wordt verstrekt aan :
- een in België gevestigde belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften;
- een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire landbouwregeling bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek;
- een belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling bedoeld in artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek, een belastingplichtige die slechts leveringen van goederen of diensten verricht die hem geen enkel recht op aftrek toekennen, of een niet-belastingplichtige rechtspersoon wanneer hen een BTW-identificatienummer werd toegekend dat de letters BE bevat
[Dit wil zeggen :
- hetzij dat zij hebben verklaard een intracommunautaire verwerving van goederen te verrichten waardoor de drempel van 11.200 EUR bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, b, van het BTW-Wetboek wordt overschreden;
- hetzij dat zij ervoor geopteerd hebben om al hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen overeenkomstig artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, van het BTW-Wetboek.]; - een niet in België gevestigde belastingplichtige die :
3° de belastbare handeling bestaat in een dienst die geacht wordt in België plaats te vinden op grond van de volgende artikelen van het BTW-Wetboek :
- hetzij voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in België onder een individueel nummer, zonder aansprakelijke vertegenwoordiger (rechtstreekse BTW-identificatie);
- hetzij voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in België onder een individueel nummer, met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger;
- hetzij vertegenwoordigd is door een vooraf erkende persoon, met een globaal BTW-identificatienummer, wanneer de desbetreffende handeling kan worden afgenomen met gebruikmaking van een dergelijk nummer.
- artikel 21, § 3, 2°, b (werken en expertises met betrekking tot roerende goederen);
- artikel 21, § 3, 3°bis (intracommunautair goederenvervoer);
- artikel 21, § 3, 3°ter (tussenkomst bij een intracommunautair goederenvervoer);
- artikel 21, § 3, 4°bis (handeling samenhangend met een intracommunautair goederenvervoer);
- artikel 21, § 3, 4°ter (tussenkomst bij een handeling samenhangend met een intracommunautair goederenvervoer);
- artikel 21, § 3, 8° (prestatie van een tussenpersoon bij een handeling die plaatsvindt in de Europese Gemeenschap, andere dan een tussenkomst bij een intracommunautair goederenvervoer, een daarmee samenhangende handeling of een "immateriële" dienstprestatie als bedoeld in artikel 21, § 3, 7° van het BTW-Wetboek).
35. Deze toestand betreft de levering van goederen die wordt verricht door de tussenpersoon B in het vereenvoudigd stelsel van het driehoeksverkeer ABC. In deze context is de belasting verschuldigd door de medecontractant wanneer de volgende drie voorwaarden zijn verenigd :
1° de belastingplichtige die de handeling verricht is niet gevestigd in België.
Voor de toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar nr. 33, 1°.
2° de belastingplichtige die de handeling verrichtis geïdentificeerd voor BTW-doeleinden in een andere Lidstaat.
3° de belastingplichtige die de handeling afneemtis geïdentificeerd voor BTW-doeleinden in België overeenkomstig artikel 50, § 1, van het BTW-Wetboek.
=> De verlegging van heffing is van toepassing wanneer de handeling wordt verstrekt aan :
- een in België gevestigde belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften;
- een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire landbouwregeling bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek;
- een belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling bedoeld in artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek, een belastingplichtige die slechts leveringen van goederen of diensten verricht die hem geen enkel recht op aftrek verlenen, of een niet-belastingplichtige rechtspersoon wanneer hen een BTW-identificatienummer voorafgegaan door de letters BE werd toegekend
[Dit wil zeggen :
- hetzij dat zij hebben verklaard een intracommunautaire verwerving van goederen te verrichten waardoor de drempel van 11.200 EUR bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, b, van het BTW-Wetboek wordt overschreden;
- hetzij dat zij ervoor geopteerd hebben om al hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen overeenkomstig artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, van het BTW-Wetboek.]; - een niet in België gevestigde belastingplichtige die :
4° de belastbare handeling bestaat uit een levering van goederen bedoeld in artikel 25ter, § 1, 2e lid, 3°, van het BTW-Wetboek.
- hetzij voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in België onder een individueel nummer, zonder aansprakelijke vertegenwoordiger (rechtstreekse identificatie);
- hetzij een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen en voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België onder een individueel nummer.
Deze voorwaarde veronderstelt dat :
a) de levering van goederen wordt voorafgegaan door een intracommunautaire verwerving, verricht in België door de belastingplichtige die de levering van goederen verricht;
b) de goederen rechtstreeks worden vervoerd of verzonden vanuit een Lidstaat andere dan deze waar de belastingplichtige die de levering van goederen verricht voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, met bestemming de persoon die de levering van de goederen ontvangt;
c) de persoon die de goederen ontvangt en in België voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd (zie 3 e voorwaarde), werd aangeduid als schuldenaar van de belasting opeisbaar over de aan hem verrichte levering van goederen.
5° de factuur moet volgende vermeldingen bevatten :
a) enerzijds, de vermeldingen bedoeld in artikel 5, § 1, 4°, c, van het KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, te weten :
- een verwijzing naar artikel 25ter, § 1, 2e lid, 3°, van het BTW-Wetboek;
- het BTW-identificatienummer toegekend in een andere Lidstaat aan de belastingplichtige die de levering van goederen verricht en waaronder hij de intracommunautaire verwerving van goederen en de daaropvolgende levering heeft verricht;
- het Belgisch BTW-identificatienummer van de persoon die de handeling afneemt;
2.4. Verplichtingen van de leverancier of dienstverrichter
36. De leverancier of dienstverrichter verricht in ieder geval een handeling die in België plaatsvindt. Derhalve is hij verplicht een factuur uit te reiken die de handeling vaststelt met de vermeldingen en binnen de termijn die de Belgische wetgeving voorschrijft (zie arikel 53, 1 e lid, 2°, van het BTW-Wetboek en de artikelen 1, § 1, 5, § 1, en 4, § 1, van het KB nr. 1). De factuur moet de volgende vermeldingen bevatten: "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, art. 51, § 2", in plaats van de aanduiding van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting.
37. Anderzijds is het mogelijk dat de leverancier of dienstverrichter onder een individueel nummer voor BTW-doeleinden in België is geïdentificeerd (rechtstreekse identificatie of met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger overeenkomstig art. 55 § 1 of § 2, van het BTW-Wetboek).
In deze veronderstelling, en voor zover de handeling wordt beoogd door artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek, vermeldt de factuur :
a) het BTW-identificatienummer dat aan de dienstverrichter is toegekend (zie art. 5, § 1, 2°, van het KB nr. 1);
b) in geval van fiscale vertegenwoordiging, de identiteit, het adres en de aanduiding van de hoedanigheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger (zie art. 5, § 1, 2°bis, a, van het KB nr. 1).
38. Bovendien moet de handeling worden opgenomen in de door de dienstverrichter of zijn aansprakelijke vertegenwoordiger bijgehouden Belgische boekhouding en alsmede worden vermeld in de periodieke BTW-aangiften die bij de Belgische administratie worden ingediend ( rooster 45) .
39. Bij administratieve tolerantie wordt evenwel aangenomen dat de in nrs. 37 en 38 hiervoor vermelde verplichtingen (vermelding van BE-nummer en, in voorkomend geval, van de coördinaten van de aansprakelijke vertegenwoordiger op de factuur, inschrijving in de Belgische boekhouding en BTW-aangifte) niet moeten worden nageleefd wanneer de verrichte handeling geen rechtstreekse band heeft met een handeling waarvoor de dienstverrichter voordien zijn recht op aftrek van de Belgische voorbelasting heeft uitgeoefend.
40. Indien de handeling wordt beoogd door artikel 51, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek en de leverancier voor de BTW in België geïdentificeerd is onder een individueel nummer (rechtstreekse identificatie of erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 55, § 1 of §2, van het BTW-Wetboek), moet deze leverancier opdat het vereenvoudigd driehoeksverkeer van toepassing zou zijn, verplicht zijn buitenlands BTW-identificatienummer gebruiken om in België de intracommunautaire verwerving van goederen en hun daaropvolgende levering te verrichten. De handeling moet in dat geval niet in de Belgische boekhouding worden opgenomen door de leverancier of zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, noch in de periodieke BTW-aangiften ingediend bij de Belgische administratie.
2.5. Verplichtingen van de medecontractant schuldenaar van de belasting
2.5.1. Voldoening van de belasting
Wanneer de verkrijger of de afnemer een in België voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige is, gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften :
41. Hij is ertoe gehouden de aan hem verstrekte handeling op te nemen in zijn boek voor inkomende facturen en de verschuldigde belasting te voldoen door de handeling in te schrijven in zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de belasting opeisbaar is geworden, en dit op de volgende wijze :
a) de maatstaf van heffing van de handeling wordt vermeld :
- enerzijds, in rooster 81, 82 of 83, naargelang de aard van de ontvangen handeling;
- anderzijds, in rooster 86 (uitsluitend in de veronderstelling dat artikel 51, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek van toepassing is - z. nr. 35 hiervoor) of 87 (in de andere gevallen);
42. Het bedrag van de aftrekbare belasting kan worden ingeschreven in rooster 59 van de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de voorwaarden tot uitoefening van het recht op aftrek worden vervuld.
De voorwaarden tot uitoefening van het recht op aftrek zijn de volgende (zie art. 3, § 3 van het KB nr. 3, van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde) :
a) de verkrijger of de afnemer dient in het bezit te zijn van een factuur uitgereikt door de leverancier van de goederen of de dienstverrichter. Deze factuur dient ten minste de naam, het adres en het BTW-identificatienummer van de bij de handeling betrokken partijen, de aard en de hoeveelheid van de geleverde goederen of diensten, de prijs en het toebehoren ervan te vermelden. Zo nodig moet ze door de verkrijger of de afnemer worden aangevuld met de andere vermeldingen bedoeld in artikel 5, § 1 van het KB nr. 1 van 29 december 1992;
b) de verkrijger of de afnemer moet de belasting hebben voldaan op de in nr. 41 hiervoor voorgeschreven wijze.
Wanneer de verkrijger of de afnemer een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon is, gehouden tot het indienen van de bijzondere BTW-aangifte :
43. Indien hij nog niet voor de BTW is geïdentificeerd [N.B.: Deze toestand kan zich uitsluitend voordoen wanneer een belastingplichtige, die enkel leveringen van goederen of diensten verricht die hem geen enkel recht op aftrek toekennen, schuldenaar van de belasting wordt krachtens artikel 51, § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek (zie nr. 33).], dient hij, voorafgaand aan de eerste handeling waarvoor hij, bij toepassing van artikel 51, § 1, 2°, a, van het BTW-Wetboek schuldenaar van de belasting wordt, te laten weten dat een dergelijke handeling hem voor de eerste maal zal worden verstrekt en dit door zich kenbaar te maken bij het BTW-controlekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar hij is gevestigd (z. artikel 53bis, § 2, BTW-Wetboek en artikel 5 van het KB nr. 10 van 29 december 1992). Op basis van deze informatie wordt hem een BTW-identificatienummer toegekend overeenkomstig artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek : dit BTW-identificatienummer bevat niet de letters BE.
Voor de voldoening van de belasting is hij ertoe gehouden de aan hem verstrekte handeling op te nemen in de bijzondere BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de belasting opeisbaar is geworden, en dit op volgende wijze :
a) de maatstaf van heffing wordt vermeld in rooster 74;
b) het bedrag van de verschuldigde belasting wordt ingeschreven in rooster 80.
De handeling moet bovendien worden ingeschreven in het bijzonder register bedoeld in artikel 14, §§ 4 tot 6, van het KB nr. 1 van 29 december 1992.
2.5.2. Opmaak van een bijzonder stuk
44. In principe voldoet de verkrijger of de afnemer de belasting waarvan hij de schuldenaar is wegens de aan hem verstrekte handeling op zicht van de factuur die hij heeft ontvangen van de leverancier of de dienstverrichter.
45. Wanneer hij echter niet in het bezit is van deze factuur bij het verstrijken van de maand waarin de belasting opeisbaar wordt voor de aan hem verstrekte handeling, is hij ertoe gehouden een bijzonder stuk op te maken dat de handeling vaststelt en op basis waarvan hij de verschuldigde belasting voldoet. Hij vermeldt het bijzonder stuk in zijn boek voor inkomende facturen of in het bijzonder register bedoeld in artikel 14, §§ 4 tot 6, van het KB nr. 1 (toepassing van artikel 9, § 1, van het KB nr. 1).
46. Het stuk dat wordt opgemaakt bij ontstentenis van de factuur bevat de volgende vermeldingen (zie artikel 9, § 2, van het KB nr. 1) :
a) de naam of de maatschappelijke benaming en het adres van de bij de handeling betrokken partijen;
b) het BTW-identificatienummer van de persoon die het stuk opstelt;
c) de datum waarop de handeling is voltooid of de datum waarop de belasting opeisbaar wordt wanneer deze laatste de dag van voltooiing van de handeling voorafgaat (situaties bedoeld in artikel 17, § 1, 2 e of 3 e lid, en 22, § 2, 2 e of 3 e lid, van het BTW-Wetboek);
d) de gegevens nodig om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen of de verstrekte diensten en hun hoeveelheid, alsook het voorwerp van deze diensten;
e) de aanduiding, per tarief, van de maatstaf van heffing en het bedrag van de verschuldigde belasting;
f) het nummer waaronder het stuk is ingeschreven in het boek voor inkomende facturen of in het bijzonder register, bedoeld in artikel 14, §§ 4 tot 6, van het KB nr. 1, van de verkrijger of de afnemer.
De vermeldingen bedoeld in het voorgaande lid mogen worden vervangen door een verwijzing naar de schriftelijke overeenkomst, voor zover die de nodige gegevens bevat.
47. Bij de ontvangst van de factuur, brengt de verkrijger of de afnemer hierop een verwijzing aan naar het bijzonder stuk dat hij voordien had opgemaakt, en op dit stuk, een verwijzing naar de factuur.
48. Er wordt echter aangestipt dat het in nr. 45 hiervoor bedoelde bijzonder stuk in geen enkel geval de van de buitenlandse leverancier of dienstverrichter te ontvangen factuur kan vervangen voor wat betreft de eventuele uitoefening van het recht op aftrek van de belasting in hoofde van de belastingplichtige verkrijger of afnemer.
3. Situatie bedoeld in artikel 51, § 2, 5° van het BTW-Wetboek
3.1 Beoogde situatie
49. Artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is een nieuwe bepaling die op 1 januari 2002 in de Belgische wetgeving werd ingevoerd door de wet van 7 maart 2002, bedoeld in nr. 4, a). Deze bepaling verlegt de heffing van de belasting naar de persoon die de handeling afneemt wanneer de volgende voorwaarden samen zijn vervuld :
1° de belastingplichtige die de handeling verrichtis niet gevestigd in België
Deze voorwaarde veronderstelt dat de belastingplichtige die de handeling verricht geen enkele vaste inrichting in België heeft zoals die wordt omschreven in nr. 9.
=> De verlegging van de heffing bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is van toepassing wanneer de leverancier of de dienstverrichter een belastingplichtige is die niet in België is gevestigd, en die :
- hetzij niet voor de BTW is geïdentificeerd in België;
- hetzij voor de BTW is geïdentificeerd in België onder een individueel nummer, zonder erkende aansprakelijke vertegenwoordiger (rechtstreekse identificatie);
- hetzij voor de BTW is geïdentificeerd in België onder een individueel nummer, met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger;
- hetzij vertegenwoordigd is door een vooraf erkende persoon, onder een globaal BTW-identificatienummer (z. art. 55, § 3, 2e lid, BTW-Wetboek).
2° de klant van de handeling is :
- hetzij een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van een aangifte als bedoeld in artikel 53, 1e lid, 3°, van het BTW-Wetboek (periodieke BTW-aangifte);
- hetzij een niet in België gevestigde belastingplichtige, die voor de BTW is geïdentificeerd onder een individueel nummer, met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger hier te lande (z. artikel 55, § 1 of § 2, BTW-Wetboek).
- een (in België gevestigde) belastingplichtige die enkel leveringen van goederen of diensten verricht waarvoor hij geen enkel recht op aftrek heeft, of een belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling bedoeld in artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek of een aan de forfaitaire landbouwregeling als bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek onderworpen belastingplichtige;
- een niet-belastingplichtige rechtspersoon (al dan niet in België gevestigd);
- een particulier (al dan niet in België gevestigd);
- een niet in België gevestigde belastingplichtige die :
3° de belastbare handeling is niet bedoeld in artikel 51, § 2, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek, noch vrijgesteld of verricht met vrijstelling van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek.
- hetzij in België voor de BTW is geïdentificeerd onder een individueel nummer, zonder erkende aansprakelijke vertegenwoordiger (rechtstreekse identificatie);
- hetzij in België wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon, onder een globaal BTW-identificatienummer;
- hetzij noch geïdentificeerd is, noch vertegenwoordigd wordt voor de BTW in België.
De belastbare handeling kan bestaan zowel uit een levering van goederen als uit een dienstverrichting. De verlegging van de heffing als bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is evenwel niet van toepassing in de volgende twee gevallen :
a) wanneer de belastbare handeling een dienstverrichting is als bedoeld in artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek (zie nrs. 33 en 34, hiervoor) of een levering van goederen bedoeld in artikel 51, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek (z. nr. 35, hiervoor). In deze veronderstelling zijn het de laatstgenoemde bepalingen die van toepassing zijn;
b) wanneer de handeling effectief van de BTW is vrijgesteld krachtens de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek - zelfs indien in dit geval de leverancier of dienstverrichter ten onrechte de verlegging van de heffing heeft vermeld op de factuur - of wanneer de leverancier of dienstverrichter voor de door hem verrichte handeling ten onrechte een vrijstelling als beoogd in de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek toepast. In deze veronderstellingen is altijd de belastingplichtige die de handeling heeft verricht de schuldenaar van de belasting bij toepassing van artikel 51, § 1,1°, van het BTW-Wetboek.
De verlegging van heffing voorzien in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek wordt vaak met de term "veralgemeende verlegging van heffing" aangeduid.
3.2. Verplichtingen van de leverancier of de dienstverrichter
50. In elke veronderstelling verricht de leverancier of dienstverrichter een handeling die in België plaatsvindt. Om die reden is hij ertoe gehouden een factuur uit te reiken die de handeling vaststelt, binnen de termijn en met de vermeldingen zoals voorgeschreven door de Belgische wetgeving (z. artikel 53, 1 e lid, 2°, BTW-Wetboek en de artikelen 1, § 1, 5, § 1, en 4, § 1, van het KB nr. 1). De factuur bevat inzonderheid de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant. BTW-Wetboek, art. 51, § 2" in de plaats van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting.
51. Anderzijds is het mogelijk dat de leverancier of de dienstverrichter in België voor de BTW is geïdentificeerd onder een individueel nummer (rechtstreekse identificatie of met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het BTW-Wetboek) of wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon onder een globaal BTW-identificatienummer.
In deze veronderstelling, vermeldt de factuur :
a) het BTW-identificatienummer dat in België werd toegekend aan de leverancier of dienstverrichter of aan de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt (z. art. 5, § 1, 2° en 2°bis, b, van het KB nr. 1);
b) in geval van fiscale vertegenwoordiging, de identiteit, het adres en de aanduiding van de hoedanigheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger of van de vooraf erkende persoon (z. art. 5, § 1, 2°bis, van het KB nr. 1).
52. Bovendien moet de handeling worden opgenomen in de Belgische boekhouding die door de leverancier of de dienstverrichter, zijn aansprakelijke vertegenwoordiger of de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt, wordt bijgehouden en moet ze worden vermeld in de periodieke aangiften die door deze personen bij de Belgische administratie worden ingediend ( rooster 45).
53. Bij wijze van administratieve tolerantie wordt evenwel toegestaan dat de in de nrs. 51 en 52 hiervoor vermelde verplichtingen (de vermelding van het BE-nummer en, in voorkomend geval, van de coördinaten van de aansprakelijke vertegenwoordiger of van de vooraf erkende persoon op de facturen, de inschrijving in de Belgische boekhouding en in de BTW-aangifte) niet moeten worden nagekomen wanneer de verrichte handeling geen rechtstreeks verband vertoont met een handeling waarvoor de leverancier of de dienstverrichter voordien zijn recht op aftrek van de Belgische voorbelasting heeft uitgeoefend.
Deze administratieve tolerantie is evenwel niet van toepassing wanneer de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige een BTW-identificatie in België heeft bekomen via de mogelijkheid voorzien in nr. 97 van onderhavige aanschrijving (z. ook nrs.158, b, in fine en 200, b, in fine), alsmede in het geval van fiscale vertegenwoordiging onder globaal nummer.
3.3. Verplichtingen van de medecontractant schuldenaar van de belasting
3.3.1. Voldoening van de belasting
54. Met het oog op de voldoening van de belasting is de verkrijger of de afnemer [De verkrijger of de afnemer is steeds voor de BTW geïdentificeerd in België en gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften.] ertoe gehouden de aan hem verstrekte handeling in te schrijven in zijn boek voor inkomende facturen, evenals in zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de belasting opeisbaar is geworden, en dit als volgt :
a) de maatstaf van heffing van de handeling wordt vermeld :
- enerzijds in rooster 81, 82 of 83, naargelang de aard van de ontvangen handeling;
- anderzijds in rooster 87;
55. Het bedrag van de aftrekbare belasting mag worden ingeschreven in rooster 59 van de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de voorwaarden tot uitoefening van het recht op aftrek zijn vervuld. De voorwaarden tot uitoefening van het recht op aftrek zijn de volgende (z. art. 3, § 3, van het KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde) :
a) de verkrijger of de afnemer dient in het bezit te zijn van een factuur uitgereikt door de leverancier van de goederen of de dienstverrichter. Deze factuur dient ten minste de naam, het adres en het BTW-identificatienummer van de bij de handeling betrokken partijen, de aard en hoeveelheid van de geleverde goederen of diensten, de prijs en het toebehoren ervan te vermelden. Zo nodig moet ze door de verkrijger of de afnemer worden aangevuld met de andere vermeldingen bedoeld in artikel 5, § 1, van het KB nr. 1 van 29 december 1992;
b) de verkrijger of de afnemer moet de belasting hebben voldaan op de in nr. 54, hiervoor, bedoelde wijze.
3.3.2. Opmaak van een bijzonder stuk
56. In principe voldoet de verkrijger of de afnemer de belasting waarvan hij schuldenaar is wegens de aan hem verstrekte handeling op zicht van de factuur die hij heeft ontvangen van de leverancier of de dienstverrichter.
57. Wanneer hij echter niet in het bezit is van die factuur bij het verstrijken van de maand of het kwartaal [Naargelang het gaat om een belastingplichtige gehouden tot het indienen van maand- of kwartaalaangiften.] waarin de belasting opeisbaar is geworden voor de aan hem verstrekte handeling, dient hij een bijzonder stuk op te maken dat de handeling vaststelt. Dit stuk vormt het verantwoordingsstuk op grond waarvan de verkrijger of de afnemer de handeling inschrijft in zijn boek voor inkomende facturen en de verschuldigde belasting voldoet (toepassing van artikel 15, § 2, KB nr. 1).
58. Het stuk opgemaakt bij ontstentenis van de factuur bevat de volgende vermeldingen :
a) de naam of de maatschappelijke benaming en het adres van de bij de handeling betrokken partijen;
b) het BTW-identificatienummer van de verkrijger of de afnemer;
c) desgevallend, de coördinaten (identiteit, adres, aanduiding van de hoedanigheid) van de aansprakelijke vertegenwoordiger in België van de verkrijger of de afnemer;
d) desgevallend, het BTW-identificatienummer in België van de leverancier of de dienstverrichter (of van de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt);
e) desgevallend, de coördinaten (identiteit, adres, aanduiding van de hoedanigheid) van de aansprakelijke vertegenwoordiger in België van de leverancier of de dienstverrichter (of van de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt);
f) de datum waarop de handeling is voltooid of de datum waarop de belasting opeisbaar wordt wanneer deze de dag van voltooiing van de handeling voorafgaat (situaties beoogd in de artikelen 17, § 1, 2 e of 3 e lid, en artikel 22, § 2, 2 e of 3 e lid, BTW-Wetboek);
g) de gegevens nodig om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen of de verstrekte diensten en hun hoeveelheid, alsook het voorwerp van de diensten;
h) de aanduiding, per tarief, van de maatstaf van heffing en het bedrag van de verschuldigde belasting;
i) het nummer waaronder het stuk is ingeschreven in het boek voor inkomende facturen van de verkrijger of de afnemer.
De vermeldingen bedoeld in het voorgaande lid mogen worden vervangen door een verwijzing naar de schriftelijke overeenkomst, voor zover die de nodige gegevens bevat.
59. Bij de ontvangst van de factuur, brengt de verkrijger of de afnemer hierop een verwijzing aan naar het bijzonder stuk dat hij voordien heeft opgemaakt, en op dit stuk, een verwijzing naar de factuur.
60. Er wordt echter aangestipt dat het in nr. 57 hiervoor bedoelde bijzonder stuk in geen enkel geval de van de buitenlandse leverancier of dienstverrichter te ontvangen factuur kan vervangen voor wat betreft de eventuele uitoefening van het recht op aftrek van de belasting in hoofde van de belastingplichtige verkrijger of afnemer.
4. Bijzonder geval : uitvoering van een werk in onroerende staat
4.1. Wettelijke bepalingen
61. Krachtens artikel 51, § 4, van het BTW-Wetboek kan de Koning afwijken van de bepaling vervat in § 1, 1°, van hetzelfde artikel [Art. 51, § 1, 1°, WBTW : De belasting is verschuldigd door de belastingplichtige die een belastbare levering van goederen of dienst verricht die in België plaatsvindt.] om de medecontractant van de leverancier van goederen of van de dienstverrichter te verplichten de belasting te voldoen in de mate dat Hij zulks noodzakelijk acht om die voldoening te vrijwaren.
62. Artikel 20, § 1, van het KB nr. 1, genomen in uitvoering van de bovengenoemde bepaling, stelt dat de medecontractant van de in België gevestigde belastingplichtige die de in § 2 van hetzelfde artikel aangeduide handelingen verricht, de over deze handeling verschuldigde belasting moet voldoen, wanneer hij zelf een in België gevestigde belastingplichtige is en gehouden tot het indienen van een in artikel 53, 1e lid, 3°, van het BTW-Wetboek bedoelde aangifte of een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het BTW-Wetboek.
4.2. Toestand bedoeld in artikel 20, § 1, van het KB nr. 1
63. Artikel 20, § 1, van het KB nr. 1 verlegt de heffing van de belasting naar de persoon die de handeling afneemt wanneer de volgende voorwaarden samen zijn vervuld :
1° De belastingplichtige die de handeling verrichtis in België gevestigd.
=> Artikel 20, § 1, van het KB nr. 1 is van toepassing wanneer de belastingplichtige die de handeling verricht :
- hetzij zijn woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel in België heeft gevestigd;
- hetzij in België een vaste inrichting heeft, zoals die wordt omschreven in nr. 9.
2° De persoon die de handeling afneemt heeft één van de volgende hoedanigheden :
- hij is een in België gevestigde persoon die gehouden is tot het indienen van de in artikel 53, 1e lid, 3°, van het BTW-Wetboek bedoelde aangifte (periodieke BTW-aangiften);
- hij is een niet in België gevestigde persoon die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het BTW-Wetboek.
- een belastingplichtige (gevestigd in België) die slechts leveringen van goederen of diensten verricht waarvoor hij geen recht op aftrek heeft, of die onderworpen is aan de vrijstellingsregeling voorzien in artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek of aan de forfaitaire regeling voorzien in artikel 57 van het BTW-Wetboek;
- een niet belastingplichtige rechtspersoon (al dan niet gevestigd in België);
- een particulier (al dan niet gevestigd in België);
- een niet in België gevestigde belastingplichtige die :
3° de handeling is bedoeld in artikel 20, § 2, van het K.B. nr. 1
- hetzij in België voor de BTW is geïdentificeerd onder een individueel nummer, zonder erkende aansprakelijke vertegenwoordiger (rechtstreekse identificatie);
- hetzij wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon onder een globaal BTW-identificatienummer;
- hetzij noch geïdentificeerd is, noch vertegenwoordigd wordt voor de BTW in België.
=> Artikel 20, § 1, van het KB nr. 1 is van toepassing wanneer de handeling betrekking heeft op :
- een werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, van het BTW-Wetboek ;
- een door artikel 20, § 2, 2e lid, van het K.B. nr. 1 met een werk in onroerende staat gelijkgestelde handeling (inz. : de handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, van een elektrische of een sanitaire installatie, enz.);
- de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van een werk in onroerende staat of van een daarmee gelijkgestelde handeling.
4.3. Verplichtingen van beide partijen in geval van toepassing van artikel 20, § 1, van het KB nr. 1
64. In dit geval is de dienstverrichter of de leverancier in België gevestigd. Hij is er derhalve toe gehouden alle verplichtingen die aan belastingplichtigen worden opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek na te leven. Zo moet hij met name :
- een factuur uitreiken die de verrichte handeling vaststelt met de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - KB nr. 1, art. 20" in de plaats van het tarief en van het bedrag van de verschuldigde belasting;
- de handeling inschrijven in zijn boek voor uitgaande facturen;
- de handeling opnemen in rooster 45 van zijn periodieke BTW-aangifte.
4.4. Voorbeeld
66. A is een belastingplichtige wiens maatschappelijke zetel in Frankrijk is gevestigd.
A verricht voor B een werk in onroerende staat aan een gebouw gelegen in België. Overeenkomstig artikel 21, § 3, 1°, van het BTW-Wetboek vindt de dienst plaats in België.
1ste veronderstelling : A beschikt over een vaste inrichting in België (A'); B is niet in België gevestigd maar heeft er een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.
Schuldenaar van de belasting : B (toepassing van artikel 20, § 1, K.B. nr. 1)
Inschrijving van de handeling in de aangifte van A' : maatstaf van heffing : rooster 45
Inschrijving van de handeling in de aangifte van B :
maatstaf van heffing : rooster 81, 82 of 83 en 87
verschuldigde BTW : rooster 56
aftrekbare BTW : rooster 59
De factuur moet inzonderheid bevatten :
- de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - KB nr. 1, art. 20";
- de coördinaten van de aansprakelijke vertegenwoordiger van B.
Schuldenaar van de belasting : B (toepassing van artikel 51, § 2, 5°, BTW-Wetboek).
Inschrijving van de handeling in de aangifte van A : maatstaf van heffing : rooster 45.
Inschrijving van de handeling in de aangifte van B :
maatstaf van heffing : rooster 81, 82 of 83 en 87
verschuldigde BTW : rooster 56
aftrekbare BTW : rooster 59
De factuur moet inzonderheid bevatten :
- de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, art. 51, § 2";
- de coördinaten van de aansprakelijke vertegenwoordiger van A;
- de coördinaten van de aansprakelijke vertegenwoordiger van B.
Schuldenaar van de belasting : A (toepassing van artikel 51, § 1, 1°, BTW-Wetboek).
Inschrijving van de handeling in de aangifte van A :
maatstaf van heffing : rooster 01, 02 of 03
verschuldigde BTW : rooster 54
Inschrijving van de handeling in de aangifte van B :
maatstaf van heffing : rooster 81, 82 of 83
aftrekbare BTW : rooster 59
De factuur moet inzonderheid bevatten :
- de aanduiding van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting;
- de coördinaten van de aansprakelijke vertegenwoordiger van A.
Opmerking.
67. Voor wat betreft de handelingen bedoeld in artikel 20bis van het KB nr.1 - bepaling die eveneens werd gerealiseerd ter uitvoering van artikel 51, § 4, van het BTW-Wetboek - gelden "mutatis mutandis" dezelfde regels als deze uiteengezet in de nrs. 62 tot 66 hiervoor.
HOOFDSTUK IV : IDENTIFICATIE VOOR DE BTW IN BELGIË VAN EEN NIET HIER TE LANDE GEVESTIGDE BELASTINGPLICHTIGE
1. Wettelijke bepalingen
68. Overeenkomstig artikel 50, § 1, 1° lid, 3°, van het BTW-Wetboek kent de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, een BTW-identificatienummer toe, dat de letters BE bevat, aan elke niet in België gevestigde belastingplichtige die handelingen verricht bedoeld in het Wetboek waarvoor recht op aftrek is ontstaan en waarvoor hij krachtens de artikelen 51 en 52 van het BTW-Wetboek schuldenaar is van de belasting in België .
69. Anderzijds bepaalt artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek dat een BTW-identificatienummer eveneens kan worden toegekend aan andere belastingplichtigen.
2. Verplichting tot identificatie voor de BTW
2.1. Situaties waarin de identificatie voor de BTW verplicht is
70. Artikel 50, § 1, 1ste lid, 3°, van het BTW-Wetboek voorziet in de identificatie voor de BTW in België van iedere belastingplichtige die niet hier te lande is gevestigd wanneer drie voorwaarden formeel zijn vervuld :
1. de niet in België gevestigde belastingplichtige verricht hier te lande handelingen bedoeld in het BTW-Wetboek : leveringen van goederen, dienstverrichtingen, intracommunautaire verwervingen van goederen of invoeren van goederen.
=> De identificatie voor de BTW in België van een belastingplichtige die hier te lande geen enkele handeling verricht is uitgesloten, hoewel die identificatie voor deze belastingplichtige soms van financieel belang kan zijn (bv. genieten van de mogelijkheid om sommige handelingen in België te laten plaatsvinden [Bv. inzake intracommunautair goederenvervoer (zie art. 51, § 2, 1°, b van het WBTW)] of het uitoefenen van het recht op aftrek van de Belgische belasting die hem door zijn medecontractanten in rekening werd gebracht middels de indiening van een periodieke BTW-aangifte);
2. de handelingen die hier te lande worden verricht door de niet in België gevestigde belastingplichtige verlenen hem een recht op aftrek van de voorbelasting (criterium identiek aan datgene dat geldt voor de in België gevestigde belastingplichtigen);
3. de niet in België gevestigde belastingplichtige is schuldenaar, ten overstaan van de Belgische Staat, van de BTW verschuldigd wegens de door hem hier te lande verrichte handelingen en dit krachtens de artikelen 51 en 52 van het BTW-Wetboek.
=> De identificatie voor de BTW is in principe niet mogelijk wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige uitsluitend handelingen verricht waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5° van het BTW-Wetboek (z. echter nr. 97).
71. Anderzijds wordt op grond van artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek een BTW-identificatienummer toegekend aan iedere niet in België gevestigde belastingplichtige die een handeling verricht die bestaat uit de plaatsing van goederen onder het stelsel van het BTW-entrepot en die niet aan de belasting is onderworpen. De hier bedoelde handeling bestaat in een interne overbrenging binnen België van goederen naar een BTW-entrepot, buiten het kader van elke handelstransactie om. Het betreft hier niet een in België belastbare handeling. Voor de belastingplichtige die deze handeling verricht, bestaat er nochtans altijd de verplichting tot BTW-identificatie in België.
72. Op basis van de nrs. 70 en 71 hiervoor, is de identificatie voor de BTW in België verplicht, behoudens afwijking, voor iedere niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een handeling verricht bestaande uit :
- een levering van goederen waarvoor hij een recht op aftrek heeft, andere dan een levering waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig artikel 51, § 2, 2° en 5°, van het BTW-Wetboek;
- een dienstverrichting waarvoor hij een recht op aftrek heeft, andere dan een dienstverrichting waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig artikel 51, § 2, 1° en 5°, van het BTW-Wetboek;
- een invoer van goederen;
- een intracommunautaire verwerving van goederen onderworpen aan de belasting;
- een handeling waarvoor hij schuldenaar van de belasting is krachtens artikel 51, § 2, 3° en 4°, van het BTW-Wetboek (bv. een uitslag van goederen uit het stelsel van BTW-entrepot);
- een handeling bestaande in de plaatsing van goederen onder het stelsel BTW-entrepot, die niet aan de belasting is onderworpen.
| De drie voorwaarden beoogd in nr. 70 zijn vervuld Verplichte identificatie Voorziene afwijkingen zijn : a) mogelijkheid tot ontslag van de verplichting tot identificatie b) mogelijkheid tot ontheffing van de verplichting tot identificatie | De drie voorwaarden beoogd in nr. 70 zijn niet vervuld Identificatie uitgesloten Voorziene afwijkingen zijn : de mogelijkheid tot identificatie voor de BTW | De belastingplichtige plaatst de goederen in een BTW-entrepot (interne overbrenging) Verplichte identificatie |
74. Elke identificatie voor BTW-doeleinden in België heeft tot gevolg :
- enerzijds, voor de geïdentificeerde belastingplichtige, de naleving tegenover de Belgische administratie van alle declaratieve verplichtingen opgelegd door het BTW-Wetboek aan belastingplichtigen : de indiening van periodieke BTW-aangiften (z. art. 53, 1e lid, 3°, van het WBTW), de jaarlijkse opgave van afnemers belastingplichtigen (z. art. 53quinquies van het WBTW), de opgaven van de intracommunautaire handelingen (zie art. 53sexies van het WBTW);
- geïdentificeerde belastingplichtige van een rekening-courant als bedoeld in artikel 5, § 1, van het KB nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
76. De omstandigheden waarin de administratie de niet in België gevestigde belastingplichtige ontslaat van de verplichting om zich voor BTW-doeleinden te laten identificeren in België hebben respectievelijk betrekking op :
- de aard van de hier te lande verrichte handelingen;
- het bestaan van een stelsel dat gunstiger is voor de niet in België gevestigde belastingplichtige;
- het toevallig karakter van de hier te lande verrichte handelingen.
78. De aandacht wordt echter gevestigd op het feit dat geen enkel ontslag van BTW-identificatie mogelijk is voor de volgende handelingen : intracommunautaire handelingen (levering vrijgesteld krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek, of intracommunautaire verwerving onderworpen aan de belasting overeenkomstig artikel 25ter van het BTW-Wetboek), de leveringen van goederen in het kader van het stelsel van de verkopen op afstand (toepassing van artikel 15, § 4, eerste lid, van het BTW-Wetboek), de handelingen van plaatsing onder of de uitslag van goederen uit het stelsel van BTW-entrepot en de invoeren van goederen gevolgd door de levering van dezelfde goederen, zelfs indien ze eenmalig of toevallig is.
Ontslag van BTW-identificatie ingevolge de aard van de in België verrichte handelingen
79. De niet in België gevestigde belastingplichtige wordt ontslagen van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België wanneer hij hier te lande invoeren van goederen verricht andere dan :
- hetzij, invoeren van goederen die onder de regeling BTW-entrepot worden geplaatst (identificatie steeds verplicht)
- hetzij, invoeren van goederen gevolgd door de levering van diezelfde goederen (identificatie steeds verplicht)
- hetzij, invoeren van goederen gevolgd door een levering van deze goederen, na omvorming ervan (identificatie verplicht indien deze in België verrichte handelingen geen toevallig karakter vertonen zoals bepaald in de nrs. 86 tot 89; ontslag van identificatie in het tegenovergestelde geval).
- aankopen van onder de regeling BTW-entrepot geplaatste goederen met behoud van deze regeling, gevolgd door de verkoop ervan met behoud van diezelfde regeling;
- afname van diensten met betrekking tot goederen die voordien onder de regeling BTW-entrepot werden geplaatst.
Niettemin kunnen de Centrale diensten van de administratie, geval per geval, afwijken van het in het voorgaande lid uiteengezette principe. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, die de in het voorgaande lid bedoelde handelingen verricht, kan, op zijn uitdrukkelijk verzoek, in België een BTW-identificatienummer bekomen, voor zover de toepassing van de aanschrijving nr. 4 van 24 februari 1988 inzake de teruggaaf van de aftrekbare voorbelasting, voor deze belastingplichtige, een onoverkomelijk obstakel vormt voor de uitoefening van zijn activiteiten in België.
82. De niet in België maar in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige wordt ontslagen van de verplichting om zich voor de BTW in België te identificeren wanneer hij leveringen van goederen of diensten verricht die van de BTW zijn vrijgesteld krachtens de artikelen 39, 40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek en waarvoor hij recht op aftrek van de voorbelasting heeft, EN het bedrag van de Belgische voorbelasting met betrekking tot de voormelde handelingen, waarvoor hij een recht op aftrek kan doen gelden minder bedraagt dan 2.500 EUR per kalenderjaar [Wanneer het bedrag van de Belgische voorbelasting, waarvoor de belastingplichtige een recht op aftrek kan doen gelden, 2.500 EUR per kalanderjaar bereikt, geniet de belastingplichtige een ontheffing van de verplichting tot identificatie (z. nr. 94)].
Ontslag van BTW-identificatie ingevolge het bestaan van een voor de belastingplichtige gunstigere regeling
83. De niet hier te lande gevestigde belastingplichtige wordt ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren wanneer de administratie, voor de handelingen die hij hier te lande verricht, een voor de belastingplichtige gunstigere regeling heeft ingevoerd ten aanzien van de opgelegde verplichtingen.
84. Een gunstigere regeling kan inzonderheid voortvloeien uit de indiening van BTW-aangiften waarin de in België verrichte handelingen worden samengevat, en die een compensatie toelaten tussen verschuldigde en aftrekbare BTW, en die minder talrijk zijn dan de aangiften bedoeld in artikel 53, 1 e lid, 3°, van het BTW -Wetboek.
85. Krachtens het in nr. 84 hiervoor uiteengezette principe, wordt ontslagen van de verplichting om voor de BTW te worden geïdentificeerd :
a) de niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande diensten verricht die het bezoldigd personenvervoer over de weg tot voorwerp hebben, onderworpen aan de regeling van de "spontane BTW-aangiften";
b) de niet in België gevestigde belastingplichtige die schouwspelen organiseert in België [De hier bedoelde toestand is deze waarin een belastingplichtige tegen betaling van een vergoeding het recht op toegang verleent aan de toeschouwers] of die deelneemt aan handelsbeurzen (N.B. : voor de verkoop van accijnsproducten in het kader van een handelsbeurs, z. evenwel nr. 93 hierna). De belastingplichtige moet contact opnemen met het CKBB om de praktische modaliteiten van de indiening van de samenvattende aangiften en van de voldoening van de belasting te kennen;
c) de niet in België gevestigde uitvoerende artiest of theateragentschap dat tussenkomt als ondernemer van schouwspelen of op grond van de artikelen 13, § 2, en 20 van het BTW-Wetboek, geacht wordt op te treden in die hoedanigheid, wanneer zij een dienst verstrekken die in België plaatsvindt op grond van artikel 21, § 3, 4°, a, van het BTW-Wetboek, die niet van de BTW is vrijgesteld krachtens artikel 44 van dit Wetboek, voor een Belgische medecontractant die gehouden is tot indiening van een bijzondere BTW-aangifte. Deze laatste voldoet de wegens de aan hem verstrekte dienst verschuldigde belasting volgens de in artikel 5, § 1, 2°, van het KB nr. 31 van 2 april 2002 bedoelde procedure.
Ontslag van BTW-identificatie ingevolge het toevallige karakter van de in België verrichte handelingen
86. Het onderzoek van dit laatste criterium van ontslag van BTW-identificatie volgens de in de nrs. 88 en 89 hierna bepaalde regels, is opportuun in de hierna vermelde gevallen.
- Wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige hier te lande uitsluitend handelingen verricht andere dan deze waarvoor er steeds een verplichting tot BTW-identificatie (z. nr. 78), een ontslag van identificatie ingevolge de aard van de handelingen of het bestaan van een voor de belastingplichtige gunstigere regeling (z. nrs. 79 tot 85), een ontheffing van BTW-identificatie (z. nrs. 92 tot 94), een onmogelijkheid tot BTW-identificatie (z. nr. 96) of nog een mogelijkheid tot BTW-identificatie (z. nr. 97) bestaat, dient altijd het toevallige karakter van de in België verrichte handelingen te worden onderzocht, volgens de in de nrs. 88 en 89 hierna bepaalde regels.
- In geval van een dubbele activiteit, wanneer de belastingplichtige zowel handelingen verricht waarvoor verplichte identificatie, ontslag, ontheffing, onmogelijkheid of mogelijkheid tot identificatie geldt als andere handelingen stelt :
a) als, om reden van de eerst vermelde activiteit, de belastingplichtige verplicht is om een BTW-identificatienummer aan te vragen (bv. in geval van een intracommunautaire handeling - z. nr. 78) of uitdrukkelijk om een dergelijk nummer verzoekt (bv. als hij geen gebruik maakt van de ontheffing - z. nr. 95, of als hij gebruik maakt van de in nr. 97 voorziene mogelijkheid), moet, in dat geval, het toevallige karakter niet worden onderzocht voor de handelingen van zijn tweede activiteit;
b) als, daarentegen, om reden van de eerst vermelde activiteit, de belastingplichtige geen BTW-identificatienummer dient te hebben, omdat hij naargelang het geval wordt ontslagen, ontheven (en hij van die ontheffing gebruik maakt), of in de onmogelijkheid verkeert om zich voor de BTW te identificeren of nog hij geen gebruik maakt van de in nr. 97 voorziene mogelijkheid tot identificatie, moet, in dat geval, het toevallige karakter worden onderzocht voor de handelingen van zijn tweede activiteit. Dit onderzoek moet gebeuren volgens de in de nrs. 88 en 89 hierna bepaalde regels en alleen rekening houdend met de aan deze tweede activiteit eigen elementen
- Het spreekt tot slot vanzelf dat het onderzoek naar het toevallige karakter, volgens de in de nrs 88 en 89 hierna bepaalde regels, niet opportuun is wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige hier te lande uitsluitend handelingen verricht waarvoor er steeds verplichte identificatie, of ontslag, ontheffing, onmogelijkheid of nog mogelijkheid tot identificatie geldt.
88. A. In regel, vertonen de door een niet in België gevestigde belastingplichtige verrichte handelingen een toevallig karakter voor zover enerzijds deze handelingen aan minstens één van de volgende drie criteria beantwoorden :
1. de handeling waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting, is eenmalig;
2. de handelingen waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting, worden verricht met onregelmatige tussenpozen;
3. de handelingen waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting, worden verricht in een tijdspanne van minder dan vier maanden per kalenderjaar;
Opmerking : de onder 1., 2. en 3. hiervoor vermelde criteria zijn gebaseerd op het principe volgens hetwelk, indien de niet in België gevestigde belastingplichtige hier te lande voor BTW-doeleinden was geïdentificeerd, hij gemiddeld per kalenderjaar, naargelang het geval, maximum 4 maandaangiften of 2 kwartaalaangiften zou indienen, waarin handelingen voorkomen waarvoor hij schuldenaar is van de Belgische BTW;
en, anderzijds deze handelingen terzelfdertijd aanleiding geven tot een verschuldigde BTW [Om het bedrag van de verschuldigde BTW te bepalen, wordt er geen rekening gehouden met het bedrag van belasting waarvoor de betrokken belastingplichtige een vrijstelling kan toepassen.] die per kalenderjaar minder bedraagt dan 5.000 EUR en een aftrekbare BTW [Om het bedrag van de aftrekbare BTW te bepalen, dient rekening gehouden te worden met de Belgische BTW waarvoor de belastingplichtige een recht op aftrek kan doen gelden (z. ook nr. 89).] die per kalenderjaar minder bedraagt dan 5.000 EUR, wanneer de belastingplichtige niet gevestigd is in de Europese Gemeenschap. Wanneer de belastingplichtige gevestigd is in een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap dan België bedragen deze twee drempels (verschuldigde BTW en aftrekbare BTW) respectievelijk 10.000 EUR.
B. Wanneer de door de belastingplichtige in België verrichte handelingen aan minstens één van de drie hiervoor onder A. 1., 2. en 3. vermelde criteria beantwoorden, maar de verschuldigde en/of aftrekbare BTW is groter of gelijk aan de voormelde drempel (ter herinnering 5.000 EUR voor een niet in de Europese Gemeenschap gevestigde belastingplichtige en 10.000 EUR voor een belastingplichtige die buiten België maar binnen de Europese Gemeenschap is gevestigd), is de belastingplichtige ertoe gehouden zijn geval aan het CKBB voor te leggen, dat rekening houdend met de omstandigheden eigen aan dat geval, het al dan niet toevallige karakter van de handelingen die hij verricht zal beoordelen.
C. De administratie beschouwt eveneens de handelingen verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige als toevallig indien ze beantwoorden aan het volgende criterium : de handelingen waarvoor de belastingplichtige schuldenaar is van de belasting, worden verricht met regelmatige tussenpozen maar geven terzelfdertijd aanleiding tot een verschuldigde BTW [Om het bedrag van de verschuldigde BTW te bepalen, wordt er geen rekening gehouden met het bedrag van belasting waarvoor de betrokken belastingplichtige een vrijstelling kan toepassen.] die minder bedraagt dan 1.250 EUR per kalenderjaar en een aftrekbare BTW [Om het bedrag van de aftrekbare BTW te bepalen, dient rekening gehouden te worden met de Belgische BTW waarvoor de belastingplichtige een recht op aftrek kan doen gelden (z. ook nr. 89).] die minder bedraagt dan 1.250 EUR per kalenderjaar.
89. Om het toevallige karakter van de hier te lande verrichte handelingen te beoordelen, wordt geen rekening gehouden met :
a) de handelingen waarvoor de niet in België gevestigde belastingplichtige niet de schuldenaar is van de belasting [Behalve voor de bepaling van het totaalbedrag aan aftrekbare BTW, maar rekening houdend met de in nr. 89, c, bedoelde beperking.];
b) de handelingen waarvoor de belastingplichtige wordt ontslagen - gelet op de aard van deze handelingen of gelet op het bestaan van een voor hem gunstigere regeling -, ontheven of in de onmogelijkheid of de mogelijkheid verkeert om zich voor de BTW te identificeren;
c) de aftrekbare voorbelasting die een rechtstreeks verband vertoont met de onder b) hiervoor vermelde handelingen, tenzij ingeval deze laatste handelingen nauw verbonden zijn met de handelingen waarvoor het toevallige karakter moet worden beoordeeld.
2.3. Toestanden waarin de niet in België gevestigde belastingplichtige wordt ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren
90. In bepaalde bijzondere gevallen, ontheft de administratie de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige van de verplichting tot BTW-identificatie in België voor zover die belastingplichtige in principe :
- tot deze verplichting gehouden is krachtens de in nr. 72 uiteengezette regels;
- en niet aan de voorwaarden voldoet die hem toelaten te worden ontslagen van deze verplichting (bv. de verrichte handelingen vertonen geen toevallig karakter).
92. De niet in België gevestigde belastingplichtige wordt ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren wanneer hij in België een consignatiezending, een verzending van goederen naar een commissionair-verkoper of een overbrenging van een voorraad verricht, voor zover de in nr. 42 van de administratieve aanschrijving nr. 16 van 4 juli 1994 opgesomde voorwaarden worden vervuld.. De in het 2° van genoemd nr. 42 bedoelde voorwaarde moet in die zin begrepen worden dat de belastingplichtige die de consignatiezending, de verzending van goederen naar een commissionair-verkoper of de overbrenging van een voorraad verricht, niet is gevestigd in België (geen enkele vaste inrichting), noch voor de BTW is geïdentificeerd in België.
93. De niet in België gevestigde belastingplichtige wordt ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren wanneer hij in België verkopen van accijnsproducten verricht aan particulieren (verkoop op afstand of in het kader van een handelsbeurs) en hij de vereenvoudigingsstelsels als bedoeld in de nrs. 47 tot 52 of 53 tot 56 van de administratieve aanschrijving nr. 8 van 8 oktober 1998 toepast.
94. De niet in België, doch wel in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, wordt ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren :
a) wanneer hij op geregelde wijze leveringen van goederen of diensten verricht die krachtens de artikelen 39, 40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek van de BTW zijn vrijgesteld en waarvoor hij recht op aftrek van de voorbelasting heeft,
b) EN het bedrag van de Belgische voorbelasting waarvoor hij een recht op aftrek kan doen gelden, met betrekking tot deze handelingen, bereikt of overschrijdt op geregelde wijze de drempel van 2.500 EUR per kalenderjaar.
95. De belastingplichtige die zich in één van de hiervoor bedoelde situaties bevindt die hem ontheffen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren, kan op zijn uitdrukkelijk verzoek een BTW-identificatienummer verkrijgen.
2.4. Toestanden waarin de identificatie voor BTW-doeleinden in België wordt toegestaan
96. In regel kan de niet in België gevestigde belastingplichtige, die hier te lande slechts handelingen verricht waarvoor hij niet de schuldenaar van de belasting is (toepassing van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5° van het BTW-Wetboek), in België niet voor de BTW worden geïdentificeerd krachtens artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek (z. nr. 70).
97. Nochtans kan, op grond van artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek, een BTW-identificatienummer dat de letters BE bevat worden toegekend, op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige :
a) aan de niet in België gevestigde belastingplichtige ( al dan niet gevestigd in de Gemeenschap) die in België op geregelde wijze handelingen als bedoeld in artikel 20, § 2, van het KB nr. 1 van 29 december 1992 (werken in onroerende staat en daarmee gelijkgestelde handelingen) verricht, waarvoor de in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek bedoelde veralgemeende verlegging van heffing toepasselijk is. Deze maatregel heeft tot gevolg dat de niet in België gevestigde belastingplichtige een permanent registratienummer als aannemer kan bekomen overeenkomstig de artikelen 400 tot 408 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 92). Wanneer een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, in de hiervoor uiteengezette omstandigheden, verzoekt om zijn identificatie voor BTW-doeleinden op grond van artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek, is hij ertoe gehouden in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen;
b) aan de niet in België, maar in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, die in België op geregelde wijze handelingen verricht, andere dan deze bedoeld in artikel 20, § 2 van het KB nr. 1, waarvoor de in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek bedoelde verlegging van heffing toepasselijk is, wanneer het bedrag van de Belgische voorbelasting waarvan hij de aftrek kan bekomen, met betrekking tot deze handelingen, regelmatig de drempel van 10.000 EUR per jaar bereikt of overschrijdt.
3. Samenvattende tabel
98. De hiernavolgende tabel vat de verschillende, mogelijke situaties samen waarin een niet in België gevestigde belastingplichtige zich kan bevinden ten aanzien van de Belgische BTW en dat in functie van de verrichte handelingen (verplichte identificatie, ontslag, ontheffing, onmogelijkheid of mogelijkheid tot identificatie).
99. Behoudens andersluidende vermelding :
a) zijn de voorgestelde situaties van toepassing zowel op de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige als op een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige;
b) zijn alle vermelde handelingen, handelingen waarvoor de niet in België gevestigde belastingplichtige schuldenaar is van een Belgische BTW.
100. Tabel :
| Gerealiseerde handelingen | BTW-identificatie | |
| Invoeren | ||
| 1. | Invoer van goederen geplaatst in BTW-entrepot | Verplichte identificatie (z. nr. 72) en geen afwijking mogelijk (z. nr. 78) |
| 2. | Invoer van goederen gevolgd door de levering van dezelfde goederen | Verplichte identificatie (z. nr. 72) en geen afwijking mogelijk (z. nr. 78) |
| 3. | Invoer van goederen gevolgd door de levering van deze goederen na hun omvorming : - occasionele handeling : - niet-occasionele handelingen. | Ontslag (z. nr. 88) Verplichting (z. nr. 79) |
| 4. | Invoer, andere dan 1, 2 en 3 | Ontslag (zie nr. 79) |
| Intracommunautaire verwerving (ICV) | ||
| 5. | ICV niet onderworpen aan de belasting | Identificatie uitgesloten (z. nr. 72) |
| 6. | ICV onderworpen aan de belasting, verricht in het kader van de regeling bedoeld in de nrs. 42 en volgende van de aanschrijving nr. 16/1994 | Ontheffing (z. nr. 92) |
| 7. | ICV van goederen geplaatst in BTW-entrepot | Verplichte identificatie (z. nr. 72) en geen afwijking mogelijk (z. nr. 78) |
| 8. | ICV onderworpen aan de belasting, andere dan 5 tot 7 | Verplichte identificatie (z. nr. 72) en geen afwijking mogelijk (z. nr. 78) |
| Levering van goederen (LG) | ||
| 9. | LG vrijgesteld door artikel 39bis van het BTW-Wetboek | Verplichte identificatie (z. nr. 72) en geen afwijking mogelijk (z. nr. 78) |
| 10. | LG bedoeld in artikel 15, § 4, van het BTW-Wetboek (verkoop op afstand) | Verplichte identificatie (z. nr. 72) en geen afwijking mogelijk (z. nr. 78) |
| 11. | LG vrijgesteld door de artikelen 39, 40, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek en waarvoor recht op aftrek bestaat | |
| => Leverancier niet gevestigd in de Gemeenschap | Ontslag (z. nr. 81, 1ste lid), behoudens toepassing van de afwijking (z. nr. 81, 2de lid) | |
| => Leverancier gevestigd in een andere Lidstaat | ||
| - Aftrekbare BTW 2.500 EUR/jaar | Ontslag (z. nr. 82) | |
| - Aftrekbare BTW >= 2.500 EUR/jaar | Ontheffing (z. nr. 94) | |
| 12. | LG met toepassing van artikel 51, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek | Identificatie uitgesloten (z. nr. 72) |
| 13. | LG met toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek | |
| => Leverancier niet gevestigd in de Gemeenschap | Identificatie uitgesloten (z. nr. 72) | |
| => Leverancier gevestigd in een andere Lidstaat | ||
| - Aftrekbare BTW 10.000 EUR/jaar | Identificatie uitgesloten (z. nr. 72) | |
| - Aftrekbare BTW >= 10.000 EUR/jaar | Mogelijkheid tot identificatie (z. nr. 97, b) | |
| 14. | LG verricht in het kader van de regelingen bedoeld in de nrs. 47 tot 52 of 53 tot 56 van de aanschrijving nr. 8/1998 | Ontheffing (z. nr. 93) |
| 15. | LG andere dan 9 tot 14 | |
| · occasionele handeling | Ontslag (z. nr. 88) | |
| · niet occasionele handeling | Verplichte identificatie (z. nr. 72) | |
| Diensten (DN) | ||
| 16. | DN vrijgesteld door de artikelen 39,40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek waarvoor recht op aftrek bestaat | |
| => Leverancier niet gevestigd in de Gemeenschap | Ontslag (zie nr. 81, 1ste lid) behoudens toepassing van de afwijking (z. nr. 81, 2de lid) | |
| => Leverancier gevestigd in een andere Lidstaat | ||
| - Aftrekbare BTW 2.500 EUR/jaar | Ontslag (z. nr. 82) | |
| - Aftrekbare BTW>=2.500 EUR/jaar | Ontheffing (z. nr. 94) | |
| 17. | DN met toepassing van artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek | Identificatie uitgesloten (z. nr. 72) |
| 18. | DN met toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek | |
| Handeling bedoeld in artikel 20, § 2, van het KB nr. 1 | ||
| · occasionele handeling | Identificatie uitgesloten (z. nr. 72) | |
| · niet occasionele handeling | Mogelijkheid tot identificatie (z. nr. 97, a) | |
| Handeling andere dan deze bedoeld in artikel 20, § 2 van het KB nr. 1 | ||
| => Leverancier niet gevestigd in de Gemeenschap | Identificatie uitgesloten (z. nr. 72) | |
| => Leverancier gevestigd in een andere Lidstaat | ||
| - Aftrekbare BTW 10.000 EUR/jaar | Identificatie uitgesloten (z. nr. 72) | |
| - Aftrekbare BTW >= 10.000 EUR/jaar | Mogelijkheid tot identificatie (z. nr. 97, b)) | |
| 19. | DN andere dan 16 tot 18 · occasionele handeling · niet occasionele handeling | Ontslag (zie nr. 88) Verplichte identificatie (z. nr. 72) |
| Handelingen in verband met de regeling BTW-entrepot | ||
| 20. | Aankoop van goederen vrijgesteld door artikel 39quater, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek | Verplichte identificatie (z. nr. 72) |
| 21. | Interne overbrenging van goederen naar een BTW-entrepot | Verplichte identificatie (z. nr. 72) |
| 22. | Onttrekking van goederen aan BTW-entrepot | Verplichte identificatie (z. nr. 72) |
| 23. | Aankoop van goederen of diensten vrijgesteld door artikel 39quater, § 1, 2° en 3°, van het BTW-Wetboek | Ontslag (z. nr. 80) |
101. Eerste geval
Een niet in België gevestigde belastingplichtige verricht hier te lande de volgende handelingen :
a) een intracommunautaire verwerving van goederen die in België aan de belasting is onderworpen;
b) leveringen van goederen vrijgesteld door artikel 42 van het BTW-Wetboek; het bedrag aan aftrekbare BTW met betrekking tot deze handelingen is gelijk aan 3.000 EUR per kalenderjaar.
Voor de onder a) bedoelde handeling, is de identificatie voor de BTW in België verplicht (z. nr. 72), zonder mogelijkheid tot afwijking hiervan (z. nr. 78).
Voor de onder b) bedoelde handelingen :
- als de belastingplichtige niet gevestigd is in de Gemeenschap, wordt hij ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren om reden van de aard van de handelingen (z. nr. 81, 1ste lid);
- als de belastingplichtige in de Gemeenschap is gevestigd, wordt hij ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren (z. nr. 94).
Meer algemeen heeft de verplichting tot identificatie voorrang op het ontslag, de ontheffing, de onmogelijkheid of de mogelijkheid van identificatie.
102. Tweede geval
Een niet in België, maar in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verricht hier te lande de volgende handelingen :
a) krachtens artikel 39, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek vrijgestelde uitvoeren van goederen; het bedrag aan aftrekbare BTW met betrekking tot deze handelingen beloopt 3.000 EUR per kalenderjaar;
b) leveringen van goederen aan particulieren in België; de verschuldigde BTW met betrekking tot die leveringen bedraagt 1.000 EUR per kalenderjaar en de aftrekbare BTW met betrekking tot die leveringen beloopt 750 EUR per kalenderjaar.
Voor de onder a) bedoelde handelingen, wordt de belastingplichtige ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren (z. nr. 94).
Voor de onder b) bedoelde handelingen, wordt de belastingplichtige ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren. Deze handelingen vertonen inderdaad een toevallig karakter gezien de door de belastingplichtige verschuldigde BTW met betrekking tot deze handelingen minder dan 1.250 EUR per kalenderjaar bedraagt en, tegelijk, de aftrekbare BTW eveneens minder dan 1.250 EUR per kalenderjaar bedraagt (z. nr. 88, c). Voor de bepaling van de aftrekbare BTW, moet inderdaad geen rekening worden gehouden met het bedrag van 3.000 EUR per kalenderjaar aan aftrekbare BTW met betrekking tot de onder a) bedoelde uitvoerhandelingen (z. nr. 89, c).
In dit geval, wordt de belastingplichtige ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren. Hij kan op zijn uitdrukkelijk verzoek een BTW-identificatienummer bekomen (z. nr. 95).
Meer algemeen hebben de ontheffing of de mogelijkheid tot identificatie voorrang op het ontslag van identificatie.
103. Derde geval
Een niet in België, maar in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verricht hier te lande de volgende handelingen :
a) een dienst van intellectuele aard, voor een Belgische belastingplichtige (dienst die krachtens artikel 21, § 3, 7°, d), van het BTW-Wetboek geacht wordt in België plaats te vinden);
b) krachtens artikel 39, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek vrijgestelde uitvoeren van goederen; het bedrag aan aftrekbare BTW met betrekking tot deze handelingen beloopt 3.000 EUR per kalenderjaar.
Voor de onder a) bedoelde handeling is de identificatie voor de BTW in België uitgesloten (z. nrs. 70, 3) en 72). Het betreft inderdaad een handeling waarvoor de buitenlandse belastingplichtige niet de schuldenaar is van de belasting (toepassing van artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek) en anderzijds, wordt dit geval van verlegging van heffing niet beoogd door de mogelijkheid tot identificatie (z. nr. 97).
Voor de onder b) bedoelde handelingen, wordt de belastingplichtige ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren (z. nr. 94).
In dit geval, wordt de belastingplichtige ontheven van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren. Hij kan op zijn uitdrukkelijk verzoek een BTW-identificatienummer bekomen (z. nr. 95).
Meer algemeen hebben de ontheffing of de mogelijkheid tot identificatie voorrang op de onmogelijkheid van identificatie.
104. Vierde geval
Een niet in België gevestigde belastingplichtige, die al dan niet gevestigd is in de Gemeenschap, verricht hier te lande de volgende handelingen :
a) geregelde invoeren van roerende goederen andere dan vervoermiddelen met het oog op de verhuur van die roerende goederen aan een Belgische belastingplichtige (dienst die krachtens artikel 21, § 3, 7°, h, van het BTW-Wetboek, geacht wordt in België plaats te vinden),
b) een éénmalige handeling van werk in onroerende staat voor een Belgische belastingplichtige die periodieke BTW-aangiften indient.
Voor de onder a) bedoelde invoerhandelingen wordt de belastingplichtige ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren, om reden van de aard van die handelingen (z. nr. 79).
Voor de onder a) bedoelde verhuur, is de identificatie voor de BTW in België uitgesloten (z. nrs. 70, 3) en 72). Het betreft inderdaad een handeling waarvoor de buitenlandse belastingplichtige niet de schuldenaar is van de belasting (toepassing van artikel 51, § 2, 1°, a, van het BTW-Wetboek) en anderzijds, wordt dit geval van verlegging van heffing niet beoogd door een mogelijkheid van identificatie (z. nr. 97).
Voor de onder b) bedoelde handeling : het betreft een handeling waarvoor de buitenlandse belastingplichtige niet de schuldenaar is van de belasting (toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek) en waarvoor de identificatie voor de BTW in België in principe is uitgesloten (z. nrs. 70, 3) en 72). Het gaat hier evenwel om een geval van verlegging van heffing die wordt beoogd door een mogelijkheid tot identificatie (z. nr. 97, a), maar deze mogelijkheid is in casu niet toepasselijk gelet op het feit dat de buitenlandse belastingplichtige niet op regelmatige basis werken in onroerende staat verricht. Het gaat hier immers om een éénmalige handeling.
In dit geval, verkeert de belastingplichtige in de onmogelijkheid om zich in België voor de BTW te identificeren.
105. Tot besluit, in geval van combinatie van handelingen :
- heeft de verplichting tot identificatie voorrang op het ontslag, de ontheffing, de onmogelijkheid of de mogelijkheid van identificatie;
- hebben de ontheffing van identificatie of de mogelijkheid van identificatie voorrang op het ontslag en op de onmogelijkheid van identificatie.
HOOFDSTUK V : TOEPASSELIJKE BTW-REGELING VAN EEN NIET IN DE EUROPESE GEMEENSCHAP GEVESTIGDE BELASTINGPLICHTIGE
1. Wettelijke bepalingen
106. Overeenkomstig artikel 55, § 1, van het BTW-Wetboek moet de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, alvorens in België enige andere handeling te verrichten dan een handeling waarvoor de belasting krachtens artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5° van dit Wetboek verschuldigd is door de medecontractant, door of vanwege de Minister van Financiën een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen. Onder de door hem te stellen voorwaarden kan door of vanwege de Minister van Financiën echter worden bepaald in welke omstandigheden de hiervoor bedoelde belastingplichtige wordt ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.
107. Overeenkomstig artikel 55, § 4, van het BTW-Wetboek wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats gesteld van zijn lastgever ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek.
De aansprakelijke vertegenwoordiger is met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten die laatstgenoemde verschuldigd is krachtens het BTW-Wetboek.
108. Tenslotte dient krachtens artikel 55, § 5, van het BTW-Wetboek onmiddellijk in de vervanging van de aansprakelijke vertegenwoordiger te worden voorzien bij diens overlijden, bij intrekking van zijn erkenning of bij feiten die zijn onbekwaamheid tot gevolg hebben.
109. De hiervoor vermelde bepalingen van artikel 55 van het BTW-Wetboek maken eveneens het voorwerp uit van de artikelen 1, 3 en 4 van het KB nr. 31 van 2 april 2002.
2. Verplichting tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
2.1. Algemene principes
110. Artikel 55, § 1, 1 e lid, van het BTW-Wetboek legt de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger op voor zover drie voorwaarden formeel zijn vervuld :
1) de belastingplichtige is niet gevestigd in de Europese Gemeenschap
=> De erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger wordt niet opgelegd aan de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige. Voor een uiteenzetting met betrekking tot de toestand van deze belastingplichtigen ten aanzien van de Belgische BTW, wordt verwezen naar Hoofdstuk VI.
2) de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verricht een handeling hier te lande
=> De erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger is onmogelijk wanneer de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige geen enkele handeling hier te lande verricht, ondanks het feit dat een dergelijke erkenning soms een financieel voordeel kan inhouden voor deze belastingplichtige (bv. mogelijkheid om bepaalde handelingen in België te laten plaatsvinden [Bv. op het vlak van het intracommunautair goederenvervoer (z. art. 51, § 2, 1°, b, WBTW)] of om het recht op aftrek van de door de Belgische medecontractanten aangerekende belasting uit te oefenen middels de indiening van periodieke BTW-aangiften).
3) de handeling die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verricht valt niet binnen het toepassingsgebied van artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5°, van het BTW-Wetboek.
=> De erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger is onmogelijk wanneer de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uitsluitend handelingen verricht waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5° van het BTW-Wetboek.
111. Op grond van nr. 110 hiervoor, is de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België verplicht, behoudens afwijking, voor iedere niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, die in België een handeling verricht, bestaande uit (z. art. 1, § 1, van het KB nr. 31) :
- een levering van goederen andere dan een levering waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig artikel 51, § 2, 2° en 5° van het BTW-Wetboek;
- een dienstverrichting andere dan deze waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig artikel 51, § 2, 1° en 5°, van het BTW-Wetboek;
- een invoer van goederen;
- een intracommunautaire verwerving van goederen onderworpen aan de belasting;
- een handeling waarvoor hij schuldenaar is van de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, 3° en 4°, van het BTW-Wetboek (bv. uitslag van goederen uit het stelsel van BTW-entrepot);
- een handeling van plaatsing van goederen onder het stelsel van BTW-entrepot die niet aan de belasting is onderworpen (interne overbrenging in België).
113. Bijgevolg kan de situatie van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige als volgt worden geschematiseerd :
| Verplichte identificatie Aansprakelijke Vertegenwoordiger verplicht | Ontslag van identificatie Ontslag van aansprakelijke vertegenwoordiger | Ontheffing van identificatie Ontheffing van aansprakelijke vertegenwoordiger | Identificatie op uitdrukkelijk verzoek Aansprakelijke vertegenwoordiger verplicht als het verzoek tot identificatie wordt gedaan |
114. De situaties waarin de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen zijn deze waarin hij is ontslagen van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België. Ze hebben respectievelijk betrekking op :
a) de aard van de hier te lande verrichte handelingen (z. nrs. 79 tot 82);
b) het bestaan van een gunstiger stelsel voor de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige ten aanzien van de opgelegde verplichtingen (z. nrs. 83 tot 85);
c) het toevallige karakter van de hier te lande verrichte handelingen (z. nrs. 86 tot 89).
Om een vlottere lectuur mogelijk te maken worden zij hierna hernomen.
115. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen in België wanneer :
a) hij invoeren van goederen verricht, andere dan :
- invoeren van goederen geplaatst in BTW-entrepot;
- invoeren van goederen gevolgd door de levering van diezelfde goederen;
- invoeren van goederen gevolgd door de levering van bewerkte goederen die een niet toevallig karakter hebben;
c) hij leveringen van goederen of diensten verricht die zijn vrijgesteld van BTW krachtens de artikelen 39, 40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek en waarvoor hij recht op aftrek van de voorbelasting heeft;
d) hij diensten verricht die het bezoldigd personenvervoer over de weg tot voorwerp hebben (toepassing van het stelsel van indiening van de "spontane BTW-aangifte");
e) hij deelneemt aan handelsbeurzen of schouwspelen organiseert in België [De hier bedoelde situatie is deze waarin de belastingplichtige tegen betaling een recht op toegang toekent aan de toeschouwers.] (contact opnemen met het CKBB voor de voldoening van de belasting) (NB : z. evenwel nr.93 voor de verkoop van accijnsproducten in het kader van een handelsbeurs);
f) hij een uitvoerend artiest is of een theateragentschap dat tussenkomt als organisator van schouwspelen of geacht wordt te handelen in die hoedanigheid op grond van de artikelen 13, § 2 en 20 van het BTW-Wetboek en een dienst verricht die in België plaatsvindt op grond van artikel 21, § 3, 4°, a, van het BTW-Wetboek die niet van de BTW is vrijgesteld krachtens artikel 44 van dit Wetboek, ten behoeve van een Belgische medecontractant die gehouden is tot de indiening van een bijzondere BTW-aangifte (voldoening van de belasting door de medecontractant krachtens artikel 5, § 1, 2°, van het KB nr. 31 van 2 april 2002);
g) hij een niet in de punten a) tot f) hiervoor beoogde handeling verricht die een toevallig karakter heeft zoals omschreven in nr. 88, andere dan een intracommunautaire handeling (een krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek vrijgestelde levering of een krachtens artikel 25ter van het BTW-Wetboek aan de belasting onderworpen intracommunautaire verwerving), een levering van goederen in het kader van het stelsel van verkopen op afstand (toepassing van artikel 15, § 4 van het BTW-Wetboek), een handeling die bestaat in het plaatsen van goederen onder of het uitslagen van goederen uit een BTW-entrepot en een invoer van goederen die wordt gevolgd door de levering van diezelfde goederen.
2.3. Situaties waarin de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontheven van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
116. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is ontheven van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen wanneer hij zich in een toestand bevindt waarin hij ontheven is van de verplichting tot BTW-identificatie in België (z. nrs. 92 en 93) en hij deze ontheffing daadwerkelijk toepast.
Rekening houdend met hetgeen voorafgaat, is de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige ontheven van de verplichting tot BTW-identificatie in België :
a) wanneer hij in België een zending van goederen in consignatie, een zending van goederen naar een commissionair-verkoper of een overbrenging van een voorraad verricht, met naleving van de onder nr. 42 van de administratieve aanschrijving nr. 16 van 4 juli 1994 opgesomde voorwaarden;
b) wanneer hij in België accijnsproducten verkoopt aan particulieren (verkopen op afstand of in het kader van een handelsbeurs) en hij de vereenvoudigingsstelsels bedoeld in de nrs. 47 tot 52 of 53 tot 56 van de administratieve aanschrijving nr. 8 van 8 oktober 1998 toepast.
2.4. Bijzondere situatie
117. Op grond van artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek kan aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, op diens uitdrukkelijk verzoek, een BTW-identificatienummer worden toegekend, wanneer hij in België op geregelde wijze handelingen verricht als bedoeld in artikel 20, § 2, van het KB nr. 1 (werken in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen), waarvoor de veralgemeende verlegging van de heffing als bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek van toepassing is.
118. Wanneer de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige van deze mogelijkheid gebruik maakt en een BTW-identificatienummer aanvraagt in België, is hij ertoe gehouden hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.
3. Procedure tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
119. De procedure van erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger is beschreven in de artikelen 1, § 2, en 3, van het KB nr. 31 van 2 april 2002.
3.1. Verzoek om erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
120. Om de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger te bekomen, dient de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige een verzoek te richten tot het CKBB [Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen - dienst controle Zaveltoren - 24e verdieping, J. Stevenstraat 7, BE 1000 BRUSSEL] waarin hij de volledige identiteit vermeldt van de aansprakelijke vertegenwoordiger die hij de administratie ter erkenning voorstelt.
121. Het verzoek om erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger moet worden gedaan op een formulier dat beschikbaar is bij het CKBB (formulier nr. 800). Het dient te worden aangevuld met :
- de aangifte van aanvang van werkzaamheid voorgeschreven door artikel 53, 1e lid, 1°, van het BTW-Wetboek (formulier nr. 604A);
- een attest van de hoedanigheid van belastingplichtige afgeleverd door de bevoegde overheid van het land waar de belastingplichtige is gevestigd;
- een afschrift van het inschrijvingsbewijs in het handelsregister van het land waar de belastingplichtige is gevestigd;
- een afschrift van de oprichtingsakte wanneer de belastingplichtige een rechtspersoon is;
- een afschrift van de bestelbons of van de contracten die de uitoefening van een toekomstige activiteit in België aantonen.
122. De aan de administratie ter erkenning voorgestelde vertegenwoordiger moet voldoen aan de vier volgende voorwaarden :
1° bekwaam zijn om contracten aan te gaan;
2° in België gevestigd zijn;
3° voldoende solvabel zijn om de door het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan aan belastingplichtigen opgelegde verplichtingen na te komen;
4° aanvaarden de belastingplichtige te vertegenwoordigen.
123. De vertegenwoordiger kan zowel een natuurlijke persoon zijn als een rechtspersoon. Hij kan de Belgische nationaliteit hebben of niet, voor zover hij maar in België is gevestigd. Het kan met name gaan om een fiscaal kantoor gevestigd in België, een dochteronderneming van de belastingplichtige die niet in de Gemeenschap is gevestigd, of een medecontractant van de belastingplichtige die niet in de Gemeenschap is gevestigd. Bovendien is er niets op tegen dat een persoon meerdere niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen vertegenwoordigt. Het spreekt vanzelf dat in zo'n geval de procedure van erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger met betrekking tot elke niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige individueel wordt behandeld.
124. De administratie beoordeelt de solvabiliteit van de aansprakelijke vertegenwoordiger rekening houdend met zijn verbintenissen. De omvang van de verbintenissen van de aansprakelijke vertegenwoordiger wordt behandeld in de nrs. 129 tot 134 hierna.
125. Indien de aansprakelijke vertegenwoordiger niet voldoende solvabel is, wordt een zekerheid gevraagd tot waarborg van de invordering van al wat ten laste van de vertegenwoordigde belastingplichtige opeisbaar zou kunnen worden uit hoofde van belasting, geldboeten, interesten en kosten. Het bedrag van de zekerheid wordt vastgesteld op ten hoogste één vierde van de belasting die door de niet in België gevestigde belastingplichtige verschuldigd is over een periode van twaalf kalendermaanden (er wordt geen enkel minimumbedrag vereist). Het bedrag van de zekerheid wordt periodiek herzien rekening houdend met de verbintenissen van de aansprakelijke vertegenwoordiger (in de praktijk zal de administratie een bijkomende zekerheid eisen van zodra het verschil tussen het bedrag van de gestelde zekerheid en het bedrag dat gelijk is aan het vierde van de belasting die door de belastingplichtige is verschuldigd over een periode van 12 kalendermaanden, 10 % bedraagt, met een minimum van 2.500 EUR).
126. De zekerheid kan bestaan uit :
- een hypotheek in eerste rang op in België gelegen onroerende goederen, die in voldoende mate zijn verzekerd indien het gaat om gebouwen;
- een borgtocht in speciën, gestort op een postrekening geopend op naam van de Deposito- en Consignatiekas;
- een borgtocht in effecten, neergelegd bij de Nationale Bank van België handelend voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas;
- een persoonlijke borgstelling van een verzekeringsonderneming, van een bank of van een private spaarkas die hun activiteiten in België uitoefenen.
- de verklaring waarin hij aanvaardt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige te vertegenwoordigen, opgemaakt op een formulier dat beschikbaar is bij het CKBB (formulier nr. 801);
- desgevallend, de verbintenis van persoonlijke borgstelling;
- indien het gaat om een rechtspersoon, een afschrift van de oprichtingsakte ervan.
128. Na te hebben nagegaan of de voor de erkenning vereiste voorwaarden zijn vervuld, stelt het CKBB de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige en de aansprakelijke vertegenwoordiger in kennis van de erkenning. Tegelijk deelt het CKBB hem, evenals zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, het BTW-identificatienummer mee dat hem werd toegekend.
3.4. Draagwijdte van de door de aansprakelijke vertegenwoordiger aangegane verbintenis
129. Krachtens artikel 55, § 4, van het BTW-Wetboek wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats gesteld van zijn lastgever ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek. Hij is met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten die laatstgenoemde verschuldigd is krachtens het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan.
130. De erkende vertegenwoordiger is in beginsel aansprakelijk voor alle handelingen die hier te lande worden verricht door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, en dit tot zolang zijn mandaat duurt.
131. In bepaalde situaties nochtans kan de aansprakelijkheid (of de verbintenis) van de vertegenwoordiger worden beperkt tot beloop van een in onderling akkoord met de administratie bepaald bedrag.
132. De beslissing om de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger te beperken wordt genomen door het hoofd van het CKBB, op verzoek van de aansprakelijke vertegenwoordiger. De aanvraag voor een beperkte verbintenis mag worden gedaan bij het verzoek om erkenning of na de erkenning. In dit laatste geval geldt de beperkte verbintenis enkel voor de toekomst (geen enkele terugwerkende kracht mogelijk).
133. In functie van de evolutie van de activiteiten van de belastingplichtige in België kan, op initiatief van het hoofd van het CKBB, de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger worden herzien.
134. Onder het aldus bepaalde bedrag, is de aansprakelijke vertegenwoordiger hoofdelijk gehouden met zijn lastgever tot voldoening van de belasting, de interesten en de geldboeten waarvan deze laatste schuldenaar is krachtens het BTW-Wetboek of de besluiten genomen ter uitvoering ervan.
Draagwijdte in de tijd van de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger
135. In elk geval moet onmiddellijk worden voorzien in de vervanging van de aansprakelijke vertegenwoordiger bij zijn overlijden, bij intrekking van zijn erkenning of bij een feit dat zijn onbekwaamheid tot gevolg heeft (z. art. 55, § 5, WBTW).
136. Behoudens bij overlijden van de aansprakelijke vertegenwoordiger of bij een gebeurtenis die zijn onbekwaamheid tot gevolg heeft, wordt er slechts een einde gesteld aan de verbintenis van de vertegenwoordiger in de volgende vijf gevallen :
a) de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige zet elke activiteit in België stop;
b) de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige zet zijn activiteit voort in België via een vaste inrichting die hier te lande wordt opgericht;
c) de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verricht in België nog enkel handelingen waarvoor hij niet gehouden is een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen om één van de volgende redenen :
- hij verricht uitsluitend handelingen waarvoor de belasting verschuldigd is door zijn medecontractant bij toepassing van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek;
- hij verricht uitsluitend handelingen waarvoor hij een ontslag of een ontheffing van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen geniet en hij maakt daadwerkelijk gebruik van deze ontheffing;
e) er wordt een nieuwe aansprakelijke vertegenwoordiger erkend door de administratie.
137. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die elke activiteit in België stopzet (situatie bedoeld onder a) van nr. 136) of die in België een vaste inrichting opricht (situatie bedoeld onder b) van nr. 136), moet daarvan aangifte doen bij het CKBB bij wege van de indiening respectievelijk van een aangifte van stopzetting van werkzaamheid (z. art. 3, KB nr. 10 van 29 december 1992) of van een aangifte van wijziging van activiteit (z. art. 2, 1 e lid, KB nr. 10 van 29 december 1992). In dit laatste geval behoudt de belastingplichtige zijn BTW-identificatienummer, maar hangt hij voortaan af van het BTW-controlekantoor bevoegd voor het ambtsgebied waarin de vaste inrichting is gelegen.
138. Wanneer de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, in de onder c), d), en e) van nr. 136, bedoelde gevallen, de erkenning van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger moet schrappen, dient hij hiervan eveneens aangifte te doen bij het CKBB, aangifte waarin hij om een dergelijke schrapping verzoekt (z. art. 1, § 3, 1 e lid, KB nr. 31). De schrapping van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger heeft slechts uitwerking vanaf de datum van aanvaarding van het verzoek door het CKBB.
139. In de onder c) en d) van nr. 136 bedoelde gevallen, wordt het Belgisch BTW-identificatienummer van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doorgehaald tegelijk met de schrapping van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger.
140. In het onder e) van nr. 136 bedoelde geval, wordt opgemerkt dat de administratie het verzoek tot schrapping van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger slechts zal aanvaarden indien een aanvraag tot erkenning van een nieuwe aansprakelijke vertegenwoordiger werd ingediend volgens de voorgeschreven vormen. In deze omstandigheden behoudt de belastingplichtige zijn BTW-identificatienummer in België.
141. In de regel is de aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger, in de onder a) en b) van nr. 136 bedoelde gevallen, beperkt tot de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handelingen tot de datum, respectievelijk, van de stopzetting van werkzaamheid of van de oprichting van een vaste inrichting. In de onder c), d) en e) van nr. 136 bedoelde gevallen is de aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger beperkt tot de handelingen verricht door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige tot op de datum van aanvaarding door de administratie van het verzoek tot schrapping van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger (z. art. 1, § 3, laatste lid, KB nr. 31). Nochtans blijft, in alle gevallen, de aansprakelijke vertegenwoordiger, na de voormelde data nog gehouden, gedurende de bij de artikelen 81 en 81bis, § 1, van het BTW-Wetboek vastgestelde invorderingstermijn, tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten met betrekking tot de onder zijn aansprakelijkheid, door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handelingen.
142. De aansprakelijke vertegenwoordiger mag echter, om zich volledig van zijn aansprakelijkheid te ontdoen, aan het CKBB vragen om binnen de zes maanden na de datum van intrekking van zijn erkenning een grondige controle uit te voeren van de onder zijn aansprakelijkheid verrichte handelingen. Indien deze controle geen aanleiding geeft tot enige correctie of indien, na correctie, een regeling wordt getroffen naar genoegen van de administratie, wordt de vertegenwoordiger ontslagen van zijn aansprakelijkheid, onder dit voorbehoud evenwel dat hij gehouden blijft tot de onregelmatigheden die daarna zouden worden ontdekt, wanneer wordt vastgesteld dat zij het resultaat zijn van zijn eigen daden of van verstandhouding tussen hem en de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige of andere personen.
4. Rechten en verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger
4.1. Algemene beginselen
143. Krachtens artikel 55, § 4, 1 e lid, van het BTW-Wetboek, wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats gesteld van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek.
144. Voor al wat de toepassing van de BTW betreft op de handelingen verricht door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, ressorteert de aansprakelijke vertegenwoordiger onder het CKBB (dienst controle), Zaveltoren - 24ste verdieping, J. Stevensstraat 7, 1000 Brussel [De aansprakelijke vertegenwoordiger bezit normalerwijze de hoedanigheid van belastingplichtige om reden van zijn eigen activiteit. Voor deze activiteit hangt hij niet af van het CKBB, maar ressorteert hij onder het BTW-controlekantoor van het ambtsgebied waarin hij gevestigd is.].
4.2. Verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger
145. Krachtens het principe van indeplaatsstelling zoals uiteengezet in artikel 55, § 4, 1 e lid, van het BTW-Wetboek, leeft de aansprakelijke vertegenwoordiger, in de plaats van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die hij vertegenwoordigt, de diverse verplichtingen na die door de Belgische wetgeving op het vlak van de BTW worden opgelegd aan de belastingplichtigen.
146. Hij is inzonderheid gehouden tot :
- het indienen van een aangifte bij de wijziging of de stopzetting van activiteit die door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige wordt uitgeoefend in België (z. art. 53, 1e lid, 1°, WBTW en art. 2 en 3, KB nr. 10 van 29 december 1992);
- het uitreiken van een factuur of een als zodanig geldend stuk voor de leveringen van goederen en de diensten die door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige worden verricht (z. art. 53, 1e lid, 2°, WBTW). De facturering door de aansprakelijke vertegenwoordiger verloopt volgens een bijzondere procedure, die het voorwerp uitmaakt van artikel 4 van het KB nr. 31 (z. ook de nrs. 150 tot 157). In geval van ontheffing van de verplichting tot uitreiking van een factuur en van daadwerkelijk gebruik van deze ontheffing, is de aansprakelijke vertegenwoordiger ertoe verplicht om een dagboek van ontvangsten per bedrijfszetel en, in voorkomend geval, een centralisatiedagboek bij te houden (z. artikel 14, § 2, KB nr. 1 van 29 december 1992);
- het voeren van een boekhouding, aangepast aan de omvang van de activiteiten van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die hij vertegenwoordigt, om de BTW te kunnen toepassen en controleren (z. art. 14, §§ 1 en 2, KB nr. 1, art. 4, § 1, 2°, KB nr. 4, en art. 11, § 5, KB nr. 3).
- een boek voor inkomende facturen;
- een boek voor uitgaande facturen;
- een dagboek van ontvangsten per bedrijfszetel en, in voorkomend geval, een centralisatiedagboek (z. hiervoor);
- een teruggaafregister;
- een tabel van bedrijfsmiddelen;
- het indienen van periodieke BTW-aangiften (z. art. 53, 1e lid, 3°, WBTW en art. 18, KB nr. 1);
- het voldoen, binnen de daartoe voorziene termijn, van de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de periodieke aangiften (z. art. 53, 1e lid, 4°, WBTW) en het (de) voorschot(ten) te storten zoals voorzien door artikel 19, §§ 1 en 2, of door artikel 19, § 3, van het KB nr. 1;
- het indienen van de kwartaalopgave van de intracommunautaire handelingen en van de jaarlijkse opgave van de afnemers-belastingplichtigen (z. art. 53sexies, § 1, en 53quinquies, WBTW);
- het bewaren van de boeken en stukken waarvan het BTW-Wetboek of de ter uitvoering ervan gegeven regelen het houden, het opmaken of het uitreiken voorschrijven, alsook van ieder stuk met betrekking tot de economische activiteit van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige (inkomende facturen, het dubbel van de uitgaande facturen, bestelbons, verzendingsstukken, rekeninguittreksels, betalingsstukken, enz.) alsmede het, zonder verplaatsing, ter inzage voorleggen ervan op ieder verzoek van de ambtenaren die belast zijn met de controle (z. art. 60 en 61, WBTW);
- het mondeling of schriftelijk verschaffen van alle inlichtingen die worden gevraagd door de administratie teneinde de juiste heffing van de belasting na te gaan (z. art. 62, § 1, WBTW).
148. In de veronderstelling dat de aansprakelijke vertegenwoordiger meerdere niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen vertegenwoordigt, moeten de hiervoor opgesomde verplichtingen voor ieder van die belastingplichtigen afzonderlijk worden nageleefd (verg. met de verplichtingen van de vooraf erkende persoon - z. hoofdstuk VII).
149. De verplichtingen inzake facturering (de factureringsprocedure en de op de facturen aan te brengen vermeldingen) en boekhouding (de in de boekhouding in te schrijven handelingen) worden uiteengezet onder de nrs. 150 tot 160.
4.3. Bijzondere procedure van facturering
Algemeen beginsel
150. De facturering van de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handelingen in België volgt een bijzondere procedure die het voorwerp uitmaakt van artikel 4 van het KB nr. 31 van 2 april 2002.
151. Deze procedure verloopt als volgt (z. art. 4, §§ 1 en 2, KB nr. 31) :
a) in een eerste fase, stuurt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige de voor zijn medecontractant bestemde factuur naar zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, zonder het bedrag van de verschuldigde belasting erop te vermelden;
b) de aansprakelijke vertegenwoordiger stelt in die hoedanigheid een stuk in tweevoud op waarin de in artikel 5, § 1, van het KB nr. 1, bedoelde vermeldingen voorkomen. Worden aldus inzonderheid vermeld :
- de naam en het adres van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, alsook het BTW-identificatienummer dat hem in België werd toegekend;
- het nummer waaronder het stuk wordt ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen dat wordt gehouden in naam en voor rekening van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige;
- de identiteit en het adres van de aansprakelijke vertegenwoordiger, alsook de aanduiding van zijn hoedanigheid (bv. "BTW-aansprakelijke vertegenwoordiger voor België");
- het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting. In het geval de medecontractant van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige de schuldenaar is van de over de betrokken handeling verschuldigde belasting, bevat het door de aansprakelijke vertegenwoordiger opgemaakte stuk, in de plaats van de vermelding van het tarief en van het bedrag van de verschuldigde belasting, de vermelding "BTW te voldoen door de medecontractant", evenals de verwijzing naar de wettelijke bepaling die deze verlegging van heffing regelt. Dit is met name het geval wanneer de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handeling valt binnen het toepassingsgebied van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek ("veralgemeende verlegging van heffing");
152. Het door de aansprakelijke vertegenwoordiger opgemaakte bijkomend stuk dient te worden beschouwd als noodzakelijk deel uitmakend van de factuur die wordt uitgereikt door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige (z. art. 4, § 2, laatste lid, KB nr. 31).
Termijn voor de uitreiking van het bijkomend stuk
153. Vermits het wordt beschouwd als noodzakelijk deel uitmakend van de factuur, moet het bijkomend stuk bedoeld in artikel 4, § 2, van het KB nr. 31 de voorschriften van artikel 4 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de termijn voor de uitreiking van de factuur naleven en moet het worden uitgereikt :
- als algemene regel, uiterlijk de vijfde werkdag van de maand na die waarin de belasting opeisbaar wordt over het geheel of een deel van de prijs;
- als het betrekking heeft op een intracommunautaire levering van goederen, uiterlijk de vijfde werkdag van de maand na die waarin de levering werd verricht;
- als het betrekking heeft op de ontvangst, geheel of gedeeltelijk, van de prijs vooraleer de intracommunautaire levering van goederen wordt verricht, uiterlijk de vijfde werkdag van de maand na die waarin het voorschot werd ontvangen.
In die omstandigheden aanvaardt de administratie dat de aansprakelijke vertegenwoordiger, indien hij niet in de mogelijkheid is het bijkomend stuk uit te reiken binnen de voorgeschreven termijn, het nog geldig kan uitreiken tot bij het verstrijken van de bedoelde maand (in plaats van tot de vijfde werkdag van deze maand).
Indien, in het in het voorgaande lid bedoelde geval, de handeling niet kon worden opgenomen in de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de BTW opeisbaar is geworden, mag zij nog geldig worden opgenomen in de aangifte die de handelingen van de volgende maand bevat. Uiteraard moet het stuk dat in de verlengde termijn wordt uitgereikt, gedagtekend worden na de vijfde werkdag van de maand, zodat de medecontractant, zo hij een belastingplichtige is, zijn recht op aftrek slechts een maand later kan uitoefenen.
Afwijking inzake het opstellen van het bijkomend stuk bedoeld in artikel 4, § 2, van het KB nr. 31
155. Vanuit haar bekommernis om vereenvoudiging, aanvaardt de administratie dat de aansprakelijke vertegenwoordiger het bijkomend stuk bedoeld in artikel 4, § 2, van het KB nr. 31 niet opstelt, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld (toepassing van artikel 4, § 3, van hetzelfde KB) [Deze tolerantie is niet van toepassing in geval van vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon zoals bedoeld in artikel 55, § 3, tweede lid, van het BTW-Wetboek.] :
1° de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uit te reiken facturen dienen alle vermeldingen te bevatten die voorgeschreven zijn door artikel 5, § 1 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Deze vermeldingen hebben inzonderheid betrekking op:
- de naam en het adres van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, alsook het BTW-identificatienummer dat hem in België werd toegekend;
- de identiteit en het adres van de aansprakelijke vertegenwoordiger, en de aanduiding van zijn hoedanigheid (bv. "BTW-aansprakelijke vertegenwoordiger voor België").
In het geval de medecontractant van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige de schuldenaar is van de over de betrokken handeling verschuldigde belasting, bevat de factuur, in de plaats van het tarief en van het bedrag van de verschuldigde belasting, de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant", alsook een verwijzing naar de wettelijke bepaling die deze verlegging van heffing regelt. Dit is het geval wanneer de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handeling beoogd is door artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek ("veralgemeende verlegging van heffing").
De facturen worden opgemaakt in minimum twee exemplaren. In afwijking van artikel 4, § 1, van KB nr. 31, zendt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige het origineel van de factuur rechtstreeks naar zijn medecontractant en, op hetzelfde tijdstip, een dubbel ervan naar zijn aansprakelijke vertegenwoordiger;
2° elk exemplaar van de factuur wordt aangevuld met een verwijzing naar onderhavige aanschrijving ("Facturering volgens administratieve aanschrijving nr. 4/2003");
3° de maatstaf van heffing en het BTW-bedrag moeten worden uitgedrukt in euro. Indien de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing zijn uitgedrukt in de munteenheid van een derde land of van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen, wordt de toepasselijke wisselkoers voor de omrekening tussen deze munteenheid en de euro bepaald overeenkomstig artikel 27 van het BTW-Wetboek en KB nr. 42 van 29 december 1992 tot vaststelling van de toe te passen wisselkoers indien gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing van de belasting over de toegevoegde waarde voor handelingen andere dan de invoeren van goederen, zijn uitgedrukt in een vreemde munteenheid;
4° de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verrichte handeling moet door de aansprakelijke vertegenwoordiger worden opgenomen in de periodieke BTW-aangifte die hij indient in naam en voor rekening van die belastingplichtige met betrekking tot de periode waarin die BTW opeisbaar is geworden.
156. De afwijking bedoeld in nr. 155 kan slechts worden ingeroepen als de aansprakelijke vertegenwoordiger voorafgaandelijk het hoofd van het CKBB hiervan schriftelijk in kennis heeft gesteld. Die kennisgeving vermeldt de datum vanaf wanneer die afwijking wordt toegepast.
157. De administratie behoudt zich het recht voor om het voordeel van de afwijking in te trekken ten aanzien van ieder die niet voldaan heeft aan de verschillende opgelegde voorwaarden, of die op gelijk welke wijze de opdracht van de met de controle van de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren heeft gehinderd.
4.4. Handelingen op te nemen in de boekhouding van de aansprakelijke vertegenwoordiger
158. De handelingen die moeten worden opgenomen in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger van een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige gehouden boekhouding zijn :
a) de volgende inkomende handelingen :
1° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige de schuldenaar is van de belasting krachtens de artikelen 51, § 1, 2°, § 2, 1° tot 3° en 5°, en 52, § 1, van het BTW-Wetboek;
2° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige zijn recht op aftrek van de voorbelasting wenst uit te oefenen;
3° de handelingen die plaatsvinden in België of in het buitenland en die een rechtstreeks verband vertonen met de uitgaande handelingen die in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden boekhouding werden opgenomen;
b) de volgende uitgaande handelingen :
1° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de belastingplichtige de schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 1, 1°, of § 2, 4° van het BTW-Wetboek;
2° de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de medecontractant van de belastingplichtige de schuldenaar is van de belasting krachtens de artikelen 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek [In de periodieke BTW-aangifte ingediend door de aansprakelijke vertegenwoordiger, worden deze handelingen opgenomen in rooster 45].
De administratie staat echter toe dat de handelingen die plaatsvinden in België, waarvoor de medecontractant van de belastingplichtige de schuldenaar is van de belasting krachtens de artikelen 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek, niet in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden boekhouding worden opgenomen, wanneer de betrokken handelingen geen rechtstreeks verband vertonen met een handeling waarvoor de belastingplichtige voorafgaandelijk zijn recht op aftrek van de Belgische voorbelasting heeft uitgeoefend. Indien gebruik wordt gemaakt van deze administratieve tolerantie, dient de uitgereikte factuur de procedure beoogd door artikel 4, §§ 1 en 2, van het KB nr. 31 of door nr. 155 van onderhavige aanschrijving (vereenvoudigde procedure) niet te eerbiedigen, noch het aan de leverancier of de dienstverrichter in België toegekende BTW-identificatienummer en de coördinaten van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger te vermelden;
3° de handelingen die plaatsvinden in België of in het buitenland, die een rechtstreeks verband vertonen met de inkomende handelingen die in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden boekhouding werden opgenomen, en waarvoor een Belgische BTW in aftrek werd gebracht.
Beperking van de administratieve tolerantie bedoeld in het voorgaande lid, onder b) 2°
In het geval de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige zijn BTW-identificatie in België heeft bekomen via de mogelijkheid voorzien in nr. 97, a, wegens het geregeld verrichten van handelingen beoogd door artikel 20, § 2, van het KB nr. 1 van 29 december 1992 (werk in onroerende staat en daarmee gelijkgestelde handelingen), moet zijn aansprakelijke vertegenwoordiger de handelingen waarvoor de in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek bedoelde verlegging van heffing van toepassing is, alsmede de inkomende handelingen die een rechtstreeks verband vertonen met voornoemde handelingen, zelfs indien ze geen aanleiding hebben gegeven tot het uitoefenen van het recht op aftrek van Belgische voorbelasting, opnemen in de in België te houden boekhouding.
Wanneer gelet op wat voorafgaat de opname in de boekhouding noodzakelijk is, moet de uitgereikte factuur voldoen aan de procedure bedoeld in artikel 4, §§ 1 en 2, van het KB nr. 31 of in nr. 155 van de onderhavige aanschrijving (vereenvoudigde procedure) en het Belgische BTW-identificatienummer van de leverancier of dienstverrichter alsmede de coördinaten van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger vermelden.
159. Het spreekt vanzelf dat de handelingen die werden opgenomen in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden boekhouding moeten worden vermeld in de periodieke BTW-aangiften die hij in naam en voor rekening van zijn lastgever indient, alsook desgevallend in de listing en de opgave bedoeld in de artikelen 53quinquies (jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers) en 53sexies (kwartaalopgave van de intracommunautaire handelingen) van het BTW-Wetboek.
160. Voorbeeld :
De onderneming A waarvan de maatschappelijke zetel in Polen is gevestigd, heeft in België een aansprakelijke vertegenwoordiger(A') laten erkennen.
De volgende tabel geeft een aantal door A verrichte handelingen weer en, desgevallend, hun inschrijving in de gevoerde boekhouding en in de periodieke BTW-aangiften die door A' in naam en voor rekening van A worden ingediend.
| Handeling | Inschrijving in de door A' gehouden boekhouding | Inschrijving in de periodieke BTW-aangifte ingediend door A' | |
| 1. | A koopt brandstof aan in België. | JA (handeling waarvoor A een recht op aftrek van de Belgische BTW uitoefent) | MH : rooster 82 Aftrekbare BTW : rooster 59 |
| 2. | A verricht een levering met montage in België. De medecontractant is een niet belastingplichtige rechtspersoon. De geleverde goederen worden aangekocht in België. | Levering met montage : JA (handeling waarvoor A schuldenaar is van de belasting [Artikel 51, § 2, 5°, WBTW, is niet van toepassing (zie nr. 49, 2°)]); Aankoop van de goederen : JA (handeling waarvoor A een recht op aftrek van de Belgische BTW uitoefent en die een rechtstreeks verband vertoont met een uitgaande handeling die in de boekhouding is ingeschreven). | Levering met montage : MH : rooster 03 Verschuldigde BTW : rooster 54 Aankoop van de goederen : MH : rooster 81 Aftrekbare BTW : rooster 59 |
| 3. | A verricht een levering met montage in België. De medecontractant is een in België gevestigde belastingplichtige die periodieke BTW-aangiften indient. De geleverde goederen worden aangekocht in België. | Levering met montage : JA (handeling die een rechtstreeks verband vertoont met een inkomende handeling die opgenomen is in de boekhouding); Aankoop van de goederen : JA (handeling waarvoor A een recht op aftrek van de Belgische BTW uitoefent). | Levering met montage : MH : rooster 45 [Toepassing van artikel 51, § 2, 5°, WBTW] Aankoop van de goederen : MH : rooster 81 Aftrekbare BTW : rooster 59 |
| 4. | A verricht een levering met montage in België. De medecontractant is een niet belastingplichtige rechtspersoon. De geleverde goederen werden aangekocht in Duitsland en van Duitsland naar België vervoerd door A. Er is geen verband tussen het transport en de aankoop van de goederen door A. | Levering met montage : JA (handeling waarvoor A de schuldenaar is van de belasting [Artikel 51, § 2, 5° van het WBTW, is niet van toepassing (zie nr. 49, 2°)]); Aankoop van de goederen : JA (handeling die een rechtstreeks verband vertoont met een uitgaande handeling die in de boekhouding is ingeschreven) | Levering met montage : MH : rooster 03 Verschuldigde BTW : rooster 54 Aankoop van de goederen : MH : rooster 81 |
| 5. | A verricht een levering met montage in België. De medecontractant is een in België gevestigde belastingplichtige die periodieke BTW-aangiften indient. De geleverde goederen werden aangekocht in Duitsland en van Duitsland naar België vervoerd door A. Er is geen verband tussen het transport en de aankoop van de goederen door A. | Levering met montage : JA, tenzij in geval van toepassing van de administratieve tolerantie bedoeld in nr. 158, b, 2°. Aankoop van de goederen : JA, indien de levering met montage werd opgenomen in de boekhouding. | Levering met montage (tenzij in geval van toepassing van de administratieve tolerantie bedoeld in nr. 158, b, 2°) : MH : rooster 45 [Toepassing van artikel 51, § 2, 5°, WBTW] Aankoop van de goederen (indien de levering met montage werd opgenomen in de boekhouding) : MH : rooster 81 |
161. De aansprakelijke vertegenwoordiger mag, binnen de perken van de artikelen 45 en volgende van het BTW-Wetboek, de (Belgische) BTW die aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige in rekening werd gebracht aftrekken, door deze op te nemen in de periodieke BTW-aangiften ( rooster 59) die hij indient in naam en voor rekening van zijn buitenlandse lastgever.
162. De voorwaarden voor de uitoefening van het recht op aftrek van de belasting, zoals die worden opgelegd aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige en aan zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, zijn deze omschreven in artikel 3 van het KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.
163. Bijgevolg, moet de aansprakelijke vertegenwoordiger, om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen, in principe steeds in het bezit zijn van het origineel van de factuur die aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige werd gericht, of, indien het gaat om een invoer in het land, van het origineel van het invoerdocument dat de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aanwijst als geadresseerde.
164. Middels een door het CKBB verleende vergunning, kan de aansprakelijke vertegenwoordiger de aftrek van de belasting evenwel uitoefenen op zicht van afschriften van de originele facturen, indien de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1° de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige moet ten overstaan van de Belgische administratie de wettelijke verplichting rechtvaardigen krachtens dewelke het land waar hij is gevestigd hem ertoe verplicht om de originele facturen te bewaren op de zetel van de onderneming;
2° de afschriften dienen de door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aangebrachte en door hem gecertificeerde vermelding te bevatten dat ze conform zijn aan het origineel. Deze vermelding moet door de aansprakelijke vertegenwoordiger, die er de verantwoordelijkheid voor draagt, geparafeerd zijn;
3° de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige moet zich schriftelijk ertoe verbinden om de originele facturen tijdelijk ter beschikking te stellen van de aansprakelijke vertegenwoordiger indien de administratie voor controledoeleinden erom verzoekt.
165. De administratie behoudt zich het recht voor om de in nr. 164 hiervoor bedoelde vergunning in te trekken in geval van inbreuken of indien de controleopdracht van de ambtenaren op enigerlei wijze wordt gehinderd.
5. Verplichtingen van de vertegenwoordigde belastingplichtige
166. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die in België een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1, 1 e lid, van het BTW-Wetboek, is ertoe gehouden, voor de handelingen die hij in België verricht of die hem er worden verstrekt, aan zijn klanten of leveranciers mededeling te doen van :
- enerzijds, zijn BTW-identificatienummer in België (z. art. 53quater, § 1, WBTW);
- anderzijds, de naam of benaming en het adres van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger in België (z. art. 53quater, § 2, WBTW).
1. Wettelijke bepalingen
167. Overeenkomstig artikel 55, § 2 van het BTW-Wetboek kan de belastingplichtige die niet in België, doch wel in een andere Lidstaat van de Gemeenschap is gevestigd, een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen wanneer hij hier te lande handelingen verricht die, indien ze waren verricht door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger noodzakelijk zouden hebben gemaakt overeenkomstig § 1 van hetzelfde artikel 55.
168. Overeenkomstig artikel 55, § 4, van het BTW-Wetboek, wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats gesteld van zijn lastgever voor alle rechten toegekend aan en alle verplichtingen opgelegd aan deze laatste door het BTW-Wetboek of de ter uitvoering ervan gegeven regelen. De aansprakelijke vertegenwoordiger is hoofdelijk gehouden samen met zijn lastgever tot voldoening van de belasting, de interesten en boeten waarvan deze laatste schuldenaar is krachtens het BTW-Wetboek.
169. De hiervoor genoemde bepalingen van artikel 55 van het BTW-Wetboek maken het voorwerp uit van de artikelen 1, 3 en 4 van het KB nr. 31 van 2 april 2002.
2. Mogelijkheid tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
2.1. Algemene principes
170. De bepalingen van het artikel 55, § 2 van het BTW-Wetboek leggen de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger niet op aan de in een andere Lidstaat van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, maar ze bieden hem de mogelijkheid om een dergelijke erkenning te vragen wanneer hij in België handelingen verricht die, indien ze waren verricht door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger verplicht zouden hebben gemaakt.
171. Bijgevolg, beheersen volgende principes de toestand van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige ten aanzien van de Belgische BTW :
=> enerzijds, de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België is nooit verplicht;172. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die in België voor de BTW is geïdentificeerd zonder een aansprakelijke vertegenwoordiger te hebben laten erkennen, maakt gebruik van een "rechtstreekse identificatie" voor BTW-doeleinden in België.
=> anderzijds, de identificatie voor BTW-doeleinden in België is onafhankelijk van de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger.
173. Rekening houdend met artikel 55, § 2, van het BTW-Wetboek, heeft de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige in de regel :
- de mogelijkheid een aansprakelijke vertegenwoordiger in België te laten erkennen wanneer, in voor het overige volledig identieke omstandigheden, de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige de verplichting of de mogelijkheid heeft tot BTW-identificatie en het laten erkennen van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België;
- niet de mogelijkheid een aansprakelijke vertegenwoordiger in België te laten erkennen wanneer, in voor het overige volledig identieke omstandigheden, de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige niet de mogelijkheid heeft of ontslagen is van de verplichting tot BTW-identificatie en het laten erkennen van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België.
2.2. Toestanden waarin de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige de mogelijkheid heeft een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
174. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige heeft de mogelijkheid om een erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België te vragen:
a) wanneer hij in België :
- een levering van goederen verricht andere dan een levering waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig artikel 51, § 2, 2° of 5° van het BTW-Wetboek (zie evenwel nr. 175, h, hierna);
- een dienst verricht andere dan een dienst waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig artikel 51, § 2, 1° of 5° van het BTW-Wetboek (zie evenwel nr. 175, h, hierna);
- een invoer van goederen verricht (zie evenwel nr. 175, b, hierna);
- een intracommunautaire verwerving van goederen verricht die onderworpen is aan de belasting;
- een handeling verricht waarvoor hij schuldenaar is van de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, 3° en 4° van het BTW-Wetboek (zie evenwel nr. 175, c), hierna);
- een handeling van plaatsing van goederen onder het stelsel van BTW-entrepot verricht die niet aan de belasting is onderworpen (interne overbrenging in België);
c) wanneer hij in België verkopen van accijnsproducten verricht aan particulieren (verkopen op afstand of in het kader van een handelsbeurs) en hij verzaakt aan de ontheffing van identificatie voor de BTW in België als beoogd in nr. 93;
d) wanneer hij op regelmatige wijze in België handelingen bedoeld in artikel 20, § 2, van het KB nr. 1 van 29 december 1992 (werken in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen) verricht waarvoor de veralgemeende verlegging van de heffing van toepassing is als bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek en hij zijn identificatie voor BTW-doeleinden in België aanvraagt overeenkomstig nr. 97, a).
2.3. Toestanden waarin de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige de mogelijkheid niet heeft een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
175. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige heeft niet de mogelijkheid een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen in België wanneer :
a) hij een handeling verricht beoogd in artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek (z. evenwel nr. 174, d, hiervoor, voor wat de uitvoering betreft van werken in onroerende staat met toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek);
b) hij invoeren van goederen verricht, andere dan :
- invoeren van goederen geplaatst onder BTW-entrepot;
- invoeren van goederen gevolgd door de levering van diezelfde goederen;
- invoeren van goederen gevolgd door de levering van omgevormde goederen die een niet-occasioneel karakter hebben;
d) hij leveringen van goederen of diensten verricht die van de BTW zijn vrijgesteld op grond van de artikelen 39, 40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek en die hem een recht op aftrek van de voorbelasting verlenen;
e) hij diensten verricht die het bezoldigd personenvervoer over de weg tot voorwerp hebben (toepassing van het stelsel van de "spontane BTW-aangifte");
f) hij deelneemt aan handelsbeurzen of schouwspelen in België organiseert [De hier bedoelde toestand is deze waarin de belastingplichtige tegen betaling een recht op toegang toekent aan toeschouwers] (contact op te nemen met het CKBB voor betaling van de belasting) (NB : zie nochtans nr. 174, c), voor de verkoop van accijnsproducten in het kader van een handelsbeurs);
g) hij een uitvoerend artiest is of een theateragentschap dat tussenkomt als organisator van schouwspelen of geacht wordt te handelen in die hoedanigheid bij toepassing van de artikelen 13, § 2 en 20 van het BTW-Wetboek en hij een dienst verricht die in België plaatsvindt op grond van artikel 21, § 3, 4°, a, van BTW-Wetboek, die niet is vrijgesteld van de BTW krachtens artikel 44 van dit Wetboek, voor een Belgische medecontractant die gehouden is tot indiening van een bijzondere BTW-aangifte (betaling van de belasting door de medecontractant overeenkomstig artikel 5, § 1, 2°, van het KB nr. 31);
h) hij een niet in de punten a) tot g) hiervoor beoogde handeling verricht die een toevallig karakter heeft zoals bepaald in nr. 88, andere dan een intracommunautaire handeling (levering vrijgesteld op grond van artikel 39bis van het BTW-Wetboek of intracommunautaire verwerving die onderworpen is aan de belasting op grond van artikel 25ter van het BTW-Wetboek), een levering van goederen in het kader van het stelsel van verkopen op afstand (toepassing artikel 15, § 4 van het BTW-Wetboek) en een handeling die bestaat in het plaatsen van goederen onder of het uitslagen van goederen uit het BTW-entrepot.
2.4. Bijzondere gevallen
176. In de twee volgende situaties, kan de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige zijn identificatie voor BTW-doeleinden vragen :
a) wanneer hij leveringen van goederen of diensten verricht die vrijgesteld zijn van de BTW op grond van de artikelen 39, 40, 41, 42, 44 en 44bis van het BTW-Wetboek, die hem een recht op aftrek van de voorbelasting verlenen, en het bedrag van de Belgische voorbelasting waarvoor hij een recht op aftrek kan doen gelden op geregelde wijze de drempel van 2.500 EUR per kalenderjaar bereikt of overschrijdt (z. nr. 94);
b) wanneer hij in België op geregelde wijze handelingen verricht, andere dan deze bedoeld in artikel 20, § 2, van het KB nr. 1, waarvoor de verlegging van heffing beoogd in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek van toepassing is en het bedrag van de Belgische voorbelasting waarvoor hij een recht op aftrek kan doen gelden op geregelde wijze de drempel van 10.000 EUR per kalenderjaar bereikt of overschrijdt (z. nr. 97, b).
In deze beide situaties beschikt de belastingplichtige evenwel niet over de mogelijkheid om hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen [Inderdaad, in de identieke situaties, is de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige respectievelijk ontslagen of hij bevindt hij zich in de onmogelijkheid om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen].
3. Toestand van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die opteert om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen
177. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België en die, overeenkomstig artikel 55, § 2, van het BTW-Wetboek ervoor opteert om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen in België, bevindt zich praktisch in dezelfde toestand als de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan wie de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger werd opgelegd. Hij ressorteert voor de naleving van zijn verplichtingen tegenover de Belgische administratie inzake BTW onder het CKBB.
178. Er wordt bijgevolg in hoofdzaak verwezen naar het Hoofdstuk V, terwijl onderhavige afdeling beperkt blijft tot het uiteenzetten van de verschillen in vergelijking met de toestand van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige.
3.1. Procedure tot erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger
Aanvraag tot erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger
179. Teneinde de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger te verkrijgen, dient de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige aan het CKBB [Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen - dienst controle, Zaveltoren - 24e verdieping, J. Stevensstraat 7, 1000 BRUSSEL] een aanvraag te richten waarin hij de volledige identiteit van de aansprakelijke vertegenwoordiger die hij voorstelt vermeldt.
180. De aanvraag tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger moet worden opgesteld op een formulier dat beschikbaar is bij het CKBB en moet vergezeld zijn van diverse documenten die worden opgesomd in nr. 121. Deze aanvraag hoeft evenwel niet vergezeld te zijn van de aangifte van aanvang van werkzaamheid, voorgeschreven door artikel 53, 1 e lid, 1°, van het BTW-Wetboek, wanneer de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige reeds voor BTW-doeleinden in België is geïdentificeerd (geval van de belastingplichtige die, na eerst in België te zijn geïdentificeerd zonder aansprakelijke vertegenwoordiger - "rechtstreekse BTW-identificatie" - thans de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger aanvraagt).
Hoedanigheden van de aansprakelijke vertegenwoordiger
181. Er wordt volledig verwezen naar de nrs. 122 tot 127, voor alles wat de vereiste hoedanigheden van de aansprakelijke vertegenwoordiger betreft (bekwaamheid om overeenkomsten aan te gaan, vestiging in België, voldoende solvabiliteit om de verplichtingen na te komen die door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek worden opgelegd aan de belastingplichtigen, aanvaarding van de vertegenwoordiging) en voor wat het eventueel stellen van een borgtocht betreft.
Betekening van de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger
182. Na te hebben nagegaan of aan de voor de erkenning vereiste voorwaarden is voldaan, betekent het CKBB de erkenning aan de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige en aan de aansprakelijke vertegenwoordiger. Terzelfder tijd deelt het CKBB, voor zover de belastingplichtige nog niet reeds geïdentificeerd was voor BTW-doeleinden in België, het toegekende BTW-identificatienummer mede aan de belastingplichtige alsook aan de aansprakelijke vertegenwoordiger. De belastingplichtige die reeds voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerd is (rechtstreekse identificatie), behoudt zijn identificatienummer bij de erkenning van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger.
Draagwijdte van de verbintenis aangegaan door de aansprakelijke vertegenwoordiger
183. Er wordt verwezen naar de nrs. 129 tot 134, voor wat betreft de aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger en de mogelijkheid om deze aansprakelijkheid tot een bepaald bedrag te beperken.
184. Wat de duur in de tijd van de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger betreft (zie nrs. 135 tot 142), wordt de aandacht gevestigd op het feit dat er een einde aan de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger kan worden gesteld, zelfs indien de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige hier te lande, zonder er een vaste inrichting te creëren, een activiteit voortzet die van die aard is dat, mocht ze door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uitgeoefend worden, ze de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger zou vereisen.
185. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die de erkenning van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger wenst op te heffen, maar die zijn activiteit in het land verder zet, dient hiervan aangifte te doen bij het CKBB (zie art. 1, § 3, van het KB nr. 31). Hij behoudt zijn BTW-identificatienummer in België en valt binnen het toepassingsgebied van het stelsel van de rechtstreekse identificatie inzake BTW. De aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger waarvan de opheffing van erkenning is gevraagd, is beperkt tot de handelingen verricht door de in de andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige tot op de dag van aanvaarding van deze aanvraag door de administratie.
3.2. Rechten en verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger
186. De aansprakelijke vertegenwoordiger wordt in de plaats gesteld van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige ten aanzien van al de rechten toegekend aan of alle verplichtingen opgelegd aan deze laatste door het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan (zie art. 55, § 4, 1 e lid, van het BTW-Wetboek).
187. Voor een - niet limitatieve - opsomming van de verplichtingen die de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige moet naleven, wordt verwezen naar de nrs. 145 tot 149. De principes uiteengezet in de nrs. 150 tot 157 betreffende de bijzondere procedure van facturering en de afwijkingsmogelijkheden, zijn eveneens, mutatis mutandis, van toepassing.
3.3. Verplichting van de vertegenwoordigde belastingplichtige
188. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die in België een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 2, van het BTW-Wetboek is ertoe gehouden voor de handelingen die hij verricht of die hem in België worden verstrekt, aan zijn afnemers en leveranciers mededeling te doen van :
- enerzijds, zijn BTW-identificatienummer in België (zie art. 53quater, § 1, van het WBTW);
- anderzijds, de naam of benaming en het adres van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger in België (zie art. 53quater, § 2, van het WBTW).
189. Wanneer een in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, overeenkomstig artikel 55, § 2, van het BTW-Wetboek, opteert voor de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België, wordt alle voor hem bestemde administratieve briefwisseling verzonden naar het adres van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger. Het toepasselijke taalregime voor zijn relatie met de administratie wordt bovendien bepaald in functie van het adres of de vestigingsplaats van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger.
190. Anderzijds laat het bestaan van een aansprakelijke vertegenwoordiger aan de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige toe om in voorkomend geval :
- het stelsel van verlegging van de heffing bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek toe te passen, wanneer hij van een niet in België gevestigde medecontractant een levering van goederen of een dienst ontvangt die niet bedoeld is in artikel 51, § 2, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek en die niet vrijgesteld is of verricht wordt met vrijstelling van de belasting op grond van de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek;
- het stelsel van verlegging van heffing bedoeld in artikel 20, § 1, van het KB nr. 1 toe te passen wanneer hij een werk in onroerende staat of een daarmee gelijkgestelde handeling als bedoeld in § 2 van hetzelfde artikel ontvangt van een medecontractant die in België is gevestigd;
- het stelsel van verlegging van heffing bedoeld in artikel 20bis, § 1, van het KB nr. 1 toe te passen wanneer hij een levering van goud als bedoeld in § 2 van hetzelfde artikel, ontvangt van een medecontractant gevestigd in België.
191. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die een rechtstreekse identificatie heeft in België is gehouden de diverse verplichtingen na te leven die door de Belgische BTW-wetgeving aan de belastingplichtigen zijn opgelegd. Hij dient onder meer, teneinde de afwezigheid van enige inrichting of vertegenwoordiging te ondervangen, een bijzondere verplichting na te leven in verband met het mededelen van boeken en stukken. Hij ressorteert onder het CKBB.
4.1. Identificatieprocedure inzake BTW
192. Teneinde een BTW-identificatienummer te verkrijgen dient de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige bij het CKBB een aangifte van aanvang van werkzaamheid in, zoals voorgeschreven door artikel 53, 1 e lid, 1°, van het BTW-Wetboek. Deze aangifte wordt opgesteld op een formulier dat beschikbaar is bij genoemd kantoor (formulier 604A).
193. De aangifte van aanvang van werkzaamheid vermeldt onder meer het taalregime (Nederlands, Frans of Duits) dat door de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige wordt gekozen voor zijn betrekkingen met de administratie. Geen enkele andere taal dan het Nederlands, Frans of Duits wordt aanvaard.
194. De aangifte van aanvang van werkzaamheid moet worden vergezeld van :
- een attest van hoedanigheid van belastingplichtige afgeleverd door de bevoegde overheid van de Lidstaat waarin de belastingplichtige is gevestigd;
- een afschrift van de inschrijving in het handelsregister in de Lidstaat waarin de belastingplichtige is gevestigd;
- een afschrift van de oprichtingsakte, indien de belastingplichtige een rechtspersoon is;
- een afschrift van de bestelbons of contracten waaruit de uitoefening van een toekomstige economische activiteit in België blijkt;
- de aanduiding van het adres waar de boeken en stukken zullen worden voorgelegd.
196. Na te hebben nagegaan of alle voorwaarden voor de identificatie vervuld zijn, deelt het CKBB aan de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige het BTW-identificatienummer mede dat hem in België werd toegekend.
197. In het geval de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige reeds geïdentificeerd is voor BTW-doeleinden in België door middel van een aansprakelijke vertegenwoordiger en hij de opheffing van de erkenning van deze vertegenwoordiger aanvraagt terwijl hij zijn werkzaamheid voorzet in België, behoudt hij zijn Belgisch BTW-identificatienummer en is hij in België onderworpen aan het stelsel van de rechtstreekse identificatie inzake BTW vanaf de datum waarop de administratie deze aanvraag aanvaardt. Geen aangifte van aanvang van werkzaamheid hoeft te worden ingediend. Deze aanvraag omvat :
- het taalregime (Nederlands, Frans of Duits);
- het adres van voorlegging van de boeken en stukken;
- in voorkomend geval, de coördinaten van de fiscale lasthebber;
- in voorkomend geval, de volmacht gegeven aan deze lasthebber.
Algemene verplichtingen
198. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die beschikt over een rechtstreekse BTW-identificatie in België is ertoe gehouden :
- een aangifte in te dienen bij wijziging of stopzetting van de werkzaamheid die hij in België uitoefent (zie art. 53, 1e lid, 1°, van het BTW-Wetboek en art. 2 en 3 van het KB nr. 10 van 29 december 1992). Een aangifte van wijziging moet meer bepaald worden ingediend wanneer de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige een aansprakelijke vertegenwoordiger laat erkennen of wanneer hij een vaste inrichting in België opricht;
- een factuur of daarmee gelijkstaand stuk uit te reiken voor de leveringen van goederen en de diensten die hij verricht (zie art. 53, 1e lid, 2°, van het BTW-Wetboek). De opmaak van de factuur volgt geen enkele bijzondere procedure. In geval van ontheffing van de verplichting om een factuur uit te reiken en bij effectieve toepassing van deze ontheffing, heeft de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige de verplichting om, per exploitatiezetel, een dagboek van ontvangsten bij te houden evenals in voorkomend geval een centralisatiedagboek zoals bedoeld in artikel 14, § 2, van het KB nr. 1 van 29 december 1992;
- een aan de omvang van zijn activiteit aangepaste boekhouding te voeren teneinde de toepassing en de controle op de heffing van de BTW toe te laten (zie art. 14, §§ 1 en 2 van het KB nr. 1, art. 4, § 1, 2°, van het KB nr. 4 en art. 11, § 5, van het KB nr. 3). Deze boekhouding omvat meer bepaald :
199. De opsomming hiervoor behelst slechts de verplichtingen die over het algemeen op het geheel van belastingplichtigen rusten, ongeacht de uitgeoefende werkzaamheid. Bijkomende verplichtingen (bv. het houden of opmaken van andere boeken en stukken) kunnen worden opgelegd door het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan in het kader van sommige specifieke activiteiten.
- een inkomend factuurboek;
- een uitgaand factuurboek;
- op de exploitatiezetel, een dagboek van ontvangsten en in voorkomend geval een centralisatiedagboek (zie hiervoor);
- een teruggaafregister;
- een tabel van de bedrijfsmiddelen;
- periodieke BTW-aangiften in te dienen (zie art. 53, 1e lid, 3°, van het WBTW en art. 18 van het voormelde KB nr. 1);
- de belasting, waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de periodieke aangiften, te voldoen binnen de voorziene termijn (art. 53, 1e lid, 4° van het WBTW) en het (de) voorschot(ten) te voldoen voorzien in artikel 19, §§ 1 en 2 of in artikel 19, § 3, van het voornoemd KB nr. 1;
- de jaarlijkse listing van de afnemers-belastingplichtigen in te dienen (zie art. 53quinquies van het WBTW);
- de driemaandelijkse opgave van de intracommunautaire handelingen in te dienen (zie art. 53sexies van het WBTW) [N.B. : op zicht van de verrichte handelingen, stelt deze verplichting zich enkel voor de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die in België is geïdentificeerd op grond van artikel 50, § 1, 1e lid, 3° van het WBTW.];
- de boeken en stukken bij te houden waarvan het houden, opmaken of uitreiken door het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan zijn opgelegd, alsook elk ander document met betrekking tot zijn economische activiteit (inkomende facturen, dubbels van de uitgaande facturen, bestelbons, verzendingsstukken, rekeninguittreksels, betalingsdocumenten, enz.) en ze ter inzage voor te leggen, zonder verplaatsing, op ieder verzoek van de met de controle belaste ambtenaren (zie art. 60 en 61 van het WBTW);
- mondeling of schriftelijk, alle inlichtingen te verschaffen gevraagd door de administratie met het oog op het nazicht van de juiste heffing van de belasting (zie art. 62, § 1, van het WBTW).
Handelingen op te nemen in de boekhouding
200. De op te nemen handelingen in de boekhouding die wordt gehouden voor de toepassing van de Belgische reglementering zijn :
a) volgende inkomende handelingen :
1° de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de belastingplichtige schuldenaar van de belasting is op grond van de artikelen 51, § 1, 2°, § 2, 1° tot 3° en 52, § 1 van het BTW-Wetboek;
2° de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de belastingplichtige gehouden is tot voldoening van de belasting op grond van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 (zie nrs. 347 tot 354);
3° de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de belastingplichtige zijn recht op aftrek van de voorbelasting wenst uit te oefenen;
4° de handelingen die in België of in het buitenland plaatsvinden, die een rechtstreekse band hebben met de uitgaande handelingen die in bovengenoemde boekhouding worden opgenomen;
b) volgende uitgaande handelingen :
1° de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de belastingplichtige schuldenaar van de belasting is op grond van artikel 51, § 1, 1° of § 2, 4° van het BTW-Wetboek;
2° de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de medecontractant van de belastingplichtige schuldenaar van de belasting is op grond van de artikelen 51, § 2, 1°, 2° of 5° van het BTW-Wetboek [In de periodieke BTW-aangifte worden deze handelingen opgenomen in rooster 45 ]. De administratie neemt evenwel aan dat de handelingen die in België plaatsvinden, waarvoor de medecontractant van de belastingplichtige schuldenaar van de belasting is op grond van de artikelen 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek niet worden opgenomen in de boekhouding die wordt gehouden voor de toepassing van de Belgische reglementering wanneer desbetreffende handelingen geen rechtstreekse band hebben met een handeling waarvoor de belastingplichtige voordien zijn recht op aftrek van de Belgische voorbelasting heeft uitgeoefend. Indien van deze administratieve toegeving gebruik wordt gemaakt, dient de uitgereikte factuur het in België aan de leverancier of dienstverrichter toegekende BTW-identificatienummer niet te vermelden;
3° de handelingen die in België of in het buitenland plaatsvinden, die een rechtstreekse band hebben met de inkomende handelingen die in de bovengenoemde boekhouding worden opgenomen en waarvoor een Belgische BTW in aftrek wordt gebracht.
Beperking van de administratieve tolerantie beoogd in het voorgaande lid onder b), 2° :
Wanneer de in de andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige een rechtstreekse BTW-identificatie in België heeft bekomen via de mogelijkheid voorzien in nr. 97, a of b, is hij verplicht om in zijn boekhouding die hij houdt voor de toepassing van de Belgische reglementering alle handelingen op te nemen die hij in België heeft gerealiseerd en waarvoor de verlegging van heffing beoogd in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek van toepassing is alsook de inkomende handelingen die met deze laatste een direct verband hebben, zelfs wanneer deze inkomende handelingen geen aanleiding hebben gegeven tot de uitoefening van een recht op aftrek van Belgische voorbelasting.
In deze omstandigheden, voor zover een opname in de boekhouding noodzakelijk is, moet de factuur uitgereikt door deze belastingplichtige, leverancier of dienstverrichter, altijd het Belgisch BTW-identificatienummer vermelden dat aan hem werd toegekend, en voor wat de aanduiding van zijn cliënt betreft, de vermelding van zijn BTW-identificatienummer, alsook, wanneer deze laatste niet in België gevestigd is, de coördinaten van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger in België.
201. De in bovengenoemde boekhouding opgenomen handelingen dienen vanzelfsprekend in de in te dienen periodieke BTW-aangiften te worden opgenomen, alsook, desgevallend, in de listing en opgaven bedoeld in artikel 53quinquies (jaarlijkse listing afnemers-belastingplichtigen) en 53sexies (kwartaalopgave van de intracommunautaire handelingen) van het BTW-Wetboek.
Bijzondere verplichting : het adres van voorlegging ter inzage van de boeken en stukken
202. Teneinde de afwezigheid van enige inrichting of aansprakelijke vertegenwoordiger in België te ondervangen, is de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die een rechtstreekse identificatie heeft in België ertoe gehouden, op grond van artikel 61, § 1, 3 e lid, van het BTW-Wetboek, aan de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft een adres in België mede te delen waar de boeken en stukken die hij dient te bewaren krachtens artikel 60 van hetzelfde Wetboek, ter inzage zullen worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van deze administratie.
203. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige licht het CKBB in omtrent het adres van voorlegging van de hiervoor bedoelde boeken en stukken ter gelegenheid van de indiening van de aangifte van aanvang van werkzaamheid (zie art. 1, 3 e lid, van het KB nr. 10 van 29 december 1992). Elke wijziging van dit adres moet het voorwerp uitmaken van een aangifte van wijziging van werkzaamheid (zie art. 2, 1 e lid, van het KB nr. 10 van 29 december 1992).
204. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige moet het adres van voorlegging van de hiervoor bedoelde boeken en stukken op zodanige wijze kiezen dat de boeken en stukken op vraag van de ambtenaren van de administratie binnen een redelijke termijn ter inzage kunnen worden voorgelegd. Dit adres mag dat van een fiscale lasthebber zijn of van een dochteronderneming van de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, of zelfs van een medecontractant van de belastingplichtige. Wanneer de belastingplichtige over geen adres van voorlegging in België beschikt, moet hij in zijn aangifte van aanvang van werkzaamheid mededelen dat hij als adres van voorlegging van zijn boeken en stukken het adres van het CKBB [Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen - dienst controle, Zaveltoren - 24e verdieping, J. Stevensstraat 7, BE 1000 BRUSSEL] aanvaardt. Hoe dan ook, bij gebreke vanwege de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige van mededeling van een adres van voorlegging der boeken en stukken in België, merkt de administratie de vestigingsplaats van het CKBB aan als bedoeld adres.
4.3. Opmerkingen
205. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige beschikt over de mogelijkheid om een fiscale mandataris aan te duiden voor de afhandeling van een deel of het geheel van zijn verplichtingen die hem zijn opgelegd door de Belgische reglementering inzake BTW. Deze lasthebber kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn en al dan niet in België gevestigd. De aanduiding van een lasthebber is niet verplicht. Trouwens bij ontstentenis van het naleven van de formaliteiten vermeld onder de nrs. 119 tot 127, zal de eventuele lasthebber door de Belgische administratie nooit worden aangemerkt als een aansprakelijke vertegenwoordiger. Wanneer de lasthebber de mogelijkheid heeft om het geheel of een deel van de administratieve formulieren te ondertekenen voor rekening van zijn buitenlandse lastgever (bv. de periodieke BTW-aangiften, de jaarlijkse listing afnemers-belastingplichtigen en de kwartaalopgaven van de intracommunautaire handelingen), dient de volmacht waarin de hem toegekende bevoegdheden zijn omschreven, vanaf de aanduiding van de lasthebber, te worden toegzonden aan het CKBB.
206. Wanneer een in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige in België over een rechtstreekse identificatie beschikt, zal alle voor hem bestemde administratieve briefwisseling, in de taal die hij heeft aangeduid in zijn aangifte van aanvang van werkzaamheid, worden verzonden naar zijn adres of vestiging in het buitenland. In principe zal geen enkele briefwisseling worden verzonden naar zijn lasthebber bedoeld in nr. 205 hiervoor.
207. De in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die in België over een identificatie beschikt, zonder er op fiscaal vlak vertegenwoordigd te zijn, kan voor zijn inkomende handelingen geen aanspraak maken op :
- het stelsel van verlegging van de heffing bedoeld in artikel 51, § 2, 5° van het BTW-Wetboek, wanneer hij van een niet in België gevestigde medecontractant een levering van goederen of een dienst ontvangt die niet bedoeld is in artikel 51, § 2, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek en niet vrijgesteld is of verricht wordt met vrijstelling van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek;
- het stelsel van verlegging van de heffing bedoeld in artikel 20, § 1, van het KB nr. 1, wanneer hij van een in België gevestigde medecontractant een werk in onroerende staat of een daarmee gelijkgestelde handeling als bedoeld in § 2 van hetzelfde artikel ontvangt;
- het stelsel van verlegging van de heffing bedoeld in artikel 20bis, § 1, van het KB nr. 1, wanneer hij van een in België gevestigde medecontractant een levering van goud als bedoeld in § 2 van hetzelfde artikel ontvangt.
HOOFSTUK VII : DE VOORAF ERKENDE AANSPRAKELIJK VERTEGENWOORDIGER
1. Wettelijke bepalingen
209. Krachtens artikel 55, § 3, tweede lid, van het BTW-Wetboek kan de Koning voor de bijzondere handelingen die Hij in een lijst vastlegt en binnen de beperkingen en onder de voorwaarden en modaliteiten die Hij bepaalt, toestaan dat de niet in België gevestigde belastingplichtige die niet in België is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, en die hier te lande uitsluitend handelingen verricht die zijn opgenomen in voornoemde lijst, wordt vertegenwoordigd door een persoon die vooraf door of vanwege de Minister van Financiën werd erkend.
210. Deze aan de Koning geboden mogelijkheid maakt het voorwerp uit van artikel 2 van het KB nr. 31 van 2 april 2002.
211. Overeenkomstig artikel 2, § 1, van het KB nr. 31, kan de niet in België gevestigde belastingplichtige die niet in België is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek, wanneer hij hier te lande uitsluitend de hierna vermelde handelingen verricht, vertegenwoordigd worden door een persoon die door of vanwege de Minister vooraf is erkend :
1° wanneer hij schuldenaar is van de belasting ingevolge invoeren van goederen in België die niet geplaatst zijn onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, in de mate waarin de invoer is geschied met het oog op een volgende levering van dezelfde goederen;
2° wanneer hij schuldenaar is van de belasting ingevolge handelingen bedoeld in artikel 39quater, § 1, 1° en 3°, van het BTW-Wetboek, of wanneer hij een handeling verricht van plaatsing van goederen onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot die niet aan de belasting is onderworpen;
3° wanneer hij de goederen onttrekt aan een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, bedoeld in artikel 39quater van het BTW-Wetboek;
4° wanneer hij een intracommunautaire verwerving van goederen of een krachtens artikel 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek daarmee gelijkgestelde handeling verricht en die goederen niet geplaatst zijn onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, in de mate waarin de intracommunautaire verwerving van goederen of de daarmee gelijkgestelde handeling is geschied met het oog op een volgende levering van dezelfde goederen vrijgesteld bij artikel 39, § 1, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek;
5° wanneer hij een intracommunautaire verwerving van goederen of een krachtens artikel 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek daarmee gelijkgestelde handeling verricht en die goederen niet geplaatst zijn onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, met uitzondering van elke andere handeling onderworpen aan de belasting in België. Door of vanwege de Minister van Financiën kan worden afgeweken van deze uitzondering in de gevallen en volgens de regels die hij bepaalt.
212. Door of vanwege de Minister van Financiën kan de erkenning beperkt worden tot de categorieën van personen die hij bepaalt.
213. Overeenkomstig artikel 2, § 2, van het KB nr. 31, richt de persoon die een erkenning wenst te verkrijgen om niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen die uitsluitend de hiervoor bedoelde handelingen verrichten, een aanvraag aan het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen.
214. Bij de erkenning van deze persoon, kent het CKBB twee globale BTW-identificatienummers toe die verschillen naargelang de handelingen bedoeld zijn hetzij in artikel 2, § 1, 1 e lid, 1° van het KB nr. 31 (zie nr. 211, 1°), hetzij in artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° tot 5° van het KB nr. 31 (zie nr. 211, 2° tot 5°). Het CKBB stelt de erkende persoon hiervan in kennis.
215. Door of vanwege de Minister van Financiën worden de gebruiksvoorwaarden van de in nr. 214 hiervoor bedoelde nummers bepaald.
216. Tenslotte wordt de vooraf erkende persoon, op grond van artikel 2, § 3, van het KB nr. 31, in de plaats van zijn lastgever gesteld voor alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek voor de handelingen die hij verricht of die hem hier te lande worden verstrekt onder het globale BTW-identificatienummer.
217. De door de administratie vooraf erkende persoon aan wie een globaal BTW-identificatienummer wordt toegekend wordt over het algemeen aangeduid met de termen "vooraf erkende aansprakelijke vertegenwoordiger" of "aansprakelijke vertegenwoordiger onder globaal nummer".
2. Eigenschappen van het stelsel van fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer
218. De vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer is een vereenvoudigd stelsel van fiscale vertegenwoordiging met de volgende kenmerken :
a) de niet in België gevestigde belastingplichtige die niet in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer en die hier te lande handelingen verricht waarvoor het stelsel van vertegenwoordiging onder een globaal nummer is toegelaten [In iedere veronderstelling gaat het om handelingen waarvoor :
- de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige gehouden is hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen;
- de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige de mogelijkheid heeft hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.], kan zich laten vertegenwoordigen door om het even welke vooraf erkende persoon die houder is van een globaal BTW-identificatienummer (zie evenwel de nrs. 231 en 287);
219. Het stelsel van de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal BTW-identificatienummer kan nooit door een niet in België gevestigde belastingplichtige worden aangewend die, om welke reden dan ook, reeds in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer [Rechtstreekse identificatie of identificatie met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 55, §§ 1 en 2, van het BTW-Wetboek].
220. Om te bepalen of het stelsel van de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer kan worden toegepast in hoofde van een niet in België gevestigde belastingplichtige, dient er geen rekening te worden gehouden met de door deze belastingplichtige in België verrichte handelingen die het voorwerp uitmaken van een ontslag of een ontheffing van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België. Het stelsel van de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer kan worden toegepast wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige hier te lande eveneens handelingen verricht waarvoor hij kan genieten van een ontslag of een ontheffing van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België.
221. Het stelsel van de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer is facultatief : de niet in België gevestigde belastingplichtige die uitsluitend handelingen verricht beoogd in nr. 211 hiervoor, kan er de voorkeur aan geven om zich te laten identificeren voor BTW-doeleinden onder een individueel nummer, desgevallend, via de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger. Deze belastingplichtige is daarentegen gehouden zo te handelen wanneer hij in België eveneens handelingen verricht andere dan deze beoogd in nr. 211, waarvoor geen enkel ontslag of ontheffing van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden in België wordt toegekend.
222. Het globale BTW-identificatienummer is verschillend naargelang de vertegenwoordiging betrekking heeft op (toepassing van artikel 2, § 2, 2e lid, van het KB nr. 31) :
- hetzij handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, 1°, van het KB nr. 31 : de vooraf erkende persoon dient titularis te zijn van een globaal BTW-identificatienummer beginnend met BE 796.5;
- hetzij handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, 2° tot 5°, van het KB nr. 31 : de vooraf erkende persoon dient titularis te zijn van een globaal BTW-identificatienummer beginnend met BE 796.6.
3. Vertegenwoordiging onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.5
3.1. Toepassingsgebied
224. De vooraf erkende persoon die houder is van een globaal BTW-identificatienummer beginnend met BE 796.5, kan onder dit nummer elke niet in België gevestigde belastingplichtige [Die niet reeds in België voor BTW-doeleinden onder een individueel nummer is geïdentificeerd] vertegenwoordigen die schuldenaar is van de belasting wegens invoeren van goederen in België die niet onder het stelsel van het BTW-entrepot worden geplaatst, in de mate waarin de invoer wordt verricht met het oog op een daaropvolgende levering van diezelfde goederen.
225. Twee essentiële voorwaarden dienen te worden nageleefd in het kader van de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer BE 796.5 :
a) de ingevoerde goederen dienen het voorwerp uit te maken van een levering volgend op de invoer, of van een daarmee gelijkgestelde handeling. Deze levering kan :
- plaatsvinden in België of in het buitenland;
- effectief aan de belasting zijn onderworpen of zijn vrijgesteld;
- gelijktijdig met de invoer worden verricht of niet.
- de ingevoerde goederen in het BTW-entrepot worden geplaatst [De vertegenwoordiging onder een globaal nummer beginnend met BE 796.6 is evenwel mogelijk (zie nr. 268, a), 1ste streepje] ;
- de ingevoerde goederen gebruikt worden in het kader van een dienstverrichting;
De naleving van deze voorwaarde veronderstelt dat de goederen, tussen hun invoer en hun levering, geen enkele behandeling of omvorming hebben ondergaan, andere dan :
- hetzij, handelingen die samenhangen met het vervoer van de goederen. Deze handelingen zijn opgesomd in nr. 19 van de administratieve aanschrijving nr. 11 van 21 oktober 1997 (bv. laden, lossen, overslaan, stuwen en ontstuwen, wegen, meten, peilen; verpakken en uitpakken met het oog op het vervoer; enz.);
- hetzij, handelingen bestemd om de bewaring van de goederen te waarborgen, om hun presentatie of handelskwaliteit te verbeteren, of om ze voor te bereiden op hun distributie of wederverkoop. Deze behandelingen zijn deze opgesomd in bijlage 72 van de toepassingsbepalingen van het Communautair douanewetboek, waarvan de tekst is weergegeven in de bijlage 3 van onderhavige aanschrijving.
226. Het spreekt vanzelf dat de invoer en de daaropvolgende levering van de goederen onder dekking van hetzelfde globaal BTW-identificatienummer moeten worden verricht.
227. De principes die de schuldenaar van de belasting in het kader van de verrichte handelingen aanduiden zijn de volgende :
a) wat de invoer van de goederen betreft : de schuldenaar van de belasting is de niet in België gevestigde belastingplichtige, optredend als geadresseerde bij de invoer (zie art. 6, § 1, van het KB nr. 7).
Het enig document dat in België wordt opgemaakt bij de aangifte ten verbruik van de goederen vermeldt in vak 8, in principe, de volledige identiteit (naam of benaming en volledig adres) van de niet in België gevestigde belastingplichtige die optreedt als geadresseerde bij de invoer, alsmede het globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 waaronder hij wordt vertegenwoordigd voor die handeling.
Een uitzondering op dit principe wordt toegestaan wanneer de aangifte ten verbruik wordt opgesteld via het SADBEL-systeem : in dat geval, is het tijdelijk toegelaten dat de identificatiegegevens van de vooraf erkende persoon worden vermeld in vak 8, in plaats van deze van de niet in België gevestigde belastingplichtige. De identiteit van de persoon die als geadresseerde optreedt bij de invoer moet alsdan blijken uit de factuur waarop de inverbruikstelling is gestoeld, alsook uit de individuele boekhouding die de vooraf erkende persoon moet houden.
De wegens de invoer van de goederen verschuldigde belasting wordt steeds voldaan bij de ontvanger van de Administratie der douane en accijnzen bij wie de goederen ten verbruik werden aangegeven. Het stelsel van verlegging van de heffing bij invoer, bedoeld in artikel 5, § 3, van het KB nr. 7 kan niet worden toegepast in geval van fiscale vertegenwoordiging onder een globaal nummer BE 796.5.
De invoer van de goederen is vrijgesteld van de belasting bij toepassing van artikel 40, § 1, 1°, d, van het BTW-Wetboek wanneer die invoer onmiddellijk wordt gevolgd door een krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek vrijgestelde levering van dezelfde goederen;
b) wat de daaropvolgende levering van de goederen betreft : de schuldenaar van de belasting is, in principe, de niet in België gevestigde belastingplichtige, handelend als leverancier van de goederen (zie art. 51, § 1, 1°, van het WBTW).
Naargelang de omstandigheden kunnen diverse vrijstellingen desgevallend worden ingeroepen (b.v. toepassing van artikel 39, § 1, 1° of 2° van het BTW-Wetboek in geval van verzending van de goederen naar een derde land; toepassing van artikel 39bis van het BTW-Wetboek in geval van intracommunautaire levering van de goederen).
Wanneer de levering niet is vrijgesteld van de belasting op grond van de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek en wordt verricht aan een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, of aan een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen, is de verkrijger van de goederen de schuldenaar van de belasting (zie art. 51, § 2, 5°, van het WBTW).
228. Voorbeeld :
A is een niet in België gevestigde belastingplichtige, die niet onder een individueel BTW-identificatienummer is geïdentificeerd in België. A kan volgende handelingen verrichten onder dekking van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.5. Hij kan voor elke reeks van verrichte handelingen (invoer en daaropvolgende levering) een beroep doen op de vooraf erkende persoon van zijn keuze die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 :
1° Invoer van goederen in België; de goederen worden onmiddellijk geleverd aan B, een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke aangiften.
-> De invoer van de goederen is onderworpen aan de belasting;
-> De levering van de goederen vindt plaats in België; de belasting is verschuldigd door B, bij toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek
2° Invoer van goederen in België; de goederen worden onmiddellijk naar Frankrijk geleverd ter bestemming van C, een in Frankrijk gevestigde belastingplichtige.
-> De invoer van de goederen is vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 40, § 1, 1°, d, van het BTW-Wetboek (de identiteit van C is gekend op het tijdstip van de inverbruikstelling);
-> De levering van de goederen vindt plaats in België; ze is vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 39bis, 1e lid, 1°, van het BTW-Wetboek
3° Invoer van goederen in België; twee maanden later worden de goederen naar Frankrijk geleverd ter bestemming van C, een in Frankrijk gevestigde belastingplichtige.
-> De invoer van de goederen is onderworpen aan de belasting (artikel 40, § 1, 1°, d, van het BTW-Wetboek is niet van toepassing);
-> De levering van de goederen vindt plaats in België; zij is vrijgesteld van de belasting bij toepassing van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek
4° Invoer van goederen in België; de goederen worden geleverd met montage in Frankrijk, ter bestemming van E.
De invoer van de goederen is onderworpen aan de belasting (artikel 40, § 1, 1°, d van het BTW-Wetboek is niet van toepassing);
De levering van de goederen vindt plaats in Frankrijk (toepassing van artikel 15, § 2, 2e lid, 2°, van het BTW-Wetboek).
5° Invoer van goederen in België; de goederen worden onmiddellijk vervoerd naar de magazijnen van A in Frankrijk.
De invoer van de goederen is vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 40, § 1, 1°, d, van het BTW-Wetboek;
De overbrenging van de goederen ter bestemming van Frankrijk wordt gelijkgesteld met een levering verricht onder bezwarende titel (toepassing van artikel 12bis van het BTW-Wetboek); ze is vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 39bis, 1e lid, 4°, van het BTW-Wetboek.
3.2. Procedure tot erkenning
3.2.1. Hoedanigheden van de vooraf erkende persoon
229. De vooraf erkende persoon dient aan volgende voorwaarden te voldoen (z. art. 3, § 1, KB nr. 31) :
1° bekwaam zijn om contracten aan te gaan;
2° gevestigd zijn in België;
3° voldoende solvabel zijn om de door het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan aan de belastingplichtigen opgelegde verplichtingen na te komen.
230. Hij kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn, van Belgische nationaliteit of niet, voor zover hij maar in België is gevestigd.
231. In regel wordt een globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 evenwel slechts toegekend aan de volgende personen (toepassing van artikel 2, § 1, 2 e lid, KB nr. 31) :
a) personen die erkend zijn als douane-expediteur door de administratie der douane en accijnzen;
b) personen die, bij de indiening van hun aanvraag bij het CKBB, het bewijs kunnen leveren dat zij op geregelde wijze ten minste twee niet in België gevestigde belastingplichtigen zullen vertegenwoordigen voor de in artikel 2, § 1, 1 e lid, 1°, van het KB nr. 31, bedoelde handelingen.
232. De administratie beoordeelt de solvabiliteit van de persoon rekening houdend met zijn verbintenissen (z. art. 2, § 3, van het KB nr. 31). De draagwijdte van de verbintenissen van de vooraf erkende persoon wordt behandeld in de nrs. 238 tot 241 hierna.
233. Indien de persoon niet voldoende solvabel is, wordt een zekerheid gevraagd tot waarborg van de invordering van al wat opeisbaar zou kunnen worden aan belasting, geldboeten, interesten en kosten ten laste van de vertegenwoordigde belastingplichtigen. Het bedrag van de zekerheid wordt vastgesteld op ten hoogste 10 pct. van de verschuldigde belasting [Niettegenstaande een eventuele vrijstelling.] voor het geheel van de vertegenwoordigde belastingplichtigen voor een periode van twaalf kalendermaanden (er wordt geen enkel minimumbedrag geëist). Het bedrag van de zekerheid wordt periodiek herzien rekening houdend met de verbintenissen van de vooraf erkende persoon.
234. De zekerheid kan bestaan uit :
- een hypotheek in eerste rang op in België gelegen onroerende goederen, voor een voldoende waarde verzekerd indien het om gebouwen gaat;
- een borgtocht in speciën, gestort op een postrekening geopend op naam van de Deposito- en Consignatiekas;
- een borgtocht in effecten, neergelegd bij de Nationale Bank van België handelend voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas;
- een persoonlijke borgstelling van een verzekeringsonderneming, van een bank of van een private spaarkas die hun activiteiten in België uitoefenen.
3.2.2. Aanvraag tot erkenning
236. De persoon die een globaal BTW-identificatienummer beginnend met BE 796.5 wenst te bekomen moet daartoe een verzoek richten tot het CKBB.
3.2.3. Betekening van de erkenning
237. Na te hebben nagegaan of de voorwaarden voor erkenning vervuld zijn (meer bepaald met betrekking tot de solvabiliteit van de persoon), betekent het CKBB de erkenning aan de persoon die erom heeft verzocht, en deelt hem het globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 mee dat hem werd toegekend.
3.2.4. Draagwijdte van de door de vooraf erkende persoon aangegane verbintenis
238. Op grond van artikel 55, § 4, 2 e lid, van het BTW-Wetboek, is de vooraf erkende persoon hoofdelijk gehouden met zijn lastgevers tot voldoening van de belasting, de interesten en de geldboeten waarvan deze laatsten krachtens het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan schuldenaar zijn.
239. Het spreekt vanzelf dat de vooraf erkende persoon slechts hoofdelijk gehouden is met zijn buitenlandse lastgevers voor die handelingen die zij stellen onder het globaal BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend.
240. De vooraf erkende persoon is hoe dan ook aansprakelijk voor het geheel van de handelingen dat werd verricht onder het globaal BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend, zelfs in de veronderstelling dat de handelingen werden verricht in strijd met de bepalingen van artikel 2, § 1, 1 e lid, 1°, van het KB nr. 31 (handelingen die buiten het toepassingsgebied van het globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 vallen - z. inz. nr. 225, b, in fine).
241. Het is niet mogelijk om de verbintenis van de vooraf erkende persoon te beperken tot een welbepaald bedrag (verg. met nr. 131).
3.3. Rechten en verplichtingen van de vooraf erkende persoon
3.3.1. Algemene principes
242. Krachtens artikel 2, § 3, van het KB nr. 31, wordt de vooraf erkende persoon in de plaats gesteld van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemden zijn verleend of van alle verplichtingen die hen zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek voor de handelingen die zij verrichten of die hen hier te lande worden verstrekt onder het globaal BTW-identificatienummer.
243. Hij wordt hoe dan ook in de plaats gesteld van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt ten aanzien van de aan hen verleende rechten en de opgelegde verplichtingen in het kader van het geheel van de handelingen, verricht onder het globaal BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend, zelfs in de veronderstelling dat de handelingen werden verricht in strijd met de bepalingen van artikel 2, § 1, 1 e lid, 1°, van het KB nr. 31 (handelingen die buiten het toepassingsgebied van het globaal BTW-identificatienummer BE 796.5 vallen - z. inz. nr. 225, b, in fine).
244. Voor al hetgeen te maken heeft met de toepassing van de BTW op de door de niet in België gevestigde belastingplichtigen verrichte handelingen, ressorteert de vooraf erkende persoon onder het CKBB (dienst controle), Zaveltoren - 24 e verdiep, J. Stevensstraat 7, 1000 Brussel.
3.3.2. Verplichtingen van de vooraf erkende persoon
245. Krachtens het principe van de indeplaatsstelling zoals vervat in artikel 2, § 3, van het KB nr. 31, komt de vooraf erkende persoon, in de plaats van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt, de diverse verplichtingen na die aan belastingplichtigen worden opgelegd door de Belgische BTW-wetgeving.
246. De vooraf erkende persoon is meer bepaald gehouden tot de volgende verplichtingen :
- het uitreiken van het bijkomend stuk bedoeld in artikel 4, § 2, van het KB nr. 31;
- het voeren van een boekhouding;
- het indienen van periodieke BTW-aangiften en het voldoen van de belasting;
- andere aangifteverplichtingen;
- het bewaren van boeken en stukken;
- het verstrekken van inlichtingen.
247. De facturering van de leveringen van goederen die volgen op invoeren, verricht door de niet in België gevestigde belastingplichtigen die worden vertegenwoordigd door de vooraf erkende persoon, dient verplicht te gebeuren met inachtneming van de in artikel 4, §§ 1 en 2, van het KB nr. 31, bedoelde bijzondere procedure.
248. Deze procedure verloopt als volgt :
a) in een eerste fase, stuurt de niet in België gevestigde belastingplichtige de voor zijn medecontractant bestemde factuur naar de vooraf erkende persoon, zonder het bedrag van de verschuldigde belasting erop te vermelden;
b) de vooraf erkende persoon stelt in die hoedanigheid een stuk in tweevoud op, waarin de bij artikel 5, § 1, van het KB nr. 1 bedoelde vermeldingen voorkomen. Worden onder meer vermeld :
- de naam en het adres van de niet in België gevestigde belastingplichtige;
- de identiteit, het adres en het globaal BTW-identificatienummer toegekend aan de vooraf erkende persoon, en de aanduiding van zijn hoedanigheid (bv. "BTW-aansprakelijke vertegenwoordiger onder globaal nummer");
- het nummer van inschrijving van het stuk in het boek voor uitgaande facturen dat wordt gehouden in naam en voor rekening van de niet in België gevestigde belastingplichtige;
- het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting of de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, artikel 51, § 2", wanneer de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek verschuldigd is door de medecontractant, of nog, de vermelding van de wettelijke bepaling krachtens dewelke de handeling van de belasting is vrijgesteld of krachtens dewelke de belasting niet in rekening wordt gebracht;
249. Het bijkomend stuk dat wordt opgesteld door de vooraf erkende persoon dient te worden beschouwd als noodzakelijk deel uitmakend van de factuur die wordt uitgereikt door de niet in België gevestigde belastingplichtige. Het moet worden uitgereikt binnen de in artikel 4 van het KB nr. 1 voorziene termijn, behoudens toepassing van de administratieve tolerantie zoals uiteengezet in nr. 154 van de onderhavige aanschrijving.
250. De afwijking bedoeld in artikel 4, § 3, van het KB nr. 31 en in de nrs. 155 tot 157 van de onderhavige aanschrijving, is niet van toepassing in geval van vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon.
Voeren van een boekhouding
251. De vooraf erkende persoon dient, voor elke vertegenwoordigde belastingplichtige, een aan de omvang van de activiteiten van deze belastingplichtige aangepaste boekhouding te voeren, om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren (z. art. 14, §§ 1 en 2, KB nr. 1). Deze boekhouding omvat inzonderheid :
a) een boek voor inkomende facturen, waarin de vooraf erkende persoon inschrijft :
- de invoer van goederen, onder verwijzing naar de aangifte ten verbruik van de ingevoerde goederen en naar de aankoopfactuur waarop die aangifte steunt;
- de verschillende kosten die hier te lande worden gemaakt, wanneer deze nauw verbonden zijn met de realisatie van de in artikel 2, § 1, 1e lid, 1°, van het KB nr. 31, bedoelde handelingen, onder verwijzing naar de ontvangen facturen (bijkomende kosten en dienstverrichtingen als bedoeld in nr. 225, b);
252. Deze twee factuurboeken en de stukken die erin worden ingeschreven, alsook het geheel van ermee overeenstemmende stukken (vervoerdocumenten, betalingsstukken, enz.), dienen aan te tonen dat alle door de niet in België gevestigde belastingplichtige (geadresseerde bij de invoer) ingevoerde goederen het voorwerp hebben uitgemaakt van daaropvolgende leveringen.
Indiening van periodieke BTW-aangiften en voldoening van de belasting
253. Elke maand of elk kwartaal, naargelang de aan te geven omzet, dient de vooraf erkende persoon een periodieke BTW-aangifte in te dienen voor het geheel van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt (z. art. 53, 1 e lid, 3°, W.BTW en art. 18, KB nr. 1). Bij gebreke aan enige handeling in de loop van de voorbije periode, wordt een "nihil"-aangifte ingediend.
254. De BTW-aangifte wordt als volgt ingevuld :
Inkomende handelingen (invoeren en eventuele kosten) :
Rooster 81 : het totaalbedrag van de invoeren die het voorwerp van een aangifte ten verbruik hebben uitgemaakt;
Rooster 82 : desgevallend, het totaalbedrag van de dienstverrichtingen bedoeld in nr. 225, b, of van de bijkomende kosten gemaakt in België;
Rooster 87 : bijkomende kosten gemaakt in België waarvoor de vertegenwoordigde belastingplichtigen schuldenaar zijn van de belasting (b.v. IC-vervoer verricht door een buitenlandse vervoerder en mededeling van globaal nummer);
Rooster 56 : de BTW die verschuldigd is over de in rooster 87 vermelde handelingen;
Rooster 59 : de aftrekbare BTW.
Uitgaande handelingen (daaropvolgende leveringen)
Roosters 01 tot 03 : het totaalbedrag van de leveringen die onderworpen zijn aan de BTW in België en waarvoor de vertegenwoordigde belastingplichtigen schuldenaar van de belasting zijn;
Rooster 45 : het totaalbedrag van de leveringen die onderworpen zijn aan de BTW in België en waarvoor artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek toepasselijk is;
Rooster 46 : het totaalbedrag van de krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek vrijgestelde leveringen;
Rooster 47 : het totaalbedrag van de leveringen welke krachtens artikel 39, § 1, van het BTW-Wetboek zijn vrijgesteld (uitvoeren) of die in het buitenland plaatsvinden (bv. leveringen met montage in het buitenland);
Rooster 54 : de BTW die verschuldigd is over de in de roosters 01 tot 03 ingeschreven leveringen.
Saldo
Rooster 71 : aan de Staat verschuldigde belasting;
Rooster 72 : door de Staat verschuldigde belasting.
255. Voor elke periodieke BTW-aangifte moet de vooraf erkende persoon een lijst bijhouden waarin het aandeel van elke vertegenwoordigde belastingplichtige in de aangegeven bedragen wordt opgenomen. Deze lijst dient niet bij de ingediende aangifte te worden gevoegd, maar moet op ieder verzoek van de administratie ter inzage worden voorgelegd.
256. De vooraf erkende persoon is gehouden de belasting waarvan de periodieke aangiften de opeisbaarheid vaststellen te voldoen binnen de daartoe voorziene termijn (z. art. 53, 1 e lid, 4°, WBTW) en het (de) voorschot(ten), voorzien in artikel 19, §§ 1 en 2 of in artikel 19, § 3, van het KB nr. 1, te betalen.
Overige aangifteverplichtingen
257. De vooraf erkende persoon is, voor het geheel van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt, gehouden tot het indienen van:
a) een jaarlijkse lijst van de belastingplichtige afnemers (z. art. 53quinquies WBTW) (desgevallend wordt een "nihil"-lijst ingediend) :
b) eventueel, de kwartaalopgaven van de intracommunautaire handelingen (z. art. 53sexies WBTW).
Bewaren van boeken en verstrekken van inlichtingen
258. De vooraf erkende persoon is gehouden :
a) alle boeken en stukken met betrekking tot de handelingen verricht onder het globaal nummer waarvan hij de titularis is, te bewaren, en ze, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de met de controle belaste ambtenaren (z. art. 60 en 61 WBTW);
b) mondeling of schriftelijk, alle inlichtingen te verschaffen die de administratie eist teneinde de juiste heffing van de BTW na te gaan (z. art. 62, § 1, WBTW).
3.3.3. Rechten van de vooraf erkende persoon
259. De vooraf erkende persoon kan, met inachtneming van de artikelen 45 en volgende van het BTW-Wetboek, de (Belgische) BTW die aan de niet in België gevestigde belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt in rekening werd gebracht aftrekken, door deze op te nemen in de periodieke BTW-aangiften (rooster 59) die hij indient in naam en voor rekening van deze belastingplichtigen (zie nr. 253).
260. Enkel de belasting geheven van de handelingen waarvoor het gebruik van het globaal nummer BE 796.5 is toegestaan krachtens artikel 2, § 1, 1e lid, 1°, van het KB nr. 31 en van de handelingen die hiermee nauw verbonden zijn, is aftrekbaar.
261. Bijgevolg kan onder het globaal nummer BE 796.5 enkel de volgende belasting in aftrek worden gebracht :
- de belasting geheven van de invoer van de goederen;
- de belasting geheven van de dienstverrichtingen bedoeld in nr. 225, b);
- de belasting geheven van de bijkomende kosten die nauw verbonden zijn met de invoer van de goederen of met hun daaropvolgende levering (bv. : opslag en vervoer).
263. De voorwaarden voor de uitoefening van het recht op aftrek die worden opgelegd aan de vooraf erkende persoon zijn deze als omschreven in artikel 3 van het KB nr. 3 van 10 december 1969. Om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de vooraf erkende persoon derhalve steeds in het bezit zijn van :
a) het origineel van het invoerdocument dat de niet in België gevestigde belastingplichtige aanwijst als geadresseerde;
b) het origineel van de facturen gericht aan de niet in België gevestigde belastingplichtige, waarop het globaal nummer en de coördinaten van de vooraf erkende persoon voorkomen.
264. De machtiging om de belasting af te trekken op zicht van fotokopieën van de originele facturen, bedoeld in nr. 164 van de onderhavige aanschrijving, is niet toepasselijk op de vooraf erkende persoon.
265. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de regeling van de maandelijkse terugbetaling van de belasting, bedoeld in artikel 8 1, § 2, 1 e lid, 3°, van het KB nr . 4 en in de administratieve aanschrijving nr. 10/1996, niet kan worden toegepast in het kader van de fiscale vertegenwoordiging onder het globaal nummer BE 796.5.
3.4. Verplichtingen van de vertegenwoordigde belastingplichtige
266. De niet in België gevestigde belastingplichtige die vertegenwoordigd wordt door een vooraf erkende persoon is gehouden, voor de in artikel 2, § 1, 1 e lid, 1°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen die hij verricht, en voor de handelingen die er nauw mee verbonden zijn en hem in België worden verstrekt, aan zijn klanten of leveranciers mede te delen :
- enerzijds, het globaal BTW-identificatienummer dat in België werd toegekend aan de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt (z. art. 53quater, § 1, WBTW);
- anderzijds, de naam of benaming en het adres van de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt (z. art. 53quater, § 2, WBTW).
4.1. Toepassingsgebied
267. Krachtens artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° tot 5°, van het KB nr. 31, kan de vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer dat begint met BE 796.6, onder dit nummer elke niet in België gevestigde belastingplichtige [Die nog niet voor de BTW in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer.] vertegenwoordigen die :
a) hetzij goederen plaatst in een BTW-entrepot;
b) hetzij goederen onttrekt aan de regeling van het BTW-entrepot;
c) hetzij een intracommunautaire verwerving van goederen (of een daarmee gelijkgestelde handeling) verricht met het oog op een daaropvolgende levering van dezelfde goederen, vrijgesteld om reden van uitvoer;
d) hetzij een intracommunautaire verwerving van goederen (of een daarmee gelijkgestelde handeling) verricht, met uitzondering van elke andere handeling onderworpen aan de belasting in België.
Deze verschillende situaties worden hierna in detail uiteengezet.
4.1.1. Plaatsing van goederen in een BTW-entrepot (z. art. 2, § 1, 1 e lid, 2°, KB nr. 31)
268. Het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 kan worden gebruikt voor de volgende handelingen, verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige [Die nog niet voor de BTW in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer.] :
a) de plaatsing van goederen in een BTW-entrepot ten gevolge van :
- een invoer van goederen waarvoor de niet in België gevestigde belastingplichtige de hoedanigheid van geadresseerde heeft aangenomen. De schuldenaar van de belasting wegens de invoer is de niet in België gevestigde belastingplichtige (z. art. 6, § 1, KB nr. 7). Bij de aangifte ten verbruik van de goederen kan de vrijstelling van de BTW bedoeld in artikel 39quater, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek worden ingeroepen.
Op dit principe kan een uitzondering worden gemaakt wanneer de aangifte ten verbruik wordt opgesteld via het SADBEL-systeem : in dat geval, is het tijdelijk toegelaten dat de identificatiegegevens van de vooraf erkende persoon worden vermeld in vak 8, in plaats van deze van de niet in België gevestigde belastingplichtige. De identiteit van de persoon die als geadresseerde optreedt bij de invoer moet alsdan blijken uit de factuur waarop de aangifte ten verbruik steunt, alsook uit de individuele boekhouding die de vooraf erkende persoon moet houden;
- een intracommunautaire verwerving van goederen. De schuldenaar van de wegens deze verwerving verschuldigde belasting is de niet in België gevestigde belastingplichtige (z. art. 51, § 1, 2°, WBTW). De vrijstelling bedoeld in artikel 39quater, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek kan worden ingeroepen;
- een aankoop van goederen hier te lande. De schuldenaar van de wegens deze handeling verschuldigde belasting is de niet in België gevestigde belastingplichtige, verwerver van de goederen (z. art. 51, § 2, 3°, WBTW). De vrijstelling bedoeld in artikel 39quater, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek kan worden ingeroepen;
- een interne overbrenging in België, buiten het kader van elke handelstransactie om (handeling niet onderworpen aan de belasting);
269. Belangrijke opmerkingen :
1° Alleen de titularis van een vergunning BTW-entrepot kan de niet in België gevestigde belastingplichtigen die goederen in zijn entrepot plaatsen vertegenwoordigen onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
Met andere woorden, in het kader van de regeling BTW-entrepot, wordt elke andere persoon dan de titularis van de vergunning BTW-entrepot uitgesloten van de mogelijkheid om niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6. Deze uitsluiting slaat evenwel niet op de regeling van de fiscale vertegenwoordiging onder een individueel BTW-identificatienummer.
2° Een ontslag of een ontheffing van de verplichting tot identificatie voor BTW-doeleinden wordt toegestaan aan de niet in België gevestigde belastingplichtige die goederen, die in een BTW-entrepot zijn geplaatst, aankoopt en deze wederverkoopt met handhaving van de regeling BTW-entrepot, of die een dienst afneemt met betrekking tot goederen die voordien onder de regeling BTW-entrepot werden geplaatst. De titularis van de vergunning BTW-entrepot kan derhalve de niet in België gevestigde belastingplichtigen die dergelijke handelingen verrichten niet vertegenwoordigen onder het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
4.1.2. Onttrekking van goederen aan het BTW-entrepot (z. art. 2, § 1, 1 e lid, 3°, KB nr. 31)
270. Het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 kan worden gebruikt wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige [Die nog niet voor de BTW in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer.] goederen onttrekt aan de regeling BTW-entrepot, ongeacht de bestemming die aan de goederen wordt gegeven bij het verlaten van het entrepot.
271. Het globaal nummer BE 796.6 kan derhalve worden gebruikt wanneer de onttrekking van goederen aan het BTW-entrepot :
a) hetzij wordt verricht los van elke handelstransactie. In dergelijk geval kunnen de goederen :
- worden verzonden naar een derde land;
- worden verzonden naar een andere Lidstaat;
- op Belgisch grondgebied blijven.
b) hetzij wordt verricht met het oog op de levering van de goederen. In dergelijk geval kan de levering :
- plaatsvinden in België of in het buitenland;
- daadwerkelijk aan de belasting onderworpen zijn of ervan vrijgesteld.
Naargelang de omstandigheden, kunnen verschillende vrijstellingen worden ingeroepen (bv. toepassing van artikel 39, § 1, 1° of 2°, in geval van verzending van de goederen naar een derde land; toepassing van artikel 39bis, 1 e lid, 1° of 4°, in geval van intracommunautaire levering van de goederen; toepassing van artikel 39quater, § 1, 1°, in geval van overbrenging van de goederen naar een ander BTW-entrepot). In geval van uitvoer, vermeldt de aangifte ten uitvoer het globaal BTW-identificatienummer van de vooraf erkende persoon.
Wanneer de levering niet van de belasting is vrijgesteld krachtens de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek en zij wordt verstrekt aan een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, of aan een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen, is de verkrijger van de goederen de schuldenaar van de belasting (z. art. 51, § 2, 5°, WBTW).
272. Belangrijke opmerking : Enkel de titularis van de vergunning BTW-entrepot kan de niet in België gevestigde belastingplichtigen die goederen onttrekken aan zijn entrepot vertegenwoordigen onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
273. Met andere woorden, in het kader van de regeling BTW-entrepot wordt elke andere persoon dan de titularis van de vergunning BTW-entrepot uitgesloten van de mogelijkheid om niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6. Deze uitsluiting betreft evenwel niet de regeling van de fiscale vertegenwoordiging onder een individueel BTW-identificatienummer.
4.1.3. Intracommunautaire verwerving met het oog op een uitvoer (z. art. 2, § 1, 1 e lid, 4°, KB nr. 31)
274. Het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 kan worden gebruikt wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige [Die nog niet voor de BTW in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer.] hier te lande de volgende handelingen verricht :
a) hetzij een intracommunautaire verwerving van goederen die niet onder de regeling BTW-entrepot worden geplaatst [Voor een intracommunautaire verwerving van in BTW-entrepot geplaatste goederen, z. nr. 268, a), 2de streepje.], wanneer de intracommunautaire verwerving wordt gedaan met het oog op een daaropvolgende levering van dezelfde goederen, vrijgesteld door artikel 39, § 1, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek (vrijstelling om reden van uitvoer naar een derde land);
b) hetzij een met een intracommunautaire verwerving van goederen gelijkgestelde handeling krachtens artikel 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek (overbrenging met als bestemming België), wanneer deze handeling wordt verricht met het oog op een daaropvolgende levering van dezelfde goederen, vrijgesteld door artikel 39, § 1, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek (vrijstelling om reden van uitvoer naar een derde land).
275. Drie basisvoorwaarden moeten worden vervuld in het kader van de hier bedoelde handelingen :
a) de verworven of overgebrachte goederen moeten het voorwerp uitmaken van een op de intracommunautaire verwerving of op de overbrenging volgende levering. Desgevallend kunnen de goederen, vóór hun levering, gedurende beperkte tijd worden opgeslagen in België;
b) de levering moet plaatsvinden in België en van de belasting zijn vrijgesteld krachtens artikel 39, § 1, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek (vrijstelling om reden van uitvoer);
c) de geleverde goederen moeten identiek zijn aan de verworven of overgebrachte goederen.
De naleving van deze voorwaarde veronderstelt dat de goederen, tussen hun verwerving of overbrenging en hun uitvoer, geen enkele behandeling of omvorming hebben ondergaan, andere dan :
- hetzij handelingen die samenhangen met het vervoer van de goederen. Die handelingen zijn deze die zijn opgesomd in nr. 19 van de administratieve aanschrijving nr. 11 van 21 oktober 1997 (bv. laden, lossen, overslaan, stuwen en ontstuwen, wegen, meten, peilen, verpakken en uitpakken met het oog op het vervoer; enz.);
- hetzij handelingen bestemd om de bewaring van de goederen te verzekeren, om hun presentatie of handelskwaliteit te verbeteren, of om hun distributie of wederverkoop voor te bereiden. Die behandelingen zijn deze opgesomd in bijlage 72 van de toepassingsbepalingen van het Communautair douanewetboek, waarvan de tekst is weergegeven in de bijlage 3 van de onderhavige aanschrijving.
276. Het spreekt vanzelf dat de intracommunautaire verwerving en de daaropvolgende levering van de goederen onder hetzelfde globaal BTW-identificatienummer moeten gebeuren.
277. De principes ter bepaling van de schuldenaar van de belasting in het kader van de verrichte handelingen zijn de volgende :
a) wat de intracommunautaire verwerving (of overbrenging) van de goederen betreft : de schuldenaar van de belasting is de niet in België gevestigde belastingplichtige, optredend als verwerver (of eigenaar van de goederen) (z. art. 51, § 1, 2°, WBTW). De intracommunautaire verwerving (of overbrenging) van de goederen in België is niet vrijgesteld van de belasting door artikel 40bis van het BTW-Wetboek;
b) wat de daaropvolgende levering van de goederen betreft : de schuldenaar van de belasting is de niet in België gevestigde belastingplichtige, handelend als leverancier van de goederen (z. art. 51, § 1, 1°, WBTW).
278. Voorbeelden :
Voorbeeld 1 :
Veronderstel : A, belastingplichtige gevestigd in Frankrijk; B, belastingplichtige gevestigd in de USA.
A brengt goederen over van zijn onderneming naar een entrepot dat hem toebehoort in België.
A verkoopt deze goederen aan B; de goederen worden vervoerd van België naar de USA. De goederen ondergaan geen enkele omvorming in België.
1ste veronderstelling : de werkelijke en definitieve bestemming van de goederen is gekend op het ogenblik waarop de goederen Frankrijk verlaten.
Overeenkomstig de douanewetgeving, dienen de douaneformaliteiten bij uitvoer te worden vervuld in Frankrijk, Lidstaat van vertrek van de goederen. In België wordt geen enkele handeling verricht. Geen enkele partij dient voor de BTW te worden geïdentificeerd in België.
2de veronderstelling : de werkelijke en definitieve bestemming van de goederen is niet gekend op het ogenblik waarop de goederen Frankrijk verlaten (de verkoop van de goederen aan B heeft plaats wanneer de goederen zich reeds in het Belgische entrepot bevinden).
Bij het vervoer van de goederen naar België, verricht A een overbrenging die wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving verricht onder bezwarende titel (toepassing van artikel 25quater, § 1, WBTW), waarvoor hij in België voor de BTW dient te worden geïdentificeerd. Deze overbrenging wordt gevolgd door een levering van goederen die is vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 39, § 1, 1° (vervoer door A) of 2° (vervoer door B) van het BTW-Wetboek. A kan voor beide handelingen worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
Voorbeeld 2 :
Veronderstel : A, belastingplichtige gevestigd in Frankrijk; B, belastingplichtige gevestigd in de België.
A brengt goederen van zijn onderneming over naar een entrepot dat hem toebehoort in België; de werkelijke en definitieve bestemming van de goederen is niet gekend op het ogenblik waarop de goederen Frankrijk verlaten.
A verkoopt deze goederen aan B; in de kader van deze verkoop, worden de goederen vervoerd van België naar de USA. De goederen ondergaan geen enkele omvorming in België.
1ste veronderstelling : het vervoer van de goederen naar de USA wordt verricht door A of voor zijn rekening. Bij het vervoer van de goederen naar België, verricht A een overbrenging die wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving verricht onder bezwarende titel (toepassing van artikel 25quater, § 1, WBTW), waarvoor hij in België voor de BTW dient te worden geïdentificeerd. Deze overbrenging wordt gevolgd door een levering van goederen die is vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 39, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. A kan voor beide handelingen worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
2de veronderstelling : het vervoer van de goederen naar de USA wordt verricht door B of voor zijn rekening. Bij het vervoer van de goederen naar België, verricht A een overbrenging die wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving verricht onder bezwarende titel (toepassing van artikel 25quater, § 1, WBTW), waarvoor hij in België voor de BTW dient te worden geïdentificeerd. Deze overbrenging wordt niet gevolgd door een vrijgestelde levering van goederen om reden van uitvoer (artikel 39, § 1, 2°, W.BTW is niet van toepassing vermits B in België is gevestigd). A kan niet worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6. Hij moet in België voor de BTW worden geïdentificeerd onder een individueel nummer.
Voorbeeld 3 :
Veronderstel : A, belastingplichtige gevestigd in Frankrijk; B, belastingplichtige gevestigd in Italië; C, gevestigd in de USA.
A verkoopt de goederen aan B, die ze doorverkoopt aan C.
In eerste instantie, worden de goederen door A vervoerd van Frankrijk naar België. Ze worden in België opgeslagen voor een beperkte duur en vervolgens vanuit België vervoerd naar de USA. Ze ondergaan geen enkele omvorming in België.
1ste veronderstelling : de werkelijke en definitieve bestemming van de goederen is gekend op het ogenblik waarop de goederen Frankrijk verlaten (vervoer van de goederen naar de USA door A of voor zijn rekening).
Overeenkomstig de douanewetgeving, dienen de douaneformaliteiten bij uitvoer te worden vervuld in Frankrijk, Lidstaat van vertrek van de goederen. In België wordt geen enkele handeling gesteld. Geen enkele partij dient voor de BTW te worden geïdentificeerd in België.
2de veronderstelling : de werkelijke en definitieve bestemming van de goederen is niet gekend op het ogenblik waarop zij Frankrijk verlaten (vervoer van de goederen naar de USA door B of C of voor hun rekening).
B verricht een intracommunautaire verwerving van goederen in België, waarvoor hij voor de BTW moet worden geïdentificeerd in België. Deze verwerving wordt gevolgd door een levering van goederen die is vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 39, § 1, 1° (vervoer door B) of 2° (vervoer door C) van het BTW-Wetboek. B kan voor beide handelingen worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6.
4.1.4. Intracommunautaire verwerving met uitzondering van elke andere handeling (z. art. 2, § 1, 1 e lid, 5°, KB nr. 31)
279. Het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 kan worden gebruikt wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige [Die nog niet voor de BTW in België is geïdentificeerd onder een individueel nummer.] hier te lande een intracommunautaire verwerving (of een krachtens artikel 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek daarmee gelijkgestelde overbrenging) verricht van goederen die niet onder de regeling BTW-entrepot worden geplaatst [Voor een intracommunautaire verwerving van in BTW-entrepot geplaatste goederen, z. nr. 268, a), 2de streepje.], met uitzondering van elke andere handeling onderworpen aan de belasting in België.
280. Voorbeeld : A is een belastingplichtige gevestigd in Frankrijk. A kan de volgende handelingen stellen onder een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 :
1° Intracommunautaire verwerving in België van handelsmonsters door een representatiekantoor in België (de intracommunautaire verwerving wordt door geen enkele handeling gevolgd);
2° Intracommunautaire verwerving in België van goederen die vervolgens worden geleverd met montage in een andere Lidstaat (de intracommunautaire verwerving wordt gevolgd door een levering die krachtens artikel 15, § 2, 2de lid, 2°, van het BTW-Wetboek, plaatsvindt in een andere Lidstaat);
3° Intracommunautaire verwerving van goederen die worden gebruikt in het kader van de herstelling van een lichamelijk roerend goed voor een in Luxemburg voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige. De herstelling wordt materieel uitgevoerd in België; na herstelling worden de goederen verzonden naar Luxemburg (de intracommunautaire verwerving wordt gevolgd door een dienst die krachtens artikel 21, § 3, 2°, b, van het BTW-Wetboek, plaatsvindt in een andere Lidstaat).
281. Artikel 2, § 1, 1 e lid, 5°, van het KB nr. 31 laat toe dat door of namens de Minister wordt afgeweken van de uitzondering bedoeld in nr. 279 hiervoor.
282. Op grond van deze bepaling, aanvaardt de administratie dat het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 wordt gebruikt wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige hier te lande een intracommunautaire verwerving (of een ermee gelijkgestelde overbrenging) van goederen verricht die niet in BTW-entrepot zijn geplaatst, indien de intracommunautaire verwerving (of de ermee gelijkgestelde overbrenging) gebeurt met het oog op een daaropvolgende levering van dezelfde goederen die van de BTW is vrijgesteld krachtens artikel39 bis van het BTW-Wetboek. Deze afwijking kan worden toegepast zonder voorafgaande machtiging van de administratie.
283. De in acht te nemen voorwaarden in het kader van de hier bedoelde afwijking zijn deze die werden opgesomd in nr. 275 hiervoor, op dit verschil na dat de daaropvolgende levering van goederen moet vrijgesteld zijn krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek (vrijstelling om reden van intracommunautaire levering). De in nr. 275, c), in fine, gemaakte bemerking is, mutatis mutandis, eveneens toepasselijk op de hier beoogde situatie.
284. Elk verzoek om afwijking van de uitzondering, als bedoeld in artikel 2, § 1, 1 e lid, 5°, van het KB nr. 31, ander dan de hiervoor bedoelde afwijking, moet worden ingediend bij de centrale diensten van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, sector BTW, directie II/2, Kruidtuinlaan 50, bus 61, te 1010 Brussel.
4.2. Procedure tot erkenning
4.2.1. Hoedanigheden van de vooraf erkende persoon
285. De vooraf erkende persoon dient aan de volgende voorwaarden te voldoen (z. art. 3, 1 e lid, KB nr. 31) :
1° bekwaam zijn om contracten aan te gaan;
2° gevestigd zijn in België;
3° voldoende solvabel zijn om de door het BTW-Wetboek of ter uitvoering ervan aan belastingplichtigen opgelegde verplichtingen na te komen.
286. Hij kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn, van Belgische nationaliteit of niet, voor zover hij maar in België is gevestigd.
287. In regel wordt een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 evenwel slechts toegekend aan de volgende personen (toepassing van artikel 2, § 1, laatste lid, KB nr. 31) :
a) personen die titularis zijn van een vergunning BTW-entrepot : zij gebruiken het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 dat hen werd toegekend om de niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen die handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° en 3°, van het KB nr. 31, verrichten;
b) personen die door de administratie der douane en accijnzen als douane-expediteurs werden erkend : zij gebruiken het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 om de niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen die handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, 1 e lid, 4° en 5°, van het KB nr. 31, verrichten;
c) personen die, bij de indiening van hun aanvraag bij het CKBB, het bewijs kunnen leveren dat zij op geregelde wijze ten minste twee niet in België gevestigde belastingplichtigen zullen vertegenwoordigen met het oog op de in artikel 2, § 1, 1 e lid, 4° of 5°, van het KB nr. 31, bedoelde handelingen.
288. Hetgeen werd uiteengezet in de nrs. 232 tot 235 voor wat betreft de solvabiliteit van de persoon die titularis is of verzoekt om een globaal nummer BE 796.5 en het eventueel stellen van een zekerheid is, mutatis mutandis, eveneens toepasselijk op de vooraf erkende persoon die titularis is of die verzoekt om een globaal nummer BE 796.6.
4.2.2. Aanvraag tot erkenning
289. De persoon die een globaal BTW-identificatienummer beginnend met BE 796.6 wenst te bekomen moet daartoe een verzoek richten tot het CKBB.
290. Eenzelfde persoon kan slechts één globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 bekomen. De titularis van een vergunning BTW-entrepot die, in die hoedanigheid, titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6, kan datzelfde nummer geldig gebruiken voor de handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, 1 e lid, 4° en 5, van het KB nr. 31. Omgekeerd, zal de douane-expediteur die, in die hoedanigheid, titularis is van een nummer BE 796.6, datzelfde nummer gebruiken voor de handelingen met betrekking tot het BTW-entrepot waarvoor hij titularis is van een vergunning.
291. Wanneer het gaat om de vertegenwoordiging van niet in België gevestigde belastingplichtigen die goederen plaatsen onder de regeling BTW-entrepot en/of goederen onttrekken aan die regeling, wordt het verzoek om toekenning van een globaal BTW-identifcatienummer BE 796.6 ingediend tegelijk met het verzoek om een vergunning BTW-entrepot.
292. De persoon die al titularis is van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 (bv. in zijn hoedanigheid van douane-expediteur) en die een vergunning BTW-entrepot bekomt, moet een kopie van de ontvangen vergunning toezenden aan het CKBB, onder verwijzing naar het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 dat hem reeds werd toegekend.
293. De titularis van de vergunning BTW-entrepot die geen enkele niet in België gevestigde belastingplichtige moet vertegenwoordigen in het kader van zijn entrepot (in zijn entrepot wordt geen enkele handeling als bedoeld in artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° of 3°, van het KB nr. 31, verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen), heeft natuurlijk geen globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 nodig. Hij moet het CKBB hiervan schriftelijk in kennis stellen, onder toevoeging van een kopie van de ontvangen vergunning BTW-entrepot.
4.2.3. Betekening van de erkenning
294. Na te hebben nagegaan of de voorwaarden voor erkenning vervuld zijn (inz. met betrekking tot de solvabiliteit van de persoon), betekent het CKBB de erkenning aan de persoon die erom heeft verzocht, en deelt hem het globaal BTW-identificatienummer BE 796.6 mee dat hem werd toegekend.
295. Bovendien reikt het CKBB, aan elke persoon, titularis van een globaal BTW-identificatienummer BE 796.6, die dit nummer gebruikt in het kader van de regeling BTW-entrepot, een attest uit waarin wordt bevestigd dat genoemd nummer werd toegekend om, in het kader van de regeling BTW-entrepot, niet in België gevestigde belastingplichtigen die niet beschikken over een individueel BTW-identificatienummer in België te vertegenwoordigen. Dit attest vermeldt de datum vanaf wanneer het nummer voor deze doeleinden geldig kan worden gebruikt. In geval van schrapping van het nummer of wanneer het nummer niet meer wordt gebruikt in het kader van de regeling BTW-entrepot, moet de betrokkene het originele exemplaar van dat attest terugzenden aan het CKBB.
4.2.4. Draagwijdte van de door de vooraf erkende persoon aangegane verbintenis
296. De nrs. 238 tot 241 met betrekking tot de verbintenis van de vooraf erkende persoon, titularis van een nummer BE 796.5, zijn, mutatis mutandis, toepasselijk op de persoon, titularis van een nummer BE 796.6.
4.3. Rechten en verplichtingen van de vooraf erkende persoon
4.3.1. Algemene principes
297. Krachtens artikel 2, § 3, van het KB nr. 31, wordt de vooraf erkende persoon in de plaats gesteld van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemden zijn verleend of van alle verplichtingen die hen zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-Wetboek.
298. Het spreekt vanzelf dat hij slechts in de plaats wordt gesteld van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt ten aanzien van de aan hen verleende rechten en opgelegde verplichtingen in het kader van de handelingen, verricht onder het globaal BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend.
299. De vooraf erkende persoon wordt hoe dan ook in de plaats gesteld van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt ten aanzien van de aan hen verleende rechten en opgelegde verplichtingen in het kader van het geheel van de handelingen, verricht onder het globaal BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend, zelfs in de veronderstelling dat de handelingen werden verricht in strijd met de bepalingen van artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° tot 5°, van het KB nr. 31 (handelingen die buiten het toepassingsgebied van het globaal nummer BE 796.6 vallen - z. inz. nr. 275, c, in fine).
300. Voor al hetgeen de toepassing van de BTW betreft op de door de niet in België gevestigde belastingplichtigen verrichte handelingen, ressorteert de vooraf erkende persoon onder het CKBB (dienst controle), Zaveltoren - 24 e verdiep, J. Stevensstraat 7 te 1000 Brussel.
4.3.2. Verplichtingen van de vooraf erkende persoon
301. Krachtens het principe van de indeplaatsstelling zoals uiteengezet in artikel 2, § 3, van het KB nr. 31, komt de vooraf erkende persoon, in de plaats van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt, de diverse verplichtingen na die de Belgische BTW-wetgeving aan belastingplichtigen oplegt.
302. De vooraf erkende persoon is meer bepaald gehouden tot de volgende verplichtingen :
- het uitreiken van het bijkomend stuk bedoeld in artikel 4, § 2, van het KB nr. 31;
- het voeren van een boekhouding, het indienen van periodieke BTW-aangiften en andere aangifteverplichtingen;
- het voldoen van de belasting;
- het bewaren van boeken en stukken, het verstrekken van inlichtingen.
303. Elke facturering van een handeling, verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige, die wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon, dient verplicht te gebeuren met inachtneming van de in artikel 4, §§ 1 en 2, van het KB nr. 31, bedoelde bijzondere procedure.
304. Deze procedure werd beschreven in nr. 151 van de onderhavige aanschrijving.
305. Zij is inzonderheid van toepassing in de volgende gevallen :
- in het kader van een handeling bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, 3°, van het KB nr. 31, bij de facturering van de levering tengevolge waarvan de goederen worden onttrokken aan de regeling BTW-entrepot;
- in het kader van een handeling bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, 4° of 5°, van het KB nr. 31, bij de facturering van de op de intracommunautaire verwerving (of overbrenging) van de goederen volgende levering.
Voeren van een boekhouding; het indienen van periodieke BTW-aangiften; andere aangifteverplichtingen
307. De vooraf erkende persoon dient, voor elke vertegenwoordigde belastingplichtige, een aan de omvang van de activiteiten van deze belastingplichtige aangepaste boekhouding te voeren, om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren (z. art. 14, §§ 1 en 2, KB nr. 1).
308. Bovendien moet hij voor het geheel van de belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt indienen :
a) één periodieke BTW-aangifte (z. art. 53, 1 e lid, 3°, WBTW en art. 18, KB nr. 1). Bij gebreke aan enige handeling in de loop van de voorbije periode, wordt een "nihil"-aangifte ingediend. Voor elke aangifte dient de vooraf erkende persoon een lijst te houden waarin het aandeel van elke vertegenwoordigde belastingplichtige in de aangegeven bedragen wordt vermeld. Deze lijst moet niet bij de ingediende aangifte worden gevoegd, maar moet op elk verzoek van de administratie ter inzage worden voorgelegd;
b) een jaarlijkse lijst van de belastingplichtige afnemers (z. art. 53quinquies WBTW) (desgevallend wordt een "nihil"-lijst ingediend);
c) eventueel, de kwartaalopgaven van de intracommunautaire handelingen (z. art. 53sexies, WBTW).
309. De inhoud van de boekhouding, evenals de in de periodieke BTW-aangiften te verrichten inschrijvingen, worden hierna onderzocht, naargelang het type van de door de vertegenwoordigde belastingplichtigen verrichte handelingen.
Bij handelingen als bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid,2°, van het KB nr. 31 :
Boekhouding
310. De boekhouding omvat in regel enkel een boek voor inkomende facturen, waarin de vooraf erkende persoon inschrijft :
- hetzij de invoer van goederen, onder verwijzing naar de aangifte ten verbruik van de ingevoerde goederen en naar de aankoopfactuur waarop die aangifte steunt;
- hetzij de intracommunautaire verwerving van goederen, onder verwijzing naar de aankoopfactuur van de goederen (desgevallend, het in artikel 9, § 1, van het KB nr. 1, bedoelde stuk of het overbrengingsdocument) en naar het stuk van plaatsing in BTW-entrepot (eventueel, het accijnsgeleidedocument);
- hetzij de aankoop hier te lande van goederen, onder verwijzing naar de aankoopfactuur van de goederen en naar het stuk van plaatsing in BTW-entrepot (eventueel, het accijnsgeleidedocument);
- hetzij een interne overbrenging van goederen in België, onder verwijzing naar het in de administratieve aanschrijving met betrekking tot het entrepot, ander dan een douane-entrepot, bedoelde stuk ("interne overbrengingsstuk") en naar het stuk van plaatsing in BTW-entrepot (eventueel, het accijnsgeleide document). De waarde van de goederen die wordt vermeld op het interne overbrengingsstuk wordt als zodanig opgenomen in het boek voor inkomende facturen;
- in voorkomend geval, de diensten met betrekking tot goederen die in BTW-entrepot zullen worden geplaatst, onder verwijzing naar de ontvangen factuur en, eventueel, naar het bijzonder stuk als bedoeld in de administratieve aanschrijving met betrekking tot het entrepot, ander dan een douane-entrepot;
- desgevallend, de diverse kosten die in België werden gemaakt en die nauw verbonden zijn met de in artikel 2, § 1, 1e lid, 2°, van het KB nr. 31, bedoelde handelingen (bijkomende kosten), onder verwijzing naar de ontvangen facturen.
312. Geen boek voor uitgaande facturen dient te worden gehouden voor de persoon die goederen plaatst in BTW-entrepot, tenzij ingeval diezelfde persoon de goederen onttrekt aan de regeling BTW-entrepot.
Periodieke BTW-aangifte
313. De periodieke BTW-aangifte wordt als volgt ingevuld :
Inkomende handelingen :
Rooster 81 : het totaalbedrag van de invoeren van goederen, van de intracommunautaire verwervingen of de ermee gelijkgestelde handelingen, en van de aankopen van goederen hier te lande. In geval de goederen in BTW-entrepot worden geplaatst ingevolge een interne overbrenging in België, wordt de waarde van de goederen in rooster 81 ingeschreven;
Rooster 82 : desgevallend, het totaalbedrag van de diensten bedoeld in nr. 268, b, of van de bijkomende kosten gemaakt in België;
Rooster 86 : het totaalbedrag van de intracommunautaire verwervingen van goederen (reeds ingeschreven in rooster 81);
Rooster 59 : de aftrekbare BTW.
Uitgaande handelingen : Nihil (tenzij ingeval de belastingplichtige die de goederen heeft geplaatst, ze ook onttrekt aan het BTW-entrepot; z. hierna).
Saldo : rooster 72
Overige aangifteverplichtingen
314. Bij gebreke aan uitgaande handelingen, is de jaarlijkse lijst van de belastingplichtige afnemers een "nihil"-lijst, en dient er geen enkele opgave van de intracommunautaire handelingen te worden ingediend.
Bij handelingen als bedoeld in artikel 2, § 1, 1 ste lid, 3°, van het KB nr. 31 :
Voeren van een boekhouding
315. De boekhouding omvat een boek voor inkomende facturen en een boek voor uitgaande facturen.
In het boek voor inkomende facturen schrijft de vooraf erkende persoon de aankoop van goederen in die de onttrekking van goederen aan het BTW-entrepot onmiddellijk voorafgaat, onder verwijzing naar de aankoopfactuur, alsmede de ontvangen dienstverrichtingen met betrekking tot de voormelde goederen, onder verwijzing naar de ontvangen facturen. In de veronderstelling dat de niet in België gevestigde belastingplichtige die de goederen onttrekt aan het BTW-entrepot eveneens de persoon is die de goederen onder deze regeling heeft geplaatst (t.t.z., wanneer er geen enkele wederverkoop onder de regeling BTW-entrepot heeft plaatsgevonden), wordt verwezen naar nr. 310 hiervoor voor wat de inhoud van het boek voor inkomende facturen betreft. Bovendien bevat het boek voor inkomende facturen ook de verschillende in België gedane kosten die nauw verbonden zijn met de in artikel 2, § 1, 1ste lid, 3°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen (bijkomende kosten), onder verwijzing naar de ontvangen facturen.
317. In het boek voor uitgaande facturen schrijft de vooraf erkende persoon de bij de onttrekking van de goederen aan het BTW-entrepot verrichte handeling in, onder verwijzing naar de door de niet in België gevestigde belastingplichtige uitgereikte factuur (vergezeld van het bijkomend stuk bedoeld in nr. 303), of naar het als zodanig geldend stuk (bv. het stuk bedoeld in artikel 2 van het KB nr. 1 in geval van overbrenging van goederen naar een andere Lidstaat of het stuk beoogd door de administratieve aanschrijving met betrekking tot het entrepot ander dan het douane-entrepot in geval de onttrekking los staat van enige commerciële transactie) en naar het stuk van onttrekking aan het BTW-entrepot (in voorkomend geval, het accijnsgeleidedocument).
Periodieke BTW-aangifte
318. De periodieke BTW-aangifte wordt als volgt ingevuld :
Inkomende handelingen :
Rooster 81 : het totaalbedrag van de aankopen van goederen onder de regeling BTW-entrepot (NB : als de persoon die de goederen onttrekt aan het BTW-entrepot diegene is die de goederen er heeft geplaatst, z. nr. 310 hiervoor voor de inschrijving in rooster 81);
Rooster 82 : desgevallend, de ontvangen diensten met betrekking tot de in rooster 81 vermelde goederen, en de bijkomende kosten gemaakt in België;
Rooster 61 : het bedrag van de in nr. 271, a, bedoelde regularisatie, wanneer de te regulariseren handeling een andere is dan een invoer [Wanneer de te regulariseren handeling een invoer is, wordt de ingevolge de regularisatie verschuldigde BTW voldaan bij de douane (z. ook de administratieve aanschrijving met betrekking tot het entrepot ander dan een douane-entrepot).];
Rooster 59 : de aftrekbare BTW.
Uitgaande handelingen :
Roosters 01 tot 03 : het totaalbedrag van de leveringen (zonder behoud van de regeling BTW-entrepot) die onderworpen zijn aan de BTW in België en waarvoor de vertegenwoordigde belastingplichtige de schuldenaar van de belasting is;
Rooster 45 : het totaalbedrag van de leveringen (zonder behoud van de regeling BTW-entrepot) die onderworpen zijn aan de belasting in België en waarvoor artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek van toepassing is;
Rooster 46 : het totaalbedrag van de krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek vrijgestelde leveringen;
Rooster 47 : het totaalbedrag van de leveringen die vrijgesteld zijn krachtens artikel 39, § 1, van het BTW-Wetboek (uitvoeren), of die in het buitenland plaatsvinden (bv. leveringen met montage in het buitenland);
Rooster 54 : de BTW die verschuldigd is over de in de roosters 01 tot 03 opgenomen leveringen;
Saldo : rooster 71 of 72
Overige aangifteverplichtingen
319. De jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers omvat, in het algemeen, de in de roosters 01 tot 03 en 45 van de periodieke BTW-aangiften ingeschreven handelingen.
320. De opgaven van de intracommunautaire handelingen omvatten, in het algemeen, de in het rooster 46 van de periodieke BTW-aangiften ingeschreven handelingen.
Bij handelingen als bedoeld in artikel 2, § 1, 1 ste lid, 4°, van het KB nr. 31 :
Voeren van een boekhouding
321. De boekhouding omvat een boek voor inkomende facturen en een boek voor uitgaande facturen.
322. In het boek voor inkomende facturen schrijft de vooraf erkende persoon de intracommunautaire verwerving van goederen of de daarmee gelijkgestelde handeling in, onder verwijzing naar de aankoopfactuur van de goederen (in voorkomend geval, het in artikel 9, § 1, van het KB nr. 1, bedoelde stuk, of het overbrengingsstuk). Bovendien bevat het boek voor inkomende facturen ook de verschillende in België gedane kosten die nauw verbonden zijn met de in artikel 2, § 1, 1ste lid, 4°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen (in nr. 275, c, bedoelde diensten, en bijkomende kosten), onder verwijzing naar de ontvangen facturen.
323. In het boek voor uitgaande facturen schrijft de vooraf erkende persoon de verrichte levering in, onder verwijzing naar de door de niet in België gevestigde belastingplichtige uitgereikte factuur (vergezeld van het bijkomend stuk als bedoeld in nr. 303).
Periodieke BTW-aangifte
324. De periodieke BTW-aangifte wordt als volgt ingevuld :
Inkomende handelingen :
Rooster 81 : het totaalbedrag van de intracommunautaire verwervingen van goederen en van de daarmee gelijkgestelde handelingen;
Rooster 82 : desgevallend, de ontvangen diensten met betrekking tot de in rooster 81 vermelde goederen, en de bijkomende kosten gemaakt in België;
Rooster 86 : hetzelfde bedrag als dat vermeld in rooster 81;
Rooster 55 : de wegens de intracommunautaire verwervingen van goederen en de daarmee gelijkgestelde handelingen verschuldigde BTW;
Rooster 59 : de aftrekbare BTW.
Uitgaande handelingen :
Rooster 47 : het totaalbedrag van de krachtens artikel 39, § 1, van het BTW-Wetboek vrijgestelde leveringen (uitvoeren);
Saldo : rooster 72
Overige aangifteverplichtingen
325. De jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers omvat het identificatienummer van de verwerver van de goederen waarvan de levering is vrijgesteld om reden van uitvoer, wanneer hij een voor de BTW in België geïdentificeerde belastingplichtige is.
326. Geen enkele opgave van de intracommunautaire handelingen moet worden ingediend.
Bij handelingen als bedoeld in artikel 2, § 1, 1 ste lid, 5°, van het KB nr. 31
Voeren van een boekhouding
327. De boekhouding omvat een boek voor inkomende facturen en, in voorkomend geval, een boek voor uitgaande facturen.
328. In het boek voor inkomende facturen schrijft de vooraf erkende persoon de intracommunautaire verwerving van goederen of de daarmee gelijkgestelde handeling in, onder verwijzing naar de aankoopfactuur van de goederen (in voorkomend geval, het in artikel 9, § 1, van het KB nr. 1, bedoelde stuk, of het overbrengingsstuk). Bovendien bevat het boek voor inkomende facturen ook de verschillende in België gedane kosten die nauw verbonden zijn met de in artikel 2, § 1, 1ste lid, 5°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen, onder verwijzing naar de ontvangen facturen (bijkomende kosten).
329. In het boek voor uitgaande facturen schrijft de vooraf erkende persoon de aansluitend op de intracommunautaire verwerving van de goederen verrichte handelingen in, onder verwijzing naar de door de niet in België gevestigde belastingplichtige uitgereikte factuur (vergezeld van het bijkomend stuk als bedoeld in nr. 303). Het gaat om hetzij in België niet aan de belasting onderworpen handelingen (bv. een levering met montage in het buitenland, een dienst die plaatsvindt in een ander Lidstaat), hetzij om intracommunautaire leveringen, in geval van toepassing van de in nr. 282 bedoelde afwijking. Als de verworven goederen niet het voorwerp uitmaken van een op de intracommunautaire verwerving aansluitende handeling (bv. verwerving van handelsmonsters), moet geen boek voor uitgaande facturen worden gehouden.
Periodieke BTW-aangifte
330. De periodieke BTW-aangifte wordt als volgt ingevuld :
Inkomende handelingen :
Rooster 81 : het totaalbedrag van de intracommunautaire verwervingen van goederen en van de daarmee gelijkgestelde handelingen;
Rooster 82 : desgevallend, de bijkomende kosten gemaakt in België;
Rooster 86 : hetzelfde bedrag als dat vermeld in rooster 81;
Rooster 55 : de wegens de intracommunautaire verwervingen van goederen en de daarmee gelijkgestelde handelingen verschuldigde BTW;
Rooster 59 : de aftrekbare BTW.
Uitgaande handelingen :
Rooster 46 : in voorkomend geval, het totaalbedrag van de krachtens artikel 39bis van het BTW-Wetboek vrijgestelde leveringen;
Rooster 47 : desgevallend, het totaalbedrag van de handelingen die plaatsvinden in het buitenland en die worden verricht met de goederen die het voorwerp hebben uitgemaakt van de intracommunautaire verwerving.
Saldo : rooster 72
Overige aangifteverplichtingen
331. De jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers omvat, in voorkomend geval, het identificatienummer van de medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige in het kader van de in rooster 47 van de periodieke BTW-aangifte opgenomen handelingen, wanneer die medecontractant een in België voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige is.
332. In geval van toepassing van de in nr. 282 bedoelde afwijking, omvatten de opgaven van de intracommunautaire handelingen, in de regel, de in het rooster 46 van de periodieke BTW-aangiften ingeschreven handelingen.
Voldoening van de belasting
333. De vooraf erkende persoon is ertoe gehouden de belasting, waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de periodieke aangiften, te voldoen binnen de daartoe voorziene termijnen (z. art. 53, 1 ste lid, 4°, WBTW) en het (de) door artikel 19, §§ 1 en 2 of door artikel 19, § 3, van het KB nr. 1, voorziene voorschot(ten) te betalen.
Het bewaren van boeken en het verschaffen van inlichtingen
334. De vooraf erkende persoon is ertoe gehouden :
a) alle boeken en stukken met betrekking tot de handelingen die werden verricht onder het globaal nummer waarvan hij de titularis is, te bewaren en ze, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de met de controle belaste ambtenaren (z. art. 60 en 61 WBTW);
b) mondeling of schriftelijk, alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de administratie teneinde de juiste heffing van de belasting na te gaan (z. art. 62, § 1, WBTW).
4.3.3. Rechten van de vooraf erkende persoon
335. De vooraf erkende persoon kan, binnen de perken van de artikelen 45 en volgende van het BTW-Wetboek, de (Belgische) BTW aftrekken die aan de niet in België gevestigde belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt werd aangerekend, door deze op te nemen in de periodieke BTW-aangiften ( rooster 59) die hij indient in naam en voor rekening van deze belastingplichtigen.
336. Alleen de belasting geheven over de handelingen waarvoor het gebruik van het globaal nummer BE 796.6 krachtens artikel 2, § 1, 1e lid, 2° tot 5°, van het KB nr. 31, is toegestaan, en over de handelingen die daarmee nauw samenhangen, is aftrekbaar.
337. Bijgevolg kan onder het globaal nummer BE 796.6 alleen de volgende belasting in aftrek worden gebracht :
- de geregulariseerde belasting, voor de in artikel 2, § 1, 1ste lid, 3°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen;
- de belasting geheven over de intracommunautaire verwerving van goederen, voor de in artikel 2, § 1, 1ste lid, 4° of 5°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen;
- de belasting geheven over de in België gemaakte bijkomende kosten, wanneer zij nauw samenhangen met de in artikel 2, § 1, 1ste lid, 2° tot 5°, van het KB nr. 31 bedoelde handelingen.
339. De voorwaarden voor de uitoefening van het recht op aftrek zoals die aan de vooraf erkende persoon worden opgelegd, zijn deze bepaald in artikel 3 van het KB nr. 3 van 10 december 1969. Om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de vooraf erkende persoon derhalve steeds in het bezit zijn van :
a) het origineel van het invoerdocument dat de niet in België gevestigde belastingplichtige aanwijst als geadresseerde;
b) het origineel van de facturen gericht aan de niet in België gevestigde belastingplichtige, waarop het globaal nummer en de coördinaten van de vooraf erkende persoon voorkomen.
340. De vergunning om de belasting af te trekken op zicht van fotokopieën van de originele facturen, bedoeld in nr. 164 van de onderhavige aanschrijving, is niet toepasselijk op de vooraf erkende persoon.
341. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de regeling van de maandelijkse teruggaaf van de belasting, bedoeld in artikel 8 1, § 2, 1 ste lid, 3°, van het KB nr . 4 en in de administratieve aanschrijving nr. 10/1996 niet kan worden toegepast in het kader van de fiscale vertegenwoordiging onder globaal nummer BE 796.6.
4.4. Verplichtingen van de vertegenwoordigde belastingplichtige
342. De niet in België gevestigde belastingplichtige die vertegenwoordigd wordt door een vooraf erkende persoon is ertoe gehouden, voor de in artikel 2, § 1, 1 e lid, 2° tot 5°, bedoelde handelingen die hij verricht, en voor de handelingen die er nauw mee samenhangen en hem in België worden verstrekt, aan zijn klanten of leveranciers mede te delen :
- enerzijds, het globaal BTW-identificatienummer dat in België werd toegekend aan de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt (z. art. 53quater, § 1, WBTW);
- anderzijds, de naam of benaming en het adres van de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt (z. art. 53quater, § 2, WBTW).
343. Rekening houdend met de bepalingen die van toepassing zijn inzake de verplichting tot BTW-identificatie (z. hoofdstuk IV) en de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger (z. hoofdstukken V en VI), kan het gebeuren dat een niet hier te lande gevestigde noch voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerde belastingplichtige, een in België aan de belasting onderworpen levering van goederen of dienst verricht of ontvangt.
344. De bepalingen die van toepassing zijn in de hiervoor beoogde gevallen worden respectievelijk onderzocht in de punten 1 en 2 hierna.
1. Een niet in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige verricht een in België aan de belasting onderworpen levering van goederen of dienst
1.1. De verrichte handeling valt binnen het toepassingsgebied van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek
Wanneer de in België, door een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige, verrichte handeling beoogd is door artikel 51, § 2, 1°, 2°, of 5°, van het BTW-Wetboek :
a) is de niet BTW-identificatie in België van de leverancier of dienstverrichter het logische gevolg van deze regeling;
b) is de verwerver of ontvanger de schuldenaar van de belasting. Hij moet de belasting verschuldigd over de aan hem verstrekte handeling voldoen, naargelang het geval, op de wijze zoals uiteengezet onder de nrs. 41 tot 43 of 54;
c) is de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige, in de hoedanigheid van leverancier of dienstverrichter van een in België verrichte handeling, gehouden de Belgische bepalingen inzake de facturering na te leven : hij is ertoe gehouden binnen de door de Belgische wetgeving voorgeschreven termijn een factuur uit te reiken die de vermeldingen bevat voorzien door dezelfde wetgeving (z. art. 53, 1 e lid, 2°, van het BTW-Wetboek en art. 1, § 1, 5, § 1 en 4, § 1, van het KB nr. 1). De factuur dient meer bepaald te vermelden "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, artikel 51, § 2", in de plaats van de aanduiding van de tarieven en de bedragen van de verschuldigde belasting (z. art. 5, § 1, 9°, van het KB nr. 1);
d) de niet in België gevestigde belastingplichtige is met de verwerver of ontvanger, tegenover de Belgische Staat hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting wanneer hij op de factuur een bedrag aanrekent als belasting (z. art. 51bis, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek).
1.2. De verrichte handeling valt niet binnen het toepassingsgebied van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek
Wanneer de in België verrichte handeling niet binnen het toepassingsgebied van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek valt :
a) is de niet BTW-identificatie in België van de leverancier of dienstverrichter het gevolg hetzij van de toepassing van een ontslag of ontheffing van de verplichting tot BTW-identificatie, hetzij van het niet eerbiedigen van de bepalingen van het Belgisch BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen koninklijke besluiten met betrekking tot de BTW-identificatie en de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger;
b) is de niet in België gevestigde belastingplichtige, in de hoedanigheid van leverancier of dienstverrichter, in principe de schuldenaar van de over zijn handeling verschuldigde belasting (toepassing van de algemene regel bedoeld in artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek). Krachtens artikel 55, § 6 van het BTW-Wetboek en artikel 5, § 1, van het KB nr. 31, kan evenwel de invordering van de belasting geschieden ten laste van de medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige. Deze maatregel wordt hierna toegelicht (nrs. 347 tot 354);
c) is de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige eveneens gehouden binnen de door de Belgische wetgeving voorgeschreven termijn een factuur uit te reiken die de vermeldingen bevat voorzien door dezelfde wetgeving (z. art. 53, 1 e lid, 2°, van het BTW-Wetboek en art. 1, § 1, 5, § 1 en 4, § 1, van het KB nr. 1). Wanneer de bepalingen van artikel 55, § 6 van het BTW-Wetboek en van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 van toepassing zijn, dient de factuur de vermelding te bevatten: "Belasting te voldoen door de medecontractant - Art. 5 van het KB nr. 31" in plaats van de aanduiding van de tarieven en van de bedragen van de verschuldigde belasting (toepassing van art. 5, § 1, 10°, van het KB nr. 1).
1.3. Toepassing van artikel 55, § 6 van het BTW-Wetboek en van artikel 5 van het KB nr. 31
1.3.1. Wettelijke bepalingen
347. Artikel 55, § 6, van het BTW-Wetboek voorziet dat, bij ontstentenis van identificatie van de belastingplichtige bedoeld in artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, of van vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon overeenkomstig artikel 55, § 3, 2 e lid van hetzelfde Wetboek, de invordering van de belasting, de interesten en de geldboeten kan geschieden ten laste van de medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige.
348. De medecontractant te goeder trouw, die bewijst dat hij aan zijn leverancier wiens identiteit hij aantoont, de belasting geheel of gedeeltelijk heeft betaald, is evenwel in dezelfde mate ontslagen van deze verplichting (z. art. 55, § 6, laatste lid, van het BTW-Wetboek).
349. Genomen ter uitvoering van de bepalingen vermeld onder de nrs. 347 en 348 hiervoor, bepaalt artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 dat, wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige niet wordt vertegenwoordigd door een aansprakelijke vertegenwoordiger of door een vooraf erkende persoon voor handelingen waarvoor hij overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek schuldenaar is van de belasting, of niet voor de BTW geïdentificeerd is, zijn medecontractant de belasting die verschuldigd is over de aan hem verrichte leveringen van goederen en de aan hem verstrekte diensten voldoet op volgende wijze :
1° wanneer hij een belastingplichtige is die gehouden is een in artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek bedoelde aangifte in te dienen, door ze op te nemen in het bedrag van de verschuldigde belasting dat wordt vermeld in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is;
2° wanneer hij een persoon is die gehouden is de in artikel 53ter , 1°, van het BTW-Wetboek bedoelde aangifte in te dienen, door ze op te nemen in het bedrag van de verschuldigde belasting dat wordt vermeld in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is;
3° wanneer hij een andere persoon is, door middel van een storting of overschrijving op een postrekening aangeduid door of vanwege de Minister van Financiën.
350. Door of vanwege de Minister van Financiën kunnen, in voorkomend geval, andere wijzen van betaling van de belasting worden bepaald.
351. De toepassingsmodaliteiten van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 maken het voorwerp uit van §§ 2 en 3 van hetzelfde artikel.
1.3.2. Gevallen waarin de bepalingen van artikel 55, § 6, van het BTW-Wetboek en van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 van toepassing zijn
352. De bepalingen van artikel 55, § 6, van het BTW-Wetboek en van artikel 5, § 1, van het KB : nr. 31 zijn in principe van toepassing wanneer de volgende voorwaarden samen zijn vervuld :
a) de leverancier of dienstverrichter is schuldenaar van de belasting verschuldigd om reden van een levering van goederen of een dienstprestatie die hij in België verricht, bij toepassing van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. Dat zal het geval zijn wanneer de handeling die hij in België verricht door geen enkele regeling van verlegging van heffing van de belasting, ingevoerd door artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5° van het BTW-Wetboek, wordt beoogd.
Ter herinnering, artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is niet van toepassing in de twee volgende gevallen :
1° wanneer de handeling is vrijgesteld of verricht met vrijstelling van de belasting;
2° wanneer de handeling is verricht voor een andere persoon dan een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van een periodieke BTW-aangifte, of een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd onder een individueel nummer, met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger.
Artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is dus niet van toepassing wanneer de handeling wordt verricht voor :
- een belastingplichtige (gevestigd in België) die slechts leveringen van goederen of dienstprestaties verricht die hem geen enkel recht op aftrek verlenen, of die geniet van de vrijstellingsregeling voorzien in artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek, of van de forfaitaire regeling voorzien in artikel 57 van het BTW-Wetboek;
- een niet belastingplichtige rechtspersoon (al dan niet in België gevestigd);
- een particulier (al dan niet in België gevestigd);
- een niet in België gevestigde belastingplichtige die :
- hetzij in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is onder een individueel nummer, zonder erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger (rechtstreekse identificatie);
- hetzij vertegenwoordigd wordt door een vooraf erkende persoon onder een globaal BTW-identificatienummer;
- hetzij in België noch voor BTW-doeleinden geïdentificeerd noch vertegenwoordigd is;
- noch voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek;
- noch vertegenwoordigd door een aansprakelijke vertegenwoordiger of een vooraf door of vanwege de Minister van Financiën erkende persoon voor de handeling die hij verricht.
a) hetzij de belastingplichtige leverancier of dienstverrichter geniet van een ontslag of ontheffing van de verplichting tot BTW-identificatie verbonden aan het bestaan van een regeling die voor hem gunstiger is (z. nrs. 85, a en b, en 93).
=> De leverancier of dienstverrichter voldoet de belasting op de wijze zoals voorzien door de regeling waaraan hij onderworpen is;
b) hetzij de handeling wordt verstrekt aan een niet hier te lande gevestigde persoon die in België niet voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd
=> De leverancier of dienstverrichter voldoet de belasting, door middel van een storting of overschrijving op het postrekeningnummer 679-2003427-86 van het CKBB met vermelding van : "aanschrijving nr. 4/2003, punt 353, b)".
354. Opmerking : De toepassing van de bepalingen van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31 wijzigt geenszins de schuldenaar van de belasting. De schuldenaar van de belasting is en blijft, overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, de niet in België gevestigde belastingplichtige, leverancier van een goed of dienstverrichter. Evenwel wordt de invordering van de belasting in hoofde van de medecontractant, verwerver of ontvanger, gerealiseerd.
1.3.3. Toepassingsmodaliteiten inzake de bepalingen van artikel 5, § 1, van het KB nr. 31
355. Wanneer de medecontractant (verwerver of ontvanger) een belastingplichtige is die gehouden is een periodieke BTW-aangifte in te dienen (z. art. 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek), voldoet hij de belasting verschuldigd om reden van de handeling die hem werd verstrekt door die handeling op te nemen in zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is geworden, en dit op de volgende wijze :
a) de maatstaf van heffing van de handeling wordt vermeld :
- enerzijds in rooster 81, 82 of 83, naargelang de aard van de ontvangen handeling;
- anderzijds, in rooster 87;
356. Het bedrag van de aftrekbare belasting kan worden opgenomen in rooster 59 van de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de voorwaarden waaraan het uitoefenen van het recht op aftrek is onderworpen, zijn voldaan. De voorwaarden waaraan het uitoefenen van het recht op aftrek is onderworpen, zijn de volgende (z. art. 3, § 3, van het KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde) :
a) de verwerver of ontvanger moet in het bezit zijn van een door de leverancier van de goederen of dienstverrichter uitgereikte factuur. Deze factuur dient op zijn minst de naam, het adres en het BTW-identificatienummer van de bij de handeling betrokken partijen, de aard en de hoeveelheid van de geleverde goederen of verstrekte diensten, de prijs en het toebehoren te vermelden. Indien nodig moet zij door de verwerver of ontvanger worden aangevuld met de andere vermeldingen voorzien in artikel 5, § 1, van het KB nr. 1;
b) de verwerver of ontvanger moet de belasting hebben voldaan op de wijze voorgeschreven in nr. 355.
357. Het geval bedoeld in nr. 355 doet zich voor wanneer de medecontractant (verwerver of ontvanger) een niet in België gevestigde belastingplichtige is die hier te lande beschikt over een rechtstreekse BTW-identificatie.
358. Wanneer de medecontractant (verwerver of ontvanger) een persoon is die gehouden is een bijzondere BTW-aangifte in te dienen (z. art. 53ter, 1°, van het BTW-Wetboek), voldoet hij de belasting verschuldigd om reden van de handeling die hem werd verstrekt door die handeling op te nemen in de bijzondere BTW-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is geworden, en dit op de volgende wijze :
a) de maatstaf van heffing wordt vermeld in rooster 74;
b) het bedrag van de verschuldigde belasting wordt opgenomen in rooster 80.
359. Wanneer de medecontractant, voor de voldoening van de belasting beoogd in nr. 358 hiervoor, voor de eerste maal een bijzondere BTW-aangifte moet indienen, en hij, bij toepassing van artikel 50 van het BTW-Wetboek, nog niet voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, dient hij zich vooraf kenbaar te maken bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde dat bevoegd is voor de plaats waar hij is gevestigd (z. art 5, § 3, eerste lid, van het KB nr. 31).
360. Het geval bedoeld in nr. 358 doet zich voor wanneer de medecontractant (verwerver of ontvanger) :
- hetzij een in België gevestigde belastingplichtige is die slechts leveringen van goederen of diensten verricht die hem geen enkel recht op aftrek verlenen, of die geniet van de vrijstellingsregeling voorzien in artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek, of van de forfaitaire regeling voorzien in artikel 57 van het BTW-Wetboek;
- hetzij een in België gevestigde niet belastingplichtige rechtspersoon is.
362. Voor elke storting of overschrijving is de in nr. 361 bedoelde medecontractant gehouden zich vooraf kenbaar te maken bij het BTW-controlekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar hij is gevestigd (z. art. 5, § 3, laatste lid, van het KB nr. 31). Dat kantoor zal hem het postrekeningnummer meedelen waarop de storting of overschrijving moet gebeuren.
363. Het geval bedoeld in nr. 361 hiervoor doet zich voor wanneer de medecontractant (verwerver of ontvanger) een in België gevestigde particulier is.
Indien echter in dat geval de betaling van de belasting problemen geeft voor de medecontractant, aanvaardt de administratie dat de leverancier of dienstverrichter de belasting voldoet voor rekening van zijn medecontractant, door storting of overschrijving op het postrekeningnummer 679-2003427-86 van het CKBB met vermelding van : "aanschrijving nr. 4/2003, punt 363".
364. In de hiervoor beoogde gevallen, voldoet de medecontractant (verwerver of ontvanger), die gehouden is tot betaling van de belasting, deze belasting op zicht van de ontvangen factuur, of bij ontstentenis, op zicht van een voor deze doeleinden opgemaakt stuk (z. art. 5, § 2, van het KB nr. 31).
365. Het bij ontstentenis van een factuur opgemaakte stuk bevat de volgende vermeldingen :
a) de datum waarop het wordt opgemaakt;
b) een verwijzing naar de inschrijving in de boekhouding van de medecontractant, als deze een belastingplichtige of een niet belastingplichtige rechtspersoon is. In dit opzicht wordt de aandacht gevestigd op het feit dat de belastingplichtige die handelingen verricht die zijn vrijgesteld van de belasting overeenkomstig artikel 44, §§ 1, 2, 3, 1° tot 3° en 11° tot 13°, van het BTW-Wetboek, de belastingplichtige beoogd in artikel 57 van het BTW-Wetboek, de niet belastingplichtige rechtspersoon, alsmede de belastingplichtige bedoeld in artikel 56, §2, van het BTW-Wetboek die wenst ontheven te worden van het houden van een boek voor inkomende facturen, een speciaal register moeten houden waarin zij meer bepaald de facturen en stukken bedoeld in artikel 5, § 2, van het KB nr. 31 inschrijven (z. art. 14, §§ 4 tot 6, van het KB nr. 1 van 29 december 1992);
c) de vermeldingen bedoeld in artikel 9, § 2, 1°, 2°, 4° en 5°, van het KB nr. 1, d.w.z. :
- de naam of de maatschappelijke benaming en het adres van de partijen die bij de handeling zijn betrokken;
- het BTW-identificatienummer van de persoon die het stuk opmaakt;
- de gegevens die nodig zijn om de handeling en het tarief van de verschuldigde belasting te bepalen, meer bepaald de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en de verstrekte diensten en hun hoeveelheid, alsmede het voorwerp van de diensten;
- de aanduiding van de maatstaf van heffing per tarief en van het bedrag van de verschuldigde belasting;
366. Merken we evenwel op dat het stuk dat wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 5, § 2, van het KB nr. 31 in geen enkel geval de van de buitenlandse leverancier of dienstverrichter te ontvangen factuur kan vervangen voor de eventuele uitoefening van het recht op aftrek van de belasting in hoofde van de belastingplichtige verwerver of ontvanger.
2. Een niet in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige ontvangt een levering van goederen of een dienstverrichting die in België aan de belasting onderworpen is
2.1. Wettelijke bepalingen
367. Krachtens artikel 76, §2, van het BTW-Wetboek en artikel 6, § 1, van het KB nr. 31, kan de niet in België gevestigde belastingplichtige, die in België niet voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is, teruggaaf verkrijgen van de belasting die geheven is van de aan hem geleverde goederen, van de aan hem verstrekte diensten en van de door hem verrichte invoeren hier te lande, mits een aanvraag tot teruggaaf wordt ingediend bij het hoofd van het CKBB [Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen - dienst teruggaven Zaveltoren, 25ste verd., J. Stevenstraat 7 te BE 1000 BRUSSEL]. Nochtans kan hij geen teruggaaf verkrijgen van de belasting die geheven is van de handelingen die hij heeft verricht of die aan hem werden verstrekt hier te lande onder het globale BTW-identificatienummer dat, overeenkomstig artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek, werd toegekend aan een vooraf erkende persoon bedoeld in artikel 2, § 1, van het KB nr. 31.
368. De toepassingsmodaliteiten van artikel 6, § 1, van het KB nr. 31 maken het voorwerp uit van §§ 2 tot 4 van hetzelfde artikel.
2.2. Aanvraag tot teruggaaf
369. De aanvraag om teruggaaf moet worden opgemaakt in drie exemplaren en toekomen op het CKBB voor het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan.
370. De vorm van de aanvraag tot teruggaaf, de over te leggen stukken en de modaliteiten van de teruggaaf worden bepaald :
- hetzij door de administratieve aanschrijving nr . 6 van 10 maart 1981, wanneer de aanvraag tot teruggaaf binnen het kader van de 8ste richtlijn [Richtlijn 79/1072/EEG] valt;
- hetzij door de administratieve aanschrijving nr. 4 van 24 februari 1988, in de andere gevallen.
a) zij uitgaat van een in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige die, in de loop van de periode waarop de aanvraag tot teruggaaf betrekking heeft, geen enkele levering van een goed of dienstprestatie heeft verricht die geacht wordt in België plaats te vinden, met uitzondering van de volgende handelingen :
- het vervoer en de daarmee samenhangende handelingen beoogd in artikel 41, § 1, 2° tot 6°, van het BTW-Wetboek, evenals de handelingen die krachtens artikel 41, § 2, eerste lid, van dat Wetboek zijn vrijgesteld, wanneer de personen bedoeld in deze bepaling tussenkomen bij een vervoer of bij de hiervoor vermelde samenhangende handelingen;
- de dienstprestaties en de leveringen van goederen waarvoor artikel 51, § 2, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek van toepassing is;
372. In de andere gevallen wordt de aanvraag tot teruggaaf beoogd door de administratieve aanschrijving nr. 4/1988. Deze aanschrijving heeft meer bepaald betrekking op de aanvragen tot teruggaaf ingediend :
- hetzij door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige;
- hetzij door een in een ander Lidstaat gevestigde belastingplichtige die in België handelingen verricht andere dan deze bedoeld in nr. 371, a, hiervoor (ondermeer de handelingen met toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek), of een laattijdige aanvraag indient (z. het tijdvak weergegeven in nr. 371, b, hiervoor).
2.3. Uitvoering van de teruggaaf
374. De teruggaaf geschiedt hetzij door overschrijving op de in België of in het buitenland geopende postrekening op naam van de rechthebbende op teruggaaf, hetzij door overmaking op de rekening geopend op zijn naam bij een bank, instelling of onderneming bedoeld in artikel 12, § 1, lid 1, van het KB 4, met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, of bij een bank in het buitenland.
375. De teruggaaf die niet kan worden uitgevoerd op de in nr. 374 beschreven wijze, geschiedt door middel van een postassignatie gesteld op naam van de rechthebbende op teruggaaf (z. art. 6, § 3, van het KB nr. 31).
376. Op de aanvraag tot teruggaaf wordt niet ingegaan indien zij betrekking heeft op een bedrag van minder dan 25 EUR (z. art. 6, § 4, van het KB nr. 31).
377. Wanneer de aanvraag tot teruggaaf wordt beoogd door de 8ste richtlijn, moet kennis worden gegeven van de door de administratie genomen beslissing en de terugbetaling gebeuren binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de datum van voorlegging op het CKBB van de aanvraag en alle vereiste documenten (z. art. 7, § 4, van de 8ste richtlijn). Vanaf het verstrijken van voormelde termijn is, overeenkomstig artikel 91, § 3, van het BTW-Wetboek, van rechtswege een interest van 0,8 pct. per maand verschuldigd over de sommen die moeten worden teruggegeven. De voormelde termijn wordt evenwel geschorst wanneer de administratie aan de belastingplichtige bijkomende inlichtingen vraagt teneinde de gegrondheid van de aanvraag om teruggaaf te beoordelen. De bepalingen van artikel 91, §3, van het BTW-Wetboek worden uiteengezet in de administratieve aanschrijving nr. 1/1998 die bovendien het toepassingsgebied verruimt voor andere aanvragen tot teruggaaf dan deze die strikt worden beoogd door de 8ste richtlijn (z. nr. 392).
HOOFDSTUK IX : OPHEFFINGSBEPALINGEN EN BIJZONDERE GEVALLEN - INWERKINGTREDING
1. Administratieve aanschrijvingen
1. 1. Aanschrijving nr. 30/1975
378. De aanschrijving nr. 30 van 5 december 1975 met betrekking tot de regeling toepasselijk op de in het buitenland gevestigde belastingplichtigen, wordt opgeheven.
1. 2. Aanschrijving nr. 2/1979
379. De aanschrijving nr. 2 van 11 januari 1979 met betrekking tot de opeenvolgende verkopen met toevallige tussenkomst van in het buitenland gevestigde belastingplichtigen, wordt opgeheven.
380. Het theoretische schema van de opeenvolgende verkopen met toevallige tussenkomst van niet hier te lande gevestigde belastingplichtigen gaat uit van een ketting van verkopen, waarin tussenkomen :
a) een in België gevestigde of er voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige ("eerste verkoper"), die verkoopt aan een in b) hierna bedoelde onderneming;
b) één of meer niet in België gevestigde belastingplichtigen ("buitenlandse koper-verkoper") die, om reden van het toevallige karakter van de handelingen die ze hier te lande verrichten, er niet voor de BTW kunnen worden geïdentificeerd;
c) een in België gevestigde of er voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige ("laatste koper"), die bij de laatste buitenlandse koper-verkoper heeft gekocht.
381. Het volgende voorbeeld illustreert de toepasselijke regeling op de opeenvolgende verkopen met toevallige tussenkomst van niet in België gevestigde belastingplichtigen :
A verkoopt toevallig aan B petroleumproducten die vervolgens door B aan C, en door C aan D worden verkocht. A en D zijn allebei gevestigd en/of voor de BTW geïdentificeerd in België. B en C zijn niet gevestigd in België en kunnen er niet worden geïdentificeerd omwille van het toevallige karakter van de handelingen die zij hier te lande verrichten. De te leveren goederen bevinden zich in België en worden door A ter beschikking gesteld van D.
De opeenvolgende handelingen worden geacht plaats te vinden in België (toepassing van artikel 15, § 2, 1e lid, van het BTW-Wetboek) en zijn in België aan de belasting onderworpen.
De belasting wordt op de volgende manier toegepast :
Voor wat de levering van A aan B betreft :
A is schuldenaar van de belasting (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek).
De belasting is aftrekbaar in hoofde van B (z. hierna).
Voor wat de levering van B aan C betreft :
B is schuldenaar van de belasting (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek).
B moet, alvorens enige handeling te verrichten, contact opnemen met het CKBB, dat hem de wijze van voldoening van de belasting zal opgeven. In regel zal enkel het verschil tussen de door B verschuldigde belasting (omwille van de levering van B aan C) en de in zijn hoofde aftrekbare belasting (wegens het feit van de levering van A aan B) moeten worden voldaan.
C kan teruggaaf van de belasting bekomen (toepassing van de administratieve aanschrijving nr. 4/1988).
Voor wat de levering van C aan D betreft :
In de veronderstelling dat D in België is gevestigd of er een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen :
D is schuldenaar van de belasting (toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek);
D kan zijn recht op aftrek uitoefenen in zijn periodieke BTW-aangifte.
In de veronderstelling dat D een rechtstreekse BTW-identificatie heeft in België:
C is schuldenaar van de belasting (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek);
Echter, de belasting wordt voldaan door D (toepassing van art. 5, § 1, 1°, van het KB nr. 31);
D kan zijn recht op aftrek uitoefenen in zijn periodieke BTW-aangifte.
1. 3. Aanschrijving nr. 4/1979
382. De aanschrijving nr. 4 van 14 februari 1979 met betrekking tot regeling toepasselijk op de leveringen met installatie of montage die in België worden verricht door een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige, wordt opgeheven.
383. Het volgende voorbeeld illustreert de regeling die van toepassing is op een levering met installatie of montage die wordt verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige (al dan niet in de Gemeenschap gevestigd), naargelang de herkomst van de goederen die het voorwerp uitmaken van die levering :
A, een niet in België gevestigde belastingplichtige, levert goederen met montage aan B. De goederen worden in België gemonteerd door A. De levering wordt geacht plaats te vinden in België (toepassing van art. 15, § 2, 2e lid, 2°, van het BTW-Wetboek) en is aan de belasting onderworpen in België.
1ste veronderstelling : de geleverde goederen worden voorafgaandelijk ingevoerd in België
Geadresseerde bij invoer : A (toepassing van art. 6, § 3, 1e lid, van het KB nr. 7)
Schuldenaar van de over de levering met montage verschuldigde BTW :
B als B gevestigd is in België en gehouden is tot de indiening van periodieke BTW-aangiften, of als B niet in België is gevestigd maar een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, §§ 1 of 2, van het BTW-Wetboek (toepassing van art. 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek);
A in de andere gevallen (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek)
Identificatie voor de BTW van A : verplicht (A verricht een invoer gevolgd door de levering van diezelfde goederen). A heeft evenwel de mogelijkheid om te worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon onder een globaal BTW-identificatienummer (toepassing van art. 2, § 1, 1e lid, 1°, van het KB nr. 31).
A kan de over de invoer van de goederen geheven belasting aftrekken. Indien hij wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon, wordt de aftrek verricht in de periodieke BTW-aangifte die door die persoon wordt ingediend in naam en voor rekening van zijn buitenlandse lastgevers.
2de veronderstelling : de geleverde goederen worden voorafgaandelijk verworven in België of in een andere Lidstaat van de Europese Unie.
a) B is gevestigd in België en gehouden tot de indiening van periodieke BTW-aangiften, of B is niet in België gevestigd maar heeft een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen overeenkomstig artikel 55, §§ 1 of 2, van het BTW-Wetboek :
Schuldenaar van de over de levering met montage verschuldigde BTW : B(toepassing van art. 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek).
Identificatie voor de BTW van A : onmogelijk (tenzij toepassing van nr. 97, b)
A kan de over de aankoop van de goederen geheven BTW terugkrijgen in het kader van de aanschrijving nr. 4/1988.
b) B is een andere persoon dan die bedoeld onder a) :
Als de levering met montage een toevallig karakter vertoont in hoofde van A :
Schuldenaar van de over de levering met montage verschuldigde BTW : A (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek). In bepaalde gevallen wordt de belasting evenwel voldaan door B (toepassing van art. 5, § 1, van het KB nr. 31).
Identificatie voor de BTW van A : onmogelijk (toepassing van nr. 88)
A kan de over de aankoop van de goederen geheven BTW terugkrijgen in het kader van de aanschrijving nr. 4/1988.
Als de levering met montage geen toevallig karakter vertoont in hoofde van A :
Schuldenaar van de over de levering met montage verschuldigde BTW : A (toepassing van art. 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek).
Identificatie voor de BTW van A : verplicht.
1. 4. Aanschrijving nr. 16/1994
384. De administratieve aanschrijving nr. 16 van 4 juli 1994, die inzonderheid vereenvoudigingsmaatregelen invoert bij consignatiezendingen, zendingen van goederen naar een commissionair-verkoper of de overbrenging van een goederenvoorraad, door een in een andere Lidstaat gevestigde "consignant" naar een in België gevestigde "consignataris", wordt aangepast als volgt :
a) de aan de "consignant", die in een andere Lidstaat is gevestigd, opgelegde verplichting om in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, vermeld in die aanschrijving (z. meer bepaald de punten 27 en 39) wordt vervangen door de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek;
b) de in hoofdstuk 3 van de aanschrijving verleende ontheffing van aansprakelijke vertegenwoordiger wordt een ontheffing van de verplichting tot BTW-identificatie. Deze ontheffing van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren wordt verleend wanneer de "consignant" nog niet voor de BTW is geïdentificeerd in België ten behoeve van andere handelingen, onder de voorwaarden opgesomd in nr. 42, 1° en 3° tot 8°, van de aanschrijving;
c) artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is, in elk geval, toepasselijk op de levering van de goederen die de "consignant" in België verricht ten gunste van de "consignataris".
1. 5. Aanschrijving nr. 18/1994
385. De administratieve aanschrijving nr. 18 van 15 september 1994, die inzonderheid vereenvoudigingsmaatregelen invoert bij de verzending, door een in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, van goederen op proef of op zicht naar België, wordt aangepast als volgt :
de aan de verzender van de goederen, die in een andere Lidstaat is gevestigd, opgelegde verplichting om in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, vermeld in die aanschrijving (z. meer bepaald punt 8) wordt vervangen door de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek.
1. 6. Aanschrijving nr. 8/1998
386. De administratieve aanschrijving nr. 8 van 8 oktober 1998, die inzonderheid vereenvoudigingsmaatregelen invoert bij de verkoop, door een in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige, van accijnsproducten aan particulieren in België (verkoop op afstand of op een handelsbeurs), wordt aangepast als volgt :
a) de aan de leverancier van de goederen, die in een andere Lidstaat is gevestigd, opgelegde verplichting om in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, vermeld in die aanschrijving (z. meer bepaald de nrs. 45 en 53) wordt vervangen door de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, 1 e lid, 3°, van het BTW-Wetboek;
b) de toepassing van de in de nrs. 47 tot 52 of 53 tot 56 bedoelde regelingen ontheft de nog niet in België voor de BTW geïdentificeerde leverancier van de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd voor de verkopen van accijnsproducten en, in voorkomend geval, de intracommunautaire verwervingen van accijnsproducten die hij verricht.
1. 7. Aanschrijving nr. 3/2000
387. De administratieve aanschrijving nr. 3 van 12 oktober 2000, die de bijzondere regeling voor beleggingsgoud beschrijft, wordt als volgt gewijzigd :
a) alle andere voorwaarden vervuld zijnde, is artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek toepasselijk op de levering van beleggingsgoud verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige, wanneer die belastingplichtige ervoor geopteerd heeft om deze levering aan de belasting te onderwerpen overeenkomstig artikel 44bis, § 1, 2 de lid, van het BTW-Wetboek;
b) alle andere voorwaarden vervuld zijnde, is artikel 51, § 2, 1°, b, van het BTW-Wetboek toepasselijk op de dienst verricht door een tussenpersoon, die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek en die tussenkomt in een levering van beleggingsgoud, wanneer die tussenpersoon een niet in België gevestigde belastingplichtige is die ervoor geopteerd heeft om deze handeling aan de belasting te onderwerpen overeenkomstig artikel 44bis, § 2, laatste lid, van het BTW-Wetboek;
c) bijgevolg, wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige er een levering van beleggingsgoud verricht en hij :
- ervoor geopteerd heeft om zijn levering van goud aan de belasting te onderwerpen, moet hij in België niet voor de BTW worden geïdentificeerd, wanneer zijn medecontractant een in België gevestigde belastingplichtige is, gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, of een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen (in toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is hij niet de schuldenaar van de belasting). Wanneer zijn medecontractant een andere persoon is, wordt hij ontslagen van de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd; zijn medecontractant voldoet dan de verschuldigde belasting overeenkomstig het voorschrift van artikel 5, § 1, 1° of 2°, van het KB nr. 31;
- niet ervoor geopteerd heeft om zijn levering van goud aan de belasting te onderwerpen, wordt hij ontslagen van de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd;
- ervoor geopteerd heeft om zijn diensten die hier te lande plaatsvinden aan de belasting te onderwerpen, moet hij in België niet voor de BTW worden geïdentificeerd, wanneer zijn lastgever in België voor de BTW is geïdentificeerd onder een nummer dat voorafgegaan wordt door de letters BE (in toepassing van artikel 51, § 2, 1°, b, van het BTW-Wetboek is hij niet de schuldenaar van de belasting). Wanneer zijn lastgever een andere persoon is, wordt hij ontslagen van de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd; zijn medecontractant voldoet dan de verschuldigde belasting overeenkomstig het voorschrift van artikel 5, § 1, 2°, van het KB nr. 31;
- niet ervoor geopteerd heeft om zijn diensten die hier te lande plaatsvinden aan de belasting te onderwerpen, wordt hij ontslagen van de verplichting om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd.
388. De aanschrijving nr. 6 van 10 maart 1981 (toepassing van de 8ste Richtlijn) is toepasselijk, alle andere voorwaarden vervuld zijnde (inz. wat betreft de termijn van indiening van de aanvraag om teruggaaf), op elke in een andere Lidstaat gevestigde en niet in België voor de BTW geïdentificeerde belastingplichtige die, in de loop van de periode waarop zijn aanvraag om teruggaaf betrekking heeft, geen enkele levering van goederen of dienst heeft verricht in België, met uitzondering van de volgende handelingen :
- het vervoer en de ermee samenhangende diensten, bedoeld in artikel 41, § 1, 2° tot 6°, van het BTW-Wetboek, alsmede de krachtens artikel 41, § 2, 1e lid, van dat Wetboek, vrijgestelde diensten, wanneer de in die bepaling beoogde personen tussenkomen in een vervoer of in de ermee samenhangende diensten als hiervoor vermeld;
- de diensten en de leveringen van goederen waarvoor artikel 51, § 2, 1° of 2°, van het BTW-Wetboek toepasselijk is.
390. De aanschrijving nr. 4 van 24 februari 1988 is toepasselijk op de niet in België gevestigde belastingplichtige (al dan niet in de Gemeenschap gevestigd) die in België leveringen van goederen verricht of diensten verstrekt met toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek.
1. 9. Aanschrijving nr. 1/1998
391. De administratieve aanschrijving nr. 1 van 9 maart 1998, die de bepalingen van artikel 91, § 3, 1 ste lid, 2°, van het BTW-Wetboek toelicht, wordt als volgt gewijzigd :
a) de in nr. 9 van de voormelde aanschrijving bedoelde administratieve tolerantie is toepasselijk (z. nr. 10 van de aanschrijving) :
- op de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtigen die in België leveringen van goederen of diensten verrichten waarvoor artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek toepasselijk is;
- op de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtigen die, in principe, voor handelingen die zij in België verrichten, er geïdentificeerd zouden moeten zijn voor de BTW, maar die genieten van een ontslag of van een ontheffing (daadwerkelijk gebruik van de ontheffing) van de verplichting om zich voor de BTW in België te laten identificeren;
- op de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtigen die in België handelingen verrichten waarvoor zij worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon. Echter, de aandacht wordt gevestigd op het feit dat die belastingplichtigen geen aanvraag om teruggaaf van de belasting kunnen indienen voor de handelingen die zij hebben verricht (invoeren of intracommunautaire verwervingen van goederen) of die hen in België worden verstrekt onder het globaal BTW-identificatienummer dat werd toegekend aan de vooraf erkende persoon die hen vertegenwoordigt;
- handelingen heeft verricht waarvoor artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek toepasselijk is;
- en/of handelingen heeft verricht waarvoor hij ontslagen of ontheven (daadwerkelijk gebruik van de ontheffing) is van de verplichting om zich voor de BTW in België te laten identificeren zonder er echter toe gehouden te zijn om bij het CKBB een samenvattende aangifte in te dienen van de handelingen die hij verricht, via dewelke hij zijn recht op aftrek van de Belgische BTW kan uitoefenen;
- en/of handelingen verricht waarvoor hij, terecht, een beroep heeft gedaan op een vooraf erkende persoon die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer. In dit laatste geval, bevestigt de aanvrager bovendien dat de handelingen waarvoor hij een aanvraag om teruggaaf indient hem niet werden verstrekt onder een globaal BTW-identificatienummer;
d) elke aan de aanvrager gerichte vraag om inlichtingen met betrekking tot de door hem in België verrichte handelingen en die tot doel heeft vast te stellen of de identificatie voor de BTW in België niet nodig is, schorst de loop van de termijn van zes maanden (z. nr. 19, a, van de aanschrijving).
2. Administratieve beslissingen
2. 1. Beslissing van 28 augustus 2000, nr. E.T. 98.669
392. De beslissing van 28 augustus 2000, nr. E.T. 98.669, die een ontheffing van aansprakelijke vertegenwoordiger invoert voor de niet in België gevestigde uitvoerende artiesten die diensten verrichten die op grond van artikel 21, § 3, 4°, a, van het BTW-Wetboek plaatsvinden in België, wordt opgeheven.
393. De niet in België gevestigde uitvoerende artiest die een dienst verricht die op grond van artikel 21, § 3, 4°, a, van het BTW-Wetboek plaatsvindt in België en niet van de BTW is vrijgesteld krachtens artikel 44 van dat Wetboek, is, in principe :
a) in de onmogelijkheid om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd wanneer zijn medecontractant een in België gevestigde belastingplichtige is, die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, of een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen (toepassing van artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek op de verrichte dienst; z. evenwel nr. 97, b);
b) ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te laten identificeren wanneer zijn medecontractant een in België gevestigde belastingplichtige of een niet-belastingplichtig rechtspersoon is, die gehouden is tot het indienen van een bijzondere BTW-aangifte (voldoening van belasting overeenkomstig artikel 5, § 1, 2°, van het KB nr. 31);
c) gehouden tot identificatie voor de BTW in België en, indien hij niet gevestigd is in de Gemeenschap, tot het laten erkennen van een aansprakelijke vertegenwoordiger hier te lande, in de overige gevallen (tenzij voor de handeling met toevallig karakter).
394. De niet in België gevestigde belastingplichtige die optreedt als organisator van schouwspelen, concerten, enz…, die hier te lande plaatsvinden (m.a.w., die tegen betaling van een vergoeding het recht van toegang verleent aan de toeschouwers van dergelijke evenementen), wordt ontslagen van de verplichting om zich in België voor de BTW te identificeren, maar moet voorafgaandelijk contact opnemen met het CKBB, dat hem de modaliteiten van voldoening van de belasting zal mededelen (na compensatie met de Belgische voorbelasting die in zijn hoofde aftrekbaar is).
2. 2. Beslissing van 28 april 1994, nr. E.T. 80.910
395. De beslissing van 28 april 1994, nr. E.T. 80.910, met betrekking tot de bijzondere verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger inzake facturering, wordt opgeheven. De bijzondere procedure van facturering die wordt opgelegd aan de aansprakelijke vertegenwoordiger maakt het voorwerp uit van de nrs. 150 tot 157 van de onderhavige aanschrijving.
2. 3. Andere beslissingen
396. Alle administratieve beslissingen, andere dan deze vermeld in de nrs. 392 en 395 hiervoor, die niet meer in overeenstemming zouden zijn met de onderhavige aanschrijving worden in die mate opgeheven.
3. Inwerkingtreding
397. De onderhavige aanschrijving treedt in werking op 1 januari 2002.
398. Echter, voor de handelingen die door de niet in België gevestigde belastingplichtigen werden verricht tot de datum van publicatie van deze aanschrijving zal de administratie niet eisen dat tot de regularisatie wordt overgegaan van de factureringen waarbij de verschuldigde belasting aan de klant werd aangerekend in plaats van toepassing te maken van de nieuwe regeling van verlegging van heffing als bedoeld in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek, voor zover de in België geïdentificeerde buitenlandse leverancier of dienstverrichter wel degelijk de verschuldigde belasting heeft aangegeven en betaald aan de Belgische Schatkist en hij een attest in die zin, dat verwijst naar de betrokken facturen, uitreikt aan zijn klant.
Voor de Directeur-generaal,
De Directeur,
J. MARCKX
Bijlage 1
Toepassing van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek, en van artikel 20, § 1, van het KB nr. 1
Hoedanigheid van de leverancier of van de dienstverrichter
| De leverancier of de dienstverrichter is een buitenlandse belastingplichtige : | |||||
| Is toepassing van artikel …… mogelijk ? | met V.I. in België | in België voor de BTW geïdentificeerd, onder een individueel nr., met erkenning van een A.V. | vertegenwoordigd door een V.E.P. onder een globaal BTW-identificatienummer | in België voor de BTW geïdentificeerd, zonder erkende A.V. (rechtstreekse identificatie) | in België niet geïdentificeerd, noch vertegen-woordigd voor de BTW |
| Art. 51, § 2, 1°, a, W. BTW | NEEN | JA | NEEN (1) | JA | JA |
| Art. 51, § 2, 1°, b, W. BTW | NEEN | JA | NEEN (1) | JA | JA |
| Art. 51, § 2, 2°, W. BTW | NEEN | JA | NEEN (1) | JA | JA |
| Art. 51, § 2, 5°, W. BTW | NEEN | JA | JA | JA | JA |
| Art. 20, § 1, KB nr. 1 | JA | NEEN | NEEN | NEEN | NEEN |
| (1) Handelingen niet beoogd door artikel 2, § 1, eerste lid, van het KB nr. 31 |
| De verwerver of de afnemer is een buitenlandse belastingplichtige : | |||||
| Is toepassing van artikel …… mogelijk ? | met V.I. in België | in België voor de BTW geïdentificeerd, onder een individueel nr., met erkenning van een A.V. | vertegenwoordigd door een V.E.P. onder een globaal BTW-identificatienummer | in België voor de BTW geïdentificeerd, zonder erkende A.V. (rechtstreekse identificatie) | in België niet geïdentificeerd, noch vertegen-woordigd voor de BTW |
| Art. 51, § 2, 1°, a, W. BTW | JA | NEEN | NEEN | NEEN | NEEN |
| Art. 51, § 2, 1°, b, W. BTW | JA | JA | JA | JA | NEEN |
| Art. 51, § 2, 2°, W. BTW | JA | JA | NEEN (1) | JA | NEEN |
| Art. 51, § 2, 5°, W. BTW | JA | JA | NEEN | NEEN | NEEN |
| Art. 20, § 1, KB nr. 1 | JA | JA | NEEN | NEEN | NEEN |
Bijlage 2
Bijzonder geval : uitvoering van een werk in onroerende staat
A is een belastingplichtige wiens maatschappelijke zetel gevestigd is in Frankrijk.
A voert voor B een werk in onroerende staat uit aan een in België gelegen gebouw. Overeenkomstig artikel 21, § 3, 1°, van het BTW-Wetboek, vindt die dienst plaats in België. Onderstaande tabel bepaalt de schuldenaar van de belasting naargelang de respectievelijke toestanden waarin A en B zich bevinden ten aanzien van de Belgische BTW, en vermeldt in voorkomend geval de in de periodieke BTW-aangiften van A en/of B op te nemen handelingen.
| B is gevestigd in België (1) en gehouden tot het indienen van periodieke aangiften | B heeft in België een aansprakelijke vertegenwoodiger laten erkennen | B is in België voor de BTW geïdentificeerd (rechtstreekse identificatie) | B, niet in België gevestigd, is niet geïdentificeerd, noch vertegenwoordigd voor de BTW in België | |
| A bezit een vaste inrichting in België (A') | Schuldenaar : B (art. 20, KB nr. 1) Aangifte (A') : MH : 45 Aangifte (B) : MH : 81-82-83 en 87 Verschuldigde BTW : 56 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : B (art. 20, KB nr. 1) Aangifte (A') : MH : 45 Aangifte (B) : MH : 81-82-83 en 87 Verschuldigde BTW : 56 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : A' (art. 51, § 1, 1°, W. BTW) Aangifte (A') : MH : 1-2-03 Verschuldigde BTW: 54 Aangifte (B) : MH : 81-82-83 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : A' (art. 51, § 1, 1°, W. BTW) Aangifte (A') : MH : 1-2-03 Verschuldigde BTW : 54 |
| A heeft in België een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen | Schuldenaar : B (art. 51, § 2, 5°, W. BTW) Aangifte (A) : MH : 45 Aangifte (B) : MH : 81-82-83 en 87 Verschuldigde BTW : 56 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : B (art. 51, § 2, 5°, W. BTW) Aangifte (A) : MH : 45 Aangifte (B) : MH : 81-82-83 en 87 Verschuldigde BTW : 56 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : A (art. 51, § 1, 1°, W. BTW) Aangifte (A) : MH : 1-2-03 Verschuldigde BTW : 54 Aangifte (B) : MH : 81-82-83 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : A (art. 51, § 1, 1°, W. BTW) Aangifte (A) : MH : 1-2-03 Verschuldigde BTW : 54 |
| A is in België voor de BTW geïdentificeerd (rechtstreekse identificatie) |
Schuldenaar : B (art. 51, § 2, 5°, W. BTW) Aangifte (A) : MH : 45 Aangifte (B) : MH : 81-82-83 en 87 Verschuldigde BTW : 56 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : B (art. 51, § 2, 5°, W. BTW) Aangifte (A) : MH : 45 Aangifte (B) : MH : 81-82-83 en 87 Verschuldigde BTW : 56 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : A (art. 51, § 1, 1°, W. BTW) Aangifte (A) : MH : 01-02-03 Verschuldigde BTW : 54 Aangifte (B) : MH : 81-82-83 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : A (art. 51, § 1, 1°, W. BTW) Aangifte (A) : MH : 01-02-03 Verschuldigde BTW : 54 |
| A is in België niet geïdentificeerd, noch vertegenwoordigd voor de BTW | Schuldenaar : B (art. 51, § 2, 5°, W. BTW) Aangifte (B) : MH : 81-82-83 en 87 Verschuldigde BTW : 56 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : B (art. 51, § 2, 5°, W. BTW) Aangifte (B) : MH : 81-82-83 en 87 Verschuldigde BTW : 56 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : A (art. 51, § 1, 1°, W. BTW) maar voldoening van de belasting door B (art. 5, KB nr. 31 - z. nrs. 355 en 357 Aangifte (B) : MH : 81-82-83 en 87 Verschuldigde BTW : 56 Aftrekbare BTW : 59 | Schuldenaar : A (art. 51, § 1, 1°, W. BTW) z. nr. 353, b |
Wanneer de belasting wordt voldaan door B, afnemer van de dienst, bevat de factuur de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant" en de verwijzing naar de bepalingen die deze verlegging van heffing invoeren (art. 20, KB nr. 1, of art. 51, § 2, van het BTW-Wetboek, of art. 5, KB nr. 31), in de plaats van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting.
Wanneer de dienstverrichter en/of de afnemer in België een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft (hebben) laten erkennen, vermeldt de factuur de identiteit en het adres van die vertegenwoordiger(s), en de aanduiding van zijn (hun) hoedanigheid.
Bijlage 3
Bijlage 72 (toepassing van de nrs. 225 en 275 van de onderhavige aanschrijving)
GEBRUIKELIJKE HANDELINGEN BEDOELD IN DE ARTIKELEN 531 EN 809 VAN HET COMMUNAUTAIR DOUANEWETBOEK
Tenzij anders vermeld, kan geen der navolgende behandelingen aanleiding geven tot een indeling onder een andere achtcijfercode van de GN.
De hierna genoemde gebruikelijke behandelingen worden niet toegestaan indien de douaneautoriteiten van oordeel zijn dat het frauderisico hierdoor toeneemt:
1. het luchten, uitspreiden, drogen, stof wegruimen, eenvoudige schoonmaakhandelingen, herstelling van de verpakking, eenvoudige herstellingen van gedurende het vervoer of de opslag opgelopen beschadigingen in zoverre dit eenvoudige handelingen betreft, het aanbrengen of weghalen van beschermende bekleding met het oog op het vervoer;
2. het herconstrueren van goederen na het vervoer;
3. het inventariseren, het nemen van monsters, het sorteren, zeven, mechanisch filteren of wegen van de goederen;
4. het verwijderen van beschadigde of aangetaste delen;
5. het verbeteren van de houdbaarheid van de goederen door middel van pasteurisatie, sterilisatie, bestraling of het toevoegen van bewaarmiddelen;
6. het behandelen tegen parasieten;
7. het behandelen tegen roest;
8. behandeling die slechts bestaan uit:
- het verhogen van de temperatuur, zonder verdere behandeling of distillatie, of
- het verlagen van de temperatuur, ook indien dit tot de indeling onder een andere achtcijfercode van de GN leidt;
10. behandelingen bestaande uit:
- het verwijderen van steeltjes en/of pitten van fruit, het in stukken breken of snijden van gedroogde groenten en fruit, de rehydratering van fruit, of
- het verdunnen van vloeistoffen, zelfs indien dit ertoe leidt dat het product onder een andere achtcijfercode van de GN wordt ingedeeld;
12. het toevoegen van goederen of toevoeging of vervanging van bijkomende componenten zolang deze toevoeging of vervanging relatief beperkt is en slechts bedoeld om aan technische eisen te voldoen en de aard of de prestaties van de oorspronkelijke goederen hierdoor niet worden gewijzigd of verbeterd, zelfs indien dit ertoe leidt dat de toegevoegde of vervangende goederen onder een andere achtcijfercode van de GN worden ingedeeld;
13. het verdunnen of indikken van vloeistoffen, zonder verdere behandeling of distillatie, zelfs indien dit ertoe leidt dat het product onder een andere achtcijfercode van de GN wordt ingedeeld;
14. het mengen van dezelfde soort goederen, van verschillende kwaliteit, om een constante kwaliteit te verkrijgen of een kwaliteit waarom de afnemer heeft gevraagd, zonder dat de aard van de goederen hierdoor wordt gewijzigd;
15. het opdelen of in stukken snijden van de goederen indien dit op eenvoudige wijze is te doen;
16. het verpakken, uitpakken, ompakken, het overgieten of overbrengen in een andere verpakking, zelfs als dit ertoe leidt dat het product onder een andere achtcijfercode van de GN wordt ingedeeld; het bevestigen, verwijderen of wijzigen van merktekens, etiketten, prijskaartjes of andere onderscheidingstekens;
17. het bijstellen, reguleren en in werking stellen van machines, apparaten en voertuigen, met name om aan technische normen te voldoen, indien het om eenvoudige werkzaamheden gaat;
18. het mat maken van pijpfittingen om deze op bepaalde markten te kunnen verkopen.
Bron: FisconetPlus
